03 Fasering windlocatie Noordzeeboulevard notitie
Tekst van het document
Gemeente Westvoorne
Raadhuislaan 6, Rockanje E: gemeente@westvoorne.nl T: (0181) 40 80 00
Fasering binnen de windlocatie Noordzeeboulevard Consequenties van inperking tot enkel het westelijke deel binnen de windlocatie
Inhoud 1 Inleiding................................................................................................................................ 2 2 Waarom faseren?................................................................................................................. 3 3 Mogelijke consequenties van inperking................................................................................4 3.1 Planologische procedure & Milieueffectrapportage........................................................4 3.2 Participatie..................................................................................................................... 5 3.3 Taakstelling binnen de windlocatie en behoud van het bevoegd gezag.........................7 3.4 Gemaakte afspraken.....................................................................................................7
621751fd7ce69_TEMP_OPDF Noordzeeboulevard
P1
1
Inleiding
De gemeenteraad van Westvoorne heeft bij de besluitvorming over de begroting van het windproject Noordzeeboulevard uitgesproken een fasering te willen aanbrengen in het vooronderzoek en de realisatie van windturbines binnen de locatie voor windenergie, zoals die is opgenomen in de provinciale omgevingsverordening (hierna te noemen: windlocatie). In haar uitspraak heeft de raad het expliciet over ‘faseren’, waarbij primair in het westelijke gedeelte binnen de windlocatie de mogelijkheden zouden moeten worden onderzocht voor windturbines. De wethouder heeft toegezegd de mogelijkheden en eventuele consequenties van een dergelijke inperking te onderzoeken. Dit document beoogt de raad hiervan een overzicht te verschaffen, om zo een weloverwogen besluit te kunnen nemen over inperking of prioritering. Het is van belang te benadrukken dat we hier spreken over inperking of prioritering binnen de originele windlocatie, die in het haalbaarheidsonderzoek uit 2019 is aangemerkt als ‘onderzoeksgebied 1’ (figuur 1). Op deze windlocatie heeft de gemeente Westvoorne de taak 9 MW aan windenergie te doen realiseren en heeft daartoe het bevoegd gezag gekregen van de provincie. Daarnaast is de windlocatie Noordzeeboulevard opgenomen in de Regionale Energiestrategie (RES) 1.0 van regio Rotterdam – Den Haag.
Binnen de grenzen van deze locatie heeft de gemeente Westvoorne ermee ingestemd te kijken naar mogelijkheden van optimalisatie, door uitbreiding van capaciteit/ hoogte of aantal windturbines.
Figuur 1. Kaart ter indicatie van de windlocatie Noordzeeboulevard (onderzoeksgebied 1)
621751fd7ce69_TEMP_OPDF Noordzeeboulevard
P2
2 Waarom faseren? Op dit moment lijkt breed politiek draagvlak te ontbreken voor de realisatie van windturbines in met name het oostelijke deel binnen de windlocatie (ten oosten van de Brielse Gatdam, aan het Oostvoornse Meer). De expliciete wens van een deel van de raad is om in dat deel van de locatie dan ook geen vooronderzoek in het kader van te verwachten milieueffecten uit te voeren. De windlocatie Noordzeeboulevard is relatief klein; een smalle strook van ca. 350 m breed en 2200 m lang, gelegen op een grensgebied tussen natuur, recreatie en het havenindustrieel complex. Op Westvoorns grondgebied overlapt de windlocatie vrijwel volledig met Natura 2000- en Natuurnetwerk Nederland-gebied (NNN) (zie figuur 2). In Nederland zijn al meerdere windparken binnen en aangrenzend aan Natura 2000 en NNNgebied vergund. Wel moet binnen deze gebieden aan specifieke eisen worden voldaan die de realisatie van een windpark aanzienlijk kunnen bemoeilijken.
Het westelijke deel binnen de windlocatie Noordzeeboulevard (westzijde Brielse Gatdam) ligt in en aan Natura2000-gebied (Vogel- én Habitatrichtlijn). Dit gebied heeft belangrijke ecologische waarde vanwege de bijzondere flora en fauna, als broedlocatie voor vogels, en als foerageer- en migratiegebied. Indien de windlocatie zou worden ingeperkt tot dit westelijke deel, zouden hier naar verwachting 2 windturbines van ca. 6 MW en een maximale tiphoogte van ca. 220 meter kunnen worden gerealiseerd, al moet uit het milieueffectenonderzoek blijken wat er werkelijk mogelijk is.
