04 21 09 22 brief college act ontw woondossier bij 4.1 Jaarmonitor woonruimtebemiddeling
Tekst van het document
Monitor woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2020 – 2e druk
Onderzoek en Business Intelligence
Colofon Gemeente Rotterdam, afdeling Onderzoek en Business Intelligence (OBI) Datum: Auteur(s):
22 juni 2021 Matthieu Permentier
Vragen:
onderzoek@rotterdam.nl 2
Inhoud 0 Inleiding .................................................................................................................................................................................. 5 Hoofdstuk 1 Ontwikkelingen in de regio.................................................................................................................................. 6 Ontwikkelingen 2020 .............................................................................................................................................................. 6 Druk op huurmarkt houdt aan: afname slaagkans in meeste gemeenten ................................................................................ 6 Mediane inschrijfduur stijgt in 2020 naar 25 maanden ............................................................................................................ 6 Het aantal actief woningzoekenden ligt in 2020 hoger dan in 2019 ......................................................................................... 7 Gemiddeld reageren er 342 woningzoekenden op een woningadvertentie ............................................................................. 8 Onder het lagere aantal aangeboden woningen is een toename van het aandeel directe bemiddeling ...................................
8 Aandeel verhuringen aan regulier woningzoekenden daalt en directe bemiddeling neemt toe ................................................ 9 73% van de geslaagden behoort tot de primaire inkomensgroep .......................................................................................... 10 Passend toewijzen ............................................................................................................................................................... 10 Verleende urgenties naar urgentiegrond ............................................................................................................................... 10 KADER Toelichting gebruik mediane inschrijfduur ................................................................................................................ 12 Hoofdstuk 2 Regiogemeenten onderling vergeleken ............................................................................................................ 13 Slaagkans ............................................................................................................................................................................ 13 Woningvraag: actief woningzoekenden per gemeente ..........................................................................................................
15 Woningaanbod ..................................................................................................................................................................... 18 Geslaagden .......................................................................................................................................................................... 19 Doelgroepen......................................................................................................................................................................... 21 Aanwezigheid EC-doelgroep en huurstatus .......................................................................................................................... 22 Intraregionale verhuizingen .................................................................................................................................................. 24 Hoofdstuk 3 Urgent woningzoekenden: verleende urgentiegronden en geslaagden naar urgentiegrond ........................ 26 Lichte toename aantal geslaagde urgent woningzoekenden in 2020 .................................................................................... 26 Aantal urgentieaanvragen naar urgentiegrond ......................................................................................................................
27 Verleende urgenties vooral aan uitstromers uit opvanginstellingen ....................................................................................... 29 Geslaagde urgent woningzoekenden naar urgentiegrond ..................................................................................................... 30 Vergunninghouders onder de urgent woningzoekenden komen vooral in Rotterdam te wonen ............................................. 33 Hoofdstuk 4 Feitenkaarten per gemeente.............................................................................................................................. 34 Feitenkaart Woonruimtebemiddeling Gemeente Rotterdam.................................................................................................. 35 Feitenkaart Woonruimtebemiddeling Gemeente Ridderkerk ................................................................................................. 37 Feitenkaart Woonruimtebemiddeling Gemeente Barendrecht ............................................................................................... 39 Feitenkaart Woonruimtebemiddeling Gemeente Albrandswaard........................................................................................... 41 Feitenkaart Woonruimtebemiddeling Gemeente Lansingerland ............................................................................................
43 Feitenkaart Woonruimtebemiddeling Gemeente Capelle aan den IJssel .............................................................................. 45 Feitenkaart Woonruimtebemiddeling Gemeente Krimpen aan den IJssel ............................................................................. 47 Feitenkaart Woonruimtebemiddeling Gemeente Maassluis .................................................................................................. 49
3
Feitenkaart Woonruimtebemiddeling Gemeente Vlaardingen ............................................................................................... 51 Feitenkaart Woonruimtebemiddeling Gemeente Schiedam .................................................................................................. 53 Feitenkaart Woonruimtebemiddeling Gemeente Nissewaard................................................................................................ 55 Feitenkaart Woonruimtebemiddeling Gemeente Hellevoetsluis ............................................................................................ 57 Feitenkaart Woonruimtebemiddeling Gemeente Brielle ........................................................................................................ 59 Feitenkaart Woonruimtebemiddeling Gemeente Westvoorne ............................................................................................... 61 Hoofdstuk 5 Tabellenboek ...................................................................................................................................................... 63 Hoofdstuk 6 Afkortingen en definities ................................................................................................................................... 87
4
0 Inleiding In deze rapportage Monitor woonruimtebemiddeling 2020 bespreken we de belangrijkste resultaten van de woonruimteverdeling in de regio Rotterdam (zie figuur 0.1). Het gaat hier over corporatiewoningen tot aan de liberalisatiegrens (€ 737,14) die in het jaar 2020 zijn aangeboden of verhuurd. Vrije sector huurwoningen vallen dus buiten deze rapportage. We kijken in deze rapportage naar de druk op de sociale huurmarkt (slaagkansen en mediane inschrijfduur), de woningvraag en de geslaagden. De cijfers in deze rapportage zijn afkomstig van Woonnet Rijnmond en zijn in opdracht van Maaskoepel en de veertien gemeenten van het Samenwerkingsverband Wonen regio Rotterdam door de afdeling Onderzoek en Business Intelligence (OBI) van de gemeente Rotterdam geanalyseerd. In hoofdstuk 1 bespreken we de belangrijkste ontwikkelingen in de regio Rotterdam zoals de druk op de huurmarkt en ontwikkeling van het woningaanbod, woningzoekenden en geslaagden. In hoofdstuk 2 bespreken we deze onderwerpen voor de 14 regiogemeenten. Hoofdstuk 3 bespreekt het onderwerp urgenties. We gaan in op het aantal urgentieaanvragen en -toekenningen en de urgentiegronden van geslaagde urgent woningzoekenden. Hoofdstuk 4 geeft per gemeente de belangrijkste cijfers van de afgelopen jaren. Hoofdstuk 5 bestaat uit een tabellenbijlage. In deze 2e druk zijn gegevens over de slaagkans (p. 6, p. 13/14, p.
72/73 en de feitenkaarten) verbeterd. Figuur 0.1: Werkingsgebied WoonnetRijnmond 2020
5
Hoofdstuk 1 Ontwikkelingen in de regio Ontwikkelingen 2020 In tabel 1.1 worden de belangrijkste ontwikkelingen tussen 2019-2020 kort weergegeven. De woningvraag is gestegen, het woningaanbod neemt af en de druk op de huurmarkt neemt toe. Tabel 1.1: Ontwikkelingen huurmarkt in één oogopslag Thema
Onderwerp
2019
2020
Verandering
Woningvraag
Actief woningzoekenden
90.662
96.711
+7%
Woningaanbod
Geadverteerde woningen
10.876
10.638
-2%
Woningverhuur
Verhuringen
11.028
10.094
-8%
Druk op de huurmarkt
Mediane inschrijfduur*
23 maanden
25 maanden
+2 maanden
Slaagkans Tussen 0,7 en 5,7% * Op pagina 12 lichten we het begrip mediane inschrijfduur en de keuze hiervoor toe
Tussen 0,5 en 4,9%
Druk op huurmarkt houdt aan: afname slaagkans in meeste gemeenten De gemiddelde slaagkans varieert in de gemeenten in 2020 tussen de 0,5% tot 4,9% (figuur 1.1). De slaagkans neemt tussen 2017-2020 overal af. In 2020 ligt de slaagkans in alle gemeenten lager dan in 2019, behalve in Schiedam (geen verandering). Figuur 1.1: Slaagkans per regiogemeente 2017-2020 (in %) 10,0 9,0 8,0 7,0 6,0 5,0 4,0 3,0 2,0 1,0 0,0
4,9
1,2
0,7
0,5
0,9
1,0
2017
0,7
2018
1,0
2019
1,9
1,7
1,5
1,2
0,7
1,1
2020
Mediane inschrijfduur stijgt in 2020 naar 25 maanden Met ingang van deze Monitor rapporteren we de mediane inschrijfduur van de geslaagde reguliere woningzoekenden in plaats van de gemiddelde inschrijfduur. De waarden van deze inschrijfduur zijn niet gelijkmatig verdeeld en daarom is de mediaan een geschiktere centrummaat dan het rekenkundig gemiddelde. De mediaan is de middelste waarneming van de getallenreeks (zie verder de toelichting op pagina 12). De mediane inschrijfduur rapporteren we voor geslaagde reguliere woningzoekenden en dit zijn de woningzoekenden, exclusief urgenten, herhuisvestingskandidaten en vergunninghouders, die in 2020 geslaagd zijn via het inschrijfduur-, woningloting-, directkans-, wens&wachtmodel of via directe bemiddeling. Bij de berekening wordt de periode in aantal maanden geteld tussen de datum van inschrijving en de datum waarop de verhuring geregistreerd is. Dit zegt daarmee niet per definitie iets over hoe lang een woningzoekende zelf actief op zoek is naar een woning. Inschrijfduren per gemeente worden pas gerapporteerd wanneer deze berekend zijn over minimaal 5 inschrijfduren. De mediane inschrijfduur van de geslaagde woningzoekenden (exclusief urgent woningzoekenden, herhuisvestingskandidaten en vergunninghouders) bedraagt 25 maanden in 2020 en ligt daarmee 2
6
maanden hoger dan in 2019 (figuur 1.2). De mediane inschrijfduur nam tussen 2016-2018 af, om daarna weer te stijgen. Hierbij moet opgemerkt worden dat sinds 2015 veel veranderingen in de woningbemiddeling hebben plaatsgevonden die mogelijk invloed op de inschrijfduur hebben, zoals de Woningwet van 2015 (passend toewijzen), de nieuwe verordening en jaarlijkse inschrijfkosten van woningzoekenden (vanaf 2015 jaarlijks € 10 kosten). Figuur 1.2: Mediane inschrijfduur van geslaagde regulier woningzoekenden 2016-2020 (in maanden) 40
34
35
28
30 25
25
23
21
20 15 10 5 0 2016
2017
2018
2019
2020
Als we de inschrijfduur uitsplitsen naar bemiddelingsmodel zien we grote verschillen in inschrijfduur (figuur 1.3). De mediane inschrijfduur van geslaagden via het inschrijfduurmodel (het betreft hier qua aandeel 51% van alle regulier geslaagden) is met 49 maanden veel hoger dan de 8 maanden van de geslaagden via directe bemiddeling (qua aandeel 21% van de geslaagden). Onder de primaire doelgroep is de inschrijfduur met 21 maanden het laagst en bij de niet-EC-doelgroep is deze duur met 39 maanden het hoogst (figuur 1.3). Figuur 1.3: Mediane inschrijfduur van geslaagde regulier woningzoekenden naar bemiddelingsmodel en inkomensgroep in 2020 (in maanden) 60 50
49
40
33 25
30 20
8
10
13
17
39 25
21
8
Bemiddelingsmodel
Totaal
Niet-EC-doelgroep
Secundaire doelgroep
Primaire doelgroep
Totaal
Directe bemiddeling
Wens & Wacht
Loting
Direct kans
Inschrijfduur
0
Inkomensgroep
Het aantal actief woningzoekenden ligt in 2020 hoger dan in 2019 Het aantal actief woningzoekenden naar een sociale huurwoning stijgt in 2020 met 6.049 tot 96.711 (+ 7%)(sinds 2017 +23.239)(figuur 1.4). Gelijktijdig neemt het aantal geslaagde woningzoekenden in 2020 af tot 10.094, een daling met 934 vergeleken met 2019 (-8%). Het percentage geslaagde woningzoekenden daalt als gevolg van een toenemende vraag bij een afnemend aanbod van 17% in 2017 naar 10% in 2020. Dat betekent dat in 2020 voor elk geslaagde woningzoekende 9 woningzoekenden niet slaagden.
