CConstaterende datWestland
Koppel je AI →
Document · PDF

Voorstel: Voorstel_54667.docx

Gemeenteraad 16 maart 2021, gemeente WestlandBij agendapunt: Voorstel tot vaststelling van de financiële Verordening gemeente Westland 20218.382 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvergadering 16 maart 2021

BEHANDELD DOOR

afdeling/team BV/FC documentnr 21-0054893

VOORBLAD RAAD

ONDERWERP EN BEHANDE LING

o n d e r we r p

V o o r s t e l t o t va s t s t e l l i n g va n d e f i n a n c i ë l e V e r o r d e n i n g g e m e e n t e W e s t l a nd 2021

ve r t r o u we l i j k

Nee

p o r t e f e u i l l e h o u d e r W et h o u d e r V a n d e r S t e e , B . P . M. bijlage(n)

Voorstel: Voorstel_54667.docx Artikelsgewijze toelichting Financiële verordening 2021 def (21-0051900) 13.A) Amendement PvdA-D66-GBW-WV inzake de financiële verordening AANVAARD (G21000648) Memo Herziening Financiële verordening 2019 (21-0104396)

agendapunt

13.

publiceren

Nee

BESLISPUNTEN (RAAD)

1.

De financiële verordening gemeente Westland 2021 vast te stellen.

ARGUMENTEN EN RISICO ’S (RAAD)

ALG 006

Argumenten 1. Herziening Beleidsnota Reserves en Voorzieningen (Nota R&V) 2. Overige wenselijke aanpassingen in de Financiele Verordening 3. Een aantal kleinere aanpassingen en aanvullingen kan tegelijkertijd worden meegenomen

PAGINA 1 VAN 1

GEMEENTE WESTLAND

GEMEENT VOORSTEL

ONDERWERP

Herziening Financiële verordening gemeente Westland 2019 AANLEIDING

Directe aanleiding voor dit voorstel is dat wij voorstellen doen om in de Beleidsnota Reserves en Voorzieningen 2016 met ingang van 2021 aanpassingen te verwerken die ook noodzakelijke wijzi­ gingen tot gevolg hebben in de financiële verordening 2019. Van deze gelegenheid maken wij ook gebruik om uw raad nog enkele andere (technische) wijzigingen in de verordening voor te leggen. DOELSTELLING

Het kunnen beschikken over een geactualiseerde Financiële verordening ex artikel 212 van de Gemeentewet, waarin de bevoegdheden van raad en college op het gebied van de financiën zijn vastgelegd en die recht doet aan hogere regelgeving en de eigenheid van de gemeente Westland. ARGUMENTATIE

1. Herziening Beleidsnota Reserves en Voorzieningen (Nota R&V) In de financiële verordening is bepaald dat wij, uw raad een (nieuwe) nota reserves en voorzie­ ningen aanbieden wanneer daartoe aanleiding is. Dat is nu het geval. In dit voorstel zijn de wijzigingen van de Nota R&V opgenomen, die tot gevolg hebben dat ook de Financiële Verordening daarvoor moet worden gewijzigd. Het gaat om de volgende onderwerpen: a. b.

Instellen van een hoger minimumbedrag voor nieuw te vormen reserves; Periodiciteit aanpassing Nota R&V

De wijzigingen in de Nota R&V zijn uitgewerkt in raadsvoorstelno. 21-0054866 (ID 54665). Deze stukken worden in samenhang met elkaar behandeld. Ad. 1a Instellen van een hoger minimumbedrag voor nieuw te vormen reserves De gemeente beschikt volgens de begroting 2021 (blz. 170) - naast de algemene reserve ter grootte van C 20,3 mln. - over 40 bestemmingsreserves met een totaal vermogen van ē 175,6 mln. In combinatie met het gegeven dat een aantal van deze reserves al meerdere járen bestaat, sommige (8 in totaal) op saldo nul staan, kan een beperking van het aantal reserves worden over­ wogen. Dit zal naar verwachting bijdragen aan het vergroten van de transparantie rond het wer­ ken met reserves. Bij het opstellen van de jaarrekening (2020) zal dit - bij een positief raadsbe­ sluit - zijn beslag krijgen. Een andere manier om het aantal reserves te beperken vormt het verhogen van het minimumbe­ drag voor nieuw te vormen reserves. In de huidige Financiële verordening (artikel 13, lid 3) en de huidige nota R+V (op blz. 12) is vastgelegd dat een bestemmingsreserve bij instelling een mini­ male omvang heeft van ê 100.000. Wij verwachten dat door het verhogen van deze ondergrens naar C 250.000,-, in de toekomst minder snel nieuwe reserves worden ingesteld.

Het optrekken van de ondergrens kan er wel toe leiden dat een egalisatiereserve als De Water­ man en een revolverend fonds als Blijversleningen naar alle waarschijnlijkheid in de toekomst niet meer kunnen worden ingesteld. Om die mogelijkheid toch (beperkt) open te houden wordt aan art. 13 een lid 4 toegevoegd. Dit betreft een uitzonderingsbepaling op lid 3, waarin het de raad PAGINA 1 VAN 10

GEMEENTE WESTLAND

VOORSTEL

mogelijk wordt gemaakt om op basis van een goed beargumenteerd collegevoorstel, van de alge­ mene lijn te kunnen afwijken en zo goedkeuring te geven aan het instellen van een reserve lager dan 6 250.000. Naast verhogen van het minimum bedrag is het ook mogelijk om een generiek maximumbedrag te bepalen dat een reserve mag bedragen. Gelet op het feit dat daarbij al direct uitzondering voor verschillende reserves (bijv. de Algemene reserve, de Reserve financiële soliditeit, de reserves dekking investeringen maatschappelijk en economisch nut, nieuwbouw gemeentehuis) moet wor­ den gemaakt (deze vijf reserves beslaan overigens met elkaar al ruim 780A van de totale omvang van alle reserves), lijkt het bepalen van een generiek maximumbedrag niet verstandig. De bestaande praktijk dat bij het instellen van een reserve, per reserve moet worden bepaald wat het maximale bedrag van die reserve mag zijn, blijft daarmee ongewijzigd. Ad.

1b Periodiciteit aanpassing Nota R&V Tijdens de interim-accountantscontrole 2020 stelde de accountant de vraag of de gemeente West­ land een schema hanteert voor een periodieke herziening/actualisatie van de Nota R&V? Het ant­ woord daarop kan worden gevonden in artikel 13, lid 1, Reserves en Voorzieningen van de Finan­ ciële Verordening Westland, waaruit blijkt dat: “Het college, de raad indien daar aanleiding toe is een nota reserves en voorzieningen aanbiedt. De raad stelt deze nota vast”. Op grond van deze bepaling kan het dus geruime tijd duren (soms járen zolang wet- en regelge­ ving omtrent reserves en voorzieningen niet wijzigt), dat er aanleiding is de nota R&V aan te pas­ sen. Gelet op het financiële belang van reserves en voorzieningen in de gemeentebegroting als­ mede vanuit het gezichtspunt van het budgetrecht van de raad, stellen wij uw raad voor deze situ­ atie te wijzigen. Op grond van het vorenstaande stellen wij uw raad voor om art. 13, lid 1 van de Financiële verordening Westland zo te wijzigen dat daar komt te staan: “Het college beziet tenminste één keer in de duur van een raadsperiode de noodzaak tot herzie­ ning van de nota reserves en voorzieningen”. Dit geschiedt dan bij voorkeur in het eerste jaar van een nieuwe raadsperiode. 2. Overige wenselijke aanpassingen in de Financiële Verordening

