Voorstel: Voorstel_53228.docx
Tekst van het document
Commissie MO 4 januari 2021
BEHANDELD DOOR
afdeling/team BE/SAM documentnr 20-0286302
VOORBLAD COMM ISS IE
ONDERWERP EN BEHANDE LING
o n d e r we r p
S c h r i j ve n c o l l e g e d . d . 0 6 - 1 1 - 2 0 i n za k e V o o r t g a n g s r a p p o r t a g e I G J e n I J e n V ' k we t s b a r e k i n d e r e n o n v o l d o e n d e b e s c h e r m d
ve r t r o u we l i j k
Nee
p o r t e f e u i l l e h o u d e r W et h o u d e r V r e u g d e n h i l , P . A . bijlagen
Voorstel: Voorstel_53228.docx voortgangsrapportage IGJ en IJ enV oktober 2020 (20-0286458) beleidsreactie tweede kamer voortgangsrapportage (20-0286469)
agendapunt
0.
VOORGESTELD BESLUIT RAAD
ALG 006
ARGUMENTEN EN RISICO ’S (RAAD)
PAGINA 1 VAN 1
GEMEENTE WESTLAND
Aan de raad van de gemeente Westland
UW BRIEF
UW KENMERK
ZAAK-/PROJECTN R
DOCUMENTNR
BIJLAGE(N)
20-0286302
2 DATUM VERZONDEN
CONTACTPERSOON
AFDELtNG/TEAM
DOORKIESNUMMER
M
Beleid/ SAM
(0174) 67 3352
Veldhoven
ONDERWERP
Postadres: Postbus 1 50 2670 AD Naaldwijk Bezoekadres: Laan van de Glazen Stad 1 2672 TA Naaldwijk T 14 0174 F (0174) 673 600 E info@gemeentewestland.nl I www.gemeentewestland.nl
- 5 NOV. 2020
tussenrapportage vervolgtoezicht inspecties 'Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd'
Geachte raad, Op 15 oktober 2020 heeft de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) de Tussenrapportage "Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd" gepubliceerd. Wij werden hier een dag van tevoren van op de hoogte gebracht. Dit rapport is een vervolg op het rapport uit november 2019, waarin de Inspecties oordeelden dat jeugdigen met een Jeugdbeschermings- of jeugdreclasseringsmaatregel onvoldoende bescherming kregen en Gecertificeerde Instellingen (Gl) hun wettelijke opdracht onvoldoende konden uitvoeren. Hierbij informeren wij u over de stand van zaken in onze regio, De ínhoud wordt onderschreven door de Gľs Jeugdbescherming-west (JB-west), William Schrikker Stichting Jeugdbescherming à Jeugdreclassering (WSS) en het Leger des Heils Jeugdbescherming en Jeugdreclassering (LJ&R). Conclusies Tussenrapportage Inspectie In vervolg op haar eerste onderzoek volgt IGJ in 2020 en 2021 de activiteiten die moeten leiden tot een verbetering op korte en op de langere termijn.
In de Tussenrapportage doet IGJ verslag van de eerste bevindingen, IGJ stelt enerzijds een positieve beweging voor de langere termijn vast en concludeert tegelijkertijd dat de jeugdbescherming en jeugdreclassering per mei 2020 op de volgende punten nog niet op orde zijn gebracht: * De beschikbaarheid van specialistische jeugdhulp voor kinderen met complexe problematiek is volgens IGJ eerder verslechterd dan verbeterd; * Er zijn teveel kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregel die wachten op een vaste jeugdbeschermer. IGJ verwacht dat de Gecertificeerde Instellingen, gemeenten, lokale teams en zorgaanbieders onmiddellijk na het uitbrengen van deze Tussenrapportage starten met een ‘onorthodoxe actiegerichte aanpak’ en dat zij hierin ondersteund worden door het Rijk (doorbraakaanpak). De kern van de door de inspectie beoogde doorbraakaanpak is een individuele benadering (o.b.v. casuïstiek). Indien de doorbraakaanpak niet direct tot stand komt, of indien deze onvoldoende leidt tot passende hulp aan kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregel en hun ouders, gaan de inspecties over tot een interventie. »
Het vervolgtoezicht dat uiterlijk 4 maanden na het uitbrengen van de Tussenrapportage wordt uitgevoerd bestaat uit twee onderdelen: Het toetsen van de doorbraakaanpak; De Inspecties toetsen kort na het uitbrengen van dit voortgangsbericht of de doorbraakaanpak
»
in de jeugdhulpregio’s in gang is gezet en of deze aanpak leidt tot het gewenste resultaat. De aanpak moet zijn gericht op de kinderen die wachten op een jeugdbeschermer en op de kinderen met een maatregel die wachten op passende hulp. Het toetsen of kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregel tijdig een jeugdbeschermer en passende hulp hebben.
