vaststelling bestemmingsplan De Schakel te Maasdijk (21-0043015)
Tekst van het document
iit*9
Him JJ
W.'jíJ
DE SCHAKEL TE MAASDIJK bestemmingsplan NL.IMRO.1783.MSDSCHAKELpbp-VA01 vastgesteld
GEMEENTE
vrW/ r ^ V
^
".rif
Kŕl-u-c.ř- -' .lp'?-"
J UİİÉİ ;
J
- -v"M V* fJý1 í TİÌ1İ '
ì
\
Toelichting
3
4
Inhoudsopgave
Toelichting Hoofdstuk 1
3 Inleiding
7
1.1
Aanleiding
7
1.2
Ligging plangebied
8
1.3
Geldend bestemmingsplan
9
1.4
Leeswijzer
10
Hoofdstuk 2
Gebiedsvisie
11
2.1
Beleidskader
11
2.2
Ruimtelijk-functionele structuur
19
2.3
Gebiedsvisie
21
Hoofdstuk 3
Onderzoek
23
3.1
Milieueffectrapportage
23
3.2
Bedrijven en milieuzonering
23
3.3
Geluid
24
3.4
Luchtkwaliteit
25
3.5
Externe veiligheid
26
3.6
Water
31
3.7
Bodem
39
3.8
Ecologie
40
3.9
Cultuurhistorische aspecten
44
Hoofdstuk 4
Juridische planbeschrijving
45
4.1
Planvorm
45
4.2
Bestemmingsregeling
47
Hoofdstuk 5
Uitvoerbaarheid
49
5.1
Economische uitvoerbaarheid
49
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
49
Regels Hoofdstuk 1 Artikel 1
51 Inleidende regels
Begrippen
52 52
Artikel 2 Wijze van meten
60
Hoofdstuk 2
61
Bestemmingsregels
Artikel 3 Groen
61
Artikel 4 Verkeer - Verblijfsgebied
62
Artikel 5 Woongebied
63
Hoofdstuk 3
Algemene regels
Artikel 6 Anti-dubbeltelregel
66 66
5
Artikel 7 Algemene bouwregels
67
Artikel 8 Algemene gebruiksregels
68
Artikel 9 Algemene afWijkingsregels
69
Artikel 10
71
Overige regels
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels
72
Artikel 11
Overgangsrecht
72
Artikel 12
Slotregel
73
Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9 Bijlage 10 Bijlage 11 Bijlage 12
Inspraak en overleg Vormvrije m.e.r.-beoordeling bezonningsstudie bestaande situatie Bezonningsstudie toekomstige situatie Bijlage toxische stoffen Bodemonderzoek Stikstofberekening Bijlagen stikstofberekening Eco-effectenscan Nader onderzoek - beschermde soorten Archeologisch onderzoek Nota beantwoording zienswijze
6
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Aan de Kerkhoflaan 1 te Maasdijk was in het verleden de school de Schakel gevestigd. Na de verhuizing in 2014 is deze accommodatie leeg komen te staan. De gemeente Westland is eigenaar van deze kavel en ziet kans deze locatie te verkopen. De school staat al jaren leeg en wordt antikraak bewoond. De gemeente is voornemens om de oude schoollocatie de Schakel te transformeren in een woningbouwlocatie.
Voormalige schoollocatie de Schakel in Maasdijk.
| woning nieuw achtertuin openbaar groen verharding weg verharding trottoir a woning huidig n (bij)gebouw huidig
7
Ontwerp toekomstige situatie, Het vigerende bestemmingsplan beschikt over een enkelbestemming maatschappelijk op het perceel van de school. Om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken is een nieuw bestemmingsplan vereist. Naast een wijziging van de bestemming dienen regels zoals de maximale bouwhoogte aangepast te worden. Het huidige bestemmingsplan staat een maximale goothoogte van 8 meter toe. Dit is niet toereikend voor de nieuwe ontwikkeling.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied is gelegen op de hoek van de Kerkhoflaan en Prinses Wilhelminastraat in Maasdijk. Het perceel is kadastraal bekend als NWK01, sectie F, nummer 4634. ľ:" SİBk&ĵi
\
mm
v
SKR
mmi Plangebied in de omgeving.
8
- ť Ä'
NU KOI
NWKOl F'
WJť įOl
m s
F
Kadastrale informatie perceel.
1.3
Geldend bestemmingsplan
Binnen het plangebied waren, voor het van kracht worden van dit bestemmingsplan, de volgende planregimes van kracht: * het bestemmingsplan "Kern Maasdijk", vastgesteld op 22 januari 2013. Op basis van dit bestemmingsplan had het perceel de enkelbestemming 'Maatschappelijk' en dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 4'. De maximale goothoogte bedraagt 4 meter en de bouwhoogte is maximaal 8 meter. Op het perceel geldt een maximaal bebouwingspercentage van 40oZo. * Daarnaast geldt voor de hele gemeente Westland het "paraplubestemmingsplan Parkeernormen", vastgesteld op 20 februari 2018. Met dit paraplubestemmingsplan wordt voor elk geldend bestemmingsplan de geldende parkeernomen ingepast.
9
4\4 4 4 44444444444444444 +Y+ 4 + 44
4 + 44
4444444444
4 + 44
44444444444
4 + 44
4 4 4 4 4 4 4
4+44
+WT
4 4.
4 4\4 H\4 4
4 + 4
4 4
4 + 44
4 + 44
4444444444444444444
44444444444444444444444
4 4 4\4 4444444444444444444444444
4 4\4 4
.4 + 44 4 + 44
4 + 4 4\4 4 + 4
4 4 4 t
444444444444444444444 44 4 4 -K
4 + 4 4 4
4 4 4 4 4 4 4 4 + 44 A+ 4 4 4 4 4
444444444444444444 4\4 4,
4 4 4 4 4
4 + 4
4 4 4 4 4 4
Į+ 4 4
4 4 4 4 4 4 4 + 4 4 4/4 4 4 4 4 4 4 A4 4 4
4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4
4 4\4 4
.4 4 4 +V+ 4 4 4 4 4
4 + 4 4 4 + 4
4 + 4
4 4 4 4 4 4
'4 + 44
4 4 4 4 4 4
4 4 4 4 4
4 + 4
4 + 4 4 + 44 į/4
4 4 4 4 4 4 4
4 + 44
4-4 4 4\4 4 4 4 4 4
44444444444444-4, 4\4 444444444444 44444444444
4 4
fcf 4 4 4 4 4
4 4 4 4 4 4 4\4 4 4 4 4 4 4 + 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 + 4
4 4 4 4,
4 + 44 + 444, 4\4 4444
4 4 + 4 4 4 \
4 + 44 + 44444 4 4,
444444444
4 + 4
'4 4 4\4 44444444 4\4 4 4 + 44
44444444 4, 4 4 4 4 4 4 4
4 4 4
4 .4 4 4 4’ 4 4
444444444444 444444444444 A+ 4 444444444444
4 4
4 + 4
4 4 4 4 4 4 4
44444444444 + 444444
4 4 4 4 4 4
4 4 4 4 4
4 4 4 4 4 4
4 4 4 4 4 4 4.
