21 04 07 Bezw Cie jaarverslag 2019
Tekst van het document
BEZWAARSCHRIFTENCOMMISSIE GEMEENTE WESTVOORNE
JAARVERSLAG
2 0 19
Inhoudsopgave
Voorwoord
pagina 3
Werkwijze van de commissie
pagina 4
Feiten en cijfers
pagina 6
Afhandeling
pagina 13
Bijlagen: • Verordening commissie bezwaarschriften • Samenstelling commissie bezwaarschriften .
2
Voorwoord Voor u ligt het jaarverslag van de Commissie voor de bezwaarschriften voor de gemeente Westvoorne over het jaar 2019. Door alle perikelen rondom het Covid-19-virus en het langdurig uitvallen van een medewerker van het secretariaat heeft het helaas lang geduurd voordat dit jaarverslag compleet was. Dit verslagjaar heeft geen verrassende ontwikkelingen laten zien. Het aantal, de soort en de uitkomst van de procedures waren in grote lijnen vergelijkbaar met vorig jaar. Voor wat het aantal ingediende bezwaarschriften betreft merk ik op dat dit ten opzichte van dat van het vorige verslagjaar licht gedaald is van 39 naar 34. Kijkend naar een reeks van jaren kan geconcludeerd worden dat het aantal bezwaarschriften zich lijkt te stabiliseren. De inspanningen van het ambtelijk apparaat om in de voorfase uitleg te geven over de besluiten en oplossingsgericht te handelen werken hier ongetwijfeld aan mee. Ook in dit verslagjaar is het gelukt alle behandelde zaken binnen de wettelijke termijn van 18 weken af te handelen. Evenals vorig verslagjaar ziet onze commissie geen aanleiding om nadere aanbevelingen te doen richting college en de ambtelijke organisatie. Dat wil echter geenszins zeggen dat het niet nog beter kan. Communicatie en goede uitleg richting de burger van de besluiten, die de gemeente neemt, blijft een belangrijk aandachtspunt.
Tot slot wil ik op deze plaats onder uw aandacht brengen dat de commissie veel waardering heeft voor wijze waarop het secretariaat, ondanks de uitdagingen, die er waren qua bezetting en inzetbaarheid, ons heeft ondersteund. Ik wens u veel genoegen toe bij het lezen van het verslag.
Mr. J. van Meggelen voorzitter
3
Werkwijze van de commissie De gemeenteraad heeft op 15 december 2015 de ‘Verordening voor de bezwaarschriftencommissie van de gemeente Brielle en Westvoorne” vastgesteld. Voor de inhoud van deze verordening wordt verwezen naar bijlage I van dit verslag. De bezwaarschriftencommissie behandelt nu bezwaarschriften van Brielle en Westvoorne. Voor de samenstelling van de commissie wordt verwezen naar bijlage II van dit verslag. In dit verslag worden de bezwaarschriften van Westvoorne behandeld. In deze paragraaf wordt de te volgen procedure nader uiteengezet. Ten behoeve van een duidelijk overzicht zijn de werkzaamheden onderverdeeld in de categorieën voorbereiding, horen en afhandeling. De voorbereiding De ontvangst van een bezwaarschrift wordt schriftelijk bevestigd. In de bevestigingsbrief wordt vermeld dat de bezwaarschriftencommissie zal adviseren over het ingediende bezwaarschrift. Tegelijk met de ontvangstbevestiging wordt de informatiefolder ‘Bezwaar en beroep tegen een beslissing van de overheid’ meegestuurd. Vervolgens beoordeelt het secretariaat van de bezwaarschriftencommissie of het bezwaarschrift voldoet aan de formele voorschriften van de Algemene wet bestuursrecht. Het secretariaat zorgt ervoor dat, indien nodig, bezwaarmakers in de gelegenheid worden gesteld hun bezwaren nader te motiveren.
