CConstaterende datWestvoorne
Koppel je AI →
Document · PDF

21 01 Zienswijze GR jeugdhulp 2e bestuursrapportage bijlage 2.pdf

Gemeenteraad 20 januari 2021, gemeente WestvoorneBij agendapunt: Zienswijze op Kadernota 2022 van Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond4.272 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Resultaten Inclusieve jeugdbescherming Q2 2020 Versie 23-6-2020

1

Inleiding De uitvoering van de wettelijke jeugdbeschermingsopdracht in de regio Rotterdam Rijnmond is een verlengde overheidstaak. Wij, Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond en de William Schrikker Stichting JBJR, verantwoorden ons transparant en eenduidig naar de GRJR vanuit goed opdrachtnemerschap. Conform de afspraken rapporteren wij ieder kwartaal over de resultaten ten aanzien van onze productie, prestaties (KPI’s) en personele ontwikkelingen (verloop en verzuim). In onderstaande rapportage vindt u de verantwoording over de resultaten van het tweede kwartaal 2020. In het eerste hoofdstuk staan de resultaten in cijfers, in hoofdstuk 2 geven wij een toelichting op deze resultaten: hoe kunnen we de resultaten duiden, wat valt ons op, wat gaat goed en wat gaat niet goed? In het derde hoofdstuk geven we in grote lijnen aan welke acties we komend kwartaal in gaan zetten om de resultaten te verbeteren.

2

Resultaten Inclusieve jeugdbescherming Q2 2020......................................................................................................................................................1 Inleiding........................................................................................................................................................................................................................2 1. De cijfers Q2.............................................................................................................................................................................................................4 2. Toelichting resultaten Q2........................................................................................................................................................................................11 3. Wat gaan we doen (verbetermaatregelen Q3)?.......................................................................................................................................................21

3

1.

De cijfers Q2

1.1 Productie Tabel 1.1.1: Jeugdbescherming/Jeugdreclassering (incl. GI) Beschikte Productie Verschil Omschrijving O.T.S. Voogdij (voorlopig + overig) Jeugdreclasserin g Samenloop civiel/straf ITB Criem (mnd) ITB Harde Kern (mnd)

Telling Maandgemiddeld e Maandgemiddeld e Maandgemiddeld e Maandgemiddeld e Aantal maanden

aantallen t/m juni

in aantal

Productie 2020 Beschikte geextrapoleerd in € Bedrag

Verschil in € en % productie - beschikt

2.011

1.859

-152

17.838.964

19.297.013 -1.458.049

-7,56%

740

692

-48

5.983.724

6.399.054

-415.330

-6,49%

672

709

37

6.899.279

6.539.232

360.047

5,51%

90 4

97 0

7 -4

284.889 0

264.312 7.392

20.577 -7.392

7,79% -100,00%

Aantal maanden 116 62 8 167.152 156.368 10.784 6,90% Toelichting: de productie van de justitiële Jeugdbescherming Dwang -OTS, Voogdij en jeugdreclassering- wordt geteld in maandgemiddelden: dit betreft het gemiddeld aantal onder handen zijnde zaken in het kwartaal. De dwang zaken worden ingezet in opdracht van de rechtbank of het Openbaar Ministerie. Tabel 1.1.2: Preventieve jeugdbescherming (inclusieve GI) Productie 2020 geextrapoleer d Beschikte Verschil in € en %

Omschrijving Drang met VTO

Telling Aantal

Beschikte Productie Verschil in aantal aantallen t/m juni geextrapoleerd in € 813

554

295

Bedrag 2.351.176

4

1.725.064

productie - beschikt 626.112

36,30%

Drang zonder VTO Verlengde drang

Aantal Aantal

419 26 -367 102.336 824.697 -722.361 -87,59% 1.229 518 -193 1.235.948 1.466.111 -230.163 -15,70% Toelichting. De productie van de preventieve jeugdbescherming wordt geteld in aantal instroom. De drangzaken (met en zonder onderzoek door de Raad vd Kinderbescherming) worden ingezet in opdracht van het jeugdbeschermingsplein en zijn in principe kortdurend: drie tot maximaal 6 maanden. Wanneer noodzakelijk kan een Verlengde Drang worden ingezet voor 3 maanden.

