06 SVHW begroting 2023 en meerjarenraming
Tekst van het document
A.B. 22/32
Begroting 2023 Meerjarenraming 2024 - 2027
SVHW Rijksstraatweg 3b Postbus 7059 3286 ZH Klaaswaal www.svhw.nl (0186) 57 72 00
Versie 0.6 6 april 2022
Pagina 1 van 83
Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024 - 2027
Versie historie Versie
Datum
Status
Auteur
Controle
0.1
01-3-2022
1e concept
M. de Reus
J. Melissant
0.2
17-3-2022
2e concept
J. Melissant
R. Heij
0.3
18-3-2022
3e concept
J. Melissant
R. Heij
0.4
21-3-2022
DB-Versie
J. Melissant
R. Heij
0.5
30-3-2022
AC-Versie
J. Melissant
R. Heij
0.6
6-4-2022
AB-Versie
J. Melissant
R. Heij
Versie 0.6 6 april 2022
Pagina 2 van 83
Paraaf
Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024 - 2027
Inhoudsopgave
Versie 0.6 6 april 2022
Pagina 3 van 83
Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024 - 2027
Versie 0.6 6 april 2022
Pagina 4 van 83
Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024 - 2027
Versie 0.6 6 april 2022
Pagina 5 van 83
Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024 - 2027
Aanbiedingsbrief Geachte deelnemers, Hierbij bieden wij u de Begroting 2023 en de Meerjarenraming 2024-2027 aan. SVHW is voor zijn deelnemers de uitvoeringsorganisatie voor de heffing en inning van de belastingen en daarmee een belangrijke schakel in het realiseren van de opbrengsten voor hun begrotingen. SVHW is zich bewust van zijn verantwoordelijkheid om op een zo zorgvuldig mogelijk wijze inhoud te geven aan deze functie. Dit inzicht ligt ten grondslag aan de Begroting 2023. Gelet op de ontwikkelingen van de proceskostenvergoeding, kosten voor inhuur in verband met het afdoen van WOZ-bezwaren, de ontwikkeling van personele kosten en de indexering van materiële biedt SVHW tegelijkertijd met de Begroting 2023 een begrotingswijziging voor 2022 aan. Van dit gegeven wordt in de Begroting 2023 uitgegaan. Hieronder wordt de Begroting 2023 in het kort toegelicht. Externe ontwikkelingen De omgeving van SVHW is onderhevig aan veel (snelle) veranderingen op het gebied wetgeving en technologie. Het volgen van deze externe ontwikkelingen is geen keuze. SVHW moet zijn bedrijfsvoering, processen en systemen aanpassen op gewijzigde wet- en regelgeving en de veranderende technologie. Tevens dient de dienstverlening aan particulieren, ondernemers en de deelnemers hierop te worden aangepast.
SVHW heeft daarom in de Begroting 2023 veel aandacht besteed aan het beschrijven van de ontwikkelingen en aan het zoveel mogelijk trachten te bepalen van de financiële impact. Hieruit is geconcludeerd, dat het volgen van de externe ontwikkelingen binnen de exploitatie kan worden gerealiseerd. Nieuw beleid Door ontwikkelingen zoals de digitale overheid, het Rijksprogramma Regie op Gegevens, de toename van open data en de ontwikkeling van Artificial Intelligence en Machine Learning, wordt het data gestuurd werken meer en meer een onderdeel van de operatie van SVHW. Voor SVHW is deze ontwikkeling in alle processen voelbaar: bij het waarderen, bij het verrijken van gegevens met open data bij het heffen, bij de klantcontacten en bij de (dwang)invordering. SVHW moet hiertoe de vaardigheden van het bestaande personeel vergroten maar zal ook specifieke expertise moeten aantrekken in de vorm data-analyse. Dit laatste leidt tot een toename van de personele kosten. Samenhangend met het bovenstaande en de Wet open overheid neemt SVHW een zaaksysteem in gebruik. Vanwege gerealiseerde voordelen in de ICT-kosten kan SVHW dit binnen de exploitatie bewerkstelligen. Volume aspecten Door het toenemende aantal objecten, aanslagregels (m.n. DifTar) dient de formatie van SVHW uitgebreid te worden, zowel binnen het WOZ- als het Heffingen-domein.
Dit leidt tot een toename van de personele kosten, die wordt gefinancierd door de volume toename (aantal objecten, aantal gewogen aanslagregels). Indexering Bij het opstellen van de Begroting 2023 is SVHW uitgegaan van de volgende indexering:
Versie 0.6 6 april 2022
Pagina 6 van 83
Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024 - 2027
Materiële kosten: De door het CBS gepubliceerde CPI over het jaar 2021 is 2,7 procent. Hiervoor heeft in de 1e Wijziging van de begroting 2022 een aanvullende indexering plaats gevonden. Voor de Begroting 2023 gaat SVHW dan ook uit van een indexering met 1 procent;
Personele kosten: In lijn met het besluit van het Algemeen Bestuur van 1 februari 2017 volgt SVHW voor het indexeren van de personeelskosten de afspraken die zijn vastgelegd in de cao Werken voor waterschappen. In het geval van het ontbreken van een cao gaat SVHW uit van een loonstijging van 1 procent.
Indien de daadwerkelijke prijsontwikkeling in 2022 hoger is dan de gehanteerde indexcijfers in de Begroting 2023, dan zal er uiterlijk 15 april 2023 een begrotingswijziging 2023 worden ingediend. Eén en ander in lijn met het gestelde in de “Financiële Verordening SVHW 2021”;
De oorlog in de Oekraïne heeft de wereld geschokt. De gevolgen van de oorlog en de opgelegde sancties leiden hoogstwaarschijnlijk tot een aanzienlijke toename van de materiële kosten en loonstijgingen. Aangezien het onmogelijk is om hier momenteel voorspellingen over te doen, blijft SVHW bij de in de Financiële Verordening SVHW 2021 beschreven gedragslijn met betrekking tot de indexering. Het ligt echter in de lijn der rede dat er een substantieel hogere indexering te verwachten valt. Financiële gedragslijn SVHW SVHW streeft er naar om de kosten voor het volgen van (wettelijke) ontwikkelingen en nieuw beleid zoveel mogelijk met besparingen op te vangen binnen de exploitatie, waardoor er geen aanvullende budgetten vanuit de deelnemers nodig zijn. SVHW realiseert dit onder andere door de samenwerking met andere belastingkantoren, proces- en systeemoptimalisaties en een actief inkoopbeleid. In de periode van 2016 tot en met 2022 bedraagt het binnen de begroting opgevangen bedrag in totaal 1.093.000 euro . Daarnaast heeft SVHW in de periode 2016 tot en met 2019 ten gevolge van gerealiseerde positieve resultaten 1.142.000 euro gerestitueerd aan de deelnemers. Over 2021 wordt afhankelijk van het besluit van het Algemeen bestuur met betrekking tot de bestemming van het jaarresultaat 2021 aanvullend 100.000 euro gerestitueerd aan de deelnemers.
De onderstaande tabel geeft het overzicht. Jaar
Toename bedrijfskosten t.g.v. indexering Opgevangen Netto toename Resultaat Dotatie aan Restitutie indexering Nieuw Beleid / Totaal kosten bedrijfskosten Jaarrekening reserves deelnemers (P+M) Externe binnen ontwikkelingen exploitatie 2016 239.000 239.000 -139.000 100.000 227.000 227.000 2017 110.000 185.000 295.000 -160.000 135.000 583.000 228.000 355.000 2018 90.000 45.000 135.000 -321.000 -186.000 589.000 43.000 546.000 2019 150.000 105.000 255.000 -105.000 150.000 479.000 238.000 241.000 2020 310.000 (1) 310.000 -15.000 295.000 -102.000 -102.000 0 2021 (2) (4) 456.000 315.000 (1) 771.000 -353.000 418.000 228.000 128.000 100.000 2022 (3) (4) 428.000 643.000 1.071.000 0 1.071.000 pm pm pm Totaal 1.783.000 978.000 3.076.000 -1.093.000 1.983.000 2.004.000 762.000 1.242.000 (1) De incidentele kosten voor de organisatie ontwikkeling worden in 2021+2022 ad 195.000 euro ten laste gebracht van de reserve organisatie ontwikkeling en zijn niet opgenomen in dit overzicht. (2) Geprognosticeerde jaarcijfers. E.e.a. onder voorbehoud van vaststelling door het Algemeen Bestuur. (3) Betreft 1e Wijziging Begroting 2022 (4) De netto stijging van de bedrijfskosten is in 2021 en 2022 in belangrijke mate veroorzaakt door (cao) kosten in verband met Corona (188.000 euro) en de WOZ-bezwaren ingediend door NCNP-bureaus (625.000 euro).