In de loop van 2020 zijn nog enkele andere wenselijke aanpassingen van de Financiële Verorde­ ning naar voren gekomen die nu tegelijkertijd in dit traject kunnen worden meegenomen. Het be­ treffen: a. Wijziging in verband met goedkeuring investeringskredieten > C 250.000,-; b. Wijziging van art. 14 Kostprijsberekening, lid 3, toerekening overhead; c. Wijziging afschrijvingstermijnen materiële investeringen Ad. 2a Wijziging in verband met goedkeuring investeringskredieten > C 250.000.Aanleiding voor deze wijziging vormt het proces van goedkeuring van de investeringskredieten » C 250.000,- die zijn opgenomen in het jaarlijkse Uitvoeringsplan van het Gebiedsgericht Plan, Uitvoeringsprogramma (GGP/UP). Om de raad beter en eerder dan voorheen te informeren over het jaarlijkse GGP/UP, worden voor de commissie en raad in het najaar (september/oktober) voor­ afgaand aan het uitvoeringsjaar, informatieve bijeenkomsten gehouden met presentaties. De raad wordt daar geïnformeerd over de plannen en voorgenomen investeringen voor aanpassingen in de openbare ruimte. Daarna ontvangt de Raad formeel dit plan ter behandeling waarna het in decem­ ber t-1 of januari van jaar t inhoudelijk wordt behandeld en al dan niet gewijzigd wordt vastge­ steld. Deze behandeling heeft vooral tot doel om de (nieuwe) investeringen > 250.000,- door de PAGINA 2 VAN 1 0

GEMEENTE WESTLAND

VOORSTEL

raad te laten autoriseren. De overige kredieten < C 250.000,- worden al bij de begroting goedge­ keurd. Tijdens de raadsbehandeling van het GGP/UP is meermaals vanuit de raad opgemerkt dat men het gevoel had dat de raad het GGP/UP voor de tweede keer krijgt voorgelegd en er een herhaling van zetten plaatsvindt. Dit kan worden voorkomen door bij de vaststelling van de begroting, de raad tegelijkertijd te laten besluiten over alle investeringskredieten (ongeacht omvang) van het GGP/UP. Dit vraagt wel om duidelijke voorstellen bij de begroting en expliciete beslispunten in het raadsbesluit. De vraag is nu, hoe de Financiële verordening zodanig kan worden gewijzigd, dat het boven­ staande mogelijk wordt. Daarvoor bezien we eerst de relevante bepalingen in de Financiële veror­ dening. In artikel 6, lid 1, van de Financiële verordening wordt gesteld dat: “Met de vaststelling van de begroting autoriseert de raad voor het begrotingsjaar de totale lasten en baten per programma en de kredieten en het bijbehorend meerjarig uitgavenpatroon van de volgende in de programmabegroting opgenomen investeringen: 4e bullet: Nieuwe investeringen « C 250.000: 5e bullet: Investeringen in het kader van de ruimtelijke aanpak projecten tot het in het Meerjaren Investeringsplan (MIP) hiervoor opgenomen bedrag”.

Vervolgens bepaalt artikel 6, lid 2 dat: “Voor overige investeringen legt het college vóór het aangaan van verplichtingen een voorstel voor het autoriseren van het investeringskrediet aan de raad voor” . Uit het vorenstaande blijkt dat voor nieuwe investeringen in zijn algemeenheid (bullet 5) en ook voor de investeringen in het kader van de ruimtelijk aanpak projecten (GGP/UP als onderdeel van het MIP, bullet 5) geldt dat deze bij een omvang van < 6 250.000,- tegelijk met het vaststellen van de begroting in de begrotingsraad worden goedgekeurd (immers in de nieuwe begroting zijn deze investeringen al ingerekend). Voor de investeringen > C 250.000,- is volgens art. 6, lid 2 een se­ parate autorisatie van de raad voor het investeringskrediet noodzakelijk. Om het mogelijk te ma­ ken dat alle investeringen in het GGP/UP (dus ongeacht grootte) in één keer tijdens de begro­ tingsraad door de raad worden geautoriseerd, kan art. 6, lid 1, bullet 5 als volgt worden gewij­ zigd: “Alle investeringen in het kader van de ruimtelijke aanpak (GGP/UP) projecten tot het in het Meer­ jaren Investeringsplan (MIP) hiervoor opgenomen bedrag”. De artikelsgewijze toelichting van de Financiële verordening bevat hierop een nadere toelichting.

Voorstel: In verband met het vorenstaande stellen wij voor om: - Artikel 6, lid 1, bullet 5, van de Financiële verordening zo te wijzigen dat daar komt te staan: “Alle investeringen in het kader van de ruimtelijke aanpak (GGP/UP) projecten tot het in het Meer­ jaren Investeringsplan (MIP) hiervoor opgenomen bedrag”

Ad. 2b Wijziging van art. 14 Kostprijsberekening, lid 3, toerekening overhead Lid 3 van artikel 14, beschrijft de oude wijze waarop de overheadkosten worden toegerekend aan de kostprijs van rechten en heffingen waarmee o.a. kosten in rekening worden gebracht, etc. Deze werkwijze is sinds invoering van de gewijzigde BBV regels per 1-1-2017 aangepast PAGINA 3 VAN 10

GEMEENTE WESTLAND

VOORSTEL

waardoor hetgeen hier staat niet meer klopt. De overhead wordt nu uitgedrukt in een uurtarief. Dat tarief wordt aan elk direct productief uur toegerekend. De volgende tekst doet recht aan de bestaande praktijk: "Voor de toerekening van de overheadkosten aan de kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken en diensten, die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt uitgegaan van een tarief uitgedrukt door een aandeel in de totale toe te rekenen overheadkosten, gedeeld door de totale direct productieve uren". De overhead wordt uitgedrukt in een uurtarief. Dat tarief wordt aan elk direct productief uur toe­ gerekend. Zoals uit het vorenstaande blijkt wijzigt aan de bestaande praktijk dus feítelijk niets. In verband met het vorenstaande stellen wij uw raad voor om: - Artikel 14, lid 3 zo te wijzigen dat daar het volgende komt te staan: "Voor de toerekening van de overheadkosten aan de kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken en diensten, die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt uitgegaan van een tarief uitgedrukt door een aandeel in de totale toe te rekenen overheadkosten, gedeeld door de totale direct productieve uren”.