Tabel 1.1.3: Crisis interventie Beschikte Productie Verschil Productie Beschikte Verschil in € en % in aantal geextrapoleer Omschrijving Telling aantallen t/m juni geextrapoleerd d € Bedrag productie - beschikt Huisverboden Aantal 586 338 90 1.477.060 1.280.490 196.570 15,35% Crisisinterventie Aantal 2.079 678 -723 3.804.936 5.834.400 -2.029.464 -34,78% Toelichting: De productie Crisisinterventie betreft het aantal kinderen waarvoor een crisisinterventie is ingezet of waarvoor een crisisinterventie is ingezet vanwege een huisverbod.

Tabel 1.1.4: Productie en financiering totaal (inclusieve GI) productie in euro’s Beschikt bedrag 2020 voor de (geëxtrapoleerd) totale productie €

40.145.464

Verschil in productie en beschikt Verschil in productie en beschikt in € in %

€ 43.794.133

€ -3.648.669

Tabel 1.1.5: Diagnostiek (KSCD) Product Geraamd Productie Q1 Productie t/m aantal 2020 Q2 Beslissingsondersteunend 110 31 46 Intelligentie onderzoeken 30 5 7 Instemmingsverklaringen 420 95 166 Toelichting: productie betreft het aantal afgesloten onderzoeken

5

Productie geextrapoleerd 92 14 332

-8,33%

verschil -18 -16 -88

Tabel 1.1.6: Productie per gemeente RR Gemeente Albrandswaard Barendrecht Brielle Capelle aan den IJssel Goeree-Overflakkee Hellevoetsluis Krimpen aan den IJssel Lansingerland Maassluis Nissewaard Ridderkerk Rotterdam Schiedam Vlaardingen Westvoorne

OTS

Totaal Dwang

Voogdij JR 8 24 7 45 43 50 16 36 32 116 24 764 117 87 5

5 19 1 35 18 25 22 24 21 35 21 226 19 24 6

6 11 4 23 5 11 7 11 11 36 20 368 31 26 2

20 55 12 102 66 86 46 70 64 187 65 1.358 166 138 13

Drang excl verleng d

Drang incl verlengde drang 3 3 2 8 4 14 22 29 5 5 8 12 6 7 4 10 4 11 17 30 7 11 95 216 23 38 11 17 1 1

Cijfers JBRR (excl. WSS)

6

CIT 11 3 1 16 5 8 8 16 7 33 29 239 35 29 2

1.2 Prestaties Tabel 1.2.1: Zaken zonder vast contactpersoon Q1 KPI’s Q2 0 Dwang 0 185 Drang 16 Tabel 1.2.2: KPI’s justitiële maatregelen, % op tijd KPI’s OTS Ambitie Resultaat Q2 Q2 Eerste FtF contact 50% 79% binnen 7 kalenderdagen Eerste teamtafel 50% 32% binnen 14 kalenderdagen Eerste pva binnen 42 50% 25% kalenderdagen Tabel 1.2.3: KPI’s drang KPI’s % behaald Q2 Eerste contact binnen 10% 7 kalenderdagen Eerste teamtafel 6% binnen 14 kalenderen Eerste pva binnen 42 20% kalenderdagen

32%

JR Resultaat Q2 61%

12%

17%

Q1

36%

Voogdij Resultaat Q2 80%

33%

24%

27%

13%

19%

30%

14%

22%

% behaald Q1 6% 2% 3%

7

Q1

Q1 31%

Tabel 1.2.4: KPI KSCD KPI Doorlooptijd beslissingsondersteunen d onderzoek < 90 dagen

