21 03 Wijziging APV oplegnotitie
Tekst van het document
Herziening van de Algemeen plaatselijke verordening Westvoorne 2021 1. Aanleiding In 2019 is de Algemene Plaatselijke Verordening (hierna APV) Westvoorne voor het laatst herzien en is de APV Westvoorne 2020 vastgesteld. De APV geldt voor iedereen binnen de gemeente (niet alleen voor inwoners) en heeft tot doel om de gemeente netjes en leefbaar te houden. In de APV worden zaken geregeld op het gebied van openbare orde, horeca, evenementen, seksinrichtingen, bescherming van het milieu en andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente. 2. Argumenten De APV wordt jaarlijks geactualiseerd, in 2015 heeft de actualisatie plaatsgevonden met inbreng van inwoners van Westvoorne. Dit jaar is gekozen om inwoners van Westvoorne middels het burgerpanel te betrekken en de vakafdelingen en externe partners om input te vragen. Daarnaast zijn een aantal artikelen inhoudelijk op verzoek van de VNG gewijzigd. De APV Westvoorne 2021 is gebaseerd op de model APV van de VNG. De VNG adviseert om een aantal artikelen te wijzigen, vanwege ontwikkelingen in de rechtspraak, wetswijzigingen en verzoeken en opmerkingen die de VNG in het afgelopen jaar vanuit de gemeenten heeft ontvangen. 3. Wijzigingen Er worden op volgende pagina’s een tweetal tabellen weergegeven. De eerste tabel betreft de technische wijzigingen, die voortkomen uit het advies van de VNG.
De tweede tabel betreft de wijzigingen op verzoek van de organisatie en/of externe partners. Daarnaast zijn er grammaticale wijzigingen doorgevoerd die niet in de oplegnotitie worden opgenomen. Wijzigingen op advies van de VNG APV artikel Art. 2:26
Toelichting Er zijn een groot aantal argumenten om dit artikel uit te breiden, met name vanwege de invloed van de aanwezigheid van OMG’s op de subjectieve veiligheid. Ook worden (gewelds)incidenten en strafbare feiten met enige regelmaat toegerekend worden aan deze ‘gangs’. Strafbaarstelling op grond van de APV voorziet in de mogelijkheid om tegen de aanwezigheid van OMG’s op te treden, voor zolang landelijke wet- en regelgeving uit blijft.
Art. 2:50a
In dit onderdeel wordt na artikel 2:50 ingevoegd artikel 2:50a (nieuw). Zie hiervoor de toelichting op het tweede en derde lid van artikel 2:26 (zie voorgaand).
Nieuwe artikel Artikel 2:26 Ordeverstoring 1. Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren. 2. Het is verboden bij een evenement zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een doel of werkzaamheid in strijd met de openbare orde. 3. Het verbod in het tweede lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht. Artikel 2:50a Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties 1. Het is verboden op openbare plaatsen of in voor het publiek toegankelijke openstaande gebouwen
Art. 2:57 lid 1b
Art. 2:65
Art. 5:32 lid 1
Volgens het huidige onderdeel b geldt een verbod voor honden op de weg indien ze niet zijn aangelijnd. Dus op andere openbare plaatsen dan de weg mag een hond niet aangelijnd lopen, behalve op een krachtens onderdeel a genoemde plaats/aangewezen plaats. De wijziging breidt het verbod voor nietaangelijnde honden uit tot andere plaatsen binnen de bebouwde kom dan de weg, zoals parken en plantsoenen of andere voor publiek openstaande plaatsen. Dat past ook beter bij de uitzondering in het tweede lid, waar wordt gesproken over ‘aangewezen plaatsen’. Het komt de VNG voor dat het verbod ook in bijvoorbeeld parken of plantsoenen zou moeten gelden. Uit onze toelichting in artikel 1:1 op openbare plaats: het verblijf op die plaats [mag] niet door de gerechtigde aan een bepaald doel gebonden zijn. Op grond hiervan zijn bijvoorbeeld stadions, postkantoren, warenhuizen, restaurants, musea, ziekenhuizen en kerken geen ‘openbare plaatsen’. Ook de hal van het gemeentehuis valt buiten het begrip ‘openbare plaats’. ‘Een voor het publiek toegankelijk gebouw’ voor zover het verblijf daarin door de gerechtigde niet aan een doel is gebonden, is dus ook een openbare plaats. Eigenaren/ exploitanten van stadions enz. en gemeentehuis’ moeten zelf reguleren. Er zijn gemeenten met een terrein (in het buitengebied) waar incidenteel een paar uurtjes gecrost wordt met brommers.
