CConstaterende datWestland
Koppel je AI →
Document · PDF

ruimtelijke onderbouwing (22-0002805)

Gemeenteraad 15 februari 2022, gemeente WestlandBij agendapunt: Voorstel tot ter inzagelegging van de ontwerp verklaring van geen bedenkingen Nieuwlandsedijk 43 te 's-Gravenzande16.231 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

iit*9

Him JJ

W.'jíJ

NIEUWLANDSEDIJK 43 TE 'S-GRAVENZANDE omgevingsvergunning NL.IMRO.1783.0001001g04-on01 ontwerp

GEMEENTE

vrW/ r

^ V

^

".rif

Kŕl-u-c.ř- -' .lp'?-"

J UİİÉİ

;

J

- -v"M V* fJý1 í TİÌ1İ '

ì

\

Inhoudsopgave

Toelichting Hoofdstuk 1

5 Inleiding

6

1.1

Aanleiding

6

1.2

Ligging plangebied

7

1.3

Geldend bestemmingsplan

7

1.4

Leeswijzer

9

Hoofdstuk 2

Gebiedsvisie

10

2.1

Beleidskader

10

2.2

Ruimtelijk-functionele structuur

21

2.3

Gebiedsvisie

22

Hoofdstuk 3

Onderzoek

24

3.1

Bedrijven en milieuzonering

24

3.2

Geluid

25

3.3

Luchtkwaliteit

25

3.4

Externe veiligheid

26

3.5

Water

31

3.6

Bodem

36

3.7

Ecologie

37

3.8

Cultuurhistorische aspecten

40

Hoofdstuk 4

Uitvoerbaarheid

42

4.1

Economische uitvoerbaarheid

42

4.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

42

Bijlagen bij de toelichting

43

Bijlage 1

44

Inspraak en overleg

3

4

T oelichting

5

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Namens Vlugtenburg Properties B.V. is een aanvraag om een omgevingsvergunning (W-AV-2021-0457) ingediend voor het afwijken van de regels van het bestemmingsplan voor het realiseren van een kleine camping . Deze zal bestaan uit circa 22 (uiteindelijk 17) verblijfsobjecten, zogeheten safaritenten, wandelpaden, een sanitaire unit en 22 parkeerplaatsen. De beoogde ontwikkeling is gesitueerd op een perceel waar momenteel een paardenpension en een bedrijfswoning zijn gelegen. De manage en woning zullen worden gesloopt en er zal een natuurlijk landschap worden gecreëerd. De huidige afwerking van de grond (stelconplaten en beton) zal worden vervangen door een half verharde grond die is afgedekt met een laagje schelpen. Ook zullen alle parkeervakken met half verharding worden gemaakt om een natuurlijk effect te behouden. Qua beplanting is ervoor gekozen om het duinlandschap zoveel mogelijk over te laten gaan in de camping. De oppervlakte van het perceel is 3.600 m2 (onveranderd). De bebouwde oppervlakte zal na realisering van de camping 1.332 m2 zijn.

Parkeren/verbrede weg, halfverharding-grastegek

Wandelpad, halverhardīng, zoals padvast

Groene duinachtĩge wal begroeid met duingras/heesters/bomen en gebiedseígen bloemen (laag en hoog) Parkeerplaatsen 3-zijdig inkleden met duinwal en beplanting

Begroeīng, duingras/

Gras /duinzand

Berm mee inrichten met de wal (Ind. beplanting)

Duinzand Einde sloot lage beplanting plaatsen om eventueel zicht op keerwand weg te nemen

lil : Meerpalen of houten kolommen die kunnen begroeien

Sanitairgebouw groen inpakken Rekwerk met hedena ervoor t wal met beplanting

: Anti-parkeerpaal (t.p.v. iedere parkeerplaats)

OBJECTEN-17 stukî Groene doorgaande haag plaatsen, (vergroenen) Muur wordt verwijderd, schutting Jagtveld blijft gehandhaafd

opp=70m2

opp:70m2

Bestaande bomen zoveel mogelijk handhaven, anders opnieuw aanplanten

lamping Jagtveld

Externe veiligheid: vluchten kan 3 richtingen op [via camping Jagtveld aan bet westen is niet wenselijk)

'opp:35m2

SANITAIR

Groene doorgaande haag (terugliggend van de weg) plaatsen, met opgaande beplanting EEN openingtbv vluchten bij calamiteiten

Overzicht nieuwe situatie

6

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied is gelegen op een stuk grond dat aan de noordzijde is ingeklemd door een open terrein met parkeerplekken en aan de west- en zuidzijde door een woningen en kassen. De oostzijde is begrensd door de Nieuwlandsedijk.

GVZŪON

11

GVZIĮON

GVZOON 973

1 975

GVZÍI0ŃM974

GVZŪŪNĪ1Ū47

BVZOOŅ11133 GVZI)DN|l fi2T

ĮgÏÏvŽOOÑÏlïJS

7

GY7ÍH1N 11

Luchtfoto plangebied

1.3 Geldend bestemmingsplan Binnen het plangebied zijn de volgende planregimes van kracht: * * *

bestemmingsplan Kust, vastgesteld 29 september 2010; paraplubestemmingsplan Parkeernormen, vastgesteld 20 februari 2018; en paraplubestemmingsplan Wonen, vastgesteld 1 september 2020.

7

(sr-5ļbo)

Bouwvlak

Art ke 9 Recreatie

Specifieke vorm van reerealle Recreatieterrein 5

Art ke 17 WS-WK

Waterstaat -Waterstaatkundige functie

Artike 13 Ge LUïzone - ndustnc Uitsnede bestemmingsplan Kust, Nieuwlandsedijk 43 's-Gravenzande Het aangevraagde project is voorgenomen op gronden met de enkelbestemming 'Recreatie' (artikel 9) met de functieaanduiding 'specifieke vorm van recreatie- Recreatieterrein 5' en de gebiedsaanduiding 'Geluidszone-Industrie' en het aangevraagde project is voorgenomen op de enkelbestemming 'Waterstaat-Waterstaatkundige functie' (artikel 17). Ingevolge artikel 9.1.1. van het bestemmingsplan zijn de voor recreatie aangewezen gronden bestemd voor het bedrijfsmatig aanbieden van recreatievoorzieningen door een recreatiebedrijf. Ingevolge artikel 9.1.2 onder e is op de gronden met functieaanduiding (sr-5) uitsluitend verblijfsrecreatie toegestaan die is toegespitst en is beperkt tot het tijdelijke verblijf van paarden in het bedrijfsgebouw of in paardenboxen, en het tijdelijk verblijf van recreanten in het bedrijfsgebouw. Daarnaast zijn toegestaan de plaatsing van maximaal 6 stacaravans en de plaatsing van één bedrijfswoning. De aanvraag betreft het oprichten van een kleine camping met circa 22 (uiteindelijk 17) verblijfsobjecten en sanitaire voorzieningen. De aanvraag is dan ook in strijd met de bovenstaande gebruiksregels.

Om de realisering van de camping mogelijk te maken wordt een zogenaamde procedure tot 'grote buitenplanse afwijking' als bedoeld in artikel 2.12, lid 1, sub a, onder 3, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht gevoerd. Uit de voorliggende toelichting c.q. ruimtelijke onderbouwing zal moeten volgen dat de voorgenomen activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening.

