CConstaterende datWestland
Koppel je AI →
Document · PDF

Voorstel: Voorstel_58808.docx

Gemeenteraad 15 februari 2022, gemeente WestlandBij agendapunt: Voorstel tot vaststelling van de verordening brijnlozingen in bodem Westland 1 juli 2022-31 december 20234.025 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvergadering 15 februari 2022

BEHANDELD DOOR

afdeling/team RU/V&D documentnr 21-0357693

VOORBLAD RAAD

ONDERWERP EN BEHANDE LING

o n d e r we r p

V o o r s t e l t o t va s t s t e l l i n g va n d e ve r o r d e n i n g b r i j n l o zi n g e n i n b o d e m W e s t la n d 1 juli 2022-31 december 2023

ve r t r o u we l i j k

Nee

p o r t e f e u i l l e h o u d e r W et h o u d e r S n i j d e r s , L . K . bijlage(n)

Voorstel: Voorstel_58808.docx

agendapunt

14.

publiceren

Nee

BESLISPUNTEN (RAAD)

1.

Het voorstel Verordening brijnlozingen in bodem Westland geldend van 1 juli 2022 tot 31 december 2023 vast te stellen.

ARGUMENTEN EN RISICO ’S (RAAD)

Argumenten: 1. Het huidige maatwerk voor brijnlozingen, dat een aanzienlijk deel van de Westlandse tuinders in staat stelt om brijn te lozen, loopt voor een groot aantal tuinders op 1 juli 2022 af. 2. Het college heeft meer informatie nodig om tot maatwerk voor brijnlozingen te komen waarmee een gezonde leefomgeving en een duurzame gietwatervoorziening kunnen worden gewaarborgd. 3. Door een tijdelijke brijnverordening tot 1 januari 2024 vast te stellen kan worden voorkomen dat er per 1 juli 2022 vele illegale situaties door brijnlozingen ontstaan.

ALG 006

Risico’s: 1. Als de voorgestelde verordening niet wordt vastgesteld en er geen individueel maatwerk van kracht is, moet de gemeente het verbod op brijnlozingen handhaven. 2. Deze tijdelijke verordening stelt nog geen extra voorwaarden die erop gericht zijn om brijnlozingen af te bouwen. Daardoor is er tot 1 januari 2024 geen beleid actief dat gericht is op vermindering van het volume geloosde brijn.

PAGINA 1 VAN 1

RAAD

'A

1 5 FEB. 2022 GEMEENTE WESTLAND

GEMEENTE WESTLAND

RAADSVOORSTEL

ONDERWERP

Verordening brijnlozingen in bodem Westland 1 juli 2022 - 31 december 2023 INLEIDING

De gemeente is bevoegd gezag voor het verlenen van maatwerk voor brijnlozingen voor de gietwatervoorziening. Bij het bereiden van gietwater door de ontzilting van grondwater met behulp van omgekeerde osmose ontstaat brijn als bijproduct. Op dit moment zijn ruim 200 tuinders voor een deel van de gietwatervoorziening afhankelijk van grondwater en daarmee ook van brijnlozin­ gen. Voordat de gemeente bevoegd gezag werd in 2013 is in het Activiteitenbesluit opgenomen dat alle glastuinbouwbedrijven die toen al toestemming hadden om brijn te lozen en aan bepaalde voorwaarden voor hemelwateropvangcapaciteit voldeden, tot 1 juli 2022 brijn in de bodem mogen blijven lozen. De einddatum van 1 juli 2022 is ook gehanteerd bij ten minste twintig individuele maatwerkbesluiten die sinds 2013 door de gemeente genomen zijn op basis van artikel 2.2 lid 3 van het Activiteitenbesluit (Barim). Omdat 1 juli 2022 nadert is actie nodig. Zonder verdere actie van het bevoegd gezag is er een risico dat de gietwatervoorziening van bovengenoemde glastuin­ bouwbedrijven in gevaar komt. Momenteel is de omvang van brijnlozingen en het aandeel van regenwater in de gietwatervoorzie­ ning niet goed bij de gemeente in beeld. Daarnaast komt de provincie in 2022 mogelijk met aan­ vullende voorwaarden die van invloed kunnen zijn op de ruimte voor maatwerkbeleid van de ge­ meente.

