11 Beantwoording raadsvraag PVaZ Voet- of Kraagweg bijl 5
Tekst van het document
INHOUDSOPGAVE HUIDIGE'SITUATIE ANALYSE'ONTWIKKELINGSMOGELIJKHEDEN BELEIDSSTUKKEN $ Provincie Zuid$Holland,4Kwaliteitsimpuls natuur en landschap $ Gebiedsvisie Voorne Putten,4Voorne Putten (her)ontdekt!
3 4 5 6 7
$ Kreken kweken $ Gebiedsprofielen
8 9
NIEUWE'RUIMTELIJKE'ONTWIKKELING ONTWERP'EN'HANDBOEK'KWALITEITSVERBETERING'BUITENGEBIED AANBEVELINGEN'HANDBOEK ONTWERPVARIANTEN $ Huidige situatie
10 11 13 17 18
$ Sloop $ Variant41 $ Variant42 $ Variant43 $ Variant44 $ Variant45 $ Variant46
19 20 21 22 23 24 25
FINANCIËLE'HAALBAARHEID'EINDBEELD
26
EEN'ONTWIKKELING'VAN:
Projectontwikkeling Nieuw0Tonge
2
HUIDIGE' SITUATIE De planloca2e aan de Voet6 of Kraagweg te Rockanje bevindt zich aan beide zijden van de weg. Aan de zuidzijde grenst de loca2e aan het open polderlandschap en aan de noordzijde grenst de planloca2e aan de aldaar gelegen watergang en het in de jaren tach2g van de vorige week aangeplante Annabos. De op de planloca2e aanwezige opstallen verkeren in een desolate staat. Slechts de aldaar aanwezige Lely6bungalow zou na een zeer grondige renova2e weer kunnen voldoen aan de huidige maatstaven. De overige opstallen, waaronder één voormalig woonhuis dienen te worden geamoveerd.
3
ANALYSE ONTWIKKELINGS? MOGELIJKHEDEN Vervolgens hebben wij de planlocatie geanalyseerd en vanuit ruimtelijk, landschappelijk oogpunt bezien of er ontwikkelingskansen liggen op deze locatie en op welke wijze deze gerealiseerd kunnen worden in aansluiting op het door de gemeente en provincie ingezette beleid. Uitgangspunt hierbij is voor ons te allen tijde het creëren van een win?win situatie. Bij het opstellen van de analyse van het plangebied en het bestuderen van de ontwikkelingsmogelijkheden van de locatie kwamen de volgende zaken naar voren: • Er is ter plaatse sprake van een bebouwingscluster in de vorm van lintbebouwing; • De dichte bebossing op het perceel langs de Voet? of Kraagweg aan de zuidzijde belemmerd het zicht op het achterliggende polderlandschap; • De aanwezigheid van het Annabos en de waterpartij hebben een grote impact; • De detonerende opstallen kunnen worden gesloopt en met toepassing van ‘ruimte voor ruimte’ zou er een compensatiewoning gerealiseerd kunnen worden; • Uit historische kaarten blijkt dat de kreek “Den Kromme Ael” door het plangebied liep. Deze voormalige kreek slingerde door het landschap, maar is door de jaren heen teruggebracht tot een rechte watergang.
