CConstaterende datWestvoorne
Koppel je AI →
Document · PDF

10. Bouwstenen voor een geintegreerd cultuurbeleid (overdrachtsdocument) 13 sept 2022

Gemeenteraad 16 november 2022, gemeente WestvoorneBij agendapunt: Overdrachtsdocument raadsdomein8.906 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bouwstenen voor een geïntegreerd cultuurbeleid

1/26

RAPPORT

Bouwstenen voor een geïntegreerd cultuurbeleid Overdrachtsdocument 13 september 2022 Cor Wijn

GRONDLEGGER VAN VOORUITGANG

Bouwstenen voor een geïntegreerd cultuurbeleid

2/26

Inhoudsopgave HOOFDSTUK 1. ................................................................................................... 4 Introductie ......................................................................................................... 4 HOOFDSTUK 2. ................................................................................................... 5 Inhoud en werkwijze .......................................................................................... 5 HOOFDSTUK 3. ................................................................................................... 6 Bestuurlijke samenvatting .................................................................................. 6 HOOFDSTUK 4. ................................................................................................... 7 Analysekader lokaal cultuurbeleid ...................................................................... 7 4.1

Culturele infrastructuur.......................................................................... 7

4.2

Bepalende factoren ............................................................................... 7

4.3

Analysekader ....................................................................................... 8

HOOFDSTUK 5. ................................................................................................. 10 Overeenkomsten en verschillen tussen de fusiegemeenten .............................. 10 5.1

Veronderstelling ..................................................................................10

5.2

Brielle ................................................................................................10

5.3

Hellevoetsluis ......................................................................................11

5.4

Westvoorne .........................................................................................13

5.5

Bestaande regionale samenwerking........................................................14

5.6

Archiefwerk .........................................................................................14

5.7

Streekomroep .....................................................................................15

5.8

Cultuureducatie ...................................................................................15

5.9

Menselijk kapitaal ................................................................................16

5.10

Cultureel Vastgoed ...............................................................................16

Bouwstenen voor een geïntegreerd cultuurbeleid

5.11

3/26

Conclusies ..........................................................................................17

HOOFDSTUK 6. ................................................................................................. 20 Advies .............................................................................................................. 20 6.1

Prioritering ..........................................................................................20

6.2

Toelichting: cultuurbeleid benutten ........................................................20

6.3

Vervolgstappen....................................................................................21

Bijlage 1.

Financieel overzicht ..............................................................................22

Bijlage 2.

Cultuurlasten per gemeente (CBS, 2018) ................................................23

Bijlage 3.

Exploitatie-opzet Historisch Museum Den Briel (2020) .............................24

Bijlage 4.

Gemeentelijk vastgoed met een cultureel gebruik ....................................25

Bouwstenen voor een geïntegreerd cultuurbeleid

4/26

HOOFDSTUK 1.

Introductie Kunst en cultuur spelen een belangrijke rol in het document Toekomstvisie Voorne aan Zee (2021). In dit visiedocument wordt het beeld geschetst van hoe de nieuwe gemeente wil zijn. Voorzieningen en activiteiten op het terrein van kunst en cultuur maken de gemeente aantrekkelijk, zowel voor inwoners als voor bezoekers. Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne brengen een omvangrijk cultureel verenigingsleven in. De nieuwe gemeente beschikt daarnaast over aantrekkelijk cultureel erfgoed (onroerend en roerend, materieel en immaterieel) op basis waarvan straks de verhalen van stad en regio kunnen worden verteld. Het erfgoed kan zo de basis leggen voor het ontstaan van een nieuwe collectieve identiteit van Voorne aan Zee. Het cultuurbeleid van de drie fuserende gemeenten laat uiteraard verschillen zien wat betreft ambities, doelstellingen en financiële kaders. Ook de omvang en samenstelling van de bestaande culturele infrastructuur van de drie gemeenten verschillen. De gezamenlijke toekomstvisie straalt uit dat de drie fusiepartners de in het verleden opgebouwde verworvenheden willen meenemen naar de nieuwe gemeente en wellicht nog willen versterken en integreren.

Bouwstenen voor een geïntegreerd cultuurbeleid

5/26

HOOFDSTUK 2.

Inhoud en werkwijze

Dit document heeft betrekking op het gemeentelijke beleid met betrekking tot • • •

kunst (actieve en passieve deelname) media en roerend, materieel en immaterieel erfgoed.

Binnen de gemeenten is dit belegd bij eenheden die zich bezig houden met maatschappelijke ontwikkeling en samenlevingszaken. Het terrein van het onroerende erfgoed, ook wel aan te duiden als de ondergrondse en bovengrondse monumenten(zorg) maakt geen deel uit van deze inventarisatie: dit beleidsterrein heeft een sterke vastgoedcomponent en is belegd bij andere organisatorische eenheden binnen de gemeenten.

Wij hebben de overeenkomsten en verschillen in het cultuurbeleid van de drie gemeenten verkend (hoofdstuk 4). Ten behoeve van deze verkenning hanteren wij een analysekader dat is weergegeven in hoofdstuk 3. Daarbij hebben we de bestaande financiële kaders van de fuserende gemeenten in beeld gebracht op het gebied van cultuur en erfgoed (bijlage 1). Op basis hiervan hebben we dit adviesrapport opgesteld, dat dienst kan doen als overdrachtsdocument. Het advies bevat ook een handreiking (bouwstenen) voor toekomstig beleid (hoofdstuk 5). In een afzonderlijk document hebben wij een inventarisatie opgenomen van alle uitgaven voor cultuur in de fusiegemeenten.

Bouwstenen voor een geïntegreerd cultuurbeleid

HOOFDSTUK 3.

Bestuurlijke samenvatting

Het bestaande cultuurbeleid van de drie fusiegemeenten is niet atypisch. Als we het relateren aan het VNG-ringenmodel, dan kunnen we vaststellen dat het beleid van Westvoorne past in het profiel van kleine gemeenten met een kernachtig cultuurbeleid. Brielle onderscheidt zich met zijn cultuurbeleid en maakt duidelijk meer werk van zijn culturele profiel dan andere kleinere gemeenten in Nederland. Het beleid van Hellevoetsluis komt overeen met wat in de regel bij middelgrote gemeenten kan worden aangetroffen: zowel kwantitatief (de uitgaven voor cultuur) als kwalitatief (het voorzieningenniveau). Het verschil in de uitgaven voor cultuur is relatief beperkt. Brielle geeft € 62 per inwoner uit, Hellevoetsluis € 47 en Westvoorne € 20. Voor Voorne aan Zee bedragen de uitgaven na 1 januari as € 45 per inwoner, waarmee de fusiegemeente op een gemiddeld bedrag voor een Nederlandse gemeente uitkomt (zie bijlage 2). In 2019 voerden wij benchmarkonderzoek uit voor de gemeente Brielle. Uit dat onderzoek kwam dat de apparaatskosten van de gemeente voor het taakveld cultuur ruim 4x hoger waren dan bij referentiegemeenten. De verklaring hiervoor is dat het historisch museum in de benchmark bij de apparaatskosten is meegerekend, terwijl bij andere gemeenten een museum meestal een stichting is waarvan de exploitatielasten worden gesubsidieerd.

Voor een meer zuivere vergelijking hebben we nu in het financieel overzicht (bijlage 1) het museum meegeteld in het overzicht van de uitgaven (= subsidies). Dan blijkt dat de cultuuruitgaven van Brielle geen abnormaal beeld geven. Op cultureel gebied zit de meerwaarde van de gemeentelijke fusie vooral in de mogelijkheden tot krachtenbundeling. Op een aantal terreinen is er reeds sprake van krachtenbundeling over

6/26

gemeentegrenzen heen (bibliotheekwerk, lokale omroep, streekarchief), maar er is meer mogelijk. Daarbij is het wel belangrijk om te bewaken dat dit niet ten koste gaat van de lokale betrokkenheid (inzet van vrijwilligers) in de diverse kernen. Kansen voor intensievere samenwerking doen zich voor op de volgende vlakken: a. b. c. d.

erfgoed podia cultuureducatie cultuurparticipatie/sociaal domein.

In de komende periode komt er qua werkzaamheden veel op de fusiegemeenten af. Niet alles kan gelijktijdig worden opgepakt. Daarom adviseren wij om na 1 januari prioriteit te geven aan een tweetal zaken: 1. 2.

