Voorstel tot vaststelling Actualisatie Integraal Huisvestingsplan onderwijs (IHP) 2023-2038
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL
ONDERWERP
Actualisatie Integraal huisvestingsplan onderwijs (IHP) 2023-2038.
AANLEIDING
"Westland streeft naar goed onderwijs: divers en verspreid over de gemeente. Goede onderwijshuisvesting is daarvoor een onmisbare voorwaarde." Een passage uit de Omgevingsvisie 2.0 (oktober 2020) van de gemeente Westland waarin het belang van goede onderwijshuisvesting is uitgesproken. Het streven naar goed onderwijs is verder uitgewerkt in de Lokaal Educatieve Agenda (LEA) 2022-2025 welke door de raad is vastgesteld op 15-2-2022. Gemeente, schoolbesturen, kinderopvangorganisaties en onderwijs betrokken partners spreken zich in de LEA uit voor:
• Inclusief onderwijs: iedereen hoort er evenveel bij; • Ononderbroken lijn: verbinden van kinderopvang, primair onderwijs, voortgezet onderwijs en middelbaar onderwijs om impact van overstap op kinderen te verkleinen;
• Educatief Partnerschap met Ouders: het gesprek tussen ouders en instellingen versterken om zo gezamenlijk een goed pedagogisch klimaat te creëren. Deze visie heeft geleid tot het ontwikkelen van 6 programma’s ter verbetering van het onderwijs. Het 6e programma is Huisvesting, waarin het voorzien van voldoende adequate en toekomstbestendige schoolaccommodaties centraal staat. Een gezamenlijke verantwoordelijkheid van gemeente en schoolbesturen. Om invulling te geven aan de wettelijke huisvestingsverantwoordelijkheid stellen de gemeente en schoolbesturen Integrale Huisvestingsplannen (IHP) op. Voor het Voortgezet Onderwijs het IHP VO Samen werken aan onderwijs in Westland, d.d 9 april 2020, opgesteld door ISW in samenspraak met de gemeente Westland. Voor Primair Onderwijs (PO), Speciaal Basis Onderwijs (SBO) en (Voortgezet) Speciaal Onderwijs ((V)SO) het IHP PO 2018 – 2033 d.d. 10 december 2018, opgesteld door gemeente en betrokken schoolbesturen. In de periode 2021 tot medio 2022 is er gewerkt aan een actualisatie van het IHP PO, SBO, (V)SO 2023-2038. Afronding van deze actualisatie is onder andere aangekondigd in de Programmabegroting 2022-2025. Aanleidingen voor de actualisatie waren:
• het verder versterken van de samenwerking tussen gemeente en schoolbesturen om te komen tot een prioritering van projecten, niet enkel op basis van leeftijd, maar op basis van de kwaliteit van de onderwijshuisvesting (kind centraal). Ofwel het voorkomen van desinvesteringen.
• gevolg geven aan het LEA, middels vertaling van de visie op onderwijs in huisvestingsambities en projecten in het IHP om te voorzien in toekomstbestendige onderwijshuisvesting;
• het voorsorteren op te verwachten wijzigingen in de wetgeving (2024): ∘ het opstellen van een IHP wordt verplicht; ∘ gemeente krijgt de wettelijke mogelijkheid te kiezen voor renovatie als alternatief voor nieuwbouw; ∘ meer wettelijke ruimte voor schoolbesturen om te investeren in onderwijshuisvesting.
