CConstaterende datWestvoorne
Koppel je AI →
Document · PDF

04 22 01 03 brief college NRD planMER module Eenrgietransitie provincie ZH bijl 2

Commissie GG & Milieu 4 april 2022, gemeente WestvoorneBij agendapunt: Brief van het college "raadsinformatiebrief NRD planMER module Energietransitie Provincie ZH"11.271 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Uiteraard worden bij de afzonderlijke wijzigingen alleen relevante criteria beoordeeld.

24

Beoordelingskader Module Energietransitie Thema Indicatoren monitor leefomgeving en toevoegingen Economie 1. Innovatie: De Provincie Zuid-Holland (PZH) heeft de ambitie de meest innovatieve regio van Nederland te zijn. Als beoordeling wordt hier de positie van de PZH op de European Regional Competitiveness Index (ERCI) voor gebruikt. 2. Grondstoffen gebruik: De PZH wil in 2050 100% circulair zijn. Indicator is nog in ontwikkeling net als de monitoringssystematiek om voor de beoordeling het totale grondstofgebruik in PZH inzichtelijk te maken. 3. Werkgelegenheidsontwikkeling: Werkeloosheid is een belangrijke graadmeter economie PZH. Het percentage van de werkloze beroepsbevolking wordt gebruikt om de ontwikkeling te monitoren. 4. Ondernemersvertrouwen: Belangrijke graadmeter van de Zuid-Hollandse economie gebaseerd op uitslag van de Conjunctuurenquête onder bedrijven. Energie 5. Energiegebruik: Samen met energiebesparing is dit een kwantificeerbare EU2020 beleidsdoelstelling (NL 1990-2020: 20%). De PZH wil het totale energiegebruik verder besparen en meet per sector de voortgang op dit gebied. 6. Duurzame energieopwekking: Is een kwantificeerbare EU2020 beleidsdoelstelling (NL 2020: 14% 2023: 16%). De productie en daarmee aandeel van duurzame energie neemt toe en moet verder stijgen om doelen te bereiken. Per (hernieuwbare) energiebron wordt toename gemonitord. 7.

Inpassing in energie-infrastructuur • Balans wind/zon in zoekgebied. • Beschikbaarheid van capaciteit op het bestaande netwerk in nabijheid van zoekgebied • Grootte van de opwek • Nieuwe investering in relatie tot balans vraag – aanbod (Is de benodigde investering te combineren met investeringen die nodig zijn voor (nieuwe) vraagontwikkelingen • Decentrale inpassing mogelijk (zijn er mogelijkheden voor opslag en conversie) Klimaat 8. Uitstoot broeikasgassen: Is een kwantificeerbare EU2020 en water beleidsdoelstelling (Doelstelling NL tussen 2005-2020 was 16%). Totale CO2 uitstoot PZH in 2019 was 42,3 Mton t.o.v. 45,3 Mton in 2006. Verdere afname wordt gestimuleerd door verhoogde inzet duurzamere energiebronnen. Uitstoot broeikasgassen blijft per sector en jaar gemonitord worden. 9. Waterveiligheid: Percentage van de regionale keringen die voldoen aan veiligheidsnormen. Doel is dat in 2030 alle keringen hieraan voldoen. 10. Voldoende water: Bestaat uit twee deelindicatoren, 1. Voldoende oppervlaktewater (geen normering KRW) en 2. Voldoende grondwater (toestand- en trendbeoordeling grondwater KRW voor 5 grondwaterlichamen in PZH is 'goed'). 11. Schoon water: Bestaat uit twee deelindicatoren, 1. Schoon oppervlaktewater (op ecologische waterkwaliteit KRW van 125 oppervlakte-waterlichamen en verontreiniging door chemische stoffen beneden norm KRW) en 2.

Schoon grondwater (normering op aantal van vijf grondwaterlichamen dat 'goed' scoort op deeltest chemie voor chemische grondwaterkwaliteit). Beide deelindicatoren zijn gekoppeld aan KRW toestand- en trendbeoordeling 12. Bodemdaling: "Beperken maatschappelijke kosten door bodemdaling" is een provinciale beleidsregel. Dit gaat over zowel directe kosten door schade in bebouwde omgeving in infrastructuur, funderingen, etc., als indirecte CO2 uitstoot in veenweide door veenoxidatie. De kosten van bodemdaling en stijging uitstoot CO2 en andere broeikasgassen worden per gebied gemonitord via Staat van Zuid-Holland.

