21 03 04 SVHW kadernota Begroting 2022
Tekst van het document
Kadernota 2022
SVHW Rijksstraatweg 3b Postbus 7059 3286 ZH Klaaswaal www.svhw.nl (0186) 57 72 00
Versie 1.0 3 februari 2021
Pagina 1 van 28
Kadernota 2022
Versie historie Versie
Datum
Status
Auteur
Controle
0.1
24-12-2020
1e Concept
R.S. Heij
J. Melissant
0.2
13-01-2021
DB-versie
R.S. Heij
DB
0.3
21-01-2021
AC-versie
R.S. Heij
AC
0.4
03-02-2021
AB-versie
R.S. Heij
AB
1.0
03-03-3021
Definitief
R.S. Heij
AB
Versie 1.0 3 februari 2021
Pagina 2 van 28
Paraaf
Kadernota 2022
Inhoudsopgave: Inhoudsopgave: ........................................................................................ 3 Inleiding........................................................................................... 4 1.1
ALGEMEEN .................................................................................................................. 4
1.2
LEESWIJZER.................................................................................................................. 5
Ontwikkelrichting SVHW .................................................................... 6 Ontwikkelingen ................................................................................ 9 3.1
EXTERNE ONTWIKKELINGEN ............................................................................................. 9
3.1.1
Technologische en proces ontwikkelingen ....................................................................... 9
3.1.2
Sociaal-culturele en economische ontwikkelingen .......................................................... 10
3.1.3
Politiek-juridische ontwikkelingen ................................................................................. 11
3.1.4
Deelnemers ................................................................................................................... 18
3.2
INTERNE ONTWIKKELINGEN ............................................................................................ 18
3.2.1
Dienstverlening particulieren en ondernemers ............................................................... 18
3.2.2
Dienstverlening deelnemers........................................................................................... 19
3.2.3
Samenwerking met collega belastingkantoren ................................................................ 19
3.2.4
Primaire systemen ......................................................................................................... 19
3.2.5
Beheer interne processen/ISAE-3402 ............................................................................. 20
3.2.6
Organisatie ................................................................................................................... 21
3.2.7
Personeel ...................................................................................................................... 22
(Financiële) kaders .......................................................................... 23 4.1
UITGANGSPUNTEN ...................................................................................................... 23
4.1.1
Vertrekpunt ................................................................................................................... 23
4.1.2
Indexering..................................................................................................................... 23
4.1.3
Ontwikkelingen/nieuw beleid ........................................................................................ 23
4.1.4
Deelnemers ................................................................................................................... 24
4.1.5
Formatie........................................................................................................................ 24
4.2
FINANCIËLE IMPACT BEGROTING ..................................................................................... 25
4.2.1
Kosten .......................................................................................................................... 25
4.2.2
Opbrengsten ................................................................................................................. 27
4.2.3
Risicoparagraaf ............................................................................................................. 28
4.2.4
Meerjaren effect ............................................................................................................ 28
Versie 1.0 3 februari 2021
Pagina 3 van 28
Kadernota 2022
Inleiding 1.1
Algemeen
SVHW dient voor 2022 een (meerjaren)begroting op te stellen. De Kadernota 2022 is hierbij een belangrijk instrument ter voorbereiding op het samenstellen van de begroting en voor het inzichtelijk maken van een meerjarenperspectief. De nota schetst namelijk de inhoudelijke en financiële ontwikkelingen voor de komende jaren en stelt de kaders voor de Begroting 2022 en voor de meerjarenbegroting 2023-2026. Na vaststelling van de nota door het Algemeen Bestuur van SVHW werken het Dagelijks Bestuur en de ambtelijke organisatie de nieuwe begroting vervolgens binnen de vastgestelde kaders verder uit. Bij het opstellen van de Kadernota 2022 is SVHW uitgegaan van de structurele indexering, zoals die door het Algemeen Bestuur op 1 februari 2017 is vastgesteld:
Voor de indexering van de materiele kosten wordt de meest recente gepubliceerde CBSConsumentenprijsindex gehanteerd. Deze bedraagt 1,3 procent;
Voor het indexeren van de personeelskosten de afspraken die zijn vastgelegd in de cao Werken voor waterschappen. In het geval van het ontbreken van een cao gaat SVHW uit van een loonstijging van 1 procent.
De omgeving van SVHW is onderhevig aan veel (snelle) veranderingen op het gebied wetgeving en technologie. De consequenties van deze externe ontwikkelingen moeten worden geïmplementeerd binnen de bedrijfsvoering en systemen van SVHW. Tevens dient de dienstverlening aan particulieren, ondernemers en de deelnemers hierop te worden aangepast. SVHW heeft daarom in de Kadernota 2022 veel aandacht besteed aan het beschrijven van de ontwikkelingen en aan het zoveel mogelijk trachten te bepalen van de financiële impact. Een groot deel van deze ontwikkelingen is overigens ook van toepassing op de omgeving van de deelnemers en zij zullen hier zelf ook maatregelen voor moeten treffen. SVHW streeft er al jaren naar om de kostenstijging ten gevolge van de externe ontwikkelingen, indexering en nieuw beleid zoveel mogelijk op te vangen binnen de exploitatie. In de periode van 2016 tot en met 2021 bedraagt dit een bedrag van 1.093.000 euro. Dit streven heeft er toe geleid dat SVHW een aantoonbaar laag kostenniveau heeft, dat substantieel onder het landelijk gemiddelde ligt. Daarnaast heeft SVHW in dezelfde periode 1.142.000 euro gerestitueerd aan de deelnemers.
Door het bovenstaande is het niet mogelijk om in 2022 de kosten ten gevolge van de externe ontwikkelingen en de indexering nog verder binnen de exploitatie op te vangen, zonder dat dit consequenties heeft voor de kwaliteit en uitvoering van de dienstverlening en het kunnen voldoen aan wettelijke eisen.
Versie 1.0 3 februari 2021
Pagina 4 van 28
Kadernota 2022 Bij het opstellen van de Begroting 2022 houdt SVHW rekening met de volgende gegevens ten gevolge van indexering en (externe) ontwikkelingen:
Item
Kosten (€) Incidenteel/ structureel
Indexering: Indexering materiële kosten Indexering personele kosten Ontwikkelingen: Kosten WOZ (overige ontwikkelingen) Wet modernisering bestuurlijk verkeer Primaire systemen belastingen Primaire systemen Waarderen/BAG aanbesteding printcontract toename proceskostenvergoeding Totaal
90.142 structureel 54.290 structureel 100.000 50.000 150.000 50.000 15.000 200.000 709.432
structureel structureel structureel structureel incidenteel structureel
Doordat SVHW het totaalbedrag van 709.432 euro met 40.000 euro corrigeert ten gevolge van een andere aanpak van de banenafspraak inclusief de daarmee samenhangende kosten en met 137.000 euro voor de incidentele kosten 2021 is de totale kostentoename 532.432 euro, waardoor de deelnemersbijdrage ten opzichte van 2021 met 5,1% stijgt. Het nieuw beleid, dat SVHW naast alle activiteiten ten gevolge van externe ontwikkelingen uitvoert, bestaat voornamelijk uit de verdere ontwikkeling van de dienstverlening in de richting van particulieren, ondernemers en deelnemers. SVHW realiseert dit binnen de exploitatie waardoor er geen sprake is van aanvullende kosten. Er zijn ten opzichte van 2021 geen mutaties voorzien in de opbrengst invorderingskosten en overige opbrengsten. Daarnaast is er ook geen rekening gehouden met mutaties van het deelnemersveld. De financiële gevolgen van een eventuele toetreding van een nieuwe deelnemer zullen worden verwerkt in een begrotingswijziging.
1.2
Leeswijzer
Paragraaf 2 beschrijft de ontwikkelrichting van SVHW. In paragraaf 3 wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste ontwikkelingen, waarmee rekening moet worden gehouden bij het opstellen van de (meerjaren)begroting. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen externe ontwikkelingen en organisatorische (interne) ontwikkelingen. Het betreft hier de ontwikkelingen, zoals deze worden onderkend bij het opstellen van deze Kadernota (december 2020/januari 2021). Paragraaf 4 schetst de (financiële) kaders voor de (meerjaren)begroting gebaseerd op de ontwikkelingen in paragraaf 3.
