toelichting (21-0323820)
Tekst van het document
Conclusie
Het milieuaspect natuur vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
3.8
Cultuurhistorische aspecten
3.8.1
Wettelijk kader
Verdrag van Malta en Wet op de Archeologische Monumentenzorg
Het Verdrag van Malta is er op gericht het bodemarchief beter te beschermen. Het bodemarchief bestaat uit alle archeologische waarden die zich in de bodem bevinden. Deze archeologische waarden dienen op een integrale wijze beschermd te worden, waarbij de volgende drie principes gelden: 1. Tijdig rekening houden met eventuele aanwezigheid van archeologische waarden: Het is belangrijk dat bij de ruimtelijke inrichting van een gebied tijdig rekening gehouden wordt met mogelijk aanwezige archeologische resten. Daarom dient voorafgaand aan een nieuwe
27
2. 3.
ontwikkeling onderzoek plaats te vinden naar archeologische waarden in de bodem van het plangebied. Hierdoor kunnen tijdig archeologievriendelijke alternatieven gezocht worden en wordt tevens een stukje onzekerheid tijdens de bouw van de ontwikkelingen weggenomen, doordat vooraf duidelijk is of er al dan niet archeologische resten in bodem te verwachten zijn. Behoud in situ: Er wordt naar gestreefd archeologische waarden in de bodem te bewaren (behoud in situ). In de bodem blijven de resten immers goed geconserveerd. Verstoorder betaalt: Degene die verantwoordelijk is voor het verstoren van de grond dient te betalen voor het doen van opgravingen en het documenteren van archeologische waarden, wanneer behoud in situ niet mogelijk is.
Dit verdrag is in 2007 vertaald naar de Nederlandse situatie middels de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (WAMz). Onder deze wet, een wijzigingswet die onder andere de Monumentenwet 1998 heeft gewijzigd, zijn de gemeenten de bevoegde overheid inzake archeologie geworden. Zij dienen het aspect archeologie onder meer te borgen in nieuwe bestemmingsplannen. Aangezien de gemeenten de bevoegde overheid zijn voor archeologie beschrijft onderstaande paragraaf per gemeente de conclusies van het verkennend onderzoek. Sinds 1 juli 2016 is de voorgaande wetgeving vervangen door de Erfgoedwet 2016. Anders dan enkele artikel-wijzigingen sluit de nieuwe wetgeving voor dit bestemmingsplan aan op het hiervoor geschetste beeld. 3.8.2
Onderzoek
Op de beleidskaart van de gemeente Westland is het plangebied gelegen in verwachtingszone IV, zie figuur 3.4. Hiervoor gelden geen archeologische voorwaarden vanwege de zeer lage archeologische verwachting. Ter plaatse bevinden zich waarschijnlijk geen resten die planologisch beschermd dienen te worden. Voor de vormverandering van het bouwvlak is geen verdere archeologisch onderzoek nodig. Het is daarom niet nodig om archeologisch onderzoek uit te voeren.
Legenda Ríjksmonument, Monumentenvergunning via RCE Bekerde archeologische vindplaats. > 0 m2 * -30 cm | Historische dorpskern. > 50 m2 * -30 cm Verwachtingszone I, » 100 m2 * -50 cm Verwachtingszone II. ? 250 m2 * -50 cm Verwachtingszone III, > 500 m2 * -50 cm I Verwachtingszone IV. Geen voorschriften
Figuur 3.4 Uitsnede beleidskaart Archeologie gemeente Westland (projectgebied ter plaatse van de rode cirkel) Voor het bestemmingsplangebied geldt een lage archeologische verwachting. Wel blijft in het gehele bestemmingsplangebied de algemene meldingsplicht bij het aantreffen van oudheden van toepassing: indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht toch archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform paragraaf 5.4 van de Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verplicht. De gemeente Westland verzoekt hierbij tevens contact op te nemen met de gemeentelijke archeoloog, cluster Ruimte, team Omgeving en Toezicht van de gemeente Westland. 3.8.3
Conclusie
Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
28
Hoofdstuk 4
Juridische planbeschrijving
4.1
Planvorm
4.1.1
Wettelijk voorgeschreven standaardisering
De regels en de verbeelding van dit bestemmingsplan zijn overeenkomstig de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen als gepubliceerd door het ministerie van Infrastructuur en Milieu (SVBP 2020) en als wettelijk voorgeschreven in de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012 (Staatscourant 2012, nr. 14821, van 24 juli 2012). Daarnaast zijn in de regels de standaardregels opgenomen als geboden in artikelen 3.2.1 en 3.2.2 van het Besluit ruimtelijke ordening. In een apart artikel zijn de bijzondere gebruiksverboden opgenomen voor alle bestemmingen, welke verboden aansluiten op het wettelijk verbod als neergelegd in artikel 7.10 van de Wet ruimtelijke ordening. 4.1.2
Aanvulling en geoorloofde afwijking van de SVBP 2012
De regels en verbeelding van dit bestemmingsplan zijn toegesneden op de specifieke behoefte aan planregulering voor het gegeven plangebied. In de hierna volgende paragrafen is de aan het bestemmingsplan eigen plansystematiek toegelicht voor zover die een aanvulling of een geoorloofde afwijking vormt van de SVBP 2012. De regels zijn voorts weergegeven in de specifieke opmaak die eigen is aan het adviesbureau dat het plan heeft vervaardigd. Met deze opmaak wordt aangesloten op de juridische planvorming door dat bureau die in deze toelichting is weergegeven en gemotiveerd.