Het harmoniseren van subsidieregelingen en bijbehorende prestatie-afspraken; Het starten van een proces dat tot een cultuurnota voor de nieuwe gemeente kan leiden.

Daarna kan werk worden gemaakt van het bevorderen van de samenwerking op het gebied van erfgoed, cultuureducatie en cultuurparticipatie. Hiervoor kan wat meer tijd worden genomen. Het op betrekkelijk korte termijn maken van een nieuwe cultuurnota kan behulpzaam zijn bij het realiseren van drie belangrijke zaken: 1.

2.

3.

Het gezamenlijke verhaal van Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne kan ermee worden versterkt en uitgedragen, zowel naar de eigen inwoners als naar bezoekers van buiten Inwoners en organisaties kunnen bij het maken van het nieuwe cultuurbeleid worden betrokken: dit vergroot de betrokkenheid bij de nieuwe gemeente, zeker na een tijd waarin velen aan huis gekluisterd waren als gevolg van de coronamaatregelen. Met nieuw cultuurbeleid kan de rol van de verschillende culturele organisaties en de manier waarop zij kunnen samenwerken nader worden bepaald.

Bouwstenen voor een geïntegreerd cultuurbeleid

HOOFDSTUK 4.

Analysekader lokaal cultuurbeleid 4.1

Culturele infrastructuur

Om handvatten te bieden voor gemeentelijk cultuurbeleid ontwikkelde de VNG een ringenmodel dat door veel gemeenten wordt gebruikt als richtlijn voor de inrichting van de culturele infrastructuur (zie bijgaande figuur uit 2014). In dit model is een indeling beschreven in drie ‘stappen’: kernachtig gemeentelijk cultuurbeleid, uitgebreid gemeentelijk cultuurbeleid en alomvattend gemeentelijk cultuurbeleid. Het model geeft daarmee een overzicht van de basisinfrastructuur voor gemeenten van verschillende grootte. Het model kan als toetsingskader worden gebruikt voor de culturele infrastructuur en het opsporen van eventuele hiaten of juist de aanwezigheid van extra voorzieningen. NB Het begrip culturele infrastructuur kan worden omschreven als: het geheel van makers en bemiddelaars die culturele uitingen voortbrengen, presenteren, openbaar maken, verspreiden, faciliteren en dergelijke, inclusief de accommodaties en media die het publiek in staat stellen kennis te nemen van die uitingen.

4.2

Bepalende factoren

Het ‘ringenmodel’ is gebaseerd op het feit dat de culturele infrastructuur van gemeenten door een aantal factoren wordt bepaald.1 In volgorde van belangrijkheid: • de financiële armslag: kleine en middelgrote gemeenten moeten hun culturele voorzieningen uit eigen middelen financieren. Rijks- en provinciale middelen zijn er alleen voor culturele voorzieningen

1 Wijn, C. Gemeentelijk cultuurbeleid – een handleiding.

Uitgave van de VNG, Den Haag 2003.

•

•

•

•

7/26

van nationale of regionale betekenis: deze zijn doorgaans in grote steden gevestigd. De algemene uitkering uit het Gemeentefonds is dus bepalend voor de financiële armslag op cultureel gebied. De verdeelmaatstaven van het fonds houden rekening met kosten die samenhangen met de structuurkenmerken van de gemeenten, zoals het aantal inwoners, de sociale structuur en het wel of niet hebben van een centrumfunctie. de beleidshistorie: daar waar vroeger in cultuur is geïnvesteerd (bijvoorbeeld in een museum, schouwburg of bibliotheek), is er nu een basis om op verder te bouwen. de ligging: voorzieningen (op het gebied van zorg, onderwijs et cetera) zijn gekoppeld aan de mate waarin een gemeente een centrumfunctie vervult. De centrumfunctie is per geografische situatie anders van aard: Rotterdam heeft een centrumfunctie voor het hele Rijnmondgebied, Spijkenisse voor het gebied Voorne-Putten. de heersende geloofsovertuiging: uit onderzoek is gebleken dat de uitgaven voor cultuur per hoofd van de bevolking in gemeenten met een streng christelijke signatuur beduidend lager zijn dan in andere gemeenten. het ambitieniveau van de lokale politiek: dit sluit aan bij het vorige punt, maar is breder. Beleidsmakers proberen in toenemende mate cultuur in te zetten ten behoeve van de uitstraling en identiteit van de stad.

Gemeenten met een geringe ambitie zullen niet streven naar een erg divers aanbod, zullen weinig doen om een kunstklimaat te stimuleren, geen actief ruimtelijk beleid voeren en geen culturele clusters of netwerken tot stand willen brengen. Gemeenten die wel ambitieus zijn zullen echter een of meerdere van deze aspecten aangrijpen om aan hun ambitie richting te geven.

Bouwstenen voor een geïntegreerd cultuurbeleid

4.3

Analysekader

De culturele infrastructuur van gemeenten is dus afhankelijk van meerdere factoren. De allerbelangrijkste factor is de algemene uitkering uit het Gemeentefonds waarover de gemeente vrij kan beschikken. Die is vooral afhankelijk van de bevolkingsomvang. Daardoor is er een duidelijk verband tussen de grootte van een gemeente (inwonertal) en de aard en omvang van de culturele infrastructuur. In de VNG-publicatie Gemeentelijk cultuurbeleid – een handleiding worden in globale zin drie niveaus van gemeentelijke culturele infrastructuur te onderscheiden. De ‘grenzen’ tussen deze drie niveaus liggen bij 30.000 en bij 100.000 inwoners. In gemeenten kleiner dan 30.000 inwoners zijn de inspanningen van het stadbestuur doorgaans gericht op een beperkt aantal herkenbare activiteiten en voorzieningen: culturele festivals, zorg voor de openbare ruimte, de monumentenzorg, het archiefwerk, de openbare bibliotheek, de lokale omroep, een zaal waar

8/26

incidenteel voorstellingen en films te zien zijn, een oudheidkamer, cultuur & school en het amateurleven (verenigingen, initiatieven, popcultuur). Deze elementen vormen de ‘harde kern’ van het lokale cultuurbeleid, een kern die in de kleinere steden en in dorpen de hoofdschotel van het cultuurbeleid vormt. Gemeenten tussen de circa 30.000 en 100.000 inwoners kenmerken zich door een cultureel voorzieningenpatroon dat, naast de hiervoor genoemde elementen bestaat uit een kunstencentrum, een natuur- of cultuurhistorisch museum, een multifunctionele podiumkunstaccommodatie en bepaalde voorzieningen op het terrein van de beeldende kunst (een galerie, een tentoonstellingsruimte, soms ateliers). De gemeenten met meer dan 100.000 inwoners kenmerken zich door hun alomvattende cultuurbeleid. Dit houdt in dat zij een cultureel voorzieningenpatroon in stand houden dat tamelijk volledig is.

Bouwstenen voor een geïntegreerd cultuurbeleid

Kenmerkend voor het cultuurbeleid van middelgrote gemeenten (30.000-90.000) is dat er sprake is van een permanente zoektocht naar het bepalen van wat het ambitieniveau is. De exploitatietekorten van voorzieningen zoals een schouwburg, concertzaal, filmhuis, kunstencentrum en lokale omroep zijn vaak zodanig dat het amper mogelijk is om meerdere van dat soort voorzieningen op een goed niveau in stand te houden. Vandaar dat er keuzes moeten worden gemaakt: het ene wel, het andere niet.

9/26

Bouwstenen voor een geïntegreerd cultuurbeleid

HOOFDSTUK 5.

Overeenkomsten en verschillen tussen de fusiegemeenten

gemeenten kleiner dan 30.000 inwoners. Brielle geeft dan ook wat meer aan cultuur uit dan andere kleine gemeenten: € 62,- per inwoner (zie bijlagen 1 en 2). Vooral op het gebied van erfgoed en podiumkunsten heeft Brielle een aanbod dat rijk en divers kan worden genoemd. De Uitvoeringsnotitie uit 2017 richtte zich op vijf doelen: 1.

5.1

Veronderstelling

Hellevoetsluis (40.000+ inwoners.) zou volgens het analysekader een cultuurbeleid moeten voeren dat hoort bij middelgrote gemeenten, Brielle en Westvoorne (beide kleiner dan 30.00 inwoners) zouden een wat wordt genoemd ‘kernachtig’ cultuurbeleid hebben. Deze veronderstelling hebben we nader geanalyseerd.

