11 Beantwoording raadsvraag PVaZ Voet- of Kraagweg
Tekst van het document
BEANTWOORDING VRAGEN Datum vraagstelling
18 november 2021
Vraagsteller
J. Noordermeer (Partij Westvoorne)
Vraag
Tijdens commissie GG & milieu van 8 november heb ik een aantal vragen gesteld over agendapunt 11: Vaststelling omgevingsplan Buitengebied Westvoorne: Veegplan 1, deze zouden volgens toezegging van e wethouder schriftelijk worden beantwoord, behoudens een omissie van mijn kant heb ik deze nog niet ontvangen. Omdat dit agendapunt volgende week op de raadsagenda staat is beantwoording gewenst. Derhalve stel ik de vragen nogmaals via artikel 33. De vragen zijn: 1. Graag van alle aanwezige opstallen, van in totaal 1.175 m2 volgens het stuk, het volgende aangeven: type bouwwerk, oppervlakte, jaartal afgifte bouwvergunning; 2. Is het juist te veronderstellen dat het perceel nu de bestemming wonen heeft en dat er 300 m2 bebouwing en 150 m2 vergunningsvrij kan worden gebouwd onder de voorwaarden van het vigerende omgevingsplan? In totaal dus 450 m2; 3. Is het juist te veronderstellen dat de aanwezige opstallen niet vernieuwd mogen worden indien deze boven een oppervlakte van 450 m2 uitkomen?; 4. Is het juist te veronderstellen dat de opstallen op termijn door veroudering / afbraak zullen tenderen naar een totale oppervlakte van 450 m2?; 5. Is het juist te veronderstellen dat door deze beoogde wijziging van het omgevingsplan er op het perceel twee maal 450 m2 aan bebouwing kan komen, in totaal dus 900 m2? 6.
In het omgevingsplan staat als koers (deze geeft de mogelijke planologisch ruimte aan voor veranderingen van het gebied) van het gebied aangegeven dat: Deze gronden zijn aangewezen voor het gebruik als Jonge zeekleipolders. Dit houdt in dat er ook activiteiten toegestaan kunnen worden waar Hoofdstuk 1 Welke regels gelden bij de huidige activiteit? niet in voorziet. Het kan daarbij zowel gaan om geheel nieuwe activiteiten, maar ook om uitbreiding van de huidige activiteit als hoofdstuk 1 dat niet (in die mate) mogelijk maakt. Voor dergelijke ontwikkelingen dient een omgevingsvergunning voor een bestemmingsplanactiviteit aangevraagd te worden. Daarbij geldt als voorwaarde dat de aanpassing van het gebruik een bijdrage moet leveren aan de Koers van de zone Jonge zeekleipolders, zoals hierna omschreven. Bij het aanvragen van deze omgevingsvergunning voor een bestemmingsplanactiviteit zijn, naast de overige regels uit het plan die in algemene zin van toepassing blijven, de procedure- en beoordelingsregels uit Hoofdstuk 3 Regels voor aanpassen van activiteiten van toepassing. Op basis van de Omgevingsvisie Westvoorne 2030 wordt de koers voor de zone Jonge Zeekleipolders als volgt getypeerd:
Koers In de jonge zeekleipolders wordt ingezet op het behouden en waar mogelijk versterken van het grootschalige en open landschap met grondgebonden agrarische bedrijven (glastuinbouw uitgezonderd) als landschappelijke en functionele drager. De zone biedt ruimte om deze bestaande agrarische bedrijven te laten groeien met aandacht voor de landschappelijke kwaliteit en inpassing. Naast deze voorwaarden, geldt er een absoluut maximum van 2 ha per bedrijfscomplex voor deze agrarische bedrijven. Het grootschalige, planmatige en open landschap wordt doorsneden door slingerende dijken en rechtlijnige polderwegen. Deze vormen gezamenlijk het kralensnoer waar bebouwing langs gesitueerd is. Zo blijft het open landschap optimaal behouden. Gezien het primaat van de agrarische sector in deze zone is nieuwvestiging van andere functies niet toegestaan. Indien het om bestaande functies gaat, is groei in beperkte mate toegestaan voor zover de noodzaak hiervan aangetoond kan worden, sprake is van landschappelijke inpassing en de agrarische sector niet wordt belemmerd in haar ontwikkelingsruimte. Voor ontwikkelingen op recreatief vlak is in ieder geval ruimte. Gezien het agrarische primaat in deze zone, liggen voorzieningen in de vorm van combinatiegebruik bij bestaande functies het meest voor de hand.
