CConstaterende datWestvoorne
Koppel je AI →
Document · PDF

21 01 01 brief college tijdelijke wet maatregelen COVID-19 bijlage

Gemeenteraad 20 januari 2021, gemeente WestvoorneBij agendapunt: Ingekomen stukken4.528 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond

BELEIDSKADER VRR TWM COVID-19

Beleidskader VRR Tijdelijke wet maatregelen covid-19 lnleiding De inwerkingtreding van de Tijdelijke wet maatregelen covid-l9 (Twm) betekent een verandering in verantwoordelijkheden en bevoegdheden voor de voorzitter veiligheidsregio en de burgemeester. Eenduidigheid bij de uitleg en inzet van de noodzakelijke maatregelen en bestuurlijk crisisoptreden is Bewenst. Dit onderhavig beleidskader bevat de afspraken die we met elkaar hebben gemaakt over

samenwerking op lokaal, regionaal en landelijk niveau in het kader van bestrijding van het coronavirus, zodat de regio gereed is op het moment dat de Twm van kracht wordt. Door middel van dit beleidskader wordt gezocht naar een zorgvuldige balans tussen noodzakelijke afstemming binnen de veiligheidsregio voor de crisisbestrijding enerzijds en de inzet van bevoegdheden binnen de reguliere lokale politiek-bestuurlijke verhoudingen anderzijds. Uitgangspunt is en blijft dat alle part¡jen samen werken aan de bestrijding van de coronacrisis en zoveel mogelijk vanuit de nu reeds opgebouwde structuur. De bestrijding van de coronacrisis staan onder regie van de minister van VWS. Al vanaf het begin van

de crisis bedient de minister van VWS zich van de voorzitters van de veiligheidsregio om de regionale rol te vervullen van de bestrijding van het coronavirus als infectieziekte A. De informatie en signalen die de voorzitter ontvangt van de inliggende regiogemeenten, maar ook de regionale ontwikkeling van de besmettingsgraad maakt informatie-uitwisseling tussen het Rijk, de regio en de gemeenten essentieel. Om deze regionale afstemming over de aanpak van de coronacrisis op lokaal niveau te borgen, is in de Twm de instandhouding van het regionaal beleidsteam (RBT)opgenomen. Om zoveel mogelijk landelijke uniformiteit te organiseren is er sinds het begin van de coronacrisis veelvuldig afgestemd in het veiligheidsberaad over de maatregelen die in de aanwijzing (en daarmee in de noodverordeningen)waren opgenomen. Deze afstemming blijft ook na de inwerkingtreding bestaan voor duidelijkheid en eenduidigheid van de coronamaatregelen en de naleving ervan. Op dit moment is het nog onduidelijk hoe de verantwoordelijkheidsverdeling van de voorzitter

veiligheidsregio en de burgemeester aan de hand van het inschalingsniveau en de maatregelen uit de routekaart gaat worden, omdat het onbekend is of de routekaart wordt vertaald in een ministeriële regeling. Daarnaast is het nog onbekend of ook het zogenoemde'aan'en'uitzetten'van maatregelen in de Twm op lokaal niveau tot de mogelijkheden zal gaan behoren. Dit beleidskader kent een landelijke, regionale en een lokale invulling voor de regio RotterdamRijnmond. Hierbij zijn alle bij dit bele¡dskader betrokken partijen zich ervan bewust dat ondanks de transitie er sprake is van een crisissituatie. Zij hebben de intentie uitgesproken om vergelijkbaar met de start van de crisis op zo'n consistente en effectief mogelijke manier in gezamenlijkheid het covidvirus te blijven bestrijden.

1

Dit beleidskader is als volgt opgebouwd: Hoofdstuk 1: Uitgangspunten Twm Hoofdstuk 2: Rol en verantwoordelijkheden voorzitter veiligheidsregio Hoofdstuk 3: Thema's voor regionale afstemming Hoofdstuk 4: Bevoegdheden voorzitter veiligheidsregio

