CConstaterende datWestland
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting en regels - TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f Hoge Geest nabij 6 te Naaldwijk

Gemeenteraad 16 juni 2026, gemeente WestlandBij agendapunt: Voorstel tot vaststelling van het TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f Hoge Geest nabij 6 te Naaldwijk28.873 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

TAM-OMGEVINGSPLAN HOOFDSTUK 22F HOGE GEEST NABIJ 6 TE NAALDWIJK bestemmingsplan NL.IMRO.1783.TAMHOGEGEESTnb6pbp-VA01 vastgesteld

Toelichting

3

4

Inhoudsopgave

Toelichting Hoofdstuk 1

3 Inleiding

7

1.1

Aanleiding

7

1.2

Ligging plangebied

7

1.3

Omgevingsplan

8

1.4

Doelen van de wet

9

1.5

TAM-IMRO Omgevingsplan

9

1.6

Leeswijzer

10

Hoofdstuk 2

Planbeschrijving

11

2.1

Huidige situatie

11

2.2

Toekomstige situatie

12

Hoofdstuk 3

Toetsing aan beleid

15

3.1

Rijksbeleid

15

3.2

Provinciaal beleid

16

3.3

Gemeentelijk beleid

20

Hoofdstuk 4

Aspecten fysieke leefomgeving

24

4.1

Ladder voor duurzame verstedelijking

24

4.2

Bedrijfsmatige activiteiten

24

4.3

Lichthinder

25

4.4

Geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen

26

4.5

Trillingen

27

4.6

Omgevingsveiligheid

28

4.7

Luchtkwaliteit

31

4.8

Water

32

4.9

Flora en Fauna

40

4.10

Bodem

43

4.11

Cultuurhistorische aspecten

44

4.12

Gezondheid

45

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische planbeschrijving

Planvorm

Hoofdstuk 6

47 47

Uitvoerbaarheid

48

6.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

48

6.2

Economische uitvoerbaarheid

48

Regels Hoofdstuk 1

51 Inleidende regels

Artikel 1 Toepassingsbereik

52 52

5

Artikel 2 Toepassing begripsbepalingen

53

Artikel 3 Aanvullende begripsbepalingen

54

Artikel 4 Meet- en regelbepalingen

68

Artikel 5 Algemeen gebruiksverbod

69

Hoofdstuk 2

70

Functies en activiteiten

Artikel 6 Groen

70

Artikel 7 Verkeer

71

Artikel 8 Wonen

72

Artikel 9 Waarde - Archeologie

76

Hoofdstuk 3

79

Algemene regels

Artikel 10

Anti-dubbeltelregel

79

Artikel 11

Algemene bouwregels

80

Artikel 12

Algemene gebruiksregels

86

Artikel 13

Algemene afwijkingsregels

87

Artikel 14

Overige regels

88

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

89

Artikel 15

Overgangsrecht

89

Artikel 16

Slotregel

90

Bijlagen bij de regels Bijlage 1

Wegencategorisering en vaarwegen

Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9 Bijlage 10 Bijlage 11 Bijlage 12 Bijlage 13

Notitie bedrijfsmatige activiteiten Akoestisch onderzoek Notitie omgevingsveiligheid Notitie lichthinder Waterstudie Stikstofonderzoek Stikstof bouwfase Stikstof gebruiksfase Quickscan flora & fauna Bodemonderzoek Notitie archeologie Onderzoek archeologie Staat van wijzigingen

6

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Er is een verzoek ingediend om aan de locatie Hoge Geest nabij 6 te Naaldwijk het bestaande glastuinbouwbedrijf om te zetten naar 9 uitplaatskavels en de bestaande bedrijfswoning om te zetten naar een burgerwoning (kavel 5). Een paar overige stroken grond worden verkocht aan de naastgelegen buren.

Situatieschets toekomstige inrichting. Het initiatief past niet binnen de kaders van het omgevingsplan van de gemeente Westland. Om het initiatief planologisch mogelijk te maken wordt een TAM-IMRO procedure doorlopen.

1.2

Ligging plangebied

De gronden liggen aan de Hoge Geest in Naaldwijk. Ten oosten van het plangebied ligt Monstersepad. De percelen zijn kadastraal bekend als NWK01, sectie E, nummers 5323, 5193, 5194 en 3347.

7

Uitsnede GIS.

1.3

Omgevingsplan

Het projectgebied ligt binnen de begrenzing van het omgevingsplan van de gemeente Westland. Ter plaatse van het projectgebied is sprake van omgevingsplan van rechtswege zoals deze in werking is getreden op 1 januari 2024. Het tijdelijk deel van het omgevingsplan bestaat uit de geldende bestemmingsplannen, de verordeningen tijdelijk deel omgevingsplan en de bruidsschat (de bruidsschat bevat een aantal voormalige rijksregels die met inwerktreding van de Omgevingswet zijn vervallen). Het omgevingsplan van rechtswege bestaat ter plaatse van het projectgebied uit de volgende documenten: Bestemmingsplannen "Glastuinbouwgebied Westland", vastgesteld op 19 december 2012; "Paraplubestemmingsplan Parkeernormen", vastgesteld op 20 februari 2018; "Paraplubestemmingsplan plattelandswoningen Westland", vastgesteld op 26 juni 2024; Omgevingsplan gemeente Westland (in werking getreden vanaf 1 januari 2024).

8

Een uitsnede van het bestemmingsplan "Glastuinbouwgebied Westland".

1.4

Doelen van de wet

Het vaststellen van een omgevingsplan staat volledig in het teken van het bereiken van de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet. Artikel 1.3 van de Omgevingswet geeft aan dat de wet, met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu, is gericht op het in onderlinge samenhang: a. b.

bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, en doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften.

Artikel 2.1, eerste lid, van de Omgevingswet schrijft voor dat bestuursorganen, dus ook het gemeentebestuur, de taken en bevoegdheden op grond van de wet uitoefenen met het oog op deze maatschappelijke doelen.

1.5

TAM-IMRO Omgevingsplan

Een TAM-IMRO omgevingsplan is op het oog een omgevingsplan dat los staat van de rest van het omgevingsplan. Toch is het functioneel en juridisch een integraal onderdeel van het omgevingsplan. Een TAM-IMRO Omgevingsplan maakt gebruik van de techniek voor planvorming zoals dat gebruikt werd onder de Wet ruimtelijke ordening. Deze techniek betreft de uitwisselingsstandaard IMRO (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) en de voorziening Ruimtelijkeplannen.nl.

9

De TAM-IMRO plannen maken deel uit van het nieuwe deel van het omgevingsplan. Het is immers een wijziging van het omgevingsplan van rechtswege, alleen wordt die opgesteld, bekendgemaakt en beschikbaar gesteld met de IMRO-techniek. TAM-IMRO plannen hebben weliswaar de technische vorm van de bestemmingsplannen die deel zijn van het tijdelijk deel, maar juridisch gezien vallen ze onder het nieuwe deel. Ze moeten dus ook voldoen aan de instructieregels uit het Bkl en van de provincie.

1.6

Leeswijzer

De toelichting is als volgt opgebouwd. In hoofdstuk 2 is een beschrijving opgenomen van het plan en in hoofdstuk 3 is een beschrijving van het relevante beleid opgenomen. In Hoofdstuk 4 wordt het project getoetst aan de aspecten met betrekking tot de fysieke leefomgeving, waarbij eveneens wordt ingegaan op de verschillende milieuaspecten. De juridische planbeschrijving volgt in hoofdstuk 5. Tot slot bevat hoofdstuk 6 de economische uitvoerbaarheid en de resultaten van overleg en inspraak.

10

Hoofdstuk 2 2.1

Planbeschrijving

Huidige situatie

Het plangebied is gelegen aan de Hoge Geest te Naaldwijk, direct naast huisnummer 6. Het betreft een perceel met kassen en bijbehorende erfverharding dat deel uitmaakt van een gebied dat wordt gedomineerd door glastuinbouw. Aan de noord- en zuidzijde grenzen vergelijkbare kassencomplexen, terwijl in de directe omgeving ook lintbebouwing en verspreide woningen aanwezig zijn. De kassen liggen op relatief korte afstand van lokale ontsluitingswegen, waardoor het gebied goed bereikbaar is. Langs de Hoge Geest liggen sloten die onderdeel uitmaken van het lokale watersysteem en de afwatering van de omliggende percelen verzorgen. Het plangebied bevindt zich daarmee in een sterk agrarisch en verstedelijkt landschap, kenmerkend voor het Westland.