Het terugbrengen van de oude kreek zou mogelijk zijn daar deze precies over de percelen liep welke tot de planlocatie behoren; • Het waterschap heeft tevens een deel van de watergang tegen het Annabos vergraven en een natte natuurontwikkeling aldaar gerealiseerd. • Voortborduren op de natte natuurontwikkeling van het waterschap is een mogelijkheid; • Het inpassen van een aantal vrijstaande vrijstaande woningen in het bestaande bebouwingslint behoort tot de mogelijkheden. 4
BELEIDSSTUKKEN
Vervolgens is er gezocht in de diverse beleidsstukken van zowel de gemeente als de provincie om te bezien of een ontwikkeling op deze locaCe strookt met het beleid en ten einde aanknopingspunten te vinden welke de basis kunnen vormen voor een ontwikkeling op de locaCe aan de VoetD of Kraagweg. In de diverse (beleids)stukken troffen wij onder andere het navolgende aan:
5
AMBITIEKAART
BELEIDSSTUK
Provincie Zuid,Holland,1 Kwaliteitsimpuls natuur en landschap
De provincie hee4 de meeste natuurgebieden in Zuid>Holland op kaart aangeduid als ‘Natuurnetwerk Nederland’ (NNN, de voormalige ‘Ecologische hoofdstructuur’). Dat biedt via de planologie ruimtelijke bescherming. Meestal gaat het om natuurgebieden die al lange Mjd bestaan, zoals de duinen en de buitendijkse gebieden in de Delta. Maar voor een deel gaat het om landbouwgrond die nog gaat worden omgevormd in natuur. Vanaf 1 januari 2019 moet er meer dan 1.300 hectare worden verworven en ongeveer 3.300 ha worden ingericht als ‘nieuwe natuur’. En de provincie wil dat er nog meer dan 100 kilometer aan ecologische verbindingen bijkomt. De provincie wil deze opgave zoveel mogelijk laten uitwerken en realiseren op regionaal niveau. Daar waar de grondeigenaar dat wil, kan hij met subsidie de gewenste nieuwe natuur zelf realiseren. 6
Hoofdstuk 2, paragraaf 2 Landschap: duidelijk herkenbaar en een belangrijke structuurdrager in het leggen van verbindingen. Geconstateerd dat verbindingen tussen de diverse gebieden ontbreken, maar er liggen kansen om nieuwe verbindingen te realiseren door de inzet van bestande (landschappelijke) structuren. De voormalige kreken, de bestaande dijken, het voormalige tramlijntrace en de oude ves=ngroute tussen Hellevoetsluis en Brielle worden als structuurdragers ingezet voor het leggen van deze verbindingen.
BELEIDSSTUK Gebiedsvisie Voorne Pu.en,0 Voorne Pu.en (her)ontdekt!
Hoofdstuk 2, paragraaf 6 Recrea@e en toerisme. Een belangrijke trekker is de kop van het eiland met de voordelta en de binnenduinrand met het strand, het VoornesBDuin en het Oostvoornse Meer, de binnendelta (het Brielse Meer) en de Bernisse. Deze landschappen worden door het versterken van structuurdragers (o.a. kreken, dijken) met elkaar verbonden en hebben een sterk aantrekkende werking op recreanten. Deze verbindingen nodigen niet alleen uit tot wandelen, fietsen en kanoën, maar ook tot het bezoek en gebruik van voorzieningen. Hoofdstuk 3, paragraaf 2 Niet bang voor verandering. De wereld is en blijE in verandering: ze wordt kleiner, en wat vroeger ver weg was komt steeds dichterbij. VoorneIPuKen is niet bang voor verandering, omdat het eiland weet wat hij wil. Zijn eigen iden@teit en kwaliteit is de basis voor zijn succes en dit zal in de toekomst niet anders zijn. Transi@e is een kans voor groei, mits gelijk@jdig geïnvesteerd wordt in het versterken van de eigen iden@teit: het (agrarisch) landschap, de natuur, de (historische) kernen en steden, de mensen en de voorzieningen. Het versterken van de regionale iden@teit, door voort te bouwen op de kwaliteiten en op de verscheidenheid van het eiland binnen een gezamenlijk ruimtelijk casco, biedt de grootste kans om de poten@es van het veranderend krachtenveld te verzilveren.
