vaststelling bestemmingsplan De Schakel te Maasdijk (21-0043015)
Tekst van het document
pand
De kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is. 1.59 peil a. voor gebouwen die onmiddellijk aan de weg grenzen: de hoogte van die weg; b. in andere gevallen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld, waarbij plaatselijke, niet bij verdere verloop van het terrein passende ophogingen of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, anders dan noodzakelijk voor de bouw ervan buiten beschouwing blijven. Het bouwwerk wordt gemeten aan de kant waar het aansluitend afgewerkt maaiveld het hoogst is. 1.60
perceel
Een stuk grond waarvan het Kadaster de grenzen heeft gemeten en dat staat geregistreerd in de Basisregistratie Kadaster (BRK) met een uniek nummer en kadastrale aanduiding. 1.61
risicovolle inrichtingen
Inrichtingen als bedoeld in artikel 2 lid 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen. 1.62
seksinrichting:
Een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of daarmee naar de aard en omvang vergelijkbare activiteiten, in de vorm van seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval begrepen een prostitutiebedrijf, een erotische massagesalon, een seksbioscoop of sekstheater, een sekswinkel, een seksautomatenhal en een seksclub of parenclub al dan niet in combinatie met elkaar. 1.63
straatmeubilair
Bouwwerken ten behoeve van al dan niet openbare (nuts-) voorzieningen, zoals: verkeersgeleiders, verkeersborden, informatieborden, zitbanken, bloembakken, telefooncellen, abri's, kunstwerken, bushaltes, speeltoestellen, fietsenrekken en draagconstructies voor reclame; kleinschalige bouwwerken ten behoeve van (openbare) nutsvoorzieningen met een inhoud van ten hoogste 50 m3 en een bouwhoogte van ten hoogste 3 meter, waaronder begrepen voorzieningen ten behoeve van telecommunicatie, energievoorzieningen en brandkranen; afvalinzamelsystemen en hiermee gelijk te stellen bouwwerken.
57
1.64
tuinartikelen
Artikelen die met de tuinbewerking of de inrichting van tuinen verband houden, zoals tuingereedschappen en -beschermingsproducten, grondproducten, vijvers, potten, (sier)bestrating, kunstgras, tuinhout, erfscheidingen, tuinhuisjes, tuinverlichting, tuinkleding (met inbegrip van schoeisel), tuinspeelgoed, tuinmeubelen, (tuin)kookbenodigdheden en vijverbenodigdheden. 1.65
uitbouw
Uitbreiding van een tot het hoofdgebouw behorende ruimte tot buiten het bestaande oorspronkelijke hoofdgebouw (bijvoorbeeld een erker) en welke ruimtelijk ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.66
veranda
Een overkapping aan de voorzijde van een woning met maximaal 2 wanden. 1.67
voldoendeparkeergelegenheid
parkeergelegenheid voor personenauto's, bestelauto's, motorfietsen en driewielige motorvoertuigen, waarvan het aantal parkeerplaatsen en de omvang daarvan voldoet aan de beleidsregel 'Parkeernormering gemeente Westland', zoals die geldt ten tijde van de vaststelling van dit bestemmingsplan en - indien deze beleidsregel gedurende de planperiode wordt gewijzigd - aan die wijziging. 1.68
voorerf
De gronden die behoren bij het hoofdgebouw en gelegen zijn voor de, met een gevellijn op de planverbeelding aangegeven, voorgevel van dat hoofdgebouw of voor een denkbeeldige lijn in het verlengde daarvan. 1.69
voorgevel
De naar het openbare gebied gekeerde gevel(s) van de hoofdbebouwing, of waar deze op de planverbeelding is aangegeven met een gevellijn. 1.70
voorgevelrooilijn
De naar de weg gekeerde zijde of aan de voorzijde van een gebouw gelegen gevel of waar deze op de planverbeelding is aangegeven met een gevellijn. 1.71
webwinkel
Een specifieke vorm van detailhandel zonder uitstalling, waarbij de goederen via internet worden aangeboden en zowel per post worden geleverd als ter plaatse afgehaald worden. 1.72
wonen
Het gehuisvest zijn in een woning. 1.73 woning Een complex van ruimten, uitsluitend bestemd voor de huisvesting van één huishouden. 1.74
woongroep
Een groep van twee of meer meerderjarige personen die de bedoeling hebben om bestendig, voor onbepaalde tijd, een met een gezinsverband vergelijkbaar samenlevingsverband met elkaar aan te aan. Een woongroep is georganiseerd in een formele rechtspersoon (opgericht bij notariële akte en met inschrijving bij de Kamer van Koophandel) en beschikt over een gezamenlijke rekening waarvan de vaste lasten worden betaald. Bij nieuwbouw van een woning voor een woongroep is er sprake van een initiatiefgroep waarvan de leden het recht van eerste bewoning krijgen. Elke vorm van bedrijfsmatige kamerverhuur valt hier niet onder.