Ad. 2c Wijziging afschrijvingstermijnen materiële investeringen De Financiële verordening 2019 heeft als bijlage een tabel met daarin de afschrijvingstermijnen voor investeringen vanaf 2019. Vanwege enkele hierna te noemen ontwikkelingen is er thans aan­ leiding om afschrijvingstermijnen van materiële investeringen te wijzigen. 2c.1

Verhoging afschrijvingstermijn voor mobiele telefoons van 2 naar 3 jaar en opnemen soft­

ware als subcategorie Eind 2019 is een onderzoek uitgevoerd naar welk type mobiele telefoon onze organisatie de ko­ mende járen het beste in kwaliteit, beschikbaarheid, duurzaamheid (levensduur en afschrijvings­ termijn) en mate van beveiliging kan ondersteunen. Uit dit onderzoek is gebleken dat het IOS platform van Apple hier als beste uit naar voren is gekomen. De vervanging van zowel het plat­ form, het beheer als de uitgifte van de telefoons is in 2020 gerealiseerd. De huidige vervangingstermijn van mobiele telefoons bedraagt 2 jaar. Met de nieuwe types van Apple kan deze worden verhoogd naar 3 jaar omdat de mate van doorvoeren van updates en de stabiliteit voor langere periode door Apple wordt geborgd. Indien Software wordt aangeschaft dan is het mogelijk om volgens de BBV deze te activeren en hierop af te schrijven. We hanteren een levenscyclus van een applicatie van 5 jaar. Dit is al be­ staande praktijk, maar nog niet expliciet in de Tabel afschrijvingstermijnen opgenomen.

In verband met het vorenstaande stellen wij uw raad voor om: - in de Tabel afschrijvingstermijnen voor investeringen vanaf 2019, in punt j de afschrijvingster­ mijn voor smartphones gewijzigd naar drie jaar; - in de Tabel afschrijvingstermijnen voor investeringen vanaf 2019, in punt j, software met een af­ schrijvingstermijn van 5 jaar opgenomen; - in de naamgeving van de Tabel het jaartal 2019 vervangen door 2021. 2c.2 Wijziging afschrijvingstermijn kunstgrasvelden van 12 naar 10 jaar Tijdens de begrotingsraad op 10 november jl. is aan ons gevraagd om na te gaan of het mogelijk is de afschrijvingstermijn voor kunstgrasvelden te verlagen van 12 naar 10 jaar. Hoewel vanuit PAGINA 4 VAN 1 0

GEMEENTE WESTLAND

VOORSTEL

beheer het signaal wordt afgegeven dat het niet nodig is om de termijn van 12 naar 10 jaar te ver­ lagen, willen wij richting uw Raad het volgende gebaar maken. Vanaf 2021 geldt voor nieuw aan te leggen, of te vervangen kunstgrasvelden een bandbreedte voor de afschrijving tussen 10 - 12 jaar. Daarbij geldt dat financieel de kunstgrasvelden in 10 jaar worden afgeschreven. Vooraf­ gaand aan dat 10e jaar (dus in jaar 9) wordt bezien of het kunstgrasveld daadwerkelijk moet wor­ den vervangen, of dat de gebruiksduur nog 1 of 2 jaar kan worden verlengd. Dit levert dan begro­ tingstechnisch een financieel voordeel op. Overigens is het algemeen gebruik (ook binnen de gemeente Westland) om te bezien of vervan­ ging van een volledig afgeschreven actief wel noodzakelijk is. In verband met het vorenstaande stellen wij uw raad voor om: - in de Tabel afschrijvingstermijnen voor investeringen vanaf 2019, onder het kopje Materiële in­ vesteringen met een economisch nut, onder n, de afschrijvingstermijn voor kunstgrasvelden ge wijzigd in 10-12 jaar. De afschrijvingstermijn geldt voor nieuwe investeringen na inwerkingtreding van de gewijzigde Financiële Verordening I Beleidsnota Activa. 2c.3 Vervallen afschrijvingstermijn materieel Reddingsbrigade In de tabel worden onder k, de afschrijvingstermijnen genoemd voor het rijdend en varend materi­ eel van de Reddingsbrigade.

Als gevolg van de dienstverleningsovereenkomst tussen de ge­ meente en de Reddingsbrigade, schaft de gemeente geen materieel meer voor hen aan. De Red­ dingsbrigade doet dit tegenwoordig zelf. Het punt k, in de tabel kan hierdoor vervallen. In verband met het vorenstaande stellen wij uw raad voor om: - Onder het kopje Materiële investeringen met een economisch nut, van de Tabel afschrijvingster­ mijnen voor investeringen vanaf 2019, punt k, te laten vervallen. 2c. 4 Toevoeging afschrijvingstermijn gecombineerde speeltoestellen In de tabel worden tot op heden kleine speeltoestellen (met een afschrijvingstermijn van 10 jaar) en grote speeltoestellen (met een afschrijvingstermijn van 18 jaar) onderscheiden. Inmiddels zijn er ook steeds meer gecombineerde speeltoestellen geplaatst. Deze categorie is nog niet in de ta­ bel benoemd en derhalve ook nog geen afzonderlijke afschrijvingstermijn vastgesteld. Voorge­ steld wordt om deze categorie toe te voegen en daarvoor een termijn van 14 jaar te hanteren (zijnde het gemiddelde tussen 18 en 10 jaar). De afschrijvingstermijn geldt voor nieuwe investe­ ringen na inwerkingtreding van de gewijzigde Beleidsnota Activa.

In verband met het vorenstaande stellen wij uw raad voor om: In de Tabel afschrijvingstermijnen voor investeringen vanaf 2019, onder het kopje: Materiële ac­ tiva in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut, aan de afschrijvingstermijn voor eerste aanleg en renovaties van speelplaatsen, de categorie gecombineerde speeltoestellen toe te voe­ gen met daaraan gekoppeld een afschrijvingstermijn van 14 jaar. De afschrijvingstermijn geldt voor nieuwe investeringen na inwerkingtreding van de gewijzigde Fi­ nanciële Verordening. 2c.5

Wijziging afschrijvingstermijn “wegen en parkeerterreinen” van 25 jaar naar 29 jaar

Ter invulling van een bezuiniging die was opgenomen in de Voorjaarsnota 2019 en technisch structureel is verwerkt in de begroting 2020, moet de afschrijvingstermijn voor de eerste aanleg en reconstructies van wegen en openbare (gratis) parkeerterreinen in de tabel worden verhoogd van 25 naar 29 jaar. PAGINA 5 VAN 1 0

GEMEENTE WESTLAND

VOORSTEL

In verband met het vorenstaande stellen wij uw raad voor om: - in de Tabel afschrijvingstermijnen voor investeringen vanaf 2019, onder het kopje Materiële ac­ tiva in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut, de afschrijvingstermijn voor eerste aan­ leg en reconstructies van wegen, openbare (gratis) parkeerterreinen te wijzigen naar 29 jaar; 3.Een aantal kleinere aanpassingen en aanvullingen kan tegelijkertijd worden meegenomen. Daarnaast hebben wij de financiële verordening 2019 in zijn algemeenheid nog eens tegen het licht gehouden. Als gevolg van deze toets hebben wij een beperkt aantal aanpassingsvoorstellen om de verordening nog beter in lijn met theorie en praktijk te brengen. -

In de Financiële verordening wordt in artikel 6, lid 1, 3e bullet gesteld: “Investeringen ge­ dekt ten laste van bestemmingsreserves". Hier worden feítelijk de kapitaallasten bedoeld die voortkomen uit de gedane investeringen. In dit artikel kan dat als volgt worden verdui­ delijkt: “Investeringen waarvan (een deel van) de kapitaallasten ten laste van bestem­ mingsreserves komen”;

-

In de Financiële verordening staat in artikel 19, Weerstandsvermogen ä risicobeheersing gesteld dat het college in de paragraaf Weerstandsvermogen S risicobeheersing naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 11 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval opneemt: a. de solvabiliteitsratio; Inmiddels is in art. 11, lid 2, onder d, juncto 2 van het BBV de solvabiliteitsratio als ver­ plicht kengetal opgenomen. De betreffende bepaling in de Financiële verordening komt hiermee te vervallen. De punten onder b tot en met g, worden hernummerd van a t/m f.