8

1.4

Leeswijzer

De omgevingsvergunning "Nieuwlandsedijk 43 te 's-Gravenzande" bestaat uit een toelichting, planregels en een planverbeelding. De toelichting is als volgt opgebouwd. In Hoofdstuk 2 komt de gebiedsvisie aan de orde. Hierin wordt de ruimtelijke en functionele hoofdstructuur van het plangebied beschreven met aandacht voor cultuurhistorisch waardevolle elementen, overige ruimtelijke kwaliteiten, aanwezige knelpunten en te verwachte ontwikkelingen. Dit tezamen leidt tot een beschrijving van de gemeentelijke visie op het gewenste behoud en beheer van de ruimtelijke kwaliteit in het plangebied. In Hoofdstuk 3 wordt onderzoek op het gebied van milieu, ecologie, archeologie en cultuurhistorie en water behandeld. Tot slot wordt in Hoofdstuk 4 Uitvoerbaarheid ingegaan op de economische en de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het de ruimtelijke onderbouwing. 1.5

Overwegingen

Er hoeft geen vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden gemaakt. Het gaat immers niet om een activiteit van de bijlage van het, bij de Wet milieubeheer horende, Besluit milieueffectrapportage. Gelet op de concrete omstandigheden is er geen sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject. Er is geen toename van het bebouwde oppervlak of het bouwvolume maar van een afname (door de sloop van de manege) en het project ligt in reeds bestaand gemengd gebied. Daarbij komt dat het niet aannemelijk is dat de wijziging van het gebruik een dusdanig andere verkeersaantrekkende werking heeft dat daarmee milieugevolgen gepaard gaan die ertoe moeten leiden dat de ontwikkeling aangemerkt dient te worden als een stedelijk ontwikkelingsproject. Hierbij wordt overwogen dat het project gelegen is in een gebied met een gemengd karakter waar op grond van het bestemmingsplan al bedrijvigheid is toegestaan in de vorm van het tijdelijk verblijf van paarden, het tijdelijk verblijf van recreanten in het bedrijfsgebouw, de plaatsing van maximaal zes stacaravans en de plaatsing van één bedrijfswoning. Het beoogde gebruik als camping met 17 verblijfsobjecten verschilt in planologisch opzicht niet zodanig van het op grond van het bestemmingsplan toegestane gebruik, welk gebruik ook bezoekers kan aantrekken, dat om die reden sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject.

9

Hoofdstuk 2 2.1

Gebiedsvisie

Beleidskader

De beleidscontext voor de visie op het plangebied wordt gevormd door gemeentelijke, regionale, provinciale en landelijke beleidsrapportages. In dit hoofdstuk is het relevante beleid samengevat. Het hier samengevatte beleidskader is niet uitputtend. In de toelichting wordt op een aantal plaatsen verwezen naar specifiek beleid of beleidsnotities die niet in deze paragraaf worden behandeld. Tot slot wordt in dit hoofdstuk een beschrijving gegeven van de visie op het plangebied. Deze visie is gericht op het behoud en beheer van de ruimtelijke kwaliteit. 2.1.1

Gemeentelijk beleid

Omgevingsvisie 2.0: Visie op Westland Op 8 december 2020 heeft de gemeenteraad de Omgevingsvisie 2.0: Visie op Westland vastgesteld. De Omgevingsvisie gaat onder andere in op de samenhang tussen ruimte, water, milieu, natuur, landschap, verkeer en vervoer, infrastructuur en cultureel erfgoed. De Omgevingsvisie is breder dan alleen de fysieke leefomgeving; ook onderwerpen als gezondheid, veiligheid en duurzaamheid moeten onderdeel uitmaken van de visie. De Omgevingsvisie geeft weer waar we met Westland naartoe willen en bindt de gemeente aan haar eigen voornemens en ambities. De Omgevingsvisie werkt door in het (later nog op te stellen) omgevingsprogramma, waarin beleidsvoornemens en maatregelen staan die dienen om de doelen in de leefomgeving te bereiken. De Omgevingsvisie geeft ook richting aan het ontwikkelen van het omgevingsplan. Hierin worden de algemene regels en vergunningsplichten vastgelegd die bindend zijn voor burgers en bedrijven (bestemmingsplannen en verordeningen worden hiermee vervangen). De belangrijkste opgave is het verhogen van de leefkwaliteit in Westland, waarbij het sociaal-maatschappelijke en economische belang van het tuinbouwcluster niet uit het oog wordt verloren. De oorspronkelijke structuren in het landschap moeten behouden blijven, net als de gemeenschapszin in de dorpen. Westland wil een groenere, gezonde en aantrekkelijke gemeente zijn.

Met een people - planet - profit benadering, vindt vergroening plaats langs de belangrijke groene verbindingen en in de wijken, terwijl initiatiefnemers en ontwikkelaars worden gevraagd groeninclusief te ontwerpen en in te richten. Een klimaatbestendig beleid wordt doorgevoerd in ruimtelijke inrichting, nieuwbouw en verkeersmaatregelen. Bodemwarmte moet worden benut en er wordt aangesloten op warmtenetten in de regio. Betere bereikbaarheid en een toonaangevende rol op het gebied van kennis, innovatie en duurzaamheid in de Greenport blijven een belangrijke rol spelen. De autonome groei van inwoners wordt geaccommodeerd door het invullen van de zachte plannen voor woningbouw in combinatie met inbreiding door bv. hoger te bouwen. De kwaliteit van de omgeving wordt verbeterd met een groen/blauwe inrichting (groene daken, beleefbaar groen en waterberging) om hittestress en wateroverlast tegen te gaan. Voor 2040 wordt één vierkante meter groen per huishouden extra gerealiseerd, voor nieuwbouwprojecten geldt een norm van 50 m2 verblijfsgroen per woning. Bij projectontwikkeling worden zoveel mogelijk de minimale eisen uit het Convenant Klimaatadaptief Bouwen gehanteerd en is het uitgangspunt dat niet langer gebruik wordt gemaakt van fossiele brandstoffen. Het woningaanbod moet aansluiten uit bij de Westlandse behoeften en economisch verbondenen.

Westland wil meer dan 8000 woningen realiseren, waarvan een grote opgave betaalbaar wonen. Er ligt ook een opgave voor de huisvesting van (tijdelijke) arbeidsmigranten. Het duurzaam glastuinbouwgebied behoudt voldoende kritische massa om een innovatieve glastuinbouwgemeente te blijven, maar het toevoegen van beleefbaar groen mag ten koste gaan van glastuinbouw. De glastuinbouw produceert in de toekomst circulair, wordt energieneutraal en klimaatadaptief. Om de modernisering en herstructurering op gang te brengen moet er letterlijk ruimte worden gemaakt, bv. door het uitplaatsen van (bedrijfs)woningen naar de dorpen. Integrale

10

gebiedsplannen moeten betaalbaar en met voldoende draagvlak gerealiseerd kunnen worden. Langs de kust is een strand dat uitblinkt in rust en ruimte met een goede balans tussen natuur en recreatie. Daarnaast wil Westland sluitende recreatieve netwerken creëren voor verschillende gebruiksgroepen d.m.v. robuuste groen-blauwe aders. Er wordt ingezet op een hoogwaardige OV verbinding tussen Den Haag en de Hoekse Lijn richting Delft. Bepaalde bedrijventerreinen kunnen uitbreiden, in de kernen worden (compacte) kernwinkelgebieden aangewezen. Rond 2030 zijn grote ingrepen nodig om de infrastructuur op orde te houden (vrijliggend logistiek netwerk, ongelijkvloerse kruispunten), er komt een verkenning naar de mogelijkheden voor lightrail. Het fietsnetwerk binnen en van/naar Westland wordt verbeterd met o.a. metropolitane fietspaden. Vrachtverkeer krijgt wellicht hubs en goede doorstroming naar de A4/A20 blijft een belangrijk aandachtspunt. Natuurgebieden (Natura 2000 en het Natuur Netwerk Nederland) moeten robuust, veerkrachtig, aaneengesloten en beleefbaar worden gemaakt. Voor 2030 zijn ontbrekende zones en schakels in ecologische verbindingen ingevuld, zodat de biodiversiteit bevorderd wordt. De waterkwaliteit moet worden verbeterd en er komt meer ruimte voor het vasthouden van water.

Dit vraagt ook inspanningen van de glastuinbouw om meer circulair te worden, minder grondwater te onttrekken en water te bergen. De toekomstkaart van Westland:

Mobiliteitsvisie Duurzaam Bereikbaar Westland Op 10 december 2019 is de Mobiliteitsvisie Duurzaam Bereikbaar Westland vastgesteld door de gemeenteraad. Het gemeentelijk mobiliteitsbeleid was tot de vaststelling van deze Mobiliteitsvisie gebaseerd op het Westlands Verkeer- en Vervoerplan 2005-2015 (WVVP) en de Structuurvisie Westland 2025. Veel van de in het WVVP opgenomen doelstellingen en uitvoeringsprogramma's zijn gerealiseerd, dan wel waren aan herziening toe. Na vaststelling van de Mobiliteitsvisie is het WVVP komen te vervallen. Er komt steeds meer verkeer in Westland. Om ervoor te zorgen dat we nu en in de toekomst nog vlot tussen dorpen en van dorp naar steden kunnen reizen, maken we plannen en nemen we maatregelen.