Daarom is momenteel geen goede discussie over brijnbeleid mogelijk. Met oog op het voorgaande zet de gemeente eerst in op een tijdelijke verordening die het voor tuinders mogelijk maakt om op aanvraag de huidige voorwaarden voor maatwerk te verlengen tot 31 december 2023. Daarnaast worden voor iedereen voorwaarden opgenomen m.b.t. het meten en registreren van lozingen, de samenstelling van het brijn en het afdichten bij eventuele beëindiging. Verder is de gemeente reeds begonnen met het beter in beeld brengen van huidige osmose installaties, ge­ loosde volumes brijn en aanwezige hemelwateropvangcapaciteit om in het komende jaar tot een goed brijnbeleid te kunnen komen. De capaciteit van de hemelwateropvangbassins is relevant om­ dat met grotere bassins aan een groter deel van de watervraag voldaan kan worden, en daardoor minder grondwateronttrekkingen en brijnlozingen nodig zijn.

DOELSTELLING

Deze verordening faciliteert de verlenging van het huidige maatwerk voor brijnlozingen tot 31 de­ cember 2023. Daarbij worden enige extra voorwaarden gesteld om te komen tot een beter inzicht in verleende maatwerkbesluiten, geloosde volumes en bestaande hemelwateropvangbassins. Ook wordt er door de verordening voor gezorgd dat voor iedereen die brijn loost voorwaarden m.b.t. de samenstelling van het geloosde brijn en het eventueel afdichten van putten van kracht zijn. Door deze verordening wordt voorkomen dat de gietwatervoorziening voor een groot aantal tuin­ ders in het Westland per 1 juli 2022 in gevaar komt. De tijdelijke verordening tot 31 december 2023 geeft de gemeente anderhalf jaar de tijd om nieuw uniform maatwerkbeleid voor brijnlozin­ gen op te stellen dat gericht is op een gezonde leefomgeving en een duurzame gietwatervoorzie­ ning. Een nieuwe regeling ten aanzien van brijnlozingen en een duurzaam gebruik van gietwater

PAGINA 1 VAN 5

GEMEENTE WESTLAND

RAADSVOORSTEL

per 1 januari 2024 moet aansluiten bij de ambities voor een duurzame Westlandse leefomgeving zoals geschetst in de Omgevingsvisie. ARGUMENTATIE

l. Het huidige maatwerk voor brijnlozingen, dat een aanzienlijk deel van de Westlandse tuinders in staat stelt om brijn te lozen, loopt voor een groot aantal tuinders op 1 juli 2022 af. Het maatwerk op basis van het in artikel 3.90 lid 7 van het Barim opgenomen generieke over­ gangsrecht voor tuinders die vóór 2013 al over maatwerk beschikten, en aan bepaalde voorwaar­ den voor hemelwateropvangcapaciteit voldoen, loopt op 1 juli 2022 af. Ook voor ten minste twintig tuinders die sinds 2013 maatwerk verkregen op basis van 2.2 lid 3 van het Activiteitenbesluit loopt het maatwerk op 1 juli 2022 af. Het is aan de gemeente als bevoegd gezag voor maatwerk m. b.t. brijnlozingen om te bepalen of en hoe zij nieuw maatwerk wil verlenen. Zonder verdere ac­ tie zijn de bovengenoemde kwekers die brijn lozen in overtreding.

2. Het college heeft meer informatie nodig om tot maatwerk voor brijnlozingen te komen waarmee een gezonde leefomgeving en een duurzame gìetwatervoorziening kunnen worden gewaar­ borgd. Het is essentieel dat de continuïteit en kwaliteit van de gìetwatervoorziening gewaarborgd wordt. Omdat bij het aflopen van maatwerk gehandhaafd moet worden, is actie door het bevoegd gezag noodzakelijk. Dit kan door individueel maatwerk of door een verordening. Omdat het om een grote groep tuinders gaat ligt een verordening voor de hand. Het voor de lange termijn in stand houden van de huidige gang van zaken m.b.t. onttrekkingen en lozingen is echter niet duurzaam (Toe­ komstplan Gìetwatervoorziening Glastuinbouw 2021 ). Sinds 2000 zijn grondwateronttrekkingen en brijnlozingen voor gìetwatervoorziening niet afgebouwd maar sterk toegenomen. Het is inmiddels duidelijk dat brijnlozingen en de grondwateronttrekkingen die daaraan vooraf gaan (waarvoor Hoogheemraadschap van Delfland bevoegd gezag is) knelpunten met zich meebrengen: a)

