toelichting
Tekst van het document
iit*9
Him JJ
W.'jíJ
CENTRUM HONSELERSDIJK bestemmingsplan NL.IMRO.1783.HONCTRMobp-VA01 vastgesteld
GEMEENTE
vrW/ r ^ V
^ s-r-
".rif
Kŕl-u-c.ř- -' yp'y^
J UİİÉİ
;
J
jJ - -v"M V*ijý1 í Tiìli '
*^
i
"V
ŕ
Toelichting
3
4
Inhoudsopgave
Toelichting Hoofdstuk 1
3 Inleiding
7
1.1
Aanleiding
7
1.2
Ligging plangebied
7
1.3
Geldend bestemmingsplan
7
1.4
Leeswijzer
8
Hoofdstuk 2
Gebiedsvisie
9
2.1
Beleidskader
9
2.2
Ruimtelijk-functionele structuur
18
2.3
Gebiedsvisie
19
Hoofdstuk 3
Onderzoek
22
3.1
Ladder voor duurzame verstedelijking
22
3.2
Bedrijven en milieuzonering
23
3.3
Luchtkwaliteit
23
3.4
Geluid
24
3.5
Externe veiligheid
27
3.6
Water
32
3.7
Bodem
37
3.8
Ecologie
38
3.9
Cultuurhistorische aspecten
45
Hoofdstuk 4
Juridische planbeschrijving
48
4.1
Planvorm
48
4.2
Bestemmingsregeling
51
Hoofdstuk 5
Uitvoerbaarheid
52
5.1
Economische uitvoerbaarheid
52
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
52
Regels Hoofdstuk 1
55 Inleidende regels
56
Artikel 1 Begrippen
56
Artikel 2 Wijze van meten
62
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
63
Artikel 3 Maatschappelijk
63
Artikel 4 Verkeer
65
Artikel 5 Verkeer - Verblijfsgebied
66
Artikel 6 Waarde - Archeologie - 1
67
Artikel 7 Waarde - Archeologie - 2
68
5
Artikel 8 Waarde - Winkelgebied
70
Hoofdstuk 3
71
Algemene regels
Artikel 9 Anti-dubbeltelregel
71
Artikel 10
Algemene bouwregels
72
Artikel 11
Algemene gebruiksregels
74
Artikel 12
Algemene afwijkingsregels
75
Artikel 13
Overige regels
76
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels
77
Artikel 14
Overgangsrecht
77
Artikel 15
Slotregel
78
Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9 Bijlage 10 Bijlage 11 Bijlage 12
Akoestisch onderzoek wegverkeer Akoestisch onderzoek stemgeluid Watertoets Bodemonderzoek Nader bodemonderzoek Ecologisch onderzoek Notitie stikstofberekening Aerius berekening Archeologisch onderzoek Nota van beantwoording reacties 3.1.1 BRO overleg Nota van beantwoording inspraakreacties Nota van beantwoording zienswijze Centrum Honselersdijk
Bijlagen bij de regels Bijlage 1
Staat van Horeca activiteiten
6
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Het plan Centrum Honselersdijk kent een lange geschiedenis en een aantal grote scope wijzigingen. De uitbreiding van de supermarkt, zoals deze in het voorontwerp van dit plan was opgenomen, is niet meer aan de orde en voortschrijdend inzicht, mede naar aanleiding van de inspraak, heeft ertoe geleid om meerdere maatschappelijke functies op deze locatie te realiseren. De bundeling van deze maatschappelijke functies zorgen ervoor dat er een centrum ontstaat waar de ontmoeting tussen onderwijs, verenigingen en sociale partijen centraal staat. Dit plan maakt een 'Huis van de Buurt' mogelijk, waar meerdere maatschappelijke functies op één locatie zullen worden gehuisvest. Deze ontwikkeling zorgt voor meer samenhang in maatschappij en wijk.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied is gelegen in de kern van Honselersdijk, ingeklemd tussen de Dijkstraat aan de noordzijde, de Fazantlaan aan de zuidzijde en de Molenlaan aan de oostzijde. Aan de westzijde wordt het gebied begrensd door bestaande, voornamelijk woonbebouwing. In het plangebied is reeds bestaande bebouwing aanwezig met een centrumfunctie. A
-
„ . L».' *
: , JF
Ví
f. Legenda
irr* Plangebied Ligging plangebied
1.3
Geldend bestemmingsplan
Binnen het plangebied was, voor het van kracht worden van dit bestemmingsplan, het volgende planregime van kracht: *
Kern Honselersdijk.
7
Paraplubestemmingsplan Wonen Westland; Paraplubestemmingsplan Parkeernormen. +Z+ + + +
A. +
+ + + + 4
mm*. 4 +J
4 4/4.
IBHH
'Ą- + 4N4
4 +
4 +VW 4 4 4- 4- 4 4 4 4 4 4 4 4 + 4 + + 4
4 45
'ŶX+ 4 V+y +A 4 -kA
^ 4 4 Nb
-İV+ 4 /4
4 4
4-
4 4
4 -F
4 4 +J 4 + 4
^ 4 4)
4- 4 4 4 4
4*4 4
A4
4 4 4 4 \4 4
ř4\4
S+ 4 4 4\
4
mm
4 4
4 + 4
í^ìw^ieĩ' 4 4^4
4 «ŕ\4
Bestemmingsplan 'Kern Honselersdijk' uitsnede planverbeelding plangebied De voorgenomen ontwikkeling is in strijd met het vigerende bestemmingsplan 'Kern Honselersdijk'. De ontwikkeling is gelegen op gronden met de bestemmingen 'Maatschappelijk', 'Verkeers- en Verblijfsgebied', dubbelbestemmingen 'Waarde-Archeologie-1' en 'Waarde-Karakteristiek Winkelgebied'. Voorliggend bestemmingsplan vervangt gedeeltelijk de bestemmingsplannen Paraplubestemmingsplan Wonen Westland en Parkeernormen. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken dient het bestemmingsplan gewijzigd te worden.
1.4
Leeswijzer
Het bestemmingsplan "Centrum Honselersdijk" bestaat uit een toelichting, planregels en een planverbeelding. De toelichting is als volgt opgebouwd. In Hoofdstuk 2 komt de gebiedsvisie aan de orde. Hierin wordt de ruimtelijke en functionele hoofdstructuur van het plangebied beschreven met aandacht voor cultuurhistorisch waardevolle elementen, overige ruimtelijke kwaliteiten, aanwezige knelpunten en te verwachte ontwikkelingen. Dit tezamen leidt tot een beschrijving van de gemeentelijke visie op het gewenste behoud en beheer van de ruimtelijke kwaliteit in het plangebied. In Hoofdstuk 3 wordt onderzoek op het gebied van milieu, ecologie, archeologie en cultuurhistorie en water behandeld. In Hoofdstuk 4 wordt dieper ingegaan op de planvorm en de achtergrond bij de regels die zijn opgenomen voor de verschillende bestemmingen. Tot slot wordt in Hoofdstuk 5 ingegaan op hde economische en de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
8
Hoofdstuk 2 2.1
Gebiedsvisie
Beleidskader
De beleidscontext voor de visie op het plangebied wordt gevormd door gemeentelijke, regionale, provinciale en landelijke beleidsrapportages. In dit hoofdstuk is het relevante beleid samengevat. Het hier samengevatte beleidskader is niet uitputtend. In de toelichting wordt op een aantal plaatsen verwezen naar specifiek beleid of beleidsnotities die niet in deze paragraaf worden behandeld. Tot slot wordt in dit hoofdstuk een beschrijving gegeven van de visie op het plangebied. Deze visie is gericht op het behoud en beheer van de ruimtelijke kwaliteit. 2.1.1
Gemeentelijk beleid
Omgevingsvisie 2.0: Visie op Westland Op 8 december 2020 heeft de gemeenteraad de Omgevingsvisie 2.0: Visie op Westland vastgesteld. De Omgevingsvisie gaat onder andere in op de samenhang tussen ruimte, water, milieu, natuur, landschap, verkeer en vervoer, infrastructuur en cultureel erfgoed. De Omgevingsvisie is breder dan alleen de fysieke leefomgeving; ook onderwerpen als gezondheid, veiligheid en duurzaamheid moeten onderdeel uitmaken van de visie. De Omgevingsvisie geeft weer waar we met Westland naartoe willen en bindt de gemeente aan haar eigen voornemens en ambities. De Omgevingsvisie werkt door in het (later nog op te stellen) omgevingsprogramma, waarin beleidsvoornemens en maatregelen staan die dienen om de doelen in de leefomgeving te bereiken. De Omgevingsvisie geeft ook richting aan het ontwikkelen van het omgevingsplan. Hierin worden de algemene regels en vergunningsplichten vastgelegd die bindend zijn voor burgers en bedrijven (bestemmingsplannen en verordeningen worden hiermee vervangen). De belangrijkste opgave is het verhogen van de leefkwaliteit in Westland, waarbij het sociaal-maatschappelijke en economische belang van het tuinbouwcluster niet uit het oog wordt verloren. De oorspronkelijke structuren in het landschap moeten behouden blijven, net als de gemeenschapszin in de dorpen. Westland wil een groenere, gezonde en aantrekkelijke gemeente zijn.