Binnen de zone wordt ingezet op behoud en versterking van natuurwaarden, zoals het herstel van kreken en kreekrestanten en de aanleg van ecologische verbindingszones. Hier kan ook aan worden bijgedragen door particuliere initiatieven zoals agrarisch natuurbeheer en natuuraanleg. Als de koers van het gebied agrarisch is, hoe past het toevoegen van een woning hier dan in? 7. In het stuk wordt beoogd het saneren van de bebouwing te vergoeden door het mogen plaatsen van een extra woning, voorheen werden hiervoor de regels gebruikt van de provincie voor het saneren van bedrijven (glastuinbouw), deze hielden in één woning voor 1.000 m2 bedrijfsruimte en één woning per 5.000 m2 kas. Echter deze regeling is niet meer van vigerend omdat de provincie deze heeft vervangen door een kwalitatieve toetsing, waarom wordt er in dit voorstel dan toch gebruikt van gemaakt? Portefeuillehoude r
H.A. de Graad
Sector/Team
GG/VROM
Datum beantwoording
22 november 2021
Antwoord
Allereerst wordt opgemerkt dat op 18 juni 2020 de concept exploitatieovereenkomst per raadsinformatiebrief aan uw gemeenteraad is voorgelegd. In deze raadsinformatiebrief is de ontwikkeling geschetst en is gemotiveerd waarom de voorliggende ontwikkeling wenselijk is. In deze brief is uw gemeenteraad gevraagd eventuele wensen of bedenkingen voor 5 juli 2020 kenbaar te maken. Er zijn geen wensen of bedenkingen ontvangen. Desalniettemin verwijzen wij u graag naar onderstaande beantwoording. 1. Op het perceel zijn de volgende bouwwerken met vergunning aanwezig en/of aanwezig geweest. Code
Omschrijving
Gebruik
Verg. datum
A
Aardappelbewaarplaats 60m2
30-041943
C
Woning
130m2
05-011956 en ouder
B
Landbouwloods
400m2
27-071962
F
Vernieuwen Stal/Berging
96m2
05-011988
D
Lelywoning
135m2
23-011970
De volgende bouwwerken zijn vergunningvrij of voor 1994 opgericht: Cod e
Omschrijving
Gebruik
Afmetin g
Bouwjaa r
Vergvrij ?
E
Kas
Machine s
210
Voor 1994
Voor 1994
G
Overkappinge n
Kippen
24
Voor 1994
Voor 1994
H
Silo
Afval
15
Voor 1994
Voor 1994
I
Kippenhokken
Leeg
27
Voor 1994
Voor 1994
j
Overkappinge n
Opslag stro
200
Voor 1994
Voor 1994
Voor een beeldend overzicht wordt verwezen naar bijlage 1 en 2.Tegen bebouwing voor 1994 opgericht wordt niet handhavend opgetreden.
2. Het perceel bevindt zich momenteel binnen het Omgevingsplan Buitengebied Westvoorne en heeft hierin de bestemming ‘wonen’. Binnen deze bestemming mag 300m2 aan bebouwing worden opgericht. Daarnaast bestaat de mogelijkheid om maximaal 150m2 aan vergunningvrije bebouwing te realiseren. Dit is geregeld in artikel 2 van Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht. Of de oppervlakte van 150m2 in zijn geheel kan worden benut is afhankelijk van de oppervlakte van de oorspronkelijke hoofdwoning en de reeds bestaande bijgebouwen, aanbouwen of overkappingen. 3. Het is niet juist om te veronderstellen dat de aanwezige opstallen niet vernieuwd mogen worden indien deze boven een oppervlakte van 450m2 uitkomen. In het omgevingsplan is een ‘kwalitatieve toets’ opgenomen waarbij het bevoegd gezag bouwwerken die niet passen binnen de bouwregels toe kan staan door bij een omgevingsvergunning af te wijken van die bouwregels. De te doorlopen stappen en voorwaarden kunt u terug vinden onder artikel 133. 4. De bebouwing op het perceel is reeds geruime tijd aanwezig en al langere tijd in onbruik. Het perceel heeft een rommelige uitstraling en zorgt voor verrommeling binnen de jonge zeekleipolders. Gezien de langdurige leegstand en de financiële component om het perceel weer bewoonbaar te krijgen is het niet aannemelijk dat de opstallen op termijn zelf zullen verdwijnen. 5.
De toekenning van een compensatiewoning in ruil voor sanering en een extra kwaliteitsimpuls op het perceel zorgt er inderdaad voor dat twee woningen van 300m2 mogen worden gerealiseerd. Daarnaast is het mogelijk om maximaal 150m2 vergunningvrij per woning te realiseren. 6. Het realiseren van een woning past niet binnen de regels van het nu geldende bestemmingsplan Omgevingsplan Buitengebied Westvoorne. Dit houdt in dat een ruimtelijke procedure moet worden doorlopen. In dit geval is gekozen voor het opstellen van een postzegelplan. Dit houdt in dat de wijziging niet hoeft te voldoen aan de gestelde voorwaarden binnen het omgevingsplan en daarbij dus de geschetste koers, maar getoetst moet worden aan gemeentelijk en provinciaal beleid en moet voldoen aan een goede ruimtelijke ordening. Voor de gemaakte afwegingen wordt verwijzen naar bijlage 3, 4 en 5 bij deze beantwoording. 7. De ruimte-voor-ruimte-regeling zoals wij die van vroeger kennen bestaat niet meer. De mogelijkheid om stedelijke ontwikkelingen te realiseren in het buitengebied is gebaseerd op provinciaal beleid. De afwegingsgronden vanuit het provinciaal beleid zijn terug te vinden in bijlage 4 bij deze beantwoording. Daarbij wordt inderdaad gekeken naar kwaliteitsverbetering. Echter worden de genoemde oppervlaktematen van 1.000 m2 bedrijfsruimte en 5.000 m2 kas nog wel steeds als richtlijn gebruikt.
Zie hiervoor tevens de toelichting bij artikel 6.9 van de Omgevingsverordening Zuid-Holland.