Luchtfoto van het plangebied. Het plangebied is bijna volledig verhard. Er staan kassen, een bedrijfswoning en verharding ten behoeve van het parkeren en de uitrit. De bedrijfsactiviteiten zijn gestaakt. De oppervlakte van het plangebied bedraagt ca. 11.530 m2.

11

Bestaande situatie plangebied.

2.2

Toekomstige situatie

2.2.1

Beschrijving toekomstige situatie

De kassen en de verharding worden gesloopt om ruimte te maken voor een woonerf van negen vrijstaande woningen. Daarnaast wordt de bestaande bedrijfswoning op kavel 5 omgezet naar een reguliere woning. Op onderstaande afbeelding is de gewenste situatie weergegeven.

12

Verbeelding toekomstige situatie (locatie woningen zijn indicatief). Het woonerf wordt ontsloten via een centrale ontsluiting op de Hoge Geest. Langs deze ontsluiting wordt een brede groenstrook aangelegd. Deze groenstrook draagt tevens bij aan de verkeersveiligheid: fietsers kunnen er veiliger oversteken, omdat de lage beplanting zorgt voor goed zicht tussen verkeer en fietsers. Ook In de middenberm wordt tevens groen voorzien waardoor een volwaardige groene inrichting ontstaat. Hier worden bomen geplant die zorgen voor schaduw en zo hittestress verminderen. De parkeerplaatsen op de woonkavels zijn zo gepositioneerd dat de uitritten op voldoende afstand van de Hoge Geest liggen en zoveel mogelijk naast elkaar worden gesitueerd. In de middenberm komen extra parkeerplaatsen, uitgevoerd in halfverharding zodat regenwater in de bodem kan infiltreren. Een stuk grond wordt verkocht aan de perceelseigenaren van de kadastrale percelen NWK, sectie E, nummers 4185, 5161 en 4744. De gronden krijgen met deze wijziging omgevingsplan de functie 'Wonen'. 2.2.2

Stedenbouwkundige beoordeling

De locatie ligt enigszins geïsoleerd, ingeklemd tussen twee wegen en biedt niet veel mogelijkheid voor herstructurering van het naastgelegen glastuinbouwbedrijf. Nu staan op deze locatie sterk verouderde glasopstanden, omringd door burgerwoningen en een tuincentrum met de functie bedrijf. De locatie kan nog zeer goed ingezet worden voor glastuinbouw gerelateerde functies zoals uitplaatswoningen, arbeidsmigrantenhuisvesting, gietwaterberging, energietransitie en functies met een maatschappelijke meerwaarde zoals groen en water. In dit geval is er gekozen voor uitplaatswoningen en een groene inpassing. Deze keuze impliceert dat er elders in het glastuinbouwgebied ruimte komt voor modernisering, herstructurering en schaalvergroting. De locatie is gelegen tussen Naaldwijk en 's-Gravenzande. De Hoge Geest fungeert als een belangrijke verbinding tussen Naaldwijk en 's-Gravenzande die druk gebruikt wordt door inwoners van Westland. Het is van belang dat de toegang tot het hofje een overzichtelijke en veilige opzet heeft, die tevens de

13

doorstroming van de Hoge Geest zo min mogelijk hindert. De opzet van de locatie betreft een cul de sac/hofje met eenrichtingsverkeer (rechtsom) met in het midden een ruime groenstrook van 9 meter breed met (openbaar) parkeren. Daaromheen georiënteerd 9 ruime uitplaatskavels van ca. 1000m2 voor vrijstaande woningen. Langs de Hoge Geest is een brede groenstrook geprojecteerd van minimaal 5 meter breed. Gezien de verschillen in oriëntatie van de woningen, aan het hofje en de omliggende wegen, is er sprake van verschillende voorgevelrooilijnen. Dit heeft daarnaast ook gevolgen voor de hoogte van de erfafscheidingen. Woningen 1 t/m 3 en 7 t/m 10 hebben de formele voorgevel aan het hofje. Woningen 4 t/m 6 hebben formele voorgevel aan het Monstersepad. Woningen 1 en 10 hebben een tweede voorgevelrooilijn aan de Hoge Geest. In een later stadium wordt een groen inrichtingsplan uitgewerkt voor beide groenstroken. De groenstrook langs de Hoge Geest dient ingericht te worden met gras, gebiedseigen beplanting, laanbeplanting (in de vorm van grote bomen) en langs de erfgrenzen van de woningen een haag. Ter plaatse van de uitrit mag de beplanting het zicht op de weg niet ontnemen vanwege de verkeersveiligheid. Het groen in het midden dient een kwalitatieve groene inrichting te krijgen met gebiedseigen beplanting.

Voorkeur een mix van bomen, struiken, bloemen en kruiden ter stimulering van de biodiversiteit. De parkeerplaatsen in ieder geval uitvoeren in halfverharding en/of met grasbetontegels. De hoofdontsluiting van dit gebied vindt plaats vanaf de Hoge Geest. De achterste twee uitplaatskavels (kavel 4 en 6) zijn met de formele voorgevel gesitueerd naar de Monstersepad, maar ontsluiten via de Hoge geest. De te handhaven woning Monstersepad 5 blijft ontsloten via het Monstersepad. 2.2.3

Verkeer en parkeren

De ontwikkeling Hoge Geest nabij 6 betreft een negental kavels met vrijstaande woningen. Dergelijke ontwikkelingen kennen in het buitengebied van Westland (Westland overig) een parkeereis van 2,5 parkeerplaats per woning. Hiervan moet 0,5 parkeerplaats uitwisselbaar zijn. Iedere woning heeft 2 parkeerplaatsen. Daarnaast zijn er 8 uitwisselbare parkeerplaatsen ingetekend. Dit voldoet aan de beleidsregel parkeernormen van de gemeente. De verwachte verkeersgeneratie ligt onder de 100mvt/etmaal. Dat is dusdanig beperkt dat we hier niet op toetsen. De toename is dan namelijk niet significant. De verkeerstechnische inrichting voldoet voor deze fase: de weg is eerder versmald tot 3,95 meter, waardoor er sprake is van geloofwaardig eenrichtingsverkeer. Of dit nog steeds het geval is moet later blijken. De afmetingen ontbreken op de laatste inrichtingstekening. Ook de afmetingen van de parkeerplaatsen worden in een later stadium gecheckt, mede in relatie tot de parkeerwegbreedte. De weg is breed genoeg om een brandweerwagen op te laten manoeuvreren. Hierdoor kan ook het grofvuil worden opgehaald. De uitweg, hier de aansluiting op de Hoge Geest, mag eigenlijk maximaal 5,5 meter zijn omdat het geen bedrijfsuitweg betreft. 5,8 Meter is daarbij een logischere keuze, omdat dat een veelgebruikte wegbreedte is. Dit zal te zijner tijd worden getoetst in het uitwegoverleg.

14

Hoofdstuk 3

Toetsing aan beleid

Voor een TAM-omgevingsplan zal sprake zijn van afwijking van het geldende omgevingsplan, daarom zal ook getoetst moeten worden aan de geldende beleidskaders. Er dient te worden onderbouwd op welke wijze de ontwikkeling passend is in het geldende beleid van de verschillende overheden op Rijks-, provinciaal- en lokaal niveau.

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale omgevingsvisie (Novi)

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI bevat een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: a. ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; b. duurzaam economisch groeipotentieel; c. sterke en gezonde steden en regio's; d. toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de bovenals de ondergrond. 3.1.2

Instructieregels Rijk (Amvb's)

De Omgevingswet werkt door in vier algemene maatregelen van bestuur (AMvB's): 1. 2. 3. 4.

het Omgevingsbesluit (Ob); het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl); het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal); het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).

