CConstaterende datWestland
Koppel je AI →
Document · PDF

Voorstel tot vaststelling van de verordening BI-zone winkelgebied De Lier gemeente Westland 2024 GETEKEND

Gemeenteraad 11 oktober 2023, gemeente WestlandBij agendapunt: Voorstel tot vaststelling van de Verordening Bedrijveninvesteringszone winkelgebied De Lier gemeente Westland 20243.208 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

=WESTLAND

RAADSVOORSTEL

ONDERWERP

Verordening Bl-zone winkelgebied De Lier gemeente Westland 2024

AANLEIDING

Op basis van de (permanente) Wetop de bedrijveninvesteringszoneszijn acht bedrijveninvesteringszones(BIzones) vastgesteld voorvijf jaar. Deze periode eindigt voor Bl-zone Winkelgebied De Lier van rechtswege op 31 december 2023. Het bestuur van de Vereniging BIZ Winkelgebied De Lier heeft aangegeven de Bl-zone te willen voortzetten. Hiervooris het noodzakelijk dat een nieuwe BIZ-verordening wordt vastgesteld.

DOELSTELLING

Metdit raadsvoorstel wordt de mogelijkheid geboden te voorzien in de behoefte de bestaande Bl-zone winkelgebied DeLier voort te zetten.

ARGUMENTATIE

1. De huidige Bl-zone eindigt per 31 december 2023. Van 2009 tot en met 2011 maakte de Experimentenwetbedrijveninvesteringszones het mogelijk dat ondernemers gezamenlijk investeren in een veilige en aantrekkelijke bedrijfsomgeving, waarbij alle ondernemers meebetalen. De BIZ-gelden worden als subsidie uitgekeerd. De BIZ-bijdrage was vastgesteld met ingang van 2011 voor een periode van ten hoogste vijf jaren en eindigde derhalve per 31 december2015. Uit de evaluatie van deze experimentenwetis naar voren gekomen dat het opnieuw en permanent beschikbaar stellen van dezefaciliteit gewenst was. Om die reden is de Wetop de bedrijveninvesteringszones ingevoerd. De Bl-zones op basis van deze permanente wet eindigen van rechtswege na een periode van maximaal vijf jaar. BIZ De Lier heeft als ingangsdatum 1 januari 2019 en eindigt van rechtswege per 31 december 2023. 2. De Vereniging BIZ Winkelgebied De Lier heeft aangegeven de Bl-zonete willen voortzetten. Uit een eerste evaluatie is gebleken dat het bestuur en de leden van Vereniging BIZ Winkelgebied De Lier de huidige heffing (gewijzigd) willen voortzetten. De wijzigingen in de tariefstelling zijn opgenomen in de verordening. Deze wijzigingen zijn opinitiatief van het BIZ-vereniging. De gemeente heeft hierin een faciliterende rol. 3. De bijgevoegde Uitvoeringsovereenkomstborgt de uitvoering van hetactiviteitenplan.

Voordat de gemeenteraad de BlZ-verordening vaststelt, moet het college met de BlZ-vereniging een zogenoemdeuitvoeringsovereenkomst hebben gesloten. Deze overeenkomst bevat de afspraken tussen de ondernemers en de gemeente. De meeste zaken kunnen direct overgenomen worden van hetprojectplan, zoals de doelstelling van BIZ, hettijdpad en dergelijke. Daarnaast kunnen afspraken worden vastgelegd over een eventuele extra subsidie van de gemeente, en over de verdeling van de perceptiekosten die de gemeente in rekening kan brengen.

A ee

Uit de Wet BIZ kan worden opgemaaktdat de uitvoeringsovereenkomstin ieder geval het volgende moet regelen: e de activiteiten die de BIZ-organisatie gaat uitvoeren gedurende de verschillende jaren van de BIZ; e het minimale niveau van dienstverlening van de gemeente voor de periode van de BIZ-bijdrage (de zogenoemde service level agreement (SLA)); e de verplichting dat de BIZ-organisatie de activiteiten verricht waarvoor de subsidie wordt verstrekt. Mocht het voorkomen dat de BIZ-vereniging de afgesprokenactiviteiten niet uitvoert, dan kan de gemeente via de burgerlijke rechter nakoming afdwingen op grond van de uitvoeringsovereenkomst. Als dattot niets leidt, kan de gemeenteraad de subsidie intrekken (artikel 4:48, eerste lid, aanhef en onder a of b dan wel artikel 4:49, eerste lid, aanhef en onder c, van de Awb). De al betaalde bedragen kunnen dan als onverschuldigd betaald worden teruggevorderd. In dat geval zal moeten worden nagegaan hoe de betaalde BIZ-bijdragen worden teruggegeven aan de bijdrageplichtigen. De opbrengst van de bestemmingsheffing kan immersniet voor andere doeleinden worden aangewend. In de praktijk zal dit ertoe leiden dat de gemeenteraad wordt voorgesteld de BlZ-verordening in te trekken. 4. De gemeenteraad controleert of de voorzieningen zowel het gezamenlijk belang van de ondernemers als het algemeen belang dienen.

