toelichting (21-0215586)
Tekst van het document
In de toekomst blijft dit naar verwachting een maatschappelijke ontmoetingsplek voor de inwoners van Poeldijk en Westland. 5.6.4
Beeldkwaliteit en cultuurhistorie
Door de burgers is aangegeven dat het slechte onderhoud van bestrating en leegstaande panden een doorn in het oog is. Er is veel draagvlak voor het behoud van de historische panden. De in 1926 gebouwde Bartholemeuskerk is een beeldbepalend gebouw (gemeentelijk monument), net als de oude veiling. In vrijwel alle onderdelen van het participatietraject kwam het voormalig Dario Fo pand (Voorstraat 88) ter sprake. Er bestaan veel emoties bij inwoners ten aanzien van dit pand en verdriet over de huidige ongebruikte staat. Men wil het pand niet verder zien verloederen. Ze willen graag meedenken over een al dan niet tijdelijke invulling van het pand als centrale, sociale ontmoetingsruimte. 5.6.5
Kwaliteitsverbetering, groen en water
In het centrum van Poeldijk brengen we kwaliteitsverbeteringen aan door meer groen toe te voegen en het autogebruik terug te brengen. Hoogbouw mag in Poeldijk een plek krijgen langs de Gantel en de Verburghlaan. Transformatie kan plaatsvinden langs de Gantel voor zorgconcepten, gericht op senioren met inbegrip van groenontwikkeling. Poeldijkers zien extra groen in de Voorstraat als een verbetering voor de uitstraling van de dorpskern. Al moeten de stoepen wel toegankelijk blijven en het groen goed onderhouden. Ze missen een parkje, vooral in verband met de vele ouderen in Poeldijk die niet meer dicht bij huis ergens in het groen kunnen zitten. Er bestaat veel animo om een natuurpark voor jong en oud aan te leggen. In de kern van Poeldijk zijn nu nog geen grotere groengebieden. De ligging aan de Gantel zal beter benut moet worden. Er komen in de woonwijk aan de noordkant een aantal grotere groengebieden bij. Het lokale groen- en waternetwerk willen we, als de kans zich voordoet, verbeteren om de Gantelzone en een gebied als Madestein beter bereikbaar te maken. Voor de Gantelzone betekent dit dat we nog 16 hectare natuur willen realiseren, hand in hand met de reconstructie van de glastuinbouw in het omliggende gebied. Het centrum van Poeldijk is erg verhard en versteend, maar kan met beperkte ingrepen vergroent worden.
De oude Boomawatering biedt eveneens een kans voor vergroening.
28
5.6.6
Mobiliteit
Als voornaamste bedreiging van het dorps karakter noemen inwoners het zware vrachtverkeer. Aangegeven is dat de verkeersveiligheid te wensen over laat. Met name voor fietsers en voetgangers is er sprake van een onoverzichtelijke en gevaarlijke verkeerssituatie. Bij Poeldijk ligt het ABC Westland terrein, met veel vrachtverkeer dat gericht is op de A4 en de A20. Opvallend is dat het vrachtverkeer geen vaste route volgt. Het noordelijke deel van de Lozerlaan (N211) is de logische keuze, maar wordt vanwege de verkeerslichten en drukte vaak vermeden. In de toekomst willen we het logistieke verkeer en het personenverkeer rond ABC Westland scheiden. In Poeldijk is men niet tevreden over het openbaar vervoer. Er bestaat behoefte aan meer bushaltes in de dorpskern. Senioren maken doordeweeks gebruik van de 'Plusbus'. Aangegeven is dat het prettig zou zijn als de 'Plusbus' ook in het weekend beschikbaar is en dat de leeftijdsgrens naar beneden gaat.
29
Hoofdstuk 6 6.1
Van omgevingsvisie naar omgevingsplan
Inleiding
Op grond van artikel 7c van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet is het mogelijk om af te wijken van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP2012). In het voorliggende omgevingsplan is hiervan gebruik gemaakt en is er zoveel als mogelijk aangesloten bij de beoogde systematiek van de Omgevingswet. Voor de opbouw van het omgevingsplan is aansluiting gezocht bij het Toepassingsprofiel omgevingsplan (TPOD). Het grootste verschil tussen een omgevingsplan en een bestemmingsplan is de opbouw. De regels van het omgevingsplan zijn gericht op functies met daarbij behorende activiteiten en niet meer op de huidige bestemmingen. Uitgangspunt van dit omgevingsplan is dat de legale bestaande situatie leidend is voor veranderingen. De bestaande situatie wordt beschouwd als een gegeven en is niet meer gedetailleerd vastgelegd. Wel zijn daar waar bepaalde ambities wenselijk zijn hiervoor specifieke regels opgenomen om deze ambities te kunnen bereiken. Tevens is het omgevingsplan niet meer alleen gericht op de ruimtelijke ordening, maar op de totale fysieke leefomgeving. Het voorgaande houdt in dat onderwerpen die niet in een bestemmingsplan opgenomen kunnen worden, bijvoorbeeld duurzaamheid, wel onderdeel uit kunnen maken van een omgevingsplan. Dit geldt ook voor regels uit verordeningen en beleidsregels die gericht zijn op de fysieke leefomgeving.
6.2
Functies en activiteiten
6.2.1
Evenwichtige toedeling van functies aan activiteiten
Zoals in paragraaf 5.1 toegelicht moeten gemeenten ervoor zorgen dat regels in het omgevingsplan leiden tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties kan worden bereikt door: * * 6.2.2
regels aan activiteiten te stellen voor (een gedeelte van) het grondgebied. functieaanduidingen met de toegelaten activiteiten (met regels) te koppelen aan locaties. Functieaanduidingen
Een functieaanduiding geeft de beoogde functie voor een bepaalde locatie aan. Hierbij kan gedacht worden aan wonen, detailhandel, kantoor, dienstverlening, bedrijven, verkeer of natuur. Een locatie kan ook een bredere functieaanduiding hebben, zoals 'Gemengd gebruik' met daaronder gelegen activiteiten zoals wonen en (lichte) bedrijvigheid. Ook kan een functieaanduiding zich richten op één specifiek aspect, zoals de aanduiding 'Gemeentelijk monument'. Een functieaanduiding kan vergeleken worden met de huidige bestemmingen, dubbelbestemmingen, gebiedsaanduiding etc. Om tot een locatiegerichte ordening van de regels te komen, kan een gemeente in het omgevingsplan werken met functieaanduidingen met aan locaties gekoppelde coördinaten. Zo kunnen locaties met een functieaanduiding worden 'geëtiketteerd'. Een functieaanduiding geeft eigenlijk alleen een beeld waarvoor de locatie bedoeld is (bijvoorbeeld wonen of verkeer). Hoewel handzaam is de gemeente niet verplicht om aan een locatie een functieaanduiding te koppelen. Regels in het omgevingsplan zijn met aan locaties gekoppelde coördinaten te ordenen wat bijdraagt aan de ontsluiting en inzichtelijkheid van het omgevingsplan. Een gemeente heeft vrijheid in de manier van het opstellen van het omgevingsplan.
Hoewel op grond van het Besluit Crisis- en herstelwet er afgeweken kan worden van SVBP2012, dient het omgevingsplan wel elektronisch op een algemeen toegankelijke wijze beschikbaar worden gesteld. Voor het beschikbaar stellen op de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl dient het
30
omgevingsplan te voldoen aan het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening (IMRO) en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten (STRI). Voor het Omgevingsplan Dorpscentrum Poeldijk is daarom gewerkt met functieaanduidingen. Op deze manier kan het omgevingsplan beschikbaar worden gesteld op de landelijke voorziening: www.ruimtelijkeplannen.nl. Op www.ruimtelijkeplannen.nl zal op de kaart nog wel de terminologie van bestemmingsplannen te zien zijn, maar deze moeten worden gelezen als functies en specifieke functies. 6.2.3
Regels aan activiteiten
In de Omgevingswet wordt het overkoepelende woord 'activiteiten' gebruikt. Activiteiten zijn handelingen met mogelijke gevolgen voor de fysieke leefomgeving en handelingen die onderdelen van de fysieke leefomgeving wijzigen. De gemeente kan op verschillende manieren regels stellen aan activiteiten bijvoorbeeld: * specifieke zorgplicht voor bepaalde activiteiten * direct werkende regels waaraan degene die de activiteit uitvoert zich moet houden * regels die stellen dat het verboden is een activiteit uit te voeren zonder dit vooraf te melden (meldingsplicht) * regels die stellen dat het verboden is een activiteit uit te voeren zonder omgevingsvergunning (vergunningplicht) * regels die een activiteit verbieden (verbod) Besloten kan worden om voor bepaalde activiteiten geen regels te stellen. Dat geldt voor die activiteiten de vallen onder de algemene zorgplicht uit de Omgevingswet. De algemene zorgplicht uit de Omgevingswet is overgenomen in het omgevingsplan als signaleringsfunctie en vangnetbepaling. In de navolgende paragraaf wordt de vertaalslag van de ambities en doelen naar het omgevingsplan uiteengezet en wordt aangegeven of- en op welke manier dit in het omgevingsplan is opgenomen. In 6.4 wordt de structuur van het omgevingsplan nader beschreven.