4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4
4 + 4
+ + + + + TI+ + + + «.4 4 4 4 4
4 + 4 4\4'
4 + 4 4 4 -ţst
^4 4 4 4
4 + 4 4
4 4 4 4 4 4
44444444444444444444, 4444444444444444444 4 + 4 4444444444444444444 444444444444 4 4\4 4 4 4444444444444 4 4. 4 4 4444444444444 4 4 4 4 4 4 4 4 4\4 4 4 4 4 44444444444444 4 4\4 444444444 4 4 -ÍS 444444444444 444444444 4444444444, 44444444
444444444 ''4 444444444 4 + 4
4 444444444
4 4 4 4 4 4
4 4 4 4 4 4 4 '4 4 4 + 4 + 4 4 4 4 4 4 4 4 4- 4 4
4 4 4 4 4 4
444444444 4
4 + 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4
4 4 4 4 4 4 4/4 4 4,
4 + 44
4 4 4 4 4 4
4 4 4 4 4
44444444444
4 4 4
4 + 44,
4444444444444
44444444
4 + 44
4 4 4 4 4 4 4
4 4 4 4 4 4 4
444444444
,4 4 4 4
44444444
4 + 4 + 4
4 + 4 + 4 4\4 4 4 4 4 4 44444444 4/4 4 4 4 4 4 4 «4 4 4 4 4
4 4 4 + 4
444444444444 4+4 L+ + + + + + + 4 + + + 44444444444444444 444444444444 44444444444444444 4 4 + 4 444444444444
4 + 4
4 4
4 + 44 4 4 4 4 4 4
4 f 4\4
4 4 4 4 4 4 4 ^4444444444
4 + 4
4 4 4 4 4
44444 + 4444
4+4 4\4\4 444444444444 4 + 4
+ + + + 4 + + +J
4 4 4 4 4 4
4 + 4 4 4 4 4 4 4\4 4\4 4
4 4 4
44444444
4 4
4 + 44
44444 + 444 4/44
. 4\4 4 4 4 4 4 4
44444444
444444444
4 + 4
'4 + 4
4 + 44
4 + 4 + 4, 4 + 44
4-
44 4 + 44 4 + 4
4 4 4 + 44
44444444 4 4 4 4 4 4 4 4 4 İ+ 4 4\4 4 4 4 4 4 4 4\4 4
4 4 4 4 4 4 4 4,
4 + 4
4 4 4 4 4 4 \4
4 4 4 4 4 4 4\- 4 + 44
4 4 4 4 4 4 A+ 4 4 4 4 + 44 ^4^4 4,
4 + 4
4 4 4 4 4 4 4, 4 4 4 4
4 + 4 + 4 4 4\4 4, 4 4\4 ±s4 4 + 4 4. 4 4 4 V+ 4 4 -K+ 4
4 4 4\4 4 + 44
4 4
4 4^+4 4z 4 4 4 4V 4 4 4 -y
4 + 4
4 4\4 4 4\4\4 4 4 4 + 4 4 4
4 4 4 4 4 4 4
4 4V\4 * * * 'l' +1
Bestemmingspiankaart (bron: www.ruimtehjkeplannen.nl).
1.4
Leeswijzer
Het bestemmingsplan "De Schakel te Maasdijk" bestaat uit een toelichting, planregels en een planverbeelding. De toelichting is als volgt opgebouwd. In Hoofdstuk 2 komt de gebiedsvisie aan de orde. Hierin wordt de ruimtelijke en functionele hoofdstructuur van het plangebied beschreven met aandacht voor cultuurhistorisch waardevolle elementen, overige ruimtelijke kwaliteiten, aanwezige knelpunten en te verwachte ontwikkelingen. Dit tezamen leidt tot een beschrijving van de gemeentelijke visie op het gewenste behoud en beheer van de ruimtelijke kwaliteit in het plangebied. In Hoofdstuk 3 wordt onderzoek op het gebied van milieu, ecologie, archeologie en cultuurhistorie en water behandeld. In Hoofdstuk 4 wordt dieper ingegaan op de planvorm en de achtergrond bij de regels die zijn opgenomen voor de verschillende bestemmingen. Tot slot wordt in Hoofdstuk 5 ingegaan op de economische en de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
10
Hoofdstuk 2 2.1
Gebiedsvisie
Beleidskader
De beleidscontext voor de visie op het plangebied wordt gevormd door gemeentelijke, regionale, provinciale en landelijke beleidsrapportages. In dit hoofdstuk is het relevante beleid samengevat. Het hier samengevatte beleidskader is niet uitputtend. In de toelichting wordt op een aantal plaatsen verwezen naar specifiek beleid of beleidsnotities die niet in deze paragraaf worden behandeld. Tot slot wordt in dit hoofdstuk een beschrijving gegeven van de visie op het plangebied. Deze visie is gericht op het behoud en beheer van de ruimtelijke kwaliteit. 2.1.1
Gemeentelijk beleid
Structuurvisie Westland 2025-Perspectief 2040 Na een periode van ongekende groei heeft de economische conjunctuur een ongewild moment van bezinning gebracht. Ambities en de realiteit van alledag sluiten niet meer op elkaar aan. Met dit besef stelt de gemeente haar structuurvisie op, in de wetenschap dat de rol van de overheid de komende jaren zal veranderen. De visie geeft een ruimtelijk toekomstperspectief, ons streven voor de langere termijn, zonder daarbij de realiteit uit het oog te verliezen. In het perspectief 2040, dat in dialoog met de samenleving tot stand is gekomen, staan de ambities voor de toekomst van Westland. Hierin staan ook de kernwaarden die we als meetlat gebruiken bij toekomstige afwegingen of ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt of niet. We zetten zo eerst de stip op de horizon om aan te geven waar we naartoe willen. Op basis daarvan gaan we aan de slag met ruimtelijke ontwikkelingen die ons dichter bij het geschetste perspectief brengen. Met deze visie op basis van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) faciliteert Westland de gewenste ontwikkelingen en stelt het tegelijkertijd het ruimtelijk kader tot 2025, met het besef dat de uitwerking aan vele partijen is. Westland wil ontwikkelingen mogelijk maken en niet opleggen onder het adagium ‘alleen ga je sneller, samen kom je verder'.
Deze visie gaat uit van participatie planologie, wat betekent dat de gemeente nadrukkelijk andere partijen uitnodigt en haar partners zoekt bij het verwezenlijken van een gedeelde ambitie. De visie is het beleidsbepalend document voor ruimtelijke ontwikkeling in Westland, waarmee duidelijkheid wordt verschaft aan ontwikkelende partijen en over de functionele invulling van gebieden. De structuurvisie biedt een juridische basis voor bovenplanse verevening en vormt de basis voor bijdragen aan ruimtelijke ontwikkelingen in anterieure overeenkomsten met marktpartijen.
11
Westland
Mobiliteitsvisie Duurzaam Bereikbaar Westland Op 10 december 2019 is de Mobiliteitsvisie Duurzaam Bereikbaar Westland vastgesteld door de gemeenteraad. Het gemeentelijk mobiliteitsbeleid was tot de vaststelling van deze Mobiliteitsvisie gebaseerd op het Westlands Verkeer- en Vervoerplan 2005-2015 (WVVP) en de Structuurvisie Westland 2025. Veel van de in het WVVP opgenomen doelstellingen en uitvoeringsprogramma's zijn gerealiseerd, dan wel waren aan herziening toe. Na vaststelling van de Mobiliteitsvisie is het WVVP komen te vervallen. De structuurvisie 2025 niet. Er komt steeds meer verkeer in Westland. Om ervoor te zorgen dat we nu en in de toekomst nog vlot tussen dorpen en van dorp naar steden kunnen reizen, maken we plannen en nemen we maatregelen. De volgende mobiliteitsdoelen zijn opgenomen in de Mobiliteitsvisie 2040: * Logistieke bereikbaarheid; * De auto minder dominant; * Volwaardige alternatieven voor de auto; * Westland verkeersveilig; « Duurzaam Bereikbaar Westland. Beleidsregel Parkeernormering gemeente Westland 2018 In de vergadering van burgemeester en wethouders van 16 januari 2018 is de 'Beleidsregel Parkeernormering gemeente Westland 2018' vastgesteld. Hiermee vervalt de verwijzing naar het WVVP.
In het beleid is de parkeernormering van de gemeente Westland geactualiseerd en in overeenstemming gebracht met de meest recente kerncijfers van het CROW (landelijke richtlijnen). Beleidsnotitie conventionele explosieven in het Westland In de beleidsnotitie conventionele explosieven in het Westland wordt beschreven hoe om moet worden gegaan met diepte werkzaamheden op locaties die mogelijk conventionele explosieven bevatten. De basis voor het gemeentelijk beleid voor het opsporen van explosieven is de explosieven risicokaart. Deze kaart geeft een eerste indicatie van het mogelijke gevaar van diepte werkzaamheden op bepaalde locaties in het Westland. In het projectgebied zijn geen mogelijke vindplaatsen van conventionele explosieven aanwezig.
