Schrijven Natuur westland d.d. 19-10-21 inzake Bomenkennis (G21-002092)
Tekst van het document
From: Griffie Sent: dinsdag 19 oktober 2021 08:11:14 To: Info Cc: Subject: Bomenkennis vergroten of gewoon maar doen Attachments: bz221vaneenrijk.pdf
! " # $ Beste mensen, Temeer nu de groenvisie ter tafel ligt en de ene na de andere politieke partij zich warm loopt om willekeurig hier en daar bomen te planten, zonder na te denken wat goede plekken zijn, geschikte bodem, welke (liefst inheemse) soorten daar kansrijk kunnen groeien, hoe ze de voortdurende intense kapwoede in Westland kunnen overleven om ooit boom te kunnen worden.... hierbij een unieke kans uw kennis te vergroten. De afgelopen decennia zijn niet alleen ontelbaar veel bomen in Westland zinloos gekapt, recent nog langs de Verdilaan bij het voormalige verzorgingshuis Pijletuinenhof (o.a. de fabelachtige Metasequoia die wel 1000 jaar had kunnen worden) ook zijn veel bomen aangeplant, zonder enig beleid of op een plek, zonder dat die bomen toekomst hadden. De meeste bomen die ca. 30 jaar geleden zijn geplant zijn of worden gekapt omdat het in het verleden totaal fout is gegaan met keuze en plek en plantwijze. Om over verzorging en verspilling maar te zwijgen. Geloof mij het is een treurig verhaal. Maar... er ligt nu een kans om het beter te gaan doen. Bij vergroenen spelen bomen de eerste viool, maar ook struiken, hagen, heggen, het bodemgroen en zelfs wat in de bodem zit, moeten in samenspel leiden tot een prachtig groene en biodiverse omgeving. Daar is kennis voor nodig.
Je kan niet zomaar van alles en nog wat ergens poten... Het beleid van de gemeente Westland is nu primair gericht op Veiligheid en aansprakelijkheid. Dat leidt vooral tot decoratieve boompjes in woonwijken welke nauwelijks nut hebben voor welke ecosysteemdienst dan ook. De boom zelf komt in het beleid niet voor, ik bedoel de boom als boom, als uniek object, als ecosysteem, als ecosysteemdienst... Het maakt de meesten ook niets uit welke soort boom ergens staat en of die toekomstkansen heeft. Zeker nu in verkiezingstijd telt... zie je wel, wij willen meer groen! Dat is mooi, maar wel met beleid graag. Sinds 2008 is er door de gemeente(raad) jaarlijks fors bezuinigd op de afdeling groen en op het beheerplan groen, het budget is nu lang niet toereikend om zelfs maar het minimale te doen. Ook de afdeling groen moet nodig worden versterkt met deskundig personeel, alsmede met ecologen en specialisten. De essentie is beleid dat organisch op elkaar aansluit en elkaar niet uitsluit: A een goede Omgevingsvisie (gebaseerd op Natuurinclusief bouwen en renoveren) Deze visie doet niet wat zou moeten! B een goed Omgevingsplan (schijnt in ontwikkeling te zijn, moet in 2029 klaar zijn) C een goede Groenvisie (met een groeibudget beheerplan naar ca.