5.2

Brielle

In Brielle is Uitvoeringsnotitie Kunst en Cultuur van kracht die betrekking heeft op de periode 2018-2022. De notitie vloeide voort uit de Culturele Agenda waarin werd vastgesteld dat Brielle, vergeleken met gemeenten met eenzelfde omvang, niet alleen qua aanbod van festivals en basisvoorzieningen rijk is bedeeld. Brielle heeft ook een uitgebreider pakket aan culturele voorzieningen dan de meeste In 2019 voerden wij benchmarkonderzoek uit voor de gemeente Brielle. Uit dat onderzoek kwam dat de apparaatskosten van de gemeente voor het taakveld cultuur ruim 4x hoger waren dan bij referentiegemeenten. De verklaring hiervoor is dat het historisch museum in de benchmark bij de apparaatskosten is meegerekend, terwijl bij andere gemeenten een museum meestal een stichting is waarvan de exploitatielasten worden gesubsidieerd. Voor een betere (lees: meer zuivere) vergelijking hebben we nu in bijlage 1 het museum meegeteld in het overzicht van de uitgaven (= subsidies). Dan blijkt dat de cultuuruitgaven van Brielle geen abnormaal beeld geven. In bijlage 3 is de exploitatie-opzet van het museum weergegeven.

10/26

2. 3. 4. 5.

(Bestaande en nieuwe) inwoners en ondernemers binden aan Brielle. Inwoners optimaal laten participeren in kunst en cultuur. Cultuureducatie stimuleren. Ouderen en kwetsbare groepen ondersteunen. Bezoekers aantrekken en vasthouden.

Het behoud van zijn cultuurhistorische kwaliteiten is belangrijk voor Brielle. Dat komt tot uiting in de aanwezigheid van het museum, de bijna 400 monumenten en in de podiumprogrammering (zowel in het BRES als op de buitenpodia tijdens festivals als Brielle Blues en het Big band festival). De gemeente zet actief in op de instandhouding en beleving van het gebouwd erfgoed. Monumentale gebouwen in gemeentelijk bezit en de openbare ruimte worden zorgvuldig onderhouden en indien nodig gerestaureerd c.q. heringericht. De verbinding van culturele activiteiten aan cultuurhistorische plekken is kenmerkend voor Brielle en is het waard om te blijven koesteren. Een viertal belangrijke zaken is in het afgelopen decennium gerealiseerd: •

• • •

De integratie annex modernisering van het cultuur- en sporthuis BRES/Dukdalf met onder andere een theaterzaal met 195 stoelen; De filmfaciliteiten in het cultuurhuis; Een stevig accent op het concept van de Bibliotheek-op-School; De versterking van het Historisch Museum als culturele organisatie met een centrale rol in de gemeenschap.

Brielle heeft er in de afgelopen jaren naar gestreefd haar culturele profiel te omarmen en dienstbaar te maken aan haar inwoners en haar bezoekers. Daarbij ligt er een belangrijke link

Bouwstenen voor een geïntegreerd cultuurbeleid

tussen de visie op cultuur en het beleid ten aanzien van het versterken van de binnenstad. De gemeente heeft een aantal organisaties (namelijk die welke professionele krachten in dienst hebben) aangewezen als de dragende organisaties in het culturele leven. Dit is de ‘culturele basisinfrastructuur’ van Brielle. Die structuur bestaat uit het Historisch Museum, de openbare bibliotheek, het streekarchief en de stichting Brielle Kunst en Cultuur met daaraan verbonden een combinatiefunctionaris cultuur. Deze professionele organisaties denken mee over het aantrekkelijk programmeren in en rond de historische binnenstad. In de periode 2018-2022 is een aantal actiepunten uit de Uitvoeringsnotitie helemaal of ten dele gerealiseerd: •

•

•

•

•

De adviescommissie van de Stimuleringsregeling is opgeheven en het budget is overgeheveld naar de Stichting Kunst en Cultuur. Deze tweejaarlijkse pilot is erg succesvol gebleken met CultuurLabavonden, trainingen en een budget voor initiatieven. Het Streekarchief Voorne-Putten heeft het boekje “Een korte geschiedenis van Brielle” uitgebracht. Dit boekje kwam in de plaats van de gewenste cursus Briellekunde die vanwege de corona-maatregelen onuitvoerbaar bleek. Het boekje is verspreid via het welkomstpakket voor nieuwe inwoners. Stichting Kunst en Cultuur Brielle is in 2019 gestart als werkgever voor een combinatiefunctionaris Cultuur. Het cursusaanbod van de Volksuniversiteit Brielle is sinds 2019 opgenomen in het aanbod “Leer en Beleef” van de Bibliotheek Zuid-Hollandse Delta. De Matthäus Passion is beoordeeld als culturele aanwinst voor Brielle en is opgenomen in de structurele subsidiebegroting.

Een relatief recente ontwikkeling is dat er niet meer alleen ‘indoors’ (in het BRES-theater) podiumkunst wordt geprogrammeerd, maar ook ‘outdoors’. Er vindt een buitenprogrammering plaats binnen de Vesting. De Brielsche Aap wordt gebruikt voor evenementen van de

11/26

Stichting Kunst en Cultuur en de bastions ’t Prikkevest en ’t Bleijkersbolwerk zijn beide ingericht voor kleinschalige evenementen (elektra en waterpunt).

5.3

Hellevoetsluis

De laatste cultuurnota van Hellevoetsluis (Meedoen is een kunst) dateert uit 2016 en had betrekking op de periode 2017-2020. In de periode 2010-2014 was er vanwege de Bankencrisis en de decentralisaties in het sociaal domein minder geld naar cultuur gegaan. Met Meedoen is een kunst werd het belang van kunst en cultuur echter opnieuw geaccentueerd. De uitgangspunten van beleid werden daarbij samengevat in vijf V’s: 1. Verbinding 1. Projecten ondersteunen gericht op cultuur in het sociale domein. 2. Samenwerking, samenhang en communicatie bevorderen tussen organisaties. 3. Participatie-avonden in het Cultuurhuis 4. Bevorderen van culturele diversiteit. 2. Verjonging • Voortzetting van het programma Cultuureducatie met Kwaliteit. • Continuering van het programma Erfgoed met Klasse(n). • Onderzoeken meer mogelijkheden, projecten en initiatieven op het gebied van cultuur voor jongeren. • Onderzoeken van de mogelijkheid tot deelname aan het Jeugdcultuurfonds. 3. Verbreding • Ondersteunen van amateurverenigingen bij aanvragen op het gebied van educatie en participatie. • Ondersteunen van initiatieven die leiden tot cultuurparticipatie. • Initiëren van de tweejaarlijkse Johan Veenstra Cultuurprijs in Hellevoetsluis. 4. Versterking • Stimuleren van het benutten van de lokale kennis van erfgoed en cultuur • Voltooien van de vesting.

Bouwstenen voor een geïntegreerd cultuurbeleid

• Ondersteunen van de instellingen wat betreft het vergroten van het publieksbereik. • Onderzoeken van de mogelijkheid voor een stadsmuseum in het Droogdok Jan Blanken. • Onderzoeken of Museumschip De Buffel een permanente plek kan krijgen. • Zoeken van externe fondsen om het cultureel erfgoed in goede staat te houden. • Bij verkoop van monumenten meewegen dat hergebruik moet leiden tot meer levendigheid. • Zoeken naar samenwerking met de buurgemeenten om het cultureel gebied te versterken. • Onderzoeken van deelname aan de Schepencaroussel. 5. Vernieuwing • Ondersteunen cultuurhuis-concept en stimulering verregaande samenwerking uitmondend in één organisatie.2 • Stimuleren van het Cultuurhuis als spin in het web van het culturele leven van Hellevoetsluis. • Ondersteunen de Stichting Promotie Hellevoetsluis • Inzetten van de ambassadeurs van Hellevoetsluis. • Inwoners en jongeren raadplegen over culturele projecten en ontwikkelingen • Cultureel ondernemerschap stimuleren, faciliteren en ondersteunen. De uitgaven voor cultuur van Hellevoetsluis bedragen € 47,- per inwoner (zie bijlagen 1 en 2). Dat is ruim twee maal zo veel als Westvoorne aan cultuur uitgeeft, maar minder dan Brielle. Dit wil niet zeggen dat Hellevoetsluis aan cultuur minder waarde hecht.