Versie 1.0 3 februari 2021
Pagina 5 van 28
Kadernota 2022
Ontwikkelrichting SVHW Het meerjarenperspectief van SVHW is het optimaliseren van de belastingopbrengst voor zijn deelnemers. SVHW heeft hierbij als strategie om een goed kwaliteitsniveau te bieden, waarbij een laag kostenniveau gehandhaafd blijft. Daarnaast moet de aard van de dienstverlening passen binnen de context van een veranderende omgeving en dient daarom continu doorontwikkeld te worden. Als uitgangspunt probeert SVHW de ontwikkeling van de dienstverlening zoveel mogelijk binnen de exploitatie op te vangen (interne financiering), door continue verbetering van de effectiviteit en efficiency van de processen en het actief zoeken naar samenwerking. SVHW heeft hierbij de ambitie om zijn deelnemers te boeien en te binden door:
de basis verder te versterken en de dienstverlening verder te optimaliseren (digitalisering, procesgericht en data gestuurd werken, toegankelijkheid van gegevens);
de deelnemers verder te ontzorgen door het breder aanbieden van het huidige takenpakket en daaraan gelieerde activiteiten;
meerwaarde te bieden voor de deelnemers door het ter beschikking stellen van bij SVHW aanwezige informatie voor beleidsbepaling en sturing op de uitvoering.
Een belangrijk element in de prijs-kwaliteitverhouding is de verhouding tussen standaardisatie en deelnemer specifieke dienstverlening. Vanwege de efficiënte inrichting van de primaire processen van SVHW is standaardisatie noodzakelijk en wenselijk, maar dit valt vanwege de politieke beleidsvrijheid van de deelnemers niet altijd te realiseren. SVHW kenmerkt zich echter door een hoge mate van flexibiliteit en innovatief vermogen, waardoor standaardisatie en maatwerk tot op heden goed naast elkaar kunnen bestaan. De mogelijkheid om maatwerk te kunnen bieden, zal in de komende jaren waarschijnlijk onder druk komen te staan in verband met de ontwikkeling van Software as a Service (SaaS) vanuit de Cloud. Vanuit de Cloud wordt dan door de leverancier een standaardpakket van de belastingsoftware aangeboden. Deze beperking van maatwerk raakt dan overigens niet alleen de belastingkantoren maar ook individuele gemeenten en waterschappen die de belastingtaak nog zelf uitvoeren. Als mitigerende maatregel neemt SVHW samen met andere belastingkantoren deel aan zogenaamde co-creatiesessies met de leverancier, om zoveel mogelijk bestaand gemeenschappelijke “slim” maatwerk in de standaard te laten opnemen. Daarnaast kan SVHW Application Programming Interfaces (API’s) laten ontwikkelen en robotisering inzetten als mogelijk alternatief voor het maatwerk.
Onvermijdelijk zal er ook kritisch gekeken moeten worden naar benodigde standaardisering in de dienstverlening, want de situatie waarbij een standaardsysteem wordt ontsloten via veel API’s en gevoed wordt door veel “robots” is vanuit beheersbaarheid niet wenselijk. Daarnaast spelen de kosten van de ontwikkeling van API’s en “robots” een rol. Door ontwikkelingen zoals de digitale overheid, het Rijksprogramma Regie op Gegevens, de toename van open data en de ontwikkeling van API’s en Machine Learning, wordt het data gestuurd werken meer en meer een onderdeel van de operatie van SVHW en dan met name bij het waarderen in het WOZdomein en bij de (dwang)invordering in het Invorderingsdomein. SVHW verwacht dat de dreiging van bezwaren van No-Cure-No-Pay (NCNP) bureaus in 2022 verder zal toenemen, aangezien in 2022 vanwege vertragingen en tegenstrijdige belangen in het wetgevingsproces er geen verlaging van de proceskostenvergoeding te verwachten valt en er nog genoeg “marktpotentieel” is, omdat in 2020 “slechts” 1-1,5% van de ontvangers van een OZB-aanslag Versie 1.0 3 februari 2021
Pagina 6 van 28
Kadernota 2022 bezwaar maakte via een NCNP-bureau. Bovendien ontstaat er mogelijkerwijs een nieuwe markt doordat het vanaf 1 januari 2022 ook mogelijk wordt om formeel bezwaar aan te tekenen tegen het niet toekennen van een kwijtscheldingsverzoek. De kosten en de druk op de capaciteit van SVHW zullen hierdoor toenemen. Om deze situatie te keren is SVHW in september 2020 gestart met een interne werkgroep, de zogenaamde “NCNP-busters”, om het aantal NCNP WOZ-bezwaren terug te dringen. Door enerzijds het aantal WOZ-bezwaren te verminderen en anderzijds ervoor te zorgen dat als men bezwaar maakt dit zo eenvoudig en makkelijk mogelijk direct bij SVHW kan. Echter zolang de WOZ-waarde door de rechtelijke macht vanwege de wetgeving als een absolute wiskundige berekening geïnterpreteerd lijkt te worden, blijft dit een moeizame opgave. De “NCNP-Busters” dragen daarnaast zorg voor een verdere optimalisatie en digitalisering/ automatisering van het WOZ-bezwaarproces, waardoor het afdoen van bezwaren minder tijdsintensief wordt. Sinds 2019 SVHW betrekt de deelnemers al bij de ontwikkeling van de Samenhangende Objectenregistratie (SOR). Naar verwachting moet de SOR eind 2025 definitief gestalte krijgen. De uitdaging is om de samenwerking in de keten van gegevensinwinning en beheer van objectgegevens te optimaliseren.
Hierbij is een discussie vanuit de “oude” basisregistratieve domeinen niet functioneel, temeer er naast de traditionele rol van bronhouder er ook nieuwe rollen zoals gegevensleverancier en attribuutbeheerder gaan ontstaan. In 2021 onderneemt SVHW gerichte acties om de samenwerking tussen de deelnemers en SVHW verder te ontwikkelen. SVHW neemt namelijk een integratie/ samenwerkings-platform voor de BAG/WOZ en de informatie-uitwisseling met de BGT in gebruik en stelt het ook ter beschikking aan de deelnemers. Naast de ingebruikname van het platform zal SVHW in 2021 in samenhang met de voortgang van het landelijke SOR-project met de deelnemers inventariseren op welke wijze de samenwerking het beste vorm gegeven kan worden. In 2022 kunnen de deelnemers en SVHW dan verdere concrete stappen nemen in de richting van de ingebruikname van de SOR eind 2025 SVHW verwacht dat ten gevolge van de externe factoren de kosten voor de uitvoering de komende jaren zullen stijgen. Was het bijvoorbeeld enkele jaren geleden nog de verwachting dat digitalisering en basisregistraties (die momenteel nog verre van optimaal functioneren) zouden leiden tot meer efficiency en lagere kosten, de praktijk laat inmiddels het tegenovergestelde zien. Ontwikkelingen zoals Common Ground, de Digitale Overheid en regie op gegevens vragen van overheden en dus ook van SVHW de nodige investeringen.
Het stellen van zeer hoge eisen aan beveiliging en privacy binnen deze digitaliseringsgolf is daarbij een belangrijk element. Daarnaast werken de voorzieningen die getroffen moeten worden in verband met gewijzigde wet- en regelgeving (o.a. op het gebied van invordering) kostenverhogend. SVHW ziet geen mogelijkheden om deze kostentoename verder binnen de exploitatie op te vangen, zonder dat dit consequenties heeft voor de kwaliteit en uitvoering van de dienstverlening. Eén van de mogelijkheden om desondanks een laag kostenniveau te blijven handhaven is een toename van de schaalgrootte van de SVHW, waardoor een breder niveau van kostendragers ontstaat. Daarnaast leidt een toename van de schaalgrootte ook tot vermindering van de kwetsbaarheid (van met name de indirecte functies) en het beter kunnen voldoen aan de steeds hogere eisen die gesteld worden aan de kwaliteit van de medewerkers en het “in control” zijn van de interne organisatie.