Met een people - planet - profit benadering, vindt vergroening plaats langs de belangrijke groene verbindingen en in de wijken, terwijl initiatiefnemers en ontwikkelaars worden gevraagd groeninclusief te ontwerpen en in te richten. Een klimaatbestendig beleid wordt doorgevoerd in ruimtelijke inrichting, nieuwbouw en verkeersmaatregelen. Bodemwarmte moet worden benut en er wordt aangesloten op warmtenetten in de regio. Betere bereikbaarheid en een toonaangevende rol op het gebied van kennis, innovatie en duurzaamheid in de Greenport blijven een belangrijke rol spelen. De autonome groei van inwoners wordt geaccommodeerd door het invullen van de zachte plannen voor woningbouw in combinatie met inbreiding door bv. hoger te bouwen. De kwaliteit van de omgeving wordt verbeterd met een groen/blauwe inrichting (groene daken, beleefbaar groen en waterberging) om hittestress en wateroverlast tegen te gaan. Voor 2040 wordt één vierkante meter groen per huishouden extra gerealiseerd, voor nieuwbouwprojecten geldt een norm van 50 m2 verblijfsgroen per woning. Bij projectontwikkeling worden zoveel mogelijk de minimale eisen uit het Convenant Klimaatadaptief Bouwen gehanteerd en is het uitgangspunt dat niet langer gebruik wordt gemaakt van fossiele brandstoffen. Het woningaanbod moet aansluiten uit bij de Westlandse behoeften en economisch verbondenen.
Westland wil meer dan 8000 woningen realiseren, waarvan een grote opgave betaalbaar wonen. Er ligt ook een opgave voor de huisvesting van (tijdelijke) arbeidsmigranten. Het duurzaam glastuinbouwgebied behoudt voldoende kritische massa om een innovatieve glastuinbouwgemeente te blijven, maar het toevoegen van beleefbaar groen mag ten koste gaan van glastuinbouw. De glastuinbouw produceert in de toekomst circulair, wordt energieneutraal en klimaatadaptief. Om de modernisering en herstructurering op gang te brengen moet er letterlijk ruimte worden gemaakt, bv. door het uitplaatsen van (bedrijfs)woningen naar de dorpen. Integrale
9
gebiedsplannen moeten betaalbaar en met voldoende draagvlak gerealiseerd kunnen worden. Langs de kust is een strand dat uitblinkt in rust en ruimte met een goede balans tussen natuur en recreatie. Daarnaast wil Westland sluitende recreatieve netwerken creëren voor verschillende gebruiksgroepen d.m.v. robuuste groen-blauwe aders. Er wordt ingezet op een hoogwaardige OV verbinding tussen Den Haag en de Hoekse Lijn richting Delft. Bepaalde bedrijventerreinen kunnen uitbreiden, in de kernen worden (compacte) kernwinkelgebieden aangewezen. Rond 2030 zijn grote ingrepen nodig om de infrastructuur op orde te houden (vrijliggend logistiek netwerk, ongelijkvloerse kruispunten), er komt een verkenning naar de mogelijkheden voor lightrail. Het fietsnetwerk binnen en van/naar Westland wordt verbeterd met o.a. metropolitane fietspaden. Vrachtverkeer krijgt wellicht hubs en goede doorstroming naar de A4/A20 blijft een belangrijk aandachtspunt. Natuurgebieden (Natura 2000 en het Natuur Netwerk Nederland) moeten robuust, veerkrachtig, aaneengesloten en beleefbaar worden gemaakt. Voor 2030 zijn ontbrekende zones en schakels in ecologische verbindingen ingevuld, zodat de biodiversiteit bevorderd wordt. De waterkwaliteit moet worden verbeterd en er komt meer ruimte voor het vasthouden van water.
Dit vraagt ook inspanningen van de glastuinbouw om meer circulair te worden, minder grondwater te onttrekken en water te bergen. De toekomstkaart van Westland:
Mobiliteitsvisie Duurzaam Bereikbaar Westland Op 10 december 2019 is de Mobiliteitsvisie Duurzaam Bereikbaar Westland vastgesteld door de gemeenteraad. Het gemeentelijk mobiliteitsbeleid was tot de vaststelling van deze Mobiliteitsvisie gebaseerd op het Westlands Verkeer- en Vervoerplan 2005-2015 (WVVP) en de Structuurvisie Westland 2025. Veel van de in het WVVP opgenomen doelstellingen en uitvoeringsprogramma's zijn gerealiseerd, dan wel waren aan herziening toe. Na vaststelling van de Mobiliteitsvisie is het WVVP komen te vervallen. De structuurvisie 2025 niet. Er komt steeds meer verkeer in Westland. Om ervoor te zorgen dat we nu en in de toekomst nog vlot tussen dorpen en van dorp naar steden kunnen reizen, maken we plannen en nemen we maatregelen.
10
De volgende mobiliteitsdoelen zijn opgenomen in de Mobiliteitsvisie 2040: * * * » «
Logistieke bereikbaarheid; De auto minder dominant; Volwaardige alternatieven voor de auto; Westland verkeersveilig; Duurzaam Bereikbaar Westland.
Beleidsregel Parkeernormering gemeente Westland 2018 In de vergadering van burgemeester en wethouders van 16 januari 2018 is de 'Beleidsregel Parkeernormering gemeente Westland 2018' vastgesteld. Hiermee vervalt de verwijzing naar het WVVP. In het beleid is de parkeernormering van de gemeente Westland geactualiseerd en in overeenstemming gebracht met de meest recente kerncijfers van het CROW (landelijke richtlijnen). Beleidsnotitie conventionele explosieven in het Westland In de beleidsnotitie conventionele explosieven in het Westland wordt beschreven hoe om moet worden gegaan met diepte werkzaamheden op locaties die mogelijk conventionele explosieven bevatten. De basis voor het gemeentelijk beleid voor het opsporen van explosieven is de explosieven risicokaart. Deze kaart geeft een eerste indicatie van het mogelijke gevaar van diepte werkzaamheden op bepaalde locaties in het Westland. In het projectgebied zijn geen mogelijke vindplaatsen van conventionele explosieven aanwezig. Handhaven op maat Op 17 november 2015 hebben burgemeester en wethouders van Westland de beleidsnota 'Handhavingsbeleid, integrale handhaving Wabo taken' vastgesteld. Hierin zijn de doelen en richting voor milieuhandhaving en bouw- en woningtoezicht beschreven. De naleving van wet- en regelgeving is daarbij een gezamenlijke verantwoordelijkheid van gemeente, burgers en bedrijven.
De wet- en regelgeving zijn bedoeld om kwaliteit, veiligheid en leefbaarheid binnen de leefomgeving te beschermen en bevorderen en dat is in ieders belang. Dit draagt bij aan een prettige woon-, werk- en leefomgeving voor de burgers en ondernemers van de Gemeente Westland. De handhaving van de regelgeving vervat in dit plan is een bevoegdheid van burgemeester en wethouders. Het gaat daarmee vooral om de planregels inzake het bouwen en het gebruik van gronden en bouwwerken. Een aantal vormen van gebruik wordt specifiek aangeduid als strijdig met de bestemming, zodat handhavend optreden hiertegen eenduidig mogelijk te maken. Uiteraard betreft het hier een niet-limitatieve opsomming. Handhaving van dit plan is van belang om de ruimtelijke kwaliteit en de leefbaarheid er van in stand te houden. Daarnaast heeft handhaving uiteraard ook een belangrijke functie in het kader van de rechtszekerheid en rechtsgelijkheid. De planregels in dit plan zijn voldoende duidelijk, concreet en toepasbaar om te kunnen handhaven. Handhaving van het plan zal in de praktijk primair plaatsvinden via de bestemmingsplantoets in het kader van de omgevingsvergunning en door feitelijk toezicht op de aanwezigheid van bouwwerken en op gebruiksactiviteiten. Binnen de gemeente heeft het team bouw- en woningtoezicht van de afdeling Ruimte, Omgeving en Veiligheid hierin een centrale taakstelling.