11

De volgende mobiliteitsdoelen zijn opgenomen in de Mobiliteitsvisie 2040: * * * » «

Logistieke bereikbaarheid; De auto minder dominant; Volwaardige alternatieven voor de auto; Westland verkeersveilig; Duurzaam Bereikbaar Westland.

Beleidsregel Parkeernormering gemeente Westland 2018 In de vergadering van burgemeester en wethouders van 16 januari 2018 is de 'Beleidsregel Parkeernormering gemeente Westland 2018' vastgesteld. Hiermee vervalt de verwijzing naar het WVVP. In het beleid is de parkeernormering van de gemeente Westland geactualiseerd en in overeenstemming gebracht met de meest recente kerncijfers van het CROW (landelijke richtlijnen). Beleidsnotitie conventionele explosieven in het Westland In de beleidsnotitie conventionele explosieven in het Westland wordt beschreven hoe om moet worden gegaan met diepte werkzaamheden op locaties die mogelijk conventionele explosieven bevatten. De basis voor het gemeentelijk beleid voor het opsporen van explosieven is de explosieven risicokaart. Deze kaart geeft een eerste indicatie van het mogelijke gevaar van diepte werkzaamheden op bepaalde locaties in het Westland. In het projectgebied zijn geen mogelijke vindplaatsen van conventionele explosieven aanwezig. Integrale handhaving Wabo taken Op 17 november 2015 hebben burgemeester en wethouders van Westland de beleidsnota 'Handhavingsbeleid, integrale handhaving Wabo taken' vastgesteld. Hierin zijn de doelen en richting voor milieuhandhaving en bouw- en woningtoezicht beschreven. De naleving van wet- en regelgeving is daarbij een gezamenlijke verantwoordelijkheid van gemeente, burgers en bedrijven.

De wet- en regelgeving zijn bedoeld om kwaliteit, veiligheid en leefbaarheid binnen de leefomgeving te beschermen en bevorderen en dat is in ieders belang. Dit draagt bij aan een prettige woon-, werk- en leefomgeving voor de burgers en ondernemers van de Gemeente Westland. De handhaving van de regelgeving vervat in dit plan is een bevoegdheid van burgemeester en wethouders. Het gaat daarmee vooral om de planregels inzake het bouwen en het gebruik van gronden en bouwwerken. Een aantal vormen van gebruik wordt specifiek aangeduid als strijdig met de bestemming, zodat handhavend optreden hiertegen eenduidig mogelijk te maken. Uiteraard betreft het hier een niet-limitatieve opsomming. Handhaving van dit plan is van belang om de ruimtelijke kwaliteit en de leefbaarheid er van in stand te houden. Daarnaast heeft handhaving uiteraard ook een belangrijke functie in het kader van de rechtszekerheid en rechtsgelijkheid. De planregels in dit plan zijn voldoende duidelijk, concreet en toepasbaar om te kunnen handhaven. Handhaving van het plan zal in de praktijk primair plaatsvinden via de bestemmingsplantoets in het kader van de omgevingsvergunning en door feitelijk toezicht op de aanwezigheid van bouwwerken en op gebruiksactiviteiten. Binnen de gemeente heeft het team bouw- en woningtoezicht van de afdeling Ruimte, Omgeving en Veiligheid hierin een centrale taakstelling.

Bij gebleken strijdigheid met het plan wordt, afhankelijk van de prioriteitsstelling, een handhavingstraject ingezet. Woonvisie 2020-2030 De Woonvisie 2020-2030 is een actualisatie van de Woonvisie Westland 2030 die is opgesteld in 2016 en vastgesteld door de raad in 2020. Met de actualisatie krijgt de gemeente de gelegenheid om integraal de afweging te maken voor welke doelgroep er gebouwd moet worden in Westland op basis van actuele gegevens. De visie vormt de basis voor nieuwe woningmarktafspraken met de regio Haaglanden, afspraken voor de huisvesting van arbeidsmigranten, zorginstellingen en de prestatieafspraken met de woningcorporaties. Conclusies Woonvisie De conclusies die uit de "Woonvisie 2020-2030" getrokken kunnen worden zijn: « de behoefte aan sociale huurwoningen blijft onverminderd groot en krijgt een belangrijke plaats in het (ambitieuze) bouwprogramma; * blijvende aandacht voor de groep middeninkomens is gerechtvaardigd;

12

« * *

het aantal 70-plussers verdubbelt, zodat wonen met zorg verder moet worden ontwikkeld; de huisvestingsopgave voor arbeidsmigranten is substantieel; flexwonen krijgt een plaats in het bouwprogramma.

Voor nieuwe bouwplannen geldt in beginsel de volgende verdeling in prijssegmenten: 450Zo dure/extra dure koop, 20Zo middeldure koop/huur, 50Zo goedkope koop, 300Zo sociale huur. Daarbij geldt een ambitie voor zorg- en ouderenwoningen en de huisvesting van arbeidsmigranten. Beleid en beleidsregels voor opslag en verkoop van consumentenvuurwerk in Westland In deze Nota wordt aangegeven dat het wenselijk is een goede ruimtelijke spreiding van de verkooppunten van consumentenvuurwerk te bewerkstelligen. Doel bij een ruimtelijke benadering is het bereiken van een gelijkmatige spreiding van (kleine) bedrijven voor verkoop en opslag van consumentenvuurwerk over Westland, om op deze wijze straathandel en vuurwerktoerisme zoveel mogelijk te voorkomen. Daarbij moet er binnen elk verzorgingsgebied sprake zijn van voldoende (vuurwerk)aanbod om de lokale markt te voorzien en zodoende illegale handel in principe overbodig te maken en te voorkomen. Het uitgangspunt voor opslag en verkoop van consumentenvuurwerk van de gemeente Westland is: Ruimte bieden aan ondernemers voor opslag en verkoop van consumentenvuurwerk met inachtneming van veiligheid en milieuregelgeving onder voorwaarde van een goede ruimtelijke spreiding. Met daarbij de volgende randvoorwaarden: * in de gemeente Westland wordt alleen consumentenvuurwerk opgeslagen.

Opslag en verkoop van professioneel vuurwerk is niet toegestaan; * iedere vestiging van opslag en verkoop van consumentenvuurwerk zal worden getoetst aan voldoende ruimtelijke spreiding in de gemeente Westland; « in de gemeente Westland worden maximaal 18 vestigingen voor opslag- en verkooppunten van consumentenvuurwerk toegestaan; * opslag tot en met 1.000 kg is beperkt toegestaan in de dorpskernen; * nieuwe vestiging in dorpskernen is niet toegestaan; * de vestiging van bedrijven met een opslag tot en met 10.000 kg heeft de voorkeur in gebieden waar een bedrijfsbestemming geldt of in tuincentra; * opslag boven de 10.000 kg consumentenvuurwerk is uitgesloten; * bestaande bedrijven in strijd met deze uitgangspunten mogen de activiteiten voortzetten. In de planregels van het voorliggende bestemmingsplan is opgenomen dat opslag en verkoop van consumentenvuurwerk niet is toegestaan. Bedrijventerreinenvisie Westland De Bedrijvenvisie Westland vormt - via het gemeentelijke Actieprogramma Economische Zaken - een uitwerking van de Visie Greenport Westland en is gericht op: * * *

het anticiperen op actuele en toekomstige marktontwikkelingen om voldoende ruimte te behouden voor groei van bedrijvigheid (inspelen op de vraag van bedrijven, kantoren en detailhandel); het zijn van een toetsingskader voor de actualisering van bestemmingsplannen en de ruimtelijke onderbouwing van andere ruimtelijke besluiten; het verschaffen van duidelijkheid over parkmanagement op bedrijventerreinen.