RISICO’S EN KANTTEKENINGEN

Geen bijzonderheden. FINANCIËN

Niet van toepassing. COMMUNICATIEPARAGRAAF

De verordening wordt na vaststelling door de raad bekend gemaakt op de voorgeschreven wijze en binnen twee weken na vaststelling door de raad aan de provincie gezonden. EXTERN OVERLEG

Geen bijzonderheden. VERVOLGTRAJECT

Zie de communicatieparagraaf.

PAGINA 6 VAN 1 0

GEMEENTE WESTLAND

VOORSTEL

Burgemeester en wethouders van Westland, secretaris,

A.C. Spindler

de bur emeester

B.R. Arends

RAAD

1 6 HAART 2021 GEMEENTE WESTLAND PAGINA 7 VAN 10

t S í \

GEMEENTE WESTLAND

VOORSTEL

BIJLAGE (was-wordt)

Onderstaand treft u een aantal (technische) wijzigingsvoorstellen aan. Artikel 6 Autorisatie begroting en investeringskredieten

Lid 1 bevat bij de derde bullet de volgende bepaling: « de investeringen die ten laste van bestemmingsreserves komen; Omdat hiermee feitelijk de rente- en afschrijvingslasten worden bedoeld die voortvloeien uit de gedane investeringen, stellen wij voor deze bepaling in lid 1 als volgt te wijzigen: »

de investeringen waarvan (een deel van) de kapitaallasten ten laste van bestemmingsreserves komen;

Lid 1 bevat bij de vijfde bullet de volgende bepaling: « Investeringen in het kader van de ruimtelijke aanpak projecten tot het in het Meerjaren Inves­ teringsplan (MIP) hiervoor opgenomen bedrag; Om de raad adequaat te informeren over het jaarlijkse GGP/UP, worden voor de commissie en raad in het najaar (september/oktober) voorafgaand aan het uitvoeringsjaar, informatieve bijeen­ komsten gehouden met presentaties. De raad wordt daar geïnformeerd over de plannen en voor­ genomen investeringen voor aanpassingen in de openbare ruimte. De behandeling in de raad van het GGP/UP (meestal in december t-1 of januari jaar t) heeft vooral tot doel om de (nieuwe) inves­ teringen > 250.000,- door de raad te laten autoriseren. De overige kredieten « C 250.000,- worden al bij de begrotingsraad in november t-1 goedgekeurd. Bij de behandeling in december/ januari is vanuit de raad meermaals opgemerkt dat men het gevoel had dat de raad het GGP/UP voor de tweede keer krijgt voorgelegd en er een herhaling van zetten plaatsvindt. Dit kan worden voorko­ men door bij de vaststelling van de begroting, de raad tegelijkertijd te laten besluiten over alle investeringskredieten (ongeacht omvang) van het GGP/UP. Daarin wordt nu met de als volgt voor­ gestelde wijziging van art. 6, lid 1, vijfde bullet voorzien: »

alle investeringen in het kader van de ruimtelijke aanpak (GGP/UP) projecten tot het in het Meerjaren Investeringsplan (MIP) hiervoor opgenomen bedrag;

Artikel 13 Reserves en voorzieningen

Dit artikel geeft onder meer aan in lid 1, dat het college, de raad indien daar aanleiding toe is een nota reserves en voorzieningen aanbiedt. De raad stelt deze nota vast. Op grond van deze bepa­ ling kan het dus geruime tijd duren (soms járen zolang wet- en regelgeving omtrent reserves en voorzieningen niet wijzigt), dat er aanleiding wordt gevonden de nota R&V aan te passen. Gelet op het financiële belang van reserves en voorzieningen in de gemeentebegroting alsmede vanuit het gezichtspunt van het budgetrecht van de raad, stelt het college voor deze situatie te wijzigen. Op grond van het vorenstaande stelt het college voor om art. 13, lid 1 van de Financiële verorde­ ning Westland zo te wijzigen dat daar komt te staan: "Het college beziet tenminste één keer in de duur van een raadsperiode de noodzaak tot herzie­ ning van de nota reserves en voorzieningen”. Dit geschiedt dan bij voorkeur in het eerste jaar van een nieuwe raadsperiode. In de Financiële verordening, art. 13, lid 3 is vastgelegd dat een bestemmingsreserve bij instel­ ling een minimale omvang heeft van f 100.000. Het college streeft naar vermindering van het PAGINA 8 VAN 10

GEMEENTE WESTLAND

VOORSTEL

aantal reserves. Het college verwacht dat het verhogen van deze ondergrens naar 6 250.000,-, in de toekomst leidt tot het minder snel instellen van nieuwe reserves. Het optrekken van de ondergrens kan er wel toe leiden dat een egalisatiereserve als De Water­ man en een revolverend fonds als Blijversleningen naar alle waarschijnlijkheid in de toekomst niet meer kunnen worden ingesteld. Om die mogelijkheid toch (beperkt) open te houden stelt het col­ lege voor om aan art. 13 een lid 4 toe te voegen. Dit betreft een uitzonderingsbepaling op lid 3, waarin het raad mogelijk wordt gemaakt om op een goed beargumenteerd collegevoorstel, van de algemene lijn te kunnen afwijken en zo goedkeuring te geven aan het instellen van een reserve lager dan C 250.000. Artikel 14 Kostprijsberekening

Lid 3 van artikel 14, beschrijft de oude wijze waarop de overheadkosten worden toegerekend aan de kostprijs van rechten en heffingen waarmee o.a. kosten in rekening worden gebracht, etc. Deze werkwijze is sinds invoering van de gewijzigde BBV regels per 1-1-2017 aangepast waar­ door hetgeen hier staat niet meer klopt. De overhead wordt nu uitgedrukt in een uurtarief. Dat ta­ rief wordt aan elk direct productief uur toegerekend. De volgende tekst doet recht aan de be­ staande praktijk: "Voor de toerekening van de overheadkosten aan de kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken en diensten, die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt uitgegaan van een tarief uitgedrukt door een aandeel in de totale toe te rekenen overheadkosten, gedeeld door de totale direct pro­ ductieve uren”. Artikel 19 Weerstandsvermogen en risicobeheersing

In de Financiële verordening staat in artikel 19, Weerstandsvermogen à risicobeheersing gesteld dat het college in de paragraaf Weerstandsvermogen å risicobeheersing naast de verplichte on­ derdelen op grond van artikel 11 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en ge­ meenten in ieder geval opneemt: a. de solvabiliteitsratio; Inmiddels is in art. 11, lid 2, onder d, juncto 2 van het BBV de solvabiliteitsratio als verplicht ken­ getal opgenomen. De betreffende bepaling in de Financiële verordening komt hiermee te verval­ len. De punten onder b tot en met g, worden hernummerd van a t/m f. Afschrijvings tabel

Een van de redenen voor aanpassing van de afschrijvingstabel is dat een aantal afschrijvingster­ mijnen niet helemaal meer in lijn is met hetgeen gangbaar is in het economisch verkeer. Wij stel­ len voor de afschrijvingstabel in deze zin aan te passen.