Het secretariaat bekijkt ook of het mogelijk is om de zaak zonder voortzetting van de bezwaarprocedure op te lossen. Als het secretariaat hiertoe mogelijkheden ziet, dan neemt zij contact op met de vakafdeling over de verdere gang van zaken. Het secretariaat is verantwoordelijk voor de agendering van de bezwaarschriften en verzamelt per bezwaarschrift de op de zaak betrekking hebbende stukken. Voor elk bezwaarschrift wordt door het secretariaat van de commissie ten behoeve van intern beraad een notitie voor de commissie opgesteld. Deze notitie bevat: - een kort verslag van de voorgeschiedenis; - een samenvatting van de bezwaren; - overwegingen over de ontvankelijkheid van de bezwaren; - een overzicht van de relevante regelgeving; - een reactie op de bezwaren; - een conclusie ten aanzien van de (on)gegrondheid van deze bezwaren. Tenslotte worden de relevante stukken als bijlage opgenomen. De Algemene wet bestuursrecht schrijft voor dat, voordat een bestuursorgaan op het bezwaar beslist, belanghebbenden in de gelegenheid moeten worden gesteld om gehoord te worden. In dit geval geschiedt het horen door de bezwaarschriftencommissie. Minimaal tien dagen voor de hoorzitting worden belanghebbenden uitgenodigd voor de hoorzitting.
Tot tien dagen voor de hoorzitting kunnen belanghebbenden nadere stukken indienen en de op de zaak betrekking hebbende stukken worden minimaal een week voor de hoorzitting voor belanghebbenden ter inzage gelegd. Voor de hoorzitting worden de agenda en de notities aan alle commissieleden toegezonden. Het horen Tijdens de hoorzitting worden bezwaarden en overige belanghebbenden in de gelegenheid gesteld hun standpunten nader toe te lichten. Tijdens de hoorzitting is ook een
4
vertegenwoordiger van het betreffende bestuursorgaan aanwezig. Een hoorzitting is in beginsel openbaar. Een hoorzitting ten behoeve van bezwaarschriften betreffende sociale (zekerheids-) wetgeving en huisvestingswetgeving vindt achter gesloten deuren plaats. De voorzitter en de leden van de commissie nemen geen zitting indien hun onpartijdigheid in het geding kan komen. Direct na afloop van de hoorzitting beraadslaagt de commissie achter gesloten deuren. Per bezwaarschrift wordt een advies opgesteld en van iedere hoorzitting wordt een verslag gemaakt door de secretaris. Per bezwaarschrift wordt in beginsel een half uur hoorzitting ingepland. Wanneer er meerdere bezwaarmakers zijn of wanneer de complexiteit van het dossier daartoe aanleiding geeft, wordt een langere hoortijd aangehouden. Er worden in beginsel maximaal vier zaken per vergadering geagendeerd. In totaal heeft de commissie in 2019 12 keer vergaderd. Tijdens de zittingen kunnen bezwaarschriften uit Westvoorne en bezwaarschriften van Brielle aan de orde komen. De afhandeling Het secretariaat streeft naar een behoorlijke en zo tijdig mogelijke afhandeling van de bezwaarschriften. De Algemene wet bestuursrecht schrijft voor dat, indien een commissie voor bezwaarschriften is ingesteld, over een bezwaarschrift dient te worden beslist binnen een termijn van 12 weken.
Deze termijn vangt aan op de dag na de dag waarop de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift is verstreken. Deze termijn mag met 6 weken worden verdaagd. Verdere verdaging is mogelijk voor zover de indiener van het bezwaarschrift daarmee instemt en andere belanghebbenden daardoor niet in hun belangen kunnen worden geschaad of ermee instemmen. De voorgeschreven beslistermijn is een zogenaamde termijn van orde. Dit betekent dat een overschrijding –met uitzondering van het verbeuren van een dwangsom in het kader van de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen- niet kan leiden tot nadelige gevolgen voor het bevoegde bestuursorgaan. Het tijdens de vergadering door de commissie opgestelde advies wordt zo spoedig mogelijk samen met het verslag van de hoorzitting op schrift gesteld. Beiden worden voor akkoord toegezonden aan de voorzitter. Via het secretariaat en in overleg met de vakafdeling wordt het advies van de commissie voorgelegd aan het bevoegd orgaan. Indien de vakafdeling een contrair advies uitbrengt, worden de adviezen gezamenlijk aan het bestuursorgaan voorgelegd. Het secretariaat stelt in samenwerking met de vakafdeling het besluit op. Vervolgens worden het besluit, het advies van de commissie en het verslag van de hoorzitting aan de belanghebbenden bekendgemaakt door middel van aangetekende verzending.
