CConstaterende datWestvoorne
Koppel je AI →
Document · PDF

21 03 Wijziging APV tekst toelichting

Commissie IZ & Middelen 2 maart 2021, gemeente WestvoorneBij agendapunt: Wijziging APV Westvoorne 202152.089 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 6

APV WESTVOORNE 2021 Toelichting

Vastgesteld 23 maart 2021

Inhoud APV WESTVOORNE 2021......................................................................................................1 Hoofdstuk 1............................................................................................................................ 15 Algemene bepalingen............................................................................................................. 15 Artikel 1:1 Definities............................................................................................................ 15 Artikel 1:2 Beslistermijn......................................................................................................18 Artikel 1:3 Indiening aanvraag............................................................................................19 Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen............................................................................19 Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing..............................................20 Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing...........................................20 Artikel 1:7 Termijnen...........................................................................................................

21 Artikel 1:8 Weigeringsgronden............................................................................................22 Hoofdstuk 2............................................................................................................................ 25 Openbare orde, openbare veiligheid, volksgezondheid of milieu............................................25 Afdeling 1. Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden...................................................25 Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden.................................................................25 Artikel 2:2 Optochten..............................................................................................................

27 Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen..............................................27 Artikel 2:4 Afwijking termijn.................................................................................................31 Artikel 2:5 Te verstrekken gegevens...................................................................................32 Artikel 2:6 Verspreiden geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen..............................32 Artikel 2:7 Feest, muziek en wedstrijd e.d..............................................................................32 Artikel 2:8 Dienstverlening..................................................................................................32 Artikel 2:9 Vertoning op openbare plaatsen........................................................................32 Afdeling 2. Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen.............33 Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de weg.........................................................................33 Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg..............................................................................................................................

34 Artikel 2:12 Maken of veranderen van een uitweg..............................................................36 Artikel 2:13 Veroorzaken van gladheid...................................................................................38 Artikel 2:14 Winkelwagentjes..............................................................................................38 Artikel 2:16 Openen straatkolken en dergelijke...................................................................39 Artikel 2:17 Kelderingangen en dergelijke...........................................................................39 Artikel 2:18 Rookverbod in bossen en natuurterreinen......................................................39 Artikel 2:19 Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp.....................................................................39 Artikel 2:20 Vallende voorwerpen......................................................................................39 Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting......................................................39 Artikel 2:22 Objecten onder hoogspanningslijn..................................................................39 Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs..........................................................................................40 Afdeling 3.

Evenementen.......................................................................................................41 Artikel 2:24 Definities.......................................................................................................... 41 Artikel 2:25 Evenementenvergunning.................................................................................44 Artikel 2:26 Ordeverstoring.................................................................................................54 Afdeling 4. Toezicht op openbare inrichtingen........................................................................55 Artikel 2:27 Definitie............................................................................................................

58 Gelet op de genoemde gevaren en risico’s voor de omgeving van een dergelijke inrichting, die direct ingrijpen in de openbare orde en veiligheid, vallen dit soort inrichtingen altijd onder het vergunningstelsel................................................................................................58 Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichtingen.....................................................................59 Artikel 2:28a Terrassen.......................................................................................................62 Niet elke openbare inrichting met een terras heeft een exploitatievergunning of een Dranken Horecavergunning nodig. Om te voorkomen dat er terrassen geëxploiteerd worden zonder vergunning is ervoor gekozen om artikel 2:28a op te nemen in de APV. In lid 2 wordt vrijstelling verleend voor kleine terrassen die voldoen aan de genoemde eisen. Deze terrassen moeten direct tegen of voor de gevel geplaatst worden......................................62 2

Een terras is een bij een voor het publiek openstaand gebouw behorend erf in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet. Ingevolge het eerste lid van dit artikel is de burgemeester onder meer belast met het toezicht op de voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven. Ingevolge het vierde lid van dit artikel is de burgemeester belast met de uitvoering van de verordeningen voor zover deze betrekking hebben op dat toezicht. De burgemeester – en niet het college – is dus bevoegd om terrasvergunningen te verlenen.............................................................................................................................. 62 ABRS 05-06-2002, JG 02.0018, m.nt. M. Geertsema . In dezelfde zin: ABRS 13-11-2002 62 (Nijmegen), nr. 200202419, LJN AF0269, JG 03.0022 m.nt. A.L.

van Esveld.....................63 Artikel 2:29 Sluitingstijd.......................................................................................................63 Artikel 2:30 Afwijking sluitingstijden; tijdelijke sluiting..........................................................64 Artikel 2:31 Verboden gedragingen....................................................................................66 Artikel 2:32 Handel binnen openbare inrichtingen...............................................................67 Artikel 2:33 Het college als bevoegd bestuursorgaan.........................................................68 Artikel 2:34 Het college als bevoegd bestuursorgaan.........................................................68 Afdeling 5............................................................................................................................... 69 Regulering paracommerciële rechtspersonen en...................................................................69 overige aangelegenheden uit de Drank- en Horecawet..........................................................69 Algemeen...............................................................................................................................

69 Vanaf 1 januari 2013 hebben gemeenten de bevoegdheid bij verordening het volgende te reguleren:.............................................................................................................................. 69 1. Alcoholverstrekking in paracommerciële inrichtingen, zoals sportkantines en dorpshuizen (artikel 4 van de Drank- en Horecawet):................................................................................69 2. De verstrekking van alcoholhoudende drank in een horecabedrijf of slijtersbedrijf (artikel 25a van de Drank- en Horecawet):........................................................................................69 3. Toelatingsleeftijden tot horecalokaliteiten/terrassen (maximaal 21 jaar) (artikel 25b van de Drank- en Horecawet):.......................................................................................................... 69 4. Tijdelijk verstrekkingsverbod of tijdelijke beperkingen aan verstrekking van zwakalcoholhoudende drank in detailhandel zonder vergunning, zoals supermarkten, snackbars, bierkoeriers, etc. (artikel 25c van de Drank- en Horecawet):.................................................69 a. In hele gemeente of in bepaald deel van de gemeente......................................................69 5.