Duiding planMER module Energietransitie Opnemen in m.e.r. module Energietransitie

Opnemen in m.e.r. module Energietransitie

Opnemen in m.e.r. module Energietransitie

Beperkt effect verwacht voor module Energietransitie, wordt derhalve niet meegenomen. Deze indicator gebruiken we bij de beoordeling van het doelbereik van de wijzigingen van de module Energietransitie. Deze indicator gebruiken we bij de beoordeling van het doelbereik van de wijzigingen van de module Energietransitie.

Deze indicator is momenteel geen onderdeel van de monitor leefomgeving. Voor de module Energietransitie voegen we deze indicator toe aan dit beoordelingskader zodat we de impact op het energienet van de wijzigingen kunnen onderzoeken.

Deze indicator gebruiken we bij de beoordeling van het doelbereik van de wijzigingen van de module Energietransitie.

Opnemen in m.e.r. module Energietransitie Opnemen in m.e.r. module Energietransitie

Opnemen in m.e.r. module Energietransitie

Voor de module Energietransitie wordt deze indicator aangevuld met het meten en beoordelen van het risico op zettingen en ophogingen (metrisch per tijdseenheid).

25

Landschap & Cultuur

13. Fysieke Landschapskenmerken: Voor deze indicator zijn de onderliggende indicatoren nog in ontwikkeling. Doel is het landschap in beeld te brengen aan de hand van 6 indicatoren met daarin bepaalde kwaliteitskenmerken. PZH sluit hiervoor aan bij de landelijke Monitor Landschap. Aan de hand van zes indicatoren wordt het landschap gemonitord. Deze zijn bebouwing, landgebruik (bijvoorbeeld landbouwareaal), openheid, opgaand groen, historische lijnelementen en reliëf.

Voor de module Energietransitie wordt deze indicator aangevuld met de visueel-ruimtelijke invloed die wind- en zonneparken hebben op karakteristieke ruimtelijke structuur van de verschillende landschapstypen en de bijzondere landschapselementen die binnen deze landschappen te vinden zijn. Gegevens komen uit de kwaliteitskaart en de gebiedsprofielen. Schaal en maat van het landschap spelen daarbij een rol. Zo zijn er landschappen die meer geschikt zijn voor de plaatsing van wind- of zonneparken dan andere. die Ook wordt de indicator aangevuld met de cumulatieve effecten van wind- en zonneparken, zoals het totale horizonbeslag en de visuele interferentie tussen verschillende windparken.Zo is het cumulatief effect van drie solitaire turbines negatiever dan een cluster van meerdere turbines.

14. Grondgebruik: Voor deze indicator zijn de onderliggende indicatoren nog in ontwikkeling. Doel is om de feitelijke, meetbare kenmerken van landschap in beeld te brengen. De PZH sluit hiervoor aan bij de landelijke Monitor Landschap (toegelicht bij indicator 13).

15. Cultuurhistorie (erfgoed): Restauratievolume uit de provinciale Erfgoedmonitor wordt gebruikt om het aantal rijksmonumenten (uitgezonderd woonhuizen) dat in een matige tot slechte onderhoudsstaat verkeert en gerestaureerd dient te worden te monitoren. Indicator wordt nog verder ontwikkeld vanwege raakvlakken met de landelijke Monitor Landschap (toegelicht bij indicator 13).

16. Ruimtelijke kwaliteit: Voor deze indicator worden de verschillende beschermingscategorieën ruimtelijke kwaliteit gebruikt: kroonjuweel cultureel erfgoed, groene buffer, belangrijk weidevogelgebied, recreatiegebied, natuurnetwerk Nederland, beschermd grasland in de Bollenstreek. Daarnaast gebruiken we onderdelen van de kwaliteitskaart zoals de verschillende landschapstypen. (zie indicator 12).

17. Luchtkwaliteit - Ruimtelijk verdeelde waarden NOx en PM10: De luchtkwaliteit moet voldoen aan Europese grenswaarden richtlijn

Tot slot wordt het beslag op de ruimte van zonneparken meegenomen in de rapportage. Meervoudig grondgebruik scoort hier positiever dan monofunctioneel gebruik. Op deze manier wordt duidelijk wat de ruimtelijke impact is en het effect op de landschappelijke kwaliteit. Opnemen in m.e.r. module Energietransitie