Het Omgevingsbesluit (Ob) regelt onder meer welk bestuursorgaan bevoegd gezag is om een omgevingsvergunning te verlenen, de betrokkenheid van andere bestuursorganen, adviesorganen en adviseurs bij de besluitvorming, procedures en een aantal op zichzelf staande onderwerpen zoals de milieueffectrapportage. Het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) geven aan, aan welke regels burgers en bedrijven zich moeten houden bij bepaalde activiteiten. Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) stelt de inhoudelijke normen voor gemeenten, provincies, waterschappen en het Rijk met het oog op het realiseren van de nationale doelstellingen en het voldoen aan internationale verplichtingen. In het Bkl staan dan ook regels over omgevingswaarden, instructieregels, beoordelingsregels en regels voor monitoring. Het Bkl geldt voor het Rijk en decentrale overheden. Voor dit TAM-omgevingsplan is vooral het Bkl van belang. 3.1.3

Besluit Kwaliteit Leefomgeving (Bkl)

Voor de volgende onderwerpen gelden er op grond van het Besluit kwaliteit leefomgeving instructieregels voor het vaststellen van een (wijziging van het) omgevingsplan: de dienstenrichtlijn (artikel 5.1a Bkl); waarborgen van veiligheid (§ 5.1.2 Bkl); beschermen van waterbelangen (§ 5.1.3 Bkl); beschermen van gezondheid en milieu, waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de

15

buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit (§ 5.1.4 Bkl); beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed, waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking (§ 5.1.5 Bkl); het behoud van ruimte voor toekomstige functies voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden (§ 5.1.6 Bkl); het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten, waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën (§ 5.1.7 Bkl); het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (§ 5.1.8 Bkl). Op grond van het Bkl kunnen in het omgevingsplan normen voor geluid, trillingen en geur niet van toepassing verklaard worden op gebouwen (woningen) die eerder functioneel verbonden waren met de activiteiten die dat geluid, die trillingen of die geur veroorzaken. 3.1.4

Toetsing

Dit TAM-omgevingsplan wordt opgesteld om een bestaande bedrijfswoning om te zetten naar een burgerwoning en negen uitplaatskavels te realiseren. Doordat voorliggend plan naar aard en omvang beperkt is, is er geen sprake van effecten op het nationale belang. Uit de resultaten in hoofdstuk 4 blijkt dat in het plangebied de veiligheid gewaarborgd is, de waterbelangen voldoende meegewogen zijn en dat de gezondheid en het milieu voldoende beschermd zijn.

3.2

Provinciaal beleid

In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie, een Omgevingsprogramma en een Omgevingsverordening. Met het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Hieraan wordt richting gegeven door het maken van samenhangende beleidskeuzes, die volgen uit provinciale opgaven en belangen. Deze beleidskeuzes werken door naar uitvoeringsprogramma's en naar regels in de provinciale verordening. Het geheel aan bestaande beleidskeuzes, inclusief de doorwerking naar programma's en verordening, vormt het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. 3.2.1

Omgevingsvisie

In de visie is sprake van acht sturingsprincipes voor de fysieke leefomgeving: 1. 2.

3. 4. 5. 6. 7. 8.

Opgavegericht: de maatschappelijke opgaven zijn het vertrekpunt van het provinciaal handelen; Provinciaal belang: de provincie geeft richting aan een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede omgevingskwaliteit. Dit doet zij vanuit haar provinciale belangen; Netwerkaanpak: om de provinciale opgaven uit te voeren heeft Zuid-Holland haar partners nodig; Maatwerk: de provincie komt met elk gebied tot een aanpak op maat. Zuid-Holland bestaat uit verschillende regio’s met elk hun eigen opgaven; Uitgaan van passend schaalniveau: de provincie vormt allianties op het schaalniveau van de specifieke opgave; Ruimte voor differentiatie: waar mogelijk gaan integrale maatwerkoplossingen boven generieke regels. Dat gebeurt alleen als per saldo sprake is van voldoende positieve ontwikkeling; Lever meerwaarde: het subsidiariteitsbeginsel uit de omgevingswet (decentraal, tenzij) wordt door de provincie Zuid-Holland opgepakt als ‘je toont meerwaarde of je toont je niet’; Effectief en betrouwbaar: we beseffen dat het ruimte en vertrouwen geven op gespannen voet kan komen te staan met het vertrouwde beeld van een rechtmatige overheid die volgens eenduidige regels opereert.

De provincie heeft diverse ambities: Zuid-Holland ligt op het raakvlak van de Randstad en de Zuidwestelijke Delta, op de as tussen Amsterdam en Antwerpen. Het netwerk van BrabantStad sluit op die as aan. De Zuid-Hollandse

16

economie staat in direct verband met de stedelijke netwerken in de buurlanden: de Vlaamse Ruit en de Rijn-Ruhrregio. Deze strategische ligging in de grootste delta van Noordwest-Europa bepaalt de identiteit van Zuid-Holland. Dankzij de ligging in de delta kon Zuid-Holland doorgroeien tot een van de belangrijkste economische regio’s van Noordwest-Europa en een wereldwijde draaischijf voor goederen, diensten en kennis: de toegangspoort van Europa. Binnen een relatief klein gebied hebben zich sterke, internationaal georiënteerde stedelijke, kennis-en agro-industriële clusters ontwikkeld. Binnen de Randstad zijn goede relaties en afstemming met de Noordvleugel van de Randstad van belang. De opgaven waar het openbaar bestuur voor gesteld staat, zijn de afgelopen jaren onmiskenbaar complexer geworden. Vooral de transitieopgaven (bijv. sociaal domein, energietransitie, landbouw en klimaatadaptatie) vragen om meer integraliteit en samenwerking tussen overheden en met de samenleving. Zuid-Holland is de toegangspoort van Europa en de dichtstbevolkte provincie van Nederland. We hebben een gevarieerde provincie met hoogstedelijk én landelijk gebied. Dat maakt mobiliteit hier uniek en biedt kansen voorloper te zijn in een mobiliteitstransitie. Voor personen- en goederenvervoer beschikken we over goede netwerken, waaronder de grootste en modernste haven van Europa.

Voor Nederland en dus Zuid-Holland is een goede internationale bereikbaarheid van de mainports, steden en andere economische kerngebieden, een basisvoorwaarde voor onze welvaart. De provincie zet in op lopen, fietsen, openbaar vervoer én de auto. Zo geven we de reiziger verschillende mogelijkheden om een goede en betaalbare reis van deur tot deur te maken. Het optimaal benutten van alle vervoerswijzen beperkt bovendien files op de weg. Door de opmars van de elektrische fiets wordt vaker en verder gefietst. Voor goederen stimuleren we vervoer over spoor en het water als alternatief voor vrachtverkeer over de weg en streven we naar toegevoegde economische waarde in Zuid-Holland. Door economische groei worden naar verwachting niet alleen meer reizen gemaakt door bestaande inwoners, maar er komen tot 2040 ook nog 240.000 huizen bij. De energietransitie is in Zuid-Holland van en voor iedereen; het is haalbaar en betaalbaar. Onze focus ligt op de gebouwde omgeving, industrie, mobiliteit, en land- en glastuinbouw. Wij willen een slimme en schone economie zijn waar fossiele bronnen zijn vervangen door hernieuwbare bronnen. Dat brengt nieuwe verdienmodellen, nieuwe exportproducten en nieuwe banen met zich mee. Wij zetten in op het benutten van duurzame energiebronnen en hernieuwbare opwek die als bewezen technieken kunnen worden ingezet.

Wij sluiten op voorhand geen CO2-emissievrije technieken uit. Verbranding van groene grondstoffen (zoals hout) voor energie is een laagwaardige toepassing en heeft niet onze voorkeur. We zijn geen voorstander van nieuwe aardgasboringen en schaliegaswinning en maken ons hard voor een afbouw van de huidige aardgaswinning. Zuid-Holland herbergt het grootste Haven Industrieel Complex van Europa, met een sterk proces- en petrochemisch, logistiek en maritiem cluster. In de directe nabijheid van dit complex bevindt zich het grootste glastuinbouwcluster van de wereld: een belangrijke speler in de wereldwijde voedingsketen. De Zuid-Hollandse economie bevindt zich in een omvangrijk vernieuwingsproces. Er zijn drie thema’s die de verandering van onze economie aanjagen: energietransitie, circulair en digitalisering. De op fossiele grondstoffen gebaseerde industriële sectoren staan voor een grote transitie. Zorg voor die natuur en leefomgeving is van groot belang. De provincie wil immers dat de inwoners van Zuid-Holland kunnen wonen, werken en recreëren in een prettige en aantrekkelijke leefomgeving, met directe toegang tot hoogwaardig groen, erfgoed en water. Natuur is daarbij onmisbaar en staat zwaar onder druk.