Nota publieksfuncties op bedrijventerreinen Als nadere uitwerking van de Bedrijventerreinenvisie Westland hebben burgemeester en wethouders de Nota publieksfuncties op bedrijventerreinen vastgesteld om maatwerk te kunnen bieden voor publieksfuncties op lokale bedrijventerreinen. In deze nota is aangegeven wat wel en niet is toegestaan op lokale bedrijventerreinen. Wonen, detailhandel, horeca, leisure en care-functies zijn uitgesloten in bestemmingsplannen die betrekking hebben op bedrijventerreinen. Bij leisure kan worden gedacht aan fitness, kookstudio's en hobbyfuncties. Care-functies zijn onder andere kinderopvang, ouderenzorg, gehandicaptenopvang en huisartsen- en fysiotherapie-collectieven. In hoofdzaak zijn op bedrijventerreinen bedrijfsmatige en industriële functies toegestaan. Genoemd worden het vervaardigen, bewerken, installeren en inzamelen van goederen. Ook verhandelen van goederen wordt genoemd, waarbij detailhandel (verkoop aan een eindconsument) is uitgesloten. In de loop der tijd zijn daarop

13

uitzonderingen gemaakt voor specifieke vormen van detailhandel, zoals verkoop van brand- en explosiegevaarlijke stoffen. De verkoop van de zogenoemde ABC-goederen (Auto's, Boten en Caravans) is alleen toegestaan met een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid. Ook bouwmarkten zijn met een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid mogelijk, conform de provinciale regelgeving. Tegelijkertijd is vestiging van woonwinkels aan strenge regionale regels van Haaglanden gebonden. Een andere functie die in beperkte mate is toegestaan zijn zelfstandige kantoren. Onzelfstandige kantoren, die ten dienste staan van een bedrijf blijven mogelijk. Elk bedrijf kan ruimte nodig hebben voor een administratie- en verkoopafdeling, waarbij de oppervlakte maximaal 3.000 m2 bedraagt. Zelfstandige kantoren kunnen in bestemmingsplannen door middel van een afwijkingsprocedure mogelijk worden gemaakt tot 500 m2 per gebouw. Hierbij kan worden gedacht aan accountants en architecten. De kantoren mogen echter geen baliefunctie hebben (zoals makelaars en uitzend- of reisbureaus) en moeten ingepast (kunnen) worden op het bedrijventerrein. Inpassing is mogelijk bij de entree, of op de eerste verdieping van bestaande panden. Daarnaast moet voldaan worden aan de parkeernorm, die voor kantoren hoger is dan voor bedrijven. Binnen het plangebied bevinden zich diverse functies die in strijd zijn met deze nota.

Voor deze gevallen zal zoveel mogelijk worden aangesloten bij vigerende regelgeving. Detailhandelsstructuurvisie gemeente Westland 'Kleine Kernen Kordaat' In de Detailhandelsstructuurvisie “Kleine kernen kordaat” 2008 is het beleid vervat dat elke Westlandse kern, in ieder geval voor wat betreft het dagelijks winkelaanbod, over voldoende detailhandelsvoorzieningen dient te beschikken. De omvang van die voorzieningen is gerelateerd aan de omvang van de betreffende kern. Voorts is het beleid erop gericht om zoveel mogelijk detailhandelsomzet voor het Westland te behouden. Het weglekken van deze omzet naar omliggende gemeenten, dient, zoveel als reëel mogelijk is, te worden voorkomen. In onze detailhandelsstructuurvisie worden de volgende twee hoofdlijnen benoemd: 1. Streven naar een situatie waarin de Westlandse kernen zelf voldoende detailhandelsvoorzieningen hebben. De omvang van die detailhandel heeft een sterke relatie met het lokale inwonertal, maar wordt ook bepaald door marktverhoudingen. 2. Het behoud van zoveel mogelijk omzet in Westland zelf. Het weglekken van omzet naar omliggende gemeenten willen we, zoveel als reëel mogelijk is, voorkomen. Kantorenvisie De Westlandse dienstensector ontwikkelt zich de afgelopen jaren sterk, mede als gevolg van de toename van bedrijventerreinen en door de schaalvergroting in de glastuinbouw.

Dienstverleners verbeteren het productieproces en verhogen de efficiëntie van ondernemers. In de glastuinbouw is dit goed zichtbaar. Met minder werknemers wordt meer geproduceerd omdat de bedrijfsprocessen steeds beter georganiseerd worden. Een tweede grote vraag naar kantoorruimte komt van bestaande Westlandse kantoorgebruikers die, vaak als gevolg van fusies, nieuwe kantoorpanden bouwen. Wat betreft de vraag naar nieuwe kantoorruimte, richt de visie zich op kantoorlocaties. Kansrijke locaties voor concentratie van kantoren zijn: * * * »

Tiendweg met in het verlengde Flora Holland; Centrum Naaldwijk; ABC Westland; Knooppunt Westerlee.

Daarbij heeft volgtijdelijke ontwikkeling de voorkeur, waarbij de locatie Tiendweg prioriteit verdient.

14

2.1.2

Regionaal beleid

Metropoolregio Den Haag-Rotterdam In de metropoolregio Rotterdam Den Haag werken 23 gemeenten samen aan het verbeteren van de bereikbaarheid en het vernieuwen van de economie. Daarmee versterken ze onder meer de (internationale) concurrentiepositie van de regio. Met elkaar vormen deze 23 gemeenten het bestuur van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH). Voor het overleg tussen de 23 gemeenten en het nemen van besluiten kent de MRDH de volgende besturen en commissies: het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur, de bestuurscommissie Vervoersautoriteit (Va), de bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat (EV) en de voorzitter. Met 23 gemeenten, 2,3 miljoen mensen, 1,2 miljoen banen met werk voor 13,50Zo van de Nederlanders en een bijdrage van 150Zo aan het BNP is de metropoolregio een regio die er toe doet. Voor een grootstedelijke regio waar het goed wonen, werken en recreëren is, heeft de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) zichzelf twee belangrijke ambities gesteld: het vernieuwen van economie en het verbeteren van de bereikbaarheid. Het Rijk gaf de Metropoolregio Rotterdam Den Haag de status van vervoerregio. En daarmee ook wettelijke taken rond verkeer en vervoer. Aan het begin van elke nieuwe bestuursperiode (elke vier jaar) stelt het bestuur een regionale strategische agenda vast, van waaruit de regionale vraagstukken worden opgepakt.

De huidige strategische agenda loopt tot en met 2022. Regionale Kantorenstrategie Haaglanden De Regionale Kantorenstrategie Haaglanden gaat in op de segmentering en programmering van kantorenlocaties in Haaglanden. Deze kantorenstrategie vormt de basis voor het regionale beleid ten aanzien van de (her)ontwikkeling van kantorenlocaties tot aan 2020 en geeft mede invulling aan het RSP. Het RSP komt tot de conclusie dat het geplande aanbod van kantoren, de behoefte tot 2010 overstijgt. Ten aanzien van geplande ontwikkelingen na 2005 wordt gesteld dat de realisatie hiervan moet worden afgewogen ten opzichte van bewegingen in de bestaande voorraad kantoren. Er is voldoende aanbod van gemengde bedrijvenzones waardoor blijvend ruimte kan worden geboden aan een diversiteit van bedrijven. Tevens zijn er voldoende mogelijkheden voor vermenging van verschillende werkfuncties. 2.1.3

Provinciaal beleid

Het omgevingsbeleid Zuid-Holland is op 1 april 2019 in werking getreden. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en een Omgevingsverordening. Omdat onderdelen uit het Programma ruimte naar het visiedeel zijn omgezet, is het resterende deel hiervan nu onderdeel van het Omgevingsbeleid. Met het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Hieraan wordt richting gegeven door het maken van samenhangende beleidskeuzes, die volgen uit provinciale opgaven en belangen. Deze beleidskeuzes werken door naar uitvoeringsprogramma's en naar regels in de provinciale verordening. Het geheel aan bestaande beleidskeuzes, inclusief de doorwerking naar programma's en verordening, vormt het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Introductie op het omgevingsbeleid: de ruimtelijke hoofdstructuur Zuid-Holland wil slim en schoon zijn. Klimaatverandering heeft in het laaggelegen deltagebied grote ruimtelijke, economische en sociale gevolgen. Als open economie is Zuid-Holland gevoelig voor gevolgen van globalisering. De segregatie neemt toe. De energie-intensieve economie heeft, zoals ook benoemd in het klimaatakkoord van Parijs, alleen toekomst als wordt overgegaan tot verduurzaming.