Verbod extreme prijsacties in de horeca (bijvoorbeeld happy hours) en in de detailhandel (bijvoorbeeld stuntprijzen) (artikel 25d van de Drank- en Horecawet):..................................69 De eerst genoemde bevoegdheid (vaststellen van een verordening paracommercie) is verplicht en moet door de gemeenteraad binnen een jaar nadat de wet in werking treedt worden vastgesteld. Uiterlijke vaststelling dient voor 1 januari 2014 plaats te vinden...........69 Gekozen is om de verordenende bevoegdheden genoemd in artikel 4, 25a en 25d vast te leggen in verordening. Door middel van een wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening zijn de bepalingen als afdeling 8A ingevoegd. Hoewel de APV voor het overgrote deel uit autonome bepalingen bestaat is gekozen om deze bepalingen daarin op te nemen, omdat dit vanuit praktisch oogpunt een logische stap is.

Immers, de APV regelt al aanverwante zaken zoals de horeca-exploitatievergunning, sluitingstijden en dergelijke......69 Artikel 2:34a Begripsbepaling.................................................................................................70 Door de begripsbepaling ‘de wet’ kan op diverse plaatsen in deze modelverordening op eenvoudige wijze worden verwezen naar de Drank- en Horecawet......................................70 Uit de begripsbepaling voor ‘terras’ blijkt dat het terras onderdeel uitmaakt van de inrichting waarin het horecabedrijf wordt uitgeoefend, maar dat het terras niet gelegen is in het besloten deel van de inrichting. In de begripsbepaling ontbreekt dat een terras in de open lucht moet zijn gelegen, daar immers ook sprake kan zijn van een terras in een overdekte winkelstraat. Een terras kan sta- of zitgelegenheid bieden en het moet zijn toegestaan dat daar spijzen en dranken voor gebruik ter plaatse worden verstrekt. De hier gebruikte begripsbepaling sluit naadloos aan bij de andere begripsbepalingen van de Drank- en Horecawet............................................................................................................................. 70 De begripsbepaling ‘vergunning’ verwijst naar artikel 3 van de Drank- en Horecawet.

Het gaat derhalve niet alleen om door het bevoegd gezag verleende vergunningen om het horecabedrijf uit te oefenen, maar ook om vergunningen voor de uitoefening van het slijtersbedrijf.......................................................................................................................... 70 3

De begripsbepaling ‘bezoeker’ heeft betrekking op een ieder die zich in een inrichting bevindt waarin het horeca- of het slijtersbedrijf wordt uitgeoefend, met uitzondering van de leidinggevenden (exploitant, bedrijfsleider, beheerder) en dienstdoende personen, zoals barpersoneel, keukenhulpen, schoonmakers en portiers. Verder zijn uitgezonderd personen van wie de aanwezigheid in de inrichting wegens dringende redenen noodzakelijk is. Het betreft hier bijvoorbeeld ambulancepersoneel dat te hulp is geroepen of een politieagent of toezichthouder die zich houdt met wetshandhaving..............................................................70 Het begrip ‘paracommerciële inrichting’ staat voor alle kantines die door para commerciële rechtspersonen in eigen beheer worden geëxploiteerd. Paracommerciële rechtspersonen richten zich per definitie primair op activiteiten van recreatieve, sportieve, sociaal-culturele, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard. De exploitatie in eigen beheer van de kantine is een nevenactiviteit................................................................................................................ 70 Voor de niet in het eerste lid genoemde begrippen die in deze modelverordening worden gebruikt wordt in het tweede lid verwezen naar de begripsbepalingen opgenomen in artikel 1 van de Drank- en Horecawet.

De vigerende wettekst is te vinden op www.wetten.overheid.nl. .............................................................................................................................................. 70 Artikel 2:34b Voorschriften aan vergunningen om het horecabedrijf of het slijters-bedrijf uit te oefenen................................................................................................................................. 70 In dit artikel is opgenomen dat de burgemeester bevoegd is voorschriften te verbinden aan vergunningen om het horecabedrijf uit te oefenen. Bepaald wordt wel dat de voorschriften die de burgemeester stelt zijn:....................................................................................................70 • ter bescherming van de volksgezondheid, en/of..................................................................70 • in het belang van de openbare orde, en/of...........................................................................70 • ter bevordering van de naleving van artikel 20 van de Drank- en Horecawet (waarin on-der meer leeftijdsgrenzen worden gesteld voor de verstrekking van alcoholhoudende dranken). ..............................................................................................................................................

70 Voorbeelden van voorschriften die de burgemeester kan verbinden aan de vergunning voor een horecabedrijf zijn:........................................................................................................... 70 Artikel 2:34c Prijsacties horeca..............................................................................................71 Artikel 25d van de Drank- en Horecawet biedt gemeenten de mogelijkheid prijsacties, zoals happy hours, gedeeltelijk te beperken. Happy hours zijn doorgaans afgebakende tijden (enkele uren, een dag in de week) waarop alcoholhoudende drank tegen een gereduceerd tarief wordt aangeboden.

De maatregel kan, zo bepaalt de Drank- en Horecawet, alleen betrekking hebben op het bedrijfsmatig of anders dan om niet verstrekken van alcoholhoudende dranken voor gebruik ter plaatse tegen een prijs die voor een periode van 24 uur of korter lager is dan 60% van de prijs die in de betreffende horecalokaliteit of op het betreffende terras gewoonlijk wordt gevraagd.......................................................................71 Met dit artikel worden prijsacties, zoals 2 drankjes voor de prijs van 1, een avond onbeperkt drinken voor € 15,- (althans als het onbeperkte drinken gedurende een avond normaal gesproken voor meer dan € 25,- wordt aangeboden en in het kader van een actie tijdelijk een prijs van € 15,- wordt gevraagd) en de zogenaamde ladies nights (avonden waarop vrouwen gratis mogen drinken) verboden............................................................................................71 Dit artikel heeft uitsluitend betrekking op prijsacties in horecalokaliteiten en op terrassen en geldt dus niet voor goedkoop schenken op andere plaatsen, bijvoorbeeld met een artikel 35ontheffing tijdens bijzondere gelegenheden van zeer tijdelijke aard (evenementen). Het gaat bij dit verbod ook uitdrukkelijk om de korting op de prijs die normaal in die horecalokaliteit of op dat terras wordt gevraagd.