3 % van de jaarbegroting) (ligt ter bespreking) D een goed groenbeheerplan (is waarschijnlijk in ontwikkeling) E een actuele Natuurwaardenkaart (Signaleringskaart natuurwetgeving; laatste versie 2009) Maar deze is nog lang niet af. Vervolgens nog een paar belangrijke afgeleiden zoals: Een bomenplan: lijst en beleid voor waardevolle en beschermde bomen, zowel particulier als gemeentelijk. Hierin ook een lijst beschermde geschenkbomen zoals koninklijke bomen Het groenbeleid sportvelden Het groenbeleid begraafplaatsen Kapbeleid en herplantingsplicht. (Hier zou bij moeten een beschermingsbeleid van bestaand groen; kappen moet zijn NEE, tenzij!) Er zou een plan moeten komen voor herplanten van historisch Westlands groen waaronder ook een Broekbos Opm. het natuurbeleid voor de kust en het Staelduinsebos daar gaat de gemeente niet over. Beiden zijn ook Natura2000 Verder zijn er nog waterbergingen en (zeer beperkte en nog niet volwaardige) ecologische zones, bijna allemaal onder het Hoogheemraadschap van Delfland En we hebben te maken met het groen langs Provinciale wegen in Westland en de overige ecologische zones. De ecologische zones zijn ook grotendeels provinciaal NNN en Hoogheemraadschap van Delfland. Belangrijk is ook dat Westland gaat participeren in het Deltaplan Biodiversiteit.
En dat natuurorganisaties en anderen echte inspraak krijgen, echt kunnen participeren, mee kunnen denken. Ik adviseer u met klem om het boeiende artikel te lezen over hoe een van de laatste echte wildebomenkenners Bert Maes. Gepubliceerd in het vakblad Boomzorg. Zie bijlage https://www.boomzorg.nl/article/36194/van-een-rijk-bomenverleden-naar-een-arme-toekomst Website van de beste wildebomenkenner van Nederland http://www.ecologischadviesbureaumaes.nl/publicaties_intro.html
Topboeken over bomen: http://www.ecologischadviesbureaumaes.nl/publicaties_boeken.html Atlas wilde bomen en struiken - Landschappelijk groen erfgoed in de provincies van Nederland en Vlaanderen Author:Bert Maes Language:Dutch Published:2021 Binding:HBK
39.95 Natuur-Westland Aad van Uffelen
‘Ik maak me zorgen over de ontbrekende kennis over wilde bomen.’
34
Boomzorg - 2/2021
INTERVIEW
13 min. leestijd
Van een rijk bomenverleden naar een arme toekomst ‘Van onze bossen bestaat drie procent uit wilde bomen, die wel beschermd worden, maar niet goed beheerd’ Van alle bossen in Nederland bestaat er nog slechts 3 procent uit wilde, authentieke bomen. Ondanks Europese afspraken, labels als Natura2000 en het feit dat elke boom een verantwoordelijke eigenaar heeft, worden deze bomen niet goed beheerd en wordt de helft met uitsterven bedreigd. ‘Bosbouw en landschapsbeheer zijn niet hetzelfde als het beheren van natuur. Er bestaan grote blinde vlekken en ik maak me daar ernstig zorgen over.’
Auteur: Heidi Peters
Utrecht Ecologisch Adviesbureau Maes.
Dit interview vindt plaats onder balken, gemaakt van een boom die gekapt is in 1379. U leest het goed: balken van bijna 650 jaar oud. We zitten in het oudste deel van de woning annex werkruimte van Bert Maes van Ecologisch Adviesbureau Maes. Maes is taxonoom – soortenkenner – van bomen. Al meer dan vijftig jaar woont en werkt hij in het centrum van Utrecht in een pand van 700 jaar oud. Rondkijkend in de werkkamer zie je heel veel boeken en naslagwerken, tegen die achtergrond van dikke stenen muren van honderden jaren oud. Maes is de enige taxonoom in Nederland met deze kennis over boomsoorten. Dat baart hem zorgen: ‘Er bestaat een soort blinde vlek als het om bomen gaat. Mensen nemen domme besluiten. Hierdoor gaat er natuur- en cultureel erfgoed verloren.’ Ondeugdelijke opleiding Maes: ‘Ik heb in mijn leven al honderden monumentale bomen omgehakt zien en horen worden. Bomen van 300 jaar en ouder. Zeventiendeeeuwse bomen hebben we al bijna niet meer. De laatste zeventiende-eeuwse laan in Haarlem is in 1960 omgehakt. Achttiende-eeuwse lanen zijn er ook al niet veel meer. Hier om de hoek, in Utrecht, stonden tot voor kort nog iepen uit de late achttiende eeuw. Die waren zogenaamd gevoelig voor iepenziekte. Door de slechte verzorging gingen ze achteruit en toen zijn ze omgehakt. Eerst waren het er tien, toen negen en ga maar door. Nu zijn ze allemaal weg.