Versie 1.0 3 februari 2021
Pagina 7 van 28
Kadernota 2022 SVHW ziet de volgende mogelijkheden voor een toename van de schaalgrootte:
Het toetreden van nieuwe deelnemers Bij het toetreden van nieuwe deelnemers is het borgen van de kwaliteit van de dienstverlening voor de bestaande deelnemers van belang. Daarnaast moet uitbreiding voordelen opleveren voor de bestaande deelnemers en passend zijn binnen de ontwikkeling van SVHW. De strategie voor het verkrijgen van nieuwe deelnemers richt zich primair op nieuwe deelnemers binnen het gebied van het waterschap Hollandse Delta. Nieuwe deelnemers van buiten dit gebied zijn onder dezelfde voorwaarden echter ook gewenst. In de eerste helft van 2021 wordt het duidelijk of een gemeente een verzoek doet om per 1 januari 2022 toe te mogen treden tot SVHW. Een complicerende factor is, dat ten gevolge van de Wet Normalisering Rechtspositie Ambtenaren (WNRA) de ambtenaren onder het civiele arbeidsrecht vallen. Hierdoor wordt een toetreding gezien als een overgang van onderneming, waarbij de betreffende medewerkers in principe allemaal met behoud van alle rechten en plichten overgaan. Dit vergt dat er op voorhand op individueel niveau afspraken worden gemaakt, aangezien het niet wenselijk is dat SVHW ten gevolge van een toetreding moet reorganiseren in het geval van overtolligheid. Ditzelfde geldt overigens ook, als een bestaande deelnemer uittreedt of activiteiten niet meer bij SVHW onderbrengt.
In deze gevallen zouden namelijk de betreffende medewerkers van SVHW ook overgaan naar de deelnemer.
Meer dienstverlening aan de huidige deelnemers Door meer diensten te verlenen aan de huidige deelnemers ontstaat er een win-win situatie. Enerzijds kan SVHW vanwege de schaalgrootte deze diensten goedkoper en minder kwetsbaar uitvoeren dan de deelnemers zelf en anderzijds ontstaan er meer kostendragers voor SVHW. Hierbij kan gedacht worden aan:
o
het uitvoeren van de kleinere belastingen en leges;
o
het verzorgen van de publiekrechtelijke invordering;
o
uitvoering van de BAG;
o
uitvoering van elementen van de SOR;
o
het optreden als leverancier van datasets.
Samenwerken met andere overheden (deelnemers)/partijen Een aantal niet-kernactiviteiten zou kunnen worden ondergebracht bij andere overheden/ partijen of samen georganiseerd kunnen worden. Voorwaarde is wel, dat dit leidt tot lagere kosten.
Samengaan/samenwerken met een ander belastingkantoor Daarnaast kan het gezien de geschetste ontwikkelingen wenselijk zijn, om ook een samengaan/samenwerking met een ander belastingkantoor te onderzoeken. Van belang is dan wel dat deze organisaties qua cultuur en kostenefficiency op elkaar lijken, dan wel op deze aspecten naar elkaar toegroeien voordat de daadwerkelijke integratie plaatsvindt.
SVHW is in 2020 al gestart met activiteiten om de schaalgrootte te laten toenemen en zal dit in 2021 en 2022 voortzetten.
Versie 1.0 3 februari 2021
Pagina 8 van 28
Kadernota 2022
Ontwikkelingen Deze paragraaf geeft de relevante ontwikkelingen voor de meerjarenbegroting 2022 weer, zoals deze bij het opstellen van deze Kadernota 2022 bekend zijn. De meeste ontwikkelingen hebben een meerjarig effect. Voor zover mogelijk en relevant wordt reeds in 2021 rekening gehouden met de ontwikkelingen door het starten of voorbereiden van activiteiten. In een aantal gevallen is er sprake van een doorontwikkeling vanuit 2021.
3.1
Externe ontwikkelingen
3.1.1
Technologische en proces ontwikkelingen
Generieke Digitale Infrastructuur (GDI) In zijn kamerbrief nr. 55 van 13 juli 2020 heeft de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aangegeven, dat het kabinet het voornemen heeft de financiering van de GDI met ingang van 2022 meer centraal gefinancierd in te richten. Naar verwachting stelt de Ministerraad de uitgewerkte plannen in het voorjaar 2021 vast. Mocht deze aanpassing doorgang vinden dan komt de huidige één-op-één doorbelasting van het gebruik van de GDI op basis van een 40/60 verdeling aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken en het Waterschap Hollandse Delta te vervallen. Indien de aanpassing niet doorgaat, dan blijft de huidige doorbelastingsmethodiek gehandhaafd. De volgende voorzieningen maken onderdeel uit van de GDI:
de publicatie van wet- en regelgeving (o.a. overheid.nl);
veilige communicatie met de overheid (o.a. berichtenbox en Mijnoverheid);
veilige digitale toegang voor burgers en bedrijven richting de overheid (o.a. DigiD, eHerkenning, eIDAS en DigiMachtiging);
de basisregistraties (o.a. BRP, BAG, WOZ, BRK, NHR);
de afspraken, (open) standaarden en stelselvoorzieningen die ervoor zorgen dat overheden met elkaar kunnen communiceren en samenwerken (o.a. Digikoppeling, Digivering en Digimelding).
Landelijke stelsel van basisregistraties Op 20 november 2020 heeft de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) de Tweede Kamer geïnformeerd dat er een programmaplan is opgesteld voor de verdere verbetering van het stelsel van basisregistraties. Het betreft een uitvoeringsprogramma voor de komende jaren met een verbindende aanpak, waarin stapsgewijs resultaten worden opgeleverd. De activiteiten zijn geclusterd langs drie hoofddoelen:
een betere dienstverlening aan burgers en bedrijven;
meer gebruik van gegevens uit de basisregistraties;
hogere kwaliteit van (in samenhang gebruikte) gegevens.
Daarnaast zal het Ministerie meer en meer de rol van stelselregisseur gaan vervullen. De ontwikkelingen bij de uitvoeringsorganisaties en gemeenten worden gestimuleerd door onder meer bijdragen vanuit de Investeringspost Digitale Overheid.
Versie 1.0 3 februari 2021
Pagina 9 van 28
Kadernota 2022 In de dagelijkse uitvoeringspraktijk hebben de basisregistraties zich ondanks recente ontwikkelingen op het gebied van efficiencyverbetering nog niet bewezen. Daarnaast zullen ook de basisregistraties worden aangepast aan de principes van Common Ground en wordt het berichtenverkeer vervangen door koppelingen op basis van Application Programming Interfaces (API’s). Dit zal leiden tot aanpassingen in de primaire applicaties van SVHW. Common Ground Dit is een ontwerp en een veranderstrategie van de VNG voor een nieuwe gemeenschappelijke gemeentelijke informatievoorziening. Hierdoor ontstaat er een nieuw en modern gegevenslandschap, dat op een verantwoorde en consistente wijze wordt ondersteund. Dit maakt het mogelijk om de gemeentelijke dienstverlening en bedrijfsvoering snel en flexibel te moderniseren. Het is een grote verandering die veel vraagt van de gemeenten, samenwerkingsverbanden, leveranciers en diverse partners in de digitale overheid. Vanuit de architectuur en standaarden is meerjarig een extra impuls nodig om deze veranderingen te realiseer en beheersbaar te maken. De winkel moet tijdens de verbouwing open blijven. Naar verwachting zullen de bestaande voorzieningen daarom over een periode van 5 tot 10 jaar worden uitgefaseerd. De aanpassing/vervanging van de primaire applicaties van SVHW vraagt in ieder geval tijd en forse investeringen.