Hoofdstuk 3, paragraaf 3 Duurzaamheid komt voort uit echte betrokkenheid. Een stevig ruimtelijk casco gebaseerd op de groenIblauwe kwaliteiten met een breed en aantrekkelijk palet aan woonI, werkI en recrea@emogelijkheden maakt dat VoorneIPuKen, als groene oase gelegen tussen de stad en de delta, ook toekoms@ge genera@es volwaardige bestaansmogelijkheden kan bieden. 7
BELEIDSSTUK
Kreken kweken Doelstelling van het project is de oude kreken op Voorne>Pu@en in ere herstellen. In de afgelopen eeuwen zijn de kreken vrijwel geheel uit beeld verdwenen door inpoldering en het rech@rekken van de kronkelige loop. Door steile oevers te verflauwen ontstaat een meer natuurlijke begroeiing en worden de kreken weer herkenbaar in het landschap. Hiervan profiteren dieren en planten en tegelijkerJjd ontstaat meer ruimte voor waterberging. Daaraan is, met het oog op de klimaatverandering, dringend behoeLe. Doelsoorten zijn onder meer: noordse woelmuis, rietzanger en verschillende soorten libellen. De herstelde kreken bieden ook nieuwe recreaJemogelijkheden: het landschap wordt mooier en dankzij wandelpaden langs de kreken wordt het landschap toegankelijker. 8
BELEIDSSTUK
Gebiedsprofielen De diverse kaarten uit het provinciale gebiedsprofiel beamen onze bevindingen omtrent het bebouwingslint alsmede de aanwezige kreek, welke ook als zodanig staan opgenomen.
9
NIEUWE&RUIMTELIJKE&ONTWIKKELING Wij zijn ons ervan bewust dat er geen specifiek beleid is binnen de gemeente Westvoorne betreffende natuurontwikkelingen en compensaFewoningen. Dit ontslaat echter niemand van de verplichFng om hierover na te denken en het in overweging te nemen indien de gelegenheid zich voordoet, zoals in dit geval. Vanuit&provinciaal&beleid&worden&deze&mogelijkheden&wel& geboden.&Ter&plaatse is&sprake&van&aanpassen.
Paragraaf 2.2 Regels voor ruimtelijke kwaliteit Ar6kel 2.2.1 Ruimtelijke kwaliteit Lid 1 Ruimtelijke kwaliteit bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: ! de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsiden8teit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); ! als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsiden8teit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blij> door: • zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, en • het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het derde lid; ! als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsiden8teit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en 8jd, alsmede
rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, en het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het derde lid. Lid 3 Aanvullende ruimtelijke maatregelen ! De aanvullende ruimtelijke maatregelen kunnen bestaan uit (een combina8e van): • duurzame sanering van leegstaande bebouwing, kassen en/of boomE en sierteelt; • wegnemen van verharding; • toevoegen of herstellen van kenmerkende landschapselementen; • andere maatregelen waardoor de ruimtelijke kwaliteit verbetert. ! De onder a genoemde maatregelen worden in beginsel getroffen binnen hetzelfde plangebied als de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling, tenzij kan worden gemo8veerd dat dat niet mogelijk is. In dat geval kunnen ook ruimtelijke maatregelen elders in de mo8vering inzake ruimtelijke kwaliteit worden betrokken.
10
ONTWERP(EN(HANDBOEK( KWALITEITSVERBETERING(BUITENGEBIED
Aan de hand van de beleidstukken, visies en ambiCes (zowel gemeentelijk als provinciaal) is het plan voortgekomen om ter plaatse een naNe natuurontwikkeling te realiseren in combinaCe met het slopen van de detonerende bebouwing en de realisaCe van een aantal vrijstaande woningen. In de gemeente Westvoorne is het Handboek kwaliteitsverbetering Buitengebied vastgesteld, hetgeen het toetsingskader vormt voor ontwikkelingen in het buitengebied. Dit handboek is onze leidraad geweest bij het opstellen van onze plannen voor de ontwikkelingsmogelijkheden op deze locaCe.