Ik maak me dus ook grote zorgen over de boomverzorging; ik heb er grote moeite mee. Kroonreductie is het ergste wat er is, met alle inrotting van dien. De opleiding tot boomverzorger deugt niet. Ga uit van de boom en vraag je af: hoe zet ik die boom in zijn kracht? Ga niet zomaar zagen. Dat komt ook vaak door de opdrachtgevers; die denken in termen van verzekering en aansprakelijkheid. Maar niet alleen dat. Er zijn ook mensen die vinden dat je bomen moet verjongen. Of dat je de rest ook
moet omkappen als er in een laan een boom uitvalt. Nee! Niet doen. Vervang die ene boom die uitgevallen is; plant er een nieuwe. Zo behoud je de uitstraling van de laan en de oude bomen.’ Wilde bomen in kaart Wilde bomen behoren tot de kernactiviteit van het adviesbureau, wilde, autochtone bomen die na de ijstijd zijn gekomen. Maes houdt zich voornamelijk bezig met inventarisatie, ook op buitenplaatsen en in parken. Hij kijkt wat er nog is en adviseert vervolgens wat er mogelijk is met die bomen. Maes: ‘Er zijn twee van dit soort kleine bureaus in ons land. We hebben weinig tot geen concurrentie en dat baart me zorgen. We moeten uitwijken naar België voor het inhuren van mensen. In Nederland kunnen we geen mensen vinden die nog wilde bomen kennen en herkennen. Biologen kijken vooral naar kruiden. Voor wilde bomen bestaat geen opleiding in Nederland; je kunt het nergens leren.’ Lindebomen ‘Ik had altijd al iets met bomen, vooral lindebomen. Linden zijn zo interessant. De dikste bomen zijn lindebomen. In Nederland staan hier en daar nog dikke lindes uit de zeventiende eeuw. Op het bordje erbij staat dan vaak dat het een duizendjarige linde is. Ik was de eerste in Nederland die de echte leeftijd kon schatten op grond van jaarringen van lindebomen. Dat kwam doordat ze nogal eens werden omgezaagd; dan kun je de jaarringen tellen.
In Duitsland vind je lindebomen waarmee je deze kamer kunt vullen, onvoorstelbaar groot. Dus ben ik me gaan verdiepen in linden en de diverse soorten. Jaren geleden was ik betrokken bij Kritisch Bosbeheer, een groep mensen die zich zorgen maakten over wat er gebeurde met onze bossen. Het ging meestal om houtteelt, om bosbouw. Men was eigenlijk niet bezig met bosnatuur, ook niet binnen de natuurbescherming.’
www.boomzorg.nl - 2/2021
35
Zo’n dertig jaar geleden kreeg Maes opdracht van de Rijksoverheid om een rapport te maken over de plaats en toestand van inheemse bomen in Nederland. Maes: ‘Dat leek me een klusje voor een weekend. Maar dan ga je je afvragen wat wilde bomen zijn, of ze nog bestaan en waar ze staan. Zo ben ik op het spoor gezet van wilde bomen. Want wanneer is een boom een wilde boom? Je kunt niet zomaar aan een eik zien of deze ooit geïmporteerd is of echt wild is. Aan welke criteria moet een boom voldoen om tot de wilde bomen gerekend te worden? Met de kennis die ik inmiddels had opgedaan over lindes, had ik ongemerkt een soort blauwdruk in handen die hielp bij het kijken naar bomen. Daarbij stelde ik mezelf vragen als: welke variëteiten zijn er, wat zijn cultuurvariëteiten, wat zijn monumentale lindes en waar staan nog wilde? Ik heb ontdekt dat de allerdikste linde in Nederland, met een omtrek van 8 meter, in Sambeek, geen wilde linde is maar een cultivar. Tot mijn grote verbazing! Maar wel heel waardevol als cultuurhistorisch erfgoed en voor de belevingswaarde.’ Boomkwekerijgeschiedenis In de nationale herbaria bleek slechts 20 procent van de lindes goed gedetermineerd, op naam gebracht.