Bij gebleken strijdigheid met het plan wordt, afhankelijk van de prioriteitsstelling, een handhavingstraject ingezet. Woonvisie De Woonvisie Westland 2020-2030 is een actualisatie van de Woonvisie van 2016 en richt zich op het deelonderwerp "wonen" van de Ontwerp-Omgevingsvisie Westland. De Woonvisie is vastgesteld in juli 2020. De Omgevingsvisie van gemeente Westland vormt de rode draad voor de ruimtelijke plannen en woningbouwplannen in Westland de komende jaren. Onze focus blijft op het tuinbouwcluster liggen, maar we zoeken daarin een betere balans met de leefomgeving. Westland wil een groenere, gezonde en aantrekkelijke gemeente zijn. In de toekomst ligt de drijfveer bij bouwen in het creëren van maatschappelijke meerwaarde. Westland werkt aan een beheersbare groei van het aantal woningen, zodat het aanbod aansluit bij de behoeften van de Westlandse bevolking en mensen die economisch verbonden zijn met de gemeente. Het woonmilieu in Westland is onderscheidend ten opzichte van de omliggende steden en sluit aan bij het dorpse leefklimaat. De woningmarkt is continu in beweging. Dit verdraagt geen strak gedetailleerd programma, maar een kader voor beslissingen. De Woonvisie biedt het kader voor besluiten over programma's, inzet van
11
middelen en capaciteit en geeft richting aan het handelen van de gemeente en haar partners. De Woonvisie is in overleg met de woningcorporaties, huurdersorganisaties, zorgorganisaties, uitzenders en tuindersorganisaties tot stand gekomen. Prioriteiten en uitgangspunten van de Woonvisie De "Woonvisie Westland 2020-2030" geeft de prioriteiten, uitgangspunten en visie hoe Westland er in 2030 uit moet zien op het gebied van (zorg)wonen en huisvesting arbeidsmigranten. De hoofdthema's van Woonvisie zijn: Betaalbaarheid * doelgroepen die aangewezen zijn op betaalbare woningen (starters, gezinnen, ouderen, zorgbehoevenden, corporatiedoelgroepen, middeninkomens, arbeidsmigranten, vergunningshouders, woonwagenbewoners); « grootte en differentiatie sociale woningvoorraad; * woonlasten; * gevolgen verkoop Vestia-woningen. Doorstroming en wooncarrière * * *
bevorderen doorstroming; senioren (doorstroming vanuit sociale eengezinswoning); slaagkansen inwoners Westland.
Nieuwe bouwambitie * * * * * » « *
behoud karakter kernen; vergroening en verduurzaming; huisvestingsoplossingen buiten de kernen; wonen met zorg: levensloopgeschiktheid Z aanpasbaarheid; programma voor nieuwe projecten/locaties: 30-5-20-45*; herbestemming maatschappelijk vastgoed; flexwonen; huisvesting arbeidsmigranten, ook buiten kernen en op percelen glastuinbouwbedrijven.
(*) 300Zo sociale huur, 50Zo goedkope koop, 200Zo middeldure koop of huur, 450Zo duurdere koop Beleid en beleidsregels voor opslag en verkoop van consumentenvuurwerk in Westland In deze Nota wordt aangegeven dat het wenselijk is een goede ruimtelijke spreiding van de verkooppunten van consumentenvuurwerk te bewerkstelligen. Doel bij een ruimtelijke benadering is het bereiken van een gelijkmatige spreiding van (kleine) bedrijven voor verkoop en opslag van consumentenvuurwerk over Westland, om op deze wijze straathandel en vuurwerktoerisme zoveel mogelijk te voorkomen. Daarbij moet er binnen elk verzorgingsgebied sprake zijn van voldoende (vuurwerk)aanbod om de lokale markt te voorzien en zodoende illegale handel in principe overbodig te maken en te voorkomen. Het uitgangspunt voor opslag en verkoop van consumentenvuurwerk van de gemeente Westland is: Ruimte bieden aan ondernemers voor opslag en verkoop van consumentenvuurwerk met inachtneming van veiligheid en milieuregelgeving onder voorwaarde van een goede ruimtelijke spreiding. Met daarbij de volgende randvoorwaarden: * * * « * *
in de gemeente Westland wordt alleen consumentenvuurwerk opgeslagen. Opslag en verkoop van professioneel vuurwerk is niet toegestaan; iedere vestiging van opslag en verkoop van consumentenvuurwerk zal worden getoetst aan voldoende ruimtelijke spreiding in de gemeente Westland; in de gemeente Westland worden maximaal 18 vestigingen voor opslag- en verkooppunten van consumentenvuurwerk toegestaan; opslag tot en met 1.000 kg is beperkt toegestaan in de dorpskernen; nieuwe vestiging in dorpskernen is niet toegestaan; de vestiging van bedrijven met een opslag tot en met 10.000 kg heeft de voorkeur in gebieden
12
*
waar een bedrijfsbestemming geldt of in tuincentra; opslag boven de 10.000 kg consumentenvuurwerk is uitgesloten; bestaande bedrijven in strijd met deze uitgangspunten mogen de activiteiten voortzetten.
In de planregels van het voorliggende bestemmingsplan is opgenomen dat opslag en verkoop van consumentenvuurwerk niet is toegestaan. Ruimtelijk ontwikkelingskader Honselersdijk In Honselersdijk spelen een aantal vraagstukken die van belang zijn voor de toekomst van deze kern. Er liggen vraagstukken in het centrum voor leegstand, open percelen in het dorpslint, afnemende levendigheid en parkeerproblematiek. Het Ruimtelijke ontwikkelingskader (ROK) dient als toetsingskade voor ruimtelijke projecten en initiatieven. Analyse De sterke punten van Honselersdijk zijn de dorpse karakteristiek, de potentie van de dragende ruimtelijke structuren, het groene karakter en de betrokkenheid van inwoners op de ontwikkelingen in de kern. Zwakke punten zijn het gebrek aan ruimtelijke samenhang tussen wijken en buurten, ruimtelijke vraagstukken in het centrum en gebrek aan betaalbare woningen. Ook levert de toenemende grijze druk voor een extra vraag naar woningen voor 55-plussers. Er liggen kansen in het verbeteren van de hoofdstructuur en het versterken van het gebruik voor recreatief gebruik in combinatie met water en groen. Aanpak van het centrum kan leiden tot revitalisatie van de kern. Het Ruimtelijk ontwikkelingskader Honselersdijk kent een voor zijn grootte afgestemd voorzieningenniveau.
Het uitgangspunt voor het centrum is een concentratie van detailhandel tussen Groenelaan en Moddermanplein met aan beide zijden nog een aanloopgebied. Hier kan zich publiekgerichte dienstverlening en of sociaal maatschappelijke voorzieningen vestigen. De ruimtelijke samenhang in de kern wordt gevormd door langzaamverkeersroutes in combinatie met een samenhangende groenstructuur. Deze wordt het verbindend element tussen de verschillende wijken en buurten. Ruimtelijke verkenning Centrum Honselersdijk Voor het centrum van Honslersdijk is tevens een ruimtelijke verkenning (een uitwerking van het ROK) opgesteld en op 20 december 2011 vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders. Deze ruimtelijke verkenning fungeert als uitwerking van het ROK Honselersdijk en is een concreet toetsingskader bij de beoordeling van plannen in (de nabijheid) van het centrum. Omdat ontwikkelingen nu eenmaal niet te voorspellen of volledig te sturen zijn, is gekozen voor een kader met voldoende flexibiliteit en ruimte voor verschillende oplossingen. Sommige kaders zijn hard geformuleerd, voor andere punten is de ontwikkelingsrichting zachter geformuleerd als wens, voorkeur of aangegeven met een marge. Ook zijn er in de verkenning een aantal scenario's onderzocht. Het voorkeursscenario kan gelezen worden als de meest ideale gemeentelijke visie.