1. Uitgangspunten Twm De Twm kent twee belangrijke uitgangspunten. ln de eerste plaats beoogt de Twm de wettelijke

basis voor de virusbestrijding te versterken door deze te baseren op ministeriële regelingen. Hiermee

vervalt de huidige situatie waarbij de veiligheidsregio een noodverordening vaststelt, die is gebaseerd op een aanwijzing van de minister van VWS. Door het vaststellen van de ministeriële regelingen krijgt het parlement positie, zodat de democratische legitimiteit van maatregelen is geborgd. ln de tweede plaats beoogt de Twm de positie van het lokale bestuur en de lokale democratie in het bestrijden van (de gevolgen van) de coronacrisis te versterken. De verantwoordelijkheden en bevoegdheden ten aanzien van het verlenen van ontheffingen van landelijke regels, het geven van aanwijzingen en bevelen en de handhaving voor de bestrijding van de coronacrisis worden belegd bij het lokaal gezag, (burgemeester). Hiermee wordt een terugkeer naar de normale bestuurlijke verhoudingen beoogd. Bij inwerkingtreding van de Twm gelden de volgende uitgangspunten voor de crisisstructuur:

coronacrisis te bestrijden.

minister van VWS. uitzondering van de bestrijding van de coronacrisis - vallen in de reguliere crisisstructuur onder gezag van de burgemeester dan wel de voorzitter van de veiligheidsregio in geval van een incident of crisis van meer dan plaatselijke betekenis. burgemeesters, colleges van B&W en gemeenteraden. zowel tussen de veiligheidsregio's onderling als met het kabinet. Driedel in g Rij k-bu rgemeester-voorzitter vei lig heids reg io De Twm gaat uit van de volgende driedeling:

L. Regie bij het Rijk: eindverantwoordelijk voor het bestrijden van het coronavirus berust bij het Rijk, i.c. de minister van VWS.

2. Burgemeester: differentiatie bij lokale verschillen in besmettingscijfers. 3. Voorzitter veiligheidsregio: een coördinerende en regisserende rol in de regio. Het volgende hoofdstuk gaat in op de rol van de voorzitter.

2

2. Rol en verantwoordelijkheden voorzitter veiligheidsregio De voorzitter veiligheidsregio heeft vier wettelijk opgelegde verantwoordelijkheden en rollen in de

coronacrisis beschreven in relatie tot de Twm.

l. Bestrijding infectieziekte A Op grond van de Wet publieke gezondheid (artikel 6, lid 4) draagt de voorzitter van de

veiligheidsregio zorg voor de bestrijding van een epidemie van een infectieziekte behorend tot groep A, of een directe dreiging daarvan. Deze taak wordt primair uitgevoerd door de Directeur Publieke Gezondheid (DPG) en de GGD-GHOR. Vanuit de GGD-GHOR worden adviezen gegeven over hoe de bevolking zich dient op te stellen bij besmetting en over welke maatregelen uiteindelijk getroffen kunnen worden om besmetting tegen te gaan. 2. Coördinerende rol regionale crisisbeheersing De voorzitter veiligheidsregio heeft onder de Twm een verantwoordelijkheid als het gaat om de

coördinatie van de regionale crisisbeheersing. Dit betreft zowel de sturing op de GHOR, maar is ook verantwoordelijk voor het nalevingsgedrag in de regio. Hierdoor is regionale afstemming in de prioritering van de handhaving essentieel (kaderstelling, uniformiteit handhaving, keuze effectiviteit bestuurs- of strafrechtelijk en inzet van handhavingscapaciteit). Afstemming draagt bij aan eenduidigheid van de uitwerking van maatregelen. De verantwoordelijkheid voor de bestuursrechtelijke handhaving van de maatregelen voortvloeiend uit de Twm is primair belegd bij de burgemeester als lokaal gezag. De coördinerende rol van de voorzitter in deze ligt in afstemming vooraf en regie voeren op procedures achteraf om de eenheid te borgen. Bij bespreking bevoegdheidsuitoefening en bezwaar en beroep wordt hier nader op ingegaan. 3. lnformatievoorziening De regie voor de bestrijding van het virus ligt primair bij de minister van VWS. De voorzitter veiligheidsregio is verantwoordelijk voor informatievoorziening naar de minister van VWS (art. 58s). Hierin voorziet de voorzitter de minister van VWS met de informatie en signalen die de voorzitter van hun inliggende gemeenten ontvangen (gecoördineerd vanuit het regionaal beleidsteam). Met de invoering van de Twm krijgt de voorzitter een belangrijke rol in informatiemanagement ten behoeve van het bedienen van de minister van VWS.

