21 04 03 brief college Projectplan IVH op Voorne-Putten-Goeree bijl 2
Tekst van het document
Intensieve vrijwillige hulp op Voorne Putten en Goeree Overflakkee Projectplan Versie 8 januari 2021
2
Inhoudsopgave Inleiding ...................................................................................................................... 4 IVH, de context............................................................................................................ 6 1. De decentralisatie van Intensieve Vrijwillige Hulp op VPG ..................................... 6 2. Landelijk en regionaal kader ................................................................................... 8 3. Intergemeentelijke samenwerking ......................................................................... 8 IVH, de aanpak ............................................................................................................ 11 4. Opdrachtverstrekking .............................................................................................. 12 5. Kwaliteit(skader) IVH ............................................................................................... 14 6. Werkprocessen........................................................................................................ 15 7. Samenwerkingsafspraken ....................................................................................... 15 8. Zorgcontinuïteit ....................................................................................................... 16 9.
Monitoring ............................................................................................................... 17 IVH, de projectbeheersing............................................................................................ 18 10. Proces en besluitvorming ........................................................................................ 18 11. Planning ................................................................................................................... 18 12. Financiën ................................................................................................................. 18 13. Communicatie ......................................................................................................... 19 14. Risico’s ..................................................................................................................... 20 Bijlagen 1. Rapport ‘Samenwerking in vrijwillig kader tussen gemeenten en Gecertificeerde instelling (GI’s)’ 2. Ambtelijke reactie aan de GRJR inzake aanpak en zorgcontinuïteit implementatie IVH 3. Maatschappelijke kosten en baten IVH op Voorne Putten Goeree Overflakkee
3
Inleiding Op Voorne-Putten Goeree Overflakkee (VPG) hebben wij tot doel dat alle kinderen gezond, veilig en kansrijk opgroeien in een gezin waar ze hun talenten kunnen ontplooien. In het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind spraken wij af dat wanneer ouders (of andere verantwoordelijken) deze verplichting niet na kunnen komen, de overheid het kind moet voorzien van de nodige zorg. Op VPG willen we dat doen met zorg die nabij en passend is. Dit betekent zo dicht mogelijk bij het gezin, in de school en in de omgeving van het kind en zijn gezin. We gaan daarbij uit van de veerkracht van kinderen en gezinnen en stimuleren deze veerkracht. Kwetsbare kinderen Nederland is een welvarend land waar de meeste dingen goed geregeld zijn voor kinderen. Toch geldt dit helaas nog niet voor alle kinderen in ons land. In 2019 voerde de Raad voor de Kinderbescherming een kleine 18.000 beschermingsonderzoeken uit in Nederland. Het gaat om kwetsbare kinderen, die dringend hulp nodig hebben en waar de problematiek in de gezinssituatie bijna altijd complex is. Twee voorbeelden uit de praktijk Er wordt een huisverbod afgegeven door de burgemeester. Vader heeft moeder in elkaar geslagen en huisraad kapotgeslagen. Kinderen van acht en zes zijn getuigen. Vader heeft ook een van de kinderen proberen te wurgen. Moeder heeft niet ingegrepen.
Als peuter wordt er nooit met Kim gespeeld of geknuffeld. Later wordt ze compleet genegeerd door haar ouders. Je ziet de littekens niet aan de buitenkant maar ze zijn er wel degelijk. Als Kim volwassen is, wordt ze depressief en ontwikkelt ze angsten. Ze heeft nu hulp en langzaam gaat het beter met haar, maar het gemis van veiligheid in haar jeugd belemmert haar nog altijd dagelijks. Oproeien in een onveilige situatie heeft grote impact op kinderen. Het behoeft geen vlammend pleidooi dat deze kinderen hulp en bescherming nodig hebben. Het gaat daarbij niet alleen om de directe schade maar ook om de blijvende gevolgen. Jongvolwassenen die hun plek in de samenleving niet kunnen vinden, het ontbreken van bestemming en erkenning. De intergenerationele component. Als we niets doen voor deze inwoners, onze kinderen, treft dat niet alleen henzelf maar ook onze samenleving als geheel. Hulp aan kwetsbare kinderen kan en moet beter Welk beeld zien we? In november 2019 wordt door de inspectie gezondheidszorg en jeugd (IGJ) en de inspectie justitie en veiligheid (IJenV) gesteld dat kwetsbare kinderen in Nederland onvoldoende beschermd zijn. De jeugdbeschermingsketen staat zwaar onder druk. Er zijn wachtlijsten waardoor kinderen niet tijdig passende hulp krijgen.
In de regio Rotterdam Rijnmond ligt het percentage jeugdbeschermingsmaatregelen hoger dan het landelijk gemiddelde (landelijk 8% en RR 8,7%). Ook voor onze regio geldt dat we te maken hebben met wachtlijsten. De doorstroom stokt waardoor onnodig zwaardere vormen van hulp ingezet moeten worden of hulp duurt langer dan in eerste instantie nodig was. Gelijktijdig constateren de raad voor strafrechttoepassing en jeugdbescherming en de raad volksgezondheid & samenleving in het rapport Heldere grenzen aan drang in de jeugdzorg ook dat de kwetsbare positie van jeugdigen en gezinnen verbeterd moet worden. Doordat drang te dicht tegen dwang 1 aan georganiseerd is wordt het onduidelijk voor gezinnen hoe vrijwillig de hulp eigenlijk is en wordt de eigen inbreng geremd. Zij adviseren om drang en dwang beter te scheiden en bij drang voortaan te spreken van intensieve vrijwillige hulp (IVH).
1
Definitie dwang en drang Dwang: hulp in het gedwongen kader (jeugdbescherming) na uitspraak van een rechter. Drang: Over drang wordt verschillend gedacht. Een eenduidige definitie is er dan ook niet. Jeugdigen en ouders zien drang al snel als dwang. Hulp die wordt opgelegd, waarbij ze geen keuze of eigen inbreng meer hebben. Jeugdprofessionals willen dat hulp aan ouders en jeugdigen in de jeugdzorg vrijwillig blijft, ook als de hulp intensiever wordt. Vanuit het perspectief van de wetgever en beleidsmakers is drang een manier om gedwongen jeugdbescherming te voorkomen. Dit beleid plaatst drang tussen vrijwillige en gedwongen hulp in. Hierdoor wordt de grens tussen vrijwillige hulp en gedwongen hulp (jeugdbescherming) vaag. Bron: rapport Heldere grenzen aan drang in de jeugdzorg
4
Bovenstaand beeld past niet bij ons streven om alle kinderen op Voorne-Putten en Goeree Overflakkee (VPG) gezond, kansrijk en veilig op te laten groeien. Daar waar er onveiligheid of ontwikkelingsbedreigingen zijn, willen we juist dat het gezin tijdig de juiste ondersteuning krijgt. En dat dan zo dicht mogelijk in hun eigen leefomgeving (thuis, wijk, school etc.). Noodzakelijke redenen dus om de hulp aan kwetsbare kinderen te verbeteren. Niets doen is geen optie. Gemeenten op VPG nemen verantwoordelijkheid en investeren in het op orde brengen van de jeugdbeschermingsketen en het ontlasten van deze keten vanuit hun regierol in het vrijwillig kader. Passend en nabij: Intensieve vrijwillige hulp door de lokale teams2, Zowel het besluit om een raadsonderzoek te starten als het besluit om te verzoeken een maatregel van kinderbescherming op te leggen, grijpen diep in de dagelijkse leef- en opvoedingssituatie van kinderen en hun ouders. De consequenties van deze beslissingen zijn groot. Iedere keer dat we een onderzoek kunnen voorkomen, mogen we dit daarom niet nalaten. Ieder kind heeft recht op toekomstperspectief. De eerste belangrijke wijziging is daarom het anders inrichten en positioneren van de voormalige drang waardoor de jeugdbeschermingsketen wordt ontlast.
