Vaststelling bestemmingsplan Prinsenland te Honselersdijk (20-0334301)
Tekst van het document
iit*9
Him JJ
W.'jíJ
PRINSENLAND TE HONSELERSDIJK bestemmingsplan NL.IMRO.1783.HONPRINSENLANDpbp-VA01 vastgesteld
GEMEENTE
vrW/ r ^ V
".rif
Kŕl-u-c.ř- -' "V
J UİİÉİ ** -AWį” “
w
;
J
- -v"M V*ijý1 í Tiìli ' * ^ j
T oelichting
3
4
Inhoudsopgave
Toelichting Hoofdstuk 1
3 Inleiding
7
1.1
Aanleiding
7
1.2
Ligging plangebied
7
1.3
Geldend bestemmingsplan
8
1.4
Leeswijzer
9
Hoofdstuk 2 2.1
Gebiedsvisie
Beleidskader
10 10
2.2
Ruimtelijk-functionele structuur
18
2.3
Gebiedsvisie
21
Hoofdstuk 3
Onderzoek
23
3.1
Ladder voor duurzame verstedelijking
23
3.2
Bedrijven en milieuzonering
25
3.3
Geluid
25
3.4
Luchtkwaliteit
26
3.5
Externe veiligheid
28
3.6
Milieueffectrapportage
32
3.7
Water
33
3.8
Bodem
42
3.9
Ecologie
43
3.10
Cultuurhistorische aspecten
46
Hoofdstuk 4
Juridische planbeschrijving
48
4.1
Planvorm
48
4.2
Bestemmingsregeling
50
Hoofdstuk 5
Uitvoerbaarheid
52
5.1
Economische uitvoerbaarheid
52
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
52
Regels Hoofdstuk 1
55 Inleidende regels
56
Artikel 1 Begrippen
56
Artikel 2 Wijze van meten
64
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
65
Artikel 3 Groen
65
Artikel 4 Tuin
66
Artikel 5 Verkeer - Verblijfsgebied
67
Artikel 6 Water
68
5
Artikel 7 Wonen
69
Artikel 8 Waterstaat- Beschermingszone
72
Hoofdstuk 3
73
Algemene regels
Artikel 9 Anti-dubbeltelregel
73
Artikel 10
Algemene bouwregels
74
Artikel 11
Algemene gebruiksregels
75
Artikel 12
Algemene afwijkingsregels
76
Artikel 13
Overige regels
77
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels
79
Artikel 14
Overgangsrecht
79
Artikel 15
Slotregel
80
Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1
Inspraak en overleg
Bijlage 2
Situatietekening
Bijlage 3
Onderzoek externe veiligheid en bedrijven en milieuzonering
Bijlage 4 Bijlage 5
Vormvrije m.e.r.-beoordeling Waterstudie
Bijlage 6
Bodemonderzoek
Bijlage 7
Eco-effectenscan
Bijlage 8
Soortgericht onderzoek
Bijlage 9
Stikstofberekening
Bijlage 10 Bijlage 11
Archeologisch onderzoek Staat van wijzigingen
Bijlage 12
Nota beantwoording zienswijzen
6
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Op 1 juli 2019 is een aanvraag binnen gekomen voor het opstellen van een bestemmingsplan voor het woningbouwproject Prinsenland aan de Burgemeester Hoogenboomstraat in Honselersdijk. Het woningbouwproject bestaat uit de ontwikkeling van 27 woningen, variërend van patiowoningen, twee-onder-één-kapwoningen tot rijwoningen. De woningen worden door de ontwikkelaar gerealiseerd met bijbehorende openbare voorzieningen in infrastructuur, waaronder begrepen groenvoorzieningen, parkeervoorzieningen en waterpartijen.
ū—PD
Van Heijstlaan
Situatietekening, volledige versie in Bijlage 2.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied is gelegen aan de Burgemeester Hoogenboomstraat in Honselersdijk. Het plangebied ligt aan de rand van de kern van Honselersdijk en grenst aan het glastuinbouwgebied in het zuidoosten. Aan de noordoost zijde van het plangebied ligt de wijk Parckzight.
7
mm
X '
.V
-r\ i ,
Locatie plangebied in de omgeving. ŕ?
Vķ
^
Ą
^ 'r\
v 'iV
' :
*' 4
■v
. ş1,:
V? 5 V. »
mm.
ÏÏÊSm Ä
Ligging plangebied.
1.3
Geldend bestemmingsplan
Binnen het plangebied waren, voor het van kracht worden van dit bestemmingsplan, de volgende planregimes van kracht: *
Bestemmingsplan "Kern Honselersdijk", vastgesteld 20 maart 2012. Volgens dit bestemmingsplan was de bestemming van het plangebied 'Agrarisch' met dubbelbestemming
8
*
t- -ft
'Waarde - Archeologie -4'. Voorliggend bestemmingsplan vervangt het bestemmingsplan "kern Honselersdijk" gedeeltelijk. "Paraplubestemmingsplan Parkeernormen", vastgesteld 20 februari 2018. Voorliggend bestemmingsplan vervangt het "Paraplubestemmingsplan Parkeernormen" gedeeltelijk.
44 4- 4
4- 4 4- -ŕ'v+j
4-4-44-4-4-
4-4-4-
*4 4
4- 4 ,+ 4-4-4-4++ 4 4\4 4 4 4 4 + 4 4
4-4-4-,
4\4 4
f 4 4 4 Y+ +Z
/4 4
4 4. 4 V,
444
4444 4 4 4 4 '-4' 4 4/4 4 4 + 4 4 4 4 4 4 4 4 4 + 4 + 4 4 T* 4+4 4 4 4+4 4 4 4 4 4
444
4 4 4. 4 4s 4 4 -4 4 4-4
.4 T 4\4 4 4 4/ 4 4 4 -ft 4\4 4 4 4 -i\4 4\4 -ty 4 + 44 4+4 4S+ 4 4 +S+ 4 4 S+ 4 + 44 4 4 4\4 4 + 4
4 4 4 4,
44 f 4
f 4-
4 4
44+4 4 + 44 4 + 44 4 4
4 4\4 4/4 4 4 -ft4 4 44 4 -ft
44444 44 444 4 44 44444 4444 4 44444444 ,4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4' I+ + + + + + + + + + + + + +1 444444444444 4^ 4 4 4 4 44 4 4 4 4 -ft + + + + + + + + + + + 4+I 4'4 ■4 -ft 4+4 4. 4 4
4 4* 4\4 4
444444444444 4444444444 44444444 44 444 4 4 + 44 H- 4 4 +Î
■I- 4
4 4 4 4 4 .4 4 4 4 4 4 4 4\4 +A 4\4 4 + 4 Hv. 4 1.4 4 4/4 -N+ 4 4 4 4 4 4 4 4 + 44 f 4 444444444 4 4.+V f 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4/4/4 4\4 4 4 4 -44- 4 ÁĴS 4 + 4 4 4 4 4 4
f 4 4 f 4 4 4
Uitsnede www.ruimtelijkeplannen.nl.
1.4
Leeswijzer
Het bestemmingsplan "Prinsenland te Honselersdijk" bestaat uit een toelichting, planregels en een planverbeelding. De toelichting is als volgt opgebouwd. In Hoofdstuk 2 komt de gebiedsvisie aan de orde. Hierin wordt de ruimtelijke en functionele hoofdstructuur van het plangebied beschreven met aandacht voor cultuurhistorisch waardevolle elementen, overige ruimtelijke kwaliteiten, aanwezige knelpunten en te verwachte ontwikkelingen. Dit tezamen leidt tot een beschrijving van de gemeentelijke visie op het gewenste behoud en beheer van de ruimtelijke kwaliteit in het plangebied. In Hoofdstuk 3 wordt onderzoek op het gebied van milieu, ecologie, archeologie en cultuurhistorie en water behandeld. In Hoofdstuk 4 wordt dieper ingegaan op de planvorm en de achtergrond bij de regels die zijn opgenomen voor de verschillende bestemmingen. Tot slot wordt in Hoofdstuk 5 ingegaan op de economische en de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
9
Hoofdstuk 2 2.1
Gebiedsvisie
Beleidskader
De beleidscontext voor de visie op het plangebied wordt gevormd door gemeentelijke, regionale, provinciale en landelijke beleidsrapportages. In dit hoofdstuk is het relevante beleid samengevat. Het hier samengevatte beleidskader is niet uitputtend. In de toelichting wordt op een aantal plaatsen verwezen naar specifiek beleid of beleidsnotities die niet in deze paragraaf worden behandeld. Tot slot wordt in dit hoofdstuk een beschrijving gegeven van de visie op het plangebied. Deze visie is gericht op het behoud en beheer van de ruimtelijke kwaliteit.