7
Figuur 1.4: Aantal actief woningzoekenden en geslaagden en % geslaagden 2017-2020 120.000
18% 17%
16%
100.000 14% 85.210
80.000
96.711
90.662 12%
14% 12%
73.472
10%
60.000
10% 8%
40.000
6% 4%
20.000 12.368
11.588
11.028
10.094
0
2% 0%
2017
2018
geslaagden
2019
2020
actief woningzoekenden
% geslaagd
* de linker Y-as verwijst naar aantal woningzoekenden en geslaagden, rechter Y-as verwijst naar % geslaagden
Gemiddeld reageren er 342 woningzoekenden op een woningadvertentie De 96.711 actief woningzoekenden plaatsen 2.532.023 reacties op 7.395 aangeboden sociale huurwoningen (exclusief de direct bemiddelde woningen en exclusief urgenten). Gemiddeld zijn dat 342 reacties per aangeboden woning. Binnen de Verordening Woonruimtebemiddeling mogen woningzoekenden ook reageren als ze niet voldoen aan alle voorrangscriteria van de advertentie (bijvoorbeeld leeftijd of aantal huishoudpersonen). Dit zijn niet-passende reacties. Deze woningzoekenden komen op de kandidatenlijst na woningzoekenden die wel voldoen aan alle voorrangscriteria. Van deze reacties is 13% niet-passend en vooral bij het Wens & Wachtmodel zijn relatief veel niet-passende reacties (24%)(tabel 1.2). Tabel 1.2: Passendheid reacties per inschrijfmodel (excl. urgent woningzoekenden en directe bemiddeling) % passend % niet passend Totaal reacties (excl urgent)
Inschrijfduur 84% 16% 1.481.694
Direct kans 91% 9% 265.621
Loting 94% 6% 694.362
Wens & Wacht 76% 24% 90.346
Totaal 87% 13% 2.532.023
Onder het lagere aantal aangeboden woningen is een toename van het aandeel directe bemiddeling In 2020 zijn er 10.638 aangeboden woningen, vergeleken met 2019 een afname met 238 woningen (-2%)(sinds 2017 -24%)(figuur 1.5). De helft van de woningen (50%) wordt via het inschrijfduurmodel aangeboden en bijna een derde (30%) via directe bemiddeling. Binnen het afnemend aantal aanbiedingen stijgt tussen 2017 en 2020 het aandeel directe bemiddeling (+8%-punt) en daalt het aantal aangeboden woningen via het inschrijfduurmodel (-12%-punt). Figuur 1.5: Aantal aangeboden woningen naar bemiddelingsmodel 2017-2020 16.000 14.000 12.000
140 825 1218
10.000
3.049
67 1043 1134 2.658
8.000 6.000 4.000
8.674
7.254
2.000
248 676 1106
390 797 873
3.143
3.243
5.703
5.335
2019
2020
0 2017 Inschrijfduur
2018 Directe bemiddeling
Loting
Direct kans
Wens & Wacht
8
Aandeel verhuringen aan regulier woningzoekenden daalt en directe bemiddeling neemt toe Het aantal aanbiedingen in 2020 komt niet overeen met het aantal verhuringen in dat jaar, omdat sommige in 2020 aangeboden woningen pas in 2021 zijn/worden verhuurd en sommige verhuringen in 2020 nog betrekking hadden op een in 2019 aangeboden woning. In 2020 zijn er 10.094 geslaagde woningzoekenden en dat zijn er 934 minder dan in 2019 (-4%) (-18% sinds 2017)(figuur 1.6). Bijna de helft van de geslaagde woningzoekenden (48%) slaagt via het inschrijfduurmodel en bijna een derde (32%) slaagt via directe bemiddeling. Binnen het afnemend aantal geslaagden (-18% sinds 2017) neemt het relatieve belang van directe bemiddeling toe (+7%punt) en van inschrijfduur af (-12%-punt). Figuur 1.6: Aantal geslaagde woningzoekenden en aantal aangeboden woningen naar bemiddelingsmodel 2017-2020
12.000
140 825 1.218
10.000
3.049
198 614 1.115
67 1.043 1.134
3.049
2.658
8.000
425 851 1.092 2.658
248 676 1.106
460 683 1.148
390 797 873
3.143
3.143
3.243
5.703
5.594
5.335
aanbiedingen
14.000
geslaagden
16.000
417 689 940 3.243
6.000 8.674
4.000
7.392
7.254
6.562
2.000
4.805
2017 Inschrijfduur
2018 Directe bemiddeling
2019 Loting
Direct kans
geslaagden
aanbiedingen
geslaagden
aanbiedingen
aanbiedingen
geslaagden
0
2020 Wens & Wacht
In totaal heeft 38% van de geslaagden (3.850) voorrang op basis van urgentie of als herhuisvestingskandidaat en van deze groep slaagt de helft via directe bemiddeling en 42% via het inschrijfduurmodel (figuur 1.7). Daarmee is een meerderheid van de woningen (5.185, 51%) in 2020 verhuurd via òf directe bemiddeling òf aan voorrangskandidaten. Vergeleken met 2019 wordt een steeds groter deel van de woningen aan één van deze groepen verhuurd (toename van dit aandeel met 3%-punt vergeleken met 2019). Het aandeel voorrangskandidaten neemt sinds 2017 toe met 8%punt. Figuur 1.7: Aantal geslaagde woningzoekenden naar voorrangsstatus 2017-2020 14.000 12.000
903
10.000
2.802
961 2.817
8.000
1.155 2.808
943 2.907
6.000 4.000
8.663
7.810
7.065
6.244
2.000 0 2017 geen voorrang
2018 urgentie
2019 2020 herhuisvestingskandidaat
9
73% van de geslaagden behoort tot de primaire inkomensgroep Van de geslaagden behoort 73% tot de primaire inkomensgroep, iets onder de 75% die in de regioafspraken staat vermeld (figuur 1.8). De secundaire inkomensgroep maakt 20% van het totaal uit en 5% hoort tot de niet-EC doelgroep. Deze percentages zijn door de jaren heen vrij stabiel. Figuur 1.8: Aantal geslaagde woningzoekenden naar inkomensgroep 2017-2020 100%
159 538
113 545
202 542
234 504
2.571
2.416
2.393
2.025
9.164
8.514
7.891
7.331
2017
2018
2019
2020
90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%
Onbekend Secundaire doelgroep Regioafspraken primaire doelgroep (75%)
Niet-EC-doelgroep Primaire doelgroep
Passend toewijzen De primaire doelgroep (huishoudens met recht op huurtoeslag) krijgt in 95% van de gevallen een woning onder de aftoppingsgrens (passendheidsnorm)(in 2019: 98%)(tabel 1.3). De secundaire doelgroep en niet-EC-doelgroep huren vooral woningen boven deze aftoppingsgrens (respectievelijk 77% en 86%). Tabel 1.3: Inkomensgroepen die geslaagd zijn naar huurprijs van de woning onder aftoppingsgrens aantal
%
boven aftoppingsgrens aantal
%
onbekend aantal
totaal
%
aantal
%
Primaire doelgroep
6.969
95
358
5
4
0
7.331
100
Secundaire doelgroep
458
23
1.562
77
5
0
2.025
100
Niet-EC-doelgroep
69
14
435
86
504
100
Onbekend
229
98
2
1
3
1
234
100
7.725
77
2.357
23
12
0
10.094
100
Totaal
Verleende urgenties naar urgentiegrond Huishoudens die in een persoonlijke noodsituatie verkeren en snel een andere woning nodig hebben kunnen een aanvraag voor urgentie doen. Als aan de voorwaarden voor urgentie wordt voldaan wordt een urgentie verleend. In 2020 zijn er 2.545 urgenties verleend aan huishoudens voor voorrang bij huisvesting. De drie belangrijkste verleende urgentiegronden zijn doorstroming vanuit opvanginstellingen (42%), medische noodzaak (27%) en woonlasten (12%)(tabel 1.4, tweede kolom van links).1 Samen vormen zij 82% van alle toegekende urgenties. Voor het huisvesten van vergunninghouders worden geen urgentiebesluiten genomen maar wordt directe bemiddeling toegepast. Vergunninghouders worden gelijk behandeld als urgent woningzoekenden, zonder een aanvraag in te hoeven dienen of een urgentiebeschikking te krijgen. Ze tellen dus niet mee in de aantallen aanvragen en besluiten over urgentie. 1 De verleende urgentiegronden zijn gebaseerd op gegevens van 11 van de 14 regiogemeenten. Van
Lansingerland, Nissewaard en Westvoorne ontbreken deze gronden. 10
Tabel 1.4: Verleende urgenties en geslaagden naar urgentiegrond 2020 Verleende urgentiegrond Absoluut %
Geslaagden (excl. vergunninghouders) Absoluut %
Geslaagden (incl. vergunninghouders) Absoluut %
Doorstroming vanuit opvanginstellingen (Art 5.7) Medische Noodzaak (Art 5.1) Woonlasten (Art 5.3) Geweld en Bedreiging (Art 5.4) Uitstroom uit voorziening voor tijdelijke opvang (Art 5.5) Mantelzorg (Art 5.6) Hardheidsclausule (Art 2.5) Onbewoonbaarheid (Art. 5.2) Vergunninghouders
1.082 699 301 200
42% 27% 12% 8%
1.081 526 347 206
44% 21% 14% 8%
1.081 526 347 206
37% 18% 12% 7%
184 36 34 8 --
7% 1% 1% 0% --
196 39 60 6
8% 2% 2% 0%
196 39 60 6 447
7% 1% 2% 0% 15%
Totaal
2.543 100%
2.461 100%
2.908
100%
Vergunninghouders tegenover geslaagde woningzoekenden met urgentie Zoals er naar redenen voor urgentie urgenties worden verleend, zo werkt dat ook uit in de geslaagden naar urgentiegronden. Bij de geslaagden laten we de cijfers zien exclusief vergunninghouders (vierde kolom) en inclusief vergunninghouders (zesde kolom)(tabel 1.4). De relatieve omvang van de geslaagden naar urgentiegrond (exclusief vergunninghouders) zijn vergelijkbaar met die van de verleende urgenties. Als we vergunninghouders meetellen bij de geslaagden naar urgentiegrond zien we dat zij qua omvang met 15% de derde groep vormen met 447 geslaagden. Op het totaal van alle geslaagden (ongeacht urgentie) vormt de groep vergunninghouders 4% van alle geslaagden (447 van de 10.094). Minder verhuringen op basis van voorrang door binding vergeleken met 2019 Corporatiewoningen kunnen aan woningzoekenden verhuurd worden op basis van lokale- of regionale binding. Van binding is sprake als iemand economisch of maatschappelijk aan een bepaald gebied is gebonden. Bij 718 geslaagde huishoudens (7%) in 2020 is er sprake van voorrang op basis van lokale binding (maatschappelijk en/of economisch) aan een gemeente of dorp of kern van een gemeente (tabel 1.5). Regionale bindingsvoorwaarden zijn in 2020 zeer beperkt benut: 102 geslaagden (1%).