DOELSTELLING
"Toekomstbestendige schoolaccommodaties (medewerking verlenen aan de ontwikkeling van brede scholen, integrale kindcentra, samenwerk- en ontmoetingsscholen, tienercolleges) voor het primair en voortgezet onderwijs met een goede spreiding over Westland" (Programmabegroting 2022-2025) en voorzien in toekomstbestendige huisvesting voor het speciaal basis-, en (voortgezet) speciaal onderwijs. "Een goede leeromgeving zorgt voor een betere kwaliteit van onderwijs. Het is daarom belangrijk dat de schoolgebouwen op orde zijn. Deze periode stellen we een Integraal Huisvestingsplan (IHP) vast voor de gebouwen van de basisscholen, het voortgezet onderwijs en het speciaal onderwijs. In het IHP staat aangegeven wat we aan onderwijsvoorzieningen bouwen." (Coalitieakkoord Actieprogramma Westland 2022-2026) ARGUMENTATIE
1.1 Het IHP voorziet in een gezamenlijke visie van gemeente en schoolbesturen op de ontwikkeling van onderwijshuisvesting. In de periode van 2021 tot medio 2022 hebben gemeente en de schoolbesturen PCPOW, WOO, WSKO, EWMM en Herman Broeren samengewerkt aan de ontwikkeling van het geactualiseerde IHP. Het schoolbestuur Mantum ondersteund de ontwikkeling van het IHP. Yunus Emre is na het collegebesluit voor het huisvesten van de islamitische school in Naaldwijk ook aangesloten bij het IHP-overleg en is akkoord met de uitwerking. Het IHP is als bijlage bij dit voorstel is toegevoegd. In het IHP zijn uitgangspunten geformuleerd voor de wijze waarop gemeente en schoolbesturen om willen gaan met onderwijshuisvesting (hoofdstuk 4 – IHP). Een eerste voorbeeld is het beperken van het aantal dislocaties om zowel de kwaliteit van het onderwijs als efficiency in huisvesting te waarborgen. De inzet is het realiseren van robuuste en daarmee toekomstbestendige schoolgebouwen die passend blijven ook als het onderwijsaanbod verandert. Dat vraagt om flexibele gebouwen. Een tweede voorbeeld is de afspraak te investeren in kwaliteit. Zo zijn er scholen die na de afschrijvingstermijn van 50 jaar nog voldoen voor goed onderwijs, waardoor een investering niet noodzakelijk is. Anderzijds zijn er scholen die nog niet zijn afgeschreven, maar wel vragen om een kwaliteitsimpuls.
Deze manier van investeren verbetert de kwaliteit van het onderwijs en de gebouwen waardoor de investeringen maatschappelijk meer renderen. Een derde voorbeeld is de school als voorziening voor de wijk. De school is een onmisbare voorziening. Niet enkel voor het onderwijs, het is een ontmoetingsplek die bijdraagt aan de sociale cohesie van wijk of dorp. Gemeente en schoolbesturen zetten in op het verbreden van het gebruik van school en sportaccommodatie ook na schooltijden. Ook wordt er gekeken in hoeverre een combinatie met andere maatschappelijke functies (bijvoorbeeld welzijnspartners, bibliotheek, verenigingen, enz) mogelijk is. De gezamenlijke visie van gemeente en schoolbesturen is erop gericht de scholen nog beter te laten aansluiten bij de behoefte van het onderwijs en haar omgeving. Door dit efficiënt te doen (waar het nodig is en waar koppelkansen zijn) blijft de wettelijke taak van de gemeente om te voorzien in bekostiging voor nieuwbouw betaalbaarder. De samenwerking met schoolbesturen heeft ertoe geleid dat ondanks het verhogen van het ambitieniveau de uitvoering van het IHP en Uitvoeringsplan binnen het bestaande financieel kader (MIP) mogelijk is (zie 2.4). 1.2 De nieuwe werkwijze van het IHP stelt gemeente en schoolbesturen in staat vroegtijdig projecten integraal voor te bereiden en te komen tot integrale besluiten.
