12 verslag gecomb.cie 30 nov
Tekst van het document
Verslag van de online gecombineerde commissievergadering van de commissie GG/Milieu, gehouden op maandag 30 november 2020 om 20.00 uur. Aanwezig:
mevrouw R.M. Roggeveen en de heren E.G. Mulder, P. Kraaijenbrink, C. Sommeling, D.D. van Orselen, C.B. Mentink, J.W. Driesprong, J.A.M. Merkx, J. Noordermeer, A. van Vliet, N. Groenewegen, T.I. Fransman, C.B. Mentink en G. Plantinga.
Mede aanwezig:
wethouders mevrouw J.D. de Jongh en de heer H. de Graad.
Voorzitter:
de heer W.A. Sjoukes
Griffier:
de heer R. de Vries.
Notuliste:
mevrouw M. van Eijsden-Briggeman.
1.
opening.
De voorzitter opent de vergadering en heet de aanwezigen welkom. 2.
Vaststelling agenda.
De voorzitter zegt dat agendapunt 11: ‘Realisatie calamiteitenpost Langeweg 32, Oostvoorne’ is nagezonden en vraagt of dit punt op de agenda kan blijven gehandhaafd. De commissie geeft aan dat agendapunt 11 op de agenda kan blijven staan. De agenda wordt vervolgens ongewijzigd vastgesteld. 3.
Mededelingen.
Wethouder De Graad zegt dat hij in de volgende commissie graag wil spreken over een aantal moties die in de begrotingsraad van 4 november jongstleden zijn aangenomen. Hij zegt dat er een aantal moties zijn die moeilijk zijn uit te voeren. De commissie zal hierover nog worden geïnformeerd. Vervolgens zegt hij met betrekking tot de netten op zee, dat de keuze voor het Alfa circuit is gevallen op de gemeente Borsele en niet op de gemeente Geertruidenberg. Dit betekent dat Westvoorne niet worden geconfronteerd met aanlanding op het Noordzeestrand nabij het Haringvliet. De wethouder zegt dat in de commissie Presentaties van woensdag 2 december aanstaande een presentatie wordt gegeven over de Bèta variant, die is vastgelegd aan de noordzijde van de Maasvlakte. Vervolgens zegt de wethouder dat de gemeente is benaderd door de kitesurfers naar aanleiding van de onlangs gehouden presentatie over het windmolenpark op MV2. Met de kitesurfers wordt in overleg gegaan en worden er alternatieven aangeboden. De kitesurfers willen echter toch een zienswijze indienen. De wethouder vraagt aan de commissie of de raad zelf een zienswijze in moet dienen, en de belangen van de kitesurfclub hierin mee wil nemen. Hij zegt dat een zienswijze vóór 8 december moet zijn ingediend.
De wethouder is zich ervan bewust dat de raad dit met elkaar wil bespreken en stelt voor om morgen een telefonische consultatie te doen over de keuze van de raad.
1
De heer Mulder (D66) zegt dat het belangrijk is dat de raad precies weet wat de bedoeling is. Hij vraagt wat de consequenties zullen zijn als de gemeente de zienswijze van de kitesurfers overneemt. Vervolgens zegt de heer Mulder dat de spoed waarop de zienswijze moet worden ingediend hem niet bevalt. De heer Van Orselen (PW) sluit zich aan bij de woorden van D66 en wil eerst meer duidelijkheid wat de wethouder precies bedoelt en wat de consequenties zullen zijn van deze snelle stap. Vervolgens zegt hij naar aanleiding van de presentatie over het windmolenpark, gevraagd te hebben naar meetgegevens maar deze nog steeds niet te hebben gezien. De heer Kraaijenbrink (GBW) stelt voor dat de commissie door middel van een brief zo snel mogelijk wordt geïnformeerd en dat eventueel in de commissie Presentaties van woensdag 2 december een reactie kan worden gegeven. De heer Sommeling (IBW) zegt zich aan te sluiten bij de woorden van de heer Kraaijenbrink en zegt dat er meer tijd nodig is om dit met elkaar te bespreken Mevrouw Roggeveen (PvdA) zegt het belangrijk te vinden als de gemeente de belangen van de kitesurfers ondersteunt. Zij wil dit echter eerst met haar achterban bespreken. De heer Mentink (VVD) merkt op dat het wellicht een idee is om de presentatie die gepland staat voor woensdag niet door te laten gaan en de tijd te besteden om te spreken over de zienswijze.