58
1.75
zijerf
De gronden die behoren bij het hoofdgebouw en gelegen zijn aan de zijkant(en) van dat hoofdgebouw tussen de denkbeeldige lijnen in het verlengde van de voor- en achtergevel van dat hoofdgebouw.
59
Artikel 2
Wijze van meten
Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
afstand
de loodrechte afstand tussen bouwwerken onderling alsmede de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen wordt daar gemeten waar deze afstand het kleinst is. 2.2
de bouwhoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouwd of een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.3 a. b.
2.4
de bouwhoogte van een antenne-installatie ingeval van een vrijstaande (schotel)antenne-installatie: tussen het peil en het hoogste punt van de (schotel)antenne-installatie; ingeval van een op of aan een bouwwerk gebouwde (schotel)antenne-installatie: tussen de voet van de (schotel)antenne-installatie en het hoogste punt van de (schotel)antenne-installatie. de breedte, lengte en diepte van een bouwwerk
tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidsmuren. 2.5
de dakhelling
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.6
de goothoogtevan een bouwwerk
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.7
de hoogte van een windturbine
vanaf het peil tot aan de (wieken)as van de windturbine. 2.8
de inhoudvan een bouwwerk
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.9
de lengte van een aanlegsteiger
de afstand tussen de boveninsteek van het water en het deel van de aanlegsteiger dat daar het verst vanaf gelegen is. 2.10
de oppervlakte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
60
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Groen
Bestemmingsomschrijving
De voor Groen aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b.
3.2
groen, water en speelvoorzieningen; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - 1' is tevens een moestuin toegestaan.
Bouwregels
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. b.
op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m.
61
Artikel 4 4.1
Verkeer- Verblijfsgebied
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b.
4.2
verblijfsgebied met een functie voor verblijf, verplaatsing en gebruik ten dienste van de aangrenzende bestemmingen; bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals voet- en fietspaden, groenvoorzieningen, parkeervoorzieningen, reclame-uitingen en water. Bouwregels
Op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met dien verstande dat de bouwhoogte, anders dan voor verkeersregeling, verkeersleiding, wegaanduiding of verkeerslichting, ten hoogste 3 m bedraagt.
62
Artikel 5 5.1
Woongebied
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Woongebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.
e. f. g.
het wonen; hoofdgebouwen en andere bouwwerken die nodig zijn voor het wonen; bij het wonen behorende voorzieningen, zoals erven en tuinen; verblijfsgebied met een functie voor verblijf, verplaatsing en gebruik ten dienste van de bestemming, waaronder verkeersstructuren zoals woonstraten, ontsluitingswegen en voet- en fietspaden; (ondergrondse) waterhuishoudkundige voorzieningen, waterlopen, watergangen en waterpartijen; moestuinen, groen-, speel-, parkeer- en nutsvoorzieningen; ter plaatse van de bouwaanduiding "gestapeld" [gs] zijn uitsluitend gestapelde woningen toegestaan;
5.2
Bouwregels
5.2.1
Algemeen
Op deze gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: a. b. c. d.
grondgebonden woningen; gestapelde woningen ter plaatse van de bouwaanduiding "gestapeld" [gs]; aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen; bouwwerken, geen bouwen zijnde;
mits, e. f. g.