In het IHP is een proces omschreven om te komen tot uitvoering van onderwijshuisvestingsprojecten (hoofdstuk 5 – IHP). Het proces start met het beoordelen van de kwaliteit van de schoolgebouwen waarna indicatief is gekeken naar de passende maatregel (bijvoorbeeld nieuwbouw, renovatie of afstoten). Op basis van de kwaliteitsbeoordeling zijn gesprekken gevoerd per dorpskern om projecten aan elkaar te verbinden. Als voorbeeld zijn de scholen in ’sGravenzande De Driekleur Dalton, Kameleon Eikenlaan en het KaDO (dislocatie) gelijktijdig geprogrammeerd in tranche
2 2027-2031. Waren de schoolgebouwen afzonderlijk beschouwd, dan waren de gebouwen op verschillende momenten geprogrammeerd en was het toewerken naar een toekomstbestendige huisvestingsituatie niet mogelijk of minder efficiënt. Het gebiedsoverleg is een eerste stap om te komen tot een integraal project op kernniveau en waar nodig kernoverstijgend. De tweede stap om projecten integraal uit te voeren is de Businesscase. In deze fase onderzoeken gemeente en schoolbesturen o.a. de benodigde locatie gelet op de herkomst van leerlingen, benodigde tijdelijke huisvesting en samenwerkingskansen met andere ontwikkelingen. Te denken valt aan een ontwikkeling van een naastgelegen sportaccommodatie vanwege de relatie op gebied van bewegingsonderwijs, maar ook aan woningbouwontwikkelingen. In de Businesscase wordt een volledig plan uitgewerkt dat ter besluitvorming aan het college wordt voorgelegd. Na besluitvorming door het college wordt de gemeenteraad gevraagd het krediet te voteren. Alle te voorziene kosten zijn op dat moment in beeld. Met het IHP en Uitvoeringsplan is er zicht op de komende projecten waarvoor een Businesscase kan worden opgesteld. Door de Businesscase het jaar voorafgaand aan besluitvorming uit te werken is er meer tijd om te komen tot integrale projecten. De nieuwe werkwijze sluit aan bij de procedure in de Verordening voorziening huisvesting onderwijs Westland 2015.
Het besluitvormingsproces conform de verordening loopt van 1 maart t/m 31 december. Met het opstellen van de Businesscase in het jaar voorafgaand aan besluitvorming voegt de gemeente een voorbereidende stap toe, waardoor de procedure van de verordening adequate kan worden doorlopen. De verordening wijzigt met dit besluit niet. 1.3 Het IHP brengt investeringsverantwoordelijkheid van de gemeente en de exploitatieverantwoordelijkheid van schoolbesturen bij elkaar. Gemeente en schoolbesturen zijn beide verantwoordelijk voor het investeren in onderwijshuisvesting. De gemeente bij nieuwbouw met als alternatief renovatie. De schoolbesturen voor onderhoud en functionele aanpassingen tijdens de levensduur van het gebouw. Door samen plannen te maken zijn schoolbesturen in staat tijdig de onderhoudswerkzaamheden te wijzigen als er perspectief is op vernieuwing. Een mogelijke besparing kan vervolgens in worden gezet bij de nieuwbouw of renovatie. Daarnaast kan de gemeente overwegen mee in te investeren in renovatie voorafgaand aan het einde van de levensduur om zo de levensduur te verlengen en daarmee nieuwbouw uit te stellen. De samenwerking tussen gemeente en schoolbesturen leidt tot efficiënter investeren.
2.1 Frisse Scholen Klasse B heeft een positief effect op het leerklimaat met verbetering van de leerprestaties van kinderen en werkomgeving van docenten tot gevolg. In opdracht van het ministerie van BZK is door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland een kwaliteitskader voor nieuwe scholen ontwikkeld, het Programma van Eisen Frisse Scholen (2021). Het schetst de technische eisen die nodig zijn om te komen tot een gezonde school ofwel een goed binnenklimaat. Een goed binnenklimaat heeft een positief effect op de gezondheid, leerprestaties en daarmee het functioneren van leerlingen en onderwijzend personeel. Onderdeel van het Programma van Eisen zijn eisen voor de luchtkwaliteit en daarmee ventilatie. Verbeterde ventilatie beperkt de kans op overdracht van virussen (waaronder uiteraard COVID). Hoewel het Programma van Eisen Frisse scholen drie ambitieniveaus voorstelt klasse C (Voldoende), klasse B (Goed), en klasse A (Uitmuntend) achten de schoolbesturen en het college klasse B als ruim voldoende voor toekomstbestendige onderwijshuisvesting. Dit sluit aan bij de landelijke trend in te zetten op Frisse Scholen klasse B. 2.2 Het gemeentelijk vastgoed moet in 2040 volledig energieneutraal zijn. In de Omgevingsvisie 2.0 (oktober 2020) staat genoemd dat het gemeentelijk vastgoed in 2040 volledig energieneutraal moet zijn. Onderwijshuisvesting is gemeentelijk vastgoed.