Naast de aandachtspuntendie uit de Wet BIZ voortvloeien, is bij de parlementaire behandeling van de wet ook een aantal aandachtspunten meegegeven aan de gemeenteraad. Met het oog op een eventuele rechterlijke toetsing van de bedrijveninvesteringszonetijdens een beroepsprocedure tegen de BIZ-bijdrage, is het goed om deze aandachtspunten in de besluitvorming te betrekken. Het gaat hierbij om de volgende aandachtspunten: e Statuten BIZ-organisatie: De gemeenteraad zal zich ervan moeten overtuigen dat de BlZ-vereniging voldoet aan de wettelijke eisen van artikel 7, tweede lid, Wet BIZ. In het bijzonder vraagt de (beperkte) statutaire doelstelling en de samenstelling van het bestuur aandacht. e Uitvoeringsovereenkomst: Deze verordening moet de verplichting bevatten dat de activiteiten waarvoor de BIZ-subsidie wordt verstrekt ook daadwerkelijk worden uitgevoerd (de afdwingverplichting). Daarnaastis van belang dat de uitvoeringsovereenkomstalleen van toepassing is als de verordening uiteindelijk ook daadwerkelijk in werking treedt. e Activiteiten: De gemeenteraad kan hetinitiatief van de ondernemersniet zonder meer overnemen omdat de gemeenteraad dient te waken tegen instelling van een bedrijveninvesteringszone die leidt tot willekeurige of onredelijke belastingheffing.

De gemeenteraad zal daarom elementen als tariefstelling, de verdeling van de lasten, de wijze waarop de grens van de bedrijveninvesteringszone is getrokken en het soort activiteiten zorgvuldig en in hetlicht van het algemeen belang moeten bezien. Wat de activiteiten betreft zal de gemeenteraad kenbaar moeten aangeven in hoeverre de afgesproken concrete activiteiten aansluiten op het abstracte begrip "activiteiten in de openbare ruimte en op hetinternet, die zijn gericht op het bevorderen van de leefbaarheid of de veiligheid in de bedrijveninvesteringszone of de ruimtelijke kwaliteit of de economische ontwikkeling van de bedrijveninvesteringszone". e Vastlegging basisserviceniveau: Op grond van artikel 7, vijfde lid, Wet BIZ moeten gemeenteraad en de BlZ-vereniging schriftelijke afspraken maken over het minimale niveau van de gemeentelijke dienstverlening voor de periode dat de BIZ-bijdrage wordt geheven. Deze verplichting brengt met zich dat de gemeenteraad vastlegt welke diensten en activiteiten in de bedrijveninvesteringszone tot het reguliere takenpakket van de gemeente horen. Deze zijn opgenomen in de uitvoeringsovereenkomst. Daarnaast is het raadzaam om een bepaling op te nemen die de invloed op het afgesproken basisserviceniveau regelt van latere ingrijpende aanpassingen in de algemene gemeentelijke dienstverlening en activiteiten.

Het basisserviceniveau geldt immers voor de looptijd van de BIZ-bijdrage (maximaal 5 jaar) en in die periode kunnen de (financiéle) omstandigheden van de gemeente aanzienlijk wijzigen.

T EA a So)

e Staatssteun: Door de systematiek van de bedrijveninvesteringszones kan volgens de wetgever de subsidie van de gemeente aan de BlZ-vereniging geen staatssteun zijn. Maar dat de subsidie van de gemeente aan de BlZ-organisatie niet leidt tot staatssteun laat onverlet dat gemeenten wel moeten nagaan in hoeverre het gerechtvaardigd is dat de perceptiekosten eventueel niet in mindering op de ontvangen BIZ-bijdragen wordt gebracht. Ook moeten gemeenten zich bewustzijn van staatssteunaspecten bij eventuele aanvullende bijdragen aan bedrijveninvesteringszones uit de algemene middelen. De gemeente Westland levert geen aanvullende bijdrage. De perceptiekosten worden niet in rekening gebracht. De overweging die hierbij is gemaaktis dat bij de oprichting of voortzetting van een Bl-zone sprakeis van een win-winsituatie.