Maes zocht uit wie er in Nederland verIn mei 2021 verschijnt van Adviesbureau Maes een uitgebreid standaardwerk met per provincie (van Nederland en Vlaanderen) de belangrijkste oude boskernen, houtwallen en heggen met wilde bomen en struiken. Het boek heeft ruim 700 pagina’s. De titel luidt: ‘Atlas wilde bomen en struiken; landschappelijk groen erfgoed in de provincies van Nederland en Vlaanderen.’
‘Bosbouw en natuurbossen zijn twee verschillende werelden’ stand heeft van lindes; er bleek niemand te zijn. In Engeland wel. Hij nam contact op met Donald Pigott, die veel onderzoek heeft gedaan naar lindes en er vele boeken over heeft gepubliceerd. Inmiddels is deze Engelse taxonoom 92 jaar. Vorig jaar publiceerde hij nog een boek over de zomerlindes van Engeland. Maes: ‘Wat blijkt: Nederland had in de zestiende en zeventiende eeuw een fantastische boomkwekerij. Engeland bleek vol te staan met uit Nederland geïmporteerde lindes. Later kwam ik in contact met Rune Bengtsson uit Zweden. Hij vond tijdens zijn onderzoek een bonnetje uit 1600 voor de aankoop van Nederlandse lindebomen voor Zweden. Er was destijds sprake van een gigantische export: naar Rusland, de Baltische staten, Engeland, Zweden; in al die landen staan Nederlandse lindes. Als je die wilt zien, moet je dus naar het buitenland, want wij hebben ze bijna allemaal omgehakt.’ Geschiedenisles In Tilburg stond op het stadsplein een prachtige linde; uit onderzoek was gebleken dat deze genetische verwantschap vertoonde met een Vlaamse linde. In 1675 was er een zware storm, waardoor onder andere het schip van de Domkerk in Utrecht beschadigd raakte, maar ook vele bomen omwaaiden. In die jaren zijn er dus heel veel nieuwe bomen geplant. Dat zijn de zeventiende-eeuwse lindes, die er helaas bijna niet meer zijn.
‘Dat is interessante geschiedenis, die helpt om bomen te determineren’, vervolgt Maes. ‘Ik kreeg een opdracht in Oud-
De ene hazelaar is de andere niet. Deze hazelnoten van soms 5000 jaar oud hebben hun eigen specifieke kenmerken.
36
Boomzorg - 2/2021
Bussum. Daar zag ik een linde staan en ik dacht meteen aan Tilburg. We hebben het DNA laten onderzoeken en inderdaad, verschillende bomen in Vlaanderen, Tilburg en Oud-Bussum bleken te matchen. Daar zit een zo rijke geschiedenis achter; dat is heel bijzonder. Maar ja, biologen hebben moeite met bomen en dat baart me grote zorgen. Ook boomverzorgers zijn onhandig met bomen; die reduceren boomkronen of zagen ze om. Maar daar kunnen we het een andere keer nog wel over hebben. Inmiddels heeft Rune Bengtsson zo’n twintig verschillende variëteiten van hybride cultuurlindes vastgelegd. En dan hebben we het alleen nog maar over de linde.’ Goed kijken ‘Voor ik kon beginnen met het veldwerk om wilde bomen op te sporen in opdracht van het ministerie, moest ik veel meer kennis vergaren. Vervolgens ben ik naar allerlei achterafplekjes in Nederland gegaan, op basis van oude kaarten. Het resultaat van dertig jaar onderzoek is opgenomen in GIS-kaarten. Het interessante is dat deze kaart wordt gefaciliteerd door het Rijksinstituut voor het Cultureel Erfgoed, niet door ecologen. Het moet uit de cultuurhistorie komen, kennelijk. Volgens hen is het erfgoed wat ik inventariseer; dat moest ik in kaart brengen. Deze kaart is overigens voor iedereen te raadplegen in de publicatie ‘Atlas van het landschappelijk groen erfgoed van Nederland’ of op internet: www.ecologischadviesbureaumaes.nl.