De eisen waaraan de informatieverstrekking van de burgemeesters via de voorzitter naar de minister toe aan moet voldoen worden vastgelegd in een ministeriële regeling. De gemeenten zullen via de coördinatie van de coördinerend gemeentesecretaris (CAGEM kring van collega-gs'en) verder uitwerken hoe geborgd wordt dat de juiste informatiestroom vanuit de gemeenten bij de voorzitter komt. Momenteel is dit georganiseerd via het actiecentrum bevolkingszorg en de sectie informatiemanagement van het ROT. Daarnaast is er een informatiestroom vanuit gemeenten naar de programmaorganisatie GGD-GHOR corona die ziet op de ontwikkelingen van het coronavirus en de toe of afname van de besmettingsgraad. De bevoegdheidsuitoefening nu liggend bij de voorzitter VRR, komt na de inwerkingtreding Twm bij

de burgemeesters van de gemeenten in onze regio te liggen. Voor de manier van informatievoorziening op dit punt wordt ook een voorziening getroffen in nadere afstemming met de gemeentesecretarissen (CAGEM) en de VRR. De voorzitter heeft een eigenstandige rol voor wat betreft coördinatie, informatieverstrekking en afstemming over dergelijke besluitvorming ter uitvoering van het bestrijden van de epidemie. Een deel van informatievoorziening ziet op informatieverstrekking aan de burgers in de regio.

Publiekscommunicatie over de coronamaatregelen is en blijft een belangrijk instrument om inwoners te informeren over genomen maatregelen, genomen besluiten en om gedragsverandering te bewerkstellingen. Verwezen wordt naar het onderdeel crisiscommunicatie als zelfstandige rol van de voorzitter dat hierna wordt beschreven.

3

4. Grisiscommunicatie De voorzitter is en blijft verantwoordelijk voor communicatie over de oorsprong, de omvang en de

gevolgen van de epidemie aan de bevolking en de bij de crisisbeheersing betrokkenen (art.7 Wvr). De regie voor de bestrijding van het virus ligt primair bij de minister van VWS. Het is voor crisiscommunicatie wenselijk om zoveel als mogelijk als één overheid te communiceren over de omvang en gevolgen van de crisis. De regionale crisiscommunicatie stemt de voorzitter veiligheidsregio af met het regionaal beleidsteam en zorgt voor overdracht aan de gemeentelijke crisiscommunicatie organisatie. Rijnmondveilig.nl is het regionale platform voor risico- en crisiscommunicatie en daarmee ook voor de coronacrisis. De regiogemeenten kunnen hiernaar verw'rjzen voor hun eigen crisiscommunicatie. Tevens stemt de voorzitter zijn informatievoorziening af met het Rijk. Om gedragsverandering te bewerkstellingen is crisiscommunicatie een waardevol instrument. Publiekscommunicatie over de coronamaatregelen is en blijft een belangrijk middel om inwoners te informeren over genomen maatregelen en genomen besluiten. Dit komt de helderheid en eenduidigheid richting de samenleving ten goede. Naleving van regels valt en staat bij goede, eenduidige comm unicatie.

Vanuit crisiscommunicatie moet onderscheid gemaakt worden tussen de woordvoering over de te treffen maatregelen en publiekscommunicatie als middel om handelingsperspectieven te bieden. Met de inwerkingtreding van de Twm zal woordvoering een grotere rol gaan spelen in gemeenten, maar regie op de crisiscommunicatie, zowel op strategisch, tactisch en operationeel niveau, blijft via de bestaande lijnen lopen. Het blijft van belang om binnen de huidige structuur zowel woordvoering als (crisis)communicatie regionaal af te blijven stemmen.

3. Thema's regionale afstemming ln dit beleidskader maken we op regionaal niveau afspraken op de volgende thema's: t.

Crisisstructuur waaronder G RIP

il.

Communicatie en verantwoording

ilt.

lnformatievoorziening RBT

tv.

Bezwaar en beroep

V.

Toepassen bevoegdheden: 1-. Ontheffingen / aanwijzen van plaatsen

2. Bestuursrechtelijke handhaving 3. Openbare manifestaties 4. Evenementen 5. Horecabeleid

l.