Om deze doelstelling te halen is het efficiënt minimaal de natuurlijke investeringsmomenten te benutten voor het realiseren van energieneutrale gebouwen (ENG). Dat betreft de momenten waarop nieuwbouw of renovatie wordt gepleegd. Om die reden wordt in het IHP voorgesteld in te zetten
op ENG bij nieuwbouw en voor zover technisch en economisch uitvoerbaar bij renovatie. Bij de uitvoering van het IHP blijven gemeente en schoolbesturen in gesprek over de mogelijkheden om ook te verduurzamen tijdens de exploitatieperiode van een schoolgebouw. 2.3 Schoolbesturen investeren mee in het bekostigen van energieneutrale (ENG) scholen gelet op de besparingen op de energielasten. De exploitatieverantwoordelijkheid (waaronder energiebeheer) ligt bij schoolbesturen. Door het realiseren van energieneutrale gebouwen dalen de energielasten en daarmee de kosten voor schoolbesturen. De schoolbesturen zijn bereid dit voordeel te investeren in de nieuwbouw of renovatie, waardoor gemeente en schoolbesturen gezamenlijk de verantwoordelijkheid voor verduurzamen dragen. Tezamen met een bijdrage vanuit de besparing op het onderhoud (als genoemd onder 1.3), het voordeel van besparing op de energielast en de bereidheid van schoolbesturen te investeren binnen het wettelijk kader is een indicatieve eigen bijdrage van 10% in het IHP benoemd. Echter, opgemerkt wordt dat de eigen bijdrage per project zal worden onderzocht en vastgesteld aangezien de bijdrage situatieafhankelijk is. Daarmee is de 10% nog geen overeengekomen bijdrage. 2.4 Het verhogen van het investeringsniveau van Bouwbesluit naar Frisse Scholen klasse B en ENG is toekomstbestendig en financieel effectief.
Het verhogen van het investeringsniveau is een keuze en een ambitie meer dan wat wettelijk noodzakelijk is. Een drietal overwegingen die pleiten voor het verhogen van het kwaliteitsniveau Bouwbesluit naar Frisse Scholen klasse B en ENG:
1. Een normbedrag van € 3.200 per m2; bvo is benodigd als investering met de potentie tot 10% eigen bijdrage schoolbesturen. Een eigen bijdrage die voor een belangrijk deel zal bestaan uit besparing op de energielast. Bij 10% eigen bijdrage schoolbesturen (€ 320) is de gemeentelijke investering € 2.880 per m2; bvo. Wetende dat de VNG norm als genoemd onder 2.5, á € 2.530 per m2; bvo niet toereikend is voor Bouwbesluit is het verschil tussen Bouwbesluit en Frisse Scholen klasse B/ENG meer beperkt dan de normbedragen doen vermoeden. Overigens zijn er geen wettelijke normbedragen voor het bouwen op basis van Bouwbesluit. Geïndexeerde bouwprijsontwikkelingen uit 2021 leiden tot een indicatief normbedrag € 2.600 per m2; bvo o.b.v. Bouwbesluit in 2022. Opnieuw wordt opgemerkt dat ook hiervoor actueel geen onderwijsvoorzieningen zijn te realiseren.
2. Het gemeentelijk vastgoed moet in 2040 energieneutraal zijn, conform de door de raad vastgesteld Omgevingsvisie 2.0. Het investeren in energieneutraliteit tijdens de exploitatie van een schoolgebouw is kostbaarder dan bij nieuwbouw. Dan kan het mee in de massa van het project en is er ruimte om hier bouw- en installatietechnisch rekening mee te houden. Nieuwbouw bij de gemeente Westland moet minimaal 50 jaar mee conform afschrijvingstermijn van scholen, waardoor een in 2023 opgeleverde school al mee moet tot 2073. Ruim 33 jaar na 2040 waarin de scholen energieneutraal moeten zijn. Landelijk beleid is er op gericht in 2050 95% CO2; te reduceren. Het kabinet heeft een versnelling aangekondigd om van 40% naar 55% reductie te gaan in 2030. ENG is duurzamer dan de wettelijke verplichting van BENG (Bijna EnergieNeutraal Gebouw). Echter, ENG gebouwen zijn nodig om de doelen van 2050 te halen. Bovendien is het op natuurlijke momenten investeren in ENG de goedkoopste manier om CO2-uitstoot te verminderen. Goedkoper dan ingrepen tijdens de exploitatieperiode. De gemeente Westland loopt daarmee voor op eventueel toekomstige verplichtingen en voert hiermee haar ambities uit de Omgevingsvisie 2.0 uit.