4.1.3
Systematiek van de planregels
Opbouw planregels De regels van het bestemmingsplan bestaan uit de volgende onderdelen: « Inleidende regels; * Bestemmingsregels; * Algemene regels; * Overgangs- en slotregels. Inleidende regels Begrippen (Artikel 1) Dit artikel definieert de begrippen die in het bestemmingsplan worden gebruikt. Dit wordt gedaan om interpretatieverschillen te voorkomen. Wijze van meten (Artikel 2) Dit artikel geeft aan hoe de lengte, breedte, hoogte, diepte en oppervlakte en dergelijke van gronden en bouwwerken wordt gemeten of berekend. Alle begrippen waarin maten en waarden voorkomen worden in dit artikel verklaard. Bes temmingsregels Bedrijf (Artikel 3) Op de voor "Bedrijf' bestemde gronden is een hoveniersbedrijf toegestaan, inclusief de daarbij behorende voorzieningen zoals een showroom en kantoorruimte. Daarnaast is infrastructuur ten behoeve van de bereikbaarheid van het bedrijf toegestaan, evenals waterhuishoudkundige voorzieningen.
29
Groen (Artikel 4) Op de voor "Groen" bestemde gronden zijn groenvoorzieningen, waterpartijen, waterhuishoudkundige voorzieningen en andere voorzieningen van algemeen nut toegestaan. Waterstaat - Waterkering (Artikel 5) Ten zuiden van het plangebied is een waterkering aanwezig. De beschermingszone van de waterkering is binnen het plangebied gelegen. Deze beschermingszone is, conform de keur en legger van het Hoogheemraadschap van Delfland beschermd door middel van de dubbelbestemming "Waterstaat Waterkering". Algemene regels In de algemene regels zijn bepalingen opgenomen die gelden voor het volledige plangebied. In dit bestemmingsplan zijn de volgende algemene regels opgenomen: * Anti-dubbeltelregel (Artikel 6) * Algemene bouwregels (Artikel 7) * Algemene gebruiksregels (Artikel 8) « Algemene afwijkingsregels (Artikel 9) * Overige regels (Artikel 10) Overgangs- en slotregels In het artikel "Slotregel" zijn de volgende onderdelen opgenomen: *
*
het onderdeel "Vervangen bestemmingsplannen" waarin een overzicht van de bestemmingsplannen en andere planregimes is opgenomen die met dit bestemmingsplan zijn vervangen; en het onderdeel "Citeertitel".
4.1.4 Systematiek van de planverbeelding
Wettelijke vereisten De verbeelding is digitaal vorm gegeven overeenkomstig de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012. De digitale verbeelding en de andere onderdelen van de dataset hebben het volgende planidentificatie-nummer gekregen: NL.IMRO.1783.WATDORPSKADE100pbp-VA01 De dataset bes taat uit: * * * »
het GML-bestand van de planverbeelding; het XML-geleideformulier; de onderliggende bestanden zoals ondergrond en overige topografische informatie; de PDF- en HTML-bestanden voor respectievelijk de verbeelding van plantoelichting en planregels.
30
Hoofdstuk 5
Uitvoerbaarheid
5.1 Economische uitvoerbaarheid Met eigenaar van het perceel is, door de Provincie Zuid-Holland, een overeenkomst gesloten over de te onteigenen gronden. De vormverandering van het bouwvlak heeft verder geen directe financiële gevolgen. Hiermee is de economische uitvoerbaarheid voldoende beargumenteerd.
5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Overleg
In de periode van 11 augustus 2021 t/m 23 september 2021 heeft over het voorontwerp van dit bestemmingsplan bestuurlijk overleg plaatsgehad als geboden in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Hierbij hebben de volgende instanties gereageerd: * Ministerie van VROM * Provincie Zuid-Holland * Hoogheemraadschap van Delfland « Gasunie Gedurende deze periode zijn er geen vooroverlegreacties ingediend door de genoemde instanties. Zienswijzen
Van 20 augustus 2021 t/m 30 september 2021 heeft het ontwerp van dit bestemmingsplan ter visie gelegen voor het indienen van zienswijzen, als bedoeld in artikel 3.8, lid 1, van de Wet ruimtelijke ordening in verbintenis met Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Gedurende de periode van tervisielegging zijn geen zienswijzen ingediend. Op PM is het bestemmingsplan gewijzigd vastgesteld. De wijzigingen die zijn doorgevoerd ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan, zijn opgenomen in Bijlage 1 bij de toelichting.
31
l Li,LULL]-. IIIEL1LLL
....
Postadres: Postbus 150, 3670 AD Naaldwijk Bfřřŕekadres: Vťjrdliaan 7, 2671 Vw Naaldwijk T 14 0174 F (0174) 673 6Û0
E ļŞflöOgsnnMntewesţlsnd-nl WESTLAND
I www.gemGentewestland.iil
, V'. V;:,;-' , f í--. ui
/JTS
i/fe'
'ľ-
r
*
\ s.
ŗ4Ç
'J
■'ļi' ^ 7
7**4.
1
-K
:W
y™
,.íļ
' JļĮ
üįf
ŠMPŴ 4
^3-M 1LJL rf‘^ \ nri
o
Ai