6.3
De vertaalslag
6.3.1
Algemene doelen en gebiedsgerichte doelen gemeente Westland
De ambities van de gemeente Westland komen voort uit de Omgevingsvisie 2.0 en hebben bijvoorbeeld betrekking op het bouwen van extra woningen, het bieden van ruimte voor de economie én het tot stand brengen van een groenere leefomgeving. Gestelde ambities lijken hier en daar op gespannen voet met elkaar te staan wat het bemoeilijkt om alle beleidsdoelen te realiseren. De hoeveelheid én diversiteit van ambities vragen in een vervolgstap derhalve om het maken van concrete lange termijn keuzes. De keuzes waar de gemeente Westland voor staat zijn de navolgende: * Een ruimtelijke inrichting met meer aandacht voor het gebiedskarakter. Dat kunnen herkenbare historische landschapsstructuren zijn (zoals de oude zandgronden) maar ook cultuurhistorische elementen; « Vergroening plaats te laten vinden langs de belangrijke groenstructuren én in de wijken; * De gemeentelijke ruimtelijke ordening de regie te laten voeren bij de inrichting van de beperkte ruimte in Westland. * Focus te leggen op het tuinbouwcluster, met voldoende aandacht voor verbetering van de leefomgeving; * Nieuwe initiatieven bij te laten dragen aan een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving; * Groei op economisch en woningbouw gebied zoveel mogelijk plaats te laten vinden binnen bestaande locaties. Zo kunnen groene gebieden groen gehouden worden.
In paragraaf 5.6 is de visie op Poeldijk beschreven. De algemene doelen van de visie zijn verankerd in artikel 4.1 Algemene doelen. Dit artikel legt het hogere doel en de ambitie vast. Zoals in artikel 4.2 Gebiedsgerichte doelen is bepaald, zijn in dit omgevingsplan meer dan gebruikelijk
31
de omgevingsdoelstellingen vertaald in de regels. De hogere doelstellingen en ambities die de gemeente met het omgevingsplan heeft, krijgen hiermee een directer verband met de functietoedeling. In de volgende paragraaf volgt een toelichting op de activiteiten, waarmee de doelen uit dit hoofdstuk worden geëffectueerd. 6.3.2
Algemene zorgplicht
De zorgplicht is een instrument dat is overgenomen uit de Omgevingswet en heeft allereerst een belangrijke signaalfunctie. De verantwoordelijkheid voor een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit is niet een exclusieve zaak van de overheid, maar ieders verantwoordelijkheid. Zo is iedereen, die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de fysieke leefomgeving, verplicht maatregelen te nemen om die gevolgen te voorkomen. Voor zover dat niet mogelijk is, is hij verplicht die gevolgen zo veel mogelijk te beperken of ongedaan te maken. Als ook dat onvoldoende mogelijk is, is hij verplicht de activiteiten achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van hem kan worden gevergd. De zorgplicht is vastgelegd in Artikel 4.3 van de regels. 6.3.3
Doelen en ambities bestaande situatie
Het omgevingsplan is tweeledig. Enerzijds wordt de bestaande situatie vastgelegd en anderzijds worden nieuwe onderwerpen en bestaande kwaliteiten met betrekking tot de fysieke leefomgeving vastgelegd. In deze paragraaf worden de doelen en ambities voor de bestaande situatie uiteengezet en aangeven op welke manier het is vastgelegd in het omgevingsplan.
6.3.3.1
Sociale samenhang
Doel en ambitie sociale samenhang * Behouden en versterken van het saamhorigheidsgevoel; * Ruimte bieden aan evenementen en verenigingsleven; » Koesteren van het dorpse karakter. Vertaalslag
Voor Poeldijk zijn de maatschappelijke functies behouden en toebedeeld met de functie 'Maatschappelijk'. Voor het versterken van het saamhorigheidsgevoel is binnen deze functie vastgelegd dat maatschappelijke activiteiten dienen bij te dragen aan het instandhouden, ontwikkelen en beleven van een sociale ontmoetingsplek en zorg in de buurt of wijk.
6.3.3.2 Wonen Doel en ambitie wonen * Opheffen van het tekort aan betaalbare woningen voor starters en ouderen; * Realiseren van groepswonen voor ouderen en/of 1- en 2-persoonshuishoudens; * Onderzoeken van de mogelijkheid om (combinaties van) wonen en zorg te realiseren; « Toestaan van hogere (dan de gangbare 3 bouwlagen) bebouwing langs de Gantel en de Verburghlaan; * Transformatie voor zorgconcepten, gericht op senioren met inbegrip van groenontwikkeling. * Verspreid liggende bedrijfslocaties getransformeerd worden naar woningen. Vertaalslag
Er worden geen nieuwe woningen binnen het plangebied toegestaan, waarin deze doelen en ambities in vastgelegd kunnen worden. Genoemde ontwikkelingen zijn nog onvoldoende uitgekristalliseerd om deze te vertalen naar het omgevingsplan. De ontwikkelingen worden daarom hier genoemd in de toelichting maar nog niet vertaald in een juridisch bindende regeling. Bij raadsbesluit van 16 maart 2021 is detailhandelsvisie Westland 2021-2026 vastgesteld. Deze visie gaat voor onder andere de kern Poeldijk uit van een meer geconcentreerd winkelgebied. In dit kader wordt aangegeven, dat wordt meegedacht met een herinrichting van vrijkomende locaties naar
32
woningbouw. In de zienswijze ingediend door het winkelbedrijf Stijlvol Wonen, Voorstraat 95, wordt op deze detailhandelvisie gewezen. Ook hier geldt echter dat een defnitieve regeling van een herinrichting van de kavels in een omgevingsplan pas mogelijk is als de plannen verder doorontwikkeld zijn. Duidelijk is dat de eventuele herinrichting in principe past in het vigerend gemeentelijk beleid.
6.3.3.3 Voorzieningen Doel en ambitie voorzieningen * * * * * * * *
Voorzien in de behoefte aan een ontmoetingsplek en een levendiger centrum; Onderzoeken naar doorgaande verkeer op de Voorstraat, in relatie tot het voorzien in voldoende parkeergelegenheid en toegang tot de winkels; Zoeken naar mogelijkheden om het centrum voor winkels compacter te maken; Realiseren van een maatschappelijke ontmoetingsplek voor bewoners en culturele organisaties, Opstellen van een beleid voor de huisvesting van arbeidsmigranten Voorzieningen voor gevoelige groepen (kinderen, ouderen, (chronisch) zieken) hebben voldoende ^50 m) afstand tot drukke wegen ^ 10.000 motorvoertuigen per etmaal Investeren in initiatieven ter bevordering van beweging, beweegvriendelijke ruimtes Groene speeltuinen.
Vertaalslag
Het centrum gebied is met twee functies toebedeeld: functie 'Centrum' en specifieke functie 'overige zone - kernwinkelgebied'.Binnen deze functies zijn regels gesteld met het oog op het realiseren van een compact winkelcentrumgebied en levendigheid. In de regels is bepaald dat het verboden is om nieuwe horeca en detailhandel te vestigen buiten het 'overige zone - kernwinkelgebied'. Voor winkels en horeca die momenteel zijn gevestigd buiten het 'Centrum' en het 'overige zone - kernwinkelgebied' is tevens bepaald dat er geen nieuwe horeca of detailhandel mogen worden gevestigd. Daarnaast is het niet toegestaan om bestaande horeca of detailhandel uit te breiden. Op deze manier zijn regels aan horeca en detailhandelsactiviteiten verbonden met als doel een levendig en compact 'overige zone kernwinkelgebied'. Het Dario Fo pand is aangeduid met de specifieke functie 'maatschappelijk'. Hiermee wordt geborgd dat het pand wordt gebruikt en herontwikkelt op de begane grond voor een ontmoetingsplek en op de verdiepingen voor wonen. Aan de hand van het Centrumplan voor Poeldijk wordt in paragraaf 6.3.4.6 hier nader op ingegaan.