Dat is in de horeca na te gaan door de actieprijs te vergelijken met de prijs die wordt vermeld op de (op grond van het Besluit prijsaanduiding producten) verplichte prijslijst.................................................................................................................. 71 Artikel 2:34d Verbod verstrekken alcoholhoudende drank......................................................71 Dit artikel is een uitwerking van artikel 25a van de Drank- en Horecawet. Het verbiedt de verstrekking van sterke of alcoholhoudende drank in inrichtingen met een nader aangegeven aard. De nadere invulling van dit verbod is aldus in de verordening zelf gebeurd en kan niet aan de burgemeester worden gedelegeerd. De ratio erachter is dat uit de praktijk is gebleken dat het wenselijk is om nadrukkelijk te bepalen dat de verstrekking van sterke drank of alcoholhoudende drank in bepaalde (para)commerciële kantines is verboden. Zo wordt alcoholhoudende drank verboden in inrichtingen waar onderwijs wordt gegeven aan jongeren 4

onder de achttien jaar. En wordt sterke drank verboden in snackbars/ cafetaria’s, inrichtingen waar jeugd- of jongerenorganisatie of sportorganisaties of –instellingen zijn gevestigd. Aangezien jongeren geregeld komen bij deze horecabedrijven wordt in het kader van alcoholmatiging en de bescherming van volksgezondheid het van belang geacht om dit te regelen. Uitgezonderd in dit artikel zijn de watersportverenigingen, omdat hier overwegend ouder publiek aanwezig is.....................................................................................................71 De burgemeester kan op aanvraag permanent, dan wel tijdelijk, ontheffing verlenen van de in artikel 2:34d gestelde verboden. Aan deze ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden................................................................................................................ 72 Artikel 2:34e Schenktijden paracommerciële inrichtingen.......................................................72 Artikel 4 van de Drank- en Horecawet verplicht gemeenten ter voorkoming van oneerlijke mededinging regels te stellen waaraan paracommerciële rechtspersonen zich te houden hebben wanneer zij alcoholhoudende drank verstrekken.

Op grond van artikel 4, eerste lid en derde lid, onder a, van de Drank- en Horecawet moet worden geregeld gedurende welke tijden in de betrokken inrichting alcoholhoudende drank mag worden verstrekt. Met andere woorden, de schenktijden voor alcoholhoudende dranken moeten worden geregeld............72 De wijziging van de Drank- en Horecawet legt gemeenten de plicht op om in een verordening de schenktijden van de paracommerciële inrichtingen te reguleren. Door invoering van deze maatregel vervalt de in november 2000 in de Drank- en Horecawet opgenomen eis dat paracommerciële rechtspersonen in een bestuursreglement (huisreglement) schenktijden opnemen. Ook vervalt de eis dat dagen en tijdstippen waarop geschonken wordt duidelijk zichtbaar zijn.

Met het reguleren van de schenktijden van de paracommerciële horeca kan worden bewerkstelligd dat het verstrekken van alcoholhoudende drank een nevenactiviteit van de vereniging blijft naast de primaire activiteiten van recreatieve, sportieve, sociaal culturele, educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard......................................72 Deze maatregel past binnen het uitgangspunt van de wijziging van de Drank- en Horecawet om de verantwoordelijkheid voor het lokale alcoholbeleid en ook de schenktijden van paracommerciële inrichtingen meer een zaak van de gemeenteraad te laten worden dan tot op heden het geval was........................................................................................................72 Het waren tot nu toe in de praktijk veelal de paracommerciële rechtspersonen zelf die hun schenktijden bepaalden (en vastlegden in het bestuursreglement). Het gevolg was dat veel inrichtingen een enorm ruime schenktijd hanteerden die regelmatig overeenkwam met de commerciële horeca. Het bestuursreglement blijft overigens wel verplicht. In het reglement dient in elk geval te worden vastgelegd welke normen het bestuur stelt aan de voorlichtingsinstructie die de barvrijwilligers krijgen. Ook moet in het bestuursreglement worden opgenomen hoe wordt toegezien op de naleving van het reglement.

Omdat de horecafunctie een ondersteunende rol vervult aan de hoofdactiviteit van de paracommerciële rechtspersoon, zouden ook schenktijden kunnen worden vastgesteld op een uur voor, tijdens en een uur na deze hoofdactiviteit. Dat is tot nu toe een veel voorkomende bepaling. Deze constructie is echter lastig te handhaven, tenzij dit wordt gecombineerd met vaste schenktijden.......................................................................................................................... 72 De Drank- en Horecawet geeft ruimte om onderscheid te maken naar de aard van de paracommerciële rechtspersoon. Gemeenten kunnen paracommerciële inrichtingen benoemen waarvoor andere dan de standaardschenktijden gelden. Bij het benoemen van de inrichtingen waarvoor afwijkende schenktijden gewenst zijn wordt primair gekeken naar de aard van de paracommerciële rechtspersoon.......................................................................72 In deze verordening is er in eerste instantie voor gekozen geen onderscheid te maken naar aard van de paracommerciële rechtspersoon. Dit vanwege de eenduidigheid. Gekozen is om zowel variabele schenktijden als vaste schenktijden voor paracommerciële inrichtingen op te nemen.

