Voorstel: Voorstel_57919.docx
Tekst van het document
Raadsvergadering 7 december 2021
BEHANDELD DOOR
afdeling/team BE/ERM documentnr 21-0304593
VOORBLAD RAAD
ONDERWERP EN BEHANDE LING
o n d e r we r p
V o o r s t e l t o t va s t s t e l l i n g va n d e V e r o r d e n i n g e n b e l e i d s r e g e l s m e t b e t r e k k i n g t o t p a r t i c i p a t i e e n d e O m g e vi n g s we t
ve r t r o u we l i j k
Nee
p o r t e f e u i l l e h o u d e r W et h o u d e r G a r d i e n - R e i n d e r s , J . A . bijlage(n)
Voorstel: Voorstel_57919.docx bijlage VII Nota van beantwoording n.a.v. de raadscommissie Ruimte van 5 oktober 2021 (210296916) bijlage VIII Bijlage bij nota van beantwoording (overzicht voorbeelden) (21-0296917) bijlage IX Reactie CDA fractie n.a.v. raadscommissie Ruimte van 5 okt. 2021 (21-0296918) bijlage I Participatieverordening (21-0220438) bijlage II Participatiebeleid Omgevingswet (concept) (21-0256407) bijlage III BELEIDSREGEL PARTICIPATIEVERPLICHTING INITIATIEFNEMERS WESTLAND 2022 (21-0256423) bijlage IV BELEIDSREGEL VERZWAARD ADVIESRECHT WESTLAND 2022 (21-0256425) bijlage V DELEGATIEBESLUIT OMGEVINGSPLAN WESTLAND 2022 (21-0256428) bijlage VI (21-0256444) Getekende verordening (21-0220438)
agendapunt
26.
publiceren
Nee
BESLISPUNTEN (RAAD)
1. 2. 3. 4. 5. 6.
De Verordening participatie en uitdaagrecht Westland 2021, zoals opgenomen in bijlage I bij dit besluit, vast te stellen. De beleidsregels betreffende participatie in het kader van de omgevingsvisie zoals opgenomen in de, in bijlage II bij dit besluit, neergelegde Beleidsnota Participatie onder de Omgevingswet, vast te stellen. De beleidsregels betreffende participatie in het kader van het omgevingsplan zoals opgenomen in de, in bijlage II bij dit besluit, neergelegde Beleidsnota Participatie onder de Omgevingswet, vast te stellen. De Beleidsregel participatieverplichting initiatiefnemers Westland 2022, zoals opgenomen in bijlage III bij dit besluit, vast te stellen. De Beleidsregel verzwaard adviesrecht Westland 2022, zoals opgenomen in bijlage IV bij dit besluit, vast te stellen. Het Delegatiebesluit omgevingsplan Westland 2022, zoals opgenomen in bijlage V bij dit besluit, vast te stellen.
ALG 006
ARGUMENTEN EN RISICO ’S (RAAD)
PAGINA 1 VAN 2
Raadsvergadering
datum agendapunt RAADSVOORSTEL
ARGUMENTEN EN RISICO ’S (RAAD)
Argumenten 1. Met het besluit over de participatieverordening Gemeentewet wordt aan een wettelijke plicht voldaan . 2. Met het besluit over het participatiebeleid Omgevingswet wordt aan de doelstelling (en wettelijke plicht) voldaan om voor specifieke besluiten beleid te hebben zodat burgers en bedrijven op voorhand weten hoe participatie wordt vormgegeven en welke eisen daarbij gelden. 3. Met het besluit over de participatieverplichting voor initiatiefnemers kan de gemeenteraad bij grote ontwikkelingen zeker stellen dat de initiatiefnemer daadwerkelijk, in een vroeg stadium, participatiemogelijkheden biedt aan de omgeving. 4. Het besluit over de participatieverplichting voor initiatiefnemers draagt bij aan een betere besluitvorming en met het aanwijzen van grote ontwikkelingen wordt tevens een werkbare situatie gecreëerd. 5. Met het besluit over het verzwaard adviesrecht kan de gemeenteraad invloed (blijven) uitoefenen bij grote ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving en wordt voldaan aan de verbeterdoelen van de Omgevingswet. 6. Met het delegatiebesluit kan de huidige werkwijze met betrekking tot wijzigings- en uitwerkingsbevoegdheden worden gecontinueerd en kunnen kleine (technische) wijzigingen snel en voortvarend door het college worden behandeld. Kanttekeningen 1. Tegen de voorgestelde besluiten staan geen rechtstreekse rechtsmiddelen open. 2.
De datum van inwerkingtreding van de (gewijzigde) Gemeentewet is nog niet bekend. 3. De datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet kan veranderen. 4. Het participatiebeleid Omgevingswet, de participatieverplichting voor initiatiefnemers en het verzwaard adviesrecht zijn, in deze vorm, nieuwe figuren waarmee nog geen ervaring is opgedaan.
PAGINA 2 VAN 2
26 GEMEENTE WESTLAND
RAADSVOORSTEL
ONDERWÊRP
Het vaststellen van de participatieverordening Gemeentewet, het participatiebeleid Omgevingswet, de beleidsregel participatieverplichting voor initiatieÍnemers, de beleidsregel verzwaard adviesrecht gemeenteraad en het delegatiebesluit omgevingsplan. AAN LEIOING
Het wetsvoorstel Versterking participatie op decentraal niveau treedt naar verwachting in de loop
van 2022 in werking. Met deze wijziging wordt het huidige artikel 150 van de Gemeentewet gewijzigd. Hiermee wordt gemeente breed geregeld dat gemeenten in een participatieverordening moeten aangeven op welke wijze inwoners en maatschappelijke partijen in de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid worden betrokken. Het doel van de wijziging van de Gemeentewet is dat de gemeenteraad in een participatieverordening regelt binnen welke kaders inwoners op het beleidsproces kunnen participeren. Aan de hand van deze verordening moet het voor alle partijen vooraf inzichtelijk zijn op welke wijze een participatieproces verloopt. ln aanloop naar de wetswijziging van de Gemeentewet is de voorliggende (concept) participatieverordening voorbereid. Daarnaast treedt op 1 juli 2022 de Omgevingswet in werking. Deze nieuwe wet bundelt de regelgeving op het gebied van ruimtelijke ordening, bouwen en milieu zodat zij eenvoudiger en meer overzichtelijk is. Ook wordt met deze wet een snellere en betere besluitvorming beoogd zodat initiatieven eerder van de grond komen. Met de Omgevingswet verandert er veel. Er wordt in dit nieuwe decor veel ruimte overgelaten aan het lokale bestuur. ln dit kader zullen dan ook, in aanloop naar de Omgevingswet, een aantal besluiten moeten worden genomen met betrekking tot de fysieke leefomgeving.