% behaald Q2 0%

% behaald Q1 0%

Tabel 1.2.5: Doorlooptijd BOO in kalenderdagen Gemiddelde KPI Gemiddelde doorlooptijd Q1 doorlooptijd Q2 147,9 Doorlooptijd 144,6 beslissingsondersteunen d onderzoek < 90 dagen

8

1.3 Personeel Tabel 1.3.1: inzetbaarheid JBers Beschikbaarheid jeugdbeschermers Inzetbaar JB voor productie* Waarvan inzetbaar JB voor uitvoering drang *inclusief CIT, inclusief externe inhuur Tabel 1.3.2: verzuim/ verloop Verzuim/ verloop Verzuimcijfers JBRR Verzuimcijfers WSS (Rijnmond) Verloop JBRR

Verloop WSS (Rijnmond)

Eind Q2 190fte 18fte

Eind Q1 182 fte 15fte

Ambitie <6% <6%

Q2 2020 7,23% 9,96%

Q1 2020

<15%

Totaal in dienst 22 Totaal uit dienst 14 Uitstroom geëxtrapoleerd: 15%

Totaal in dienst 21 Totaal uit dienst 19 Uitstroom geëxtrapoleerd: 16, 81%

9,24% 8,20%

<15%

9

1.4 Zorgaanvragen Tabel 1.4.1: zorgaanvragen GI’s Aantal zorgaanvragen specialistisch hulp GI

2020 Q2

2020 Q1

58 1 26 32 0 2 21 1 10 156 100 51 34 10 42 544

65 12 24 52 2 1 15 0 20 139 110 67 46 9 64 626

2019 Q2

Perceel A (pleegzorg) B1 (groep zonder behandeling) B2 (gesloten jeugdhulp) B3 (groep met behandeling) B4 (besloten GGZ) C1 (gezinshuis) C2 (Begeleid wonen) C3 (Beschermd wonen) D (Dagbehandeling) E (Ambulant) F Ambulant (crisis) F 24-uurs (crisis) F Pleegzorg (crisis) G (basis GGZ) I (Lokale hulp) Totaal aanvragen 2020

10

80 7 28 60 3 4 11 0 8 192 132 80 43 13 69 730

2. Toelichting resultaten Q2 2.1 Productie We zien in Q2 een onderproductie van 8,33% ten opzichte van de beschikte productie. Net als in Q1 valt daarbij met name de onderproductie van de OTSen, drang zonder VTO zaken en de crisisinterventies op:  OTS De onderproductie van de OTSen, maar ook van de voogdijzaken, kan naar alle waarschijnlijkheid deels verklaard worden door de flinke wachtlijst bij de Raad vd Kinderbescherming. Volgens de op 23 juni ontvangen cijfers is de stand 70 wachtende zaken op straf en 457 op civiel. Wij hebben de RvdK om een nadere duiding van deze cijfers gevraagd om te kunnen bepalen of en in welke mate wij hierdoor komende maanden een extra instroom kunnen verwachten en welke gevolgen deze extra instroom zal hebben op de KPI’s .  Drang met en zonder VTO De instroom van drangzaken zonder VTO is ten opzichte van Q1 nog verder gedaald: in het eerste kwartaal was de instroom 21 zaken, in het tweede kwartaal waren dit nog maar 5 zaken. De instroom van drangzaken met VTO is ten opzichte van het eerste kwartaal iets gedaald, maar er is nog steeds sprake van een flinke overproductie. De instroom verlengde drang is stabiel. De scherpe daling van de drangzaken zonder VTO maakt zichtbaar dat deze zaken in de lokale teams worden opgepakt.