In een eerder stadium is de basis hiervoor reeds gelegd door de introductie van intensieve vrijwillige hulp en het onderbrengen van IVH zonder onderzoek bij de lokale teams. Deze twee wijzigingen hebben ons geleerd dat IVH heel goed past in het palet van vrijwillige hulp (op alle leefgebieden aan gezinnen en kinderen) die gemeenten reeds bieden via de lokale teams. IVH is daarmee geen op zichzelf staand product maar is onderdeel van de integrale dienstverlening van gemeenten. De vrijwilligheid van IVH wordt daarmee verstevigd. Ten tweede zagen we dat wanneer er sprake is van onveiligheid of ontwikkelingsbedreigingen de lokale teams hulp kunnen bieden die aansluit bij wat nodig is. De transitie van IVH naar het lokale team biedt daarmee zowel kwalitatieve kansen (normaliseren), de kans om af te schalen (betere kosten/baten verhouding) als kansen om de keten te ontlasten. We kiezen er daarom voor om deze ingezette beweging uit te bouwen. Enerzijds door IVH nog steviger onderdeel te maken van de integrale dienstverlening en daarmee een bewuste keuze te maken wanneer je deze methodische werkwijze inzet en anderzijds door ook de IVH met VTO onder te brengen bij de lokale teams. Daarnaast worden er ook maatregelen genomen die buiten dit projectplan vallen maar die elkaar wel versterken in het verbeteren van de hulp aan kwetsbare kinderen.
Zo wordt er door de gemeenten geïnvesteerd in de jeugdbescherming zelf. De gemeenten in de Rijnmond besloten onlangs dat de gecertificeerde instellingen (GI) de focus moeten leggen op volledige uitvoering van de wettelijke dwangtaken en hiervoor ook de benodigde middelen krijgen. Ook wordt er door de regio gestuurd op de wachtlijsten. Hiervoor worden verbeterplannen gemaakt door de raad voor de kinderbescherming. Leeswijzer Omdat het gaat om de bescherming van de meest kwetsbare kinderen krijgen de lokale teammedewerkers er een verantwoordelijke en moeilijke taak bij. Ze hebben de opdracht om de juiste zorg te organiseren in een ingewikkeld zorgveld met gezinnen die hulp niet altijd zonder meer verwelkomen. Om ervoor te zorgen dat de lokale teams klaar zijn om deze taak over te nemen is het van belang dat er een zorgvuldige implementatie volgt op het besluit. In dit projectplan wordt de wijze waarop we gaan implementeren beschreven. In het eerste deel wordt de context van de decentralisatie van de intensieve vrijwillige hulp beschreven. Dit bestaat uit het schetsen van het landelijk en regionaal kader, wat we op VPG verstaan onder intensieve vrijwillige hulp en op welke wijze we IVH positioneren in het spectrum van hulp en ondersteuning aan jeugdigen en op welke wijze we hier intergemeentelijk op samenwerken. Deel twee beschrijft vervolgens de aanpak.
Binnen welk kader we gaan inkopen, aan welke kwaliteit IVH moet voldoen, welke werkprocessen nodig zijn en hoe we samenwerken in de keten. In dit deel wordt ook de zorgcontinuïteit, communicatie en de monitoring opgepakt. Het laatste deel beschrijft tot slot de projectbeheersing. Hierin wordt het besluitvormingsproces beschreven, is er een planning opgenomen en worden de financiën en risico’s benoemd.
2
Onder de lokale teams verstaan we de jongerenondersteuningsteams en de sociale gebiedsteams. Omdat de gemeenten verschillende benamingen gebruiken wordt in dit stuk verder gesproken van lokaal team.
5
De context In dit hoofdstuk wordt de context beschreven die ten grondslag ligt aan de decentralisatie van de IVH. In onderstaande afbeelding is gestart met de decentralisatie visueel weer te geven.
Oud
Nieuw
1. De decentralisatie van Intensieve Vrijwillige Hulp op VPG Met de decentralisatie van IVH naar de lokale teams willen we de jeugdbeschermingsketen ontlasten. We doen dit niet alleen door het verschuiven van taken maar beogen ook een transformatie. Waardoor we beter passende hulp kunnen bieden aan deze kwetsbare kinderen. Om dit vorm te geven zijn we gestart om de context van IVH te schetsen: - De jeugdbeschermingsketen, de processtappen - Wat verstaan we onder IVH op VPG? - Hoe maakt IVH onderdeel uit van de integrale dienstverlening en daarmee het inbrengen van het maken van een bewuste keuze wanneer je IVH wel/niet inzet. - Wat maakt de lokale teams de beste partij om IVH uit te voeren? De jeugdbeschermingsketen In onderstaande plaatje zijn de verschillende processtappen opgenomen die in de jeugdbeschermingsketen (kunnen) worden doorlopen.
Definiëring IVH op VPG Onder intensieve vrijwillige hulp verstaan we een proces van hulp en zorg verlenen in het vrijwillige kader van de jeugdhulp, waarbij de jeugdprofessional volgens een vaste methodiek, stapsgewijs meer invloed uitoefent, meer verantwoordelijkheid neemt en daarmee steeds intensiever hulp en zorg verleent én tegelijkertijd de vrijwilligheid van de hulp garandeert.
6
Bewuste keuze wanneer IVH passend is IVH is een specifieke werkwijze waar sturing ingezet wordt om de veiligheid te herstellen en/of om een ontwikkelingsbedreiging af te wenden. Wanneer blijkt dat er veiligheids- en of ontwikkelingsbedreigingen zijn en deze niet zonder meer zijn op te lossen dient het lokaal team een keuze te maken of intensieve vrijwillige hulp passend is. Hierbij gebruiken we de volgende uitgangspunten: - De afweging om IVH in te zetten is een bewuste. IVH kenmerkt zich door een duidelijk begin en eind en focust op de veiligheid en ontwikkelingsbedreigingen. Hiermee dient de start van IVH tevens als een markeerpunt voor het gezin. Intensieve zorg binnen het vrijwillig kader. - Bij de start is er vertrouwen dat door de inzet van IVH of IVH VTO de veiligheid hersteld kan worden en of ontwikkelingsbedreigingen kunnen worden afgewend. Het is geen overbruggingszorg naar dwang. - Doelstelling van IVH is altijd het versterken van de eigen inbreng van gezinnen en een eenduidige duidelijke communicatie richting het gezin. Voor het gezin is helder waar de scheiding ligt tussen het vrijwillige en gedwongen kader. Tot aan de uitspraak van de kinderrechter is er sprake van een vrijwillig kader.
Belangrijk is verder dat jeugdigen, onder meer, het recht toekomt op inspraak in de uiteindelijke beslissing over en invulling van de hulp en het recht hebben op een afweging, waarbij hun belangen specifiek aan bod komen. - Wanneer besloten wordt tot de inzet van IVH wordt een keus gemaakt tussen IVH of IVH VTO. De methodiek van beiden is nagenoeg hetzelfde. Bij de laatste wordt echter ook het juridisch traject opgestart. Ouders worden voorbereid op de jeugdbeschermingstafel en het onderzoek van de raad voor kinderbescherming. - Blijkt na afloop dat de IVH onvoldoende resultaat heeft opgeleverd dan is er een belangrijke basis gelegd voor het mogelijk daaropvolgende dwangtraject. In theorie zou het dwangtraject daarmee verkort kunnen worden. Heeft het IVH traject zoals vooraf ingeschat wel degelijk de gewenste resultaten opgeleverd dan wordt het gezin (indien nog nodig) verder geholpen via de basishulp. De kracht van het lokaal team De volgende inhoudelijke overwegingen liggen ten grondslag aan de keuze om IVH door de lokale teams uit te laten voeren: - Door deze taak bij de lokale teams te beleggen kunnen de gemeenten beter sturen op de instroom en daarmee ook op de beweging om te normaliseren waar mogelijk. De lokale teams zijn als geen ander in staat om veiligheid in het brede perspectief van gezond en veilig opgroeien, zelfstandig worden en participatie te plaatsen.