Bij het relatief geringe aantal verhuringen op grond van regionale binding past de opmerking dat de corporaties in Maaskoepelverband ervaren dat de meeste woningen toch wel naar woningzoekenden uit de regio gaan zodat het aanbieden van woningen met regionale binding als voorwaarde weinig effectief is, en slecht past bij het streven naar een toegankelijke woningmarkt. In 2019 was lokale binding goed voor 8% en regionale binding voor 2%. Deze percentages gelden als directe bemiddeling wordt meegenomen in de berekening; zonder directe bemiddeling is het aandeel met bindingsvoorwaarden gedaald van 14% in 2019 naar 12% in 2020. In de Huisvestingswet is een minimum percentage van verhuringen zonder bindingsvoorwaarden vastgelegd van 50% en twee gemeenten voldoen hier in 2020 niet aan (Krimpen aan den IJssel en Lansingerland)(zie hoofdstuk 5 tabel 5.15). Tabel 1.5: Geslaagde woningzoekenden naar geografische binding 2019-2020 Aantal 2019
2020
Aandeel incl. directe bemiddeling 2019
Directe bemiddeling
3.143
3.243
29%
32%
Geen binding
6.764
6.031
61%
60%
86%
88%
Lokale binding
863
718
8%
7%
11%
10%
Regionale binding
258
102
2%
1%
3%
1%
11.028
10.094
100%
100%
7.885
6.851
Totaal
2020
Aandeel excl. directe bemiddeling 2019
2020
11
KADER Toelichting gebruik mediane inschrijfduur Waarom de mediaan in plaats van het gemiddelde? In dit rapport gebruiken we de mediaan als centrummaat van de inschrijfduur van de geslaagde regulier woningzoekenden. De mediaan is in dit geval een betere centrummaat dan het rekenkundig gemiddelde omdat de waarnemingen scheef verdeeld zijn (niet-normaal verdeeld). Als de waarnemingen een normale verdeling volgen dan kan wel het rekenkundig gemiddelde gebruikt worden. Betekenis mediaan De mediaan is een centrummaat die iets zegt over een reeks waarnemingen. De mediaan is de score van de middelste waarneming als alle waarnemingen in volgorde van klein naar groot zijn gerangordend. Voorbeeldberekening mediaan Voorbeeldberekening mediaan o.b.v. 7 waarnemingen (met fictieve inschrijfduur van geslaagde reguliere woningzoekenden): Huishouden 1: 2 maanden Huishouden 5: 22 maanden Huishouden 2: 5 maanden Huishouden 6: 30 maanden Huishouden 3: 6 maanden Huishouden 7: 98 maanden Huishouden 4: 20 maanden 1) rangschik alle 7 waarnemingen van de inschrijfduur van geslaagde regulier woningzoekenden van klein naar groot 2) bepaal de middelste waarneming (in dit geval de waarneming die hoort bij huishouden 4) 3) mediaan = 20 maanden Het rekenkundig gemiddelde in bovenstaande voorbeeld is 183/7=26 maanden.
12
Hoofdstuk 2 Regiogemeenten onderling vergeleken In dit hoofdstuk staan de gegevens over druk op de sociale huurmarkt, aanbiedingen en geslaagden vermeld per gemeente. In hoofdstuk 5 (Tabellenboek) staan tabellen met de exacte cijfers per onderwerp. Slaagkans De slaagkans staat hieronder aangegeven per gemeente naar de thema’s: inkomensgroep, doorstromer/starter en voorrangsstatus. De slaagkans laten we niet zien voor de groep onbekend. Bij het berekenen van de totale slaagkans per gemeente telt deze groep wel mee. Figuur 2.1: Slaagkans per inkomensgroep naar regiogemeente in 2020 (in %) Rotterdam Ridderkerk Barendrecht Albrandswaard Lansingerland Capelle aan den IJssel Krimpen aan den IJssel Maassluis Vlaardingen Schiedam Nissewaard Hellevoetsluis Brielle Westvoorne 0,0 Primaire doelgroep
1,0
2,0
Secundaire doelgroep
3,0
4,0
Niet-EC-doelgroep
5,0
6,0
Totaal
Figuur 2.2: Slaagkans voor doorstromers en starters naar regiogemeente in 2020 (in %)
Rotterdam Ridderkerk Barendrecht Albrandswaard Lansingerland Capelle aan den IJssel Krimpen aan den IJssel Maassluis Vlaardingen Schiedam Nissewaard Hellevoetsluis Brielle Westvoorne 0,0
1,0 Doorstromer
2,0 Starter
3,0
4,0
5,0
6,0
Totaal
13
Figuur 2.3: Slaagkans naar voorrangspositie naar regiogemeente in 2020 (in %)
Rotterdam Ridderkerk Barendrecht Albrandswaard Lansingerland Capelle aan den IJssel Krimpen aan den IJssel Maassluis Vlaardingen Schiedam Nissewaard Hellevoetsluis Brielle Westvoorne 0,0 Geen voorrang
5,0
10,0
15,0
Urgent
20,0
25,0
30,0
Herhuisvestingskandidaat
35,0
40,0
45,0
Totaal
Mediane inschrijfduur De mediane inschrijfduur staat hieronder aangegeven per gemeente naar de thema’s: inkomensgroep en bemiddelingsmodel. Figuur 2.4: Mediane inschrijfduur van regulier geslaagde woningzoekenden per inkomensgroep naar regiogemeente in 2020 (in maanden) Rotterdam Ridderkerk Barendrecht Albrandswaard Lansingerland Capelle aan den IJssel Krimpen aan den IJssel Maassluis Vlaardingen Schiedam Nissewaard Hellevoetsluis Brielle Westvoorne 0 Primaire doelgroep
20
40
60
Secundaire doelgroep
80
100
Niet-EC-doelgroep
120
140
Totaal
14
Figuur 2.5: Mediane inschrijfduur van regulier geslaagde woningzoekenden per bemiddelingsmodel naar regiogemeente in 2020 (in maanden) Rotterdam Ridderkerk Barendrecht Albrandswaard Lansingerland Capelle aan den IJssel Krimpen aan den IJssel Maassluis Vlaardingen Schiedam Nissewaard Hellevoetsluis Brielle Westvoorne 0 Inschrijfduur
Direct kans
20 Loting
40
60
Wens & Wacht
80
100
Directe bemiddeling
120 Totaal
Woningvraag: actief woningzoekenden per gemeente De groep actief woningzoekenden staat hieronder aangegeven per gemeente naar de thema’s: inkomensgroep, leeftijd, huishoudenstype en voorrangsstatus. In tabel 2.1 bedoelen we met actief woningzoekenden alle woningzoekenden die op een in 2020 verhuurde woning hebben gereageerd of via directe bemiddeling zijn geslaagd. Voor alle duidelijkheid: in onderstaande tabel 2.1 gaat het om woningzoekenden (naar inkomensgroepen) die in een gemeente op zoek zijn geweest naar een sociale huurwoning en niet om woningzoekenden uit die gemeente. De aantallen kunnen daarom niet worden opgeteld tot een totaal aantal woningzoekenden voor alle gemeenten. Woningzoekenden kunnen immers in meer gemeenten op zoek zijn geweest en tellen dan in meer gemeenten mee als woningzoekende. Het aantal van 96.711 actief woningzoekenden in tabel 1.1 betreft wel het aantal unieke actief woningzoekenden (die dus mogelijk in meerdere gemeenten naar een woning gezocht hebben).