Ondanks de bezuinigingen in het vorige decennium en het accent op ondernemerschap ziet de gemeente cultuur onverkort als een belangrijke pijler voor de stad. Kijken we naar de cultuuruitgaven van andere

2 Beoogd werd het samenbrengen in het gebouw De

Nieuwe Veste van: het theater, de muziekschool

12/26

gemeenten in Nederland (zie bijlage 2) dan zijn die van Hellevoetsluis aan te merken als gemiddeld. In § 4.11 gaan we nader in op de verschillen tussen de fusiepartners. De culturele organisaties die het meeste subsidie ontvangen in Hellevoetsluis zijn de openbare bibliotheek en het theater De Twee Hondjes en de Stichting Droogdok Jan Blanken.3 Ook zijn er in Hellevoetsluis enkele grote evenementen (vestingdagen, zaterdagavondconcerten) waaraan de gemeente substantieel bijdraagt. De gemeente Hellevoetsluis fungeert naast subsidiërende partij ook als aanjager en samenwerkingspartner binnen de culturele sector. Initiatieven als de vorming van cultuurhuis Nieuwe Veste en Fortresse Holland (zie hierna) worden geïnitieerd en begeleid door de gemeente. Het stimuleren van de verbinding tussen cultuur en het sociaal domein neemt de gemeente actief op zich en werkt samen met sociale partners als Push, SBO etc. Ook de organisatie van een aantal culturele en erfgoedevenementen met als doelstelling cultuurparticipatie wordt vanuit de gemeente of met de gemeente als partner gedaan. Daarbij staat altijd de samenwerking met lokale en regionale partijen voorop.

De gemeente ondersteunt en faciliteert cultuureducatie door deelname aan CMK 3 en door actieve ondersteuning en facilitering van de gemeente aan de ontwikkeling van het programma Muziek op School door lokale partners en Bibliotheek Zuid Hollandse Delta (en met steun van Meer Muziek in de Klas). Erfgoededucatie (zie § 4.8) wordt vanuit de gemeente georganiseerd in het programma Erfgoed met Klasse(n). Volwasseneneducatie en -participatie wordt behalve vanuit de Bibliotheek ZHD ook via projecten in samenwerking met de buurkamers/centra gedaan. De gemeente steunt voorts lokale makers en de partners in het cultuurhuis bij projecten ten behoeve van talentontwikkeling en cultuurparticipatie door jongeren.

Voorne, de bibliotheek, Leer en Beleef (voorheen de volksuniversiteit) en omroep Voorne. 3 De zaal van het theater telt 198 zitplaatsen.

Bouwstenen voor een geïntegreerd cultuurbeleid

In 2017 werd het plan Saluut! Marinekwartier Hellevoetsluis gelanceerd. Het Droogdok Jan Blanken, Ramtorenschip Buffel en het Stadsmuseum Hellevoetsluis gaven aan de krachten te willen bundelen om van het gebied rondom het droogdok en de museumhaven een museaal themapark te maken voor een breed publiek. Dit themapark wil verhalen vertellen over de rijke maritieme geschiedenis van de vestingstad Hellevoetsluis. In 2019 is een gezamenlijk ondernemingsplan opgesteld (Fortresse Holland, Marinekwartier Hellevoetsluis) en is een huisvestings- en inrichtingsplan vervaardigd (voor de loods bij het droogdok, voor het marineschip de Buffel en voor het buitengebied rondom dok en museumhaven).4 Het plan laat zien dat in de komende jaren een structurele subsidie van ruim € 300.000,- nodig zal zijn (indexatie buiten beschouwing gelaten) en dat er daarnaast door gemeente, publieke en private fondsen en door overheden voor een kleine € 1,5 miljoen geïnvesteerd moet worden in projecten, zoals het maken van een museale presentatieruimte, het herinrichten van ruimten en het overkappen van de ruimte rond de Buffel. Bij de planontwikkeling is de gemeente overigens nauw betrokken. In februari 2022 doneerde de VriendenLoterij € 380.000,- aan Museum Fortresse Holland. Het bedrag zorgt ervoor dat de bouw- en inrichtingsprojecten van het museum waarschijnlijk versneld kunnen worden gerealiseerd.

5.4

Westvoorne

Het kunst- en cultuurbeleid 2018-2022 van Westvoorne is indertijd inhoudelijk afgestemd met het beleid van Hellevoetsluis. Westvoorne ondersteunt diverse initiatieven op het gebied van cultuur. Via het Cultuurcafé, een informeel overleg tussen de gemeente en de culturele verenigingen, vond voor de coronatijd twee maal per jaar afstemmingsoverleg plaats.

13/26

Bij Westvoorne kan worden verwacht dat er sprake is van wat wordt genoemd een ‘kernachtig cultuurbeleid’ (i.e. beleid voor een schaal tot circa 30.000 inwoners). Dit is inderdaad het geval. Westvoorne geeft relatief weinig uit aan cultuur: € 21,- per inwoner (zie bijlage 1). De gemeente valt daarmee in de laagste CBS-categorie wat betreft uitgaven voor cultuur (zie bijlage 2). De voorziening die het meeste subsidie ontvangt is de openbare bibliotheek, gevolgd door de Stichting Culturele Evenementen Oostvoorne (Cultevo) en de muziekschool. De ondersteuning aan de bibliotheek en aan het Mediaplatform VoornePutten (Linq media) vloeit voort uit wettelijke taken die de gemeenten hebben.5 Passend bij het beeld van de culturele activiteiten in kleinere gemeenten is dat er sprake is van een aanzienlijk aantal festivals en evenementen die de culture identiteit van de kernen van Westvoorne bepalen (zoals de Bosen Burchtfair, de Jacoba van Beierendag, de Burchtfeesten, het Buiytenlustfestival, de Kerstfair, de Lampionoptocht, de Zomermarkt, de Music Night, de Nationale Bunkerdag, de Duin- en Bunkertour, Voorne in Stelling, het Ringsteken, de Winterfair en Koningsdagactiviteiten in de diverse kernen). Rockanje Live en het Zomerfeest in Tinte trekken elk jaar veel bezoekers, ook van buiten de gemeente. Een bijzondere historische plek midden in het dorp Oostvoorne is de Burcht van Voorne.

Deze ruïne kan worden bezichtigd en wordt voor enkele van de evenementen benut. Een belangrijke motor achter diverse culturele activiteiten is de vorengenoemde stichting Cultevo. Westvoorne heeft een rijk verenigingsleven met veel vrijwilligers. In Oostvoorne staat de kleinste molen van het eiland en liggen veel bunkers uit de Tweede Wereldoorlog. Daarnaast is er in de dorpskern een gemeentelijke accommodatie genaamd De Man, met een met een vlakke vloer en een uitschuifbare tribune voor 200

4 Stadsmuseum en Droogdok zijn inmiddels gefuseerd

5 Voortvloeiend uit respectievelijk de Mediawet en de

tot Stichting Fortressse Holland, De Buffel is buiten de formele fusie gebleven om praktische redenen.

Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (Wsob)

Bouwstenen voor een geïntegreerd cultuurbeleid

bezoekers. Deze zaal wordt naast een podiumfunctie vooral gebruikt door het verenigingsleven. De Volksuniversiteit geeft er cursussen, scholen voeren eindmusicals op en hij wordt veel gebruikt als vergaderzaal. Voor Westvoorne is het belangrijk om de laagdrempelige voorziening die de bibliotheek is – als onderdeel van de Bibliotheek ZuidHollandse Delta – te behouden en de levendigheid te koesteren die het gevolg is van het bloeiende amateurleven en de vele evenementen. 6 De gemeente subsidieert in Rockanje de Historische Vereniging Westelijk Voorne en het door hen - met vele vrijwilligers - gerunde openluchtmuseum De Duinhuisjes. In Oostvoorne wordt de oudheidkamer gesubsidieerd welke is gevestigd in een winkelpand aan het Kerkplein. Hier worden lokaal gemaakte en gebruikte objecten getoond om een indruk te geven van het eigene van de lokale gemeenschap en de geschiedenis.7 De gemeenteraad heeft via een motie opgeroepen om een regionaal opererend museaal platform op te zetten, waar de oudheidkamer onderdeel van kan zijn. Zo kan op meerdere plekken en op diverse manieren op heel Voorne aandacht worden besteed aan cultuurhistorie.8 In 2021 heeft hierover een eerste overleg plaatsgehad met Brielle en Hellevoetsluis, maar het platform is nog niet tot wasdom gekomen. In het kader van de fusie kan worden onderzocht hoe zo’n platform een bestendige basis zou kunnen krijgen.