5.2.2
minimaal 250 m2 aan openbaar groen aan de zijde van de Prinses Wilhelminastraat wordt gerealiseerd; de woningen worden gerealiseerd in het sociale huursegment, waarbij maximaal zes grondgebonden woningen gerealiseerd mogen worden in het middeldure huursegment; bij elke grondgebonden woning 1 parkeerplaats op eigen perceel wordt gerealiseerd.
Hoofdgebouw als grondgebonden woning
Voor het bouwen van hoofdgebouwen als grondgebonden woningen gelden de volgende regels: a. de grondgebonden woningen dienen te worden uitgevoerd als woning van maximaal 1 bouwlaag met een kap; b. de goothoogte van een hoofdgebouw mag niet meer dan 3,00 meter bedragen; c. de bouwhoogte van een hoofdgebouw mag niet meer dan 8,50 meter bedragen; d. de voorgevel van het hoofdgebouw is gelegen aan de zijde van de Prinses Wilhelminastraat; e. de minimale afstand van het hoofdgebouw tot aan gestapelde woningen bedraagt 8 meter; f. de afstand tussen de achtergevel en de perceelsgrens moet minimaal 7 meter bedragen. 5.2.3
Hoofdgebouw als gestapelde woningen
Voor het bouwen van hoofdgebouwen als gestapelde woningen gelden de volgende regels: a. hoofdgebouwen worden uitsluitend gebouwd binnen het bouwvlak en per bouwvlak één hoofdgebouw; b. gestapelde woningen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de bouwaanduiding "gestapeld" [gs]; c. ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden', geldt dat aantal als maximum aantal woningen; d. de maximale bouwhoogte van het hoofdgebouw bedraagt de op de planverbeelding met de maatvoering “maximale bouwhoogte (m)” aangeven bouwhoogte; e. voor hoofdgebouwen als gestapelde woningen geldt geen maximale goothoogte;
63
f. 5.2.4 a.
b.
c. d.
e. f. g. h. i. j. 5.2.5
de minimale afstand van het hoofdgebouw tot aan de grondgebonden woningen bedraagt 8 meter. Bijbehorende bouwwerken en overkappingen het gezamenlijk oppervlak van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen op het erf (zij-, achter- en voorerf) bedraagt ten hoogste 50 0Zo van het zij- en achtererf van de woning tot een maximum van 50 m2; indien het zij- en achtererf een grotere oppervlakte heeft dan 100 m2 mag bij de maximale oppervlakte van 50 m2 een percentage van 100Zo van het meerdere worden opgeteld, tot een maximum van 75 m2; indien niet in de perceelsgrens wordt gebouwd, bedraagt de afstand tot de perceelsgrens ten minste 1m; de diepte van een aan- en uitbouw, gemeten vanuit de oorspronkelijke achtergevel waaraan gebouwd wordt, bedraagt: 1. bij aaneengebouwde en half vrijstaande woningen: 3 meter; 2. bij vrijstaande woningen: 5 meter.
de breedte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen (gezien vanaf de voorzijde) op een zijerf dat grenst aan openbaar toegankelijk gebied mag ten hoogste 3,5 m bedragen; de goothoogte van aan- en uitbouwen bedraagt ten hoogste 0,3 m boven de vloer van de eerste verdieping van het hoofdgebouw op de aangrenzende gronden; de bouwhoogte van aan-, uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen bedraagt ten hoogste 4 m de goothoogte van vrijstaande bijgebouwen/aangebouwde bijgebouwen bedraagt ten hoogste 3 m; de bouwhoogte van vrijstaande bijgebouwen bedraagt ten hoogste 5 m; de bouwhoogte van overkappingen bedraagt ten hoogste 3 m; Overige bouwwerken
Voor het bouwen van overige bouwwerken gelden de volgende regels: a. b. c. d. 5.2.6 1.