15
Ridderkerk
Barendrecht
Albrandswaard
Lansingerland
Capelle aan den IJssel
Krimpen aan den IJssel
Maassluis
Vlaardingen
Schiedam
Nissewaard
Hellevoetsluis
Brielle
Westvoorne
Primaire doelgroep Secundaire doelgroep Niet-ECdoelgroep Totaal
Rotterdam
Tabel 2.1: Aantal huishoudens dat in een gemeente naar een woning heeft gezocht in 2020
52.833
21.402
11.022
13.167
13.000
26.021
21.162
17.532
24.782
22.482
25.796
14.191
4.626
3.310
17.485
5.173
4.606
3.510
4.685
8.320
4.278
3.048
5.735
8.559
6.908
2.973
2.010
1.525
6.127 76.445
2.370 28.945
1.214 16.842
1.459 18.136
1.854 19.539
2.687 37.028
2.426 27.866
1.230 21.810
2.247 32.764
3.161 34.202
2.497 35.201
957 18.125
918 7.554
402 5.237
Figuur 2.6: Actief woningzoekenden naar inkomensgroepen per gemeente in 2020 (in %) Rotterdam
69
Ridderkerk
23
8
18
8
74
Barendrecht
65
Albrandswaard
27
73
Lansingerland
67
Capelle aan den IJssel
70
19
9
22
76
Maassluis
80
Nissewaard
18 25
73 61
Westvoorne
63 0
Primaire doelgroep
20
20
7
60
5 12
29
Secundaire doelgroep
7
16 27
40
6 9
78
Brielle
9 14
66
Hellevoetsluis
7
15
76
Schiedam
8
24
Krimpen aan den IJssel Vlaardingen
7
80
8 100
Niet-EC-doelgroep
16
Figuur 2.7: Actief woningzoekenden naar leeftijdsgroepen per gemeente in 2020 (in %)
Rotterdam
12
47
18
Ridderkerk
11
48
22
11
7 12
31 5 21
Barendrecht
8
Albrandswaard
11
48
22
12
5 21
Lansingerland
12
47
22
12
5 21
Capelle aan den IJssel
12
11
5 20
Krimpen aan den IJssel
11
12
4 20
46
22
12
50
7
20
49
22
31
Maassluis
13
48
21
11
4 21
Vlaardingen
15
48
18
11
5 21
Schiedam
13
48
19
12
6 21
Nissewaard
13
48
20
11
5 21
Hellevoetsluis
14
48
20
11
4 21
12
4 20
Brielle
9
48
Westvoorne
9
45
0%
10%
20%
30%
25 23 40%
50%
60%
Tot en met 22 jaar
23 tm 34 jaar
35 tm 44 jaar
55 tm 64 jaar
65 tm 74 jaar
75 jaar en ouder
70%
12
7
80%
90%
31 100%
45 tm 54 jaar
Figuur 2.8: Actief woningzoekenden naar huishoudenstype per gemeente in 2020 (in %)
Rotterdam Ridderkerk Barendrecht Albrandswaard Lansingerland Capelle aan den IJssel Krimpen aan den IJssel Maassluis Vlaardingen Schiedam Nissewaard Hellevoetsluis Brielle Westvoorne 0%
20
57
28 27 29 26 23 29 30 22 21 26 27 28 33
47 45 46 49 55 45 47 56 56 51 50 44 43
10%
20%
30%
40%
50%
8
8
9 12 14 12 12 10 13 12 9 10 10 11 15 12
3 3 41 41 40 41 41 41 41 31 31 31 31 41 40
80%
90%
100%
8 9 9 9 8 9 7 8 9 9 8 9 60%
70%
Eenoudergezin
Eenpersoonshuishouden
Gezin zonder kinderen
Gezin met kinderen
Meerpersoonshuishouden
Onbekend
17
Figuur 2.9: Actief woningzoekenden naar voorrangsstatus per gemeente in 2020 (in %) Rotterdam
94
5 1
Ridderkerk
93
6 1
Barendrecht
93
6 1
Albrandswaard
92
7
Lansingerland
94
6 1
1
Capelle aan den IJssel
94
5 1
Krimpen aan den IJssel
93
6 1
Maassluis
93
6 1
Vlaardingen
94
5 1
Schiedam
94
5 1
Nissewaard
94
6 1
Hellevoetsluis
94
6 1
Brielle
94
6 0
Westvoorne
93
6 1
0%
10%
20%
30%
Geen voorrang
40%
Urgent
50%
60%
70%
80%
90%
100%
Herhuisvestingskandidaat
Woningaanbod Het aantal geadverteerde woningen tonen we per gemeente en naar bemiddelingsmodel.
Rotterdam
Ridderkerk
Barendrecht
Albrandswaard
Lansingerland
Capelle aan den IJssel
Krimpen aan den IJssel
Maassluis
Vlaardingen
Schiedam
Nissewaard
Hellevoetsluis
Brielle
Westvoorne
Totaal
Tabel 2.2: Aantal aanbiedingen naar bemiddelingsmodel per regiogemeente in 2020
Inschrijfduur Direct kans Loting Wens & Wacht Directe bemiddeling
2.248 554 683 390 2.124
289 27 2 0 113
122 5 9 0 41
59 11 12 0 18
115 5 17 0 97
226 71 110 0 105
144 13 16 0 70
231 9 0 0 62
482 83 0 0 219
543 0 0 0 202
532 13 19 0 138
218 6 5 0 31
59 0 0 0 10
67 0 0 0 13
5.335 797 873 390 3.243
Totaal
5.999
431
177
100
234
512
243
302
784
745
702
260
69
80 10.638
Figuur 2.10: Aangeboden woningen naar bemiddelingsmodel per regiogemeente in 2020 (in %) Rotterdam Ridderkerk Barendrecht Albrandswaard Lansingerland Capelle aan den IJssel Krimpen aan den IJssel Maassluis Vlaardingen Schiedam Nissewaard Hellevoetsluis Brielle Westvoorne Totaal
37
9
11
7
35
67 69 59
6 0 3 5 0 12
11
49 44
2 7 0 14 59
5
21 7 0
76
0 41 0
11 73 76
0 0
50
Inschrijfduur
20 Direct kans
7 30 Loting
40
50 Wens & Wacht
8 60
2 30
20 2 20 12 0 14 0 16 30
80
90
4 70
21 28 27
84 86 84 10
21 29
30
61
0
26 23 18
Directe bemiddeling
100 18
Geslaagden Het aantal geslaagde woningzoekenden tonen we per gemeente naar bemiddelingsmodel, doelgroepen en voorrangspositie.
2017 2018 2019 2020
6.825 573 151
98 300 693 309 331
Totaal
Westvoorne
Brielle
Hellevoetsluis
Nissewaard
897 658 1.020 361 74 78 12.368
6.619 430 197 129 230 562 180 276 6.078 358 230
Schiedam
Vlaardingen
Maassluis
Krimpen aan den IJssel
Capelle aan den IJssel
Lansingerland
Albrandswaard
Barendrecht
Ridderkerk
Rotterdam
Tabel 2.3: Aantal geslaagde woningzoekenden per gemeente in 2017-2020
926 629
933 329 81 67 11.588
91 227 519 232 315 1.028 627
822 354 78 69 11.028
5.514 410 152 102 203 491 257 280
717 262 65 66 10.094
796 779
Figuur 2.11: Geslaagden naar bemiddelingsmodel per gemeente in 2020 (in %) Rotterdam Ridderkerk Barendrecht Albrandswaard Lansingerland Capelle aan den IJssel Krimpen aan den IJssel Maassluis Vlaardingen Schiedam Nissewaard Hellevoetsluis Brielle Westvoorne totaal
33
8
14
7
39 7 00 2 6 5 11 11 2 48 21 6 6 7 0 20 10 01 0 1 20
65 60 59 44
2 14
37
6 0
60 76 61 74 77
48 10%
Inschrijfduur
20%
30%
Directkans
40%
Loting
7
9
50%
60%
Wens & Wacht
18
21 27 22 28 26 19 3 20 12 0 15 0 20 32
83 85 80 0%
28 27
4 70%
80%
90%
100%
Directe bemiddeling
Figuur 2.12: Geslaagden naar inkomensgroepen per gemeente in 2020 (in %) Rotterdam Ridderkerk Barendrecht Albrandswaard Lansingerland Capelle aan den IJssel Krimpen aan den IJssel Maassluis Vlaardingen Schiedam Nissewaard Hellevoetsluis Brielle Westvoorne totaal
75 65 53 69 75 69 75 76 79 60 74 77 48
35 59 73
0%
10%
20%
30%
21 2
4 1 16 5 3 22 7 3 17 5 2 25 2 4 13 12 0 12 5 8 15 5 1 25 15 1 16 4 6 17 5 1 17 0 33 8 0 20 5 2
17 39
40%
50%
60%
70%
80%
90%
100%
19
Figuur 2.13: Geslaagden naar voorrangspositie per gemeente in 2020 (in %) Rotterdam Ridderkerk Barendrecht Albrandswaard Lansingerland Capelle aan den IJssel Krimpen aan den IJssel Maassluis Vlaardingen Schiedam Nissewaard Hellevoetsluis Brielle Westvoorne totaal
59 62
31 27 72
10 10 13
16 80
50
17 19
32 71 66 75 64
25 18 31 28
14 29
73
20%
14 29
30%
Geen voorrang
40%
Urgent
1 2 0
17
62 10%
9 26
82 86 0%
4 5 7 5
29
58 62
3
50%
60%
70%
9 80%
90%
100%
Herhuisvestingskandidaat
Figuur 2.14: Relatieve ontwikkeling geslaagden per gemeente in 2020 vergeleken met 2019 en 2017 (in %) -19
Rotterdam Barendrecht
-9
-28
Ridderkerk
15 1
-34
4
Albrandswaard -32
Lansingerland
-29
Capelle aan den IJssel
12
-11 -5 -17
Krimpen aan den IJssel
11
-15 -11
Maassluis Vlaardingen
-11
-23
18
Schiedam -30
Nissewaard
24
-13
-27 -26
Hellevoetsluis
-17 -12 -15
Brielle Westvoorne
-18
Totaal -40
-30
-20
ontwikkeling 2017-2020 (in %)
-4 -8 -10
0
10
20
30
ontwikkeling 2019-2020 (in %)
Negatieve waarde betekent een procentuele afname, een positieve waarde betekent een procentuele toename. In Rotterdam is in 2020 het aantal geslaagden 9% lager dan in 2019. Vergeleken met 2017 is het aantal geslaagden in 2020 19% lager.