2.1.1
Gemeentelijk beleid
Structuurvisie Westland 2025-Perspectief 2040 Na een periode van ongekende groei heeft de economische conjunctuur een ongewild moment van bezinning gebracht. Ambities en de realiteit van alledag sluiten niet meer op elkaar aan. Met dit besef stelt de gemeente haar structuurvisie op, in de wetenschap dat de rol van de overheid de komende jaren zal veranderen. De visie geeft een ruimtelijk toekomstperspectief, ons streven voor de langere termijn, zonder daarbij de realiteit uit het oog te verliezen. In het perspectief 2040, dat in dialoog met de samenleving tot stand is gekomen, staan de ambities voor de toekomst van Westland. Hierin staan ook de kernwaarden die we als meetlat gebruiken bij toekomstige afwegingen of ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt of niet. We zetten zo eerst de stip op de horizon om aan te geven waar we naartoe willen. Op basis daarvan gaan we aan de slag met ruimtelijke ontwikkelingen die ons dichter bij het geschetste perspectief brengen. Met deze visie op basis van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) faciliteert Westland de gewenste ontwikkelingen en stelt het tegelijkertijd het ruimtelijk kader tot 2025, met het besef dat de uitwerking aan vele partijen is. Westland wil ontwikkelingen mogelijk maken en niet opleggen onder het adagium ‘alleen ga je sneller, samen kom je verder'.
Deze visie gaat uit van participatie planologie, wat betekent dat de gemeente nadrukkelijk andere partijen uitnodigt en haar partners zoekt bij het verwezenlijken van een gedeelde ambitie. De visie is het beleidsbepalend document voor ruimtelijke ontwikkeling in Westland, waarmee duidelijkheid wordt verschaft aan ontwikkelende partijen en over de functionele invulling van gebieden. De structuurvisie biedt een juridische basis voor bovenplanse verevening en vormt de basis voor bijdragen aan ruimtelijke ontwikkelingen in anterieure overeenkomsten met marktpartijen.
10
Westland
Mobiliteitsvisie Duurzaam Bereikbaar Westland Op 10 december 2019 is de Mobiliteitsvisie Duurzaam Bereikbaar Westland vastgesteld door de gemeenteraad. Het gemeentelijk mobiliteitsbeleid was tot de vaststelling van deze Mobiliteitsvisie gebaseerd op het Westlands Verkeer- en Vervoerplan 2005-2015 (WVVP) en de Structuurvisie Westland 2025. Veel van de hierin opgenomen doelstellingen en uitvoeringsprogramma's zijn gerealiseerd, dan wel aan herziening toe. Er komt steeds meer verkeer in Westland. Om ervoor te zorgen dat we nu en in de toekomst nog vlot tussen dorpen en van dorp naar steden kunnen reizen, maken we plannen en nemen we maatregelen. De volgende mobiliteitsdoelen zijn opgenomen in de mobiliteitsvisie: * « * * *
Logistieke bereikbaarheid; De auto minder dominant; Volwaardige alternatieven voor de auto; Westland verkeersveilig; Duurzaam Westland.
Beleidsregel Parkeernormering gemeente Westland 2018 In de vergadering van burgemeester en wethouders van 16 januari 2018 is de 'Beleidsregel Parkeernormering gemeente Westland 2018' vastgesteld. Hiermee vervalt de verwijzing naar het WVVP. In het beleid is de parkeernormering van de gemeente Westland geactualiseerd en in overeenstemming gebracht met de meest recente kerncijfers van het CROW (landelijke richtlijnen).
Beleidsnotitie conventionele explosieven in het Westland In de beleidsnotitie conventionele explosieven in het Westland wordt beschreven hoe om moet worden gegaan met diepte werkzaamheden op locaties die mogelijk conventionele explosieven bevatten. De basis voor het gemeentelijk beleid voor het opsporen van explosieven is de explosieven risicokaart. Deze kaart geeft een eerste indicatie van het mogelijke gevaar van diepte werkzaamheden op bepaalde locaties in het Westland. In het projectgebied zijn geen mogelijke vindplaatsen van conventionele explosieven aanwezig.
11
Handhaven op maat Op 17 november 2015 hebben burgemeester en wethouders van Westland de beleidsnota 'Handhavingsbeleid, integrale handhaving Wabo taken' vastgesteld. Hierin zijn de doelen en richting voor milieuhandhaving en bouw- en woningtoezicht beschreven. De naleving van wet- en regelgeving is daarbij een gezamenlijke verantwoordelijkheid van gemeente, burgers en bedrijven. De wet- en regelgeving zijn bedoeld om kwaliteit, veiligheid en leefbaarheid binnen de leefomgeving te beschermen en bevorderen en dat is in ieders belang. Dit draagt bij aan een prettige woon-, werk- en leefomgeving voor de burgers en ondernemers van de Gemeente Westland. De handhaving van de regelgeving vervat in dit plan is een bevoegdheid van burgemeester en wethouders. Het gaat daarmee vooral om de planregels inzake het bouwen en het gebruik van gronden en bouwwerken. Een aantal vormen van gebruik wordt specifiek aangeduid als strijdig met de bestemming, zodat handhavend optreden hiertegen eenduidig mogelijk te maken. Uiteraard betreft het hier een niet-limitatieve opsomming. Handhaving van dit plan is van belang om de ruimtelijke kwaliteit en de leefbaarheid er van in stand te houden. Daarnaast heeft handhaving uiteraard ook een belangrijke functie in het kader van de rechtszekerheid en rechtsgelijkheid.
De planregels in dit plan zijn voldoende duidelijk, concreet en toepasbaar om te kunnen handhaven. Handhaving van het plan zal in de praktijk primair plaatsvinden via de bestemmingsplantoets in het kader van de omgevingsvergunning en door feitelijk toezicht op de aanwezigheid van bouwwerken en op gebruiksactiviteiten. Binnen de gemeente heeft het team bouw- en woningtoezicht van de afdeling Ruimte, Omgeving en Veiligheid hierin een centrale taakstelling. Bij gebleken strijdigheid met het plan wordt, afhankelijk van de prioriteitsstelling, een handhavingstraject ingezet.
Woonvisie De Woonvisie Westland 2020-2030 is een actualisatie van de Woonvisie van 2016 en richt zich op het deelonderwerp "wonen" van de Ontwerp-Omgevingsvisie Westland. De Woonvisie is vastgesteld in juli 2020. De Omgevingsvisie van gemeente Westland vormt de rode draad voor de ruimtelijke plannen en woningbouwplannen in Westland de komende jaren. Onze focus blijft op het tuinbouwcluster liggen, maar we zoeken daarin een betere balans met de leefomgeving. Westland wil een groenere, gezonde en aantrekkelijke gemeente zijn. In de toekomst ligt de drijfveer bij bouwen in het creëren van maatschappelijke meerwaarde. Westland werkt aan een beheersbare groei van het aantal woningen, zodat het aanbod aansluit bij de behoeften van de Westlandse bevolking en mensen die economisch verbonden zijn met de gemeente. Het woonmilieu in Westland is onderscheidend ten opzichte van de omliggende steden en sluit aan bij het dorpse leefklimaat. De woningmarkt is continu in beweging. Dit verdraagt geen strak gedetailleerd programma, maar een kader voor beslissingen. De Woonvisie biedt het kader voor besluiten over programma's, inzet van middelen en capaciteit en geeft richting aan het handelen van de gemeente en haar partners. De Woonvisie is in overleg met de woningcorporaties, huurdersorganisaties, zorgorganisaties, uitzenders en tuindersorganisaties tot stand gekomen.
Prioriteiten en uitgangspunten van de Woonvisie De "Woonvisie Westland 2020-2030" geeft de prioriteiten, uitgangspunten en visie hoe Westland er in 2030 uit moet zien op het gebied van (zorg)wonen en huisvesting arbeidsmigranten.