Indien het bestuursorgaan afwijkt van het advies van de commissie wordt een afschrift van het contrair advies als ingekomen stuk geagendeerd voor een van de volgende commissievergaderingen.
5
Feiten en cijfers In dit hoofdstuk vindt u een opsomming van de aantallen bezwaarschriften, de uitkomsten van de bezwaarprocedure en een korte toelichting op deze cijfers. Bezwaarschriften Jaar
Totaal
gegrond
ongegrond
2009 59 1 43 2010 43 2 22 2011 36 1 19 2012 23 0 12 2013 45 0 16 2014 43 1 22 2015 64 5 12 2016 39 5 18 2017 35 0 13 2018 39 0 26 2019 34 0 18 tabel 1: overzicht bezwaarschriften 2009-2019
Bezwaar
Totaal gegrond
ongegrond
Bouwzaken 7 0 5 Handhaving 4 0 2 Sociale zaken 12 0 8 Overig 11 0 3 Totaal 34 0 18 tabel 2: overzicht bezwaarschriften 2019
nietontvankelijk
ingetrokken
Nog niet bekend
4 10 3 1 17 4 10 7 2 3 4
11 5 12 6 10 12 29 8 20 10 9
0 3 1 3 0 3 7 0 0 0 0
Gegrond// ongegrond 0 1 1 0 2
nietontvankelijk/ ongegrond 0 0 0 1 1
Diverse bijv: nietontv/ongegrond, ongegrond/ gegrond 0 1 0 1 2 1 1 1 0 0 3
nietontvankelijk
ingetrokken
2 0 1 1 4
0 1 2 6 9
Uitkomsten bezwaarschriften
9 1 4
18 2
ongegrond gegrond/ongegrond niet-ontvankelijk niet-ontv./ongegrond ingetrokken
grafiek 1: uitkomsten bezwaarschriften
6
Categorieën bezwaarschriften
Bouwzaken
7
11
Handhaving
4 12
Sociale Zaken Overig
grafiek 2: categorieën bezwaarschriften
Gegrond In dit verslagjaar is twee keer geadviseerd om de bezwaren gedeeltelijk gegrond/gedeeltelijk ongegrond te verklaren. In de eerste zaak betrof het een bezwaarschrift gericht tegen een namens burgemeester en wethouders genomen besluit, waarbij besloten is de aanvraag voor een participatiepakket op grond van de Participatiewet af te wijzen, de gemeentelijke bijdrage voor de collectieve zorgverzekering in te trekken, de bijzondere bijstand voor rechtshulp terug te vorderen, een boete op te leggen vanwege het niet naleven van de inlichtingenverplichting en tot terugvorderen van leenbijstand. De commissie adviseerde om het bezwaar voor wat betreft de hoogte van de boete gegrond te verklaren. De commissie adviseerde om de bestreden beschikking in die zin aan te passen dat de opgelegde boete wordt verlaagd naar 50% van het benadelingsbedrag. Voor het overige adviseerde de commissie om de bezwaren ongegrond te verklaren. De commissie kwam als volgt tot haar advies. Op grond van artikel 18a, eerste lid, van de Participatiewet legt het college een bestuurlijke boete op van ten hoogste het benadelingsbedrag bij het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting als bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Participatiewet (de inlichtingenverplichting). Dat was in de onderhavige zaak aan de orde.