De heer Fransman (CDA) sluit zich aan bij de woorden van de VVD. Mevrouw Roggeveen (PvdA) merkt op het wel belangrijk te vinden dat de presentatie wordt gegeven omdat de Bèta variant is vastgelegd aan de noordzijde van de Maasvlakte. Zij is van mening dat er die avond nog genoeg tijd overblijft om te praten over de zienswijze. Wethouder De Graad stelt voor dat de presentatie wordt gehouden en alleen wordt toegespitst op de Bèta variant. Daarna zal de procedure met betrekking tot de zienswijze worden toegelicht en is er nog genoeg tijd om over de zienswijzen te spreken. 4.
Rondvraag.
De heer Groenewegen (CDA) vraagt of de wethouder nog met het Havenbedrijf gesproken heeft over een eventuele subsidie voor natuurspeeltuinen. Wethouder De Graad zegt dat hierover is gesproken in het periodiek overleg met het Havenbedrijf, maar dat er niet direct een toezegging is gedaan. Hij zegt dat er wel is toegezegd dat er zal worden gekeken of er nog middelen beschikbaar zijn en of aan deze vraag tegemoet kan worden gekomen. 5.
Verslag van de commissie van 9 november.
Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld. 6.
Overzicht van toezeggingen.
Het overzicht van toezeggingen wordt voor kennisgeving aangenomen.
2
7.
Belastingverordeningen:
a. b. c. d. e. f. g. h. i. j. k. l. m. n.
Verordening op de heffing en invordering van Afvalstoffenheffing 2021 Verordening op de heffing en invordering van Hondenbelasting 2021. Legesverordening 2021. Verordening op de heffing en invordering van Lijkbezorgingsrechten 2021. Verordening op de heffing en invordering van Marktgeld 2021. Verordening op de heffing en invordering van Onroerende Zaakbelasting 2021. Verordening parkeerbelastingen Westvoorne 2021. Verordening op de heffing en invordering van Precariobelasting 2021. Verordening op de heffing en invordering van Reinigingsrechten 2021. Verordening op de heffing en invordering van Rioolheffing 2021. Verordening op de heffing en invordering van Staangeld 2021. Verordening op de heffing en invordering van Toeristenbelasting 2021. Verordening kwijtschelding gemeentelijke heffingen en belastingen 2021. Tarievenverordening accommodaties 2021.
De heren Sommeling (IBW) en Van Orselen (PW) verzoeken om in het kader van de fusie in de richting van 2022 te kijken wat er geharmoniseerd kan worden zodat niet alles in 1 jaar plaats hoeft te vinden. De heer Mentink (VVD) vraagt het college om in verband met COVID-19 terughoudend te zijn met het innen van precariobelasting voor restaurants wanneer dit aan de orde mocht zijn en te kijken of zij onder de vrijstelling kunnen vallen. De commissie kan zich unaniem vinden in de belastingverordeningen a t/m n en adviseert deze als hamerstuk in de raad te agenderen. 8.
Bestuursrapportage 2020.