11
ONTWERPRENRHANDBOEKR KWALITEITSVERBETERINGRBUITENGEBIEDR
vervolg
In het kwaliteitshandboek wordt de planloca2e aangeduid als zijnde “Jonge zeekleipolder”. Dit wijkt af van de karakteris2ek in het concept van het kwaliteitshandboek waarin de planloca2e nog wordt aangeduid als zijnde “Zanderijen”. De scheidslijn tussen de twee karakteris2eken is wellicht dan ook niet heel hard. Bij het opstellen van onze planvorming voor de planloca2e hebben wij ons hoofdzakelijk gericht op de karakteris2ek Jonge zeekleipolder, echter zijn er vanzelfsprekend ook raakvlakken met de karakteris2ek Zanderijen. Het kwaliteitshandboek kent ambi2es voor wat betreC de jonge zeekleipolders. Deze geven aan dat ontwikkeling van bestaande en vrijkomende agrarische kavels mogelijk is indien er daarvoor geen agrarisch vervolggebruik is, hetgeen in casu ook het geval is. Voorts wordt de ambi2e uitgesproken om de oevers ter plaatse van het Annabos te verbreden en meer natuurlijk te maken waardoor de kreek beter herkenbaar wordt in het landschap en de natuurwaarde wordt vergroot. Specifiek worden onder andere de navolgende aanbevelingen gedaan: • Behoud en versterk de iden2teit • •
Verbind de natuur Maak het landschap beleeJaar
12
AANBEVELINGEN)HANDBOEK BEHOUD EN VERSTERK DE IDENTITEIT ! Versterk de cultuurhistorische iden;teit Hierbij worden als richtpunten aangegeven: • Het zichtbaar maken van de oude krekenstructuur door middel van het breder en natuurlijker maken van deze kreken als contrast met het agrarisch polderlandschap. • Behoud en herstel van karakterisHeke groene erfsingels ten einde zorg te dragen voor de typische groene eilanden in het open agrarisch gebied. ! Versterk de cultuurhistorische lijnen en elementen Hierbij worden als richtpunten aangegeven: • Respecteer de historische linten, routes, dijken, kreken en watergangen als lange doorgaande lijnen in het landschap • Draag M bijvoorbeeld met zichtlijnen M bij aan het herkenbaar, zichtbaar en beleeNaar maken van cultuurhistorische lijnen en elementen die als oriëntaHepunten in het landschap fungeren ! Herstel en ontwikkel de karakteris;eke groene erfsingels Hierbij worden als richtpunten aangegeven: • Dit is misschien wel de belangrijkste aanbeveling voor de erven onderaan dijken en aan polderwegen in de zeekleipolders! • Zorg alHjd voor een groene brede singel met hoogopgaande beplanHng rond de drie zijden van het erf die niet aan de weg liggen. De erfsingels zorgen voor de typische ‘groene eilanden’ in het open agrarisch gebied.
Ze zorgen voor een ‘menselijke maat’ van de openheid en verbeteren daarmee de leeNaarheid van het landelijk gebied. Bovendien voorkomen ze dat de bebouwing open en bloot in het open landschap van grote afstand zichtbaar is • De erfsingel bestaat uit een rijke variaHe aan inheemse struiken en bomen ! Behoud de openheid
13
! Versterk de landschapsstructuur Hierbij worden als richtpunten aangegeven: • Laat nieuwe ini7a7even aansluiten bij de aanwezige landschappelijke polderstructuur en cultuurhistorische elementen van de verschillende polders. • Kijk of verdwenen landschapsstructuren en >elementen aangrijpingspunten of inspira7e> bronnen kunnen zijn voor nieuwe ontwikkelingen. ! Behoud en versterk het kavelpatroon Hierbij worden als richtpunten aangegeven: • Laat nieuwe ini7a7even aansluiten bij het vaak onregelma7ge en blokvormige kavelpatroon van de oude zeekleipolders dan wel bij het regelma7ge grootschalige verkavelingspatroon van de jonge zeekleipolders. Het verkavelings> patroon varieert per polder, a@ankelijk van het jaar van aandijking, de bodemgesteldheid, waterhuishouding en aanwezige kreken. De verkaveling richt zich vooral naar de ligging en rich7ng van de dijken en wegen of naar voor> malige kreekstructuren. • Scheidt kavels met watergangen, niet met hekwerken. • Laat bij kreekherstel de kreek weer zijn natuurlijke en kronkelende vorm krijgen die zich niets aantrekt van het strakke kavelpatroon , waardoor een sterk contrast ontstaat met het agrarische land. • Gebruik bij andersoor7ge natuurontwikkeling of andere grootschalige ontwikkelingen juist wel het oude kavelpatroon als onderlegger.
