vaststelling bestemmingsplan Gemeentehuis 's-Gravenzande (21-0285760)
Tekst van het document
Bestemming "Verkeer-Verblijfsgebied"
Daar waar het openbaar gebied een verblijfs- en verplaatsingsfunctie heeft, zijn de gronden bestemd als Verkeer - Verblijfsgebied. Binnen deze bestemming is een aantal daarin passende gebruiksvormen toegestaan zoals parkeren, groen- en waterpartijen, nutsvoorzieningen, afvalverzamelvoorzieningen en fiets- en voetpaden. 4.3.6
Bestemming "Wonen"
De woningen zijn voorzien van de bestemming Wonen. Woningen worden uitsluitend in gestapelde vorm gebouwd en bevinden zich voor een groot deel op de begane grond en de verdiepingen. Een woning mag slechs door één huishouden worden bewoond. Voorts is ter plaatse een parkeergarage toegestaan. 4.3.7
Dubbelbestemming "Waarde - Archeologie"
In het kader van de bescherming van de archeologische waarden is ook voor een aantal werken, niet zijnde bouwwerken, en werkzaamheden een omgevingsvergunningsplicht opgenomen. Archeologische waarden kunnen ook worden bedreigd door grondwerkzaamheden. Deze gronden worden derhalve mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de aanwezige archeologische waarden. Bouwen ten behoeve van samenvallende bestemmingen is via omgevingsvergunning alleen toegestaan voor zover de archeologische waarden niet worden geschaad. Genoemde werken en werkzaamheden zijn zonder omgevingsvergunning niet toegestaan. In geval van het samenvallen van deze gronden met de dubbelbestemming Waarde - Karakteristiek' of 'Waarde-Winkelgebied' prevaleert "Waarde-Archeoloegie". 4.3.8
Dubbelbestemming "Waarde-Karakteristiek"
De gronden met deze dubbelbestemming hebben een bepaalde ruimtelijke kwaliteit die gewaarborgd moeten worden.
48
4.3.9
Dubbelbestemming "Waarde-Winkelgebied"
Voor het kernwinkelgebied en de aanlooproutes is de dubbelbestemming 'Waarde - Winkelgebied' opgenomen. In dit gebied geldt ook het sloopverbod zonder omgevingsvergunning. Het verschil met de bestemming Waarde - Karakteristiek' is gelegen in het feit dat het toetsingskader uit het beeldkwaliteitsplan niet van toepassing is.
49
Hoofdstuk 5 5.1
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
Op grond van artikel 6.12 Wro is de gemeente verplicht bij vaststelling van een bestemmingsplan of projectbesluit waarin bouwplannen zijn opgenomen als aangewezen in artikel 6.12 Wro juncto artikel 6.2.1. Bro, een exploitatieplan vast te stellen. Geen exploitatieplan hoeft te worden vastgesteld als het verhalen van kosten anderszins is verzekerd, bijvoorbeeld doordat de gemeente hierover overeenkomsten heeft gesloten met de eigenaren van de binnen het exploitatiegebied gelegen gronden, of doordat de gemeente zelf eigenaar is van bedoelde gronden. Ten behoeve van de ontwikkeling van het plangebied zijn de exploitatiekosten beoordeeld en is een exploitatieplan niet nodig omdat op andere wijze reeds in kostenverhaal is voorzien. Tussen gemeente en initiatiefnemer is een koopovereenkomst gesloten waarin de anterieure kosten zijn opgenomen. Tevens is tussen gemeente en initiatiefnemer een planschadeverhaalsovereenkomst gesloten krachtens art.6.1 Wro teneinde de uitvoerbaarheid van het plan te waarborgen.
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
5.2.1
Overleg
In de periode van 8 november 2019 t/m 19 december 2019 heeft over het voorontwerp van dit bestemmingsplan bestuurlijk overleg plaatsgehad als geboden in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Hierbij hebben de volgende instanties gereageerd: * Veiligheidsregio Haaglanden * Hoogheemraadschap van Delfland De uitkomsten van het overleg, als bedoeld in artikel 3.1.6, eerste lid, onder c., van het Besluit ruimtelijke ordening, zijn opgenomen in Bijlage Nota van beantwoording vooroverlegreacties van deze toelichting. 5.2.2
Inspraak
In het kader van de Inspraakverordening Westland 2004 zal er inspraak plaatsvinden. Het voorontwerp bestemmingsplan heeft van 8 november 2019 t/m 19 december 2019 ter inzage gelegen. Er zijn 4 inspraakreacties ingediend. De ontvangen inspraakreacties zijn beoordeeld. Voor een overzicht van de reacties wordt verwezen naar Bijlage Nota van beantwoording inspraakreacties van deze toelichting. 5.2.3
Zienswijzen
Van 25 juni tot en met 5 augustus heeft het ontwerp van dit bestemmingsplan ter visie gelegen voor het indienen van zienswijzen, als bedoeld in artikel 3.8, lid 1, van de Wet ruimtelijke ordening in verbintenis met Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Gedurende de periode van tervisielegging is 1 zienswijze ingediend. De ontvangen zienswijze is beoordeeld. Voor een overzicht van de zienswijze wordt verwezen naar Bijlage Nota van beantwoording zienswijzen van deze toelichting.
50
Regels
51
Hoofdstuk 1
Artikel 1 1.1
Inleidende regels
Begrippen
plan
Het bestemmingsplan Gemeentehuis 's-Gravenzande met identificatienummer NL.IMRO.1783.GRAKERNGMNTHUISpbp-VA01 van de gemeente Westland. 1.2
bestemmingsplan
De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3
aan-huis-gebonden-onderneming
Een onderneming welke gevestigd is of kan zijn in een woning en die toebehoort aan een natuurlijk persoon, welke in de betreffende woning woont en die geen personeel in dienst heeft, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de onderneming de ruimtelijke uitstraling van de woonfunctie niet aantast. 1.4
aanbouw
Een aparte ruimte die via het hoofdgebouw toegankelijk is en ruimtelijk ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.5
aanduiding
Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.6
aanduidingsgrens
De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.7
achtererf
De gronden die behoren bij het hoofdgebouw en gelegen zijn achter de achtergevel van het hoofdgebouw of achter een denkbeeldige lijn in het verlengde daarvan. 1.8
antenne-installatie
Een installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in één of meer techniekkasten opgenomen apparatuur, met daarbij behorende bevestigingsconstructie. 1.9
archeologische waarde
Een aan een gebied toegekende waarde in verband met de kennis en studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen uit de oude tijden. 1.10
atelier
Bedrijfsmatige werkruimte voor de beoefening van kunstzinnige beroepen. 1.11
bebouwing
Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.12
bebouwingsgebied
Achtererfgebied alsmede de grond onder het hoofdgebouw, uitgezonderd de grond onder het oorspronkelijke hoofdgebouw.