De heer Mulder (D66) zegt dat het resultaat niet geweldig is maar wel voorspelbaar in deze tijd. De heer Fransman (CDA) zegt eveneens dat de bestuursrapportage geen schoonheidsprijs verdient. De heer Merkx (PvdA) zegt het jammer te vinden dat de bestuursrapportage zo laat komt en zegt het volgend jaar niet meer te accepteren dat er geen tijdige Berap is. De heer Noordermeer (PW) sluit zich aan bij de woorden van de PvdA. Hij zegt vervolgens dat er inhoudelijk veel zaken uit de pas lopen die bijgestuurd moeten worden en dat de raad hierover niet is geïnformeerd, waardoor er geen bijsturing mogelijk is. Partij Westvoorne zegt zich niet te kunnen vinden in de bestuursrapportage 2020. De heer Mentink (VVD) zegt dat de bestuursrapportage een terugkijk is en hij hoopt dat hiermee een les is geleerd. De voorzitter concludeert dat de commissie zich kan vinden in de bestuursrapportage met uitzondering van de fractie van Partij Westvoorne.
3
9.
Ontwerpbesluit WVSV Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond.
De commissie kan zich vinden in het ontwerpbesluit en stelt voor dit als hamerstuk in de raad te behandelen. 10.
Benodigde capaciteit voorbereiding bestuurlijke herindeling fase 1.
De heer Sommeling (IBW) zegt zich te kunnen vinden in het voorstel. De heer Merkx (PvdA) zegt zich eveneens te kunnen vinden in het voorstel. De PvdA wil wel graag zicht houden en vraagt daarom om een totaaloverzicht bij elk besluit dat wordt genomen in dit kader. De heer Fransman (CDA) sluit zich aan bij de woorden van de PvdA. De heer Van Orselen (PW) kan zich vinden in het voorstel. Hij stelt voor om het 1e frictiebudget beschikbaar te houden voor de dienstverlening aan de burgers in 2023 omdat dit het jaar is voor overgang naar de nieuwe gemeente. Hij stelt voor om de middelen uit het 2e frictiebudget te halen. De heer Mulder (D66) kan zich vinden in het voorstel en vindt vooral dat het proces in één keer goed moet gaan. D66 vindt het ook belangrijk te weten wat er wordt uitgegeven. Hij is van mening dat hieraan best wat geld uitgegeven mag worden als dit nodig is. Mevrouw Kraaijenbrink (GBW) kan zich vinden in het voorstel en zegt dat op een goede manier moet worden gekeken hoe de fusie moet worden doorlopen. Wethouder De Jongh zegt dat aan de commissie wordt gemeld wat er is uitgegeven en waaraan dit is besteed. Ten aanzien van het voorstel van de heer Van Orselen zegt de wethouder dat, wanneer de dienstverlening aan de burgers onder druk komt te staan, dit altijd aan de commissie wordt gemeld. Zij zegt dat het alleen lastig is om hiervoor nu al geld te reserveren.
Zij zegt de dienstverlening in de gaten te houden, en te kijken hoe het fusieproces zich gaat ontwikkelen. De commissie kan zich vinden in het voorstel en stelt voor dit als hamerstuk in de raad te behandelen. 11.
Realisatie calamiteitenpost Langeweg 32 in Oostvoorne.
De heer Plantinga (GBW) zegt veiligheid voor de gemeente van groot belang te vinden. Een goed onderkomen is hierbij wenselijk. Hij vraagt of de ambulance en de politie vanuit de calamiteitenpost in Oostvoorne uitrukken en indien dit het geval is, vraagt hij of de VRR hierin financieel kan bijdragen. De heer Sommeling (IBW) vraagt of de realisatie van een calamiteitenpost een initiatief is van de VRR. Volgens zijn informatie heeft de politie weinig zin om hier haar intrek te nemen en zullen er dus beperkt fysiek mensen aanwezig zijn. Hij vindt hiervan niets terug in het stuk en zegt hierover meer duidelijkheid te willen hebben. Vervolgens zegt de heer Sommeling van mening te zijn dat ook de BOA’s beter met burgers af kunnen spreken op het gemeentehuis, omdat het vooral voor ouderen toch een verkeerde werking zal hebben als zij naar de Langeweg moeten.