De overproductie van de drang met VTO zaken maakt echter duidelijk dat het nog niet lukt om de complexe casuïstiek ook in het vrijwillig kader te houden. Dit wordt bevestigd door de toenemende advies- en consultvragen door de lokale teams aan het crisisinterventieteam van JBRR. Dit is een ongewenste en zorgelijke ontwikkeling en dit zal naar verwachting op termijn leiden tot een toename van het aantal OTSen. Betere samenwerking (inzet consultatie & advies) tussen lokaal team en GI in de complexe zaken lijkt noodzakelijk om deze ontwikkeling te keren. Ook legt een toename van de drang met VTO meer druk op de onderzoekscapaciteit van de Raad vd Kinderbescherming wat leidt tot een verdere verstopping in de keten. Inmiddels weten we dat 80% van het aantal drangzaken verlengd worden. Hoewel we de aanleiding van de verlenging niet registreren is het aannemelijk dat dit in belangrijke mate bepaald wordt door de wachtlijst bij de Raad. De consequentie van de wachtlijsten bij de RvdK voor de drang is dat de uitstroom van drang stokt, terwijl de instroom gewoon doorgaat. Hierdoor wordt de werkbelasting te groot en kunnen de KPI’s bij drang niet meer worden gehaald.

11

Tabel 2.1.1 Instroom drang met en zonder VTO Drang Q1 Drang Q2 2019 2019

Regio RR totaal % met VTO % zonder VTO

302 73% 27%

Drang Q3 2019

245 72% 28%

Drang Q4 2019

223 67% 32%

233 69% 31%

Drang Q1 2020 243 91% 9%

Drang Q2 2020 214 98% 2%

Cijfers JBRR (excl. WSS)

 Crisisinterventies Bij de start van de corona crisis was er sprake van een sterke daling van het aantal crisisinterventies (incl. huisverboden). Dit is enigszins hersteld. Opvallend is wel de toename van het aandeel politie meldingen en zelfmelders (ouders/ netwerk/ jeugdige) ten opzichte van de periode vóór corona. Tabel 2.1.2

Alles (peildatum 20 juli)

Centrum Voor Dienstverlening Veilig Thuis Politie vanuit melding na 17 uur Wijkteam Ouders/netwerk/jeugdige Anders School/school maatschappelijk werker CJG

Gemiddeld per week voor tijdens corona corona 13 10 7 7 3 7 13 1 4 3 1 4 2 2 1

1

0

1

12

Ziekenhuis Gemeente GGZ RvdK Yullius Eindtotaal

0 0 0 0 0 45

0 0 0 0 0 36

Tabel 2.1.3

Wanneer we de aantallen crisisinterventies 2020 vergelijken met 2019, dan is er sprake van een dalende trend: Tabel 2.1.4

Aantal crisisinterventies per kwartaal Q1 2019 Q2 2019 527 485

Q3 2019

Q4 2019 456

Q1 2020 418

13

Q2 2020 350

328

Productie per gemeente Om goede vergelijking tussen de gemeenten in de regio te kunnen maken, kijken we naar de productie dwang/ drang en CIT, gerelateerd aan de inwonersaantallen per gemeenten. We zien dan het volgende beeld: Tabel 2.1.5 Productie JBRR per gemeente RR Gemeente Albrandswaard Barendrecht Brielle Capelle aan den IJssel GoereeOverflakkee Hellevoetsluis Krimpen aan den IJssel Lansingerland Maassluis Nissewaard Ridderkerk Rotterdam Schiedam Vlaardingen Westvoorne

Dwang Q1 aantal 21 52 11 106

% 0,08 0,11 0,06 0,16

67 83 46 72 66 192 69 1386 164 144 20

0,13 0,21 0,15 0,11 0,20 0,23 0,15 0,21 0,21 0,20 0,14

Q2 aantal 19 54 12

%1 0,07 0,11 0,07

103

0,15

66

0,13

86

0,21

45

0,15

71 64 187 65 1358 167 137 13

0,11 0,19 0,22 0,14 0,21 0,21 0,19 0,09

Drang Q1 aantal

%2 0 6 11 10

0 0,01 0,06 0,01

1 0,002 0,01

3 4

0,01 0,01 0,02 0,02 0,02 0,02 0,02 0,01 0,03

7 7 17 7 145 16 5 4

1

Q2 aantal 3 2 4

% 0,01 0,004 0,02

22

0,03

5

0,01

8

0,02

6

0,02

4 4 17 7 95 23 11 1

0,006 0,01 0,02 0,02 0,01 0,03 0,01 0,007

Dit is het percentage van het kwartaalgemiddeld aantal dwangzaken afgezet tegen het inwoneraantal van de gemeente. Dit is het percentage van het totale aantal drangzaken afgezet tegen het inwoneraantal van de gemeente. 3 Dit is het percentage van het totale aantal CIT-interventies afgezet tegen het inwoneraantal van de gemeente. 2