Het gaat niet alleen om de applicaties maar ook om de transitie (o.a. implementatie, inhuur en opleidingen). Landelijke inschattingen spreken over bedragen van honderden miljoenen, die nodig zijn voor de realisatie van Common Ground. Daartegenover staan ook te verwachten besparingen op het moment dat uiteindelijk de principes van Common Ground goed zijn doorgevoerd. Samenhangende Objectenregistratie De samenhangende objectenregistratie (SOR) is een uniforme registratie met de basisgegevens van objecten in de fysieke werkelijkheid. In de SOR zullen de huidige gegevens van de basisregistraties adressen en gebouwen (BAG), grootschalige topografie (BGT), topografie (BRT) en ook het gegevensbeheer Beheer Openbare Ruimte (BOR) worden opgenomen. Daarnaast zullen ook enkele elementen vanuit de huidige WOZ-registratie (zoals objecttypen en eigenschappen) opgaan in de SOR. De ontwikkeling van de SOR is voorzien tot en met 2025 waarbij de huidige basisregistraties stapsgewijs met elkaar in samenhang worden gebracht. De inhoud van de SOR is eind 2020 duidelijk geworden. Het Ministerie van BZK en de VNG streven er in Dis Geo verband naar, om in de eerste helft van 2021 de uitwerking van de verschillende rollen en verantwoordelijkheden en de toedeling daarvan aan (groepen van) organisaties en de afspraken over de financiering van de benodigde investeringen duidelijk te hebben.
De SOR heeft gevolgen voor werkprocessen, functieomschrijvingen, informatie-uitwisseling en de samenwerking tussen de deelnemers en SVHW.
3.1.2
Sociaal-culturele en economische ontwikkelingen
Banenafspraak In het Sociaal Akkoord van april 2013 hebben de sociale partners in de marktssector en het kabinet afgesproken om 125.000 extra banen te creëren voor mensen met een arbeidsbeperking bij reguliere werkgevers: de banenafspraak. Vervolgens is afgesproken, dat hiervan in 2024 25.000 banen bij overheidswerkgevers zullen worden gerealiseerd.
Versie 1.0 3 februari 2021
Pagina 10 van 28
Kadernota 2022 Aangezien de realisatie van de extra banen bij de overheid achter liep, hebben de ministeries en de zelfstandige overheidswerkgevers (VNG, IPO, Vereniging werken voor waterschappen, etc.) op 11 april 2019 een bestuursakkoord getekend, waarin wordt benadrukt dat overheidswerkgevers hun aandeel nemen in de totale opgave en een werkagenda is geformuleerd. Voor SVHW betekent dit in 2022 het realiseren van 3 garantiebanen. Met ingang van 1 januari 2022 wordt er een quotumheffing opgelegd van 5.000 euro per niet gerealiseerde garantiebaan. Na contact met instanties is gebleken dat door de uitbesteding van lichtere werkzaamheden, het veranderende werkveld binnen SVHW (o.a. van data-invoer naar data-analyse) en het structureel thuiswerken het vrijwel onmogelijk is om de garantiebanen binnen SVHW te realiseren. SVHW zet nu in om via andere partijen invulling te geven aan de garantiebanen. Invloed van Coronamaatregelen op de WOZ waarderingen In opdracht van de Waarderingskamer is door het Erasmus Studiecentrum voor Belastingen Lokale overheden (ESBL) een rapport geschreven over de mogelijke gevolgen van Coronamaatregelen op de WOZ waarderingen.
De conclusie is, dat de huidige wettelijke systematiek van de Wet WOZ gemeenten en uitvoeringsorganisaties slechts in uitzonderlijke gevallen, namelijk wanneer deze leiden tot substantiële gebruiksbeperkingen van specifieke (typen) objecten, de mogelijkheid biedt om de invloed van coronamaatregelen tot uitdrukking te laten komen in de WOZ waarderingen, zeker voor belastingjaar 2021. Het ligt echter wel in de lijn der verwachting dat eventuele waardeveranderingen als gevolg van Coronamaatregelen, vanaf belastingjaar 2022 wel tot uitdrukking zullen gaan komen in de WOZ waarden van onroerende zaken (niet-woningen). Invloed van Coronamaatregelen op de leegstand De gevolgen van de Coronamaatregelen zullen, volgens een rapport van Planbureau voor de Leefomgeving, er toe leiden dat de leegstand van winkels en kantoorpanden in de periode 2021-2022 kan oplopen tot 25 à 40%. Naast het feit dat dit gevolgen heeft voor de WOZ-waarden en de OZBopbrengsten, zal dit ook leiden tot meer WOZ-mutaties en afbakenings-onderzoeken als gevolg van mogelijke bestemmingswijzigingen (bijvoorbeeld van winkel of kantoor naar woningen). Dit zal leiden tot extra benodigde capaciteit bij SVHW.
3.1.3
Politiek-juridische ontwikkelingen
Aanpassing waterschapbelastingen De waterschappen hebben op 11 december 2020 een definitief voorstel voor de aanpassing van hun belastingstelsel vastgesteld. Het voorstel lost een aantal urgente knelpunten op, te weten:
knelpunt zuiverings- en verontreinigingsheffing: het gebruik van mens en milieubelastende stoffen;
knelpunten watersysteemheffing: de weeffout en een niet-gelijkmatige tariefontwikkeling ten gevolge van WOZ-waardestijging.
Het voorstel is aangeboden aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat met het verzoek om een voortvarend wetgevingstraject in te zetten en om vervolgstappen te nemen om de bekostiging van het waterbeheer nog toekomstbestendiger te maken. Aangezien er een wetgevingstraject (wellicht met uitzondering van het beperken van de tariefdifferentiatie wegen tot 100%) noodzakelijk is en dit hoogstwaarschijnlijk wordt opgepakt door het volgende kabinet, verwacht SVHW geen effecten in 2022. Versie 1.0 3 februari 2021
Pagina 11 van 28
Kadernota 2022 Aanpassing gemeentelijke belastingen De staatsecretaris van Financiën heeft op 18 mei 2020 het pakket ‘Bouwstenen voor een beter belastingstelsel’ aan de Tweede Kamer aangeboden. In het bijbehorende syntheserapport zit een voorbeeldpakket met meerdere varianten voor een verruiming van het gemeentelijk belastinggebied door een belastingschuif van 4 miljard euro van het Rijk naar gemeenten, mogelijk in de vorm van o.a. gebruiksbelasting OZB en een ingezetenenbelasting. Het gemeentefonds neemt met hetzelfde bedrag af en de inwoners worden gecompenseerd door bijvoorbeeld lagere inkomstenbelasting. De VNG wil de komende kabinetsformatie aangrijpen om de gewenste verruiming van het lokale belastinggebied in beleid en wetgeving omgezet te krijgen. SVHW verwacht daarom in 2022 geen effecten. Verduurzaming belastingstelsel De noodzaak voor de overheid om de duurzaamheid te bevorderen neemt toe. De lokale belastingen kunnen een rol spelen om duurzaam gedrag te beïnvloeden en investeringen in duurzaamheid te stimuleren. Binnen de huidige wetgeving zijn de mogelijkheden echter beperkt en dienen de effectiviteit van deze zogenaamde “duurzaamheidsbepalingen” en bijbehorende risico’s in relatie tot de rechtsgelijkheid, extra inspanningen en uitvoeringskosten goed overwogen te worden (m.n. geldt dit voor de OZB).
Eventuele wettelijke “verduurzamingswijzigingen” zullen naar verwachting worden gecombineerd met een algehele aanpassing van de gemeentelijke belastingen. SVHW houdt in de Kadernota 2022 geen rekening met eventuele extra inspanningen. Indien de deelnemers op individuele basis behoefte hebben aan aanvullende dienstverlening, dan zal SVHW de kosten doorbelasten aan de betreffende deelnemer(s) Wijziging toeristenbelasting Dit wetsvoorstel strekt tot wijziging van de Huisvestingswet 2014 in verband met de regulering van de toeristische verhuur van woonruimte. Aan de gemeente worden instrumenten gegeven om de handhaving mogelijk te maken en indien noodzakelijk de neveneffecten van de toeristische verhuur van woonruimte te kunnen voorkomen of beperken. Dit wetsvoorstel voorziet daartoe in de mogelijkheid voor een registratie-, meld- en/of vergunningplicht. Door de registratieplicht wordt de informatiepositie van de gemeente verbeterd, waardoor gericht en effectief kan worden gehandhaafd. Door een meld- of vergunningplicht kunnen de negatieve neveneffecten van toeristische verhuur van woonruimte worden voorkomen of beperkt. Het wetsvoorstel is op 6 oktober 2020 aangenomen. De invoering van (onderdelen) van de wet wordt per apart Koninklijk Besluit bekrachtigd. Het is hierdoor onzeker wanneer de wijzigingen ingaan.