12
Handhaven op maat Op 17 november 2015 hebben burgemeester en wethouders van Westland de beleidsnota 'Handhavingsbeleid, integrale handhaving Wabo taken' vastgesteld. Hierin zijn de doelen en richting voor milieuhandhaving en bouw- en woningtoezicht beschreven. De naleving van wet- en regelgeving is daarbij een gezamenlijke verantwoordelijkheid van gemeente, burgers en bedrijven. De wet- en regelgeving zijn bedoeld om kwaliteit, veiligheid en leefbaarheid binnen de leefomgeving te beschermen en bevorderen en dat is in ieders belang. Dit draagt bij aan een prettige woon-, werk- en leefomgeving voor de burgers en ondernemers van de Gemeente Westland. De handhaving van de regelgeving vervat in dit plan is een bevoegdheid van burgemeester en wethouders. Het gaat daarmee vooral om de planregels inzake het bouwen en het gebruik van gronden en bouwwerken. Een aantal vormen van gebruik wordt specifiek aangeduid als strijdig met de bestemming, zodat handhavend optreden hiertegen eenduidig mogelijk te maken. Uiteraard betreft het hier een niet-limitatieve opsomming. Handhaving van dit plan is van belang om de ruimtelijke kwaliteit en de leefbaarheid er van in stand te houden. Daarnaast heeft handhaving uiteraard ook een belangrijke functie in het kader van de rechtszekerheid en rechtsgelijkheid.
De planregels in dit plan zijn voldoende duidelijk, concreet en toepasbaar om te kunnen handhaven. Handhaving van het plan zal in de praktijk primair plaatsvinden via de bestemmingsplantoets in het kader van de omgevingsvergunning en door feitelijk toezicht op de aanwezigheid van bouwwerken en op gebruiksactiviteiten. Binnen de gemeente heeft het team bouw- en woningtoezicht van de afdeling Ruimte, Omgeving en Veiligheid hierin een centrale taakstelling. Bij gebleken strijdigheid met het plan wordt, afhankelijk van de prioriteitsstelling, een handhavingstraject ingezet. Woonvisie De Woonvisie Westland 2020-2030 is een actualisatie van de Woonvisie van 2016 en richt zich op het deelonderwerp "wonen" van de Ontwerp-Omgevingsvisie Westland. De Woonvisie is vastgesteld in juli 2020. De Omgevingsvisie van gemeente Westland vormt de rode draad voor de ruimtelijke plannen en woningbouwplannen in Westland de komende jaren. Onze focus blijft op het tuinbouwcluster liggen, maar we zoeken daarin een betere balans met de leefomgeving. Westland wil een groenere, gezonde en aantrekkelijke gemeente zijn. In de toekomst ligt de drijfveer bij bouwen in het creëren van maatschappelijke meerwaarde. Westland werkt aan een beheersbare groei van het aantal woningen, zodat het aanbod aansluit bij de behoeften van de Westlandse bevolking en mensen die economisch verbonden zijn met de gemeente.
Het woonmilieu in Westland is onderscheidend ten opzichte van de omliggende steden en sluit aan bij het dorpse leefklimaat. De woningmarkt is continu in beweging. Dit verdraagt geen strak gedetailleerd programma, maar een kader voor beslissingen. De Woonvisie biedt het kader voor besluiten over programma's, inzet van middelen en capaciteit en geeft richting aan het handelen van de gemeente en haar partners. De Woonvisie is in overleg met de woningcorporaties, huurdersorganisaties, zorgorganisaties, uitzenders en tuindersorganisaties tot stand gekomen. Prioriteiten en uitgangspunten van de Woonvisie De "Woonvisie Westland 2020-2030" geeft de prioriteiten, uitgangspunten en visie hoe Westland er in 2030 uit moet zien op het gebied van (zorg)wonen en huisvesting arbeidsmigranten. De hoofdthema's van Woonvisie zijn: Betaalbaarheid *
* * «
doelgroepen die aangewezen zijn op betaalbare woningen (starters, gezinnen, ouderen, zorgbehoevenden, corporatiedoelgroepen, middeninkomens, arbeidsmigranten, vergunningshouders, woonwagenbewoners); grootte en differentiatie sociale woningvoorraad; woonlasten; gevolgen verkoop Vestia-woningen.
Doorstroming en wooncarrière *
bevorderen doorstroming;
13
« *
senioren (doorstroming vanuit sociale eengezinswoning); slaagkansen inwoners Westland.
Nieuwe bouwambitie * behoud karakter kernen; * vergroening en verduurzaming; * huisvestingsoplossingen buiten de kernen; * wonen met zorg: levensloopgeschiktheid Z aanpasbaarheid; « programma voor nieuwe projecten/locaties: 30-5-20-45*; * herbestemming maatschappelijk vastgoed; * flexwonen; * huisvesting arbeidsmigranten, ook buiten kernen en op percelen glastuinbouwbedrijven. (*) 30o7o sociale huur, 507o goedkope koop, 20o7o middeldure koop of huur, 4507o duurdere koop Beleid en beleidsregels voor opslag en verkoop van consumentenvuurwerk in Westland In deze Nota wordt aangegeven dat het wenselijk is een goede ruimtelijke spreiding van de verkooppunten van consumentenvuurwerk te bewerkstelligen. Doel bij een ruimtelijke benadering is het bereiken van een gelijkmatige spreiding van (kleine) bedrijven voor verkoop en opslag van consumentenvuurwerk over Westland, om op deze wijze straathandel en vuurwerktoerisme zoveel mogelijk te voorkomen. Daarbij moet er binnen elk verzorgingsgebied sprake zijn van voldoende (vuurwerk)aanbod om de lokale markt te voorzien en zodoende illegale handel in principe overbodig te maken en te voorkomen.
Het uitgangspunt voor opslag en verkoop van consumentenvuurwerk van de gemeente Westland is: Ruimte bieden aan ondernemers voor opslag en verkoop van consumentenvuurwerk met inachtneming van veiligheid en milieuregelgeving onder voorwaarde van een goede ruimtelijke spreiding. Met daarbij de volgende randvoorwaarden: * * * * * * * *
in de gemeente Westland wordt alleen consumentenvuurwerk opgeslagen. Opslag en verkoop van professioneel vuurwerk is niet toegestaan; iedere vestiging van opslag en verkoop van consumentenvuurwerk zal worden getoetst aan voldoende ruimtelijke spreiding in de gemeente Westland; in de gemeente Westland worden maximaal 18 vestigingen voor opslag- en verkooppunten van consumentenvuurwerk toegestaan; opslag tot en met 1.000 kg is beperkt toegestaan in de dorpskernen; nieuwe vestiging in dorpskernen is niet toegestaan; de vestiging van bedrijven met een opslag tot en met 10.000 kg heeft de voorkeur in gebieden waar een bedrijfsbestemming geldt of in tuincentra; opslag boven de 10.000 kg consumentenvuurwerk is uitgesloten; bestaande bedrijven in strijd met deze uitgangspunten mogen de activiteiten voortzetten.