4
Tenslotte zegt de heer Sommeling dat de fractie van IBW problemen heeft met de investering van € 82.000 en vraagt hij hoe lang deze post in stand blijft, mede gezien de nieuwe gemeente. Mevrouw Roggeveen (PvdA) vindt dit een goede locatie voor een calamiteitenpost, met name omdat vanuit hier de uitrukken kunnen plaatsvinden. De PvdA stelt het op prijs als de politiepost goed wordt bemand, zodat de burgers hier terecht kunnen als dat nodig is. Vervolgens vraagt zij of de VRR bijdraagt in de kosten en wanneer zekerheid is over de bijdrage van de politie. De heer Van Orselen (PW) merkt op dat dit een lange termijn verplichting betreft van 10 jaar en de kosten dan wel meevallen. Hij is het eens met de andere sprekers om in gesprek te gaan met de VRR en de politie over de verdeling van de kosten. Hij zegt dat de gemeente Brielle bijvoorbeeld een steunpunt heeft. Partij Westvoorne is een voorstander van het gezamenlijk dragen van de investeringskosten. De heer Mentink (VVD) vindt het jammer dat er ook negatief wordt gesproken over de realisatie van een dergelijke post. De VVD ziet vooral de voordelen hiervan, juist ook voor de gemeente Voorne. De VVD vindt het vervolgens niet nodig om bij de andere gemeenten om een bijdrage in de kosten te vragen.
De heer Fransman (CDA) zegt eveneens blij te zijn dat er een calamiteitenpost wordt gerealiseerd en hij vindt het jammer dat de politie hier niet enthousiast over is. De heer Mulder (D66) kan zich vinden in de realisatie van een calamiteitenpost en sluit zich aan bij de voorgaande sprekers. Hij vindt het eveneens niet nodig om de andere gemeenten te laten bijdragen in de investeringskosten. Burgemeester De Jong zegt dat de AZR op basis van het dekkingsplan heeft geconstateerd dat het veel effectiever is om een post te hebben in Oostvoorne dan op de Maasvlakte, dus dit is op initiatief van de AZR. De gemeente heeft vervolgens gezegd dat het wellicht handig is om er dan een veiligheidspost van te maken waarbij er drie diensten worden gekoppeld. De burgemeester zegt dat het gedeelte van de AZR ook door de AZR wordt bekostigd. Vervolgens kunnen de wijkagenten een plek krijgen in het gebouw, zodat zij af kunnen spreken met de bewoners. Ten aanzien van de politie zegt hij dat er in het gebied Haringvliet maar 1 opkomstlocatie mag zijn. De bijdrage van de politie zal € 600 bedragen. De BOA’s zijn blij met deze locatie en vinden het een vooruitgang om nog meer samen te kunnen zitten met de politie. Afspraken met burgers vinden op het gemeentehuis plaats of op de locatie aan de Langeweg. Het is ook gebruikelijk dat er thuis bij de burger wordt afgesproken.
Tenslotte zegt hij dat de post in Brielle is gesloten vanwege de kosten en zich nu in het gemeentehuis bevindt. Wethouder De Graad onderschrijft de woorden van de burgermeester. Hij zegt vervolgens dat de politie in principe dezelfde faciliteiten zoals overlegruimte, kantoor, kleedruimte gebruikt als de BOA’s Ten aanzien van de kosten zegt de wethouder dat die hoog zijn en zijn ingeschat naar aanleiding van de realisatie van ‘de Merel’. De wethouder zegt dat nog in gesprek zal worden gegaan met Syntrophos over de kosten. Vervolgens verwacht de wethouder niet dat binnen 10 jaar de overeenkomst wordt stopgezet. De voorzitter concludeert dat de commissie zich unaniem kan vinden in het voorstel.
5
12.
Ontwikkeling en exploitatieovereenkomst Maasweg Oostvoorne.