20
Doelgroepen In de regio Rotterdam is 95% van de woningzoekenden uit de primaire doelgroep geslaagd in een woning met een huurprijs tot de aftoppingsgrens en 5% in een woning met een huurprijs vanaf de bovenste aftoppingsgrens. De aftoppingsgrens ligt op €619,01 bij huishoudens tot en met twee personen en op €663,40 bij huishoudens vanaf drie personen Tabel 2.4: % uit de primaire doelgroep dat geslaagd is in woningen met een huurprijs tot de bovenste aftoppingsgrens per gemeente onder aftoppingsgrens
boven aftoppingsgrens
aantal
%
aantal
%
Rotterdam
3.829
93
292
7
Ridderkerk
263
99
2
1
Barendrecht
70
88
6
8
Albrandswaard
70
100
Lansingerland
148
97
5
Capelle aan den IJssel
331
98
8
Krimpen aan den IJssel
190
98
Maassluis
209
Vlaardingen
623
Schiedam
onbekend
totaal aantal
%
4.121
100
265
100
80
100
70
100
3
153
100
2
339
100
4
2
194
100
99
3
1
212
100
99
7
1
630
100
457
98
10
2
467
100
Nissewaard
510
97
18
3
528
100
Hellevoetsluis
201
100
1
0
202
100
Brielle
31
100
31
100
Westvoorne
37
95
2
5
39
100
6.969
95
358
5
7.331
100
Totaal
aantal
%
4
5
4
0
In de regio Rotterdam is in 2020 90% van de woningen met een huurprijs tot de aftoppingsgrens verhuurd aan een woningzoekende uit de primaire doelgroep, 6% is verhuurd aan de secundaire doelgroep en 1% aan de niet-EC doelgroep. Tabel 2.5: % van de woningen met een huurprijs tot de bovenste aftoppingsgrens verhuurd aan een woningzoekende uit de betreffende doelgroep per gemeente primaire doelgroep
secundaire doelgroep
Niet-EC doelgroep
onbekend
aantal
%
aantal
%
aantal
Rotterdam
3.829
94
152
4
34
1
Ridderkerk
263
78
11
3
2
1
Barendrecht
70
80
10
11
2
Albrandswaard
70
92
3
4
Lansingerland
148
83
23
13
Capelle aan den IJssel
331
89
18
Krimpen aan den IJssel
190
93
12
Maassluis
209
85
16
Vlaardingen
623
90
52
Schiedam
457
75
135
Nissewaard
510
90
13
Hellevoetsluis
201
93
13
Brielle
31
97
37 6.969
Westvoorne Totaal
% aantal
totaal
%
aantal
%
53
1
4.068
100
63
19
339
100
2
5
6
87
100
0
0
3
4
76
100
3
2
5
3
179
100
5
2
1
19
5
370
100
6
3
1
0
0
205
100
7
0
0
21
9
246
100
8
9
1
8
1
692
100
22
11
2
5
1
608
100
2
1
0
45
8
569
100
6
0
0
2
1
216
100
0
0
1
3
0
0
32
100
97
0
0
1
3
0
0
38
100
90
458
6
69
1
229
3
7.725
100
21
Aanwezigheid EC-doelgroep en huurstatus De omvang van de EC-doelgroep is per gemeente (2016-2018) in tabel 2.6 weergegeven. Het meest recente jaar waarvoor inkomenscijfers van het CBS beschikbaar zijn is 2018. De gegevens zijn gebaseerd op de Feitenkaart Aandachtsgroepen volkshuisvestingsbeleid Rotterdam en regio (OBI Gemeente Rotterdam 2019-2021). Voor de regio als geheel maakt de EC-doelgroep 51% van alle huishoudens uit in 2018, en daarmee neemt het aandeel van deze groep iets af met 1%-punt vergeleken met 2016 (absolute afname met 2.300). Per gemeente zijn er verschillen in deze ontwikkeling. Van de huishoudens behorende tot de EC-doelgroep huurt in 2018 59% een corporatiewoning: 18% huurt een niet-corporatiewoning en 23% woont in een koopwoning. Sinds 2016 is de EC-doelgroep relatief iets meer in de corporatiesector gaan wonen (van 76% in 2016 naar 77% in 2018). Tabel 2.6: Omvang EC-doelgroep, omvang EC-doelgroep die huurt en omvang EC-doelgroep die een corporatiewoning huurt per gemeente 2016-2018 EC-doelgroep
EC-doelgroep: huurders
EC-doelgroep: huurders corporatiewoning
2016
2017
2018
∆ 18-16
2016
2017
2018
Rotterdam
177.400
176.900
175.700
-1.700
143.600
144.600
144.300
Ridderkerk
9.600
9.600
9.700
100
6.400
6.400
Barendrecht
6.000
6.000
6.000
0
3.600
3.600
Albrandswaard
3.300
3.200
3.200
-100
2.100
Lansingerland
6.900
6.900
7.000
100
Capelle aan den IJssel
14.600
14.400
14.500
Krimpen aan den IJssel
5.100
5.100
Maassluis
6.800
6.700
Vlaardingen
18.000
Schiedam
19.800
Nissewaard
2016
2017
2018
700
106.300
106.900
106.600
300
6.400
0
5.700
5.800
5.800
100
3.700
100
2.800
2.900
3.000
200
2.000
2.100
0
1.800
1.800
1.800
0
3.900
4.000
4.000
100
3.200
3.300
3.300
100
-100
10.500
10.400
10.500
0
8.800
8.700
8.700
-100
5.100
0
3.400
3.400
3.500
100
3.200
3.200
3.200
0
6.600
-200
4.900
4.900
4.900
0
4.400
4.400
4.300
-100
17.800
17.600
-400
13.400
13.300
13.200
-200
11.600
11.500
11.400
-200
19.800
19.600
-200
14.100
14.300
14.100
0
9.900
9.900
9.500
-400
16.800
16.900
17.000
200
11.800
12.100
12.100
300
10.600
11.000
11.000
400
Hellevoetsluis
7.100
7.200
7.200
100
4.600
4.700
4.700
100
4.100
4.100
4.100
0
Brielle
2.700
2.700
2.600
-100
1.700
1.700
1.600
-100
1.300
1.300
1.200
-100
Westvoorne
∆ 18-16
∆ 18-16
2.300
2.200
2.200
-100
1.200
1.200
1.200
0
200
200
200 *
0
Stadsregio incl. Rotterdam
296.200
295.300
293.900
-2.300
225.300
226.700
226.300
1.000
173.900
175.000
174.300
400
Stadsregio excl. Rotterdam
118.800
118.300
118.200
-600
81.700
82.100
82.000
300
67.600
68.100
67.700
100
*) dit betreft waarschijnlijk exclusief de huurders van het Gemeentelijk woonbedrijf Westvoorne
22
Tabel 2.7: % EC-doelgroep t.o.v. alle huishoudens, %EC doelgroep die huurt (t.o.v. totale ECdoelgroep) en % EC-doelgroep die een corporatiewoning huurt (t.o.v. totale EC-doelgroep) % EC-doelgroep t.o.v. alle huishoudens
2016
2017
2018
Rotterdam
60%
59%
58%
Ridderkerk
48%
47%
47%
Barendrecht
33%
32%
Albrandswaard
33%
Lansingerland
% EC-doelgroep die huurt ∆ 1816
% EC- doelgroep die corporatiewoning huurt
2016
2017
2018
-2%
81%
82%
82%
0%
67%
67%
66%
32%
-1%
60%
60%
62%
32%
32%
-1%
64%
63%
31%
30%
30%
-1%
57%
Capelle aan den IJssel
49%
48%
48%
-1%
Krimpen aan den IJssel
42%
42%
42%
0%
Maassluis
47%
46%
45%
Vlaardingen
54%
53%
Schiedam
56%
Nissewaard Hellevoetsluis
∆ 1816
∆ 1816
2016
2017
2018
1%
60%
60%
61%
1%
-1%
59%
60%
60%
0%
2%
47%
48%
50%
3%
66%
2%
55%
56%
56%
2%
58%
57%
1%
46%
48%
47%
1%
72%
72%
72%
0%
60%
60%
60%
0%
67%
67%
69%
2%
63%
63%
63%
0%
-2%
72%
73%
74%
2%
65%
66%
65%
0%
52%
-1%
74%
75%
75%
1%
64%
65%
65%
0%
55%
55%
-1%
71%
72%
72%
1%
50%
50%
48%
-2%
45%
45%
45%
0%
70%
72%
71%
1%
63%
65%
65%
2%
41%
41%
40%
0%
65%
65%
65%
0%
58%
57%
57%
-1%
Brielle
36%
36%
34%
-2%
63%
63%
62%
-1%
48%
48%
46%
-2%
Westvoorne
36%
35%
35%
-1%
52%
55%
55%
2%
9%
9%
9%
0%
Stadsregio incl. Rotterdam
53%
52%
51%
-1%
76%
77%
77%
1%
59%
59%
59%
1%
Stadsregio excl. Rotterdam
45%
44%
44%
-1%
69%
69%
69%
1%
57%
58%
57%
0%
23