Met het oog op het wetsvoorstel Versterking participatie op decentraal niveau en de Omgevingswet, zijn een aantal concept besluiten ter besluitvorming voorbereid. Het betreft de participatieverordening Gemeentewet (bijlage l), het participatiebeleid Omgevingswet (bijlage ll), het beleid participatieverplichting initiatiefnemers (bijlage lll), het beleid verzwaard adviesrecht (bijlage lV) en het besluit delegatie omgevingsplan (bijlage V). Vanwege de onderlinge samenhang tussen (1) de verplicht op te stellen participatieverordening naar aanleiding van de wijziging van de Gemeentewet en (2) het in aanloop naar de Omgevingswet op te stellen participatiebeleid en het beleid participatieverplichting initiatiefnemers, worden deze besluiten gelijktijdig ter besluitvorming aangeboden. Naast deze besluiten worden ook het beleid verzwaard adviesrecht en het delegatiebesluit omgevingsplan ter besluitvorming voorgelegd. Het beleid verzwaard adviesrecht en het delegatiebesluit vloeien voort uit de Omgevingswet. Alle besluiten worden hieronder separaat van elkaar nader toegelicht. DOELSTELLIN G
1. Een gemeente brede participatieverordening (op grond van de Gemeentewet) die voor alle beleidsvelden geldt en waarin, in algemene zin, is geregeld binnen welke kaders inwoners op het beleidsproces kunnen participeren. 2. Participatiebeleid voor de fysieke leefomgeving (op grond van de Omgevingswet) waarin voor drie specifieke besluiten (omgevingsvisie, programma en omgevingsplan) is geregeld binnen welke kaders inwoners op het beleidsproces kunnen participeren. 3. Het zekerstellen van vroegtijdige participatiemogelijkheden voor de omgeving bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten bij grote PAGINA l VAN 12
GEMEÊNTE WESTLAND
RAADSVOORSTE L
ontwikkelingen (op grond van de Omgevingswet).
4. Het waarborgen van de betrokkenheid van de gemeenteraad bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten door het geven van een verzwaard advies bij grote ontwikkelingen (op grond van de Omgevingswet). 5. Het continueren van de huidige werkwijze aangaande wijzings- en uitwerkingsbevoegdheden en het versnellen van kleine (technische) wijzigingen van het omgevingsplan door middel van een delegatiebesluit (op grond van de Omgevingswet). ARGU MENTATIE
Participatieverordening Gemeentewet (biilage l) 1. Met het besluit over de participatieverordening Gemeentewet wordt aan de doelstelling (en wettelijke plicht) voldaan om op gemeente breed niveau te regelen binnen welke kaders inwoners op het beleidsproces kunnen participeren.
Voorliggend concept voor een participatieverordening is gebaseerd op de modelverordening van de VNG naar aanleiding van de aanstaande wijziging van de Gemeentewet als gevolg van de Wet versterking participatie op decentraal niveau. Deze wetswijziging loopt als gevolg van het feit dat het kabinet nu demissionair is vertraging op, waarop de VNG besloten heeft de huidige model inspraakverordening te moderniseren en te verbreden tot een model participatieverordening. Uitgangspunt hierbij is dat inspraak één van de vormen is waarop participatie kan plaatsvinden, maar dat gemeentelijke bestuursorganen ook voor andere vormen kunnen kiezen, passend bij hun beleidsvoornemen. Deze modelverordening is pas uitgegeven nadat binnen onze gemeente al een start was gemaakt met een opzet voor een participatieverordening naar aanleiding van een motie van de raad en vooruitlopend op komende wetswijzigingen. Dit concept is op 25 september 2020 ter informatie aan de raadcommissie Ruimte toegestuurd, waarbij zij in de gelegenheid is gesteld om op- en aanmerkingen door te geven. Er is gekozen om niet verder te gaan met het eerdere gemeentelijke concept voor een participatieverordening maar om het model van de VNG te gebruiken dat meer generiek is.
Dit omdat dit model een basale verordening is die op alle gemeentelijke beleidsterreinen kan worden ingezet en daardoor zowel mogelijkheden biedt om participatie vorm te geven op bijvoorbeeld het gebied van het omgevingsrecht als op het gebied van het sociaal domein. Deze verordening bevat algemene regels om bij de start van de ontwikkeling van gemeentelijke voornemens een startdocument vast te stellen waarin duidelijkheid wordt gegeven over hoe het participatieproces wordt ingericht, wat het doel is van de inzet van participanten en wat de mate van invloed is die zij kunnen uitoefenen. Daarnaast laat de participatieverordening ook ruimte voor andere participatietrajecten zoals participatietrajecten in het kader van de fysieke leefomgeving. Dit is van belang omdat andere participatietrajecten in specifieke domeinen vaak al bepaalde vormen van participatie kennen. Zo wordt er bijvoorbeeld binnen het fysieke domein aan omgevingsmanagement gedaan en zijn er (tussen de gemeenteraad en het college) afspraken gemaakt over het ter inzage leggen van een voorontwerp-bestemmingsplan (straks: omgevingsplan). ln deze gevallen wordt afgeweken van de algemene procedure van de participatieverorden ing.
Het eerdere gemeentelijke concept bood iets minder ruimte om in te spelen op de wetswijzigingen. De op het model van de VNG gebaseerde participatieverordening is begin september (2021) opnieuw naar de raadscommissie Ruimte gestuurd. De commissie is wederom in de gelegenheid gesteld om aandachtspunten door te geven. Deze zijn verwerkt in het voorgestelde concept. OmPAGINA 2 VAN 12
GEMEENTE WESTLAND
RAA DSVOORSTEL
dat het wetsvoorstel nog niet in werking is getreden, wordt de voorgestelde participatieverordening vastgesteld op grond van de huidige wettelijke regeling (artikel 150 van de Gemeentewet). Deze regeling biedt hier voldoende basis voor. Met de voorgestelde participatieverordening wordt alvast vooruitgelopen op de wijziging zodat een start kan worden gemaakt met participatie (en uitdaagrecht).Op het moment dat de nieuwe regeling (het nieuwe artikel 150 van de Gemeentewet) in werking treedt, wordt nagegaan in hoeverre dit nog wijzigingen meebrengt voor de participatieverordening. Het is de bedoeling dat de participatieverordening aan het eind van het jaar 2021 in werking treedt. De verordening kan verder worden uitgewerkt in beleid en protocollen. Voor een effectieve participatie is verwachtingsmanagement van belang. Door de leden van de raadscommissie is naar aanleiding van de eerdere concept-participatieverordening een aantal vragen gesteld over hoe daaraan vorm wordt gegeven. Bij de huidige opzet van de participatieverordening wordt dit niet in de verordening zelf uitgewerkt, maar in (toekomstige) protocollen en het gemeente breed participatiebeleid Gemeentewet horend bij de participatieverordening Gemeentewet. Op specifieke terreinen kan er mogelijk wel (al) sprake zijn van participatiebeleid.