De provincie ziet zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving: naar een klimaatbestendige delta, naar een nieuwe economie (the next level), naar een levendige meerkernige metropool, energievernieuwing, best bereikbare provincie en gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. Belangrijk om de ambities waar te kunnen maken zijn innovatieve oplossingen voor waterberging en het voorkomen van hittestress, de overstap van een fossiele naar een circulaire economie, het uitbreiden van

15

warmtenetten, een forse woningopgave en de verduurzaming van woningen, vitale kernen, het aanpakken van verkeersknelpunten, het versterken van openbaar vervoer en gebruik van de fiets en de kwaliteit van de leefomgeving versterken door natuur, water, recreatie, cultureel erfgoed en economie in samenhang te bezien. De ruimtelijke hoofdstructuur toont de essentie en de samenhang van verschillende ruimtelijke beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie.

**ii •«■■••I

SJ-Ţt.

*»* *

•Jŭ*'

L M m

N-

figuur 3: de provinciale ruimtelijke hoofdstructuur(uitsnede Westland) Gemeente Westland laat zich kenmerken door de glastuinbouw (Greenport Westland) omringd door kust, natuur en stedelijk groen met daarbinnen woonkernen en logistieke overslagpunten. Naaldwijk is als regiokern aangewezen. Wateringen behoort tot de stedelijke agglomeratie. Nabij de vestiging van Flora Holland is een kenniscentrum aangegeven. Wat betreft mobiliteit is een (boven) regionale HOV-net busroute voorzien van Den Haag, via Naaldwijk naar Maassluis, alwaar op het HOV-net kan worden aangesloten richting Rotterdam. De greenport wordt benoemd als volwassen cluster dat tot de wereldtop behoort. Deze positie moet behouden blijven en waar mogelijk versterkt worden. Er wordt gestreefd naar synergie van mainport Rotterdam en de greenports. De groene ruimte heeft intrinsieke waarde en het kustlandschap vormt mede de grondslag voor de identiteit van de bebouwde en groene ruimte. De provincie zet in op de groenblauwe structuur om groene kwaliteiten binnen en buiten stedelijk gebied te versterken en de samenhang tussen parken, recreatiegebieden, natuurgebieden en agrarisch landschap te vergroten. Omgevingsverordening Regels aangaande bestemmingsplannen bv.

met betrekking tot ruimtelijke kwaliteit, de ladder voor duurzame verstedelijking en voor ruimtelijke ontwikkelingen als stedelijke ontwikkelingen, kantoren, bedrijven, detailhandel, glastuinbouwgebied, infrastructuur, veiligheid, natuur en cultureel erfgoed zijn opgenomen in de Omgevingsverordening. De regels zijn van overeenkomstige toepassing op ruimtelijke initiatieven waarvoor een zogenaamde 'grote buitenplanse afwijking' wordt doorlopen. Op grond van de regels die zijn gesteld voor natuur, is voor Westland het volgende gebied aangewezen als ecologische verbindingen binnen het Natuurnetwerk Nederland:

16

figuur 4: uitsnede provinciale kaart NatuurnetwerkNederland Programma Ruimte Een intensiever gebruik van steden en dorpen vergroot het draagvlak voor openbaar vervoer. Andersom kan de capaciteit op het infrastructuurnetwerk helpen om keuzes te maken waar en wanneer er verdicht en geconcentreerd kan worden. De provincie streeft er naar de agglomeratiekracht te vergroten. Stedelijke ontwikkelingen buiten bestaand stads- en dorpsgebied (BSD). Op de kaart 'woningbouwlocaties, bedrijventerreinen en andere stedelijke ontwikkelingen' (ook wel genoemd: '3ha kaart') zijn nog te ontwikkelen locaties voor deze doeleinden groter dan 3 ha buiten BSD opgenomen. Als een locatie hier is opgenomen, betekent dit dat de provincie op hoofdlijnen geen bezwaar heeft tegen de betreffende ontwikkeling. woningbouwlocaties, bedrijventerreinen en andere stedelijKe ontwiKKeimgen

de oerci'te iran BSO mdeOntgevngsvexxderrg lAbn ngbouwloc-abes

Searljventenein harde cape inert

Bedrijventerrein zachte ta pa cite

Andere eteoeijke onrwiKk.cb"oen

I

j ProyincKorerij

figuur 5: de '3ha kaart' Op de kaart zijn, indicatief, woningbouwlocaties weergegeven die gelegen zijn buiten het bestaand stads- en dorpsgebied en meer dan 3 hectare groot zijn. Op de kaart staat zowel harde als zachte capaciteit buiten BSD. Met deze toevoeging wordt invulling gegeven aan bestuurlijke continuïteit. Woningbouwlocaties die voor Westland zijn opgenomen:

17

Tabel 1 Woningbouwlocaties gemeente

naam ocatíe

Westland

De Lier

Molen sloot

Westland

iKwintsheul

Holle Watering

Westland

Monster

De Duinen

Westland

ÍMonster

Monster noord

Westland

ļMonster

Westmade

Westland

ļPoeldijk

Poeldijk Westhof

Westland

ľs-Gravenzande

Poelkade l Het Nieuwe Water

Westland

's-Gravenzande

Waelpa rk/Waelpolde r

Westland

fateríngen

bruto opp in ha

Erasimiszone í Wippolder

Bedrijventerreinen die zijn opgenomen op de '3ha kaart' zijn Bovendijk Kwintsheul, Uitbreiding ABC Poeldijk (beide als 'zachte capaciteit') en Honderdland fase 2 Maasdijk en Trade Parc Westland Naaldwijk (beide als 'harde capaciteit'). Als 'andere stedelijke ontwikkelingen is nog opgenomen de Horti Campus in Honselersdijk. Voor Westland zijn de volgende ruimtelijke reserveringen opgenomen, waarbij nut en noodzaak van ieder project nog niet is bewezen: N211 capaciteitsvergroting, N222 (Veilingroute) 2 x 2, N213 capaciteitsvergroting, HOV Den Haag - Westland. Agrologistieke handels- en transportcentra (ABC Westland) aan het kernnet worden waar mogelijk ruimtelijk versterkt. Daarnaast moeten de verbindingen tussen de mainport Rotterdam en de handelsgebieden binnen de greenports (ABC Westland, Honderdland, Flora Holland Honselersdijk) verbeteren. De tuinbouw in Zuid-Holland is in de fase van volwassenheid van zijn levenscyclus beland. De werkgelegenheid, de afzet en innovatiekracht van deze sectoren stabiliseren en dreigen zonder bijsturing op termijn wellicht zelfs af te nemen. De opgave voor de glastuinbouw is om te vernieuwen en verduurzamen. Kansen op innovatie en groei ontstaan door meer interactie tussen economische clusters en door nieuwe economische sectoren binnen de traditioneel sterke clusters.

Nauwe samenwerking tussen overheden, ondernemers en onderzoekers en een betere aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt kunnen daarbij tot stroomversnelling leiden. Het sneller naar de markt brengen van nieuwe kennis (valorisatie) wordt daardoor bevorderd. De opgave voor de sector is om meer toegevoegde waarde te genereren bij het zelfde ruimtegebruik met minder verbruik van energie en water. Het proces van schaalvergroting stelt eisen aan de ruimtelijke inrichting van de Greenports en vraagt om modernisering van teeltareaal. Verder experimenteert de sector op grote schaal met nieuwe vormen van energiewinning en waterberging. Naast de primaire productie groeien vooral de toeleverende bedrijven sterk, wat tot conflicterende ruimteclaims leidt, omdat het eveneens van groot belang voor het innovatief vermogen van de sector is dat binnen de provincie voldoende teeltareaal voor (glas)tuinbouw beschikbaar blijft. Westland is een glastuinbouwgebied dat zich door herstructurering, modernisering en intensivering van het bestaande areaal verder moet ontwikkelen. Binnen Westland is ruimte voor glasopstanden, maar de Provincie biedt bij uitzondering ook ruimte voor weloverwogen vormen van functiemenging, als die het greenportcluster versterken.

