Ruimteijke onderbouwing Zuideinde nabij 14 te Naaldwijk (21-0035439)
Tekst van het document
30
•
wonen door middel van PGB-constructies en er zijn steeds vaker mensen die de Wlz-indicatie thuis verzilveren. Op dit moment zien we een balans in het aanbod van gespikkeld wonen en de vraag. Door verdere extramuralisering en de afbouw van het aantal bedden, verandert dit snel in een tekort. Hierdoor zien wij een tekort van 20 plekken in 2025. Dit tekort zal oplopen naar 70 plekken. De vraag stijgt in elk geval met 70 plekken. o Er zijn signalen dat er op dit moment cliënten klaar staan om uit te stromen naar een reguliere woning, maar geen woonruimte kunnen vinden. Hier zijn een aantal redenen voor, namelijk: onvoldoende woningen, woningen worden niet toegewezen, geen inschrijfduur, etc. Met een actief coördinerende rol van de gemeente, kunne de zorgaanbieders en de woningcorporaties afspraken maken over het passend toewijzen van sociale huurwoningen woningen aan deze groep.
4.3 Beleidsopgaven VG Uitbreiden en moderniseren van vastgoed Wij verwachten een stijgende behoefte aan woonvormen. Om hierin te voorzien zal het aanbod moeten worden verruimd. Voor de geclusterde woonvormen adviseren wij om kleinschalige nieuwbouwwoningen toe te voegen. Deze vormen bieden cliënten een eigen appartement met voorzieningen (sanitair, soms ook een keuken) en daarnaast een ontmoetingsruimte of een gezamenlijke woonkamer. Ontmoetingsruimten die aanwezig zijn in bestaand aanbod en nieuw geclusterd aanbod, kunnen ook worden gebruikt door cliënten die in de nabije omgeving (‘gespikkeld’) wonen. Een dergelijke plek biedt bewoners structuur (dagritme) en mogelijkheden voor ontmoeting en ontspanning. Er kan ook op een laagdrempelige manier begeleiding worden geboden.
1783.108/G | Huisvestingsopgave Wonen met Zorg
Het is belangrijk dat de woningen die door nieuwbouw of transformatie worden gerealiseerd beschikbaar blijven voor de doelgroep Verstandelijke Beperkten. Gemeente Westland neemt hierover de regie en bepaalt na overleg met de zorgaanbieders hoeveel woningen gelabeld worden voor de doelgroep VG. Hierover maakt de gemeente Westland prestatieafspraken met de woningcorporaties om de noodzakelijke aantal woningen per jaar beschikbaar te houden.
Flexibele bouw en gemengd wonen De VG-doelgroep is divers samengesteld met uiteenlopende behoefte aan zorg en wonen. De doelgroep wordt ook steeds ouder waardoor dementie vaker voorkomt. Bij bouwplannen adviseren wij daarom om flexibel te bouwen. Op deze manier blijven de woningen makkelijker inzetbaar als de (nieuwe) bewoner een andere zorgvraag heeft. Daarnaast zien we dat een deel van de VG-cliënten goed zou kunnen wonen in een gemengd woonconcept met mensen met GGZ-problematiek, kwetsbare jongeren of ouderen. Te denken valt aan grotere wooncomplexen met een zeker zorgvolume, met kleinschalige onderdelen zodat de menselijke maat tot uiting komt. Deze complexen bieden de mogelijkheid om flexibel te bouwen, de doelgroepen gemengd te laten wonen en de zorginfrastructuur makkelijker en goedkoper te organiseren. Dit nieuwe type woon-zorgcomplex kan breder worden ingezet om ook deeltijdverblijf aan te bieden. Met een deeltijdverblijf kan voorkomen worden dat cliënten langdurig worden opgenomen in instellingszorg. Het opzetten van dergelijke projecten vraagt om samenwerking tussen zorgaanbieders. Hierin is een regierol weggelegd voor de gemeente om de samenwerking tussen zorgaanbieders en corporaties te bevorderen.