Intraregionale verhuizingen In 2020 vond 64% van alle verhuringen in de regiogemeenten plaats aan een woningzoekende die al in de gemeente woonde, bij voorrangskandidaten ligt dit aandeel iets hoger (71%)(tabel 2.8 en 2.9). Dit percentage wordt sterk beïnvloed door het grote aantal verhuringen aan mensen die binnen Rotterdam wonen. Van alle verhuringen vond 12% plaats aan mensen van buiten de regio en een meerderheid van deze groep vestigt zich in Rotterdam. Van alle verhuizingen binnen de regio (exclusief binnengemeentelijke verhuizingen) betreft 52% een herkomst in Rotterdam (verhuizing naar een andere regiogemeente) en 24% een bestemming in Rotterdam (verhuizing vanuit een andere regiogemeente). Tabel 2.8: Aantal verhuizingen naar gemeente van vertrek en vestiging*
Barendrecht
Albrandswaard
Lansingerland
Capelle aan den IJssel
Krimpen aan den IJssel
Maassluis
Vlaardingen
Schiedam
Nissewaard
Hellevoetsluis
Brielle
Westvoorne
145
59
44
49
182
64
67
177
199
185
57
15
13
133
4
1
1
8
1
1
0
1
1
2
0
1
12
54
5
1
6
4
0
7
4
4
2
0
2
22
4
5
35
0
2
0
0
1
2
6
0
0
1
32
1
0
2
121
8
1
0
4
2
1
0
0
0
Capelle aan den IJssel
129
7
2
1
2
154
12
3
9
5
7
2
2
0
Krimpen aan den IJssel
19
1
0
0
1
10
145
0
3
2
1
0
0
0
Maassluis
16
0
0
0
0
4
0
143
18
4
2
1
2
0
Vlaardingen
40
2
2
0
3
8
4
13
406
28
13
1
1
2
Schiedam
111
3
0
1
1
14
1
7
77
440
12
3
3
0
Nissewaard
107
10
6
5
1
4
3
7
17
10
380
22
6
8
Hellevoetsluis
13
1
0
0
1
2
0
0
4
3
10
131
4
2
Brielle
4
1
0
0
0
1
0
1
2
0
3
10
28
1
Westvoorne
2
0
0
0
0
0
0
0
0
1
2
4
2
32
Rotterdam
Ridderkerk
Vestiging in
Rotterdam
4.292
Ridderkerk
31
Barendrecht
53
Albrandswaard Lansingerland
Vertrek uit
buiten regio
640
90
20
8
22
88
22
38
71
78
93
27
2
4
Totaal
5.511
410
152
102
203
491
257
280
796
779
720
262
65
66
% uit eigen gemeente
78%
32%
36%
34%
60%
31%
56%
51%
51%
56%
53%
50%
43%
48%
* tabel 5.31 in hoofdstuk 5 bevat de gegevens uit tabel 2.8 in relatieve cijfers (% van alle vestigers)
24
Tabel 2.9: Aantal verhuisde voorrangskandidaten naar gemeente van vertrek en vestiging
Barendrecht
Albrandswaard
Lansingerland
Capelle aan den IJssel
Krimpen aan den IJssel
Maassluis
Vlaardingen
Schiedam
Nissewaard
Hellevoetsluis
Brielle
Westvoorne
67
17
10
27
56
18
19
78
85
60
20
2
0
40
2
0
0
2
1
1
0
0
0
0
0
0
8
15
1
0
0
0
0
4
1
2
0
0
0
5
3
1
2
0
0
0
0
0
0
1
0
0
1
4
1
0
0
52
1
1
0
0
0
0
0
0
0
Capelle aan den IJssel
29
2
0
0
2
62
3
2
3
1
4
1
0
0
Krimpen aan den IJssel
2
0
0
0
1
4
45
0
1
1
0
0
0
0
Maassluis
4
0
0
0
0
1
0
38
4
1
2
0
0
0
Vlaardingen
9
2
0
0
1
1
1
5
106
13
5
0
0
0
Schiedam
25
0
0
0
0
2
1
2
34
163
3
0
1
0
Nissewaard
35
5
2
3
1
1
1
2
13
5
156
12
0
1
Hellevoetsluis
0
1
0
0
0
0
0
0
1
0
1
24
0
0
Brielle
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
1
6
0
Rotterdam
Ridderkerk
Vestiging in
1.860
Ridderkerk
5
Barendrecht
18
Albrandswaard Lansingerland
Vertrek uit Rotterdam
Westvoorne
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
1
0
5
buiten regio
167
11
3
1
10
2
7
2
9
38
12
9
0
2
Totaal
2.163
140
40
17
94
132
78
71
253
308
246
68
9
9
% uit eigen gemeente
86%
29%
38%
12%
55%
47%
58%
54%
42%
53%
63%
35%
67%
56%
25
Hoofdstuk 3 Urgent woningzoekenden: verleende urgentiegronden en geslaagden naar urgentiegrond In dit hoofdstuk bespreken we het aantal urgent woningzoekenden in de regiogemeenten. Dit zijn woningzoekenden met een dringend huisvestingsprobleem waarvoor ze een urgentieverklaring toegekend krijgen. Samen met herhuisvestingskandidaten vormen urgent woningzoekenden de groep voorrangskandidaten omdat ze voorrang krijgen bij de toewijzing van woningen. We kijken naar de ontwikkeling van de groep urgent woningzoekenden in de regiogemeenten en naar het aantal toegekende aanvragen en de urgentiegronden in 2020. Vervolgens bespreken we het aantal geslaagde urgent woningzoekenden naar urgentiegrond met hierbij ook aandacht voor de groep vergunninghouders. Zoals eerder gemeld worden voor vergunninghouders geen urgentiebesluiten genomen maar wordt directe bemiddeling toegepast. Vergunninghouders worden gelijk behandeld als urgent woningzoekenden, zonder een aanvraag in te hoeven dienen of een urgentiebeschikking te krijgen. Ze tellen dus niet mee in de aantallen aanvragen en besluiten over urgentie. Wel presenteren we deze groep vergunninghouders bij de geslaagde urgent woningzoekenden. Lichte toename aantal geslaagde urgent woningzoekenden in 2020 In 2020 is het aantal geslaagde urgent woningzoekenden 2.907 en daarmee ligt het 99 hoger dan in 2019 (2.808)(figuur 3.1).
Vergeleken met 2017 ligt het aantal geslaagde urgent woningzoekenden in 2020 105 hoger. Het belang van de groep urgent woningzoekenden neemt in het totaal van de groep geslaagden duidelijk toe van 23% in 2017 naar 29% in 2020 (toename van 6%-punt). Lokaal zijn er hier wel verschillen waar te nemen (figuur 3.2). Enerzijds is er een groep gemeenten met een structurele toename van het aandeel geslaagde urgent woningzoekenden; anderzijds is er een groep waar deze toename niet terug te zien is. Figuur 3.1: Aantal geslaagde urgent woningzoekenden onder totaal geslaagden 14.000 12.000 10.000
35% 12.368
11.588 24%
23%
11.028 25%
29%
30%
10.094 25%
8.000
20%
6.000
15%
4.000 2.000
10% 2.817
2.802
2.808
2.907
0
5% 0%
2017
2018
geslaagden met urgentie
2019 totaal aantal geslaagden
2020 % urgenten
26
Figuur 3.2: Aandeel geslaagde urgent woningzoekenden per gemeente 2017-2020 (als % van totaal geslaagden) 50 40 30 20 12 10
8
6
8
7
8
6
9
1
6
4
0 -3
-10 -10
-9
-9
-20 2017
2018
2019
2020
%-punt verschil 2017-2020
Aantal urgentieaanvragen naar urgentiegrond In 2020 zijn er 3.253 urgentieaanvragen gedaan in de regio Rotterdam Rijnmond; de meeste in de gemeente Rotterdam (2.432)(tabel 3.1). De belangrijkste gronden van de aanvraag zijn doorstroming uit een opvanginstelling (38%), medische noodzaak (29%) en woonlasten (13%). Meer dan driekwart van de aanvragen (78%) wordt toegewezen en dit verschilt naar gemeente en urgentiegrond (tabel 3.2). Zo wordt in Krimpen aan den IJssel 94% van de aanvragen (63 van de 67) toegekend, terwijl in Albrandswaard het aandeel positieve besluiten op 32% ligt (12 van de 37). Om regionaal op gelijke manier urgentieaanvragen te beoordelen zou nader onderzoek ter verklaring van de verschillen nuttig zijn. Bij urgentieaanvragen op grond van onbewoonbaarheid en mantelzorg wordt bij minder dan de helft (respectievelijk 27% en 47%) een positief besluit genomen. De meeste positieve besluiten vallen bij aanvragen op grond van hardheidsclausule (88%) en doorstroming uit opvanginstelling (94%). Belangrijk hier te vermelden is dat de routes om tot een urgentie aanvraag te komen verschillen per type urgentie. Zo wordt bij doorstroming uit een opvanginstelling in vele gemeenten de aanvraag ondersteund door de instelling. De instelling heeft hierbij belang om alleen voor kansrijke huishoudens een urgentieaanvraag te doen i.v.m.
tijd en moeite die bij een aanvraag komen kijken.