RISICO’S EN KANTTEKENINGEN

1. De Verordening treedt niet in werking dan nadat gebleken is van voldoende steun onderde bijdrageplichtigen. Een Bl-zone wordt ingesteld na een door het college van B&W gehouden stemming onderalle bijdrageplichtigen. In de Wet BIZ is opgenomen dat er mag worden overgegaan tot het oprichten van een Bl-zone met de daarbij behorende BIZ-bijdrage als er aan drie voorwaarden is voldaan: 1. Ten minste de helft van de bijdrageplichtigen zich voor of tegen inwerkingtreding heeft uitgesproken; 2. Ten minste tweederde deel daarvan zich voorinwerkingtreding heeft uitgesproken, en 3. De som van de WOZ-waarden, bedoeld in artikel 2, eerste lid, Wet BIZ, van onroerende zaken in gebruik bij danwel in eigendom van bijdrageplichtigen die zich hebben uitgesproken vdor inwerkingtreding hoger is dan de som van de WOZ-waardenin gebruik bij danwel in eigendom vanbijdrageplichtigen die zich hebben uitgesproken tegen inwerkingtreding. 2. Gemeenteraad heeft een autonome positie. Hoewelde BIZ wordt vormgegeven in overleg tussen ondernemers en gemeente, heeft de gemeenteraad een autonomepositie om de BIZ in te voeren. Het is aan de gemeenteraad om te besluiten dat zij het exclusieve recht om belastingen te heffen wil inzetten voor een groep ondernemers. De gemeenteraadis dus niet verplicht om een BIZ in te voeren als ondernemers daarom vragen.

FINANCIEN

Conform (meerjaren)begroting.

EXTERN OVERLEG

Met Vereniging BIZ Winkelgebied De Lier is overleg geweest om het BIZ-gebied af te bakenen, tevens is de begroting beoordeeld en een heffingsmaatstaf besproken. Een en ander is in de uitvoeringsovereenkomst vastgelegd en dezeis op 4 september 2023 getekend.

ee

VERVOLGTRAJECT _ Publicatie. De verordening treedt in werking twee dagen nadat het college heeft bekendgemaakt dat van vol-

doendesteun als bedoeld in artikel 4 van de wet is gebleken. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2024.

Burgemeester en wethouders van Westland, de secretaris,

«LAM. Weess

de burgemeester,

RAADSBESLUIT

De raad van de gemeente Westland; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 5 september 2023, gelet op de artikelen 1, eerste, derde en vierdelid, 2, eerste en tweede lid, 3, eerste lid, en 7, eerste en vierde lid, van de Wet op de bedrijveninvesteringszones; gezien de Uitvoeringsovereenkomst van 4 september 2023, gesloten met de Vereniging BIZ Winkelgebied De Lier; gehoord de beraadslagingen in de vergadering van de raadscommissie Bestuur, Economie Financieel beleid en Organisatie (BEFO) van 28 september 2023;

besluit:

vast te stellen de:

VERORDENING BEDRIJVENINVESTERINGSZONE WINKELGEBIED DE LIER GEMEENTE WESTLAND 2024.

HOOFDSTUK | Artikel 1

ALGEMENE BEPALINGEN

Begripsomschrijvingen

Deze verordening verstaat onder: a. Bl-zone: het bij deze verordening aangewezen gebied in de gemeente waarbinnen de BIZ-bijdrage wordt geheven. Het aangewezen gebied is vermeld op de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende kaart; b. de wet: de Wet op de bedrijveninvesteringszones; c. het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente; d. de vereniging: de Vereniging BIZ Winkelgebied De Lier; e. Uitvoeringsovereenkomst: de tussen de gemeente Westland en Vereniging BIZ Winkelgebied De Lier gesloten Uitvoeringsovereenkomst van 4 september 2023 als bedoeld in artikel 7, derde lid, van de wet.

HOOFDSTUKII Artikel 2

BELASTINGBEPALINGEN

Belastbaarfeit en aard van de belasting

Onder de naam ’BIZ-bijdrage’ wordtjaarlijks een directe belasting geheven ter zake van binnen de bedrijveninvesteringszone gelegen onroerende zaken die op grond van artikel 220a Gemeentewetniet in hoofdzaaktot woning dienen.

Ry we

WESTLAND

1. De BIZ-bijdrage wordt geheventer bestrijding van de kosten die zijn verbonden aanactiviteiten in de openbare ruimte en opinternet, die zijn gericht op het bevorderen van de leefbaarheid of de veiligheid in de bedrijveninvesteringszone of de ruimtelijke kwaliteit of de economische ontwikkeling van de bedrijveninvesteringszone. Artikel 3

Belastingobject

Belastingobject is de onroerende zaak bedoeld in artikel 16 van de Wet waardering onroerende zaken.