14

CIT Q1 aantal 2 12 4 15

% 0,008 0,02 0,02

Q2 aantal 11 3 1 16

%3 0,04 0,006 0,01 0,02

5

0,01

8 8

0,02 0,03

16 7 33 29 239 35 29 1

0,03 0,02 0,04 0,06 0,04 0,04 0,04 0,007

0,02 7 10 6 13 1 27 10 172 18 33 4

0,01 0,02 0,02 0,02 0,003 0,03 0,02 0,03 0,02 0,04 0,03

Tabel 2.1.6 Dwang 0.25 0.2 0.15 0.1 0.05

Q1 Q2

0

Tabel 2.1.7 Drang 0.07 0.06 0.05 0.04 0.03 0.02 0.01 0

Q1 Q2

15

Tabel 2.1.7 Crisisinterventies 0.07 0.06 0.05 0.04 0.03 0.02 0.01 0

Q1 Q2

We zullen dit komende kwartalen blijven monitoren om zo mogelijke trends te kunnen ontdekken.

2.2 Prestaties In Q2 is fors ingezet om de KPI resultaten van Q1 te verbeteren. De focus is daarbij gelegd bij het wegwerken van de wachtlijsten bij de drang en bij de eerste ftf contacten bij de dwang maatregelen.  Drang De resultaten Q1 waren onvoldoende, en medio maart is besloten dat de aansturing, ontwikkeling en implementatie van het drangteam van JBRR binnen een projectopdracht zal worden gerealiseerd. Eerste prioriteit daarbij was het terugdringen van het aantal drangzaken zonder vaste contactpersoon. Dit is in Q2 conform de projectplanning gerealiseerd dankzij een enorme inspanning van onze medewerkers uit het drangteam. Inmiddels (medio juli) zijn alle drangzaken belegd bij een vaste jeugdbeschermer. Dit is een enorme slag, waarbij we niet direct alles op kunnen pakken conform de drang-aanpak zoals we voor ogen hebben.

16

Dit komt omdat we voor een optimaal resultaat ook afhankelijk zijn van anderen. Na aanleiding van het kostprijsonderzoek in 2019 is in de regio afgesproken dat de dwangzaken volledig en de drangzaken beperkt worden gefinancierd. Een kwalitatief optimaal resultaat op de drang is dus alleen mogelijk wanneer ook de lokale teams en het zorgaanbod beschikbaar is en ingezet kan worden. Een groot probleem blijft echter; 1. de wachtlijst bij de onderzoeken door de Raad vd Kinderbescherming waardoor de uitstroom van drangzaken met VTO stokt. 2. instroom drang blijft vrijwel gelijk, waarbij de drangzaken zonder VTO afnemen maar met VTO toenemen. We constateren een toename van complexe zaken in de instroom. 3. Samenwerking met en inzet door de lokale teams (conform afspraken bekostiging drang GI’s) en passend zorgaanbod is nog onvoldoende.  Justitiële maatregelen Eind 2019 hebben we gesteld dat de justitiële maatregelen prioriteit hebben en dat alle nieuw binnenkomende casussen met een justitiële maatregel direct een vaste jeugdbeschermer krijgen. Vanaf medio januari 2020 hebben we dit gerealiseerd. Er is een ventielfunctie ingericht die onverwachte schommelingen kan opvangen en de door het AB vastgestelde tarieven maken dit financieel mogelijk. Knelpunt blijft wel de arbeidsmarkt.