Vanuit de Omgevingswet rust op de gemeente bijvoorbeeld de plicht om participatiebeleid vast te stellen waarin wordt vastgelegd hoe participatie wordt vormgegeven bij het opstellen van de omgevingsvisie (gemeenteraad), een programma (college) of het omgevingsplan (gemeenteraad). Aangegeven moet worden op welke manier burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen vroegtijdig zullen worden betrokken. Het desbetreffende bestuursorgaan moet bij de vaststelling van het besluit motiveren in hoeverre aan dit participatiebeleid is voldaan. Deze motiveringsplicht op grond van de Omgevingswet bestaat naast de verplichting tot het vaststellen van een participatieverordening op grond van de Gemeentewet. De participatieverordening op grond van de Gemeentewet en het participatiebeleid op grond van de Omgevingswet kennen een andere wettelijke grondslag. De participatieverordening Gemeentewet (bijlage l) en het participatiebeleid Omgevingswet (bijlage ll) zijn wel op elkaar afgestemd. Binnen de kaders van de participatieverordening is immers ruimte gelaten om voor (beleids)voornemens (als de omgevingsvisie, programma's en het omgevingsplan) andere participatieprocedures vast te stellen.
Bij het opstellen van het participatiebeleid Omgevingswet is bij de voorgestelde en voorgeschreven participatietrajecten zoveel mogelijk aangesloten bij de participatieprocedure van de participatieverordening, maar voor specifieke ruimtelijke ontwikkelingen, die in het omgevingsplan worden vastgelegd, zijn bijvoorbeeld andere participatieprocedures voorgeschreven. Daarnaast biedt de Omgevingswet de gemeenteraad de mogelijkheid om een initiatiefnemer tot het bieden van participatiemogelijkheden te verplichten als hij, voor het realiseren van zijn initiatief, een omgevingsvergunning nodig heeft waarmee wordt afgeweken van het omgevingsplan. ln het kader van deze bevoegdheid zijn eveneens beleidsregels vastgesteld (bijlage lll). Met het huidige voorstel is voorbereid wat op dit moment noodzakelijk is. Het is de eerste stap met als doel om, door middel van de gemeente brede participatieverordening en het participatiebeleid voor de fysieke leefomgeving, ervaringen op te doen met participatie. De ervaringen en inzichten kunnen in de toekomst nader worden benut door middel van het uitwerken van gemeente breed participatiebeleid.
Participatiebeleid Omgevingswet (bijlage ll) 2. Met het besluit over het participatiebeleid OmgevingsweÍ wordt aan de doelstelling (en PAGINA 3 VAN 12
GEMEENTE WESÍLAND
RAADSVOORSTE L
wettetijke plicht) voldaan om voor specifieke besluiten in het kader van de Omgevingswet (omgevingsvÍsie, programma en omgevingsplan) beleid te hebben zodat burgers en bedrii' ven op voorhand weten hoe participatie wordt vormgegeven en welke eisen daarbii gelden' Participatie is ook een belangrijke pijler voor het werken in de geest van de Omgevingswet. Voor het eerst vormt participatie op grote schaal het centrale uitgangspunt bij de vorming van beleid, namelijk voor het gehele fysieke domein op alle schaalniveaus. Dat betekent dat gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk hiermee te maken krijgen. De Omgevingswet verstaat onder een participatieve aanpak: het in een vroegtijdig stadium betrekken van burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij het proces van de besluitvorming over een activiteit. lnzet is dat participatie bijdraagt aan een grotere betrokkenheid van de samenleving bij beleidsvorming. Het vroegtijdig betrekken van de omgeving zorgt ervoor dat verschillende inzichten en meningen snel op tafel komen. Zo zorgl participatie voor betere besluiten en mogelijk voor meer draagvlak. Dit kan tijdwinst opleveren. Als aangegeven heeft participatie onder de Omgevingswet bij de vaststelling van de omgevingsvisie (gemeenteraad), een programma (college) en het omgevingsplan (gemeenteraad) vorm gekregen als een extra motiveringsplicht.
Bij deze plannen is het de bedoeling dat participatie plaatsvindt, zeker bij grote ontwikkelingen, zodat meningen en ideeën van burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen in een vroegtijdig stadium in beeld zijn. Hiermee heeft de wetgever aan willen sluiten bij het wetsvoorstel Versterking participatie op decentraal niveau. Tijdens de behandeling van de lnvoeringswet Omgevingswet en het Omgevingsbesluit is een motie aangenomen van het eerste kamerlid Nooren c.s. (Kamerstukken 12019120, 34 986, AA). ln deze motie is de regering verzocht een regeling op te nemen die ervoor zorgt dat er een plicht ontstaat voor gemeenten, provincies en waterschappen om participatiebeleid vast te stellen waarin vastgelegd wordt hoe participatie wordt vormgegeven en welke eisen daarbij gelden. Deze motie is aangenomen en deze regeling is bij amendement in het Omgevingsbesluit opgenomen. Ter uitvoering van de motie is, binnen de ruimte die de Omgevingswet daartoe biedt, voorgesorteerd op het wetsvoorstel Versterking participatie op decentraal niveau. Daarbij is aansluiting gezocht bij de bestaande motiveringsplicht over participatie voor de instrumenten omgevingsvisie, omgevingsplan en programma.
Deze verplichting houdt in dat wordt aangegeven hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn. Deze motiveringsplicht is uitgebreid in de zin dat door decentrale overheden ook moet worden aangegeven op welke wijze invulling is gegeven aan het participatiebeleid. Zo zijn decentrale overheden verplicht om participatiebeleid te maken voor het fysieke domein. Voor gemeenten geldt straks dat bij de vaststelling van de omgevingsvisie, een programma of het omgevingsplan zal moeten worden gemotiveerd in hoeverre aan het lokale participatiebeleid is voldaan. Er is voor gekozen om in het participatiebeleid Omgevingswet van de gemeente Westland, naast beleid voor de omgevingsvisie, een programma en het omgevingsplan, ook inzicht te geven in de beoordelingscriteria die worden gehanteerd bij de beoordeling of de bij de aanvraag om omgevingsvergunning overgelegde participatiegegevens voldoende zijn en of de initiatiefnemer hiermee aan zijn verplichting tot het overleggen van participatiegegevens heeft voldaan. Het participatiebeleid kent verschillende besluitonderdelen. Voor het stellen van beleidsregels in het kader van de omgevingsvisie en het omgevingsplan is de gemeenteraad bevoegd.
