12 verslag cie Presentaties
Tekst van het document
Verslag van de digitale openbare vergadering van de commissie Presentaties, gehouden op woensdag 2 december 2020 om 20.00 uur. Aanwezig
: mevrouw M. v.d. Gaag, mevrouw R.M. Roggeveen, mevrouw A. Vermeer en de heren N.A.M. Groenewegen, E.G. Mulder, D.D. van Orselen, T.I. Fransman, G. Plantinga, W.A. Sjoukes, F. den Hoed, C. Sommeling en C.B. Mentink.
Mede aanwezig
: burgemeester P.E. de Jong en wethouder H. de Graad
Voorzitter
: de heer J.W.J. Driesprong
Griffier
: de heer R. de Vries.
Notuliste
: mevrouw M. van Eijsden-Briggeman.
1.
Opening
De voorzitter opent de vergadering en heet de aanwezigen welkom. 2.
Vaststelling agenda.
De voorzitter stelt voor om een extra punt aan de agenda toe te voegen, namelijk ‘Reactie op het plan windmolenpark Maasvlakte’. Hij stelt voor dit als agendapunt 8a, dus na sluiting van de vergadering, te bespreken. De commissie gaat hiermee akkoord. De agenda wordt voor de overige punten ongewijzigd vastgesteld. 3.
Mededelingen.
Geen 4.
Verslag van de commissievergadering van 11 november 2020.
Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld. 5.
Presentatie over ervaringen met ambulancepost bij de N57.
Aanwezig is de heer Wijten, directeur ARR, voor het geven van een presentatie. Aan de orde komen de volgende onderwerpen: - Ambulancezorg in COVID-tijden; - Spreiding en beschikbaarheid post- en opkomstlocaties op Voorne-Putten; - Ook zonder COVID sterke groei aantal benodigde diensten; - Inbedding ambulancediensten VRR.
1
De heer Fransman (CDA) vraagt of er in het programma ook rekening is gehouden met calamiteiten zoals nu het geval is met COVID. De heer Groenewegen (CDA) vraagt of het niet verstandiger is om in de ziekenhuizen noodvoorzieningen te maken in plaats van dat de patiënt moet wachten in de ambulance. De heer Mulder (D66) vraagt naar de financiële stromen als straks alles onder één organisatie valt. De heer Plantinga (GBW) zegt begrepen te hebben dat er in ziekenhuizen wordt gewerkt aan een wachtruimte voor de patiënt, zodat de ambulance door kan rijden. Hij vraagt of dit juist is. Mevrouw v.d. Gaag (IBW) vraagt of er in de afgelopen maanden een helder beeld of verbetering is te zien met betrekking tot de nieuwe ambulancepost aan de N57. Vervolgens vraagt zij wat er gebeurt als alle ambulances in de wachtrij staan en of er dan nog wagens beschikbaar zijn. Mevrouw Roggeveen (PvdA) vraagt of de nieuwe post op de Pinnepot invloed zal hebben op de aanrijtijden. De heer Van Orselen (PW) vraagt of er een corona-wasstraat bestaat voor ambulances, omdat het schoonmaken van de auto’s vanwege corona veel tijd vergt. Vervolgens vraagt hij of de ambulancepost bij de N57 en de calamiteitenpost op de Pinnepot naast elkaar blijven bestaan en wat dit betekent voor de inzetbaarheid van de ambulance in de avond- en nachtelijke uren.
Partij Westvoorne ziet dat er een inhaalslag moet gebeuren, maar ziet ook een aantal nieuwe diensten. Ten aanzien van de opleidingsmogelijkheden die zijn stopgezet of beperkt vraagt hij of er misschien een kans ligt op Voorne, om een opleidende taak te faciliteren, dit om de ambulancedienst te ontlasten. De heer Mentink (VVD) vraagt of de mindere verkeersbewegingen ten goede komen aan de aanrijtijden. De heer Wijten zegt dat er geregeld geoefend wordt voor calamiteiten met behulp van calamiteitenplannen, echter er was niet voorzien dat er een gebrek zou komen aan persoonlijke beschermingsmiddelen in de gehele wereld. Ten aanzien van de ambulances die in de wachtrij moeten staan wordt meegedeeld, dat het Maasstad ziekenhuis een proef heeft gedaan met een transferium en dit geslaagd is. Hierbij draagt de verpleegkundige in de ambulance de patiënt over aan de behandelend arts. Het is namelijk niet toegestaan dat de ambulance een patiënt achterlaat. Er is een grote toekomst weggelegd voor dergelijke transferia. Met betrekking tot de financiële stromen wordt meegedeeld, dat er een bestuurlijke uitspraak ligt dat de gelden gescheiden moeten blijven. Een ambulancedienst is in principe geen kerntaak van een gemeente of veiligheidsregio, dit wordt gefinancierd door de zorgverzekeraars.