- De lokale teams zijn expert om in het cliëntproces de eigen kracht en eigen inbreng van gezinnen te stimuleren. Daarnaast behoort het opzetten van steunsystemen tot de core business van de lokale teams. - De lokale teams zijn aanwezig in de wijken en buurten. Hierdoor kunnen ze oplossingen dichtbij organiseren en kunnen ze gebruik maken van de steunstructuren die aanwezig zijn in de wijk en buurt. Dit kan teven helpen bij het normaliseren van de problemen. Zo zwaar als nodig en zo licht als mogelijk. - Doordat de lokale teams in de wijken aanwezig zijn hebben ze meer zicht op gezinnen en zijn ze laagdrempelig toegankelijk. Dit komt ten goede aan het snel en effectief signaleren van veiligheidsissues en ontwikkelingsbedreigingen. Om dit pluspunt goed te benutten is het van belang dat de teamleden competenties en vaardigheden hebben om veiligheidsrisico’s en beschermende factoren te herkennen en daarop adequaat te handelen. - De lokale teams worden met deze werkwijze een constante factor voor de gezinnen die te maken krijgen met veiligheid en ontwikkelingsbedreigingen. Gedurende het proces hebben ze een vast aanspreekpunt en iemand die overzicht heeft over het geheel. Dit is belangrijk om casusregie goed uit te kunnen voeren. Daarnaast draagt het bij aan het verstevigen van de samenwerkingsnetwerken.
- Bij het ontstaan van de lokale teams is netwerken een basisvaardigheid geworden van de mensen in het lokaal team. Doordat ze zich zowel in de netwerken in de wijk begeven als in de professionele netwerken goed kennen zijn ze in staat om samenwerking te organiseren en maatwerk gericht op de vragen van een gezin te bieden. - Door het bij het lokaal team te beleggen verstevigen we de scheiding tussen het vrijwillig en het gedwongen kader. Voor gezinnen is duidelijk dat het gaat om vrijwillige hulp. Hiermee wordt ook de inbreng van gezinnen versterkt. Met deze verschuiving streven we naar een kwaliteitsverbetering die past bij de transformatiedoelstellingen van het sociaal domein.
7
2. Landelijk en regionaal kader De onderstaande ontwikkelingen en besluiten zijn voorafgegaan of lopen gelijktijdig op aan het voorstel om IVH van de GI te verschuiven naar de lokale teams. Deze vormen het kader waarbinnen we de decentralisatie vormgeven. - In november 2019 brengen de raad voor strafrechttoepassing en jeugdbescherming en de raad volksgezondheid & samenleving het rapport Heldere grenzen aan drang in de jeugdzorg uit. Hierin nemen de raden positie in ten aanzien van de vraag wat onder drang wordt verstaan en of drang vanuit juridisch en ethisch oogpunt mag worden ingezet. Zij adviseren om drang en dwang beter te scheiden en bij drang voortaan te spreken van intensieve vrijwillige hulp. - Gelijktijdig wordt door de inspecties Gezondheidzorg en Jeugd en Justitie en Veiligheid het rapport Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd gepubliceerd. De inspecties stelden vast dat de gecertificeerde instellingen voor jeugdbescherming en jeugdreclassering in het hele land op dat moment onvoldoende in staat waren om hun wettelijke taken uit te voeren. Dit werd onder meer geweten aan de bekostiging van de GI’s. - KPMG voert in 2019 in opdracht van het Algemeen Bestuur (AB) van de Gemeenschappelijke Regeling Rotterdam Rijnmond een onderzoek uit naar de Producten, kwaliteit en tarieven JBRR.
- In december 2019 besluit het AB op basis van bovenstaande input: o De focus te leggen op volledige uitvoering van de wettelijke dwangtaken door Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (JBRR). Voor drang resterende beschikbare fte’s in te zetten. o In lijn met de transformatiegedachte de samenwerking tussen lokale teams en de GI’s in drangzaken te herijken. Gemeenten vinden dat zij de regierol in het vrijwillig kader moeten gaan invullen en zien de verschuiving van inzet in vrijwillig kader van de Gi’s naar de lokale teams/veld als het wenselijke toekomstperspectief. o Dit proces op verzoek van het AB zorgvuldig te laten gebeuren en de impact op de lokale teams en de GI inzichtelijk te maken. - In 2020 stelt het Pfo MaZa het Programmaplan aanpak voor de jeugd op Voorne Putten en GoereeOverflakkee waarin de strategie veilige gezinnen is opgenomen vast en brengt deze momenteel tot uitvoer. Voor de implementatie van de IVH is een subregionaal projectleider aangetrokken. - 14 oktober 2020 wordt door het AB van de GRJR de kadernota 2022 GRJR vastgesteld. Vijf leidende principes liggen ten grondslag aan de keuzes die gemaakt worden in deze kadernota. 1. Kinderen hebben een (t)huis en kunnen naar school, 2. Ouders en opvoeders zijn blijvend. 3. We luisteren naar de vraag van het kind en spreken de taal van het kind. 4. We doen wat helpt. 5. We streven altijd naar de best passende hulp.
De decentralisatie van de IVH naar de gemeenten is een van de maatregelen die hieruit voortkomt. Naar verwachting zal deze beweging tot een verlaging van de begroting voor de GI’s leiden. Deze is nog niet verwerkt in het meerjarenperspectief. - In opdracht van het AB GRJR hebben de gemeenten, GI en UO GRJR in gezamenlijkheid de gewenste samenwerking tussen de lokale teams en de GI’s inzake drang uitgewerkt. Het eindrapport Samenwerking in vrijwillig kader tussen gemeenten en gecertificeerde instelling (GI’s) is in september door het AB in ontvangst genomen. Op 16 oktober 2020 heeft de UO GRJR het rapport verzonden om aan te bieden aan de colleges van de gemeenten. In bijlage 1 treft u het eindrapport aan. - 30 november 2020 wordt de Regiovisie Jeugdhulp Regio Rijnmond Nabij en Passend opgeleverd. De visie heeft als doel om de hulp aan kwetsbare kinderen en gezinnen verder te versterken. Hiervoor gaat de regio investeren in een sterke lokale infrastructuur, de regionale en lokale infrastructuur beter op elkaar laten aansluiten en te kiezen voor samen leren wat werkt. Bouwstenen die in de visie staan en die aansluiten op de decentralisatie van de IVH trajecten zijn: inzet op preventie, verstevigen casusregie, bieden van hulp door de lokale infrastructuur, een brede benadering van veiligheid en ontwikkelen van expertisenetwerken. 3.
Intergemeentelijke samenwerking Met de decentralisatie van de IVH krijgen de lokale teams er een verantwoordelijke en stevige taak bij. Het is van belang dat er voldoende kennis, kunde en steun in het team aanwezig is om deze taak uit te voeren. Om dit te organiseren is er gekeken op welke manier de IVH het beste gepositioneerd kan worden. Voert ieder team apart van elkaar de IVH uit? Of biedt het meerwaarde om daar in de subregio Voorne Putten Goeree Overflakkee samen in op te trekken? En zo ja op welke manier. Maken we bijvoorbeeld een regionaal IVH team? Om tot de juiste samenwerkingsvariant te komen is gekeken hoe de transformatie de meeste kans van slagen heeft, welke variant het meest efficiënt is en waar kwaliteit het beste tot zijn recht kan komen. Verder
8
wordt in deze paragraaf aandacht besteed aan de wijze waarop de samenwerking geformaliseerd kan worden en hoe we de samenwerking toekomstbestendig maken in een dynamisch sociaal domein. De samenwerkingsvariant, het IVH-netwerk Voorgesteld wordt om samen te werken in een IVH-netwerk. In deze variant wordt gewerkt volgens de netwerkgedachte. De leden die de IVH-trajecten uitvoeren maken onderdeel uit van de lokale teams en vormen tegelijkertijd een subregionaal IVH-netwerk, waar expertise rondom veiligheid en ontwikkelingsbedreigingen met elkaar wordt gedeeld. Bij de netwerk variant werkt de professional samen met die partijen die nodig zijn om het traject uit te voeren. Dit vraagt flexibiliteit en organisatievermogen van de teamleden.