52
1.13
bedrijf
Een onderneming gericht op het vervaardigen, bewerken, installeren of inzamelen en verhandelen van goederen. 1.14
bedrijfsvloeroppervlak
De totale vloeroppervlakte van alle bouwlagen van een bedrijf met inbegrip van alle daartoe behorende ruimten, waaronder ontvangsthal, dienstruimten en magazijnen. Niet inbegrepen zijn inpandige dienstwoningen en gebouwde parkeervoorzieningen voor personenauto's. Wat betreft inpandige parkeerruimte valt een overdekte stallingsruimte voor een busje of een vrachtwagen wel hieronder. 1.15
bestaand
Bestaand bouwwerk Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan aanwezig is of nog kan worden gebouwd krachtens een verleende omgevingsvergunning voor het bouwen, daaronder vallen niet de bouwwerken die reeds instrijd waren met het daarvoor geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. Bestaand gebruik Het gebruik van de gronden en bouwwerken dat aanwezig is op het tijdstip van in werking treding van het plan of zoals dat kan worden gebruikt krachtens een verleende omgevingsvergunning voor het gebruik, daaronder valt niet het gebruik dat reeds in strijd was met het daarvoor geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. Bestaande afmetingen Afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan tot stand zijn gekomen of tot stand zullen komen met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, daaronder vallen geen afmetingen die reeds in strijd waren met het daarvoor geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. 1.16
bestemmingsgrens
De grens van een bestemmingsvlak. 1.17
bestemmingsvlak
Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.18
bevoegd gezag
Het bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning. 1.19
bijbehorend bouwwerk
Uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak. 1.20
bijgebouw
Een (vrijstaand of aan een hoofdgebouw aangebouwd) gebouw dat in functioneel en ruimtelijk opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw en geen rechtstreekse toegang tot het hoofdgebouw heeft. 1.21
bouwen
Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk.
53
1.22
bouwgrens
De grens van een bouwvlak. 1.23
bouwlaag
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat wordt begrensd door vloeren of balklagen die op gelijke hoogte of bij benadering gelijke hoogte liggen. Het dient hierbij te gaan om horizontale bouwlagen. 1.24
bouwperceel
Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.25 bouwperceelgrens De grens van een bouwperceel. 1.26 bouwvlak Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.27
bouwwerk
Een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.28
bouwwijze
De wijze waarop het op een bouwperceel gelegen hoofdgebouw al dan niet is verbonden met het hoofdgebouw op een aansluitend bouwperceel; dit kan zijn: vrijstaand, twee-aaneen, gestapeld of aaneen gebouwd. 1.29
boveninsteek
De snijlijn van het maaiveld en het beloop van een watergang. 1.30
consumentenvuurwerk
Vuurwerk dat is bestemd voor particulier gebruik. 1.31
cultuurhistorische waarde
Het cultuurpatroon van een gebied, dat kenmerkend is voor het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis van de gronden gemaakt heeft, zoals ondermeer tot uitdrukking komend in de kavelindeling, de waterhuishouding, het bodemreliëf, de graften, de wallen en de beplanting en bebouwing, archeologische waarden zijn hierdoor mede begrepen. 1.32
dakkapel
Een constructie, welke ondergeschikt is aan het dakvlak, ter vergroting van een gebouw, die vrij ligt in het hellend dakvlak. 1.33
daknok
Het hoogste punt van een schuin dak. 1.34
dakopbouw
Een toevoeging aan het dakvlak van een bouwmassa die niet vrij in het dakvlak ligt, maar ten minste de nok-, gootlijn of zijkant van het dakvlak raakt van het desbetreffende gebouw/de betreffende woning. Het plaatsen van een dakopbouw gaat ten koste van de karakteristiek van het profiel van het gebouw/de woning.
54
1.35
dakvoet
Het laagste punt van een schuin dak. 1.36
detailhandel
Het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die de goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 1.37
dienstverlening
Het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen, zoals reis- en uitzendbureaus, kapsalons, pedicures, wasserettes, makelaarskantoren en bankfilialen. 1.38
duurzaam gemeenschappelijke huishouding
Een vaste groep van personen tussen wie een band bestaat die het enkel gezamenlijk bewonen van bepaalde woonruimte te boven gaat en die de bedoeling heeft om bestendig voor onbepaalde tijd een huishouden te vormen. Er dient ook sprake te zijn van een samenlevingswens tussen de personen die niet overwegend wordt bepaald door de beslissing om de betrokken woonruimte te delen. Er is sprake van een economisch-consumptieve eenheid en bloedverwantschap, huwelijksbinding of een daaraan in intensiteit en continuïteit gelijk te stellen mate van binding tussen de bewoners. 1.39
erf
Al dan niet bebouwde gronden, of een gedeelte daarvan, die direct gelegen zijn bij een hoofdgebouw en die in feitelijk opzicht zijn ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw en, voor zover een bestemmingsplan of beheersverordening van toepassing is, die deze inrichting niet verbieden. 1.40
erfscheiding
De scheiding tussen twee onroerende zaken die niet aan dezelfde eigenaar behoren, niet door dezelfde gebruikers worden benut, dan wel louter kadastraal gescheiden zijn. 1.41
erker
Een ondergeschikte uitbouw van het hoofdgebouw, gelegen aan een verblijfsruimte (woonkamer of keuken) en strekt ter vergroting van het woongenot. Een erker is gelegen aan en zorgt voor een verbijzondering van de voor en/of zijgevel, zonder de architectuur van het hoofdgebouw wezenlijk aan te tasten. 1.42
gebouw
Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.43
hoofdgebouw
Een gebouw dat op een bouwperceel door zijn aard, constructie of afmetingen als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken exclusief de aan- en uitbouwen of bijgebouwen. 1.44
horeca
Het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken, het bedrijfsmatig exploiteren van een zaalaccommodatie en/of het bedrijfsmatig verstrekken van een nachtverblijf. 1.45
hotel
Een horecabedrijf dat is gericht op het verstrekken van nachtverblijf en/of van ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken en/of op het exploiteren van zaalaccommodatie.