Het benadelingsbedrag is, zo staat beschreven in artikel 18a, tweede lid, van de Participatiewet, het bedrag dat als gevolg van het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtenverplichting ten onrechte of tot een te hoog bedrag aan bijstand is ontvangen. In het Boetebesluit Socialezekerheidswetten staat in artikel 2 hoe de hoogte van de bestuurlijke boete, die dan kan worden opgelegd, wordt berekend. Bij een opzettelijke overtreding is het boetebedrag 100% van het benadelingsbedrag. Bij een overtreding van de inlichtingenverplichting met grove schuld, wordt de boete vastgesteld op 75% van het benadelingsbedrag. Daarvan is in dit geval naar het oordeel van de gemeente sprake. In lid 3 van artikel 2a van het Boetebesluit Socialezekerheidswetten staat beschreven wanneer sprake kan zijn van grove schuld. Het gaat dan kort gezegd om: a- de betrokkene heeft bij herhaling geen of onjuiste informatie verstrekt, terwijl ten aanzien van deze overtreding ten minste sprake is geweest van een normale verwijtbaarheid, of b- er is sprake van samenloop van omstandigheden die in onderlinge samenhang leiden tot grove schuld.
7
In dit geval geldt dat bezwaarde meermaals in de gelegenheid is gesteld informatie over haar inkomsten te verstrekken, maar dat zij dat niet heeft gedaan. Echter de commissie is van mening dat er geen sprake is van grove schuld. Bezwaarde wordt namelijk namens de gemeente begeleid door een vrijwilliger. Tijdens de hoorzitting is door de vrijwilliger aangegeven, dat hij alerter had moeten zijn bij de begeleiding. Hij heeft bezwaarde weliswaar gewezen op de inlichtingenplicht, maar hij gaf aan van mening te zijn, dat hij haar ook had moeten begeleiden bij het voldoen aan deze verplichting. Bezwaarde heeft verder zelf tijdens de hoorzitting aangegeven, niet altijd alles te begrijpen. Er is naar het oordeel van de commissie dan ook geen sprake van grove schuld. De boete moet daarom gesteld worden op 50% van het benadelingsbedrag. Indien geen sprake is van opzet of grove schuld ten aanzien van de overtreding van de inlichtingenverplichting, wordt de boete namelijk vastgesteld op 50 procent van het benadelingsbedrag (artikel 2 lid 4 Boetebesluit Socialezekerheidswetten). Het college heeft het advies van de commissie gevolgd en de bestreden beschikking aangepast.
In het tweede geval ging het om een bezwaarschrift gericht tegen het namens het college van de burgemeester en wethouders ingetrokken besluit van 18 maart 2019 en vervolgens wederom op 16 april 2019 genomen besluit, waarbij een last onder dwangsom is opgelegd. In deze zaak adviseerde de commissie het volgende: • het bezwaar voor zover het is gericht tegen het besluit van 18 maart 2019 nietontvankelijk te verklaren. Dit besluit was inmiddels ingetrokken, bezwaarde heeft dan ook geen belang meer bij behandeling van de bezwaren gericht tegen dit besluit. • het bezwaar voor zover het is gericht tegen het besluit van 16 april 2019 gegrond te verklaren op het punt van de formulering van de last en in de beschikking op bezwaar die formulering te wijzigen. De commissie vond dat ten aanzien van de lastgeving en de te verrichten herstelmaatregelen een nader verduidelijking c.q. concretisering nodig was. Verder adviseerde de commissie het bestreden besluit aan te passen in de zin dat er een begunstigingstermijn wordt opgenomen van twee dagen na het verstrijken van de in de uitspraak van de voorzieningenrechter genoemde opschortingstermijn van zes weken na de bekendmaking van de beslissing op bezwaar. • het bezwaar voor zover het is gericht tegen het besluit van 16 april 2019 voor het overige ongegrond te verklaren. Het college heeft het advies gedeeltelijk overgenomen.
Het college is namelijk niet overgegaan tot het gegrond verklaren van het bezwaar op het punt van de formulering van de last. Volgens het college is het vast gebruik om de formulering van een besluit te herstellen in de heroverweging. Het is volgens het college duidelijk dat het gaat om een verschrijving. Het college ziet geen reden om het bezwaar op dit punt gegrond te verklaren. Intrekken besluit door het college naar aanleiding van advies van de commissie In dit verslagjaar zijn 9 bezwaarschriften ingetrokken. Deze zaken zijn allemaal voor de hoorzitting door bezwaarden ingetrokken. Er zijn dan ook geen besluiten door het bestuursorgaan zelf ingetrokken naar aanleiding van een advies van de commissie. Motivering aanpassen Er is in 2019 een aantal keer door de commissie geadviseerd om de motivering van een besluit aan te passen, bijvoorbeeld in geval van bezwaren tegen een verkeersbesluit. De commissie adviseerde toen om de motivering aan te vullen om duidelijk te maken, dat er alternatieve maatregelen geprobeerd zijn die niet tot resultaat hebben geleid. Ondanks de alternatieve maatregelen bleef er sprake van een verkeersonveilige situatie.