31
Cliënten bewustmaken van zelfstandig wonen Voor een goede doorstroom naar zelfstandig wonen is het belangrijk dat cliënten zich bewust zijn van de (on)mogelijkheden. Zorgaanbieders doen er goed aan om cliënten laagdrempelig uitleg te geven over onder andere de (tijdige) inschrijving bij een woningcorporatie, en de informatie die daarbij ingevuld moet worden (aandoening, instelling, etc.). Wij adviseren dat zij deze informatievoorziening samen met corporaties afstemmen. Wat betreft het thuis wonen (met een mpt, vpt of pgb), doen aanbieders er juist goed aan om de risico’s te schetsen. Thuis wonen is voor een deel van deze mensen geen goede optie.
•
De VG doelgroep wordt ouder en doet daarbij vaker een beroep op de ouderenzorg. Hier liggen kansen om de zorgvraag tussen zorgaanbieders te combineren, mits de partijen deze samenwerking organisch laten groeien.
Randvoorwaarden extramuralisering Er bestaat een grote vraag naar het scheiden van wonen en zorg. Om langer zelfstandig wonen te bevorderen, moet worden voldaan aan de volgende randvoorwaarden: • Het stelt eisen aan de zorginfrastructuur en de samenwerking tussen ketenpartners om de zelfstandige huisvesting te realiseren en succesvol te laten zijn. • Naast een goede samenwerking is een geschikte woonomgeving en goede spreiding over de gemeente onmisbaar. • Andere randvoorwaarden om zelfstandige huisvesting te realiseren is het bestaan van een stevig sociaal netwerk waaraan ook informele zorg en mantelzorg kan worden ontleend. Daarnaast is het een vereiste dat cliënten na hun uitstroom ondersteuning krijgen bij het aanleveren van levensvaardigheden zoals plannen, organisaties, informatie verwerken, omgaan met emoties etc. • Onderzoeken wijzen uit dat komende decennia het aanbod in mantelzorg flink zal gaan dalen. Dit maakt het belangrijk om de sociale veiligheid van de doelgroep te waarborgen door activiteiten en voorzieningen in de buurt aan te bieden en de doelgroep samen te laten komen.
1783.108/G | Huisvestingsopgave Wonen met Zorg
32
5 Beschermd Wonen Beschermd Wonen (BW) is een regeling voor mensen die niet zelfstandig kunnen wonen of die thuis extramuraal zorg nodig hebben vanwege psychische en/of psychosociale problematiek en waarbij behandeling niet (meer) op de voorgrond staat. Vanuit de regeling wordt zowel de zorg als het verblijf bekostigd, gefinancierd vanuit de Wmo. Na een (intramuraal) verblijf zal de cliënt uitstromen richting zelfstandig wonen of gespikkeld wonen. In dit hoofdstuk maken we een analyse van de ontwikkeling van de vraag naar plekken voor zorg met verblijf voor mensen met een indicatie voor BW en zetten we deze af tegen het bestaande aanbod. Ook gaan we in op de te verwachten jaarlijkse uitstroom vanuit deze voorzieningen naar reguliere woonruimte. Het werkveld van Beschermd Wonen is flink in ontwikkeling. Van oudsher is deze zorg nationaal georganiseerd, maar in diverse rondes is de organisatie hiervan meer gedecentraliseerd. Vanaf 2022 vindt de laatste decentralisatie plaats, met daarin diverse veranderingen voor het BW-stelsel. De gemeenten in de BW-regio DWO-gemeenten5 met centrumgemeente Delft zijn volop bezig om zich hierop voor te bereiden en praten doorlopend over de nieuwe regionale inrichting van Beschermd Wonen. Dit onderzoek haakt in op deze ontwikkelingen.