27
Krimpen a/d Ijssel
Maassluis
Vlaardingen
Schiedam
Hellevoetsluis
Brielle
6
25
11
11
58
67
13
1
939
14 213
3 27
6 18
1 11
3 26
0 24
0 13
0 34
2 29
0 21
1 2
30 418
198
11
6
3
16
11
6
25
14
15
2
307
198 64
6 0
6 3
8 0
7 2
1 0
1 3
2 1
2 2
1 2
0 1
232 78
1.026
2
20
8
34
12
11
48
55
9
0
1.225
6 2.432
1 68
15 90
0 37
3 116
8 67
0 45
1 169
0 171
2 63
0 7
GGG*
GGG*
GGG*
Totaal
Capelle aan den Ijssel
16
Westvoorne
Albrandswaard
18
Nissewaard
Barendrecht
713
Lansingerland
Riddderkerk
Medische Noodzaak (Art 5.1) Onbewoonbaarheid (Art 5.2) Woonlasten (Art 5.3) Geweld en Bedreiging (Art 5.4) Uitstroom uit voorziening voor tijdelijke opvang (Art 5.5) Mantelzorg (Art 5.6) Doorstroming vanuit opvanginstellingen (Art 5.7) Hardheidsclausule (Art 2.5) Totaal
Rotterdam
Tabel 3.1: Aantal aangevraagde urgenties naar urgentiegrond per gemeente in 2020
36 3.253
* GGG= geen gegevens geleverd
Tabel 3.2: Aandeel toegekende urgenties naar urgentie-grond per gemeente in 2020 (als % van aangevraagde urgenties)
Krimpen a/d Ijssel
Maassluis
Vlaardingen
Schiedam
Hellevoetsluis
Brielle
33
72
100
55
78
79
62
100
74
43 76
33 44
0 61
0 45
0 81
96
69
79
50 76
33
0 100
27 72
65
45
33
33
81
82
67
72
86
33
100
65
88 47
17
0 33
0
57 0
0
100 67
50 0
50 100
100 0
100
79 46
90
100
65
50
88
100
82
96
73
44
100 81
100 44
100 48
32
67 76
100 94
69
0 81
77
GGG*
GGG*
50 41
Totaal
Capelle aan den Ijssel
6
Westvoorne
Albrandswaard
44
Nissewaard
Barendrecht
77
Lansingerland
Riddderkerk
Medische Noodzaak (Art 5.1) Onbewoonbaarheid (Art 5.2) Woonlasten (Art 5.3) Geweld en Bedreiging (Art 5.4) Uitstroom uit voorziening voor tijdelijke opvang (Art 5.5) Mantelzorg (Art 5.6) Doorstroming vanuit opvanginstellingen (Art 5.7) Hardheidsclausule (Art 2.5) Totaal
Rotterdam
% positief op totaal
88
86
GGG*
* GGG= geen gegevens geleverd
28
92 78
Verleende urgenties vooral aan uitstromers uit opvanginstellingen Bijna 80% van de 2.545 verleende urgenties worden verleend aan inwoners van Rotterdam (1.976)(tabel 3.3). Na Rotterdam zijn Vlaardingen en Schiedam de gemeenten met de meest verleende urgenties aan bewoners (beiden 5%). De aandelen van de verschillende verleende urgentiegronden verschillen duidelijk tussen Rotterdam en de rest van de gemeenten (figuur 3.3). In Rotterdam betreft het, vergeleken met de andere gemeenten, vaak doorstroming vanuit opvanginstellingen (47%) en uitstroom uit tijdelijke opvangvoorzieningen (9%). Dat is niet verrassend omdat Rotterdam als centrumgemeente veel opvanginstellingen kent. In de overige gemeenten komen urgenties op grond van woonlasten (25%), geweld en bedreiging (12%) en hardheidsclausules (5%) relatief vaker voor dan in Rotterdam.
Capelle aan den IJssel
Krimpen aan den IJssel
Maassluis
Vlaardingen
Schiedam
Hellevoetsluis
Brielle
Westvoorne
Totaal
2
13
4
30
12
9
46
40
4
0
0
1.082
546
8
1
2
18
11
6
45
53
8
1
0
699
162
12
11
5
21
23
9
27
22
7
2
0
301
129
5
2
1
13
9
4
18
12
5
2
0
200
175
1
0
0
4
0
1
1
1
1
0
0
184
Nissewaard
Albrandswaard
922
Lansingerland
Barendrecht
Geweld en Bedreiging Uitstroom uit voorziening voor tijdelijke opvang Mantelzorg
Ridderkerk
Doorstroming vanuit opvanginstellingen Medische Noodzaak Woonlasten
Rotterdam
Tabel 3.3: Aantal verleende urgenties naar urgentiegronden per gemeente in 2020
30
0
1
0
0
0
2
0
2
0
1
0
36
Hardheidsclausule
6
1
15
0
2
8
0
0
0
1
0
0
33
Onbewoonbaarheid
6
1
0
0
0
0
0
0
1
0
0
0
8
1.976
30
43
12
88
63
31
137
131
26
6
0
2.545
Totaal
GGG*
GGG*
* GGG= geen gegevens geleverd
Figuur 3.3: Verleende urgenties naar urgentiegrond in Rotterdam en overige gemeenten in 2020 (in %)
Rotterdam
47
Andere regiogemeenten
28
28 0%
10%
27 20%
30%
40%
8
25 50%
60%
Doorstroming vanuit opvanginstellingen
Medische Noodzaak
Woonlasten
Geweld en Bedreiging
Uitstroom uit voorziening voor tijdelijke opvang
Mantelzorg
Hardheidsclausule
Onbewoonbaarheid
70%
80%
7
9
12
21 5 0
90%
200
100%
29
Geslaagde urgent woningzoekenden naar urgentiegrond De groep met urgentie maakt 29% van alle geslaagden uit: 2.908 van de 10.094 geslaagden betreft urgent woningzoekenden (tabel 3.4). Dit aandeel ligt in drie regiogemeenten boven het regiogemiddelde van 29% (Lansingerland 32%, Rotterdam 31% en Vlaardingen 31%)(tabel 3.5). In absolute zin heeft Rotterdam de meeste geslaagden naar urgentie (1683) en Westvoorne de minste (9).
Ridderkerk
Barendrecht
Albrandswaard
Lansingerland
Capelle aan den IJssel
Krimpen aan den IJssel
Maassluis
Vlaardingen
Schiedam
Nissewaard
Hellevoetsluis
Brielle
Westvoorne
Totaal
Geen voorrang Herhuisvesting Urgentie Doorstroming vanuit een hulpverleningstraject Geweld en bedreiging Hardheidsclausule Mantelzorg Medische noodzaak Onbewoonbaarheid Uitstroom uit voorziening Woonlasten Vergunninghouders Totaal
Rotterdam
Tabel 3.4: Geslaagden naar voorrang en urgentiegronden per gemeente in 2020
3.257 574 1.683
256 42 112
109 19 24
82 3 17
101 38 64
350 18 123
170 13 74
209 20 51
512 36 248
451 111 217
445 65 207
191 3 68
53 1 11
57 0 9
6.243 943 2.908
775 85 21 19 300 4
19 14 2 4 25 0
4 2 0 0 7 0
3 2 0 0 6 0
12 1 6 0 8 0
32 11 8 1 18 0
5 5 9 2 9 0
7 11 1 2 18 0
92 26 3 5 45 0
63 15 1 1 44 1
51 22 5 4 31 1
15 9 2 0 13 0
2 3 1 0 1 0
1 0 1 1 1 0
1.081 206 60 39 526 6
126 107 246 5.514
11 23 14 410
2 3 6 152
0 2 4 102
5 10 22 203
7 29 17 491
4 25 15 257
2 10 0 280
14 45 18 796
16 28 48 779
9 45 39 717
0 17 12 262
0 2 2 65
0 1 4 66
196 347 447 10.094
30
Rotterdam
Ridderkerk
Barendrecht
Albrandswaard
Lansingerland
Capelle aan den IJssel
Krimpen aan den IJssel
Maassluis
Vlaardingen
Schiedam
Nissewaard
Hellevoetsluis
Brielle
Westvoorne
Totaal
Tabel 3.5: Geslaagden naar voorrang en urgentiegronden per gemeente in 2020 (in %)
Geen voorrang
59
62
72
80
50
71
66
75
64
58
62
73
82
86
62
Herhuisvesting Urgentie Doorstroming vanuit een hulpverleningstraject Geweld en bedreiging Hardheidsclausule Mantelzorg Medische noodzaak Onbewoonbaarheid Uitstroom uit voorziening Woonlasten Vergunninghouders Totaal
10 31
10 27
13 16
3 17
19 32
4 25
5 29
7 18
5 31
14 28
9 29
1 26
2 17
0 14
9 29
14
5
3
3
6
7
2
3
12
8
7
6
3
2
11
2 0 0 5 0
3 0 1 6 0
1 0 0 5 0
2 0 0 6 0
0 3 0 4 0
2 2 0 4 0
2 4 1 4 0
4 0 1 6 0
3 0 1 6 0
2 0 0 6 0
3 1 1 4 0
3 1 0 5 0
5 2 0 2 0
0 2 2 2 0
2 1 0 5 0
2 2 4 100
3 6 3 100
1 2 4 100
0 2 4 100
2 5 11 100
1 6 3 100
2 10 6 100
1 4 0 100
2 6 2 100
2 4 6 100
1 6 5 100
0 6 5 100
0 3 3 100
0 2 6 100
2 3 4 100
Als we kijken naar type urgentie binnen de groep geslaagde urgent woningzoekenden valt op dat in Rotterdam, vergeleken met de andere gemeenten, veel urgent woningzoekenden slagen die doorstromen vanuit een hulpverleningstraject (46%) en weinig op basis van woonlasten (6%)(tabel 3.6 en figuur 3.4 en 3.5). In de andere gemeenten slaagt 25% op basis van doorstroming hulpverlening en 20% slaagt op basis van woonlasten.
