Regels gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Watergat te Monster (22-0006568)
Tekst van het document
iit*9
Him JJ
W.'jíJ
WATERGAT MONSTER bestemmingsplan NL.IMRO.1783.OWZWATERGATobp-VA01 vastgesteld
GEMEENTE
vrW/ r
^ V
^ s-r-
".rif
Kŕl-u-c.ř- -' yp'y^
J UİİÉİ ;
J
jJ -
-v"M V*ijý1 í Tiìli '
*^
i
"V
ŕ
Regels
3
4
Inhoudsopgave
Regels
3
Hoofdstuk 1
Inleidende regels
6
Artikel 1 Begrippen
6
Artikel 2 Wijze van meten
15
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
16
Artikel 3 Bedrijf
16
Artikel 4 Groen
18
Artikel 5 Maatschappelijk
20
Artikel 6 Tuin
22
Artikel 7 Verkeer
23
Artikel 8 Verkeer - Verblijfsgebied
24
Artikel 9 Water
25
Artikel 10
Wonen
26
Artikel 11
Woongebied
29
Artikel 12
Leiding - Water
34
Artikel 13
Waarde - Archeologie -Bekende Archeologische Vindplaats
36
Artikel 14
Waarde - Archeologie - 3
38
Hoofdstuk 3
Algemene regels
40
Artikel 15
Anti-dubbeltelregel
40
Artikel 16
Algemene bouwregels
41
Artikel 17
Algemene gebruiksregels
42
Artikel 18
Algemene afwijkingsregels
43
Artikel 19
Overige regels
44
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels
45
Artikel 20
Overgangsrecht
45
Artikel 21
Slotregel
46
5
Hoofdstuk 1
Artikel 1 1.1
Inleidende regels
Begrippen
plan
Het bestemmingsplan Watergat Monster met identificatienummer NL.IMRO.1783.OWZWATERGATobp-VA01 van de gemeente Westland. 1.2
bestemmingsplan
De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3
aan-huis-gebonden-onderneming
Een onderneming welke gevestigd is of kan zijn in een woning en die toebehoort aan een natuurlijk persoon, welke in de betreffende woning woont en die geen personeel in dienst heeft, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de onderneming de ruimtelijke uitstraling van de woonfunctie niet aantast. 1.4
aanbouw
Een aparte ruimte die via het hoofdgebouw toegankelijk is en ruimtelijk ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.5
aanduiding
Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.6
aanduidingsgrens
De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.7
aannemersbedrijf
Een niet-industriële onderneming die de oprichting van een bouwwerk geheel of voor een deel verzorgt (aanneemt), waarbij (gemechaniseerde) werkzaamheden hoofdzakelijk worden uitgevoerd op de locatie van het aangenomen werk. 1.8
achtererf
De gronden die behoren bij het hoofdgebouw en gelegen zijn achter de achtergevel van het hoofdgebouw of achter een denkbeeldige lijn in het verlengde daarvan. 1.9
antenne-installatie
Een installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in één of meer techniekkasten opgenomen apparatuur, met daarbij behorende bevestigingsconstructie. 1.10
archeologische waarde
Een aan een gebied toegekende waarde in verband met de kennis en studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen uit de oude tijden. 1.11
atelier
Bedrijfsmatige werkruimte voor de beoefening van kunstzinnige beroepen.
6
1.12
bebouwing
Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.13
bebouwingsgebied
Achtererfgebied alsmede de grond onder het hoofdgebouw, uitgezonderd de grond onder het oorspronkelijke hoofdgebouw. 1.14
bed à breakfast
Een kleinschalige overnachtingsaccommodatie gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en veelal kortdurend verblijf met het serveren van ontbijt. Een bed & breakfast is gevestigd in een woning, niet zijnde vrijstaand bijgebouw, en wordt gerund door de eigenaar/gebruiker van de betreffende woning. Onder een bed en breakfast voorziening wordt niet verstaan overnachting, noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid of permanente kamerverhuur 1.15
bedrijf
Een onderneming gericht op het vervaardigen, bewerken, installeren of inzamelen en verhandelen van goederen. 1.16
bedrijfsgebouw
Een gebouw ten dienste van de bedrijfsvoering zoals ingevolge de bestemming toegestaan, hieronder niet begrepen een dienstwoning. 1.17
bedrijfsvloeroppervlak
De totale vloeroppervlakte van alle bouwlagen van een bedrijf met inbegrip van alle daartoe behorende ruimten, waaronder ontvangsthal, dienstruimten en magazijnen. Niet inbegrepen zijn inpandige dienstwoningen en gebouwde parkeervoorzieningen voor personenauto's. Wat betreft inpandige parkeerruimte valt een overdekte stallingsruimte voor een busje of een vrachtwagen wel hieronder. 1.18
bestaand
Bestaand b ouwwerk Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan aanwezig is of nog kan worden gebouwd krachtens een verleende omgevingsvergunning voor het bouwen, daaronder vallen niet de bouwwerken die reeds instrijd waren met het daarvoor geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. Bestaand gebruik Het gebruik van de gronden en bouwwerken dat aanwezig is op het tijdstip van in werking treding van het plan of zoals dat kan worden gebruikt krachtens een verleende omgevingsvergunning voor het gebruik, daaronder valt niet het gebruik dat reeds in strijd was met het daarvoor geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. Bestaande afmetingen Afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan tot stand zijn gekomen of tot stand zullen komen met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, daaronder vallen geen afmetingen die reeds in strijd waren met het daarvoor geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. 1.19
bestemmingsgrens
De grens van een bestemmingsvlak.