In de planregels van het voorliggende bestemmingsplan is opgenomen dat opslag en verkoop van consumentenvuurwerk niet is toegestaan. Convenant klimaatadaptief bouwen Zuid-Holland(2018) Nieuwbouwlocaties in Zuid-Holland worden zoveel mogelijk klimaatadaptief gebouwd, zodat ze bestand zijn tegen weersextremen als gevolg van klimaatverandering. Deze ambitie is vastgelegd in het convenant (overeenkomst) klimaatadaptief Bouwen. Dit is ondertekend door onder meer bouwbedrijven, gemeenten -waaronder Westland-, de provincie, waterschappen, maatschappelijke organisaties, financiers en projectontwikkelaars. Klimaatverandering heeft grote impact op de leefomgeving en het aantal weersextremen neemt toe. Zuid-Holland staat voor een grote bouwopgave, tot 2025 zijn er in de provincie 100.000 nieuwe woningen nodig. Deze ontwikkelingen maken het van belang dat klimaatadaptief bouwen zo snel mogelijk de nieuwe norm wordt. Dit is concreet vertaald in het convenant klimaatadpatief bouwen in Zuid-Holland. Hierin zijn procesafspraken gemaakt gericht op het verminderen van de wateroverlast, hittestress, droogte en bodemdaling en het vergroten van de biodiversiteit. Het convenant is op 4 oktober 2018 van
14
start gegaan. In de eerste fase van dit convenant is toegewerkt naar een minimaal programma van eisen voor nieuwbouw in relatie tot: * Hevige neerslag: Hevige neerslag leidt niet tot grote schade aan infrastructuur, gebouwen, eigendommen of groen in of buiten het plangebied; » Droogte: Langdurige droogte leidt niet tot verdroging of schade aan de gebouwde omgeving; « Hitte: Tijdens hitte biedt de bebouwd omgeving een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving; * Bodemdaling: Bodemdaling in bebouwd gebied blijft beperkt en betaalbaar; * Overstromingen: Bebouwde omgeving is bestand tegen overstromingen; * Biodiversiteit: Groenblauwe structuur en biodiversiteit worden versterkt op de planlocatie en in de directe stedelijke omgeving. De gemeente Westland zal minimaal aan deze eisen voldoen en gebruikt daarmee het programma van minimale eisen uit het Convenant als uitgangspunt voor het realiseren van een klimaatadaptieve nieuwbouwwijk op projectlocatie De Schakel te Maasdijk. 2.1.2
Regionaal beleid
Metropoolregio Den Haag-Rotterdam In de metropoolregio Rotterdam Den Haag werken 23 gemeenten samen aan het verbeteren van de bereikbaarheid en het vernieuwen van de economie. Daarmee versterken ze onder meer de (internationale) concurrentiepositie van de regio. Met elkaar vormen deze 23 gemeenten het bestuur van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH). Voor het overleg tussen de 23 gemeenten en het nemen van besluiten kent de MRDH de volgende besturen en commissies: het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur, de bestuurscommissie Vervoersautoriteit (Va), de bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat (EV) en de voorzitter. Met 23 gemeenten, 2,3 miljoen mensen, 1,2 miljoen banen met werk voor 13,50Zo van de Nederlanders en een bijdrage van 150Zo aan het BNP is de metropoolregio een regio die er toe doet. Voor een grootstedelijke regio waar het goed wonen, werken en recreëren is, heeft de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) zichzelf twee belangrijke ambities gesteld: het vernieuwen van economie en het verbeteren van de bereikbaarheid. Het Rijk gaf de Metropoolregio Rotterdam Den Haag de status van vervoerregio. En daarmee ook wettelijke taken rond verkeer en vervoer. Aan het begin van elke nieuwe bestuursperiode (elke vier jaar) stelt het bestuur een regionale strategische agenda vast, van waaruit de regionale vraagstukken worden opgepakt.
De huidige strategische agenda loopt tot en met 2022. 2.1.3
Provinciaal beleid
Het omgevingsbeleid Zuid-Holland is op 1 april 2019 in werking getreden. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en een Omgevingsverordening. Omdat onderdelen uit het Programma ruimte naar het visiedeel zijn omgezet, is het resterende deel hiervan nu onderdeel van het Omgevingsbeleid. Het gehele Omgevingsbeleid is alleen redactioneel gewijzigd, de beleidsinhoud is niet veranderd. Het beleid is eenvoudiger, transparanter en toegankelijker gemaakt voor initiatiefnemers in Zuid-Holland. Al het sectorale beleid is samengevoegd in een digitaal systeem, dubbele teksten zijn er uit gehaald en samenhang is inzichtelijker gemaakt. Hiermee is een einde gekomen aan sectorale visies en nota's. Het beleid kan nu modulair worden aangepast en daarmee kan het Omgevingsbeleid doorontwikkeld worden richting inwerkingtreding van de Omgevingswet. Met het samenbrengen van verschillende beleidsplannen voor de fysieke leefomgeving tot 1 integraal Omgevingsbeleid sorteert de provincie voor op de Omgevingswet. De Omgevingswet verplicht provincies om 1 Omgevingsvisie en een Omgevingsverordening te maken. De Omgevingsvisie bestaat uit de volgende onderdelen: * * * *
Een introductie op het Omgevingsbeleid, waarin opgenomen de ruimtelijke hoofdstructuur; De ontwikkelrichting die is opgenomen in het deel Ambities en sturing; Een beschrijving van de omgevingskwaliteit van Zuid-Holland, waaronder de provinciale inzet voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit; Samenhangende beleidskeuzes, integraal toegankelijk via de digitale raadpleegomgeving.
15
Met het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Hieraan wordt richting gegeven door het maken van samenhangende beleidskeuzes, die volgen uit onze provinciale opgaven. Deze beleidskeuzes werken door naar uitvoeringsprogramma's en naar regels in de verordening. Het geheel aan bestaande beleidskeuzes, inclusief de doorwerking naar programma's en verordening, vormt het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Ruimtelijke hoofdstructuur De ruimtelijke hoofdstructuur toont de essentie en de samenhang van verschillende ruimtelijke beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie. Het integrale kaartbeeld van de ruimtelijke hoofdstructuur is opgebouwd uit de volgende kaartbeelden: « het dagelijks stedelijk systeem, dat bestaat uit de stedelijke agglomeratie en de daarmee via h.o.v. verbonden regiokernen; * de hoogstedelijke zone tussen leiden en dordrecht; * het logistiek-industriële systeem van mainport, greenports langs vaarwegen en zware infrastructuur; * de samenhang van grote landschappelijke eenheden met de stedelijke agglomeratie; * de groene ruimte en de groenblauwe structuur; * het bodem- en watersysteem; « energie aa a amm
V.
HM.
9 ' İ
'*lt
a
a
* *
a*i*»M
.aaa '•iţittf • *B
O, A
• *fl'
-J J-; a *a fi «til ■ aaa HM
I t
*a*
a-a
t
a
If* * aal
i iflľ?
■ ■Ml
D b
** 1
a
râa a# a
’
aaa
la
a •'a a’
aa
m m. m
la.:..
.a*
aaaaa
aaaa ■ ■■a
aaa ■ aa
aaaaa aaaaaa HltH
■BUS
t
a
a a aa a a • •■a aaa
De ruimtelijke hoofdstructuur Programma ruimte
16
De drukte in de ondergrond neemt toe als gevolg van nieuwe mogelijkheden om de ondergrondse ruimte te benutten en de toenemende druk op de bovengrondse ruimte. Dat vraagt om een actieve ordening van ondergrondse functies, afgestemd met bovengrondse ontwikkelingen, in een driedimensionale planvorming (3D-ordening). De ruimtelijke hoofdstructuur van de ondergrond toont indicatief en informatief de huidige ruimtelijke situatie van de ondergrond en strategische doelstellingen voor de ondergrond. De kaart verbeeldt de grotere ondergrondse infrastructuur van bovenlokaal belang én de gebieden met een specifieke betekenis vanuit een ondergronds belang. Onder de grote ondergrondse infrastructuur van bovenlokaal belang zijn meegenomen de (buis)leidingen, warmtenetwerken, tunnels in het openbaar vervoer en wegennetwerk. Gebieden met een specifiek ondergronds belang hebben betrekking op de bescherming/reservering voor de drinkwatervoorziening, de ambitie voor bodemenergie, de stimulering van ondergrondse waterberging, aardkundige waarden en hoge archeologische waarden.