PAGINA 9 VAN 1 0

GEMEENTE WESTLAND

VOORSTEL

Omschrijving Smartphones Software Materieel Reddingsbrigades

Was

Wordt

2 jaar

3 jaar

1

5 jaar 5-8jaar

Kunstgrasvelden Eerste aanleg en reconstructies

12 jaar

wegen etc. Gecombineerde speeltoestellen

25 jaar

Vervallen 10 - 12 jaar

|

29jaar 14jaar

PAGINA 1 0 VAN 1 0

GEMEENTE WESTLAND

RAADSBESLUIT

De raad van de gemeente Westland; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 9 februari 2021, met de volgende bijlage(n): »

Artikelsgewijze toelichting (21-0051900)

gelet op het bepaalde in artikel 212 van de Gemeentewet; gehoord het advies van de commissie Economie, Financieel beleid en Organisatie (EFO) van 3 maart 2021 en gehoord de beraadslagingen van onderhavige vergadering;

besluit: vast te stellen de volgende verordening: FINANCIËLE VERORDENING 2021 GEMEENTE WESTLAND.

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepaling

In deze verordening wordt verstaan onder: »

cluster: iedere organisatorische eenheid binnen de gemeentelijke organisatie met een eigen rechtstreekse verantwoordelijkheid aan het college;

»

inkomsten: totaal van de baten voor toevoegingen en onttrekkingen van reserves;

»

netto schuld per inwoner: bruto schuld minus de omvang van de geldelijke bezittingen. Onder bruto schuld wordt verstaan het totaal van langlopende leningen, kortlopende schulden, credi­ teurenvorderingen en overlopende passiva. Onder geldelijke bezittingen wordt verstaan het totaal van leningen aan deelnemingen, leningen aan overige verbonden partijen, leningen aan derden, langlopende uitzettingen, kortlopende uitzettingen, debiteurenvorderingen, liquide middelen en overlopende activa;

»

overheidsbedrijf: onderneming met privaatrechtelijke rechtspersoonlijkheid, niet zijnde een personenvennootschap met rechtspersoonlijkheid, waarin de gemeente, al dan niet tezamen met een of meer andere publiekrechtelijke rechtspersonen, in staat is het beleid te bepalen of een onderneming in de vorm van een personenvennootschap, waarin een publiekrechtelijke rechtspersoon deelneemt;

»

administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van infor­ matie ten behoeve van het besturen, functioneren en beheersen van de gemeentelijke organi­ satie en de verantwoording die daarover moet worden afgelegd.

PAGINA 1 VAN 12

GEMEENTE WESTLAND

RAADSBESLUIT

Hoofdstuk 2. Begroting en verantwoording Artikel 2. Programma-indeling

1.

De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode een programma-indeling voor die raadsperi­ ode vast.

2.

De raad stelt op voorstel van het college per programma relevante indicatoren vast voor het meten van en het afleggen van verantwoording over de gemeentelijke productie van goederen en diensten en de maatschappelijke effecten van het gemeentelijke beleid.

3.

De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode vast over welke onderwerpen hij in extra paragrafen naast de verplichte paragrafen in de begroting en rekening kaders wil stellen en wil worden geïnformeerd.

Artikel 3. Planning en controlcyclus

Voor de aanvang van een begrotingsjaar biedt het college een overzicht aan met daarin de data voor in ieder geval het aanbieden door het college van de jaarstukken, de begroting met de meer­ jarenraming en de eventueel nader te benoemen overige sturingsinformatie/rapportages. Artikel 4. Inrichting begroting en jaarstukken

1.

Bij de begroting worden onder elk van de programma’s, de algemene dekkingsmiddelen en het overzicht van de overhead de geraamde lasten en baten weergegeven en bij de jaarstukken worden onder elk van de programma’s, de algemene dekkingsmiddelen en het overzicht van de overhead de gerealiseerde lasten en baten weergegeven.

2.

In de begroting wordt van de nieuwe investeringen een overzicht van de benodigde investeringskredieten weergegeven.

3.

Bij de uiteenzetting van de financiële positie in begroting wordt in aanvulling op het bepaalde in artikel 20 en artikel 21 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeen­ ten inzicht gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg van de begroting, de meerjarenraming, de investeringen en de grondexploitatie.

4.

In de jaarrekening wordt van de investeringen en meerjarige projecten de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten en de actuele raming van de totale uitgaven en inkom­ sten weergegeven.

Artikel 5. Kaders begroting

1.

Het college biedt jaarlijks in overeenstemming met de in artikel 3 genoemde planning en con­ trolcyclus aan de raad een nota aan met een voorstel voor het beleid en de financiële kaders van de begroting voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming. De raad behandelt deze nota eveneens in overeenstemming met de in artikel 3 genoemde planning en controlcy­ clus.

2.

In de begroting wordt een post onvoorzien van C 100.000 opgenomen.

3.

Het college is bevoegd de post onvoorzien als dekkingsmiddel aan te wenden voor uitgaven met een incidenteel karakter die als onvoorzienbaar, onvermijdbaar en onuitstelbaar kunnen worden aangemerkt.

4.

Het college legt over de uitgaven ten laste van onvoorzien achteraf verantwoording af in PAGINA 2 VAN 12

GEMEENTE WESTLAND

RAADSBESLUIT

beginsel in het eerstvolgende specifieke rapportagemoment volgens de in artikel 3 genoemde planning en controlcyclus. 5.

In de begroting worden incidentele baten en lasten vanaf C 50.000 afzonderlijk gespecificeerd in het overzicht van baten en lasten

Artikel 6. Autorisatie begroting en investeringskredieten

1.

Met de vaststelling van de begroting autoriseert de raad voor het begrotingsjaar de totale las­ ten en baten per programma en de kredieten en het bijbehorend meerjarig uitgavenpatroon van de volgende in de programmabegroting opgenomen investeringen: »

Vervangingsinvesteringen;

*

Investeringen opgenomen in een vastgesteld beheerplan;

*

Investeringen waarvan (een deel van) de kapitaallasten ten laste van bestemmingsreserves komen;

*

Nieuwe investeringen « ^ 250.000;

*

Alle investeringen in het kader van de ruimtelijke aanpak (GGP/UP) projecten tot het in het Meerjaren Investeringsplan (MIP) hiervoor opgenomen bedrag;

»

Bij de begrotingsbehandeling geeft de raad aan van welke van de in dit lid genoemde nieuwe investeringen hij op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen. De overige bovengenoemde nieuwe investeringen wor­ den bij de begrotingsbehandeling met het vaststellen van de financiële positie geautori­ seerd.

2.

Voor overige investeringen legt het college vóór het aangaan van verplichtingen een voorstel voor het autoriseren van het investeringskrediet aan de raad voor.

3.

Indien het college voorziet dat een geautoriseerd lastenbudget dreigt te worden overschreden dan wel de baten de geautoriseerde baten dreigen te onderschrijden, meldt het college dit aan de raad door middel van een separaat voorstel dan wel uiterlijk in het eerstvolgende speci­ fieke rapportagemoment volgens de in artikel 3 genoemde P&C-cyclus, beide met inbegrip van een voorstel voor wijziging van het budget of voor bijstelling van het beleid.

4.

Bij de behandeling van de tussenrapportages in de raad doet het college voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde baten en lasten en de investeringskredieten en het bijstellen van het beleid.