De hoofdthema's van Woonvisie zijn:
Betaalbaarheid *
* * «
doelgroepen die aangewezen zijn op betaalbare woningen (starters, gezinnen, ouderen, zorgbehoevenden, corporatiedoelgroepen, middeninkomens, arbeidsmigranten, vergunningshouders, woonwagenbewoners); grootte en differentiatie sociale woningvoorraad; woonlasten; gevolgen verkoop Vestia-woningen.
Doorstroming en wooncarrière *
bevorderen doorstroming;
12
« *
senioren (doorstroming vanuit sociale eengezinswoning); slaagkansen inwoners Westland.
Nieuwe bouwambitie * * * * « * * *
behoud karakter kernen; vergroening en verduurzaming; huisvestingsoplossingen buiten de kernen; wonen met zorg: levensloopgeschiktheid Z aanpasbaarheid; programma voor nieuwe projecten/locaties: 30-5-20-45*; herbestemming maatschappelijk vastgoed; flexwonen; huisvesting arbeidsmigranten, ook buiten kernen en op percelen glastuinbouwbedrijven.
(*) 30o7o sociale huur, 507o goedkope koop, 20o7o middeldure koop of huur, 4507o duurdere koop
Beleid en beleidsregels voor opslag en verkoop van consumentenvuurwerk in Westland In deze Nota wordt aangegeven dat het wenselijk is een goede ruimtelijke spreiding van de verkooppunten van consumentenvuurwerk te bewerkstelligen. Doel bij een ruimtelijke benadering is het bereiken van een gelijkmatige spreiding van (kleine) bedrijven voor verkoop en opslag van consumentenvuurwerk over Westland, om op deze wijze straathandel en vuurwerktoerisme zoveel mogelijk te voorkomen. Daarbij moet er binnen elk verzorgingsgebied sprake zijn van voldoende (vuurwerk)aanbod om de lokale markt te voorzien en zodoende illegale handel in principe overbodig te maken en te voorkomen. Het uitgangspunt voor opslag en verkoop van consumentenvuurwerk van de gemeente Westland is: Ruimte bieden aan ondernemers voor opslag en verkoop van consumentenvuurwerk met inachtneming van veiligheid en milieuregelgeving onder voorwaarde van een goede ruimtelijke spreiding. Met daarbij de volgende randvoorwaarden: * * * * * * * *
in de gemeente Westland wordt alleen consumentenvuurwerk opgeslagen. Opslag en verkoop van professioneel vuurwerk is niet toegestaan; iedere vestiging van opslag en verkoop van consumentenvuurwerk zal worden getoetst aan voldoende ruimtelijke spreiding in de gemeente Westland; in de gemeente Westland worden maximaal 18 vestigingen voor opslag- en verkooppunten van consumentenvuurwerk toegestaan; opslag tot en met 1.000 kg is beperkt toegestaan in de dorpskernen; nieuwe vestiging in dorpskernen is niet toegestaan; de vestiging van bedrijven met een opslag tot en met 10.000 kg heeft de voorkeur in gebieden waar een bedrijfsbestemming geldt of in tuincentra; opslag boven de 10.000 kg consumentenvuurwerk is uitgesloten; bestaande bedrijven in strijd met deze uitgangspunten mogen de activiteiten voortzetten.
In de planregels van het voorliggende bestemmingsplan is opgenomen dat opslag en verkoop van consumentenvuurwerk niet is toegestaan.
2.1.2
Regionaal beleid
Metropoolregio Den Haag-Rotterdam In de metropoolregio Rotterdam Den Haag werken 23 gemeenten samen aan het verbeteren van de bereikbaarheid en het vernieuwen van de economie. Daarmee versterken ze onder meer de (internationale) concurrentiepositie van de regio. Met elkaar vormen deze 23 gemeenten het bestuur van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH).
Voor het overleg tussen de 23 gemeenten en het nemen van besluiten kent de MRDH de volgende besturen en commissies: het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur, de bestuurscommissie Vervoersautoriteit (Va), de bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat (EV) en de voorzitter. Met 23 gemeenten, 2,3 miljoen mensen, 1,2 miljoen banen met werk voor 13,50Zo van de Nederlanders en een bijdrage van 150Zo aan het BNP is de metropoolregio een regio die er toe doet. Voor een
13
grootstedelijke regio waar het goed wonen, werken en recreëren is, heeft de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) zichzelf twee belangrijke ambities gesteld: het vernieuwen van economie en het verbeteren van de bereikbaarheid. Het Rijk gaf de Metropoolregio Rotterdam Den Haag de status van vervoerregio. En daarmee ook wettelijke taken rond verkeer en vervoer. Aan het begin van elke nieuwe bestuursperiode (elke vier jaar) stelt het bestuur een regionale strategische agenda vast, van waaruit de regionale vraagstukken worden opgepakt. De huidige strategische agenda loopt tot en met 2022.
2.1.3
Provinciaal beleid
Omgevingsbeleid (1 april 2019) Het omgevingsbeleid Zuid-Holland is op 1 april 2019 in werking getreden. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en een Omgevingsverordening. Omdat onderdelen uit het Programma ruimte naar het visiedeel zijn omgezet, is het resterende deel hiervan nu onderdeel van het Omgevingsbeleid. Het gehele Omgevingsbeleid is alleen redactioneel gewijzigd, de beleidsinhoud is niet veranderd. Het beleid is eenvoudiger, transparanter en toegankelijker gemaakt voor initiatiefnemers in Zuid-Holland. Al het sectorale beleid is samengevoegd in een digitaal systeem, dubbele teksten zijn er uit gehaald en samenhang is inzichtelijker gemaakt. Hiermee is een einde gekomen aan sectorale visies en nota's. Het beleid kan nu modulair worden aangepast en daarmee kan het Omgevingsbeleid doorontwikkeld worden richting inwerkingtreding van de Omgevingswet. Met het samenbrengen van verschillende beleidsplannen voor de fysieke leefomgeving tot 1 integraal Omgevingsbeleid sorteert de provincie voor op de Omgevingswet. De Omgevingswet verplicht provincies om 1 Omgevingsvisie en een Omgevingsverordening te maken.
De Omgevingsvisie bestaat uit de volgende onderdelen: * * * *
Een introductie op het Omgevingsbeleid, waarin opgenomen de ruimtelijke hoofdstructuur; De ontwikkelrichting die is opgenomen in het deel Ambities en sturing; Een beschrijving van de omgevingskwaliteit van Zuid-Holland, waaronder de provinciale inzet voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit; Samenhangende beleidskeuzes, integraal toegankelijk via de digitale raadpleegomgeving.
Met het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Hieraan wordt richting gegeven door het maken van samenhangende beleidskeuzes, die volgen uit onze provinciale opgaven. Deze beleidskeuzes werken door naar uitvoeringsprogramma's en naar regels in de verordening. Het geheel aan bestaande beleidskeuzes, inclusief de doorwerking naar programma's en verordening, vormt het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving.
Ruimtelijke hoofdstructuur De ruimtelijke hoofdstructuur toont de essentie en de samenhang van verschillende ruimtelijke beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie. Het integrale kaartbeeld van de ruimtelijke hoofdstructuur is opgebouwd uit de volgende kaartbeelden: * * * * « * *
het dagelijks stedelijk systeem, dat bestaat uit de stedelijke agglomeratie en de daarmee via h.o.v. verbonden regiokernen; de hoogstedelijke zone tussen leiden en dordrecht; het logistiek-industriële systeem van mainport, greenports langs vaarwegen en zware infrastructuur; de samenhang van grote landschappelijke eenheden met de stedelijke agglomeratie; de groene ruimte en de groenblauwe structuur; het bodem- en watersysteem; energie
14
RUIMTELIJKE HOOFDSTRUCTUUR
k r*/
m
ŵ g
Ruimtelijke hoofdstructuur van de ondergrond De drukte in de ondergrond neemt toe als gevolg van nieuwe mogelijkheden om de ondergrondse ruimte te benutten en de toenemende druk op de bovengrondse ruimte. Dat vraagt om een actieve ordening van ondergrondse functies, afgestemd met bovengrondse ontwikkelingen, in een driedimensionale planvorming (3D-ordening). De ruimtelijke hoofdstructuur van de ondergrond toont indicatief en informatief de huidige ruimtelijke situatie van de ondergrond en strategische doelstellingen voor de ondergrond. De kaart verbeeldt de grotere ondergrondse infrastructuur van bovenlokaal belang én de gebieden met een specifieke betekenis vanuit een ondergronds belang. Onder de grote ondergrondse infrastructuur van bovenlokaal belang zijn meegenomen de (buis)leidingen, warmtenetwerken, tunnels in het openbaar vervoer en wegennetwerk. Gebieden met een specifiek ondergronds belang hebben betrekking op de bescherming/reservering voor de drinkwatervoorziening, de ambitie voor bodemenergie, de stimulering van ondergrondse waterberging, aardkundige waarden en hoge archeologische waarden.