SVHW volgt deze ontwikkeling en bekijkt de mogelijkheden om de aangifteplicht te faciliteren via de website/loket. WOZ De Waarderingkamer pleit voor een brede investeringsagenda voor de WOZ-uitvoering met name gelet op het bredere gebruik van de WOZ-waarden. Om te zorgen dat het maatschappelijk draagvlak voor en vertrouwen in de WOZ-gegevens en de -waarden verder toeneemt, is het van belang dat de WOZuitvoering mee blijft ontwikkelen met de maatschappelijke en technische ontwikkelingen. In de instemmingsbrief gericht aan het Dagelijks Bestuur van SVHW voor het mogen beschikken van WOZwaarden en het verzenden van de OZB-aanslagen in 2020 vroeg de Waarderingskamer dan ook voor blijvende aandacht voor het doen van de nodige investeringen.
Versie 1.0 3 februari 2021
Pagina 12 van 28
Kadernota 2022 De Waarderingskamer gaf de hierbij de volgende redenen:
permanente educatie medewerkers;
software aanpassingen ten gevolge van Common Ground;
de ontwikkeling van een nieuwe generatie taxatiemodellen op basis kunstmatige intelligentie; en meer gebruik van locatiegegevens uit geo-registraties en GIS-analyse;
de totstandkoming van de samenhangende objectenregistratie;
het voorzien in de gegevensbehoefte voor de energietransitie;
de invoering van de Omgevingswet.
Daarnaast schetst de Waarderingskamer in haar strategiedocument 2020-2025 nog de volgende ontwikkeling die van grote invloed zijn op de WOZ-uitvoering:
iedereen wordt eigenaar van zijn/haar (persoons)gegevens;
het met meer flexibiliteit kunnen betrekken van gegevens bij de WOZ-waardebepaling;
in 2022 zullen naar verwachting het verantwoordingsdocument, waarin op hoofdlijnen wordt beschreven hoe de herwaardering is verlopen, en het taxatieverslag nieuwe stijl worden ingevoerd.
SVHW zal in de bedrijfsvoering en begroting rekening moeten houden met de bovenstaande punten. Waarderen op basis van gebruiksoppervlakte In 2022 verstuurt SVHW de eerste WOZ-waarde beschikkingen, waarbij er gewaardeerd is op basis van gebruiksoppervlakte in plaats van inhoud. SVHW heeft hiervoor in januari 2021 een conversieproject afgerond, waarbij onder nadere het gebruiksoppervlakte en objectgegevens tussen de BAG en WOZ registratie zijn geharmoniseerd en de conversie is geanalyseerd. De verandering zal goed gecommuniceerd moeten worden, om vragen en WOZ-bezwaren zoveel mogelijk te voorkomen. Wet verbetering rechtsbescherming WOZ De huidige Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) is onvoldoende toegespitst op de situatie, dat belanghebbenden tegengestelde belangen bij dezelfde WOZ-waarde hebben. Begin 2019 is een wetsvoorstel, dat beoogt de rechtsbescherming van de belanghebbenden bij een WOZ-beschikking adequaat te regelen, voor internetconsultatie gepubliceerd. Op het wetsvoorstel was veel kritiek en daarom is het nog niet bekend of en wanneer de parlementaire behandeling plaats vindt en daarmee is het onduidelijk of de wijziging van de wet WOZ in 2022 van kracht zal zijn. Ondertussen worden in de jurisprudentie de ergste tekorten in de rechtsbescherming verholpen, bijvoorbeeld door medebelanghebbenden toegang te geven tot procedures.
De Waarderingskamer heeft inmiddels een handreiking voor gemeenten geschreven hoe in bezwaar- en beroepsprocedures met derde-belanghebbenden om te gaan bij het ontbreken van een wettelijke regeling SVHW volgt de ontwikkeling nauwlettend, aangezien er gevolgen zijn voor de uitvoeringspraktijk. Omgevingswet De invoering van de Omgevingswet is voorzien per 1 januari 2022. Hierdoor zal het aantal vergunningsvrije bouwactiviteiten toenemen en zullen gegevens ter beschikking moeten worden gesteld aan het Digitale Stelsel Omgevingswet (DSO). Dit vraagt om andere processen om de vastgoedgegevens in te winnen. SVHW zal dit in 2021 met de deelnemers afstemmen. Daarnaast zal SVHW, maar ook de deelnemers die zelf de BAG uitvoeren, rekening moeten houden met een mogelijke impact op de processen ten gevolge van de invoering van het omgevingsloket. Versie 1.0 3 februari 2021
Pagina 13 van 28
Kadernota 2022 Wet digitale overheid De Wet digitale overheid (Wdo) regelt verdere digitalisering van de Nederlandse overheid. Dit eerste deel van de wet gaat over hoe burgers en bedrijven veilig en betrouwbaar kunnen inloggen bij de (semi-) overheid. Daarnaast bevat de wet regels over informatieveiligheid en privacy en het toepassen van open standaarden. De wet verankert taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden m.b.t. de voorzieningen voor de generieke digitale infrastructuur (GDI), verplichtingen voor bestuursorganen en aanspraken van burgers en bedrijven. Gewerkt wordt in tranches: de eerste tranche regelt onder meer de toegang tot digitale dienstverlening van de overheid door middel van elektronische identificatie en authenticatie, informatieveiligheid en standaarden. Naar verwachting wordt de Wdo in 2022 stapsgewijs ingevoerd. Na inwerkingtreding:
moet SVHW zijn digitale diensten indelen naar betrouwbaarheidsniveau;
heeft SVHW een acceptatieplicht voor toegelaten inlogmiddelen;
moet SVHW zijn informatiebeveiliging op orde hebben;
moet SVHW meebetalen voor het gebruik van inlogmiddelen door burgers.
Wet open overheid Begin januari 2019 is bekend geworden dat het wetsvoorstel voor de Wet open overheid (Woo) in verband met uitvoeringsproblemen en hoge kosten gewijzigd gaat worden. Overheden hoeven hierdoor niet langer registers op te gaan tuigen met alle ingekomen en uitgaande stukken. In plaats van een register met alle ingekomen en uitgaande stukken, wordt er in het gewijzigde wetsvoorstel een ‘overheidsbreed meerjarenplan’ opgenomen, dat gericht is op een verbeterde informatiehuishouding en -voorziening door overheden. Bestuursorganen moeten binnen de nieuwe invulling een contactpersoon aanwijzen die de burgers de weg kan wijzen naar de gewenste informatie. Ook wordt voorgesteld dat overheden gefaseerd werk kunnen maken van actieve openbaarmaking van stukken, in plaats van de harde verplichting dat alle overheidsinformatie na vijf jaar openbaar moet zijn. De Woo moet op termijn de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) vervangen. De parlementaire behandeling wordt naar verwachting in 2021 afgerond waardoor de Woo in 2022 in werking treedt. SVHW voorziet in 2022 vooralsnog geen grote inspanningen. Wet hergebruik Overheidsinformatie Naar verwachting zal in 2022 de Wet hergebruik Overheidsinformatie (Who) van kracht zijn.
Nu zijn overheden verplicht om op verzoek van burgers, bedrijven en onderzoeksinstellingen openbare overheidsinformatie (vrijwel gratis) voor hergebruik beschikbaar te stellen. De nieuwe wet introduceert een verplichting om dynamische, real-time data door middel van Application Programming Interfaces (API’s) te ontsluiten. In de praktijk gaat het hier veelal om sensordata. Overheden zullen ook onderzoeksdata beschikbaar moeten kunnen stellen als open data. De gevolgen voor SVHW zijn naar de letter van de wet genomen beperkt. De geest van de wet houdt echter een uitnodiging in om voortvarend met open datadeling aan de slag te gaan. Vanuit de VNG wordt er ingezet om datadeals te realiseren (een datadeal is een bestuurlijke afspraak met partners over datadeling). Als eerste gaat men aan de slag met thema’s als de energietransitie, de ondermijning en het vroegtijdig signaleren van schulden. Dit zou kunnen betekenen, dat SVHW, uiteraard met in achtneming van wet- en regelgeving en de beginselen van behoorlijk bestuur, op enig moment via API’s datasets beschikbaar zou moeten stellen.