6.3.3.4 Beeldkwaliteit en cultuurhistorie Doel en ambitie beeldkwaliteit en cultuurhistorie Poeldijk kent binnen het centrumgebied een lange (cultuur)historische geschiedenis die vandaag de dag nog steeds zichtbaar en voelbaar is. Het betreft hier zowel de stedenbouwkundige dorpsstructuur- en opbouw, alsmede bouwkundige elementen. Het voorliggend omgevingsplan heeft ondermeer als doel om bestaande binnen het plangebied gelegen cultuurhistorische kwaliteiten te behouden en waar mogelijk opnieuw te gebruiken. Hiervoor bestaan de navolgende ambities: * Versterken belevingswaarde van het historische karakter van de Voorstraat; * Verbeteren van de bestrating en deze in cultuurhistorisch opzicht beter laten aansluiten op de directe omgeving; « Het vinden van nieuwe functies voor leegstaande (monumentale)panden met behoud van erfgoedwaarde; * Behouden van historische en beeldbepalende panden waaronder de Bartholemeuskerk, de oude veiling en het voormalig Dario Fo pand (Voorstraat 88). Vertaalslag
Het monumentaal dorpscentrum is toebedeeld met de functie 'overige zone - monumentaal dorpscentrum'. Alle monumentale panden en karakteristieke panden zijn vastgelegd met de specifieke functie 'specifieke vorm van waarde - gemeentelijk monument' en 'karakteristiek'. De regels voor deze functies zijn vastgelegd met het oog op het behoud en bescherming van historische panden en het behoud en versterken van het historische karakter van het centrum.
33
6.3.3.5 Mobiliteit Doel en ambitie mobiliteit * * *
Mogelijkheden onderzoeken om overlast door vrachtverkeer te verminderen; Vergroten van de verkeersveiligheid; Mogelijkheden onderzoeken om openbaar vervoer te verbeteren.
Vertaalslag
Deze mogelijkheden worden nader onderzocht.
6.3.3.6 Bodem en ondergrondse leidingen Doel en ambitie bodem en ondergrondse leidingen Bodem Een verontreinigde bodem kan zorgen voor gezondheidsproblemen en tast de kwaliteit van het natuurlijk leefmilieu aan. Daarom is het belangrijk om bij ruimtelijke plannen de bodemkwaliteit mee te nemen in de overwegingen. De Wet bodembescherming (hierna: Wbb), het Besluit bodemkwaliteit en de Woningwet stellen grenzen aan de aanvaardbaarheid van verontreinigingen. Indien bij planvorming blijkt dat (ernstige) verontreinigingen in het plangebied aanwezig zijn, wordt op basis van de aard en omvang van de verontreiniging én de aard van de ruimtelijke plannen beoordeeld welke gevolgen dit heeft. De Wet bodembescherming regelt zaken rond bodembescherming en bodemsanering. Vertrekpunt van de Wbb is dat in het merendeel van de gevallen van bodemverontreiniging, de daadwerkelijke bodemsanering wordt meegenomen in de ontwikkeling dan wel herontwikkeling van plangebied of projectlocatie. De wettelijke doelstelling is functiegericht saneren. De wet houdt rekening met het gebruik van de bodem en de (im)mobiliteit van de verontreiniging. De volgende uitgangspunten overheersen: a. b. c.
het geschikt maken van de bodem voor het voorgenomen gebruik; het beperken van blootstelling aan en de verspreiding van de verontreiniging; het wegnemen van actuele risico's.
Saneringsverplichtingen zijn gekoppeld aan ontoelaatbare risico's die samenhangen met het huidige en toekomstige gebruik van de bodem. Het is niet nodig de hele locatie aan te pakken. Er kan ook sprake zijn van deelsaneringen of een gefaseerde aanpak. Vertaalslag
Het plangebied is momenteel in gebruik als bedrijventerrein, maatschappelijke gebied, woongebied, openbare weg en openbaar groen. Binnen het plangebied en in de directe omgeving hebben diverse bedrijven met bodembedreigende activiteiten hun vestiging (gehad) en zijn diverse (voormalige) ondergrondse brandstoftanks bekend. Het plangebied is niet gelegen in een milieubeschermingsgebied voor grondwater. De locatie is volgens de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Westland gelegen in zone AW2000 en wonen, voor zowel bovengrond (0-0,5 mmaaiveld (m-mv)), als ondergrond (0,5-2,0 m-mv). Niet alle locaties in het plangebied zijn voldoende onderzocht. Voor die delen van het plangebied waar herinrichting en/of nieuwbouw plaatsvindt en waar nog geen onderzoek en/of sanering heeft plaatsgevonden, zal bodemonderzoek moeten worden uitgevoerd en eventueel gesaneerd moeten worden. Naast het feit dat nog niet overal binnen het plangebied bodemonderzoek heeft plaatsgevonden, zijn er ook locaties waar het uitgevoerde bodemonderzoek sterk verouderd is (ouder dan vijf jaar). Indien voor deze locaties bouwplannen/herinrichtingsplannen zijn, zullen de bodemonderzoeken geactualiseerd dienen te worden. Ondergrondse leidingen In het plangebied liggen twee delen van een vitale waterleiding (zie afbeelding).
34
mWJÊŬ y : r ļPÍKjJŘW
t--įF
wårjk z ytv ■í Poeldijk SJ
.*ļ
* i
s
Sr
V
F oņteh
vo«™gļ
t r*'**.
De 8»'
Z .X"
Het betreffen twee leidingdelen die planologisch relevant zijn, omdat deze een belangrijke transportfunctie vervullen in de regio. Vertaalslag
De waterleidingen zijn toebedeeld met de functie 'Leiding - Water'.
6.3.4
Doelen en ambities nieuwe onderwerpen
6.3.4.1
Duurzame ontwikkeling
Doelen en ambities duurzame ontwikkeling Tegenover huidige en toekomstige generaties ziet de gemeente het als haar verantwoordelijkheid om in beleid en handelen zorg te dragen voor een duurzame ontwikkeling. De gemeente wil de komende jaren grote stappen zetten richting een duurzamer samenleving en daarvoor kijken naar de inzet van regelgeving in het fysieke domein. Bepaalde ambities en doelen kunnen direct in het omgevingsplan worden verwerkt, andere vragen om een nadere uitwerking. Ten aanzien van duurzame ontwikkeling worden de volgende onderwerpen in het omgevingsplan geregeld: 1.
2. 3.
Kleinschalige duurzame energie bij wonen, voorzieningen en bedrijven: * zonnepanelen en -collectoren; * realiseren van laadpalen openbaar en laadpalen eigen terrein; * warmte-koude-opslag; Realiseren van duurzaamheidsregelingen t.a.v. waterbeheer; Vernieuwende duurzaamheidsmaatregelen.
Vertaalslag
ad. 1.
Kleinschalige duurzame energie bij wonen, voorzieningen en bedrijven
In dit omgevingsplan wordt een regeling opgenomen voor bouwwerken ten behoeve van duurzame energie. Belemmeringen voor opwekking van duurzame energie, voor zover die er zijn, worden waar dat kan weggenomen. a. zonnepanelen en -collectoren: voor de bouw van zonnepanelen en -collectoren op gebouwen zijn geen nadere regels nodig omdat artikel 2 onder 6 van Bijlage II van het Bor hierin voorziet. Voor de monumentale en karakteristieke panden gelden afwijkende regels. b. realiseren van laadpalen openbaar en laadpalen eigen terrein: In de gemeente rijden steeds meer elektrische auto's. Het 'tanken' van een elektrische auto gaat via een laadpaal. Laadpalen kunnen geplaatst worden bij een woning, een bedrijf of op een openbaar terrein. Om een elektrische auto op te laden zijn een laadpaal en een kabel nodig. Laadpalen (opladen van accu's) worden volgens de
35
definitie in artikel 1 van de planregels als nutsvoorzieningen gezien. Op grond van artikel 2 lid 18 sub a en/of g van bijlage II van het Bor zijn deze voorzieningen vergunningvrij te bouwen. In de regels is vastgelegd dat laadpalen op eigen terrein zijn toegestaan. Laadpalen voor bedrijven en burgers in het openbaar gebied is niet toegestaan, mits het voldoet aan de het beleid van de gemeente. c. warmte-koude-opslag: de bouw en aanleg van wko-installaties wordt, voorzover niet gelegen binnen boringsvrije zones, niet belemmerd door de regels van het omgevingsplan voor zover het om de energieopwekking voor eigen gebruik gaat. Per functie is opgenomen dat de bouw en gebruik van installaties voor de opwekking en levering van duurzame energie is toegestaan. Vertaalslag
ad. 2.