Bovendien draagt de provincie de verantwoordelijkheid, op basis van een wettelijke provinciale taak vanuit de Wet natuurbescherming, voor het behoud van gezonde populaties en leefgebieden van planten en dieren die in dit landschap thuishoren. Zuid-Holland staat voor de opgave om in het komende decennium een fors aantal betaalbare woningen te realiseren en de bestaande woonvoorraad te verduurzamen. Tegelijkertijd zijn de groeiende steden ook plaatsen waar sociale problematiek zich manifesteert. In het landelijk gebied vormt het behoud van voorzieningen en leefbaarheid een opgave. Onze uitdaging is om een gezonde, sociale, groene en duurzame leefomgeving in te richten. Om die vitale samenleving werkelijkheid te laten worden is meer nodig dan woningbouw alleen. Het leef- en vestigingsklimaat kan versterkt worden door stad en land goed te verbinden, door ruimte te bieden voor groen en water in de stad, door een evenwichtige woningvoorraad en passende werklocaties. De vitaliteit van de stad is ook gebaat bij cultuur, kenniscentra en aantrekkelijke binnensteden. Het beschermen van de hier voorkomende natuur is dan ook een vanzelfsprekende en urgente opgave waarin de provincie een voorbeeldfunctie heeft. Een gezonde, uitgebalanceerde en beleefbare natuur

17

vormt de basis voor maatschappelijke en economische activiteiten in de provincie. Als het natuurlijk systeem op orde is, schept dat ruimte voor een gezond woonklimaat en bedrijvigheid. Het is dan ook de ambitie van Zuid-Holland om de biodiversiteit te versterken. Zodat iedereen er ook in de toekomst goed gebruik van kan blijven maken. De provincie werkt aan voldoende drinkwater, schoon oppervlaktewater, gezonde bodems (die CO2 vastleggen) en een duurzame zoetwatersituatie. De provinciale taken die invloed hebben op gezondheid en veiligheid liggen voor een belangrijk deel op het terrein van de leefomgeving. Zuid-Holland besteedt aandacht aan gezondheid binnen alle beleidssectoren. Dit vraagt om een innovatieve en gecoördineerde beleidsaanpak en om extra inzet binnen bestaande provinciale taken. De verwachting is dat er meer extreem weer komt, en hogere temperaturen, wat de gezondheid, leefomgeving, welvaart en veiligheid in het geding brengt. De provincie wil zich beter voorbereiden op zaken als hittestress of wateroverlast na hevige stortbuien en de fysieke leefomgeving zo inrichten dat deze klimaatbestendig blijft. Zuid-Holland werkt met verschillende overheden en andere organisaties samen aan regionale adaptatiestrategieën en het nationale Deltaprogramma. Ook sport en bewegen kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan de gezondheid van de bewoners en bezoekers.

Door te zorgen voor robuuste, toekomstbestendige recreatienetwerken (waaronder voor fiets, varen en paardrijden) en voldoende toegankelijk groen en water, wil de provincie mensen stimuleren meer te bewegen, sporten of juist lekker te ontspannen. Bedrijven in Zuid-Holland behoren tot de meest innovatieve ter wereld en zijn belangrijk voor de werkgelegenheid, maar moeten ook veilig zijn met zo min mogelijk uitstoot van gevaarlijke stoffen. Daar ziet Zuid-Holland op toe. De provincie wil zorgdragen voor een goede milieukwaliteit. De uitstoot van broeikasgassen wil men in 2030 hebben teruggedrongen met 49% van de uitstoot in 1990 en in 2050 naar 5% van de uitstoot die we in 1990 hadden. Dit alles is er op gericht om de klimaatverandering tot stilstand te brengen en de stijging van de zeespiegel te beperken en niet in de laatste plaats om het effect in Zuid-Holland met de kwetsbare ligging te beperken. Windenergie en zonnevelden zijn onder voorwaarden mogelijk binnen het glastuinbouwgebied. In aansluiting op het Klimaatakkoord vormt het Tuinbouwakkoord en het Energieakkoord Greenport West het kader van waaruit de provincie inzet pleegt. De ambitie van de glastuinbouwsector om te komen tot een klimaatneutrale energievoorziening in 2040 wordt daarbij ondersteund.

Westland Nieuwe ontwikkelingen in de glastuinbouw sluiten aan bij bestaande landschappelijk structuren en dragen waar mogelijk bij aan versterking van de groenblauwe structuur. Ontwikkelingen aan de rand van een glastuinbouwgebied dragen bij aan het realiseren van een rand met passende overgangskwaliteit (front, contact of overlap). Voor de kust geldt dat ontwikkelingen de natuurlijke dynamiek en omstandigheden van de kust (duinen, strand en voordelta/vooroever) versterken en gebruiken waar mogelijk. Nieuwe strandbebouwing voor verblijfsrecreatie nabij duingebied op rustige stranden is daarmee niet toegestaan. De provincie streeft naar een bovenregionaal warmtetransportnet voor het transporteren van restwarmte uit de Rotterdamse haven waarbij uitbreidingen naar gebieden met grote warmtevragers zoals in de greenports Westland en Oostland en de regio Leiden. 3.2.2

Omgevingsverordening:provinciale instructieregels

De provincie geeft in de Omgevingsverordening instructieregels voor de volgende aspecten: groepsrisicobenadering aandachtsgebieden met verhoogd groepsrisico, art. 7.18; geen belemmeringen voor waterkeringen, art. 7.25; onderzoeksverplichting etc. grondwatergevoelige gebouwen, art. 7.29 ev; uitsluiten saneringsaanpak 'afdekken', art. 7.37; opnemen verbod lozen, art. 7.39b; opnemen (milieu)gevolgen watersystemen, art. 7.39g; rekening houden met risico's klimaatverandering, art. 7.41a; stedelijke ontwikkeling van 12 woningen of meer: toekomstbestendig bouwen, art. 7.41aa; borgen ruimtelijke kwaliteit, art. 7.43a ev; stedelijke ontwikkeling voor wonen, bedrijventerrein of kantoren houdt rekening met behoefteramingen GS, art. 7.44; toepassen ladder duurzame verstedelijking, art. 7.45;

18

rekening houden met bereikbaarheid, biodiversiteit, parkeernormen, meervoudig ruimtegebruik; stedelijke ontwikkelingen groter dan 3 ha. alleen op grote buitenstedelijke bouwlocaties, artt. 7.46 en 7.47; voldoende sociale huurwoningen (30% vanaf 12 woningen), art. 7.47a; bepalingen omtrent detailhandel, kantoren, bedrijven, glastuinbouw; bepalingen omtrent Natuurnetwerk Nederland, art. 7.60 ev; bepalingen omtrent werelderfgoed, archeologie, windmolens, energie, vaarwegen. Op verzoek kunnen GS ontheffing verlenen van de instructieregels (artt. 7.82 ev). In het glastuinbouwgebied van Westland zijn alleen glastuinbouwbedrijven toegestaan, evenals de daarbij behorende voorzieningen en voorzieningen voor energieopwekking.

figuur: het glastuinbouwgebied van Westland Afwijken middels art. 7.54 Omgevingsverordening Bij uitzondering kan een bedrijf worden toegelaten dat behoort tot de keten glastuinbouw en een bijdrage levert aan de ontwikkeling van het glastuinbouwgebied als internationaal centrum voor teelt, kennis en handel van glastuinbouwproducten indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de omvang en de bruikbaarheid van het glastuinbouwgebied. In geval van zwaarwegende belangen en er geen andere reële mogelijkheid is, kan bij uitzondering ook een andere ontwikkeling mogelijk gemaakt worden. Tenslotte kan de begrenzing van het glastuinbouwgebied in beperkte mate worden aangepast aan de randen van het glastuinbouwgebied, alsmede langs linten waar reeds afwijkende functies aanwezig zijn, mits aangetoond is dat geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de omvang van de locaties en de bruikbaarheid van het glastuinbouwgebied. 3.2.3

Toetsing

De ontwikkeling voor het realiseren van 9 uitplaatskavels ten behoeve van glastuinbouw en het omzetten van een agrarische bedrijfswoning naar een burgerwoning voldoet aan het provinciaal beleid.