De volgende overwegingen liggen ten grondslag aan deze keuze: Transformatie: bij het IVH-netwerk wordt de hulp laagdrempelig en dichtbij georganiseerd. De IVH-verlener is geschoold om als generalist te werken en is daarmee in staat te normaliseren en de regie bij het gezin terug te brengen. Daarnaast dis de IVH-verlener in staat om als specialist op te treden. Hij/zij is gespecialiseerd in het uitvoeren van de IVH-methodiek. Daarnaast wordt in deze variant de nadruk op netwerken gelegd. De IVHspecialist heeft een groot netwerk waarvan hij/zij gebruik maakt voor de uitvoering van de IVH. Organisatie: Bij deze variant wordt flexibiliteit binnen het lokaal team geborgd. Teamleden kunnen enkel basiszorg uitvoeren. Teamleden kunnen basiszorg en IVH-trajecten combineren. Teamleden kunnen enkel IVHtrajecten uitvoeren. Hiermee kan per team gekeken worden wie het best past bij deze opdracht. Efficiëntie: Ook hier is flexibiliteit belangrijk. In deze variant kunnen pieken en dalen in de instroom opgevangen worden door intergemeentelijke samenwerking. De IVH-verleners kunnen bij onderbezetting inspringen daar waar de vraag het hoogst is. Hiermee voorkomen we tevens dat IVH-verleners onvoldoende werk hebben en moeten wachten tot hun inzet weer nodig is. Ook voor de werving van IVH-verleners geldt dat intergemeentelijke samenwerking leidt tot meer efficiëntie.
Kwaliteit: In deze variant vindt de deskundigheidsbevordering in het netwerk plaats. Enerzijds wordt aangesloten op de basishulp en anderzijds wordt het specialisme gevoed. Met betrekking tot het taakrijp maken van het team biedt deze variant wederom flexibiliteit. De consultatie en adviesfunctie kan intergemeentelijk georganiseerd worden. Hiermee kan een breder palet gerealiseerd worden. Ook op het gebied van samenwerking is het IVH-netwerk flexibel. De netwerkvariant uitgewerkt voor de drie functies Een IVH-traject wordt uitgevoerd door de drie verschillende functies: casusregie, hulp en de gedragswetenschapper. Ieder van deze functies heeft een aparte positionering in het lokaal team en het IVHnetwerk. Hulp: De verwachting is dat een deel van de hulp (13 weken) door de lokale teams opgepakt wordt en een deel door andere partijen uitgevoerd wordt. Denk aan de inzet van voorliggende voorzieningen of specialistische hulp. Dit maakt dat je de hulp niet op één plaats kan centreren. Dit is ook niet wenselijk want het uitgangspunt is dat diegene hulp biedt die het beste bij het gezin aansluit. Voor het bieden van hulp betekent dit dat maatwerk aan het gezin mogelijk moet zijn. Omdat deze samenwerking ook in de basishulp wordt ingezet is het logisch om de hulp in de lokale teams te verankeren. Daarnaast is de verwachting dat het bieden van hulp het
9
meest efficiënt en met de hoogste kwaliteit kan plaatsvinden vanuit de lokale teams wanneer je combinaties maakt tussen de basishulp en de IVH. Casusregisseur: De casusregisseur is het organisatietalent van het IVH-traject. Hij/zij moet als geen ander in staat zijn om samen te werken en te zorgen dat er aan een gezamenlijk afgestemd plan gewerkt wordt. Hiervoor heeft de casusregisseur een goed netwerk nodig en toegang tot informatie. Voor de casusregisseur is het daarnaast belangrijk dat hij een goede generalist is maar tegelijkertijd het specialisme IVH beheerst. Dit vraagt enerzijds om de transformatie als tweede natuur toe te kunnen passen en anderzijds specialist te zijn in het begeleiden van casussen waar veiligheid en ontwikkelingsbedreigingen aan de orde van de dag zijn. Het is dan van belang dat de casusregisseur zowel lokaal in het team werkt als dat hij zijn expertise op peil kan houden door uitwisseling met andere IVH-verleners. Bijvoorbeeld ook door gezamenlijk deskundigheidsbevordering te organiseren en de consultatie en adviesfuncties te bundelen. Voor de casusregie is het belangrijk om zoveel mogelijk flexibiliteit in te bouwen. Dit zorgt ervoor dat er efficiënt gewerkt kan worden en we meer kans van slagen hebben bij de werving. Maar ook dat we flexibiliteit houden in wie casusregie gaat uitvoeren.
Het is een vak apart waar teamleden affiniteit mee moeten hebben. Gedragswetenschapper: De gedragswetenschapper is op dit moment al werkzaam binnen alle lokale teams. Gezien de omvang van de extra taken die door IVH wordt toegevoegd lijkt het logisch om dit bij de huidige gedragswetenschappers onder te brengen. Daarnaast ondersteunt de gedragswetenschapper zowel de hulpverlener als de casusregisseur. Deze drie treffen elkaar in het lokaal team. Voor consultatie en advies en intervisie is het wel van belang dat de gedragswetenschapper betrokken is in het IVH-netwerk zodat zijn/haar deskundigheid optimaal benut kan worden. Op basis van bovenstaande afwegingen luidt het voorstel: De IVH te positioneren in de lokale teams en van daaruit een IVH-netwerk op te bouwen. Waar de gedragswetenschapper en hulpverlener hun basis vinden in het lokaal team en aansluiten op het netwerk zorgt de casusregisseur voor flexibiliteit en het verstevigen van de casusregie vanuit het netwerk. Samenwerkingsovereenkomst IVH Bij de uitvoering van de IVH gaan de lokale teams intergemeentelijk met elkaar samenwerken. Ze organiseren gezamenlijk de consultatie en advies, vormen met elkaar een netwerk waarbij ze elkaar ondersteunen in tijden van drukte en houden gezamenlijk de expertise in stand.
Om te zorgen dat de samenwerking aan ieders verwachtingen voldoet is het van belang om hier met elkaar aan de voorkant afspraken over te maken. Intergemeentelijke samenwerking kan in meerdere varianten worden georganiseerd. Omdat het hier gaat om een lichte vorm van samenwerking kan het vastleggen van deze afspraken ook in lichte vorm plaatsvinden. De meest lichte vorm van intergemeentelijke samenwerking is de regeling zonder meer. Hierbij sluiten de gemeenten een samenwerkingsovereenkomst/intentieverklaring met elkaar af waarin zij beschrijven op welke manier ze samenwerken. Het voorstel luidt: De intergemeentelijke samenwerking betreffende IVH vast te leggen in een regeling zonder meer (overeenkomst) tussen de vijf gemeenten. In deze overeenkomst wordt in ieder geval uitgewerkt: - Het IVH netwerk (de casusregie) - Consultatie en Advies - Deskundigheidsbevordering Toekomstbestendig samenwerken Bij het uitwerken van de positionering IVH is gekeken naar de beste vorm voor intergemeentelijke samenwerking gericht op de IVH. Tegelijkertijd verkennen de gemeenten VPG ook op andere terreinen in het sociaal domein of intergemeentelijke samenwerking nodig is of van meerwaarde is. Dit is onderdeel van de programmatische aanpak voor de jeugd op Voorne Putten en Goeree-Overflakkee.
Dit bredere perspectief op intergemeentelijke samenwerking dient eerst verder uitgewerkt te worden alvorens dit kan worden betrokken op de IVH. En is daarom nu geen onderdeel van dit project. Wel kan het zijn dat wanneer in de toekomst door de gemeenten intensievere vormen van samenwerking worden gekozen de IVH-positionering hierin wordt meegenomen. Daarom wordt in dit project mogelijke intensivering van de intergemeentelijke samenwerking zo goed mogelijk voorbereid door in dit project zo veel mogelijk uniformiteit tussen de gemeenten na te streven.
10
De aanpak De implementatie gaan we vormgeven via drie lijnen:
1. 2. 3.
Organiseren capaciteit voor de uitvoering van intensieve vrijwillige hulp. Ontwikkelen en inbedden van de werkwijze binnen de lokale teams. Samenwerking faciliteren door de IVH trajecten in te bedden in de keten/netwerken en hierover met partners afspraken te maken.
In dit tweede deel van het projectplan worden in de volgende paragrafen de verschillende onderdelen van de aanpak beschreven. Wat gaan we doen? En indien van toepassing vaststellen binnen welk kader dit plaatsvindt. Hieraan voorafgaand zijn de verschillende uit te werken thema’s in onderstaande figuur bij elkaar gebracht.