5.

Voor een investering die in de begroting niet is voorzien legt het college een voorstel voor het vaststellen van een investeringskrediet met bijbehorende dekking aan de raad voor. Tevens informeert het college de raad in dit voorstel over het effect van de investering op de schuld­ positie van de gemeente.

Artikel 7. Tussentijdse rapportage

1.

Het college informeert de raad door middel van tussentijdse rapportages over de realisatie van de begroting van de gemeente conform de in artikel 3 genoemde planning en controlcy­ clus.

2.

De tussenrapportages bevatten een uiteenzetting van de relevante ontwikkelingen en risico’s, de post onvoorzien conform artikel 5 lid 4, de uitvoering en de bijstelling van het beleid en PAGINA 3 VAN 12

GEMEENTE WESTLAND

RAADSBESLUIT

een overzicht met de bijstelling van de raming van: a.

de baten en de lasten per programma;

b.

de algemene dekkingsmiddelen;

c.

de overhead en de vennootschapsbelasting;

d.

het totale saldo van de baten en de lasten volgend uit de onderdelen a, b en c;

e.

de (beoogde) toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per programma; en

f.

het resultaat, volgend uit de onderdelen d en e,

alsmede de realisatie en raming van de uitputting van de investeringskredieten. 3. In de tussenrapportages worden afwijkingen op de oorspronkelijke ramingen van de baten en de lasten van programma's en investeringskredieten in de begroting groter dan C 50.000 voor baten/lasten en 6 100.000 voor investeringsbedragen toegelicht. Artikel 8. Informatieplicht

Het college besluit, voor zover niet voorzien in de geautoriseerde begroting, niet over: a.

de aan- en verkoop van goederen, werken en diensten groter dan C 1.000.000;

b.

de aankoop van gronden en gebouwen groter dan C 25.000;

c.

het verstrekken van waarborgen en directe garanties groter dan 6 1.000.000; en

d.

het verstrekken van leningen groter dan C 100.000; en

e.

het verstrekken van kapitaal aan instellingen en ondernemingen,

dan nadat de raad is geïnformeerd over het voornemen en hiertoe in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen. Artikel 9. EMU-saldo

Wanneer het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten samen het collectieve aandeel van ge­ meenten in het EMU-tekort, bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Wet houdbare overheidsfinan­ ciën, hebben overschreden, informeert het college de raad of een aanpassing van de begroting nodig is. Als het college een aanpassing nodig acht, doet het college een voorstel voor het wijzi­ gen van de begroting. Artikel 10. Overheveling programmabudget en resterende bestedingen reserves Het college legt voorstellen voor budgetoverheveling en voor resterende bestedingen reserves bij de jaarstukken ter vaststelling voor aan de raad. Voorstellen voor budgetoverheveling zijn ge­ toetst aan de volgende criteria: a.

beleidsinhoudelijke noodzaak;

b.

inbedding in de werkplanning/jaarplan van het nieuwe jaar;

c.

effect op de voortgang/uitvoering van de reguliere werkzaamheden/activiteiten;

d.

het uitgaventotaal van het betreffende programma mag niet worden overschreden, behoudens situaties waarbij aantoonbare exogene factoren het resultaat negatief hebben beïnvloed. Lid 2a tot en met 2c en 2e zijn ook in deze gevallen van toepassing;

e.

de overheveling heeft betrekking op incidentele budgetten;

f.

het minimumbedrag voor de overheveling bedraagt C 50.000 per post. Zo nodig kan gemoti­ veerd worden afgeweken van deze grens.

PAGINA 4 VAN 12

GEMEENTE WESTLAND

RAADSBESLUIT

Na goedkeuring van de jaarstukken worden de over te hevelen budgetten via een begrotingswijzi­ ging toegevoegd aan het nieuwe begrotingsjaar. Bij de vaststelling van de eerste bijstelling van het nieuwe begrotingsjaar in de vorm van een P&C-document wordt de actualisatie van de bestedingsplannen via een begrotingswijziging ge­ raamd in het nieuwe begrotingsjaar. Voor zover er voorafgaand aan bovenstaande begrotingsbijstellingen in het begin van het nieuwe begrotingsjaar activiteiten worden uitgevoerd zonder dat formeel de begroting door de raad is ge­ wijzigd worden deze tijdelijke budgetoverschrijdingen geacht te passen binnen het beleid van de raad.

Hoofdstuk 3. Financieel beleid Artikel 11. Waardering en afschrijving vaste activa

1.

Materiële en immateriële vaste activa worden volledig afgeschreven volgens de lineaire me­ thodiek en de termijnen zoals vermeld in de bijlage afschrijvingstermijnen bij deze verorde­ ning.

2.

Het college kan de raad in voorkomende gevallen onderbouwde voorstellen doen om van lid 1 en de bij deze verordening behorende bijlage afschrijvingstabel af te wijken.

3.

Activa met een verkrijgingsprijs van minder dan C 50.000 worden niet geactiveerd, uitgezon­ derd gronden en terreinen, die altijd worden geactiveerd en voorbereidingskosten waarvoor een ondergrens geldt van C 25.000.

4.

Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten laste van de exploitatie ge­ bracht.

5.

Geactiveerde kosten voor onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief worden in maxi­ maal 5 jaar afgeschreven.

6.

Een saldo voor agio of disagio wordt in maximaal 5 jaar afgeschreven.

7.

De afschrijving start in het jaar volgend op het jaar van ingebruikname van het actief.

Artikel 12. Voorziening voor oninbare vorderingen

1.

Voor de vorderingen op verbonden partijen en derden wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis van een individuele beoordeling op inbaarheid van de openstaande vorderingen.

2.

Voor openstaande vorderingen betreffende: a.

onroerende zaakbelasting;

b.

rioolheffing;

c.

afvalstoffenheffing;

d.

forensenbelasting;

e.

toeristenbelasting;

f.

leges;

g.

lijkbezorgingsrechten;

h.

marktgelden; en

i.

bijstandsverstrekking, PAGINA 5 VAN 12

GEMEENTE WESTLAND

RAADSBESLUIT

wordt, met uitzondering van vorderingen groter dan C 50.000 die individueel worden beoordeeld, een voorziening wegens oninbaarheid gevormd ter grootte van het historische percentage van oninbaarheid. Artikel 13. Reserves en voorzieningen

1.

Het college beziet tenminste één keer in de duur van een raadsperiode de noodzaak tot her­ ziening van de nota reserves en voorzieningen”. Deze nota wordt door de raad vastgesteld en behandelt:

2.

a.

de vorming en besteding van reserves;

b.

de vorming en besteding van voorzieningen; en

c.

de rentetoerekening aan reserves en voorzieningen.

Bij een voorstel voor de instelling van een bestemmingsreserve voor een investeringsvoornemen wordt minimaal aangegeven:

3.

a.

het specifieke doel van de reserve;

b.

de voeding van de reserve;

c.

de maximale hoogte van de reserve met een gemotiveerde onderbouwing;

d.

de wijze van toerekening en verwerking van rente over de bestemmingsreserve; en

e.

de maximale looptijd.

Bij de instelling van een bestemmingsreserve dient het om een bedrag van minimaal C 250.000 te gaan.

4.

Van het minimale bedrag in lid 3, kan de raad afwijkend besluiten als zij daartoe een goed be­ argumenteerd collegevoorstel ontvangt.