Grisisstructuur waaronder GRIP Regionaal beleidsteam Elke veiligheidsregio heeft op grond van artikel 39 Wvr een regionaal beleidsteam (RBT) en een aangewezen operationeel leider; ook na inwerktreden van de Twm blijft een RBT zo bepaalt de wet ten behoeve van goede uitoefening van de voorzittersverantwoordelijkheden bij regionale coördinatie. Artikel 39 Wvr blijft van toepassing, maar geldt niet onverkort (zie artikel 58d, derde lid Twm). Na inwerktreden van de Twm is het ROT/RBT met name bestemd voor afstemming en coördinatie. ln de vergadering van het Algemeen Bestuur van 9 november jl. is een besluit genomen over de toekomstige regionale samenwerkingsstructuur. De bestaande wekelijks afstemming van ROT/RBT en de bestaande afstemming via het AB VRR blijft in stand blijven. De samenstelling van het huidige

4

RBT wordt aangevuld met de portefeuillehouder crisisbeheersing/bevolkingszorg afuaardiging van het Algemeen Bestuur GGD.

en met een

GRIP-structuur Bij aanvang van de coronacrisis is in het Veiligheidsberaad afgesproken één landelijke lijn te hanteren

ten aanzien van de GRIP-procedure, te weten GRIP-4. ln ieder geval per 12 maart 2020 was in alle veiligheidsregio's GRIP-4 van kracht. De wet is leidend, de GRIP-procedure is als instrument volgend. De Twm en de Wvr spreken niet over de GRIP-procedure. ln het Veiligheidsberaad is besloten een link te maken tussen de ernst van de situatie, het inschalingsniveau en het bijbehorende GRIPniveau. Met de hoge besmettingsgraad en de inschalingssituatie 'zeer ernstig'van dit moment blijven de regio's in GRIP-4. Het al dan niet op of afschalen in de GRIP-structuur heeft echter geen effect op de verdeling van verantwoordelijkheden en bevoegdheden die zijn vastgelegd in de Twm. Alleen door een formeel besluit op grond van artikel 58d van de minister van VWS kan een bepaalde bevoegdheid van een burgemeester tijdelijk worden belegd bij de voorzitter veiligheidsregio. Regionale maatregelen Op dit moment gelden landelijke maatregelen. De routekaart die recent is gepresenteerd door het kabinet geeft ook een situatie weer waarin sprake is van opschalen en afschalen van maatregelen op regionaal niveau. De minister van VWS heeft de bevoegdheid in een ministeriële regeling vast te leggen op welk niveau de maatregelen gelden. De minister van VWS kan een bevoegdheid die op grond van de Twm bij de burgemeester is belegd,

tijdelijk bij de voorzitter veiligheidsregio beleggen, indien de uitoefening van die bevoegdheid leidt tot gevolgen van meer dan plaatselijke betekenis, of bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan. Hoe de systematiek van de Twm afgestemd is op de op- en afschaling zoals benoemd in de routekaart is nog niet duidelijk. Dit beleidskader kan nog niet hierop anticiperen, maar om continuiTeit in de crisisaanpak te garanderen en ter bevordering van eenduidigheid van bestuurlijk crisisoptreden binnen de veiligheidsregio is de algemene intentie regionaal uitgesproken om gezamenlijk te blijven opereren.

ll. Communicatie en verantwoording Hierboven in hoofdstuk 2 staat reeds beschreven wat de afspraken zijn die gaan gelden voor crisiscommunicatie na inwerkingtreding Twm. Vanuit de intentie om zoveel mogelijk het goede wat we reeds hebben opgebouwd in deze crisisbeheersing te behouden zal met name voor de woordvoering en voor de verantwoording naar de lokale gemeenteraden wijzigingen in de werkwijze met zich brengen. De voorzitter legt verantwoording af aan de gemeenteraden niet alleen ná de coronacrisis, maar ook

tijdens deze crisis. De voorzitter legt, binnen een maand na inwerkingtreding van de Twm, verantwoording af over de gemaakte voorzitterskeuzes tot nu toe. De voorzitter legt tijdens deze crisis verantwoording af aan de gemeenteraad wanneer deze gebruik heeft gemaakt van de situatie die volgt uit artikel 58d, Twm. Dit gebeurt achteraf.

lll. Informatievoorziening Voor wat betreft informatievoorziening zal nog het een en ander moeten worden ingeregeld. Momenteel is onduidelijk waaraan de informatieverstrekking van de burgemeesters via de voorzitter naar de minister van VWS aan moet voldoen. De gemeenten zullen via de coördinatie van de coördinerend gemeentesecretaris in nauwe afstemming met ROT/RBT en met GGD verder uitwerken hoe we borgen dat de juiste informatiestroom vanuit de gemeenten bij de voorzitter komt.