Ook in het oostelijke deel binnen de windlocatie (oostzijde Brielse Gatdam, aan de noordkant van het Oostvoornse Meer) is natuurwaarde van belang, omdat ook dit grotendeels in en aan Natura2000-gebied (Habitatrichtlijn) ligt. Daarnaast heeft dit gebied een belangrijke (natuur)recreatieve en toeristische waarde, met recreatieondernemingen, strand, wandel- en watersport, en mountainbikeroutes.
621751fd7ce69_TEMP_OPDF Noordzeeboulevard
P3
Figuur 2: Ligging van Natuurnetwerk Nederland-gebied en Natura 2000 gebied
3 Mogelijke consequenties van inperking In mei 2020 is de startnotitie voor de windlocatie Noordzeeboulevard vastgesteld door de gemeenteraad van Westvoorne. De gedachtegang van die startnotitie en bijbehorend procesvoorstel was dat de milieueffectrapportage zou worden ingezet om op basis van onderzoek en participatie tot een goed gemotiveerde locatie en opstellingsvariant van de windturbines te komen. Door de windlocatie nu al in te perken, wordt afgeweken van deze lijn. In de volgende paragrafen worden de belangrijkste consequenties van inperking van de windlocatie toegelicht. Hiertoe zijn op ambtelijk niveau vertegenwoordigers geconsulteerd van onder meer DCMR, de commissie m.e.r., provincie Zuid-Holland en de beide ontwikkelaars van het windproject. Daarnaast hebben op bestuurlijk niveau gesprekken plaatsgevonden met de provincie ZuidHolland, waterschap Hollandse Delta en ontwikkelaar HVC om inzicht te krijgen in hun standpunten ten aanzien van inperking. In dit document zijn deze standpunten telkens in een kader geplaatst.
3.1 Planologische procedure & Milieueffectrapportage In de startnotitie van 2020 wordt een proces geschetst waarin op basis van onderzoeken (met een milieueffectrapportage) in het gehele gebied (westelijk en oostelijk deel onderzoeksgebied) gezocht zou worden naar de opstellingsvariant van de windturbines, die kan rekenen op het meeste politiek en maatschappelijk draagvlak. Inmiddels is duidelijk geworden dat de gemeenteraad een duidelijke voorkeur heeft voor uitsluitend windturbines aan de westelijke zijde van het onderzoeksgebied. Vanuit dit perspectief lijkt het niet opportuun om medewerking te verlenen aan onderzoeken en participatie ten behoeve van vergunningverlening aan de oostzijde. De bouw van windturbines op de locatie Noordzeeboulevard is niet in overeenstemming met het vigerend bestemmingsplan ‘Zeegebied Westvoorne (2013)’, dat gedeeltelijk de bestemming van ‘Natuur’ en gedeeltelijk de bestemming ‘Recreatie’ heeft. Er zijn twee mogelijkheden om het windproject ruimtelijk planologisch mogelijk te maken met de gemeente als bevoegd gezag: 1. Wijziging bestemmingsplan, waarbij het windturbinepark wordt opgenomen in een nieuw bestemmingsplan.
Wijziging van een bestemmingsplan met een (vrijwillige) gecombineerde plan-/ projectMER biedt de mogelijkheid om op basis van onderzoek, een bijbehorend participatieproces en de beoordeling van verschillende alternatieven tot de best onderbouwde en transparante keuze voor de locatie van de turbines te komen. 2. Omgevingsvergunning voor de activiteit ‘afwijken van het bestemmingsplan’ ex artikel 2.12 lid 1, onder a punt 3: Wabo procedure, waarbij met toepassing van de zelfstandige projectprocedure ruimtelijke toestemming wordt verleend voor de plaatsing van windturbines. Bij afwijking van het bestemmingsplan wordt de keuze voor de locatie van de turbines in een vroeg stadium door de initiatiefnemer(s) gemaakt.