2.
3.
5.3
de maximale bouwhoogte van erfafscheidingen tussen de openbare weg en 1m achter de voorgevelrooilijn bedraagt 1m; de maximale bouwhoogte van overige erfafscheidingen bedraagt 2m; de maximale bouwhoogte van overige bouwwerken ten behoeve van straatverlichting bedraagt 7m; de maximale bouwhoogte van andere overige bouwwerken bedraagt 3m. Algemeen Het is verboden een bestaande woning te veranderen in en/of te vergroten tot twee of meer woningen. Het is eveneens verboden meerdere woningen samen te voegen tot een kleiner aantal woningen. Het is verboden bestaande gebouwen en gronden met een bestemming waar volgens de bestemmingsomschrijving het wonen naast andere bestemmingen is toegestaan, te veranderen in en/of te vergroten tot twee of meer woningen. Woonmogelijkheden binnen bestemmingen op grond waarvan wonen is toegestaan - maar nog niet wordt toegepast - zijn bestemd voor één huishouden. Bij herbouw van één of meerdere woning(en) binnen de bestemming 'Wonen' of binnen een bestemming waar volgens de bestemmingsomschrijving het wonen naast andere bestemmingen is toegestaan, is in de nieuwe situatie een gelijk aantal woningen toegestaan. Afwijken van bouwregels
Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 5.2.6, mits: a.
b. c. d. e.
de woningen gevestigd worden binnen het hoofdkerngebied van 's-Gravenzande, Naaldwijk of Wateringen of binnen de hoofdwinkelstraten van Monster, Poeldijk, Honselersdijk of De Lier als aangewezen op de kaarten in de bijlagen bij deze regels; de te splitsen woning gelegen is op de verdieping binnen een bestemming die "wonen" mogelijk maakt; de ontstane woonruimten een minimale gebruiksoppervlakte van 40 m2 hebben en voldoen aan de eisen en bepalingen van het Bouwbesluit 2012; de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen niet onevenredig worden
64
f.
geschaad; de afwijking voorzien wordt van een ruimtelijke motivering.
5.4
Specifieke gebruiksregels
5.4.1
Aan-huis-gebonden onderneming
Op de gronden is het gebruik van gedeelten van het hoofdgebouw voor de uitoefening van een aan-huis-gebonden onderneming toegestaan mits: a. b. c. d. e. f.
g. h.
5.4.2 1.
2. 3. 4.
de woonfunctie als primaire functie gehandhaafd blijft; het netto-vloeroppervlak in gebruik voor de aan-huis-gebonden onderneming niet groter is dan 250Zo van het vloeroppervlak van het hoofdgebouw met een maximum van 50m2; het gebruik niet leidt tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluiting en parkeersituatie ter plaatse; er geen gebruik wordt gemaakt van gevelreclame; de onderneming alleen door de bewoners (zonder ander personeel) wordt uitgeoefend; voor de activiteiten van de onderneming geen omgevingsvergunning is vereist, als bedoeld in artikel 2.1, lid 1, onder e., van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, en de activiteiten vallen onder het begrip “inrichting type A” als bedoeld in artikel 1.2 van het Activiteitenbesluit milieubeheer; er geen horeca- en/of detailhandelsactiviteiten plaatsvinden; en de activiteiten worden uitgevoerd in het hoofdgebouw en/of het aangebouwd bijbehorend bouwwerk. Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor kamerbewoning en een woongroep.
Tevens wordt tot een strijdig gebruik van de gronden en bouwwerken gerekend het recreatief verhuren van de woning aan derden voor korte perioden, tenzij voldaan wordt aan de beleidsregels particuliere recreatieve verhuur woningen Westland; Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor permanente of tijdelijke bewoning, voor zover het vrijstaande bijgebouwen betreft; Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor detailhandel; Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor horeca.