3. De afgelopen jaren is de kennis rondom het belang van een gezonde leeromgeving toegenomen. Dit heeft ertoe geleid dat de Rijksoverheid heeft voorzien in een kader Frisse scholen. Hoewel bouwen conform Frisse scholen geen verplichting is betreft het een ongeschreven regel welke opgevolgd wordt door een groot aantal gemeenten waaronder Rotterdam, Den-Haag, Amsterdam, Groningen en meer. Met de kennis van nu is investeren in een gezonde leeromgeving waardevol, maar mogelijk ook financieel meer rendabel als de kaders rondom Frisse scholen klasse B vertaald worden in bijvoorbeeld een convenant of zelfs wetgeving. Overigens is hier nu geen sprake van en is het aan gemeenten in hoeverre zij belang hechten aan een goede leer- en werkklimaat binnen het onderwijs.
2.5 Het ambitieniveau Frisse scholen klasse B te dekken is uit het bestaande MIP (Meerjaren Investeringsplan). De gemeente Westland hanteert op dit moment geen kwaliteitskader voor schoolgebouwen, maar het wettelijk minimum conform Bouwbesluit. Hoewel de verhoging van het ambitieniveau naar Frisse Scholen klasse B en ENG leidt tot verhoogde investeringen blijven de projecten die voortvloeien uit het IHP binnen het financieel kader van het MIP. Dat het bestaande investeringskader voldoende is ondanks verhoging van het ambitieniveau komt voort uit een heldere prioritering en prognose van uitgaven per project, verval van een tweetal projecten waarvan de onderwijskundige kwaliteit nog voldoende is en de eigen bijdrage van schoolbesturen. 3.1 De bestaande systematiek voor normbedragen als vastgesteld in de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Westland 2015 sluit niet aan bij de ambitie Frisse scholen klasse B en reële budgettering voor het realiseren van scholen. De modelverordening van de VNG is gehanteerd als basis voor de Verordening voorziening huisvesting onderwijs Westland 2015. De normbedragen van 2015 zijn hierin opgenomen, evenals de wijze voor indexeren. Jaarlijks geeft de VNG een advies voor bijstelling van de normbedragen conform deze methodiek die ook in het Westland is vastgesteld.
Echter, in 2019 heeft de VNG een ingreep moeten doen en heeft zij de normbedragen (niet conform de methodiek) met 40% verhoogd mede vanwege de constatering dat de normbedragen niet toereikend waren. Ondanks de verhoging blijven de normbedragen in de huidige markt ontoereikend voor het bouwen van scholen, (dit geldt overigens voor alle bouwprojecten)Zo is de norm voor een basisschool met 16 klassen ca. € 2.530 per m2; bvo. Een bedrag wat ontoereikend is voor een basisschool van gelijke omvang horende de landelijke en lokale aanbestedingsresultaten. Laat staan een basisschool met het gewenste kwaliteitskader Frisse Scholen klasse B en een energieneutraal gebouw. In de aanleiding is omschreven dat een wetswijziging wordt verwacht. De verwachting is dat de VNG ook haar modelverordening zal aanpassen. In hoeverre dat geldt voor de normbedragen-systematiek is nog niet bekend. Na inzicht in de nieuwe modelverordening zal ook de Westlandse verordening tegen het licht worden gehouden waarna de raad zal worden geïnformeerd, danwel om besluitvorming worden gevraagd voor een wijziging van de verordening. 3.2 Verhogen van het normbedrag leidt niet tot hogere kosten bij nieuwbouw of renovatie van schoolgebouwen. Het bouwheerschap (verantwoordelijkheid voor de bouw) ligt wettelijk bij de schoolbesturen, tenzij anders wordt overeengekomen.