Artikel 14. Kostprijsberekening

1.

Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in re­ kening worden gebracht, en van goederen, werken en diensten van de gemeente, die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een extracomptabel systeem van kostentoe­ rekening gehanteerd. Bij de kostentoerekening worden naast de directe kosten de overhead­ kosten en de rente van de inzet van vreemd vermogen, reserves en voorzieningen voor de fi­ nanciering van de in gebruik zijnde activa betrokken.

2.

Bij de directe kosten worden betrokken de bijdragen aan en onttrekkingen van voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa en de afschrijvingskosten van de in gebruik zijnde activa. Voor de rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden ge­ bracht, worden daarbij ook de compensabele belasting over de toegevoegde waarde (BTW) en de gederfde inkomsten van het kwijtscheldingsbeleid betrokken.

3.

Voor de toerekening van de overheadkosten aan de kostprijs van rechten en heffingen waar­ mee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken en diensten, die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt uitgegaan van een tarief uitgedrukt door een aandeel in de totale toe te rekenen overheadkosten, gedeeld door de totale direct produc­ tieve uren.

PAGINA 6 VAN 1 2

GEMEENTE WESTLAND

RAADSBESLUIT

Artikel 15. Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en prijzen

1.

Het college doet de raad jaarlijks een voorstel voor de hoogte van de gemeentelijke tarieven voor de belastingen, de rioolheffingen, de afvalstoffenheffing en leges.

2.

Het college biedt de raad eens in de 4 jaar een nota aan met de kaders voor de prijzen voor de levering van gemeentelijke goederen, werken en diensten aan overheidsbedrijven en der­ den en voor de huren en de erfpachten.

3.

Het college legt bij een tussentijdse wijziging van prijzen, huren en erfpachten ten opzichte van de kaders uit de nota vooraf een besluit voor aan de raad.

Artikel 16. Financieringsfunctie

1.

Het college neemt bij het uitzetten en het aantrekken van middelen de volgende kaders in acht: a. voor het aantrekken van financieringen met een looptijd langer dan één jaar worden tenmin­ ste twee prijsopgaven bij verschillende financiële instellingen gevraagd; en b. er wordt geen gebruik gemaakt van financiële derivaten als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Wet financiering decentrale overheden.

2.

Het college informeert de raad wanneer de kasgeldlimiet, bedoeld in artikel 1, onder f, van de Wet financiering decentrale overheden, is overschreden en geeft aan hoe weer binnen de kas­ geldlimiet te blijven.

3.

Bij het verstrekken van leningen, het verstrekken van garanties en het verstrekken van risico­ dragend kapitaal bedingt het college indien mogelijk zekerheden.

Hoofdstuk 4. Paragrafen Artikel 17. Lokale heffingen

Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf lokale heffingen naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 10 van het Besluit begroting en verantwoording provin­ cies en gemeenten in ieder geval op: a.

de kostentoerekening van de geraamde rentekosten en de geraamde overheadkosten aan de rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht.

Artikel 18. Financiering

In de paragraaf financiering bij de begroting en de jaarstukken neemt het college naast de ver­ plichte onderdelen op grond van artikel 13 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op: a.

de schulden met een looptijd korter dan een jaar en het verschuldigde rentepercentage;

b.

de schulden met een looptijd langer dan een jaar en het verschuldigde rentepercentage;

c.

de liquiditeitsplanning en de financieringsbehoefte voor de komende vier jaar.

Artikel 19. Weerstandsvermogen 8t risicobeheersing

1.

In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing bij de begroting en de jaarstukken neemt het college naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 11 van het Besluit be­ groting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op: PAGINA 7 VAN 12

GEMEENTE WESTLAND

RAADSBESLUIT

a. de ontwikkeling van de netto schuld per inwoner; b. de ontwikkeling van de netto schuld per inwoner, gecorrigeerd met de voorraden bouw­ grond; c. de ontwikkeling van de netto schuld als percentage van de gemeentelijke inkomsten; d. de ontwikkeling van de netto schuld als percentage van de gemeentelijke inkomsten, gecor­ rigeerd met de voorraden bouwgrond; e. de ontwikkeling van de som van de voorraden bouwgrond, de voorraden onderhanden werk en overige voorraden als percentage van de gemeentelijke inkomsten; f. de ontwikkeling van de som van de leningen aan derden en de leningen aan verbonden par­ tijen als percentage van de gemeentelijke inkomsten. 2.

Voor het in beeld brengen van de weerstandscapaciteit wordt de ontwikkeling van de in het eerste lid genoemde ratio’s toegelicht en waar mogelijk in verband gebracht met landelijk aan­ vaarde normgetallen.

Artikel 20. Grondbeleid

1.

Het college biedt, indien bijstelling nodig is, een geactualiseerde beleidsnota Grondbeleid aan ter vaststelling door de raad. In deze nota wordt in ieder geval aandacht besteed aan: a. de strategische visie van het grondbeleid van de gemeente; b. te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten; c. het verloop van de grondvoorraad; d. de uitgangspunten voor de verkoopprijzen van gronden.

2.

3. 4.

Het college biedt jaarlijks maar uiterlijk bij de jaarrekening een geactualiseerd Meerjarenper­ spectief taakveld Gebiedsontwikkeling (MPG) aan. Naast de jaarlijkse rapportage informeert het college de raad door middel van een tussentijdse rapportage. In de paragraaf grondbeleid van de jaarstukken wordt op hoofdlijnen ingegaan op (de uitvoe­ ring van) het MPG. In het MPG wordt tenminste aandacht besteed aan: a. b.

de te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten; de voorraadverwerving en uitgifte van gronden;

c. d. e.

de risico's die samenhangen met de grondontwikkeling; de planning en financiële uitkomsten; financiële prognoses;

Hoofdstuk 5. Financiële organisatie en financieel beheer Artikel 21. Administratie

1.

De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval dienstbaar is voor: a.

het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de gemeente als geheel en in de clusters;

b.

het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van de vaste activa, voorraden, vorderingen, schulden, contracten;

c.

het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende budgetten en investeringskredieten en voor het maken van kostencalculaties;

d.

het verschaffen van informatie over indicatoren met betrekking tot de gemeentelijke pro­ ductie van goederen en diensten en de maatschappelijke effecten van het gemeentelijke PAGINA 8 VAN 12

GEMEENTE WESTLAND

RAADSBESLUIT

beleid; e.

het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltref­ fendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving; en

f.

de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de daaraan ontleende in­ formatie, alsmede voor de controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltref­ fendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving.

Artikel 22. Financiële organisatie

Het college draagt zorgt voor: a.

een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een eenduidig toewijzing van de gemeentelijke taken aan de clusters;

b.

een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden, verantwoordelijkheden;

c.

de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en investeringskredieten;

d.

de interne regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende

e.

de te maken afspraken met de clusters over de te leveren prestaties, de daarvoor beschikbare

informatievoorziening van de financieringsfunctie;

middelen en de wijze en frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten en uitputting van middelen; f.

de verdeling van de directe loonkosten op basis van urenramingen naar de producten;

g.

het beleid en de interne regels voor de inkoop en de aanbesteding van goederen, werken en diensten;

h.

het beleid en de interne regels voor de steunverlening en de toekenning van subsidies aan on­ dernemingen en instellingen; en

i.

het beleid en de interne regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen,

opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoording wordt voldaan. Artikel 23. Interne controle

1.