Realiseren van duurzaamheidsregelingen t.a.v. waterbeheer
De duurzame wateraspecten zijn geborgd in paragraaf 3.6 Watercompensatie voor verharding.
6.3.4.2 Veiligheid Doelen en ambities Veiligheid Algemene doelen Veiligheidsregio Haaglanden (VRH) Voor het invullen van de ambitie uit de omgevingsvisie 2.0 is de VRH in een vroeg stadium in het proces betrokken. Door de VRH is aangegeven dat de aspecten bereikbaarheid, bluswatervoorziening en opstelplaatsen onderdeel uitmaken van de bruidsschat.. De bruidsschat bevat voormalige rijksregels die elke gemeente bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt overgedragen aan gemeenten. Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet moet de gemeente bepalen wat zij doet met de regels uit de bruidsschat. Hierdoor zal door de gemeente een integrale afweging gemaakt worden welke regels uit de bruidsschat opgenomen zullen worden in het omgevingsplan voor het Westland. De door de VRH aangedragen regels voor bereikbaarheid, bluswatervoorziening en opstelplaatsen zullen daarom vooralsnog niet toegepast gaan worden. Na integrale afweging over de bruidsschat zal hier opnieuw naar gekeken gaan worden. In afwachting van het in het kader van omgevingsveiligheid voor provinciale (en gemeentelijke) wegen eventueel aan te wijzen aandachtsgebied zal door de VRH, ODH en gemeenten op een later moment nagedacht worden over de invulling van aandachtsgebieden en voorschriftengebieden.
Tot die tijd blijft het Externe Veiligheidsbeleid van toepassing en wordt in het omgevingsplan uitgegaan van ïnvloedsgebied". Hieronder is daarom informatie opgenomen inzake het nu geldende veiligheidsbeleid. Externe Veiligheid (Omgevingsveiligheid) Risicobron: Transport gevaarlijke stoffen Vanwege het transport van gevaarlijke stoffen over de Nieuweweg (N211) is het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) van toepassing op dit Omgevingsplan. Deze weg ligt tegen de noordoostelijke zijde van het plangebied. Over deze weg worden brandbare vloeistoffen en brandbare gassen vervoerd.1 Het effectgebied van deze weg bedraagt daarmee 355 meter.
36
Geografische weergave van het plangebied ten opzichten van de risicobron
:\# ‘ f i-
Afbeelding: effect gebied Nieuweweg (N211) is de uiterste rand (donker groen). Het effect gebied van de N211 is toebedeeld met de functie 'Veiligheidszone - Invloedsgebied'. In de regels zijn de maatregelen vastgelegd die een positief effect hebben op de zelfredzaamheid, de bestrijdbaarheid en beheersbaarheid van incidenten Scenario's Aangezien over de Nieuweweg (N211) transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt is er een kleine kans dat er incidenten plaatsvinden. Het is mogelijk dat er een lekkage van een tankwagen met gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Ook is het mogelijk dat de gehele inhoud van een tankwagen met brandbaar gas als gevolg van impact (zoals een aanrijding) in zijn geheel explosief vrijkomt. Als gevolg van de explosie is er ook een drukgolf, waarbij veel hitte vrij komt door de ontstane vuurwolk. Bij dit scenario zullen tot 355 meter (effectgebied) van het incident nog slachtoffers kunnen vallen. In gebouwen zijn mensen deels beschermd, maar tot op 90 meter afstand kunnen er, mede door de drukgolf die ontstaat, ook binnenshuis nog personen overlijden. Maatregelen Onderstaande maatregelen zijn gericht op de beheersing en vermindering van de effecten van een incident. Mede met het oog op eventuele toekomstige ontwikkelingen (zoals vervangende nieuwbouw) worden een aantal maatregelen toegepast.
Ongeacht het type incident hebben de maatregelen een positief effect op de zelfredzaamheid, de bestrijdbaarheid en beheersbaarheid van incidenten. 1) Bouwwerken en omgeving bieden bescherming 2) Vluchtweg van de risicobron af 3) Voorbereiding interne organisatie 4) Risicocommunicatie 5) Incidentbestrijding door hulpdiensten (Bereikbaarheid en bluswatervoorziening) Beschrijving maatregelen Ad 1. Bouwwerken en omgeving bieden bescherming Het is altijd mogelijk dat zich een incident voordoet, ondanks dat er maatregelen genomen zijn. Daarom is het van belang dat er mogelijkheden zijn om te schuilen voor de effecten van een incident met
37
gevaarlijke stoffen over de Nieuweweg (N211). Door bouwwerken en de omgeving zodanig in te richten dat er bescherming wordt geboden tegen risicobronnen, is het mogelijk de aanwezige personen te beschermen tegen de effecten van de risicobron. Objecten voor het verblijf van (zeer) kwetsbare personen (kwetsbare objecten) worden zo ver mogelijk van een risicobron gesitueerd. Ad 2. Vluchtweg Bij een incident is het van belang dat mensen onafhankelijk van de locatie van het incident, veilig van de risicobron weg kunnen vluchten. Daarom wordt bij verbouw en/of (vervangende)nieuwbouw een vluchtweg vanuit de objecten toegepast zodat, via de tuin/gevel aan de afgekeerde zijde van de risicobron gevlucht kan worden. Ad 3. Voorbereiding interne organisatie In objecten waarin personeelsleden, bezoekers, verminderd tot niet zelfredzame personen en/of grote groepen mensen kunnen verblijven is het van belang dat het personeel en/of de BHV-organisatie/de begeleiding van deze objecten is voorbereid op eventuele calamiteiten met gevaarlijke stoffen. Het gaat hierbij om calamiteiten die buiten deze objecten kunnen plaatsvinden, maar effecten binnen deze objecten kunnen hebben. Bijvoorbeeld om de aanwezigen binnen deze objecten te assisteren om zichzelf in veiligheid te brengen. Dit kan geborgd worden in een plan ten behoeve van noodsituaties.
Hierbij is het ook belangrijk dat dit structureel wordt geoefend. Ad 4. Risicocommunicatie Om ervoor te zorgen dat mensen goed voorbereid zijn en weten hoe ze moeten reageren bij een ongeval met het transport van gevaarlijke stoffen over de Nieuweweg (N211), is het van belang dat zij hier vooraf over worden geïnformeerd. Hiervoor is er op regionaal niveau een risicocommunicatie-campagne ontwikkel, informatie en handelingsperspectieven zijn te vinden via www.haaglandenveilig.nl. Om de bewoners, het personeel en/of de vaste bezoekers binnen het plangebied te informeren over de verschillende risicobronnen, risico's en gevaren, de wijze van alarmeren en de wenselijke manier van reageren tijdens incidenten kan de gemeente ook voor dit plangebied gebruik maken van de middelen op www.haaglandenveilig.nl. Voor aanvullende informatie kan contact worden opgenomen met de risicocommunicatieadviseur van de Veiligheidsregio Haaglanden. Ad 5. Incidentbestrijding door hulpdiensten Zowel voor de bereikbaarheid en bestrijdbaarheid van ‘dagelijkse incidenten', zoals brand of wateroverlast, als voor calamiteiten op het gebied van externe veiligheid, is het van belang dat de bereikbaarheid voor de hulpdiensten en bluswatervoorzieningen voldoende zijn. Dit betekent dat de hulpdiensten alle objecten moet kunnen bereiken en dat er voldoende bluswatervoorziening aanwezig zijn.