VVĵT RUIMTELIJKE HOOFDSTRUCTUUR ONDERGROND
Programma Ruimte Een nieuwe versie van het Programma ruimte is gelijktijdig met de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening vastgesteld en in werking getreden. Het nieuwe Programma ruimte heeft een iets andere opzet gekregen dan voorheen. Er is gekozen om het algemene beleid zoveel mogelijk bij elkaar te zetten in de Omgevingsvisie. Een deel van het beleid uit het oude Programma ruimte is daarom overgezet naar de Omgevingsvisie. Het resterende deel van het Programma ruimte bevat vooral locatie specifieke en programmatische gegevens. Het gaat om een nadere invulling en uitwerking van een aantal ruimtelijk relevante onderdelen van de Omgevingsvisie. De 3 ha kaart en de tabellen met locaties groter dan 3 ha buiten bestaand stads- en dorpsgebied is terug te vinden in het nieuwe Programma ruimte. Ambitie Zuid-Holland is een strategisch gelegen, vruchtbare delta, grotendeels onder zeeniveau, met een
17
dalende bodem en mede daardoor met een uniek gevarieerd kust-, veen- en rivierenlandschap. In dit gebied hebben inwoners het landschap gevormd en bewoonbaar gemaakt door inpoldering. Ook hebben onze inwoners het gebied verbonden met de rest van de wereld. In de loop der eeuwen heeft zich in Zuid-Holland een meerkernig stedelijk netwerk ontwikkeld. Een centrum van handel, cultuur en wetenschap, met als kenmerk en kracht de diversiteit aan mensen, landschap en economie. Een dynamische delta die altijd dreigingen heeft weten om te zetten in kansen. Zuid-Holland is kwetsbaar voor veranderingen, zoals globalisering, klimaatverandering, demografische trends en nieuwe technologie. In ons laaggelegen deltagebied heeft de klimaatverandering grote ruimtelijke, economische en sociale gevolgen. Zuid-Holland is als open economie gevoelig voor de gevolgen van globalisering. De segregatie neemt toe. Onze energie-intensieve economie heeft, zoals ook benoemd in het klimaatakkoord van Parijs, alleen toekomst als wordt overgegaan tot verduurzaming. Daarnaast zorgt de trek naar de stad voor een toenemende druk op onze schaarse ruimte. Tegelijkertijd herbergt deze regio een groot reservoir van talent, creativiteit en ondernemerskracht. De Provincie ziet zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving. Deze nevengeschikte ambities staan niet op zichzelf.
Ze zijn geworteld in de historie, ligging en economische structuur van Zuid-Holland en gekoppeld aan de strategische uitdagingen waar deze regio voor staat. Onze ambities zijn de kaders waarbinnen wij ruimte geven. * * * * » «
Naar een klimaatbestendige delta; Naar een nieuwe economie: the next level; Naar een levendige meerkernige metropool; Energievernieuwing; Best bereikbare provincie; Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving
2.1.4
Rijksbeleid
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte 8, AMvB ruimtelijke ordening Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar & veilig. Daar streeft het Rijk naar met een aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen scherp prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Een actualisatie van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid is daarvoor nodig. De verschillende beleidsnota's op het gebied van ruimte en mobiliteit zijn gedateerd door nieuwe politieke accenten en veranderende omstandigheden zoals de economische crisis, klimaatverandering en toenemende regionale verschillen onder andere omdat groei, stagnatie en krimp gelijktijdig plaatsvinden. De structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geeft een nieuw, integraal kader voor het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en is de 'kapstok' voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties.
Doelen In de structuurvisie Infrastructuur en Ruimte formuleert het Rijk drie hoofddoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar & veilig te houden voor de middellange termijn (2028): * het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; * het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; * het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Het Westland is op de kaart van de nationale ruimtelijke hoofdstructuur aangewezen als Greenport.
18
NATIONALE RUIMTELIJKE HOOFDSTRUCTUUR H«t vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland O Stedell|ke regio met topsectoren Q Malnport Schiphol Q Malnport Rotterdam O Brainpcrt Zuidoost Nederland Q Greenpotl Q Zuidas
A
rjjy Stad van internationaal recht vrede en veiligheid ô
HSL JICE station
O
Overige luchthaven van nationaal belang
Q Zeehaven van nationaal belang ®
Binnenhaven van nationaal belang
Figuur - Uitsnede kaart nationale ruimtelijke hoofdstructuur Nationale belangen De structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is vertaald in de AMvB ruimtelijke ordening. De AMvB omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de Ecologische Hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met de AMvB Ruimte maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Uit de regels en kaarten behorende bij de AMvB kan worden afgeleid welke aspecten relevant zijn voor het ruimtelijke besluit. Voor het projectgebied zijn geen nationale belangen in het geding. 2.1.5
Conclusie
De ontwikkeling voor het transformeren van de schoollocatie de schakel in een woningbouwlocatie op het perceel Kerkhoflaan 1 te Maasdijk is in overeenstemming met de beleidskaders van de verschillende overheden.
2.2
Ruimtelijk-functionele structuur
2.2.1
Ruimtelijke aspecten
Huidige situatie: Op het perceel Kerkhoflaan 1 te Maasdijk staat het pand van de voormalige basisschool de Schakel. Na de verhuizing van de school in 2014 is deze accommodatie leeg komen te staan. In de huidige situatie wordt de school antikraak bewoond. De gemeente is eigenaar van deze kavel en ziet kans deze locatie gereed te maken voor woningbouw en te verkopen. De kavel van ongeveer 3000m2 is gelegen op de hoek van de Kerkhoflaan en de Prinses Wilhelminastraat, kadastraal bekend als sectie F, nummer 4634 te Naaldwijk.
19
F4Ē35
į»
. -ŕ m__ Plangebied. Het plangebied wordt aan de noord, noordoost en zuidoost kant omsloten door woningen met aan de Nassaustraat 13 een woonbestemming met de functieaanduiding horeca. Hierin is een horecabedrijf uit ten hoogste categorie 1 van de Staat van Horeca-activiteiten gevestigd. Aan de zuidwest kant (Prinses Wilhelminastraat) is de begraafplaats van Maasdijk gelegen. Toekomstige situatie: In de toekomstige situatie wordt het schoolgebouw gesloopt en zal op de gronden de ontwikkeling van woningbouw mogelijk worden gemaakt. De locatie zal naar verwachting worden ingericht in 21 woningen, waarvan 5 á 6 eengezinswoningen en 16 appartementen (sociale huur). Omdat het een globaal bestemmingsplan betreft biedt het de mogelijkheid tot het realiseren van 20 appartementen, mits hierbij wordt voldaan aan de parkeernormering. Op het terrein zal minimaal 500 m2 groen gerealiseerd worden aan de kant van de Prinses Wilhelminastraat en parkeerplaatsen worden binnen het eigen plangebied gerealiseerd. Onderstaande verbeelding geeft een mogelijke variant binnen het projectgebied weer.
20
woning nieuw achtertuin openbaar groen verharding weg verharding trottoir woning huidig (bij)gebouw huidig De mogelijk toekomstige situatie. 2.2.2
Verkeer
Vanuit het oogpunt van verkeer is het initiatief beoordeeld op de aspecten parkeernormering, verkeersgeneratie en verkeerstechnische inrichting. Hierbij zijn de huidige functie van een basisschool met 4 lokalen vergeleken met de toekomstige situatie van woningbouw. Parkeren Op grond van het vigerende bestemmingsplan wordt het initiatief getoetst aan de Beleidsregel Parkeernormering gemeente Westland 2018. Bij het realiseren van 20 appartementen en 5 grondgebonden woningen zijn er 33,5 parkeerplaatsen benodigd binnen het plan. Het initiatief voorziet, met 34 parkeerplaatsen, conform de van toepassing zijnde parkeernorm(en) op alle te onderscheiden momenten van de dag/week in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein. Het initiatief voldoet daarmee aan de Beleidsregel Parkeernormering gemeente Westland 2018 en is daarmee op dat punt passend binnen het voorliggende bestemmingsplan. Bij de aanvraag omgevingsvergunning zal het benodigde aantal parkeerplaatsen beoordeeld worden op het daadwerkelijke aantal woningen. Verkeersgeneratie De verkeersgeneratie van het initiatief is vergeleken met de verkeersgeneratie van de functie die verdwijnt, namelijk de basisschool met 4 lokalen. De te verwachte extra verkeersgeneratie van dit initiatief is dusdanig beperkt dat dit niet leidt tot onacceptabele gevolgen voor doorstroming, omgevingskwaliteit en/of de verkeersveiligheid.
