CConstaterende datWestland
Koppel je AI →
Document · PDF

Ruimtelijke onderbouwing

Gemeenteraad 27 maart 2024, gemeente WestlandBij agendapunt: Voorstel tot terinzagelegging van de ontwerp verklaring van geen bedenkingen Nieuweweg naast 58 te Poeldijk13.083 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

NIEUWEWEG 58A POELDIJK Ruimtelijke onderbouwing

Gemeente Westland

Status:

Versie-2

Projectnr:

22-008

Datum:

23 januari 2024

COLOFON ▪ Titel

▪ Nieuweweg 58A Poeldijk

Onderdeel

Ruimtelijke onderbouwing

Projectnummer

22-008

Status

Versie-2

Datum

23 januari 2024

Opdrachtgever

Ultim Real Estate

Auteur

Ralf Buelens (BUELENS Ruimte)

INHOUD 1

2

3

4

5

INLEIDING

1

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

1 1 2 3 3

Aanleiding Ligging plangebied Vigerende bestemmingsplan Procedure Leeswijzer

PLANBESCHRIJVING

4

2.1 2.2

4 5

Bestaande situatie Toekomstige situatie

BELEID

6

3.1 3.2 3.3

Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid

8 10 13

OMGEVINGSASPECTEN

17

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10

17 17 18 19 23 24 24 26 27 32

Archeologie en cultuurhistorie Bedrijven en milieuzonering Bodem Natuur Externe veiligheid Wegverkeerslawaai Luchtkwaliteit Verkeer Water Milieueffectrapportage

UITVOERBAARHEID

35

5.1 5.2

37 37

Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid

1

INLEIDING

1.1

Aanleiding

Het voornemen bestaat om op de locatie aan de Nieuweweg 58A drie twee-onder-een-kapwoningen (zes wooneenheden) te realiseren. De bestaande woning met bedrijfsgebouw wordt gesaneerd. Het initiatief past niet binnen de kaders van het vigerend bestemmingsplan. Om het initiatief planologisch mogelijk te maken wordt een omgevingsvergunningprocedure voor ‘handelingen in strijd met de regels ruimtelijke ordening’ doorlopen zoals bedoeld in artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Ten behoeve van deze omgevingsvergunning dient te worden aangetoond dat wordt voldaan aan een goede ruimtelijke ordening. Voorliggend ruimtelijke onderbouwing voorziet hier in. In deze ruimtelijke onderbouwing wordt toegelicht dat het initiatief past binnen het ruimtelijke beleid van de diverse overheden en niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening.

1.2

Ligging projectgebied

Het projectgebied ligt ten noorden van de kern Poeldijk, direct tegen de N211 (Nieuweweg) en het bedrijvenpark ABC Westland. Op afbeelding 1.1 is een luchtfoto van de omgeving weergegeven. Met rode stip is de ligging van het projectgebied aangegeven.

Nieuweweg

Bedrijvenpark ABC Westland

Afbeelding 1.1: Ligging van het projectgebied

23 januari 2024

1

ROB Nieuweweg 58A

1.3

Vigerend bestemmingsplan

Voor het plangebied vigeert het bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein ABC Westland 1ste herziening’. Dit bestemmingsplan is op 26 april 2017 vastgesteld door de gemeenteraad. Op afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan weergegeven. Met rood is de grens van het projectgebied aangegeven.

Afbeelding 1.2: Uitsnede verbeelding vigerend bestemmingsplan

Aan het projectgebied is de bestemming ‘Wonen’, ‘Bedrijf’ en ‘Tuin’ toegekend. Daarnaast geldt er een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’en ‘Waterstaat – Waterkering’. Binnen de bestemming ‘Wonen’ is een woning toegestaan. De maximale goot- en bouwhoogte van de woning bedraagt 6 respectievelijk 10 meter. De Inhoud van het hoofdgebouw van de woning bedraagt maximaal 750m3. Binnen de bestemming ‘Tuin’ zijn tuinen bijbehorende de woning toegestaan. Met uitzondering van erkers zijn er geen gebouwen toegestaan. Binnen de bestemming ‘Bedrijf’ zijn bedrijven met een maximale milieucategorie 2 toegestaan. Gebouwen zijn toegestaan binnen het bouwvlak met een maximale goot- en bouwhoogte van 3 respectievelijk 4 meter. De dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' is opgenomen ten behoeve van het behoud en de bescherming van de archeologische waarden in de grond. De dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering’ is toegekend ter bescherming en instandhouding van de waterkering en de waterbeheersing. Strijdigheid Nieuwe woningen zijn niet toegestaan binnen de bestemming ‘Bedrijf’. Daarnaast passen de woningen niet binnen het huidige bouwvlak van de bestemming ‘Wonen’.

23 januari 2024

2

ROB Nieuweweg 58A

1.4

Procedure

Volgens artikel 2.1 lid 1 sub c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is het verboden om zonder omgevingsvergunning gronden te gebruiken in strijd met een bestemmingsplan. Mogelijkheid tot afwijking van het bestemmingsplan Artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3 van de Wabo geeft aan dat een omgevingsvergunning kan worden verleend voor gronden of bouwwerken te gebruiken in strijd met een bestemmingsplan, ’indien de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat’.

1.5

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 staat de huidige en toekomstige situatie van het projectgebied beschreven. Hoofdstuk 3 bevat een samenvatting van het actuele beleidskader dat relevant is voor het initiatief. Hierbij wordt ingegaan op rijks, provinciaal en gemeentelijk beleid. Vervolgens wordt het initiatief in hoofdstuk 4 getoetst aan relevante omgevingsaspecten. Tot slot volgt in hoofdstuk 5 een beschrijving van de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid.

23 januari 2024

3

ROB Nieuweweg 58A

2

PLANBESCHRIJVING

2.1

Bestaande situatie

Het projectgebied is gelegen aan de Nieuweweg 58A te Poeldijk. Het perceel is kadastraal bekend als gemeente Monster, sectie K, nummer 8018. Het heeft een oppervlakte van ca. 1.857m2. Op afbeelding 2.1 is de grens van het projectgebied met rood aangegeven.

Afbeelding 2.1: Bestaande situatie

Het projectgebied ligt in een cluster van woningen. Aan de noordwestzijde wordt het begrensd door de Nieuweweg (N211) en aan de zuidoostzijde door De Zuyt Bruyn. De Zuyt Bruyn is een ontsluitingsweg voor de achterliggende woningen. Deze weg is in eigendom van de bewoners aan de Zuyt Bruyn. Op het perceel staat een woning en een bedrijfsgebouw. Deze bebouwing is niet meer in gebruik en verkeerd in zeer slechte staat. Ten behoeve van het bedrijfsgebouw zijn een vijftal parkeerplaatsen aanwezig op het perceel. Het projectgebied wordt ontsloten via een in- en uitrit op de Nieuweweg. Op afbeelding 2.2 zijn een aantal foto’s van de bestaande situatie weergegeven.

23 januari 2024

4

ROB Nieuweweg 58A

Woning en bedrijfsgebouw

De Zuyt Bruyn

Parkeerplaatsen

Afbeelding 2.2: Foto’s bestaande situatie

2.2

Toekomstige situatie

De bestaande opstallen worden gesloopt. Hiervoor in de plaats worden zes woningen gerealiseerd. Op afbeelding 2.3 is de nieuwe situatie weergegeven.

23 januari 2024

5

ROB Nieuweweg 58A

Afbeelding 2.3: Nieuwe situatie

De woningen Er worden drie twee-onder-een kapwoningen van twee bouwlagen met een kap gerealiseerd. De bebouwing sluit goed aan op de bestaande stedenbouwkundige structuur. De oriëntatie van de woningen is gericht op de Nieuweweg. Vanwege de hoge geluidbelasting van de Nieuweweg worden de woningen voorzien van een berging/ garage. Hierdoor ontstaat er een geluidswal voor de achterliggende woningen. Op afbeelding 2.4 een impressie van de nieuwe woningen weergegeven.