Hoewel de instroom van nieuwe medewerkers in 2020 aanzienlijk hoger is dan de uitstroom, blijft er sprake van een personeelstekort. In Q2 zijn er verschillende verbetermaatregelen genomen om de prestaties op de KPI’s te verbeteren. Dit is in Q2 met name zichtbaar in de resultaten op de eerste face to fase contacten binnen 5 dagen. We vinden het van belang dat deze positieve ontwikkeling goed in de organisatie wordt geborgd, wat alleen gerealiseerd kan worden wanneer er breed draagvlak in de organisatie is. Het verbeteren van de KPI’s is immers geen doel op zich maar moet bijdragen aan het sneller zicht krijgen op veiligheid. We blijven de resultaten komende maanden intensief monitoren en waar nodig zal bijsturing plaatsvinden.

KSCD 17

In Q2 is een oorzaakanalyse uitgevoerd naar het achterblijven van de KPI van het KSCD (doorlooptijd beslissingsondersteunend onderzoek binnen 90 dagen afgerond). De belangrijkste oorzaken zijn: 1. Efficiëntie. Onderzoekers vinden het moeilijk taken uit handen te geven. Dat betekent dat onderzoekers zich nog te veel bezighouden met taken die niet direct met het onderzoek te maken hebben en bijvoorbeeld uitgevoerd kunnen worden door een secretaresse of ondersteuner. Dit heeft een negatief effect op de doorlooptijd. 2. Onderzoeken worden steeds uitgebreider en gericht op alle domeinen van het opvoeden. De onderzoekers van het KSCD zijn daarom afgelopen jaar getraind in een onderzoeksmethode voor het uitvoeren van persoonlijkheidsonderzoeken van ouders. Dit is een complex onderzoek en er is tijd nodig om hier handigheid en routine in op te bouwen. Daarom duurt het nu nog soms langer dan noodzakelijk. 3. Hoog percentage ‘no show’ en afzeggingen – In veel onderzoeken komt het regelmatig voor dat onderzochten consequent niet komen opdagen op het afgesproken tijdstip of (laat) afzeggen. Het onderzoek bestaat uit meerdere afspraken met meerdere gezinsleden en/of pleegouders die in een bepaalde volgorde moeten worden afgewerkt. Wanneer 1 afspraak niet doorgaat, werkt dat door in heel de planning. Vaak moet een onderzoeksplanning meerdere keren gewijzigd worden.

De doorlooptijd van het onderzoek wordt hiermee aanzienlijk verlengd. Op basis van de analyse is een verbeterplan uitgewerkt dat naar verwachting een positief effect op de doorlooptijden van het KSCD zal hebben. De voortgang van dit verbeterplan zal komende maanden worden gemonitord en waar nodig bijgesteld. In Q2 zijn de resultaten op de KPI nog niet zichtbaar. Dit wordt in belangrijke mate mede veroorzaakt door de coronacrisis waardoor veel onderzoeken ook in Q2 niet konden worden afgerond. Er zijn in Q2 meerdere onderzoeken opgestart waarin digitale vragenlijsten zijn afgenomen, telefonische gesprekken zijn gevoerd en dossieronderzoek is gedaan. Maar een IQ-test of een interactieobservatie kan niet op afstand. In Q2 dus meer onderzoeken opgestart maar afronding was nauwelijks mogelijk. Deze onderzoeken zullen, nu de cliënten weer op kantoor mogen komen, in de komende maanden worden afgerond. In 2020 is wel veel winst geboekt in de intakefase van het onderzoek. Dit valt niet binnen de doorlooptijd van het onderzoek zelf. Medio 2019 bedroeg dit nog gemiddeld 40 dagen omdat veel aanvragen incompleet waren. Na een interventie waarbij de intake van het KSCD de aanvrager helpt bij het invullen van het formulier is deze tijd teruggelopen van gemiddeld 40 dagen naar 7 dagen in mei 2020.