Waarom dit belangrijk is? Vanwege de authen-
Zeldzaam bos met wilde Taxus in de Achterhoek bij Winterswijk (Gld.)
INTERVIEW ticiteit. Als de Nachtwacht wordt gerestaureerd, of de Domtoren, wordt eerst onderzocht hoe die is opgebouwd, uit welke elementen en soorten. Dan wordt die, althans de laatste vijftig jaar, zo authentiek mogelijk gehouden. In het landschap bestaat het denken in authenticiteit niet. Er wordt een bos omgevormd of zelfs grotendeels gesloopt en een nieuw bos “gemaakt”. Dat bestaat helemaal niet. Je kunt wel bomen planten, maar geen bos maken. Biologen denken teveel in termen van pionieren, ontwikkeling en climaxvegetatie. Dat zijn abstracties. Ik heb geleerd: kijk nou eerst eens wat er is aan bomen en struiken. Dat heb ik ook wel geleerd door dit oude huis, kijken en blijven kijken. En dan zie je: die muren hadden in die tijd dat metselverband, dit zijn balken uit 1379, daar horen die sleutelstukken bij, de trap is uit de rococotijd, uit 1776. Gewoon kijken. Observaties en vakgebieden met elkaar verbinden; dan wordt het interessant. Er zijn 5000 jaar oude hazelnoten gevonden. Vergelijk die maar eens met de huidige hazelnoten; dan zie je dat er allemaal verschillende soorten zijn met verschillende nappen.’ (zie foto) Wilde bomen ‘Hoe ontdek je wat wilde bomen zijn? Dat is inmiddels ons vak geworden. Zo’n 70 procent van Nederland is nu in kaart gebracht.
Vlaanderen wilde het hele gebied dekkend in kaart gebracht hebben; daar hebben we samen met twee Vlaamse bureaus tien jaar aan gewerkt. Er zijn twee bureaus in Nederland die dit onderzoek en veldwerk doen en twee in Vlaanderen; dat is het. Hopelijk is er iemand die zich door dit artikel geroepen voelt om zich ook hierin te gaan verdiepen.’