Ook de behoefte van het streekarchief aan mogelijkheden om in de verschillende kernen te exposeren kan hierin meegenomen worden.

5.5

14/26

Bestaande regionale samenwerking

In 2009 werd op initiatief van Hellevoetsluis het programma Voorne in Alle Staten ontwikkeld. Het programma bestond uit diverse projecten die samen de basis hebben gelegd voor een regionaal netwerk waardoor veel activiteiten op Voorne hebben plaatsgevonden. De Canon van Voorne Putten en de Juniorcanon van Voorne zijn beide ontwikkeld in samenwerking met het Streekarchief en vormden de ruggengraat van het programma. Hieraan verbonden zijn verschillende (erfgoed)projecten in en met de gemeenten Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne gerealiseerd. Voorbeelden hiervan zijn cultuurparticipatieprojecten zoals Hellevoetsluis: Vestingcode en Brielle achter de Voordeur (tien jaar lang uitgevoerd in Hellevoetsluis en tot de coronatijd ook in Brielle) en erfgoedprojecten zoals Voorne in Stelling (activiteiten rond het militair erfgoed in Hellevoetsluis, Brielle en Westvoorne, al tien jaar lang op de zaterdag voor Pinksteren). De regionale projecten zijn in het afgelopen decennium geslaagd dankzij een vruchtbare ambtelijke samenwerking en doordat belangrijke partners (zoals de onderwijs-koepels, Bibliotheek ZHD, Streekarchief en partners uit het sociaal domein) al bovenlokaal werkten. Daarnaast zijn de theaters in Brielle en Hellevoetsluis al geruime tijd bezig de programmering op elkaar af te stemmen en de marketing en pr gezamenlijk te doen.

Ook cultuureducatie wordt sinds jaar en dag regionaal vormgegeven. Hierop gaan we in § 4.8 in.

5.6

Archiefwerk

Het in Brielle gevestigde Streekarchief VoornePutten is de verzamelplaats voor de archieven van de gemeenten Brielle, Hellevoetsluis, Westvoorne en ook Nissewaard. Het archief is

6 De bibliotheek heeft in 4 gemeenten 7 vestigingen

7 De oudheidkamer is twee dagdelen per week

(in Brielle, Hellevoetsluis, Oostvoorne, Ouddorp, Oude-Tonge, Middelharnis en Rockanje) met daarnaast 41 bibliotheken in basisscholen.

geopend en in de wintermaanden gesloten. De getoonde objecten zijn in bruikleen van Historisch Museum Brielle.

Bouwstenen voor een geïntegreerd cultuurbeleid

gebaseerd op een gemeenschappelijke regeling waarmee de gezamenlijke wens van de betrokken gemeenten tot uiting wordt gebracht om het culturele erfgoed - overgegeven in geschreven, gedrukte en getekende vorm en via diverse beeld- en geluidsdragers - op een deskundige wijze te beheren conform de vereisten van de Archiefwet. Het bestuur van de gemeenschappelijke regeling bestaat uit personen aangewezen door de participerende gemeentebesturen. Aan het archief zijn 4,6 formatieplaatsen verbonden. Daarnaast zijn er vrijwilligers werkzaam. De gemeenten hebben onderling een verdeelsleutel afgesproken voor het dekken van de exploitatielasten. Het archief beheert niet alleen documenten van de aangesloten gemeenten, maar ook particuliere archieven zoals van kerkgenootschappen, bedrijven, verenigingen en families. Het Streekarchief is zodoende de aangewezen plek voor alle inwoners van Voorne-Putten met vragen over de lokale geschiedenis.

5.7

Streekomroep

LINQ Media is de streekomroep voor Brielle, Hellevoetsluis, Westvoorne en ook Nissewaard. De zender is begonnen met uitzenden op 1 januari 2016. LINQ verzorgt de nieuwsvoorziening voor de inwoners van VoornePutten door middel van televisie, radio en de online kanalen. LINQ Media opereert onder de vlag van Stichting Media Platform Voorne-

9 Bron: J. Bussemaker (2013). Adviesaanvraag

voorzieningen actieve cultuurparticipatie

15/26

Putten, die de zendmachtiging in 2015 verleend kreeg. Gemeenten krijgen vanuit het Gemeentefonds een basissubsidie van € 1,34 per huishouden voor de lokale omroep.

5.8

Cultuureducatie

Cultuureducatie is een aandachtsgebied dat in alle Nederlandse gemeenten en dus ook in Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne relevant is. Daarom is het ook niet verbazingwekkend dat op dit vlak (regionale) samenwerking al geruime tijd aan de orde is. Cultuureducatie is een breed begrip: het bestaat in diverse soorten en maten: passief en actief, binnen- en buitenschools, gericht op kunst, erfgoed en media. Actieve cultuurparticipatie heeft betrekking op alle kunstzinnige of erfgoedactiviteiten die door een amateurs of vrijwilligers, kinderen of volwassenen in de vrije tijd worden uitgevoerd: van creatief schrijven tot amateurarcheologie en van muziekles tot community arts. Actieve cultuurparticipatie wordt onderscheiden van ‘passieve’ cultuurparticipatie. Bij dat laatste gaat het om het bezoeken van voorstellingen en uitvoeringen, van tentoonstellingen in musea en galeries en van monumenten; het lezen van literatuur; naar de film gaan of televisie kijken et cetera.9

Bouwstenen voor een geïntegreerd cultuurbeleid

Actieve cultuureducatie vindt plaats binnen de school en er buiten (via lessen in de vrije tijd). Het binnenschoolse aanbod is vooral gericht op het primair onderwijs: er wordt les gegeven in kunst, erfgoed en media(gebruik). Cultuureducatie op school wordt in Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne gerealiseerd in samenspraak met Onderwijsgroep EduMare, hét samenwerkingsbestuur voor primair onderwijs op Voorne-Putten en Rozenburg.10 De provinciale kennisinstelling Kunstgebouw ondersteunt het lokale beleid. Voor erfgoededucatie geldt dat dat dit in de ene gemeente verder is ontwikkeld dan in de andere: Westvoorne doet daar nog niets aan en Brielle en Hellevoetsluis vullen dit elk op een eigen manier in. Daarnaast is er vanuit de Erfgoedwet tegenwoordig de plicht om iets aan educatie over archeologie te doen, maar daaraan ontbreekt het nog grotendeels. Al tien jaar wordt er vanuit het rijk geld geïnvesteerd in cultuureducatie. Het landelijke programma Cultuureducatie-met-Kwaliteit (uitgevoerd door het Fonds Cultuurparticipatie) zit inmiddels in zijn derde fase. Voor Voorne is de Stichting Kunst en Cultuur Brielle hiervoor de penvoerder.

Het beleid heeft als centrale doelstelling: “Het duurzaam versterken van de kwaliteit van de cultuureducatie mede door middel van intensieve samenwerking tussen onderwijs en de culturele sector.” Daarbij dient speciale aandacht te zijn voor het vergroten van de kansengelijkheid voor leerlingen. De samenwerking moet gestoeld zijn op een onderwijskundige visie op cultuureducatie en dient de culturele ontwikkeling van het kind centraal te stellen.

5.9

Menselijk kapitaal

Voor de drie gemeenten geldt dat er ten behoeve van het culturele leven de nodige betaalde inzet wordt gepleegd, maar ook veel onbetaald werk wordt gedaan. Betaalde inzet komt van de beleidsmatig georiënteerde medewerkers cultuur op de gemeentehuizen (Brielle: 0,6 fte;

10 Binnen EduMare werken 28 basisscholen, één

school voor speciaal basisonderwijs en één school

16/26

Hellevoetsluis: 2,7 fte; Westvoorne 0,2 fte) en bij de culturele organisaties. Onbetaalde bijdragen zijn er van de talloze vrijwilligers die op allerlei plekken in de sector actief zijn. Binnen de gemeenten zijn het niet alleen de beleidsadviseurs die zich inzetten. Daarnaast is er ook de inzet van stadsmarketeers, de beheerders van monumenten, van onderhoudsen restauratie-medewerkers, van vergunningverleners, van toezichthouders tijdens festivals en van de mensen van de reiniging. Deze inzet laat zich niet kwantificeren, maar allen leveren een onmisbare bijdrage aan het open houden van culturele gebouwen en het laten plaatsvinden van activiteiten. Dit is het menselijke kapitaal waarop het culturele leven op lokaal niveau draait.

