CConstaterende datWestvoorne
Koppel je AI →
Document · PDF

21 01 Zienswijze GR jeugdhulp 2e bestuursrapportage

Commissie IZ & Middelen 7 januari 2021, gemeente WestvoorneBij agendapunt: Zienswijze op Kadernota 2022 van GR Jeugdhulp Rijnmond9.667 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

2e Bestuursrapportage 2020 (ambtelijk) Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond Versie 26 augustus 2020

Inhoudsopgave .......................................................................................................................... 1 1.

VOORWOORD ................................................................................................... 4

2.

LEESWIJZER ....................................................................................................... 4

3.

MANAGEMENT SAMENVATTING ...................................................................... 5

4.

FINANCIEEL OVERZICHT..................................................................................... 6

5.

TOELICHTING PER PERCEEL ............................................................................. 10

6.

PROJECTEN EN INNOVATIES ............................................................................ 17

7.

WACHTTIJDEN................................................................................................. 21 7.1 Overzicht wachttijden ......................................................................... 21 7.2 Toelichting wachttijden....................................................................... 22 7.3 details wachttijden.............................................................................. 23

8.

OUTCOME INDICATOREN................................................................................ 25

9.

OVERIGE OVERZICHTEN .................................................................................. 27 9.1 Weekbudget ....................................................................................... 27 9.2 Aantal cliënten .................................................................................... 29 9.3 Indicatieduur ...................................................................................... 31

10.

ANALYSE CLIENTADMINISTRATIE .................................................................... 33

11.

BETALINGSGRAAD ........................................................................................... 34

2

3

Voorwoord Voor u ligt de tweede bestuursrapportage van de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR) van 2020. In deze rapportage worden de ontwikkelingen binnen de GRJR uit de eerste zes maanden van 2020 toegelicht. Op dit moment leven we al een aantal maanden in een wereld waarin het Coronavirus ons dagelijks leven heeft veranderd. De tweede Coronagolf lijkt er eerder te zijn dan in het voorjaar verwacht werd. Hoe de toekomst er uit gaat zien en welke effecten dit op de Jeugdhulp heeft is niet duidelijk, maar de gevolgen zullen we nog lange tijd ervaren. De afgelopen periode is er nauw contact geweest met de zorgaanbieders om de hulp en ondersteuning aan jeugdigen te kunnen blijven bieden. Ook is er gesproken over de financiële effecten en consequenties van de Corona-maatregelen. Het DB Jeugdhulp Rijnmond heeft voor de aanbieders van Jeugdhulp Rijnmond de mogelijkheid tot het aanvragen van een liquiditeitsborg opengesteld. Op deze manier wordt financiële continuïteit geboden. Tot op heden hebben twee zorgaanbieders hier gebruik van gemaakt. Inmiddels zijn de richtlijnen voor de landelijke compensatieregeling van omzetderving door Corona maar ook die voor vergoeding van meerkosten door Corona bekend. Ook is door het rijk bekend gemaakt dat de compensatiemiddelen via de rijkcirculaires aan gemeenten worden overgemaakt.

De GRJR werkt de komende periode een voorstel uit hoe met beide financiële compensatieregelingen, die voor omzetderving en die voor gemaakte meerkosten om jeugdhulp te kunnen blijven leveren, omgegaan zal worden. Vooralsnog lijkt er alleen in de percelen D (daghulp) en F (crisishulp) sprake van lagere instroom in hulp en dus mogelijke omzetderving. Wel wordt er rekening gehouden met meerkosten van zorgaanbieders door extra investeringen om jeugdhulp te kunnen blijven bieden.

Leeswijzer In hoofdstuk 3 wordt een managementsamenvatting gegeven van de belangrijkste zaken uit deze rapportage. In hoofdstuk 4 is vergelijking gemaakt tussen de begroting 2020 en de jaareindeverwachting voor dit jaar. De grootste verschillen tussen beide worden toegelicht. In het volgende hoofdstuk een is per perceel aangegeven welke ontwikkelingen er zijn. Hoofdstuk 6 staat, sinds de vorige rapportage, een beknopt overzicht van de projecten en innovaties die binnen de GRJR opgepakt zijn. Projecten die gericht zijn op een van de percelen staan genoemd bij de ontwikkelingen van het desbetreffende perceel. In hoofdstuk 7 wordt een toelichting gegeven bij de wachttijden. De outcome indicatoren worden in hoofdstuk 8 toegelicht. Hoofdstuk 9 bevat een aantal overzichten die gebaseerd zijn op het berichtenverkeer die inzicht geven in een aantal belangrijke variabelen die van invloed zijn op de zorgkosten. Hoofdstuk 10 bevat de klantenanalyse. Hierbij is de informatie die ontvangen is van de zorgaanbieders vergeleken met de klantenadministratie van de gemeenten. Ten slotte wordt in hoofdstuk 11 informatie gegeven over de betalingsgraad.

4

Management samenvatting

Jaareindeverwachting Op basis van de informatie van de gemeenten is de jaareindeverwachting berekend. De huidige verwachting is een overschrijding ten opzichte van de begroting 2020 van € 2 mln. Deze overschrijding wordt vooral veroorzaak door hogere uitgaven op de intramurale percelen B en C en hogere kosten bij de maatwerkcontracten BRP (buiten-regionale plaatsingen) en zwaardere en langdurigere trajecten ASR (Adolescente Strafrecht). Er is bij deze jaareindeverwachting wel gekeken naar effecten van Corona op de instroom in jeugdhulp en daardoor omzetderving bij zorgaanbieders. Alleen bij de percelen D (daghulp) en F (crisishulp) is hier een mogelijk effect van Corona merkbaar maar dit zal niet tot hogere kosten bij gemeenten leiden. Wel wordt er meerkosten door extra investeringen bij zorgaanbieders om jeugdhulp te kunnen blijven leveren verwacht. Dit wordt nu geraamd op ca € 12,0 mln. geraamd. Deze meerkosten voor gemeenten zijn NIET in de jaareindeverwachting verwerkt.

5

Financieel overzicht Baten

Producten

Begroting 2020 AB 1 juli 2020

JEV2020 Q2

Verschil JEV versus Begroting

% Verschil

Exploitatie

1. Programma Bestuur en algemeen management 248.080.536 Bijdrage deelnemende gemeenten 248.080.536 Totaal Baten Lasten A B

248.080.536

0

248.080.536

0

Exploitatie Gewoon opgroeien buiten gezien (Pleeghulp) Weer naar huis (Opname)

21.845.040

21.771.318

-73.722

0%

60.747.658

64.309.648

3.561.990

6%

10.842.676

11.798.422

955.746

9%

14.513.379

14.264.982

-248.397

-2%

43.880.862

43.880.862

0

0%

E

Opgroeien met blijvende ondersteuning (Langdurig verblijf) Steun, hulp of behandeling overdag (Daghulp) Pakket thuis (Ambulante hulp)

F

Crisishulp

9.467.944

9.467.944

0

0%

G

Gecertificeerde instellingen

48.337.712

47.212.772

-1.124.940

-2%

1. JB/JR maatregelen dwang & drang/ Cris is Interventie Team 2. Buitenregionale plaatsingen (GI)

46.092.000

44.833.802

-1.258.198

-3%

860.080

918.970

58.890

7%

3. KSCD

1.385.632

1.460.000

74.368

5%

Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR) Overige

16.375.541

16.375.541

0

0%

15.436.758

16.184.954

748.196

5%

C D

H. I.

1. Buitenregionale plaatsingen (incl pleegzorg)

J.