8
Beroep Een van de doelstellingen van de bezwaarschriftenprocedure is het zoveel mogelijk voorkomen van het bij de rechter instellen van beroep. In dat licht bezien wordt de bezwaarschriftenprocedure ook wel als verlengde besluitvorming gezien met de mogelijkheid om eventuele gebreken in de primaire besluitvorming te herstellen zonder dat daar een rechter aan te pas hoeft te komen. Tegen de heroverwegingsbesluiten van de in dit verslagjaar behandelde bezwaarschriften is tegen 6 heroverwegingsbesluiten beroep ingesteld. Het betrof de volgende besluiten: 1. een tweetal besluiten d.d. 6 maart 2019, waarbij verzoeken om handhavend op te treden tegen een geplaatste schuur zijn afgewezen. De commissie adviseerde om de bezwaren ongegrond te verklaren onder handhaving van de bestreden beschikkingen. Dit advies is door het college gevolgd. Bezwaarden hebben vervolgens (gezamenlijk) beroep bij de rechtbank ingesteld. Dit beroep is afgewezen. Bezwaarden zijn vervolgens in hoger beroep gegaan bij de Raad van State. Ook het hoger beroep is afgewezen. 2. het besluit d.d. 5 november 2018, verzonden 8 november 2018, waarbij een last onder dwangsom is opgelegd. De commissie adviseerde om de bezwaren ongegrond te verklaren onder handhaving van de bestreden beschikking. Dit advies heeft het college overgenomen. Bezwaarde is in beroep gegaan bij de rechtbank.
De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard. 3. Het besluit d.d. 20 november 2018, verzonden 21 november 2018, waarbij een omgevingsvergunning is verleend voor het gebruiken van een bijgebouw als gastenverblijf en Bed&Breakfast. De commissie adviseerde om de bezwaren ongegrond te verklaren en de bestreden beschikking te handhaven. Het advies heeft het college overgenomen. Bezwaarde is in beroep gegaan bij de rechtbank. Het oordeel van de rechtbank is nog niet bekend. 4. Het ingetrokken besluit van 18 maart 2019 en het vervolgens op 16 april 2019 genomen besluit, waarbij een last onder dwangsom is opgelegd. De commissie adviseerde het volgende: • het bezwaar voor zover het is gericht tegen het besluit van 18 maart 2019 nietontvankelijk te verklaren. Dit besluit is inmiddels ingetrokken, bezwaarde heeft dan ook geen belang meer bij behandeling van de bezwaren gericht tegen dit besluit. • het bezwaar voor zover het is gericht tegen het besluit van 16 april 2019 gegrond te verklaren op het punt van de formulering van de last en in de beschikking op bezwaar die formulering te wijzigen als hierboven overwogen.