Bedrijven kunnen worden toegelaten als ze behoren tot de keten glastuinbouw en een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van de Greenport als internationaal centrum voor teelt, kennis en handel. Concentratiegebieden voor glastuinbouw kunnen qua belevingswaarde worden beschouwd als bedrijventerrein. Ontwikkelingen in de glastuinbouw dienen bij voorkeur bij te dragen aan een grootschalig, geconcentreerd, modern uiterlijk en functioneren. Gericht op zoveel mogelijk meervoudig ruimtegebruik en collectieve voorzieningen, met aandacht voor aansluiting op bestaande landschappelijke structuren. Een dooradering van het gebied met water en recreatieve routes is gewenst.

18

Het gebied tussen de Galgeweg, de Piet Struikweg en de N213 is aangeduid als 'maatwerkgebied glastuinbouw'. Vrijkomende percelen kunnen een andere functie krijgen, passend in de omgeving. Er zijn al plannen voor een groenzone (onderdeel van Natuurnetwerk Nederland). 2.1.3.1 Afwijken middels 6.15 Omgevingsverordening Een bestemmingsplan voor gronden binnen het glastuinbouwgebied, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 11 in bijlage II, laat alleen glastuinbouwbedrijven en openlucht tuinbouwbedrijven toe, alsmede de daarbij behorende voorzieningen en voorzieningen voor energieopwekking. f S y

figuur 6: provinciale kaart met Greenport Westland (kaart 11 bijlage 2 Omgevingsverordening) Bij uitzondering kan een bedrijf worden toegelaten dat behoort tot de keten glastuinbouw en een bijdrage levert aan de ontwikkeling van het glastuinbouwgebied als internationaal centrum voor teelt, kennis en handel van glastuinbouwproducten indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de omvang en de bruikbaarheid van het glastuinbouwgebied. In geval van zwaarwegende belangen en er geen andere reële mogelijkheid is, kan bij uitzondering ook een andere ontwikkeling mogelijk gemaakt worden. Tenslotte kan de begrenzing van het glastuinbouwgebied in beperkte mate worden aangepast. 2.1.4

Rijksbeleid

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte 8, AMvB ruimtelijke ordening Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar & veilig. Daar streeft het Rijk naar met een aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen scherp prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Een actualisatie van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid is daarvoor nodig. De verschillende beleidsnota's op het gebied van ruimte en mobiliteit zijn gedateerd door nieuwe politieke accenten en veranderende omstandigheden zoals de economische crisis, klimaatverandering en toenemende regionale verschillen onder andere omdat groei, stagnatie en krimp gelijktijdig plaatsvinden. De structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geeft een nieuw, integraal kader voor het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en is de 'kapstok' voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties.

Doelen In de structuurvisie Infrastructuur en Ruimte formuleert het Rijk drie hoofddoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar & veilig te houden voor de middellange termijn (2028): * het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; * het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; * het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn.

19

Het Westland is op de kaart van de nationale ruimtelijke hoofdstructuur aangewezen als Greenport.

NATIONALE RUIMTELIJKE HOOFDSTRUCTUUR Hat vargrotan van da concurrentiekracht van Nadarland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland O Stedell|ke regio mat tcpsaetoren Q Mamport Sdïiphd Q Malnport Rotterdam 0 Brainport Zuidoost Nederland Q Grwiporl

Zuidas Stad van internationaal recht vrede en veiligheid ö

-v *

HSL/ICE station

O

Overige luchthaven van nationaal balang

O

Zeehaven van nationaal belang

®

Binnenhaven van nationaal balang

Figuur - Uitsnede kaart nationale ruimtelijke hoofdstructuur Nationale belangen De structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is vertaald in de AMvB ruimtelijke ordening. De AMvB omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de Ecologische Hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met de AMvB Ruimte maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Uit de regels en kaarten behorende bij de AMvB kan worden afgeleid welke aspecten relevant zijn voor het ruimtelijke besluit. Voor het projectgebied zijn geen nationale belangen in het geding. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Met de komst van de Omgevingswet die vanaf 2022 in werking zal treden, is het van belang dat de ruimtelijke opgave in lijn is met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). De eerste NOVI is vastgesteld in 2021. De NOVI bestaat uit één Rijksvisie op de leefomgeving. Het uitgangspunt van dit beleidsdocument is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in een samenhangend geheel. De NOVI schetst een duurzaam toekomstperspectief voor de leefomgeving in Nederland in 2050.

Om dit te realiseren is collectieve verantwoordelijkheid van alle overheden van belang. Het Rijk benoemt in de NOVI 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid en vermeldt hierbij de opgaven en de rol van het Rijk bij het realiseren van deze opgaven. Deze opgaven worden samengebracht in vier prioriteiten. Deze prioriteiten vormen complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Deze prioriteiten zijn: * * * *

Naar een duurzame en concurrerende economie; Naar een klimaatbestendige en klimaatneutrale samenleving; Naar een toekomstbestendige en bereikbare woon- en werkomgeving; Naar een waardevolle leefomgeving.

Deze vier opgaven kunnen alleen in samenhang verder worden gebracht wanneer aandacht is voor thema's die hier dwars doorheen lopen, zoals omgevingskwaliteit, gezondheid, cultuurhistorie, klimaatadaptatie, water, bodem, (nationale) veiligheid en milieukwaliteit. Een gezonde leefomgeving die zo min mogelijk negatieve invloed heeft op de gezondheid is volgens het Rijk van belang. De omgeving dient uitnodigend te zijn voor gezond gedrag en dient een plek te zijn waar inwoners zich prettig voelen. De omvang van de vraag is afhankelijk van de het tempo van economische groei, maar ook van de

20

specifieke bedrijfstaksamenstelling per regio, omdat de ramingen voor verschillende bedrijfstakken uiteenlopen. Het Rijk stelt dat een zorgvuldige raming van ruimtebehoefte- en aanbod van groot belang is. Om voldoende ruimte voor economische activiteit te faciliteren en deze optimaal te benutten, stellen overheden regionale programma's en transitieagenda's op. Locaties van nieuwe kantoren, bedrijventerreinen en (groot)winkelbedrijven moeten passen bij het verkeers- en vervoersnetwerk. Deze locaties moeten goed afgestemd zijn op de vraag van bedrijven én de economische vitaliteit en de kwaliteit en aantrekkelijkheid van stad en land versterken. 2.1.5

Conclusie

Geconcludeerd kan worden dat het project op het perceel aan de Nieuwlandsedijk 43-45 te 's-Gravenzande in overeenstemming is met de beleidskaders van de verschillende overheden.

2.2

Ruimtelijk-functionele structuur

2.2.1

Inventarisatie van waarden

Het plan is gesitueerd op een locatie met grote recreatieve en toeristische waarden (strand/duin). Deze locatie is uitermate geschikt voor het ontplooien en door ontwikkelen van (verblijfs) recreatie. Op deze locatie is ook al een andere camping gevestigd (Jagtveld). Het clusteren van recreatie kan elkaar versterken. 2.2.2

Ruimtelijke aspecten

De toerismesector is de afgelopen jaren flink gegroeid. De verwachting is dat de groei de komende jaren verder toeneemt en het aantal dag- en verblijfsgasten in Westland zal stijgen. Het is daarom van belang dat er voldoende kwalitatief goed en divers verblijfsaanbod is en blijft. De beleidsvisie Beleef Westland geeft aan dat wij verblijfsrecreatie en uitbreiding hiervan graag zien in de kustzone en dan met name in en rondom Vlugtenburg. 2.2.3

Wenselijke afwijking van het bestemmingsplan

De gemeente Westland wil het gebied Vlugtenburg verstevigen voor wat betreft Toerisme en Recreatie. Het realiseren van een kleinschalig vakantiepark op deze locatie draagt hieraan bij. Daarnaast kan dit plan ook een stimulans geven aan de Westlandse economie (m.n. detail, horeca en recreatiesector). Het type accommodatie komt nog niet voor in het Westland en is een aanvulling op het toeristisch verblijfsaanbod. Verder past het initiatief in de koers en ambitie van de gemeente t.a.v. de ontwikkeling van recreatie en toerisme zoals opgenomen in het Westlandprogramma 2018-2022 . Kort gezegd houdt dit in dat het creëren mogelijkheden om meer verblijfsrecreatie mogelijk te maken wenselijk is. 2.2.4

Verkeer

Op grond van het vigerende bestemmingsplan is het initiatief getoetst aan de Beleidsregel Parkeernormering gemeente Westland 2018. Het initiatief leidt tot de onderstaande berekening: De nieuwe camping omvat 17 stallingsplekken. Normaliter is de parkeernorm 1,3 per stallingsplek. In dit geval, gezien de relatief beperkte omvang van de plekken, kan echter volstaan worden met 1 parkeerplaats per stallingsplek. Daarnaast is er overcapaciteit op een nabijgelegen camping van dezelfde eigenaar en kan bezoek gebruik maken van de openbare parkeerplaats bij de strandovergang Slag Vlugtenburg. Voor een verdere toelichting op de berekeningsmethode wordt verwezen naar de Beleidsregel Parkeernormering gemeente Westland 2018.