1.736.000

2.249.832

513.832

30%

2. Extra ASR

1.147.800

1.747.879

600.079

52%

3. Landelijke inkoop

12.148.598

11.776.532

-372.066

-3%

4. Acute dienst GGZ

404.360

410.711

6.351

2%

Uitvoeringskosten

6.632.966

4.844.641

-1.788.325

-27%

Ris ico's Jeugdhulp

2.877.380

1.014.000

-1.863.380

-65%

Organisatiekos ten GR

3.380.586

3.380.586

0

0%

Specifieke ICT-kosten

100.000

100.000

0

0%

Accountantskosten

75.000

75.000

0

0%

Werk en Onderzoek

200.000 248.080.536

275.054 250.111.083

75.054 2.030.547

38% 0,82%

Totaal Lasten

6

Producten Baten

Exploitatie

Lasten

Exploitatie

Totaal Baten Exploitatie Totaal lasten Exploitatie Exploitatie JEV Producten Baten

248.080.536

248.080.536

248.080.536 0 Begroting 2020 AB 15 april 2020 (1*)

0

0%

250.111.083

2.030.547

1%

-2.030.547

-2.030.547

JEV2020 Q2

Verschil JEV versus Begroting

% Verschil

Voorzieningen

Bijdrage Rijksoverheid transformatiefonds Bijdrage Rijksoverheid "meer samen doen in crisis" Lasten

JEV2020 obv Q2 2020 AB 15 april Verschil (1*) JEV versus % Begroting Verschil

Begroting 2020

0

5.291.148

5.291.148

0

183.400

183.400

Voorzieningen Transform atiefonds

0

5.291.148

5.291.148

"m eer samen doen in crisis "

0

183.400

183.400

Voorzieningen JEV

0

0

0

Producten

JEV Gerealiseerd saldo van begrote baten en lasten JEV Gerealiseerd incidenteel saldo afrekening voorgaande jaren Totaal JEV gerealiseerd resultaat

Begroting 2020 AB 15 april 2020 (1*)

JEV2020 Q2

Verschil JEV versus Begroting

% Verschil

0

-2.030.547

-2.030.547

0

0

0

0

-2.030.547

-2.030.547

0

Omzetderving door Corona (eerste landelijke compensatieregeling) De jaareindeverwachting op basis van de eerste 6 maanden laat alleen voor de percelen D (daghulp) en F (crisis) aanleiding zien voor omzetderving zien door het niet leveren van hulp ten opzichte van het begrote budget. De overige zorglevering lijkt veelal doorgang te hebben gevonden, eventueel in aangepaste vorm. Voor de percelen D en F zal in het kader van de omzetdervingsregeling door Corona gezocht worden naar oplossingen. Voor de crisishulp op perceel F geldt een budgetplafond er zal daar niet meer vergoed worden dan de afgesproken en dus begrote contractwaarde. Voor de daghulp in perceel D geldt geen budgetplafond. De rekenregel die het rijk hanteert en die de GRJR adviseert over te nemen is dan uitgaan van de productie 2019 conform de productieverantwoording 2019 minus de productie 2020. Bij de jaareindeverwachting is daarom uitgegaan van de opgegeven productie 2019 en die ligt iets onder het begrote budget. è Conclusie is dat er voor de gemeenten geen meerkosten i.v.m. omzetderving worden verwacht.

Meerkosten Corona door investeringen door zorgaanbieders om hulp te blijven garanderen (tweede landelijke compensatieregeling) Het feit dat de zorglevering veelal doorgang lijkt te hebben gevonden ondanks de coronamaatregelen en de richtlijnen die vanuit het RIVM zijn ingesteld betekent wel dat zorgaanbieders extra investeringen hebben moeten doen om de hulp op de juiste wijze te kunnen waarborgen. Het is dus reëel om aan te nemen dat deze vorm van meerkosten wel tot compensatie zal moeten leiden.

7

Over de compensatie van deze vorm van meerkosten is door het rijk de volgende richtlijn meegegeven: Wat verstaan we onder meerkosten? Meerkosten betreffen de directe extra kosten… • …die een zorgaanbieder maakt gedurende de door het Rijk afgekondigde periode dat de coronamaatregelen gelden. • …die duidelijk het gevolg zijn van de coronamaatregelen van het Rijk, in het bijzonder het volgen van de richtlijnen van het RIVM. • …die onder reguliere omstandigheden niet gemaakt hoefden te worden. • …die noodzakelijk zijn om de gewenste zorg te kunnen blijven continueren die voldoen aan de RIVM-richtlijnen. • …en die niet al op andere wijze zijn gecompenseerd, bijvoorbeeld via de doorfinanciering van 100% van de omzet of via de Stimuleringsregeling eHealth Thuis. U kunt denken aan: • Beschermingsmiddelen zoals mondkapjes en handschoenen. • (Bij verblijfszorg) extra inzet van medisch personeel voor de beoordeling van ziekteverschijnselen of voor de verzorging van cliënten die in quarantaine zijn. • Extra huur van locaties om de 1,5 meter afstand te organiseren. • Extra inhuur personeel vanwege verminderde inzetbaarheid van bestaand personeel als gevolg van de coronamaatregelen (richtlijn: thuisblijven bij lichte klachten) of juist vanwege extra werkzaamheden als gevolg van de coronamaatregelen.* • Beschikbaarstelling van quarantaineopvang.

Om een echte inschatting te kunnen maken over de omvang van deze vorm van meerkosten is uitvraag bij de aanbieders nodig. Vooralsnog is er een aanname gedaan dat dit om 5% van de gesubsidieerde bedragen aan GI’s en VTRR en de gecontracteerde specialistische jeugdhulp gaat. Dit komt uit op een bedrag van € 12,0 mln. NB Dit bedrag is niet opgenomen in de hierboven gepresenteerde JEV. Begroot budget A t/m E, F en subsidies GI/ VTRR 5% meerkosten corona i.v.m. investeringen doorleveren

€ 238.159.410 € 11.907.970

è Conclusie is dat er voor de gemeenten wel meerkosten te verwachten zijn ivm de compensatie van de extra investeringen die zorgaanbieders hebben moeten doen om de benodigde hulp- en ondersteuning aan de jeugdigen van Rijnmond te kunnen blijven garanderen.

8

Per gemeente: Inschatting tekort

Albrandswaard Barendrecht Brielle Capelle aan den IJssel Goeree-Overflakkee Hellevoetsluis Krimpen aan den IJssel Lansingerland Maassluis Nissewaard Ridderkerk Schiedam Vlaardingen Westvoorne Rotterdam Totaal

12.000.000 Begroting 2020 2.186.973 6.344.022 1.832.322 12.231.813 5.497.530 5.641.287 6.516.697 8.276.068 5.177.633 20.591.960 7.643.567 17.171.069 16.377.017 2.536.038 130.056.540 248.080.536

Extra inleg 105.787 306.869 88.632 591.670 265.923 272.877 315.222 400.325 250.449 996.062 369.730 830.588 792.179 122.672 6.291.015 12.000.000

9

Toelichting per perceel Perceel A: Gewoon opgroeien buiten gezin (Pleeghulp) Binnen perceel A (pleegzorg) is vanwege inhoudelijke afwegingen geen budgetplafond ingesteld. Perceel A is de afgelopen jaren echter niet sterk gegroeid. Voor 2020 wordt ook nog geen (grote) groei verwacht. Volgens de jaareindeverwachting komt perceel A ongeveer op het begrootte bedrag uit. De reden dat de groei ondanks het ontbreken van een budgetplafond achterblijft, is vanwege een tekort aan pleeggezinnen. Meer pleeggezinnen zijn nodig om meer jeugdigen in pleegzorg te kunnen helpen. Daarom wordt het komende jaar door aanbieders, gemeenten en de uitvoeringsorganisatie een campagne opgezet en uitgevoerd om de werving van pleegouders een impuls te geven. Daarnaast zijn er initiatieven om meer aandacht te besteden aan het behoud van pleegouders. Binnen pleegzorg is bovendien behoefte aan het versterken van gezinnen, door ook in zwaardere vormen van hulp en begeleiding te voorzien. Zo kan pleegzorg voor meer jeugdigen mogelijk gemaakt worden. Voor jeugdigen die al in een pleeggezin verblijven maar voor wie de zorg (tijdelijk) zwaarder is kan aanvullende hulp/begeleiding er voor zorgen dat (tijdelijke) plaatsing op een intramurale behandelplek niet nodig is.

Perceel B Weer naar huis (opname) & Perceel C Opgroeien met blijvende ondersteuning (langdurig verblijf) In 2018 zijn na de start van de aanbesteding een aantal knelpunten op percelen B & C geanalyseerd, waarvoor in 2019 oplossingen zijn neergezet. Zo is er extra budget en uitbreiding van capaciteit beschikbaar gekomen met name in perceel C om doorstroom te creëren voor perceel B. De verwachting is dat de druk op perceel B hierdoor afneemt op termijn. De prognose voor perceel B vanuit de Q2 cijfers ligt iets lager dan de jaarcijfers 2019, en hoger dan de Q1 prognose en de begroting 2020. De prognose voor perceel C ligt hoger dan de jaarcijfers 2019, de Q1 prognose, en de begroting 2020. Hiermee lijkt in vergelijking met 2019, de gewenste beweging van doorstroom van opname in perceel B naar langdurig verblijf in perceel C ingezet te zijn. In perceel B zien we daarnaast een gewenste verschuiving van gesloten opname naar open opname. Ondanks de gewenste verschuivingen, lijken de maatregelen op C dit jaar nog niet te resulteren in voldoende verlaging van de financiële druk op perceel B. De hogere prognose in perceel C staat niet in verhouding tot de iets dalende trend t.o.v. 2019 van perceel B. De verwachting is daarmee dat kosten voor Ben C in 2020 nog boven de begroting zullen vallen.