Doelstelling van het beleidsdocument zijn dat de (her)ontwikkelingen moeten leiden tot een leefbaar (duurzaam) Honselersdijk. Hiertoe is het noodzakelijk dat er een levendig, herkenbaar en functioneel centrum in de kern is waar men elkaar kan ontmoeten en dat het voorzieningenniveau in de gehele kern (zowel commercieel als sociaal-maatschappelijk) aansluit bij de bevolkingssamenstelling en de behoeften van de verschillende doelgroepen. Concreet zijn er twee subdoelen te benoemen: 1. Realisatie van een levendig (in de zin van 'ontmoeting') en herkenbaar centrum, hiertoe heeft het centrumgebied een nieuwe impuls nodig. 2. Het mogelijk maken van realisatie van de wensen van een aantal private partijen in het centrum. Aansluitend bij het ruimtelijk beeld van de gemeente. Dit geldt voor zowel commerciële als niet-commerciële partijen. De verkenning is tot stand gekomen in overleg met de betrokken (in het gebied aanwezige) partijen,
13
vakspecialisten binnen de gemeente en ook de klankbordgroep die voor het ROK in het leven is geroepen. In deze klankbordgroep hebben diverse vertegenwoordigers van partijen zitting gehad (zoals bijvoorbeeld kerken, jongerenwerk, historische vereniging, bewoners en ondernemers) Op deze wijze is ernaar gestreefd een kader op te stellen dat ook een vrij hoog realiteitsgehalte heeft (zodat het haalbaar is). Voor een aantal specifieke plandelen zijn de ontwikkelende partijen al bezig met planvorming. Voor deze locaties ligt een aantal scenario's voor. De verkenning is nadrukkelijk opgesteld met kennis van deze plannen van de partijen. Deze plannen zijn in grote lijnen passend binnen de ruimtelijke verkenning, waarbij met name ook een vertrekpunt voor de gemeentelijke ambities wordt beschreven. De verkenning blijft echter een ontwikkelingsrichting (en dus geen dogma) en blijft dus altijd de mogelijkheid, als er zwaarwegende argumenten zijn van af te wijken. Dit zal dan wel, onderbouwd, voorgelegd moeten worden aan het college. Bovendien kan de voorliggende ruimtelijke verkenning een eerste stap zijn in het realiseren van de doelstellingen die de gemeente voor ogen heeft, zoals die zijn verwoord in het collegewerkprogramma 2010-2014 maar ook in diverse gemeentelijke visies (Structuurvisie Greenport 2020 en het Sociaal OntwikkelingsKader). 2.1.2
Regionaal beleid
Metropoolregio Den Haag-Rotterdam In de metropoolregio Rotterdam Den Haag werken 23 gemeenten samen aan het verbeteren van de bereikbaarheid en het vernieuwen van de economie. Daarmee versterken ze onder meer de (internationale) concurrentiepositie van de regio. Met elkaar vormen deze 23 gemeenten het bestuur van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH). Voor het overleg tussen de 23 gemeenten en het nemen van besluiten kent de MRDH de volgende besturen en commissies: het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur, de bestuurscommissie Vervoersautoriteit (Va), de bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat (EV) en de voorzitter. Met 23 gemeenten, 2,3 miljoen mensen, 1,2 miljoen banen met werk voor 13,50Zo van de Nederlanders en een bijdrage van 150Zo aan het BNP is de metropoolregio een regio die er toe doet. Voor een grootstedelijke regio waar het goed wonen, werken en recreëren is, heeft de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) zichzelf twee belangrijke ambities gesteld: het vernieuwen van economie en het verbeteren van de bereikbaarheid. Het Rijk gaf de Metropoolregio Rotterdam Den Haag de status van vervoerregio. En daarmee ook wettelijke taken rond verkeer en vervoer. Aan het begin van elke nieuwe bestuursperiode (elke vier jaar) stelt het bestuur een regionale strategische agenda vast, van waaruit de regionale vraagstukken worden opgepakt.
De huidige strategische agenda loopt tot en met 2022. 2.1.3
Provinciaal beleid
Het omgevingsbeleid Zuid-Holland is op 1 april 2019 in werking getreden. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en een Omgevingsverordening. Omdat onderdelen uit het Programma ruimte naar het visiedeel zijn omgezet, is het resterende deel hiervan nu onderdeel van het Omgevingsbeleid. Met het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Hieraan wordt richting gegeven door het maken van samenhangende beleidskeuzes, die volgen uit provinciale opgaven en belangen. Deze beleidskeuzes werken door naar uitvoeringsprogramma's en naar regels in de provinciale verordening. Het geheel aan bestaande beleidskeuzes, inclusief de doorwerking naar programma's en verordening, vormt het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Introductie op het omgevingsbeleid: de ruimtelijke hoofdstructuur Zuid-Holland wil slim en schoon zijn. Klimaatverandering heeft in het laaggelegen deltagebied grote ruimtelijke, economische en sociale gevolgen. Als open economie is Zuid-Holland gevoelig voor gevolgen van globalisering. De segregatie neemt toe. De energie-intensieve economie heeft, zoals ook benoemd in het klimaatakkoord van Parijs, alleen toekomst als wordt overgegaan tot verduurzaming.
De provincie ziet zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving: naar een klimaatbestendige
14
delta, naar een nieuwe economie (the next level), naar een levendige meerkernige metropool energievernieuwing, best bereikbare provincie en gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. Belangrijk om de ambities waar te kunnen maken zijn innovatieve oplossingen voor waterberging en het voorkomen van hittestress, de overstap van een fossiele naar een circulaire economie, het uitbreiden van warmtenetten, een forse woningopgave en de verduurzaming van woningen, vitale kernen, het aanpakken van verkeersknelpunten, het versterken van openbaar vervoer en gebruik van de fiets en de kwaliteit van de leefomgeving versterken door natuur, water, recreatie, cultureel erfgoed en economie in samenhang te bezien. De ruimtelijke hoofdstructuur toont de essentie en de samenhang van verschillende ruimtelijke beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie.
*»*
* f »f
•M j»*** 17
fcitlj
figuur 3: de provinciale ruimtelijke hoofdstructuur (uitsnede Westland) Gemeente Westland laat zich kenmerken door de glastuinbouw (Greenport Westland) omringd door kust, natuur en stedelijk groen met daarbinnen woonkernen en logistieke overslagpunten. Naaldwijk is als regiokern aangewezen. Wateringen behoort tot de stedelijke agglomeratie. Nabij de vestiging van Flora Holland is een kenniscentrum aangegeven. Wat betreft mobiliteit is een (boven) regionale HOV-net busroute voorzien van Den Haag, via Naaldwijk naar Maassluis, alwaar op het HOV-net kan worden aangesloten richting Rotterdam. De greenport wordt benoemd als volwassen cluster dat tot de wereldtop behoort. Deze positie moet behouden blijven en waar mogelijk versterkt worden. Er wordt gestreefd naar synergie van mainport Rotterdam en de greenports. De groene ruimte heeft intrinsieke waarde en het kustlandschap vormt mede de grondslag voor de identiteit van de bebouwde en groene ruimte. De provincie zet in op de groenblauwe structuur om groene kwaliteiten binnen en buiten stedelijk gebied te versterken en de samenhang tussen parken, recreatiegebieden, natuurgebieden en agrarisch landschap te vergroten. Omgevingsverordening Regels aangaande bestemmingsplannen bv.