15
RUIMTELIJKE HOOFDSTRUCTUUR ONDERGROND
Programma Ruimte Een nieuwe versie van het Programma ruimte is gelijktijdig met de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening vastgesteld en in werking getreden. Het nieuwe Programma ruimte heeft een iets andere opzet gekregen dan voorheen. Er is gekozen om het algemene beleid zoveel mogelijk bij elkaar te zetten in de Omgevingsvisie. Een deel van het beleid uit het oude Programma ruimte is daarom overgezet naar de Omgevingsvisie. Het resterende deel van het Programma ruimte bevat vooral locatie specifieke en programmatische gegevens. Het gaat om een nadere invulling en uitwerking van een aantal ruimtelijk relevante onderdelen van de Omgevingsvisie. De 3 ha kaart en de tabellen met locaties groter dan 3 ha buiten bestaand stads- en dorpsgebied is terug te vinden in het nieuwe Programma ruimte.
Ambitie Zuid-Holland is een strategisch gelegen, vruchtbare delta, grotendeels onder zeeniveau, met een dalende bodem en mede daardoor met een uniek gevarieerd kust-, veen- en rivierenlandschap. In dit gebied hebben inwoners het landschap gevormd en bewoonbaar gemaakt door inpoldering. Ook hebben onze inwoners het gebied verbonden met de rest van de wereld. In de loop der eeuwen heeft zich in Zuid-Holland een meerkernig stedelijk netwerk ontwikkeld. Een centrum van handel, cultuur en wetenschap, met als kenmerk en kracht de diversiteit aan mensen, landschap en economie. Een dynamische delta die altijd dreigingen heeft weten om te zetten in kansen. Zuid-Holland is kwetsbaar voor veranderingen, zoals globalisering, klimaatverandering, demografische trends en nieuwe technologie. In ons laaggelegen deltagebied heeft de klimaatverandering grote ruimtelijke, economische en sociale gevolgen. Zuid-Holland is als open economie gevoelig voor de gevolgen van globalisering. De segregatie neemt toe. Onze energie-intensieve economie heeft, zoals ook benoemd in het klimaatakkoord van Parijs, alleen toekomst als wordt overgegaan tot verduurzaming. Daarnaast zorgt de trek naar de stad voor een toenemende druk op onze schaarse ruimte. Tegelijkertijd herbergt deze regio een groot reservoir van talent, creativiteit en ondernemerskracht.
De Provincie ziet zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving. Deze nevengeschikte ambities staan niet op zichzelf. Ze zijn geworteld in de historie, ligging en economische structuur van
16
Zuid-Holland en gekoppeld aan de strategische uitdagingen waar deze regio voor staat. Onze ambities zijn de kaders waarbinnen wij ruimte geven. * * » « * *
Naar een klimaatbestendige delta; Naar een nieuwe economie: the next level; Naar een levendige meerkernige metropool; Energievernieuwing; Best bereikbare provincie; Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving
2.1.4 Rijksbeleid Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte 8, AMvB ruimtelijke ordening Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar & veilig. Daar streeft het Rijk naar met een aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen scherp prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Een actualisatie van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid is daarvoor nodig. De verschillende beleidsnota's op het gebied van ruimte en mobiliteit zijn gedateerd door nieuwe politieke accenten en veranderende omstandigheden zoals de economische crisis, klimaatverandering en toenemende regionale verschillen onder andere omdat groei, stagnatie en krimp gelijktijdig plaatsvinden. De structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geeft een nieuw, integraal kader voor het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en is de 'kapstok' voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties.
Doelen In de structuurvisie Infrastructuur en Ruimte formuleert het Rijk drie hoofddoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar & veilig te houden voor de middellange termijn (2028): * « *
het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn.
Het Westland is op de kaart van de nationale ruimtelijke hoofdstructuur aangewezen als Greenport.
NATIONALE RUIMTELIJKE HOOFDSTRUCTUUR Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van
Nederland Ij Stedell|ke regio met toptectoren
G viainpotl Schiphol Q Malnport Rotterdam
O Bra npcr. Zuidoost Nederland 0 Giwipctl
eLuidas ļy Stad van internationaal reent, vrede en veiligheid 0
HSL .'ICE station
ü
Overige luchtheven van nationaal belang
Q Zeehaven van nationaal belang ®
Binnenhaven van nationaal belang
s-'r~
Figuur - Uitsnede kaart nationale ruimtelijke hoofdstructuur
Nationale belangen De structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is vertaald in de AMvB ruimtelijke ordening. De AMvB omvat alle
17
ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de Ecologische Hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met de AMvB Ruimte maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Uit de regels en kaarten behorende bij de AMvB kan worden afgeleid welke aspecten relevant zijn voor het ruimtelijke besluit. Voor het projectgebied zijn geen nationale belangen in het geding.
2.1.5
Conclusie
De ontwikkeling voor het realiseren van 27 woningen voor het woningbouwproject Prinsenland aan de Burgemeester Hoogenboomstraat te Honselersdijk is in overeenstemming met de beleidskaders van de verschillende overheden.
2.2
Ruimtelijk-functionele structuur
2.2.1
Ruimtelijke aspecten
Huidige situatie: Het projectgebied bestaat in de huidige situatie uit een grasveld met daarop één woning gesitueerd. Zoals onderstaande afbeelding weergeeft was het projectgebied voorheen in gebruik voor de glastuinbouw.
'E-S'Ą ,
mms ’ĝmm,
m
Ą V ‘,
Situatie in 2008.
18
vs SSg|?g l&SfrCfl
'žmm-
mm ,, s;ś?f
p^ľriì,
^/y
Km Im
as -,
k
'
m Jsk
m&ffiSKfåävZMSwůÿk. ..
Situatie in 2019.
De locatie ligt binnen de rode contour Honselersdijk en wordt in het Ruimtelijk Ontwikkelingskader Honselersdijk ook genoemd als te ontwikkelen voor woningbouw.
Toekomstige situatie: Het bestaande woonhuis aan Burgemeester Hoogenboomstraat 5 te Honselersdijk wordt gesloopt. Tevens wordt al het aanwezige groen in de privé tuin en op de grasvelden gerooid. De noordelijke watergang wordt verbreed. Na sloop wordt het terrein bouwrijp gemaakt en vindt nieuwbouw plaats. Het bestemmingsplan Prinsenland omvat de bouw van 27 woningen aan de Burgemeester Hoogenboomstraat in Honselersdijk. Het grootste gedeelte bestaat uit twee-onder-één-kap woningen. In het gebied komen daarnaast patiowoningen en rijwoningen. Deze bebouwing is een passende invulling voor deze locatie omdat het gebied omgeven wordt door bestaande woonbebouwing in verschillende vormen. De nieuwe bebouwing volgt dan ook de structuur van de bestaande wijk. De patiowoningen en twee-onder-één-kap woningen hebben minimaal één parkeerplaats op eigen terrein. Dit parkeren zal plaatsvinden naast de woningen. De overige parkeerplaatsen worden in het openbaar gebied gerealiseerd. De woningen worden door de ontwikkelaar gerealiseerd met bijbehorende voorzieningen en infrastructuur, waaronder begrepen groenvoorzieningen, parkeervoorzieningen en waterpartijen.
19
Situatietekening.