621751fd7ce69_TEMP_OPDF Noordzeeboulevard
P4
Strikt genomen heeft een besluit om het plangebied in te perken tot alleen het westelijke deel binnen de windlocatie geen consequenties voor de planologische procedures voor wijziging van het bestemmingsplan of de omgevingsvergunning ‘afwijken van het bestemmingsplan’. Maar het doet wel afbreuk aan het zorgvuldige proces, zoals beschreven in de door de raad vastgestelde startnotie van mei 2020. Bovendien kan het studiegebied voor een aantal milieueffectonderzoeken niet worden ingeperkt, met name in de onderzoeken naar mogelijke effecten op flora en fauna. Het studiegebied is het gebied waarbinnen in milieueffectonderzoek de effecten in beeld gebracht moeten worden omdat het voornemen daar direct of indirect tot (cumulatie van) effecten kan leiden. Het studiegebied verschilt daardoor per (milieu)aspect. Ook bij een plangebied dat ingeperkt wordt tot het westelijke deel binnen de windlocatie, moeten voor veel milieuaspecten onderzoeken ruim buiten dat gebied plaatsvinden. Standpunten provincie, waterschap en HVC De gedeputeerde van provincie Zuid-Holland ziet in de hier voorgestelde aanpak geen strijdigheid met de bestuursovereenkomst voor de realisatie van de windopgave.
“Wel is van belang dat het onderzoek inderdaad ook de oostzijde onderzoekt, zodat als de doelstelling niet aan de westzijde gerealiseerd kan worden er geen vertraging optreedt voor de realisatie aan de oostzijde.” Het waterschap onderschrijft dat, aangezien milieueffecten verder reiken, de mogelijke effecten op de omgeving onderzocht moeten worden voor de gehele windlocatie. Dit wordt ook gesteund door de aangewezen ontwikkelaars. Met de andere initiatiefnemer heeft HVC de conclusie getrokken, dat een onderzoek naar de natuurwaarden, gezien de directe nabijheid van Natura2000-gebied, een allesbepalende stap is voor de mogelijkheid van realisering van windturbines op deze locatie, zowel op het westelijk of buitendijks deel, als op het oostelijk of binnendijks deel. De uitkomsten van dit onderzoek zullen eerst in het eerste kwartaal van 2023 op tafel komen en ook gedeeld worden met het bevoegd gezag voor de Natuurbeschermingswet en de provincie Zuid-Holland in de hoedanigheid van de Omgevingsdienst Haaglanden. Omdat de windlocatie vrijwel volledig overlapt met Natura 2000- en NNN-gebied, is de Wet Natuurbescherming van toepassing. Uit de voortoets Wet Natuurbescherming volgt dat significant negatieve effecten op natuur en milieu niet op voorhand kunnen worden uitgesloten en dat maakt nader onderzoek in de vorm van een passende beoordeling noodzakelijk.
Het plan is dan mogelijk MER-plichtig. Nu er een duidelijke keuze wordt gemaakt voor de westelijke zijde, vervalt de aanleiding om een vrijwillige MER te doen, waarin verschillende belangen (zoals ecologie en recreatie) tegen elkaar worden afgewogen bij de besluitvorming over de gewenste locatie van de windturbines. Echter uit de passende beoordeling kan volgen dat er op grond van de Wet Natuurbescherming alsnog een MER verplicht is. In alle gevallen (m.e.r./ of geen m.e.r.) zal er aandacht zijn voor de, in de aanbesteding van het Rijksvastgoedbedrijf voor de westzijde van de locatie, vastgelegde mitigerende maatregelen ten bescherming van de natuur, waaronder stilstandsvoorzieningen ter bescherming van vogels en vleermuizen. Daarmee worden windturbines stilgezet op momenten dat grote aantallen trekvogels (op rotorhoogte) over het gebied trekken.
3.2 Participatie Indien de mogelijke keuze voor realisatie op enkel de westkant voldoende mogelijkheden biedt om de gemeentelijke taakstelling van minimaal 9 megawatt te realiseren, dan zal er
621751fd7ce69_TEMP_OPDF Noordzeeboulevard
P5
geen uitgebreide participatie over het oostelijke deel nodig zijn. In de participatie dient echter wél voldoende aandacht te worden besteed aan de keuze voor het westelijke gedeelte. Zeker niet alle belanghebbenden zullen gelukkig zijn met de voorkeur voor realisatie aan de westzijde. De realisatie van windturbines in het westelijk deel kan leiden tot grote bezwaren van natuurbelangenorganisaties. In december 2018 is door de colleges van Brielle, Hellevoetsluis, Nissewaard en Westvoorne de Leidraad Windenergie Voorne vastgesteld. Hierin staan de spelregels voor participatie beschreven bij de ontwikkeling en realisatie van windenergie. Voor de windlocatie Noordzeeboulevard is door de gemeente een concept communicatie- en participatieplan voorbereid, dat in nauwe samenwerking met de ontwikkelaars verder uitgewerkt zal worden. Belangrijke uitgangspunten van dit participatie- en communicatieplan zijn; benoemen van de diverse belangen die een rol spelen in dit project vroegtijdig informeren, transparante communicatie en het blijven betrekken van de stakeholders gedurende het gehele project. Standpunten provincie, waterschap en HVC Ook de gedeputeerde van de provincie Zuid-Holland vraagt extra aandacht voor participatie.