55
1.46
huishouden
Een alleenstaande of twee of meer personen die een duurzaam gemeenschappelijke huishouding (willen) voeren. 1.47
huisvesting in verband met mantelzorg
Huisvesting in, of bij een woning van één huishouden van maximaal twee personen van wie tenminste één persoon mantelzorg verleent aan, of ontvangt van een bewoner van de woning. 1.48
kamerbewoning
Onzelfstandige woonvorm waarbij een pand door meerdere personen die geen duurzame gemeenschappelijke huishouden vormen wordt bewoond, en waarbij sprake is van woonruimtes waarbij afzonderlijke huishoudens afhankelijk zijn van één of meer gedeelde wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte. 1.49
kamerwoning
Een wooneenheid die geen eigen afsluitbare toegang vanaf de openbare weg heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte. 1.50
kampeermiddel
Een recreatiemiddel als bedoeld in artikel 40, leden 2 en 3, van de Woningwet. 1.51
kap
Een constructie van een of meer uitsluitend hellende dakvlakken met een helling van meer dan 20 en minder dan 65 graden. 1.52
maatschappelijke voorzieningen
Educatieve, sociale, culturele - en welzijnsvoorzieningen, bibliotheken, alsmede ondergeschikte detailhandel en horeca in combinatie met en ten dienste van deze voorzieningen. 1.53
mantelzorg
Intensieve zorg, of hulpverlening die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid, of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige, of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur, kan worden aangetoond. 1.54
nutsvoorzieningen
Voorzieningen ten behoeve van telecommunicatie en de gas-, water- en elektriciteitsdistributie, alsmede soortgelijke voorzieningen van openbaar nut, waaronder in ieder geval worden begrepen transformatorhuisjes, pompstations, gemalen, telefooncellen en zendmasten. 1.55
ondergeschikte detailhandel
Detailhandel behorende bij de bestemming, waarbij de openings- en sluitingstijden van het detailhandelsgedeelte hetzelfde zijn als de hoofdfunctie (of begint later en/of eindigt eerder dan de hoofdfunctie). Het detailhandelsgedeelte is (ruimtelijk) ondergeschikt aan de hoofdfunctie en het gegenereerde financiële resultaat uit de detailhandel maakt niet meer dan 100Zo van het totale bedrijfsresultaat uit. 1.56
ondergeschikte horeca
Horeca behorende bij de bestemming, waarbij de openings- en sluitingstijden van het horecagedeelte hetzelfde zijn als de hoofdfunctie (of begint later en/of eindigt eerder dan de hoofdfunctie). Het horecabedrijf staat uitsluitend open voor degenen die primair komen voor de hoofdfunctie.
56
1.57
ondergronds bouwwerk
Een voor mensen toegankelijke ruimte onder maaiveldniveau, met uitzondering van kruipruimten. 1.58 oorspronkelijke achtergevel De achtergevel van het oorspronkelijk vergunde hoofdgebouw, dus exclusief de aan- en uitbouwen of bijgebouwen. 1.59
openbaar toegankelijk gebied
Een weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar water en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer. 1.60
overig bouwwerk
Een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.61
overkapping
Een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak en met aan ten hoogste één zijde een gesloten wand, welke ruimtelijk ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.62
pand
De kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is. 1.63 peil a. voor gebouwen die onmiddellijk aan de weg grenzen: de hoogte van die weg; b. voor gebouwen die grenzen aan de Langestraat: het bouwwerk wordt gemeten aan de kant waar het aansluitend afgewerkt maaiveld het hoogst is; c. in andere gevallen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld, waarbij plaatselijke, niet bij verdere verloop van het terrein passende ophogingen of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, anders dan noodzakelijk voor de bouw ervan buiten beschouwing blijven. Het bouwwerk wordt gemeten aan de kant waar het aansluitend afgewerkt maaiveld het hoogst is. 1.64
seksinrichting:
Een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of daarmee naar de aard en omvang vergelijkbare activiteiten, in de vorm van seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval begrepen een prostitutiebedrijf, een erotische massagesalon, een seksbioscoop of sekstheater, een sekswinkel, een seksautomatenhal en een seksclub of parenclub al dan niet in combinatie met elkaar. 1.65
sociale huurwoning
huurwoning met een aanvangshuurprijs onder de grens als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag, waarbij de instandhouding voor de in een gemeentelijke verordening omschreven doelgroep voor ten minste 25 jaar na ingebruikname is verzekerd; 1.66
staat van horeca-activiteiten
De staat van horeca-activiteiten die van deze regels deel uitmaakt. 1.67
standbeeld
Een standbeeld is een beeldhouwwerk van een of meer mensen of andere wezens dat ter ere of ter nagedachtenis van iemand of iets in het openbaar is neergezet, vaak op een voetstuk of sokkel. Een standbeeld kan van natuursteen, brons, hout of een ander materiaal zijn gemaakt.
57
1.68
straatmeubilair
Bouwwerken ten behoeve van al dan niet openbare (nuts-) voorzieningen, zoals: verkeersgeleiders, verkeersborden, informatieborden, zitbanken, bloembakken, telefooncellen, abri's, kunstwerken, bushaltes, speeltoestellen, fietsenrekken en draagconstructies voor reclame; kleinschalige bouwwerken ten behoeve van (openbare) nutsvoorzieningen met een inhoud van ten hoogste 50 m3 en een bouwhoogte van ten hoogste 3 meter, waaronder begrepen voorzieningen ten behoeve van telecommunicatie, energievoorzieningen en brandkranen; afvalinzamelsystemen en hiermee gelijk te stellen bouwwerken. 1.69
uitbouw
Uitbreiding van een tot het hoofdgebouw behorende ruimte tot buiten het bestaande oorspronkelijke hoofdgebouw (bijvoorbeeld een erker) en welke ruimtelijk ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.70
veranda
Een overkapping aan de voorzijde van een woning met maximaal 2 wanden. 1.71
verharding
Verharding bestaande uit baksteen, (gras)tegels, beton en/of asfalt, alsmede daarmede vergelijkbare vaste/gesloten materialen. 1.72
voldoendeparkeergelegenheid
Parkeergelegenheid voor personenauto's, bestelauto's, motorfietsen en driewielige motorvoertuigen, waarvan het aantal parkeerplaatsen en de omvang daarvan voldoet aan de beleidsregel 'Parkeernormering gemeente Westland', zoals die geldt ten tijde van de vaststelling van dit bestemmingsplan en - indien deze beleidsregel gedurende de planperiode wordt gewijzigd - aan die wijziging. 1.73
voorerf
De gronden die behoren bij het hoofdgebouw en gelegen zijn voor de, met een gevellijn op de planverbeelding aangegeven, voorgevel van dat hoofdgebouw of voor een denkbeeldige lijn in het verlengde daarvan. 1.74
voorgevel
De naar het openbare gebied gekeerde gevel(s) van de hoofdbebouwing, of waar deze op de planverbeelding is aangegeven met een gevellijn. 1.75
voorgevelrooilijn
De naar de weg gekeerde zijde of aan de voorzijde van een gebouw gelegen gevel of waar deze op de planverbeelding is aangegeven met een gevellijn. 1.76
vuurwerkverkooppunt
Een locatie waar consumentenvuurwerk opslagen en verkocht wordt op de daarvoor aangewezen tijden. 1.77
wonen
Het bewonen van een woning door niet meer dan één huishouden. 1.78
woning
Een complex van ruimten, uitsluitend bestemd voor de huisvesting van één huishouden.