Woningbouwprogramma: De 27 woningen worden gerealiseerd in verschillende koopsegmenten, van sociale koop tot extra dure koop. Zo bevat de het bestemmingsplan een vijftal patiowoningen met het woonprogramma op de begane grond en daarmee levensloopbestendig en iets meer gericht op 55+ers en licht zorgbehoevenden. Gezien de woning samenstelling en de afstand tot de centrumvoorzieningen is in overleg besloten deze vijf woningen te realiseren op basis van de eisen van Woonkeur-basis. Aan het water worden twaalf twee-onder-een-kap woningen gerealiseerd. Tegenover de twee-onder-een-kap woningen worden tien aaneengebouwde woningen gerealiseerd. Zes van deze woningen worden gerealiseerd in het bereikbare koopsegment en vier woningen in het sociale koopsegment. In totaal zal 37Zo van het project binnen de 'sociale' paragraaf van de Woonvisie van de gemeente Westland worden gerealiseerd. Deze woningen voorzien in een doelgroep van starters, alleenstaanden, et cetera. In de Westlandse Woonvisie is de ambitie uitgesproken om 35Zo betaalbare nieuwbouw te realiseren, waarvan 200Zo sociale huur. Met voorliggend plan wordt een woningbouwprogramma aangeboden welke een brede doelgroep aanspreekt. Door de grote differentiatie in dit relatief kleine project zijn de betrokken partijen het erover eens dat hiermee afdoende invulling wordt gegeven aan de Woonvisie.
Het woningbouwpogramma van dit bestemmingsplan is contractueel vastgelegd tussen gemeente en ontwikkelaar.
2.2.2
Verkeer
Verkeersverbindingen algemeen De ontsluiting van Prinsenland gebeurt via de bestaande woonwijk, aansluitend op de Johan van Oldebarneveldstraat en de Van Heijstlaan. Op deze manier heeft de wijk altijd een calamiteiten ontsluiting. De weg is een 30 km/woonerf, waarbij de openbare ruimte voldoet aan het meest recente Programma voor standaardinrichting openbare ruimte (PVS) van de gemeente.
Parkeren
20
Op basis van de "Parkeerverordening Westland 2018" is de behoefte van het aantal parkeerplaatsen berekend. In onderstaande tabel is deze berekening weergegeven. In totaal zijn er 56,2 parkeerplaatsen benodigd bij dit woningbouwproject. Deze parkeerplaatsen zullen zowel op eigen terrein als in openbaar gebied gerealiseerd worden.
Woonprogramma dat wordt toegevoegd
Aantal eenheden
Norm per eenheid
Koophuis, sociale koop
4
x
1,7
Z woning
Koop, tussen/hoek
6
x
2,0
Z woning
Koop, twee-onder-een-kap
17
x
2,2
Z woning
Benodigd aantal parkeerplaatsen voor het woonprogramma dat wordt toegevoegd
Benodigd aantal pp max. per woning
6,8 12,0 =
37,4 56,2
Tabelparkeerbehoefte nieuwe situatie.
2.3
Gebiedsvisie
2.3.1
Algemeen
Het plangebied ligt binnen de huidige kern Honselersdijk. De locatie wordt omsloten door de Burgemeester Hoogenboomstraat en de van Heijstlaan. Het is een vrij langgerekt gebied dat ten Noordoosten en Zuidoosten omringd wordt door water. De kassen die hier ooit stonden zijn inmiddels gesloopt. Een solitaire woning staat nog alleen in het plangebied. De woningen aan de van Heijstlaan, zijn vrijstaand dan wel tweekappers aan elkaar geschakeld door middel van garages. Qua bouwhoogte komt hier 1 a 2 lagen met een schuine kap voor. De kappen zijn afwisselend gedraaid ten opzichte van elkaar en de weg. Een ander kenmerk zijn dat de kap al begint vanaf de 1e woonlaag. Hier komt tevens voor dat de gevel wordt opgetrokken tot aan de 1e laag als accent. Ten noordwesten van het plangebied zijn vrij diepe kavels met vrijstaande woningen gerealiseerd. Aan de Johan van Oldenbarneveldstraat loopt een stevig aangezette groene structuur als buffer tussen de woningen aan de van Heijstlaan en de eengezinswoningen.
21
2.3.2
Stedenbouwkundige randvoorwaarden
De opzet voor het stedenbouwkundig raamwerk bestaat uit het doortrekken van de groene zone aan de Johan van Oldenbarneveldstraat tot aan het water hiermee wordt aangehaakt op de bestaande groen structuur en is het water tevens te benaderen vanuit de omliggende buurt. Aan de Burgmeester Hoogeboomstraat wordt de wijk ontsloten en aangetakt op de huidige ontsluiting structuur. Een fiets- en voetgangers verbinding blijft mogelijk in het plan daarmee wordt ingezet op een goede bereikbaarheid voor het langzaam verkeer. De ontsluitingsweg loopt door het plangebied heen en maakt een flauwe bocht waar een verbinding voor fietsers en voetgangers wordt gerealiseerd maar het doodloopt voor de auto. Daardoor worden de verkeersbewegingen van de auto's beperkt maar de wijk blijft wel bereikbaar bij eventuele calamiteiten. Door het verloop van de ontsluitingsweg wordt het plangebied in 3 woongebieden gesplitst. In het verlengde van de Johan van Oldenbarneveldstraat wordt een kleine rij patiowoningen gerealiseerd. Deze zijn 1 laag hoog met een halve 1e woonlaag met een platdak aan de voorzijde van de woning. daardoor hebben ze aan de straatzijde het uiterlijke kenmerk van 2 laagse woningen. Hiermee wordt aansluiting gezocht bij de eengezinswoningen van de Johan van Oldenbarneveldstraat. Aan het water worden 12 tweekappers gerealiseerd deze woningen sluiten qua hoogte aan op de van Heijstlaan.
Aan de straatzijde worden ze in één lijn gepositioneerd. Ten zuidoosten worden in het plangebied de 3 tweekappers aan elkaar geschakeld door de garage tegen elkaar aan te bouwen. Hiermee sluiten deze woningen aan op het huidige verkaveling- en bebouwingsprincipe in de van Heijstlaan. Per tweekapper wordt 1 a 2 parkeerplekken op eigen terrein gerealiseerd. Door de woningen aan de noordoost rand los van elkaar te positioneren probeert het gebied hier enige luchtigheid te houden. De tweekappers zijn allen 2 lagen hoog met een schuine kap. Hier komt afwisselend een kapverdraaiing als accent in voor. In het midden van het plangebied worden 10 sociale rijwoningen ontwikkeld deze zijn 1 laag met een hoge schuine kap oplopend tot 8 meter. Bij een aantal woningen wordt een deel van de gevel doorgetrokken tot aan de 1e laag als accent ten opzichte van het hele rijtje woningen. De bergingen aan de achterzijde worden ontsloten via een achterom. Parkeren vindt plaats of op eigen terrein of op straat als langsparkeren voor de rijwoningen. Op een 3-tal plekken worden ook haakse parkeervakken gerealiseerd deze worden omzoomd door groen. Tussen de tweekappers en de rijwoningen wordt ook een groen grasveldje gerealiseerd. Hiermee liggen de rijwoningen beide zijde in tussen groen.
22
Hoofdstuk 3
Onderzoek
3.1
Ladder voor duurzame verstedelijking
3.1.1
Wettelijk kader
In deze paragraaf is het bestemmingsplan getoetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking als neergelegd in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening en als verder aangevuld in artikel 2.1.1 van de Verordening ruimte 2014 van de provincie Zuid-Holland. De ladder voor duurzame verstedelijking is op 1 juli 2017 vereenvoudigd. Op grond van het nieuwe artikel 3.1.6, tweede lid, moet in de toelichting van een bestemmingsplan, dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, de behoefte aan die ontwikkeling worden beschreven. Indien de nieuwe stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het bestaand stedelijk gebied, dan moet de behoefte op grond van een goede ruimtelijke ordening worden gemotiveerd. De provincies mogen deze wettelijke regel aanvullen. Deze aanvulling mag echter niet in strijd zijn met het doel van de regel, namelijk vereenvoudiging van de ladder zoals die vóór 1 juli 2017 luidde en daarmee het loslaten van de norm "actuele regionale" behoefte en de drie treden van de ladder. De provinciale regeling in artikel 2.1.1 van de Verordening ruimte 2014 bevat nog wel de drie treden van de ladder. Gelet op bovenstaande uitleg van de aanvullingsbevoegdheid van provincies, hoeft aan artikel 2.1.1 niet te worden getoetst voor zover deze regels in strijd zijn met - het doel van - de wijziging van de wettelijke regeling.