5

lV. Bezwaar en beroep Ten aanzien van omgang met bezwaar- en beroepsprocedures moet een keuze worden gemaakt uit

drie opties:

1-. Centrale/regionale bezwaar- en adviescommissie (ABC-commissie), 2. ledere burgemeester bedient zich bij eigen bevoegdheidsuitoefening van eigen lokale ABC-commissie, zoals ingesteld via lokale verordening,

3.

Alle regionale bezwaarschriften uitbesteden ter behandeling van de ABC-commissie van de gemeente Rotterdam.

Momenteel worden alle bezwaarschriften tegen besluiten van de voorz¡tter in deze coronacrisis afgehandeld door de ABC-commissie van gemeente Rotterdam. Zij hebben reeds expertise in het onderwerp corona-aangelegenheden. Of zij bereid zijn deze regionale rol te vervullen is nog niet uitgelopen, maar dat dit een financiële component heeft lijkt evident. Net als ten behoeve van informatieverstrekking zal ook voor het juridisch borgen van eenvormigheid in de besluitvorming voor bezwaar en beroep nader worden geïnventariseerd in afstemming met de

met de gemeenten (gecoördineerd via het CAGEM) wat de wens is van alle partijen betrokken in de crisisbeheersing opdat er een doeltreffende voorziening getroffen kan worden.

V. Toepassing bevoegdheden Voor wat betreft de afspraken met betrekking tot de toepassing van de bevoegdheden, de kaders die gaan gelden wordt bekeken per bevoegdheidsuitoefening en daarvoor wordt verwezen naar het volgende hoofdstuk.

4. Bevoegdheden voorzitter veiligheidsregio ln dit hoofdstuk staan de bevoegdheden voor de voorzitter veiligheidsregio die gelden na

inwerkingtreding Twm beschreven en schematisch weergegeven in de tabel van de bijlage bij dit beleidskader. Eveneens wordt in dit hoofdstuk per bevoegdheidsuitoefening aangegeven wat de algemene kaders zijn die de leden van het AB met elkaar afspreken om continuìteit te garanderen voor wat betreft de crisisaanpak en ter bevordering van eenduídigheid van bestuurlijk crisisoptreden binnen de veiligheidsregio.

Ontheffingen/aanwijzingen ln de Twm en de daarop gebaseerde ministeriële regeling krijgt de burgemeester de bevoegdheid om in uitzonderlijke situaties, na advies van de GGD, ontheffingen te verlenen. Tevens krijgt de burgemeester, als deze wordt verleend door de minister, de bevoegdheid tot het aanwijzen van plaatsen waar bepaalde maatregelen, op grond van een ministeriële regeling, van toepassing zijn. Eerder lag deze bevoegdheid bij de voorzitter veiligheidsregio. De toepassing van dergelijke vrijstellingen of nadere verplichtingen behoeft een goede motivering. De voorzitter heeft per ontheffing of aanwijzing expliciet aangeven waarom er sprake is van een zodanige bijzondere omstandigheid dat er afgeweken kon worden van de algemene maatstaven die waren gesteld in de noodverordening. ln de Twm is aangegeven dat de burgemeester terughoudend moet omgaan met het verlenen van ontheffingen. Ook de burgemeester hebben een verplichting om ontheffingen alleen in bijzondere omstandigheden te verlenen. Ontheffingen dienen als individuele uitzonderingen op de algemene regel en zijn niet bedoeld om nieuwe algemene uitzonderingen te maken of een ander regime te laten gelden. Ontheffingsbesluiten zijn altijd gericht op een bijzonder, concreet geval. Bij de afweging moet rekening gehouden worden met het gezondheidsbelang, gelijke behandeling en mogelijke