Paracommerciële rechtspersonen mogen uitsluitend alcoholhoudende drank verstrekken vanaf 2 uur voor de aanvang en tot uiterlijke 2 uur na afloop van een activiteit die wordt uitgeoefend in verband met de statutaire doelen van de rechtspersoon. Hiernaast mag uitsluitend alcoholhoudende drank worden verstrekt van 12.00 uur tot 24.00 uur.................72 In 2014 is echter gebleken dat de tennisverenigingen regelmatig wedstrijden hebben die langer dan tot 24.00 uur duren. Dit omdat er tenniswedstrijden geen vastgestelde tijdsduur hebben en weersafhankelijk zijn. Daarom wordt voor deze verenigingen een uitzondering gemaakt en mogen zij tot 01.00 uur alcohol schenken..........................................................72 5

Onderstaand twee voorbeelden ter verduidelijking.................................................................73 Voorbeeld 1............................................................................................................................ 73 Een paracommerciële rechtspersoon heeft van 16.00 uur tot 18.00 uur een activiteit. De paracommerciële rechtspersoon mag dan vanaf 14.00 uur tot 20.00 uur alcoholhoudende drank verstrekken.................................................................................................................. 73 Voorbeeld 2............................................................................................................................ 73 Een paracommerciële rechtspersoon heeft van 20.00 uur tot 23.00 uur een activiteit. De paracommerciële rechtspersoon mag dan vanaf 18.00 uur tot 24.00 uur alcoholhoudende drank verstrekken..................................................................................................................

73 Onder de reguliere activiteiten van de bedoelde rechtspersonen worden tevens verstaan (geen limitatieve opsomming):...............................................................................................73 • Ten aanzien van rechtspersonen die zich richten op activiteiten van sportieve of recreatieve aard voor zover het betreft:...................................................................................................73 • Ten aanzien van rechtspersonen die zich richten op activiteiten van sociaal-culturele aard voor zover het betreft:........................................................................................................... 73 De reguliere activiteiten vinden plaats binnen de schenktijden van de paracommerciële rechtspersoon. Hiervoor behoeft geen afzonderlijke ontheffing dan wel een melding te worden ingediend.................................................................................................................. 73 In artikel 2:34h van deze verordening is opgenomen dat de burgemeester een verzoek om ontheffing van de schenktijden kan honoreren voor maximaal 12 dagen bij bijzondere gelegenheden van zeer tijdelijke aard. Uit deze bewoordingen van de wet blijkt dat hier zeer terughoudend mee moet worden omgegaan.

Te denken valt aan kampioenschappen en dergelijke grotendeels onvoorziene gebeurtenissen, maar het kan ook gaan om feestelijkheden die wel te voorzien zijn, zoals carnaval en Koninginnedag. Omdat de burgemeester deze bevoegdheid rechtstreeks aan de wet ontleent, kan de raad hier verder geen beperkingen aan stellen. De burgemeester kan hiervoor zelf uiteraard wel beleidsregels opstellen (artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht).................................................73 Artikel 2:34f Bijeenkomsten van persoonlijke aard.................................................................73 Op grond van artikel 4, eerste lid en derde lid, onder b, van de Drank- en Horecawet moeten regels worden gesteld met betrekking tot door paracommerciële rechtspersonen in de inrichting te houden bijeenkomsten van persoonlijke aard. Uiteraard alleen voor zover tijdens deze bijeenkomsten alcoholhoudende drank wordt verstrekt door de paracommerciële rechtspersoon.

Hieronder vallen overigens niet de reguliere activiteiten, zoals beschreven bij de toelichting op artikel 2:34e................................................................................................74 Met bijeenkomsten van persoonlijke aard wordt gedoeld op bijeenkomsten die geen direct verband houden met de activiteiten van de desbetreffende paracommerciële instelling zoals bruiloften, feesten, partijen, recepties, jubilea, verjaardagen, bedrijfsfeesten, koffietafels, condoleancebijeenkomsten en dergelijke. Voor zover die bijeenkomsten direct verband houden met de activiteiten van de rechtspersoon (de zogenaamde reguliere activiteiten), zoals het afscheid van de voorzitter van een vereniging, vallen deze niet onder het bereik van deze bepaling................................................................................................................. 74 Gekozen is voor een verbodsbepaling met de mogelijkheid tot het aanvragen van een ontheffing als alcoholhoudende drank wordt geschonken. Dit moet tijdig door de paracommerciële rechtspersoon bij de burgemeester worden aangevraagd. Het niet tijdig aanvragen van een ontheffing heeft consequenties, namelijk het buiten behandeling laten van de aanvraag. De ontheffing kan alleen worden geweigerd indien sprake is van oneerlijke mededinging.

Of sprake is van oneerlijke mededinging hangt sterk af of de lokale reguliere commerciële ondernemers voor de desbetreffende bijeenkomst passende faciliteiten heeft te bieden. Zijn deze passende faciliteiten niet beschikbaar dan is geen sprake van oneerlijke mededinging. Dit moet door de paracommerciële rechtspersoon worden aangetoond.........74 Artikel 2:34g Bijeenkomsten van derden................................................................................74 Op grond van artikel 4, eerste lid en derde lid, onder c, van de Drank- en Horecawet moeten regels worden gesteld met betrekking tot door paracommerciële rechtspersonen in de inrichting te houden bijeenkomsten die gericht zijn op personen welke niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon zijn betrokken. Uiteraard alleen voor zover tijdens deze bijeenkomsten alcoholhoudende drank wordt verstrekt door de 6

paracommerciële rechtspersoon. Hieronder vallen overigens niet de reguliere activiteiten, zoals beschreven bij de toelichting op artikel 2:34e...............................................................74 Gekozen is voor een verbodsbepaling met de mogelijkheid tot het aanvragen van een ontheffing als alcoholhoudende drank wordt geschonken. Dit moet tijdig door de paracommerciële rechtspersoon bij de burgemeester worden aangevraagd. Het niet tijdig aanvragen van een ontheffing heeft consequenties, namelijk het buiten behandeling laten van de aanvraag. De ontheffing kan alleen worden geweigerd indien sprake is van oneerlijke mededinging. Of sprake is van oneerlijke mededinging hangt sterk af of de lo-kale reguliere commerciële ondernemers voor de desbetreffende bijeenkomst passende faciliteiten heeft te bieden. Zijn deze passende faciliteiten niet beschikbaar dan is geen sprake van oneerlijke mededinging.