Het is aannemelijk dat onttrekkingen voor gietwater die aan de oorsprong liggen van brijn­ lozingen significant bijdragen aan schades door bodemdaling in de omgeving van De Lier.

b)

Brijnlozingen kunnen bijdragen aan het oplopen van concentraties van stoffen in de onder­ grond en zijn daarmee in strijd met het 'prevent and limiť-beginsel van de Europese Ka­ derrichtlijn waterjKRWj/Grondwaterrichtlijn. Onttrekkingen van grondwater en lozingen van brijn kunnen bijdragen aan het oplopen van zoutgehalte in het eerste watervoerend pakket. Daarnaast is het mogelijk dat de concen­ traties zware metalen in het brijn hoger zijn dan de achtergrondwaarden van deze stoffen in het tweede watervoerend pakket. Ook is het mogelijk dat concentraties voor andere stoffen in het brijn boven de landelijke streefwaarde liggen. Door het mogelijk oplopen van concentraties van stoffen voldoen de lozingen niet aan het “prevent ã limit beginsel” van de KRW. Daarom is bij het verlenen van eerder maatwerk

PAGINA 2 VAN 5

GEMEENTE WESTLAND

RAADSVOORSTEL

het uitgangspunt geweest om de lozingen op termijn geheel te beëindigen. Het prevent S limit beginsel blijft ook onder de Omgevingswet overeind. c)

Het voorgaande punt brengt voor de middellange en lange termijn juridische risico’s met zich mee: het is niet ondenkbaar dat overheden die in ieder geval sinds 2000 benadrukt hebben dat lozingen moeten worden afgebouwd, op een gegeven moment tot een strenger verbod overgaan. Als de gemeente nu brijnlozingen zonder meer toe blijft staan, en hogere overheden in de toekomst de mogelijkheden van maatwerk beperken, kan dit de gietwatervoorziening in gevaar brengen.

Tegelijkertijd wordt verwacht dat steeds drogere zomers ertoe zullen leiden dat indien er geen ambitieuzere kaders voor reductie van brijnlozingen (en grondwateronttrekkingen) worden ge­ steld, de afhankelijkheid van de tuinbouwsector van brijnlozingen (en grondwateronttrekkingen) verder toe zal nemen. Bij het onderzoeken van nieuwe kaders is echter aan het licht gekomen dat belangrijke informatie ontbreekt om een goede discussie te kunnen voeren. Er is geen goed beeld van de huidige om­ vang van de grondwateronttrekkingen en brijnlozingen. Dit maakt het moeilijk om tot een concrete effect-inschatting van eventuele maatregelen te komen. Daarnaast ontbreekt een goed overzicht van de huidige capaciteit van hemelwateropvangbassins. Dit maakt het moeilijk om de implicaties voor de tuinders van strengere eisen aan de hemelwateropvangcapaciteit in te schatten. Tenslotte hebben ambtenaren van de Provincie Zuid-Holland aangegeven dat de provincie vanuit haar rol om de kwaliteit van het diepe grondwater (mede) te beschermen mogelijk in de eerste maanden van 2022 met aanvullende voorwaarden voor brijnlozingen komt die implicaties kunnen hebben voor het maatwerk voor brijnlozingen.

3.

Door een tijdelijke brijnverordening tot 1 januari 2024 vast te stellen kan worden voorko­ men dat er per 1 juli 2022 vele illegale situaties door brijnlozingen ontstaan.

Gelet op het bovenstaande wordt een verordening voorgesteld die erop gericht is om het op 30 juni 2022 geldende maatwerk tot 31 december 2023 te verlengen. Er worden voor de verlenging geen extra voorwaarden gesteld die erop gericht zijn om brijnlozingen af te bouwen. Wel moet ie­ dereen die brijn loost per 1 juli 2022 aan een aantal basisvoorwaarden voldoen. Voor maatwerkbesluiten waarin nog geen eisen zijn gesteld aan de monitoring en registratie van het geloosde volumes worden hiervoor aanvullende voorwaarden opgenomen. Ook worden voorwaarden opge­ nomen met betrekking tot de samenstelling van het brijn en het afsluiten van putten. Tenslotte moeten tuinders waarvan de actuele beschikbare capaciteit van de hemelwaterbassins nog niet bekend is bij de Omgevingsdienst Haaglanden, deze doorgeven. Om ervoor te zorgen dat de om­ vang van brijnlozingen en de condities waaronder geloosd wordt goed in beeld komen bij de ge­ meente dienen tuinders de verlenging zelf aan te vragen. Voor het vervolg wordt voorgesteld dat de gemeente nieuw brijnbeleid maakt dat per 1 januari 2024 gericht is op het waarborgen van een gezonde leefomgeving en een duurzame gietwatervoorziening.