11
4. Opdrachtverstrekking Wat gaan we doen? Om de IVH trajecten uit te kunnen voeren is het nodig dat de teams versterkt worden met menskracht. Om dit te bereiken worden de volgende stappen uitgevoerd: a. Wijze van opdrachtverstrekking bepalen b. Opdrachtkader vaststellen a. Eisen aan de opdrachtverstrekking b. Benodigde capaciteit c. GI (IVH) afbouwen via GRJR d. Afspraken maken met partijen lokale teams inzake IVH e. Werven (via de opdrachtverstrekking of door gemeente bij keuze voor zelf in dienst nemen) Welk handelingskader stellen we voor? A. Opdrachtverstrekking Er zijn verschillende opties om tot een opdrachtverstrekking te komen: - Iedere gemeente sluit een aparte overeenkomst of geeft een beschikking af aan de aanbieder(s) die IVH gaat uitvoeren. - Gemeenten kopen gezamenlijk de IVH trajecten in of subsidiëren gezamenlijk de uitvoerende aanbieder(s). - We sluiten bij de opdrachtverstrekking van de lokale teams aan. In 2021 maken we eenmalig een addendum op de bestaande overeenkomsten/beschikkingen en vanaf 2022 loopt dit mee in de aanbestedings-/subsidiecyclus van het lokaal team. In lijn dat er besloten wordt om de IVH in de lokale teams te positioneren is het aannemelijk om voor de IVH aan te sluiten bij de lokale opdrachtverstrekking van het lokaal team. Op deze wijze kan lokaal maatwerk worden toegepast.
Bij deze variant kan iedere gemeente gebruik maken van zijn lokale aanbieders, heeft zelf de keus of hij subsidieert of inkoopt (binnen de wettelijke mogelijkheden) en voor hoelang hij de opdracht verstrekt. Het regionaal kader waarbinnen de opdrachtverstrekking dient plaats te vinden wordt geborgd via de intergemeentelijke overeenkomst. Wanneer de VPG gemeenten besluiten om intensiever samen te gaan werken in het sociaal domein is het altijd mogelijk om ook de opdrachtverstrekking aan te passen. B. Opdrachtkader vaststellen Omschrijving van de dienst Onder intensieve vrijwillige hulp verstaan we een proces van hulp en zorg verlenen in het vrijwillige kader van de jeugdhulp, waarbij de jeugdprofessional stapsgewijs meer invloed uitoefent, meer verantwoordelijkheid neemt en daarmee steeds intensiever hulp en zorg verleent én tegelijkertijd de vrijwilligheid van de hulp garandeert. Inhoudelijke eisen De volgende inhoudelijke eisen worden minimaal geborgd in de opdrachtverstrekking: a. Opdrachtnemer voldoet aan alle vigerende wet- en regelgeving. b. Opdrachtnemer voldoet aan de eisen gesteld in het Kwaliteitskader Jeugd, gebaseerd op artikel 4.1.1 Jeugdwet en artikel 5.1.1 Besluit Jeugdwet en past de hierin opgenomen norm voor verantwoorde werktoedeling toe. c. Opdrachtnemer dient in te stemmen met het kwaliteitskader IVH (nog in ontwikkeling). d.
Opdrachtnemer heeft kennis van en handelt naar de uitgangspunten van het Kwaliteitskader voorkomen seksueel misbruik in de jeugdhulp en de actuele Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. e. Medewerkers van opdrachtnemer die uitvoering geven aan de dienstverlening, zijn geregistreerd bij het BIG of SKJ. f. Medewerkers van opdrachtnemer zijn in staat methodisch te handelen en systeemgericht te werken. g. Medewerkers van opdrachtnemer past methodieken en interventies toe die onafhankelijk zijn onderzocht en daarbij effectief zijn bevonden. (methodieken en interventies kunnen per functie (casusregie/hulp/gedragswetenschapper) verschillen) h. Opdrachtnemer dient te allen tijde te werken op basis van een, samen met de jeugdige en/of diens ouders opgesteld hulpverleningsplan. Opdrachtnemer dient dit plan tussentijds en aan het eind van het traject met de jeugdige en/of diens ouders te bespreken en te evalueren (casusregisseur).
12
i.
Opdrachtnemer maakt een risicoanalyse voor het vroegtijdig signaleren van mogelijke risico’s op de veiligheid en de ontwikkeling. Dit geldt ook voor de broer(s) en of zus(sen) in het gezin. (casusregisseur) j. Opdrachtnemer zet medewerkers in met kennis van het zorglandschap in de regio. k. Opdrachtnemer is aangesloten op en werkt met de Regionale verwijsindex. Opdrachtnemer signaleert elke jeugdige die een IVH traject volgt in de verwijsindex (casusregisseur). l. Opdrachtnemer dient zich in de uitvoering van haar werkzaamheden te houden aan actuele samenwerkingsafspraken (nader te benoemen). m. Opdrachtnemer heeft een cliëntenraad zoals genoemd in artikel 4.2.b Jeugdwet. n. Opdrachtnemer heeft een commissie van vertrouwenslieden zoals genoemd in artikel 4.2.11 Jeugdwet. o. Opdrachtnemer heeft een klachtenregeling voor medewerkers en cliënten. Capaciteit Hieronder wordt beschreven op welke wijze de benodigde capaciteit is bepaald. Aantal trajecten Het eerste basiselement om de capaciteit voor IVH te berekenen zijn het aantal te verwachten trajecten in 2021 en verder. Indicator hiervoor is het aantal trajecten uitgevoerd in 2019 en 2020. Hiervoor zijn registraties van de lokale teams en de GI’s naast elkaar gezet. Helaas blijken deze gegevens niet altijd eenduidig en kunnen we daarom niet meer doen dan een aanname.
Op basis van de gegevens hebben we de volgende inschatting gemaakt: Brielle
GO
Hellevoetsluis Nissewaard
Westvoorne
Verwachte trajecten IVH 2021
4
10
5
10
3
Verwachte trajecten IVH VTO 2021
15
25
30
70
4
Uren per traject Het tweede basiselement omvat het aantal uren per traject. Het eindrapport heeft het aantal uren uitgesplitst naar drie functies: regie, hulp en gedragswetenschapper. Verder heeft het rapport een onderscheid gemaakt in IVH en IVH VTO. Tot slot houdt ze rekening in de berekening met 10% extra benodigde tijd. Het advies uit het rapport is overgenomen met uitzondering van de aantal uren hulp voor de IVH. Deze is gelijkgetrokken aan het aantal uren hulp IVH VTO omdat de methodiek immers niet of nauwelijks verschilt. Verdeelsleutel hulp De lokale teams zullen de hulp niet altijd zelf uitvoeren. Hiervoor kunnen zij namelijk ook gebruik maken van de gespecialiseerde jeugdhulp (ingekocht via de GRJR), lokale jeugdhulp of voorliggende voorzieningen (maatschappelijk werk, een maatje etc.). We hebben hiervoor een verdeelsleutel van 75% toegepast. Wachtlijst Bij de raad van de kinderbescherming bestaan aanzienlijke wachttijden. De impact van deze wachttijden is in het eindrapport in beeld gebracht. Gemiddeld betekent dit dat na een IVH traject nog 14,5 week overbrugging geboden moet worden. In het eindrapport wordt gerekend met 2 uur regie, 4 uur hulp en 1 uur gedragswetenschapper. De vraag is hoe gemeenten hiermee omgaan? Het IVH traject is immers afgerond. Geadviseerd wordt om dat duidelijk te markeren en vervolgens over te gaan (indien nodig) op overbruggingszorg.