Daarnaast verwachten we van de ervaringen in de coronaperiode op termijn ook een positieve invloed op de doorlooptijden: veel vragenlijsten zijn nu ook digitaal beschikbaar. Dit zorgt voor snelle digitale verzending en ontvangst en een cliënt hoeft niet meer altijd naar het KSCD te 18

komen om de vragenlijst in te vullen. Daarbij is de scoring van de lijst nu digitaal en vele malen sneller dan wanneer dit met de hand werd gedaan.

2.3 Personeel Het gemiddelde jaarpercentage ziekteverzuim 2019 van JBRR eindigde op 8,73%. We zien in 2020 een daling van het ziekteverzuimcijfers, ondanks de coronacrisis, in kwartaal 2 is het gemiddelde ziekteverzuimcijfer gedaald naar 7,23%, waar dit in Q1nog beduidend hoger is. Eind juni is het verzuim zelfs 6,44%. We zien in Q2 nog steeds dat een groot gedeelte van het ziekteverzuim bij JBRR mentaal is: hierdoor gaan we in de rest van 2020 meer investeren in preventie en het voorkomen van mentale klachten door sneller te handelen en interventies aan te bieden. Ook in de corona periode zijn de acties hierop doorgegaan: snel schakelen en tijdig een passende interventie inzetten zijn hierin sleutelwoorden. We zien dat het ziekteverzuim tijdens de coronacrisis is gedaald. We zijn heel proactief geweest in het tijdig en structureel nemen van maatregelen en acties omtrent gezond werken op basis van de richtlijnen RIVM en hebben medewerkers hierin continue meegenomen. Ook hebben we de ergonoom op een nieuwe manier ingezet: om zo medewerkers te begeleiden om ergonomisch, verantwoord thuis te werken. Ook zijn er diverse hulp- en veiligheidsmiddelen voor medewerkers tijdig aangeschaft en op voorraad. Iedereen heeft zich ingezet om snel en kwalitatieve antwoorden te geven op vragen, dit gaf veel vertrouwen aan medewerkers.

In het tweede kwartaal hebben we 22 medewerkers nieuw aangenomen, voornamelijk fulltimers en zijn er 14 medewerkers uitgestroomd.

2.4 Zorgaanvragen In Q2 zien we de opnieuw een daling aan inzet van specialistische jeugdhulp door de GI. Opvallend is de forse daling van het aantal gesloten plaatsingen. De dalende trend was al in gang gezet voordat we in de coronacrisis terecht kwamen. Ook op het gebied van de inzet van crisishulp zien we een lichte daling. JBRR en de WSS vragen in Q1 en Q2 minder B/C percelen aan, opnieuw een daling van 15% t.o.v. dezelfde periode in 2019. Toch zien we niet dat de druk op de zorgcapaciteit afneemt, de ontwikkelingen binnen het zorglandschap zijn zorgelijk:  Steeds meer aanbieders zitten aan het budgetplafond. Dat betekent dat er in toenemende mate gebruik gemaakt moet worden van de discretionaire aanvraag. (29 aanvragen in Q2 tov 11 aanvragen in Q1). 19

    

Het inzetten van specialistische jeugdhulp voor de doelgroep 18- met een JR maatregel is onvoldoende. Zorgaanbieders geven aan dat zij de doelgroep te zwaar vinden. Er wordt geen aanbod ontwikkeld maar vooral gebruik gemaakt van onderaannemers. Hierdoor ontstaan financieringsproblemen en is het perspectief voor een jongere lang onduidelijk. Het is noodzakelijk dat er op korte termijn heldere procesafspraken gemaakt worden en dat de afspraak die in de regio is gemaakt dat JBRR/Zorgbemiddeling het mandaat heeftom zaken toe te wijzen weer onder de aandacht wordt gebracht. . De forensische tafel staat onder druk, het budgetplafond voor de inzet van forensische behandeling is bereikt. Hierdoor zien we dat de forensische doelgroep (jeugdigen met een criminele ontwikkeling) geen passende en noodzakelijke behandeling krijgt. De onderlinge samenwerking tussen zorgaanbieders is onvoldoende. Arrangementen worden niet geaccepteerd, de financiële rekening wordt over en weer naar elkaar toe geschoven. De wachtlijsten zijn lang, er zijn weinig oplossingen, jongeren moeten te lang wachten op hulp waardoor het risico ontstaat dat er op termijn zwaardere (en dus duurdere) jeugdhulp nodig is. Er is nog steeds geen passend aanbod in de regio voor LIV (lang intensief verblijf)-doelgroep. (Terug)Plaatsing van jeugdigen met complexe problematiek stagneert.