Want naast de mening van de raad, die uiteindelijk beslist, is het ook van belang dat de mening en belangen van andere betrokkenen in de omgeving van het windproject worden gehoord en meegewogen. De raad moet er, volgens de gedeputeerde ook op gewezen worden dat het ook mogelijk is dat er uit de participatie stemmen opgaan juist voor invulling aan de oostkant van de locatie. De provincie wijst in dat kader op de komst van een onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen met RUG-onderzoek naar criteria waar goed participatie aan moet voldoen. “Andere onderzoeken laten bovendien zien dat bewoners en andere belanghebbenden juist bij de locatiekeuze betrokken willen worden. Hier lijkt de raad nu aan voorbij te gaan en de provincie vindt dit zorgelijk.” Een besluit voor een procedure met slechts één opstellingsvariant, in het westelijke deel, heeft effect op de burgerparticipatie. Wanneer enkel de opstellingsvariant met windturbines in het westelijke deel van de windlocatie op politiek draagvlak kan rekenen, vervalt volgens de heemraad de kans goeddeels om omwonenden en andere belanghebbenden bij de planvorming en besluitvorming te betrekken. De burgerparticipatie zou zich dan beperken tot meedenken over inkleuring van de financiële participatie en invulling van het gebiedsfonds. En eventueel de invulling van de hoogte van de te plaatsen turbine(s).
HVC stelt dat de resultaten van het milieueffectenonderzoek, zoals hiervoor gesteld, allesbepalend zijn voor de verdere voortgang van dit windmolenproject. Dit betekent, aangezien het onderzoek naar de natuurwaarden puur feitelijk van aard is, dat thans burgerparticipatie voor HVC nog niet direct aan de orde is. “Wel willen wij hierbij benadrukken, dat burgerparticipatie en maatschappelijk draagvlak onlosmakelijk verbonden onderdelen zijn van het proces van totstandkoming van projecten van HVC.”
Inperking of prioritering kan belanghebbenden van het oostelijke deel binnen de windlocatie (tijdelijk) geruststellen. Tegelijk biedt het geen absolute garanties. In de één-op-één gesprekken die de gemeente in het voortraject van het windproject al geruime tijd voert met de direct belanghebbenden en belangenorganisaties, is veel aandacht voor met name de belangen van natuur en recreatie(ondernemers). En wordt nagedacht over mogelijkheden voor mitigerende maatregelen en (mee)koppelkansen, bijvoorbeeld in het kader van het gebiedsfonds. Deze gesprekken zullen worden geïntensiveerd wanneer het bredere communicatie- en participatietraject in samenwerking met de ontwikkelaar(s) start. Bij een politiek besluit tot inperking binnen de windlocatie valt niet uit te sluiten dat inwoners eerst door de gemeente en Pure Energie worden uitgenodigd te participeren voor het
621751fd7ce69_TEMP_OPDF Noordzeeboulevard
P6
westelijke deel en relatief kort daarna nog eens, maar dan met HVC, voor het oostelijke deel. Met name wanneer zou blijken dat in het westelijke deel binnen de windlocatie niet genoeg windenergie kan worden gerealiseerd om te voldoen aan de gemaakte afspraken.
3.3 Taakstelling binnen de windlocatie en behoud van het bevoegd gezag De Windlocatie Noordzeeboulevard is opgenomen als zoekgebied voor windturbines in de provinciale omgevingsverordening. Op grond van de Elektriciteitswet zijn Gedeputeerde Staten het bevoegd gezag voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor windparken met een gezamenlijk opgesteld vermogen tussen 5 en 100 MW. Op 9 december 2019 heeft Gedeputeerde Staten dit bevoegd gezag via een bestuursovereenkomst overgedragen aan de gemeente Westvoorne. In die overeenkomst heeft de gemeente Westvoorne een inspanningsverplichting op zich genomen om tenminste 9 MW aan windenergie te doen realiseren op de windlocatie aan de Noordzeeboulevard en de Noordoever van het Oostvoornse Meer. Binnen de termen van de bestuursovereenkomst is het toegestaan om de opgave binnen een ingeperkt deel binnen de windlocatie in te vullen. Dit wordt beaamd door de gedeputeerde van de provincie ZuidHolland, zoals is weergegeven in het kader bij paragraaf 3.1. Mocht de gemeente Westvoorne echter niet voldoen aan de taak binnen de windlocatie, of uit de fasering blijken dat er geen 9 MW in het westelijke deel binnen de windlocatie kan worden gerealiseerd, zal er moeten worden gezocht naar alternatieven. De alternatieven zijn in het oostelijke deel binnen de windlocatie, of op een geheel nieuwe locatie binnen de gemeente.