Hiervoor hebben we een aparte berekening voor het aantal uren gemaakt. Concluderend wordt geadviseerd in het inkoopkader met de volgende uren te rekenen: IVH
IVH VTO
Overbrugging
Regie
2
3,5
Hulp
4
4
1 Indien nodig via spec. jeugdhulp of voorliggende voorziening
Gedragswetenschapper
1
1
0,25
13
Verdeelsleutel wachtlijst Het doel van IVH en IVH VTO is dat door de inzet van dit traject de veiligheids- en ontwikkelingsissues ten goede gekeerd kunnen worden. Dit vraagt om een goede afweging aan de voorkant of IVH wel of niet moet worden ingezet. Wanneer IVH wordt ingezet en het traject slaagt hoeft er geen overbruggingszorg ingezet te worden en kan iemand terug naar de basiszorg. Hiervoor kan een verdeelsleutel ingezet worden voor de wachttijd. Voorgesteld wordt dat in 2021 25% positief wordt afgesloten. Op basis van bovenstaande gegevens is in onderstaande tabel het aantal benodigde fte’s per gemeente per functie opgenomen. Brielle
GO
Hellevoetsluis
Nissewaard
Westvoorne
VPG
Regie
0,79
1,39
1,51
3,49
0,25
7,11
Hulp
0,84
1,54
1,54
3,52
0,31
7,35
GW
0,24
0,43
0,45
1,02
0,09
2,12
Totaal
1,87
3,37
3,50
8,04
0,65
16,59
C. Eindrapport Samenwerking in vrijwillig kader tussen gemeenten en GI Op 16 oktober ontvingen de gemeenten van de GRJR een brief waarin het eindrapport “Samenwerking in vrijwillig kader tussen gemeenten en Gecertificeerde instelling (GI’s)” wordt aangeboden aan de colleges (zie bijlage 1). Tevens verzoekt de GRJR om voor 1 november 2020 een reactie te verzenden waarin wordt aangegeven op welke wijze en met welk tijdspad de gemeenten de beweging zoals beschreven in het eindrapport gaan maken. Daarnaast wordt verzocht om aan te geven welke inzet zij in 2021 van de GI’s verwacht als het gaat om intensieve vrijwillig hulp waaronder ook de inzet voor Consultatie en Advies. In reactie op dit verzoek is er op 4 november een ambtelijke reactie (zie bijlage 2) verzonden aan de GRJR. In deze reactie is aangegeven dat de ambtelijke reactie gelijktijdig met het implementatieplan bestuurlijk worden voorgelegd en dat de GRJR na bestuurlijke besluitvorming hierover geïnformeerd wordt. Het voorstel luidt: - aan te sluiten bij de opdrachtverstrekking van de lokale teams. In 2021 maken we eenmalig een addendum op de bestaande overeenkomsten/beschikkingen en vanaf 2022 loopt dit mee in de aanbestedings-/subsidiecyclus van het lokaal team. - Goeree Overflakkee heeft momenteel een inkooptraject lopen waarin de IVH wordt meegenomen.
Met de gemeente Goeree Overflakkee wordt afgestemd of via de lokale inkoop de benodigde fte’s ingekocht zijn of dat er een apart addendum nodig is. - Het opdrachtkader vast te stellen. - De ambtelijke reactie aan de GRJR bestuurlijk te bekrachtigen. 5. Kwaliteit(skader) IVH Wat gaan we doen? Het proces van implementatie dient zorgvuldig plaats te vinden. Dit betekent dat de impact op de lokale teams goed in beeld gebracht dient te worden en dat de actuele taakrijpheid van de lokale structuur daarin meegenomen dient te worden. Met het kwaliteitskader brengen we in beeld wat er in theorie nodig is om de IVH uit te kunnen gaan voeren en maken we tegelijkertijd een foto van de huidige teams om te zien wat er nodig is om de praktijk en de theorie bij elkaar te brengen. De volgende acties worden uitgevoerd: a. Functieprofiel IVH opstellen (eisen aan personeel). b. Handelingsrepertoire ontwikkelen (bijvoorbeeld ethische en juridische tools, regie op de casus etc.). c. Expertise van buitenaf nodig? Consultatie en Advies behoefte in beeld brengen. d. Op basis van bovenstaande drie punten in beeld brengen wat aanwezig is in de teams en wat nog ontwikkeld/toegevoegd dient te worden. e. Kwaliteitskader voor de opdrachtverstrekking aanpassen op basis van de behoefte (zie paragraaf 4). f. Opleidings- en deskundigheidsprogramma opstellen. g.
Structurele aandacht voor kwaliteit en kwaliteitsverbetering in de teams borgen (intervisie, leerbijeenkomsten, evaluaties etc.).
14
Welk handelingskader stellen we voor? Het belangrijkste kader waarbinnen dit moet plaatsvinden is dat dit door en met de lokale teams invulling gaat krijgen. Zowel hoe het eruit zou moeten zien als wat er nodig is om daar te komen. Vanuit dit project gaan we de teams faciliteren om dit op te pakken. We doen dit door het proces te faciliteren en informatie te verzamelen die kan helpen om de acties uit te voeren. 6. Werkprocessen Wat gaan we doen? De kernaspecten van de aanpak vereisen methodisch handelen op basis van specialistische kennis en het bij elkaar brengen van informatie van verschillende ketenpartners. Om goed invulling te kunnen geven aan systeemgericht werken, regie op de casus en zicht op veiligheid gaan we werkprocessen ontwikkelen. Hierbij moet onder meer gedacht worden aan: - Methodische beschrijving van het werkproces - Risicotaxaties kunnen toepassen - Toolbox met methodieken en interventies (zie ook het handelingsrepertoire) Welk handelingskader stellen we voor? Ook hier geldt dat dit door en met de lokale teams invulling gaat krijgen. Met elkaar stippelen we de werkprocessen uit en zorgen we dat dit gedocumenteerd wordt. Hierbij proberen we zoveel mogelijk uniformiteit tussen de teams te bereiken maar is er ook ruimte voor maatwerk waar de werkwijze van de lokale teams daarom vraagt. Vanuit dit project gaan we de teams faciliteren om dit op te pakken.
We doen dit door het proces te faciliteren en informatie te verzamelen die kan helpen om de acties uit te voeren. Het voorstel luidt: - Kwaliteit en werkprocessen betreffende IVH uit te werken in de lokale teams conform bovenstaand handelingskader. 7. Samenwerkingsafspraken Wat gaan we doen? Intensieve vrijwillige hulp is alleen effectief als er een goede samenwerking in de jeugd/veiligheidsketen aan ten grondslag ligt. De lokale teams en samenwerkingspartijen in het netwerk trekken daarom als partners van elkaar op, versterken elkaar en benutten elkaars expertise. Hiervoor gaan we het volgende doen: - We maken samenwerkingsafspraken en leggen deze samenwerkingsafspraken vast. In ieder geval met de volgende partijen wordt intensief samengewerkt: o Partijen die hulp bieden in het IVH-traject (bv voorliggende voorzieningen of intensieve jeugdhulp) o Jeugdbeschermingsplein o GI’s o Veilig Thuis o Raad van de Kinderbescherming - Waar reeds samenwerkingsafspraken zijn worden deze afspraken indien nodig aangepast op de transformatie van de IVH. - Er zijn momenteel meer projecten die zich bezighouden rondom de veiligheid van jeugdigen en het verstevigen van casusregie. Bijvoorbeeld het programma geweld hoort nergens thuis en intensieve casusregie. Met deze projecten wordt samengewerkt en waar mogelijk op elkaar aangesloten.
Hiermee voorkomen we dat de lokale teams overbelast raken en we uniformiteit rondom casusregie binnen de gemeente bevorderen. Welk handelingskader stellen we voor? Bij het uitvoeren van de IVH-trajecten staan de lokale teams er niet alleen voor. Ze kunnen daar waar nodig samenwerken met partijen met specifieke kunde en expertise. In eerdere samenwerkingsafspraken was het partnermodel leidraad om dit te bereiken en hiermee de veiligheid te borgen en continuïteit in zorg te bieden.
15
Rondom de samenwerking IVH hanteren we daarnaast de volgende eerder afgesproken uitgangspunten: • We vertrouwen elkaar in wat we doen • Niet oordelen maar vragen • We doen het samen • We zijn transparant over keuzes • We komen afspraken na • We spreken elkaar aan en maken bespreekbaar Het voorstel luidt: - De samenwerking rondom IVH verder vorm te gaan geven. 8. Zorgcontinuïteit Wat gaan we doen? Er dient bepaald te worden wanneer en op welke wijze de overgang van het oude systeem (door GI) naar het nieuwe systeem (door lokaal team) gaat plaatsvinden en wat dit betekent voor cliënten. De zorgcontinuïteit aan de gezinnen dient hierbij te allen tijde gegarandeerd te zijn. Daarnaast geldt ook hier dat zorgvuldigheid voorop moet staan. De daadwerkelijke overgang dient in goed overleg met de GI’s plaats te vinden. Op basis van onze planning is het de wens om in het eerste kwartaal van 2021 afspraken met de GI te maken hierover. Welk handelingskader stellen we voor? Omdat op dit moment door de GRJR afspraken gemaakt dienen te worden met de GI voor 2021 stellen wij voor de volgende uitgangspunten voor de gemeenten VPG te hanteren: - De afname van de GI voor de IVH wordt het eerste halfjaar van 2021 gecontinueerd ten opzichte van de afspraken die in 2020 zijn gemaakt met de GI voor de IVH (binnen het beschikbare budget).