5.10

Cultureel Vastgoed

De fusiegemeenten hebben alle drie cultureel vastgoed in bezit. In bijlage 4 is een overzicht opgenomen. Cultureel vastgoed wijkt af van ander gemeentelijk vastgoed omdat culturele gebouwen veelal incourant zijn, dat wil zeggen dat ze niet voor andere functies te gebruiken zijn. Verder blijkt vaak dat cultureel vastgoed een grote invloed heeft op de grondwaarde in de omgeving. Een andere bijzonderheid betreft het type gebruiker: de culturele wereld bestaat uit relatief kleine, unieke organisaties. Er is daardoor vaak een één-op-één relatie tussen gebruiker en gebouw. De gemeente kan dus niet zomaar switchen naar een andere exploitant. Tot slot is opvallend dat bij nieuwbouw de kapitaallasten vaak zo hoog zijn dat de kostendekkende huur hoger uitvalt dan een marktconforme huur. De meeste gemeenten in Nederland hanteren voor culturele gebouwen tegenwoordig een systeem van kostprijsdekkende huur. Hiermee dekt de gemeente de kapitaallasten, overhead en overige eigenaarslasten. Vaak kan een culturele instelling deze huur niet uit eigen inkomsten opbrengen. Er is dan subsidie nodig om de huur

voor speciaal (voortgezet) onderwijs met elkaar samen.

Bouwstenen voor een geïntegreerd cultuurbeleid

te kunnen betalen. Van de fusiegemeenten hanteert Hellevoetsluis het systeem van kostprijsdekkende huur. Zo is inzichtelijk wat de daadwerkelijke kosten zijn. Brielle en Westvoorne doen dit (nog) niet.

5.11

Conclusies

Relateren we het cultuurbeleid van Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne aan het VNGringenmodel, dan kunnen we vaststellen dat het beleid van Westvoorne past in het profiel van kleine gemeenten met een kernachtig cultuurbeleid. Brielle onderscheidt zich met zijn cultuurbeleid en maakt duidelijk meer werk van zijn culturele profiel dan andere kleinere gemeenten. Dit komt onder meer tot uiting in het in stand houden van het Historisch Museum Den Briel en het BREStheater en in de diverse historische evenementen. Het beleid van Hellevoetsluis komt overeen met wat in de regel bij middelgrote gemeenten kan worden aangetroffen: zowel kwantitatief (de uitgaven voor cultuur) als kwalitatief (het voorzieningenniveau). De Bibliotheek Zuid-Hollandse Delta is in alle drie gemeenten actief, niet alleen vanuit de eigen vestiging maar ook via het concept van de Bibliotheek-op-School dat op bijna alle basisscholen is gerealiseerd. De bibliotheek is daarmee een belangrijke verbindende schakel tussen de fusiegemeenten. In Westvoorne en Hellevoetsluis is de bibliotheek de instelling die het meeste financiële ondersteuning ontvangt. In Brielle is dat het Historisch Museum. In het financiële overzicht (bijlage 1) zijn overigens alleen de exploitatielasten van het museum (dat onderdeel uitmaakt van de gemeente) meegenomen.

De kapitaallasten en de huisvestingslasten van de drie rijksmonumenten waarin het museum zit (vm. stadhuis, gevangenis en waag: alle drie in eigendom van

11 De totale kosten van het museum binnen de

begroting van Brielle bedragen volgens onderzoek uit 2020 ca. € 708.000. De huisvestingslasten bedroegen toen € 260.000 en de rente en afschrijvingen € 76.000. Als we deze posten in mindering brengen op

17/26

de gemeente) hebben we buiten beschouwing gelaten.11 Op cultureel gebied zit de meerwaarde van de gemeentelijke fusie vooral in de mogelijkheden tot krachtenbundeling. Op een aantal terreinen is er reeds sprake van krachtenbundeling over gemeentegrenzen heen (bibliotheekwerk, lokale omroep, streekarchief), maar er is meer mogelijk. Daarbij is het wel belangrijk om te bewaken dat dit niet ten koste gaat van de lokale betrokkenheid (inzet van vrijwilligers) in de diverse kernen. Kansen voor intensievere samenwerking doen zich voor op de volgende vlakken: a. b. c. d.

erfgoed podia cultuureducatie cultuurparticipatie/sociaal domein

a. Erfgoed Brielle en Hellevoetsluis vinden elkaar in het accent dat wordt gelegd op het cultureel erfgoed. Met de ontwikkeling van het themapark Fortresse Holland zet Hellevoetsluis een belangrijke stap in het koesteren van het eigen culturele erfgoed en het benutten van de historie voor het boeien van zowel de eigen inwoners als de bezoekers van buiten. Het initiatief draagt alles in zich om uit te groeien tot een interessante tegenhanger van het historisch museum in Brielle. Het thema van Fortresse Holland is de marinestad in de 19e eeuw. Immers: zowel de Buffel als Droogdok Jan Blanken stammen uit de 19e eeuw en getuigen van het marineverleden van Hellevoetsluis. Bovendien is in de loods van Droogdok Jan Blanken een topcollectie te zien van 19e-eeuwse maquettes en modellen van de vesting, de marinewerf en het droogdok (bruiklenen van het Rijksmuseum). Het centrale thema van Historisch Museum Den Briel ligt eerder in de geschiedenis en betreft de Tachtigjarige Oorlog. De beide musea kunnen prima complementair

de totale kosten resteert een exploitatielast van ca. € 372.500 (voor personeel, programmering, collectiebeheer, organisatie en marketing). Dit is het bedrag dat is verwerkt in het financieel overzicht (bijlage 1).

Bouwstenen voor een geïntegreerd cultuurbeleid

aan elkaar functioneren en in de markt gezet worden, mogelijk in samenhang met het regionaal archief en de oudheidkamer in Oostvoorne (via het nader te onderzoeken museale platform). De ervaringen uit het programma Voorne in Alle Staten bewijzen dat de gedeelde cultuurhistorie en het gevarieerde erfgoed prima uitgangspunten vormen voor vruchtbare samenwerking. Het verbrede cultuuraanbod dat na de fusie zal ontstaan betekent een verrijking voor de nieuwe gemeente. In dat kader is het de moeite waard om ook de haalbaarheid van een regionaal opererend museaal platform (zie ook § 5.4) te verkennen. Het vraagstuk van de behoefte aan meer expositieruimte in de kernen kan hier ook bij worden betrokken. Ook de mogelijkheden tot het intensiveren van de samenwerking van Historisch Museum Den Briel met het Streekarchief Voorne-Putten zijn de moeite waard om nader te onderzoeken. Op diverse plekken zijn interessante voorbeelden te vinden van crossovers tussen de dienstverlening die archieven bieden en museale functies die worden behartigd (verzamelen, behouden, onderzoeken, presenteren, documenteren et cetera). Ad b. Podia Voor de podia met een actieve programmering (De Twee Hondjes en het BRES-theater) geldt dat er al enkele jaren een actieve samenwerking bestaat wat betreft de planning van voorstellingen en de marketing.

Mogelijk kan deze samenwerking verder worden geïntensiveerd richting (nog meer) gezamenlijke inkoop en het delen van schaars wordend personeel. De Man in Oostvoorne kent geen professionele programmering en zal niet direct bij de samenwerking betrokken hoeven te worden. Ad c. Cultuureducatie In het kader van Cultuureducatie-met Kwaliteit fase 3 staan de scholen en de fusiegemeenten in de komende periode voor de uitdaging om het gehele palet aan cultuureducatie op de scholen aan bod te laten komen en daarnaast een sterk Voorne-breed muziekeducatie-programma te ontwikkelen.