Veranderingen in het BW-stelsel Vanaf 2022 ontvangt een deel van de huidige Beschermd Wonen-cliënten financiering vanuit de Wlz, omdat zij ‘levenslang en levensbreed’ ondersteuning nodig hebben. Zorg en verblijf worden dan niet meer betaald vanuit
5
de Wmo, maar vanuit de Wlz. De woon- en zorgvraag van deze doelgroep zal onder dit nieuwe financieringsregime niet wezenlijk veranderen. De cliënten hebben immers nog steeds behoefte aan een beschutte woonplek. Naast de verwachting van de overheveling van het type indicatie, verwachten zorgaanbieders dat een deel van de huidige cliënten kan doorstromen naar zelfstandig wonen met ambulante begeleiding. Ook in een situatie waarin sterk wordt ingezet op ‘ambulantisering’ zal een deel van de doelgroep aangewezen blijven op BW in een groepswoning. De inzet op meer zelfstandigheid heeft allereerst gevolgen voor de uitstroom, maar zal op termijn de instroom bij BWvoorzieningen beperken. De Rijksoverheid zet een beweging in naar meer ambulantisering, en tegelijkertijd wil men vrijer omgaan met het label ‘intramuraal’. In essentie draait de insteek voor het wonen straks vooral om het aanbod geclusterde of zelfstandige (individuele) woningen, waarin in wisselende mate begeleiding kan worden geboden. Dit is afhankelijk van de behoefte van de cliënt. Delft vervult momenteel een centrumfunctie voor het Beschermd Wonen. Dat houdt in dat zij deze zorg coördineren voor alle gemeenten in de regio Delft, inclusief de gemeente Westland. De centrumgemeentefunctie komt echter met ingang van 2022 te vervallen.
De middelen voor BW, MO en Wmobegeleiding worden vanaf 2022 aan elke individuele gemeente beschikbaar gesteld. Dit houdt in dat alle regiogemeenten afspraken moet maken over het BW-aanbod. Van oudsher zit de instellingszorg veelal geclusterd in de centrumgemeente; spreiding van het aanbod over de regio is daarom een belangrijk onderdeel van het regionale gesprek. In ons vraagscenario schetsen wij hier-
De DWO-gemeenten zijn de gemeenten Delft, Westland, Midden-Delfland en Pijnacker-Noordorp, met Delft als centrumgemeente.
1783.108/G | Huisvestingsopgave Wonen met Zorg
33
voor de contouren, die wij vertalen in een huisvestingsopgave voor Westland. Men verwacht dat in 2032 alle stelselwijzigingen voor BW zullen zijn voltooid.
5.1 Vraaganalyses BW In de gemeente Westland hebben begin 2020 71 mensen een indicatie voor Beschermd Wonen (zowel PGB als ZIN). In de BW-regio waren er toen 395 beschikkingen afgegeven6. Dit houdt in dat er in Westland ca. 0,65 mensen per 1.000 inwoners een beroep op BW doen. De gemeente scoort hiermee beneden gemiddeld ten opzichte van het regionale (ca. 1,6 per 1.000 inwoners) en landelijke beeld (ca. 2,1 per 1.000 inwoners). In de onderstaande tabel is het aantal indicaties (71) demografisch doorgerekend richting 2040. Hiervoor is een verdeling van indicaties naar leeftijdsklassen gebruikt om zorgvragers te verdelen over groepen van ‘tot 35 jaar’, ‘35-65 jaar’ en ‘65 jaar of ouder’. Door per leeftijdsgroep de prevalentie van een BW-zorgvraag te berekenen, kunnen we aan de hand van demografische ontwikkelingen de toekomstige zorgvraag in beeld brengen. Tabel 5.1: Doorrekening huidige vraag (2020 - 2040; afgerond op vijftallen) Vraag naar woonvorm 2020 2025 2030 2035 Demografische doorrekening
70
75
80
80
2040 80
Bron: Indicaties BW, Woonzorgweter Companen.