Aangezien er tussen Q1 en Q2 een toename te zien is kan geconcludeerd worden dat er geen sprake lijkt te zijn van effecten door de maatregelen rondom COVID-19. De 24uurs zorg is blijven doorlopen de afgelopen maanden. Het lijkt een combinatie van stijging in weektarief in B3 (mogelijk te verklaren door meer instroom vanuit gesloten jeugdhulp) en een stijging in aantallen cliënten. De schouw op perceel B gaat nadere verklaring geven voor de beweging in/naar/uit perceel B. Helaas hebben de maatregelen rondom COVID-19 wel vertraging opgeleverd op de 10

thema-agenda van de Zorglandschapstafel B/C. Deze thema’s zijn gericht op verdere verbetering van doorstroom en samenwerking. Perceel D Steun, hulp of behandeling overdag (Daghulp) Voor perceel D is mogelijk sprake van omzetderving als gevolg van Corona. Derhalve is in de JEV voor dit perceel de realisatie van 2019 als basis genomen. Bij perceel D is geen budgetplafond ingesteld, dus aanbieders zijn niet gebonden aan een contractvolume. Corona heeft aanbieders gestimuleerd alternatieve (lees: digitale) vormen van hulpverlening te ontwikkelen, zodat de ondersteuning aan de cliënten en hun gezinnen gecontinueerd kon worden. Ervaringen en lessons- learned zijn onderwerp van gesprek aan de zorglandschapstafel. Met de aanbieders in deze opdracht wordt overleg gevoerd, samen met gemeenten en onderwijs, welke vormen van jeugdhulp verder gewenst zijn: in september zal, onder andere als resultante hiervan, het zorgonderwijscentrum geopend worden dat een speciaal programma gaat bieden voor thuiszitters om hen en hun gezin te begeleiden terug naar school. Dit is een samenwerkingsverband tussen Timon en Horizon- onderwijs in co- creatie met Koers VO. De werkgroep zorg- onderwijs hoopt in Q3 met een analyse en aanbevelingen te komen naar aanleiding van hun gesprekken- ronde met de bestuurders en de samenwerkingsverbanden.

Al deze (gezamenlijke) acties dienen de verbinding van specialistische zorg met het lokale veld en het onderwijs. Deze ontwikkelingen moeten op termijn effect hebben op versnelde uitstroom (kortere zorgduur) en vermindering van de instroom (omdat de gemeenten lokale oplossingen inzetten en daarmee invloed hebben op de budgetontwikkeling/ instroom). Perceel E Pakket thuis (Ambulante Hulp) N.a.v. een toenemende vraag naar ambulante hulp in 2019 en aanbevelingen vanuit het onderzoek van KPMG, is de begroting 2020 opgehoogd voor perceel E. De ophoging tot € 43,8 mln. is gebaseerd op de prognose van KPMG. De prognose voor perceel E vanuit de Q2 cijfers komt overeen met de huidige opgehoogde begroting. Dit onderstreept de noodzaak tot de gedane begrotingsophoging. Vanuit de extra gelden is begin 2020 een eerste tranche ingezet om de algehele druk op perceel E te verlagen. Vanuit de tweede tranche is, in navolging van 2019, ingezet op het garanderen van de meest urgente zorg aan jeugdigen, te weten spoedhulp en forensische hulp. Voor de hulp richting het Omgangshuis is een discretionaire route ingesteld om de continuïteit te waarborgen. Deze discretionaire toekenningen worden vanuit het risicobudget gedekt. In Q2 is een gewenste beweging ingezet vanuit de aanbevelingen van KPMG. N.a.v.

deze aanbevelingen zien we zeer goede samenwerking en transparantie tussen de aanbieders ontstaan om de vraagstukken in perceel E op te lossen. Vanuit de wachtlijstanalyse werken aanbieders, gemeenten, ZBT en uitvoeringsorganisatie aan verdere verdieping en uitwerking van oplossingen. Een procesbegeleider is aangesteld om het proces aan te jagen. Een eerste resultaat is inrichting van een spoedtafel, waarbij de aanbieders samen vervolghulp 11

organiseren na inzet van spoedhulp. Vanuit de aanbevelingen lagen tevens acties bij gemeenten in het lokale veld. Mogelijk zien we hier eerste resultaten van terug in de daling van de indicatieduur t.o.v. Q1 2020. Perceel F Crisishulp De crisishulp laat halverwege 2020 een onderproductie van zo’n 10%. Aangezien het hier een beschikbaarheidsvoorziening betreft, waarbij de zorgaanbieder verplicht is ten alle tijden een bepaalde capaciteit aan crisishulp beschikbaar te hebben, geldt voor deze opdracht de afspraak dat bij een productie van minimaal 80%, 100% wordt bekostigd. Als de productie minder is dan 80%, dan wordt het verschil tussen de gerealiseerde productie en de 80% teruggevorderd. De coördinator van crisishulp verwacht aan het einde van het jaar onder die ondergrens van 80% te zitten. Alhoewel dit deels een effect kan zijn van het ingezette transformatieproces waarbij steeds gezocht wordt naar alternatieve vormen van crisisopvang is deze plotselinge en grote daling waarschijnlijk grotendeels te wijten aan de COVID19 maatregelen. Het gebruik van crisishulp is sterk afhankelijk van de ontwikkelingen in de andere vormen van Jeugdhulp. Bijvoorbeeld het door zorgaanbieders bereiken van budgetplafonds in opdracht B en C kan snelle doorstroom vanuit een crisisbed naar een regulier jeugdhulpbed belemmeren.

Daarnaast blijft het effect van het Corona-virus op inzet van crisishulp onvoorspelbaar. Ook signaleren zowel de hoofd- als onderaannemers een toenemende zwaarte van de problematiek van jongeren (en daarmee benodigde intensievere ondersteuning) plus een toename van het aantal jongeren dat moeilijk plaatsbaar is op een crisisgroep vanwege bijvoorbeeld agressie of het zijn van dader van een zedenmisdrijf. Perceel G Gecertificeerde instellingen 1. JB/JR maatregelen dwang en drang en Crisis Interventie Team a. JB/JR-maatregelen dwang & drang (gecertificeerde instellingen (GI’s)) De productierealisatie over het hele domein van de GI’s is na Q2 8% lager dan de verleende subsidiebedragen aan JBRR en LJ&R. Binnen de gerealiseerde productie is een aantal opvallendheden. Er is sprake van een lagere realisatie bij OTS-en (onder toezicht stellingen), Voogdijzaken, Drang zonder VTO (verzoek tot onderzoek) en Verlengde drang. Daarentegen is een toename zichtbaar van Jeugdreclassering en andere maatregelen die een relatie hebben met strafrecht. Ook is spraken van een toename van Drang met Verzoek tot Onderzoek. De afname van OTS-en gaat geleidelijk, maar is al enige tijd gaande. Doordat er een toename is van Drang met VTO en er wachttijden zijn bij de Raad voor de 12

Kinderbescherming (RvdK) kan er nog een toename van OTS-en plaatsvinden wanneer de RvdK deze onderzoeken heeft afgerond en haar adviezen heeft voorgelegd aan de rechter. De verwachting is toch dat er bij de GI’s eind 2020 een onderproductie zal worden gerealiseerd. Per 2020 heeft JBRR de opdracht om zich te focussen op de uitvoering van dwangproducten (OTS, jeugdreclassering (JR) en voogdij). De GI heeft daardoor minder formatie beschikbaar voor drangtaken. Er ontstaat daardoor ook meer druk op de lokale teams. In opdracht van het AB voeren GI, gemeenten en uitvoeringsorganisatie GRJR de opdracht uit om te komen tot een nieuwe vormgeving van samenwerking in drang (vrijwillig kader). In Q3 zal dit aan het AB worden voorgelegd. b. Crisis Interventie Team Kinderen die acuut in hun veiligheid bedreigd worden krijgen ondersteuning van het Crisis Interventie Team (CIT). Politie, ziekenhuizen, huisartsen, scholen, hulpverleners, maar ook ouders en kinderen zelf kunnen contact opnemen met het CIT. Het CIT treedt op in crisissituaties en kan direct de noodzakelijke hulp inzetten. De afname van het aantal crisisinterventies die in Q1 al was gerapporteerd, zet ook in Q2 door. Bij de start van de Coronamaatregelen nam het aantal meldingen af. De verwachting is dat dit een tijdelijke reductie betreft. Rondom de zomervakantie worden traditioneel veel meldingen bij het CIT gedaan.