PAGINA 3 VAN 5

GEMEENTE WESTLAND

RAADSVOORSTEL

I RISICO’S EN KANTTEKENINGEN

Risico's 1. Als de voorgestelde verordening niet wordt vastgesteld en er geen individueel maatwerk van kracht is, moet de gemeente het verbod op brijnlozingen handhaven. Om dit af te dwingen kan door iedereen een handhavingsverzoek worden ingediend. Hiermee kan de gietwatervoorziening voor een groot aantal tuinders in het Westland direct in gevaar komen. 2. Deze tijdelijke verordening stelt nog geen extra voorwaarden die erop gericht zijn om brijnlozingen af te bouwen. Daardoor is er tot 1 januari 2024 geen beleid actief dat gericht is op vermindering van het volume geloosde brijn. Kanttekening 1. De gemeente vermoedt dat momenteel niet alle brijnlozingen goed in beeld zijn. De verwachting is daarom dat er naar aanleiding van het aanschrijven van de tuinders in maart 2022 ook nieuwe aanvragen voor maatwerk binnen komen. Deze nieuwe aanvragen (die niet vallen onder deze verordening, die gericht is op verlenging van reeds geldend maatwerk) zullen individueel behandeld worden, en indien aan de vigerende voorwaarden wordt voldaan kan nieuw maatwerk tot 1 januari 2024 verleend worden. Hiermee zal er in de loop van 2022 duidelijkheid komen over het totale aantal brijnlozingen.

FINANCIËN

n.v.t. COMMUNICATIEPARAGRAAF

Bekendmaking in elektronisch gemeenteblad en op internet.

(EXTERN) OVERLEG EN MEDE-ADVIES

Greenport West-Holland, Glastuinbouw Nederland, ODH, de Provincie Zuid Holland en het Hoog­ heemraadschap van Delfland zijn reeds vorig jaar benaderd voor een consultatie op de brijn-discussie. Op basis van de reacties daarop is geconstateerd dat het college (en de partners) mo­ menteel over onvoldoende informatie beschikken om de juiste afwegingen te kunnen maken over het al dan niet (onder voorwaarden) voortzetten van het maatwerk. Naar aanleiding daarvan is bij­ gaande tijdelijke verordening, waarin de voorwaarden van het op 30 juni 2022 geldende maatwerk tot 31 december 2023 worden verlengd, opgesteld. Daarnaast worden aan tuinders waarvoor dat nog niet in het maatwerkbesluit was opgenomen enkele extra voorwaarden gesteld m.b.t. registra­ tie van de geloosde brijnvolumes en de aanwezige regenwateropvangcapaciteit, samenstelling van het brijn, en eventuele afdichting van putten.

PAGINA 4 VAN 5

GEMEENTE WESTLAND

RAADSVOORSTEL

Bij het uitwerken van het nieuwe maatwerkbeleid dat per 1 januari 2024 moet gaan gelden worden o.a. Glastuinbouw Nederland, Provincie Zuid-Holland en Hoogheemraadschap van Delfland en de Omgevingsdienst Haaglanden weer geconsulteerd.

VERVOLGTRAJECT

Deze verordening geeft de gemeente de tijd om voor eind 2023 voldoende gedragen maatwerkbe­ leid uit te werken dat gericht is op realiseren van een duurzame gietwatervoorziening en leefom­ geving. Hiertoe wordt eerst met de Omgevingsdienst Haaglanden de administratie van brijnlozingen op orde gebracht (dit traject is reeds ingezet). De planning om te komen tot een nieuw uniform brijnbeleid per 1 januari 2024 is als volgt: maart 2022

alle tuinders aangeschreven met het de mededeling dat voor continuering van brijnlozingen na 30 juni 2022 een kennisgeving aan de Omgevingsdienst Haag­ landen noodzakelijk is. Ook wordt aangegeven dat voor iedereen die brijn loost of wil lozen het verplicht is om op locatie over een geldig maatwerkbesluit te beschikken, maandelijks lozingsvolumes bij te houden, aan voorwaarden voor bemonstering ván brijn te voldoen, en om de capaciteit van de waterbassins door te geven. Daarnaast wordt vermeld dat de gemeente werkt aan een nieuw uniform maatwerkbeleid voor brijnlozingen per 1 januari 2024 dat gericht is op het realiseren van een duurzame gietwatervoorziening en leefomgeving.