Voor het stellen van beleidsregels in het kader van een programma is het college van burgemeester en wethouders bevoegd. De beoordelingscriteria die het college van burgemeester en wethouders PAGINA 4 VAN 12
GEMEENTE WESTLAND
RAADSVOORSTE L
hanteert bij de beoordeling of de bij de aanvraag om omgevingsvergunning overgelegde participatiegegevens voldoende zijn, worden door het college van burgemeester en wethouders vastgesteld. Om deze reden worden de vaststellingsbesluiten voor de besluitonderdelen van het participatiebeleid separaat aangeboden. Vanuit gebruiksvriendelijkheid vormt het participatiebeleid echter één document. Participatieverplichting initiatiefnemers (bijlage Ill) 3. Met het besluit over de participatieverplichting voor initiatiefnemers kan de gemeenteraad bij grote ontwikkelingen zeker stellen dat de initiatiefnemer daadwerkelijk, in een vroeg stadium, participatiemogelijkheden biedt aan de omgeving. Het besluit over de participatieverplichting voor initiatiefnemers is het besluit waarmee de gemeenteraad gevallen aan kan wijzen waarin participatie van en overleg met derden, in een vroegtijdig stadium, verplicht is voor de initiatiefnemer. Wat omgevingsvergunningen betreft, heeft participatie onder de Omgevingswet vorm gekregen als een indieningseis. Om vroegtijdige participatie te stimuleren is deze nieuwe indieningseis in het leven geroepen. Het is de bedoeling dat de initiatiefnemer (dit kan ook een bestuursorgaan zelf zijn) bij het indienen van een aanvraag om een omgevingsvergunning gegevens indient over het doorlopen participatietraject.
De initiatiefnemer moet in de aanvraag om een omgevingsvergunning aangeven of en, zo ja, hoe er overleg is geweest met de omgeving. Ook moet worden aangegeven wat er met het resultaat van de participatie is gedaan. Voor een initiatiefnemer is het echter niet verplicht om daadwerkelijk aan participatie te doen. Op het aanvraagÍormulier zou een aanvrager ook "nee" aan kunnen geven waarmee hij aan deze indieningseis voldoet. Hij heeft immers gegevens verstrekt over de (niet doorlopen) participatie. Hierop kan dan geen sanctie volgen. Deze vrijblijvendheid werd met name bezwaarlijk geacht in de gevallen waarin wordt afgeweken van het omgevingsplan. Dit heeft geresulteerd in het amendement van het tweede kamerlid Van Eijs c.s. (Kamerstukken ll 2018119, 34 986, nr. 56). Naar aanleiding van dit amendement is een nieuw lid toegevoegd aan artikel 16.55 van de Omgevingswet, luidende:'7. De gemeenteraad kan gevallen van activiteiten aanwijzen waarin participatie van en overleg met derden verplicht is voordat een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit waarvoor het college van burgemeesÍer en wethouders bevoegd gezag is, kan worden ingediend.'ln de toelichting bij het amendement is opgenomen dat op basis van dit artikel de gemeenteraad bepaalde buitenplanse omgevingsplanactiviteiten aan kan wijzen waarbij participatie verplicht is.
Het gaat hierbij alleen om activiteiten waarbij het college bevoegd gezag is voor het verlenen van de omgevingsvergunning. Voor die aangewezen gevallen moet de initiatiefnemer aantonen dat hij aan participatie heeft gedaan. Als hij dit niet doet, kan de aanvraag buiten behandeling worden gelaten. Dit in tegenstelling tot de (binnenplanse en niet aangewezen buitenplanse) omgevingsplanactiviteiten waarvoor de reguliere aanvraageis van artikel 7.4 van de Omgevingsregeling geldt. Oftewel, als de gemeenteraad zeker wil stellen dat in bepaalde gevallen daadwerkelijk vroegtijdige participatiemogelijkheden worden aangeboden, moet hij, voordat de Omgevingswet van kracht wordt, hierover een besluit nemen. Met voorliggend conceptbesluit (bijlage lll) wordt het besluit over de participatieverplichting voor initiatiefnemers voorgesteld waarmee de gemeenteraad gevallen aanwijst waarin de initiatiefnemer verplicht is om, voordat een aanvraag om een omgevingsvergunning kan worden ingediend, participatiemogelijkheden te bieden aan de omgeving. ln het participatiebeleid (bijlage ll) zijn beoordelingscriteria opgenomen die het college van burgemeester en wethouders hanteert bij de beoordeling of de bij de aanvraag om PAGINA 5 VAN 12
GEMEENTE WESTLAND
RAADSVOORSTEL
omgevingsvergunning overgelegde participatiegegevens voldoende zijn
4. Het bestuit over de participatieverplichting voor initiatiefnemers draagt bij aan een betere besluitvorming en met het aanwijzen van grote ontwikkelingen wordt tevens een werkbare situatie gecreëerd. Actieve betrokkenheid van de omgeving is, bij voorkeur in een vroeg stadium, zeer gewenst, juist bij complexe projecten. Het aanvraagvereiste participatie is als een algemeen aanvraagvereiste voor alle omgevingsvergunningen opgenomen in artikel T.4 van de Omgevingsregeling. Op deze manier worden initiatiefnemers gestimuleerd om, vooraÍgaand aan de aanvraag voor een omgevingsvergunning, aan participatie te doen. Het vroegtijdig betrekken van de omgeving zorgt ervoor dat verschillende perspectieven, kennis en creativiteit snel op tafel komen. Zo kan het aanvraagvereiste participatie bijdragen aan meer draagvlak van initiatieven en betere besluiten. Als hierboven is aangeven, kan de gemeenteraad gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten aanwijzen waarbij de initiatiefnemer verplicht is om, voordat een aanvraag om een omgevingsvergunning kan worden ingediend, participatiemogelijkheden te bieden aan de omgeving. ln die aangewezen gevallen moet worden aangegeven of derden bij de voorbereiding van de aanvraag zijn betrokken en, als dat het geval is, hoe zij zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn.
Het is de verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer om een adequate vorm te kiezen waarin participatie bij de voorbereiding van een aanvraag plaatsvindt. Participatie is maatwerk. De locatie, de aard van het project en de omgeving zijn namelijk elke keer anders. ln de toelichting op de Omgevingsregeling (Staatscourant 2019 nr. 56288 22i november 2019) is opgenomen dat bij de keuze door gemeenten om bepaalde buitenplanse omgevingsplanactiviteiten wel of niet aan te wijzen als activiteiten waarbij participatie verplicht is, het beperken van regeldruk en het voorkomen van onwerkbare situaties, belangrijke aandachtspunten zijn. De bovenstaande uitgangspunten en verbeterdoelen zijn betrokken bij de voorbereiding van het voorliggende voorstel. Onderzocht is hoe tot een werkbare lijst kan worden gekomen van gevallen waarbij participatie alleen wordt afgedwongen als dat noodzakelijk is. Hierbij is aangesloten bij het onderzoek naar de gevallen waarin de gemeenteraad bij de besluitvorming over een aanvraag om een omgevingsvergunning wordt betrokken omdat hier een soortgelijk uitgangspunt geldt. Niet alle gevallen kunnen langs de gemeenteraad, alleen de gevallen waarbij dat nodig is.