In een periode van 2 jaar zal alles helder en transparant moeten zijn met gescheiden verantwoording en geldstromen. Naar aanleiding van de vraag van mevrouw v.d. Gaag of er al een verbetering zichtbaar is wordt meegedeeld, dat de periode te kort was om dit nu al te duiden en dat ook een deel van deze periode in het kader stond van COVID-19. Er wordt echter wel een verbetering gezien op Voorne-Putten. Wanneer er veel ambulances in de wachtrij staan wil het niet zeggen dat er geen ambulances meer rijden. Er rijden plm. 40 ambulances per dag.
2
De calamiteitenpost op de Pinnepot zal zeker een positieve bijdrage gaan leveren. Met name de combinatie van de post in Spijkenisse en Oostvoorne zal een positieve bijdrage op gaan leveren. Vervolgens wordt meegedeeld dat er 3 autowasstraten zijn ingericht met faciliteiten en tijdens de grootste drukte als gevolg van COVID-19 er ook een schoonmaakbedrijf is ingehuurd om de ambulances te reinigen. De opleiding tot ambulanceverpleegkundige is niet stopgezet, deze opleiding duurt 9 maanden. De tussentijdse regionale opleidingen zijn stopgezet tot januari 2021. Op de vraag van de heer Van Orselen om een opleidende taak te faciliteren wordt meegedeeld dat het hier gaat om gespecialiseerde opleidingen en dit dient te gebeuren bij de Academie voor Ambulancezorg en dat dit dus niet op een school of regionaal opleidingscentrum kan gebeuren. Vervolgens wordt meegedeeld dat er inderdaad een groei is van nieuwe diensten en dus ook de meldkamer meegroeit en de werkdruk hier groot is. Er wordt als pilot een zorgcoördinatiecentrum ontwikkeld, zodat door een betere zorgcoördinatie wordt voorkomen dat ambulances te veel ‘onzinritten’ gaan rijden. De voorzitter dank de heer Wijten voor zijn toelichting en sluit dit punt af. 6.
Presentatie over aanlanding van stroomleidingen Net op Zee.
Wethouder De Graad geeft een korte inleiding. Aan de hand van sheets wordt door de heren Masselink (TenneT) en Dautzenberg (ministerie EZK) een presentatie gegeven. Aan de orde komen de volgende punten: introductie TenneT en ministerie EZK; aanleiding van het project; netconcept/scope; converterstation op land (circa 4,5 ha.); net op zee IJmuiden Ver Bèta; voorkeursalternatief; komende fase; procedure en besluitvorming; planning; participatie komende periode; verkenning aanlanding wind op zee 2030-2040; websites en digitale nieuwsbrief. Wethouder De Graad vraagt of er vanavond door TenneT kan worden aangegeven dat, wanneer het circuit eerder is aangelegd dan de toekomstige windturbines, er geen problemen zullen worden opgeworpen door TenneT. Er wordt nu alleen over de aanlegfase gesproken dat dit geen probleem is. De wethouder wil ook graag horen dat ook in de gebruiksfase dit geen probleem is. Meegedeeld wordt dat er is gekeken naar de bestaande windturbines en de toekomstige windturbines en de risico’s dat de installatie wordt geraakt. De kansen hierop zijn heel klein en TenneT heeft er voor gekozen deze risico’s te accepteren, ook wanneer er windturbines bijkomen. De heer Mentink (VVD) vraagt hoe diep de kabels in de zeebodem worden geïnstalleerd en spreekt zijn zorg uit over het converterstation dat midden op de Maasvlakte komt.
Hij vraagt wat dit betekent voor het laag frequent geluid.
3
Meegedeeld wordt dat de kabels langs de kust 3 meter en in zee 1 meter diep worden geïnstalleerd. Er zal wel onderzoek worden gedaan naar de beweeglijkheid van de zeebodem om te zorgen dat de kabel zo diep mogelijk wordt gelegd dat deze voldoende beschermd is, dit ook in het belang van de visserij. Ten aanzien van het laag frequent geluid wordt meegedeeld dat de transformatoren binnen in een afsluitbare ruimte worden geplaatst. Dit zorgt voor een geluidsreductie. Het laag frequent geluid zal beperkt blijven tot het industriegebied van de Maasvlakte. Dit is echter wel een belangrijk aandachtspunt dat in de MER fase 2 wordt meegenomen. De heer Van Orselen (PW) vraagt naar de eventuele effecten van het magnetisch veld. Vervolgens vraagt hij naar de richtlijnen voor windturbines versus bekabeling in de grond en of de 6 meter ten opzichte van andere objecten de norm is. Meegedeeld wordt dat het magnetisch veld een aandachtspunt is, omdat in de maatschappij geluiden zijn die zeggen dat elektromagnetische velden effect zouden kunnen hebben op de gezondheid. Hier is sprake van een gelijkstroomverbinding en hierbij speelt deze problematiek niet. Dit punt zal in de MER studies terugkomen. Ten aanzien van de richtlijnen voor windturbines wordt meegedeeld, dat er aan de hand van het handboek risicozonering wordt gekeken naar de objecten in de omgeving van de windturbines.