18/26

Het initiatief voor deze doorontwikkeling ligt bij de scholen (zij beschikken over budget hiervoor), maar de fusiegemeente kan dit proces na 1 januari ondersteunen. Daar Kunstgebouw zijn actieve aanbod in 2023 gaat afbouwen ontstaat er een organisatorisch ‘gat’. Het is zaak dat voor de situatie na 1 januari 2023 wordt bedacht hoe de verworvenheden van het cultuureducatiebeleid van de afgelopen jaren behouden en verder uitgebouwd kunnen worden. Hiertoe is het van belang om zowel de kracht van Bibliotheek ZHD (en het programma Muziek met Klasse(n)) te benutten, als de kracht van de culturele commissie primair onderwijs (CCPO) die is verbonden aan de Stichting Kunst en Cultuur Brielle. De nieuwe gemeente kan in overleg met deze organisaties komen tot een vernieuwde, geharmoniseerde aanpak, afgestemd op de behoefte van alle scholen in Voorne aan Zee. Met een Voorne-breed programma zullen meer scholen van meer activiteiten gebruik kunnen maken. Daarbij kunnen scholen en lokale aanbieders worden ontzorgd in de organisatie. Ad d. Cultuurparticipatie Cultuur kan een goed instrument zijn om in het sociaal domein waardevolle doelen te bereiken. De culturele en andere organisaties in de fusiegemeenten kunnen op dit vlak kennis uitwisselen, de krachten bundelen en nieuwe initiatieven ontplooien. Drie invalshoeken kunnen van betekenis zijn. 1. Zelfregie en zelfontplooiing.

Door deelname aan cultuur komen jongeren en ouderen in hun kracht, worden ze geactiveerd en ontwikkelen ze vaardigheden en competenties. Door ontmoeting en samenwerking worden groepen, netwerken en gemeenschappen versterkt. Kunstdeelname kan jong en oud de sleutel geven om op een aantal terreinen meer macht over het eigen leven te krijgen. Kunstdeelname geeft altijd zelfvertrouwen, het biedt de gelegenheid om jezelf te ontplooien, want het laat iedereen over de eigen grenzen en beperkingen heen kijken. 2. Preventie. Juist het deelnemen aan cultuur kan individuen of groepen burgers zodanig versterken dat zwaardere zorg of andere

Bouwstenen voor een geïntegreerd cultuurbeleid

problemen uitgesteld of voorkomen worden. Waar je als mens kunt meedoen, gezien en gewaardeerd wordt, is er minder consumptie van zorg. Of het nu gaat om mensen die bewegen, met hun moestuin bezig zijn of met kunst. Het leidt ertoe dat jongeren en ouderen zich prettiger en gezonder voelen en dus minder zorg consumeren. Er is een positieve impact van cultuurparticipatie op vitaliteit, gezondheid en welbevinden van jong en oud. 3. Zingeving. Alles wat met kunst te maken heeft draait om zingeving. Mensen kunnen zich uitdrukken via kunst en anderen kunnen daar kennis van nemen. Zingeving is tevens een van de basisthema’s als je kijkt naar de vraagstukken in het sociaal domein. Hoe gaan mensen om met hun achterstand of isolement? Hoe gaan ze om met het gegeven dat ze hun fysieke of mentale dromen niet kunnen realiseren? Zowel jongeren als ouderen hebben behoefte aan gezien en gewaardeerd worden, hoe minimaal ook. Dan praten we over zingeving en daar kan kunst een enorm belangrijke rol spelen. In de afgelopen jaren zijn in de fusiegemeenten al initiatieven ontplooid om cultuur meer in het sociaal domein in te zetten. Als nieuw cultuurbeleid wordt gemaakt (zie hoofdstuk 5) kan hier hernieuwde aandacht naar uitgaan. Tot slot

Harmonisatie van beleid zal vooral nodig zijn voor het cultuureducatiebeleid (zie voorgaande paragraaf) en wat betreft de subsidiëring van de amateurverenigingen en de evenementen. Laatstgenoemde onderdelen zijn voor het culturele leven in de kernen van groot belang. Wij bevelen aan om met voorrang werk te maken van een gezamenlijk, breed georiënteerd cultuureducatiebeleid (zie § 4.8) en van het harmoniseren van (subsidie)regelingen en werkafspraken en het zo nodig toepassen van passende overgangsregels en -termijnen. Bedacht moet daarbij worden dat zowel de verenigingen als de evenementenorganisatoren fors geleden hebben onder de coronamaatregelen. Een zorgvuldige aanpak is daarom noodzakelijk.

19/26

Bouwstenen voor een geïntegreerd cultuurbeleid

HOOFDSTUK 6.

Advies 6.1

Prioritering

In de komende periode komt er qua werkzaamheden veel op de fusiegemeenten af. Niet alles kan gelijktijdig worden opgepakt. Daarom adviseren wij - op basis van de conclusies in het voorgaande hoofdstuk - om na 1 januari prioriteit te geven aan een tweetal zaken: 1. 2.

Het harmoniseren van subsidieregelingen en bijbehorende prestatie-afspraken; Het starten van een proces dat tot een cultuurnota voor de nieuwe gemeente kan leiden.

Daarna kan werk worden gemaakt van het bevorderen van de samenwerking op het gebied van erfgoed, cultuureducatie en cultuurparticipatie. Hiervoor kan wat meer tijd worden genomen.

6.2

Toelichting: cultuurbeleid benutten

Het op betrekkelijk korte termijn maken van een nieuwe cultuurnota kan behulpzaam zijn bij het realiseren van drie belangrijke zaken: 1.

2.

3.

Het gezamenlijke verhaal van Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne kan ermee worden versterkt en uitgedragen, zowel naar de eigen inwoners als naar bezoekers van buiten Inwoners en organisaties kunnen bij het maken van het nieuwe cultuurbeleid worden betrokken: dit vergroot de betrokkenheid bij de nieuwe gemeente, zeker na een tijd waarin velen aan huis gekluisterd waren als gevolg van de coronamaatregelen. Met nieuw cultuurbeleid kan de rol van de verschillende culturele organisaties en de manier waarop zij kunnen samenwerken nader worden bepaald. Een voorbeeld hiervan is het beleid op het gebied van cultuureducatie. Hier is een nieuwe

20/26

eenduidige aansturing van de betrokken organisaties nodig: zie § 4.11. Op verschillende manieren kan met het maken van het nieuw cultuurbeleid aan de slag worden gegaan: a.

b.

c.

d.

Procesmatig: door culturele organisaties en initiatiefnemers bij elkaar te brengen en mee te laten denken over de opgaven. Symbolisch: door één of meerdere projecten of culturele uitingen te definiëren waaraan in de komende jaren in gezamenlijkheid kan worden gewerkt. Inhoudelijk: door in kaart te brengen (1) wat er nu op cultureel gebied is (soort ‘nulmeting’) en (2) welke nieuwe stappen Voorne aan Zee op cultureel gebied nog kan zetten, denk aan een sterkere verbinding van cultuur met het sociaal domein. Financieel: door duidelijkheid te verkrijgen over de financiële kaders voor kunst en cultuur in de komende jaren.

Ad a) Procesmatig Na twee jaar van coronamaatregelen is het sowieso waardevol als culturele initiatiefnemers en organisaties elkaar weer zien en spreken. Door de gemeenten kan dit worden gefaciliteerd. Een bijeenkomst zou bijvoorbeeld kunnen plaatsvinden in het kader van een CultuurLab (een bijeenkomst van culturele organisaties en initiatiefnemers georganiseerd door Kunst & Cultuur Brielle, zie ook pag. 11). Doel moet zijn dat ‘van onderop’ wordt bedacht wat de sector nodig heeft: zowel uit oogpunt van revitalisering als kijkend naar de gezamenlijke toekomst. Een of meerdere gezamenlijke ontmoetingen kunnen ook de basis leggen voor de onder c genoemde ‘nulmeting’. Ad b) Symbolisch Van gezamenlijke projecten of culturele uitingen gaat een grote mobiliserende kracht uit. Een goed voorbeeld hiervan zijn steden die zich manifesteren als Europese Culturele Hoofdstad (zie Leeuwarden in 2018). Ook voor kleinere gemeenten zijn er manieren om de collectiviteit een impuls te geven met kunst en cultuur, zoals: •