Het crossen is puur recreatief, dus niet ter voorbereiding op wedstrijden. Om hiertegen te kunnen optreden bij (geluids)overlast hebben wij het crossen buiten wedstrijdverband aan het eerste lid toegevoegd.
en daarbij behorende erven zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een werkzaamheid of doel in strijd met de openbare orde. 2. Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht. Artikel 2:57 Loslopende honden 1. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen: b. binnen de bebouwde kom op een openbare plaats als de hond niet is aangelijnd.
Artikel 2:65 Bedelarij Het is verboden in de gemeente Westvoorne op een openbare plaats te bedelen om geld of andere zaken.
Artikel 5:32 Crossterreinen 1. Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig of een bromfiets te crossen buiten wedstrijdverband, een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het
Art. 6:1 lid 2
De tekst is verduidelijkt door het verbod te duiden als omgevingsvergunningplichtige activiteit.
Diverse artikelen
kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben. Artikel 6:1 Strafbepaling 2. In afwijking van het eerste lid is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2:10 en 2:11 als sprake is van een omgevingsvergunningplichtige activiteit, Tekstuele en redactionele verbeteringen
Wijzigingen uit de organisatie of externe partners APV artikel Art. 1:1
Toelichting De definities worden in de versie van 2020 niet op alfabetische volgorde opgesomd. Dit is na de herziening wel het geval. Ook wordt gesuggereerd om de definitie van ‘strand’ uit te bereiden zodat het ook de stranden bij Oostvoorne betreft.
Artikel 1:1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: o badseizoen: de periode van 1 april tot 1 november van enig jaar; o badstrand: het zeestrand met daarbij de droog liggende banken tussen de strandpalen 12.000 en 13.300; o bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld overeenkomstig artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994. o bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning; o bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Bouwverordening; o college: het college van burgemeester en wethouders; o duingebied: het gebied bestaande uit duinen, bossen, graslanden en daarin gelegen wateren; o gebouw: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Woningwet daaronder wordt verstaan; o handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; o openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; o openbare plaats: hetgeen in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties daaronder wordt verstaan; o parkeren: wat daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het reglement verkeersregels en verkeersteken 1990; o rechthebbende: degene die over een
zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht; o strand: het zeestrand met daarbij de droog liggende banken; o vaartuigen: alle vaartuigen, daaronder mede verstaan drijvende werktuigen, alsmede woonschepen, glijboten en ponten; o voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen; o weg: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994; o woonschip: elk vaartuig, dat uitsluitend of hoofdzakelijk wordt gebruikt als woning of recreatieverblijf dan wel door zijn constructie, afmetingen en inrichting uitsluitend of hoofdzakelijk bestemd of geschikt is om te worden gebruikt als woning of recreatieverblijf; o zwemplaatsen: die gedeelten van de openbare wateren, welke door middel van palen, drijvers of ander wijze van het openbaar water zijn afgescheiden, dan wel als zodanig zijn aangeduid.
APV artikel Art. 2:3 lid 1
Toelichting De meeste gemeenten hanteren een kennisgevingstermijn van 48 uur. Een langere termijn heeft vanuit het perspectief van grondwettelijke en verdragsrechtelijke beschermde betogingsvrijheid niet de voorkeur.
Art. 2:27
Coffeeshop toegevoegd aan de lijst met openbare inrichtingen.
Art. 2:28 lid 7
Pizzeria toegevoegd aan de lijst met niet-vergunningsplichtige openbare inrichtingen.
Art. 2:30a
Aanwezigheidsplicht exploitant/leidinggevende in openbare inrichtingen. Dit is aanvullend aan de Drank- en horecawet.
Nieuwe artikel Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen 1. Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging te houden, waaronder begrepen een samenkomst als bedoeld in artikel 3, eerste lid van de Wet openbare manifestaties, geeft daarvan vóór de openbare aankondiging en ten minste 48 uur voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de burgemeester Artikel 2:27 Definitie 1. In deze afdeling wordt onder een openbare inrichting verstaan een hotel, restaurant, pension, café, waterpijpcafé, coffeeshop, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis of elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden bereid of verstrekt; Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting 7. Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een: a. automatiek; b. broodjeszaak; c. cafetaria; d. croissanterie; e. koffiebar; f. lunchroom; g. ijssalon; h. snackbar; i. tearoom; j. traiteur; k. pizzeria; Artikel 2:30a Aanwezigheid exploitant of leidinggevende 1. Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te houden indien in deze inrichting niet aanwezig is: a. de exploitant die is vermeld in de vergunning of b.
een leidinggevende die is vermeld in het aanhangsel bij de vergunning 2. In afwijking van het eerste lid is het een paracommerciële rechtspersoon als bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet verboden de openbare inrichting voor bezoekers geopend te houden
Art. 2:41 lid 3
Een door het burgemeester gesloten woning of lokaal mocht alleen betreden worden wier aanwezigheid wegens dringende reden noodzakelijk was, maar beschreef niet zij die daartoe ontheffing hebben ontvangen.