De hoogspanningsverbinding is één van de onderwerpen die apart moet worden beoordeeld door TenneT. De heer Mulder (D66) vraagt of de bekabeling perse tegen het Natura 2000 gebied aan moet worden gelegd en of niet voor een andere kant kan worden gekozen. D66 is hier erg kritisch op en zegt dat er zoveel mogelijk moet worden voorkomen dat bekabeling door dit gebied gaat lopen. Meegedeeld wordt dat de reden hiervan is dat er geen ruimte meer is, omdat er al een gelijkstroomverbinding ligt tussen Groot-Brittannië en Nederland en deze naar het hoofdstation op de Maasvlakte gaat en dus ruimte in beslag neemt. Het is dus noodgedwongen dat op deze plek is uitgekomen. Mevrouw Roggeveen (PvdA) vraagt waarom er een omweg wordt gemaakt langs de slufter om bij het station te komen. Vervolgens wil de PvdA graag weten of de huidige hoogspanningsleidingen de extra capaciteit makkelijk kunnen afvoeren. Tenslotte vraagt zij of er geen problemen ontstaan doordat er in de zeebodem wordt gegraven. Meegedeeld wordt dat de druk op de Maasvlakte groot is, omdat in het havengebied ook een energietransitie plaats moet vinden. Het havenbedrijf heeft plannen om op het zuidelijke deel van de Maasvlakte waterstof te gaan produceren en hier moet dus ook de infrastructuur vorm worden gegeven. Het was de voorkeur van de regio om een tracé om de slufter heen te leggen.
Vervolgens wordt meegedeeld dat er geen netversterkingen zijn gepland in het achterliggende net voor het afvoeren van de 2 gigawatt. De aanleg en het ingraven kunnen zeker effecten hebben op de natuur en de ecologie zoals vertroebeling. Effecten zijn zeker niet volledig uit te sluiten. Er wordt gestreefd de milieueffecten tijdens de aanleg te beperken. De Provincie heeft eveneens haar zorg hierover uitgesproken en hiermee zal nog in gesprek worden gegaan. De heer Sommeling (IBW) bedankt voor de presentatie en sluit zich aan bij de opmerking van D66 inzake het Natura 2000 gebied. Vervolgens vraagt hij hoeveel windturbines er nodig zijn om 2 gigawatt te bereiken en hoever de windturbines uit de kust komen te staan.
4
Meegedeeld wordt dat marktpartijen nog moeten gaan inschrijven, dus er nog geen antwoord kan worden gegeven op de vraag hoeveel windturbines er nodig zijn. De heer Plantinga (GBW) vraagt of de windturbines die afgeschreven zijn gelijktijdig uit bedrijf gaan en of dit dan invloed heeft op het aantal gigawatt dat naar land komt. Meegedeeld wordt dat het beter is om de windturbines voor de afschrijvingstermijn al te vervangen. De wettelijke vergunningstermijn is nu 30 jaar maar er wordt gekeken om deze te verhogen naar 40 jaar. De heer Groenewegen (CDA) vraagt naar de mogelijkheden van windturbines op zee. Hij vraagt of het mogelijk zou zijn om alle energie uit windturbines op zee te halen. Meegedeeld wordt dat het moeilijk te zeggen is hoe het hoogspanningsnet zich in de toekomst zal ontwikkelen. Omdat er in de toekomst meer gebruik zal worden gemaakt van elektriciteit als energie zal uitbreiding en aanpassing van de hoogspanningsinfrastructuur zeker nodig zijn op termijn. Voor dit project is dat nog niet het geval. Naar aanleiding van de vraag of het mogelijk is om alle energie uit windturbines op zee te halen wordt meegedeeld dat dit in theorie wel zou kunnen maar in de praktijk niet, omdat de energie dan grootschalig moet worden opgeslagen.
Het is in ieder geval niet de bedoeling dat de gehele Noordzee vol komt te staan met windturbines, omdat er ook ruimte moet blijven voor andere zaken. De heer Mentink (VVD) benadrukt dat er bepaalde perioden zijn dat met name Oostvoorne last heeft van het geluid van de Maasvlakte. Hij vraagt naar het effect als er bijvoorbeeld een 2e verdeelstation bij zou komen. Meegedeeld wordt dat de transformatoren inpandig worden geplaatst dus dit een reductie van het geluid tot gevolg zal hebben. Het punt van laag frequent geluid zal in de vervolgfase mee worden genomen. Een tweede station zal voor de turbines die met name aan de randen van de Maasvlakte staan geen verschil uitmaken. De heer Groenewegen (CDA) vraagt wanneer er meer gebruik gemaakt wordt van wind op zee of er dan minder wind op land hoeft te komen. Meegedeeld wordt dat dit een politieke afweging is en buiten de scope van dit project valt. Wethouder De Graad bedankt de beide heren voor de presentatie en zegt dat wanneer er nog vervolgvragen zijn deze worden nagezonden. De voorzitter sluit dit punt af. 7.
Punten voor een volgende vergadering.
Geen. 8.
Sluiting.
De voorzitter sluit de vergadering om 22.21 uur.
5