- Voor deze periode wordt aangesloten bij de huidige werkwijze en beschikbare uren van de GI en deze worden niet aangepast naar het advies van het eindrapport. - Per 1 juli 2021 pakken de lokale teams alle nieuwe IVH zaken op. Indien de lokale teams eerder gereed zijn om IVH traject op te pakken wordt in goed overleg met de GI en de GRJR gekeken voor welke zaken dit kan worden gerealiseerd. - Cliënten die het traject gestart zijn bij de GI maken het traject ook af bij de GI tenzij het voor het belang van het gezin beter is om de overstap naar het lokaal team te maken. Consultatie en advies bij de GI In het eindrapport is het leveren van consultatie en advies door JBJR opgenomen. De gemeenten hebben aangegeven hoeveel ze hiervan willen afnemen.
Uren consultatie en advies (GI) Prijs
Brielle
GO
Hellevoetsluis
Nissewaard
Westvoorne
4
4
4
16
4
19.760
19.760
19.760
79.040
19.760
16
Met betrekking tot de inkoop van consultatie en advies bij de GI wordt het volgende voorgesteld: - De financiering van deze uren in 2021 te bekostigen via de GRJR, begroting van de GI’s. - In ons implementatietraject gaan we onderzoeken of we de C&A van de GI’s subregionaal kunnen bundelen. Dit zou betekenen dat we vanaf 2022 minder uren willen afnemen (efficiency voordeel). Onderdeel van dit onderzoek zal ook zijn of C&A via meerdere partijen beschikbaar kan worden gesteld/gebundeld kan worden waardoor we een breder palet aan consultatie en advies beschikbaar krijgen. Dit onderzoek kan ertoe leiden dat we op den duur ook de C&A inzet van de GI willen decentraliseren. - Tot slot willen wij het signaal afgeven dat we de kostprijs (95 per uur) voor een uur consultatie en advies hoog vinden zonder daarmee af te willen doen aan de meerwaarde van de expertise van de JBJR. Het voorstel luidt: - In te stemmen met de uitgangspunten betreffende zorgcontinuïteit. - Onderzoeken op welke wijze de consultatie en adviesfunctie gebundeld en vernieuwd kan worden passende bij de IVH ontwikkeling. - Op basis van het onderzoek een besluit te nemen om de consultatie en adviesfunctie alsnog te decentraliseren van de GRJR naar de subregio VPG. 9.
Monitoring Wat gaan we doen? Bij de transformatie/decentralisatie van de IVH-trajecten bleek dat er meer en betere gegevens nodig zijn om een betrouwbare prognose te kunnen geven. Om in de toekomst betere prognoses te kunnen maken is het van belang om de monitoring betreffende de IVH in te regelen. Daarnaast willen we de transformatie in beeld kunnen brengen. Worden veiligheids- en ontwikkelingsbedreigingen eerder gesignaleerd en is IVH effectief? Hiervoor gaan we de volgende activiteiten uitvoeren: - Monitoring IVH ontwikkelen. o Basisdataset o Maatschappelijke kostenbatenanalyse (een opzet hiervoor is opgenomen in bijlage 3) o Clientervaringen - Inventariseren of de ICT systemen van de lokale teams dit kunnen ondersteunen. - Sturing op en monitoring van kwaliteit (proces) voor de opdrachtverstrekking inregelen. Dit wordt uitgevoerd via het accountmanagement. Welk handelingskader stellen we voor? Voor de monitoring hanteren we het volgende handelingskader - Uit het inkoopkader zijn een aantal gegevens die we willen monitoren naar voren gekomen. Deze worden in ieder geval in de Basisdataset opgenomen.
Dit zijn: o Aantal trajecten per jaar per gemeente o Ureninzet per traject o Verschuiving van IVH en IVH VTO trajecten o Aantal positief afgesloten IVH trajecten (positief is gezin kan zelfstandig verder of met hulp uit de basishulp, er is geen overbruggingszorg nodig) o Gezinnen die na een positief afgesloten IVH traject binnen een jaar alsnog hulp krijgen via de GI. - Bij de monitoring wordt rekening gehouden met de administratieve last die dit met zich meebrengt. We meten alleen als er iets met de meetresultaten wordt gedaan. Het voorstel luidt: - In te stemmen de monitoring IVH te ontwikkelen en zodanig in te regelen dat dit met zo’n min mogelijk administratieve last tot stand komt.
17
De projectbeheersing In dit laatste deel is de projectbeheersing opgenomen. 10. Proces en besluitvorming Voor het tot stand brengen van de uitvoering van dit plan wordt de volgende structuur voorgesteld:
11. Planning De gemeenten VPG vinden het van belang dat de implementatie zorgvuldig plaatsvindt en dat de taakrijpheid van de lokale teams op orde is alvorens we tot uitvoering overgaan. Het tijdspad is daarmee gelijk vanaf de start van het project als een risico gezien met 1 januari 2021 als gewenste startdatum. De planning hebben we daarom verruimd naar startdatum 1 juli 2021. Hieronder is de planning per onderdeel opgenomen. Besluitvorming projectplan colleges/raden Besluitvorming organiseren van gemeenten met betrekking tot de benodigde middelen IVH trajecten Inkoopkader Samenwerkingsovereenkomst Werkprocessen/wijzen Kwaliteitskader Overeenkomst/beschikking gereed Werven Communicatie Samenwerkingsafspraken GI via regio RR Overige samenwerkingsafspraken Zorgcontinuïteit Monitoring
Pfo Maza: dec 2020 college: jan 2021 raden: feb 2021 Februari 2021 4de kwartaal 2020 1ste kwartaal 2021 1ste/2de kwartaal 2021 1ste/2de kwartaal 2021 1ste kwartaal 2021 1ste/2de kwartaal 2021 2de kwartaal 2021 1ste kwartaal 2021 1ste kwartaal 2021 4de kwartaal – 2de kwartaal 2021 1ste kwartaal 2021
12. Financiën In het eindrapport Samenwerking in vrijwillig kader tussen gemeenten en gecertificeerde instellingen (GI’s) is een eerste berekening gemaakt van de kosten IVH-trajecten. Vanuit de GRJR komen er geen middelen over naar de lokale gemeenten voor de uitvoering van de IVH. Het AB GRJR heeft in december 2019 namelijk besloten om de middelen die bespaard worden door de decentralisatie van de IVH-trajecten in te zetten om de wettelijke taak dwang te versterken naar aanleiding van het onderzoek van de inspecties. Via de begrotingen van de gemeenten zal daarom geld aangevraagd worden om deze taak te kunnen decentraliseren. De kost gaat voor de baat uit Met het decentraliseren van de IVH-trajecten verwachten we beter passende zorg te kunnen geven aan gezinnen. We voorkomen hiermee de inzet van duurdere vormen van zorg (bv. afwenden van dwangtrajecten of de inzet van langdurige specialistische jeugdhulp). Door de uitvoering van de IVH bij de lokale teams te
18
beleggen krijgen we daarnaast meer grip als gemeenten op de instroom naar duurdere vormen van zorg. De lokale teams zijn immers als geen ander in staat om veiligheid in het brede perspectief van gezond en veilig opgroeien, zelfstandig worden en participatie te plaatsen (te normaliseren). We gaan er hiermee vanuit dat deze decentralisatie daarom niet alleen een kwaliteitsverbetering is maar ook op de langere termijn kosten gaat besparen. We gaan dit door middel van een maatschappelijke kostenbatenanalyse in beeld brengen (zoals onder monitoring weergegeven). Omdat er wel eerst vanuit de lokale middelen geïnvesteerd moet worden om de IVH uit te voeren geldt: De kost gaat voor de baat uit. Fte prijzen In het eindrapport is gerekend met indicatieve uurtarieven van € 48,42 per uur voor de regisseur en hulpverlener en € 56,16 voor de gedragswetenschapper. Dit komt neer op een fte prijs van 90.642 en 105.131. Deze prijzen liggen in hetzelfde bereik als de prijzen die de gemeenten in 2020 betalen voor de lokaal teamleden. De GI’s betalen de huidige medewerkers (casusregie) in schaal 10 CAO Jeugdzorg. Dit kan mogelijk in het inkoopproces en bij de werving een vraagstuk opleveren. De aanbieders zijn de werkgever en daarmee primair verantwoordelijk voor de inschaling.