Afbeelding 2.4: Dwarsprofiel

De maximale goothoogte van de nieuwe woningen bedraagt 5,7 meter en de maximale nokhoogte 10,5 meter. De hoogte van de berging bedraagt 3,3 meter.

23 januari 2024

6

ROB Nieuweweg 58A

Ontsluiting De bestaande in- en uitrit wordt een inrit. Deze wordt smaller gemaakt. Er worden nieuwe grasbetontegels toegevoegd. Deze grasbetontegels blijven vrij van geparkeerde auto’s zodat er een goed overzicht ontstaat. Zowel voor de fietsers, voetgangers als het autoverkeer. Er wordt een extra uitrit aan de Nieuweweg toegevoegd. Keren is niet meer mogelijk. Er is sprake van éénrichtingsverkeer op de nieuwe parallelweg. Hierdoor ontstaan er geen verkeersonveilige manoeuvres en is er een duidelijke in- en uitgang wat het overzichtelijk maakt. Ook naast de nieuwe uitrit blijven de grasbetontegels behouden. Dit zijn geen parkeerplaatsen. Voor de nieuwe uitrit dient 18 m² aan grasbetontegels te worden gesaneerd. Deze worden bij de bestaande inrit (20 m²) gecompenseerd. Het bestaande trottoir en het fietspad lopen ononderbroken door over de in- en uitrit vanwege de functie en de herkenbare aansluiting. Aan beide zijden van de ontsluiting vindt langsparkeren plaats. Ook op de individuele woonpercelen wordt voorzien in parkeren.

23 januari 2024

7

ROB Nieuweweg 58A

3

BELEID

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld als rijksstructuurvisie. De NOVI vervangt onder andere de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De NOVI is de langetermijnvisie voor een duurzame fysieke leefomgeving in Nederland. Nederland staat voor een aantal urgente maatschappelijke opgaven, die zowel lokaal als regionaal, nationaal en internationaal spelen. Grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland flink veranderen. Nederland heeft een lange traditie van zich aanpassen. Deze opgaven worden benut om vooruit te komen en tegelijkertijd het mooie van Nederland te behouden voor de generaties na ons. De NOVI biedt een perspectief om deze grote opgaven aan te pakken, om samen Nederland mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. Omgevingskwaliteit is het kernbegrip: dat wil zeggen ruimtelijke kwaliteit én milieukwaliteit. Met inachtneming van maatschappelijke waarden en inhoudelijke normen voor bijvoorbeeld gezondheid, veiligheid en milieu. In dat samenspel van normen, waarden en collectieve ambities, stuurt de NOVI op samenwerking tussen alle betrokken partijen. De NOVI heeft de maatschappelijke opgaven samengevat in 4 prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie; 2.

Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio's; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Onder deze prioriteiten hangen 21 nationale belangen die het lokale, regionale en provinciale niveau overstijgen. Deze belangen hebben onder andere betrekking op het realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit, zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op woonbehoeften, het beperken van klimaatverandering, et cetera. De verantwoordelijkheid van het omgevingsbeleid ligt voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen, waardoor inhoudelijke keuzes in veel gevallen ook het beste regionaal kunnen worden gemaakt. Met de NOVI wordt het proces in gang gezet waarmee de keuzes voor de leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Tot het moment dat de Omgevingswet in werking treedt geldt de omgevingsvisie als structuurvisie en zijn ruimtelijke belangen geborgd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Beoordeling Voorliggend initiatief betreft een ontwikkeling van beperkte omvang binnen een bestaand stedelijk gebied. Het initiatief is niet strijdig met de rijksbelangen en past binnen de kaders van de NOVI.

3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) vormt een vertaling van de planologische rijksbelangen uit de SVIR in instructieregels voor provincies en gemeenten. Dat betekent dat het Barro regels geeft over bestemmingen en het gebruik van gronden en bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Daarnaast kan het Barro aan de gemeente opdragen om in de toelichting bij een bestemmingsplan bepaalde zaken uitdrukkelijk te motiveren.

23 januari 2024

8

ROB Nieuweweg 58A

Op 30 december 2011 is de eerste tranche van het Barro in werking getreden. Deze eerste tranche van het Barro bevat een vertaling van het geldende planologische beleid dat bedoeld was om op lokaal niveau in bestemmingsplannen te worden verwerkt. De vastgestelde onderdelen van het Barro Ruimte hebben betrekking op ondermeer het kustfundament, de grote rivieren, de ecologische hoofdstructuur en het Project Mainportontwikkeling Rotterdam (PMR). Op 1 oktober 2012 is de tweede tranche van het Barro in werking getreden. Deze tranche vormt een vertaling van nieuw ruimtelijk beleid van het Rijk, dat eerder is vastgelegd in o.a. de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en de MIRT-agenda's. Dit deel van het Barro bevat regels voor onder meer radarverstoringsgebieden, militaire terreinen, bescherming van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, reserveringsgebieden voor nieuwe hoofdwegen en spoorlijnen en reserveringsgebieden voor uitbreiding van enkele bestaande hoofdwegen. Een aantal onderwerpen is geregeld in de bij het Barro behorende Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro). Relevante regels In het Barro zijn geen regels opgenomen die betrekking hebben op het projectgebied. Het initiatief past binnen de kaders van het Barro.

3.1.3

Besluit ruimtelijke ordening (Bro)

Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) bevat een uitwerking van bepalingen uit de Wet ruimtelijke ordening (Wro). In het Bro is onder meer het volgende opgenomen: • de verplichting om ruimtelijke visies, plannen, besluiten, verordeningen of algemene maatregelen van bestuur digitaal ('electronisch') beschikbaar te stellen. Alle ruimtelijke plannen zijn te vinden op ruimtelijkeplannen.nl. Er is overgangsrecht opgenomen in het Bro; • de vormgeving en inrichting van ruimtelijke plannen en dergelijke; • gedetailleerde bepalingen over de inhoud van een bestemmingsplan; • overgangsrecht voor bestaande gebouwen, bouwwerken of bestaand gebruik; BP Noord Aa 2C 13 18-0365 • de procedure voor het afhandelen van een planschadeverzoek; • bepalingen over het exploitatieplan en subsidieregelingen. Relevante regels In het Bro is de Ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen (artikel 3.1.6 lid 2). De Ladder is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik. Het doel van de ladder is een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Wanneer een ruimtelijk plan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt dient het initiatief te worden getoetst aan de ladder. De ladder heeft betrekking op ontwikkeling van woningbouw, kantoren, bedrijven, detailhandel en andere stedelijke voorzieningen.

Een ruimtelijke onderbouwing dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. Beoordeling Er worden zes nieuwe woningen gerealiseerd. Omdat er al één woning aanwezig is binnen het projectgebied worden er vijf woontitels toegevoegd. Gelet op de uitspraak van de Raad van State op 24 december 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:4720) kan worden geconcludeerd dat het initiatief te klein is om te spreken van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De uitspraak gaat over een bestemmingsplan dat het inpassen van acht woningen mogelijk maakt. Hierbij oordeelde de Raad van State dat een dergelijke kleinschalige ontwikkeling niet gezien kan worden als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.1.6 Bro.

23 januari 2024

9

ROB Nieuweweg 58A

Omdat het toevoegen van vijf woontitels niet wordt gezien als een stedelijke ontwikkeling hoeft niet te worden getoetst aan de ladder.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie Zuid-Holland (geconsolideerde versie maart 2022)

Het omgevingsbeleid Zuid-Holland is op 1 april 2019 in werking getreden. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en een Omgevingsverordening. Omdat onderdelen uit het Programma ruimte naar het visiedeel zijn omgezet, is het resterende deel hiervan nu onderdeel van het Omgevingsbeleid. Het gehele Omgevingsbeleid is alleen redactioneel gewijzigd, de beleidsinhoud is niet veranderd. Het beleid is eenvoudiger, transparanter en toegankelijker gemaakt voor initiatiefnemers in Zuid-Holland. Al het sectorale beleid is samengevoegd in een digitaal systeem, dubbele teksten zijn er uit gehaald en samenhang is inzichtelijker gemaakt. Hiermee is een einde gekomen aan sectorale visies en nota's. Het beleid kan nu modulair worden aangepast en daarmee kan het Omgevingsbeleid doorontwikkeld worden richting inwerkingtreding van de Omgevingswet. Met het samenbrengen van verschillende beleidsplannen voor de fysieke leefomgeving tot één integraal Omgevingsbeleid sorteert de provincie voor op de Omgevingswet. De Omgevingswet verplicht provincies om één Omgevingsvisie en een Omgevingsverordening te maken.