juli 2022

afronding analyse. Er is een goed overzicht van installaties voor brijnlozingen en inzicht in de impact van eventuele brijnlozingsreductiedoelstellingen. Ook zijn eventuele aanvullende voorwaarden voor brijnlozingen vanuit de provincie bekend.

oktober 2022

afronding consultatie en concept voor nieuw brijnbeleid. Partners zijn gecon­ sulteerd om tot een gedragen en uitvoerbaar brijnbeleid te komen.

Q1 2023

vaststelling van nieuw brijnbeleid per 1 januari 2024.

Burgemeester en wethouders van Westland, de burgemeester

ndler

B.R. Arends

r

ļ ļ

"raad

\ 5 FEB. 2022 GEMEENTE WESTLAND

PAGINA 5 VAN 5

GEMEENTE WESTLAND

RAADSBESLUIT

De raad van de gemeente Westland; gelezen het voorstel van Burgemeester en Wethouders van 25 januari 2022 Gelet op artikel 147 en 149 van de Gemeentewet. Gelet op artikel 2.2 lid 1, 3, 3.90 (vijfde lid) en 4 van het Besluit algemene regels voor inrichtin­ gen milieubeheer (Barim of Activiteitenbesluit). gehoord de beraadslagingen in de vergadering van de raadscommissie Ruimte van 8 februari 2022 en gehoord de beraadslagingen van onderhavige vergadering;

Overwegende dat, » Lozingen van brijn in de bodem verboden zijn, maar er maatwerk mogelijk is en dit in de nabije toekomst ook mogelijk blijft na invoering van de Omgevingswet. » De gemeente, behoudens situaties waarbij een (hogere) wettelijke regeling anders be­ paald, bevoegd gezag is voor het bepalen van regels ten aanzien van maatwerk met be­ trekking tot brijnlozingen in de bodem. « Het overgangsrecht voor brijnlozingen op basis van artikel 3.90 lid 7 van het Barim op 1 juli 2022 afloopt. » Er daarnaast sinds 2013 tenminste twintig individuele maatwerkbesluiten zijn verstrekt die op 1 juli 2022 aflopen. « Het college meer tijd nodig heeft om tot goed maatwerk te komen rond de lozing van brijn. » De gemeenteraad het ontstaan van een illegale situatie rond brijnlozingen wil voorkomen. * De gemeenteraad daarom een tijdelijke brijnverordening vaststelt. BESLUIT: Vast te stellen de Verordening brijnlozingen in bodem Westland geldend van 1 juli 2022 tot 31 de­ cember 2023.

Tekst van de regeling AFDELING I. BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder: a) Brijnwater of brijn: het residu van omgekeerde osmose. Over het algemeen bevat dit water een hoog gehalte aan zouten (chloride). b) Lozen: het in de bodem brengen van brijnwater in het 2de watervoerend pakket. c) Verordening: de Verordening brijnlozingen in bodem Westland 2022 geldend van 1 juli 2022 tot 31 december 2023.

AFDELING II. MAATWERKVOORSCHRIFTEN EN ONTHEFFINGEN Artikel 2.

1.

Tijdelijke verlenging maatwerk tot 31 december 2023

Artikel 2.2 lid 2 van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Barim) is binnen het grondgebied van Westland tot 31 december 2023 niet van toepassing als vol­ daan wordt aan de volgende voorwaarden: PAGINA 1 VAN 4

GEMEENTE WESTLAND

RAADSBESLUIT

a.

b.

c.

d.