Mede door deze handelswijze liggen de uitvoeringskosten van SVHW al jarenlang substantieel onder het landelijke gemiddelde. Uit het in april 2021 uitgevoerde benchmarkonderzoek van de Versie 0.6 6 april 2022
Pagina 7 van 83
Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024 - 2027 Waarderingskamer blijkt, dat de WOZ- uitvoeringskosten per object van SVHW ver beneden het landelijk gemiddelde liggen: 27,8 procent. De WOZ uitvoeringskosten van SVHW bedragen 12,85 euro per object en het landelijk gemiddelde is 17,81 euro per object. Dit beeld wordt bevestigd door een onderzoek van de gemeente Ridderkerk naar de toekomst van de belastingtaak in het laatste kwartaal van 2021/ begin 2022. Hieruit bleek dat het onderbrengen van de belastingtaak bij SVHW zou leiden tot significante besparingen. Daarnaast heeft de Waarderingskamer in januari 2022 het algemeen oordeel over de uitvoering van de WOZ-processen bij SVHW voor het derde jaar op rij met “goed” beoordeeld. De hoogste waardering is “bestendig goed” en deze wordt toegekend nadat een organisatie over meerdere jaren heeft aangetoond de WOZ-processen op een goede wijze uit te voeren. Het voorafgaande toont aan, dat SVHW invulling geeft aan zijn strategie om een goed kwaliteitsniveau te bieden, waarbij een laag kostenniveau gehandhaafd blijft. Tegelijkertijd ontwikkelt SVHW de dienstverlening aan inwoners, bedrijven en deelnemers continu door, aangezien deze passend dient te blijven binnen de context van een veranderende omgeving.
Gelet op het bovenstaande heeft SVHW geen verdere ruimte heeft de extra kosten in 2023 op te vangen zonder dat dit impact heeft op de kwaliteit van de dienstverlening. Actualisatie opzet begroting 2023 staat in het teken van de consolidatie van de organisatie ontwikkeling waarbij SVHW is omgevormd van een lijnorganisatie met vier afdelingen in een proces georiënteerde organisatie met drie Domeinen, waarin de processen zijn gegroepeerd. In lijn met deze herschikking heeft er in de Begroting 2023 een her-rubricering van een aantal kosten plaatsgevonden, waarbij deze zijn toegewezen aan de juiste programma’s. Tegelijkertijd worden de salaris- en ICT-kosten op basis van de formatie in plaats van de historische urenregistratie direct doorbelast aan de programma’s. Hierdoor ontstaat er een zuiverder beeld. Daarnaast zijn de aantallen van de aanslagregels uit de jaarrekening 2021 geactualiseerd naar het volume voor 2023 door de WOZ objecten en het aantal aanslagregels voor 2022 met 1% te indexeren en vervolgens met 1% voor 2023. De historische ontwikkeling van het aantal objecten en aanslagregels ligt hieraan ten grondslag. Tevens is de verwachte toename van de Diftar regels in 2023 meegenomen.
Hierdoor ontstaat er eveneens een zuiverder beeld en wordt voorkomen dat er achteraf op nacalculatiebasis een grote toename van het aantal objecten en aanslagregels gedeclareerd dient te worden bij de deelnemers. Financiële consequenties Begroting 2023 De kosten voor het nieuw beleid (1 FTE data analyse) bedragen 75.000 euro. De formatieve kosten in verband met de volumetoename (3 FTE) bedragen 224.00 euro. Hierdoor nemen de formatie kosten met 299.000 euro toe. De kosten vanwege de indexering bedragen 132.000 euro. De incidentele post in 2022 van 15.000 euro wordt in mindering gebracht, waardoor er sprake is van een kostentoename van 416.000 euro. De deelnemersbijdrage neemt met een zelfde bedrag toe tot 11.827.000 euro, hetgeen een toename is van 3,65% ten opzichte van de gewijzigde begroting 2022. De stijging van de deelnemers valt voor 1,97% toe te rekenen aan de volume uitbreiding en wordt hierdoor gedekt, voor 1,03% aan indexering en voor 0,65% aan nieuw beleid. De onderstaande tabel geeft het overzicht.
Versie 0.6 6 april 2022
Pagina 8 van 83
Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024 - 2027 Kosten begroting 2023 (*1000 € )
Deelnemersbijdrage 2023 (*1000 €)
Kosten begroting 2022 Af: Kosten organisatieontwikkeling (gedekt via bestemmingsreserve)
13.994 Kosten begroting 2023 -23 Opbrengst invorderingskosten Overige opbrengsten 13.971 Onttrekking reserve
Sub-totaal Indexering (1% indexering) Formatie uitbreiding Incidentele kosten 2022 Sub-totaal toename kosten 2023
14.387 -2.550
132 299 -15
Totaal kosten 2023
-10 0
Deelnemersbijdrage 2023
11.827
416 Mutatie deelnemersbijdrage 2023
416
14.387 Deelnemersbijdrage 2022
11.411
Procentuele ontwikkeling deelnemersbijdrage 2023 Procentuele toename 2023 - 2022 3,65% Volume groei 2023-2022 1,97% Indexering 2023 (inclusief incidenteel) 1,03% Nieuw beleid 2023 0,65%
Het effect van de volume toename is ook zichtbaar in de ontwikkeling van de tarieven in 2023 ten opzichte van 2022. Overzicht ontwikkeling tarieven Begroting 2023 ten opzichte van Begroting 2022 Tarie ve n
b e g ro ting
b e g ro ting 2022
2023
stijg ing 2023 t.o .v 2022
g e wijzig d
no minaal
p e rce ntag e
Gegevensbeheer algemeen - tarief per object (gemeenten en waterschap)
€
3,577
€
3,649
€
-0,072
-1,98%
Bag administratie - tarief per BAG object (BAG deelnemers)
€
1,737
€
1,978
€
-0,241
-12,19%
Bag administratie - tarief bijdrage efficiencykorting per WOZ object (alle gemeenten)
€
0,922
€
1,051
€
-0,129
-12,32%
WOZ-administratie - tarief per object (gemeenten)
€
10,754
€
9,763
€
0,991
10,15%
Dienstverlening - tarief per gewogen aanslagregel (gemeenten en waterschap)
€
1,184
€
1,242
€
-0,058
-4,67%
WOZ-kosten factuur Ministerie BZK (waterschap)
€ 1.142.000
€
1.115.000
€ 27.000,000
2,42%
Door de volumegroei is bij de meeste tarieven een dalend effect zichtbaar. De tariefstijging bij het programma WOZ-administratie wordt veroorzaakt door het her-rubriceren van de kosten. Het totaalbeeld van de begroting wordt in de onderstaande tabel gegeven.
Versie 0.6 6 april 2022
Pagina 9 van 83
Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024 - 2027 De voorliggende begroting is binnen de kaders van de Kadernota 2023 opgesteld. De geschetste omvang van de begroting is voor SVHW noodzakelijk om de continuïteit en de verdere ontwikkeling van de organisatie en de dienstverlening te kunnen blijven borgen.
R.S. Heij MBA
drs. P.J. van Leenen
Directeur
Voorzitter
Versie 0.6 6 april 2022
Pagina 10 van 83
Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024 - 2027
Organisatie 2.1
Algemeen
SVHW is voor zijn deelnemers de uitvoeringsorganisatie voor de heffing en inning van de belastingen en realiseert daarmee opbrengsten voor hun begrotingen. Voor de gemeenten zijn de belastingopbrengsten naast de algemene uitkering de belangrijkste bron van inkomsten. De begroting van het Waterschap Hollandse Delta wordt vrijwel geheel gedragen door de belastingopbrengsten. Voor alle deelnemers is SVHW daarmee een belangrijke schakel in hun jaarlijkse exploitatie. De totale belastingopbrengst voor de deelnemers bedroeg in 2021 ruim 423 miljoen euro. SVHW is zich bewust van zijn verantwoordelijkheid om op een zo zorgvuldig mogelijk wijze inhoud te geven aan zijn functie. Daarnaast vindt SVHW als zelfstandige overheidsorganisatie zijn basis in de Wet gemeenschappelijke regelingen en opereert onder verlengd lokaal bestuur voor en namens zijn deelnemers. Deze inzichten zijn verder verwoord in de missie, visie en strategische doelstellingen van SVHW.