De Omgevingsvisie bestaat uit de volgende onderdelen: • Een introductie op het Omgevingsbeleid, waarin opgenomen de ruimtelijke hoofdstructuur; • De ontwikkelrichting die is opgenomen in het deel Ambities en sturing; • Een beschrijving van de omgevingskwaliteit van Zuid-Holland, waaronder de provinciale inzet voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit; • Samenhangende beleidskeuzes, integraal toegankelijk via de digitale raadpleegomgeving. Met het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Hieraan wordt richting gegeven door het maken van samenhangende beleidskeuzes, die volgen uit onze provinciale opgaven. Deze beleidskeuzes werken door naar uitvoeringsprogramma's en naar regels in de verordening. Het geheel aan bestaande beleidskeuzes, inclusief de doorwerking naar programma's en verordening, vormt het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Ruimtelijke hoofdstructuur De ruimtelijke hoofdstructuur toont de essentie en de samenhang van verschillende ruimtelijke beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie. Het integrale kaartbeeld van de ruimtelijke hoofdstructuur is opgebouwd uit de volgende kaartbeelden: • het dagelijks stedelijk systeem, dat bestaat uit de stedelijke agglomeratie en de daarmee via h.o.v.

verbonden regiokernen; • de hoogstedelijke zone tussen leiden en dordrecht; • het logistiek-industriële systeem van mainport, greenports langs vaarwegen en zware infrastructuur; • de samenhang van grote landschappelijke eenheden met de stedelijke agglomeratie; • de groene ruimte en de groenblauwe structuur; • het bodem- en watersysteem; • energie

23 januari 2024

10

ROB Nieuweweg 58A

Afbeelding 3.1: De ruimtelijke hoofdstructuur

Gemeente Westland laat zich kenmerken door de glastuinbouw (Greenport Westland) omringd door kust, natuur en stedelijk groen met daarbinnen woonkernen en logistieke overslagpunten. Ambitie Zuid-Holland is een strategisch gelegen, vruchtbare delta, grotendeels onder zeeniveau, met een dalende bodem en mede daardoor met een uniek gevarieerd kust-, veen- en rivierenlandschap. In dit gebied hebben inwoners het landschap gevormd en bewoonbaar gemaakt door inpoldering. Ook hebben onze inwoners het gebied verbonden met de rest van de wereld. In de loop der eeuwen heeft zich in Zuid-Holland een meerkernig stedelijk netwerk ontwikkeld. Een centrum van handel, cultuur en wetenschap, met als kenmerk en kracht de diversiteit aan mensen, landschap en economie. Een dynamische delta die altijd dreigingen heeft weten om te zetten in kansen. Zuid-Holland is kwetsbaar voor veranderingen, zoals globalisering, klimaatverandering, demografische trends en nieuwe technologie. In ons laaggelegen deltagebied heeft de klimaatverandering grote ruimtelijke, economische en sociale gevolgen. Zuid-Holland is als open economie gevoelig voor de gevolgen van globalisering. De segregatie neemt toe. Onze energie-intensieve economie heeft, zoals ook benoemd in het klimaatakkoord van Parijs, alleen toekomst als wordt overgegaan tot verduurzaming.

Daarnaast zorgt de trek naar de stad voor een toenemende druk op onze schaarse ruimte. Tegelijkertijd herbergt deze regio een groot reservoir van talent, creativiteit en ondernemerskracht. De Provincie ziet zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving. Deze nevengeschikte ambities staan niet op zichzelf. Ze zijn geworteld in de historie, ligging en economische structuur van Zuid-Holland en gekoppeld aan de strategische uitdagingen waar deze regio voor staat. • Naar een klimaatbestendige delta; • Naar een nieuwe economie: the next level; • Naar een levendige meerkernige metropool; • Energievernieuwing; • Best bereikbare provincie; • Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving 23 januari 2024

11

ROB Nieuweweg 58A

Beoordeling De provincie streeft naar een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied en wil de bebouwde ruimte daarom beter benutten. De provincie zet in op verdichting, concentratie, diversiteit en specialisatie binnen het bestaand stads- en dorpsgebied, en ten tweede op een hiërarchie van complementaire knooppunten en centra met een goede onderlinge bereikbaarheid. Voorliggend initiatief voorziet in een verdichting binnen het bestaande stads- en dorpsgebied. De bestaande, in slechte staat verkerende, opstallen worden gesloopt. Hiervoor in de plaats worden zes nieuwe woningen gerealiseerd. Uit de provinciale woningbehoefteraming blijkt dat er grote behoefte is aan woningen. Daar wordt met voorliggend initiatief in voorzien. Door de toekomstige bewoners gaat gebruik gemaakt worden van het bestaand netwerk van stedelijke centra en knooppunten. De locatie is goed bereikbaar. Het projectgebied ligt direct tegen de N211 (Nieuweweg). Op deze weg wordt tevens voorzien in openbaar vervoer (bus). Gelet op bovenstaande past het initiatief binnen de uitgangspunten van de Omgevingsvisie

3.2.2

Omgevingsverordening Zuid-Holland

De Omgevingsvisie Zuid-Holland is vertaald in de Omgevingsverordening Zuid-Holland. Voor het initiatief zijn onderstaande artikelen relevant. Artikel 6.9 Ruimtelijke kwaliteit In het kader van het ruimtelijk kwaliteitsbeleid wordt getoetst aan de kwaliteitskaart. Op de kwaliteitskaart ‘Laag van de stedelijke occupatie’ is het projectgebied aangeduid als ‘Stads- en dorpsrand’. Op afbeelding 3.2 is een uitsnede van deze kaart weergegeven. Met rode stip is de locatie van het projectgebied aangegeven. Richtpunt vanuit de provincie is om ontwikkelingen aan de stads- of dorpsrand bij te laten dragen aan het realiseren van een rand met passende overgangskwaliteit (contact).

Afbeelding 3.2 uitsnede kwaliteitskaart

De bestaande vervallen opstallen worden gesloopt. Hiervoor in de plaats worden zes nieuwe woningen gerealiseerd. De locatie betreft een lint met bestaande woningen. De nieuwe woningen worden hier ingepast. De

23 januari 2024

12

ROB Nieuweweg 58A

nieuwe bebouwing sluit goed aan op de bestaande stedenbouwkundige structuur. De oriëntatie van de woningen is gericht op de Nieuweweg. Gelet hierop is het vervangen van de bestaande vervallen bebouwing door nieuwe woningen passend binnen de bestaande ruimtelijke structuur. Hierdoor draagt het initiatief bij aan een passende overgangskwaliteit (contact). Artikel 6.10 Stedelijke ontwikkelingen Uitgangspunt van de strategie voor de bebouwde ruimte is betere benutting van het bestaand stads- en dorpsgebied (BSD). Stedelijke ontwikkeling vindt daarom primair plaats binnen BSD. Niet alle vraag naar wonen en werken kan en hoeft te worden opgevangen binnen BSD. De ladder voor duurzame verstedelijking, zoals opgenomen in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) bevat het handelingskader. De provincie heeft een verwijzing naar de ladder voor duurzame verstelijking ook opgenomen in de verordening, om het provinciaal belang bij toepassing van deze ladder te benadrukken. Dit biedt de provincie de mogelijkheid om enkele begrippen die voor meerdere uitleg vatbaar zijn, te verduidelijken voor de specifieke Zuid-Hollandse situatie. Voorliggend initiatief voorziet in een ontwikkeling binnen bestaand stads- en dorpsgebied. Daarnaast voldoet het initiatief aan de ladder voor duurzame verstedelijking, zoals opgenomen in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro).

