09 GR SVHW 2023 voorstel
Tekst van het document
Raadsvoorstel 2022
Rockanje, 23 augustus 2022
Nr. 21819-2022 Raadsvergadering van 21 september 2022 Aan Agendanummer Onderwerp Gemeenschappelijke Regeling SVHW 2023
de gemeenteraad
1. Gevraagd besluit 1. Kennis te nemen van het concept Gemeenschappelijke Regeling SVHW 2023 2. Af te zien van het indienen van een zienswijze 2. Begrotingsprogramma, relatie met eerdere besluiten Derde wijziging van de vastgestelde Gemeenschappelijke Regeling SVHW 2015 3. Aanleiding Ten gevolge van de Wet van 15 december 2021 tot wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen en enige andere wetten in verband met het versterken van de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen (Stb. 2022, 18) wijzigt de Wgr met ingang van 1 juli 2022. Deze wet wijzigt de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) en enkele andere wetten en strekt ertoe de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen en de kaderstellende en controlerende rol van gemeenteraden, provinciale staten en algemene besturen van waterschappen bij taken die in gemeenschappelijke regelingen worden uitgevoerd te versterken. In het ontwerp is uitgegaan van de toetreding van de gemeente Ridderkerk. Indien later blijkt dat de gemeente Ridderkerk afziet van toetreding heeft dit consequenties voor GR artikelen betreffende de opsomming van het aantal deelnemers, de stemverhouding en het benodigde quorum voor een AB vergadering. De overige artikelen blijven hetzelfde. 4. Argumenten De wet vraagt een aantal principiële keuzes van de deelnemers, die hierna zullen worden toegelicht: 1.
Zienswijze raden bij aangaan of wijzigen GR In het nieuwe lid 2 en 3 van art. 1 Wgr is bepaald dat de colleges het ontwerp van de GR toesturen aan de raden. De raden kunnen hierover hun zienswijze indienen, binnen 8 weken na het ontwerp. Dit is verwerkt in art. 24 en 25 van de GR. 2. Zienswijze van de raad vragen bij besluiten In het nieuwe art. 10 lid 5 en 6 Wgr is bepaald dat in een gemeenschappelijke regeling bepalingen worden opgenomen omtrent besluiten van het bestuur van de GR, waarover de raden van de deelnemende gemeenten een zienswijze mogen geven voorafgaande aan de besluitvorming, en de wijze waarop de zienswijze gegeven kan worden. In de Memorie van Toelichting bij de wet is opgenomen dat het de deelnemers vrij staat om in de regeling op te nemen dat geen besluiten van het bestuur vatbaar zijn voor het geven van een zienswijze 1
door de raden. Omdat SVHW een beleidsarme GR is, is ervoor gekozen de raden niet om een zienswijze te vragen over besluiten van het AB. Dit is opgenomen in art. 8 lid 2 GR. Het besluit tot het vaststellen of wijzigen van de begroting wordt uitgesloten van deze bepaling, aangezien in artikel 35 van de Wgr al geregeld is dat een zienswijze door de raden omtrent de begroting gegeven kan worden. 3. Participatie In de nieuwe leden 7 en 8 van art. 10 Wgr is bepaald dat in de GR bepalingen dienen te worden opgenomen of en, indien de mogelijkheid tot participatie geopend wordt, omtrent de wijze waarop ingezetenen van de deelnemende gemeenten en belanghebbenden bij de totstandkoming en uitvoering van beleid op grond van de betreffende regeling betrokken worden. Uit dit artikel vloeit dus een verplichting voort om afspraken te maken omtrent participatie in de gemeenschappelijke regeling, echter de keuze voor het openen van deze mogelijkheid wordt overgelaten aan de gemeente. Dit betekent dat in de regeling ook afgesproken kan worden dat er geen mogelijkheid geopend wordt voor participatie. Op dat moment hoeft ook niets omtrent de wijze van participatie te worden vastgelegd. Omdat SVHW een uitvoeringsorgaan is dat zelf geen beleid maakt, is ervoor gekozen geen participatie open te stellen. Dit is opgenomen in art. 33 GR. 4. Actieve informatieplicht In de nieuwe leden 2 en 3 van art.
17 Wgr is een informatieverplichting in het leven geroepen voor het bestuur, om de raden van de deelnemende gemeenten alle inlichtingen te verschaffen die de raden nodig hebben voor de uitoefening van hun taken. Dit is verwerkt in de leden 3 en 5 van art. 9. Om in de tekst duidelijk te scheiden tussen de informatieplicht en de verantwoordingsplicht zijn de leden van dit artikel tevens herschikt, waarbij het eerste deel van dit artikel ziet op de informatieplicht (tot en met lid 5) en het laatste deel (vanaf lid 6) op de verantwoordingsplicht. 5. Evaluatie In het nieuwe art. 11a Wgr is geregeld dat in de GR bepalingen worden opgenomen omtrent de evaluatie van de regeling. Op grond van dit artikel wordt alleen verplicht gesteld om een bepaling omtrent evaluatie op te nemen in de GR, waarbij het besluit of wordt geëvalueerd wordt overgelaten aan de deelnemers. Dit betekent dat ook kan worden bepaald dat geen evaluatie plaatsvindt. Omdat SVHW een beleidsarme GR is, is ervoor gekozen geen mogelijkheid tot evaluatie op te nemen. Dit is opgenomen in art. 29 GR. 6. Afspraken omtrent het vermogen In het nieuwe art. 9 lid 1 Wgr is bepaald dat in de GR bepalingen met betrekking tot de gevolgen van uittreding voor het vermogen van het openbaar lichaam worden opgenomen en de voorwaarden waaronder kan worden uitgetreden.