3.1.2
Preliminaire toets
Bij de beoordeling of de ladder voor duurzame verstedelijking moet worden toegepast, moet eerst nagegaan worden of er met woningbouwplan Prinsenland sprake is van een stedelijke ontwikkeling en of dit plan een nieuwe stedelijke ontwikkeling betreft. Met het bestemmingsplan wordt een stedelijke ontwikkeling mogelijk gemaakt, namelijk woningbouw. Het woningbouwplan Prinsenland gaat onderdeel uitmaken van de kern Honselersdijk. Omdat hier sprake is van bestaand stedelijk gebied is er sprake van inbreiding en niet van uitbreiding. De locatie is in het Ruimtelijk Ontwikkelingskader Honselersdijk (vastgesteld,22 januari 2013) dan ook al aangewezen als zoeklocatie voor woningbouw. Een plan voldoet aan de Ladder voor duurzame verstedelijking als het plan binnen bestaand stedelijk gebied ligt en voldaan wordt aan de behoefte. De woningbehoefte blijkt onder meer uit de provinciale woningbehoefteraming WBR 2019, de Woningbehoefteverkenning Zuid-Holland 2019 en de Woonvisie Westland 2020-2030. Mede gelet op de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan is de ladder voor duurzame verstedelijking in dit bestemmingsplan toegepast.
Woningbehoefteraming WBR 2019 De WBR wordt gebruikt in het kader van regionale woonvisies. De provincie stelt de hoogste uitkomst vast als regionale behoefte aan nieuwe woningen in een bepaalde periode. Uit de meest actuele woningbehoefteraming blijkt dat de woningbehoefte in Westland de komende tien jaar is berekend op circa 4000 woningen.
23
Zuid Holland
Oen Haag (regio)
2020 2025
2025-2030
2019
Del1l
WBR 2019
4.090
3.140
L160
8-390
Den Haag
WBR 2019
2Ï-9S0
19-560
two
47.490
letdschendanvVoorburg
WBR 2019
200
-170
170
260
Madden-Demand
WBR 2019
200
200
10
470
Pijnackrr Nootdorp
WBRttî»
MO
940
230
2.130
Rijswijk:
WBR 2019
1B0
290
00
190
LViiwrtfi.i r
WĚfi 2019
-250
-67Ū
20
-1.9ŪŪ
Westland
WBR 2019
2.Ö10
1.180
610
4,600
řoftetmcer
WBR 2019
1.600
1-250
430
3330
3L4Ū0
26,020
8,4*40
65-860
3Î-400
26-020
ft-440
66-560
Totaal regio
Totaal provincie
Totaal
Woningbehoefteraming regio Den Haag (bron: Staat van Zuid-Holland). Woningbehoefteverkenning Zuid-Holland 2019 In regio Den Haag neemt het aantal huishouden is zowel de huur- als de koopsector toe. De groei is zowel in absolute aantallen als relatief gezien het sterkst in de koopsector. Uit de handreiking woonmilieus Haaglanden (2015) blijkt dat Honselersdijk een dorps woonmilieu heeft. In dit woonmilieu is de behoefte aan eengezins koopwoningen het grootst. Het project Prinsenland voorziet in koopwoningen voor Honselersdijk.
2019 t/m 2024 C*ntrum-*t*d*lijk plu» C-SHtru rn-sfļdiįlij k
Sledelįjk vooroorlogs ïícíJľI jk naosrksg* compact St+dalijk iì»oriog» įrondg^tdnd+ri Gnoín-stadelijk Centrum Hţlpinįtedelijk Kleinstedelijk Ġrcjen kleinsbedelijk Centrum dorps
Dorps Landelijk bereikbaar
■a.OM Muurflengeans
-J.ÛŪ0
-Huur mssrg«ins
■ Kpop masngeīins
Ũ
4.Ū0Ū
Ê-.OOD
12.000
Kwp *ŕng«ans
Onttrekkingep huur B Onttrekkingen koop
Woningbehoefte per woonmilieu regio Den Haag (bron: woningbehoefteverkenning regio's Zuid Holland 2019) Woonvisie Westland 2020 - 2030 In de Woonvisie Westland 2020-2030 is de Westlandse woningbehoefte tot en met 2030 onderzocht op basis van demografische trends. Door inzet op een mix van nieuwbouw in de sociale koop, betaalbare en (middel)dure en vrije sector koop kan het nieuwbouwprogramma een bijdrage leveren aan het creëren van verhuisketens en daarmee de gewenste doorstroming op de Westlandse woningmarkt bevorderen. De woningbehoefte is vertaald in de benodigde woningbouwprogrammering, die is vergeleken met het huidige planaanbod. Op deze manier is inzicht verkregen op welke punten er een discrepantie is tussen het planaanbod en de (Westlandse) woningbehoefte. Het woningbouwprogramma Prinsenland geeft invulling aan de gemeentelijke ambities. Het project bestaat uit 27 woningen in verschillende koopsegmenten, van sociale koop tot extra dure koop. Zo bevat de het bestemmingsplan een vijftal patiowoningen met het woonprogramma op de begane grond en daarmee levensloopbestendig en iets meer gericht op 55+ers en licht zorgbehoevenden. Gezien de woningsamenstelling en de afstand tot de centrumvoorzieningen is in overleg besloten deze vijf woningen te realiseren op basis van de eisen van Woonkeur-basis. Aan het water worden twaalf twee-onder-een-kap woningen gerealiseerd.
Tegenover de twee-onder-een-kap woningen worden tien aaneengebouwde woningen gerealiseerd. Zes van deze woningen worden gerealiseerd in het bereikbare koopsegment en vier woningen in het sociale koopsegment. In totaal zal 370Zo van het project binnen de 'sociale' paragraaf van de Woonvisie van de gemeente Westland worden gerealiseerd. Deze woningen voorzien in een doelgroep van onder andere starters en alleenstaanden.
24
3.1.3
Conclusie
Er is voldoende woningbehoefte in regio Haaglanden en de gemeente Westland voor het realiseren van het woningbouwproject Prinsenland. Voor de woningmarkt in Westland worden kansen gezien voor woonproducten die passen bij de veranderende bevolkingssamenstelling. De levensloopbestendige woningen die het bestemmingsplan mogelijk maakt geven Honselersdijk invulling aan de behoefte aan woningen voor onder andere ouderen en starters.
3.2
Bedrijven en milieuzonering
3.2.1
Wettelijk kader
Voor het behoud en de verbetering van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving is een juiste afstemming tussen de aanwezige functies en wonen noodzakelijk. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van een milieuzonering die uitgaat van richtinggevende afstanden tussen hinderlijke functies (in de vorm van gevaar, geluid, geur, stof) en gevoelige functies. In de brochure ‘Bedrijven en Milieuzonering' van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) (versie 2009) zijn deze richtafstanden opgenomen. Van deze richtafstanden kan gemotiveerd worden afgeweken.
3.2.2
Onderzoek
Voor het aspect bedrijven en milieuzonering is door Aqua-Terra Nova een onderzoek uitgevoerd, zie Bijlage 3. Het plangebied wordt ingericht als woongebied met voornamelijk eengezinswoningen. Op grond van de VNG publicatie kan deze situatie het beste worden getypeerd als rustige woonwijk. Ten noorden, westen en zuiden van het plangebied is voornamelijk bestaande woonbebouwing aanwezig. Deze gebieden zijn niet nader beschouwd. Ten oosten van het plangebied zijn voornamelijk kassen aanwezig. Glastuinbouw bedrijven zijn op grond van de VNG publicatie in te delen in categorie 2 met een grootste richtafstand van 30 meter (bepalend is hierbij de afstand voor geluid). Het plangebied ligt op minder dan 30 meter afstand van de glastuinbouw bedrijven met milieucategorie 2. Om deze reden is onderzocht waar de geluid producerende activiteiten van de glastuinbouw bedrijven plaatsvinden. Aangegeven is dat geluid bij glastuinbouw bedrijven voornamelijk ontstaat bij het laden en lossen van teeltproducten en grondstoffen door vrachtwagens op het buitenterrein. De dichtstbijzijnde laas en losaciviteiten vinden plaats op circa 30-40 meter van het plangebied. Significante geluidsbronnen bij glastuinbouw bedrijven zijn stookketels en warmtekrachtinstallaties (wkk-installaties) die bij glastuinbouw bedrijven aanwezig kunnen zijn.