Verder adviseerde de commissie het bestreden besluit aan te passen in de zin dat er een begunstigingstermijn wordt opgenomen van twee dagen na het verstrijken van de in de uitspraak van de voorzieningenrechter genoemde opschortingstermijn van zes weken na de bekendmaking van de beslissing op bezwaar. • het bezwaar voor zover het is gericht tegen het besluit van 16 april 2019 voor het overige ongegrond te verklaren. • de motivering van het bestreden besluit aan te vullen. Het college heeft het advies gedeeltelijk overgenomen. Het college is niet overgegaan tot het gegrond verklaren van het bezwaar op het punt van de formulering van de last. Volgens het college is het namelijk vast gebruik om de formulering van een besluit te herstellen in de heroverweging. Het is volgens het college duidelijk dat het gaat om een verschrijving. Het college ziet geen reden om het bezwaar op dit punt gegrond te verklaren. Voor het overige is het advies overgenomen. Bezwaarde is in beroep gegaan bij de rechtbank. Het oordeel van de rechtbank is nog niet bekend. 5. Het besluit van 28 mei 2019, waarbij de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het strijdig gebruiken van gronden voor het parkeren van een caravan voor de duur van tien jaar is afgewezen. De commissie adviseerde om de bezwaren ongegrond te verklaren en de bestreden beschikking te handhaven. Het advies heeft het college
9
overgenomen. Bezwaarde is in beroep gegaan bij de rechtbank. Het oordeel van de rechtbank is nog niet bekend. Categorieën bezwaarschriften De commissie heeft zich in 2019 over verschillende onderwerpen gebogen. De onderwerpen zijn onderverdeeld in vier hoofdcategorieën, te weten: 1. Bouwzaken Het onderdeel bouwzaken omvat bijvoorbeeld het verlenen en weigeren van ontheffing, verlenen en weigeren van een omgevingsvergunning en het al dan niet toekennen van planschade. Jaar
Totaal aantal bezwaren
Bezwaren met onderwerp Bouwzaken
2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019
36 23 45 43 64 39 35 39 34
10 9 5 12 1 2 6 6 7
tabel 3: overzicht aantal bezwaren met onderwerp bouwzaken
Bouwzaken
Overige bezwaren
7 27
Bezwaren met het onderwerp bouwzaken
grafiek 3: Bouwzaken
In 2019 vielen 7 van de 34 bezwaarschriften in de categorie bouwzaken. Sinds langere tijd is het aantal bezwaren met het onderwerp bouwzaken op het totaal gezien laag. De vakafdeling geeft hierover aan, dat dit mogelijk wordt veroorzaakt, doordat met de invoering van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) in 2010 verschillende vergunningstelsels zijn gebundeld in één parapluvergunning (o.a. bouwen, slopen, kappen, aanleggen). Door verschillende onderdelen te combineren in één aanvraag en in één vergunning, zijn er minder voor bezwaar vatbare besluiten. Ten tweede zijn met de invoering van de Wabo en het Besluit omgevingsrecht (Bor) meer bouwwerkzaamheden vergunningvrij geworden. Ten derde staat tegen een omgevingsvergunning, die is verleend met toepassing van een uitgebreide voorbereidingsprocedure (afd. 3.4. Awb), geen bezwaar meer open. Hiertegen staat rechtstreeks beroep open. Ook is de sloopvergunning vervangen door de sloopmelding. Tegen een sloopmelding staat voor derden geen bezwaar open.
10
2. Handhaving Onder handhaving wordt verstaan het handhaven van bepalingen uit de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Woningwet, het Besluit omgevingsrecht, het Bouwbesluit 2012 en de Monumentenwet. Hieronder valt ook het handhaven van de bepalingen uit de bestemmingsplannen, de Bouwverordening, de Welstandsnota en de gemeentelijke Monumentenverordening. Het handhaven van sociale wetgeving valt onder “Sociale Zaken”. Jaar
Totaal aantal bezwaren
Bezwaren met onderwerp Handhaving
2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019
36 23 45 43 64 39 35 39 34
3 8 6 5 6 0 3 6 4
tabel 4: overzicht aantal bezwaren met onderwerp Handhaving Handhaving
Overige bezwaren
4 30
bezwaren met het onderwerp Handhaving
grafiek 4: Handhaving