Situatie in Westland/Haaglanden Evenals in 2019 heeft IGJ de rapportage als een generiek document uitgebracht, waardoor regionale verschillen niet herleidbaar zijn. Ook de aanbevelingen zijn algemeen van aard. Wij hebben u vorig jaar gemeld(Corsa 19-0281908) de conclusies van het toenmalige rapport van de Inspecties te onderschrijven en bevestigd dat de jeugdbeschermingsketen beter kan worden georganiseerd. Overigens waren niet alle bevindingen van de Inspecties in even grote mate van toepassing voor Haaglanden. In vervolg op het rapport van de Inspectie en in lijn met landelijke afspraken tussen de gemeenten, de VNG en het Rijk heeft de gemeente Den Haag als accounthoudende gemeente voor Jeugdbescherming West het voortouw genomen in het maken van een Verbeterplan voor JBwest. Dit is niet alleen voor Haaglanden gedaan, maar voor alle bij JB-west betrokken regio’s (Midden Holland, Holland Rijnland en Zuid Holland Zuid). Belangrijk onderdeel van dit verbeterplan waren de financiële afspraken met alle betrokken regio’s. Met het verbeterplan is JB-west in staat gesteld de geïnventariseerde knelpunten op te lossen, te weten: te hoge caseload voor jeugdbeschermers en te hoge administratieve lasten. Eind april 2020 zijn deze afspraken definitief geworden, per 1 juli 2020 zijn ze in werking getreden. Hierover hebben wij u gerapporteerd op 10 juli 2020(Corsa 20-0180657).
Samengevat zijn de volgende afspraken gemaakt: » Per 1-1-2021 worden de tarieven van de vier betrokken jeugdhulpregio’s geüniformeerd en de verantwoordingseisen geharmoniseerd; » Per 1-7-2020 tot 1-1-2022 wordt via een tijdelijke regeling het bedrag vergoed dat gemoeid is met een verlaging van de caseload voor de jeugdbeschermers, waarmee ook tijd vrijkomt voor hun noodzakelijke coördinatiewerkzaamheden; * In de periode tot 1-1-2022 willen we met het Rijk en betrokken ketenpartners in de regio’s een model voor hervorming van de veiligheids-Z(jeugd)beschermingsketen creëren, alsmede concrete stappen zetten. De Inspecties beoordelen vanuit een landelijk perspectief alle Gľs. Vanuit de accounthoudende rol die Den Haag vervult voor JB-West ligt de focus op de regionale Gl JB-West, maar Den Haag spreekt ook met de landelijke Gľs WSS en het LJ&R over knelpunten en de maatwerkoplossingen per organisatie voor onze regio. Voor deze organisaties geldt derhalve dat, net als voor JB-West, de tarieven per 1-1-2021 in de vier regio’s worden geüniformeerd en de verantwoordingseisen worden geharmoniseerd. Gezien de nog beperkt verstreken tijd sinds het eerste Inspectierapport zijn nog niet alle problemen opgelost. Naast een wel opgelost vraagstuk rond tarieven speelt vooral ook in belangrijke mate arbeidsmarktproblematiek een rol, evenals beschikbaarheid van zorg.
Evenwel herkennen wij ons regionaal niet in de constatering van IGJ dat jeugdbeschermers niet binnen gestelde termijnen beschikbaar zouden zijn. Navraag afgelopen week bevestigt dat de drie Gľs momenteel geen jeugdigen hebben die wachten op een vaste jeugdbeschermer. Wij herkennen wel dat er sprake is van een beperkte beschikbaarheid van zorg; onder andere een tekort aan intensief ambulant aanbod, passende pleegzorg en gezinshuizen. Er zijn wachtlijsten in de GGZ. Het bieden van perspectief op een passende plek of passend aanbod voor jeugdigen met een jeugdbeschermingsmaatregel staat hierdoor onder druk. Hier spelen meerdere factoren een
PAG IN A 3
GEMEENTE WESTLAND
rol, zoals de eerder genoemde arbeidsmarktvraagstukken, de algehele (financiële) druk in het jeugddomein alsmede de traag vorderende transformatie. Voor bepaalde zorgvormen bestaan nog steeds wachttijden. Voor een zo effectief mogelijke toedeling hebben wij in Haaglanden het project ‘Zorglogistiek bij de zogenaamde ‘Experttafel Complexe Zorg’ opgezet: een project met als inzet het vermijden dat kinderen tussen wal en schip vallen. Een groot deel van de casuïstiek die aan deze tafels wordt besproken en is geprioriteerd is afkomstig van de Gľs. Meer in zijn algemeenheid, dus niet specifiek gekoppeld aan knelpunten vanuit de Gľs met betrekking tot wachtlijsten voor zorg, hebben we recentelijk de knelpunten met betrekking tot het zorgaanbod met de partijen verbonden aan de Experttafel Complexe Zorg besproken. Op basis daarvan hebben we geconcludeerd dat voor noodzakelijk maar schaars benodigd aanbod (zoals specialistisch aanbod rond autisme) de inzet van een tijdelijke projectleider gewenst is die naast aard en omvang van het gevraagde aanbod ook concrete voorstellen opstelt over hoe deze te realiseren. Deze projectleider wordt momenteel geworven. Breder investeren dan alleen in één schakel Het treffen van maatregelen bij één schakel, in dit geval de Gl, verbetert nog niet de gehele keten.