Het college zorgt ten behoeve van het getrouwe beeld van de jaarrekening, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder a van de Gemeentewet, en de rechtmatigheid van de baten en lasten en de balansmutaties, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder b van de Gemeentewet, voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatig­ heid van de beheerhandelingen. Bij afwijkingen neemt het college maatregelen tot herstel.

2.

Het college zorgt voor de systematische controle van de registratie en de ontwikkeling van de bezittingen en het vermogen van de gemeente met dien verstande dat de waardepapieren, de voorraden, de uitstaande leningen, de debiteurenvorderingen, de liquiditeiten, de opgenomen leningen, de kortlopende schulden en de vorderingen van crediteuren jaarlijks worden gecon­ troleerd en registergoederen en bedrijfsmiddelen tenminste eenmaal in de 4 jaar. Bij afwijkin­ gen in de registratie neemt het college maatregelen voor herstel van de tekortkomingen. PAGINA 9 VAN 12

GEMEENTE WESTLAND

RAADSBESLUIT

Hoofdstuk 6. Slotbepalingen Artikel 24. Intrekken oude verordening en overgangsrecht

1.

De Financiële verordening gemeente Westland 2019 wordt ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de jaarrekening en het jaarverslag en bijbehorende stukken van het begrotingsjaar voorafgaand aan het jaar waarin deze verordening in werking treedt en op de begroting, jaarrekening en jaarverslag en bijbehorende stukken van het begrotingsjaar dat samenvalt met het jaar waarin deze verordening in werking treedt.

2.

Op investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut die voor 1 januari 2017 zijn gedaan, blijft de Financiële verordening gemeente Westland 2019 van toepassing zoals deze gold op de dag voor de inwerkingtreding van deze verordening.

Artikel 25. Inwerkingtreding en citeertitel

1.

Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking en heeft terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2021.

2.

Deze verordening wordt aangehaald als: Financiële verordening gemeente Westland 2021.

Aldus besloten door de raad in zijn openbare vergadering van 16 maart 2021,

de griffier,

MxF. Bergmans

B.R Aĩends

RAAD

1 6 NMD 2021 GEMEENTE WESTLAND) PAGINA 1 0 VAN 1 2

GEMEENTE WESTLAND

RAADSBESLUIT

BIJLAGE TABEL AFSCHRIJVINGSTERMIJNEN VOOR INVESTERINGEN VANAF 2021 Algemeen

Ondergrens voor activeren (minimum investeringsbedrag) C 50.000, met uitzondering van voorbereidingskredieten (minimumbedrag C 25.000) en gronden en terreinen (geen minimum) Immateriële vaste activa

De afschrijvingsduur van immateriële activa is maximaal 5 jaar. Materiële investeringen met een economisch nut

Ten aanzien van de materiële investeringen met een economisch nut gelden de navolgende af­ schrijvingstermijnen: a.

25/30/40/50 jaar: gebouwen (semi-permanente opstallen 25 jaar, opstallen zwembaden 30 jaar, opstallen sporthallen en sportzalen 40 jaar, onderwijshuisvesting (vervangende) nieuw­ bouw 50 jaar en overige gebouwen op basis van de verwachte (restant) levensduur (50 jaar minus ouderdom pand));

b.

5/10/15/25/50 jaar: rioleringen (meetapparatuur 5 jaar, peilbuizen 10 jaar, pompen en overige apparatuur 12 jaar; leidingen rioolstelsel 50 jaar, relining rioolstelsel 25 jaar, voorziening emissiereductie 25 jaar;

c. d.

25 jaar: renovatie (^evensduurverlengend) gebouwen, interne aanpassing (waaronder onder­ wijskundige vernieuwing) en uitbreiding van scholen; 20 jaar: sportvelden (natuurlijk materiaal);

e.

15 jaar: technische installaties in gebouwen, inzamelingsmiddelen (containers e.d.);

f.

10 jaar: geluidsinstallaties; inventaris scholen; materieel gladheidsbestrijding; stemmachines;

g. h.

10 jaar: kantoormeubilair 4 jaar: facilitaire middelen en inrichting

i. j.

6/8 jaar: vervoermiddelen (veegmachines 6 jaar, overige tractie 8 jaar); 2/3Z4/5/6/8 jaar: automatiseringsapparatuur (smartphones 3 jaar, hardware op basis van ver­

k.

wachte technologische levensduur 3 of 5 jaar, software 5 jaar, centrale infrastructuur 4 jaar en overige infrastructuur ICT 8 jaar, telefooncentrale 6 jaar); E-laadpalen (6 jaar) vervallen;

l.

m.

15/20/40 jaar: dakbedekking (afschrijvingstermijn wordt gerelateerd aan materiaalkeuze); 1 5 jaar: noodlokalen

n.

12/15/20/25 jaar: sportterreinen (kunstgrasvelden 10-12 jaar*, renovatie sportvelden en beregeningsinstallaties 15 jaar, hekwerken 20 jaar en tennisbanen 25 jaar)

o. p. r.

25/50 jaar: inrichting begraafplaats 25 jaar, aanleg begraafplaats 50 jaar afgestemd op gegarandeerde onderhoudsperiode: software 25 jaar: parkeerterrein (betaald parkeren)

s.

niet: gronden en terreinen; voorbereidingskredieten tijdens de voorbereidingsfase * Financieel worden de kunstgrasvelden in 10 jaar afgeschreven

Voorafgaand aan dat 10e jaar (dus in jaar 9) wordt bezien of

het kunstgrasveld daadwerkelijk moet worden vervangen, of dat de gebruiksduur nog 1 of 2 jaar kan worden verlengd

PAGINA 1 1 VAN 12

GEMEENTE WESTLAND

RAADSBESLUIT

Materiële activa in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut

Als investeringen met een maatschappelijk nut worden in Westland doorgaans de volgende zaken geactiveerd (voor zover niet opgenomen in een grondexploitatie): -

eerste aanleg en reconstructies van wegen, openbare (gratis) parkeerterreinen (af te schrij­ ven in 29 jaar);

-

straatmeubilair (af te schrijven in 15 jaar)

-

eerste aanleg en renovatie speelplaatsen (af te schrijven in: kleine toestellen 10 jaar, gecom­ bineerde toestellen 14 jaar en grote toestellen 18 jaar);

-

aanleg damwanden, geluidsschermen, bruggen en tunnels (afhankelijk van materiaalkeuze af te schrijven in 25 respectievelijk 40 jaar);

-

verkeersregelinstallaties (af te schrijven in 10 jaar); waterkeringen, waaronder beschoeiingen en duikers (af te schrijven in 25 jaar);

-

eerste aanleg en reconstructie groenvoorzieningen (af te schrijven in 25 jaar); armaturen en masten openbare verlichting (af te schrijven in 20 respectievelijk 40 jaar).

Materiële vaste activa in eigendom van derden

De afschrijvingstermijn bij een bijdrage aan materiële vaste activa in eigendom van derden wordt gelijk gesteld aan de termijn die bij eigen investeringen in materiële vaste activa gelden.

PAGINA 1 2 VAN 1 2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westland&id=bf432a2f-791d-4c99-b051-7b84cd0f5ee6