Zo zijn incidentlocaties zo veel als mogelijk via twee wegen bereikbaar en wordt de VRH betrokken bij het ontwerp van de infrastructuur. Vernieuwde duurzaamheidsmaatregelen (alternatieve energie) De gemeente Westland wilt de energietransitie mogelijk maken mits dit veilig gebeurt. Om deze reden worden alternatieve energievoorzieningen mogelijk gemaakt. Echter, vanuit de VRH is aangegeven dat er risico's verbonden zijn aan alternatieve energievoorzieningen zoals energieopslagsystemen, waterstof en geothermie. Hierdoor hecht gemeente en VRH er waarde aan dat door de VRH op een zo vroeg mogelijk moment advies wordt uitgebracht over de risico's en mogelijke beheersmaatregelen bij nieuwe vormen van energie. Het betreft de volgende energiesoorten: * Waterstoftoepassingen Waterstof bestaat uit zeer kleine molecule en bezit een aantal specifieke eigenschappen. Zo is waterstof bij kamertemperatuur gasvormig, is het lichter dan lucht, is het kleurloos, reukloos en smaakloos, is het extreem ontvlambaar, brandt het met een onzichtbare vlam en de vlam is zeer heet. Doordat waterstof een zeer klein molecuul is, kan het door materialen heen diffunderen, waardoor de kans op lekkage groter wordt. Waterstof kan voor diverse doeleinden worden gebruikt: als energiedrager/opslagmedium of transportbrandstof, als grondstof voor de industrie, voor industriële proceswarmte en voor de verwarming
38
van woningen. In alle ontwikkelingen waar waterstof een rol speelt, moet met deze verhoogde kans op ontsteken rekening gehouden worden. Mogelijke risico's van waterstof zijn ontbranding, explosiegevaar, kans op lekkage en waterstofverbrossing van materialen. » Geothermie; Het ophalen van warmte uit de aarde wordt geothermie genoemd. Mogelijke risico's hierbij zijn trillingen en bodembeweging, vermenging en/of verontreiniging van zoete watervoerende lagen of oppervlaktewater, radioactieve straling, milieu- en letselschade, corrosie of lekkage. Daarbij vinden er jaarlijks onderhoudswerkzaamheden aan de installatie plaats. Gedurende de onderhoudswerkzaamheden worden verschillende gevaarlijke stoffen opgeslagen nabij de geothermie installatie. Deze gevaarlijke stoffen worden gebruikt ten behoeven van het onderhoud. Tijdens onderhoudswerkzaamheden transformeert het terrein om de geothermie-installatie als het ware in een chemische plant, hierbij is naast het risico op ongevallen met gevaarlijke stoffen ook licht en geluidshinder aanwezig. Geothermie is warmte afkomstig uit het grondwater in dieper gelegen grondlagen. De warmte is opgeslagen in vloeistoffen en gesteente in de aardbodem. Aan het aardoppervlak is het ongeveer 10 X; de temperatuur stijgt in Nederland gemiddeld 3 X per 100 m de diepte in.
Warmte die gewonnen wordt uit de bovenste 500 meter van de aardlaag, wordt bodemenergie genoemd. Alle warmte die dieper wordt gewonnen, wordt aardwarmte genoemd. Door een (productie)put in de bodem te slaan, kan de warmte worden opgehaald, bijvoorbeeld door heet grondwater op te pompen. Het afgekoelde water wordt naderhand (via een tweede put) weer terug de grond in gepompt. Als er geen grondwater aanwezig is, kan water in de put langs heet gesteente worden gespoten, waardoor het water opwarmt. Het opgewarmde water kan dan via een tweede put weer worden opgepompt. Het hete water kan rechtsreeks worden gebruikt, er is dan sprake van een hoge temperatuur warmtenet, bijvoorbeeld via een warmtepomp in de verwarmingsinstallatie van een gebouw of kas. *
Zonnepanelen in het dak (indak zonnepanelen) en bij het gebruik van zonnepanelen voor meer dan één huishouden (grootschalig gebruik); Zonne-energie kan worden opgewekt door middel van panelen en collectoren. Zonnepanelen wekken door zonlicht elektriciteit op en voorzien daarmee in een elektriciteitsbehoefte, terwijl zonnecollectoren de warmte van het zonlicht afvangen om daarmee water te verwarmen en zo te voorzien in een warmwaterbehoefte. Een voorbeeld van een zo'n collector is een zonneboiler. Een zonnecollector maakt meestal gebruik van een vloeistof die opwarmt en via een warmtewisselaar de warmte weer afgeeft aan het kraan- of douchewater. Een combinatie van panelen en collectoren is eveneens denkbaar. Mogelijke risico's van zonnepanelen zijn kortsluiting, elektrische schok, brand (met name bij panelen die in daken verwerkt zijn), wegwaaien van zonnepanelen, vrijkomen van hete vloeistoffen en giftige stoffen. Bij brand in zogenaamde zonnevelden, kan de giftige rook overlast veroorzaken voor aanwezige personen in de omgeving. * Energieopslagsystemen (buurbatterijen). Energie kan in de vorm van elektriciteit worden opgeslagen in energiedragers, zoals een energieopslagsysteen (EOS), ook wel buurtbatterij genoemd Energiedragers kunnen de elektriciteit die ze opslaan op verschillende manieren ontvangen.
De energie kan afkomstig zijn van alles wat maar elektriciteit draagt of op kan wekken, zoals zonnepanelen, windturbines, het reguliere elektriciteitsnet et cetera. Voor buurtbatterijen kunnen tweedehands autobatterijen gebruikt worden. De buurtbatterij kan worden aangesloten op het elektriciteitsnetwerk in de buurt, de thuis batterij kan op het elektriciteitsnetwerk van (doorgaans) één huishouden worden aangesloten. Buurtbatterijen kunnen huizen in een wijk van stroom voorzien. Het grootste risico van een batterij is een thermal runaway. Zo kan er uiteindelijk brand ontstaan. Hierbij komen ook giftige stoffen vrij, die gevaarlijk zijn voor bijvoorbeeld de brandweer en mensen in de omgeving. Wanneer één van de batterijen tot ontbranding komt is het lastig om een dergelijke brand te blussen. Als gevolg van de duur van de brand of constructie en montage van de batterijen kunnen andere batterijen ook betrokken raken of tot een thermal runaway overgaan. Een dergelijke brand kan gedurende lange tijd (meerdere uren tot dagen) woeden. Het effect van de giftige stoffen is afhankelijk van de meteorologische omstandigheden en grootte van de brand. Vertaalslag
Vernieuwde duurzaamheidsmaatregelen (alternatieve energie) In het omgevingsplan is een regeling opgenomen over 'gangbare' en 'innovatieve' vormen van energie.
39
Met uitzondering van die voorzieningen waaraan risico's zijn verbonden is het de ambitie om geen beperkingen op te leggen aan energieopwekking, In het geval er sprake is van risico's zal eerst advies gevraagd worden aan de VRH voordat omgevingsvergunning verleend wordt. Het voorgaande is geregeld in Omgevingsplanactiviteit innovaties duurzaamheid en klimaat, waarin is bepaald dat het bevoegd gezag advies inwint bij de Veiligheidsregio Haaglanden. Daarnaast geldt dat altijd geadviseerd wordt door de Omgevingsdienst Haaglanden als zijnde standaard in de verhoudinghetgeen voorvloeit uit de 6.3.4.3 Klimaatadaptatie, groen en water Doelen en ambities klimaatadaptatie, groen en water Poeldijk is op weg om een duurzaam werk-, woon- en recreatief gebied te worden. Bij dit duurzame karakter wordt tevens ingespeeld op klimaatverandering en daarbij is duurzaam stedelijk waterbeheer een belangrijk onderdeel, dat ook wordt ondersteund door het waterschap. Onder duurzaam stedelijk waterbeheer wordt het principe "vasthouden, bergen en afvoeren" gehanteerd. Dit houdt in dat het hemelwater wordt vastgehouden en lokaal wordt geborgen, waarna het (vertraagd) wordt afgevoerd. Op deze manier worden piekafvoeren naar het riool en/of oppervlakte voorkomen en blijft de natuurlijke watercyclus in stand. Zo mogelijk wordt in tijden van droogte water langer vastgehouden.