21

Het initiatief voorziet conform de van toepassing zijnde parkeernorm(en) op alle te onderscheiden momenten van de dag/week in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein. Het initiatief voldoet daarmee aan de Beleidsregel Parkeernormering gemeente Westland 2018 en is daarmee op dat punt passend binnen het bestemmingsplan. Verkeerstechnische inrichting: De maatvoering van de nieuw te realiseren wegen en parkeerplaatsen is getoetst aan de aan de hand van het Programma voor Standaardinrichtingen Openbare Ruimte 2015. Uit deze toets blijkt dat alle wegen en parkeerplaatsen aan de juiste maatvoering voldoen. Daarnaast is ook beoordeeld of de inrichting voldoende verkeersveilig is. Dit blijkt het geval. Aandachtspunt is het zicht op de weg bij het wegrijden vanaf de parkeerplaatsen 1 en 17 (zoals genummerd op tekening DO-02-10 Terreinplan 20211116). Vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid wordt geadviseerd om de bomen aldaar te verwijderen. Er is in dit geval geen sprake van een uitweg, de parkeergelegenheid sluit direct aan op de openbare weg. Dit dient te worden afgestemd met de eigenaar van de weg (Hoogheemraadschap). Met die partij zal overeenstemming moeten worden bereikt over gebruik en eventueel verbreden van de weg. Conclusie verkeerskundige toets

Het aspect vormt geen belemmering voor deze ontwikkeling.

2.3

Gebiedsvisie

2.3.1

Stedenbouwkundige randvoorwaarden

In overleg met de initiatiefnemer zijn stedenbouwkundige randvoorwaarden meegegeven. Deze voorwaarden zijn verwerkt in de definitieve tekening met kenmerk DO-02-10 Terreinplan 20211116. 2.3.2

Algemeen

Met de nieuwe invulling van het terrein wordt enerzijds een overlast gevende situatie opgelost en kan anderzijds een aanzienlijke kwaliteitsimpuls aan het gebied worden gegeven. De nieuwe functie sluit daarbij goed aan op het bestaande recreatiegebied en het versterken daarvan. De bestaande bebouwing wordt daarbij gesloopt en het terrein wordt opnieuw ingericht. De verhardingsgraad wordt geminimaliseerd en het geheel wordt in aansluiting op het duinlandschap groen en landschappelijk ingepast. Een groot voordeel is daarbij dat het parkeren langs de Nieuwlandsedijk wordt verplaatst naar de kant van het parkeerterrein en zodoende een aantrekkelijke groene en parkeerplaatsvrije hoofdroute naar deze strandopgang kan worden gerealiseerd. Deze groene rand sluit ook aan op het karakter van de Nieuwlandsedijk en de relatief diepe groene voortuinen van de bestaande bebouwing aan die zijde van de weg. Tegelijkertijd is ook zorg besteed aan de overige randen en worden deze naar rato zo groen en landschappelijk mogelijk vormgegeven. Binnen deze groene randen worden de tenten en overige voorzieningen naar eigen inzicht ingedeeld zonder dat hierbij afbreuk wordt gedaan aan de stedenbouwkundige structuur of beeldkwaliteit van dit gebied. De voorgestelde oppervlaktes en bouwhoogtes zijn daarbij verantwoord en zorgen niet voor onevenredige hinder of overlast op aangrenzende percelen.

De tenten zijn welkome aanvulling op het bestaande aanbod en stedenbouwkundig dan ook niet bezwaarlijk. Belangrijk is wel dat de aanleg en instandhouding van het groen en landschappelijke inpassing zoals is aangegeven op de situatietekening en doorsneden als voorwaarde aan de vergunning wordt verbonden zodat dit ook geborgd is voor de toekomst. Verder is het van belang dat net als op de bestaande parken sprake blijft van seizoensgebonden verblijfsrecreatie en de tenten niet permanent bezet of zelfs bewoond worden.

22

23

Hoofdstuk 3

Onderzoek

3.1

Bedrijven en milieuzonering

3.1.1

Wettelijk kader

Voor het behoud en de verbetering van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving is een juiste afstemming tussen de aanwezige functies en wonen noodzakelijk. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van een milieuzonering die uitgaat van richtinggevende afstanden tussen hinderlijke functies (in de vorm van gevaar, geluid, geur, stof) en gevoelige functies. In de brochure ‘Bedrijven en Milieuzonering' van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) (versie 2009) zijn deze richtafstanden opgenomen. Van deze richtafstanden kan gemotiveerd worden afgeweken. 3.1.2

Onderzoek

Geluid Vlugtenburg Exploitatie B.V. is voornemens om aan de Nieuwlandsedijk 43-45 te 's-Gravenzande een nieuw recreatiepark met luxe safari-tenten te realiseren. Ten behoeve van de onderbouwing van de procedures voor de ontwikkeling van het recreatiepark geldt een verplichting het voorgenomen plan te toetsen aan de wet- en regelgeving voor het milieuaspect geluid. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken, is het noodzakelijk om de geluidbelasting als gevolg van deze ontwikkeling op geluidgevoelige objecten in de omgeving inzichtelijk te maken. Daarnaast genieten recreatieve nachtverblijfseenheden een zekere mate van bescherming tegen geluidhinder. In dit kader is een beoordeling nodig of sprake is van een aanvaardbaar verblijfsklimaat. Er wordt niet voldaan aan de in de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' genoemde richtafstanden tussen geluidbronnen en geluidgevoelige bestemmingen. Er heeft dan ook een geluidsonderzoek plaatsgevonden dat in een memo d.d. 1 november 2021 is vervat. Dit onderzoek is voor advies aan de Omgevingsdienst Haaglanden voorgelegd. Het geluidsonderzoek is bij advies van 26 november 2021 akkoord bevonden door de Omgevingsdienst Haaglanden. Bij de inrichting gaat het om het rijden en parkeren van personenwagens in de avondperiode en een enkele vrachtwagen in de dagperiode.

Zowel het geluid van de inrichting naar de omgeving toe als van de omgeving naar de inrichting toe is zodanig dat van een goede ruimtelijke ordening kan worden gesproken. Tevens kan de inrichting voldoen aan de geluidnormen van het Activiteitenbesluit op omliggende geluidgevoelige objecten. Er is in het geluidmemo rekening gehouden met geluidreductie door een scherm van 2 meter hoogte aan de zuidwestzijde van de inrichting en een aarden wal van 1,8 meter hoogte aan de noordwestzijde. Gevaar Voor de voorliggende activiteit geldt, wat het aspect gevaar betreft, specifieke regelgeving. De toets aan deze regelgeving is in het kader van het onderzoek van het aspect externe veiligheid uitgevoerd (zie paragraaf 3.4 van deze toelichting) en akkoord bevonden. Stof Voor een kampeerterrein geldt, bij omgevingstype rustige woonwijk, een richtafstand van 0 meter. Hier wordt aan voldaan. Geur Op 24 november 2021 is namens de aanvrager een nadere toelichting op het aspect geur gegeven. Deze toelichting is akkoord bevonden door de Omgevingsdienst Haaglanden.