Zie hiervoor paragraaf 3.1.3.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Omgevingsvisie 2.0: Visie op Westland

Op 8 december 2020 heeft de gemeenteraad de Omgevingsvisie 2.0: Visie op Westland vastgesteld. De Omgevingsvisie gaat onder andere in op de samenhang tussen ruimte, water, milieu, natuur, landschap, verkeer en vervoer, infrastructuur en cultureel erfgoed. De Omgevingsvisie is breder dan alleen de fysieke leefomgeving; ook onderwerpen als gezondheid, veiligheid en duurzaamheid moeten onderdeel uitmaken van de visie. De Omgevingsvisie geeft weer waar we met Westland naartoe willen en bindt de gemeente aan haar eigen voornemens en ambities. De Omgevingsvisie werkt door in het (later nog op te stellen) omgevingsprogramma, waarin beleidsvoornemens en maatregelen staan die dienen om de doelen in de leefomgeving te bereiken. De Omgevingsvisie geeft ook richting aan het ontwikkelen van het omgevingsplan. Hierin worden de algemene regels en vergunningsplichten vastgelegd die bindend zijn voor burgers en bedrijven (bestemmingsplannen en verordeningen worden hiermee vervangen). De belangrijkste opgave is het verhogen van de leefkwaliteit in Westland, waarbij het sociaal-maatschappelijke en economische belang van het tuinbouwcluster niet uit het oog wordt verloren. De oorspronkelijke structuren in het landschap moeten behouden blijven, net als de gemeenschapszin in de dorpen. Westland wil een groenere, gezonde en aantrekkelijke gemeente zijn.

Met een people - planet - profit benadering, vindt vergroening plaats langs de belangrijke groene verbindingen en in de wijken, terwijl initiatiefnemers en ontwikkelaars worden gevraagd groeninclusief te ontwerpen en in te richten. Een klimaatbestendig beleid wordt doorgevoerd in ruimtelijke inrichting, nieuwbouw en verkeersmaatregelen. Bodemwarmte moet worden benut en er wordt aangesloten op warmtenetten in de regio. Betere bereikbaarheid en een toonaangevende rol op het gebied van kennis, innovatie en duurzaamheid in de Greenport blijven een belangrijke rol spelen. De autonome groei van inwoners wordt geaccommodeerd door het invullen van de zachte plannen voor woningbouw in combinatie met inbreiding door bv. hoger te bouwen. De kwaliteit van de omgeving wordt verbeterd met een groen/blauwe inrichting (groene daken, beleefbaar groen en waterberging) om hittestress en wateroverlast tegen te gaan. Voor 2040 wordt één vierkante meter groen per huishouden extra gerealiseerd, voor nieuwbouwprojecten geldt een norm van 50 m2 verblijfsgroen per woning. Bij projectontwikkeling worden zoveel

23 januari 2024

13

ROB Nieuweweg 58A

mogelijk de minimale eisen uit het Convenant Klimaatadaptief Bouwen gehanteerd en is het uitgangspunt dat niet langer gebruik wordt gemaakt van fossiele brandstoffen. Het woningaanbod moet aansluiten uit bij de Westlandse behoeften en economisch verbondenen. Westland wil meer dan 8000 woningen realiseren, waarvan een grote opgave betaalbaar wonen. Er ligt ook een opgave voor de huisvesting van (tijdelijke) arbeidsmigranten. Het duurzaam glastuinbouwgebied behoudt voldoende kritische massa om een innovatieve glastuinbouwgemeente te blijven, maar het toevoegen van beleefbaar groen mag ten koste gaan van glastuinbouw. De glastuinbouw produceert in de toekomst circulair, wordt energieneutraal en klimaatadaptief. Om de modernisering en herstructurering op gang te brengen moet er letterlijk ruimte worden gemaakt, bv. door het uitplaatsen van (bedrijfs)woningen naar de dorpen. Integrale gebiedsplannen moeten betaalbaar en met voldoende draagvlak gerealiseerd kunnen worden. Langs de kust is een strand dat uitblinkt in rust en ruimte met een goede balans tussen natuur en recreatie. Daarnaast wil Westland sluitende recreatieve netwerken creëren voor verschillende gebruiksgroepen d.m.v. robuuste groen-blauwe aders. Er wordt ingezet op een hoogwaardige OV verbinding tussen Den Haag en de Hoekse Lijn richting Delft.

Bepaalde bedrijventerreinen kunnen uitbreiden, in de kernen worden (compacte) kernwinkelgebieden aangewezen. Rond 2030 zijn grote ingrepen nodig om de infrastructuur op orde te houden (vrijliggend logistiek netwerk, ongelijkvloerse kruispunten), er komt een verkenning naar de mogelijkheden voor lightrail. Het fietsnetwerk binnen en van/naar Westland wordt verbeterd met o.a. metropolitane fietspaden. Vrachtverkeer krijgt wellicht hubs en goede doorstroming naar de A4/A20 blijft een belangrijk aandachtspunt. Natuurgebieden (Natura 2000 en het Natuur Netwerk Nederland) moeten robuust, veerkrachtig, aaneengesloten en beleefbaar worden gemaakt. Voor 2030 zijn ontbrekende zones en schakels in ecologische verbindingen ingevuld, zodat de biodiversiteit bevorderd wordt. De waterkwaliteit moet worden verbeterd en er komt meer ruimte voor het vasthouden van water. Dit vraagt ook inspanningen van de glastuinbouw om meer circulair te worden, minder grondwater te onttrekken en water te bergen. Beoordeling Gemeente Westland wil meer dan 8000 woningen realiseren. Voorliggend initiatief voorziet in een verdichting binnen het bestaande stads- en dorpsgebied. De bestaande, in slechte staat verkerende, opstallen worden gesloopt. Hiervoor in de plaats worden zes nieuwe woningen gerealiseerd. Er wordt met voorliggend initiatief voorzien in de woningbouwbehoefte.

3.3.2

Woonvisie 2020 – 2030

Het beleid op het gebied van wonen staat in de Woonvisie 2020-2030. Met dit beleid wil gemeente Westland zorgen voor meer (betaalbare) woningen, woningen voor mensen die met spoed een woning nodig hebben en inspelen op de behoefte aan woningen voor speciale doelgroepen zoals ouderen en werknemers uit het buitenland (arbeidsmigranten). De vraag naar woningen in Westland groeit. In 2020 waren er 44.500 woningen. Dit moet in 2030 gegroeid zijn naar 52.600 woningen. De gemeente Westland heeft als doel dat 20% hiervan sociale huurwoningen zijn. Daarbij wil de gemeente Westland het unieke karakter van Westland behouden. Beoordeling Voorliggend initiatief voldoet niet aan de uitgangspunten van de gemeentelijke woonvisie omdat het niet voorziet in sociale woningbouw. Er zijn verschillende scenario’s onderzocht om aan de woonvisie te kunnen voldoen. Helaas is het voor deze locatie niet haalbaar om in sociale woningbouw te voorzien omdat: 1. Er door het toevoegen van sociale woningen meer dan 15 woningen dienen te worden gerealiseerd om de exploitatie rond te krijgen;

23 januari 2024

14

ROB Nieuweweg 58A

2. 3. 4. 5.

Voor deze 15 woningen op de locatie niet kan worden voorzien in de parkeerbehoefte; Er veel meer verkeersbewegingen ontstaan op de Nieuweweg wat de situatie onveiliger maakt; Er balkons aan de achterzijde van de woningen dienen te worden gerealiseerd vanwege de eis dat er een buitenruimte aanwezig moet zijn. Dit levert bezwaar op vanuit de omgeving; Er nog meer verharding ontstaat wat stedenbouwkundig niet wenselijk is.