Er is onderzocht hoe voor de gemeente Westland tot een werkbare lijst van gevallen kan worden gekomen waarin de verplichting van een initiatiefnemer tot het bieden van participatiemogelijkheden aan de omgeving, alleen daar wordt opgelegd waar participatie onmisbaar is. Hierbij zijn de voor de gemeente Westland kenmerkende en belangrijke onderwerpen, die onder meer zijn neergelegd in de 'Omgevingsvisie 2.0 Visie op Westland', betrokken. Met het gedachtegoed van de Omgevingswet in het achterhoofd is getracht een goede balans te vinden tussen enerzijds het bieden van ruimte zodat initiatieven sneller kunnen worden gerealiseerd en anderzijds het beschermen van de omgeving door het opleggen van een participatieplicht. Ook zijn de reeds bestaande participatievormen nader bekeken. Uit dit onderzoek is het voorstel naar voren gekomen om de grote(re) gevallen met een mogelijk aanzienlijke impact op de omgeving, aan te wijzen als gevallen waarvoor de participatieverplichting geldt voor initiatiefnemers. Vanwege de impact op de omgeving hebben deze initiatieven vaak de aandacht van belangenverenigingen en inwoners van de gemeente Westland. Gelet op de (soms vele) belangen die kunnen worden geraakt en de complexiteit die vaak met deze grote(re) gevallen gepaard gaat, is het wenselijk om de mening van de omgeving in een vroegtijdig stadium in beeld te hebben.
Vandaar dat voor deze grote(re) gevallen wordt voorgesteld om het overleggen van participatiegegevens als verplichte indieningseis vast te stelPAGINA 6 VAN 12
GEMEENTE WESTLAND
RAADSVOORSTEL
len. Voldoet de aanvrager hier niet aan, dan kan zijn aanvraag buiten behandeling worden gelaten. Voor andere, minder zware, gevallen geldt deze verplichting niet. Uiteraard geldt dan nog wel de reguliere indieningseis maar hieraan zijn geen consequenties verbonden als de aanvraag hier niet (volledig) aan voldoet. Met de keuze voor de grote(re) gevallen, wordt getracht de regeldruk voor initiatiefnemers te beperken en onwerkbare situaties te voorkomen. Participatie is alleen daar verplicht gesteld waar het nodig is. Verzwaard adviesrecht gemeenteraad (bijlage lV)
5. Met het besluit over het verzwaard adviesrecht kan de gemeenteraad invloed (blijven) uitoefenen bij grote ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. Het besluit over het verzwaard adviesrecht is het besluit waarmee de gemeenteraad in bepaalde, door hem aangewezen, gevallen het recht heeft om bij een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, waarbij het college van burgemeester en wethouders het bevoegde gezag is, een verzwaard (feitelijk bindend) advies uit te brengen. Ook is dit het besluit waarmee de gemeenteraad in bepaalde, door hem aangewezen, gevallen het recht heeft om bij een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, waarbij het college van burgemeester en wethouders niet het bevoegde gezag is maar wel een advies- en instemmingsbevoegdheid heeft, een verzwaard (feitelijk bindend) advies uit te brengen. Het besluit over het verzwaard adviesrecht is de opvolger van de huidige verklaring van geen bedenkingen. Voor activiteiten in strijd met het bestemmingsplan (buitenplanse activiteiten) kan de gemeenteraad in de huidige situatie beslissen dat er geen bedenkingen zijn met deze verklaring. Om het werkbaar te houden heeft de gemeenteraad gevallen aangewezen waarin die verklaring niet nodig is. Voor alle overige gevallen is deze verklaring wel nodig.
ln de afgelopen jaren zijn er door de gemeenteraad jaarlijks circa zes à acht verklaringen van geen bedenkingen afgegeven. Onder de Omgevingswet is het precies omgekeerd. Dan wijst de gemeenteraad gevallen aan waarin wél een verzwaard advies nodig is om af te wijken van het omgevingsplan. Voor de niet aangewezen gevallen vervalt het adviesrecht. Het college doet de aanvraag dan zelfstandig af, zonder bindend advies van de gemeenteraad. Het bestaand raadsinstrumentarium blijft met de komst van de Omgevingswet onveranderd. Met het indienen van amendementen, moties, schriftelijke of mondelinge vragen, interpellatie, recht van onderzoek en initiatief en de actieve informatieplicht van het college, houdt de gemeenteraad gedurende het besluitvormingsproces vinger aan de pols en stuurt hij op de gewenste doelen. Het college krijgt straks wel meer bevoegdheden bij de uitvoering van het beleid en de gemeenteraad is nadrukkelijker belast met het monitoren van de resultaten. Het college is straks in beginsel het enige bevoegde gezag voor de omgevingsvergunning, ook als deze in afwijking is van de kaders die het omgevingsplan stelt. Dit betekent dat het college zonder tussenkomst van de gemeenteraad besluiten kan nemen om af te wijken van het omgevingsplan voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit.
De gemeenteraad kan echter vooraÍ situaties aanwijzen waarbij een verzwaard advies wordt uitgebracht aan het college bij een dergelijke activiteit. ln die gevallen mag het college niet zonder tussenkomst van de gemeenteraad besluiten. Het resultaat is dan ook gelijk aan de huidige verklaring van geen bedenkingen. Op deze manier behoudt de gemeenteraad een doorslaggevende rol in door hemzelf te bepalen gevallen. Als de gemeenteraad een negatief advies geeft, mag het college de omgevingsvergunning niet verlenen. PAGINA 7 VAN í2
GEMEENTE WESTLAND
RAADSVOORSTEL
De gemeenteraad kan, voordat de Omgevingswet van kracht wordt, een besluit nemen over de gevallen waarin hij advies wil geven. Het huidige raadsbesluit'aanwijzing gevallen waarvoor geen verklaring van geen bedenkingen nodig is'vervalt. Regelt de gemeenteraad niets, dan hoeft het
college niet naar de gemeenteraad voor activiteiten die in strijd zijn met het omgevingsplan en kan de gemeenteraad niet adviseren. 6. Met het besluit over het verzwaard adviesrecht wordt voldaan aan de verbeterdoelen van de Omgevingswet en met het aanwijzen van grote ontwikkelingen wordt tevens een werkbare situatie gecreëerd. Het versnellen en verbeteren van besluitvorming over projecten in de fysieke leefomgeving behoort tot de verbeterdoelen van het nieuwe stelsel. De Omgevingswet heeft als doel de besluitvorming over initiatieven sneller en overzichtelijker te laten verlopen. Hiermee beoogt de wetgever een snellere en betere afhandeling van aanvragen om een omgevingsvergunning. Van belang is dat de overheid een aanvrager snel en voortvarend bedient en slepende, langdurige procedures vermijdt. Het mag geen gewoonte zijn dat een burger of onderneming een half jaar of langer moet wachten voordat er een besluit wordt genomen op een aanvraag. Afhandeling door een uitvoerend bestuursorgaan (college), in plaats van het regelgevende orgaan (gemeenteraad), is doorgaans efficiënter en sneller. Dit is ook tot uiting gekomen in de Omgevingswet, waar besluiten ter uitvoering van beleid of regelgeving, zoals het verlenen van omgevingsvergunningen, zijn toebedeeld aan het college.