! Maak de kreken zichtbaar en herkenbaar Hierbij worden als richtpunten aangegeven: • Geef oude kreekrestanten weer een natuurlijke uitstraling, zoals al gedaan is met een deel van de Strypsche Wetering. • Benadruk het kronkelige patroon van de kreken met natuurlijke (riet)oevers en op beperkte schaal met kleine (wilgen)bosjes en enkele losse bomen. • Creëer extensieve recrea7eve routes langs de kreken, zoals een laarzenpad. ! Maak het slotenpatroon zichtbaar • Herstel oude slotenpatronen in de oude zeekleipolders om de kleinschaligheid te ver> sterken; laat de waterstructuur waar mogelijk aansluiten op de historische verkavelings> structuren van het landschap
14
! Pas gebiedseigen kavelscheidingen toe • De bebouwingslinten met bebouwing en er1eplan4ng vormen een contrast met de openheid van de polder. De er1eplan4ng is van grote landschappelijke waarde en zorgt vanaf de dijken en linten voor een afwisselend open en gesloten beeld • Plaats geen hoge hagen en hekken aan de voorzijde/wegzijde van het erf, maar plaats een lage haag (maximaal een meter hoog). Dat zorgt voor een uitnodigend en gastvrij landschap. Hagen zorgen voor een duidelijke ruimtelijke begrenzing en afscherming van het erf en geven het een groen karakter • Kleed de kavel groen aan, zodat bebouwing niet kaal in het landschap staat, en zorg ervoor dat het erf omkaderd/ingelijst is met beplan4ng. Begrens de voortuinen met hagen en de zijkanten en achterzijde met de karakteris4eke groene erfsingels als natuurlijke begrenzing.
• De er1eplan4ng vormt een integraal onderdeel van het erf en is geen camouflagebeplan4ng! ! Sluit aan bij de karakteris5ek van het lint • polderlinten: rechte polderwegen op maaiJ veld, dwars door de polders • polderlinten: laat voldoende ruimte tussen verschillende erven zodat open doorzichten naar het landschap behouden blijven • erf aan de polderweg: Plaats bebouwing parallel aan de kavelrich4ng (min of meer haaks op de lengterich4ng van de dijk), met de voorzijde (en de voortuin) naar de weg gericht • Houd bebouwing vrijstaand en maak in het hoofdgebouw een tweedeling die verwijst naar de voor de boerderijen in het gebied kenmerkenJ de tweeledige opbouw van woonhuis en schuur • Maak één duidelijke hoofdentree voorzien van een inrijhek • Houd het erf compact en plaats gebouwen geclusterd rond een gemeenschappelijke ruimte op het erf, zodat de hoeveelheid verharding op het erf beperkt wordt • Zorg al4jd voor een brede groene erfsingel met hoog opgaande beplan4ng rond de drie zijden van het erf die niet aan de weg liggen. De erfsingels zorgen voor de typische ‘groene eilanden’ in het open agrarisch gebied. Ze zorgen voor een menselijke maat in de open polders en verbeteren daarmee de lee1aarJ heid. Bovendien voorkomen ze dat de bebouwing open en bloot in het open landschap van grote afstand zichtbaar is 15 15
VERBIND DE NATUUR
! Maak gebiedseigen natuur • Behoud reeds aanwezige natuurwaarden • Ontwikkel natuurtypen die van nature in het gebied thuis horen en de openheid in stand houden, zoals: o kruiden: en faunarijk grasland o voch>g hooiland o zilt: en overstromingsgrasland o veenmosrietland en moerasheide o zoete plas o (riet)moeras
MAAK-HET-LANDSCHAPBELEEFBAAR-
! Draag bij aan doorgaande recrea>eve routes • Maak het landschap recrea>ef toegankelijk voor wandelaars, ruiters en/of fietsers. • Draag bij aan doorgaande recrea>eve routes door de zeekleipolders langs krekenpaden, weides en akkers. ! Ontwikkel het landschap als recreaCeve trekker Behoud de openheid van het gebied en maak (uit)kijkpunten. • Een van de karakteris>eken van de Jonge zeekleipolders is dat de bebouwing bestaat uit boerderijen en burgerwoningen op vierkante erven met soms een stevige opgaande erHeplan>ng. De groene erven liggen als groene eilanden in het landschap en daar waar de erfsingel ontbreekt, gaat dit ten koste van de landschappelijke kwaliteit.