6
We zien dat de vraag door demografische ontwikkelingen zal stijgen tot 80 plekken in 2040 (tabel 5.1). Hierin zijn geen beleidsmatige ontwikkelingen meegenomen ten aanzien van bijvoorbeeld ambulantisering of spreiding van voorzieningen. In onze vraagprognoses nemen wij dergelijke ontwikkelingen wel mee, vanwege hun significante invloed op de vraag. Companen heeft in het voorjaar van 2019 een werksessie georganiseerd met zorgaanbieders binnen de BW-regio DWO-gemeenten. Tijdens deze sessie bespraken de regionale zorgaanbieders welke trends van invloed zullen zijn op de toekomstige vraag naar BW-plekken. • Een belangrijke conclusie van deze werksessie is dat - in lijn met landelijke ontwikkelingen - ook in BW-regio DWO-gemeenten een ontwikkeling wordt voorzien waarbij mensen met een psychische beperking vaker begeleid wonen, in plaats van binnen instellingszorg. Dat betekent dat mensen minder snel zullen instromen in BW, maar ook dat een deel van de huidige bewoners in BW een deel versneld uitstroomt. Daarnaast ontvangt een deel van de huidige Beschermd Wonen-cliënten vanaf 2022 financiering vanuit de Wlz in plaats van de Wmo.
• Er zijn volgens de zorgaanbieders kansen om het aantal plekken met 24uursbegeleiding in de BW-regio DWO-gemeenten te verkleinen, mits de oproepbare begeleiding (24/7 begeleiding thuis en binnen 30 minuten ter plaatse) goed wordt geregeld en er voldoende woonruimte beschikbaar is voor mensen die nu nog in een besloten instelling verblijven. De zorgaanbieders zien dit ‘beschermd thuis’ als een wenselijke tussenstap die de drempel naar zelfstandigheid verlaagt en goedkoper is dan verblijf in een BW-plek.
Hierin zitten waarschijnlijk ook mensen die buiten de regio worden opgevangen en financiering ontvangen van de BW-regio Delft. Het is het streven om deze mensen straks wél in de eigen regio op te vangen. Zelfstandig wonen met ambulante begeleiding valt buiten de BW-beschikkingen.
1783.108/G | Huisvestingsopgave Wonen met Zorg
34
Spreiding van BW-voorzieningen De regiogemeenten zijn in gesprek over een meer gelijkmatige spreiding van BW-voorzieningen over de BW-regio, waardoor er vaker in de BW-vraag van de eigen inwoners kan worden voorzien. De voorgestelde spreiding ligt in lijn met de landelijke decentralisatie van verantwoordelijkheden en financiën. De mate waarop de regio voorzieningen spreidt, kan echter uiteenlopen door de manier waarop de lokale vraag berekend wordt. Daarbij spelen de verdeling van financiële middelen, het aantal inwoners per gemeente en ook de historische verdeling van de vraag tussen regio’s een rol. Bij het prognosticeren van de vraag stellen wij een scenario op waarbij wij uitgaan van regionale spreiding: •
Scenario ‘lokaal wonen’. Hierin verspreidt de regionale BW-vraag zich naar rato van het aantal inwoners7 over de BW-regio.
Op basis van gesprekken met de gemeente, schatten wij in dat het scenario ‘lokaal wonen’ nu de meest realistische stip op de horizon is. Dit scenario houdt rekening met verschillen in de BW-prevalentie tussen BW-regio’s en verdeelt de regionale vraag evenredig over de regiogemeenten. Verschillen in BWprevalentie tussen regiogemeenten komen minder tot uiting. Deze verschillen komen eind 2021 indirect tot uiting, zodra de geldstromen uit het ‘objectieve verdeelmodel’8 voor de financiering van Beschermd Wonen definitief bekend wordt gemaakt. In samenspraak met de regiogemeenten zou het ‘objectieve verdeelmodel’ een mogelijk vertrekpunt kunnen vormen voor de discussie omtrent de regionale verdeling van BW-cliënten. 7 De bevolkingsomvang per 1-1-2020 is gebruikt om aandelen per gemeente te berekenen. De
regionale of landelijke BW-vraag is verdeeld naar deze aandelen. 8 In het ‘objectief verdeelmodel’ worden financiële middelen voor BW verdeeld op basis van voorspellende vraagfactoren, waaronder sociaaleconomische status, inkomen, gezondheid, leeftijd, huishoudenstype etc. Hiermee wordt een lokale BW-prevalentie berekend, die als basis dient voor de mate van financiering vanuit het Rijk per gemeente. 9 Berekend op basis van peildatum gegevens van de centrumgemeente (1 januari 2020).