Om die reden is de afgelopen járen in onze gemeente en in de regio geïnvesteerd in de werkwijze Beter Samenspel; een intensievere samenwerking tussen de Gľs en de lokale teams. Ook investeren we in de samenwerking tussen Veilig Thuis, Crisisdienst en de lokale teams. Daarbij wordt tevens uitvoering gegeven aan de actiepunten uit het landelijke programma ‘Geweld hoort nergens thuis’. In de bredere Veiligheidsketen is op basis daarvan onder andere geïnvesteerd in toepassing van de aangescherpte meldcode huiselijk geweld en het trainen van lokale teams daarin. Verder juichen we toe dat het ministerie van Justitie en Veiligheid landelijk een kwartiermaker heeft aangesteld die nog voor het einde van het jaar met een scenario moet komen om de jeugdbeschermingsketen te verkorten en te vereenvoudigen. Vanuit Den Haag en Veilig Thuis zijn sinds de zomer 2020 twee verkenners actief: met alle betrokken ketenpartners verkennen zij welke maatregelen we kunnen inzetten voor het verbeteren van de jeugdbeschermingsketen in onze regio. Deze verkenning vormt de start voor een plan van aanpak voor onze regio. Dit plan wordt getoetst aan het landelijk scenario. Hoewel IGJ vanuit hun opdracht smal toetst en specifiek kijkt naar de jeugdbescherming, zien wij onze opgave breder en verwachten wij de gewenste verbeteringen ook van een beter functionerende keten.
Daarvoor hebben we stappen gezet, bijvoorbeeld in het scholen van professionals in de meldcode en het bieden van handelingsperspectief, als in de inrichting van het stelsel, bijvoorbeeld de investering in de jeugdbeschermingsorganisatie of de inrichting van het project Zorglogistiek, maar geldt ook dat we niet van vandaag op morgen klaar zijn. Het blijft een ontwikkeling van lange adem. Dat geldt ook voor de specifieke vraag die voorligt met betrekking tot de vereenvoudiging van de jeugdbescherming waarbij een herziening van taken en rollen van de verschillende actoren in die keten is voorzien. Tot slot
De patstelling waarover IGJ rapporteert heeft te maken met de kosten die met de verdere verbetering van de uitvoering van de jeugdbescherming zijn gemoeid en de caseload waarmee jeugdbeschermers maximaal zouden mogen worden belast. Het is correct dat dit onderwerp van gesprek is tussen Rijk en gemeenten en dat de zienswijzen uiteenlopen. Dit onder meer omdat de verwachting is dat beoogde verbeteringen in de keten jeugdbeschermers ook zullen ontlasten. Tegelijkertijd is hier pas in meer definitieve zin iets van te zeggen bij verdere concretisering van de verbeterde jeugdbeschermingsketen. Daar wachten we niet op. Om deze reden zijn de afgelopen periode verbeteracties in gang gezet en is extra in de regionale jeugdbeschermingsorganisatie geïnvesteerd. Dit schetsten wij u bovenstaand en reeds in onze brief van 10 juli 2020. Tevens zullen wij in de regio zo spoedig mogelijk de gevraagde doorbraakaanpak vormgeven en onderzoeken daarbij welke aanpak
PAGINA 4
daarvoor binnen of buiten de regio beschikbaar is zoals de werkwijze Beter Samenspel, Expertiseteam Complexe Zorg en het Haagse ‘Doorbraaklab’.
Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Westland, de secretaris,---------------------- de burgemeester—
A.C. Spindler