In Westland is er enkel een uitzondering voor het Huis van Buurt in Honselersdijk. Andere onderwijshuisvestingsprojecten worden uitgevoerd onder regie van de schoolbesturen. De gemeente voorziet in het overgrote deel van de bekostiging. Voor een doelmatige besteding worden afspraken met de schoolbesturen gemaakt. Dit gaat om het ambitieniveau, maar ook over structurele toetsingen van de plannen bij de fase Programma van Eisen, Voorlopig Ontwerp, Definitief ontwerp waarbij aan het eind van iedere fase een onafhankelijke kostenraming wordt uitgevoerd. Schoolbesturen wisselen de informatie actief uit, waardoor de gemeente zicht heeft op het verloop van de ontwikkeling waarbij de gemeente kan ingrijpen als middelen niet op de juiste manier worden besteed. Hierdoor blijft de gemeente grip houden op de budgetten en kosten, waardoor een eventueel financieel voordeel tussen het gehanteerde normbedrag en de feitelijk benodigde bedrag niet wordt aangewend voor de spreekwoordelijke gouden kranen. In dat geval wordt middels de eindafrekening het definitief te beschikken bedrag naar beneden bijgesteld en vervalt het "voordeel" naar de gemeente. Zo leidt een hogere normbedrag niet tot hogere kosten.
RISICO’S EN KANTTEKENINGEN
Risico’s 1. Aanpassen van de financiële kaderstelling kan gevolgen hebben voor de uitvoering van projecten. Door het verhogen van het ambitieniveau wordt de investering per school hoger. Wanneer de gemeente in de toekomst
minder middelen beschikbaar zou stellen voor onderwijshuisvesting dan nu is voorzien in begroting en MIP, leidt dit tot fasering of mogelijk uitstel van projecten. Er kunnen op dat moment minder projecten worden gerealiseerd mede vanwege de toename van het ambitieniveau maar minder beschikbare middelen. Een andere oorzaak die dit risico tot gevolg heeft is dat de rijksoverheid de normen verhoogd, met hogere kosten tot gevolg, maar geen ruimte voor gemeentelijke middelen. In het IHP-proces is dit risico aan de orde gekomen, waarbij de kwaliteit van onderwijshuisvesting prevaleert boven het aantal projecten. Echter, dit neemt niet weg dat de gemeente in haar wettelijke taak moet voorzien in bekostiging van voldoende en adequate onderwijshuisvesting. Gemeente en schoolbesturen gaan in gesprek over ambitieniveau en fasering bij perioden van financiële uitdagingen. De gemeenteraad blijft via de verordening en begroting kaderstellend. Zie verder kanttekening 1. 2. Aanbestedingen vallen hoger uit dan geprognosticeerd. Het schoolbestuur of de gemeente geven uitvoering aan het realiseren van bouwprojecten (bouwheerschap). In voorbereiding op aanbestedingen worden onafhankelijke kostenramingen opgesteld om een beeld te krijgen van het mogelijke aanbestedingsresultaat en benodigd budget.
De bouwmarkt van de afgelopen 2 jaar is grillig waardoor aanbestedingen (veel) hoger uitvallen dan begroot, als er al aannemers zijn die interesse hebben. Het aanbestedingsrisico is met de huidige markt niet te begroten. De beheersmaatregel, het laten uitvoeren van onafhankelijke kostenramingen voorafgaand aan aanbesteding, blijft gehandhaafd om voorafgaand zo veel als mogelijk invloed uit te oefenen op het aanbestedingsresultaat. Kanttekeningen 1. De financiële prognose voor onderwijshuisvesting is gebaseerd op de kosten die op dit moment inzichtelijk zijn en relevant zijn voor het MIP. De investeringen in onderwijshuisvestingen zijn gebaseerd op de stichtingskosten van het gebouw en terrein. Eventuele aankoop van locaties, sloopkosten, asbestsanering, bodemsanering, aanpassingen openbare ruimte, tijdelijke huisvesting en kosten voor bewegingsonderwijs zijn hierin niet meegenomen, tenzij hier al zicht op is. Zo zijn bijvoorbeeld de sloopkosten en een gymzaal voor de ISW Irenestraat (Tienercollege) wel meegenomen, omdat hier zicht op is. De kosten voor grondaankopen voor Monster Noord en Hoogeland nog niet, omdat volume, oppervlak en investering nog nader onderzocht worden. De beheersmaatregel voor het inzichtelijk maken van alle projectgebonden kosten is het opstellen van de Businesscase per project. Een onderdeel van de nieuwe werkwijze van het geactualiseerde IHP.