Art. 2:41a t/m 2:41i
Volledig nieuwe artikelen op basis van ondermijning. Op basis van deze artikel kunnen publiek openstaande gebouwen worden gesloten en kan er een branche vergunningplichtig worden gemaakt.
indien in deze inrichting niet aanwezig is: a. de exploitant die is vermeld in de vergunning of b. een leidinggevende die is vermeld in het aanhangsel bij de vergunning of c. een barvrijwilliger als bedoeld in artikel 24, tweede lid, onder c, van de Drank- en Horecawet. Artikel 2:41 Betreden gesloten woning of lokaal 3. Deze verboden zijn niet van toepassing op personen die daartoe ontheffing hebben ontvangen van het college of wier aanwezigheid in de woning of het lokaal of een daarbij behorend erf wegens dringende reden noodzakelijk is. Artikel 2:41a Sluiting voor het publiek openstaande gebouwen 1. De burgemeester kan, indien zulks naar zijn oordeel in het belang van de openbare orde of ter voorkoming of beperking van overlast of nadelige beïnvloeding van het woon- of leefklimaat is vereist, de gehele of gedeeltelijke sluiting bevelen van een voor het publiek openstaand gebouw - niet zijnde een seksinrichting - of een bij dat gebouw behorend erf, een perceel of perceelsgedeelte of enige andere ruimte, niet zijnde een woning die als zodanig in gebruik is. 2. De burgemeester maakt de sluiting bekend door het aanbrengen van een afschrift van zijn bevel op of nabij de toegang van het voor het publiek openstaande gebouw of het bij dat gebouw behorende erf, het perceel of perceelsgedeelte of de ruimte.
De sluiting treedt in werking op het moment dat bedoeld afschrift is aangebracht. 3. Een ieder is verplicht toe te laten dat het in het tweede lid bedoelde afschrift wordt aangebracht en aangebracht blijft, zolang de sluiting van kracht is. 4. Het is de rechthebbende op en de beheerder van het gebouw, erf, perceel of perceelsgedeelte of de ruimte waarvoor een bevel als bedoeld in het eerste lid geldt, verboden daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven, zolang de sluiting van kracht is. 5. Het is een ieder verboden
Art. 2:50
Het aantal voorbeelden wordt aangevuld met speeltuinen en schoolpleinen (artikel 4:61).
Art. 2:62
Met de bepaling die in 2020 geldt is het toegestaan om dieren die niet herkauwend en eenhoevig zijn los te laten lopen.
Art. 2:67
De handelaar is op grond van de APV verplicht de gebruikte of ongeregelde goederen te registreren. Voorheen mochten de goederen in het DOR aangemeld worden, maar met ingang van het nieuwe artikel moet dit in het DOR geregistreerd worden. Dit maakt
een overeenkomstig het eerste lid gesloten gebouw, erf, perceel of perceelsgedeelte of enige andere ruimte te bezoeken of als bezoeker daarin te verblijven. 6. Op aanvraag van een belanghebbende kan: a. een sluiting voor onbepaalde duur door de burgemeester worden opgeheven, wanneer naar zijn oordeel voldoende garanties aanwezig zijn, dat geen herhaling van de feiten of gedragingen die tot sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden; b. een sluiting door de burgemeester worden opgeheven wanneer later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en naar zijn oordeel voldoende garanties aanwezig zijn dat geen herhaling van de feiten of gedragingen die tot sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden. Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten Het is verboden zich zonder redelijk doel en op een voor anderen hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek toegankelijke ruimte, dan wel deze te verontreinigen of te gebruiken voor een ander doel dan waarvoor deze ruimte is bestemd. Onder deze ruimten worden in elk geval verstaan: portalen, wachtlokalen voor het openbaar vervoer, toiletgebouwen, parkeergarages, rijwielstallingen, speeltuinen en schoolpleinen.
Artikel 2:62 Loslopend vee De rechthebbende op herkauwende hoefdieren of varkens (vee) die zich bevinden in een weiland of op een terrein dat niet van de weg is afgescheiden door een deugdelijke veekering, is verplicht ervoor te zorgen dat zodanige maatregelen getroffen worden dat dit vee die weg niet kan bereiken. Artikel 2:67 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister 1. De handelaar is verplicht in het Digitaal Opkopers Register (DOR) aantekening te houden van alle gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere wijze overdraagt en daarin onverwijld op te
controle mogelijk. Het DOR is door de burgemeester in 2019 aangewezen als een doorlopend en gewaarmerkt register.