2.2
Missie
Een missie reflecteert de bestaansreden van een organisatie en geeft aan waarom, waartoe en voor wie de organisatie bestaat. De missie van SVHW luidt als volgt:
“Het Samenwerkingsverband Vastgoedinformatie, Heffing en Waardbepaling (SVHW) heft en int de lokale belastingen, stelt de WOZ-waarden vast en beheert de basisregistraties WOZ en BAG. SVHW voert deze taken uit voor haar deelnemers met een goede kwaliteit en tegen de laagst mogelijke kosten op basis van de beste prijs/prestatieverhouding en het gewenste niveau van dienstverlening. Als publieke, uitvoerende en dienstverlenende organisatie werkt SVHW efficiënt en volgens maatschappelijk aanvaarde bedrijfseconomische principes.”
2.3
Visie
De visie schetst wat een organisatie wil zijn en wat de ambities en het gewenste en haalbare toekomstbeeld zijn. Daarnaast geeft de visie aan waar de organisatie voor staat en wat de kernwaarden zijn. SVHW staat voor: Optimale samenwerking: SVHW wil een toonaangevend samenwerkingsverband zijn op het gebied van lokale belastingen. Hierbij zijn de continuïteit en het permanent verbeteren van de dienstverlening leidend. Wij zoeken actief samenwerking met andere overheden en aanvullende dienstverleners wanneer dit schaalvergroting en efficiency voordelen oplevert. Door optimale samenwerking kunnen we beter inspelen op veranderende en complexer wordende wet- en regelgeving en kosten besparen. Klantgerichte dienstverlening: SVHW is dienstbaar en transparant in de dienstverlening naar deelnemers, particulieren, instellingen en bedrijven. SVHW heeft oog voor de belangen van zijn klanten. Door digitalisering van het belastingproces wil SVHW zijn vraagbaakfunctie en de contactmogelijkheden met particulieren, instellingen en bedrijven optimaliseren en hen zoveel mogelijk faciliteren bij het voldoen van de lokale belastingen. In de contacten met de deelnemers zoekt SVHW de verbinding en streeft nabijheid en een collegiale sfeer na.
Versie 0.6 6 april 2022
Pagina 11 van 83
Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024 - 2027 Moderne werkgever: Als moderne werkgever hecht SVHW grote waarde aan het welzijn, de veiligheid en de persoonlijke ontwikkeling van haar medewerkers. Om de kwaliteit te waarborgen investeert SVHW continu in de kennisontwikkeling en het resultaatbewustzijn. Kernwaarden: DABT = Dienstbaar, Aanspreekbaar, Betrouwbaar en Transparant.
2.4
Strategische doelstellingen/ontwikkelrichting SVHW
Het meerjarenperspectief van SVHW is het optimaliseren van de belastingopbrengst voor zijn deelnemers. SVHW heeft hierbij als strategie om een goed kwaliteitsniveau te bieden, waarbij een laag kostenniveau gehandhaafd blijft. Daarnaast moet de aard van de dienstverlening passen binnen de context van een veranderende omgeving en dient daarom continu doorontwikkeld te worden. Als uitgangspunt probeert SVHW de ontwikkeling van de dienstverlening zoveel mogelijk binnen de exploitatie op te vangen (interne financiering), door continue verbetering van de effectiviteit en efficiency van de processen en het actief zoeken naar samenwerking. SVHW heeft hierbij de ambitie om zijn deelnemers te blijven interesseren en te binden door:
de basis verder te versterken en de dienstverlening verder te optimaliseren (digitalisering, procesgericht en data gestuurd werken, toegankelijkheid van gegevens);
de deelnemers verder te ontzorgen door het breder aanbieden van het huidige takenpakket en daaraan gelieerde activiteiten;
meerwaarde te bieden voor de deelnemers door het ter beschikking stellen van bij SVHW aanwezige informatie voor beleidsbepaling en sturing op de uitvoering.
Een belangrijk element in de prijs-kwaliteitverhouding is de verhouding tussen standaardisatie en deelnemer specifieke dienstverlening. Vanwege de efficiënte inrichting van de primaire processen van SVHW is standaardisatie noodzakelijk en wenselijk, maar dit valt vanwege de politieke beleidsvrijheid van de deelnemers niet altijd te realiseren. SVHW kenmerkt zich echter door een hoge mate van flexibiliteit en innovatief vermogen, waardoor standaardisatie en maatwerk tot op heden goed naast elkaar kunnen bestaan. De mogelijkheid om maatwerk te kunnen bieden, zal in de komende jaren waarschijnlijk onder druk komen te staan in verband met de ontwikkeling van Software as a Service (SaaS) vanuit de Cloud. Vanuit de Cloud wordt dan door de leverancier een standaardpakket van de belastingsoftware aangeboden. Deze beperking van maatwerk raakt dan overigens niet alleen de belastingkantoren maar ook individuele gemeenten en waterschappen die de belastingtaak nog zelf uitvoeren. Als mitigerende maatregel werkt SVHW samen met andere belastingkantoren om zoveel mogelijk bestaand
gemeenschappelijk “slim” maatwerk in de standaard van de belastingsoftware te laten
opnemen. Daarnaast kan SVHW API’s laten ontwikkelen en robotisering inzetten als mogelijk alternatief voor maatwerk. Onvermijdelijk zal er ook kritisch gekeken moeten worden naar benodigde standaardisering in de dienstverlening, want de situatie waarbij een standaardsysteem wordt ontsloten via veel API’s en gevoed wordt door veel “robots” is vanuit beheersbaarheid niet wenselijk. Daarnaast spelen de kosten van de ontwikkeling van API’s en “robots” een rol. Door ontwikkelingen zoals de digitale overheid, het Rijksprogramma Regie op Gegevens, de toename van open data en de ontwikkeling van Artificial Intelligence en Machine Learning, wordt het data gestuurd werken meer en meer een onderdeel van de operatie van SVHW. Voor SVHW is deze Versie 0.6 6 april 2022
Pagina 12 van 83
Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024 - 2027 ontwikkeling in alle domeinen voelbaar: bij het waarderen in het WOZ-domein, het verrijken van gegevens met open data in het heffingen-domein, bij de klantcontacten en bij de (dwang)invordering in het invorderingsdomein. SVHW moet hiertoe de vaardigheden van het bestaande personeel vergroten maar zal ook specifieke expertise moeten aantrekken in de vorm data-analyse. Ofschoon SVHW door het instellen van een interne werkgroep “de NCNP-busters” de stijging van het aantal WOZ-bezwaren ingediend door No-Cure-No-Pay (NCNP) bureaus in 2021 heeft weten te stabiliseren tot net onder het landelijke gemiddelde, verwacht SVHW dat de dreiging in 2023 aanwezig blijft. Dit wordt enerzijds veroorzaakt doordat het niet waarschijnlijk is dat er in 2023 al wijzigingen in wet- en regelgeving plaatsvinden, waardoor het verdienmodel voor de NCNP-bureaus intact blijft. Anderzijds is er nog genoeg marktpotentieel, want in 2021 heeft “slechts” 1,4 procent van de ontvangers van een WOZ-beschikking bezwaar gemaakt via een NCNP-bureau. In 2022 continueert SVHW de inzet van de NCNP-busters en worden de geleerde lessen vanuit 2021 en succesvolle initiatieven van andere belastingkantoren ingezet om de WOZ-bezwaren ingediend door NCNP-bureaus te beperken.
Er is namelijk een nieuwe bezwaarreden: het aanvechten van de juistheid van het gebruiksoppervlak, omdat SVHW in 2022 de woningen voor het eerst op basis van gebruiksoppervlak waardeert. De conclusie is dat de kosten (uit te keren proceskostenvergoeding en inhuurkosten) en de druk op de capaciteit van SVHW in 2023 aanwezig zullen blijven. SVHW zal dus alle zeilen moeten bijzetten om de arbeidsintensieve NCNP WOZ-bezwarenstroom in goede banen te leiden. Het risico bestaat echter dat de uitvoering in het gedrang komt en tijdslijnen voor bezwaarafhandeling en herwaardering niet gehaald kunnen worden. Bovendien dient SVHW gelet op het structurele karakter van de kosten deze conform het BBV al op te nemen in de Begroting 2022 door middel van een begrotingswijziging. Mogelijkerwijs ontstaat er nog een nieuwe “NCNP-markt” doordat het vanaf 1 januari 2023 eventueel ook mogelijk wordt om formeel bezwaar aan te tekenen tegen het niet toekennen van een kwijtscheldingsverzoek. Het was de bedoeling dat deze wijziging al per 1 januari 2022 zou ingaan, maar de Rijksbelastingdienst heeft in verband met de afhandeling van de kinderopvangtoeslagenaffaire bedongen dat de invoering wordt uitgesteld. Mocht de invoering plaatsvinden, dan nemen de kosten en de druk op de capaciteit van SVHW hierdoor toe.