met betrekking tot ruimtelijke kwaliteit, de ladder voor duurzame verstedelijking en voor ruimtelijke ontwikkelingen als stedelijke ontwikkelingen, kantoren, bedrijven, detailhandel, glastuinbouwgebied, infrastructuur, veiligheid, natuur en cultureel erfgoed zijn opgenomen in de Omgevingsverordening. De regels zijn van overeenkomstige toepassing op ruimtelijke initiatieven waarvoor een zogenaamde 'grote buitenplanse afwijking' wordt doorlopen. Op grond van de regels die zijn gesteld voor natuur, is voor Westland het volgende gebied aangewezen als ecologische verbindingen binnen het Natuurnetwerk Nederland:
15
figuur 4: uitsnede provinciale kaart Natuurnetwerk Nederland Programma Ruimte Een intensiever gebruik van steden en dorpen vergroot het draagvlak voor openbaar vervoer. Andersom kan de capaciteit op het infrastructuurnetwerk helpen om keuzes te maken waar en wanneer er verdicht en geconcentreerd kan worden. De provincie streeft er naar de agglomeratiekracht te vergroten. Stedelijke ontwikkelingen buiten bestaand stads- en dorpsgebied (BSD). Op de kaart 'woningbouwlocaties, bedrijventerreinen en andere stedelijke ontwikkelingen' (ook wel genoemd: '3ha kaart') zijn nog te ontwikkelen locaties voor deze doeleinden groter dan 3 ha buiten BSD opgenomen. Als een locatie hier is opgenomen, betekent dit dat de provincie op hoofdlijnen geen bezwaar heeft tegen de betreffende ontwikkeling. woningbouwlocaties, bedrijventerreinen en andere stedelijKe ontwiKKeimgen de oerci'te iran BSO mdeOntgevngsvexxderrg lAbn ngbouwloc-abes
Searljventenein harde cape inert
Bedrijventerrein zachte ta pa cite
Andere eteoeijke onrwiKk.cb"oen
I
j ProyincKorerij
figuur 5: de '3ha kaait Op de kaart zijn, indicatief, woningbouwlocaties weergegeven die gelegen zijn buiten het bestaand stads- en dorpsgebied en meer dan 3 hectare groot zijn. Op de kaart staat zowel harde als zachte capaciteit buiten BSD. Met deze toevoeging wordt invulling gegeven aan bestuurlijke continuïteit. 2.1.4
Rijksbeleid
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte 8, AMvB ruimtelijke ordening Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar & veilig. Daar streeft het Rijk naar met een aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen scherp prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Een actualisatie van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid is daarvoor nodig. De verschillende beleidsnota's op het gebied van ruimte en mobiliteit zijn gedateerd door nieuwe politieke accenten en veranderende omstandigheden zoals de economische crisis, klimaatverandering en toenemende regionale verschillen onder andere omdat groei, stagnatie en krimp gelijktijdig plaatsvinden. De structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geeft een nieuw, integraal kader voor het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en is de 'kapstok' voor bestaand en nieuw
16
rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. Doelen In de structuurvisie Infrastructuur en Ruimte formuleert het Rijk drie hoofddoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar & veilig te houden voor de middellange termijn (2028): * * «
het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn.
Het Westland is op de kaart van de nationale ruimtelijke hoofdstructuur aangewezen als Greenport.
NATIONALE RUIMTELIJKE HOOFDSTRUCTUUR Hal vergroten van da concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland O Stedell|ke regio met topsectoren Q Malnport Schiphol Q Malnport Rotterdam O Brainport Zuidoost Nederland Q Greenport
Q Zuidas
a
ţļÿ Stad van internationaal recht vrede en veiligheid
^ HSL /ICE station O
Ovtnge luchthaven van nationaal belang
Q Zeehaven van nationaal belang (î)
Binnenhaven ven nationaal belang
Uitsnede kaart nationale ruimtelijke hoofdstructuur Nationale belangen De structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is vertaald in de AMvB ruimtelijke ordening. De AMvB omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de Ecologische Hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met de AMvB Ruimte maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Uit de regels en kaarten behorende bij de AMvB kan worden afgeleid welke aspecten relevant zijn voor het ruimtelijke besluit. Voor het projectgebied zijn geen nationale belangen in het geding. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Met de komst van de Omgevingswet die vanaf 2022 in werking zal treden, is het van belang dat de ruimtelijke opgave in lijn is met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). De eerste NOVI is vastgesteld in 2021. De NOVI bestaat uit één Rijksvisie op de leefomgeving. Het uitgangspunt van dit beleidsdocument is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in een samenhangend geheel. De NOVI schetst een duurzaam toekomstperspectief voor de leefomgeving in Nederland in 2050.
Om dit te realiseren is collectieve verantwoordelijkheid van alle overheden van belang. Het Rijk benoemt in de NOVI 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid en vermeldt hierbij de opgaven en de rol van het Rijk bij het realiseren van deze opgaven. Deze opgaven worden samengebracht in vier prioriteiten. Deze prioriteiten vormen complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Deze prioriteiten zijn: *
Naar een duurzame en concurrerende economie;
17
« * *
Naar een klimaatbestendige en klimaatneutrale samenleving; Naar een toekomstbestendige en bereikbare woon- en werkomgeving; Naar een waardevolle leefomgeving.
Deze vier opgaven kunnen alleen in samenhang verder worden gebracht wanneer aandacht is voor thema's die hier dwars doorheen lopen, zoals omgevingskwaliteit, gezondheid, cultuurhistorie, klimaatadaptatie, water, bodem, (nationale) veiligheid en milieukwaliteit. Een gezonde leefomgeving die zo min mogelijk negatieve invloed heeft op de gezondheid is volgens het Rijk van belang. De omgeving dient uitnodigend te zijn voor gezond gedrag en dient een plek te zijn waar inwoners zich prettig voelen. De omvang van de vraag is afhankelijk van de het tempo van economische groei, maar ook van de specifieke bedrijfstaksamenstelling per regio, omdat de ramingen voor verschillende bedrijfstakken uiteenlopen. Het Rijk stelt dat een zorgvuldige raming van ruimtebehoefte- en aanbod van groot belang is. Om voldoende ruimte voor economische activiteit te faciliteren en deze optimaal te benutten, stellen overheden regionale programma's en transitieagenda's op. Locaties van nieuwe kantoren, bedrijventerreinen en (groot)winkelbedrijven moeten passen bij het verkeers- en vervoersnetwerk. Deze locaties moeten goed afgestemd zijn op de vraag van bedrijven én de economische vitaliteit en de kwaliteit en aantrekkelijkheid van stad en land versterken. 2.1.5
Conclusie
De ontwikkeling voor het centrum van Honselersdijk is in overeenstemming met de beleidskaders van de verschillende overheden.
2.2
Ruimtelijk-functionele structuur
2.2.1
Verkeer
Verkeersverbindingen algemeen Het centrum van Honselersdijk wordt ontsloten door de gebiedsontsluitingswegen Poeldijksepad en Molenlaan aan de noord-westzijde en door de Dijkweg en Nieuweweg aan de westzijde. De Dijkstraat verbindt deze wegen met elkaar. Ontsluiting voor openbaar vervoer en langzaam verkeer Honselersdijk wordt voor het OV omsloten door een bushalte op de N213ZNieuweweg. Daar stopt de lijn Schiedam - Naaldwijk - Den Haag 4 keer per uur per richting. Daarnaast is er op fietsafstand, aan het einde van de Molenlaan, de bushalte voor de lijn richting Wateringen, Rijswijk en Zoetermeer. Het centrum van Honselersdijk ligt op een kruispunt van fietsroutes. * *
Naaldwijk - Dijkweg - Dijkstraat - Endeldijk - Kwintsheul Poeldijk - Poeldijksepad - Molenlaan
Er zijn vanuit de Dijkstraat enkele doorsteekjes naar de omliggende woonwijken. Verkeersintensiteit Op basis van de kengetallen van het CROW is de verkeersaantrekkende werking berekent. Deze berekening is in onderstaande tabel weergegeven.