bossen waren. Is daar nu nog steeds bos, dan ga je er kijken. Soms zie je dan nog relicten van oude bossen. Vind je bosanemonen in een bos, dan weet je: dit is een oud bos. Zie je een meerstammige boom, dan weet je dat het om een oud houthakrelict gaat. Zo filter je een gebied uit. Hiervoor hebben we een soort checklist met kenmerken ontwikkeld. Vinden we iets, dan maken we een rapport en geven we natuurlijk een advies. Dat wordt meestal niet opgevolgd, soms met het gevolg dat een specifieke soort uitsterft. Er is eenvoudigweg geen of te weinig aandacht voor bomen; het is een blinde vlek. Nog steeds zie je dat daardoor overal in Nederland soorten uitsterven. Natuurlijk hebben wij ons afgevraagd hoe dat nu kan. Kijk je naar onderzoeksrapporten van voor de oorlog, maar ook van daarna, dan zie je dat de bosbouw een zwaar element is in het natuurbeheer van bossen. Dat heeft tot op de dag van vandaag grote invloed, heel anders dan bijvoorbeeld bij wilde kruiden zoals de blauwe korenbloem.’ Beschermde bossen en lanen ‘De meeste belangrijke gebieden – zo’n 80 procent van de oude bossen – zijn beschermd. Maar die beschermde bossen bieden geen directe bescherming voor bomen en struiken. Het rijk of de gemeente, een landgoedeigenaar, Natuurmonumenten, voor elke boom is altijd
iemand verantwoordelijk als eigenaar. Er worden bureaus ingeschakeld die beheerplannen maken en uitvoerders die deze vervolgens uitvoeren. Een voorbeeld: in een laan van pakweg 150 jaar oud is de helft van de bomen uitgevallen, maar er staan best nog wat oude bomen. Dan komt er een landschapsarchitect met een esthetische blik en die adviseert, net als Natuurmonumenten en de stichting Landschappen vaak doen, om allemaal dezelfde jonge bomen te planten. Dus komt er een flutlaantje met flutbomen. Zeventiendeeeuwse lanen hebben we niet meer, achttiendeeeuwse worden al uiterst zeldzaam. Als je een negentiende-eeuwse laan laat staan, doe je daar niemand kwaad mee. Doe nou eens creatief en kijk hoe je ze kunt laten staan in plaats van omhakken. Een boom is een heel ecosysteem met insecten, paddenstoelen. Hak je zo’n boom om en plaats je een nieuwe, dan moet dat systeem zich weer helemaal opnieuw ontwikkelen. Gaat er in een oude laan een boom om, vervang die dan direct door een nieuwe boom. De laan wordt dan nog steeds ervaren als een oude laan en het ecosysteem blijft bewaard. Het gekke is dat ecologen dat systeem hebben overgenomen en ook vooral naar dat esthetische kijken.’ Authenticiteit ‘Oude lanen geven informatie over plantafstanden in een bepaalde periode, over kroon-
‘Kroonreductie is het ergste wat je met een boom kunt doen’
Maes legt uit hoe het werkt: ‘Je legt de kaart van 1850 op de kaart van nu. Dan zie je waar vroeger
Uitgegroeid hakhout van een oude zomereik in de Loonse en Drunense Duinen (N.-Br.)
Zeer zeldzame berijpte viltroos in de Noordelijke Friese Wouden – het laatste exemplaar (Fr.)
www.boomzorg.nl - 2/2021
37
De grootvruchtige meidoorn in het potkleigebied van Roden en Norg (Dr.)
‘De helft van de soorten wilde bomen wordt met uitsterven bedreigd’ behandelingen, over bepaalde variëteiten. Als ze worden verwijderd, is dat allemaal ineens weg! Dan wordt bij wijze van spreken het tuincentrum opgebeld en worden er lindes besteld. Bij allerlei organisaties gaat dat zo, terwijl er zoveel soorten lindes zijn met zoveel variëteiten. Ook in onze topnatuurbossen worden tuincentrumlindes geplaatst. Dat zijn verder prima bomen, maar vanuit de authenticiteit bekeken gaat er zo veel verloren. Aanplanten, dat doet we graag. Daarbij kijken we niet naar de historie en hoe interessant de bossen al zijn. Zelfs bij Staatsbosbeheer is er veel te weinig draagvlak voor de bescherming van wilde bomen. Men dacht lang, en eigenlijk nog steeds, dat natuurbossen en houtkap samen kunnen gaan, maar dat is niet zo; het zijn totaal verschillende werelden. Landschapsarchitecten hebben ook een andere kijk op natuurbossen; zij kijken vanuit de esthetiek, niet vanuit de natuur en cultuurhistorie. Het lijkt wel of alle ecologen in slaap gevallen zijn. Van nature ben ik een optimist, maar ik word hier soms wel beroerd van.’ Niet klimaatslim Maes hoeft maar een blad open te slaan om een voorbeeld te tonen van wat hij bedoelt. ‘Dit is een tijdschrift voor biologen, over het plateaubos in Zuid-Limburg.