Ondanks dat VNG-Realisatie nog uitgaat van een invoering van de Samenhangende Objectenregistratie (SOR) in 2025, lijkt deze te vertragen. Er is namelijk nog geen helderheid over de financiering van de implementatie en het beheer van de SOR. Het nieuwe kabinet dient dit dossier op te pakken. SVHW heeft in 2021 echter wel geanticipeerd op de ontwikkeling van de SOR door het in gebruik nemen van een nieuwe BAG applicatie, iObjecten. Met iObjecten is SVHW in staat om geheel geïntegreerd het beheer uit te voeren van objectgegevens zowel voor de BAG als WOZ. Dit verhoogt de kwaliteit en efficiency. Daarnaast is de applicatie voorbereid voor de doorontwikkeling naar de Samenhangende Objecten Registratie (SOR), bijvoorbeeld voor het werken in ketens en de koppeling met BGT-gegevens. SVHW heeft ook de applicatie Way-2-Go geïmplementeerd als management tool voor het objectbeheerproces en als ‘communicatiemiddel’ voor gegevensuitwisseling tussen SVHW en de deelnemers. Het platform ondersteunt tevens het verbeteren en behouden van de uniformiteit van WOZ- en BAG-gegevens. SVHW zal in 2022 met de deelnemers in samenhang met de voortgang van het landelijke SOR project inventariseren op welke wijze de samenwerking tussen SVHW en gemeenten Versie 0.6 6 april 2022
Pagina 13 van 83
Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024 - 2027 het beste vorm gegeven kan worden. Het is hierbij denkbaar dat er meerdere varianten ontstaan. In 2023 kunnen de deelnemers en SVHW dan verdere concrete stappen nemen in de richting van de eventuele ingebruikname van de SOR eind 2025. SVHW verwacht dat ten gevolge van de externe factoren de kosten voor de uitvoering de komende jaren zullen stijgen. Was het bijvoorbeeld enkele jaren geleden nog de verwachting dat digitalisering en basisregistraties (die momenteel nog verre van optimaal functioneren) zouden leiden tot meer efficiency en lagere kosten, de praktijk laat inmiddels het tegenovergestelde zien. Het ontbreken van geautomatiseerde terugmeldvoorzieningen in meerdere basisregistraties leidt zelfs tot veel meer handwerk en daarmee hogere personele kosten en gooit ons feitelijk “terug in de tijd”. Ontwikkelingen zoals Common Ground, de Digitale Overheid en Regie op gegevens vragen van overheden en dus ook van SVHW de nodige investeringen. Het stellen van zeer hoge eisen aan beveiliging en privacy binnen deze digitaliseringsgolf is daarbij een belangrijk element. Daarnaast werken de voorzieningen die getroffen moeten worden in verband met gewijzigde wet- en regelgeving (o.a. op het gebied van invordering) kostenverhogend.
SVHW heeft in de begrotingen van 2021 en 2022 als structureel middelen opgenomen, waardoor een groot deel van kostentoename (m.u.v. van NCNP gerelateerde kosten) naar verwachting binnen de exploitatie kan worden opgevangen. SVHW ziet echter geen mogelijkheden om de indexering van de personele en materiële kosten binnen de exploitatie op te vangen, zonder dat dit consequenties heeft voor de kwaliteit en de uitvoering van de dienstverlening. Temeer SVHW in de periode 2016-2021 1.093.000 euro, waarvan 353.000 euro in 2021, bespaard heeft door het opvangen van de indexering en de kosten voor ontwikkelingen/nieuw beleid. Eén van de mogelijkheden om desondanks een laag kostenniveau te blijven handhaven is een toename van de schaalgrootte van de SVHW. Daarnaast leidt een toename van de schaalgrootte ook tot vermindering van de kwetsbaarheid (van met name de indirecte functies) en het beter kunnen voldoen aan de steeds hogere eisen die gesteld worden aan de kwaliteit van de medewerkers en het “in control” zijn van de interne organisatie. SVHW ziet de volgende mogelijkheden voor een toename van de schaalgrootte:
Het toetreden van nieuwe deelnemers Bij het toetreden van nieuwe deelnemers is het borgen van de kwaliteit van de dienstverlening voor de bestaande deelnemers van belang. Daarnaast moet uitbreiding voordelen opleveren voor de bestaande deelnemers en passend zijn binnen de ontwikkeling van SVHW. In de eerste helft van 2022 wordt het duidelijk of een gemeente een verzoek doet om per 1 januari 2023 toe te mogen treden tot SVHW. Een complicerende factor is, dat ten gevolge van de Wet Normalisering Rechtspositie Ambtenaren (WNRA) de ambtenaren onder het civiele arbeidsrecht vallen. Hierdoor wordt een toetreding gezien als een overgang van onderneming, waarbij de betreffende medewerkers in principe allemaal met behoud van alle rechten en plichten overgaan. Dit vergt dat er op voorhand op individueel niveau afspraken worden gemaakt, aangezien het niet wenselijk is dat SVHW in het geval van overtolligheid ten gevolge van een toetreding moet reorganiseren. De WNRA is ook van toepassing als een bestaande deelnemer uittreedt of activiteiten niet meer bij SVHW onderbrengt. In deze situatie zouden de betreffende medewerkers van SVHW namelijk overgaan naar de betreffende deelnemer.
Versie 0.6 6 april 2022
Pagina 14 van 83
Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024 - 2027
Meer dienstverlening aan de huidige deelnemers Door meer diensten te verlenen aan de huidige deelnemers ontstaat er een win-win situatie. Enerzijds kan SVHW vanwege de schaalgrootte deze diensten goedkoper en minder kwetsbaar uitvoeren dan de deelnemers zelf en anderzijds ontstaan er meer kostendragers voor SVHW. Hierbij kan gedacht worden aan:
o
het uitvoeren van de kleinere belastingen en leges;
o
het verzorgen van de publiekrechtelijke invordering;
o
uitvoering van de BAG;
o
uitvoering (van elementen) van de SOR;
o
het optreden als leverancier van datasets.
Samenwerken met andere overheden (deelnemers)/partijen Een aantal niet-kernactiviteiten zou kunnen worden ondergebracht bij andere overheden/ partijen of samen georganiseerd kunnen worden. Voorwaarde is wel, dat dit leidt tot lagere kosten met behoud van kwaliteit en flexibiliteit. SVHW werk in dit verband samen met collega belastingkantoren om ontwikkelingen in de dienstverlening en ICT-systemen samen te realiseren.
Samengaan/samenwerken met een ander belastingkantoor Aangezien SVHW niet het enige belastingkantoor is, dat te maken heeft met de toenemende complexiteit van wet- en regelgeving en de daarvoor benodigde extra inspanningen, heeft SVHW eind 2021 verkennende gespreken met twee andere belastingkantoren geïnitieerd om te inventariseren of er mogelijkheden zijn om op het gebied van de ondersteunende processen en ICT meer samen te werken. De bedoeling is hierbij om te inventariseren of door samenwerking de kwetsbaarheid kan worden verminderd en kosten kunnen worden bespaard. In 2022 moet er meer duidelijkheid komen of en hoe hier inhoud aan gegeven kan worden. In deze begroting zijn de eventuele effecten niet verwerkt
In 2023 ontwikkelt SVHW zijn (digitale) dienstverlening door in lijn met de ontwikkelingen van MijnOverheid, de digitale overheid, de toenemende regie op eigen gegevens door inwoners en de ontwikkelingen binnen het WOZ-domein. Hierbij blijft SVHW aandacht houden voor mensen die minder digitaal vaardig zijn. Op invorderingsgebied blijft SVHW de gemeentelijke initiatieven op het gebied van vroegsignalering ondersteunen en is er blijvende aandacht voor het maatschappelijk verantwoord invorderen. De focus van de invordering ligt op het voorkomen van problematische schulden of een opeenstapeling van schulden. Invordering zal meer en meer digitaal en data gestuurd gaan worden. Daarnaast zal de afhandeling van de Kinderopvangtoeslagenaffaire in 2023 nog doorlopen, SVHW gaat in de tweede helft van 2022 het onderzoek naar de klanttevredenheid van de deelnemers uitvoeren en zal eventuele verbeterpunten aansluitend implementeren. Naar verwachting loopt de implementatie door tot in 2023. In 2023 zal er ook verder inhoud moeten worden gegeven aan de ketensamenwerking tussen de deelnemers en SVHW op het gebied van het bijhouden van de objectgegevens. De diverse ontwikkelingen en de aangescherpte vakbekwaamheidseisen doen een beroep op het kennisniveau en andere competenties van de medewerkers. Digitalisering en slimme software gaat steeds meer het uitvoerende werk overnemen.