58
1.79
woongroep
Een groep van twee of meer meerderjarige personen die de bedoeling hebben om bestendig, voor onbepaalde tijd, een met een gezinsverband vergelijkbaar samenlevingsverband met elkaar aan te aan. Een woongroep is georganiseerd in een formele rechtspersoon (opgericht bij notariële akte en met inschrijving bij de Kamer van Koophandel) en beschikt over een gezamenlijke rekening waarvan de vaste lasten worden betaald. Bij nieuwbouw van een woning voor een woongroep is er sprake van een initiatiefgroep waarvan de leden het recht van eerste bewoning krijgen. Elke vorm van bedrijfsmatige kamerverhuur valt hier niet onder. 1.80
zijerf
De gronden die behoren bij het hoofdgebouw en gelegen zijn aan de zijkant(en) van dat hoofdgebouw tussen de denkbeeldige lijnen in het verlengde van de voor- en achtergevel van dat hoofdgebouw.
59
Artikel 2
Wijze van meten
Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
afstand
de loodrechte afstand tussen bouwwerken onderling alsmede de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen wordt daar gemeten waar deze afstand het kleinst is. 2.2
de bouwhoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouwd of een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.3 a. b.
2.4
de bouwhoogte van een antenne-installatie ingeval van een vrijstaande (schotel)antenne-installatie: tussen het peil en het hoogste punt van de (schotel)antenne-installatie; ingeval van een op of aan een bouwwerk gebouwde (schotel)antenne-installatie: tussen de voet van de (schotel)antenne-installatie en het hoogste punt van de (schotel)antenne-installatie. de breedte, lengte en diepte van een bouwwerk
tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidsmuren. 2.5
de dakhelling
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.6
de goothoogtevan een bouwwerk
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.7
de inhoudvan een bouwwerk
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.8
de oppervlakte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
60
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Gemengd
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Gemengd' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c.
3.2
wonen uitsluitend op de verdiepingen; detailhandel, uitsluitend op de begane grond; bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals groen, wegen, voet- en fietspaden, parkeervoorzieningen en water. Bouwregels
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: 3.2.1 Hoofdgebouwen a. b. c. d.
hoofdgebouwen worden uitsluitend gebouwd binnen het bouwvlak; het bouwvlak mag voor 1000Zo worden bebouwd; het aantal woningen bedraagt maximaal 6; de woningen worden gerealiseerd als sociale huurwoning, verminderd met het aantal sociale huurwoningen gerealiseerd binnen de bestemming "Wonen" in Artikel 8, in totaal worden in het plangebied ten minste 8 woningen gerealiseerd als sociale huurwoning; e. woningen worden uitsluitend in gestapelde vorm gebouwd; f. de bouwhoogte van hoofdgebouwen bedraagt ten hoogste de met de aanduiding "maximale bouwhoogte (m)" aangegeven bouwhoogte; g. de goothoogte van hoofdgebouwen bedraagt ten hoogste de met de aanduiding "maximale goothoogte (m)" aangegeven goothoogte; h. de goothoogte mag worden overschreden door een kap; i. de goothoogte mag worden overschreden door topgevels; j. in afwijking van sub f mag aan de Langestraat over een totale lengte van 2 m de maximale goothoogte met maximaal2,5m worden overschreden door dakopbouwen en dakkapellen; k. in afwijking van sub f mag aan de noordwestzijde over een totale lengte van 3,5m de maximale goothoogte met maximaal 2,5m worden overschreden door dakopbouwen en dakkapellen; l. in afwijking van sub f mag aan de zuidoostzijde de over een totale lengte van 5,5m de maximale goothoogte met maximaal 2,5m worden overschreden door dakopbouwen en dakkapellen; m.
in afwijking van sub f zijn kappen toegestaan met hellende dakvlakken welke ook deels plat zijn afgedekt, met dien verstande dat: 1. het niveau waarop het hellende dakvlak zich inzet bedraagt ten hoogste de daar toegestane maximale goothoogte; 2. het niveau waarop het hellende dakvlak overgaat in een platte afdekking bedraagt ten hoogste de daar toegestane maximale bouwhoogte; 3. er aan de zijde van het openbaar gebied altijd sprake is van een hellend dakvlak. n. aan de zijde van de Langestraat is één erker toegestaan onder de volgende voorwaarden: 1. de erker wordt gesitueerd ten minste 0,5 m uit de zijgevel van het hoofdgebouw; 2. de diepte van de erker bedraagt maximaal 1 m; 3. de breedte van de erker bedraagt maximaal 2 m; 4. de bouwhoogte van de erker bedraagt maximaal 7 m. Deze hoogte mag worden overschreden met een balkonhek met een hoogte van maximaal 1m; 5. de erker is zwevend, waarbij de onderzijde van de erker begint op een hoogte van tenminste 3,5 m boven peil. 3.3
Specifieke gebruiksregels
Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels: a. b.
detailhandel in volumineuze goederen is niet toegestaan; verkooppunten voor motorbrandstoffen zijn niet toegestaan;
61
c.
de vloeroppervlakte ten behoeve van aan-huis-gebonden ondernemingen bedraagt ten hoogste 25 0Zo van de vloeroppervlakte van de hoofdgebouwen met een maximum van 50 m2 voor zover: 1. de woonfunctie als primaire functie gehandhaafd blijft; 2. het gebruik niet leidt tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluiting en parkeersituatie ter plaatse; 3. er geen gebruik wordt gemaakt van gevelreclame; 4. de onderneming uitsluitend door een van de bewoners (zonder ander personeel) wordt uitgeoefend; 5. voor de activiteiten van de onderneming geen omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 eerste lid, onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist en de inrichting valt onder het begrip type A van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer; 6. er geen horeca- en/of detailhandelsactiviteiten plaatsvinden; 7. de activiteiten worden uitgevoerd in het hoofdgebouw plus aan-, uitbouw en aangebouwd bijgebouw.