Artikel 4

Belastingplicht

1. De BIZ-bijdrage wordt geheven van de gebruiker, zijnde degene die bij het begin van het kalenderjaar al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht een in de bedrijveninvesteringszone gelegen belastingobject gebruikt; 2. Voor de toepassing van dit artikel wordt: a. gebruik door degene aan wie een deel van een belastingobject in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven; degene die het deel in gebruik heeft gegeven, is bevoegd de BIZ-bijdrage als zodanig te verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven; b. het ter beschikking stellen van een belastingobject voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die dat belastingobject ter beschikking heeft gesteld; degene die het belastingobject ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de BIZ-bijdrage als zodanig te verhalen op degene aan wie dat belastingobject ter beschikking is gesteld; 1. Indien een belastingobject bij het begin van het kalenderjaar geen gebruiker kent, wordt de van de gebruiker te heffen BIZ-bijdrage geheven van de eigenaar. Als eigenaar aangemerkt degene die bij het begin van het kalenderjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dattijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt rechtis. Artikel 5

Maatstafvan heffing

1. De BIZ-bijdrage wordt geheven naar de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor het belastingobject vastgestelde waarde zoals deze geldt voor het kalenderjaar. 2. Indien met betrekking tot het belastingobject geen waarde is vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van dat belastingobject bepaald met toepassing van artikel 6, alsmede met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken. Artikel 6

Vrijstellingen

1. In afwijking in zoverre van artikel 5 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voor zoverdit niet al is gebeurd bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde waarde, de waarde van: a. voor de land- of bosbouw bedrijfsmatig geéxploiteerde cultuurgrond, daaronder mede begrepen de open grond, alsmede de ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt voor de kweekofteelt van gewassen, zonderdaarbij de ondergrond als voedingsbodem te gebruiken; b. glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek ofteelt van gewassen, voor zover de ondergrond daarvan bestaatuit de in onderdeel a bedoelde grond; c. onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor het houden van open[i]bare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, een en ander metuitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning;

d. één of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een op de voet van de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 8 van het Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928, met uitzondering van de daarop voorkomende gebouwde eigendommen; e. natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen, heidevelden, zandverstuivingen, moerassen en plassen, die door rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid welke zich uitsluitend of nagenoeguitslui[1]tend het behoud van natuurschoon ten doelstellen, beheerd worden; f. openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per rail, een en ander metinbegrip van kunstwerken; g. waterverdedigings- en waterbeheersingswerkendie worden beheerd doororganen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning; h. werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werkendie dienen als woning; i. werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden afgescheiden zonder dat beschadiging van beteke[1]nis aan die werktuigen wordt toegebracht en die niet op zichzelf als gebouwde eigendommenzijn aan te merken; j.

belastingobjecten voor zover die bestemd enin gebruik zijn voor de publieke dienst van de gemeente; k. straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige gebouwde eigendommen - niet zijnde gebouwen - welke zijn geplaatst voor het belang van hetpubliek, ten dienste van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen, banken, abri’s, hekken en palen; |. plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in beheerzijn of waarvan de gemeente het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning; m. begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning; n. belastingobjecten voor zover die bestemd en in gebruik zijn voor het geven van onderwijs; o. belastingobjecten die worden beheerd door een vereniging of stichting die geen onderneming drijft, voor zover die objecten bestemden in gebruik zijn voor het geven van onderwijs, voor club- en buurthuiswerk, voor de beoefening van sport, kunst of cultuur, of voor andere activiteiten van sociale of culturele aard; p.

belastingobjecten voor zover die bestemd en in gebruik zijn voor de publieke dienst ter zake van brandweer[1]zorg, rampenbeheersing, crisisbeheersing, geneeskundige hulpverlening in de regio en de handhaving van de openbare orde en veiligheid; q. onroerende zaken voor zover die bestemd zijn te worden gebruikt als nutsvoorziening als omschreven in de WOZ-objectsoorten 3610 tot en met 3629, zijnde: nutsvoorzieningen, energie en water; waterleidingstation; reinwaterkelder; drinkwaterzuiveringsinstallatie; watertoren; waterverdedigingskering; rioolwaterzuiveringsinstallatie; gemaal; gasdistributiestation; stroomdistributiestation; drinkwaterpompstation; trafo; hoogspanningsmast; elektriciteitscentrale; windmolen en overig energie en water. 2. In afwijking in zoverre van artikel 5 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf voor de BIZ-bijdrage van de gebruiker buiten aanmerking gelaten de waarde van gedeelten van het belastingobjectdie in hoofdzaaktot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden.