Er ontstaat een toenemende behoefte aan data-analyse en procesontwerp. De inhoud van de functies zal dus veranderen en nieuwe functies zullen ontstaan. Versie 0.6 6 april 2022
Pagina 15 van 83
Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024 - 2027 Het management van SVHW speelt een belangrijke rol in deze ontwikkeling en dient de medewerkers te stimuleren zich te ontwikkelen.
2.5
Deelnemers
De onderstaande tabel geeft het overzicht van de deelnemers per 1 januari 2022: Type deelnemer gemeente
waterschap
Naam organisatie Alblasserdam Albrandswaard Altena Barendrecht Brielle Goeree-Overflakkee Hardinxveld-Giessendam Hellevoetsluis Hoeksche Waard Krimpenerwaard Lansingerland Nieuwkoop Westvoorne Hollandse Delta
BAG deelnemer Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja N.v.t.
Per 1-1-2023 gaan de gemeenten Westvoorne, Brielle en Hellevoetsluis op in de nieuw te vormen gemeente Voorne aan Zee. Dit heeft vooralsnog geen consequenties voor de begroting.
2.6
Takenpakket
2.6.1
Overzicht
SVHW verzorgt voor de deelnemers de volgende processen/producten:
de volledig uitvoering van overgedragen belastingtaken, inclusief het adviseren over fiscale zaken, verordeningen en dergelijke;
de volledige uitvoering van de Wet WOZ inclusief de waardebepaling;
leveren van ramingen van WOZ-waarden en overige belastingeenheden ten behoeve van de begroting;
het verzorgen van de financiële administratie van de belastingopbrengsten inclusief de jaarlijkse accountantsverklaring;
verwerken van bevolkingsmutaties, omgevingsvergunningen, kadastrale mutaties et cetera in de belastingbestanden;
volledige uitvoering van de BAG;
het maken van aanslagen, waarde beschikkingen, afhandelen telefonische/schriftelijke vragen/reacties op aanslagen/waarde beschikkingen, afhandelen bezwaar- en beroepschriften;
het invorderen van aanslagen, automatische incasso’s en beoordelen van kwijtscheldingsverzoeken;
het beschikbaar stellen aan de deelnemers van kadastrale kaarten, cyclorama foto's van alle gebouwen, luchtfoto’s van de hele gemeente en het leveren van vastgoedinformatie voor beheersystemen van de gemeente.
Versie 0.6 6 april 2022
Pagina 16 van 83
Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024 - 2027 De onderstaande tabel geeft een overzicht van de verschillende belastingsoorten, die SVHW per 1 januari 2022 per deelnemer heft en int. Daarnaast is per deelnemer aangegeven of SVHW de BAG en/of WOZ administratie (inclusief waardebepaling) uitvoert.
2.6.2
Aanvullende taken
De ambitie om taken om de deelnemers te binden en te boeien vindt zijn weerslag in het realiseren van aanvullende taken voor de deelnemers op basis van reeds bij SVHW aanwezige werkwijzen, systemen en/of kennis. Hierbij kan gedacht worden aan het heffen en innen van kleine belastingen en van publiekrechtelijke invorderingen (ontzorgen) en het aanbieden van informatie voor beleidsbepaling en –sturing (meerwaarde bieden). Indien er sprake is van een eventuele uitbreiding van taken dan moet dit een gevolg zijn van de behoefte van de deelnemers en leiden tot verbetering van de doelmatigheid van de dienstverlening en verdere verlaging van de kosten per afgenomen dienst. De aanvullende kosten worden gedragen door afnemende deelnemer(s).
2.7
Bestuur
2.7.1
Algemeen Bestuur
Het Algemeen Bestuur vertegenwoordigt de verschillende deelnemende organisaties en is het hoogste bestuursorgaan. Het Algemeen Bestuur heeft als taak om het beleid vast te stellen en te controleren of het juist wordt uitgevoerd. De samenstelling van het Algemeen Bestuur is per 1 januari 2022 als volgt:
Versie 0.6 6 april 2022
Pagina 17 van 83
Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024 - 2027 Naam:
Functie / deelnemer
de heer P.J. van Leenen (voorzitter)
wethouder gemeente Hoeksche Waard
De heer Kraijo
wethouder gemeente Alblasserdam
de heer M. Goedknegt
wethouder gemeente Albrandswaard
de heer J.P Tanis
wethouder gemeente Altena
De heer N. Bults
wethouder gemeente Barendrecht
de heer R.M. van der Kooi
wethouder gemeente Brielle
de heer P. Feller
wethouder gemeente Goeree-Overflakkee
de heer T. Boerman
wethouder gemeente Hardinxveld-Giessendam
Mevrouw M. den Brok
wethouder gemeente Hellevoetsluis
Mevrouw M.G. Boere-Schoonderwoerd
wethouder gemeente Krimpenerwaard
De heer J.W. van den Beukel
wethouder gemeente Lansingerland
Mevrouw A. Ingwersen
wethouder gemeente Nieuwkoop
mevrouw J.D. de Jongh-de Champs
wethouder gemeente Westvoorne
de heer H.A.J. van der Drift
heemraad waterschap Hollandse Delta
de heer H.P.A. Wagemakers
heemraad waterschap Hollandse Delta
2.7.2
Dagelijks Bestuur
De leden van het Dagelijks Bestuur zijn door en vanuit de leden van het Algemeen Bestuur aangewezen. Het Dagelijks Bestuur bepaalt onder andere de instructies en de regels voor de uitvoering van de taken en de bedrijfsvoering van SVHW. De samenstelling van het Dagelijks Bestuur en portefeuilleverdeling zijn per 1 januari 2022 als volgt: Naam:
Portefeuille
de heer P. van Leenen
voorzitter
de heer H.A.J. van der Drift
vice-voorzitter
Mevrouw M. den Brok
personele aangelegenheden
de heer N. Bults
financiën/externe ontwikkelingen
de heer M. Goedknegt
bedrijfsvoering/interne ontwikkelingen
2.8
Organogram
SVHW heeft de werkzaamheden belegd in zelforganiserende procesteams. Deze procesteams houden zich bezig met de operatie en zijn verantwoordelijk voor het uitvoeren en het continu verbeteren van het proces en het realiseren van de gewenste output. De processen zijn gegroepeerd in logische domeinen met aan het hoofd een domeinmanager. In lijn met doelstellingen van SVHW bepalen de domeinmanager en proceseigenaren de gewenste output, die zoveel mogelijk beschreven wordt in de vorm van meetbare en zichtbare prestatie indicatoren. Zodat iedereen in het proces weet wat de doelen zijn. Het MT bestaande uit de drie domeinmanagers en de directeur stelt de kaders (richting en doelen), schept de randvoorwaarden voor de procesteams bij de uitvoering van hun taken en bewaakt de samenhang van de processen. De onderstaande figuur geeft de vereenvoudigde weergave van het organogram.