62
Artikel 4 4.1
Groen
Bestemmingsomschrijving
De voor Groen aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. 4.2
groen, water, speelvoorzieningen, erfafscheidingen, straatmeubilair en voetpaden; ondergrondse (parkeer)kelder met daarboven groen, water, speelvoorzieningen, erfafscheidingen, straatmeubilair en voetpaden; ter plaatse van de functieaanduiding terras (tr) een horecaterras ten behoeve van de aangrenzende horecabestemming; ter plaatse van de aanduiding terras (tr) 100 procent verharding op maaiveldniveau; 27 procent verharding op maaiveldniveau buiten de aanduiding terras (tr); een standbeeld. Bouwregels
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. b. c. d. 4.3
op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 1 m; in afwijking van het bepaalde onder b. bedraagt de bouwhoogte van lichtmasten maximaal 3 m; de bouwhoogte van het standbeeld - inclusief sokkel - bedraagt maximaal 3,5m. Afwijken bouwregels
Het bevoegd gezag kan afwijken van de bouwregels voor het plaatsen van maximaal 2 entreeporten met een maximum bouwhoogte van 3m en een maximale breedte van 2m .
63
Artikel 5 5.1
Horeca
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Horeca' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. 5.2
horecabedrijven uit ten hoogste categorie 2 van de Staat van Horeca-activiteiten (Bijlage 1 Staat van horeca-activiteiten) op de begane grond; wonen, uitsluitend op de verdiepingen; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - rijksmonument' een rijksmonument. Bouwregels
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: 5.2.1 a. b.
c.
d.
Hoofdgebouwen hoofdgebouwen worden binnen het bouwvlak gebouwd; de bouwhoogte van hoofdgebouwen bedraagt ten hoogste de met de aanduiding "maximale bouwhoogte (m)" aangegeven bouwhoogte, met uitzondering van de reeds bestaande en vergunde ondergeschikte bouwonderdelen, zoals een torentje en doorgang; de goothoogte van hoofdgebouwen bedraagt ten hoogste de met de aanduiding "maximale goothoogte (m)" aangegeven goothoogte met uitzondering van de reeds bestaande en vergunde ondergeschikte bouwonderdelen, zoals een torentje en doorgang tussen de kappen; de goothoogte mag worden overschreden door een kap.
64
Artikel 6 6.1
Tuin
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b.
6.2
tuinen en terrassen bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen; ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding 'balkon' tevens een balkon ten behoeve van de aangrenzende woonbestemming. Bouwregels
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels 6.2.1
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 1 meter. 6.2.2
specifieke bouwaanduiding
Ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding 'balkon' mogen in afwijking van artikel 6.1 en artikel 6.2.1 balkons worden gerealiseerd met een maximaal 1m hoog balkonhek of borstwering. Deze balkons mogen middels kolommen direct steun vinden in de grond.
65
Artikel 7 7.1
Verkeer- Verblijfsgebied
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.
7.2 7.2.1
verblijfsgebied met een functie voor verblijf, verplaatsing en gebruik ten dienste van de aangrenzende bestemmingen; bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals voet- en fietspaden, groenvoorzieningen, parkeervoorzieningen, reclame-uitingen, uitsluitend aan de Langestraat, en water; afvalverzamelvoorzieningen; een toegang tot een ondergrondse (parkeer)kelder onder het hoofdgebouw op de aangrenzende bestemming (onder andere een hellingbaan). Bouwregels Bouwwerken geen gebouw zijnde
Op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met dien verstande dat: a. b. c.
de bouwhoogte, anders dan voor verkeersregeling, verkeersleiding, wegaanduiding of verkeersverlichting, ten hoogste 1 m bedraagt; de bouwhoogte voor afvalverzamelvoorzieningen ten hoogte 1,5 m bedraagt; ten behoeve van de toegang tot de parkeergarage zijn overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan met een maximum bouwhoogte van 1,5 m.
66
Artikel 8 8.1
Wonen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. 8.2
wonen; bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals water; ondergrondse (parkeer)kelder; ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding 'balkon' tevens een balkon. Bouwregels
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: 8.2.1
Hoofdgebouwen
a. b.
het aantal woningen bedraagt maximaal 38; in totaal worden in het plangebied ten minste 8 woningen gerealiseerd als sociale huurwoning, verminderd met het aantal sociale huurwoningen gerealiseerd binnen bestemming "Gemengd" in Artikel 3; c. woningen worden uitsluitend in gestapelde vorm gebouwd; d. hoofdgebouwen worden uitsluitend gebouwd binnen het bouwvlak; e. het bouwvlak mag voor 1000Zo worden bebouwd; f. de bouwhoogte van hoofdgebouwen bedraagt ten hoogste de met de aanduiding "maximale bouwhoogte (m)" aangegeven hoogte; g. de goothoogte van hoofdgebouwen bedraagt ten hoogste de met de aanduiding "maximale goothoogte (m)" aangegeven hoogte; h. de goothoogte mag worden overschreden door een kap; i. de goothoogte mag worden overschreden voor dakkapellen; j. in afwijking van sub f zijn kappen toegestaan met hellende dakvlakken welke ook deels plat zijn afgedekt, met dien verstande dat: 1. het niveau waarop het hellende dakvlak zich inzet bedraagt ten hoogste de daar toegestane maximale goothoogte; 2. het niveau waarop het hellende dakvlak overgaat in een platte afdekking bedraagt ten hoogste de daar toegestane maximale bouwhoogte; 3. er aan de zijde van het openbaar gebied altijd sprake is van een hellend dakvlak. k.
in afwijking van sub f mag aan de zuidoostelijke gevel aan de binnentuin over een lengte van 6 m de maximale goothoogte met maximaal 2,5 m worden overschreden door dakopbouwen en dakkapellen met ieder een maximale breedte van 1,5 m; l. in afwijking van sub f mag aan de zuidwestelijke gevel aan de binnentuin over een lengte van 4,5 m de maximale goothoogte met maximaal 2,5 m worden overschreden door dakopbouwen en dakkapellen met ieder een maximale breedte van 2 m; m. in afwijking van sub f mag aan de zijde van de van Geeststraat over een lengte van 3,5 m de maximale goothoogte met maximaal 2 m worden overschreden door dakopbouwen en dakkapellen met ieder een maximale breedte van 2 m; n. in afwijking van sub f mag aan de zijde van de Sand Ambachtstraat over een lengte van 7 m de maximale goothoogte met maximaal 2,5 m worden overschreden door dakopbouwen en dakkapellen met ieder een maximale breedte van 2 m; o. in afwijking van sub f mag aan de zuidoostzijde welke is gelegen aan het parkeerterrein over een totale breedte van maximaal 7,5 m de maximale goothoogte met maximaal 2,5 m worden overschreden door dakopbouwen en dakkapellen met ieder een maximale breedte van 2 m; p.
in afwijking van sub f mag daar waar binnen het bouwvlak waar een goothoogte tot maximaal 10,5 m is toegestaan aan de zijde die niet grenst aan de openbare ruimte of de binnentuin over een totale lengte van 4 m de maximale goothoogte met maximaal 2,5 m worden overschreden door dakopbouwen en dakkapellen met ieder een maximale breedte van 2,5 m; q. ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding 'balkons' mogen in afwijking van artikel 8.2.1 sub c balkons worden gerealiseerd met aan de voorzijde een maximaal 1 m hoog balkonhek of borstwering en een maximaal 2 m hoog privacy-scherm aan de zijkanten. Deze balkons mogen
67
middels kolommen direct steun vinden in de grond.