18
Functie 5 die v/orden toe gevoegd
A a. nta 1 eenheden/ o pp. m2 bvo
Kinderdag verblijft creche Eociaalc. Lee snť."
o f venen ig ingsgeboun
Norm í eenheid
Benodigd a a nta 1 pp maximaal per functie
62 X
22 t «Om3 bvo
=
20,5
Ē-2'G X
:-2
3
ē:.-:
r totaa
T sta Ie verkee regeneratie va n de f u net iel s) die worden toe gevoegd
70.0
Uit deze berekening blijkt dat de verkeersaantrekkende werking dermate beperkt is dat er als gevolg van deze ontwikkeling geen problemen zijn te verwachten wat betreft doorstroming, verkeersveiligheid of leefbaarheid. Parkeren In een deel van het centrum van Honselersdijk geldt van donderdag t/m zaterdag een blauwe zone met een tijdsvenster van 2 uur. Deze zal ook in de toekomst blijven voor de uitwisselbaarheid van parkeerplaatsen. Parkeerb-alans centrumplan Honselersdijk Bsrsksniny parkEErbEhoEftE voordę funľtĪĒE di; v.'orJřn to&yrvo&yJ
Functies die v.orden toegevoegd
Aantal eenheden/ opp. m2 bvo
Kinderdagverblijf’aeche Kinderdag wblijtenotie balen en brengen Sociaal cultureel centrum iwijk-o*’ veren igngsgebouv
Norm 1 eenheid
Benodigd aantal pp maximaal per tunctie
62 X tl 1 Wnťbw e X 02 x Vónd met auto BB X 3.0 z Wnŕb»
Benodigd aantal pp voor de functie(s) die worden toegevoegd
M WS2 -
Benodigd aantal pp per moment van de dagřweek, op basis van aanwezigheidspercentages art. 4.4 Beleidsregel Parkeemormering werkdag werkdag werkdag ochtend middag avond
koop- zaterdag- zaterdag- zondagavond middag avond middag
01
01
te
0,0 0,0 S2
0,0 0,0 S2
0,0 0,0
15
te e;
0,0 0,0 0,7
0,0 0,0 31
5,9
1,5
15,2
15,2
9,1
11,7
1,1
Aartal parkeerplaatsen dat nieuw wordt gerea iseerd Aanta parkeerplaatsen dat fcTee .e'dwijntalsgewlgvandecentnimontwwe-g -;l.ppterreinTre“e’s': Saldo aantal parkeerplaatsen
werkdag werkdag werkdag koop zaterdag ochtend middag avond avond middag 41 f 41 41 41 ũ G 17 17 17 21,0 21,0 24,0 24,0 24,0
11
toltiių ļĩ'.^lļĩn onlMlüiŕlmļjummiihajl mn pIikeegilzaisjn Hnn:n plĩnļ:H:į
zondag middag 41 ľ 17 17 24,0 24,0
Eiritinin; iindfcĩlsnĩ psrtsrsn fcinnsn plangibiid
Sado 33'»s aantal open baar toeganke .te parkeerplaatsenr plangebied Saldo vraag naaropenbaartoega-s .se parkeerplaatsen als gevolg van deaonhikke -g Saldo parkeerbalans parkeren in plangebied
2.3
Gebiedsvisie
2.3.1
Stedenbouwkundige randvoorwaarden
werkdag werkdag werkdag koop zaterdag zaterdag zondag ochtend middag avond avond middag avond middag 24,0 24,0 24,0 21.0 21,0 24,0 240 8,5 9; G,7 31 31 S2 S2 44,9 24,1 19,5 M,9 20,2 1,1 1,1
Inleiding In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan hoe de toekomstige ontwikkelingen in het centrum van Honselersdijk een positieve stimulans zijn m.b.t. de aanpak van de afnemende levendigheid en parkeerproblematiek. Het projectgebied ligt aan de historische Dijkstraat, de Fazantlaan en de Molenlaan. De ruimtelijke kenmerken van de centrumstrook zijn met name de groenstructuur aan de Fazantlaan die als verbindend
19
element het centrum met de omliggende wijk koppelt. De korrelgrootte van bebouwing in Dijkstraat die klein is en zich voegt (uiterlijk) in een lint. Diverse langzaam verkeersverbindingen zorgen ervoor dat de historische Dijkstraat wordt gevoed door o.a. fietsers en voetgangers en daarmee is het dorpshart bereikbaar vanuit de omliggende wijken. Om toekomstige ontwikkelingen voor het centrum in te kunnen passen zijn hiervoor stedenbouwkundige kaders opgesteld die dienen als leidraad en toetsingsinstrument. Het centrumplan van Honselersdijk is opgeknipt in een aantal deelprojecten. Deze deelprojecten zorgen ervoor dat een sociaal hart wordt gecreëerd, dat bijdraagt aan de levendigheid en aan de aantrekkelijkheid van het centrum. Dit wordt gerealiseerd door het toevoegen van onder andere maatschappelijke functies, het verplaatsen van parkeerplaatsen en een kwalitatieve impuls aan de openbare ruimte. Vlekkenplan Onderstaande stedenbouwkundige randvoorwaarden zijn een verdere vertaling van de uitgangspunten die zijn vastgelegd in het ROK Honselersdijk, de ruimtelijke verkenning centrum Honselersdijk en de uitkomst van het participatietraject (2019-2020) inzake het realiseren van het Voorhofplein, Huis van de Buurt.
Achter de Dijì
i m n SímiíH
Vlekkenplan Locatie voormalige Voorhofkerk Destijds stond aan het Voorhofplein de Voorhofkerk, deze is in 2018 gesloopt ter anticipatie op de ontwikkeling van het centrumplan. Het slopen van de kerk resulteerde in een gat in het centrum tussen de Dijkstraat en de Fazantlaan. De onderbreking van de ruimtelijke structuur op deze plek draagt niet bij aan een levendig en aantrekkelijk centrum. Medio 2017 is een voorstel ingediend om op de plek van de voormalige kerk een Huis van de Buurt te realiseren. De komst van het Huis van de Buurt aan het Voorhofplein brengt gezelligheid en levendigheid met zich mee, zodat het dorpshart een plek wordt waar ontmoeten, sociaal contact en prettig verblijven centraal staat. Het nieuw te realiseren Huis van de Buurt sluit aan op de bouwenvelop van de reeds aan het plein gesitueerde gebouwen w.o. de apotheek
20
en Treffers, daarmee ontstaat hier een omsloten dorpsplein. Door aan het plein de hoofdentree van het huis van de Buurt te realiseren zullen voetgangersstromen het Voorhofplein mede intensiever benutten. Het huis van de Buurt fungeert als sociale ontmoetingsplek in het hart van Honselersdijk door het mengen van maatschappelijke functies. Aan de kant van de Fazantlaan wordt door het doortrekken van de groenzone het centrum verbonden met de omliggende wijken, tevens dient dit ook om het schoolplein hier op een natuurlijke wijze in te passen in de omgeving. Het groene karakter van de Fazantlaan dient hier te worden behouden. Tussen de Hunselaer en het Huis van de Buurt komt een sociaal veilige verbinding die het dorpsplein verbindt met de achter gelegen wijken. Het Huis van de Buurt wordt hier ingezet als middel om de omgeving te beschermen tegen eventueel ongewenst overlast. De uitbreiding van het parkeerterrein aan de Albert Heijn kan mede benut worden door de school ten behoeve van het halen en brengen van kinderen. Om het dorpsplein toegankelijker te maken voor het langzaam verkeer wordt ingezet op het realiseren van nieuwe ruimtelijke verbindingen naar de Fazantlaan en de Albert Heijn. De nieuwbouw moet voldoen aan de beeldkwaliteitseisen van dit karakteristieke gebied. De bouwhoogte in Dijkstraat is afhankelijk van de rooilijn. 2 lagen met (schijn)kap.
De bouwhoogte van het nieuwbouw heeft een hoogte van minimaal en maximaal 7 meter en volgt daarmee de bouwenvelop van de overige gebouwen aan het Voorhofplein. Supermarktlocatie Het huidige parkeerterrein wordt uitgebreid richting het voorhofplein op de plek waar een deel van de huidige school wordt gesloopt. Het aantal parkeerplaatsen, dat uiteindelijk verdwijnt in de Dijkstraat/Voorhofplein, wordt hier gecompenseerd. Aan zowel de Dijkstraat als de Fazantlaan komen irn/uitritten. Het parkeerterrein wordt verbonden met het Voorhofplein door een doorsteek tussen de school en de apotheek, zodat tevens hier geparkeerd kan worden om schoolgaande kinderen te halen en brengen. De fietsenstalling wordt verplaatst naar de hoofdentree van de Albert Heijn. Op het parkeerterrein wordt nog een plek gezocht voor het kunnen stallen van de ondergrondse containers ter vervanging van de huidige containers aan de Dijkstraat. Een groene omzoming moet het parkeerterrein inpassen en afschermen in relatie tot de omliggende wijken en aansluiten op het groene karakter van de Fazantlaan. Voorhoflocatie Aan de Dijkstraat komt één helder dorpsplein. Dit kan breed en relatief ondiep zoals in de bestaande situatie, of smaller en dieper. De zichtlijn vanaf de Groene Laan wordt opgevangen door bebouwing.