De impact hiervan is bij deze rapportage nog niet bekend. 2. Buitenregionale plaatsingen (GI) Buitenregionale plaatsingen betreffen plaatsingen van kinderen bij niet regulier gecontracteerde aanbieders. In de meeste gevallen gaat het om kinderen die op basis van het woonplaatsbeginsel bij één van de gemeenten in de regio horen, maar die niet in de regio verblijven. JBRR is opdrachtgever en financier voor jeugdigen die onder toezicht van een andere GI vallen, maar tot de verantwoordelijkheid van een gemeenten in de regio Rijnmond behoren. Op dit onderdeel valt nog geen jaareindeverwachting te geven. Inzet voor Buitenregionale plaatsingen zal naar verwachting binnen de totale verlening van JBRR passen. 3. KSCD Het Kennis- en Servicecentrum voor Diagnostiek (KSCD) voert diagnostisch onderzoek uit op verzoek van de medewerkers van Jeugdbescherming Rotterdam-Rijnmond (JBRR) (Incl. 13

WSS) en Leger de Heils Jeugdbescherming- en reclassering (LJ&R). Tevens verzorgt het KSCD de instemmingsverklaringen voor het realiseren van een gesloten plaatsing. De productie van het KSCD is in Q2 lager dan de verleende subsidie. Het KSCD slaagt er al geruime tijd niet in om de wachttijden op onderzoek en de duur van onderzoeken volgens plan te laten verlopen. In Q2 heeft JBRR extra ingezet op een oorzaakanalyse en op het opstellen van een verbeterplan. Er is bij de GI’s wel sprake van een verwachte onderproductie maar die trend is reeds langer zichtbaar en lijkt geen relatie met de COVID19 maatregelen te hebben. Wel hebben ook de gecertificeerde instellingen investeringen moeten doen om hun werkzaamheden conform de RIVM richtlijnen doorgang te laten vinden. Perceel H Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR) Perceel H heeft nog altijd te maken met een groei van de instroom. De stijging is met name zichtbaar in het aantal adviesvragen en het aantal crisissen. De stijging van de adviesvragen is al zichtbaar vanaf de invoering van de verscherpte meldcode in 2019. In juni 2020 bedroeg de stijging 30% ten opzichte van het begrote aantal. Ook hebben diverse mediacampagnes tijdens de coronaperiode er mogelijk voor gezorgd dat vaker advies wordt gevraagd. De stijging van het aantal crisissen is vooral zichtbaar in juni.

Mogelijk heeft dit te maken met het weer openen van de scholen waardoor meer zicht kwam op de thuissituatie. Overigens is er altijd een stijging van instroom (meldingen en crisissen) zichtbaar vlak voor de zomervakantie. Ondanks de hoge instroom lukt het VTRR steeds beter om het percentage veiligheidsbeoordelingen, onderzoeken en ‘voorwaarden en vervolg’ binnen de wettelijke termijn af te handelen. Echter mede door de hoge instroom zitten de percentages nog niet op het gewenste niveau. Hier wordt vanuit het accountmanagement op gestuurd. Tijdens de coronamaatregelen is in heel Nederland bij Veilig Thuis een chatfunctie ingevoerd. Inmiddels zijn er in de regio Rotterdam Rijnmond ongeveer 200 chatgesprekken gevoerd. Een chatgesprek is vergelijkbaar met een adviesgesprek. Landelijk wordt onderzoek gedaan naar de mogelijkheden om de chatfunctie permanent in te voeren. Ook voor VTRR geldt dat er extra investeringen zijn gedaan om de dienstverlening conform de RIVM richtlijnen voortgang te laten vinden. Perceel I Overige onderdelen 1. Buitenregionale plaatsingen Naast de buitenregionale plaatsingen (BRP) via de GI, zijn er ook voor de overige vormen van specialistische jeugdhulp buitenregionale plaatsingen. Bijvoorbeeld een kind uit 14

Rijnmond dat in een pleeggezin buiten Rijnmond geplaatst wordt waarbij aanvullende ondersteuning nodig is. Of opvang in een intramurale setting terwijl de gezaghebbende in Rijnmond woont. Voor deze buitenregionale plaatsingen is de jaareindeverwachting bepaald op basis van de kosten van de verlening voor buitenregionale pleegzorgplaatsingen aan Enver en een inschatting van de kosten voor individuele BRPovereenkomsten zoals die gemaakt zijn in 2019. Opvallend is dat er voor 2020 een toename te zien is in de BRP-kosten. Mogelijk is er een raakvlak met de wijziging in het woonplaatsbeginsel dat er aan komt waarbij de administraties alvast opgeschoond worden. 2. Extra ASR (adolescentenstrafrecht) Zorgaanbieder Prokino ontvangt subsidie voor het verzorgen van de coördinatie van residentiële plekken in het kader van het adolescentenstrafrecht. Dit betreft jongvolwassenen die onder het jeugdstrafrecht zijn veroordeeld en/of jeugdreclassering hebben. Vanwege hun leeftijd is plaatsing in een Wmo-instelling aangewezen. Omdat de te bieden zorg jeugdhulp betreft, moet de instelling voldoen aan de eisen die de Jeugdwet hieraan stelt. Prokino sluit hiertoe maatwerkcontracten af met betrokken zorgaanbieders en verzorgt het traject van het zoeken naar de best passende zorgaanbieder, aanmelding, plaatsing, zorg en monitoring tot de doorgeleiding.

Prokino meldt een forse stijging van de kosten in 2020 doordat aanmerkelijk meer jongvolwassenen worden aangemeld, die gemiddeld een langer en intensiever traject volgen dan in 2019. De instroom is op korte termijn lastig beïnvloedbaar, doordat het jongeren betreft die vanuit een justitieel kader worden verwezen. 3. Landelijke Inkoop Vanuit het Rijk zijn wat betreft de inkoop van een aantal zeer specialistische zorgvoorzieningen afspraken gemaakt voor landelijke inkoop. Daarnaast is er een aantal functies die weliswaar niet rechtstreeks zorg voor jeugd raken maar wel randvoorwaardelijk zijn voor het functioneren van het stelsel rondom jeugdhulp (zoals de vertrouwenspersoon). De samenwerkende gemeenten hebben besloten om de financiering en reservering van deze middelen binnen de gemeenschappelijke regeling te beleggen, aangezien het zeer specialistische voorzieningen betreft en binnen de samenwerking eventuele fluctuaties in het gebruik van deze voorzieningen kunnen worden opgevangen. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) is contractpartner voor de betreffende zorgaanbieders. Ten tijde van het opstellen van deze rapportage is van de VNG onvoldoende data ontvangen over de inzet van LTA-aanbod voor jeugdigen uit onze regio in het 2e kwartaal.

Algemeen gesproken geldt dat de kosten van het LTA moeilijk te beïnvloeden zijn omdat de verwijzing verloopt van artsen naar artsen en er geen budgetplafonds zijn. Deze jeugdigen zijn nu nog vaak buiten beeld, omdat doorverwijzing vanuit instellingen gebeurt en lokale teams daar 15

vaak niet bij betrokken zijn. De VNG werkt aan een voorstel voor een praktische invulling van het besluit van de Algemene Ledenvergadering van de VNG om de rol van gemeenten bij de toegang tot en regie op het LTA-aanbod te versterken. Tot slot; met ingang van 1 januari 2021 komt er een nieuwe release (iJw 3.0) met informatiestandaarden. Met deze nieuwe release werken Zorginstituut Nederland en het Ketenbureau i-Sociaal Domein samen aan de verdere vermindering van de administratieve last in het sociaal domein. 4. Acute Dienst GGZ Voor het uitvoeren van de acute dienst (jeugd-)GGZ is in 2020 een subsidie verleend aan Parnassia en GGZ Delfland. Uit de cijfers over het 2e kwartaal blijkt een wisselend beeld. Daar waar bij Parnassia ook in dit kwartaal het aantal meldingen beduidend hoger is dan in dezelfde periode in 2019, blijft bij GGZ Delfland de productie onder de verwachting. GGZ Delfland noemt het dit jaar landelijk zijn ingevoerd van de Generalistische Module Acute Psychiatrie (GMAP) als waarschijnlijke reden voor dit lage bereik. Dit betekent niet dat het aantal jeugdigen dat in een crisisachtige situatie verkeert lager is, maar dat de samenhangend met de GMAP ingevoerde nieuwe vorm van triage ertoe leidt dat voor meer jongeren met spoedhulp kan worden volstaan in plaats van crisishulp.