19

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Omgevingsvisie:Westland 2.0

Op 8 december 2020 heeft de gemeenteraad de Omgevingsvisie 2.0: Visie op Westland vastgesteld. De Omgevingsvisie gaat onder andere in op de samenhang tussen ruimte, water, milieu, natuur, landschap, verkeer en vervoer, infrastructuur en cultureel erfgoed. De Omgevingsvisie is breder dan alleen de fysieke leefomgeving; ook onderwerpen als gezondheid, veiligheid en duurzaamheid moeten onderdeel uitmaken van de visie. De Omgevingsvisie geeft weer waar we met Westland naartoe willen en bindt de gemeente aan haar eigen voornemens en ambities. De Omgevingsvisie werkt door in het (later nog op te stellen) omgevingsprogramma, waarin beleidsvoornemens en maatregelen staan die dienen om de doelen in de leefomgeving te bereiken. De Omgevingsvisie geeft ook richting aan het ontwikkelen van het omgevingsplan. Hierin worden de algemene regels en vergunningsplichten vastgelegd die bindend zijn voor burgers en bedrijven (bestemmingsplannen en verordeningen worden hiermee vervangen). De belangrijkste opgave is het verhogen van de leefkwaliteit in Westland, waarbij het sociaal-maatschappelijke en economische belang van het tuinbouwcluster niet uit het oog wordt verloren. De oorspronkelijke structuren in het landschap moeten behouden blijven, net als de gemeenschapszin in de dorpen. Westland wil een groenere, gezonde en aantrekkelijke gemeente zijn.

Met een people - planet - profit benadering, vindt vergroening plaats langs de belangrijke groene verbindingen en in de wijken, terwijl initiatiefnemers en ontwikkelaars worden gevraagd groeninclusief te ontwerpen en in te richten. Een klimaatbestendig beleid wordt doorgevoerd in ruimtelijke inrichting, nieuwbouw en verkeersmaatregelen. Bodemwarmte moet worden benut en er wordt aangesloten op warmtenetten in de regio. Betere bereikbaarheid en een toonaangevende rol op het gebied van kennis, innovatie en duurzaamheid in de Greenport blijven een belangrijke rol spelen. De autonome groei van inwoners wordt geaccommodeerd door het invullen van de zachte plannen voor woningbouw in combinatie met inbreiding door bv. hoger te bouwen. De kwaliteit van de omgeving wordt verbeterd met een groen/blauwe inrichting (groene daken, beleefbaar groen en waterberging) om hittestress en wateroverlast tegen te gaan. Voor 2040 wordt één vierkante meter groen per huishouden extra gerealiseerd, voor nieuwbouwprojecten geldt een norm van 50 m2 verblijfsgroen per woning. Bij projectontwikkeling worden zoveel mogelijk de minimale eisen uit het Convenant Klimaatadaptief Bouwen gehanteerd en is het uitgangspunt dat niet langer gebruik wordt gemaakt van fossiele brandstoffen. Het woningaanbod moet aansluiten uit bij de Westlandse behoeften en economisch verbondenen.

Westland wil meer dan 8000 woningen realiseren, waarvan een grote opgave betaalbaar wonen. Er ligt ook een opgave voor de huisvesting van (tijdelijke) arbeidsmigranten. Het duurzaam glastuinbouwgebied behoudt voldoende kritische massa om een innovatieve glastuinbouwgemeente te blijven, maar het toevoegen van beleefbaar groen mag ten koste gaan van glastuinbouw. De glastuinbouw produceert in de toekomst circulair, wordt energieneutraal en klimaatadaptief. Om de modernisering en herstructurering op gang te brengen moet er letterlijk ruimte worden gemaakt, bv. door het uitplaatsen van (bedrijfs)woningen naar de dorpen. Integrale gebiedsplannen moeten betaalbaar en met voldoende draagvlak gerealiseerd kunnen worden. Langs de kust is een strand dat uitblinkt in rust en ruimte met een goede balans tussen natuur en recreatie. Daarnaast wil Westland sluitende recreatieve netwerken creëren voor verschillende gebruiksgroepen d.m.v. robuuste groen-blauwe aders. Er wordt ingezet op een hoogwaardige OV verbinding tussen Den Haag en de Hoekse Lijn richting Delft. Bepaalde bedrijventerreinen kunnen uitbreiden, in de kernen worden (compacte) kernwinkelgebieden aangewezen. Rond 2030 zijn grote ingrepen nodig om de infrastructuur op orde te houden (vrijliggend logistiek netwerk, ongelijkvloerse kruispunten), er komt een verkenning naar de mogelijkheden voor lightrail.

Het fietsnetwerk binnen en van/naar Westland wordt verbeterd met o.a. metropolitane fietspaden. Vrachtverkeer krijgt wellicht hubs en goede doorstroming naar de A4/A20 blijft een belangrijk aandachtspunt.

20

Natuurgebieden (Natura 2000 en het Natuur Netwerk Nederland) moeten robuust, veerkrachtig, aaneengesloten en beleefbaar worden gemaakt. Voor 2030 zijn ontbrekende zones en schakels in ecologische verbindingen ingevuld, zodat de biodiversiteit bevorderd wordt. De waterkwaliteit moet worden verbeterd en er komt meer ruimte voor het vasthouden van water. Dit vraagt ook inspanningen van de glastuinbouw om meer circulair te worden, minder grondwater te onttrekken en water te bergen. De toekomstkaart van Westland:

3.3.2

Woonvisie

De Woonvisie 2020-2030 is een actualisatie van de Woonvisie Westland 2030 die is opgesteld in 2016 en vastgesteld door de raad in 2020. Met de actualisatie krijgt de gemeente de gelegenheid om integraal de afweging te maken voor welke doelgroep er gebouwd moet worden in Westland op basis van actuele gegevens. De visie vormt de basis voor nieuwe woningmarktafspraken met de regio Haaglanden, afspraken voor de huisvesting van arbeidsmigranten, zorginstellingen en de prestatieafspraken met de woningcorporaties. Conclusies Woonvisie De conclusies die uit de "Woonvisie 2020-2030" getrokken kunnen worden zijn: de behoefte aan sociale huurwoningen blijft onverminderd groot en krijgt een belangrijke plaats in het (ambitieuze) bouwprogramma; blijvende aandacht voor de groep middeninkomens is gerechtvaardigd; het aantal 70-plussers verdubbelt, zodat wonen met zorg verder moet worden ontwikkeld; de huisvestingsopgave voor arbeidsmigranten is substantieel; flexwonen krijgt een plaats in het bouwprogramma. Voor nieuwe bouwplannen geldt in beginsel de volgende verdeling in prijssegmenten: 45% dure/extra dure koop, 20% middeldure koop/huur, 5% goedkope koop, 30% sociale huur. Daarbij geldt een ambitie voor zorg- en ouderenwoningen en de huisvesting van arbeidsmigranten. 3.3.3

Overige beleidsdocumenten

Beleidsnotitie conventionele explosieven in het Westland In de beleidsnotitie conventionele explosieven in het Westland wordt beschreven hoe om moet worden gegaan met diepte werkzaamheden op locaties die mogelijk conventionele explosieven bevatten. De basis voor het gemeentelijk beleid voor het opsporen van explosieven is de explosieven risicokaart. Deze kaart geeft een eerste indicatie van het mogelijke gevaar van diepte werkzaamheden op bepaalde locaties in het Westland. In het projectgebied zijn geen mogelijke vindplaatsen van conventionele explosieven aanwezig. Uitvoerings- en handhavingsstrategie 2022-2025 Op 7 februari 2022 hebben burgemeester en wethouders van Westland de Uitvoerings- en handhavingsstrategie 2022-2025 bekend gemaakt. Deze strategie bevat de weergave van hoe de