Versie 1.0 3 februari 2021
Pagina 14 van 28
Kadernota 2022 Rijksprogramma Regie op Gegevens Het programma ‘Burgers en bedrijven in regie op hun gegevens’ is geïnitieerd door de Regieraad Dienstverlening in opdracht van het Ministerie van BZK en het Ministerie van Economische Zaken. De impact op SVHW is vooralsnog beperkt maar wanneer een afsprakenstelsel is ontwikkeld waarin persoonlijk datamanagement wordt ingevoerd, dan zal dit van invloed worden op de dienstverlening. Deze zou bijvoorbeeld vormgegeven kunnen worden in een meer interactieve ‘MijnOverheid’. Wanneer inwoners en bedrijven laagdrempelig wijzigingen kunnen doorgeven en actief (vooraf) kunnen instemmen met getoonde gegevens, zou dit helpen om de overheidsinformatie op dit vlak eenvoudiger en goedkoper op orde te houden. Tevens ontstaat er op deze wijze betrokkenheid door (mede)regie op de eigen gegevens. Voor SVHW betekent dit, dat in de toekomst (nog) meer ingespeeld moeten worden op deze ontwikkeling en er steeds meer belang gehecht wordt aan de wijze waarop met (persoonlijke)gegevens wordt omgegaan. Zelfservice mogelijkheden via “Mijn SVHW”, WOZ-voormeldingen ter controle van objectkenmerken en datacontrole/analyse door SVHW nemen hierdoor in belang toe. Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer In 2022 zal de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer in werking treden (WMEBV).
De WMEBV regelt dat burgers en ondernemers hun zaken met overheid digitaal kunnen afhandelen. Zij krijgen daarmee het recht om officiële berichten, zoals aanvragen voor vergunningen en bezwaarschriften, elektronisch aan het bestuursorgaan te zenden. Daarnaast verbetert hun rechtspositie in het digitale contact met de overheid. Het wetsvoorstel geeft de burger recht om elektronisch berichten aan een bestuursorgaan te zenden op een door het bestuursorgaan bepaalde wijze. SVHW moet de digitale kanalen aanwijzen die burgers en ondernemers daarvoor kunnen gebruiken. Bij het gebruik van de digitale weg gelden nieuwe waarborgen, zoals notificatie, ontvangstbevestiging en termijnverlenging bij storing. Ook wordt de overheid verplicht om passende ondersteuning te bieden bij bestuurlijk verkeer. Deze ondersteuning moet zijn afgestemd op de aard van de dienstverlening en de doelgroepen. SVHW zal hiervoor de nodige zaken moeten inrichten, waarbij onder andere het gebruik van eformulieren met authenticatie wordt overwogen.
Wijziging Besluit proceskosten bestuursrecht Zowel de resultaten van de Internetconsultatie door het ministerie van Justitie en Veiligheid van de wijziging Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) om de vergoeding per procespunt te verhogen (met ruim 40%), om zodoende de kosten voor de gesubsidieerde rechtsbijstand te kunnen dekken, als de resultaten van het onderzoek door het WODC in opdracht de minister van Rechtsbescherming om de mogelijkheden voor de vergoeding aan No-Cure-No-Pay (NCNP)-bureaus te verminderen zijn nog niet bekend. Gelet op de verkiezingen en de daaropvolgende kabinetsformatie is het zeer onwaarschijnlijk, dat de Bpb in 2022 gewijzigd wordt. Dit betekent dat de problematiek van de NCNP WOZ-bezwaren met de daaraan gerelateerde proceskostenvergoedingen en benodigde capaciteit in 2022 aanwezig blijft. In 2020 was SVHW voor de afhandeling van de NCNP WOZ-bezwaren circa 750.000 euro kwijt aan proceskostenvergoeding, een kostenoverschrijding van 475.000 euro, en circa 350.000 euro aan aanvullende inhuur. In totaal bedroegen de NCNP-bureau gerelateerde kosten in 2020 circa 1,1 miljoen euro (circa 11% van de deelnemersbijdrage). Versie 1.0 3 februari 2021
Pagina 15 van 28
Kadernota 2022 Om deze situatie te keren is SVHW in september 2020 gestart met een interne werkgroep, de zogenaamde “NCNP-busters” om het aantal NCNP WOZ-bezwaren terug te dringen. Door enerzijds het aantal WOZ-bezwaren te verminderen en anderzijds er voor te zorgen dat als men bezwaar maakt dit zo eenvoudig en makkelijk mogelijk direct bij SVHW kan. Hierbij gelden de aanbevelingen vanuit de VNG handreiking “Communicatie inzetten om WOZ-bezwaren te verminderen” als uitgangspunt. Bij de implementatie van de (communicatie)maatregelen zal voor ondersteuning ook een beroep worden gedaan op de deelnemers. De ontwikkeling van het aantal NCNP WOZ-bezwaren in 2021 en 2022 en de gerelateerde kosten is onzeker. SVHW verwacht echter door de mitigerende maatregelen de overschrijding van de proceskostenvergoeding, die in 2020 475.000 euro bedroeg, in 2022 te beperken tot 200.000 euro en neemt daarnaast 200.000 euro aanvullend op in de risicoparagraaf. De kosten voor de aanvullende inhuur van 350.000 euro worden naar verwachting teruggebracht tot nihil, aangezien het WOZbezwaarproces verder geoptimaliseerd en gedigitaliseerd wordt.
Wijziging beroepsprocedure kwijtschelding (artikel 25 Invorderingswet) Momenteel geldt dat bij elk verzoek om kwijtschelding of verzoek om uitstel van betaling, de mogelijkheid bestaat voor een belanghebbende om, in het geval van afwijzing, een administratief beroep in te dienen. Bij het ongegrond verklaren van een administratief beroep is er verder geen mogelijkheid meer voor een verdere rechtsgang. Vanaf 1 januari 2022 kan er in plaats van een administratief beroep, een bezwaarschrift worden ingediend. Bij een ongegrond verklaring van een bezwaarschrift, krijgt de belanghebbende de mogelijkheid van een rechtsgang naar beroep, hoger beroep en beroep in cassatie. De wijziging in de invorderingswet brengt naast een wettelijke behandeltermijn (artikel 236 lid 2 Gemeentewet) van 6 weken, mogelijk extra kosten voor SVHW met zich mee. Hierbij kan worden gedacht aan :
dwangsommen voor het niet na kunnen leven van de behandeltermijn;
kosten voor beroepsprocedures;
griffierechten betalen voor kwetsbare doelgroepen;
behandelkosten voor bezwaren tegen afgewezen kwijtscheldingsverzoeken door ‘No Cure No Pay’-bureaus die zich op deze markt zullen richten (momenteel zijn deze bureaus nog met name gericht op de WOZ-waarde bepaling).
Zodra er meer inzicht is in de mogelijke hoogte van de extra kosten en de personele inzet, dan zal SVHW dit kenbaar maken. Vooralsnog worden gevolgen van deze wijziging opgenomen in de risicoparagraaf. Wet vereenvoudiging beslagvrije voet De wet vereenvoudiging beslagvrije voet (Wvbvv) is per 1 januari 2021 ingegaan. SVHW moet onder deze wet extra inspanningen verrichten om de juiste beslagvrije voet (bvv) vast te stellen door onder andere: het contact opnemen met belastingschuldige, het raadplegen van openbare bronnen, het onderling uitwisselen van informatie tussen beslagleggers en het raadplegen van UWV gegevens. Als de beslaglegger dit niet doet, dan moet hij het normbedrag van de bvv hoger vaststellen, waardoor er vrijwel geen afdracht van de werkgever/uitkeringsinstantie te verwachten valt. SVHW verwacht in de volgende effecten ten gevolge van de Wvbvv:
Versie 1.0 3 februari 2021
Pagina 16 van 28
Kadernota 2022
minder effectieve loonbeslagen;
een toenemende doorlooptijd van loonbeslagen in verband met een hogere bbv;
meer bezwaren tegen de vastgestelde bbv;
SVHW kan zelf geen bbv meer vaststellen en dient deze op te vragen;
een toename van hernieuwde dwangbevelen;
een veranderende rol van de deurwaarder (socialer, beperking in beslagrecht);
mogelijkerwijs meer betalingsregelingen en minnelijke schuldbemiddelingen en – saneringen.