65
Hoofdstuk 3 Artikel 6
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
66
Artikel 7
Algemene bouwregels
7.1
Overschrijding van hoogte-aanduidingenop de planverbeelding
7.1.1
ondergeschikte bouwdelen
De hoogteaanduidingen op de planverbeelding mogen worden overschreden door antenne installaties, indien en voorzover de overschrijding niet meer dan 5 m. bedraagt , alsmede door schoorstenen, trappenhuizen, alarminstallaties en andere ondergeschikte bouwdelen, indien en voorzover de overschrijding niet meer dan 1,00 m. bedraagt, tenzij in hoofdstuk 2 anders is bepaald. 7.1.2
liftkokers
De hoogteaanduidingen op de planverbeelding mogen worden overschreden door liftkokers, indien en voor zover de overschrijding niet meer dan 1,5 m bedraagt, tenzij hoofdstuk 2 anders bepaald.. 7.2 Overschrijding bouwgrenzen De op de planverbeelding aangegeven bouw- en bestemmingsgrenzen mogen uitsluitend worden overschreden door: a. b.
tot gebouwen behorende stoepen, stoeptreden en funderingen; bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, standleidingen voor hemelwater, gevelversieringen, wanden van gevelversieringen, wanden van ventilatiekanalen en schoorstenen, indien en voorzover de overschrijding niet meer dan 0,5 m bedraagt. c. gevel- en kroonlijsten en overstekende daken, indien en voorzover de overschrijding niet meer dan 0,5 m bedraagt; d. rookkanalen, indien de overschrijding niet meer dan 0,5 m bedraagt e. putten, leidingen, goten en inrichtingen voor de watervoorziening of de afvoer of verzameling van water rioolstoffen; hijsinrichtingen, indien en voorzover de overschrijding niet meer dan 0,5 m bedraagt. f. bestaande dakopbouwen, bestaande luifels en bestaande uitbouwen aan de voorzijde; g. balkons, indien en voor zover de overschrijding niet meer dan 0,25 m bedraagt. 7.3 a. b.
7.4
Ondergrondse bouwwerken De regels van dit plan zijn van overeenkomstige toepassing op ondergrondse bouwwerken. In aanvulling op het bepaalde onder a. mogen ondergrondse ruimten slechts worden gerealiseerd voor zover deze zijn gelegen tussen de buitenwerkse gevels van het bovengronds gelegen hoofdgebouw en met een maximale verticale diepte van 3 meter onder het peil. Dakkapellen
Voor het bouwen van dakkapellen gelden de volgende regels: a. Maatvoering achterzijde: 1. de dakkapel ligt aan alle zijden tenminste 0,5 m vrij in het dakvlak; 2. de dakkapel is gemeten van de voet van de dakkapel niet hoger dan 1,75 m; 3. de dakkapel mag niet meer dan 1 meter uit de onderkant van het dakvlak staan. b. Voorzijde 1. per dakvlak is één dakkapel toegestaan; 2. de dakkapel is niet breder dan 550Zo van de breedte van het dakvlak; 3. de dakkapel is gemeten van de voet van de dakkapel niet hoger dan 1,5 m; 4. de dakkapel mag niet meer dan 1,5 meter uit de onderkant van het dakvlak staan; 5. de dakkapel ligt aan alle zijden tenminste 0,5 m vrij in het dakvlak, met uitzondering van aaneengebouwde dakkapellen aan de zijde waar hoofdgebouwen aaneengebouwd worden;
67
Artikel 8 8.1
Algemene gebruiksregels
Strijdig gebruik
Onder strijdig gebruik als bedoeld in artikel 7.2 van de Wet ruimtelijke ordening in samenhang met artikel 2.1 lid 1 onder c. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt in ieder geval verstaan: a. b.
c.