Het lukt zorgaanbieders momenteel onvoldoende om aan te sluiten bij en aanbod te ontwikkelen voor kinderen in onze regio met complexe problemen. Er liggen op dit moment 3 zaken bij het OZJ. Het OZJ (Ondersteuningsteam Zorg voor Jeugd van de VNG) is een team dat benaderd kan worden door m.n. cliënten als er knelpunten zijn m.b.t het hulpaanbod in complexe casuïstiek.

20

3. Wat gaan we doen (verbetermaatregelen Q3)? De analyse op de resultaten Q2 vraagt bijstelling en verbetermaatregelen op verschillende onderdelen om zo de risico’s te beheersen en waar mogelijk te elimineren.

Risico: aanpak wachtlijstproblematiek Raad Doel: inzicht in en aanpak op de te verwachte instroom GI. Volgens de op 23 juni ontvangen cijfers is de wachtlijst bij de Raad vd Kinderbescherming 70 wachtende zaken op straf en 457 op civiel. Inmiddels zijn binnen de Rvdk een transitiemanager en interim manager aangesteld om een plan van aanpak op te stellen met concrete acties om de wachtlijstproblematiek op te lossen. De aanpak van de wachtlijst bij de Rvdk zal gevolgen hebben voor de instroom bij de GI. Om te voorkomen dat de wachtlijst zich verschuift naar de GI is de insteek van de GI dat er in gezamenlijkheid opgetrokken wordt. Om te komen tot een impact- en risico analyse voor onze organisaties is eerst scherpte in, en duiding van, de cijfers van de Rvdk nodig. Dit vraagt om meer onderzoek, de Rvdk is hiermee bezig middels een diepgaandere analyse zowel op individueel, team als locatieniveau met als resultaat inzicht in wat mogelijke acties in aantallen gaat opleveren. De verwachting is dat deze analyse in de maand juli afgerond wordt.

Inzet Q3: Op basis van die informatie zal in de maand augustus een nadere analyse plaatsvinden. Door middel van duiding van de cijfers en risico analyse voor de organisatie (in Q3 en Q4) zullen er in gezamenlijkheid met de RvdK oplossingsrichtingen geformuleerd worden.

Risico: kwaliteit en resultaten van de uitvoering van de drangzaken is onvoldoende. Doel: uitvoeren drangaanpak (afgestemd op de instroom) conform de gestelde kwaliteits- en efficiency- en prestatie eisen. Per medio september is het cluster Drang in staat de drang aanpak uit te voeren conform het vastgestelde werkproces

Inzet Q3: In de aanpak ligt in Q3 de focus op het zicht krijgen op veiligheid in alle gezinnen. Binnen 1 maand contact leggen met alle gezinnen; Benodigde acties bepalen en op pakken (achterstallig onderhoud bijwerken); Samenwerking lokale teams tot stand brengen en versterken, zodat de inzet vanuit de lokale teams kan worden geleverd 21

Risico: onvoldoende zicht op uitvoering van de justitiële maatregelzaken conform de kwaliteitseisen en resultaatsafspraken. Doel: realiseren KPI’s dwang Inzet Q3: Uitvoeren verbeterplan KPI’s dwang Risico: achterblijven van de prestatie doorlooptijd beslissingsondersteunend onderzoek KSCD. Doel: afronding beslissingsondersteunende onderzoeken binnen drie maanden na start onderzoek Inzet Q3: Uitvoeren verbeterplan KSCD

22

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9608469/2