Dit jaar zijn er 4 bezwaarschriften op het gebied van handhaving ontvangen. De laatste jaren zijn de aantallen bezwaren op dit gebied ten opzichte van de totaal ingediende bezwaren steeds relatief laag. De vakafdeling vermoedt, dat dit komt doordat er sinds 2013 meer wordt ingezet op communicatie. Dit samen met het scherpere voortraject van handhaving, dat in het teken staat van het vinden van oplossingen voor overtredingen en het voorkomen van juridische procedures, zorgt ervoor dat er geen extreme stijging van het aantal handhavingszaken plaatsvindt. 3. Sociale Zaken Hierbij moet gedacht worden aan bezwaarschriften in het kader van sociale wetgeving, bijvoorbeeld de Participatiewet en de Wet Maatschappelijke Ondersteuning. Jaar
Totaal aantal bezwaren
Bezwaren met onderwerp Sociale Zaken
2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019
36 23 45 43 64 39 35 39 34
6 4 9 16 35 16 8 10 12
tabel 5: overzicht aantal bezwaren met onderwerp Sociale Zaken
11
Sociale Zaken
Overige bezwaren
12 22 Bezwaren met het onderwerp sociale zaken
grafiek 5: Sociale Zaken
Ten opzichte van 2018 is er op het gebied van Sociale Zaken sprake van een lichte stijging van het aantal bezwaarschriften. Een verklaring is hiervoor niet te geven. 4. Overige zaken Het onderwerp “Overige Zaken” is de vergaarbak van de bezwaarschriften die niet in de andere 3 categorieën thuis horen. Er is in deze categorie geen eenduidigheid te geven. Het betrof in 2019 onder andere bezwaarschriften op het gebied van verkeer, leerlingenvervoer, toekennen van een adres en de Algemene plaatselijke verordening. De onderwerpen en het percentage van het totaal van het aantal ingediende bezwaarschriften variëren. Jaar
Totaal aantal bezwaren
Bezwaren met onderwerp “Overig Zaken”
2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019
36 23 45 43 64 39 35 39 34
17 2 25 10 35 21 18 17 11
tabel 6: overzicht aantal bezwaren met onderwerp “Overige Zaken”
Overige Zaken
Overige bezwaren
11 23
Bezwaren met het onderwerp overige zaken
grafiek 6: Overige zaken
12
Afhandeling De Algemene wet bestuursrecht (Awb) geeft aan welke termijn er geldt voor het behandelen van bezwaarschriften. Indien er een bezwaarschriftencommissie is ingesteld, is de termijn 12 weken. Deze termijn kan met 6 weken verdaagd worden. Uiteraard is verdere verdaging mogelijk indien de bezwaarmaker daarmee instemt. De beslistermijn vangt aan op de dag na het eindigen van de bezwaartermijn. De beslistermijn is een zogenaamde termijn van orde. Overschrijding van de termijn brengt in beginsel geen sanctie met zich mee. Door de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen is hierin verandering gekomen. In deze wet wordt namelijk wel een sanctie opgenomen. Indien een bestuursorgaan niet tijdig beslist op het bezwaarschrift, verbeurt dit orgaan een dwangsom voor elke dag dat het in gebreke is. Het recht op deze dwangsom ontstaat indien de gemeente niet binnen 2 weken na ingebrekestelling door de bezwaarmaker alsnog beslist. De maximale looptijd van de dwangsom bedraagt 42 dagen en de dwangsom bedraagt maximaal €1.442, 00. In het jaarverslag 2019 zijn 34 zaken opgenomen. De commissie heeft partijen in 23 van deze zaken gehoord. In 9 gevallen is geen hoorzitting gehouden, omdat deze bezwaarschriften voor de hoorzitting werden ingetrokken. In 2019 kon verder 2 keer worden afgezien van horen, omdat de bezwaarschriften kennelijk niet-ontvankelijk waren.
Eén van de bezwaarschriften is kennelijk niet-ontvankelijk verklaard, omdat het bezwaarschrift geen gronden voor het bezwaar bevatte en bezwaarde deze gronden niet op tijd heeft aangevuld. Het andere bezwaarschrift is kennelijk niet ontvankelijk verklaard, omdat het bezwaarschrift geen adres en geen handtekening bevatte. Bezwaarde is in de gelegenheid gesteld om dit te herstellen, maar heeft dit nagelaten. Van de in 2019 door de commissie behandelde bezwaarschriften is 100% binnen de termijn van 18 weken afgehandeld. Dagen, die verstrijken doordat de behandeling met toestemming, op verzoek of door toedoen van bezwaarde geen doorgang kan vinden, worden voor de berekening van de termijn niet meegerekend. Ook ingetrokken bezwaarschriften en bezwaren, waarvan het nieuwe besluit nog niet bekend is, worden niet meegerekend in deze termijn. Ook in 2019 zijn er dan ook geen dwangsommen uitbetaald vanwege niet-tijdig beslissen.
13