Een muziek- of theaterfestival of een specifiek evenement dat rouleert en ieder

Bouwstenen voor een geïntegreerd cultuurbeleid

•

•

•

•

•

jaar een andere kern van het gebied tot (tijdelijke) locatie neemt (landelijk zien we dit bijvoorbeeld met het Glazen Huis en het muziekspektakel The Passion); Een gezamenlijke cultuurprijs. In de Voornse situatie zou enkele jaren geleden ingestelde Cultuurprijs Hellevoetsluis kunnen worden verbreed. Een culturele wedstrijd tussen verenigingen, scholen of culturele clubs uit de verschillende gemeenten. Een internationaal voorbeeld is de Palio (paardenrace) in Siena (zeventien wijken tegen elkaar). Kleinschaliger kan dit via ‘battles’ tussen bijvoorbeeld dansscholen, rappers, popbands, fanfares et cetera. Een kunstroute die ofwel door het hele gebied loopt ofwel ieder jaar ergens anders wordt gehouden. In ons land is de IJsselbiënnale hiervan een voorbeeld. Een uniek evenement dat Voorne aan Zee landelijk op de kaart zet: denk aan Lowlands (Biddinghuizen), Oerol, het kunstfestival bij Watou (bij Poperinge in Vlaanderen) etc. Landelijke pr zorgt altijd voor lokale (collectieve) trots. En tot slot: een gezamenlijke cultuurnota heeft ook zeker symbolische waarde.

Ad c) Inhoudelijk Dit adviesrapport (met bijlage) geeft al een overzicht van wat er op cultureel gebied in de fusiegemeente zoal is. Het is op te vatten als een soort ‘nulmeting’. Interessant is echter ook om te verkennen wat er in de nieuwe gemeente op cultureel gebied nog mist (zie onze conclusies in § 11.4). Zo’n verkenning kan onderdeel zijn van het opstellen van een nieuw cultuurbeleid. Als wordt gekozen voor een cultuurnota voor de nieuwe gemeente dan kan die nota verschillende functies hebben: • •

•

Een middel voor planning: het maken van een samenhangend voorzieningenplan. Een middel voor reallocatie van middelen: bijvoorbeeld om een betere verdeling te realiseren (zie ook hierna bij Financiën). Een middel tot bewustmaking: bijvoorbeeld netwerken of ketens in kaart brengen (interdependenties). Of de betekenis van culturele activiteiten laten zien voor mensen

• •

• •

21/26

die wat meer zorg of aandacht nodig hebben. Een middel om een ontwikkelingsrichting te bepalen: een routekaart. Een middel om tot gecoördineerde actie te komen: bijvoorbeeld een sterkte/zwakteanalyse met actiepunten die worden belegd bij organisaties op Voorne. Een middel om de nieuwe gemeente te promoten (‘dit zijn wij’). Een middel om geld voor de fusiegemeente te vragen, bijvoorbeeld bij de provincie (bidbook).

Ad d) Financieel Zeker na de moeilijke coronatijd willen culturele organisaties weten waar ze de komende jaren financieel aan toe zijn. Het is daarom belangrijk om duidelijkheid te scheppen over het financieel kader. En ook kan het nodig zijn om budget vrij te spelen voor een bijzonder cultureel initiatief (zie hiervoor). Mocht blijken dat er in de toekomst voor cultuur minder budget beschikbaar zal zijn, dan is het goed om nu reeds, ‘aan de voorkant’, een afwegingskader te maken: wat zijn de criteria op basis waarvan straks keuzes worden gemaakt om het zuiniger aan te doen.

6.3

Vervolgstappen

Wij bevelen dus aan om zodra de nieuwe gemeente is gevormd, werk te maken van een nieuw gezamenlijk cultuurbeleid dat voor een aantal jaren (vier tot acht) de koers bepaalt. Hiervoor is nodig: • •

•

Commitment van de nieuwe Gemeenteraad; Een duidelijke opdracht, desgewenst af te leiden van de bouwstenen die in dit hoofdstuk worden genoemd; Een ambtelijke begeleidingsgroep (stuurgroep).

In aansluiting op het in algemene zin geformuleerde cultuurbeleid kan er vervolgens in enige rust worden gewerkt aan het bevorderen van de samenwerking op het gebied van erfgoed (denk aan het instellen van een museaal platform), cultuureducatie en cultuurparticipatie. Hiervoor kan wat meer de tijd worden genomen.

Bouwstenen voor een geïntegreerd cultuurbeleid

22/26

Bijlage 1. Financieel overzicht Inventarisatie uitgaven voor cultuur (2022) in Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne (augustus 2022) Voor een uitgebreider overzicht verwijzen wij naar het afzonderlijke document dat bij dit adviesrapport is gevoegd. Kolom1 inwoneraantal UITGAVEN VOOR CULTUUR Festivals en evenementen

Brielle

perc. 17750

Hellevoetsluis

perc.2

40596 % 5%

€ 58.532

€ 145.412

Westvoorne

perc.3

14939 % 8%

€ 37.234

Totaal VaZ

perc.4

73285 % 12%

€ 241.178

Toelichting Per 31-1-2022

% 7% In Brielle worden diverse evenementen ook vanuit het gemeentelijk apparaat ondersteund. Dit is niet gekapitaliseerd.

Cultuureducatie Kunstbeoefening (muziek, zang, toneel)

€ 34.175

3%

€ 79.841

4%

€ 13.000

4%

€ 127.016

4%

€ 9.075

1%

€ 29.301

2%

€ 27.778

9%

€ 66.154

2% gemeenten gesubsidieerd

Podia

€ 260.170

24%

€ 373.767

20%

€0

0%

€ 633.937

19% Huur plus programmering

Film

€0

0%

€0

0%

€0

0%

€0

0%

Media en letteren

€ 281.910

26%

€ 866.929

46%

€ 211.409

68%

€ 1.360.248

41%

Cultureel erfgoed

€ 457.241

42%

€ 385.168

20%

€ 20.720

7%

€ 863.129

26%

Beeldende kunst

€0

0%

€ 15.000

1%

€0

0%

€ 15.000

0%

€ 1.101.103

100%

€ 1.895.418

100%

€ 310.141

100%

€ 3.306.662

100%

Totaal

Uitgaven per inwoner

Dans wordt in geen van de

€ 62

€ 47

€ 21

€ 45

Bouwstenen voor een geïntegreerd cultuurbeleid

23/26

Bijlage 2. Cultuurlasten per gemeente (CBS, 2018) Hiernavolgend is een kaartje van Nederland weergegeven, waarin per gemeenten de totale cultuurlasten per inwoner in euro’s in het jaar 2017 zijn opgenomen. Hierbij is een indeling in vijf klassen gehanteerd: minder dan € 30,- per inwoner, van € 30,- tot € 40,- per inwoner, € 40,- tot € 50,- per inwoner, € 50,- tot € 100,- per inwoner en meer dan € 100,- per inwoner.

Bouwstenen voor een geïntegreerd cultuurbeleid

24/26

Bijlage 3. Exploitatie-opzet Historisch Museum Den Briel (2020) Het museum maakt onderdeel uit van de gemeentelijke organisatie van de gemeente Brielle. Het museum heeft daarom geen aparte exploitatierekening. In 2020 hebben wij deze in het kader van ons onderzoek Toekomst Historisch Museum Den Briel (4 juli 2020) geconstrueerd uit diverse documenten over de gemeentelijke exploitatie. Hieronder is het overzicht weergegeven van de kosten en baten van het museum12:

Kosten

Toelichting

Personeel

€ 216.000

Vaste formatie 3,4 fte., € 180.000 Vergoedingen vrijwilligers € 14.000 Externe inzet BHV-ers € 22.000

Programma

€ 93.000

Voor 1 tentoonstellingen en aantal kleine presentaties per jaar. € 29.000 is bestemd voor inhuur gastconservator, € 12.000 voor projectmedewerker en € 37.000 is nodig voor o.a. bruiklenen, transport, verzekering en productie. Locatie de Stenen Baak kost € 10.000. Locatie Visserijmuseum € 5.000

Huisvesting

€ 260.000

Afschrijving en kapitaallasten museumgebouw. Onderhoudskosten bedragen € 80.000. De huisvestingskosten van musea bedragen gemiddeld 20-25% van de totale kosten.

Marketing/publiciteit en educatie

€ 7.500

Educatie € 2.500

Organisatie museum

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12003057/1