8.2.2 Algemeen 1.
2.
3.
8.3
Het is verboden een bestaande woning te veranderen in en/of te vergroten tot twee of meer woningen. Het is eveneens verboden meerdere woningen samen te voegen tot een kleiner aantal woningen. Het is verboden bestaande gebouwen en gronden met een bestemming waar volgens de bestemmingsomschrijving het wonen naast andere bestemmingen is toegestaan, te veranderen in en/of te vergroten tot twee of meer woningen. Woonmogelijkheden binnen bestemmingen op grond waarvan wonen is toegestaan - maar nog niet wordt toegepast - zijn bestemd voor één huishouden. Bij herbouw van één of meerdere woning(en) binnen de bestemming 'Wonen' of binnen een bestemming waar volgens de bestemmingsomschrijving het wonen naast andere bestemmingen is toegestaan, is in de nieuwe situatie een gelijk aantal woningen toegestaan. Afwijken van de bouwregels
Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 8.2.2, mits: a.
b. c. d. e. f.
8.4
de woningen gevestigd worden binnen het hoofdkerngebied van 's-Gravenzande, Naaldwijk of Wateringen of binnen de hoofdwinkelstraten van Monster, Poeldijk, Honselersdijk of De Lier als aangewezen op de kaarten in de bijlagen bij deze regels; de te splitsen woning gelegen is op de verdieping binnen een bestemming die "wonen" mogelijk maakt; de ontstane woonruimten een minimale gebruiksoppervlakte van 40 m2 hebben en voldoen aan de eisen en bepalingen van het Bouwbesluit 2012; de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen niet onevenredig worden geschaad; de afwijking voorzien wordt van een ruimtelijke motivering.
Specifieke gebruiksregels
Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels: 8.4.1 Aan-huis-gebonden ondernemingen Onder strijdig gebruik wordt niet verstaan het gebruik van gedeelten van woningen ten behoeve van aan-huis-gebonden ondernemingen, mits; a. b. c. d. e. f.
g. h.
de woonfunctie als primaire functie gehandhaafd blijft; het netto vloeroppervlak in gebruik voor de aan-huis-gebonden onderneming niet groter is dan 250Zo van het vloeroppervlak van het hoofdgebouw met een maximum van 50 m2; het gebruik niet leidt tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluiting en parkeersituatie ter plaatse; er geen gebruik wordt gemaakt van gevelreclame; de onderneming uitsluitend door een van de bewoners (zonder ander personeel) wordt uitgeoefend; voor de activiteiten van de onderneming geen omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 eerste lid, onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist en de inrichting valt onder het begrip type A van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer; er geen horeca- en/of detailhandelsactiviteiten plaatsvinden; de activiteiten worden uitgevoerd in het hoofdgebouw plus aan-, uitbouw en aangebouwd bijgebouw.
68
8.4.2
Strijdig gebruik
Tot een strijdig gebruik van de gronden en bouwwerken wordt in ieder geval gerekend het gebruik voor kamerbewoning en een woongroep. Tevens wordt tot een strijdig gebruik van de gronden en bouwwerken gerekend het recreatief verhuren van de woning aan derden voor korte perioden, tenzij voldaan wordt aan de beleidsregels particuliere recreatieve verhuur woningen Westland.
69
Artikel 9 9.1 a.
b.
9.2
Waarde - Archeologie - 1
Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie - 1' aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) - mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden van de gronden; de bestemming Waarde - Archeologie - 1 is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende enkelbestemmingen. Voor zover deze dubbelbestemming samenvalt met andere dubbelbestemmingen is de voorrangsregeling in artikel 16.3 van toepassing. Bouwregels
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. b.
c.
op deze gronden mogen ten behoeve van de in lid 9.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 3 m; ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag - met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels- uitsluitend worden gebouwd, indien: 1. de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het bouwen een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; 2. de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voor het bouwen voorschriften en beperkingen te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door een archeologische deskundige; het bepaalde in dit lid onder b1 en b2 is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op één of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken: 1. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; 2.
een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 30 cm en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst.
9.3 Omgevingsvergunningvoor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 9.3.1 a.
b.
c. d. e. f.
9.3.2 1. a. b. c.
Verbodsregel Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Waarde - Archeologie - 1 zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, aan te leggen of de volgende werkzaamheden uit te voeren: het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte of hoogte dan 30 cm, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op een of ander wijze indrijven van voorwerpen; het verlagen of verhogen van het waterpeil; het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. Uitzondering op het aanlegverbod Het verbod van lid 9.3.1 is niet van toepassing, indien de werken en werkzaamheden: noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarbij lid 9.2 in acht is genomen; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan; ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd.
70
9.3.3 a.
b.
c.
Voorwaarden voor een omgevingsvergunning De werken en werkzaamheden, zoals in lid 9.3.1 bedoeld, zijn slechts toelaatbaar, indien de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden aan de hand van nader archeologisch onderzoek kan aantonen dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn. Voorts zijn de werken en werkzaamheden toelaatbaar, indien: de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de activiteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden voorschriften en beperkingen te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door een archeologische deskundige.
71
Artikel 10 Waarde - Karakteristiek 10.1 a.
b.
Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Karakteristiek' aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) - mede bestemd voor het behoud van de karakteristieke ruimtelijke kwaliteit van de gronden. de bestemming 'Waarde - Karakteristiek' is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende enkelbestemmingen. Voor zover deze dubbelbestemming samenvalt met andere dubbelbestemmingen is de voorrangsregeling in artikel 16.3 van toepassing.
10.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de bouwregels van de andere aldaar voorkomende bestemming(en). 10.3
Omgevingsvergunningvoor het slopen van een bouwwerk
10.3.1
Verbodsregel
Het is verboden hoofdgebouwen met de bestemming 'Waarde - Karakteristiek' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag geheel of gedeeltelijk te slopen. 10.3.2
Uitzondering op het sloopverbod
Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 10.3.1 is niet vereist voor: a. b. c. d.
10.3.3
sloopwerkzaamheden, behorende bij het normale onderhoud, gebruik en beheer; het slopen ingevolge een aanschrijving van het bevoegd gezag; het slopen van bouwwerken waarvoor geen omgevingsvergunning is vereist; sloopwerkzaamheden, welke op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een voor dat tijdstip geldende dan wel aangevraagde omgevingsvergunning.' Verlening omgevingsvergunning voor het slopen
Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 10.3.1 wordt in ieder geval verleend indien het bevoegd gezag een omgevingsvergunning voor het bouwen (2.1 lid 1 sub a. Wabo) heeft verleend voor de bouw van een nieuw hoofdgebouw op de betreffende gronden.