Versie 0.6 6 april 2022
Pagina 18 van 83
Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024 - 2027
2.9
Kengetallen
De ontwikkeling van SVHW in de afgelopen jaren wordt weergegeven in de onderstaande tabellen: Algemeen
Onderwerp Begroting exploitatiekosten (x € 1.000) Realisatie exploitatiekosten (x € 1.000) Begroting baten (x € 1.000) Realisatie baten (x € 1.000) Resultaat (x € 1.000)
2021 12.900 13.384 12.900 13.612 228
2020 12.536 13.362 12.401 13.260 -102
2019 12.394 12.475 12.712 12.954 479
2018 12.349 12.059 12.349 12.648 589
2017 12.463 12.302 12.463 12.885 583
Bezetting (FTE) per 31 december Ziekteverzuim (ex. Zwangerschapsverlof)
76,7 3,1%
76,3 3,2%
78,2 3,7%
77,3 3,4%
74,0 3,4%
Gerealiseerd belastingvolume (x €1.000) Aantal aanslagen (x 1.000) Aantal biljetten (x 1.000)
423.189 3.668 702
403.243 3.584 700
385.729 3.576 701
376.304 3.628 738
374.286 3.438 985
WOZ uitvoering Item
2021 Landelijk SVHW
2020 2019 2018 2017 Landelijk SVHW Landelijk SVHW Landelijk SVHW Landelijk SVHW
% Objecten onder bezwaar woningen niet-woningen
3,1% 5,7%
2,8% 4,2%
% aandeel NCNP-bureaus
49,6% (1)
47,8% 40,9% (1)
% Bezwaren gehonoreerd
volgt
39,6% (2)
38,9%
39,0%
52%
WOZ kosten per object
volgt
volgt
€ 17,81
€ 12,85
€ 16,94
2,9% 6,4%
2,7% 3,5%
2,5% 5,4%
49%
2,2% 5,3%
1,4% 3,3%
2,1% 6,0%
2,2% (3) 3,3%
51%
40%
40%
50%
45%
€ 10,58
€ 15,23
€ 10,72
€ 15,86
€ 10,91
38%
(1) berekend gemiddelde op basis van landelijke verhouding woningen en niet-woningen (2) gecorrigeerd voor WOZ-bezwaren via informeel contact
Versie 0.6 6 april 2022
1,5% 3,3%
Pagina 19 van 83
Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024 - 2027
Beeld 2021 en 2022 3.1
Resultaat 2021
De Jaarrekening 2021 sluit per saldo met een positief resultaat van 228.000 euro. Dit is een positieve afwijking van 228.000 euro ten opzichte van de Begroting 2021, waarin een nulresultaat was begroot. De totale exploitatie 2021 bedraagt 13.384.000 euro ten opzichte van 12.900.000 euro begroot. De totale opbrengsten 2021 bedragen 13.612.000 euro ten opzichte van 12.900.000 begroot.
3.2
Begroting 2022
Bij het opstellen van de jaarrekening 2021 is er meer inzicht ontstaan in de daadwerkelijke kosten van het boekjaar 2021 en de verwachting voor 2022. Hierbij is geconstateerd dat gelet op de ontwikkelingen van de proceskostenvergoeding, kosten voor inhuur in verband met het afdoen van WOZ-bezwaren, de ontwikkeling van personele kosten en de indexering van materiële kosten een begrotingswijziging voor 2022 noodzakelijk is. De begrotingswijziging bestaat uit twee componenten: kosten gerelateerd aan het afdoen van WOZbezwaren ingediend door No-Cure-No-Pay (NCNP) bureaus (400.000 euro) en kosten gerelateerd aan cao- en prijsontwikkelingen (284.000 euro), die niet waren opgenomen in de Begroting 2022. In totaliteit bedragen de extra kosten 684.000 euro. Daarnaast zijn er (overlopende) kosten voor activiteiten in verband met de organisatie ontwikkeling, die in 2021 niet afgerond konden worden en 2022 wel worden afgerond. Deze kosten worden ten laste gebracht van het niet benutte deel van de bestemmingsreserve organisatieontwikkeling (23.000 euro), waardoor dit budgetneutraal verloopt. De bovenstaande posten leiden tot het volgende totaalbeeld van de 1e Wijziging Begroting 2022: Item indexering personele kosten indexering materiele kosten NCNP-gerelateeerde kosten
kosten Totaal 187.000 97.000 400.000 684.000
kosten organisatie ontwikkeling af: vrijval bestemmingsreserve
23.000 -23.000 0
Totale kosten toename
684.000
Door deze wijziging nemen de totale lasten met 707.000 euro toe tot 13.994.000 euro (was 13.287.000 euro) en stijgt de deelnemersbijdrage met 684.000 euro tot 11.411.000 euro (was 10.727.000 euro). SVHW heeft geen verdere ruimte heeft om deze extra kosten op te vangen zonder impact op de kwaliteit van de dienstverlening, aangezien SVHW in de periode van 2016 tot en met 2021 al 1.093.000 euro binnen de begroting heeft opgevangen. Daarnaast heeft SVHW in de periode 2016 tot en met 2019 ten gevolge van gerealiseerde positieve resultaten 1.142.000 euro gerestitueerd aan de deelnemers. Over 2021 wordt afhankelijk van het besluit van het Algemeen bestuur met betrekking tot de bestemming van het jaarresultaat 2021 aanvullend 100.000 euro gerestitueerd aan de deelnemers.
Versie 0.6 6 april 2022
Pagina 20 van 83
Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024 - 2027
Ontwikkelingen 4.1
Inleiding
Deze paragraaf geeft de relevante ontwikkelingen voor de Begroting 2023 weer, zoals deze bij het opstellen daarvan 2023 bekend zijn. De meeste ontwikkelingen hebben een meerjarig effect. Voor zover mogelijk en relevant wordt reeds in 2022 rekening gehouden met de ontwikkelingen door het starten of voorbereiden van activiteiten. In een aantal gevallen is er sprake van een doorontwikkeling vanuit 2022.
4.2 4.2.1
Technologische- en procesontwikkelingen Generieke Digitale Infrastructuur (GDI)
De generieke digitale infrastructuur van de overheid (GDI) bestaat uit herbruikbare digitale basisvoorzieningen, standaarden en producten die gezamenlijk gebruikt worden door overheden, publieke organisaties en in een aantal gevallen ook private partijen. GDI maakt het mogelijk om primaire processen doelmatig in te richten en te blijven ontwikkelen. GDI regelt het veilig en betrouwbaar inloggen voor Nederlandse inwoners en bedrijven bij de (semi-)overheid en regelt de beschikbaarheid van een aantal basisgegevens voor het gebruik in overheidsprocessen. De volgende voorzieningen maken onderdeel uit van de GDI:
de publicatie van wet- en regelgeving (o.a. overheid.nl);
veilige communicatie met de overheid (o.a. berichtenbox en Mijnoverheid);
veilige digitale toegang voor inwoners en bedrijven richting de overheid (o.a. DigiD, eHerkenning, eIDAS en DigiMachtiging);
de basisregistraties (o.a. BRP, BAG, WOZ, BRK, NHR);
de afspraken, (open) standaarden en stelselvoorzieningen die ervoor zorgen dat overheden met elkaar kunnen communiceren en samenwerken (o.a. Digikoppeling, Digivering en Digimelding).
In de kamerbrief nr. 55 van 13 juli 2020 heeft de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aangegeven, dat het voormalige kabinet het voornemen had de financiering van de GDI met ingang van 2022 meer centraal in te richten. Vooralsnog is het onduidelijk of en wanneer het nieuwe kabinet de plannen vaststelt. Mocht deze aanpassing in 2023 doorgang vinden dan komt de huidige één-op-één doorbelasting van het gebruik van de GDI op basis van een 40/60 verdeling aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken en het Waterschap Hollandse Delta te vervallen. Indien de aanpassing niet doorgaat, dan blijft de huidige doorbelastingsmethodiek gehandhaafd.
4.2.2
MijnOverheid
De verdere ontwikkeling van MijnOverheid vindt stapsgewijs plaats. De basis voor deze ontwikkeling is gelegd in de NLDigibeter en de Kamerbrief ‘visie Regie op gegevens’. In de visie van het kabinet vervult MijnOverheid een belangrijke rol bij het realiseren van de mogelijkheid voor inwoners om ‘regie te voeren’ over de eigen gegevens. Het gebruik door inwoners zal de komende jaren nog sterk groeien en zij zullen steeds meer verwachten dat zij ook via deze ingang gegevens kunnen inzien of zaken met de overheid kunnen regelen. Er wordt gewerkt aan de mogelijkheid om in MijnOverheid ook zelf machtigingen vast te leggen, zodat men een andere kan machtigen om bepaalde gegevens binnen MijnOverheid in te zien of handelingen te doen. Versie 0.6 6 april 2022
Pagina 21 van 83
Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024 - 2027 In lijn met deze ontwikkeling gaat SVHW in 2023 ook meer documenten via MijnOverheid gaan ontsluiten.