Met betrekking tot duurzaamheid en klimaatadaptatie, groen en water zijn door de gemeente de navolgende algemene doelen gesteld: * In de omgevingsvisie 2.0 is opgenomen dat de gemeente heeft gekozen voor groeninclusief bouwen. Dat betekent dat met respect voor groen gebouwd moet worden. Het voorgaande kan door bestaand groen bijvoorbeeld in te passen in bouwprojecten, nieuwe groengebieden aan te leggen, groene daken en gevels toe te passen of door gebruik te maken van technische maat regelen waarmee hittestress en wateroverlast tegengegaan wordt; * realiseren van voldoende en samenhangende groen en water; * realiseren van extra groen in de Voorstraat, rekening houden met toegankelijkheid stoepen; * Realiseren van een lokaal groennetwerk, waaronder een parkje in het centrum; * Verbeteren van de relatie met de Gantel en van het lokale groen- en waternetwerk; * Vergroenen van het centrum van Poeldijk en de oude Boomwatering; * Huidige bomen in de straten handhaven (gebiedsaanduiding). Indien bomen worden gekapt moeten die worden gecompenseerd. Verder stimuleren van het aanleggen van bomen; * Watervlakken + waterkeringen beschermen met bestemming/functie water. En liefst alle werkbare regels in opnemen; * De Gantel is onderdeel van waterlichaam waar volgens KRW een NEZ moet worden aangelegd. Vertaalslag
In dit omgevingsplan is de samenhangende groen- en waterstructuur vastgelegd in de functies 'overige zone - ecologische verbindingszone', Groen, Water en 'overige zone - laanbeplanting'. Het structureel groen is toebedeeld met de functie 'Groen'. Ook de ecologische zone langs de Gantel vastgelegd met de specifieke functie 'overige zone - ecologische verbindingszone'. Daarnaast wordt met een specifieke functie 'overige zone - laanbeplanting' de waardevolle bomenrij gewaarborgd. Voor de overige groenstructuren en watercompensatie is in het omgevingsplan vastgelegd dat nieuwe ontwikkelingen of verhardingen ter plaatse van aanwezig groen alleen uitgevoerd mogen worden mits het groen wordt gecompenseerd danwel het water wordt gecompenseerd. Het groeninclusief bouwen is geborgd ter plaatse van de locaties met de functie 'overige zone ecologische verbindingszone'. In geval van nieuwe ontwikkelingen op die locaties mag de nieuwe bebouwing en het gebruik van de gronden geen afbreuk doen aan de 'overige zone - ecologische verbindingszone', met als voorwaarden dat de nieuwe bebouwing groeninclusief wordt gebouwd.
6.3.4.4 Hoogheemraadschap Delfland Algemene doelen
Het Hoogheemraadschap Delfland heeft deelgenomen aan de werksessies en heeft haar inbreng
40
gegeven bij het opstellen van de regels. De vertaalslag van de algemene doelen van het Hoogheemraadschap Delfland zijn te vinden in de functie Water en de specifieke functies 'Waterstaatswerk - Waterkering' en 'vrijwaringszone - beschermingszone waterkering'. Op de plankaart zijn de primaire watergangen afkomstig van de legger van het Hoogheemraadschap Delfland opgenomen. Definities vanuit water In dit omgevingsplan worden de meest gebruikte definities uit de Omgevingswet en onderliggende instrumenten en uit de nieuwe Waterschapsverordening toegepast. Niet alle definities uit de waterschapsverordening zijn momenteel beschikbaar. Motivatie ten aanzien van toename verharding Delfland streeft naar een duurzame, robuuste waterstructuur met voldoende mogelijkheden voor waterberging met als doel wateroverlast voor de nieuwe én de al aanwezige functies in het gebied te voorkomen. Aandachtspunten hierbij zijn: *
*
Ruimtelijke ontwikkelingen, ook kleinschalige initiatieven, kunnen gevolgen hebben voor de kans op wateroverlast. Volgens het stand-still beginsel mag de kans op wateroverlast niet toenemen als gevolg van een ingreep in het watersysteem of een handeling die invloed heeft op het functioneren van het watersysteem. Ontwikkelingen en initiatieven waarbij het verhard oppervlak toeneemt, of de vasthoudcapaciteit van een gebied op andere manieren wordt verkleind, zorgen voor een snellere afstroming van hemelwater naar het oppervlaktewater. Dit kan leiden tot wateroverlast. Om die reden is het van belang, dat de initiatiefnemer aantoonbaar rekening houdt met de effecten van het ruimtelijk initiatief op de kans op wateroverlast en mitigerende maatregelen toepast. Het is niet mogelijk om voor alle situaties compensatie te vragen. Daarom is een minimum gesteld aan de toename van verharding van 100 m2, bij een kleinere toename is zodoende geen compensatie nodig.
Vertaalslag
In het omgevingsplan is omgevingsplanactiviteit voor de aanleg van verharding opgenomen voor oppervlakteverharding van meer dan 100 m2 in artikel 3.6 Watercompensatie voor verharding. De omgevingsvergunning voor de aanleg van verharding wordt alleen verleend indien watercompensatie wordt uitgevoerd.
6.3.4.5 Gezondheid Doelen en ambities gezondheid gemeente Westland Algemeen
De kwaliteit van het milieu heeft een grote invloed op het aantal gezonde levensjaren. In de gemeente Westland kunnen mensen gezondheidsrisico's door de infrastructuur en de tuinbouw oplopen. Steeds meer gemeenten proberen mensen aan het bewegen te krijgen door de fysieke leefruimte hierop in te richten. Maatschappelijke trends zoals een toename van obesitas bij kinderen, een bevolking die mentaal en fysiek gezonder oud wil worden, gezonder eten of de corona-uitbraak in 2020 hebben consequenties voor de fysieke leefomgeving. En het is bekend dat de kwaliteit van het milieu een grote invloed op de gezondheid. Gezondheid gaat dus zowel over het sociale als het fysieke domein, maar gezien de trend in de maatschappij dat gezondheid steeds belangrijker wordt gevonden, wordt het steeds meer sturend voor het beleid in het fysieke domein. Er is dus meer aandacht nodig voor uiteenlopende onderwerpen zoals verkeersveiligheid, luchtkwaliteit, tegengaan van lichtvervuiling uit de kassen in de nacht, kwaliteit van het recreatiezwemwater en een veilige werkomgeving zonder verontreiniging. Gezondheid in de Omgevingswet
De Omgevingswet beoogt een gezonde fysieke leefomgeving te bereiken en in stand te houden. Een gezonde fysieke leefomgeving is een leefomgeving die de gezondheid van burgers beschermt en bevordert. Een leefomgeving die ervoor zorgt dat burgers niet ziek(er) worden (bescherming) en het
41
aantrekkelijk maakt om gezond(er) te worden (bevordering). In de Omgevingswet gaat het bij gezondheid niet alleen om gezondheidsbescherming in relatie tot milieufactoren maar om de gehele fysieke leefomgeving, bijvoorbeeld hoe de inrichting van de leefomgeving kan bijdragen aan gezondheidsbevordering door meer bewegen, sociale veiligheid, ruimte voor ontmoeting en minder stress. Een gezonde leefomgeving verlaagt de ziektelast en maakt een gebied aantrekkelijk voor bewoners en bedrijven om zich te vestigen. Gezondheidsbescherming
Het omgevingsrecht van vandaag de dag is met name gericht op gezondheidsbescherming. Dit uit zich in een uitgebreid normenstelsel dat bestaat uit allerlei wettelijk vastgestelde milieunormen. Dit normenstelsel moet burgers beschermen tegen bijvoorbeeld luchtverontreiniging, een slechte bodemkwaliteit of overtollig omgevingsgeluid. Het Rijk geeft ondergrenzen aan voor de bescherming van de gezondheid. Bijvoorbeeld via instructieregels of omgevingswaarden voor geluid, luchtkwaliteit, geur en waterkwaliteit. In het omgevingsplan werken deze randvoorwaarden door. De relevante aspecten van gezondheidsbescherming zijn opgenomen in het hoofdstuk Omgevingsaspecten. Gezondheidsbevordering
Naast de gezondheidsbescherming weegt de gemeente ook gezondheidsbevordering mee. De fysieke leefomgeving heeft positieve gezondheidseffecten als wordt uitgenodigd tot gezond gedrag en mensen stimuleert tot meer bewegen, gezonder te eten en elkaar te ontmoeten. Het gezond inrichten van de fysieke leefomgeving is geen garantie dat burgers de leefomgeving ook gaan benutten en hiervan uiteindelijk ook gezonder worden. Het plaatsen van een Cruyff Court in een buurt, betekent bijvoorbeeld nog niet dat de bewoners meer gaan bewegen. Al helemaal niet als het merendeel van de bewoners 65 jaar of ouder is. Gezondheidsbescherming of gezondheidsbevordering is dus maatwerk. Een gemeente zal de specifieke maatschappelijke opgave eerst moeten agenderen en vervolgens aanpakken door beleidsingrepen te realiseren die de gewenste beweging ontlokken. Dit gebeurt in de volgende stappen: *
* *
Agenderen: eerst moet duidelijk worden waar er binnen een gemeente behoefte aan is (het agenderen van de maatschappelijke gezondheidsopgaven). Welke onderwerpen zijn relevant voor het opstellen van de omgevingsvisie. Visievorming en doelen: visievorming gaat over het formuleren van eigen kernkwaliteiten en doelen als het om gezondheid gaat. Programmatische aanpak: om een passende beleidsingreep te vinden voor een gezondheidsopgave, wordt een programmatische aanpak opgesteld. Het 'gezondheidsprogramma' is verplicht als er in het omgevingsplan een omgevingswaarde is gesteld. Een gezondheidsprogramma werkt de doelen en ambities uit de omgevingsvisie nader uit en maakt die concreter.