1783.108/G | Huisvestingsopgave Wonen met Zorg
Westland vangt, als regiogemeente, op dit moment een relatief klein deel van de regionale vraag naar BW op (circa 0,65 BW-cliënten per 1.000 inwoners9). De centrumgemeentefunctie die Delft nu vervult komt met ingang van 2022 te vervallen. De middelen voor BW en MO worden vanaf 2022 aan elke individuele gemeente beschikbaar gesteld. Als scenario nemen wij mee dat de vraag naar BW-plekken in de verschillende gemeenten in de regio meer verdeeld gaat worden naar rato van het aantal inwoners; het gat tussen het regionaal (circa 1,6 BW-cliënten per 1.000 inwoners 10) en gemeentelijk gemiddeld aantal BW-cliënten (circa 0,65 BW-cliënten per 1.000 inwoners) wordt daarmee volledig gedicht in aanloop tot 2031. In dat jaar loopt de zichttermijn voor spreiding van BW-voorzieningen af en zou de decentralisatie moeten zijn voltooid. Dit betekent dat er minder plekken nodig zijn in de centrumgemeente Delft en juist meer in de regiogemeenten in het Delfland. Momenteel heeft de gemeente Delft het grootste aanbod BW-plekken in de regio maar ze voorzien daarmee in een bovenlokale vraag. Een gedeelte van deze plekken worden nu gebruikt door cliënten uit de gemeente Westland.
Vraagontwikkeling BW in scenario’s Aan de hand van de bovenstaande verwachtingen, vraagscenario’s, indicatiegegevens en de bevolkingsprognose van de gemeente Westland hebben wij een inschatting opgesteld van de zorgvraag van cliënten binnen Beschermd Wonen voor de periode tot en met 2040. In de prognose is inzichtelijk gemaakt hoe de totale zorgvraag van de doelgroep zich zal ontwikkelen. De onder-
10
Een benadering op basis van regionale statistieken over het aantal cliënten in BW per halfjaar (1e helft 2019): https://www.cbs.nl/nl-nl/maatwerk/2019/19/clienten-beschermd-wonen2018.
35
staande tabel toont de verwachte vraag naar BW-plekken volgens de basisprognose, alsook de verwachte vraag op basis van het ‘lokaal wonen’ scenario.
180
Tabel 5.2: Vraagprognoses (2020 - 2040; afgerond op vijftallen) Vraag naar woonvorm 2020 2025 2030
140
160
2035
2040
120
Demografische doorrekening
70
75
80
80
80
100
Scenario 'lokaal wonen’
70
110
140
150
155
80
Bron: Indicaties BW, Woonzorgweter Companen.
De basisprognose relateert de vraagontwikkeling aan de bevolkingsgroei maar doet verder geen aannames over toekomstige maatschappelijke en beleidsontwikkelingen. Binnen het scenario ‘lokaal wonen’ houden we rekening met de beleidsontwikkelingen zoals we die hierboven besproken hebben. De totale vraag naar vormen van Beschermd Wonen zal gaan stijgen van 70 plekken naar 155 plekken binnen het vraagscenario ‘lokaal wonen’. Deels is dit een stijging ten gevolge van bevolkingsgroei in de gemeente zelf, en deels is dit het effect van spreiding van BW-voorzieningen naar Westland. De onderstaande figuur geeft de vraagontwikkeling grafisch weer.
140
60 40
150
155
110 70
75
80
80
80
70
20 0
Demografische doorrekening 2019
2025
Scenario "Lokaal wonen" 2030
2035
2040
Bron: Indicaties BW, Woonzorgweter Companen.
De stijging van het aantal BW-indicaties in Westland roept de urgentie op om voorzieningen binnen de gemeente te gaan ontwikkelen. Wij verwachten niet dat er binnen Westland grote instellingen voor deze doelgroep gebouwd moet worden, maar veel meer doorstroomgerichte kleinschalige woonvormen in de wijk ontwikkeld moeten worden. Het is belangrijk om hierover het gesprek te voeren met de partners en de centrumgemeente Delft.