4.2.3
Landelijke stelsel van basisregistraties
Lag in de voorgaande jaren de nadruk op de invoering en implementatie van een aantal basisregistraties, waaronder het Handelsregister en de Landelijke Voorziening (LV)-WOZ, in de komende jaren zal de focus nadrukkelijk liggen op de verbetering en het beheer. De eerste beheertools zijn inmiddels ontwikkeld en in gebruik. In de dagelijkse uitvoeringspraktijk hebben de basisregistraties zich op het gebied van efficiencyverbetering nog niet bewezen. Er dient nog teveel handmatig gecontroleerd en gecorrigeerd te worden. De verwachting is dat deze situatie de komende jaren maar langzamerhand verbeterd. Daarnaast zullen ook de basisregistraties worden aangepast aan de principes van Common Ground en wordt het berichtenverkeer vervangen door koppelingen op basis van Application Programming Interfaces (API’s). Dit zal leiden tot aanpassingen in de primaire applicaties van SVHW. De kosten lopen in tegenstelling tot eerdere verwachtingen op. Dat geldt niet alleen personele kosten in verband met opleidingen en extra inzet, maar zeker ook voor de kosten van goed werkende software en de beveiliging van de gegevens. Hieronder in het kort de ontwikkelingen met betrekking tot een aantal basisregistraties: LV-WOZ / WOZ-waardeloket Momenteel wordt onder leiding van de waarderingskamer en de VNG aan een nieuw informatiemodel voor de WOZ (IMWOZ) gewerkt.
Dit vormt de basis voor de specificaties van de inhoud van de LV-WOZ. De IMWOZ gaat onderdeel uitmaken van het landelijke metamodel voor informatiemodellen (MIM). De bedoeling is hierbij om de basisregistraties beter op elkaar af te stemmen. Naar verwachting zullen in 2023 de eerste aanpassingen worden doorgevoerd. Daarnaast wordt er ook gestart met de bouw van een vernieuwd WOZ-waardeloket, waarin gewenste extra functionaliteiten, die onder de huidige wet- en regelgeving mogelijk zijn, worden gerealiseerd. Aanpassingen waarbij wijziging van wet- en regelgeving nodig, zoals de openbaarheid van de WOZwaarde van niet-woningen, zijn hierin niet opgenomen. Dit laatste geldt ook voor mogelijke ontwikkelingen omtrent de wens of noodzaak om extra gegevens beschikbaar te maken in de LV WOZ, zoals bijvoorbeeld gegevens over gemachtigden, het taxatieverslag of wanneer er meer sprake zou moeten zijn van een "woningloket", waarin extra gegevens uit andere bronnen worden getoond en ook meer functionaliteit gewenst is. De softwareleveranciers van SVHW zijn betrokken bij deze ontwikkelingen. Basisregistratie Kadaster (BRK) Uiterlijk in het eerste kwartaal van 2023 wordt de BRK levering 2.0 ingevoerd. De werkprocessen zullen hierdoor een andere wijze moeten worden opgezet en mogelijk worden deze in de uitvoering gecompliceerder.
Samenhangende Objectenregistratie De samenhangende objectenregistratie (SOR) is een uniforme registratie met de basisgegevens van objecten in de fysieke werkelijkheid. In de SOR zullen de huidige gegevens van de basisregistraties adressen en gebouwen (BAG), grootschalige topografie (BGT), topografie (BRT) en ook het Versie 0.6 6 april 2022
Pagina 22 van 83
Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024 - 2027 gegevensbeheer Beheer Openbare Ruimte (BOR) worden opgenomen. Daarnaast zullen ook enkele elementen vanuit de huidige WOZ-registratie (zoals objecttypen en eigenschappen) opgaan in de SOR. In juni 2021 is het conceptueel model voor de SOR afgerond en is de architectuurbeschrijving voor de voorzieningen van de SOR gepubliceerd. Deze documenten vormen een belangrijke input voor het verdere besluitvormingsproces over de SOR. Er is echter nog geen helderheid over de financiering van de implementatie en het beheer van de SOR. De VNG heeft hierover overleg met het ministerie van BZK. De insteek van de VNG is dat er nieuwe financieringsafspraken nodig zijn, die tevens een oplossing bieden voor het feit dat de bronhouders momenteel een onevenredig groot deel van de kosten dragen. Mede vanwege de kabinetsformatie is dit overleg minder voorspoedig verlopen en is het onduidelijk wanneer dit overleg wordt afgerond. Ondanks VNG Realisatie nog uitgaat van invoering per 2025 lijkt vertraging zeer waarschijnlijk. De SOR heeft gevolgen voor werkprocessen, functieomschrijvingen en de informatie-uitwisseling en de samenwerking tussen de deelnemers en SVHW.
4.2.4
Common Ground
Dit is een ontwerp en een veranderstrategie van de VNG voor een nieuwe gemeenschappelijke gemeentelijke informatievoorziening. Hierdoor ontstaat er een nieuw en modern gegevenslandschap, dat op een verantwoorde en consistente wijze wordt ondersteund. Dit maakt het mogelijk om de gemeentelijke dienstverlening en bedrijfsvoering snel en flexibel te moderniseren. Het is een grote verandering die veel vraagt van de gemeenten, samenwerkingsverbanden, leveranciers en diverse partners in de digitale overheid. Vanuit de architectuur en standaarden is meerjarig een extra impuls nodig om deze veranderingen te realiseer en beheersbaar te maken. De winkel moet tijdens de verbouwing open blijven. Naar verwachting zullen de bestaande voorzieningen over een periode van 3 tot 8 jaar worden uitgefaseerd. De aanpassing/vervanging van applicaties vraagt in ieder geval tijd en forse investeringen. Het gaat niet alleen om de applicaties maar ook om de transitie (o.a. implementatie, inhuur en opleidingen). Landelijke inschattingen spreken over bedragen van honderden miljoenen, die nodig zijn voor de realisatie van Common Ground. Daartegenover staan ook te verwachten besparingen op het moment dat uiteindelijk de principes van Common Ground goed zijn doorgevoerd.
SVHW heeft in 2021 een nieuwe waarderingsapplicatie (OrtaX) en een nieuwe objecten/BAG-applicatie (iObjecten) in gebruik genomen, die beide al voldoen aan de principes van Common Ground en beschikbaar zijn als ‘Software as a Service’ (SaaS) in de Cloud. De belastingapplicatie dient echter nog aangepast te worden (zie ook paragraaf 4.2.6).
4.2.5
Artificial Intelligence/ Machine learning
De toename van de hoeveelheid beschikbare data (o.a. open data), de ontwikkeling naar een informatiesamenleving en de maatschappelijke noodzaak om meer gegevens te gebruiken om zodoende de herkenbaarheid en kwaliteit van de dienstverlening te verbeteren leiden er toe dat SVHW meer en meer data zal moeten gaan verwerken en beschikbaar stellen. Hierbij worden alle domeinen van SVHW geraakt. Dit zal leiden tot de situatie dat de systemen van SVHW op basis van ‘Artificial Intelligence (AI) en ‘Machine learning’(ML)’ datastromen gaan verwerken. Hierbij is AI is erop gericht om functies van intelligentie te ontwikkelen (redeneren, verbanden zien, etc.) en ML houdt zich bezig met de
Versie 0.6 6 april 2022
Pagina 23 van 83
Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024 - 2027 ontwikkeling van algoritmes en technieken om AI te bereiken. SVHW zal bij de keuze van systemen hiermee rekening moeten houden. Voor de verwerking van de toenemende datastromen zal SVHW ook meer en meer robotisering moeten gaan inzetten (‘RPA’, Robotic Process Automation). Hierbij worden repetitieve handelingen door middel van software zoveel mogelijk geautomatiseerd. SVHW doet dit momenteel veelal door scripting. Naast de technische maatregelen zullen ook de medewerkers van SVHW zich moeten bekwamen in het verwerken van data en is aanvullende expertise en capaciteit op het gebied van data-analyse noodzakelijk.
4.2.6
Cloud technologie
In steeds toenemende mate bieden de IT bedrijven hun software aan in de Cloud in de vorm van Software as a Service (SaaS). Kostenbesparing, beheersbaarheid en betrouwbaarheid zijn redenen voor de opmars van het gebruik van de Cloud. Bij SVHW betref dit al de waarderings- en objecten/BAGapplicaties. Ook Centric zal eind 2023 de belastingapplicatie aanbieden in de vorm van een SaaS oplosing. Vanuit de Cloud wordt dan door Centric een standaardpakket aangeboden gebaseerd op vergaande processtandaardisatie. Momenteel beheert SVHW nog zijn eigen Centricapplicatie maar zal op enig moment ook gebruik moeten gaan maken van SaaS. In deze situatie heeft SVHW geen mogelijkheden om zelf maatwerk in de software door te voeren en wordt daardoor minder flexibel. Daarnaast bestaat er een gedegen risico, dat slimme maatwerkoplossingen en specifieke functionaliteiten, die SVHW op basis van scripting heeft ontwikkeld en die bijdragen aan de huidige efficiency en flexibiliteit van SVHW, niet in de uiteindelijke standaard worden aangeboden. Hierbij kan onder andere worden gedacht aan de kortingen, de verschillende BIZ-grondslagen, de slimme bijsluiter, de controle op het Automatisch Heffen en Verminderen (AOV), het geautomatiseerde Invorderingsproces en bulk verwerkingsprocessen. Daarnaast kunnen interne koppelingen naar andere SVHW systemen worden geraakt.