d. 8.2
het gebruik van niet-bebouwde grond als permanente staan- of ligplaats van demonteerbare of verplaatsbare inrichtingen voor de verkoop van etenswaren en/of dranken; het gebruik van niet-bebouwde grond en/of water als staan- of ligplaats voor kampeermiddelen buiten de daarvoor aangewezen gronden; het gebruik van niet-bebouwde grond als staan- of ligplaats voor (menselijk of dierlijk) verblijf geschikte, al dan niet aan hun bestemming onttrokken, vaar- of voertuigen, arken of andere objecten, voor zover die niet als bouwwerk zijn aan te merken; het gebruik van niet-bebouwde grond als opslag, stort- of bergplaats van al dan niet afgedankte stoffen, voorwerpen en producten, tenzij dit gebruik noodzakelijk is voor of verband houdt met de verwerkelijking van de bestemming of met het op de bestemming gerichte beheer van de gronden; het gebruik van bouwwerken of het laten gebruiken van bouwwerken als seksinrichting. Geen strijdig gebruik
Onder strijdig gebruik wordt niet verstaan: a. het gebruik van niet-bebouwde grond voor evenementen waarvoor een vergunning is verleend op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening Westland; b. het gebruik van niet-bebouwde grond voor standplaatsen waarvoor een vergunning is verleend op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening Westland.'
68
Artikel 9 9.1
Algemene afwijkingsregels
Algemene afWijkingsmogelijkheden
Het bevoegd gezag kan, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woon- en werksituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en er op grond van de regels in hoofdstuk 2 niet eerder kon worden afgeweken, bij een omgevingsvergunning afwijken van de regels van het plan, voor: a. afwijkingen van voorgeschreven maten, waaronder percentages, met ten hoogste 10oZo. Het moet hierbij primair gaan om het oplossen van knelpunten waar het bestemmingsplan niet in voorziet en waartegen in planologisch opzicht geen bezwaar bestaat en niet om de bouwmogelijkheden bij voorbaat al te vergroten; b. het bouwen van kleine niet voor bewoning bestemde gebouwtjes met een goothoogte van ten hoogste 3 m ten behoeve van openbare nutsbedrijven of voor andere naar doelstelling daarmee vergelijkbare gebouwtjes mits de inhoud van deze gebouwtjes niet groter is dan 60 m3 zoals transformatorhuisjes, schakelhuisjes, gemaalgebouwtjes, gasdrukregel- en meetstations, telefooncellen, toiletgebouwtjes en wachthuisjes voor verkeersdiensten; c. het bouwen van een tweedelijns dakkapel aan de achterzijde boven een bestaande dakkapel; d.
het bouwen van straatmeubilair of andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die om waterstaatkundige of verkeerstechnische redenen noodzakelijk zijn, zoals duikers en keermuren met een bouwhoogte van ten hoogste 6 meter; e. geringe veranderingen in de tracés van wegen en de aanpassing daaraan van de ligging en de vorm van bestemmingsgrenzen indien bij de definitieve uitmeting blijkt, dat een weg als gevolg van de werkelijke toestand van het terrein slechts kan worden aangelegd als op ondergeschikte punten van het plan wordt afgeweken, met dien verstande dat de veranderingen ten hoogste 2 m mogen bedragen; f. afwijkingen van het bestemmingsplan, ten einde de uitvoering van een bouwplan mogelijk te maken, indien op grond van een definitieve uitmeting of in verband met de verkaveling of situering blijkt, dat aanpassing van het bestemmingsplan noodzakelijk zou zijn en de afwijking van zo ondergeschikte aard blijft, dat de structuur van het bestemmingsplan niet wordt aangetast; g. overschrijding van bouwgrenzen, voorzover zulks van belang is voor een technisch of ruimtelijke kwaliteit i.p.v. esthetisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voorzover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; de overschrijdingen mogen echter niet meer dan 3 m bedragen. h.