De provincie kan hiertoe in actie kan komen, met uiteindelijk de mogelijkheid tot terugnemen van het bevoegd gezag. Standpunt waterschap De heemraad wijst erop dat er vanwege het Natura 2000-gebied mogelijk geen of onvoldoende windturbines gerealiseerd kunnen worden in het westelijke deel van de windlocatie. Daarom is het zeer wenselijk dat voor het hele plangebied, ook met een variant met windturbines op het oostelijk deel, het grondgebied van het waterschap, de milieueffecten in kaart worden gebracht. Er zullen dan alternatieven gevonden moeten worden. Het waterschap rekent voor dat de benodigde opwek van duurzame energie op andere wijzen, bijvoorbeeld via zonnevelden, (ook) een enorme ruimtelijke en landschappelijke consequentie zou hebben. Het waterschap adviseert daarom alle varianten van de windlocatie Noordzeeboulevard mee te nemen in het onderzoek.
3.4 Gemaakte afspraken In het voortraject van het windproject heeft de gemeente Westvoorne steeds de positie ingenomen de locatie als één windproject te willen behandelen, waarbij de twee ontwikkelaars van de respectievelijke grondeigenaren binnen de windlocatie nauw samenwerken en kosten delen. Een eventuele inperking van de windlocatie heeft effect op het project, in de zin dat alle plannen en begroting zijn geënt op het uitgangspunt van één gezamenlijk windproject. Het belang van de ontwikkelaars ligt in een soepel proces, goede participatie en hanteerbare kosten. Door alleen het westelijke deel binnen de windlocatie als plangebied te hanteren, wordt de omvang van de onderzoeken voor verschillende milieuaspecten iets ingeperkt. Het kan echter noodzakelijk blijken later ook in het oostelijke deel van de locatie onderzoek te laten uitvoeren. Dit leidt tot extra kosten en extra vertraging.
621751fd7ce69_TEMP_OPDF Noordzeeboulevard
P7
Reacties waterschap en HVC De heemraad van waterschap Hollandse Delta geeft aan dat het waterschap vanuit zijn Routekaart Energieneutraal zijn eigen opgave voor duurzame energieproductie voor haar gemalen, systemen en rioolslibverwerking en kan die opgave niet in alle gevallen ter plekke opwekken. Daarom kijkt zij voor de duurzame opwek van de voor haar eigen energievraag benodigde energie ook naar andere gronden die zij in eigendom heeft. Het oostelijk deel van de windlocatie Noordzeeboulevard was daarom al meegeteld in de eigen opgave van het waterschap om energieneutraal te worden. Het waterschap had er op grond van de samenwerking en afspraken in het voortraject van het windproject Noordzeeboulevard op gerekend de mogelijkheden voor wind te kunnen onderzoeken en zo mogelijk realiseren, via HVC als ontwikkelaar. Nu fasering aan de orde komt, moet het waterschap andere mogelijkheden zoeken om dit deel van haar opgave te realiseren. Aanvullend constateert het waterschap dat de huidige windopgave, inclusief die vanuit de RES, de eerste fase betreft in de duurzame opwek van energie. De waterschappen maken evenals de gemeenten deel uit van de Regionale Energiestrategieën en in de route naar energieneutraal zullen na de recente RES 1.0 de komende jaren nog meerdere versies volgen. HVC respecteert de keuze van de gemeenteraad om nu al te gaan faseren.
HVC zal in samenwerking met Pure Energie opdracht geven om de effecten voor het Natura2000 gebied voor de gehele windlocatie te onderzoeken. In afwachting van de resultaten van genoemd onderzoek blijft HVC op passende en adequate wijze aangehaakt aan het overleg met de gemeente Westvoorne.
621751fd7ce69_TEMP_OPDF Noordzeeboulevard
P8