Figuur 5.1: Vraag in diverse prognoses (2020 - 2040; afgerond op vijftallen)
1783.108/G | Huisvestingsopgave Wonen met Zorg
36
5.2 Uitstroom uit BW Beschermd Wonen is in principe bedoeld als tijdelijke vorm van wonen met zorg; na verloop van tijd zullen de meeste cliënten weer zelfstandig(er) gaan wonen met meer of minder intensieve begeleiding. Hoeveel mensen naar verwachting op jaarbasis zullen uitstromen en dus op zoek moeten naar alternatieve woonruimte is van veel factoren afhankelijk. Daarnaast kan ‘uitstroom’ vanuit BW in de praktijk verschillende dingen betekenen: • Een cliënt verhuist vanuit een BW-instelling naar een opstapwoning. In dit geval gaat de cliënt zelf huur betalen en wordt er ondersteuning geboden in de vorm van ambulante begeleiding (Beschermd thuis). • Een cliënt verhuist niet, maar de woonplek wordt ‘omgeklapt’: de BWindicatie vervalt en wordt vervangen door een indicatie voor ambulante begeleiding. De cliënt gaat voortaan zelf huur betalen (Begeleid zelfstandig wonen). Voor het berekenen van de verwachte uitstroom is het belangrijk om mee te nemen dat een groot deel van de BW-voorzieningen straks meer een ‘doorstroomkarakter’ hebben. Langdurig zorgbehoevenden verschuiven richting de Wlz en zullen hoogstwaarschijnlijk niet meer uitstromen. De BW-plekken met Wmo-financiering hebben een doorstroomkarakter. Op basis van aangeleverde gegevens, hebben wij een inschatting gemaakt van de verwachte jaarlijkse uitstroom uit deze plekken.
Daarbij is het goed om te vermelden dat ‘uitstroom’ een relatief nieuw beginsel is in het Beschermd Wonen; pas sinds 2015 is men dit actief gaan toepassen. Zodoende zien wij landelijk en lokaal een stijgende lijn in de uitstroom. 11
De berekeningen zijn gemaakt op basis van een inventarisatie van de huidige BW-indicaties, en een doorberekening van de uitstroomverwachting die wordt aangedragen door het rapport van de Commissie Dannenberg (VNG, 2015). Van beschermd wonen naar een beschermd thuis. Hierin wordt gesteld dat 33% tot 67% van het aantal plekken Beschermd Wonen met
1783.108/G | Huisvestingsopgave Wonen met Zorg
Op basis van verschillende bronnen en aannames 11 schatten wij in dat de huidige jaarlijkse uitstroom ongeveer 25 mensen bedraagt. Deze uitstroom wordt mede aangejaagd door de hoge doorloopsnelheid. De beoogde ambulantisering van een deel van de huidige plekken, draagt bij aan de verwachte uitstroom. De inzet op ambulantisering zal op korte termijn de uitstroom kunnen verhogen. We hebben verder geen informatie ontvangen over naar welke gemeente cliënten mogelijk uitstromen. In lijn met de decentralisatie, verwachten wij dat dit in toenemende mate binnen de eigen gemeente zal gebeuren. Tabel 5.5: Verwachte jaarlijkse uitstroom BW (2020 - 2040) 2020 2025 2030 Demografische doorrekening 25 25 25 Scenario 'lokaal wonen’ 25 35 45 Bron: Indicaties BW, Woonzorgweter Companen.
2035 25 50
2040 30 50
De komende jaren verwachten wij dat de uitstroom zal gaan oplopen, omdat de toekomstige vraagontwikkeling van BW-plekken binnen de BW-regio DWOgemeenten ook van enige invloed zal zijn op de toekomstige uitstroom. In Westland stijgt de vraag naar BW-plekken en dit zal de uitstroom in de eigen gemeente vergroten. Wij verwachten dat de uitstroom gaat groeien van 25 mensen per jaar naar 40 tot 50 mensen per jaar. Hierbij gaan wij ervan uit dat de gemiddelde verblijfsduur in de doorstroomplekken constant blijft (momenteel rekenen we met een gemiddelde verblijfsduur van 2 jaar). Deze aanname is gebaseerd op onze ervaringen vanuit andere onderzoeken die wij hebben uitgevoerd. Door de toenemende focus op doorstroming en ambulante begeleiding thuis kan worden geboden in plaats van in een intramuraal verblijf. Daarnaast gaan we uit van een gemiddelde verblijfsduur van 2 jaar.