De heer Van Vliet (IBW) vraagt of er met de omwonenden is gesproken, dit omdat het omgevingsplan wordt aangepast. Mevrouw Roggeveen (PvdA) vraagt of beide locaties eigendom zijn van Molecaten. Wethouder De Graad zegt dat beide locaties eigendom zijn van Molecaten. Hij zegt dat in september 2018 dit stuk reeds akkoord is bevonden door het college, maar Molecaten de tijd wilde hebben om na te denken over het beleid. De wethouder zegt dat de commissie in het nieuwe jaar een aantal beleidsstukken ter bespreking krijgt aangeboden ten aanzien van recreatiewoningen in de gehele gemeente. De wethouder zegt de vraag van de heer Van Vliet schriftelijk te zullen beantwoorden. De commissie kan zich vinden in het voorstel en stelt voor dit als hamerstuk in de raad te behandelen. 13.
Najaarrapportage Recreatieschap Voorne-Putten 2020.
De heer Driesprong (VVD) spreekt zijn zorg uit over het feit dat de hoge kosten gedekt worden uit de algemene reserve en vraagt dit ook aan het Recreatieschap over te brengen. Mevrouw Roggeveen (PvdA) vraagt of het Recreatieschap ook een compensatie vanuit de overheid kan verwachten als gevolg van de overschrijding van de kosten i.v.m. corona. De heer Mulder (D66) vraagt waarom de algemene reserve van het Recreatieschap zo hoog is. Hij merkt hierbij op dat er in 2020 een bedrag van € 700.000 uit de algemene reserve in de investeringsreserve is gestopt. Wethouder De Graad zegt ten aanzien van de hoogte van de algemene reserve dat hij alert is op het oppotten van geld, maar dat de hoge reserve de komende jaren hard nodig is voor de exploitatiekosten en om bezuinigingen door te voeren, omdat de bijdragen de komende jaren terug zullen lopen. Hij zegt vervolgens de hoogte van de reserves met het DB en AB te bespreken. Ten aanzien van de vraag van mevrouw Roggeveen zegt de wethouder dat er een onderzoek loopt om te kijken of het Recreatieschap ook in aanmerking komt voor een tegemoetkoming zoals gemeenten dit ook hebben gekregen. De voorzitter concludeert dat de commissie zich kan vinden in het voorstel en voorstelt dit als hamerstuk in de raad te behandelen. 14. Bespreking concept beleidskader huisvesting arbeidsmigranten.
Wethouder De Graad zegt dat de commissie vanavond in de gelegenheid wordt gesteld om nog zaken mee te geven, zodat die in het uiteindelijke stuk, waarvan de planning is dit per 16 december gereed te hebben, kunnen worden meegenomen. Hij zegt dat ook de burgerparticipatie in de beleidsnotitie wordt verwerkt. Vervolgens zal in het 1e kwartaal van 2021 met een definitief stuk naar de commissie terug worden gekomen. De besluitvorming door de 3 gemeenten vindt op een later moment plaats. Vervolgens wordt de vergadering geschorst van 21.25 tot 21.30 uur voor een korte pauze.
6
De heer Driesprong (VVD) bedankt voor de voorliggende uitgebreide notitie en zegt dat de fractie van de VVD nog een aantal vragen heeft. Naar aanleiding van bladzijde 11, 2.1.2.1. ‘algemene voorwaarden’ staat bij het derde punt, dat de huisvesting minimaal moet voldoen aan de vereisten uit het SNF keurmerk. De heer Driesprong vraagt wat er gebeurt als dit niet het geval zou zijn. Naar aanleiding van bladzijde 12, 2.1.2.3. ‘voorwaarden veiligheid en handhaving’ staat bij het tweede punt dat de initiatiefnemer inzichtelijk moet maken hoe het beheer wordt vorm gegeven en dat hij een beheerplan dient op te stellen met een huishoudelijk reglement. De heer Driesprong vraagt of dit beheerplan dan eveneens als calamiteitenplan geldt. Naar aanleiding van bladzijde 14, 2.2.1. ‘Gemeentelijke eisen voor huisvesting in bestaande woningen’ merkt de heer Driesprong een verschil op bij punt 8 ten opzichte van punt 14. Bij punt 8 staat namelijk dat in appartementen/woongebouwen maximaal 20% van de hoeveelheid appartementen gebruikt mag worden voor huisvesting van arbeidsmigranten, terwijl bij punt 14 staat dat dit maximaal 5% mag zijn. De heer Driesprong zegt dat dit verschil ook geldt bij punt 10 ten opzichte van punt 15. Bij punt 10 staat namelijk dat er maximaal 5 arbeidsmigranten per woning bij kamergewijze verhuur zijn toegestaan en bij punt 15 zijn dit 4 arbeidsmigranten.