Voor de module Energietransitie wordt deze indicator aangevuld met aantasting bekende en verwachte archeologische en culturhistorische waarden a.d.h.v. een kwalitatieve quickscan. Deze quickscan beschrijft de cultuurhistorie ten behoeve van nieuwe bestemmingsplannen en in hoeverre deze door de plannen in het geding komt. Deze indicator is momenteel geen onderdeel van de monitor leefomgeving. Voor de module Energietransitie voegen we deze indicator toe aan dit beoordelingskader. We gaan na in hoeverre zoekgebieden landen in de verschillende beschermingscategorieën. Daarnaast kijken we naar de mate waarin er sprake is van een ruimtelijke samenhang tussen zoekgebieden – op provinciale schaal en op de schaal van ruimtelijke en landschappelijke eenheden en ook of ze bijdragen aan de ruimtelijke hoofdlijnen. Is er verbinding met andere opgaven, bijvoorbeeld op het gebied van de landbouwtransitie, bodemdaling, biodiversiteit, klimaat mogelijk? Is toekomstige uitbreiding mogelijk? Opnemen in m.e.r. module Energietransitie

26

Milieu en gezondheid

Natuur

Verstedelijking en mobiliteit

2008/50/EG, overgenomen in Nederlandse Wet milieubeheer voor NO2 en PM10. De voortgangsrapportage berekent de luchtkwaliteit. 18. Geluid: Geluidhinder wordt bepaald door de hoeveelheid decibel op een gegeven moment en plaats, en de hinderbeleving. Dit is een momentopname en de enige goed beschikbare indicatie van geluidhinder.

19. Levensverwachting in goed ervaren gezondheid: Doelstelling Rijk om in 2040 vijf extra gezonde levensjaren te hebben bereikt, PZH kent geen aparte doelstelling. Indicator is gezonde levensverwachting naar Gezondheidsenquête. 20. Beweegvriendelijke leefomgeving: Bestaat uit vijf deelindicatoren, namelijk 1. Sport- en speelplekken, 2. Sport- speel- en beweegruimte, 3. Routes, 4. Buitengebied en 5. Nabijheid van voorzieningen. Een score op deze indicator wordt momenteel nog niet gegeven in de MoLo. 21. Aandachtsgebieden omgevingsveiligheid (incl. Kwetsbare objecten): Veiligere PZH, kans dat mensen slachtoffer worden van ongevallen met gevaarlijke stoffen minimaliseren. Indicator wordt ontwikkeld om kaarten met groepsrisico aandachtsgebieden te ontwikkelen. 22. Biodiversiteit: De Living Planet Indicator (LPI) is gebaseerd op de trend in aantal en verspreiding van ca 225 soorten waarvoor voor Zuid-Holland voldoende informatie beschikbaar is. 23. Kwaliteit gebieden NNN: De kwaliteit van de natuur binnen Natuurnetwerk Nederland (NNN) wordt een landelijke systematiek gebruikt. Voor de verschillende beheertypen uit het SNL-stelsel zijn hierin verschillende maatlatten opgenomen om de kwaliteit te beoordelen. 24.

Kwaliteit habitattypen in Natura 2000 gebied: De indicator betreft het aandeel van het oppervlak habitattype dat een goede kwaliteit heeft volgens het meest recente vastgestelde beheerplan. 25. Kwaliteit leefgebied/populatiegrootte vogel- en habitatrichtlijnsoorten in N2000 gebied: De indicator betreft het aandeel van de soorten dat in een goede staat van instandhouding verkeert volgens het meest recent vastgestelde beheerplan.

26. Stikstofoverschrijding gebieden: De indicator meet de kritische depositie waarde (KDW) van stikstof in habitattypen/leefgebieden. Een te hoge depositie waarde zorgt voor achteruitgang in biodiversiteit, de emissie en depositie van stikstof moet dus gereduceerd worden. De vooruitgang van de reductie wordt ook gemeten. 27. Duurzame Landbouw: Kent als indicator de Barometer Duurzame Landbouw welks, gebaseerd op gevalideerde data en samengesteld uit verschillende deelindicatoren, de stand van de verduurzaming aangeven. 28. Woningvoorraadontwikkeling: Gerealiseerde woningvoorraad-toename moet in de pas lopen met de provinciaal geraamde gewenste woningvoorraadtoename en waarbij de geplande nieuwe woningen netto (ook) in de pas moeten lopen met de provinciaal toegestane maximale programmeerruimte (130%) in verband met planvertraging en -uitval.