2.3
Gebiedsvisie
2.3.1
Stedenbouwkundige inpassing
De locatie is gelegen tussen het Oranjeplein en de begraafplaats in Maasdijk. Aan het Oranjeplein zijn de winkels voor dagelijkse boodschappen te vinden. De begraafplaats is groen omrand en om dit te versterken wordt voor de woningen een groenstrook aangelegd. De woningen die op locatie gerealiseerd kunnen worden zijn een mix van grondgebonden woningen met een tuin en gestapelde woningen. Op deze manier is er een gedifferentieerd woningaanbod. De eengezinswoningen sluiten aan bij de aangrenzende eengezinswoningen van onder andere de Korte Kruisweg. Het appartementengebouw accentueert de hoek van de Kerkhoflaan en de Prinses Wilhelminastraat. Tussen de appartementen en de grondgebonden woningen is een vrije ruimte, zo
21
ontstaat er geen gesloten wand tegenover de begraafplaats. Het parkeren wordt opgelost aan de achterzijde van de bebouwing uit het zicht. Deze parkeerplaats is bereikbaar via een inrit tussen de bestaande bomen aan de Kerkhoflaan. De bomen in deze bomenlaan naar het kerkhof staan ver genoeg van elkaar vandaan, een inrit belemmerd de groei van de bomen niet. Voor de locatie is op basis van de voorbeeldverkaveling een bezonningsstudie uitgevoerd. Deze is als bijlage toegevoegd. 2.3.2
Stedenbouwkundige randvoorwaarden
Voor het projectgebied zijn de volgende stedenbouwkundige randvoorwaarden vastgesteld: 1.
2.
3.
Parkeren (volgens de parkeernormering) op eigen terrein situeren, maar niet haaks op de Prinses Wilhelminastraat. Dit is niet gewenst omdat er aan de andere zijde van de Kerkhoflaan al haaks parkeren plaats vindt, de straat zou dan de uitstraling krijgen van een parkeerterrein en niet van een woonstraat; Hoogte bebouwing maximaal 3 lagen. Op deze manier wordt aangesloten bij de bebouwing aan het Oranjeplein, het centrum van Maasdijk. Eveneens heeft de woonbebouwing aan de Nassaustraat een hoogte van 3 bouwlagen (2 lagen plus kap); Realiseren groene rand aan de Prinses Wilhelminastraat met een oppervlakte van meer dan 500 m2. Dit is wenselijk om zo een groene rand rondom de begraafplaats te behouden en tevens groen voor de nieuwe bewoners te realiseren.
22
Hoofdstuk 3
Onderzoek
3.1
Milieueffectrapportage
3.1.1
Wettelijk kader
In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning plan-m.e.r.-plichtig, project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Indien een activiteit onder de drempelwaarden blijft, dient alsnog een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden, waarbij onderzocht dient te worden of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen heeft voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten. 3.1.2
Onderzoek & conclusie
In het kader van de bestemmingsplanprocedure is een vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld. De m.e.r.-beoordeling is toegevoegd in de bijlage. Uit de informatie in deze notitie blijkt dat het plangebied niet ligt in kwetsbaar gebied en/of gebied met een beschermde status. De aard en omvang van het project leiden niet tot belangrijke nadelige milieugevolgen.
3.2
Bedrijven en milieuzonering
3.2.1
Wettelijk kader
Voor het behoud en de verbetering van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving is een juiste afstemming tussen de aanwezige functies en wonen noodzakelijk. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van een milieuzonering die uitgaat van richtinggevende afstanden tussen hinderlijke functies (in de vorm van gevaar, geluid, geur, stof) en gevoelige functies. In de brochure ‘Bedrijven en Milieuzonering' van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) (versie 2009) zijn deze richtafstanden opgenomen. Van deze richtafstanden kan gemotiveerd worden afgeweken. 3.2.2
Onderzoek
Bij het toevoegen van een milieugevoelige functie, in dit geval 21 woningen, moet gekeken worden naar de invloed van en invloed op omliggende functies. Dit gebeurt op basis van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering. Hieruit blijkt dat bij woningen geen sprake is van een milieuzone ten opzichte van anderen. De woningen zelf kunnen echter wel beïnvloed worden door milieuhinder van omliggende functies. Omdat het plangebied is gelegen in het centrum van Maasdijk waar verschillende functies naast elkaar liggen, is sprake van 'gemengd gebied'. Grenzend aan het projectgebied ligt Nassaustraat 13 te Maasdijk, een woonbestemming met de functieaanduiding Horeca. Hierin is een horecabedrijf uit ten hoogste categorie 1 van de Staat van Horeca-activiteiten gevestigd. Dit horecabedrijf (snackbar/saladebar) heeft een afvoerkanaal voor de afvoer van bakdampen aan de zijde van de projectlocatie. Het realiseren van woningbouw op de projectlocatie is mogelijk indien het bouwplan op tenminste 25 meter gerealiseerd wordt vanaf de uitmonding pijp voor de afvoer van bakdampen. Aan de andere kant van het projectgebied is de begraafplaats van Maasdijk gevestigd. Voor de begraafplaats blijkt op basis van de VNG voor 'gemend gebied' een afstand van 10 meter tot de woningen.
23
3.2.3
Conclusie
Het plangebied bevindt zich buiten de aan te houden afstanden die overeenkomen met de betreffende milieucategorieën. Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit bestemmingsplan. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.
3.3
Geluid
3.3.1
Wettelijk kader
Wet geluidhinder Met de Wet geluidhinder wordt, vanuit een goed milieubeheer, een aantal specifieke geluidsgevoelige bestemmingen beschermd zoals woningen, onderwijsgebouwen, ziekenhuizen en verpleeghuizen. De geluidszonering die door deze wet wordt voorgeschreven, ligt rondom bedrijventerreinen, langs wegen voor wegverkeer, langs spoor-, tram- en metrowegen en rondom of langs andere geluidsoverlast veroorzakende objecten. Aan de geluidsbelasting op de (gevels van de) geluidsgevoelige objecten worden grenzen gesteld terwille van het woon- en leefklimaat. 3.3.2
Onderzoek
Op grond van de Wet geluidhinder dient bij een bestemmingsplan een akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd binnen de zones van wegen. Voor de Kerkhoflaan, Prinses Wilhelminastraat, Nassaustraat en Korte Kruisweg is een 30 kilometerzone vastgesteld. In artikel 74, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wet geluidhinder staat dat er langs 30 kilometer wegen geen geluidzone geldt. De Maasdijk is een gebiedsontsluitingsweg buiten de bebouwde kom waar een maximale snelheid van 80 kilometer per uur is toegestaan. Voor deze weg is een zone van 250 meter van toepassing. Het plangebied ligt op een afstand van circa 270 meter en heeft daarom voldoende afstand van de Maasdijk. S ,/ŕ
tsm.
mm:
tmŕpjú
■Ji
ċff
Ěä \W
«ra
mm
BIB
Afstand tot de Maasdijk. 3.3.3
Conclusie
Het plangebied ligt op voldoende afstand van de gebiedsontsluitingswegen in de omgeving. Het aspect geluid vormt daarmee geen belemmeringen voor de uitvoering van dit woningbouwplan.
24
3.4
Luchtkwaliteit
3.4.1
Wettelijk kader
Wet luchtkwaliteit Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 (Luchtkwaliteitseisen van de Wet milieubeheer). De Wlk bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxide, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen met name de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in onderstaande tabel weergegeven. De grenswaarden gelden voor de buitenlucht, met uitzondering van een werkplek in de zin van de Arbeidsomstandighedenwet. Stof
Toetsing van
Grenswaarde
Geldig
stikstofdioxide (NO2)
jaargemiddelde concentratie
60 ìg/m3
jaargemiddelde concentratie
40 ìg/irP
2010 t/m 2014 vanaf 2015
jaargemiddelde concentratie jaargemiddelde concentratie
48 ìg/mP 40 ìg/irP
24-uurgemiddelde concentratie 24-uurgemiddelde concentratie
max. 35 keer p.j. meer dan 75 ìg/irP max. 35 keer p.j. meer dan 50 ìg/irP
fijn stof (PM10)1)
vanaf 11 juni 2011 vanaf 11 juni 2011
1) Bij de beoordeling hiervan blijven de aanwezige concentraties van zeezout buiten beschouwing (volgens de bij de Wlk behorende Regeling beoordeling Luchtkwaliteit 2007). Op grond van artikel 5.16 van de Wlk kunnen bestuursorganen bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit (zoals de vaststelling van een bestemmingsplan) uitoefenen indien: * * *
« *
de bevoegdheden/ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden (lid 1 onder a); de concentratie in de buitenlucht van de desbetreffende stof als gevolg van de uitoefening van die bevoegdheden per saldo verbetert of ten minste gelijk blijft (lid 1 onder b1); bij een beperkte toename van de concentratie van de desbetreffende stof, door een met de uitoefening van de betreffende bevoegdheid samenhangende maatregel of een door die uitoefening optredend effect, de luchtkwaliteit per saldo verbetert (lid 1 onder b2); de bevoegdheden/ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht (lid 1 onder c); het voorgenomen besluit is genoemd of past binnen het omschreven Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of een vergelijkbaar programma dat gericht is op het bereiken van de grenswaarden (lid 1 onder d).