De heer Driesprong vraagt of er een correctie plaats kan vinden. Naar aanleiding van bladzijde 15 merkt de heer Driesprong op dat er een omgevingsvergunning wordt afgegeven voor 10 jaar. Hij vraagt waarom er niet is gekozen voor de standaard van 5 jaar. De heer Van Orselen (PW) zegt blij te zijn met het document. Hij merkt ten aanzien van het SNF keurmerk op dat alleen Olaertsduijn hieraan voldoet. Vervolgens vraagt hij aandacht voor de verwijzing naar het expertisecentrum huisvesting waarbij hij constateert dat de kennispartners partijen zijn die het advies uit het rapport Roemer niet over willen nemen. Hij zegt dit zorgelijk te vinden. Vervolgens constateert hij dat de algemene voorwaarden voor de arbeidsmigranten anders zijn dan het adviesrapport Roemer. Partij Westvoorne gaat ervan uit dat dit nog wordt aangepast. In het rapport Roemer wordt bijvoorbeeld ook gezegd, dat de opzegtermijn voor de huisvesting minimaal 1 maand moet zijn in plaats van 5 dagen. De heer Van Orselen merkt vervolgens op dat wanneer een arbeidsmigrant langer dan 3 tot 4 maanden verblijft, inschrijving in het BRP verplicht is en er dan sprake is van een inwoner van de gemeente Westvoorne, en er ook een inschrijving kan worden gedaan voor het huren van een huis. Hij vraagt hoe het toewijzingsbeleid geregeld is en hoe wordt toegezien op een verdeling.
De heer Van Orselen zegt dat de omliggende gemeenten hieromtrent de bestemmingsplannen en de APV aanpassen om te voorkomen dat uitzendbureaus en werkgevers een woning kopen en deze bedrijfsmatig exploiteren. Mevrouw Roggeveen (PvdA) zegt registratie van de arbeidsmigranten belangrijk te vinden. Vervolgens vraagt zij hoe er wordt omgegaan met het adviesrapport Roemer en of dit beleid wordt geïmplementeerd. Vervolgens vraagt zij waarom er geen overleg is met de arbeidsmigranten zelf, zij zegt dit juist erg belangrijk te vinden. Mevrouw Roggeveen vraagt vervolgens of er wordt onderzocht waar de helft van de in Westvoorne woonachtige arbeidsmigranten, die niet in deze gemeente werkt, dan wel werken en of bedrijven (bijvoorbeeld op de Maasvlakte) betrokken worden bij de huisvesting die hier plaatsvindt. Naar aanleiding van bladzijde 15, punt 2.1.2.2., waar wordt aangegeven dat centrale huisvestingslocaties niet worden toegestaan in gebieden waarbij de ontwikkeling van de centrale locatie het woon- en leefklimaat van nabij gelegen woonwijken aantast of belemmert, maar wel gevestigd mag worden in het buitengebied vraagt mevrouw Roggeveen hierbij op te willen nemen, dat ook in het buitengebied rekening gehouden dient te worden met het leefgebied van de inwoners. In het buitengebied wonen namelijk ook veel burgers en
7
zij heeft het gevoel dat het buitengebied als vrijbrief wordt gegeven, en dit hier wel gerealiseerd kan worden. De heer Van Vliet (IBW) zegt blij te zijn dat de 3 gemeenten overeenstemming hebben over het beleid. Hij vindt het belangrijk te weten hoe de handhaving in zijn werk gaat. Hij zegt dat het opstellen van beleidsregels niet moeilijk is, maar dat handhaving hiervan nog belangrijker is. Vervolgens is de heer Van Vliet van mening, dat het rapport Roemer als leidraad moet worden genomen. De heer Plantinga (GBW) merkt op dat 1% van de woningen per kern gebruikt mag worden voor huisvesting van de arbeidsmigranten. Hij vraagt hoeveel woningen dit zijn en hoopt dat de overlast, met name de parkeeroverlast, die nu wordt ervaren kan worden beperkt. De heer Mulder (D66) zegt blij te zijn dat de huisvesting van arbeidsmigranten op Voorne niveau wordt opgepakt. Hij ziet dat er een onderscheid wordt gemaakt tussen short stay, mid stay en long stay en denkt, dat het onderscheid tussen short stay en mid stay in de uitvoering lastig zal worden, omdat bij een verblijf van langer dan 4 maanden de arbeidsmigrant verplicht is zich in te schrijven in de gemeente. Hij vraagt of de centrale huisvestingsplekken dan in dat geval nog voldoen. Vervolgens vraagt de heer Mulder om bij de verdere ontwikkeling te zorgen dat de arbeidsmigranten niet allemaal in dezelfde wijk worden geplaatst.