Omdat er niet kan worden voldaan aan de uitgangspunten van de gemeentelijke woonvisie, is er in samenspraak met de gemeente Westland, provincie Zuid-Holland en alle omwonenden, goed gekeken wat er wel past op deze locatie. Dat heeft geresulteerd in voorliggend initiatief. 1. Twee-onder-één-kapwoningen passen goed binnen de bestaande stedenbouwkundige structuur van het gebied; 2. Het realiseren van woningen in het dure/extra dure segment (45% woonvisie) zorgt voor een doorstroming op de woningmarkt. Veel starters in gemeente Westland kunnen niet aan, een relatief goedkope, woning komen omdat deze woningen bezet worden door mensen die geen kans zien om door te stromen; 3. Door een minimaal aantal woningen op het perceel te realiseren blijft er ruimte beschikbaar voor groen en openbare parkeerplaatsen voor de omwonenden.

3.3.3

Mobiliteitsvisie Duurzaam Bereikbaar Westland

Op 10 december 2019 is de Mobiliteitsvisie Duurzaam Bereikbaar Westland vastgesteld door de gemeenteraad. Het gemeentelijk mobiliteitsbeleid was tot de vaststelling van deze Mobiliteitsvisie gebaseerd op het Westlands Verkeer- en Vervoerplan 2005-2015 (WVVP) en de Structuurvisie Westland 2025. Veel van de in het WVVP opgenomen doelstellingen en uitvoeringsprogramma's zijn gerealiseerd, dan wel waren aan herziening toe. Na vaststelling van de Mobiliteitsvisie is het WVVP komen te vervallen. Er komt steeds meer verkeer in Westland. Om ervoor te zorgen dat we nu en in de toekomst nog vlot tussen dorpen en van dorp naar steden kunnen reizen, maken we plannen en nemen we maatregelen. De volgende mobiliteitsdoelen zijn opgenomen in de Mobiliteitsvisie 2040: • Logistieke bereikbaarheid; • De auto minder dominant; • Volwaardige alternatieven voor de auto; • Westland verkeersveilig; • Duurzaam Bereikbaar Westland.

3.3.4

Beleidsregel Parkeernormering gemeente Westland 2018

In de vergadering van burgemeester en wethouders van 16 januari 2018 is de 'Beleidsregel Parkeernormering gemeente Westland 2018' vastgesteld. Hiermee vervalt de verwijzing naar het WVVP. In het beleid is de parkeernormering van de gemeente Westland geactualiseerd en in overeenstemming gebracht met de meest recente kerncijfers van het CROW (landelijke richtlijnen). Beoordeling Met voorliggend initiatief wordt voldaan aan de meest recente kerncijfers van het CROW (landelijke richtlijnen). Zie paragraaf 4.8 ‘Verkeer’ voor een nadere toelichting.

3.3.5

Beleidsnotitie conventionele explosieven in het Westland

In de beleidsnotitie conventionele explosieven in het Westland wordt beschreven hoe om moet worden gegaan met diepte werkzaamheden op locaties die mogelijk conventionele explosieven bevatten. De basis voor het

23 januari 2024

15

ROB Nieuweweg 58A

gemeentelijk beleid voor het opsporen van explosieven is de explosieven risicokaart. Deze kaart geeft een eerste indicatie van het mogelijke gevaar van diepte werkzaamheden op bepaalde locaties in het Westland. Beoordeling Uit de explosievenkaart blijkt dat het niet aannemelijk is dat in het projectgebied mogelijke vindplaatsen van conventionele explosieven aanwezig zijn.

23 januari 2024

16

ROB Nieuweweg 58A

4

OMGEVINGSASPECTEN

4.1

Archeologie en Cultuurhistorie

4.1.1

Archeologie

Beleid, wet- en regelgeving In het kader van de lichte gemeenschappelijke regeling met betrekking tot archeologie tussen de gemeenten Westland en Delft, heeft Archeologie Delft een archeologische beleidskaart opgesteld voor het gemeentelijk grondgebied van Westland. Aanleiding hiervoor is de invoering van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg. De beleidskaart dient als basis voor de bestemmingsplannen van de gemeente Westland, waarin archeologisch waardevolle gebieden opgenomen worden als dubbelbestemming archeologie. Op basis daarvan kan de gemeente in vergunningen voorwaarden opnemen voor het veilig stellen van (verwachte) archeologische waarden. Situatie De archeologische beleidskaart heeft geresulteerd in het opnemen van een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’ in het vigerend bestemmingsplan. Hiervoor geldt dat bij bodemingrepen, die groter zijn dan 500 m2 en dieper reiken dan 50 cm beneden maaiveld, een archeologisch onderzoek dient te worden uitgevoerd. Omdat de oppervlakte van de nieuwe bebouwing meer dan 500 m2 bedraagt wordt er een archeologisch onderzoek uitgevoerd.

4.1.2

Cultuurhistorie

Beleid, wet- en regelgeving Bij het maken van ruimtelijke plannen dient rekening gehouden te worden met cultuurhistorische waarden. Cultuurhistorisch erfgoed moet worden beschermd. Het gaat dan om erfgoed in brede zin; in cultuurlandschappelijke, stedenbouwkundige en bouwhistorische betekenis. Situatie In of rondom het projectgebied bevinden zich geen gemeentelijke monumenten of rijksmonumenten. Ook ligt het projectgebied niet in een beschermd stads- of dorpsgezicht. Conclusie Uit bovenstaande blijkt dat het aspect cultuurhistorie de uitvoerbaarheid van het initiatief niet in de weg staat.

4.2

Bedrijven en milieuzonering

Beleid, wet- en regelgeving In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient te worden beoordeeld of er voldoende afstand wordt gehouden tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en gevoelige functies (zoals woningen). De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft een Handreiking Bedrijven en milieuzonering opgesteld. In deze handreiking wordt aangegeven hoe door middel van milieuzonering de afstand tussen bedrijfsactiviteiten en milieugevoelige functies voldoende blijft. Per milieucategorie geldt een minimaal gewenste afstand, de richtafstand. Deze richtafstand geldt tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven (of andere milieubelastende functies) toelaat en anderzijds als uiterste situering van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunning vrij bouwen mogelijk is. De in de handreiking opgenomen afstanden zijn

23 januari 2024

17

ROB Nieuweweg 58A

indicatief en kunnen per gebiedstype, waarin de ontwikkeling zal plaatsvinden, verschillen. Hierbij is het uitgangspunt dat deze afstanden gemotiveerd worden toegepast. Tabel richtafstanden per milieucategorie. Milieucategorie

Richtafstanden in 'rustige woonwijk'

Richtafstanden in 'gemengd gebied'

1

10 meter

0 meter

2

30 meter

10 meter

3.1

50 meter

30 meter

3.2

100 meter

50 meter

4.1

200 meter

100 meter

4.2

300 meter

200 meter

Situatie Invloed plan op de omgeving Het plan voorziet in het verwijderen van een bedrijf en een bestaande woning. Hiervoor in de plaats worden zes woningen gerealiseerd. Er is hierdoor geen sprake van milieutechnische uitstraling op de bestaande woningen in de omgeving. Invloed omliggende inrichtingen op plan Het cluster van woningen, waar het projectgebied onderdeel van is, ligt tegen het bedrijvenpark ABC Westland. Hierdoor kan het gebied worden aangemerkt als een ‘gemengd gebied’. Vanwege de bestaande cluster van woningen is voor het bedrijvenpark een milieuzonering opgenomen. Voor bedrijven van milieucategorie 3.1 geldt een richtafstand van 30 meter tot aan een gevoelige functie zoals wonen. Voor bedrijven van milieucategorie 3.2 geldt een richtafstand van 50 meter. Voorliggend initiatief wordt ingepast binnen de bestaande woningen. Er wordt voldaan aan de richtafstanden. Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het initiatief.

4.3

Bodem

Beleid, wet- en regelgeving Artikel 3.1.6 van het Besluit Ruimtelijke Ordening geeft aan dat in het kader van de uitvoerbaarheid van een ruimtelijk plan onderzoek verricht dient te worden naar de (te verwachten) bodemkwaliteit in het plangebied door het raadplegen van beschikbare bodemgegevens. Een nieuwe functie mag pas worden toegekend als is aangetoond dat de bodem geschikt is (of geschikt te maken is) voor de nieuwe functie. Bij bouwactiviteiten is ook in het kader van de omgevingsvergunning onderzoek naar de kwaliteit van de bodem nodig. Bouw kan pas plaatsvinden als de bodem geschikt is (of geschikt is gemaakt) voor het beoogde doel. Daarom dient bij iedere nieuwe bouwactiviteit de bodemkwaliteit door middel van onderzoek in beeld te worden gebracht. Wanneer uit het onderzoek blijkt dat de bodem niet geschikt is voor het beoogde doel, dient vóór aanvang van de bouwwerkzaamheden een bodemsanering te worden uitgevoerd om de bodem geschikt te maken.