Wat betekent dit voor het omgevingsplan
De gemeente moet scherp in beeld hebben welke risico's er (kunnen) bestaan, een risicoafweging moet maken en maatregelen neemt die de gezondheid bevorderen. Het gezondheidsbelang krijgt dan een volwaardige plaats in de integrale afweging bij (bestuurlijke) beslissingen over de fysieke leefomgeving. Door gezondheid integraal deel uit te laten maken van deze afwegingen in beleid rondom de fysieke leefomgeving kan een gezonder leefmilieu bevorderd worden. Denk bijvoorbeeld aan schonere lucht, vermindering van geluidsoverlast en meer groen in de buurt. Dit gezondere leefmilieu draagt vervolgens bij aan het bevorderen van de algemene gezondheid, maar leidt ook tot een reductie van gezondheidsverschillen tussen mensen. De crisis van 2020 heeft benadrukt dat de maatschappij kwetsbaar is en dat gezondheidskwesties ook economische gevolgen met zich mee kunnen brengen. Het heeft beleidsmakers aan het denken gezet over de inrichting van de fysieke leefomgeving. Als mensen niet meer met het openbaar vervoer durven neemt het auto- of (elektrisch) fietsgebruik toe. Terrassen hebben ineens meer ruimte nodig of misschien moeten stoepen breder of parken ruimer.
Het betekent niet dat door een crisis de hele fysieke leefomgeving anders moet worden ingericht, maar wel dat er een visie moet komen waarin is nagedacht in welke mate en ten koste van wat de maatschappij minder kwetsbaar gemaakt zou moeten worden met inzichtelijk maken van de gevolgen voor mensen, samenleving en economie.
42
Toedeling van functies die met gezondheid te maken hebben Het omgevingsplan bekrachtigt de beleidsdoelen die volgen uit het programma door (de juiste) functies aan locaties toe te delen, regels op te nemen en omgevingswaarden vast te stellen. Het omgevingsplan geeft functies aan locaties. Functies kunnen doelen zijn, zoals een gezonde leefomgeving en functies kunnen plekken zijn, variërend van bijvoorbeeld een boom tot de hele gemeente. Gezondheid kan dus op verschillende manieren concreet worden opgenomen in het Omgevingsplan. Onderstaande tabel geeft een aantal voorbeelden hoe gezondheid kan worden opgenomen in de regels: Functie
Draagt bij aan gezondheid door o.a.
Bedrijven
vastleggen milieuruimte, functiemenging
Groen groene leefomgeving, speelplekken, ontmoeten, voorkomen hittestress, fysieke en mentale ontspanning Maatschappelijk bevorderen van sociale cohesie, functiemenging, mentale gezondheid, voorkomen eenzaamheid, recreatie Sport
bewegen, sociale cohesie, ontspannen
Verkeer veilige leefomgeving, verminderen autogebruik, speelstoepen, bevorderen langzaam verkeer, optimaliseren bereikbaarheid bedrijven en voorzieningen Wonen veilige, schone, woonomgeving, privacy, gezond binnenklimaat Overig
functiemenging, rustige omgeving, schoon
6.3.4.5.1_______ Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst (GGD) Algemene doelen GGD
Door de GGD is aangegeven aan het onderstaande graag regels te willen stellen. * *
er binnen 50 meter van drukke wegen en binnen 300 meter van autosnelwegen géén gevoelige bestemmingen gerealiseerd kunnen worden; bestaande gevoelige bestemmingen binnen deze zones geen substantiële uitbreidingen of grote investeringen in locatie en gebouwen kunnen doen (bij voorkeur verhuizen naar passende locatie).
In het verlengde hiervan zouden bovendien op binnen het grondgebied van de gemeente Westland actief locaties aangegeven kunnen worden waar vestiging of uitbreiding van (gevoelige) maatschappelijke voorzieningen gewenst zijn. Houtstook Ten aanzien van houtstook is door GGD aangegeven dat hieraan regels gesteld zouden moeten worden waardoor: * *
bij weersomstandigheden of andere omstandigheden waarbij overlast verwacht kan worden houtstook in particuliere kachels, haarden en korven te verbieden; het stoken van ondeugdelijk hout in particuliere kachels, haarden en korven verboden wordt.
Verontreiniging door b edrijvigheid Het stelsel van wetgeving en vergunningen voor bedrijven ziet toe op het beperken van luchtverontreiniging door bedrijven. Door de GGD is aangegeven dat ook emissies die samenhangen met gewasbestrijdingsmiddelen en vluchtige organische stoffen actief verminderd worden. Bedoeld hierbij zijn stoffen met specifieke en soms ernstige gezondheidseffecten die in de gemeente bovengemiddeld toegepast worden. Vertaalslag
Het aspect gezondheid is vastgelegd door middel van de functies 'Groen' en 'Water'. Deze functies dragen bij aan de gezondheid. De overige aspecten van gezondheid zoals hierboven genoemd, zijn nog onvoldoende concreet uitgewerkt en worden dit vooralsnog niet in het omgevingsplan Poeldijk opgenomen.
43
6.3.4.6 Centrumplan Poeldijk In 2017 is bepaald dat er een stedenbouwkundige visie moet worden uitgewerkt voor Poeldijk Centrum. Inmiddels is er een stedenbouwkundige visie beschikbaar waaruit een voorkeursvariant is voorgelegd voor de toekomstige ontwikkelingen in Poeldijk centrum. De studie waaronder de variant is vastgesteld in de raadsvergadering van 26 mei 2020. Op hoofdlijnen houdt de variant het volgende: 1. De ontwikkeling van Voorstraat 88. Bedoeling is realisatie van een ontmoetingsplek en woningen; 2. De ontwikkelingen rond de Bartholomeus kerk. 3. Een voortzetting en exploitatie van het gebouw de Veiling. Centrumplan Poeldijk Variantenstudie (april 2020)
Onderstaand wordt alleen de voorkeursvariant behandeld voor zover dit opgenomen kan worden in het omgevingsplan. De voorkeursvariant voorziet in een Huis van de Buurt in het pand Voorstraat 88 en het faciliteren van het maatschappelijk initiatief Huis van Poeldijk. Voorstaat 88 wordt in deze variant in de huidige staat verkocht met de voorwaarde dat er op de begane grond een maatschappelijke functie wordt ingericht. De bibliotheek en Vitis kunnen hierin een plek krijgen. Op de verdiepingen is er mogelijkheid tot wonen, waarbij maatschappelijke innovatieve woonvormen de voorkeur hebben. De vorm en het programma worden overgelaten aan de initiatiefnemer, waarbij respect voor het monumentale gedeelte van het gebouw, het straatbeeld en het opvangen van parkeervraag op eigen terrein uitgangspunt zijn. De voorkeur is dat er een beeldbepalende herbouw/renovatie kan plaatsvinden, ook qua gevel. In voorliggend omgevingsplan worden deze functies mogelijk gemaakt. De Veiling blijft tijdelijk (maximaal 10 jaar) in gebruik voor verenigingen en de bibliotheek en wordt momenteel niet aan de stichting verkocht. De kleine zaal wordt conform raadsbesluit gerenoveerd. Op termijn (uiterlijk na 10 jaar,) kunnen deze maatschappelijke functies en Vitis een plek krijgen in of nabij de Voorstraat 88, centraal in de kern. De Veiling wordt nu ook gebruik voor de verhuur van zaalruimte en dergelijke.