Investeringen in ruimte voor kinderopvangorganisaties worden niet meegenomen in het MIP, aangezien de huurinkomsten kostprijsdekkend zijn waardoor geen dekking middels het MIP nodig is. 2. Er gaat worden gewerkt aan een realistischer Meerjareninvesteringsplan, waarbij de uitvoerbaarheid en haalbaarheid voorop staat. Het college is van plan om in 2022 en begin 2023 het MIP vanaf 2023/2024 goed onder de loep te nemen en opnieuw te kijken naar programmering, fasering en prioritering, zodat het MIP meer realistisch wordt. Daarbij wordt gekeken naar een uitgavenplafond. Het vaststellen van dit IHP betekent niet dat er straks ineens geen ruimte meer is voor andere projecten uit het MIP of dat dit IHP deze operatie in de weg staat. Onderwijshuisvesting maakt ook straks integraal onderdeel uit van het MIP waarbij in zijn totaliteit allerlei aspecten meegewogen zullen gaan worden (financiële, personele inzet, wettelijke taken, etc.). Het voorliggende IHP is reeds optimaal geprogrammeerd, gefaseerd en geprioriteerd, binnen de reeds beschikbare middelen in de begroting. FINANCIËN
Normbedrag voor onderwijshuisvesting De gemeente Westland heeft voor haar investeringen in de periode van 2021 tot heden een normbedrag voor onderwi-
jshuisvesting gehanteerd van € 2.241 per m2; bruto vloeroppervlak (bvo) met prijspeil 1-1-2021 op basis van het investeringsniveau Bouwbesluit. GeÏndexeerde bouwprijsontwikkelingen uit 2021 leiden tot een indicatief normbedrag € 2.600 per m2; bvo als gekozen zou worden voor ambitieniveau Bouwbesluit. Het risico voor niet-succesvolle aanbestedingen (mede gelet op het ambitieniveau wordt zeer-reëel geacht gelet op landelijke en lokale aanbestedingsresultaten.) Het benodigde normbedrag voor Frisse Scholen klasse B en ENG met prijspeil 2022 is € 3.213 per m2; bvo en wordt afgerond naar € 3.200 per m2; bvo. Dit normbedrag is gebaseerd op een monitoring van aanbestedingsresultaten van Bureau Documentatie Bouwwezen (BDB), een onafhankelijk bouwkostendata bureau als genoemd in het IHP. Het college van B&W zal jaarlijks de normbedragen evalueren en bijstellen. Als bijstelling niet binnen het (financieel) kader van de raad past, zal deze ter besluitvorming worden voorgelegd aan de raad. Opgemerkt wordt dat het bedrag van € 3.200 per m2; bvo niet de volledige bijdrage betreft van de gemeente Westland. Uitgangspositie voor de gesprekken met de schoolbesturen is 10% eigen bijdrage conform de richtlijn in het IHP.
Echter, het is niet uit te sluiten dat de bijdrage van de schoolbesturen lager uitvalt waardoor in de dekking van het MIP veiligheidshalve is gerekend met 5% bijdrage vanuit de schoolbesturen. Dit komt neer op een bijdrage van maximaal € 3.040 per m2; bvo door de gemeente. In de communicatie richting schoolbesturen zal er aandacht zijn voor het interpreteren van het normbedrag van € 3.200 per m2; bvo vanwege een deel dat door de schoolbesturen moet worden bekostigd. Overigens sluit het aan bij de afspraken van het IHP, waardoor er geen risico is op weerstand. De communicatie dient tot het actief sturen op de verwachtingen. Ambities op onderwijshuisvesting passen in het huidige MIP Het besluit om in te stemmen met het ambitieniveau Frisse Scholen klasse B en energieneutrale scholen voor de projecten voortvloeiend uit het geactualiseerde IHP 2023-2038 past binnen de dekking van het bestaande Meerjaren investeringsplan (MIP). Ook is rekening gehouden met het voortgezet onderwijs, te weten vervanging van de ISW Irenestraat te Poeldijk (Tienercollege). De ambitie voor nieuwbouw van het Vakcollege in het Floragebied is hierin nog niet meegenomen, waarover de raad op een later moment wordt geÏnformeerd. In de onderstaande tabellen is het verschil getoond tussen het huidige MIP en MIP met herziene inrichting conform het IHP en de nieuwe ambitie Frisse Scholen klasse B en ENG.