In 2021 doet SVHW zijn eerste ervaringen op, waarmee het duidelijk moet worden in hoeverre er sprake is van meer uitvoeringswerkzaamheden dan wel hogere kosten vanwege het opvragen van de bbv gegevens bij externe instanties. Wet stroomlijning keten voor derdenbeslag Met de Wet stroomlijning keten voor derdenbeslag wordt de toegang tot het beslagregister verbreed. De verbeterde gegevensuitwisseling draagt er – in aanvulling op de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet – aan bij, dat het bestaansminimum van mensen die kampen met schulden beter kan worden geborgd in gevallen van samenloop van derdenbeslagen en verrekeningen. In het beslagregister maken gerechtsdeurwaarders en overheidsinstanties die op grond van wetgeving de bevoegdheid hebben tot gerechtelijke incasso op een vordering tot periodieke betaling, hun incasso-acties bekend. Op die manier kan de potentieel beslaglegger op basis van deze gegevens inzicht verkrijgen in de afloscapaciteit en een afweging maken of het beslag niet enkel een kosten ophogend effect heeft.
Verbreding van de toegang tot het beslagregister maakt het mogelijk om meer afstemming en inzicht te verkrijgen in de mate waarin de afloscapaciteit van de schuldenaar onder druk staat en op basis daarvan een afweging te maken als het gaat om de wenselijkheid van incassohandelingen en de hiermee gemoeide kosten Het verbrede beslagregister krijgt de vorm van een routeervoorziening. Een routeervoorziening is te beschouwen als een virtueel register, vergelijkbaar met het Suwinet. De betrokken partijen maken gebruik van een digitale routeervoorziening om relevante informatie inzake beslagleggen bij elkaar op te vragen c.q. aan elkaar te leveren. Het is de bedoeling dat in het beslagregister naast informatie over de berekende beslagvrije voet ook gegevens worden opgenomen over de coördinerend deurwaarder, zodat een beslagleggende partij weet met wie er contact moet worden opgenomen voor meer informatie of overleg. Gedurende 2021-2022 vindt de invoering plaats via gefaseerde aansluiting van de partijen. De praktijk moet uitwijzen in hoeverre de administratieve druk voor SVHW toeneemt. BTW-koepelvrijstellling De inperking van de koepelvrijstelling, die de dienstverlening van samenwerkingsverbanden aan hun deelnemers vrijstelt van BTW, is opgeschort. De inperking was in eerste instantie per 1 januari 2019 aangekondigd, als direct gevolg van arresten van het Europese Hof.
Het Kabinet spant zich in voor reparatie via Europese regelgeving. Inmiddels is duidelijk geworden dat benodigde unanimiteit van alle lidstaten voor de aanpassing van de Europese regelgeving niet waarschijnlijk is. In 2020 zijn er mede vanwege de Corona-uitbraak en de Brexit geen ontwikkelingen geweest. De verdere afhandeling en termijnen zijn onduidelijk
Versie 1.0 3 februari 2021
Pagina 17 van 28
Kadernota 2022 Indien de koepelvrijstelling verdwijnt dan wordt SVHW BTW-plichtig en zal het BTW in rekening moeten brengen op de deelnemersbijdrage. De impact hangt af van de deelnemer. Gemeenten kunnen, zolang er ruimte is in het BTW-compensatiefonds, de extra BTW verreken. Het waterschap Hollandse Delta heeft deze mogelijkheid echter niet. Het gaat hierbij alleen om de ‘extra’ BTW-druk die ontstaat door arbeid, aangezien de huidige deelnemersbijdrage van SVHW al een (compensabele) BTW component bevat. Dit betreft de BTW op de door SVHW ingekochte diensten en producten. Daarnaast zullen extra uitvoeringskosten gaan ontstaan, omdat SVHW aanvullende administratieve werkzaamheden zal moeten gaan verrichten.
3.1.4
Deelnemers
Op het moment van het schrijven van deze kadernota loopt het onderzoek van een gemeente naar de gevolgen van een eventuele toetreding tot SVHW. Voor dit onderzoek is een projectteam geformeerd waarin ook SVHW participeert. De concept uitkomsten van het onderzoek geven aan, dat de gemeente een substantieel structureel kostenvoordeel kan boeken door toe te treden tot SVHW. Het is uiteraard de overweging van het College en de Gemeenteraad om bij het Algemeen Bestuur van SVHW een verzoek in te dienen om toe te mogen treden. Een eventuele toetreding is voorzien per 1 januari 2022. De effecten van deze eventuele toetreding zijn niet verwerkt in de Kadernota 2022.
3.2
Interne ontwikkelingen
3.2.1
Dienstverlening particulieren en ondernemers
Het borgen van een adequate telefonische dienstverlening via het Klantcontactcentrum, het door ontwikkelen van het digitale kanaal met zelfservice mogelijkheden via “Mijn SVHW”, het laagdrempelig maken van het WOZ proces, de stroomlijning van het invorderingsproces en de vereenvoudiging van de correspondentie zijn de afgelopen jaren onderdeel geweest van de ontwikkeling van de dienstverlening van SVHW. Daarnaast heeft SVHW in 2021 een nieuwe website en digitaal loket (“Mijn SVHW”) in gebruik genomen, die naast het bieden van meer gebruiksgemak en zelfservicemogelijkheden ook voldoen aan de wettelijke toegankelijkheidseisen. In 2022 worden de website en loket doorontwikkeld. In 2022 ontwikkelt SVHW zijn (digitale) dienstverlening door in lijn met de ontwikkelingen van de digitale overheid en de toenemende regie op eigen gegevens door inwoners en bedrijven. Daarnaast implementeert SVHW resterende aanbevelingen vanuit het klanttevredenheidsonderzoek, dat in 2021 gehouden wordt. Dit onderzoek wordt gehouden als opvolging op het eerste onderzoek, dat in 2019 is gehouden en waarin de SVHW dienstverlening boven het landelijke gemiddelde werd gewaardeerd en een aantal verbeterpunten werd gesignaleerd. Op invorderingsgebied blijft SVHW de gemeentelijke initiatieven op het gebied van vroegsignalering ondersteunen.
Ofschoon de gemeentelijke heffingen wettelijk gezien geen onderdeel mogen zijn van de vroegsignalering stelt SVHW op verzoek gegevens ter beschikking van de sociale wijkteams en schuldhulpverlening. De focus van de invordering ligt op het voorkomen van ‘instroom’ van nieuwe wanbetalers. Invordering zal meer en meer informatie-gestuurd worden. Het vooraf raadplegen van verschillende interne en externe informatiebronnen kan mede bepalen welke invorderingsactie de meeste kans op resultaat biedt. De belastingdeurwaarders van SVHW kunnen bij hun bezoek aan wanbetalers beoordelen welke invorderingsmaatregelen het beste kunnen worden ondernomen. Is een kwijtscheldingsverzoek niet (meer) mogelijk, of reeds eerder afgewezen, dan kan er een betalingsregeling worden getroffen. Versie 1.0 3 februari 2021
Pagina 18 van 28
Kadernota 2022 In 2023 staat Kwijtschelding 3.0 in de planning vanuit het Inlichtingbureau. De bedoeling is dat de burger zelf de regie gaat voeren over zijn eigen gegevens en zijn eigen gegevens ophaalt bij de verschillende instanties (Belastingdienst, UWV, RDW), deze verifieert en vervolgens meestuurt met het betreffende kwijtscheldingsverzoek. Met name de digitale toegankelijkheid van systemen voor burgers zal hierbij een belangrijke rol spelen, maar ook de mogelijkheden die burgers in betreffende systemen tot hun beschikking dienen te krijgen. Dit zou kunnen inhouden dat er in 2022 al (automatiserings) aanpassingen in het invorderingsproces dienen plaats te vinden.