Ecologen schrijven daarin een lovend artikel over hoe fantastisch het wintereikenbeukenbos in Zuid-Limburg is. Vanwege de kruiden! In datzelfde artikel staat een vergelijkbaar verhaal als hierboven. De boel wordt daar
38
Boomzorg - 2/2021
gewoon om zeep geholpen: men wil daar de grauwe abeel gaan poten. Een invasieve exoot en rivierbegeleidende soort. Die hoort daar absoluut niet thuis. Hoe krijg je het bedacht, vraag ik me dan af. Ook daar hebben we het over een topbos. Hoe komt dat? De biologen kijken alleen naar de kruiden; ze kijken niet omhoog! Men zit zo in de fuik van de bosbouw en de kruiden, ze zien het niet.’ Maes vervolgt: ‘Dan het Vakblad Natuur, Bos, Landschap. Eén vakblad voor deze drie vakgebieden, dat kan eigenlijk al niet. Maar goed, een voorbeeld. In Drenthe is een fantastisch bos, het Lieverder Noordbos. Topnatuurbos, ook opgenomen in de Bosvisie van Staatsbosbeheer als bosparel. Nu is er een voorstel gedaan om dit bos robuuster te maken en om de omliggende graslanden vol te planten met bomen. Dat is op zich niet zo gek; op oude kaarten is te zien dat dit vroeger ook bos was. Maar kijk nu eens naar dat lijstje van wat men er wil aanplanten: winter- en zomereik, winterlinde, gewone esdoorn, haagbeuk, zoete kers, zachte berk, ratelpopulier en wilde appel. Wat er al in dit bos staat, behoort tot de 3 procent resterende wilde bomen. Er staat 24 soorten flora die tot de wilde soorten gerekend kunnen worden; dat is best uniek. Wat zetten ze er dan bij? Wintereik hoort helemaal niet op die bodem thuis. Zomereik wel, maar dan moet je wel de wilde gebruiken.
De winterlinde zou hier thuis kunnen horen, 8000 jaar geleden. Haagbeuk
Oude boskern op de Sint-Jansberg (Noord-Limburg) met uitgegroeid hakhout van beuk en wintereik
komt in Drenthe niet voor. De gewone esdoorn is hier een zeer invasieve exoot; dat is een rampsoort. Deze wordt aanbevolen als de boom van de toekomst. Vreselijk! Als je een esdoorn bestelt, kun je een van de vier soorten krijgen, de hybride soort of zelfs een sieresdoorn. Van de esdoorn is zo weinig taxonomische kennis, dat je niet eens automatisch de wilde esdoorn krijgt. Die vind je alleen in Zuid-Limburg; die hoort in Drenthe absoluut niet thuis. De zoete kers is ook een exoot, hier. De wilde appel staat hier ook; dat is een goede keuze. De ratelpopulier hoort er ook thuis, maar die staat er al zo massaal; die moet je eerder in toom houden. Wat je moet doen in zo’n geval is goed kijken hoe zo’n bos in elkaar zit. Maar aan dit plan ligt geen onderzoek ten grondslag. Staatsbosbeheer heeft inmiddels besloten nog nader naar de voorgestelde nieuwe bosuitbreiding te gaan kijken.’ Het bureau van Maes heeft – gratis – twee derde van de bossen geïnventariseerd. ‘Omdat we dit zelf graag wilden weten: hoe zit het bos in elkaar qua boomlaag? Wat zijn de plussen en de minnen? Hoe zit het met de lichtstelling? Zijn er exoten in dit topbos die je er misschien niet wilt hebben? De aanplant van bomen kan een oplossing zijn, maar je moet erover nadenken. Stel dat je gaat aanplanten; dan moet je twee dingen doen. Ten eerste moetje 30 meter van de oude bestaande bosrand blijven.
Aan de rand van dit bos staan juist de kwetsbare lichtminnende soorten. En ten