De gevolgen voor het vermogen omvatten zowel de gevolgen van de uittreding voor de verplichtingen op grond van aangegane verbintenissen als de gevolgen van de uittreding voor de goederen (zaken en vermogensrechten) van de betreffende rechtspersoon. Dat bij toetreding geen inkoop in het vermogen plaatsvindt, is geregeld in art. 25 lid 5 GR. Dat bij uittreding geen verrekening plaatsvindt is geregeld in lid 8 van art. 27 GR. Het opnemen van een bepaling inzake terugname van bevoegdheden Indien een deelnemer in de GR gedelegeerde bevoegdheden terugneemt, of een overgedragen heffing afschaft, dan heeft dit financiële en personele consequenties voor het SVHW. Om deze te verzachten, is art. 26 ontworpen. In dit artikel is onder andere bepaald dat het DB de frictiekosten, terugnamekosten en het terugnameplan vaststelt. Het aanpassen van de bepalingen inzake uittreding Indien een deelnemer in de GR uittreedt, dan heeft dit financiële en personele consequenties voor het SVHW. De bepalingen inzake de berekening van de kosten in de leden 3 en 4 zijn aangepast. Het vervallen van de uitvoering van de WKPB door SVHW Alle verwijzingen naar de WKPB zijn uit de GR geschrapt.
Een eventuele toetreding van het college van Ridderkerk Hoewel het formele besluit tot toetreding in juli 2022 door het college van de gemeente Ridderkerk wordt genomen, is vooruitlopend op dit besluit het aantal AB-leden in art. 6 aangepast naar 16 leden. Het toetredingsverzoek van de gemeente Ridderkerk tot de gemeenschappelijke regeling zal behandeld worden in de september vergadering van het Algemeen Bestuur. Indien in het najaar blijkt dat Ridderkerk niet toetreedt, dan wordt dit in de tekst aangepast. De materiele inhoud van de GR, zoals deze nu voorligt, verandert dan niet. wel heeft het niet toetreden van de gemeente Ridderkerk consequenties voor GR artikelen betreffende de opsomming van het aantal deelnemers, de stemverhouding en het benodigde quorum voor een AB-vergadering. De signalen die wij vanuit de gemeente Ridderkerk ontvangen zijn positief. Er is op dit moment dan ook geen reden om aan te nemen dat de toetreding niet door gaat. De gemeentelijke herindeling van Voorne aan Zee De herindeling van Voorne aan Zee is niet meegenomen in deze wijziging van de GR. In de wet (art.
41 lid 4 Wet ARHI) staat: ‘De deelnemers aan een gemeenschappelijke regeling als bedoeld in het derde lid treffen, voor zoveel nodig, binnen zes maanden na de datum van herindeling met toepassing van de Wet gemeenschappelijke regelingen de uit de gewijzigde gemeentelijke indeling voortvloeiende voorzieningen. Zij kunnen daarbij afwijken van de bepalingen van de gemeenschappelijke regeling met betrekking tot wijziging en opheffing van de regeling en het toe- en uittreden van deelnemers. De in de eerste volzin genoemde termijn kan door gedeputeerde staten van de betrokken provincie of, zo de regeling uitsluitend tussen burgemeesters is aangegaan, door de commissaris van de Koning in die provincie met ten hoogste zes maanden worden verlengd’. Er is dus na 1-1-2023 een half jaar de tijd om de GR aan te passen. Dat kan los van de regels van de GR over toetreden en uittreden. Het is niet mogelijk dat de drie colleges (gemeente Brielle, gemeente Hellevoetsluis en gemeente Westvoorne) nu een besluit te laten nemen over de deelname van Voorne aan Zee, terwijl Voorne aan Zee ten tijde van de vaststelling nog niet bestaat. 5. Duurzaamheid Niet van toepassing 6. Regionale afstemming Over het wel of niet indienen van een zienswijze op de wijziging van de GR heeft regionaal overleg plaatsgevonden. 7. Kosten, baten en dekking Niet van toepassing 8. Communicatie Niet van toepassing 9.
Toelichting Niet van toepassing 10. Adviezen Niet van toepassing Burgemeester en wethouders van Westvoorne, de wnd. secretaris, de burgemeester, P.A van der Wurff P.E. de Jong