Parnassia vermoedt daarentegen juist dat de GMAP bijdraagt aan de toename van het aantal jongeren dat door de crisisdienst wordt gezien. Parnassia onderzoekt de precieze reden van de opmerkelijke toename. Perceel J Uitvoeringskosten Met de definitieve vaststelling van de begrotingswijziging 2020 op het AB van 1 juli jl. zijn de organisatiekosten van de uitvoeringsorganisatie verhoogd € 424.666,-. Dit is deels gedekt uit het risicobudget. Het risicobudget is daarom met € 0,2 mln. verlaagd ten gunste van de post organisatiekosten. In afwachting van de formele vaststelling van de begrotingsophoging 2020 lag er een ‘reservering’ van € 2,5 mln. op het risicobudget. Op 1 juli 2020 is de ophoging van perceel E formeel vastgesteld. Die claim op het risicobudget is daarmee komen te vervallen. Het DB Jeugdhulp heeft in de maand juni wel ingestemd met dekking van de campagne werving en behoud Pleegzorg vanuit het risicobudget (€ 199.000,-) met de voorwaarde dat dit vanuit het transformatiefonds vergoed wordt mocht hier toch financiële ruimte blijken te zijn. Ook is de discretionaire route Omgangshuis (perceel E) gedekt vanuit het risicobudget (€ 815.000,-). Voor de organisatiekosten wordt een lichte overbesteding voorspelt.

Dit komt met name door de diverse onderzoeken die vanuit het budget voor werk en onderzoek worden gefinancierd (afronding schouw E in Q1 2020, prijs- en herijkingsonderzoek, bijdrage aan aanpak gesloten jeugdhulp Zuid-Holland, schouw B en D).

16

6. Projecten en Innovaties Prijs- en herijkingsonderzoek KPMG is vanaf maart jl. bezig met de uitvoering van het tarief- en herijkingsonderzoek. Met dit onderzoek kan worden vastgesteld of de arrangementsprijzen aansluiten bij de praktijk of dat er bijstelling noodzakelijk is. Het onderzoek heeft een aantal weken vertraging opgelopen doordat enkele aanbieders meer tijd nodig hadden om de benodigde data aan te leveren, omdat het onderzoek startte tijdens de uitbraak van de coronacrisis. Tevens leidden datavalidaties door KPMG op de ontvangen data tot nadere vragen aan aanbieders. Waar nodig hebben contractmanagers contact gehad met de aanbieders om in te zetten op zo snel mogelijke dataleveringen. KPMG heeft zelf intensief contact gehad met de aanbieders om ze handvatten aan te dragen voor het zo tijdig en juist mogelijk leveren van (extra) input. Verwachte oplevering van beide onderzoeken is hierdoor eind augustus. Gezien de verwachtte uitkomsten en de daarbij passende consequenties wordt dit geagendeerd voor het AB van oktober. Inkoop In het tweede kwartaal is veel tijd besteed aan de discussie rond de aanbesteding van de Jeugdhulp.

Uiteindelijk is in de AB’s van 29 mei en 15 juli besloten om alle opdrachten te verlengen tot en met 2022, waarbij de mogelijkheid is geopend om vooruitlopend op de volgende aanbesteding in 2022 in beperkte mate te experimenteren om delen van de opdrachten D en E zelf lokaal in te gaan kopen of op een andere wijze te organiseren. Een vijftal gemeenten heeft daar wellicht belangstelling voor. Op basis van deze besluitvorming is vervolgens een projectplan opgesteld voor de inkoop van Jeugdhulp. De eerste opbrengst van het project zal de concept inkoopstrategie zijn die ingepland is voor eind november. Deze zal worden gebaseerd op de regiovisie waarvan op 1 oktober a.s. een eerste concept wordt verwacht. Transformatie Vanuit gemeenten, aanbieders en verwijzers zijn in 2020 in wisselend tempo 32 projecten opgestart, met verschillende doelstellingen, maar allen gebaseerd op de leidende principes van de transformatie. Samen met KPMG werken we aan een (deel-) platform om de transformatie te monitoren. Dit gebeurt in nauw overleg met de projectgroep die de huidige monitor ontwikkelt. Samen met de voortgangsrapportages van alle projecten gaat dit inzicht geven in de voortgang van de transformatie. Uiteraard heeft een transformatie niet alleen kwantitatieve aspecten die gemeten moeten worden.

Daarom is ook “Samen Transformeren Rotterdamse Academische Werkplaats” (STRAW) gevraagd om vijf projecten te volgen en kwalitatief de voortgang te beschrijven. Deze kwalitatieve uitkomsten zijn een mooie toevoeging op de monitor, waardoor wij met ‘tellen én vertellen’ uiteindelijk de totale transformatie in beeld brengen.

17

Door Covid-19 hebben de pilots en andere activiteiten echter vertraging opgelopen in de eerste helft van 2020. Een uitvraag onder gemeenten en aanbieders wijst uit dat, om de pilots volledig af te ronden en te laten bijdragen aan de transformatie in Rijnmond, het overhevelen van een deel van de transformatiegelden naar 2021 gewenst is. Daarnaast zullen er nog een aantal nieuwe projecten starten. Deze projecten vroegen om aanscherping naar aanleiding van het advies van de beoordelingscommissie. Tot en met juni is er voor € 6 mln. aan het transformatiefonds onttrokken. Op dat moment was er nog ca. € 2 mln. beschikbaar. Uit de voorziening ‘meer samen doen in crisis’ is medio 2020 nog € 165.000 van de oorspronkelijke € 183.000 beschikbaar. Kick- off In september aanstaande zal er een kick- off bijeenkomst georganiseerd worden, waarin alle 32 projectleiders kennis maken met elkaar en elkaars projecten. Doelstelling is inspiratie en samenhang te creëren in de beweging die we op gang gaan zetten. In de kick-off besteden we aandacht aan de voortgangsrapportages en de verwachtingen hierbij richting de projectleiders. Een eerste overall- inzicht verwachten we bij de Q3Burap. En tevens verschijnt er dan een nieuwe nieuwsflits. Het bestuur wordt separaat van deze Burap geïnformeerd over ontwikkelingen met betrekking tot het Transformatiefonds.

Verbeterplan Aan de hand van het in 2019 vastgestelde verbeterplan GRJR, de analyse die gemeenten van de GRJR in april 2020 hebben uitgevoerd op de stand van zaken van de punten van het verbeterplan en de gesprekken die de secretaris a.i. in de afgelopen periode heeft gevoerd met DB-leden, directeuren van de samenwerkende gemeenten en de uitvoeringsorganisatie zijn onderstaande onderwerpen als prioriteiten te benoemen voor de komende periode. Bij elk onderwerp staat een korte toelichting over de voortgang. Informatievoorziening De wens om middels een goede informatievoorziening meer grip te krijgen op de ontwikkelingen in de jeugdhulp (financieel maar ook zorginhoudelijk) is breed gedragen binnen de GRJR. Een belangrijk speerpunt van de uitvoeringsorganisatie is daarom datagedreven werken waarbij actuele dashboards een van de gewenste resultaten is. De afgelopen jaren is veel geïnvesteerd in het verzamelen van betrouwbare informatie van zowel financiële als beleidsmatige data. Om al deze data goed te presenteren wordt er momenteel met behulp van een extern adviesbureau gewerkt aan een plan van aanpak met als resultaat 1) Inrichting van verschillende rapportages in de vorm van een dashboard 2) Een strategisch informatieplan; dit is een planning voor de doorontwikkeling van de informatievoorziening van de UO voor de komende jaren

18

Het wordt dus een gefaseerde aanpak waarbij de resultaten van het project al snel zichtbaar gemaakt kunnen worden. Hiervoor ontvangen DB/AB begin van het vierde kwartaal een projectplan, waarna het project start. In februari zal een eerste versie van het dashboard gepresenteerd worden aan DB/AB. In het dashboard zullen onder andere de gegevens van de Betaal- en Datatool (BTZ) landen. Deze tool, die afgelopen periode ontwikkeld is, stelt de organisatie nu al in staat om meer analyses te maken dan voorheen. De informatie uit de BTZ komt vanuit de administratie van gemeenten en wordt mogelijk nog aangevuld met informatie van zorgaanbieders. Daarnaast zal het dashboard de voortgang van het effect van de beheersmaatregelen weer gaan geven, maar ook de verbinding maken met de Kind in de keten monitor om met elkaar te zien en snappen wat er nu in de jeugdhulpketen gebeurd en welke keuzes er nodig zijn om de keten efficiënter in te richten. Contract Management De komende maanden doorlopen de contractmanagers met elkaar een ontwikkeltraject zodat we de contracten in het huidige arrangementenmodel eenduidig en beter managen en onze doelen (behalen van resultaat door aanbieders, budgetbeheersing en transformatie) kunnen halen. In de AB-cyclus van september wordt de voortgang besproken met AOJ, DB en AB.