Wkk-installaties kunnen tot op grotere afstand tot geluidoverlast leiden. In bestemmingsplan Glastuinbouwgebied Westland staat dat de afstand van een wkk-installatie en een (natte) koeltoren tot het hoofdgebouw plus aan- en uitbouw van een woning minimaal 65 meter moet bedragen. In het onderzoek is nagegaan of er binnen een afstand van 65 meter van het plangebied wkk-installaties en/of (natte) koeltorens aanwezig zijn. Uit een scan via Google Earth en omgevingsfoto's via Google is afgeleid dat binnen 65 meter van de rand van het plangebied (en dus niet tot de geprojecteerde woningen) geen Wkk's of (natte) koeltorens aanwezig zijn.
3.2.3
Conclusie
Geconcludeerd wordt dat de bestemming 'Glastuinbouwgebied Westland' ten oosten van het plangebied nu en in de toekomst niet zal leiden tot een aantasting van een goed woon- en leefklimaat bij de woningen in het plangebied. Het onderzoek is op 16 juni 2020 akkoord bevonden door de Omgevingsdienst Haaglanden (ODH).
3.3
Geluid
3.3.1
Wettelijk kader
Wet geluidhinder Met de Wet geluidhinder wordt, vanuit een goed milieubeheer, een aantal specifieke geluidsgevoelige
25
bestemmingen beschermd zoals woningen, onderwijsgebouwen, ziekenhuizen en verpleeghuizen. De geluidszonering die door deze wet wordt voorgeschreven, ligt rondom bedrijventerreinen, langs wegen voor wegverkeer, langs spoor-, tram- en metrowegen en rondom of langs andere geluidsoverlast veroorzakende objecten. Aan de geluidsbelasting op de (gevels van de) geluidsgevoelige objecten worden grenzen gesteld terwille van het woon- en leefklimaat.
3.3.2
Onderzoek
Op grond van de Wet geluidhinder dient bij een bestemmingsplan een akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd binnen de zones van wegen. Voor de Burgemeester Hoogenboomstraat, Johan van Oldenbarneveldstraat en van Heijstlaan is een 30 kilometerzone vastgesteld. In artikel 74, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wet geluidhinder staat dat er langs 30 kilometer wegen geen geluidzone geldt. De Molenlaan is een gebiedsontsluitingsweg binnen de bebouwde kom waar een maximale snelheid van 50 kilometer per uur is toegestaan. Voor deze weg is een zone van 200 meter van toepassing. Het plangebied ligt op een afstand van circa 300 meter en heeft daarmee voldoende afstand van de Molenlaan. De Middelbroekweg is een gebiedsontsluitingsweg, bestaande uit twee rijstroken, buiten stedelijk gebied waar een zone van 250 meter geldt. Het projectgebied ligt op een afstand van 270 meter van de weg waardoor een onderzoek naar wegverkeerslawaai niet nodig is.
29
Wmĩiŝm
H
Wm Am
m-
FSP -ĩ*-
Mm
v -y 'v í ’'
TTWk
r
-Ýĩŗ/ÿ
V
Ar
ì '''M
Wţxtůăäi Omliggende wegenstructuur. 3.3.3
Conclusie
Het plangebied ligt op voldoende afstand van de gebiedsontsluitingswegen in de omgeving. Het aspect geluid vormt daarmee geen belemmeringen voor de uitvoering van dit woningbouwplan.
3.4
Luchtkwaliteit
3.4.1
Wettelijk kader
Wet luchtkwaliteit
26
Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 (Luchtkwaliteitseisen van de Wet milieubeheer). De Wlk bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxide, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen met name de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in onderstaande tabel weergegeven. De grenswaarden gelden voor de buitenlucht, met uitzondering van een werkplek in de zin van de Arbeidsomstandighedenwet. Stof
Toetsing van
Grenswaarde
Geldig
stikstofdioxide (NO2)
jaargemiddelde concentratie
60 ìg/m3
2010 t/m 2014
jaargemiddelde concentratie
40 ìg/irH
vanaf 2015
jaargemiddelde concentratie
48 ìg/mH
jaargemiddelde concentratie
40 ìg/irH
24-uurgemiddelde concentratie
max. 35 keer p.j. meer dan 75 ìg/irH
24-uurgemiddelde concentratie
max. 35 keer p.j. meer dan 50 ìg/irH
fijn stof (PM10)1)
vanaf 11 juni 2011 vanaf 11 juni 2011
1) Bij de beoordeling hiervan blijven de aanwezige concentraties van zeezout buiten beschouwing (volgens de bij de Wlk behorende Regeling beoordeling Luchtkwaliteit 2007). Op grond van artikel 5.16 van de Wlk kunnen bestuursorganen bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit (zoals de vaststelling van een bestemmingsplan) uitoefenen indien: *
de bevoegdheden/ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden (lid 1 onder a);
*
de concentratie in de buitenlucht van de desbetreffende stof als gevolg van de uitoefening van die bevoegdheden per saldo verbetert of ten minste gelijk blijft (lid 1 onder b1); bij een beperkte toename van de concentratie van de desbetreffende stof, door een met de uitoefening van de betreffende bevoegdheid samenhangende maatregel of een door die uitoefening optredend effect, de luchtkwaliteit per saldo verbetert (lid 1 onder b2); de bevoegdheden/ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht (lid 1 onder c); het voorgenomen besluit is genoemd of past binnen het omschreven Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of een vergelijkbaar programma dat gericht is op het bereiken van de grenswaarden (lid 1 onder d).
*
« *
Besluit niet in betekenende mate (nibm) In dit Besluit is exact bepaald in welke gevallen een project vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden 2 situaties onderscheiden: * *
een project heeft een effect van minder dan 10 van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10; een project valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg.
In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een bestemmingsplan uit oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens tevens rekening gehouden met de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied.
3.4.2
Onderzoek
Het woningbouwproject kan worden aangemerkt als woningbouwlocatie zoals bedoeld in artikel 1 van het Besluit niet in betekenende mate bijdragen. De voorwaarde hiervoor is dat in geval van een ontsluitingsweg, netto niet meer dan 1500 nieuwe woningen omvat, dan wel, in geval van twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling, netto niet meer dan 3000 woningen omvat. Gezien de aard en de omvang van voorliggend woningbouwproject is het dus uitgesloten dat het bouwplan leidt tot een in betekenende mate bijdragen aan de concentraties fijnstof en NO2.
27
3.4.3
Conclusie
De luchtkwaliteit vormt geen belemmering van de uitvoering van voorliggend bestemmingsplan.
3.5
Externe veiligheid
3.5.1
Wettelijk kader
Externe veiligheid is een begrip in het milieurecht en gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving bij gebruik, opslag en vervoer over de weg, water en spoor en door buisleidingen van gevaarlijke stoffen. Als gevaarlijke stoffen kunnen worden genoemd vuurwerk, lpg en munitie. Het beleid en de wetgeving zijn erop gericht om maatregelen te treffen om de risico's van deze risicovolle activiteiten te reguleren. Voor dit bestemmingsplan is toetsing aan het Besluit externe veiligheid inrichtingen, het Besluit externe veiligheid buisleidingen en de daarop gestoelde regelingen vereist. Op grond van de regels voor externe veiligheid moeten afstanden in acht worden genomen tussen risicovolle activiteiten en (beperkt) kwetsbare objecten. In de betreffende regelgeving wordt uitgegaan van een risicobenadering - en niet het volledig uitsluiten van het risico - waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen het plaatsgebonden risico en het groepsrisico.