Uitgangspunt in de Omgevingswet is dat omgevingsvergunningen worden voorbereid door het college met de reguliere procedure van acht weken. Vaker dan nu zal dan ook de reguliere, korte, procedure van toepassing zijn van acht weken. Voor activiteiten betekent deze vereenvoudiging dat veel sneller duidelijk wordt oÍ een vergunning al dan niet wordt verleend (van zes maanden naar acht weken). De uitgebreide procedure van zes maanden (uniforme openbare voorbereidingsprocedure) is straks ook niet meer vanzelfsprekend van toepassing als er een verzwaard advies van de gemeenteraad nodig is (zoals dat nu wel het geval is bij de verklaring van geen bedenkingen). Er is geen directe koppeling tussen het verzwaard adviesrecht en de uitgebreide procedure. Als verzwaard advies nodig is, geldt in beginsel de reguliere procedure. De bedoeling van de wetgever is immers dat de voorbereiding van de omgevingsvergunning zoveel mogelijk in de informele voorfase (dus voor het indienen van de officiele aanvraag) plaatsvindt. Op die manier kan met een kortere beslistermijn worden volstaan. Wel bepaalt de Omgevingswet dat de uitgebreide procedure van toepassing is, op verzoek of met instemming van de aanvrager.
Daarnaast kan het college bij activiteiten die aanzienlijke gevolgen voor de omgeving kunnen hebben en waarvan de verwachting is dat verschillende belanghebbenden bedenkingen zullen hebben, na het horen van de aanvrager, eenzijdig besluiten dat de uitgebreide procedure van toepassing is. Nu de reguliere beslisprocedure van acht weken het uitgangspunt is, zal het vergunningtraject slimmer moeten worden ingericht. ln de afgelopen jaren is gebleken dat de procedure voor het al dan niet verstrekken van een verklaring van geen bedenkingen, vanwege het vergaderschema van de gemeenteraad en de aanlevertermijnen, veel tijd kost. Dit kan zelfs oplopen tot enkele maanden. Voor elke situatie advies vragen bij de gemeenteraad zou betekenen dat de nieuwe beslistermijn vaak overschreden wordt. Hier moet dan ook rekening mee worden gehouden bij de aanwijzing van gevallen. Het overschrijden van de beslistermijn zal onder de Omgevingswet, anders dan nu in bepaalde gevallen, niet meer kunnen leiden tot een van rechtswege verleende omgevingsvergunning.
PAGINA 8 VAN 12
GEMEENTE WESTLAND
RAA DSVOO RS T E L
De bovenstaande uitgangspunten en verbeterdoelen zijn betrokken bij de voorbereiding van het voorliggende voorstel. Er is onderzocht hoe voor de gemeente Westland tot een werkbare lijst van gevallen kan worden gekomen waarbij de gemeenteraad alleen wordt betrokken daar waar het nodig is. Hierbij is de huidige situatie (de huidige wetgeving en de huidige verklaring van geen bedenkingen-lijst) als vertrekpunt genomen. Met het gedachtegoed van de Omgevingswet in het achterhoofd is onderzocht voor welke thema's een versnelling wenselijk zou kunnen zijn. Denk bijvoorbeeld aan de woningbouwopgave in het kader waarvan de gemeenteraad in de'Woonvisie Westland 2020 - 2030' en de 'Omgevingsvisie 2.0 Visie op Westland' een nieuwbouwambitie heeft neergelegd van 8.100 woningen voor 2030. Aan de andere kant is bij dit onderzoek ook rekening gehouden met de Westlandse situatie waaronder het unieke dorpse karakter van de kernen. Sommige ontwikkelingen hebben in een dergelijke omgeving snel(ler) de aandacht van de inwoners (dan in bijvoorbeeld een stadse omgeving) en in die gevallen is betrokkenheid van de gemeenteraad dan ook eerder vanzelfsprekend. Per onderwerp is onderzocht of een verruiming van de huidige beleidslijn wenselijk is. Hierbij is onder meer getoetst aan de regelgevende kaders.
Dit heeft geresulteerd in een conceptvoorstel dat op 5 oktober 2021 in de vergadering van de raadscommissie Ruimte is besproken. ln dit conceptvoorstel was in de helft van de gevallen een verruiming aangebracht (gemeenteraad wordt minder snel betrokken dan nu). ln de andere helft van de gevallen was de huidige lijn bestendigd of zelfs aangescherpt (gemeenteraad wordt sneller betrokken dan nu). ln deze opiniërende ronde is namens meerdere fracties naar voren gebracht dat de voorgestelde verruiming voor bepaalde onderwerpen niet wenselijk is. Ondanks de voorliggende woningbouwopgave en inbreidingsopgave, is woningbouw bijvoorbeeld een onderwerp dat de aandacht heeft van de inwoners van de gemeente Westland en waarbij betrokkenheid van de gemeenteraad gewenst is. Gelet op het dorpse karakter van de kernen, kan een woningbouwproject al snel invloed hebben op de omgeving. Naar aanleiding van de reacties is het conceptvoorstel op onderdelen aangepast. Hieruit is de voorliggende regeling naar voren waarmee grote(re) gevallen met een mogelijk aanzienlijke impact op de omgeving, zijn aangewezen als gevallen waarvoor het verzwaard adviesrecht geldt. Vanwege de impact op de omgeving hebben deze initiatieven vaak de aandacht van belangenverenigingen en inwoners van de gemeente Westland. Dit maakt de betrokkenheid van de gemeenteraad in die gevallen gewenst.