Governance In het derde kwartaal ontvangen DB/AB een advies over een aantal ‘quick wins’ in het verbeteren van de governance. De overige wijzigingen wachten op de inhoud van de regiovisie die door de gemeenten wordt opgesteld en die in het vierde kwartaal verschijnt. Afrekening 2019 Nadat het projectplan, het proces en de planning akkoord zijn bevonden door de secretaris is 14 juli jl. gestart met een kick-off voor de collega’s van GRJR. Hierna was gelijk de formele start van de volgende fase in het project, de uitvoering. Ook zijn op dat moment de regiogemeenten en de zorgaanbieders geïnformeerd over de start. Een belangrijke stap in het begin van het afrekenproces is draagvlak te krijgen voor een afgesproken werkwijze. De toepassing van de werkwijze is een optimalisatieslag in het proces t.o.v. de afrekening 2018. Na het verstrijken van de eerste reactietermijn hebben 4 van de 15 regiogemeenten gereageerd. We merken dat er vooral nog onduidelijkheden en vragen zijn. De vervolgactie is gericht op de verduidelijking en vooral de winst van de werkwijze. Dinsdag 4 augustus is een eerste digitale informatiebijeenkomst voor de bedrijfsvoering van de regiogemeenten geweest.

Naast draagvlak voor de werkwijze zijn acties vooral gericht op het samenstellen van de juiste bronbestanden met de volledige en juiste data ter voorbereiding op de afstemmingsbijeenkomsten met de regiogemeenten en de onderhandelingsgesprekken met de zorgaanbieders. Volgens planning eindigt deze deelfase in week 37. Vanaf week 38 staan de gesprekken met onze stakeholders gepland. 19

Arrangementenmodel In de aanbesteding jeugdhulp voor de regio Rijnmond 2018 -2021 is het arrangementenmodel geïntroduceerd als verplicht instrument (tool) voor de toeleiding. Het arrangementenmodel wordt door gemeenten, zorgaanbieders en gecertificeerde instellingen gebruikt om te komen tot een arrangement (met zorgvoorzieningen) voor een jeugdige. Het arrangementenmodel is in opdracht van de regio ontwikkeld en wordt sinds 2018 (in de huidige toestand) gebruikt. Het toeleidingsproces, het zorglandschap, de benodigde zorg, de zorgcontext en de processen hebben zich sinds 2018 verder ontwikkeld. Het arrangementenmodel is daar nog niet in voldoende mate op aangepast. Inmiddels hebben er verschillende onderzoeken plaatsgevonden naar het gebruik en toepasbaarheid van het arrangementmodel. Hieruit is een aantal verbeteringen gedestilleerd. Met dit project gaan wij deze verbeteringen nader verfijnen en concreet maken. Het doel van dit project is om het administratief (keten)proces te verbeteren/optimaliseren, het arrangementenmodel te flexibiliseren (congruent aan de huidige zorgcontext), de toepasbaarheid te vergroten en het model toekomstbestendig te maken met een eigen P&Ccyclus. Deze doelen willen wij samen met de gemeenten en de zorgaanbieders realiseren. De gemeenten worden binnenkort uitgenodigd om hierover mee te denken.

20

7. Wachttijden 7.1 Overzicht wachttijden Onderstaande grafieken tonen de wachttijden in het eerste half jaar van 2020

Grafiek 1. Gemiddelde retrospectieve wachttijd

Grafiek 2. Geholpen binnen norm (13 weken) De norm die wordt aangehouden is de Treeknorm.

21

Tabel 1. Percentage geholpen binnen 10 dagennorm – per perceel Eerste half jaar 2020 Percentage geholpen Perceel binnen 10 werkdagen A 38% B 50% C 58% D 50% E 64% Niet ingevuld* 26% Eindtotaal 52% *Perceel onbekend door missende beschikkingen

7.2 Toelichting wachttijden De retrospectieve wachttijd die hier gerapporteerd wordt is de tijd dat een jeugdige, waarvan de behandeling in de betreffende periode (Q2 2020) is gestart, op de wachtlijst heeft gestaan. De retrospectieve wachttijd in Q2 2020 is opgelopen t.o.v. Q1, zie Grafiek 1. In eerder jaren zagen we eenzelfde effect: korte wachttijden in Q1 en oplopende wachttijden in Q2. Dit jaar is het effect echter groter. Ook ten opzichte van eerdere kwartalen is de wachttijd in Q2 2020 langer. Dit kan bijvoorbeeld te maken hebben met het bereiken van budgetplafonds. Bijvoorbeeld in opdracht B is dit voor diverse aanbieders al het geval, waardoor de druk op de overige aanbieders toeneemt en de wachttijd langer wordt. Ook kan het zijn dat de langere wachttijden het effect van het Covid-19 virus laten zien: mogelijk is de zorg op een aantal opdracht uitgesteld, wat tot langere wachttijden heeft geleid binnen een aantal opdrachten. De wijze waarop de wachttijden op dit moment worden geregistreerd levert mogelijk een vertekening op. De administrative processen binnen het berichtenverkeer lopen niet altijd parallel met de werkelijke start van de zorg.

Aangezien de registratie van wachttijden hier (deels) op berust, kan dit een vertekenend effect hebben: zowel naar boven als naar onder toe (afhankelijk van het type zorg), waarbij het algemene signaal is dat de wachttijden in werkelijkheid langer zijn. De GRJR is in gesprek met aanbieders om de registratie op bepaalde punten aangescherpt te krijgen, zodat een realistischer beeld van de wachttijden ontstaat, meer vanuit het perspectief van de cliënt. Uiteindelijk is het streven echter om het monitoren van de wachttijden op basis van het berichtenverkeer plaats te laten vinden. Hiervoor is het noodzakelijk dat aanbieders en gemeenten dezelfde momenten hanteren waarop de berichten verstuurd worden. Dit wordt onderdeel van het project Arrangementenmodel 2.0 en het nieuwe administratieprotocol.

22

7.3 details wachttijden In onderstaande drie tabellen is naast de retrospectieve wachttijd ook de huidige wachttijd meegenomen. Retrospectieve wachttijd – Q2 2020 - opdrachten Opdracht Weken Werkdagen A 6,9 35 B 9,8 49 C 6,1 30 D 5,9 30 E 5,1 26 Niet ingevuld* 17,6 88 Eindtotaal/gemiddelde 8,5 42 *Perceel onbekend door missende beschikkingen

Retrospectieve wachttijd Q1 2020 - aanbieders Aanbieder Weken Werkdagen Enver 6,2 31 GGZ Delfland 18,0 90 Horizon 2,5 13 Mentaal Beter 2,4 12 Middin 3,9 19 Pameijer* Parnassia 15,2 76 Timon 8,7 44 WSGV** 5,1 26 Yulius 14,7 73 Eindtotaal/gemiddelde 8,5 42 *N<7 **Voorheen WSP Huidige wachttijd – Q2 2020 - opdrachten Perceel / Hulpvorm Weken Werkdagen A 17,0 85 B 19,1 95 C D 17,7 88 E 15,7 78 Niet ingevuld* 24,8 124 Eindtotaal/gemiddelde 22,4 112 *Perceel onbekend door missende beschikkingen

Aantal 16 39 26 78 582 240 981

Aantal 251 48 16 253 9 225 114 10 52 981

Aantal 71 27 91 366 1372 1928

23

Huidige wachttijd – Q2 2020 - opdrachten Aanbieder Weken Werkdagen Enver 11,4 57 GGZ Delfland 28,8 144 Horizon 24,5 123 Mentaal Beter 9,8 49 Middin* Pameijer 11,9 59 Parnassia 27,1 136 Timon 8,0 40 WSGV*a Yulius 19,9 100 Eindtotaal/gemiddelde 22,4 112 *N<7 a Voorheen WSP

Aantal 170 106 17 66 13 1076 149 326 1928

24

8. Outcome indicatoren Voor het tweede kwartaal 2020 zijn drie outcome indicatoren uitgevraagd: reden beëindiging, cliënttevredenheid en zonder hulp verder kunnen. Reden beëindiging De outcome indicator ‘reden beëindiging’ wordt door professionals ingevuld bij het afsluiten van een arrangement. De reden van afsluiten kan zijn: 1. Volgens plan: een arrangement wordt dan afgesloten op het moment dat dit gepland was door aanbieder en cliënt 2. Voortijd: een arrangement wordt afgesloten vóór het door aanbieder en cliënt geplande moment. De initiator van voortijdige beëindiging kan in dit geval de aanbieder, de cliënt of beide (in overeenstemming zijn). Ook kan door externe omstandigheden (bijvoorbeeld een verhuizing) het arrangement voortijdig beëindigd worden. Tabel 1. Reden beëindiging van afgesloten arrangementen in Q2 2020 Percentage Reden beëindiging Volgens plan 83% Voortijdig: in overeenstemming 8% Voortijding: door cliënt 4% Voortijdig: door aanbieder 0% Voortijdig: externe omstandigheden 3% Overig/onbekend 2%

Zoals te zien in Tabel 1 wordt het overgrote deel van de arrangementen (83%) volgens plan beëindigd. Dat is vergelijkbaar met Q1 2020 en het jaar 2019, toen respectievelijk 88% en 80% van de arrangementen volgens plan werd beëindigd. Acht procent wordt in overeenstemming tussen cliënt en aanbieder voortijdig beëindigd en 4% wordt door de cliënt voortijdig beëindigd. Drie procent van de arrangementen wordt voortijdig door externe omstandigheden beëindigd. De laatste 1% valt in de categorie ‘overig’/onbekend. Het percentage arrangementen dat wordt beëindigd op initiatief van de professional is < 1%.