3.2.2
Dienstverlening deelnemers
In 2021 houdt SVHW in 2021 weer een klanttevredenheidsonderzoek onder de deelnemers als opvolging op het onderzoek vanuit 2019. Uit dit onderzoek bleek dat bij de deelnemers de tevredenheid en het vertrouwen in SVHW overheersten. Men herkende duidelijk de diverse verbeteringen over de afgelopen jaren. Tevens bood het onderzoek enkele handvatten waarmee SVHW de dienstverlening in 2019 /2020 kon verbeteren. Het onderzoek in 2021 zal de voortgang daarvan in kaart brengen. In 2022 zullen de resterende aanbevelingen vanuit het klanttevredenheidsonderzoek 2021 geïmplementeerd worden.
3.2.3
Samenwerking met collega belastingkantoren
De in 2015 ingezette lijn, om samen met collega belastingkantoren ontwikkelingen in dienstverlening en ondersteunende ICT systemen te realiseren, wordt in 2022 gecontinueerd. Op deze manier gaat SVHW kostenefficiënt om met publieke middelen. Bovendien kunnen de kantoren hierdoor in de richting van strategische leveranciers en overheidsorganisaties hun belangen bij ontwikkelingen beter vertegenwoordigen.
3.2.4
Primaire systemen
De verdere ontwikkeling van het stelsel van basisregistratie en common ground heeft ook consequenties voor de inrichting en de onderlinge samenhang/koppeling van de primaire systemen van SVHW (belastingapplicatie, Waarderen/WOZ en BAG applicatie). Gegevens, ook die vanuit de basisregistraties, worden meer en meer uitgewisseld via Application Programming Interfaces (API’s) en betrokken vanuit de Cloud. SVHW heeft hierbij een grote afhankelijkheid van de leveranciers. Belastingen In steeds toenemende mate bieden de IT bedrijven hun software aan in de Cloud in de vorm van Software as a Service (SaaS). Kostenbesparing, beheersbaarheid en betrouwbaarheid zijn redenen voor de opmars van het gebruik van de Cloud. Ook Centric zal in de loop van 2022 de belastingapplicatie aanbieden in de vorm van een SaaS oplosing. Vanuit de Cloud wordt dan door Centric een standaardpakket aangeboden gebaseerd op vergaande processtandaardisatie. SVHW heeft in deze situatie geen mogelijkheden om zelf maatwerk in de software door te voeren en wordt daardoor minder flexibel. Daarnaast bestaat er een gedegen risico, dat slimme maatwerkoplossingen en specifieke functionaliteiten, die SVHW heeft ontwikkeld en die bijdragen aan de huidige efficiency en flexibiliteit van SVHW, niet in de uiteindelijke standaard worden aangeboden.
Hierbij kan onder andere worden gedacht aan de kortingen, de verschillende BIZ-grondslagen, de slimme bijsluiter, de controle op het Automatisch Heffen en Verminderen (AOV), het geautomatiseerde Invorderingsproces en bulk verwerkingsprocessen. Daarnaast kunnen interne koppelingen naar andere SVHW systemen worden geraakt.
Versie 1.0 3 februari 2021
Pagina 19 van 28
Kadernota 2022 Als mitigerende maatregel neemt SVHW samen met andere belastingkantoren deel aan zogenaamde co-creatiesessies met Centric, om zoveel mogelijk bestaand gemeenschappelijk “slim” maatwerk in de standaard te laten opnemen. Daarnaast kan SVHW API’s laten ontwikkelen en robotisering inzetten als mogelijk alternatief voor maatwerk. Onvermijdelijk zal er ook kritisch gekeken moeten worden naar benodigde standaardisering in de dienstverlening, want de situatie waarbij een standaardsysteem wordt ontsloten via veel API’s en gevoed wordt door veel “robots” is vanuit beheersbaarheid niet wenselijk. Daarnaast spelen de kosten van de ontwikkeling van API’s en “robots” een rol. Waarderen/BAG SVHW neemt in 2021 een nieuwe waarderingsapplicatie en BAG/objectenapplicatie en een integratie/samenwerkingsplatform, dat ook de informatie uitwisseling met de BGT ondersteunt, in gebruik. Ofschoon deze applicaties en platform al in hoge mate voorbereid zijn op de ontwikkelingen zoals Common Ground en de ontwikkeling van de SOR, zal er in 2022 ook voor deze applicaties een doorontwikkeling nodig zijn. Daarnaast is er binnen het WOZ-domein een ontwikkeling gaande waarbij er taxatiemodellen ontstaan op basis van Artificial Intelligence en Machine Learning. Deze nieuwe generatie taxatiemodellen kunnen flexibeler gebruik maken van verschillende vormen van informatie en (open) data.
Naast het kunnen bepalen van een zo juist mogelijke taxatiewaarde zal er ook veel aandacht voor transparantie en uitlegbaarheid moeten zijn bij introductie van deze nieuwe vorm van taxatiemodellen: we moeten immers aan onze inwoners en de rechterlijke macht (beroepen) uit kunnen leggen hoe de WOZ-waarde op basis van moderne taxatiemodellen tot stand gekomen is. Printen, digitaliseren en verspreiden van documenten Zowel het contract voor het opmaken, printen/digitaliseren en het digitaal verspreiden van documenten als het contract voor de fysieke postverspreiding expireert per 31 december 2022. In 2022 zal daarom een Europees aanbestedingstraject moeten plaatsvinden.
3.2.5
Beheer interne processen/ISAE-3402
WOZ-Bezwaar proces De herziening en verdere digitalisering van het WOZ-bezwaarproces is eveneens een element dat door de interne werkgroep de “NCNP-busters” wordt opgepakt (zie ook paragraaf 3.1.3). De beoogde afname van het aantal NCNP WOZ-bezwaren en de procesverbeteringen moeten er toe leiden dat additionele inhuur voor het afdoen van WOZ-bezwaren zoveel mogelijk wordt beperkt ISAE-3402 In 2021 wil SVHW fase twee van ISAE-3402 certificering gerealiseerd hebben. ISAE-3402 is een internationale standaard, die zekerheid geeft over de kwaliteit en betrouwbaarheid van de interne beheersing van de primaire processen van de financiële rapportages. Een certificaat geeft aan dat SVHW als serviceorganisatie voor haar deelnemers in control is. In samenhang met de ISAE-3402 implementatie heeft SVHW zijn interne controle functie ontwikkeld en is daarmee voorbereid op de wetswijziging over de rechtmatigheid in de jaarrekeningen van de gemeenten, Door deze wijziging dient het Dagelijks Bestuur van SVHW zelf een rechtmatigheidsverantwoording af te geven. De externe accountants geven dan een controleverklaring af met alleen een oordeel inzake de getrouwheid van de jaarrekening.
Versie 1.0 3 februari 2021
Pagina 20 van 28
Kadernota 2022 In 2022 treedt de beheerfase in, waarbij eventuele verbeteringen en aanpassingen in het ISAE-3402 framework, de interne controle functie en de processen worden doorgevoerd.
3.2.6
Organisatie
Ontwikkeling Naar verwachting rondt SVHW in 2021, ondanks de vertraging vanwege de Coronasituatie, de overgang naar een procesgerichte organisatie met zelforganiserende teams af. Een organisatie, die zoveel mogelijk geautomatiseerd/gedigitaliseerd is. De doelstelling is om de basis nog verder te versterken en een organisatie in te richten, die goed kan inspelen op de snel veranderende externe omstandigheden. Op deze manier wordt het belastingkantoor van de toekomst gerealiseerd. 2022 staat in het teken van de consolidatie van de doorgevoerde wijzigingen en verdere optimalisaties. Samenhangende Objectenregistratie (SOR) Om te kunnen anticiperen op de komst van de SOR is SVHW sinds 2019 in dialoog met zijn deelnemers. In het kader daarvan heeft SVHW eind 2020 een informatie bijeenkomst voor zijn deelnemers gehouden, waarbij externe deskundigen ingingen op de meest recente ontwikkelingen. De rode draad van deze bijeenkomst was, dat de optimalisering van de samenwerking in de keten van gegevensinwinning en beheer van objectgegevens het belangrijkste is. Hierbij is een discussie vanuit de “oude” basisregistratieve domeinen niet functioneel, temeer er naast de traditionele rol van bronhouder er ook nieuwe rollen zoals gegevensleverancier en attribuutbeheerder gaan ontstaan. In 2021 onderneemt SVHW gerichte acties om de samenwerking tussen de deelnemers en SVHW verder te ontwikkelen.