Gelet op de (soms vele) belangen die kunnen worden geraakt en de complexiteit die vaak met deze grote(re) gevallen gepaard gaat, is het wenselijk om de gemeenteraad hierbij te betrekken. ln andere, minder grote, gevallen doet het college van burgemeester en wethouders de aanvraag zelfstandig aÍ, hierbij uitgaand van de geldende beleidskaders. Met deze regeling wordt getracht onwerkbare situaties te voorkomen. Het verzwaard advies is daar verplicht gesteld waar het nodig is. Delegatiebesluit omgevingsplan (bijlage V) 7. Met het delegatiebesluit kan de huidige werkwijze met betrekking tot wijzigings- en uitwerkingsbevoegdheden worden gecontinueerd en kunnen kleine (technische) wijzigingen snel en voortvarend door het college worden behandeld. Met de komst van de Omgevingswet stelt de gemeenteraad voor het grondgebied van de gemeente één omgevingsplan vast. ln dit plan worden de gemeentelijke regels opgenomen over de fysieke leefomgeving. Het omgevingsplan vertaalt de doelen en het beleid uit de omgevingsvisie en de programma's naar juridisch bindende regels. Denk hierbij aan het toewijzen van functies aan locaPAGINA 9 VAN 12
GEMEENTE WESTLAND
RAADSVOORSTE L
ties, het (niet) toestaan van activiteiten in bepaalde gebieden, algemene regels, meldingsplichten bij activiteiten, vergunningplichten, beoordelingsregels en regels over omgevingswaarden. Deze regels zijn bindend voor iedereen. Het omgevingsplan vervangt de huidige bestemmingsplannen maar regelt ook onderwerpen over de fysieke leefomgeving die nu door het Rijk worden geregeld, bijvoorbeeld'vergunningvrij bouwen'. De gedachte hierachter is dat het lokale bestuur vaak meer zicht heeft op de lokale situatie en dan ook beter in staat is om passende lokale regels op te stellen. Verder is het onder de Omgevingswet ook de bedoeling dat regels uit gemeentelijke verordeningen (die zien op de fysieke leefomgeving) een plek krijgen in het omgevingsplan. Met het oog op het nieuw vast te stellen omgevingsplan zal het tijdelijke omgevingsplan (dat deel dat op grond van overgangsrecht als omgevingsplan geldt) veelvuldig moeten worden aangepast. Om de situatie werkbaar te houden maakt artikel 2.8 van de Omgevingswet het onder meer mogelijk dat de gemeenteraad de bevoegdheid tot het vaststellen van delen van het omgevingsplan bij
delegatiebesluit kan delegeren aan het college van burgemeester en wethouders. Het delegatiebesluit vormt een afzonderlijk besluit, dat geen deel uitmaakt van het omgevingsplan. Gezien het bestuurlijke karakter ervan, is beroep tegen dit delegatiebesluit uitgesloten. De gemeenteraad kan ervoor kiezen om van deze bevoegdheid gebruik te maken omdat het voor het wijzigen van het omgevingsplan niet altijd noodzakelijk is dat de gemeenteraad betrokken is. Voor wijzigingen uitwerkingsbevoegdheden wordt de huidige (oude) beleidslijn aangehouden. Daarnaast is ook voorgesteld om actualiseringsverplichtingen met een zeer geringe impact aan het college van burgemeester en wethouders te delegeren. ln de huidige (oude) bestemmingsplannen staan wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten. Hiermee kan het college van burgemeester en wethouders bijvoorbeeld de functie van een agrarische bedrijfswoning in een burgerwoning veranderen. Deze bestemmingsplannen komen, na de inwerkingtreding van de Omgevingswet, terecht in het tijdelijk deel van het omgevingsplan maar die bevoegdheden mogen niet meer worden gebruikt omdat de grondslag voor dat gebruik in de Omgevingswet ontbreekt. Er kunnen dan geen nieuwe wijzigings- of uitwerkingsplannen meer in procedure worden gebracht.
Een ontwikkeling die valt onder een oude wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht wordt dan beschouwd als een ontwikkeling die in strijd is met het omgevingsplan. Er is geen overgangsrecht, althans niet over de volle breedte. Alleen voor bouwwerken is een regeling opgenomen in de bruidsschat. Aangezien de meeste wijzigingsbevoegdheden in de huidige (oude) bestemmingsplannen echter zien op het wijzigen van het gebruik (van bijvoorbeeld agrarisch gebruik naar wonen) biedt deze mogelijkheid voor de Westlandse situatie weinig soelaas. Om besluitvorming in deze gevallen, net als in de huidige (oude) situatie, bij het college van burgemeester en wethouders te laten, is ervoor gekozen om de bevoegdheid tot het vaststellen van het omgevingsplan voor die gevallen te delegeren. Wijzigingen met een geringe impact die noodzakelijk zijn vanwege gewijzigde (hogere) wet- of regelgeving en waarbij geen beleidsvrijheid is toegekend, lenen zich voor uitvoering door het college van burgemeester en wethouders. Ook het corrigeren van kennelijke omissies, verschrijvingen, verwijzingen en inventarisatiefouten leent zich hiervoor. Gelet op de rolverdeling tussen de gemeenteraad (kaderstellend) en het college van burgemeester en wethouders (uitvoerend) ligt het in de rede om ook deze handelingen bij het college van burgemeester en wethouders te beleggen.
PAGINA 1O VAN 12
GEMEENTE WESïLAND
RAADSVOORSTEL
RISICO'S EN KANTTEKENINGEN
1. Tegen de voorgesÍelde besluiten staan geen rechtsÍreekse rechtsmiddelen open Tegen de voorgestelde regelingen staan geen rechtstreekse rechtsmiddelen open. Wel staan er rechtsmiddelen open tegen besluiten die (al dan niet mede) op grond van deze regelingen genomen worden. Dit betekent dat de desbetreffende regeling (al dan niet gedeeltelijk) onverbindend kan worden verklaard of buiten toepassing kan worden gelaten, als sprake is van strijd met een hogere regeling of algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Dit is een risico dat zich bij elke nieuwe algemene regeling voordoet. 2. De datum van inwerkingtreding van de (gewijzigde) Gemeentewet is nog niet bekend Het nieuwe artikel 150 van de Gemeentewet is nog niet in werking getreden. Met de voorgestelde participatieverordening wordt alvast vooruitgelopen op de wijziging. Het huidige artikel 150 van de Gemeentewet kan daartoe als basis dienen. Op deze manier kan al een start worden gemaakt met participatie (en uitdaagrecht).Op het moment dat het nieuwe artikel 150 van de Gemeentewet in werking treedt, wordt nagegaan in hoeverre dit nog wijzigingen meebrengt voor de participatieverordening. De participatieverordening treedt ook, anders dan de andere raadsbesluiten (participatiebeleid, participatieverplichting voor initiatiefnemers, verzwaard adviesrecht en het delegatiebesluit), aan het eind van het jaar 2021 in werking.
De andere besluiten treden in werking op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt.
3. De datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet kan veranderen Vooralsnog is de datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet 1 juli 2022. Deze datum kan veranderen. Een belangrijke voorziening die noodzakelijk is voor een goede werking van de stelselherziening, is de landelijke digitale voorziening waarop de digitale systemen van gemeenten moeten worden aangesloten. Mocht er sprake zijn van uitstel, dan heeft dat geen gevolg voor de vier besluiten die zijn gebaseerd op de Omgevingswet (participatiebeleid, participatieverplichting voor initiatiefnemers, verzwaard adviesrecht en het delegatiebesluit) nu deze zijn gekoppeld aan de datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet.