21

gemeente Westland haar uitvoerings- (vergunningen) en handhavingstaken (toezicht en handhaving) uitvoert en hoe de interpretatieruimte die de wetgeving wordt ingevuld. Er is alvast aangesloten bij de terminologie en begrippen uit de komende Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. Naast de preventieve toets van het bouwplan aan de bouwregelgeving vooraf wordt ook het toezicht tijdens en na realisatie van de bouw vervangen door toezicht door private kwaliteitsborgers. Hierdoor verschuift het toezicht van de voorkant van het proces naar handhaving achteraf. In navolging van maatschappelijke ontwikkelingen is de bedoeling van de Omgevingswet dat initiatiefnemers meer ruimte krijgen voor initiatieven maar ook zelf meer verantwoordelijkheid hebben voor deze initiatieven. Gemeente Westland zal risicogestuurd aanvragen om een omgevingsvergunning vergunnen. Na vergunningverlening wordt toezicht gehouden op de naleving van de vergunnings- of ontheffingsvoorwaarden, terwijl continue toezicht wordt gehouden op de naleving van wet- en regelgeving als het omgevingsplan. Ook voor bouwtoezicht en handhaving geldt dat er risicogestuurd wordt gewerkt. Strijdig gebruik van bedrijfsterreinen geldt als een bestuurlijk speerpunt, zodat een overtreding met hoge prioriteit zal worden aangepakt.

De naleving van wet- en regelgeving is daarbij een gezamenlijke verantwoordelijkheid van gemeente, burgers en bedrijven. De wet- en regelgeving zijn bedoeld om kwaliteit, veiligheid en leefbaarheid binnen de leefomgeving te beschermen en bevorderen en dat is in ieders belang. Dit draagt bij aan een prettige woon-, werk- en leefomgeving voor de burgers en ondernemers van de Gemeente Westland. De handhaving van de regelgeving vervat in dit plan is een bevoegdheid van burgemeester en wethouders. Het gaat daarmee vooral om de planregels inzake het bouwen en het gebruik van gronden en bouwwerken. Een aantal vormen van gebruik wordt specifiek aangeduid als strijdig met de bestemming, zodat handhavend optreden hiertegen eenduidig mogelijk te maken. Uiteraard betreft het hier een niet-limitatieve opsomming. Handhaving van dit plan is van belang om de ruimtelijke kwaliteit en de leefbaarheid er van in stand te houden. Daarnaast heeft handhaving uiteraard ook een belangrijke functie in het kader van de rechtszekerheid en rechtsgelijkheid. De planregels in dit plan zijn voldoende duidelijk, concreet en toepasbaar om te kunnen handhaven. Handhaving van het plan zal in de praktijk primair plaatsvinden via de bestemmingsplantoets in het kader van de omgevingsvergunning en door feitelijk toezicht op de aanwezigheid van bouwwerken en op gebruiksactiviteiten.

Beleid en beleidsregels voor opslag en verkoop van consumentenvuurwerk in Westland In deze Nota wordt aangegeven dat het wenselijk is een goede ruimtelijke spreiding van de verkooppunten van consumentenvuurwerk te bewerkstelligen. Doel bij een ruimtelijke benadering is het bereiken van een gelijkmatige spreiding van (kleine) bedrijven voor verkoop en opslag van consumentenvuurwerk over Westland, om op deze wijze straathandel en vuurwerktoerisme zoveel mogelijk te voorkomen. Daarbij moet er binnen elk verzorgingsgebied sprake zijn van voldoende (vuurwerk)aanbod om de lokale markt te voorzien en zodoende illegale handel in principe overbodig te maken en te voorkomen. Het uitgangspunt voor opslag en verkoop van consumentenvuurwerk van de gemeente Westland is: Ruimte bieden aan ondernemers voor opslag en verkoop van consumentenvuurwerk met inachtneming van veiligheid en milieuregelgeving onder voorwaarde van een goede ruimtelijke spreiding. Met daarbij de volgende randvoorwaarden: in de gemeente Westland wordt alleen consumentenvuurwerk opgeslagen.

Opslag en verkoop van professioneel vuurwerk is niet toegestaan; iedere vestiging van opslag en verkoop van consumentenvuurwerk zal worden getoetst aan voldoende ruimtelijke spreiding in de gemeente Westland; in de gemeente Westland worden maximaal 18 vestigingen voor opslag- en verkooppunten van consumentenvuurwerk toegestaan; opslag tot en met 1.000 kg is beperkt toegestaan in de dorpskernen; nieuwe vestiging in dorpskernen is niet toegestaan; de vestiging van bedrijven met een opslag tot en met 10.000 kg heeft de voorkeur in gebieden waar een bedrijfsbestemming geldt of in tuincentra; opslag boven de 10.000 kg consumentenvuurwerk is uitgesloten; bestaande bedrijven in strijd met deze uitgangspunten mogen de activiteiten voortzetten. In de planregels van het voorliggende bestemmingsplan is opgenomen dat opslag en verkoop van consumentenvuurwerk niet is toegestaan.

22

Mobiliteitsvisie Duurzaam Bereikbaar Westland Op 10 december 2019 is de Mobiliteitsvisie Duurzaam Bereikbaar Westland vastgesteld door de gemeenteraad. Het gemeentelijk mobiliteitsbeleid was tot de vaststelling van deze Mobiliteitsvisie gebaseerd op het Westlands Verkeer- en Vervoerplan 2005-2015 (WVVP) en de Structuurvisie Westland 2025. Veel van de in het WVVP opgenomen doelstellingen en uitvoeringsprogramma's zijn gerealiseerd, dan wel waren aan herziening toe. Na vaststelling van de Mobiliteitsvisie is het WVVP komen te vervallen. Er komt steeds meer verkeer in Westland. Om ervoor te zorgen dat we nu en in de toekomst nog vlot tussen dorpen en van dorp naar steden kunnen reizen, maken we plannen en nemen we maatregelen. De volgende mobiliteitsdoelen zijn opgenomen in de Mobiliteitsvisie 2040: Logistieke bereikbaarheid; De auto minder dominant; Volwaardige alternatieven voor de auto; Westland verkeersveilig; Duurzaam Bereikbaar Westland. Beleidsregel Parkeernormering gemeente Westland 2018 In de vergadering van burgemeester en wethouders van 16 januari 2018 is de 'Beleidsregel Parkeernormering gemeente Westland 2018' vastgesteld. Hiermee vervalt de verwijzing naar het WVVP. In het beleid is de parkeernormering van de gemeente Westland geactualiseerd en in overeenstemming gebracht met de meest recente kerncijfers van het CROW (landelijke richtlijnen).

Verder is het Paraplubestemmingsplan Parkeernomen, vastgesteld op 20 februari 2018 van toepassin 3.3.4

Toetsing

De ontwikkeling voor het realiseren van 9 uitplaatskavels ten behoeve van glastuinbouw en het omzetten van een agrarische bedrijfswoning naar een burgerwoning voldoet aan het gemeentelijk beleid.

23

Hoofdstuk 4

Aspecten fysieke leefomgeving

In dit hoofdstuk wordt beschreven op welke manier bij de voorgenomen activiteiten rekening is gehouden met diverse aspecten uit de fysieke leefomgeving om te komen tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Voor een aantal aspecten zijn nadere onderzoeken uitgevoerd. De resultaten van deze onderzoeken zijn opgenomen in dit hoofdstuk. De rapportages zijn als bijlage aan deze ruimtelijke motivering toegevoegd.