37
zelfstandigheid, kan de gemiddelde verblijfsduur in Westland de komende jaren gaan veranderen. Bij een versnelling in de verblijfsduur neemt de verwachte uitstroom toe, bij een vertraging neemt deze af. We adviseren om de gemiddelde verblijfsduur goed te monitoren en de uitstroomverwachting hierop bij te sturen.
5.3 Huisvestingsopgave BW Volgens de aanbodinventarisatie zijn er nu 71 BW-plekken in de gemeente Westland (56 geclusterde plekken en 15 plekken voor begeleid wonen). De huidige vraag, bestaande uit de BW-beschikkingen, komt ook uit op 71 BWplekken. Deze aantallen zijn gelijk omdat onze aanbodinventarisatie is gebaseerd op het huidige gebruik van BW-plekken door mensen met een BWbeschikking in de gemeente Westland. Vanuit deze benadering is het lastig om een actueel tekort of overschot aan BW-plekken in de gemeente aan te tonen, het uitgangspunt is dus dat vraag en aanbod binnen het BW-segment momenteel in balans zijn. Richting de toekomst hebben wij een vraagscenario geschetst voor de ontwikkeling van de lokale vraag naar BW. Wij achten, na overleg met gemeentelijke beleidsmedewerkers en de regionale spreiding van centrumgemeente Delft, het vraagscenario ‘lokaal wonen’ momenteel het meest realistisch. In het bepalen van de huisvestingsopgave nemen wij dit scenario als uitgangspunt, met de kanttekening dat de opgave iets hoger of lager kan uitvallen. Wij verwachten dat er in de komende jaren een tekort gaat ontstaan dat oploopt tot 85 plekken in 2040.
1783.108/G | Huisvestingsopgave Wonen met Zorg
Tabel 5.6: Balans tussen vraag naar en aanbod van plekken BW (afgerond op 5-tallen) VraagVraagVraagVraagVraagAanbod Aanbod Aanbod Aanbod Aanbod 2020 2025 2030 2035 2040 Demografische doorrekening 0 -5 -10 -10 -15 Scenario 'lokaal wonen’ 0 -40 -70 -80 -85 Bron: Indicaties BW, Woonzorgweter Companen.
De huisvestingsopgave concentreert zich voornamelijk op het toevoegen van aanbod voor Beschermd Wonen (Wlz) en Beschermd Thuis. Binnen het Beschermd thuis is het zaak om ook genoeg satellietwoningen aan te bieden in nabijheid van geclusterde woonvormen, zodat cliënten geleidelijk begeleiding kunnen afschalen en zelfstandigheid kunnen opbouwen. Hierin is samenwerking nodig met Vestia, Arcade en Wonen Wateringen om vrijkomend vastgoed rondom woonvormen te reserveren. Betreffende het Wlz-vastgoed, kan men ook in de regio afspraken maken over (minder) spreiding van het vastgoed. Hierin is een samenspel nodig tussen regiogemeenten, zorgaanbieders en het zorgkantoor, omdat zij hierin verantwoordelijkheden gaan delen. De gemeentelijke inzet concentreert zich hier meer rondom het woonbeleid, omdat zij niet (financieel) verantwoordelijk zijn voor de zorg.
5.4 Beleidsopgaven Op- en afschalen van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis In de toekomst zal er meer behoefte zijn aan het product Beschermd Thuis. Het onderscheid tussen beide producten in de verschijningsvorm van vastgoed is klein en steeds meer geënt is op verschillen in begeleiding. Een wenselijke oplossing is om locaties voor beide producten te gaan inzetten. In deze
38