72
Artikel 11 Waarde - Winkelgebied 11.1 a.
b.
Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Winkelgebied' bestemde gronden zijn - behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) - mede bestemd voor het behoud van de karakteristieke ruimtelijke kwaliteit van het winkelgebied. de bestemming Waarde - Winkelgebied' is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende enkelbestemmingen. Voor zover deze dubbelbestemming samenvalt met andere dubbelbestemmingen is de voorrangsregeling in artikel 16.3 van toepassing.
11.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de bouwregels van de andere aldaar voorkomende bestemming(en). 11.3
Omgevingsvergunningvoor het slopen van een bouwwerk
11.3.1
Verbodsregel
Het is verboden hoofdgebouwen met de bestemming Waarde - Winkelgebied' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag geheel of gedeeltelijk te slopen. 11.3.2
Uitzondering op het sloopverbod
Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 11.3.1 is niet vereist voor: a. b. c. d.
11.3.3
sloopwerkzaamheden, behorende bij het normale onderhoud, gebruik en beheer; het slopen ingevolge een aanschrijving van het bevoegd gezag; het slopen van bouwwerken waarvoor geen omgevingsvergunning is vereist; sloopwerkzaamheden, welke op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een voor dat tijdstip geldende dan wel aangevraagde omgevingsvergunning.' Verlening omgevingsvergunning voor het slopen
Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 11.3.1 wordt in ieder geval verleend indien het bevoegd gezag een omgevingsvergunning voor het bouwen (2.1 lid 1 sub Wabo) heeft verleend voor de bouw van een nieuw hoofdgebouw op de betreffende gronden.
73
Hoofdstuk 3
Algemene regels
Artikel 12 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
74
Artikel 13 Algemene bouwregels 13.1
Overschrijding van hoogte-aanduidingenop de planverbeelding
13.1.1
ondergeschikte bouwdelen
De hoogteaanduidingen op de planverbeelding mogen worden overschreden door antenne installaties, indien en voorzover de overschrijding niet meer dan 5 m. bedraagt , alsmede door schoorstenen, trappenhuizen, alarminstallaties en andere ondergeschikte bouwdelen, indien en voorzover de overschrijding niet meer dan 1,00 m. bedraagt, tenzij in hoofdstuk 2 anders is bepaald. 13.1.2
liftkokers
De hoogteaanduidingen op de planverbeelding mogen worden overschreden door liftkokers, indien en voor zover de overschrijding niet meer dan 1,5 m bedraagt, tenzij hoofdstuk 2 anders bepaald. 13.2 Overschrijding bouwgrenzen De op de planverbeelding aangegeven bouwsgrenzen mogen uitsluitend worden overschreden door: a. b.
c. d. e.
14.3
tot gebouwen behorende stoepen, stoeptreden en funderingen; bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, standleidingen voor hemelwater, gevelversieringen, wanden van gevelversieringen, wanden van ventilatiekanalen en schoorstenen, indien en voorzover de overschrijding niet meer dan 0,5 m bedraagt. gevel- en kroonlijsten en overstekende daken, indien en voorzover de overschrijding niet meer dan 0,5 m bedraagt; rookkanalen, indien de overschrijding niet meer dan 0,5 m bedraagt putten, leidingen, goten en inrichtingen voor de watervoorziening of de afvoer of verzameling van water rioolstoffen; hijsinrichtingen, indien en voorzover de overschrijding niet meer dan 0,5 m bedraagt. Bestaande bouwwerken
Een bestaand bouwwerk dat met een vergunning is gerealiseerd, mag ten hoogste overeenkomstig de bestaande afmetingen en op dezelfde plaats worden teruggebouwd. 13.3
Ondergrondse bouwwerken
De regels van dit plan zijn van overeenkomstige toepassing op ondergrondse bouwwerken.
75
Artikel 14 Algemene gebruiksregels 14.1
Strijdig gebruik
Onder strijdig gebruik als bedoeld in artikel 7.2 van de Wet ruimtelijke ordening in samenhang met artikel 2.1 lid 1 onder c. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt in ieder geval verstaan: a. b.
c.
d. e.
14.2
het gebruik van niet-bebouwde grond als permanente staan- of ligplaats van demonteerbare of verplaatsbare inrichtingen voor de verkoop van etenswaren en/of dranken; het gebruik van niet-bebouwde grond en/of water als staan- of ligplaats voor kampeermiddelen buiten de daarvoor aangewezen gronden; het gebruik van niet-bebouwde grond als staan- of ligplaats voor (menselijk of dierlijk) verblijf geschikte, al dan niet aan hun bestemming onttrokken, vaar- of voertuigen, arken of andere objecten, voor zover die niet als bouwwerk zijn aan te merken; het gebruik van niet-bebouwde grond als opslag, stort- of bergplaats van al dan niet afgedankte stoffen, voorwerpen en producten, tenzij dit gebruik noodzakelijk is voor of verband houdt met de verwerkelijking van de bestemming of met het op de bestemming gerichte beheer van de gronden; het gebruik van bouwwerken of het laten gebruiken van bouwwerken als seksinrichting; het gebruik van bouwwerken of het laten gebruiken van bouwwerken en gronden voor opslag en verkoop van consumentenvuurwerk. Geen strijdig gebruik
Onder strijdig gebruik wordt niet verstaan: a. het gebruik van niet-bebouwde grond voor evenementen waarvoor een vergunning is verleend op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening Westland; b. het gebruik van niet-bebouwde grond voor standplaatsen waarvoor een vergunning is verleend op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening Westland; c. het gebruiken van bouwwerken of het laten gebruiken van bouwwerken en gronden voor opslag en verkoop van consumentenvuurwerk ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van detailhandel - vuurwerkverkooppunt'.