6

precedentwerking (in zowel de eigen gemeente als overige gemeenten in de veiligheidsregio). Hierin ligt de verplichting om voorafgaand aan de toepassing van de bevoegdheid afstemming te zoeken met de voorzitter en het RBT over toepassingen van vrijstellingen. De leden van het AB en de voorzitter in het RBT hebben commitment uitgesproken om bij bevoegdheidsuitvoering samen te werken ter voorkomen van bovenlokale effecten en precedentwerking en ter bevordering van eend uidigheid van bestuurlijk crisisoptreden binnen de veiligheidsregio. ln elke ministeriele regeling wordt de lokale ruimte tot het geven van aanwijzingen en ontheffingen vastgelegd. De fase waarin de bestrijding van het virus zich bevindt is bepalend voor de mate waarin lokaal maatwerk aan de orde kan zijn. Op dit moment hebben vrijwel alle gemeenten een hoog inschalingsniveau (zeer ernstig) wat ertoe heeft geleid dat het kabinet heeft besloten op het niveau van het Rijk uniforme maatregelen te nemen om het aantal besmettingen terug te brengen. De eerste ministeriële regeling die de juridische basis vormt voor deze maatregelen voorziet dan ook niet in aanvullende ontheffingsmogelijkheden voor de burgemeester of bevoegdheden voor de burgemeester om plaatsen aan te wijzen waar bepaalde maatregelen gelden.

Het verlenen van een ontheffing en het aanwijzen van plaatsen, binnen de grenzen van de ministeriële regeling, zijn middelen om lokaal maatwerk te kunnen leveren en daarmee een manier om de lokale democratische legitimiteit te versterken. lntergemeentelijke en regionale afstemming is van belang voor het voorkomen van bovenlokale effecten en precedentwerking en ter bevordering van eenduidigheid van bestuurlijk crisisoptreden binnen de veiligheidsregio. Een mooi voorbeeld van een dergelijke afstemming hebben we reeds aan de hand gehad bij de regionale lijn over het niet toestaan van carbidschieten voor onze regio tijdens de komende jaarwisseling gezien de relatie tot het coronavirus en het beslag op de zorgcapaciteit.

Handhaving ln de Twm krijgt de burgemeester de bevoegdheid om de coronamaatregelen uit de ministeriële regeling te handhaven door middel van aanwijzingen, bevelen en lasten onder bestuursdwang of dwangsom. Het Veiligheidsberaad heeft in afstemming met de minister van J&V een kader landelijke afspraken handhaving coronamaatregelen vastgesteld waarin de huidige landelijke handhavingsprioriteiten opgenomen: het verbod op groepsvorming en het houden van een veilige afstand. Het landelijke handhavingskader bevat geen operationalisering naar de feitelijke handhaving in de praktijk en is dus geen model regionaal handhavingskader. ln de operationalisering van een regionaal dan wel lokaal kader kunnen landelijke en regionale prioriteiten worden bepaald. Ook voor handhaving is intergemeentelijke en regionale afstemming van belang voor het voorkomen

van bovenlokale effecten en precedentwerking en ter bevordering van eenduidigheid van bestuurlijk crisisoptreden binnen de veiligheidsregio. De gehele coronacrisis heeft de voorzitter zich bediend van het handelingskader voor de handhaving van de noodverordening covid-l9. Deze is op regionaal niveau door de voorzitter van de veiligheidsregio vastgesteld en met elke nieuwe noodverordening is het handelingskader hierop aangepast. Dit handelingskader is het uitgangspunt voor de handhavende partijen van de noodverordening binnen de regio Rotterdam-Rijnmond. De algemene lijn van het handelingskader is om bij het niet naleven van de noodverordening mensen eerst aan te spreken, vervolgens te waarschuwen en uiteindelijk (als nog steeds niet wordt nageleefd) een proces-verbaal op te maken of een bestuurlijke maatregel te treffen. De politie en de handhavers treden op binnen het handelingskader en hebben ook een discretionaire bevoegdheid in het optreden bij het niet naleven van de noodverordening.

7

Na inwerkingtreden van de Twm kan elke burgemeester zich bedienen van een eigen

handelingskader, waarin de burgemeester aangeeft hoe hij de coronamaatregelen uit de ministeriële regeling gaat handhaven. Uitgangspunten van het landelijke handhavingskader en van het regionale handelingskader blijven gelden en dienen als kaderstellingen voor de operationalisering van handhaving op lokaal, regionaal en landelijk niveau.