het bouwen van zonnecollectoren, beeldende kunstwerken (waaronder begrepen follies), riool-overstortkelders, boven- en ondergrondse containerruimten, informatie- en reclameborden. 9.2
Afwijking niet verlenen
Afwijking wordt in ieder geval niet verleend, indien daardoor onevenredig afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken. 9.3
AfWijkingsmogelijkheidkamerbewoning
Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van regels omtrent de bewoning van een woning door één afzonderlijk huishouden ten behoeve van kamerbewoning, mits: a. de kamerwoningen gevestigd worden binnen het hoofdkerngebied van 's-Gravenzande, Naaldwijk of Wateringen of binnen de hoofdwinkelstraten van Monster, Poeldijk, Honselersdijk of De Lier als aangewezen op de kaarten in de bijlagen bij deze regels; b. de kamerwoningen gevestigd worden op de verdieping binnen een bestemming die "wonen" mogelijk maakt; c. het totaal aantal kamerbewoners niet meer dan vier per pand is; d. de kamerwoningen in een pand gevestigd worden dat ten minste aan weerszijden vier panden zonder kamerwoningen heeft; e. een kamerwoning een minimale gebruiksoppervlakte van 12 m2 per bewoner heeft waarbij de om te zetten woning voldoet aan de eisen en bepalingen van het Bouwbesluit 2012;
69
f. g.
de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen niet onevenredig worden geschaad; de afwijking voorzien wordt van een ruimtelijke motivering.
70
Artikel 10 Overige regels 10.1
Werking wettelijke regelingen
De wettelijke regelingen waarnaar in de regels wordt verwezen, gelden zoals deze luiden op het moment van vaststelling van het plan. 10.2
Strafbepaling
Overtreding van het bepaalde in artikel 8.1 is een economisch delict in de zin van artikel 1a, sub 2^ van de Wet op de economische delicten en als zodanig strafbaar op grond van deze wet. 10.3 1.
2.
3.
Voorwaardelijke verplichtingparkeren Bij nieuwe ontwikkelingen (oprichting van een bouwwerk, verandering van functie of uitbreiding van bestaand gebruik) is het gebruik van gronden en bouwwerken op grond van de regels in hoofdstuk 2 slechts toegestaan als op eigen terrein wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid, zoals bedoeld in hoofdstuk 1 van deze regels. Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde in lid 1 indien: a. het voldoen aan die bepaling door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of b. er een bijzonder gemeentelijk belang mee is gemoeid; of c. op andere wijze dan op eigen terrein in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien, mits voldaan wordt aan de voorwaarden zoals gesteld in de beleidsregel 'Parkeernormering gemeente Westland' en - indien deze beleidsregel gedurende de planperiode worden gewijzigd - aan die wijziging; of d. door de aanvrager van een omgevingsvergunning wordt aangetoond dat de van toepassing zijnde parkeernorm(en) of aanwezigheidspercentages niet overeenkomen met de feitelijke situatie en kan worden volstaan met het realiseren van minder parkeergelegenheid. Het bevoegd gezag kan aan de omgevingsvergunning zoals genoemd bij lid 2 voorschriften verbinden ten aanzien van: a. de aard, plaats en inrichting van de parkeergelegenheid; b. de aanwezigheid en aanduiding van parkeergelegenheid ten behoeve van invaliden.
71
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels
Artikel 11 Overgangsrecht 11.1 1.
2. 3. 4.
11.2 1. 2.
3.
4.
Overgangsrecht bouwwerken Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan; Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van lid 11.1.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid 11.1.1 met maximaal 100Zo; Lid 11.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
Overgangsrecht gebruik Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 11.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; Indien het gebruik, bedoeld in lid 11.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; Lid 11.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
72
Artikel 12 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'De Schakel te Maasdijk'
73
l Li,LULL]-. IIIEL1LLL
....
Postadres: Postbus 150, 3670 AD Naaldwijk Bfřřŕekadres: Vťjrdliaan 7, 2671 Vw Naaldwijk T 14 0174 F (0174) 673 6Û0
E ļŞflöOgsnnMntewesţlsnd-nl
WESTLAND
I www.gemGentewestland.iil
, V'. V;:,;-' , f í--. ui
/JTS
i/fe'
'ľ-
r
*
ŗ4Ç
\ s.
'J
■'ļi' ^ 7
7**4.
1 ^3-M 1LJL
-K
:W
y™
,.íļ
' JļĮ
üįf
ŠMPŴ 4 rf‘^ o
\ nri
Ai