Hij zegt vervolgens dat het goed zou zijn om een overgangsregeling op te nemen in het stuk. De heer Groenewegen (CDA) zegt blij te zijn met het voorliggende stuk waarbij hij constateert dat de mening van de burgers en de commissie niet ver uit elkaar liggen. Het CDA vindt het belangrijk dat de gemeente meedenkt met initiatiefnemers die huisvesting willen ontwikkelen, zodat de druk op het woningbestand en de verkeersbewegingen kunnen verminderen. De heer Groenewegen zegt het belangrijk te vinden dat er goede afspraken worden gemaakt bij de realisatie van de huisvesting en dat de initiatiefnemers verantwoordelijk moeten zijn voor een goede huisvesting en er zo min mogelijk overlast mag zijn. Het CDA ziet graag dat er wordt gestreefd naar een middelgrote huisvesting tussen de 70100 arbeidsmigranten met goede faciliteiten en een goed beheer. Het beleid zou na 2 jaar moeten worden geëvalueerd. Vervolgens vraagt de heer Groenewegen of het beleid gedragen wordt door de 4 gemeenten op Voorne-Putten. Het CDA vraagt te overwegen om voor short stay migranten het tarief voor de toeristenbelasting te reduceren. Tenslotte sluit het CDA zich aan bij de opmerkingen van de VVD aangaande bladzijde 14 en vraagt hij de 17 gemeentelijke eisen voor huisvesting in bestaande woningen nog eens goed te bekijken en eventueel te corrigeren.
Wethouder De Graad zegt blij te zijn dat het beeld tussen de raadscommissie en de participanten niet zoveel verschilt en dat vooral de humane huisvesting van de arbeidsmigranten belangrijk is. De wethouder benadrukt dat de gemeente echter niet alles kan regelen of organiseren en ook zal moeten vertrouwen op de partijen die de huisvesting voor de arbeidsmigranten gaan realiseren. Een goede borging is echter wel belangrijk. Naar aanleiding van de opmerkingen over de registratie van de arbeidsmigranten zegt de wethouder dat hier wellicht landelijke richtlijnen voor komen. Op het gebied van de huisvesting is er wetgeving en ook het arbeidsrecht wordt goed geregeld. In de wet R.O. worden o.a. zaken geregeld over pensions en kamerverhuur maar waar lokale regelgeving wenselijk is, zal dit zeker geregeld worden. Ten aanzien van de opmerking van de heer Van Orselen om e.e.a. te regelen via het bestemmingsplan zegt de wethouder dat bij nieuwbouw al veel zaken omtrent de woonplicht worden geregeld, maar deze optie mee te bekijken. De wethouder zegt voorzichtig te willen
8
zijn met het aanpassen van de APV en zegt dat het beter is problemen vanuit een andere hoek op te lossen. Vervolgens zegt de wethouder dat de beleidsnotitie op Voorne niveau wordt gemaakt en losstaat van de notitie die in Nissewaard gemaakt zal worden. De gemeente Nissewaard heeft er voor gekozen om hier alleen in op te trekken. De wethouder zegt dat echter wel de informatie en de kennis wordt gedeeld. Naar aanleiding van de vraag over participatie van de arbeidsmigranten zegt de wethouder, dat er nog gesprekken zullen plaatsvinden met vertegenwoordigers van arbeidsmigranten over de inhoud van het stuk en over het draagvlak. Tevens