Art. 3:3
Verwijzing naar het beleid seksbranche opgenomen in de APV.
Art. 4:14
Gewijzigd naar aanleiding van diverse signalen.
Art. 4:18 lid 2
Met het in 2020 geldende artikel was het mogelijk om meerdere kampeermiddelen te stallen op het eigen terrein, dis is met ingang van het artikelen beperkt tot één middel. De term ‘een terrein’ is daarbij veranderd in ‘een terrein, behorend tot het erf van een woning of recreatiewoning’.
Art. 4:27
Art. 4:27a
‘Maximaal zeven aaneengesloten dagen’ is daarbij aangepast naar ‘maximaal zeven dagen’ Bij het huidige stookverbod wordt het gemeentelijk strand- en duingebied niet genoemd. Om deze reden wordt gesuggereerd om dit expliciet te benoemen vanwege brandveiligheid.
De huidige APV biedt ruimte om recreatieve bedrijfsactiviteiten te
nemen: a. het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het goed; b. de datum van verkoop of overdracht van het goed; c. een omschrijving van het goed, voor zover van toepassing daaronder begrepen - soort, merk en nummer van het goed; d. de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht van het goed; en e. de naam en het adres van degene die het goed heeft verkregen. 2. De burgemeester kan vrijstelling verlenen van deze verplichtingen. 3. Op de vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel 3:3 Nadere regels Met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in artikel 3:13, tweede lid heeft het college nadere regels gesteld met betrekking tot de uitoefening van de bevoegdheden bedoeld in dit hoofdstuk. Deze zijn vastgesteld in het ‘beleid seksbranche Westvoorne’. Artikel 4:14 Stankoverlast door gebruik van meststoffen Het is verboden om gedurende een hittegolf het land te bemesten Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen 2. Het verbod geldt niet voor het plaatsen van één kampeermiddel voor eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein, behorend tot het erf van een woning of recreatiewoning voor de duur van maximaal zeven dagen
Artikel 4:27 Vuur op of aan het badstrand 1. Het is verboden in de openlucht vuur te stoken op of aan het Badstrand en in het duingebied, inclusief barbecues, fakkels, vuurkorven en dergelijke. 2. Het college kan voor dit verbod ontheffing verlenen. Artikel 4:27a Recreatieve bedrijfsactiviteiten
laten plaatsvinden op het badstrand. Dit wordt verboden met de nieuwe bepaling.
Art. 4:28
Art. 5:6 lid 1a
Art. 5:18, lid 2
Om de regelgeving in het gemeentelijk duingebied eenduidig te maken en te communiceren wordt dit kapstok artikel opgenomen. Daarnaast maakt dit artikel het mogelijk om wijzigingen te kunnen doorvoeren in de regelgeving. Op basis van dit artikel kan een aanwijzingsbesluit worden opgesteld waarin alle regelgeving eensluidend wordt opgenomen. Zowel de gemeente Brielle als de gemeente Hellevoetsluis hanteren een verbod op het plaatsen van een aanhangwagen of soortgelijk object voor een periode langer dan drie achtereenvolgende dagen. In het licht van de harmonisering van de lokale wet- en regelgeving wordt gesuggereerd dit aan te passen van zeven naar drie dagen
Het toevoegen van het bestemmingsplan aan lid 2 maakt het mogelijk een standplaatsvergunning te weigeren indien de bestemming daar aanleiding toe geeft.
1. Het is verboden om op het Badstrand en in het gemeentelijk duingebied recreatieve bedrijfsactiviteiten uit te oefenen. 2. Het college kan voor dit verbod ontheffing verlenen. Artikel 4:28 Nadere regels gemeentelijk duingebied Met het oog op de openbare orde en het milieu kan het college nadere regels stellen met betrekking tot het gemeentelijk duingebied.
Artikel 5:6 Kampeermiddelen en andere voertuigen 1. Het is verboden een aanhangwagen of een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt: a. langer dan op drie achtereenvolgende dagen te plaatsen of te hebben op een door het college aangewezen weg, waar dit naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte of schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente; Artikel 5:18 Standplaatsvergunning, ligplaatsvergunning en weigeringsgronden 2. Het college weigert de vergunning wegens strijd met een beheersverordening, exploitatieplan, voorbereidingsbesluit, het standplaatsenbeleid of het bestemmingsplan.