In de plint van het huis van de Buurt komen de publieke functies (bijvoorbeeld commercieel-horeca-maatschappelijk) waardoor levendigheid en betekenis voor het plein ontstaat en bijdraagt aan een sociaal veilige verbinding tussen de Hunselaer en de achterliggende wijken.
21
Hoofdstuk 3
Onderzoek
3.1
Ladder voor duurzame verstedelijking
3.1.1
Wettelijk kader
In deze paragraaf is het bestemmingsplan getoetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking als neergelegd in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening en als verder aangevuld in artikel 2.1.1 van de Verordening ruimte 2014 van de provincie Zuid-Holland. De ladder voor duurzame verstedelijking is op 1 juli 2017 vereenvoudigd. Op grond van het nieuwe artikel 3.1.6, tweede lid, moet in de toelichting van een bestemmingsplan, dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, de behoefte aan die ontwikkeling worden beschreven. Indien de nieuwe stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het bestaand stedelijk gebied, dan moet de behoefte op grond van een goede ruimtelijke ordening worden gemotiveerd. De provincies mogen deze wettelijke regel aanvullen. Deze aanvulling mag echter niet in strijd zijn met het doel van de regel, namelijk vereenvoudiging van de ladder zoals die vóór 1 juli 2017 luidde en daarmee het loslaten van de norm "actuele regionale" behoefte en de drie treden van de ladder. De provinciale regeling in artikel 2.1.1 van de Verordening ruimte 2014 bevat nog wel de drie treden van de ladder. Gelet op bovenstaande uitleg van de aanvullingsbevoegdheid van provincies, hoeft aan artikel 2.1.1 niet te worden getoetst voor zover deze regels in strijd zijn met - het doel van - de wijziging van de wettelijke regeling. 3.1.2
Preliminaire toets
Bij de beoordeling of de ladder voor duurzame verstedelijking moet worden toegepast, moet eerst nagegaan worden of er met de invulling van de maatschappelijke functie 'Huis van de buurt' sprake is van een stedelijke ontwikkeling en of dit plan een nieuwe stedelijke ontwikkeling betreft. Met het bestemmingsplan wordt een stedelijke ontwikkeling mogelijk gemaakt. Blijkens vaste jurisprudentie moeten een basisschool en overige maatschappelijke functies worden aangemerkt als stedelijke ontwikkeling. Deze ontwikkeling leidt ertoe dat reeds bestaande maatschappelijke functies worden gebundeld in het centrum van Honselersdijk. Deze ligging is essentieel voor de spilfunctie die de school samen met andere partijen wil vervullen doordat een centrum ontstaat waarbij de maatschappelijke voorzieningen kunnen samenwerken en elkaar kunnen versterken. De maatschappelijke functies bestaan uit een basisschool, een welzijnsorganisatie een bibliotheek en een kinderdagverblijf. Dit plan maakt een 'Huis van de Buurt' mogelijk, waar meerdere maatschappelijke functies op één locatie zullen worden gehuisvest. Deze ontwikkeling zorgt voor meer samenhang in maatschappij en wijk. 3.1.3
Conclusie
Het gaat in dit bestemmingsplan om de bundeling van reeds bestaande functies binnen stedelijk gebied. De ladder voor duurzame verstedelijking is dan ook niet van toepassing.
22
3.2
Bedrijven en milieuzonering
3.2.1
Wettelijk kader
Voor het behoud en de verbetering van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving is een juiste afstemming tussen de aanwezige functies en wonen noodzakelijk. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van een milieuzonering die uitgaat van richtinggevende afstanden tussen hinderlijke functies (in de vorm van gevaar, geluid, geur, stof) en gevoelige functies. In de brochure ‘Bedrijven en Milieuzonering' van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) (versie 2009) zijn deze richtafstanden opgenomen. Van deze richtafstanden kan gemotiveerd worden afgeweken. 3.2.2
Conclusie
Er liggen in de omgeving geen hinderlijke functies waarbij richtafstanden behoren voor de aspecten gevaar, geluid, geur en stof, die beperkend werken ten opzichte van deze ontwikkeling. Het thema milieuzonering geeft geen aanleiding tot opmerkingen en vormt geen belemmering voor het bestemmingsplan.
3.3
Luchtkwaliteit
3.3.1
Wettelijk kader
Wet luchtkwaliteit Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 (Luchtkwaliteitseisen van de Wet milieubeheer). De Wlk bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxide, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen met name de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in onderstaande tabel weergegeven. De grenswaarden gelden voor de buitenlucht, met uitzondering van een werkplek in de zin van de Arbeidsomstandighedenwet. Stof
Toetsing van
Grenswaarde
Geldig
stikstofdioxide (NO2)
jaargemiddelde concentratie
60 ìg/m3
jaargemiddelde concentratie
40 ìg/mP
2010 t/m 2014 vanaf 2015
jaargemiddelde concentratie jaargemiddelde concentratie
48 ìg/mP 40 ìg/mP
24-uurgemiddelde concentratie 24-uurgemiddelde concentratie
max. 35 keer p.j. meer dan 75 ìg/irP max. 35 keer p.j. meer dan 50 ìg/irP
fijn stof (PM10)1)
vanaf 11 juni 2011 vanaf 11 juni 2011
11 Bij de beoordeling hiervan blijven de aanwezige concentraties van zeezout buiten beschouwing (volgens de bij de Wlk behorende Regeling beoordeling Luchtkwaliteit 2007). Op grond van artikel 5.16 van de Wlk kunnen bestuursorganen bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit (zoals de vaststelling van een bestemmingsplan) uitoefenen indien: * * *
*
de bevoegdheden/ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden (lid 1 onder a); de concentratie in de buitenlucht van de desbetreffende stof als gevolg van de uitoefening van die bevoegdheden per saldo verbetert of ten minste gelijk blijft (lid 1 onder b1); bij een beperkte toename van de concentratie van de desbetreffende stof, door een met de uitoefening van de betreffende bevoegdheid samenhangende maatregel of een door die uitoefening optredend effect, de luchtkwaliteit per saldo verbetert (lid 1 onder b2); de bevoegdheden/ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht (lid 1 onder c);
23
«
het voorgenomen besluit is genoemd of past binnen het omschreven Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of een vergelijkbaar programma dat gericht is op het bereiken van de grenswaarden (lid 1 onder d).
Besluit niet in betekenende mate (nibm) De Wet milieubeheer, onderdeel luchtkwaliteit, maakt onderscheid tussen grote en kleine ruimtelijke projecten. Een project is klein als het slechts in geringe mate (ofwel niet in betekenende mate) leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. De grens ligt bij een verslechtering van maximaal 3Zo van de grenswaarden voor de luchtkwaliteit. De AMvB en Regeling "Niet in betekenende mate" bevatten criteria waarmee kan worden bepaald of een project van een bepaalde omvang wel of niet als 'in betekenende mate' moet worden beschouwd. De AMvB is gelijktijdig met het NSL in werking getreden. Er mag rekening worden gehouden met een verslechtering van maximaal 3Zo van de grenswaarde ^ 1,2 pg/mrô voor zowel stikstofdioxide en fijnstof). NIBM-projecten kunnen, juridisch gezien, zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening moet wel worden bekeken of het realiseren van het plan met betrekking tot de luchtkwaliteit op die locatie gewenst is. Daarbij speelt de mate van blootstelling aan de luchtverontreiniging een rol. Ook de gevoeligheid van bepaalde groepen mensen voor luchtverontreiniging kan daarbij worden afgewogen. Hierbij gaat het niet alleen om de toekomstige gebruikers van de locatie, maar ook om de personen in de omgeving daarvan. 3.3.2
Conclusie
Het bestemmingsplan kent naast een wijziging van de bestaande onderwijsfunctie (vernieuwbouw van de basisschool) ook de toevoeging van de diverse maatschappelijke functies. Deze functie behoren niet tot een aangewezen categorie van de Regeling NIBM. Er dient aannemelijk worden gemaakt dat het project niet leidt tot een toename groter dan de bovengenoemde 30Zo grens. Gelet op de grens waarbij de aangewezen categorieën tot niet in betekende mate worden gerekend (bijvoorbeeld woningbouwlocatie met netto maximaal 1.500 woningen aan één ontsluitingsweg (of netto maximaal 3.000 woningen aan twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling), is deze ontwikkeling aan te merken als een ontwikkeling die niet in betekenende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Op grond hiervan kan gesteld worden dat de voorgenomen planontwikkeling niet in betekende mate (NIBM) bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Tevens voldoet de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied ruimschoots aan de gestelde grenswaarden in de Wet milieubeheer. Het onderdeel luchtkwaliteit vormt zodoende geen belemmering voor het planvoornemen.