zullen nog gesprekken worden gevoerd met ondernemers en andere stakeholders. De tekstuele opmerkingen over tegenstrijdigheden door de heren Driesprong en Groenewegen zullen worden nagegaan. Met betrekking tot het SNF keurmerk zegt de wethouder dat de accommodatie hieraan moet voldoen en er anders geen arbeidsmigranten mogen worden gehuisvest. Vervolgens zegt hij het eens te zijn met een opzegtermijn van één maand in plaats van vijf dagen, omdat je hiermee voorkomt dat een arbeidsmigrant op straat komt te staan. De wethouder zegt dit ook graag in het stuk geregeld te hebben.
Ten aanzien van het toezicht zijn er twee vormen, het toezicht door de BOA en de politie ten aanzien van de veiligheid en de controle op de naleving van vergunningen, wat vanuit de gemeente wordt geregeld. De wethouder zegt dat hier een apart handhavingsbeleid voor wordt opgezet. In het stuk staat dat de omgevingsvergunning wordt afgegeven voor 10 jaar, dit is een indicatie en het is mogelijk om dit langer of korter te doen. Ten aanzien van het rapport Roemer zegt de wethouder dat er gekeken wordt of onderdelen uit dit rapport kunnen worden verwerkt in het stuk. Wanneer arbeidsmigranten langer dan 4 maanden verblijven dienen ze zich in te schrijven in de gemeente en hebben ze dezelfde rechten als de andere inwoners. Zij kunnen zich dan ook kunnen inschrijven voor een reguliere woning. Zij zullen dit niet snel doen, omdat de wachttijd gemiddeld 70 maanden is bij de Maaskoepel. De wethouder zegt de commissie te zullen informeren over de monitoring van de Maaskoepel zodat zij hiervan een beeld krijgt. Naar aanleiding van het verzoek van het CDA over de hoogte van de toeristenbelasting zegt de wethouder dat wanneer de commissie dit verzoek steunt, zij een voorstel kunnen doen over een gereduceerd tarief. Het aanpassen van verordeningen kan tussentijds plaatsvinden.
Ten aanzien van de waarschuwing om arbeidsmigranten niet allemaal in dezelfde wijk te plaatsen zegt de wethouder, dat er moet worden gezorgd voor een goede verhouding en er gewaakt zal worden, dat er geen eenzijdige opbouw van verschillende wijken ontstaat. Evaluatie lijkt de wethouder een goed idee. Hij stelt voor op een goed moment na de invoering de commissie te rapporteren over de uitvoering van het beleid. Naar aanleiding van de opmerking van de fractie van D66 ten aanzien van een overgangsregeling zegt de wethouder dit ambtelijk te zullen bespreken. Ten aanzien van de voorkeur van het CDA om middelgrote clusters te bouwen zegt de wethouder dat het voordeel van grotere clusters (meer dan 70-100) is dat er dan ook meer beschikbare middelen zijn om bijvoorbeeld een conciërge in dienst te kunnen nemen om er voor te zorgen dat de huisvesting op een goede manier plaatsvindt. Tenslotte zegt de wethouder dat de opmerkingen van vanavond zullen worden verwerkt in het stuk en dat in het 1e kwartaal van 2021 met een concept stuk naar de commissie wordt teruggekomen. 15.
Punten voor een volgende vergadering.
Geen.
9
16.
Sluiting.
De voorzitter sluit de vergadering om 22.30 uur.
10