Het plaatsgebonden risico is een rekenkundig begrip. Het risico kan op een afbeelding zichtbaar worden gemaakt door een (iso)risicocontour die de punten met een gelijk risico met elkaar verbindt. Het groepsrisico is een maat om de kans weer te geven dat een incident met dodelijke slachtoffers plaatsvindt. Het drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als direct gevolg van een ongeval in een inrichting, als bedoeld in de Wet milieubeheer, of bij het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico moet onderzocht - en verantwoord - worden omdat ook buiten de genoemde risicocontour van het plaatsgebonden risico nog letale effecten kunnen optreden in het invloedgebied van de risicovolle activiteit en groepen personen slachtoffer kunnen worden van een calamiteit.
3.5.2
Onderzoek
Voor het aspect externe veiligheid is door Aqua-Terra Nova een onderzoek uitgevoerd, zie Bijlage 3.
Inleiding Externe veiligheid gaat over de beoordeling van de risico's die verband houden met het gebruik van gevaarlijke stoffen. Tijdens de productie, de opslag, het gebruik en het transport kunnen er zich calamiteiten voordoen, waardoor de veiligheid van de omgeving in het geding is. Dit houdt daarom een risico in voor de omgeving van dergelijke activiteiten. Externe veiligheid heeft geen betrekking op mogelijke gezondheidsschade door langdurige blootstelling aan gevaarlijke of schadelijke stoffen. Het gaat om plotseling optredende schadelijke effecten en de directe gevolgen van die effecten. Bij de (her)inrichting van een gebied bepaalt de externe veiligheidssituatie mede de ruimtelijke (on)mogelijkheden. In het kader van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gelezen in samenhang met de regels omtrent externe veiligheid moet worden onderzocht of er sprake is van aanwezigheid van risicobronnen in de nabijheid van de locatie waarop het ruimtelijk besluit betrekking heeft en dienen het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR), en de eventuele toename hiervan, berekend te worden. In het externe veiligheidsbeleid wordt doorgaans onderscheid gemaakt tussen het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR).
Het PR is de kans per jaar dat een persoon op een bepaalde plaats overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen, indien hij onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting of langs een vervoersas. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen.
28
Met het oog op de Modernisering Omgevingsveiligheidsbeleid van het Rijk wordt het accent verlegd van de risicobenadering naar een effectbenadering. Vooruitlopend op de invoering van de Omgevingswet zijn in dat verband de Circulaire effectafstanden externe veiligheid LPG-tankstations (Stcrt. 2016, 31453) en de Circulaire externe veiligheid LNG-tankstations (Stb. 2015, 3125) gepubliceerd en in werking getreden.
Risicovolle inrichtingen In het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) zijn milieukwaliteitseisen geformuleerd ter bescherming van de mens tegen de kans om te overlijden als gevolg van het vrijkomen of ontstaan van gevaarlijke stoffen bij een ongeval in een bedrijf of ander risicovol object. Voor het PR geldt volgens het Bevi een grenswaarde voor kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten op een niveau van 10-6 per jaar. Binnen de 10-6 per jaar plaatsgebonden risicocontour mogen dan ook geen nieuwe kwetsbare functies mogelijk worden gemaakt. Uitsluitend om gewichtige redenen mogen nieuwe beperkt kwetsbare objecten binnen deze contour gerealiseerd worden. Daarnaast bevat het Bevi een verantwoordingsplicht ten aanzien van het GR. De aan te houden veiligheidsafstanden zijn voor nader beschreven situaties vastgelegd in de Regeling externe veiligheid inrichtingen. Voor overige gevallen dient de 10-6 per jaar plaatsgebonden risicocontour te worden berekend. Tot risicovolle inrichtingen behoren ook mijnbouwinrichtingen en inrichtingen voor de opslag van explosieven. In de Circulaire effectafstanden externe veiligheid LPG-tankstations wordt onderscheid gemaakt tussen (beperkt) kwetsbare objecten en zeer kwetsbare objecten. De effectafstanden zijn respectievelijk 60 m en 160 m, gerekend vanaf het LPG-vulpunt.
Tot de zeer kwetsbare objecten behoren verblijfsfuncties voor mensen die beperkt zelfredzaam zijn zoals ziekenhuizen en kinderdagverblijven. De circulaire is niet van toepassing op het vaststellen van een conserverend bestemmingsplan. De circulaire geldt evenmin voor zeer kwetsbare, kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten die al binnen de betreffende contouren aanwezig zijn. De effectafstanden voor LNG-tankstations zijn afhankelijk van de aanwezige veiligheidsvoorzieningen. De systematiek is vergelijkbaar met die voor LPG-tankstations.
Op de risicokaart is zichtbaar dat rondom het plangebied enkele risicorelevante activiteiten aanwezig zijn. De meest dichtbij zijnde risicovolle inrichtingen zijn: *
«
(vml)Nic. Sosef B.V., Stationsweg 23 in Honselersdijk. Opslag van gevaarlijke stoffen: vloeibare meststoffen, gewasbeschermingsmiddelen (opslagvoorzieningen M0 ton). Het bedrijf is gelegen op een afstand van circa 1.000 meter van het plangebied. Het plangebied is net gelegen buiten het invloedsgebied van de opslagvoorzieningen; Flora Holland, Middel Broekweg 29 in Honselersdijk. Aanwezigheid van ammoniak in koelinstallaties. Het bedrijf is gelegen op een afstand van circa 1.300 meter van het plangebied. Het plangebied is net gelegen buiten het invloedsgebied van de opslagvoorzieningen.
De aanwezigheid van risicovolle activiteiten binnen inrichtingen vormt geen belemmering voor de ontwikkelingen in het plangebied. De inrichting van het plangebied voorziet niet in de komst van risicovolle activiteiten naar het plangebied.
29
Vervoer gevaarlijke stoffen Op 1 april 2015 zijn de Wet basisnet en het Besluit externe veiligheid transport (Bevt) in werking getreden. De Circulaire risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen is daarmee komen te vervallen. De wegen in beheer bij het Rijk zijn aangewezen als basisnetroute. Het bevoegd gezag neemt bij het vaststellen van een besluit dat betrekking heeft op gronden in de omgeving van een basisnetroute, ten aanzien van nieuw toe te laten kwetsbare objecten, de basisnetafstand in acht en houdt daarmee rekening ten aanzien van nieuw toe te laten beperkt kwetsbare objecten. De basisnetafstand volgt uit bijlage I van de Regeling basisnet. In regio Haaglanden zijn voor de A4, tussen Knooppunt Ypenburg en de gemeentegrens tussen Leidschendam-Voorburg en Zoeterwoude (wegvakken Z8 en Z7), en de A13, tussen knooppunt Ypenburg en Deft-Zuid (wegvakken Z29 en Z113), basisnetafstanden vastgelegd. Daarnaast worden voor daartoe aangewezen rijkswegen binnen een zone van 30 meter vanaf de rand van de rijksweg beperkingen opgelegd vanwege eventuele plasbranden (plasbrandaandachtsgebied). De aanwijzing volgt eveneens uit bijlage I van de Regeling basisnet. Het betreft dezelfde wegvakken als hierboven genoemd.
Aan het bouwen van een kwetsbaar of beperkt kwetsbaar object in een veiligheidszone of een plasbrandaandachtsgebied zijn eisen gesteld op grond van artikel 2.3 eerste respectievelijk tweede lid van de Regeling Bouwbesluit 2012. Paragraaf 2.3 van deze regeling is eveneens op 1 april 2015 in werking getreden (Stb. 2015, 92). In beide gevallen moet zijn voldaan aan de artikelen 2.5 t/m 2.9 van voornoemde regeling. Aanvullend moet het mechanisch ventilatiesysteem van een, als beperkt kwetsbare object aan te merken, bouwwerk binnen een veiligheidszone zijn uitgerust met een voorziening waarmee dat systeem bij een calamiteit handmatig kan worden uitgeschakeld (artikel 2.10 van de regeling). Deze bepalingen gelden niet voor bouwwerken met een hoge infrastructurele waarde als bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (bijvoorbeeld telefoon- of elektriciteitscentrale). Voor het gedeelte van het plan dat binnen 200 m van een weg ligt waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt (transportroute), moet in de toelichting het groepsrisico worden verantwoord. Ten aanzien van de verantwoording van het groepsrisico onderscheidt het Bevt situaties waarin een 'volledige' verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk is en situaties waarin met een beperktere verantwoording kan worden volstaan.