3.4
Geluid
3.4.1
Wettelijk kader
Wet geluidhinder Met de Wet geluidhinder wordt, vanuit een goed milieubeheer, een aantal specifieke geluidsgevoelige bestemmingen beschermd zoals woningen, onderwijsgebouwen, ziekenhuizen en verpleeghuizen. De geluidszonering die door deze wet wordt voorgeschreven, ligt rondom bedrijventerreinen, langs wegen voor wegverkeer, langs spoor-, tram- en metrowegen en rondom of langs andere geluidsoverlast veroorzakende objecten. Aan de geluidsbelasting op de (gevels van de) geluidsgevoelige objecten worden grenzen gesteld terwille van het woon- en leefklimaat. 3.4.2
Onderzoek
Wegverkeerslawaai Uit het akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai "Akoestisch onderzoek v1.0 naar de geluidbelasing op de gevels van de nieuw te realiseren school aan de Fazantlaan 2675AX-XX Honselersijk" van het geluidBuro d.d. 29 januari 2019 Bijlage 1 Akoestisch onderzoek wegverkeer blijkt dat er geen sprake is van overschrijding van de voorkeursgrenswaarde vanwege een gezoneerde weg. De cumulatieve geluidbelasting bedraagt 61 dB vanwege de Fazantlaan. De geluidbelasting als gevolg van de
24
niet-gezoneerde 30 km/uur weg Fazantlaan overschrijdt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB langs de Fazantlaan. In het onderzoek is opgenomen dat als er in de toekomst op de beschouwde bebouwingsgrenzen wordt gebouwd, er bij de aanvraag van de omgevingsvergunning dient te worden aangetoond, dat er wordt voldaan aan de in het Bouwbesluit 2012 gestelde eisen ten aanzien van de minimale karakteristieke geluidswering. Uitgangspunt hierbij is de gecumuleerde geluidbelasting van de gezamenlijk wegen exclusief aftrek ex artikel 3.4 en 3.5 RMW 2012. Er dient dan rekening te worden gehouden met aanvullende gevelweringsmaatregelen ten opzichte van de in het Bouwbesluit gestelde minimale gevelweringseis van 20 dB. Op basis van een gecumuleerde geluidbelasting van 61 dB bedraagt de benodigde geluidswering van de gevels 28 dB. Ten opzichte van de minimale gevelweringseis van 20 dB dient rekening te worden gehouden met maatregelen om dit te realiseren. Het bouwvlak is echter ten opzichte van dit geluidsonderzoek gewijzigd in de zin dat ruim achter de beschouwde bebouwingsgrenzen wordt gebouwd. Daarmee lijkt de kans op hinder klein. Stemgeluid Scholen vallen onder het ‘Activiteitenbesluit milieubeheer'. In het Activiteitenbesluit staan onder andere de geluidnormen die van toepassing zijn op scholen.
Het stemgeluid van kinderen op schoolpleinen blijft echter buiten beschouwing bij de beoordeling aan deze geluidnormen. Het Activiteitenbesluit is hierdoor niet van toepassing als toetsingskader omdat dit onderzoek zich beperkt tot het stemgeluid van de spelende kinderen op de schoolpleinen. In nieuwe situaties waarvoor het bestemmingsplan moet worden gewijzigd, dient er een beoordeling in het kader van een goede ruimtelijke ordening plaats te vinden. In opdracht van IDDS Ruimte & Ontwikkeling B.V. is door Het GeluidBuro BV op 16 juni 2020 een akoestisch onderzoek verricht naar de geluidsituatie vanwege het gebruik van het schoolplein van basisschool CBS De Hoeksteen aan de Fazantlaan 4 te Honselerdijk (Bijlage 2 Akoestisch onderzoek stemgeluid). Hierbij zijn de geluidniveaus als gevolg van de nieuwe situatie bepaald en beoordeeld. Uit het onderzoek blijkt dat voor de beoogde nieuwe situatie, de berekende langtijdgemiddelde geluidniveaus ter plaatse van de woningen hoger zijn dan de richtwaarden van 50 dB(A) voor een gemengd gebied. De geluidniveaus liggen allemaal wel onder de maximale richtwaarde van 55 dB(A) voor een gemengd gebied. Ook zijn de berekende maximale geluidniveaus hoger dan de richt- en grenswaarde van 70 dB(A) die kan worden aangehouden voor het maximale geluidniveau.
Als er een absorberend scherm van 1,8 meter hoogte aan de westzijde van het schoolplein, tussen het schoolplein en de woningen aan De Hunselaar 50 en 102, gerealiseerd wordt, voldoen alle piekniveaus aan de richtwaarde van 70 dB(A). Het scherm heeft echter nauwelijks effect op de gemiddelde geluidniveaus. Kortom akoestisch gezien is het scherm amper doelmatig. Bovendien is een scherm van 1,8 meter stedenbouwkundig gezien niet wenselijk. Het doel is om een levendig centrum te creëren en een scherm van een dergelijke hoogte draagt niet bij aan levendigheid; het geeft een verdeling van gebieden en een scherm draagt niet bij aan de sociale veiligheid. Omdat de school en het schoolplein uitsluitend in de dagperiode worden gebruikt, tussen ongeveer 8.00 uur en 18.00 uur, is de kans op geluidhinder minimaal. De richtwaarde voor de beoordeling van een goede ruimtelijke ordening in de dagperiode is 70 dB(A). De blauw gearceerde cellen in onderstaande tabel geven aan dat de richtwaarde wordt overschreden. De maximaal berekende geluidniveaus worden bepaald door gillende en schreeuwende kinderen op het schoolplein. Er is enkel op de zijgevel van De Hunselaar 50 en 102 een overschrijding van de richtwaarde van 70 dB(A) berekend.
25
Rekenpunt
Omschrijving
Beoordelingshoogte [m]
Maximale geluidniveaus LAmax
Richtwaarde Dag
T01
Fazantlaan 33
1,5/4,5
67/67
70
T02
Fazantlaan 29
1,5 i 4,5
70/69
70
T03
Fazantlaan 25
1,5/4,5
70/70
70
TŪ4
Fazantlaan 21
1,5/4,5
70/70
70
T05
Fazantlaan 19
1,5/4,5
70/70
70
T06
Fazantlaan 15
1,5/4,5/7,0
70/70169
70
T07
Fazantlaan 11
1,5/4,5/7,0
66/67167
70
T03
Fazantlaan 7
1,5/4,5
64/65
70
TQ9
Fazantlaan 3-5
1,5 1 4,5
61 ! 63
70
1,5 1 5,0
76/75
70
1,5 1 5,0
75/75
70
T10 T11
De Hunselaar 50 en 102
Berekende maximale geluidniveaus in dB(A) (dagperiode) Als er een absorberend scherm van 1,8 meter hoogte aan de westzijde van het schoolplein, tussen het schoolplein en de woningen aan De Hunselaar 50 en 102, gerealiseerd wordt, voldoen de piekniveaus op 1,5 meter hoogte aan de richtwaarde van 70 dB(A), maar op 5 meter hoogte niet aan de richtwaarde. Door reflectie is op de Fazantlaan 25 het maximale geluidniveau 1 dB hoger bepaald. Het scherm heeft nauwelijks effect op de gemiddelde geluidniveaus. Voor de maximale geluidniveaus is de reductie met een scherm van 1,8 meter hoogte, 1 tot 11 dB. Als er een absorberend scherm van 1,2 meter hoogte aan de westzijde van het schoolplein, tussen het schoolplein en de woningen aan De Hunselaar 50 en 102, gerealiseerd wordt, voldoen de piekniveaus op zowel 1,5 als op 5 meter hoogte niet aan de richtwaarde van 70 dB(A). Het scherm heeft nauwelijks effect op de gemiddelde geluidniveaus en ook voor de maximale geluidniveaus is de reductie met een scherm van 1,2 meter hoogte slechts 1 tot 2 dB. Opgemerkt dient te worden dat conform het gestelde in de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening uit oktober 1998, een maximale geluidniveau van 75 dB(A) geaccepteerd kan worden.