16
ONTWERPVARIANTEN
17
HUIDIGE SITUATIE
18
SLOOP •
Sloop*ca.*1175*m2
19
VARIANT'I • • • •
Sloop'ca.'1175'm2 Bestaande'woning 1'bouwkavel'noordzijde resteert'ca'14'ha'landbouwgrond
20
VARIANT II • • • • •
Sloop+ca.+1175+m2 Bestaande+woning 1+bouwkavel+zuidzijde 1+bouwkavel+noordzijde resteert+ca+14+ha+landbouwgrond
21
VARIANT III • • • • • •
Sloop+ca.+1175+m2 Bestaande+woning 2+bouwkavels+zuidzijde 1+bouwkavel+noordzijde terugbrengen+De+Kromme+Ael resteert+ca+12+ha+landbouwgrond
22
VARIANT'IV • • • • • •
Sloop'ca.'1175'm2 Bestaande'woning 2'bouwkavels'noordzijde 1'bouwkavel'zuidzijde naDe'natuurontwikkeling'noordzijde resteert'ca'12'ha'landbouwgrond
23
VARIANT V • • • • • • •
Sloop+ca.+1175+m2 Bestaande+woning 2+bouwkavels+zuidzijde 2+bouwkavels+noordzijde terugbrengen+De+Krommel Ael naFe+natuurontwikkeling+Noordzijde resteert+ca+10+ha+landbouwgrond
24
VARIANT VI • • • • • • •
Sloop+ca.+1175+m2 Bestaande+woning 3+bouwkavels+zuidzijde 2+bouwkavels+noordzijde terugbrengen+De+Kromme+Ael naGe+natuurontwikkeling+noordzijde resteert+ca+9+ha+landbouwgrond
25
FINANCIËLE) HAALBAARHEID) EINDBEELD
Zoals reeds eerder in dit document is opgemerkt is onze basis het creëren van een winGwin situaHe, maar tevens hebben wij opgemerkt dat de gemeente Westvoorne geen specifiek beleid kent voor natuurontwikkelingen en compensaHewoningen. In onze opHek kan de ontwikkeling van de locaHe aan de VoetG of Kraagweg te Rockanje leiden tot een aanzienlijke ruimtelijke kwaliteitsslag waarmee wel invulling wordt gegeven aan de diverse visies, op zowel gemeentelijk als provinciaal niveau. Het moge duidelijk zijn dat de financiële haalbaarheid een doorslaggevende factor is bij een natuurontwikkeling aan de VoetG of Kraagweg. Deze is enkel mogelijk indien er tevens compensaHemogelijkheden zijn in de vorm van woningbouw. Hierbij is de hoeveelheid aan te realiseren natuur vanzelfsprekend gekoppeld aan de compensaHemogelijkheden Van onze zijde is er in ieder geval de bereidheid om een aanzienlijke investering te doen ten einde het gewenste eindbeeld te kunnen realiseren. Deze investering kan onder andere bestaan uit: • • • • • •
de aanleg van een naRe natuurontwikkeling aan de noordzijde; het terugbrengen van De Kromme Ael in haar oorspronkelijke vorm; sloopkosten plankosten; verwervingskosten; inbreng van een aanzienlijk aantal hectare landbouwgrond.
26