Besluit niet in betekenende mate (nibm) In dit Besluit is exact bepaald in welke gevallen een project vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden 2 situaties onderscheiden: *
een project heeft een effect van minder dan 10Zo van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10; * een project valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg. In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een bestemmingsplan uit oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens tevens rekening gehouden met de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied.
25
3.4.2
Onderzoek
Het woningbouwproject kan worden aangemerkt als woningbouwlocatie zoals bedoeld in het Besluit Niet In Betekenende Mate bijdragen. De voorwaarde hiervoor is dat het plan niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg omvat. Gezien de aard en de omvang van voorliggend woningbouwproject met maximaal 26 woningen, is het dus uitgesloten dat het bouwplan leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. 3.4.3
Conclusie
De luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoering van voorliggend bestemmingsplan. Nader onderzoek is dan ook niet noodzakelijk.
3.5
Externe veiligheid
3.5.1
Wettelijk kader
Externe veiligheid is een begrip in het milieurecht en gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving bij gebruik, opslag en vervoer over de weg, water en spoor en door buisleidingen van gevaarlijke stoffen. Als gevaarlijke stoffen kunnen worden genoemd vuurwerk, lpg en munitie. Het beleid en de wetgeving zijn erop gericht om maatregelen te treffen om de risico's van deze risicovolle activiteiten te reguleren. Voor dit bestemmingsplan is toetsing aan het Besluit externe veiligheid inrichtingen, het Besluit externe veiligheid buisleidingen en de daarop gestoelde regelingen vereist. Op grond van de regels voor externe veiligheid moeten afstanden in acht worden genomen tussen risicovolle activiteiten en (beperkt) kwetsbare objecten. In de betreffende regelgeving wordt uitgegaan van een risicobenadering - en niet het volledig uitsluiten van het risico - waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico is een rekenkundig begrip. Het risico kan op een afbeelding zichtbaar worden gemaakt door een (iso)risicocontour die de punten met een gelijk risico met elkaar verbindt. Het groepsrisico is een maat om de kans weer te geven dat een incident met dodelijke slachtoffers plaatsvindt.
Het drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als direct gevolg van een ongeval in een inrichting, als bedoeld in de Wet milieubeheer, of bij het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico moet onderzocht - en verantwoord - worden omdat ook buiten de genoemde risicocontour van het plaatsgebonden risico nog letale effecten kunnen optreden in het invloedgebied van de risicovolle activiteit en groepen personen slachtoffer kunnen worden van een calamiteit. 3.5.2
Onderzoek
Inleiding Externe veiligheid gaat over de beoordeling van de risico's die verband houden met het gebruik van gevaarlijke stoffen. Tijdens de productie, de opslag, het gebruik en het transport kunnen er zich calamiteiten voordoen, waardoor de veiligheid van de omgeving in het geding is. Dit houdt daarom een risico in voor de omgeving van dergelijke activiteiten. Externe veiligheid heeft geen betrekking op mogelijke gezondheidsschade door langdurige blootstelling aan gevaarlijke of schadelijke stoffen. Het gaat om plotseling optredende schadelijke effecten en de directe gevolgen van die effecten. Bij de (her)inrichting van een gebied bepaalt de externe veiligheidssituatie mede de ruimtelijke (on)mogelijkheden. In het kader van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gelezen in samenhang met de regels omtrent externe veiligheid moet worden onderzocht of er sprake is van aanwezigheid van risicobronnen in de nabijheid van de locatie waarop het ruimtelijk besluit betrekking heeft en dienen het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR), en de eventuele toename hiervan, berekend te worden.
26
In het externe veiligheidsbeleid wordt doorgaans onderscheid gemaakt tussen het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon op een bepaalde plaats overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen, indien hij onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting of langs een vervoersas. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Met het oog op de Modernisering Omgevingsveiligheidsbeleid van het Rijk wordt het accent verlegd van de risicobenadering naar een effectbenadering. Vooruitlopend op de invoering van de Omgevingswet zijn in dat verband de Circulaire effectafstanden externe veiligheid LPG-tankstations (Stcrt. 2016, 31453) en de Circulaire externe veiligheid LNG-tankstations (Stb. 2015, 3125) gepubliceerd en in werking getreden. Risicovolle inrichtingen In het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) zijn milieukwaliteitseisen geformuleerd ter bescherming van de mens tegen de kans om te overlijden als gevolg van het vrijkomen of ontstaan van gevaarlijke stoffen bij een ongeval in een bedrijf of ander risicovol object.
Voor het PR geldt volgens het Bevi een grenswaarde voor kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten op een niveau van 10-6 per jaar. Binnen de 10-6 per jaar plaatsgebonden risicocontour mogen dan ook geen nieuwe kwetsbare functies mogelijk worden gemaakt. Uitsluitend om gewichtige redenen mogen nieuwe beperkt kwetsbare objecten binnen deze contour gerealiseerd worden. Daarnaast bevat het Bevi een verantwoordingsplicht ten aanzien van het GR. De aan te houden veiligheidsafstanden zijn voor nader beschreven situaties vastgelegd in de Regeling externe veiligheid inrichtingen. Voor overige gevallen dient de 10-6 per jaar plaatsgebonden risicocontour te worden berekend. Tot risicovolle inrichtingen behoren ook mijnbouwinrichtingen en inrichtingen voor de opslag van explosieven. In de Circulaire effectafstanden externe veiligheid LPG-tankstations wordt onderscheid gemaakt tussen (beperkt) kwetsbare objecten en zeer kwetsbare objecten. De effectafstanden zijn respectievelijk 60 m en 160 m, gerekend vanaf het LPG-vulpunt. Tot de zeer kwetsbare objecten behoren verblijfsfuncties voor mensen die beperkt zelfredzaam zijn zoals ziekenhuizen en kinderdagverblijven. De circulaire is niet van toepassing op het vaststellen van een conserverend bestemmingsplan.
De circulaire geldt evenmin voor zeer kwetsbare, kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten die al binnen de betreffende contouren aanwezig zijn. De effectafstanden voor LNG-tankstations zijn afhankelijk van de aanwezige veiligheidsvoorzieningen. De systematiek is vergelijkbaar met die voor LPG-tankstations. Met behulp van de provinciale risicokaart (www.risicokaart.nl) is gekeken of in de directe omgeving van het perceel risicovolle inrichtingen aanwezig zijn.
27
www.nsicokaart.nl, risicovolle inrichtingen. Vervoer gevaarlijke stoffen Op 1 april 2015 zijn de Wet basisnet en het Besluit externe veiligheid transport (Bevt) in werking getreden. De Circulaire risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen is daarmee komen te vervallen. De wegen in beheer bij het Rijk zijn aangewezen als basisnetroute. Het bevoegd gezag neemt bij het vaststellen van een besluit dat betrekking heeft op gronden in de omgeving van een basisnetroute, ten aanzien van nieuw toe te laten kwetsbare objecten, de basisnetafstand in acht en houdt daarmee rekening ten aanzien van nieuw toe te laten beperkt kwetsbare objecten. De basisnetafstand volgt uit bijlage I van de Regeling basisnet. In regio Haaglanden zijn voor de A4, tussen Knooppunt Ypenburg en de gemeentegrens tussen Leidschendam-Voorburg en Zoeterwoude (wegvakken Z8 en Z7), en de A13, tussen knooppunt Ypenburg en Deft-Zuid (wegvakken Z29 en Z113), basisnetafstanden vastgelegd. Daarnaast worden voor daartoe aangewezen rijkswegen binnen een zone van 30 meter vanaf de rand van de rijksweg beperkingen opgelegd vanwege eventuele plasbranden (plasbrandaandachtsgebied). De aanwijzing volgt eveneens uit bijlage I van de Regeling basisnet. Het betreft dezelfde wegvakken als hierboven genoemd.