4. Het participatiebeleid OmgevingsweÍ, de participatieverplichting voor initiatiefnemers en het verzwaard adviesrecht zijn, in deze vorm, nieuwe figuren waarmee nog geen ervaring is opgedaan. De beleidsregels zijn, in deze vorm, nieuw en op voorhand is niet met zekerheid te zeggen hoe dit zal uitpakken in de praktijk. Het blijft voor de gemeenteraad echter altijd mogelijk om deze beleidsregels aan te passen, opnieuw vast te stellen of zelfs in te trekken. FINANCIEN
Het nemen van deze besluiten heeft geen fi nanciële gevolgen coM uNtc
ln de loop van 2022 treedt het wetsvoorstel Versterking participatie op decentraal niveau naar PAGINA 1l VAN 12
GEMEENTE WËSTLAND
RAADSVOORSTEL
verwachting in werking. Hiermee wordt geregeld dat gemeenten in een participatieverordening moeten aangeven op welke wijze inwoners en maatschappelijke partijen bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid worden betrokken. Daarnaast treedt op 1 juli 2022 de Omgevingswet in werking. Met deze wet verandert er veel. Er wordt in dit nieuwe decor veel ruimte overgelaten aan het lokaal bestuur. ln verband met deze ontwikkelingen is een aantal besluiten voorbereid. Het betreft de participatieverordening Gemeentewet, het participatiebeleid Omgevingswet, het beleid participatieverplichting initiatiefnemers, het beleid verzwaard adviesrecht en het besluit delegatie omgevingsplan. De conceptversies van deze besluiten zijn ter bespreking aan de raadscommissie Ruimte voorgelegd. Naar aanleiding van de reacties zijn de besluiten op onderdelen aangepast en vervolgens ter besluitvorming aan de gemeenteraad aangeboden. Binnenkort wordt een communicatieplan gemaakt voor het communiceren van alle Omgevingswetveranderingen met stakeholders en via de website van de gemeente. EXTERN OVERLEG
Er heeft geen extern overleg plaatsgevonden VERVOLGTRAJ ECT
De vaststelling van de verschillende besluiten vindt plaats door verschillende bestuursorganen. Een aantal besluiten wordt door de gemeenteraad vastgesteld door middel van ondertekening van
het voorliggende besluit en door ondertekening van het desbetreffende besluit. Dit betreft de participatieverordening Gemeentewet (bijlage l), de beleidsregel participatieverplichting initiatiefnemers (bijlage lll), de beleidsregel verzwaard adviesrecht gemeenteraad (bijlage lV) en het delegatiebesluit omgevingsplan (bijlage V). Onderaan de desbetreffende regeling is ruimte gereserveerd voor de ondertekening. Voor de besluiten die deel uitmaken van het participatiebeleid Omgevingswet (bijlage ll) worden een separaat raadsbesluit (beleidsregels participatie omgevingsvisie en omgevingsplan) en een separaat collegebesluit (beleidsregels programma en beoordelingscriteria participatiegegevens), ter vaststelling, voorgelegd. Na vaststelling door de gemeenteraad en het college van burgemeesters en wethouders, worden de regelingen bekendgemaakt en gepubliceerd in de daarvoor verplichte gremia. Burgemeester en wethouders van Westland,
de secretaris,
A
ind ler
deb
m eeste r,
Arends
PAGINA 12 VAN 12
-
GEMEENTE WESTLAND
RAADSBESLUIT
De raad van de gemeente Westland,
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 2 november 2021 met nummer 210304593 en de volgende bijlagen: a
a
a
a
a
Bijlage I (participatieverordening Gemeentewet) 21 -0220438 Bijlage ll (participatiebeleid Omgevingswet) 21 -0256407 Bijlage lll (beleid participatieverplichting initiatief nemers) 21-0256423 Bijlage IV (beleid verzwaard adviesrecht) 21-0256425 Bijlage V (delegatiebesluit omgevingsplan) 21 -0256428 Bíjlage Vl (concept-beantwoording vragen commissieleden over eerdere conceptparti ci pati everord e n i n g) 2 I -02 564 4 4 Bijlage Vll Nota van beantwoording commissie Ruimte 5 oktober 2021 en schriftelijke reactie fracties 21 -029691 6 Bijlage Vlll Bijlage bij Nota van beantwoording commlssle Ruimte 5 oktober 2021 (overzicht voorbeelden) 21 -029691 7 Bijlage lX Schriftelijke reactie CDA Westland 21-0296918
gelet op de artikelen 108, 49 en 150 Gemeentewet (participatieverordening); '1
gelet op het bepaalde in artikel 4:81 lid 1 in samenhang met artikel 1:3 lid 4 van de Algemene wet bestuursrecht in samenhang met artikel 2:4 van de Omgevingswet (omgevingsvisie); gelet op het bepaalde in artikel 4:81 lid 1 in samenhang met artikel 1:3 lid 4 van de Algemene wet bestuursrecht in samenhang met artikel 3.1 lid 1 van de Omgevingswet (omgevingsplan); gelet op artikel 16.55 lid 7 van de Omgevingswet in samenhang met artikel 7.4 van de Omgevingsregeling alsmede de artikelen 4:81, tweede lid,4:83 en 1:3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (participatieverplichting initiatiefnemers); gelet op de artikelen 16.15a, onder b, onder 1, en artikel 16.15b van de Omgevingswet in samenhang met artikel 4.21 van het Omgevingsbesluit alsmede de artikelen 4:81, tweede lid,4:83 en 1:3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (verzwaard adviesrecht); gelet op artikel 2.8 van de Omgevingswet in samenhang met artikel 10.1 .2 van de Algemene wet bestuursrecht alsmede artikel 156 van de Gemeentewet (delegatiebesluit omgevingsplan); gehoord het advies van de commissie Ruimte van 23 november 2021 en gehoord de beraadslagingen van onderhavige vergadering;
besluit: 1
de Verordening participatie en uitdaagrecht Westland 202'l , zoals opgenomen in bijlage bij dit besluit, vast te stellen;
I
2. de beleidsregels betreffende participatie in het kader van de omgevingsvisie zoals opgenomen in de, in bijlage ll bij dit besluit, neergelegde Beleidsnota Participatie onder de Omgevingswet, vast te stellen onder de voorwaarde dat dit besluit vanaf de datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet in werking treedt;
3. de beleidsregels betreffende participatie in het kader van het omgevingsplan zoals opgenomen in de, in bijlage ll bij dit besluit, neergelegde Beleidsnota Participatie onder de PAGINA 1 VAN 2
26
GEMEENTE WESTLAND
RAADSBESLUIT
Omgevingswet, vast te stellen onder de voorwaarde dat dit besluit vanaf de datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet in werking treedt;
4. de Beleidsregel participatieverplichting initiatiefnemers Westland 2022, zoals opgenomen in bijlage lll bij dit besluit, vast te stellen; 5. de Beleidsregel verzwaard adviesrecht Westland 2022, zoals opgenomen in bijlage lV bij dit besluit, vast te stellen;
6. het Delegatiebesluit omgevingsplan Westland 2022, zoals opgenomen in bijlage V bij dit besluit, vast te stellen. Aldus besloten door de raad in zijn openbare vergadering van 7 december 2021
dev
de griffier,
Bergmans
,
rzitter,
B. R. Arends
.f.,f-'
PAGINA 2 VAN 2