Ridderkerk
Barendrecht
Albrandswaard
Lansingerland
Capelle aan den IJssel
Krimpen aan den IJssel
Maassluis
Vlaardingen
Schiedam
Nissewaard
Hellevoetsluis
Brielle
Westvoorne
Doorstroming vanuit een hulpverleningstraject Geweld en bedreiging
775
19
4
3
12
32
5
7
92
63
51
15
2
1 1.081
85
14
2
2
1
11
5
11
26
15
22
9
3
0
206
Hardheidsclausule
21
2
0
0
6
8
9
1
3
1
5
2
1
1
60
Totaal
Rotterdam
Tabel 3.6: Aantal geslaagde urgent woningzoekenden naar urgentiegrond en gemeente 2020
Mantelzorg
19
4
0
0
0
1
2
2
5
1
4
0
0
1
39
Medische noodzaak
300
25
7
6
8
18
9
18
45
44
31
13
1
1
526
Onbewoonbaarheid Uitstroom uit voorziening
4
0
0
0
0
0
0
0
0
1
1
0
0
0
6
126
11
2
0
5
7
4
2
14
16
9
0
0
0
196
Woonlasten
107
23
3
2
10
29
25
10
45
28
45
17
2
1
347
Vergunninghouders
246
14
6
4
22
17
15
0
18
48
39
12
2
4
447
1.683
112
24
17
64
123
74
51
248
217
207
68
11
9 2.908
Totaal
31
Figuur 3.4: Geslaagde urgent woningzoekenden naar urgentiegrond en gemeente 2020 (in %) Rotterdam
46
Ridderkerk
17
Barendrecht
17
Albrandswaard
18
Lansingerland
19
5 11
13 8
7
Maassluis
12
0
9
0
7
12
13
0
3
12
Brielle Westvoorne
7 00
0
15
0 4
22
13
30
19
27 11
Totaal
11
37 0%
10%
20%
34
0
7 30%
40%
14 20 04
0
7
22 19
0
0 7
13 25
9
18 18
18 44
18
50%
18
22
11
21
20
0 6
0 9
11
24 24
18
20
0
12
34
22
11
13 25
35 12
15
21
0 6
11
18
6
13
0 5 10
29
Hellevoetsluis
10
8
25
Nissewaard
7
16 15
2 4
37
Schiedam
0
0
8
7 1
22
Vlaardingen
0 35
9
14
0
29
26
Krimpen aan den IJssel
22
0
2
Capelle aan den IJssel
2 4
18
0 7
60%
Doorstroming vanuit een hulpverleningstraject
Geweld en bedreiging
Hardheidsclausule
Mantelzorg
Medische noodzaak
Onbewoonbaarheid
Uitstroom uit voorziening
Woonlasten
12
70%
15
80%
90%
100%
Vergunninghouders
Figuur 3.5: Geslaagde urgent woningzoekenden naar urgentiegrond in Rotterdam en de andere regiogemeenten 2020 (in %)
Rotterdam
46
Andere gemeenten
25 0%
10%
5 11
10 20%
30%
3 2 40%
18
18
0 6
50%
60%
0 7
6
20 70%
Doorstroming vanuit een hulpverleningstraject
Geweld en bedreiging
Hardheidsclausule
Mantelzorg
Medische noodzaak
Onbewoonbaarheid
Uitstroom uit voorziening
Woonlasten
15
16 80%
90%
100%
Vergunninghouders
32
Vergunninghouders onder de urgent woningzoekenden komen vooral in Rotterdam te wonen Vergunninghouders worden door het Rijk over de gemeenten verdeeld. Hierbij gebruikt het Rijk een quotum naar inwonertal van de gemeente. In 2020 zijn van de 2.908 woningen die aan urgent woningzoekenden zijn verhuurd er 447 aan vergunninghouders geweest. Dit cijfer van 447 gaat niet om personen maar om verhuringen aan huishoudens die uit meer dan een persoon kunnen bestaan. Meer dan de helft (55%) van de verhuringen aan vergunninghouders vindt plaats in Rotterdam. Het aandeel verhuringen aan vergunninghouders (t.o.v. alle verhuringen aan geslaagde urgent woningzoekenden) verschilt nauwelijks tussen Rotterdam (15%) en de groep overige gemeenten (16%). Binnen de groep overige gemeenten varieert het percentage tussen 0% en 44% (figuur 3.6). Figuur 3.6: Aantal verhuringen aan vergunninghouders en het aandeel naar gemeente in 2020 (als % van alle verhuringen aan geslaagde urgent woningzoekenden) * Rotterdam
246
15 1314
Ridderkerk
246
6
Barendrecht
25
4
Albrandswaard
24 22
Lansingerland
34
14 17
Capelle aan den IJssel
15
Krimpen aan den IJssel
20
0 0
Maassluis Vlaardingen
18
7
Schiedam
48
22
Nissewaard
39
19 12
Hellevoetsluis
18
2
Brielle
18 4
Westvoorne
44
Totaal
447
15 0
10
20
30
40
50
60
70
80
90
100
aantal verhuurde woningen aan vergunninghouders aandeel verhuurde woningen aan vergunninghouders (als % verhuringen aan alle geslaagde urgenten)
* Aantal voor Rotterdam en Totaal is bij de staven afgekapt bij 100 verhuringen ** Aantal van 0 bij Maassluis dient nader uitgezocht te worden
33
Hoofdstuk 4 Feitenkaarten per gemeente Inhoudsopgave Feitenkaarten Feitenkaart Woonruimtebemiddeling Gemeente Rotterdam Feitenkaart Woonruimtebemiddeling Gemeente Ridderkerk Feitenkaart Woonruimtebemiddeling Gemeente Barendrecht Feitenkaart Woonruimtebemiddeling Gemeente Albrandswaard Feitenkaart Woonruimtebemiddeling Gemeente Lansingerland Feitenkaart Woonruimtebemiddeling Gemeente Capelle aan den IJssel Feitenkaart Woonruimtebemiddeling Gemeente Krimpen aan den IJssel Feitenkaart Woonruimtebemiddeling Gemeente Maassluis Feitenkaart Woonruimtebemiddeling Gemeente Vlaardingen Feitenkaart Woonruimtebemiddeling Gemeente Schiedam Feitenkaart Woonruimtebemiddeling Gemeente Nissewaard Feitenkaart Woonruimtebemiddeling Gemeente Hellevoetsluis Feitenkaart Woonruimtebemiddeling Gemeente Brielle Feitenkaart Woonruimtebemiddeling Gemeente Westvoorne
34
Feitenkaart Woonruimtebemiddeling Gemeente Rotterdam 1. Actieven 2020
2019
2018
2017
2016
2015
2014
2013
2012
2011
2010
Primaire doelgroep Secundaire doelgroep Niet-EC-doelgroep
52.833 50.451 50.575 43.459 33.249 45.638 41.236 40.139 41.348 37.127 40.024 17.485 15.833 12.751 9.256 7.913 9.294 7.928 8.997 8.120 5.914 9.236 6.127 5.645 4.665 3.229 4.350 2.362 2.082 3.765 4.700 5.348 5.915
Geen voorrang Urgent Herhuisvestingskandidaat
72.172 67.592 63.803 52.884 43.200 60.352 55.558 56.718 57.602 52.025 57.268 3.679 3.400 3.285 2.521 1.988 1.828 1.218 1.181 636 1.791 1.765 594 937 903 539 324 316 395 365 775 890 1.024
Totaal
76.445 71.929 67.991 55.944 45.512 62.490 57.171 58.264 59.013 54.704 60.055
2. Geslaagden Primaire doelgroep Secundaire doelgroep Niet-EC-doelgroep Geen voorrang Urgent Herhuisvestingskandidaat Totaal
2020 4.121 1.131 206 3.258 1.682 574 5.514
2019 4.404 1.306 273 3.606 1.702 770 6.078
2018 4.976 1.348 237 4.375 1.758 486 6.619
2017 5.225 1.328 231 4.694 1.668 463 6.825
2016 5.632 1.398 236 4.941 1.843 482 7.266
2020 9% 37% 11% 7% 35% 5.999 100%
2019 6% 39% 15% 4% 36% 6.048 100%
2018 8% 52% 14% 1% 26% 6.908 100%
2017 6% 56% 12% 2% 23% 7.851 100%
2016 7% 56% 12% 0% 25% 9.195 100%
2020 5,2 4,4 2,6
2019 5,9 5,7 3,4
2018 6,8 7,6 3,7
2017 8,5 10,6 5,5
2016 12,2 13,3 4,1
4,9
5,7
6,8
8,7
11,6
2020 14 21 23 35 10 14 16
2019 13 22 23 40 6 12 15
2018 14 20 19 39 6 8 10
2017 15 16 18 42 5 7 7
2016 29 23 27 45 7 10 4
10 14 21 21
8 13 17 23
8 15 19 22
6 15 25 18
10 31 31 26
16
15
16
16
28
2015 6.151 973 279 6.556 1.240 336 8.132
2014 6.290 1.138 639 7.414 894 285 8.593
2013 6.125 1.254 979 7.631 873 226 8.730
2012 6.300 1.214 819 7.186 910 527 8.623
2011 5.779 1.553 709 6.578 895 542 8.015
2010 5.380 1.486 1.115 6.796 765 557 8.117
3. Woningaanbod Direct kans Inschrijfduur Loting Wens & Wacht Directe bemiddeling Totaal Totaal 4. Slaagkansen Primaire doelgroep Secundaire doelgroep Niet-EC-doelgroep Totaal 5. Mediane inschrijfduur Primaire doelgroep Secundaire doelgroep Niet-EC-doelgroep Inschrijfduur Direct kans Loting Wens & Wacht tot jongeren/kwaliteitskortingsgrens tot aftoppingsgrens 1-2phh tot aftoppingsgrens 3+phh tot huurprijsgrens Totaal
35
6. % verhuringen aan primaire doelgroep en EC-doelgroep (<= € 39.055 in 2020) % verhuringen onder aftoppingsgrens aan primaire doelgroep % verhuringen tot liberalisatiegrens aan ECdoelgroep
2020
2019
2018
2017
2016
2015
2014
2013
2012
2011
2010
94
93
95
96
97
87
84
85
81
81
77
95
94
96
96
97
98
97
95
94
95
88
Vertrek uit en vestiging in Rotterdam van huishoudens in sociale huurwoningen in de regio 150 100 50 0 -50 -100 -150 -200 -250 Albran Ridder Barend Lansin dswaar kerk recht gerland d
Capelle Krimpe aan n aan Maassl Vlaardi Schied Nissew Hellevo Westvo Brielle den den uis ngen am aard etsluis orne IJssel IJssel
vertrek uit Rotterdam
-145
-59
-44
-49
-182
-64
-67
-177
-199
-185
-57
-15
vestiging in Rotterdam
31
53
22
32
129
19
16
40
111
107
13
4
2
saldo
-114
-6
-22
-17
-53
-45
-51
-137
-88
-78
-44
-11
-11
vertrek uit Rotterdam
vestiging in Rotterdam
-13
saldo
Leesvoorbeeld: vanuit Rotterdam zijn er 145 huishoudens vertrokken naar een corporatiewoning in Ridderkerk. Vanuit Ridderkerk zijn er 31 huishoudens naar een corporatiewoning in Rotterdam verhuisd. Per saldo betekent dat een vertrek van 114 huishoudens uit Rotterdam naar Ridderkerk. Totale saldo is -67, waarbij Ridderkerk en Vlaardingen per saldo de grootste ontvangers zijn van Rotterdamse huishoudens.
36
Feitenkaart Woonruimtebemiddeling Gemeente Ridderkerk 1. Actieven 2018
2017
2016
2015
2014
2013
2012
2011
2010
Primaire doelgroep Secundaire doelgroep Niet-EC-doelgroep
21.402 13.881 12.464 5.173 4.158 2.874 2.370 1.857 1.115
2020
2019
9.367 2.117 639
7.070 1.615 1.033