Voor de module Energietransitie wordt deze indicator aangevuld met drie andere indicatoren. Dit zijn de indicator geluidsnormering windmolens, de indicator richtwaarde 40dB Lden (De waarde van 40 dB(A) is één stap van 5 dB lager dan de door de WHO geadviseerde waarde van 45 dB(A) Lden. De 40 dB Lden-contour blijkt goed overeen te komen met het gebied waarin bewoners rond een windturbinepark melding maken van ernstige geluidoverlast) en de indicator woonwijken (bij het in beeld brengen van aantallen woningen binnen een geluidcontour onderscheid tussen woonwijken en overige woningen). Opnemen in m.e.r. module Energietransitie

Energieopgave, -opwekking, -transport en – opslag kan invloed hebben op de subindicatoren 3. Routes en 4. Buitengebied. Opnemen in m.e.r. module Energietransitie

Opnemen in m.e.r. module Energietransitie

Opnemen in m.e.r. module Energietransitie

Opnemen in m.e.r. module Energietransitie

Voor de module Energietransitie wordt deze indicator aangevuld met de in de Omgevingsverordening opgenomen weidevogelgebieden, ganzenfoerageergebied en stiltegebieden. Deze indicator beoordeelt of er sprake is van een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van dergelijke gebieden en of deze compensatieplichtig is. Opnemen in m.e.r. module Energietransitie

Er is sprake van een link met duurzaam energiegebruik via bijvoorbeeld gebruik van restwarmte en geothermie. Geen effect verwacht voor module Energietransitie, wordt derhalve niet meegenomen.

27

29. Werknemers en inwoners in HOV- en BSD-gebieden: In de indicator wordt gekeken naar ontwikkeling aantal werknemers (op bedrijfsniveau) en inwoners binnen de PZH in percentages. Veranderingen worden gemonitord. 30. Leefbaarheid: PZH wil een regio zijn waar mensen met plezier wonen, werken en recreëren in een aantrekkelijke, groene en gezonde omgeving. De leefbaarheid wordt in beeld gebracht doormiddel van 100 indicatoren, onderverdeeld in vijf dimensies in de Leefbaarometer.

31. Nabijheid wonen-voorzieningen: De indicator toont of nieuwbouwwoningen op een logische plek gebouwd zijn, laat zien in hoeverre de doelstelling behaald wordt. 32. Verkeersslachtoffers: Verkeersonveiligheid meten door te kijken naar aantal verkeersslachtoffers.

Geen effect verwacht voor module Energietransitie, wordt derhalve niet meegenomen. Voor de module Energietransitie zijn van de 100 indicatoren met name degene die betrekking hebben op de 'Fysieke omgeving' relevant. Daarnaast wordt deze indicator aangevuld met slagschaduw. Deze indicator beoordeelt het aantal woningen binnen de wettelijk toegestane schaduwcontour. De module Energietransitie wijzigt hier niets aan, wordt derhalve niet meegenomen. Geen effect verwacht voor module Energietransitie, wordt derhalve niet meegenomen.

Tabel 2. Beoordelingskader leefomgevingstoets PlanMER.

4.3 Wijze van beoordeling In de vorige paragraaf zijn de mogelijke relevante indicatoren voor de leefomgevingstoets beschreven. We beoordelen de effecten aan de hand van een 5-puntsschaal. De beoordeling van de effecten van de wijzigingen in de module energietransitie worden waar relevant uitgevoerd op basis van kwantitatieve gegevens. Waar dit niet mogelijk, of niet relevant is, wordt een kwalitatieve beoordeling gedaan. Waar mogelijk maken we bij de beoordeling gebruik van inzichten uit andere milieueffectenrapportages. Zo zijn in het PlanMER van de RES Holland-Rijnland het doelbereik (opwekpotentie) en de milieueffecten van zoekgebieden reeds onderzocht. Voor de overlappende beoordelingscriteria maken we gebruik van de gegevens die in het PlanMER van de RES HollandRijnland zijn gebruikt.15

Effect

Beoordeling

Positief effect

++

Beperkt positief effect

+

Neutraal effect

0

Beperkt negatief effect

-

Negatief effect

--

De milieueffecten van de wijzigingen van de module energietransitie en alternatieven worden ten opzichte van elkaar beoordeeld ten opzichte van de huidige situatie met de autonome ontwikkeling

15

PlanMER Regionale Energie Strategie Holland Rijnland (via: https://wijzijnon.nl/media/uploads/blocks/PlanMER%20Regionale%20Energie%20Strategie%20Holland%20Rij nland.pdf).