Aan het bouwen van een kwetsbaar of beperkt kwetsbaar object in een veiligheidszone of een plasbrandaandachtsgebied zijn eisen gesteld op grond van artikel 2.3 eerste respectievelijk tweede lid van de Regeling Bouwbesluit 2012. Paragraaf 2.3 van deze regeling is eveneens op 1 april 2015 in werking getreden (Stb. 2015, 92). In beide gevallen moet zijn voldaan aan de artikelen 2.5 t/m 2.9 van voornoemde regeling. Aanvullend moet het mechanisch ventilatiesysteem van een, als beperkt kwetsbare object aan te merken, bouwwerk binnen een veiligheidszone zijn uitgerust met een voorziening waarmee dat systeem bij een calamiteit handmatig kan worden uitgeschakeld (artikel 2.10 van de regeling). Deze bepalingen gelden niet voor bouwwerken met een hoge infrastructurele waarde als bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (bijvoorbeeld telefoon- of elektriciteitscentrale). Voor het gedeelte van het plan dat binnen 200 m van een weg ligt waarover vervoer van gevaarlijke
28
stoffen plaatsvindt (transportroute), moet in de toelichting het groepsrisico worden verantwoord. Ten aanzien van de verantwoording van het groepsrisico onderscheidt het Bevt situaties waarin een 'volledige' verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk is en situaties waarin met een beperktere verantwoording kan worden volstaan. Met een beperkte verantwoording kan worden volstaan wanneer het groepsrisico minder dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde (OW) bedraagt of het groepsrisico (uitgedrukt in relatie tot de OW) met minder dan 100Zo toeneemt en tevens onder de oriëntatiewaarde blijft. In de toelichting moet worden ingegaan op de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp op die weg (bestrijdbaarheid). Deze verplichting geldt ongeacht of het bestemmingsplan nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt binnen het invloedsgebied van de betreffende transportroutes. Op het vraagstuk zelfredzaamheid moet worden ingegaan wanneer (beperkt) kwetsbare bestemmingen binnen het invloedsgebied van een dergelijke weg zijn geprojecteerd. Uit de kaart op www.risicokaart.nl blijkt dat over de Maasdijk vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. De planlocatie ligt echter niet binnen het invloedsgebied (oftewel, binnen een afstand van 200 meter) van een A- of N-weg zoals benoemd in het Basisnet.
Het plangebied ligt op ongeveer 840 meter ten westen van het transport gevaarlijke stoffen over de A20. In geval van een calamiteit kan zich een incident voordoen waarbij giftige stoffen vrijkomen. Gezien de afstand van het plangebied tot aan de A20 zal het groepsrisico als gevolg van de (eventuele) ontwikkelingen niet significant toe- of afnemen. Gezien de afstand van de risicobron tot het plangebied worden de volgende maatregelen geadviseerd: A.
Afschakelbare ventilatie;
B.
Voorbereiding interne organisatie;
C.
Risicocommunicatie.
In de Bijlage 5 worden de bovenstaande geadviseerde maatregelen uitgebreid beschreven met aansluitend een tabel met daarin de effectiviteit van de geadviseerde maatregelen. Daarnaast wordt in de bijlage het risico beschouwd dat overblijft na het treffen van de geadviseerde maatregelen.
www.nsicokaart.nl, vervoer gevaarlijke stoffen.
29
Buisleidingen Op 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen in werking (Bevb) getreden. Voor nieuwe situaties is de grenswaarde voor het PR ter plaatse van kwetsbare objecten 10-6 per jaar; voor beperkt kwetsbare objecten geldt dan een richtwaarde van 10-6 per jaar. Langs buisleidingen moeten belemmeringenstroken in acht worden genomen waarbinnen geen bebouwing (zowel boven- als ondergronds) of ondergrondse tanks zijn toegestaan. Daarnaast hanteert de Gasunie de Algemene VELIN voorwaarden voor grondroer- en overige activiteiten. De noodzaak voor het verantwoorden van het groepsrisico wordt beoordeeld op grond van de inventarisatieafstanden zoals deze zijn vastgelegd in bijlage 6 van het Handboek buisleiding in bestemmingsplannen - Handreiking voor opstellers van bestemmingsplannen van maart 2010. Ten aanzien van de verantwoording van het groepsrisico onderscheidt het Bevb situaties waarin een 'volledige' verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk is en situaties waarin met een beperktere verantwoording kan worden volstaan. Er zijn twee situaties waarin volstaan kan worden met een beperkte verantwoording: 1. 2.
Indien het bestemmingsplan betrekking heeft op het gebied tussen de 100Zo letaliteitszone en de 1Zo letaliteitszone van de buisleiding, of Wanneer het groepsrisico minder dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde (OW) bedraagt of het groepsrisico (uitgedrukt in relatie tot de OW) met minder dan 100Zo toeneemt en tevens onder de oriëntatiewaarde blijft.
Binnen het plangebied en in de directe omgeving van het plangebied zijn geen buisleidingen aanwezig.
www.risicokaart.nl, buisleidingen. Explosieven Uit de kaart conventionele explosieven van de gemeente Westland blijkt dat het plangebied geen locatie is welke verdacht wordt van de aanwezigheid van conventionele explosieven.
30
v\ ' Uitsnede Explosievenkaart Westland 3.5.3
Conclusie
Er zijn geen risicovolle inrichtingen, buisleidingen of wegen waarop gevaarlijke stoffen worden vervoerd in de buurt van het plangebied. Er hoeft geen nader onderzoek naar externe veiligheid gedaan worden.
3.6 Water 3.6.1 Wettelijk kader Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, alle met het doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's waarbij het beleid van het Hoogheemraadschap en de gemeente nader wordt behandeld. Europa: Kaderrichtlijn Water (KRW). Nationaal: * Waterbeleid voor de 21ste eeuw (WB21); * Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW); * Waterwet. * Nationaal waterplan Provinciaal: * * *
Provinciaal Waterplan; Visie Ruimte en Mobiliteit; Verordening Ruimte en de waterverordening Zuid-Holland.
Nationaal beleid Het Rijk, de provincies, de gemeenten en de Unie van Waterschappen hebben op 25 juni 2008 een geactualiseerde versie van het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW-Actueel) ondertekend. Hierin zijn afspraken vastgelegd voor een duurzame en klimaatbestendige waterhuishouding in Nederland. In de afgelopen vijf jaar is een groot deel van de gemaakte afspraken in het oorspronkelijke NBW inmiddels uitgevoerd. De NBW-partijen gaan nu gezamenlijk verder met de uitvoering van de nieuwe afspraken in
31
het akkoord, onder meer over klimaatveranderingen, de stedelijke wateropgave en de ontwikkelingen in woningbouw en infrastructuur. Ook is er meer aandacht voor de implementatie van de Kaderrichtlijn Water. Het NBW heeft tot doel om in de periode tot 2015 de waterhuishouding in Nederland op orde te brengen en te houden en te anticiperen op klimaatverandering. Nationaal Waterplan Op 10 december 2015 hebben de minister van Infrastructuur en Milieu en de staatssecretaris van Economische Zaken het Nationaal Waterplan 2016-2021 vastgesteld. In het Nationaal Waterplan 2016-2021 staan de volgende ambities centraal: « Nederland blijft de veiligste delta in de wereld; * Nederlandse wateren zijn schoon en gezond en er is genoeg zoetwater; * Nederland is klimaatbestendig en waterrobuust ingericht; * Nederland is en blijft een gidsland voor watermanagement; * Nederlanders leven waterbewust. Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte vastgesteld. De structuurvisie sluit aan op de uitgangspunten van het Nationaal Waterplan en vult deze op onderdelen aan. Uitgangspunten zijn het verbeteren van de waterkwaliteit, het voorkomen van wateroverlast, ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening en klimaatbestendige stedelijke (her)ontwikkeling.