Cliënttevredenheid en zonder hulp verder kunnen De outcome indicatoren ‘cliënttevredenheid’ en ‘zonder hulp verder kunnen’ worden door de jeugdige en/of ouders beantwoord. Deze twee indicatoren zijn voor het eerste kwartaal 2020 door meer aanbieders aangeleverd dan over 2019, maar de respons is nog onvoldoende betrouwbaar om hierover te rapporteren. In de werkgroep monitoring en resultaatsturing zal met aanbieders gesproken worden over de kwaliteit en de interpretatie van de gegevens. Onlangs is de kwantiteit van de gegevens met aanbieders besproken. Zij gaven allen aan te verwachten in het derde/vierde kwartaal meer informatie te kunnen leveren dan tot op heden 25

is gebeurd. Hierbij blijft het voor aanbieders wel lastig om de respons hoog te krijgen: cliënten zijn niet verplicht om de outcome indicatoren te beantwoorden en veel aanbieders vragen de indicatoren in een vragenlijst per mail/post uit. Dit kan in een laag responspercentage resulteren. Dit is onderwerp van gesprek tussen aanbieders en de uitvoeringsorganisatie. Bovengenoemde redenen zorgen ervoor dat een cijfermatige presentatie van deze indicatoren nog niet mogelijk is.

26

9. Overige overzichten 9.1 Weekbudget Voor het opstellen van de bestuursrapportage is zowel informatie van de zorgaanbieders ontvangen als van de gemeenten. In onderstaand overzicht is het gemiddelde weekbudget in euro’s opgenomen van de gemeenten en van de zorgaanbieders. Informatie Q2 Gemiddeld weekbudget Bron gemeenten Bron zorgaanbieders Verschil in %

A 246 247 -0,4%

B 2.481 2.422 2,4%

C 1.209 1.204 0,4%

D 704 684 2,9%

E 210 223 -6,3%

Ter vergelijking informatie Q1 Gemiddeld weekbudget Bron gemeenten Bron zorgaanbieders verschil in %

A

B C D E 246 2.389 1.178 707 206 247 2.354 1.184 683 209 -0,5% 1,5% -0,4% 3,4% -1,4%

In onderstaand overzichten zijn de gemiddelde weekbudgetten per perceel per zorgaanbieder opgenomen. Bron gemeenten Zorgaanbieders GGZ Delfland Horizon Mentaal Beter Cure B.V. Middin Parnassia Prokino Stichting Enver Stichting Jeugdformaat Stichting Pameijer Stichting Pluryn Hoenderloo Groep (Intermetzo) Stichting Schakenbosch Stichting Timon ThuisTeamJeugd William Schrikker Pleegzorg Yulius Eindtotaal

A

B

C

252

2.719

1.070

244 223

242

D

2.786 1.938 1.756

2.901 1.180 1.175

596

1.971 2.515 3.226 2.469

1.223

811

2.888 2.481

2.094 1.209

704

770

E 171 165 453 155 412 424

470 211

261 246

214 210

27

Bron zorgaanbieders Zorgaanbieders Enver GGZ DELFLAND Horizon Jeugdzorg en Onderwijs Mentaal Beter Middin Pameijer Parnassia Groep Pluryn Schakenbosch Stichting Jeugdformaat Stichting Prokino Zorg Stichting Timon ThuisTeamJeugd William Schrikker Gezinsvormen Yulius Eindtotaal

A 245

B 1.764

C 1.184

245

2.653

1.033

D 723

E 452 176 160 477

1.967 2.750 2.868 3.071

2.901

518

175

1.900 2.406

1.103 1.270

888

452 211

2.944 2.422

2.094 1.204

236 236 262 247

684

224 223

In onderstaand overzichten zijn de gemiddelde weekbudgetten per perceel per gemeente opgenomen. Bron gemeenten Gemeenten Albrandswaard Barendrecht Brielle Capelle aan den IJssel Goeree-Overflakkee Hellevoetsluis Krimpen aan den IJssel Lansingerland Maassluis Nissewaard Ridderkerk Rotterdam Schiedam Vlaardingen Westvoorne Eindtotaal

A 231 247 230 255 242 254 246 247 245 244 251 244 250 250 243 246

B 2.240 3.188 2.560 2.529 2.613 2.474 2.461 2.582 2.672 2.239 2.891 2.452 2.340 2.497 2.338 2.481

C

D

1.460 1.232 1.103 1.130 1.447 1.388 1.074 1.131 1.279 1.428 1.178 1.134 1.150 2.591 1.209

667 600 591 636 459 583 658 647 718 663 458 780 580 549 1.089 704

E 185 187 130 208 130 136 133 194 197 205 202 241 228 221 153 210

28

Bron Zorgaanbieders Gemeenten Albrandswaard Barendrecht Brielle Capelle aan den IJssel Goeree-Overflakkee Hellevoetsluis Krimpen aan den IJssel Lansingerland Maassluis Nissewaard Ridderkerk Rotterdam Schiedam Vlaardingen Westvoorne Eindtotaal

A 228 250 223 248 249 252 252 254 253 250 249 244 249 247 251 247

B 1.996 3.002 2.331 2.347 2.570 2.371 2.353 2.388 2.677 2.369 2.933 2.408 2.287 2.309 2.299 2.422

C 1.460 1.232 1.185 1.078 1.539 1.405 961 1.097 1.278 1.428 1.152 1.197 1.186 2.591 1.204

D 695 521 625 688 327 584 653 567 571 624 368 775 562 569 1.089 684

E 204 222 156 268 156 162 206 205 196 218 240 244 231 210 212 223

9.2 Aantal cliënten De bron voor onderstaande tabellen zijn de indicaties van de gemeenten. A B C D E Totaal 3 maanden 2020 1.455 605 197 581 6.331 9.169 6 maanden 2020 1.876 722 251 706 7.345 10.054 Dit is het aantal cliënten dat in het eerste en tweede kwartaal van 2020 zorg heeft of heeft gehad per perceel. NB cliënten die zorg krijgen in meer dan 1 perceel tellen meerdere keren mee. In onderstaande tabel zijn de klanten die in de eerste helft van 2020 zorg hebben gehad opgesplitst naar zorgaanbieder.

29

A GGZ Delfland Horizon Mentaal Beter Middin Parnassia Prokino Enver Jeugdformaat Pameijer Pluryn Schakenbosch Timon TTJ William Schrikker Yulius Totaal

B

C

D

E

Totaal 507 267 2.012 2.012 49 49 2.021 2.320 4 156 549 2.404 35 81 44 54 392 605 885 885 225 1.091 1.145 7.345 10.054 507

56

185

26

85 77 92

1 83 91

294

81 4 54 65

43

79

68 722

7 251

706

1.473 68

99

340

225 1.876

In onderstaande tabel zijn de klanten die in de eerste helft van 2020 zorg hebben gehad opgesplitst naar gemeente. Albrandswaard Barendreacht Brielle Capelle aan den Ijssel Goeree-Overflakkee Hellevoetsluis Krimpen aan den Ijssel Lansingerland Maassluis Nisselwaard Ridderkerk Rotterdam Schiedam Vlaardingen Westvoorne Totaal

A

B

C

D

18 43 20 101 55 63 63 65 43 133 64 1.044 91 103 11 1.876

2 12 9 44 23 21 18 19 18 68 22 394 47 40 4 722

0 4 2 20 7 9 2 7 2 22 2 160 7 12 2 251

8 19 3 30 16 11 19 31 11 58 26 397 36 42 2 706

E Totaal 148 169 314 366 72 94 399 558 329 405 353 431 258 334 468 557 147 211 654 840 272 351 3.266 4.815 280 436 359 534 59 75 7.345 10.054

In onderstaande tabel wordt de instroom van nieuwe klanten (indicaties) in de eerste helft van 2020 per maand per perceel weergegeven. Instroom jan-20 feb-20 mrt-20 apr-20 mei-20 jun-20 A 62 60 61 37 31 32 B 85 83 84 47 55 29 C 16 15 23 17 20 10 D 77 68 63 44 57 45 E 637 552 678 474 352 297