Dit gebruik kan worden voortgezet onder het overgangsrecht van het omgevingsplan. Bij eventuele verkoop in de toekomst zal de gemeente als eigenaar moeten bezien in hoeverre aan het gebruik voorwaarden moeten worden gesteld. De initiatieven van Middin op het vlak van zorg en zorgappartementen en het burgerinitiatief Hart van Poeldijk kunnen binnen deze kaderstelling verder worden gebracht. Uitgangspunt is dat er ruimhartig wordt meegewerkt aan herbestemming van de kerk waarbij burgers initiatiefnemer zijn. Door realisatie van extra parkeerruimte nabij de kerk kan er een grote autovrije zone worden ingericht waardoor extra parkeerruimte op loopafstand wordt verkregen.
44
mm i {Ęp- ìį. Voorsttaat
Oū a»ö«* » I
Rļįsenburge^^
—
l
öasį&fifêįÄ
Afbeelding: Voorkeursvariant In het centrumplan wordt gewerkt met drie zogenaamde vaste bouwstenen. Vaste bouwstenen zijn vaste elementen die in elk variant terugkomen. Het gaat om: 1. verdichting langs de Gantelhof door bijvoorbeeld hoger te bouwen; 2. een mogelijk herontwikkeling van een terrein aan de Fonteinstraat naar woningbouw door verplaatsing van de bedrijvigheid 3. de aanpak van de locatie Witte Brug. Genoemde ontwikkelingen zijn nog onvoldoende uitgekristalliseerd om deze door te vertalen naar het omgevingsplan. De ontwikkelingen zijn volledigheidshalve genoemd in de toelichting.
6.4 Juridische planbeschrijving Dit omgevingsplan biedt een juridisch-planologische regeling voor de fysieke leefomgeving die zijn gesteld met het oog op de ambities en doelen uit de omgevingsvisie. Het omgevingsplan legt de beoogde invulling zo zorgvuldig mogelijk vast. Tevens zijn aan het gebied functies en specifieke functies toegekend met daarin de bouw- en gebruiksmogelijkheden. Een belangrijk uitgangspunt in de keuze voor de plansystematiek is de integrale benadering van de fysieke leefomgeving en de doelen en ambities uit de omgevingsvisie. De regels van het Omgevingsplan Poeldijk zijn als volgt opgebouwd: » Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen; « Hoofdstuk 2 Doelen; * Hoofdstuk 3 Functies en activiteiten; * Hoofdstuk 4 Specifieke functies en activiteiten; * Hoofdstuk 5 Algemene regels; * Hoofdstuk 6 Overgangs- en slotregels.
6.4.1
Opbouw van het omgevingsplan
Zoals is aangegeven is voor de opbouw van het omgevingsplan zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij het Toepassingsprofiel omgevingsplan (TPOD). Op basis hiervan is het Omgevingsplan Dorpscentrum Poeldijk als volgt opgebouwd: * Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen; * Hoofdstuk 2 Doelen;
45
« * * *
Hoofdstuk 3 Functies en activiteiten; Hoofdstuk 4 Specifieke functies en activiteiten; Hoofdstuk 5 Algemene regels; Hoofdstuk 6 Overgangs- en slotregels.
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
In de TPOD is opgenomen dat ieder omgevingsplan een eerste hoofdstuk heeft met het opschrift 'Algemene bepalingen'. Uitgangspunt is dat in hoofdstuk 1 'Algemene bepalingen' alleen algemene bepalingen worden opgenomen waarvan het werkingsgebied het hele werkingsgebied van het omgevingsplan is. Deze is geometrisch vastgelegd met 'overige zone'. In 6.4.2 wordt dit nader toegelicht. Hoofdstuk 2 Doelen
Opnemen van de omgevingsdoelen is facultatief. De in het omgevingsplan op te nemen doelen geven invulling aan het gemeentelijk beleid (omgevingsvisie) en aan de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet. Een gemeente is niet wettelijk verplicht om doelen in het omgevingsplan op te nemen. Als de gemeente ervoor kiest geen uitdrukkelijk gestelde doelen op te nemen, dan gelden nog steeds de maatschappelijke doelen van de wet. Voordeel van het opnemen van uitdrukkelijk gestelde doelen is dat deze stuur en richting geven aan de eventuele afwegingsruimte in de regels en dat deze gezien kunnen worden als de motivering c.q. de reden voor het stellen van regels in het omgevingsplan. Voor het omgevingsplan Dorpscentrum Poeldijk is gekozen om de doelen op te nemen. In paragraaf 6.4.3 wordt dit nader toegelicht. Hoofdstuk 3 Functies en activiteiten
In dit hoofdstuk zijn de locaties vastgelegd met de bestaande functie en is bepaald welke activiteiten binnen deze functie zijn toegestaan. In paragraaf 6.4.4 wordt dit nader toegelicht. Hoofdstuk 4 Specifieke functies en activiteiten
In dit hoofdstuk zijn de specifieke functies opgenomen die gelden naast aldaar geldende functies. In paragraaf 6.4.5 wordt dit nader toegelicht. Hoofdstuk 5 Algemene regels
In dit hoofdstuk zijn de algemene regels opgenomen die tevens gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is anders dan Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen, waarin regels over activiteiten zijn opgenomen die gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk bevat de Anti - dubbeltelregel, Algemene bouwregels en Algemene afwijkingsmogelijkheden. Hoofdstuk 6 Overgangs- en slotregels In dit hoofdstuk zijn de overgangs- en slotregels opgenomen. Dit hoofdstuk is nog gebaseerd op de huidige wetgeving (Besluit ruimtelijke ordening), waarin is bepaald dat in elk bestemmingsplan bepalingen voor het overgangsrecht opgenomen moeten zijn. Met de Omgevingswet vervalt deze vorm van overgangsrecht. In het omgevingsplan kan het overgangsrecht meer worden afgestemd op wat wenselijk is. 6.4.2
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
In Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen komen verplicht een artikel Begripsbepalingen en een artikel Meeten rekenbepalingen voor. Voornoemde artikelen kunnen alle begrippen en meet- en rekenbepalingen bevatten. Wanneer de begrippen en/of de meet- en rekenbepalingen in een bijlage zijn opgenomen wordt in het betreffende artikel verwezen naar de bijlagen. Voor het omgevingsplan is gekozen om gebruik te maken van de begripsbepalingen en meet- en rekenvoorschriften op te nemen in een bijlage. In Artikel 1 Algemeen wordt verwezen naar de bijbehorende bijlagen.
46
In Artikel 2 Verboden gebruik en activiteiten: algemeen zijn de regels opgenomen die voor heel Poeldijk gelden. Dit zijn voornamelijk de regels uit de APV. Hierbij is gekozen voor de volgende opbouw: * In artikel 2.4 zijn de verboden gebruiken en activiteiten opgenomen. De volgende gebruiken en activiteiten zijn verboden: 1. Gebruik niet-bebouwde gronden; 2. Gebruik bouwwerken seksinrichting; 3. Kamerbewoning; 4. Te koop aanbieden voertuigen en parkeren van reclamevoertuigen; 5. Voertuigen van autobedrijf en dergelijke; 6. Defecte en stankverspreidende voertuigen; 7. Parkeren kampeermiddelen en andere voertuigen; 8. Parkeren grote voertuigen; 9. Ligplaats vaartuigen; 10. Honden uitlaten; 11. Bescherming gemeentelijke houtopstand; * In artikel 2.5 is bepaald dat bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 2.4. * In artikel 2.6 is bepaald dat er maatwerkvoorschriften gesteld kunnen worden door het bevoegd gezag. In Artikel 3 Omgevingsplanactiviteiten en meldingen is één algemene bepalingen opgenomen. De algemene bepalingen betreft een regel over het onderscheid van bestaand en nieuwe bebouwing. Daarnaast zijn in Artikel 3 Omgevingsplanactiviteiten en meldingen de activiteiten opgenomen die niet mogen worden verricht zonder een omgevingsvergunning of een melding.