76
Artikel 15 Algemene afwijkingsregels 15.1
Algemene afWijkingsmogelijkheden
Het bevoegd gezag kan, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woon- en werksituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en er op grond van de regels in hoofdstuk 2 niet eerder kon worden afgeweken, bij een omgevingsvergunning afwijken van de regels van het plan, voor: a. afwijkingen van voorgeschreven maten, waaronder percentages, met ten hoogste 10oZo. Het moet hierbij primair gaan om het oplossen van knelpunten waar het bestemmingsplan niet in voorziet en waartegen in planologisch opzicht geen bezwaar bestaat en niet om de bouwmogelijkheden bij voorbaat al te vergroten; b. het bouwen van kleine niet voor bewoning bestemde gebouwtjes met een goothoogte van ten hoogste 3 m ten behoeve van openbare nutsbedrijven of voor andere naar doelstelling daarmee vergelijkbare gebouwtjes mits de inhoud van deze gebouwtjes niet groter is dan 60 m3 zoals transformatorhuisjes, schakelhuisjes, gemaalgebouwtjes, gasdrukregel- en meetstations, telefooncellen, toiletgebouwtjes en wachthuisjes voor verkeersdiensten; c. het bouwen van straatmeubilair of andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die om waterstaatkundige of verkeerstechnische redenen noodzakelijk zijn, zoals duikers en keermuren met een bouwhoogte van ten hoogste 6 meter; d.
geringe veranderingen in de tracés van wegen en de aanpassing daaraan van de ligging en de vorm van bestemmingsgrenzen indien bij de definitieve uitmeting blijkt, dat een weg als gevolg van de werkelijke toestand van het terrein slechts kan worden aangelegd als op ondergeschikte punten van het plan wordt afgeweken, met dien verstande dat de veranderingen ten hoogste 2 m mogen bedragen; e. afwijkingen van het bestemmingsplan, ten einde de uitvoering van een bouwplan mogelijk te maken, indien op grond van een definitieve uitmeting of in verband met de verkaveling of situering blijkt, dat aanpassing van het bestemmingsplan noodzakelijk zou zijn en de afwijking van zo ondergeschikte aard blijft, dat de structuur van het bestemmingsplan niet wordt aangetast; f. overschrijding van bouwgrenzen, voorzover zulks van belang is voor een technisch of ruimtelijke kwaliteit i.p.v. esthetisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voorzover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; de overschrijdingen mogen echter niet meer dan 3 m bedragen; g. het bouwen van zonnecollectoren, beeldende kunstwerken (waaronder begrepen follies), riool-overstortkelders, boven- en ondergrondse containerruimten, informatie- en reclameborden. 15.2
Afwijking niet verlenen
Afwijking wordt in ieder geval niet verleend, indien daardoor onevenredig afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken. 15.3
AfWijkingsmogelijkheidkamerbewoning
Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van regels omtrent de bewoning van een woning door één afzonderlijk huishouden ten behoeve van kamerbewoning, mits: a.
de kamerwoningen gevestigd worden binnen het hoofdkerngebied van 's-Gravenzande, Naaldwijk of Wateringen of binnen de hoofdwinkelstraten van Monster, Poeldijk, Honselersdijk of De Lier als aangewezen op de kaarten in de bijlagen bij deze regels; b. de kamerwoningen gevestigd worden op de verdieping binnen een bestemming die "wonen" mogelijk maakt; c. het totaal aantal kamerbewoners niet meer dan vier per pand is; d. de kamerwoningen in een pand gevestigd worden dat ten minste aan weerszijden vier panden zonder kamerwoningen heeft; e. een kamerwoning een minimale gebruiksoppervlakte van 12 m2 per bewoner heeft waarbij de om te zetten woning voldoet aan de eisen en bepalingen van het Bouwbesluit 2012; f. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet
77
g. h.
onevenredig worden geschaad; het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen niet onevenredig worden geschaad; de afwijking voorzien wordt van een ruimtelijke motivering.
78
Artikel 16 Overige regels 16.1
Werking wettelijke regelingen
De wettelijke regelingen waarnaar in de regels wordt verwezen, gelden zoals deze luiden op het moment van vaststelling van het plan. 16.2
Strafbepaling
Overtreding van het bepaalde in artikel 14.1 is een economisch delict in de zin van artikel 1a, sub 2^ van de Wet op de economische delicten en als zodanig strafbaar op grond van deze wet. 16.3
Voorrangsregeling
Indien en voor zover de in het plan aangegeven bestemmingen geheel of gedeeltelijk samenvallen zijn, voor zover de voor de dubbelbestemmingen geldende regels ten aanzien van bebouwing of gebruik niet met elkaar verenigbaar zijn, de regels van toepassing die gelden voor de dubbelbestemming met de hoogste prioriteit volgens de volgorde die is aangegeven in onderstaand schema: Bestemming
artikelnummer
volgorde van toepassing
Waarde - Archeologie 1 Waarde - Karakteristiek
9 10
1 2
Waarde - Winkelgebied
11
3
16.4 1.
2.
3.
Voorwaardelijke verplichtingparkeren Bij nieuwe ontwikkelingen (oprichting van een bouwwerk, verandering van functie of uitbreiding van bestaand gebruik) is het gebruik van gronden en bouwwerken op grond van de regels in hoofdstuk 2 slechts toegestaan als op eigen terrein wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid, zoals bedoeld in hoofdstuk 1 van deze regels. Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde in lid 1 indien: a. het voldoen aan die bepaling door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of b. er een bijzonder gemeentelijk belang mee is gemoeid; of c. op andere wijze dan op eigen terrein in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien, mits voldaan wordt aan de voorwaarden zoals gesteld in de beleidsregel 'Parkeernormering gemeente Westland' en - indien deze beleidsregel gedurende de planperiode worden gewijzigd - aan die wijziging; of d. door de aanvrager van een omgevingsvergunning wordt aangetoond dat de van toepassing zijnde parkeernorm(en) of aanwezigheidspercentages niet overeenkomen met de feitelijke situatie en kan worden volstaan met het realiseren van minder parkeergelegenheid. Het bevoegd gezag kan aan de omgevingsvergunning zoals genoemd bij lid 2 voorschriften verbinden ten aanzien van: a. de aard, plaats en inrichting van de parkeergelegenheid; b. de aanwezigheid en aanduiding van parkeergelegenheid ten behoeve van invaliden.
79
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels
Artikel 17 Overgangsrecht 17.1 1.
2. 3. 4.
17.2 1. 2.
3.
4.
Overgangsrecht bouwwerken Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan; Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van lid 17.1.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid 17.1.1 met maximaal 100Zo; Lid 17.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
Overgangsrecht gebruik Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 17.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; Indien het gebruik, bedoeld in lid 17.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; Lid 17.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
80
Artikel 18 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Gemeentehuis 's-Gravenzande'
81
l Li,LULL]-. IIIEL1LLL
....
Postadres: Postbus 150, 3670 AD Naaldwijk Bfřřŕekadres: Vťjrdliaan 7, 2671 Vw Naaldwijk T 14 0174 F (0174) 673 6Û0
E ļŞflöOgsnnMntewesţlsnd-nl WESTLAND
I www.gemGentewestland.iil
, V'. V;:,;-' ,
f í--. ui
/JTS
i/fe'
'ľ-
r
*
\ s.
ŗ4Ç
'J
■'ļi' ^ 7