Dit moet door de paracommerciële rechtspersoon worden aangetoond.........74 Artikel 2:34h Facultatieve ontheffingen...................................................................................74 In artikel 2:34h van deze verordening worden de facultatieve ontheffingen van de burgemeester opgesomd......................................................................................................74 In het eerste lid gaat het om ontheffingen van de verboden in artikel 2:34d van deze verordening. Het betreft het verbod om bij bepaalde inrichtingen alcoholhoudende drank of sterke drank te verstrekken. De burgemeester kan een tijdelijke ontheffing verlenen, maar ook een ontheffing die in principe permanent is. Aan al deze ontheffingen kan de burgemeester voorschriften en beperkingen verbinden.........................................................74 Een tijdelijke ontheffing van het verbod sterke drank te verstrekken kan geen tijdelijke ontheffing zijn van het verbod zonder rechtsgeldige horecavergunning drank te verstrekken tijdens evenementen (in de Drank- en Horecawet “bijzondere gelegenheden van zeer tijdelijk aard” genoemd). Anders zou de ontheffingsmogelijkheid o.g.v. dit artikel uit deze verordening kunnen betekenen dat tijdens evenementen sterke drank wordt verstrekt op plaatsen waar normaal nooit wordt verstrekt.

Uit artikel 35 van de Drank- en Horecawet blijkt dat de wetgever dat niet mogelijk heeft willen maken: tijdelijke evenementenontheffingen van het schenkverbod kunnen alleen betrekking hebben op zwak-alcoholhoudende dranken..........74 Conform het bepaalde in artikel 4, vierde lid, van de Drank- en Horecawet is een ontheffing voor het schenken van zwak-alcoholhoudende drank buiten de vastgestelde schenktijden mogelijk, als sprake is van een bijzondere gelegenheid van zeer tijdelijke aard voor een aaneengesloten periode van ten hoogste twaalf dagen. Te denken valt aan Koninginnedag, de plaatselijke braderie of een zomerfestival. Ook kan ingevolge artikel 4, vierde lid, van de Drank- en Horecawet een ontheffing worden verleend voor in de inrichting te houden bijeenkomsten van persoonlijke aard, zoals bruiloften en partijen of bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de betreffende rechtspersoon zijn betrokken. De Drank- en Horecawet verplicht paracommerciële rechtspersonen de ontheffing of een afschrift daarvan in de inrichting aanwezig te hebben. 75 In het derde lid is bepaald dat de lex silencio positivo ook bij deze facultatieve ontheffingen niet van toepassing is............................................................................................................

75 Artikel 2:34i Intrekkingsgronden ontheffing.............................................................................75 Alle ontheffingen kunnen door de burgemeester worden ingetrokken of gewijzigd. De situaties waarin dat mogelijk is staan in artikel 2:34i van deze verordening opgesomd.......................75 Afdeling 6............................................................................................................................... 76 Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf.................................................76 Artikel 2:35 Definitie............................................................................................................ 76 Artikel 2:36 Kennisgeving exploitatie..................................................................................76 Artikel 2:37 Nachtregister...................................................................................................76 Artikel 2:38 Verschaffing gegevens nachtregister...............................................................76 Afdeling 7.

Toezicht op speelgelegenheden...........................................................................77 Artikel 2:38a Definities........................................................................................................77 Artikel 2:39 Speelgelegenheden.........................................................................................77 Artikel 2:40 Kansspelautomaten.........................................................................................78 Afdeling 8............................................................................................................................... 80 Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade.................................................80 Artikel 2:41 Betreden gesloten woning of lokaal.................................................................80 Artikel 2:42 Plakken en kladden..........................................................................................83 Artikel 2:43 Vervoer plakgereedschap en dergelijke...........................................................84 7

Artikel 2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen...........................................................................85 Artikel 2:45 Betreden van plantsoenen en dergelijke..........................................................85 Artikel 2:46 Rijden over bermen en dergelijke.....................................................................85 Artikel 2:47 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen...........................................................85 Artikel 2:48 Verboden drankgebruik....................................................................................86 Artikel 2:49 Verboden gedrag bij of in gebouwen................................................................87 Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten..............................87 Artikel 2:51 Neerzetten van fietsen of bromfietsen..............................................................88 Artikel 2:52 Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein en dergelijke...........88 Artikel 2:53 Bespieden van personen.................................................................................89 Artikel 2:54 Bewakingsapparatuur......................................................................................89 Artikel 2:55 Nodeloos alarmeren.........................................................................................89

(Vervallen).......................................................................................................................... 89 Artikel 2:56 Alarminstallaties...............................................................................................89 Artikel 2:57 Loslopende honden.........................................................................................89 Artikel 2:58 Verontreiniging door honden............................................................................90 Artikel 2:59 Gevaarlijke honden..........................................................................................91 Artikel 2:60 Houden of voeren van hinderlijke of schadelijke dieren...................................92 Artikel 2:61 Wilde dieren.....................................................................................................93 Artikel 2:62 Loslopend vee..................................................................................................93 Artikel 2:63 Duiven.............................................................................................................. 94 Artikel 2:64 Bijen................................................................................................................. 94 Artikel 2:65 Bedelarij...........................................................................................................

95 Afdeling 9. Bestrijding van heling van goederen.....................................................................96 Artikel 2:66 Definitie............................................................................................................ 96 Artikel 2:67 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister......................................96 Artikel 2:68 Voorschriften als bedoeld in artikel 437 van het Wetboek van Strafrecht.........97 Artikel 2:69 Vervreemding van door opkoop verkregen goederen......................................98 Artikel 2:70 Handel in horecabedrijven...............................................................................98 Afdeling 10. Consumentenvuurwerk.......................................................................................99 Artikel 2:71 Definitie............................................................................................................ 99 Artikel 2:72 Ter beschikking stellen van vuurwerk tijdens verkoopdagen............................99 Artikel 2:73 Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling.........................101 Afdeling 10a. Carbidschieten................................................................................................102 Afdeling 11.