Artikel 7

Tarief BIZ-bijdrage

De BIZ-bijdrage bedraagt bij een WOZ- waarde van:

WOZ-waarde

2024

aj |€ 1 tot € 250.000

€

2025

300,00

2026

2027

308,00) 316,00}

2028

324,00/€ 332,00

b} € 250.000 tot € 500.000)

600,00 615,00 )€ 631,00} 648,00 |€ 665,00

c| }€ 500.000 en hoger

900,00 923,00 \E€ 942,001 966,00 jE 985,00

Artikel 8

€

Wijze van heffing

De BIZ-bijdrage wordtjaarlijks bij wege van aanslag geheven. Artikel 9

Termijnen van betaling

1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 worden de aanslagen betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van hetaanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maandenlater. 2. De Algemene termijnenwetis niet van toepassing op de in heteerste lid gestelde termijnen. Artikel 10

Looptijd belastingheffing

De BIZ-bijdrage wordt ingesteld voor een periode van jaar. Artikel 11 Kwijtschelding Bij de invordering van een BIZ-bijdrage wordt geen kwijtschelding verleend.

HOOFDSTUK III Artikel 12

SUBSIDIEBEPALINGEN

Buiten toepassing algemene subsidieverordening

Op de subsidie bedoeldin artikel 15 is de Subsidie Verordening Westland 2016 (ASV Westland 2016) niet van toepassing. Artikel 13

Aanwijzing vereniging

Vereniging BIZ Winkelgebied De Lier wordt aangewezen als de vereniging bedoeld in artikel 7 van de wet, waarmeeeen overeenkomstals bedoeldin artikel 4:36 van de Algemene wet bestuursrechtis gesloten, waarin is bepaald dat de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt verplicht moeten worden verricht. Artikel 14

Subsidieverlening

1. De subsidie wordtjaarlijks door het college verleend aan de Vereniging BIZ Winkelgebied De Lier voor de uitvoering van de activiteiten die zijn opgenomen in de uitvoeringsovereenkomst.

De subsidie

wordt verleend op basis van de jaarlijks ingediende begroting. 2. De subsidie wordt bepaald op dejaarlijks ontvangen BIZ-bijdragen. Artikel 15

Subsidieverplichtingen

Naastde in artikel 4:37 van de Algemene wetbestuursrecht genoemde verplichtingen kunnen aande Vereniging BIZ Winkelgebied De Lier ook andere doelgebondenverplichtingen worden opgelegd. Dezeverplichtingen zijn opgenomen in de metde Vereniging BIZ Winkelgebied De Lier gesloten uitvoeringsovereenkomst.

WESTLAND

Artikel 16

Subsidievaststelling

1. De Vereniging BIZ Winkelgebied De Lier is verplicht om voor 1 mei na afloop van het subsidiejaar de in de uitvoeringsovereenkomst opgenomen stukken te overleggen. 2. De subsidie wordt vastgesteld uiterlijk 31 oktober na ontvangst van de in het voorgaandelid genoemde stukken.

HOOFDSTUK IV Artikel 17.

Slotbepalingen

_Intrekken oude verordening en overgangsrecht

Verordening Bl-zone winkelgebied De Lier gemeente Westland 2019 wordt ingetrokken op de datum van ingang van de heffing, bedoeld in artikel 18, tweede lid, met dien verstande dat zij van toepassingblijft op belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel 18

Inwerkingtreding

1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de tweede dag nadathet college heeft bekendgemaakt dat van voldoende steun als bedoeldin artikel 4 van de wetis gebleken. 2. De datum van ingangvan de heffing is 1 januari 2024. Artikel 19

Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Bl-zone winkelgebied De Lier gemeente Westland 2024. Bijlage: kaart als bedoeld in artikel 1, onder a, van deze verordening. Aldus besloten doorde raad in zijn openbare vergadering van 11 oktober 2023,

de griffier

P. van Oosten

de voofzitter

.

B.R. Arends

GEMEENTE RAADSBESLUIT

Bijlage behorende bij de Verordening Bl-zone winkelgebied De Lier gemeente Westland 2024. Als aangewezen gebied, bedoeld in artikel 1 van de Verordening Bl-zone winkelgebied De Lier gemeente Westland 2024 geldt de op onderstaande kaart gemarkeerde gedeelte.

De griffier van de gemeente Westland P. van Oosten

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westland&id=dcea6872-0da1-4889-9cd2-0855f7e364a9