Dit verschil is voor de periode 2022-2026 met € 19.017 nihil. Dit is weergegeven in de tabel, zie afbeelding 1 in de bijlage bij dit raadvoorstel COMMUNICATIE
Gemeente en schoolbesturen werken samen aan toekomstbestendige schoolgebouwen. Scholen die passen bij de leerlingontwikkeling, scholen met een gezond binnenklimaat, duurzame scholen en scholen met een functie ook na schooltijd. Deze ambities zijn vastgelegd in het nieuwe Integraal Huisvestingsplan voor Primair-, Speciaal basis-, Voortgezet (Speciaal) onderwijs (IHP). Ook zijn in dit nieuwe IHP de vernieuwingsopgaven voor de komende 16 jaar geprioriteerd. De projecten voor de komende 4 jaar zijn vastgelegd in het Uitvoeringsplan 2023-2026, waaronder nieuwe projecten als de Herman Broeren in Monster en Naaldwijk en de Driekleur en Kameleon in ’sGravenzande. De raad is gevraagd kennis te nemen van het IHP PO, SBO, (V)SO 2023-2038 en Uitvoeringsplan 2023-2026 en is gevraagd om in te stemmen met het verhogen van het kwaliteitsniveau voor nieuwe onderwijshuisvestingsprojecten. EXTERN OVERLEG
Dit voorstel is tot stand gekomen samen met de betrokken schoolbesturen.
en Het Beheercollectief Scholen (adviseur en procesbegeleiding) VERVOLGTRAJECT
Het college voert, samen met de schoolbesturen en betrokken maatschappelijke organisaties (oa kinderopvang), het Uitvoeringsplan 2023-2026 (1e tranche) van het IHP uit. De gemeenteraad wordt via de P&C cyclus geÏnformeerd over de voortgang. In 2024 wordt het Uitvoeringsplan 2023-2026 (2e tranche) met de raad besproken samen met een aanvulling op het nu vastgestelde IHP waarin nader invulling wordt gegeven aan een strategie op o.a.:
• huisvesting van bewegingsonderwijs (integrale visie op onderwijs en sport); • inclusiever onderwijs (visie op huisvestingsconsequenties integratie en samenwerking van regulier en speciaal onderwijs);
• openbare schoolpleinen (afspraken over bekostiging en onderhoud openbare schoolpleinen). Burgemeester en wethouders van Westland, de secretaris,
de burgemeester,
A.C. Spindler
B.R. Arends
RAADSBESLUIT
De raad van de gemeente Westland; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 23 augustus 2022, met de volgende bijlage(n):
• IHP PO, S(B)O, VSO 2023-2038 d.d. • Uitvoeringsplan 2023-2026 1e tranche d.d. gelet op het bepaalde in artikel de Gemeentewet (artikel 149), Wet op het Primair Onderwijs (artikel 102), Wet op de Expertisecentra (artikel 100) en Wet op het Voortgezet Onderwijs (artikel 76) gehoord het advies van de commissie MO van 29 augustus 2022 en gehoord de beraadslagingen van onderhavige vergadering;
besluit:
1. kennis te nemen van het "Integraal Huisvestingsplan PO, SBO, (V)SO 2023-2038" en het "Uitvoeringsplan 2023-2026";
2. in te stemmen met het kwaliteitsniveau Frisse Scholen klasse B en ENG voor onderwijshuisvesting; 3. het college toe te staan binnen de beschikbare financiële kaders een bijpassend marktconform normbedrag vast te stellen in afwijking op de systematiek van de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Westland 2015. Aldus besloten door de raad in zijn openbare vergadering van 13 september 2022,
de griffier
de voorzitter
A.P.M.A.F. Bergmans.
B.R. Arends