Van rechtswege is reeds ontheffing verleend tot 1 juli 2022 op basis van artikel 3.90 lid 7 van het Barim, of er is op 30 juni 2022 een andere maatwerkontheffing van kracht op basis van artikel 2.2 lid 3 van het Barim, en In de installatie ten behoeve van het lozen van brijn is een watermeter aanwezig, voorzien van een telwerk of een andere inrichting voor het doorlopend registreren van de door de meter stromende hoeveelheid water. Een watermeter is door een daartoe bevoegd deskun­ dige en volgens de richtlijnen van de fabrikant geïnstalleerd, onderhouden en geïnspec­ teerd, en De ontheffinghouder houdt maandelijks of in perioden van vier weken de stand van de wa­ termeter voor het lozen van brijn bij en registreert dit en stelt deze meetgegevens volle­ dig, jaarlijks en op aanvraag beschikbaar aan het bevoegd gezag en op aanvraag geanoni­ miseerd beschikbaar voor wetenschappelijke doeleinden op het gebied van watercirculariteit, bodemdaling en innovatie in de glastuinbouwsector, in de breedste zin, en De ontheffinghouder geeft, indien de voor gietwater beschikbare capaciteit van de regenwaterbassins nog niet bekend is bij de Omgevingsdienst Haaglanden of als deze is veran­ derd nadat de maatwerkontheffing werd verleend, binnen 1 maand de voor gietwater be­ schikbare capaciteit van de regenwaterbassins door aan de Omgevingsdienst Haaglanden.

2.

De voorwaarden die gelden onder de in het eerste lid onder a genoemde ontheffingen blij­ ven ongewijzigd van toepassing, en

3.

Indien de voorwaarden zoals genoemd onder het eerste lid onder b tot en met d nog niet van toepassing waren, worden deze aanvullend van toepassing, en

4.

De ontheffinghouder heeft schríftelijk bij Omgevingsdienst Haaglanden (ODH) toestemming aangevraagd en ontvangen om ook na 30 juni 2022 brijn te mogen blijven lozen. ODH zal toestemming voor brijnlozingen verlenen tot 31 December 2023 indien aan de voorwaarden in artikel 2 lid 1,2,3,4 en 5 wordt voldaan, en

5.

De maatwerkbeschikking waaruit blijkt dat het eerste lid onder a genoemde van toepassing is, moet in ieder geval tot 31 december 2023 op de locatie aanwezig zijn voor inzage door het bevoegd gezag.

Artikel 3. Monitoring van het te lozen brijn

1.

Indien in de afgelopen drie jaar nog geen monster van het brijn genomen is voor analyse wordt binnen 3 maanden (voor 1 oktober 2022) een monster van het brijn genomen, direct nadat de installatie minimaal 24 uur aaneengesloten heeft gefunctioneerd. Het monsternamepunt bevindt zich na de omgekeerde osmose-installatie en eventuele voorzuiveringen, en

2.

Een medewerker van een onafhankelijk adviesbureau bemonstert het brijn volgens de meest recente NEN-, NVN- of VPR-normen. Een onafhankelijk en voor de vereiste bepa­ lingen geaccrediteerd laboratorium meet van dit monster, eveneens volgens de meest re­ cente NEN-, NVN- of VPR- normen, de concentraties van de volgende parameters: » gechloreerde koolwaterstoffen (1,2-dichloorethaan, cis 1,2-dichlooretheen, 1,2- dichloorpropaan, tetrachlooretheen (per), tetrachloormethaan, 1,1,1-trichloorethaan, 1,1,2-trichloorethaan, trichlooretheen (tri), trichloormethaan (chloroform), en » bestrijdingsmiddelen. Organische parameters, gehalogeneerd: PCB-28, PCB-52, PCB101, PCB-118, PCB-138, PCB-153, PCB-180, som PCB’s (6) en som PCB's (7); Organochloorbestrijdingsmiddelen: 2,4-DDD, 4,4-DDD, 2,4-DDE, 4,4-DDE, 2,4-DDT, 4,4DDT, aldrin, dieldrin, endrin, telodrin, isodrin, heptachloor, heptachloorepoxide (cis en PAGINA 2 VAN 4

GEMEENTE WESTLAND

RAADSBESLUIT

»

trans), alfa-endosulfan, alfa, bèta en gamma HCH, penta- en hexachloorbenzeen, hexachloorethaan, hexachloorbutadieen, som DDD/ DDE/ DDT’s, som drins, som HCH's en som OCB's totaal; GCMS onderzoek organofosfor: pirimifos-methyl, tolclofos-methyl, en zware metalen (arseen, cadmium, chroom, koper, kwik, lood, nikkel, zink), en nitraat, en

3.

voor een correcte analyse is het uitvoerend laboratorium vóóraf (door de ontheffinghouder) op de hoogte gebracht van het hoge zoutgehalte van het te analyseren monster, en