30

9.3 Indicatieduur In onderstaande tabel een vergelijking tussen de gemiddelde indicatieduur uit de indicaties van de gemeenten en de info van de zorgaanbieders. Gemiddelde indicatieduur Bron gemeenten Bron zorgaanbieders Verschil in %

A 291 860 -196%

B 160 270 -69%

C 197 366 -85%

D 160 270 -68%

E 196 385 -96%

In onderstaande tabellen wordt de gemiddelde indicatieduur in dagen per perceel per zorgaanbieder weergegeven met als bron de info van de gemeenten en de info van de zorgaanbieders. Bron gemeenten Zorgaanbieder A B C D E GGZ Delfland 183 Horizon 258 149 235 Mentaal Beter Cure B.V. 201 Middin 197 Parnassia 143 88 152 191 Prokino 190 191 188 Stichting Enver 301 182 194 157 180 Stichting Jeugdformaat 280 Stichting Pameijer 200 Stichting Pluryn Hoenderloo Groep (Intermetzo) 191 Stichting Schakenbosch 127 Stichting Timon 229 152 195 207 201 ThuisTeamJeugd 212 William Schrikker Pleegzorg 270 Yulius 123 219 195 Eindtotaal 291 160 197 160 196

31

Bron zorgaanbieders Zorgaanbieders Enver GGZ DELFLAND Horizon Jeugdzorg en Onderwijs Mentaal Beter Middin Pameijer Parnassia Groep Pluryn Schakenbosch Stichting Jeugdformaat Stichting Prokino Zorg Stichting Timon ThuisTeamJeugd William Schrikker Gezinsvormen Yulius Eindtotaal

A 942

B 352

C 457

698

228

449

D 265

E 292 575 345 356

352 234 305 205

550

261

406

244 328

250 311

308

320 368

204 270

317 366

270

1.272 482 615 860

347 385

In onderstaande tabel wordt de gemiddelde indicatieduur in dagen per perceel per gemeente Bron gemeenten Zorgaanbieder Albrandswaard Barendrecht Brielle Capelle aan den IJssel Goeree-Overflakkee Hellevoetsluis Krimpen aan den IJssel Lansingerland Maassluis Nissewaard Ridderkerk Rotterdam Schiedam Vlaardingen Westvoorne Eindtotaal

A

B C D E 302 300 125 219 318 121 293 102 213 270 164 173 256 212 292 163 145 144 205 305 167 234 202 208 281 167 195 102 219 334 99 117 98 175 287 126 141 194 199 306 163 188 145 179 265 180 227 158 214 328 143 183 156 193 291 162 202 171 191 275 170 219 133 172 281 156 164 136 171 256 160 243 238 220 291 160 197 160 196

Bron zorgaanbieders Gemeenten Albrandswaard Barendrecht Brielle Capelle aan den IJssel Goeree-Overflakkee Hellevoetsluis Krimpen aan den IJssel Lansingerland Maassluis Nissewaard Ridderkerk Rotterdam Schiedam Vlaardingen Westvoorne Eindtotaal

A 794 926 648 862 887 900 1.248 843 1.104 631 913 821 811 1.111 902 860

B 370 222 246 271 268 298 212 302 283 306 247 270 285 236 236 270

C 389 294 307 465 521 405 404 190 393 300 350 413 388 486 366

D 319 225 370 268 353 345 168 323 295 254 197 282 240 259 348 270

E 402 350 511 349 484 489 278 369 443 395 334 359 449 456 510 385

32

10. Analyse clientadministratie (Zachte) Kwartaal afsluiting Q1 Naar aanleiding van het jaarrekeningresultaat 2019 is afgesproken om met (zachte) kwartaalafsluitingen te gaan werken. De eerste kwartaal afsluiting was de eerste keer dat de gemeenten en zorgaanbieders afstemming zochten tussen de productiecijfers. Dit heeft bij sommige gemeenten ook impact op de werkwijze en heeft ook langer geduurd dan voorzien. De eerste analyse heeft al inzicht gegeven in de afwijkingen en een gedeelte is ook opgepakt en afgestemd. Bij de 2e kwartaal afsluiting zullen de eerste resultaten dan ook zichtbaar zijn dan dat de afwijkingen actief opgepakt zijn en tot een daling van de afwijkingen zorgen. De 2e kwartaal afsluiting loopt momenteel en zal middels een overzicht opgenomen worden in de Q3 rapportage.

33

11. Betalingsgraad Perceel Producten

A B C D E

Te declareren Declaraties t/m Betalingsgraad budget t/m Juni 30 Juni per Perceel A tm E

Gewoon opgroeien buiten gezien (Pleeghulp) Weer naar huis (Opname) Opgroeien met blijvende ondersteuning Steun, hulp of behandeling overdag (Daghulp) Pakket thuis (Ambulante hulp)

9.794.538 27.909.633 4.188.923 6.507.282 19.674.616

Totaal

68.074.993

5.167.636 19.502.846 2.837.585 3.252.254 11.008.057 41.768.378

52,8% 69,9% 67,7% 50,0% 56,0% 61,4%

Definitie: Met de betalingsgraad wordt het aantal succesvol ingediende, verwerkte en daadwerkelijk uitbetaalde declaraties bedoeld. De betalingen m.b.t. een bepaalde periode worden afgezet tegen het budget waarop declaratie mogelijk is voor dezelfde periode. De begroting van de GRJR kent ook enkele posten waarop geen declaraties plaatsvinden bijvoorbeeld perceel F en de subsidies aan VTRR (Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond) en de Gecertificeerde Instellingen. De betalingsgraad t/m 30 juni 2020 bedraagt 61,4%. De norm t/m Juni is 66.3% en we lopen iets achter op schema. De betalingsgraad dient om als grondslag voor betrouwbare sturingsinformatie en om als grondslag voor het opbouwen van een jaarrekening gebruikt te worden minimaal 95% te zijn op het moment van het afsluiten van de boekhouding. Hieronder twee overzichten met het aantal zorgaanbieders en gemeenten en de bandbreedte waarin hun declaratiegraad valt. Zorgaanbieders Bandbreedte declaratiegraad < 40% 40 - 74% >75% totaal

Aantal aanbieders 6M rapportage 3 7 5 15

Gemeenten Bandbreedte declaratiegraad < 40% 40 - 74% >75% totaal

Aantal 6M rapportage 2 11 2 15

34

Gemeente Albrandswaard Barendrecht Brielle Capelle ad IJssel Goeree-Overflakkee Hellevoetsluis Krimpen ad IJssel Lansingerland Maassluis Nissewaard Ridderkerk Schiedam Vlaardingen Westvoorne Rotterdam Totaal

Contractwaarde per Gemeente 6M 600.205 1.778.128 507.295 3.386.340 1.536.920 1.567.758 1.855.893 2.284.882 1.433.071 5.706.336 2.161.157 4.803.962 4.436.841 716.250 35.299.956 68.074.993

Declaratie t/m 6M 158.403 959.671 406.524 2.423.506 1.266.058 883.971 1.120.397 1.362.320 748.100 3.366.095 1.248.798 1.806.225 2.052.402 211.815 23.317.612 41.331.895

Declaratiegra ad 26,4% 54,0% 80,1% 71,6% 82,4% 56,4% 60,4% 59,6% 52,2% 59,0% 57,8% 37,6% 46,3% 29,6% 66,1% 60,7%

In bovenstaande tabel is per gemeente de werkelijke declaratie weergegeven versus contractwaarde. Door van de contractwaarde uit te gaan en deze af te zetten tegen de betalingen wil een lage declaratiegraad niet alleen iets over de tijdigheid van het afhandelen van de declaraties zeggen. Het aandeel in de GRJR wordt namelijk op de contractwaarden toegepast en deze is gebaseerd op historische productiecijfers. Een dalende productie in 2020 kan dus ook een oorzaak zijn van een lage declaratiegraad. Beste voorbeeld hiervan is Westvoorne die tot 2019 een voogdij-instelling binnen de gemeentegrenzen had en daardoor vanwege de BRPwetgeving een hogere productie. Met het sluiten van deze instelling daalt deze voogdij productie wat in de betalingen zichtbaar zal zijn. Zorgaanbieder Enver Parnassia Groep B.V. Stichting Horizon Jeugdzorg en Speciaal Onderwijs Stichting Yulius Prokino Mentaal Beter Cure B.V. Timon Schakenbosch Pameijer William Schrikker Pleegzorg Stichting Pluryn Hoenderloo Groep GGZ Delfland Middin Stichting Jeugdformaat Totaal

Contractwaarde 6M 18.785.814 9.862.192 7.305.971 6.948.273 6.061.513 4.050.082 4.982.843 3.268.729 2.398.202 1.330.320 1.315.937 1.208.980 332.469 223.667 68.074.993

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9585032/1