Drugsoverlast...................................................................................................103 Artikel 2:74 Drugshandel op straat....................................................................................103 Artikel 2:74a Openlijk drugsgebruik..................................................................................103 Afdeling 12........................................................................................................................... 105 Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester.................................................................105 Artikel 2:75 Bestuurlijke ophouding...................................................................................105 Artikel 2:76 Veiligheidsrisicogebieden...............................................................................105 Artikel 2:77 Cameratoezicht op openbare plaatsen..........................................................106 Artikel 2:78 Gebiedsontzegging........................................................................................107 Artikel 2:79 Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet................................110 Hoofdstuk 3.

Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen................111 Afdeling 1 Begripsbepalingen...............................................................................................112 Afdeling 2. Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en dergelijke.............................115 Afdeling 3 Beslistermijn: weigeringsgronden........................................................................122 Afdeling 4 Beëindiging exploitatie; wijziging beheer.............................................................125 Afdeling 5 Overgangsbepaling.............................................................................................126 Hoofdstuk 4. Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente...................................................................................................127 Afdeling 1. Voorkomen of beperken geluidhinder en hinder door verlichting........................127 Artikel 4:1 Definities.............................................................................................................. 127 Op grond van de Wm moeten inrichtingen die nadelige gevolgen voor het milieu kunnen veroorzaken over een milieuvergunning beschikken of voldoen aan een AMvB die artikelen met betrekking tot de bescherming van het milieu bevat. Het Activiteitenbesluit 8

milieubeheer biedt de mogelijkheid om in de gemeentelijke verordening voorwaarden te stellen aan festiviteiten ter voorkoming of beperking van geluidhinder. Deze afdeling bevat daarover voorschriften. Voor de definitie van begrippen die aan aanpalende regelgeving – waaronder het Activiteitenbesluit milieubeheer en de Wet milieubeheer – ontleend zijn, wordt aangesloten bij de betekenis uit die regelgeving.....................................................127 Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten...................................................................127 Artikel 4:3 Melding incidentele festiviteiten.......................................................................129 Artikel 4:4 Verboden incidentele festiviteiten.....................................................................130 Artikel 4:5 Onversterkte muziek........................................................................................130 Artikel 4:6 Overige geluidhinder........................................................................................131 Artikel 4:6a Mosquito........................................................................................................ 132 (Gereserveerd).................................................................................................................

132 Artikel 4:7 Verbod op ballonnen tijdens georganiseerde activiteiten.................................132 Het is verboden tijdens feesten, evenementen, promotieacties en plechtigheden ballonnen op te laten......................................................................................................................... 132 Afdeling 2. Bodem-, weg- en milieuverontreiniging...............................................................133 Artikel 4:8 Natuurlijke behoefte doen................................................................................133 Artikel 4:9 Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen......................................................................................................................... 133 Afdeling 3. Het bewaren van houtopstanden........................................................................134 Artikel 4:10 Definities........................................................................................................134 Artikel 4:11 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden............................134 Artikel 4:12 Vergunning van rechtswege...........................................................................135 Afdeling 4.

Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast..................................................136 Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen en dergelijke....................136 Artikel 4:14 Stankoverlast door gebruik van meststoffen..................................................136 Artikel 4:15 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame.......................................................136 Artikel 4:16 Vergunningplicht lichtreclame........................................................................137 Afdeling 5. Kamperen buiten kampeerterreinen...................................................................138 Artikel 4:17 Definitie.......................................................................................................... 138 Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen...........................................138 Artikel 4:19 Aanwijzing kampeerplaatsen.........................................................................138 Afdeling 6. Strand en duingebied.........................................................................................139 Hoofdstuk 5. Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente..............140 ......................................................................................................................................... 140 Afdeling 1.

Parkeerexcessen en stopverbod........................................................................140 Artikel 5:1 Begripsbepaling...............................................................................................142 Artikel 5:2 Voertuigen van autobedrijf en dergelijke..........................................................143 Artikel 5:3 Te koop aanbieden van voertuigen..................................................................144 Artikel 5:4 Defecte voertuigen...........................................................................................144 Artikel 5:5 Voertuigwrakken..............................................................................................144 Artikel 5:6 Kampeermiddelen en andere voertuigen.........................................................145 Artikel 5:7 Reclamevoertuigen..........................................................................................146 Artikel 5:8 Grote voertuigen..............................................................................................146 Artikel 5:9 Uitzichtbelemmerende voertuigen....................................................................149 Artikel 5:11 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen............................................151 Artikel 5:12 Overlast van fietsen of

bromfietsen................................................................152 Afdeling 2. Collecteren......................................................................................................... 155 Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen of leden- of donateurwerving.....................155 Afdeling 3. Venten................................................................................................................ 159 Artikel 5:14 Definitie.......................................................................................................... 159 Artikel 5:15 Ventverbod....................................................................................................159 Artikel 5:16 Vrijheid van meningsuiting.............................................................................161 Afdeling 4. Standplaatsen....................................................................................................162 Artikel 5:17 Definitie.......................................................................................................... 162 Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden..............................................162 Artikel 5:19 Toestemming rechthebbende........................................................................165 9

Artikel 5:20 Afbakeningsbepaling......................................................................................165 Geen extra toelichting.......................................................................................................165 Artikel 5:21 Aanhoudingsplicht..........................................................................................165 Afdeling 5. Snuffelmarkten...................................................................................................166 Artikel 5:22 Definitie.......................................................................................................... 166 Artikel 5:23 Organiseren van een snuffelmarkt.................................................................166 Afdeling 6. Openbaar water en waterstaatswerken..............................................................168 Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water..................................................169 Artikel 5:25 Ligplaats vaartuigen.......................................................................................169 Met ingang van 8 december 2014 is de zinsnede "niet zijnde een object dat valt onder de Woningwet" geschrapt uit artikel 2.2.1, aanhef en onder a, van de Verordening op het binnenwater 2010.