4.

de resultaten worden door de ontheffinghouder verzonden aan de Omgevingsdienst Haag­ landen (ODH), en met het toezenden van de eerste analysegegevens worden, voor zover nog niet eerder aangeleverd, tevens de volgende gegevens ter goedkeuring aan het be­ voegd gezag toegezonden: * een kaart met de coördinaten per bron, de exacte plaats en de afwerking van bronnen en putten ten opzichte van maaiveld, en » de bodemprofielen, en « de registratienummers van watermeters, bijbehorende ijkrapporten en plaatsen van in­ bouw, en van het te lozen brijn worden de streefwaarde in pg/l voor diep grondwater (MO m-mv; incl. achter- grondwaarde) uit de Circulaire bodemsanering van 1 juli 2013 voor géén van de zware metalen evenals voor de detectielimiet voor CKWs en bestrijdingsmiddelen over­ schreden, en het gehalte aan nitraat van het te lozen brijn bedraagt niet meer dan 50 mg NOs /I (11.3 mg N/l).

5.

Artikel 4. Dichten van de bronnen en de peilputten bij beëindiging lozing

1.

Bronnen en eventuele peilputten met een diameter groter dan 5 cm worden binnen één maand na de definitieve beëindiging van een lozing gedicht, en

2.

Bij het dichten van bronnen en eventuele peilputten wordt gestreefd naar herstel van het oorspronkelijke bodemprofiel. De uitvoering geschiedt door een daartoe bevoegde deskun­ dige conform de op het moment van herstel vigerende protocollen, en

3.

Tenminste twee weken vóór de aanvang van de werkzaamheden bedoeld onder lid één wordt het bevoegd gezag daarvan schríftelijk in kennis gesteld via toezicht@odh.nl, en

4.

Binnen één maand na het dichten van de bronnen en peilputten wordt middels een door de deskundige als bedoeld in lid twee opgesteld rapport, aangetoond dat bronnen en peilput­ ten afdoende zijn gedicht. Dit rapport wordt binnen één week na het opstellen daarvan toe­ gezonden aan toezicht@odh.nl.

AFDELING III. TOEZICHT OP NALEVING Artikel 5. Toezicht

1.

Met het toezicht op de naleving van deze verordening, alsmede met de opsporing van de in deze verordening strafbaar gestelde feiten zijn, behalve van de in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering genoemde ambtenaren, ook belast:

a) b)

de door of namens burgemeester en wethouders aan te wijzen ambtenaren. de door of namens burgemeester en wethouders in overleg met de besturen van de andere desbetreffende openbare lichamen aangewezen ambtenaren als bedoeld in artikel 8.3 lid 1 van de Waterwet.

PAGINA 3 VAN 4

Artikel 6. Bestuurlijke boete

1.

2.

Voor de overtredingen van het bepaalde in het tweede artikel van deze Verordening, dan wel het bepaalde in de artikelen 3.90 en 3.91 van het Besluit algemene regels voor inrich­ tingen milieubeheer, of het handelen in strijd met de voorwaarden of voorschriften verbon­ den aan de toepassing van het verlenen van maatwerk op basis van voornoemde bepa­ lingen, kan het college van burgemeester en wethouders een bestuurlijke boete opleggen. De bestuurlijke boete bedraagt maximaal C 10.000 per geconstateerde overtreding van het bepaalde onder het eerste lid van dit artikel.

AFDELING IV SLOTBEPALINGEN Artikel 7. Hardheidsclausule

1.

Het college van burgemeester en wethouders kan van de bepalingen in deze verordening afwijken voor zover toepassing ervan zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. Hierbij wordt gelet op het belang dat deze regeling beoogt te beschermen.

Artikel 8. Inwerkingtreding en citeertitel

1.

Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2022 en geldt van 1 juli 2022 tot 31 december 2023.

2.

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening brijnlozingen in bodem Westland 1 juli 2022 - 31 december 2023.

Aldus besloten door de gemeenteraad in zijn openbare vergadering van 15 februari 2022,

de griffier,

de voorzitter,

RAAD

1 5 FEB. 2022 Bergmans

B.R. Arends

GEMEENTE WESTLAND

PAGINA 4 VAN 4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westland&id=41bf6f2e-7fa7-44ad-ba45-247127c3dbc9