23 januari 2024

18

ROB Nieuweweg 58A

Situatie Om inzicht te krijgen in de bodemkwaliteit is een verkennend bodemonderzoek 1 uitgevoerd. Uit dit onderzoek blijkt: Ondergrondse dieseltank Ter plaatse van de ondergrondse tank zijn matig tot sterk verhoogde gehalten aan minerale olie in de grond aangetoond. Het grondwater is maximaal licht verontreinigd. De verontreiniging is op het kadastrale perceel zowel in verticale als horizontale richting afgeperkt. De sterk met minerale olie verontreinigde grond heeft een omvang van circa 20 m3 (25 m2 x 0,8 m), derhalve is geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging en een saneringsplicht. Echter wordt geadviseerd de ondergrondse dieseltank met de sterk verhoogde gehalten aan minerale olie tijdens de voorgenomen werkzaamheden te verwijderen. Grond overige locatie Ter plaatse van de bovengrond van het overige terrein zijn op een aantal locaties bijmengingen van kooltjes en baksteen waargenomen. Deze bovengrond is licht verontreinigd. Indien deze (boven)grond tijdens de geplande herinrichting vrijkomt en van de locatie dient te worden afgevoerd, kan deze op basis van de resultaten niet elders worden hergebruikt. In de zintuiglijk niet verontreinigde boven- en ondergrond zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. Het grondwater op de locatie (behoudens de locatie van de ondergrondse tank) is niet verontreinigd met de geanalyseerde parameters.

Verharding Er is geen verhoogd gehalte aan PAK aangetroffen. Het PAK gehalte in het asfalt ligt onder de 250 mg/kg. Ter bepaling van de hergebruiksmogelijkheden van het asfalt is van alle kernen één mengmonster samengesteld voor de aanvullende analyse op PAK met behulp van de GC/MS methode. Het gehalte aan PAK ligt onder de detectiegrens van 10 mg/kg. Conclusie De ondergrondse dieseltank met de sterk verhoogde gehalten aan minerale olie wordt tijdens de sloop van de opstallen verwijdert. Het aspect bodem staat de uitvoerbaarheid van het initiatief niet in de weg.

4.4

Natuur

Beleid, wet- en regelgeving Per 1 januari 2017 is de nieuwe Wet natuurbescherming (WNB) in werking getreden. Deze wet heeft de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet vervangen. Situatie Om het aspect Natuur te beoordelen is er een Eco-effectscan2 uitgevoerd. Er is een bureaustudie uitgevoerd en op 16 maart 2023 is het projectgebied bezocht door een ecoloog. Uit dit onderzoek blijkt het volgende: Natura 2000 Op circa 1,6 kilometer van het projectgebied ligt het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ‘Solleveld & Kapittelduinen’. Het Natura 2000-gebied ‘Westduinpark & Wapendal’ is gelegen op circa 3,5 km afstand van het 1 Verkennend, aanvullend bodemonderzoek en beperkt verhardingsonderzoek Nieuweweg 58a Poeldijk, Multiconsult,

AZD/BM18.004203-037V2, 20-03-2018. 2 Eco-effectscan Nieuweweg 58a te Poeldijk, Aqua-Terra Nova BV, 23054/AQT301FF/ET,23 maart 2023 23 januari 2024

19

ROB Nieuweweg 58A

projectgebied. Op afbeelding 4.1 is de ligging van het projectgebied (rode ster) ten opzichte van deze Natura 2000gebieden weergegeven.

Afbeelding 4.1: Natura 2000-gebieden

De meeste negatieve effecten door de geplande ontwikkeling worden door de afstand en de tussenliggende infrastructuur uitgesloten. Stikstofdepositie op de nabijgelegen Natura 2000-gebieden kan echter niet op voorhand uitgesloten worden. Om te beoordelen of voorliggend initiatief leidt tot een toename van stikstofdepositie op de Natura 2000-gebieden is een berekening naar stikstofdepositie3 uitgevoerd. Uit de rekenresultaten blijkt dat het initiatief niet leidt tot nadelige effecten van stikstofdepositie op Natura-2000 gebieden. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het NNN werd voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS) genoemd. Het NNN is een Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het ruimtelijk beleid is gericht op het behoud, herstel en de ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied. Op afbeelding 4.2 is de ligging van het projectgebied (rode ster) ten opzichte van een ecologische verbindingszone dat deel uitmaakt van het NNN. Het betreft de Wennetjessloot ten oosten van het projectgebied.

3 Stikstofdepositieberekening Nieuweweg 58a te Poeldijk, Aqua-Terra Nova BV, 23054/AQT301a,21 maart 2023

23 januari 2024

20

ROB Nieuweweg 58A

Afbeelding 4.2: Natuurnetwerk Nederland (NNN)

Er is geen sprake van directe vernietiging van het NNN. Aangezien het initiatief geen directe relatie heeft met een gebied dat is aangewezen als NNN en geen verbindende functie vervult zijn negatieve effecten uit te sluiten. Van negatieve uitstralingseffecten door geluid, licht en verdroging op het Nationaal Natuurnetwerk is met voorgenomen initiatief geen sprake. Flora- en fauna Beschermde houtopstand De te kappen bomen vallen buiten de regeling van de houtopstanden. Een melding bij de provincie is niet noodzakelijk. Vaatplanten Beschermde vaatplanten zijn tijdens het veldbezoek niet aangetroffen. De aanwezigheid van beschermde flora is uitgesloten. Nader onderzoek naar de aanwezigheid van deze soort is niet noodzakelijk. Grondgebonden zoogdieren Op basis van verspreidingsgegevens is gebleken dat in de omgeving van het projectgebied geen strikt beschermde grondgebonden zoogdieren voorkomen. Het oriënterend onderzoek wijst uit dat het projectgebied geschikt is voor nationaal beschermde zoogdiersoorten zoals dwergspitsmuis, bosmuis, veldmuis, huisspitsmuis en egel. Ook kunnen er binnen het projectgebied algemene zoogdiersoorten voorkomen als bruine rat. Voor nationaal beschermde zoogdiersoorten dwergspitsmuis, bosmuis, veldmuis, huisspitsmuis, egel en woelrat geldt binnen de provincie Zuid-Holland een vrijstelling in het kader van de Wet natuurbescherming.

De zorgplicht blijft echter wel van kracht. Vissen In het projectgebied zijn geen watergangen of ander open water aanwezig. Negatieve effecten op vissen zijn uitgesloten. Nader onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming is niet noodzakelijk. 23 januari 2024

21

ROB Nieuweweg 58A

Reptielen Vanwege het ontbreken van geschikt habitat en de ligging in stedelijk gebied worden (strikt) beschermde reptielen niet verwacht. De aanwezigheid kan dan ok redelijkerwijs worden uitgesloten. Er is geen sprake van een nadere toetsing aan de Wet natuurbescherming. Amfibieën Vanwege het ontbreken van geschikt habitat en de ligging in stedelijk gebied worden strikt beschermde amfibieën niet verwacht. De aanwezigheid kan dan ok redelijkerwijs worden uitgesloten. De groenstroken in het projectgebied zijn geschikt voor nationaal beschermde soorten, als bruine kikker, gewone pad en bastaardkikker. Voor deze soorten geldt in de provincie Zuid-Holland een vrijstelling in het kader van de Wet natuurbescherming. De zorgplicht blijft echter wel van kracht. Broedvogels Alle in Nederland broedende vogels en hun eventuele nesten zijn strikt beschermd en mogen tijdens het broeden niet verstoord worden. De meeste vogels broeden in de periode maart tot en met juli. Echter zijn vogels welke buiten deze periode broeden ook te allen tijde beschermd. Door de mogelijke aanwezigheid van de houtduif dient er voorafgaand aan de werkzaamheden een broedvogelcontrole te worden uitgevoerd. De houtduif kan namelijk jaarrond broeden.