Derhalve zijn onder de Woningwet en de Wabo vallende woonboten sinds die datum niet meer uitgesloten van de werkingssfeer van de Verordening op het binnenwater 2010. Dit betekent dat ook de woonboot van [appellant] onder de Verordening op het binnenwater 2010 valt, hoewel het algemeen bestuur deze in het besluit van 27 oktober 2015 heeft aangemerkt als bouwwerk. Hieraan doen voormelde uitspraken van de Afdeling van na 8 december 2014 niet af. In die uitspraken ging het immers om besluiten van vóór 8 december 2014, zodat het oude recht van toepassing was.............................174 Artikel 5:26 Aanwijzing ligplaatsen....................................................................................174 (Vervallen)........................................................................................................................

174 Artikel 5:27 Verbod innemen ligplaats...............................................................................174 Artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken.............................................................174 Artikel 5:29 Reddingsmiddelen.........................................................................................174 Artikel 5:30 Veiligheid op het water...................................................................................174 Artikel 5:31 Overlast aan vaartuigen.................................................................................174 Afdeling 7. Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden ...............176 Artikel 5:31a Begripsbepalingen.......................................................................................176 (Vervallen)........................................................................................................................ 176 Artikel 5:32 Crossterreinen...............................................................................................176 Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden............................................................178 Vz. ARRS 30-08-1990, AB 1991, 432.

Wanneer wordt overgegaan tot het aanwijzen van een natuurgebied, waarbinnen gemotoriseerd verkeer verboden is, zoals in deze bepaling bedoeld, is het verstandig te bezien in hoeverre een overgangsregeling noodzakelijk is voor personen die - al dan niet bedrijfsmatig - met een motorvoertuig gebruik maken van dit natuurgebied. Vanwege het ontbreken van een overgangsregeling trof de Voorzitter van de ARRS een voorlopige voorziening, waarbij aan belanghebbende alsnog een tijdelijke ontheffing werd verleend...................................................................................................180 Afdeling 8. Vuurverbod.........................................................................................................181 Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken............................................................................................................................... 181 Afdeling 9. Asverstrooiing.....................................................................................................185 Artikel 5:35 Definitie..........................................................................................................

185 Artikel 5:36 Verboden plaatsen.........................................................................................185 Artikel 5:37 Hinder of overlast...........................................................................................185 Hoofdstuk 6. Sanctie-, overgangs- en slotbepalingen..........................................................187 Artikel 6:1 Sanctiebepaling...............................................................................................190 In het vierde lid is de bevoegdheid neergelegd een bestuurlijke boete op te leggen ter handhaving van de regels gesteld krachtens artikel 3, derde lid, van de Wet veiligheidsregio’s. De hoogte van deze boete is maximaal gelijk aan een geldboete van de derde categorie. Het verdient aanbeveling beleidsregels te hebben over de hoogte van de boete. Voorheen was de bevoegdheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete opgenomen in artikel 8 van de VNG Model Brandbeveiligingsverordening 2012. Met het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen wordt in het onderwerp van de in de Brandbeveiligingsverordening neergelegde regels voorzien.

De raad is ingevolge artikel 64, tweede lid, van de Wet veiligheidsregio’s nog steeds bevoegd om bij verordening te bepalen dat een bestuurlijke boete kan worden opgelegd voor overtreding van de regels, gesteld krachtens artikel 3 van de Wet veiligheidsregio’s. Doordat de VNG 10

Model Brandbeveiligingsverordening 2012 is vervallen, is de bevoegdheid een bestuurlijke boete op te leggen voor overtreding van de krachtens artikel 3 van de Wet veiligheidsregio’s gestelde regels ondergebracht in de APV.............................................192 Artikel 6:2 Toezichthouders..............................................................................................193 Artikel 6:3 Binnentreden woningen...................................................................................196 Artikel 6:4 Intrekking oude verordening.............................................................................198 Artikel 6:5 Overgangsbepaling..........................................................................................198 Artikel 6:6 Inwerkingtreding...............................................................................................198 Artikel 6:7 Citeertitel.......................................................................................................... 199

Toelichting Algemeen Karakter toelichting Deze toelichting behoort bij de model-APV en is als zodanig te beschouwen als een gebruiksaanwijzing voor degenen die dit model gaan omzetten in een collegevoorstel voor een APV aan de raad. Het is dus niet zo dat deze toelichting onderdeel (moet of kan) uitmaken van een door de raad vastgestelde APV. Uiteraard kunnen gedeelten van de toelichting bij deze model-APV wel gebruikt worden in de voordracht van het college aan de raad. Autonomie en medebewind De APV is hét klassieke voorbeeld van een autonome gemeentelijke verordening. Toch bevat de APV medebewindsbepalingen, bijvoorbeeld: - Artikel 2:3 ‘Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen’: Dit artikel is een uitwerking van de artikelen 3 en 4 van de Wom; - Hoofdstuk 2, afdeling 5, ‘Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Drank- en Horecawet’: Op grond van artikel 4 van de DHW wordt een verordening verplicht gesteld voor de paracommerciële horecabedrijven. Andere medebewindsgrondslagen zijn ook in de aanhef opgenomen.