24

3.1.3

Conclusie

Er zijn vanuit milieuzonering geen belemmeringen voor het voorliggende initiatief.

3.2

Geluid

3.2.1

Wettelijk kader

Wet geluidhinder Met de Wet geluidhinder wordt, vanuit een goed milieubeheer, een aantal specifieke geluidsgevoelige bestemmingen beschermd zoals woningen, onderwijsgebouwen, ziekenhuizen en verpleeghuizen. De geluidszonering die door deze wet wordt voorgeschreven, ligt rondom bedrijventerreinen, langs wegen voor wegverkeer, langs spoor-, tram- en metrowegen en rondom of langs andere geluidsoverlast veroorzakende objecten. Aan de geluidsbelasting op de (gevels van de) geluidsgevoelige objecten worden grenzen gesteld terwille van het woon- en leefklimaat. 3.2.2

Onderzoek

Er is geen sprake van industrie- of (spoor)weglawaai in de zin van de Wet geluidhinder. Er heeft een geluidsonderzoek plaatsgevonden in het kader van milieuzonering (zie paragraaf 3.1 van deze toelichting). 3.2.3

Conclusie

De Wet geluidhinder is niet van toepassing op de voorgenomen activiteit.

3.3

Luchtkwaliteit

3.3.1

Wettelijk kader

Wet luchtkwaliteit Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 (Luchtkwaliteitseisen van de Wet milieubeheer). De Wlk bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxide, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen met name de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in onderstaande tabel weergegeven. De grenswaarden gelden voor de buitenlucht, met uitzondering van een werkplek in de zin van de Arbeidsomstandighedenwet. Stof stikstofdioxide (NO2) fijn stof (PM10)1)

Toetsing van

Grenswaarde

Geldig

jaargemiddelde concentratie

60 ìg/m3

2010 t/m 2014

jaargemiddelde concentratie jaargemiddelde concentratie

40 ìg/ir^ 48 ìg/m^

vanaf 2015

jaargemiddelde concentratie

40 ìg/ir^

vanaf 11 juni 2011

24-uurgemiddelde concentratie

max. 35 keer p.j. meer dan 75 ìg/m^

24-uurgemiddelde concentratie

max. 35 keer p.j. meer dan 50 ìg/m^

vanaf 11 juni 2011 1) Bij de beoordeling hiervan blijven de aanwezige concentraties van zeezout buiten beschouwing (volgens de bij de Wlk behorende Regeling beoordeling Luchtkwaliteit 2007). Op grond van artikel 5.16 van de Wlk kunnen bestuursorganen bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit (zoals de vaststelling van een bestemmingsplan) uitoefenen indien:

25

« * *

* *

de bevoegdheden/ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden (lid 1 onder a); de concentratie in de buitenlucht van de desbetreffende stof als gevolg van de uitoefening van die bevoegdheden per saldo verbetert of ten minste gelijk blijft (lid 1 onder b1); bij een beperkte toename van de concentratie van de desbetreffende stof, door een met de uitoefening van de betreffende bevoegdheid samenhangende maatregel of een door die uitoefening optredend effect, de luchtkwaliteit per saldo verbetert (lid 1 onder b2); de bevoegdheden/ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht (lid 1 onder c); het voorgenomen besluit is genoemd of past binnen het omschreven Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of een vergelijkbaar programma dat gericht is op het bereiken van de grenswaarden (lid 1 onder d).

Besluit niet in betekenende mate (nibm) In dit Besluit is exact bepaald in welke gevallen een project vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden 2 situaties onderscheiden: « een project heeft een effect van minder dan 10 van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10; * een project valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg. In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een bestemmingsplan uit oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens tevens rekening gehouden met de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied. 3.3.2

Onderzoek

In het kader van de ontwikkeling van het recreatiepark te 's-Gravenzande is een onderzoek uitgevoerd voor het aspect luchtkwaliteit. Een beschrijving van het onderzoek en de uitkomsten zijn neergelegd in een notitie (nummer 20210827-468985-Safaritenten-rev01. d.d. 30 augustus 2021). Hierbij is rekening gehouden met de veranderende verkeersstromen behorende bij de aanpassingen ten gevolge van de ontwikkeling. Dit leidt tot een verandering van emissies van luchtverontreinigende stoffen zoals genoemd in de Wet milieubeheer. De concentraties van deze luchtverontreinigende stoffen zijn uitgerekend en getoetst ter plaatse van de relevante beoordelingslocaties langs en in de directe omgeving van het recreatiepark. Op basis van het uitgevoerde luchtkwaliteitonderzoek kan worden geconcludeerd dat op alle beoordelingspunten wordt voldaan aan de op betreffend punt te toetsen grenswaarden. Titel 5.2 van de Wet milieubeheer vormt dan ook geen belemmering voor verdere besluitvorming (artikel 5.16, lid 1 onder a Wm). De Omgevingsdienst Haaglanden onderschrijft de conclusie van de notitie dat op basis van het uitgevoerde luchtkwaliteitonderzoek kan worden geconcludeerd dat op alle beoordelingspunten wordt voldaan aan de op betreffend punt te toetsen grenswaarden. Titel 5.2 van de Wet milieubeheer vormt dan ook geen belemmering voor verdere besluitvorming (artikel 5.16, lid 1 onder a Wm). 3.3.3

Conclusie

Het plan voldoet aan de regelgeving ten aanzien van luchtkwaliteit.

3.4

Externe veiligheid

3.4.1

Wettelijk kader

Externe veiligheid is een begrip in het milieurecht en gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving bij gebruik, opslag en vervoer over de weg, water en spoor en door buisleidingen van gevaarlijke stoffen. Als gevaarlijke stoffen kunnen worden genoemd vuurwerk, lpg en munitie. Het beleid en de wetgeving zijn erop gericht om maatregelen te treffen om de risico's van deze risicovolle activiteiten te reguleren.

26

Voor dit bestemmingsplan is toetsing aan het Besluit externe veiligheid inrichtingen, het Besluit externe veiligheid buisleidingen en de daarop gestoelde regelingen vereist. Op grond van de regels voor externe veiligheid moeten afstanden in acht worden genomen tussen risicovolle activiteiten en (beperkt) kwetsbare objecten. In de betreffende regelgeving wordt uitgegaan van een risicobenadering - en niet het volledig uitsluiten van het risico - waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico is een rekenkundig begrip. Het risico kan op een afbeelding zichtbaar worden gemaakt door een (iso)risicocontour die de punten met een gelijk risico met elkaar verbindt. Het groepsrisico is een maat om de kans weer te geven dat een incident met dodelijke slachtoffers plaatsvindt. Het drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als direct gevolg van een ongeval in een inrichting, als bedoeld in de Wet milieubeheer, of bij het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico moet onderzocht - en verantwoord - worden omdat ook buiten de genoemde risicocontour van het plaatsgebonden risico nog letale effecten kunnen optreden in het invloedgebied van de risicovolle activiteit en groepen personen slachtoffer kunnen worden van een calamiteit. 3.4.2

Onderzoek

Inleiding Externe veiligheid gaat over de beoordeling van de risico's die verband houden met het gebruik van gevaarlijke stoffen. Tijdens de productie, de opslag, het gebruik en het transport kunnen er zich calamiteiten voordoen, waardoor de veiligheid van de omgeving in het geding is. Dit houdt daarom een risico in voor de omgeving van dergelijke activiteiten. Externe veiligheid heeft geen betrekking op mogelijke gezondheidsschade door langdurige blootstelling aan gevaarlijke of schadelijke stoffen. Het gaat om plotseling optredende schadelijke effecten en de directe gevolgen van die effecten. Bij de (her)inrichting van een gebied bepaalt de externe veiligheidssituatie mede de ruimtelijke (on)mogelijkheden. In het kader van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gelezen in samenhang met de regels omtrent externe veiligheid moet worden onderzocht of er sprake is van aanwezigheid van risicobronnen in de nabijheid van de locatie waarop het ruimtelijk besluit betrekking heeft en dienen het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR), en de eventuele toename hiervan, berekend te worden. In het externe veiligheidsbeleid wordt doorgaans onderscheid gemaakt tussen het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westland&id=6ed9cb64-c8cb-491f-be8b-f2ed0ae53477