Tegelijkertijd zal er in de toekomst minder beheercapaciteit nodig zijn. Als mitigerende maatregel werkt SVHW samen met andere belastingkantoren om zoveel mogelijk bestaand gemeenschappelijk “slim” maatwerk in de standaard te laten opnemen. Daarnaast kan SVHW API’s laten ontwikkelen en robotisering inzetten als mogelijk alternatief voor maatwerk. Onvermijdelijk zal er ook kritisch gekeken moeten worden naar benodigde standaardisering in de dienstverlening, want de situatie waarbij een standaardsysteem wordt ontsloten via veel API’s en gevoed wordt door veel “robots” is vanuit beheersbaarheid niet wenselijk. Daarnaast spelen de kosten van de ontwikkeling van API’s en “robots” een rol.
4.2.7
Informatiebeveiliging en privacy
Door de toenemende datastromen, koppeling van systemen en digitale dreiging van hackers en cybercriminelen wordt het zorgvuldig omgaan met de gegevens van inwoners en organisaties steeds belangrijker. SVHW zal daarom zijn digitale weerbaarheid op peil dienen te houden. Dit vergt een toenemende inspanning van SVHW. SVHW maakt op dit gebied (beveiliging en privacy) gebruik van de diensten van de Informatiebeveiligingsdienst Nederlandse gemeenten (IBD) en werkt samen met collega belastingkantoren.
4.3 4.3.1
Sociaal-culturele en economische ontwikkelingen Digitalisering van de samenleving
Digitalisering speelt volop in de samenleving, raakt inwoners en ondernemers en biedt nieuwe mogelijkheden en kansen voor welvaart en maatschappelijk welzijn. Bijvoorbeeld het efficiënt en Versie 0.6 6 april 2022
Pagina 24 van 83
Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024 - 2027 effectief inrichten van processen of het verlagen van drempels om met elkaar in contact te komen. Gemeenten kiezen ervoor de kansen die digitalisering biedt te pakken en te werken aan de mogelijke keerzijden ervan. In de VNG verenigingsagenda Gemeenten 2024 is de ‘informatiesamenleving’ tot kernthema benoemd en de digitale agenda geeft hier invulling aan. Hierbij zijn de volgende doelstellingen benoemd: 1.
Mogelijk maken: zoals het realiseren van de GDI, Common Ground, de digitale identiteit van inwoners, de basisregistraties, de regie op gegevens door de inwoners, open data en digitale dienstverlening;
2.
Kansen benutten: door het leggen van verbindingen tussen beleidsdomeinen van de overheid en met andere sectoren (economie);
3.
Duiden en reflecteren van waarden en innovatie in de informatiesamenleving: zoals de impact van de informatiesamenleving op de democratie en rechtstaat, de impact van de toepassing van nieuwe technologieën (Artificial Intelligence, algoritmen en virtual reality) en de toekomstig benodigde digitale vaardigheden van inwoners.
Als uitvoeringsorganisatie heeft SVHW in de ontwikkeling van de dienstverlening met het bovenstaande te maken. Een bijzonder punt van aandacht is het realiseren van digitale inclusie om te voorkomen, dat mensen die moeite hebben met digitale vaardigheden geen toegang hebben tot informatie. Het betekent onder andere dat SVHW de website toegankelijk moet maken voor mensen met een beperking en dat SVHW de andere communicatiekanalen (telefoon en schriftelijke correspondentie) moet blijven onderhouden voor mensen die minder digitaal vaardig zijn. De digitalisering van de samenleving wordt ondersteund door wetgeving die de wettelijke basis legt voor de basisinfrastructuur, de informatie-uitwisseling en verplichtingen van de overheid. In de onderstaande paragrafen (paragraaf 4.4 en verder) worden een aantal wetten en de gevolgen daarvan nader toelicht.
4.3.2
Kinderopvangtoeslagenaffaire (KOTA)
In 2021 is SVHW begonnen met uitvoering van de Verzamelwet hersteloperatie toeslagen. In dit verband hebben de deelnemers zich door middel van een Collegebesluit geconformeerd aan het Moratorium en heeft SVHW de invordering aangehouden van de vorderingen bij alle mogelijke gedupeerden van de KOTA, die zich hadden aangemeld bij de Rijksbelastingdienst. SVHW heeft hen per brief geïnformeerd. Nadat SVHW de bestanden van de erkend gedupeerden (vertraagd) van de Rijksbelastingdienst had ontvangen is SVHW in november 2021 begonnen met het kwijtschelden van de per 1-1-2021 openstaande belastingschulden van de erkend gedupeerden. In december 2021 ontving SVHW de eerste bestanden van de afgewezen gedupeerden en in januari 2022 is SVHW gestart met inachtneming van een acclimatisatieperiode van 30 dagen met de invordering, waarbij SVHW de betrokkenen individueel per brief en flyer informeert over de afhandeling. Door het Ministerie van Financiën is besloten dat het compensatiebedrag van 30.000 euro dat gedupeerden ontvangen vanuit de Rijksbelastingdienst, niet zal worden uitgesloten van het vermogensonderdeel bij het aanvragen van kwijtschelding. Dit is omdat alle openstaande schulden door publieke en private schuldeisers zijn kwijtgescholden en er een compensatie voor de geleden schade is uitbetaald, waardoor gedupeerden een ‘schuldenvrije’ start krijgen. Concreet betekent dit dat
Versie 0.6 6 april 2022
Pagina 25 van 83
Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024 - 2027 gedupeerden die eerder recht hadden op kwijtschelding dit in de toekomst mogelijk niet meer zullen krijgen Omdat mogelijke gedupeerden zich tot en met 2023 kunnen melden bij de Rijksbelastingdienst, zal SVHW naar verwachting tot en met 2025 bezig zijn met de afhandeling. Aangezien het onduidelijk is in hoeverre de Rijksbelastingdienst de erkend gedupeerden in 2022 afhandelt en hoeveel mogelijke nieuwe gedupeerden zich nog aanmelden, is het tevens onduidelijk hoeveel gedupeerden er in 2023 er nog worden erkend door de Rijksbelastingdienst. Hiermee is de hoogte van de forfaitaire vergoeding en de gederfde ophogingskosten eveneens onduidelijk (naar verwachting zal deze substantieel lager zijn dan in 2021 resp. 2022) en is er in de begroting geen rekening gehouden met deze eventuele opbrengsten.
4.4 4.4.1
Algemene politiek-juridische ontwikkelingen Wijziging Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) / NCNP-problematiek
Naar aanleiding van de teleurstellende resultaten van het WODC rapport over de handelingswijze van de No-Cure-No-Pay (NCNP)-bureaus heeft de VNG vervolgonderzoek geïnitieerd dat is uitgevoerd door het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (Coelo). Het Coelo onderzoek richtte zich op de vraag of de bestaande kostenvergoeding, wat betreft hoogte en structuur, adequaat is. Daarmee wordt bedoeld dat de kostenvergoeding voldoende is om de dienstverlening aan inwoners en bedrijven te faciliteren, zonder dat er financiële prikkels bestaan die leiden tot een te hoog niveau aan bezwaren of aan proceshandelingen. Voor gemeenten en uitvoeringsorganisaties zijn hier niet alleen kosten aan verbonden doordat ze kostenvergoedingen moeten betalen. Het legt ook beslag op de tijd van schaarse professionals. De resultaten van het onderzoek zijn in november 2021 door SVHW aangeboden aan het Algemeen Bestuur SVHW. De conclusie van het rapport is dat de vergoedingsstructuur op basis van het Bpb perverse prikkels bevat, en daardoor gedrag beloont dat niet strookt met het algemeen belang. De financiële prikkel stimuleert namelijk om zoveel mogelijk WOZ-bezwaren (automatisch en nagenoeg ongeacht de slagingskans) in te dienen. De afhandeling van deze WOZ-bezwaren legt een groot beslag op de uitvoeringscapaciteit.