Wettelijke grondslag artikel 149 Gemeentewet artikel 149a Gemeentewet (binnentreden woningen) artikel 151a Gemeentewet (prostitutie) artikel 151b Gemeentewet (veiligheidsrisicogebied) artikel 151c Gemeentewet (cameratoezicht) artikel 151d Gemeentewet (woonoverlast) artikel 154 Gemeentewet (strafbepaling) artikel 154a Gemeentewet (bestuurlijke ophouding) artikelen 3 en 4 Wom (kennisgeving samenkomst/betoging) artikel 4 DHW artikelen 25a, 25b, 25c en 25d DHW artikelen 2.18, eerste lid, onder f en g, en vijfde lid, 2.21 en 3.148, tweede lid, Activiteitenbesluit milieubeheer artikel 30c, tweede lid, Wok (aantal

Model-APV algemene verordenende bevoegdheid artikel 6:3 hoofdstuk 3 artikel 2:76 artikel 2:77 artikel 2:79 artikel 6:1 artikel 2:75 artikel 2:3 artikel 2:34b artikelen 2:34c tot en met 2:34f hoofdstuk 4, afdeling 1 artikel 2:40 11

kansspelautomaten) artikel 3 Wtw (vrijstelling/ontheffing winkeltijden) artikel 2a WVW 1994 (verordenende bevoegdheid) artikel 64, tweede lid, Wet veiligheidsregio’s (facultatief) artikel 2.2, tweede lid, Wabo (facultatief)

artikel 5:15 hoofdstuk 5, afdeling 1 artikel 6:1, vierde lid Niet in model-APV. Opnemen indien in de APV ligplaatsvergunning als omgevingsvergunning is geregeld

Deze (en eventueel nog volgende soortgelijke verordeningen) betreffen net als de APV in elk geval gedeeltelijk de openbare ruimte en hangen nauw samen met de andere bepalingen in de APV. Het ligt daarom voor de hand deze medebewindverordeningen onder te brengen in de APV. Op deze manier blijft er een samenhangend geheel bestaan van gemeentelijke regelingen die de openbare ruimte betreffen. Provinciale wegenverordening of provinciaal wegenreglement In een aantal artikelen in de APV wordt de grens afgebakend tussen de APV en andere regelingen. Soms is die andere regeling een provinciale verordening of een provinciaal reglement voor de provinciale wegen. Vergunning, ontheffing of melding; schaarste In de APV komen drie toestemmingsstelsels voor: - een ontheffingsstelsel; - een vergunningstelsel; - een meldingsstelsel. Bij een ontheffingsstelsel geldt een verbod om een bepaalde activiteit uit te voeren. In uitzonderlijke gevallen is daarop een ontheffing mogelijk. Er kan sprake zijn van schaarste (meer aanvragen dan het aantal ontheffingen dat wordt verleend). Bij een vergunningstelsel geldt in beginsel een verbod, maar bestaat er in het algemeen geen bezwaar tegen de activiteit. De gemeente wil de regie op de activiteiten houden. Zij kan ook het aantal beschikbare vergunningen beperken. In dat geval kan er sprake zijn van schaarste.

Als sprake is van schaarse ontheffingen of vergunningen gelden bepaalde verdelings- en procedurevoorschriften. Zie hiervoor de VNG Handreiking voor gemeenten ‘Schaarse vergunningen’, november 2018, en de toelichting hieronder. Bij een meldingsstelsel bestaat er al dan niet een verbod, maar bestaat er geen bezwaar tegen de activiteit als zodanig. Om grip en regie te houden, stelt de gemeente een melding verplicht. Er kan dan geen sprake zijn van schaarste, want elke melding die aan de voorschriften voldoet, wordt geaccepteerd. Juridisch karakter van een melding In januari 2015 heeft de Afdeling haar rechtspraak rond meldingsstelsels aangepast. Beknopt samengevat komt de wijziging er op neer dat alleen een meldingsstelsel beheerst door algemene regels en waarbij niet is voorzien in enige reactie van het bestuursorgaan niet leidt tot een appellabel besluit. In andere gevallen leidt de weigering of acceptatie, dan wel het uitblijven of niet-tijdig reageren door het bestuursorgaan tot een appellabel besluit. Zie ABRvS 14-012015, ECLI:NL:RVS:2015:14 (Leeuwarden-Lekkum) en ABRvS 14-01-2015, ECLI:NL:RVS:2015:36 (Stein-Elsloo). De Afdeling volgt hiermee de conclusie van Advocaat-Generaal Widdershoven over meldingsstelsels (ABRvS 12-11-2014, ECLI:NL:RVS:2014:4116).

Zie over meldingenstelsels verder ook (onder meer) ABRvS 17-06-2015, ECLI:NL:RVS:2015:1884, ABRvS 24-06-2015, ECLI:NL:RVS:2015:1965, ABRvS 18-05-2016, ECLI:NL:RVS:2016:1309 en ABRvS 25-01-2017, ECLI:NL:RVS:2017:164. Lex silencio positivo 12

In artikel 4:20a, eerste lid, van de Awb is bepaald dat paragraaf 4.1.3.3 van de Awb (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) bij wettelijk voorschrift van toepassing verklaard kan worden. In dat geval geldt dat als het bestuursorgaan niet tijdig op de aanvraag tot het geven van een beschikking beslist, de gevraagd beschikking van rechtswege is gegeven. Het doel hiervan is vermindering van regeldruk en verbetering van de dienstverlening aan bedrijven en burgers. Afdeling 4.1.3.3 van de Awb (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is: - van toepassing op vergunningen, ontheffingen en vrijstellingen als bedoeld in de artikelen 2:6, 2:9, 2:10, 2:11, 2:63, 2:64, 2:67, 4:11, 5:6, 5:7, 5:8, 5:13, 5:23 en 5:36. - niet van toepassing op vergunningen en ontheffingen als bedoeld in de artikelen 2:1, 2:22, 2:25, 2:26, 2:29, 2:39, 2:45, 2:60, 2:72, 4:6, 4:18, 5:2, 5:3, 5:11, 5:15, 5:18, 5:33 en 5:34. De toepasselijkheid van de lex silencio positivo kan ook volgen uit een wet in formele zin. Zo volgt toepasselijkheid van de lex silencio positivo op aanvragen om omgevingsvergunningen bijvoorbeeld uit artikel 3.9, derde lid, van de Wabo en geldt op grond van artikel 28, eerste lid, van de Dienstenwet dat de lex silencio positivo van toepassing is op aanvragen om vergunningen die onder de reikwijdte van de Dienstenwet vallen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9774338/2