Wpg-bevoegdheden De bevoegdheden bij het bestrijden van een infectieziekte bij een epidemie van het type A, zoals de covid-l9-epidemie van de voorzitter van de veiligheidsregio staan beschreven in hoofdstuk V van de Wet publieke gezondheid (Wpg) opgenomen in de artikelen 34, vierde lid, 47 , 51,54,55 en 56 Wpg. De voorzitter blijft zoals voorheen deze bevoegdheden uitoefenen, zoals het in isolatie of quarantaine plaatsen van personen en het treffen van maatregelen gericht op gebouwen, goederen en vervoermiddelen. De voorzitter bedient zich bij uitoefening van deze bevoegdheden primair van de Directeur Publieke Gezondheid (DPG) en de GGD-GHOR. De GGD-GHOR geven adviezen over hoe de bevolking zich dient op te stellen bij besmetting en adviseren welke maatregelen uíteindelijk getroffen kunnen worden om besmetting tegen te gaan. Wet Openbare Manifestaties (WOM) Lokaal gezag stelt regels met betrekking tot de gevallen waarin voor samenkomsten tot het belijden van godsdienst of levensovertuiging op openbare plaatsen een voorafgaande kennisgeving vereist is. Burgemeesters kunnen naar aanleiding van een kennisgeving voorschriften en beperkingen stellen of een verbod geven op de manifestaties. Bij aanvang van de coronacrisis verkreeg de voorzitter van de veiligheidsregio de bevoegdheid om voorschriften en beperkingen te stellen of een manifestatie te verbieden.

Met het invoeren van de Twm gaat deze bevoegdheid eveneens weer terug naar het lokaalgezag in het kadervan de WOM (art.58d, derde lid jo art.39, eerste lid onder d). Het is aan de burgemeesters kennisgevingen voor de WOM af te geven en indien nodig om voorschriften en beperkingen te stellen of een manifestatie te verbieden. Ook bij toepassing van deze bevoegdheid indien relevant bij het bestrijden van het coronavirus stemt de burgemeester af met zijn collega's en de voorzitter (gecoördineerd vanuit het regionaal beleidsteam). De ministervan VWS kan deze bevoegdheid op grond van de Twm tijdelijk bij de voorzitter veiligheidsregio beleggen, indien de uitoefening van die bevoegdheid leidt tot gevolgen van meer dan plaatselijke betekenis, of bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan. Evenementen ln de ministeriële regeling worden coronamaatregelen met betrekking tot evenementen en groepsvorming opgenomen. De burgemeester is op grond van de algemene plaatselijke verordening bevoegd voor het verlenen van een evenementenvergunning. Om op te treden tegen groepsvorming heeft de burgemeester, naast de specifieke handhavingsbevoegdheden op grond van de Twm, ook de reguliere bevoegdheden op grond van de Gemeentewet. Zolang de Twm van kracht is, gelden voor evenementen en groepsvorming de gestelde kaders in de ministeriële regeling.

De burgemeester dient bij verlening van de vergunningen rekening te houden

met deze kaders bij toe- of afwijzing en bij toewijzing van een vergunning kunnen voorschriften gesteld worden. Horecabeleid Eveneens een burgemeestersbevoegd is het verlenen van horecavergunningen. Zolang de Twm van kracht is, gelden voor het lokale horecabeleid inclusief het lokale terrassenbeleid de gestelde kaders

in de ministeriële regeling. De burgemeester dient bij verlening van de vergunningen rekening te

8

houden met deze kaders bij toe- of afwijzing. Bij toewijzing van een vergunning kunnen voorschriften gesteld worden.

5. Conclusie Met de inwerkingtreding van de Tijdelijke wet maatregelen covid-l9 (Twm) wordt een steviger democratische legitimatie bewerkstelligt die nodig is voor de bestrijding van de epidemie; de wet biedt betere wettelijke basis voor grondrecht-beperkende maatregelen. De transitie in de huidige crisisbeheersing betekent een verandering in verantwoordelijkheden en bevoegdheden voor de voorzitter veiligheidsregio en de burgemeester. Met de Twm wordt voor een deel teruggekeerd naar de bestuurlijke verhoudingen die buiten crisissituaties van toepassing zijn. Evenwel zijn we niet verlost van het coronavirus dat ons wereldwijd in de greep heeft. Om toekomstbestendig en in gezamenlijkheid het virus te kunnen blijven bestrijden worden er voor inwerkingtreden van de Twm regionaal geldende kaders afgesproken om continuiteit in de crisisaanpak te garanderen en ter bevordering van eenduidigheid van bestuurlijk crisisoptreden

binnen de veiligheidsregio. Dit beleidskader verwoordt op regionaal niveau de afspraken op de volgende thema's: I

Crisisstructuur waaronder GRI P

il

Com municatie en verantwoording

nformatievoorziening RBT

ilt

I

IV

Bezwaar en beroep

V

Toepassen bevoegdheden:

