Tekst inspraak Commissie Wonen 021024 arbeidsmigranten huisvesting Lange Broekweg
Tekst van het document
Geachte voorzitter, raadsleden, wethouder, dames en heren, Allereerst dank voor de mogelijkheid om vandaag in te spreken en om onze brief over de ontwikkeling bij de Langebroekweg onder uw aandacht te mogen brengen. Ik heb nooit geweten hoe belangrijk het kan zijn om zelf het woord tot u te richten. Als je ergens met hart en ziel aan gewerkt hebt, en je hebt het af, dan wil je niet dat het zo beëindigd kan worden. Dan wil je in ieder geval nog een pleidooi kunnen houden voor de zaak waar je voor staat, waar we voor stonden, in de afgelopen jaren. En zo sta ik hier vandaag. De kwestie van de huisvesting van arbeidsmigranten speelt al vele jaren. Het is een bron van spanning binnen het Westland en het is een bron van spanning tussen het Westland en zijn omgeving. De economische kracht van de tuinbouw is steeds weer indrukwekkend en houdt deze kwestie onder druk. Er is veel en goed werk en het kan gedaan worden op een wijze dat velen daaraan een goede boterham kunnen verdienen. De bedrijfsmatige infrastructuur is daar op ingericht. Nu acht jaar geleden heeft het gemeentebestuur besloten om die bedrijfsmatige infrastructuur uit te dagen en marktpartijen uit te nodigen om een bijdrage te leveren aan deze kwestie: de huisvesting van meer medewerkers voor de tuinbouw, in tijdelijke, maar fatsoenlijke en beheersbare huisvesting, los van de bedrijven waar ze werken.
Wij hebben die uitdaging opgepakt en we zijn aan de slag gegaan om een project van de grond te tillen. Daarbij kwam er ook weerstand naar voren, ook rond ons project. En ik wil daar niet licht over heen stappen. Ik heb ook vrienden in het Westland, en ook vrienden die in de buurt van een Polen-hotel wonen en die daar soms last van hebben. En ik begrijp hun gevoelens en bezwaren. Maar ik heb ook jaren gewerkt bij een groot schoonmaakbedrijf, waar ik de mensen terug heb gezien, waar zij het soms over hadden. Hard werkende mensen, net als u en ik, met de wens om hun leven beter te maken en soms ook met de angst om slachtoffer te zijn van een systeem dat hen niet eerlijk behandelt. En dan heb je de twee kanten van dezelfde medaille: de huisvesting van arbeidsmigranten in een notendop. U bent aangesteld om keuzes te maken en om processen aan te sturen. Wij zijn op deze trein gestapt in de wetenschap dat het niet gemakkelijk zou worden. In de brief hebben we nog eens aangegeven dat we daarbij aan een veelheid van wensen en eisen hebben voldaan, zoals die vanuit de gemeente en de omgeving gesteld worden. Het is ons gelukt om een project de creëren dat voldoet voor de bewoners, voor de omgeving en dat ons de mogelijkheid geeft van een verantwoorde exploitatie ten behoeve van de tuinbouw-economie, waar we allemaal van leven.
BJC Vastgoed heeft veel ervaring met de realisatie en het beheer van deze locaties. Wij hebben dat bij de Uithof en op andere plaatsen laten zien. Gelukkig zien we ook dat rond de bestaande locaties zaken verbeterd zijn en tot rust komen. Onze locatie past in dat aanbod en sluit ruimtelijk ook goed aan bij de Flora-campus. Het is echt een goed plan waarin ongelofelijk veel is geïnvesteerd. Daarom vragen we u om anders dan het College voorstelt- de Verklaring van geen Bedenkingen wèl af te geven voor de arbeidsmigranten huisvesting aan de Langebroekweg. Zoals in de brief is aangegeven willen wij het plan op deze argumenten niet opgeven. We weten wat het kost in tijd en energie om tot andere nieuwe plannen te komen en de ideeën die er nu zijn zullen nog veel hindernissen moeten nemen, die wij al achter ons hebben. De argumenten die door het College genoemd worden zouden aanleiding geven voor een lichtvaardige afwijzing op slechte gronden. Wij kunnen en willen die afwijzing niet accepteren en we vragen u, om ons daarin te steunen. Ik dank u wel.
Rectificatie Raadsbrief BJC Vastgoed d.d. 30 september 2024 bladzijde 4: In de laatste zin van de eerste alinea staat “Diegenen die verder moeten dan 10 km, wat een relatief klein deel is (30 %), gaan met de fiets naar een ophaallocatie, buiten het plangebied.” Daar moet staan: “Diegenen die verder moeten dan 5 km, wat een relatief klein deel is (5 %), gaan met de fiets naar een ophaallocatie, buiten het plangebied.”
2