Indien vogelnesten of broedende vogels aangetroffen worden, dienen de werkzaamheden nabij het nest of broedplaats uitgesteld te worden totdat de jongen vliegvlug zijn of dient er een verstoringsvrije zone rond de broedplaats opgesteld te worden. Vleermuizen De bebouwing beschikt over open stootvoegen. Open stootvoegen kunnen geschikt zijn voor gebouwbewonende vleermuizen zoals de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger. Er is tijdens het veldbezoek een endoscoopcontrole uitgevoerd. Tijdens deze endoscoop controle werd waargenomen dat er isolatiemateriaal direct achter de open stootvoeg in de spouw zit. Hierdoor wordt de bebouwing ongeschikt geacht voor vaste rust- en/of verblijfplaatsen voor gebouwbewonende vleermuizen. In het plangebied staan geen bomen die geschikt zijn voor boombewonende vleermuizen zoals de watervleermuis, ruige dwergvleermuis en rosse vleermuis. Nadere toetsing aan de Wet natuurbescherming is niet noodzakelijk. Er wordt geadviseerd de werkzaamheden tussen zonsopkomst en zonsondergang uit te voeren om zo overvliegende en/of foeragerende vleermuizen niet te verstoren. Indien dit niet mogelijk is, dient uitstraling van verlichting naar de omgeving voorkomen te worden. Zorgplicht Te allen tijde dient er rekening gehouden te worden met de algemene zorgplicht, artikel 1.11 Wet natuurbescherming.

Dit houdt in dat er altijd rekening met in het wild levende dieren en planten gehouden moet worden. Tijdens de werkzaamheden moet gelet worden op de aanwezigheid van planten en dieren en moet voorkomen worden dat deze onnodig gedood, verwond of aangetast worden. Alle dieren, ook de niet beschermde soorten, moeten de ruimte krijgen om te kunnen vluchten en zichzelf in veiligheid te brengen. Overige beschermde soorten Van de ongewervelden zijn naast vlinders en libellen, enkele kevers (vliegend hert, brede geelrandwaterroofkever, gestreepte waterroofkever, heldenbok, juchtleerkever, vermiljoenkever), weekdieren (platte schijfhoren, Bataafse stroommossel) en een kreeftachtige (rivierkreeft), beschermd door de Wet natuurbescherming. Het projectgebied en directe omgeving voorzien voor geen van deze soorten in geschikt habitat. Het voorkomen van beschermde ongewervelden kan hierdoor redelijkerwijs worden uitgesloten. Er is geen sprake van een nadere toetsing aan de Wet natuurbescherming.

23 januari 2024

22

ROB Nieuweweg 58A

Conclusie Vanuit de natuurbeleidskaders zijn geen belemmeringen voor het voorgenomen initiatief.

4.5

Externe veiligheid

Beleid, wet- en regelgeving Externe veiligheid heeft betrekking op de risico's van activiteiten met gevaarlijke stoffen voor derden. Het gaat daarbij zowel om het vervoer van gevaarlijke stoffen (weg, water, spoor en buisleidingen) als om inrichtingen met opslag, productie en/of gebruik van gevaarlijke stoffen. In het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) zijn risicomaten met bijbehorende risiconormen opgenomen voor respectievelijk inrichtingen en voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Plaatsgebonden risico en groepsrisico Het externe veiligheidsbeleid kent twee risicomaten, het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico is de overlijdenskans per jaar als gevolg van het vrijkomen van gevaarlijke stoffen bij een ongeval. Dit kan op een kaart worden weergegeven met behulp van contouren. Het groepsrisico betreft de kans per jaar dat in één keer een groep mensen komt te overlijden bij een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico wordt met behulp van een diagram weergegeven. Bovendien geldt voor het groepsrisico een verantwoordingsplicht, waarbij het bevoegd gezag verplicht wordt gesteld om advies in te winnen bij hulpverleningsdiensten omtrent aspecten als hulpverlening en zelfredzaamheid.

Situatie Om het aspect ‘Externe veiligheid’ te beoordelen is er een onderzoek Externe veiligheid4 uitgevoerd. Uit dit onderzoek blijkt het volgende: Buisleidingen In de omgeving van het projectgebied bevinden zich twee hoge druk buisleidingen van Gasunie. Het projectgebied is gelegen buiten het invloedsgebied van deze buisleidingen: 1. Buisleiding W-509-02 (Aardgas, 40 bar, 16 inch, nummer 8 in figuur 4.1) heeft een invloedsgebied van 175 meter en is gelegen op ca. 360 meter van het projectgebied; 2. Buisleiding A-617 (Stikstof, 79 bar, 13 inch, nummer 9 in figuur 4.1) is gelegen op ca. 725 meter van het plangebied. Voor de betreffende stikstofbuisleiding geldt geen aan te houden invloedsgebied. Inrichtingen In de omgeving van het projectgebied bevinden zich risicovolle activiteiten binnen inrichtingen en Bevi-inrichtingen. Het projectgebied is gelegen buiten de berekende plaatsgebonden risicocontouren (PR=10-6) en veiligheidsafstanden voor het plaatsgebonden risico van Bevi inrichtingen en overige risicovolle activiteiten binnen inrichtingen. Het projectgebied is gelegen buiten het invloedsgebied van Bevi inrichtingen. De normen voor het plaatsgebonden risico en het groepsrisico in het Bevi vormen geen belemmering voor het initiatief.

Vervoer van gevaarlijke stoffen Het projectgebied is gelegen binnen het invloedsgebied van een transportroute voor gevaarlijke stoffen over de weg (N211). Het initiatief is getoetst aan de vuistregels voor het plaatsgebonden risico en het groepsrisico in het HART. De normen voor het plaatsgebonden in het Bevt vormen geen belemmering voor de ruimtelijke ontwikkeling. Een verantwoording van het groepsrisico is niet vereist. Op grond van het Bevt moet in de toelichting bij het besluit wel worden ingegaan op de aspecten bestrijdbaarheid bij een ongeval met gevaarlijke stoffen op de N211 en de zelfredzaamheid van personen in het projectgebied. Deze aspecten zijn beschouwd.

4 Onderzoek Externe Veiligheid Nieuweweg 58a Poeldijk, Aqua-Terra Nova BV, 23054, 2 maart 2023

23 januari 2024

23

ROB Nieuweweg 58A

Conclusie Uit bovenstaande blijkt dat het aspect externe veiligheid de uitvoerbaarheid van het voorgenomen initiatief niet in de weg staat.

4.6

Wegverkeerslawaai

Beleid, wet- en regelgeving De Wet geluidhinder (Wgh) biedt een toetsingskader voor de toelaatbare geluidbelasting. De geluidseisen zijn alleen van toepassing op geluidgevoelige bestemmingen die gelegen zijn binnen de geluidzone van een geluidsbron. Een geluidzone is een gebied aan weerszijden van het spoor, van een weg of rond een bedrijven/ industrieterrein. Geluidgevoelige bestemmingen zijn woningen, basisscholen, scholen voor voortgezet onderwijs, instellingen voor hoger beroepsonderwijs, ziekenhuizen, verpleeghuizen en andere gezondheidszorggebouwen. Situatie Het projectgebied grenst aan de Nieuweweg (N211). Deze weg heeft een geluidszone. Het projectgebied ligt hier binnen. Er is akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai5 uitgevoerd. De geluidsbelasting vanwege De Zuyt Bruyn ligt op de zuidoostgevels hoger dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. De Zuyt Bruyn is echter een 30 km-weg waarvan de geluidsbelasting niet aan de grenswaarden uit de Wet geluidhinder getoetst hoeft te worden. Ter plaatse van de noordwestgevels wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB overschreden vanwege de Nieuweweg (N211) (na aftrek op grond van artikel 110 van de Wet geluidhinder). Op deze gevels ligt de geluidsbelasting zelfs hoger dan de hoogst toelaatbare waarde van 63dB. Hierdoor mogen de woningen niet zondermeer gebouwd worden.