1. Ontheffingen / aanwijzen van plaatsen 2. Bestuursrechtelijke handhaving 3. Openbare manifestaties

4. Evenementen 5. Horecabeleid BIJTAGE

9

Voor invoering van de Twm

Na invoering van de Twm

Bevoegdheid

VoonitterVR

Burgemeester

Voarzitter VR

Verlenen

Noodverordening

Ontheffingen van algemene

Niet bevoegd, tenzij de minister

ontheffingen

(algemeen: aÍ. 3.1) (apart

maatregelen (art. 58e),

van landelijke

studenten: ar|..2.14)

verbod tot groepsvorming in

MffS de bevoegdheid tijdelijk bij de voozitter veiligheidsregio belegt

een aangewezen plaats,

(art. 58d: gevolgen van meer dan

openstellen van een

plaatselijke betekenis).

regels

publieke plaats (art.S8h), organisatie evenement (art. 58¡)

Geven van

Noodverordening

Bij uitvoering van toezicht

Niet bevoegd, tenzij Minister VWS

aanwijzingen

(art.2.5)

zoals is bepaald in de

de bevoegdheid tijdelijk bij de

Gemeentewet (artt. 58k, 581,

voozitter veiligheidsregio belegt

58m,58n)

(art. 58d: gevolgen van meer dan

en bevelen

olaatseliike betekenis). Handhaving

Art. 39 Wvr: bestuurlijk bevel,

Verantwoordelijk voor

Niet bevoegd, tenzij Minister VWS

sluiting, LOD

bestuurlijke handhaving (art

de bevoegdheid tijdelijk bij de

58u, artt. 125,176 Gemwet)

voozitter veiligheidsregio belegt (art. 58d: gevolgen van meer dan

olaatseliike betekenis). De voozitter blijft bevoegd

Bevoegd-

Maatregelen gebouwen en

heden

personen treffen (o.a.

maatregelen voor gebouwen en

bestrijding

quarantaine) (artt 34 lid 4,47,51,

personen treffen (o.a. quarantaine)

infectieziekten

54, 55, 56 Wpg)

(art 34, lid 4,47,51, 54, 55, 56

Regionale

Via RBT, coördinerende

ln de MvT Twm staat dat op

RBT blijft op grond van art. 39, lid 2

coördinatie

voozittersrol bij afstemming over

grond van art. 39, lid 2 Wvr

Wvr in stand: coördinerende rol van

lokale besluiten en toepassing

de vz een RBT bijeen roept

de voozitter bij afstemming (MvT

art.6 lid 4 Woo

en houdt.

Twm).

De bgm

De vz blijft verantwoordelijk voor

Geen

Woo).

Crisis-

De vz is verantwoordelijk voor

communicatie

informatievoorziening over de

informatievooziening over de

oorsprong, de omvang en de

oorsprong, de omvang en de

gevolgen van de epidemie aan de

gevolgen van de epidemie aan de

bevolking en de bij de

bevolking en aan de bij de

crisisbeheersing betrokkenen

crisisbeheersing betrokkenen (art.7

lart.7 Wvr). stemt af met het Riik.

Wvr) en stemt af met het Riik.

lnformatie-

De vz verstrekt de minister de

De bgm verschaft info aan

De bgm verschaft info aan de

vooziening

nodige inlichtingen (art. 43 Wvr)

de minister van MÂ/S via de

minister van VWS via de vz. (art.

vz. /art.58s lid 2 Twm).

58s lid 2 Twm).

Afleggen

De vz legt verantwoording aan de

De bgm legt verantwoording

De vz legt verantwoording af aan de

verant-

betreffende gemeenteraden af na

af aan de gemeenteraad

gemeenteraden. Binnen I maand

woording

beëindiging van de crisis of ramp

wanneer de bgm gebruik

na inwerkingtreding Twm, legt vz.

(art 40 Wvr).

maakt of heeft gemaakt van

een bevoegdheid Twm.

verantwoording af over zijn gemaakte keuzes tot dan in de

De wijze van verantwoording

crisis. De vz legt tijdens deze crisis

wordt door de gemeente en

verantwoording af wanneer deze gebruik heeft gemaakt van de

bgm in samenspraak bepaald.

situatie die volgt uit artikel 58d,

Twm. Dit oebeurt achteraf.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9606940/1