4.1

Ladder voor duurzame verstedelijking

4.1.1

Beoordelingskader

De Ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. In artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving staat dat de Ladder wordt toegepast bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Een stedelijke ontwikkeling is de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening die voldoende substantieel is. De Laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet dan worden of er een nieuw of groter beslag op de ruimte is. Het gaat dus om een stedelijke ontwikkeling die een nieuw of groter planologisch beslag legt op de ruimte. Of, als er alleen een wijziging van de gebruiksfunctie is, op een andere manier wezenlijke ruimtelijke effecten heeft. 4.1.2

Toetsing

Het betreft de omzetting van een voormalige bedrijfswoning naar een burgerwoning. Deze woning is fysiek al aanwezig en heeft al een woonfunctie. Voor de negen uitplaatskavels geldt dat er elders in het glastuinbouwgebied eerst een woning gesloopt moet worden voordat er een woning teruggebouwd mag worden. Met dit plan worden dus geen extra woningen mogelijk gemaakt. De laddertoets hoeft niet te worden doorlopen.

4.2

Bedrijfsmatige activiteiten

4.2.1

Beoordelingskader

Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervallen de regels over geluid uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. De gemeente dient ervoor te zorgen dat het omgevingsplan in ieder geval de regels staan die nodig zijn voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 4.2 Omgevingswet). Dit kan de gemeente onder andere bereiken door: de ordening van de locaties van activiteiten ten opzichte van elkaar (bijvoorbeeld afstand tussen een woning en een bedrijf); het stellen van regels aan activiteiten op een locatie (bijvoorbeeld via waarden voor geluidimmissie of preventieve maatregelen). De regels aan activiteiten op een locatie in het omgevingsplan voldoen aan de instructieregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Op basis van de instructieregels van paragraaf 5.1.4.2 Bkl bevat het omgevingsplan regels die geluidgevoelige gebouwen beschermen tegen geluid door activiteiten. Het gaat om geluid van alle aan een locatie toe te delen activiteiten behalve het wonen. Bij elke aanpassing van het omgevingsplan houdt de gemeente rekening met het geluid door activiteiten op geluidgevoelige gebouwen (artikel 5.59, lid 1 Bkl). Het gaat hierbij om het geluid van alle activiteiten samen. In de afweging betrekt de gemeente de specifieke plaatselijke situatie en de (cumulatieve) gevolgen van activiteiten voor de gezondheid van haar burgers en het milieu.

Door het opnemen van de standaardwaarden uit artikel 5.65 Bkl in het omgevingsplan voldoet de gemeente in principe aan de eis van aanvaardbaarheid van artikel 5.59, lid 2 Bkl. De standaardwaarden uit dit artikel zijn gebaseerd op de algemene geluidnormen uit het Activiteitenbesluit. Niet op alle locaties leiden de standaardwaarden voor een activiteit tot het gewenste evenwicht tussen beschermen en

24

benutten. De gemeente kan dan gemotiveerd kiezen voor andere waarden. Daarnaast kan de gemeente kiezen voor afwijkende standaardwaarden voor bedrijventerreinen (5 dB hoger) en voor agrarische gebieden (5 dB lager). Eis hierbij blijft aanvaardbaar geluid op geluidgevoelige gebouwen. De gemeente kan het gewenste evenwicht ook bereiken door bijvoorbeeld het opleggen van preventieve maatregelen. Dit in aanvulling op de waarde of in de plaats van de waarde. 4.2.2

Toetsing

Door Buelens Ruimte is op 5 september 2025 een notitie bedrijfsmatige activiteiten opgesteld, zie Bijlage 1. In de directe omgeving zijn glastuinbouwbedrijven, woningen, een tuincentrum en bedrijven tot en met categorie 2 gelegen. Hierdoor kan de omgeving worden getypeerd als ‘gemengd gebied’. Met voorliggend initiatief wordt glastuinbouw omgezet naar wonen met groen. Er wordt geen bedrijvigheid toegevoegd. Er is hierdoor geen sprake van een nieuwe milieutechnische uitstraling op de omgeving. Invloed omliggende activiteiten op plan: Glastuinbouwbedrijven Gronden grenzend aan het plangebied hebben de functie ‘Agrarisch – Glastuinbouw’. De afstandsmaat tussen de bouwvlakken voor de nieuwe woningen en de functiegrens ‘Agrarisch – Glastuinbouw’ bedraagt minimaal 10 meter. Deze afstand is afgeleid van het Besluit Glastuinbouw, waarin een richtafstand van 10 meter is genoemd. Met deze afstandsmaat is een goede ruimtelijke- en milieu hygiënische inpassing gewaarborgd. Er wordt voldaan aan de richtafstand. Tuincentrum (Grote Achterweg 1) Naast het plangebied ligt een tuincentrum. In de nieuwe ‘VNG handreiking activiteiten en milieuzonering’ is een indicatieve lijst met activiteiten met inschatting geluid en geur opgenomen. Voor een tuincentra geldt een ‘positie 1’ voor het aspect geluid en een ‘functiemenging’ voor geur.

Op basis van de ‘VNG publicatie Bedrijven en milieuzonering 2009’ geldt een richtafstand van 30 meter vanwege het aspect geluid. Deze afstand kan worden verkleind tot 10 meter omdat de omgeving kan worden getypeerd als ‘gemengd gebied’. De afstand van het tuincentra tot aan de nieuwe bouwvlakken van de dichtstbijzijnde kavels 8, 9 en 10 bedraagt 10 meter. Hierdoor worden de woningen op minimaal 10 meter van het tuincentra gepositioneerd. In de praktijk zullen de woningen op grotere afstand (ca. 30 meter) van het tuincentra worden gepositioneerd omdat de woningen worden georiënteerd op de centrale ontsluiting. Er wordt voldaan aan de richtafstand. Bedrijf tot en met categorie 2 (Hoge Geest 43) Ten westen van het plangebied ligt een bedrijf met de functie ‘Bedrijf’. Hier zijn bedrijven tot en met categorie 2 toegestaan. Op basis van de ‘VNG publicatie Bedrijven en milieuzonering 2009’ geldt een richtafstand van 30 meter. Deze afstand kan worden verkleind tot 10 meter omdat de omgeving kan worden getypeerd als ‘gemengd gebied’. De afstand van de inrichtingsgrens van het bedrijf tot aan het plangebied bedraagt 11 meter en tot aan de functie ‘Wonen’ 15 meter. Er wordt voldaan aan de richtafstand.

4.3

Lichthinder

4.3.1

Beoordelingskader

Van oudsher ondervinden mensen, dieren en planten dagelijks de invloed van licht en donker. Omdat de toepassing van kunstverlichting op steeds grotere schaal plaatsvindt, komt steeds sterker de wens, en zelfs de noodzaak naar voren om nadelige invloed van kunstlicht zoveel mogelijk te beperken. Kunstmatige verlichting kan verschillende soorten nadelige effecten veroorzaken. Er kan sprake zijn van hinder voor de mens, bijvoorbeeld als mensen zich niet kunnen afschermen van het aanwezige kunstlicht, maar daar wel behoefte aan hebben. Daarnaast kan sprake zijn van hinder langs wegen, bijvoorbeeld door reclamezuilen met veel licht of van horizonvervuiling, bijvoorbeeld als het licht van een verlichte stal of verlicht sportveld in het open landschap op grote afstand goed is te zien. Ten slotte kan sprake zijn van verstoring van de natuur, bijvoorbeeld door het verstoren van het gedrag van diersoorten. In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn geen instructieregels opgenomen voor lichthinder. In artikel

25

4.790 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) zijn regels opgenomen voor kunstlicht in de tuinbouw bij kassen. Dit is ter voorkoming van lichthinder en om de duisternis en het donkere landschap te beschermen. Ondanks er geen instructieregels zijn opgenomen voor lichthinder, maakt het wel onderdeel uit van de afweging van een evenwichtige toedeling van functies en locaties en kan het daarvoor in sommige gevallen toch noodzakelijk zijn om aandacht te besteden aan lichthinder. 4.3.2

Toetsing

Door Buelens Ruimte is op 29 oktober 2025 een notitie lichthinder opgesteld, zie Bijlage 4. Met voorliggend initiatief worden geen activiteiten mogelijk gemaakt die leiden tot mogelijke lichthinder. Het initiatief zal daarmee dan ook niet leiden tot onaanvaardbare lichthinder op de omgeving. De sanering van de huidige kassen, een mogelijk lichtveroorzakende activiteit, draagt zelfs bij aan het verminderen van eventuele lichthinder op de omgeving. Het projectgebied is gelegen in het glastuinbouwgebied. In de omgeving vinden activiteiten plaats die mogelijk lichthinder kunnen veroorzaken, namelijk de glastuinbouwbedrijven. Voor de omliggende glastuinbouwbedrijven die gewassen telen in kassen geldt dat ze moeten voldoen aan de regels over assimilatiebelichting in paragraaf 4.75 van het Bal, specifiek artikel 4.790. Hiervoor geldt dat met het oog op het beperken van lichthinder bij het gebruik van assimilatiebelichting met een verlichtingssterkte van 15.000 lux of meer (worstcase) de lichtuitstraling van zonsondergang tot zonsopgang is verminderd door de gevel van de kas zo af te schermen dat op een afstand van 10 m van de gevel de lichtvermindering ten minste 95% is en de in de kas gebruikte lampen niet zichtbaar zijn. De afstandsmaat tussen de nieuwe woningen en de kassen bedraagt meer dan 10 meter.