Er dienen maatregelen getroffen te worden om de geluidsbelasting te verlagen tot in ieder geval onder de hoogst toelaatbare waarde van 63 dB. Het plaatsen van een geluidsscherm is niet zondermeer mogelijk. Daarom worden de noordwestgevels uitgevoerd als dove gevel. Dat wil zeggen dat deze gevels geen te openen delen bevatten. De geluidsbelasting hoeft op een dove gevel niet getoetst te worden aan de grenswaarden uit de Wet geluidhinder. Omdat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt overschreden worden er hogere waarden aangevraagd. Bij de aanvraag van de vergunning voor het bouwen van de woningen wordt er een nader onderzoek naar de geluidwering van de gevels overlegd. Bij dit onderzoek dient uitgegaan te worden van de cumulatieve geluidsbelasting zonder toepassing van de aftrek op grond van artikel 110 Wet geluidhinder. Conclusie Uit bovenstaande blijkt dat het aspect wegverkeerslawaai de uitvoerbaarheid van het initiatief niet in de weg staat.

4.7

Luchtkwaliteit

Beleid, wet- en regelgeving Wet milieubeheer (5.2 Luchtkwaliteitseisen) Het doel van Wet milieubeheer, hoofdstuk 5.2 luchtkwaliteitseisen is het beschermen van mensen tegen de negatieve gevolgen van luchtverontreiniging op de gezondheid. De wet bevat grenswaarden voor diverse stoffen, waaronder stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10 en PM2,5). De normen gelden overal in de buitenlucht en niet alleen ter plekke van gevoelige bestemmingen.

5 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai “De Antiquair” realisatie woningen aan de Nieuweweg 58a te Poeldijk, Aqua-Terra

Nova BV, 20045555-20232362w-1, 29 maart 2023 23 januari 2024

24

ROB Nieuweweg 58A

Niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) Het begrip NIBM speelt een belangrijke rol in de regelgeving voor luchtkwaliteit en is uitgewerkt in het Besluit 'Niet in betekende mate bijdragen’ en de Regeling 'Niet in betekende mate bijdragen’. Projecten die 'niet in betekende mate' (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreinigingen, hoeven niet meer afzonderlijk getoetst te worden aan de wettelijke luchtkwaliteitsnormen (in de vorm van grenswaarden). In de regeling NIBM is een aantal activiteiten, zoals projecten tot 1.500 woningen met één ontsluitingsweg (3.000 met twee ontsluitingswegen), tot 100.000 m2 kantooroppervlakte met één ontsluitingsweg (200.000 m2 met twee ontsluitingswegen) en intensieve veehouderijen (afhankelijk van het aantal dieren), bij voorbaat aangemerkt als niet in betekenende mate. Situatie Er worden zes nieuwe woningen gerealiseerd. Omdat er al één woning aanwezig is binnen het projectgebied worden er vijf woontitels toegevoegd. Gelet op het aantal draagt het project 'Niet in betekende mate' (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging waardoor het niet hoeft te worden getoetst aan de wettelijke luchtkwaliteitsnormen. Wel dient er worden aangetoond dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

Vanuit de wet Milieubeheer worden de volgende grenswaarden gesteld: • de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van PM10 is 40 µg/m³; • de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van PM2,5 is 25 µg/m³; • de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van NO2 is 40 µg/m3 en een uurgemiddelde concentratie van 200 µg/m3. De uurgemiddelde grenswaarde mag niet vaker dan 18 keer per jaar worden overschreden. Het RIVM heeft Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten van Nederland waarop de concentratie van fijn stof en stikstofdioxide geraadpleegd kan worden. Op afbeelding 4.3, 4.4 en 4.5 zijn de concentraties weergeven. Met rode cirkel is globaal de locatie van het projectgebied aangegeven.

Afbeelding 4.3: Uitsnede kaart fijnstof 2020, PM10 (Bron: Kaarten Atlas Leefomgeving)

23 januari 2024

25

ROB Nieuweweg 58A

Afbeelding 4.4: Uitsnede kaart fijnstof 2020, PM2,5 (Bron: Kaarten Atlas Leefomgeving)

Afbeelding 4.5: Uitsnede kaart Stikstofdioxide, NO2 (Bron: Kaarten Atlas Leefomgeving)

De jaargemiddelde concentraties ter plaatse van het plangebied zijn conform de GCN-kaart voor fijnstof PM10 16,21 μg/m³, voor PM2,5 8,14 μg/m³ en voor stikstofdioxide NO2 18,32 μg/m³. De concentraties blijven ruim onder de grenswaarden uit de wet Milieubeheer. Hierdoor kan worden geconcludeerd dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit staat de uitvoerbaarheid van het initiatief niet in de weg.

4.8

Verkeer

Beleid Voor een goede ruimtelijke ordening is een goede verkeersafwikkeling en een veilige verkeersontsluiting van alle modaliteiten van belang. Bij ruimtelijke planning dienen verkeerskundige aspecten afgewogen te worden, omdat deze van grote invloed zijn op de het doelmatig functioneren van verschillende functies. Wanneer nieuwe ontwikkelingen worden gepland, is het van belang te onderzoeken welke effecten dit heeft op de verkeerskundige situatie om zo nodig passende maatregelen te kunnen nemen.

23 januari 2024

26

ROB Nieuweweg 58A

Situatie Verkeer Het initiatief brengt extra verkeer met zich mee. De toename is 2,4 motorvoertuigen per etmaal ten opzichte van de bestaande situatie. Deze toename is minimaal en zal niet leiden tot een verslechtering van de verkeersafwikkeling. De capaciteit van de (omliggende) wegen is groot genoeg om het extra verkeer op te vangen. In onderstaande tabellen is de verkeersgeneratie van de bestaande en toekomstige situatie weergegeven. Tabel bestaande situatie Functie Type Woning

Aantal/ opp 1

Verkeersgeneratie (CROW Toekomstbestendig parkeren) Min. Max. Eenheid 7,4 8,2 Per woning

Woonwinkel/ antiek Totaal

375 m2

8,5

Aantal 6

Verkeersgeneratie (CROW Toekomstbestendig parkeren) Min. Max. Eenheid 7,4 8,2 Per woning

Tabel toekomstige situatie Functie Type Woning

Per 100 m2 bvo

11,0

Mvt/etmaal Min. 7,4

Max. 8,2

Gemiddelde 7,8

31,9

41,3

36,6 44,4

Mvt/etmaal Min. 44,4

Totaal

Max. 49,2

Gemiddelde 46,8 46,8

Parkeren Voor de berekening van de parkeerbehoefte is uitgegaan van de parkeernorm van de gemeente Westland. Het projectgebied ligt in binnen het gebied ‘Westland Overig’. Hiervoor geldt voor (koop) twee-onder-eenkapwoningen een parkeernorm van 2,3 parkeerplaatsen per woning. Er dient te worden voorzien in 14 parkeerplaatsen. Er heeft een omgevingsdialoog plaatsgevonden (zie paragraaf 5.2). Hieruit bleek dat er vanuit de omgeving behoefte is naar meer parkeerplaasten. Daarom worden er 17 parkeerplaatsen gerealiseerd. Er wordt voldaan aan de parkeernorm. Ontsluiting Er wordt een extra uitrit aan de Nieuweweg toegevoegd. De bestaande in- en uitrit wordt een inrit. Deze wordt smaller gemaakt zodat deze ook alleen als inrit kan worden gebruikt. Op deze manier ontstaat er een parallelweg aan de Nieuweweg met éénrichtingsverkeer. Dit komt de verkeersveiligheid ten goede omdat er niet meer hoeft te worden gekeerd op het perceel. Daarnaast hoeven de auto’s elkaar niet meer te kruisen bij het in- en uitrijden wat het overzichtelijker maakt. Conclusie Het aspect verkeer vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het initiatief.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westland&id=4fb3e5c8-bb26-4ed3-91c4-24a8242ec4e4