28

(de referentiesituatie). Voor de beoordeling van de referentiesituatie maken we gebruik van de beoordelingen uit de monitor leefomgeving (zie ook afbeelding 2):16 •

Beoordeling huidige situatie: We gebruiken de beoordeling van de huidige situatie volgens de indicatoren in de monitor leefomgeving. De monitor leefomgeving hanteert de volgende schalen:

•

o

Groen: provinciebreed geen knelpunten

o

Oranje: provinciebreed wisselend wel/ geen knelpunten en/of risico’s op knelpunten

o

Rood: provinciebreed overwegend sprake van knelpunten

Beoordeling autonome ontwikkelingen: we maken gebruik maken van de beoordeling van de ontwikkelrichting van de indicatoren in de monitor leefomgeving als vertrekpunt. Het betreft kwalitatieve beoordelingen van de ontwikkeling ten opzichte van de huidige situatie van de indicatoren in de monitor. De monitor leefomgeving hanteert de volgende schalen: o

Groen: Positieve ontwikkeling

o

Oranje: Geen ontwikkeling

o

Rood: Negatieve ontwikkeling

16

Zie: https://monitorleefomgeving.zuid-holland.nl/ voor de actuele versie van de monitor en de beoordelingen van de huidige situatie en de ontwikkelrichting.

29

Afbeelding 2: Monitor Leefomgeving Provincie Zuid-Holland

In de figuur hierboven is de monitor leefomgeving en de huidige situatie en ontwikkelrichting van de indicatoren weergegeven (zie: https://monitorleefomgeving.zuid-holland.nl/). Ter illustratie: uit de monitor leefomgeving blijkt dat energiegebruik en duurzame energieopwekking op dit moment knelpunten kennen (de indicatoren scoren ‘oranje’). Kort gezegd zijn de wijzigingen van de module Energietransitie gericht op het ‘groen’ krijgen van deze indicatoren. Met de Leefomgevingstoets maken we een integrale beoordeling van de mate waarin de wijzigingen van de module Energietransitie hieraan bijdragen en daarbij toetsen we in hoeverre de beleidswijzigingen positieve dan wel negatieve effecten hebben op de andere ambities van de provincie.

30

5 Vervolgstappen 5.1 Planning Deze ontwerp-NRD is op 2 november vastgesteld door de Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland. De inspraakprocedure is op 8 november gestart. De ontwerp-NRD zal voor een periode van 6 weken ter inzage liggen. Tijdens deze periode kan iedere belanghebbende reageren. Gelijktijdig zal de Cie m.e.r. haar advies uitbrengen. 20 december is de laatste dag van de inspraakperiode, waarna de zienswijzen verwerkt zullen worden en een Nota van Beantwoording opgesteld zal worden, waarin gereageerd wordt op de zienswijzen. De verwachting is dat in februari 2022 de Nota van Beantwoording met de definitieve NRD vastgesteld zullen worden door GS. Vervolgens zal het proces voor het opstellen van de PlanMER gestart worden, parallel aan het uitwerken van de wijzigingen van de module Energietransitie.

Volgens de huidige planning zouden de ontwerp-module Energietransitie en het ontwerp PlanMER in april 2022 afgerond moeten zijn voor bespreking en vaststelling in GS, zodat de ontwerpen na bespreking in een commissievergadering van PS in de inspraakprocedure kunnen vóór de start van het zomerreces. In Q4 2022 vindt vervolgens de besluitvorming over de wijziging van de module Energietransitie plaats door PS.

5.2 Samenwerking en participatie module Energietransitie en PlanMER De participatie voor de totstandkoming van de wijzigingen van de module Energietransitie en de totstandkoming van het PlanMER is maatwerk. We kijken steeds naar de wijze waarop hier binnen de regio’s en gemeenten invulling aan is en wordt gegeven. Voor de uitwerking van de wijzigingen van de module Energietransitie is een participatieplan opgesteld waarin de voorgenomen uitvoering van de participatie is vormgegeven.17 Het participatieplan is in samenwerking met de regio's, gemeenten en waterschappen opgesteld. Het vertrekpunt voor de participatie is ‘De participatievisie en -principes van de provincie’ (vastgesteld PS oktober 2018). Bovendien hebben de Provinciale Staten van Zuid-Holland een tweetal moties aangenomen waarmee de participatie steviger ingezet

17

BIJ DEFINITIEVE ONTWERP NRD HIER EEN VERWIJZING OPNEMEN.

31

en beter geborgd moet worden. Het gaat om motie 1012 van de PVV en motie 1019 van de VVD en CU/SGP. Naast deze participatie zullen de ontwerp module Energietransitie en het ontwerp PlanMER, net als deze ontwerp-NRD, uiteraard de wettelijk verplichte terinzagelegging doorlopen. Hierbij kan iedere belanghebbende reageren op de voorliggende ontwerpstukken voor deze definitief ter besluitvorming gaan.

32

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11341766/1