De gemeenten zullen in het inkoopkader passende kwaliteit vragen en wanneer dit tot problemen leidt bij het leveren door de aanbieders hierop schakelen. Op basis van deze uitkomsten wordt bekeken of de prijzen voor de IVH aangepast moeten worden. Daarnaast geldt dat dit vraagstuk niet alleen voor de IVH van toepassing is maar in breder (landelijk) perspectief bezien moet worden. Het is van belang dat de arbeidsmarkt in de Jeugdhulp aantrekkelijk blijft en marktconform gewaardeerd wordt zodat tekorten nu en in de toekomst worden voorkomen. Voor 2021 dient er rekening gehouden te worden met een OVA indexering. Daarom wordt voor het berekenen van de benodigde budgetten gerekend met de volgende fte richtprijzen. R en H
94.977*
GW
105.131
*Onderdeel van dit tarief is bij sommige aanbieders ook een aantal uren gedragswetenschapper. Deze zullen indien van toepassing in mindering worden gebracht op de benodigde in te kopen fte’s gedragswetenschapper
Benodigde middelen Op basis van de hierboven benoemde prijzen worden de benodigde middelen per gemeente als volgt: Kosten 2021 Regie
Brielle € 52.760
GO € 131.899
Hellevoetsluis € 143.653
Nissewaard € 331.707
Westvoorne € 24.029
VPG € 684.048
Hulp
€ 58.506
€ 146.265
€ 146.265
€ 334.319
€ 29.253
€ 714.607
GW
€ 18.359
€ 45.896
€ 46.980
€ 107.694
€ 8.962
€ 227.891
Totaal
€ 129.624
€ 324.060
€ 336.898
€ 773.720
€ 62.245
€ 1.626.546
Scholing
€ 4.010
€ 10.160
€ 10.160
€ 23.310
€ 2.360
€ 50.000
C&A*
19.760 € 153.394
19.760 € 353.980
19.760 € 366.818
79.040 € 876.070
19.760 € 84.365
158.080
Totaal
€ 1.834.627
*Hiervoor geldt dat in 2021 de kosten voor C&A in ieder geval via de begroting van de GRJR worden bekostigd. Voor het aanvragen van de lokale middelen kunnen deze middelen dus in 2021 in mindering worden gebracht op het totaalbedrag. 13. Communicatie Een belangrijk onderdeel van de transformatie van drang naar intensieve vrijwillige hulp is transparantie naar de gezinnen. Voor het gezin is helder waar de scheiding ligt tussen het vrijwillige en gedwongen kader. Voor het gezin is helder wat een IVH-traject inhoudt en wat hij zij mag verwachten van de professionals. Maar ook wat er van het gezin verwacht wordt. Communicatie over de IVH is daarmee een belangrijk onderdeel van deze aanpak. Voor de casusregisseur is communicatie het gereedschap om veiligheidsrisico’s af te laten nemen. Vanuit dit project gaan we daar aandacht aan besteden en faciliteren dat communicatiemiddelen dit gereedschap van de casusregisseur ondersteunen.
19
14. Risico’s en onzekerheden De volgende risico’s zijn aanwezig: Risico Algemeen geldt op dit moment dat goed personeel met de juiste competenties schaars zijn. We verwachten daarom dat het werven van goed personeel een risico is.
De planning is ambitieus en dient uitgevoerd te worden door mensen met een volle agenda.
In het rapport van RSJ en RVS wordt het volgende gesteld met betrekking tot de benodigde taakrijpheid: In de eerste plaats zijn ruimte voor kritische reflectie, scholing en werkenderwijs leren van ervaren collega’s noodzakelijk. Jeugdprofessionals moeten voldoende tijd en gelegenheid krijgen om zich de noodzakelijke praktische wijsheid eigen te maken. Het houden van moreel beraad is een middel om beslissingen te toetsen en dilemma’s of twijfels te onderzoeken. Als tweede randvoorwaarde geldt dat professionals over de benodigde competenties beschikken. Ten derde is het noodzakelijk dat specialistische kennis en kunde in het vrijwillige kader (bij het wijkteam) beschikbaar is. De kaders van waaruit hulpverleend wordt moeten helder zijn. Ten vierde: De werkomstandigheden moeten zodanig zijn dat ze jeugdprofessionals in staat stellen om ethisch verantwoorde hulp te bieden. Bij het bieden van deze hulp moet de rechtspositie van cliënten altijd gewaarborgd zijn. Dit betekent onder meer dat de rechten en plichten – behorend bij het vrijwillige kader – voor cliënten volledig duidelijk zijn. Tot slot moet er sprake zijn van een lerende praktijk, wat betekent dat er
20
Beheersmaatregel Het gaat hier om een landelijk probleem dat niet zonder meer door individuele gemeenten is op te lossen. Wel kunnen de gemeenten op VPG de krachten bundelen wat de kans om dit risico beheersbaar te maken vergroot. Door gezamenlijk een opdrachtkader op te stellen zijn de voorwaarden in de subregio aan elkaar gelijk. Daarnaast worden de gesprekken met de aanbieders die momenteel mensen leveren in de lokale teams op subregionaal niveau gevoerd. Hier is het werven van personeel een vast terugkerend gespreksonderwerp. Ook in de werving zal samengewerkt worden door de gemeenten. De planning hebben we met een half jaar opgeschoven. Hiermee lijkt dit risico voor nu beheersbaar maar het is van belang om hier vinger aan de pols te houden en waar nodig tijdig op te acteren. Ook in relatie tot het voorgaande risico. Vinger aan de pols houden doen we middels de opgestelde planning. De projectleider bewaakt deze planning en stemt afwijkingen op de planning af met de betrokken beleidsadviseurs. Dit is een continu proces. Daarnaast zal na afloop van ieder kwartaal (2020:4, 2021:1 en 2021:2) door de projectleider een korte stand van zaken voor de beleidsadviseurs gemaakt worden met de punten die gedaan zijn en welke punten voor het komende kwartaal op de planning staan.
De opleidingsbehoefte en deskundigheidsbevordering wordt zo snel mogelijk in beeld gebracht zodat het risico verder in beeld komt en er beheersmaatregelen op genomen kunnen worden.
op lokaal en nationaal niveau deskundigheid aanwezig is en inzicht in complexe problematiek bevorderd wordt. De eisen aan de uitvoering van de IVH-trajecten en de mensen die ze uitvoeren zijn hoog. In relatie tot het korte tijdspad en de mogelijk omvangrijke wens tot scholing en deskundigheidsbevordering is een risico. De Raad voor de Kinderbescherming kent lange wachtlijsten. In het Eindrapport is opgenomen welke financiële consequenties dit heeft (de doorlooptijden van de IVH-trajecten gaan van 3 maanden naar 7,5 maand). Daarnaast mist het IVH-traject door de wachtlijst zijn doel, het verandert dan in overbruggingszorg. Deze gezinnen ontvangen hierdoor enkele maanden geen passende zorg. Dit kan ertoe leiden dat de zorgvraag verzwaard en brengt veiligheidsrisico’s met zich mee. In Q4 presenteert de Raad voor de Kinderbescherming een verbetervoorstel op de aanpak van de wachtlijsten.
21
De financiële consequenties van de wachtlijsten hebben we beheersbaar gemaakt door de beschikbare uren voor overbruggingszorg naar beneden bij te stellen. En IVH en overbruggingszorg nadrukkelijk van elkaar te onderscheiden op inhoudelijk doel. Dit neemt echter niet de risico’s weg dat de zorgvraag verzwaard en de veiligheidsrisico’s blijven bestaan. Wanneer het verbetervoorstel onvoldoende resultaat oplevert dient het tot aanbeveling in de regio Rijnmond een bestuurlijke reactie aan het ministerie te formuleren.