Dit betekent dat met de regeling uit het Bal lichthinder door assimilatiebelichting op de woningen wordt voorkomen. op 5 november 2025 is de notitie beoordeeld door de Omgevingsienst Haaglanden (ODH). De notitie is akkoord bevonden. Het aspect lichthinder vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

4.4

Geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen

4.4.1

Beoordelingskader

Op grond van onder meer het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) moet in het omgevingsplan rekening worden gehouden met geluid dat door activiteiten op geluidgevoelige gebouwen en locaties wordt afgewenteld. Bij het opstellen van het omgevingsplan moet daarom rekening worden gehouden met de geluiduitstraling door individuele activiteiten, activiteiten op een industrieterrein, geluiduitstraling door gemeentewegen, waterschapswegen, provinciale wegen, snelwegen en spoorwegen. In de navolgende paragraaf wordt ingegaan op de wijze waarop in dit omgevingsplan, voor de verschillende soorten van activiteiten die daarmee worden toegelaten, waarborgen tegen ontoelaatbare geluidhinder wordt geboden. Wegverkeerslawaai De instructieregel over lawaaibeheersing wordt in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) meer in detail uitgewerkt voor de geluidbelasting door het wegverkeer. Deze instructieregel richt zich daarbij op wegen waarop de intensiteit van het wegverkeer gemiddeld over een jaar, groter is dan 1.000 motorvoertuigen per etmaal. De instructieregel stelt beperkingen aan het aanleggen of wijzigen van wegen én het mogelijk maken van nieuwe geluidgevoelige gebouwen die worden beïnvloed door de geluidbelasting van het wegverkeer. Daarbij beperkt de instructieregel zich tot het zogenoemde geluidaandachtsgebied rond deze wegen.

De geluidbelasting door het wegverkeer buiten dit aandachtsgebied onttrekt zich aan de beperkingen van de instructieregel. Op grond van de instructieregel gelden er voor de geluidbelasting door gemeentewegen ter hoogte van geluidgevoelige gebouwen binnen het geluidaandachtsgebied een standaardwaarde van 53 dB voor het Lden en een grenswaarde van 70 dB voor het Lden. Een geluidbelasting tot de standaardwaarde is altijd toelaatbaar. Een geluidbelasting tot de grenswaarde is alleen toelaatbaar als er geen mogelijkheden bestaan om de geluidbelasting gelijk of lager dan de standaardwaarde te laten zijn. In de motivering van het besluit tot wijzigen van het omgevingsplan (waarmee de geluidbelasting door het verkeer op de gemeentewegen ter hoogte van de geluidgevoelige gebouwen voor het eerst wordt toegestaan) moet dit

26

worden gemotiveerd. Daarnaast moet in het omgevingsplan de waarde van het gezamenlijke geluid ter hoogte van deze geluidgevoelige gebouwen worden vastgesteld. Dit is de gesommeerde geluidbelasting door alle geluidbronnen (wegverkeer, industrie en railverkeer). Tot slot moet in de motivering ook worden aangegeven in hoeverre het gecumuleerde geluid aanvaardbaar is. Dit gecumuleerde geluid is niet hetzelfde als het gezamenlijke geluid. Bij het berekenen van het gecumuleerde geluid wordt ook de geluidbelasting van het industrielawaai, wegverkeerslawaai en railverkeerslawaai gesommeerd, maar deze deelbijdragen worden dan éérst gecorrigeerd voor de verschillende mate van hinderbeleving tussen deze verschillende geluidsoorten. Tot slot moeten ook de akoestische gevolgen door het veranderen van de verkeersintensiteit of de geluidoverdracht binnen het aandachtsgebied door het bouwen of slopen van gebouwen of bouwwerken bij het vaststellen van de wijziging van het omgevingsplan worden gemotiveerd. Industrielawaai Op grond van hoofdstuk 3 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) wordt de geluidproductie door industrieterreinen beperkt met geluidproductieplafonds (GeluidProductiePlafonds IndustrieLawaai of GPPIL).

Rond het industrieterrein geldt op grond van het Bkl een aandachtsgebied dat zich uitstrekt tot de afstand waarop, rekening houdende met de beperking van de geluidemissie door de geluidproductieplafonds, de geluidbelasting gelijk is aan de standaardwaarden. Het projecteren van geluidgevoelige gebouwen binnen dit aandachtsgebied is aan voorwaarden verbonden. Voorliggende wijziging van het omgevingsplan voorziet niet in de realisatie van een industrieterrein waarvoor een geluidproductieplafond geldt, waardoor deze instructieregel niet van toepassing is. 4.4.2

Toetsing

Met de beoogde ontwikkeling wordt er een geluidgevoelig gebouw toegevoegd. Hierdoor is onderzoek naar wegverkeerslawaai noodzakelijk. De aspecten industrielawaai, spoorweglawaai en luchtverkeerslawaai zijn op de locatie niet relevant en derhalve ook niet beschouwd. Door GBS Milieuadvies is op 6 oktober 2025 een onderzoek naar wegverkeerslawaai uitgevoerd, zie Bijlage 2. Uit de rekenresultaten blijkt dat de waarde van geluid vanwege het wegverkeer op de gemeente/waterschapswegen ten hoogste 64 dB Lden bedraagt. De standaardwaarde van 53 dB Lden conform art. 5.87t uit het Bkl wordt derhalve overschreden. Aan de grenswaarde van 70 dB Lden conform art. 5.87u uit het Bkl wordt wel voldaan. Bij toepassing van de juiste geluidwerende materialen en maatregelen kan een aanvaardbaar woon- en leefklimaat worden gegarandeerd. Bij de omgevingsvergunningen voor de woningen zal middels een onderzoek naar geluidwering gevels aangetoond moeten worden dan voldaan wordt aan de binnenwaarden.

4.5

Trillingen

4.5.1

Beoordelingskader

In paragraaf 5.1.4.4 van het Bkl staan de instructieregels over het omgevingsaspect Trillingen opgenomen. De regels zien op activiteiten, anders dan wonen, die trillingen veroorzaken in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw. Uit artikel 5.79 Bkl volgt dat deze paragraaf van toepassing is op trillingen door alle denkbare activiteiten. Een uitzondering op deze hoofdregel betreft de (tijdelijke) activiteiten die niet bepalend zijn voor de functie van een locatie. De belangrijkste instructieregel is het vereiste van aanvaardbaarheid, zoals opgenomen in artikel 5.83 van het Bkl. Het eerste lid van dat artikel verplicht gemeenten om in het omgevingsplan rekening te houden met trillingen door activiteiten in trillinggevoelige ruimten van trillinggevoelige gebouwen. Dit is een concretisering van het beginsel van 'evenwichtige toedeling van functies aan locaties' waar het omgevingsplan invulling aan geeft. Rekening houden met trillingen door activiteiten werkt twee kanten op: bij het mogelijk maken van activiteiten nabij bestaande trillinggevoelige gebouwen, maar omgekeerd ook bij toelaten van trillinggevoelige gebouwen in de nabijheid van bestaande trillingen veroorzakende activiteiten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westland&id=4eda594e-6a0c-467f-83e9-30e75c64224c