7
1.20
bestemmingsvlak
Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.21
bevi-inrichting
Een inrichting als bedoeld in artikel 2 lid 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen. 1.22
bevoegd gezag
Het bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning. 1.23
bijgebouw
Een (vrijstaand of aan een hoofdgebouw aangebouwd) gebouw dat in functioneel en ruimtelijk opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw en geen rechtstreekse toegang tot het hoofdgebouw heeft. 1.24
bouwen
Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.25
bouwgrens
De grens van een bouwvlak. 1.26
bouwlaag
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat wordt begrensd door vloeren of balklagen die op gelijke hoogte of bij benadering gelijke hoogte liggen. Het dient hierbij te gaan om horizontale bouwlagen. 1.27
bouwperceel
Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.28
bouwperceelgrens
De grens van een bouwperceel. 1.29
bouwvlak
Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.30
bouwwerk
Een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.31
bouwwijze
De wijze waarop het op een bouwperceel gelegen hoofdgebouw al dan niet is verbonden met het hoofdgebouw op een aansluitend bouwperceel; dit kan zijn: vrijstaand, twee-aaneen, gestapeld of aaneen gebouwd. 1.32
boveninsteek
De snijlijn van het maaiveld en het beloop van een watergang. 1.33
consumentenvuurwerk
Vuurwerk dat is bestemd voor particulier gebruik.
8
1.34
cultuurhistorische waarde
Het cultuurpatroon van een gebied, dat kenmerkend is voor het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis van de gronden gemaakt heeft, zoals ondermeer tot uitdrukking komend in de kavelindeling, de waterhuishouding, het bodemreliëf, de graften, de wallen en de beplanting en bebouwing, archeologische waarden zijn hierdoor mede begrepen. 1.35
dakkapel
Een constructie, welke ondergeschikt is aan het dakvlak, ter vergroting van een gebouw, die vrij ligt in het hellend dakvlak. 1.36
daknok
Het hoogste punt van een schuin dak. 1.37
dakvoet
Het laagste punt van een schuin dak. 1.38
detailhandel
Het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die de goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 1.39
dienstverlening
Het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen, zoals reis- en uitzendbureaus, kapsalons, pedicures, wasserettes, makelaarskantoren en bankfilialen. 1.40
dienstwoning
Een woning in, of nabij een gebouw, of op een terrein, te bewonen door (het huishouden van) een persoon wiens huisvesting ter plaatse noodzakelijk is, gelet op het feitelijk gebruik van het gebouw en/of het terrein in overeenstemming met de bestemming. 1.41
duurzaam gemeenschappelijke huishouding
Een vaste groep van personen tussen wie een band bestaat die het enkel gezamenlijk bewonen van bepaalde woonruimte te boven gaat en die de bedoeling heeft om bestendig voor onbepaalde tijd een huishouden te vormen. Er dient ook sprake te zijn van een samenlevingswens tussen de personen die niet overwegend wordt bepaald door de beslissing om de betrokken woonruimte te delen. Er is sprake van een economisch-consumptieve eenheid en bloedverwantschap, huwelijksbinding of een daaraan in intensiteit en continuïteit gelijk te stellen mate van binding tussen de bewoners. 1.42
erf
Al dan niet bebouwde gronden, of een gedeelte daarvan, die direct gelegen zijn bij een hoofdgebouw en die in feitelijk opzicht zijn ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw en, voor zover een bestemmingsplan of beheersverordening van toepassing is, die deze inrichting niet verbieden. 1.43
erfscheiding
De scheiding tussen twee onroerende zaken die niet aan dezelfde eigenaar behoren, niet door dezelfde gebruikers worden benut, dan wel louter kadastraal gescheiden zijn. 1.44
erker
Een ondergeschikte uitbouw op de begane grond van het hoofdgebouw, gelegen aan een verblijfsruimte (woonkamer of keuken) en strekt ter vergroting van het woongenot. Een erker is gelegen aan en zorgt voor een verbijzondering van de voor en/of zijgevel, zonder de architectuur van het hoofdgebouw wezenlijk aan te tasten.
9
1.45
gebouw
Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.46
geluidshinderlijke inrichtingen
Bedrijven in de zin van artikel 41, lid 3 van de Wet geluidhinder en artikel 2.4 van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer. 1.47
groenvoorzieningen
Groenscherm(en) van opgaande beplanting, berm-beplantingen en andere beplantingen voor openbaar of particulier gebruik welke beplanting in planologisch opzicht een ruimtelijk structurerend effect hebben. 1.48
hoofdgebouw
Een gebouw dat op een bouwperceel door zijn aard, constructie of afmetingen als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken exclusief de aan- en uitbouwen of bijgebouwen. 1.49
hoofdwatergang
Primair water als bedoeld in de ‘Leggerkaart Wateren' van het Hoogheemraadschap van Delfland. 1.50
horeca
Het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken, het bedrijfsmatig exploiteren van een zaalaccommodatie en/of het bedrijfsmatig verstrekken van een nachtverblijf. 1.51
huishouden
Een alleenstaande of twee of meer personen die een duurzaam gemeenschappelijke huishouding (willen) voeren. 1.52
huisvesting in verband met mantelzorg
Huisvesting in, of bij een woning van één huishouden van maximaal twee personen van wie tenminste één persoon mantelzorg verleent aan, of ontvangt van een bewoner van de woning. 1.53
kamerbewoning
Onzelfstandige woonvorm waarbij een pand door meerdere personen die geen duurzame gemeenschappelijke huishouden vormen wordt bewoond, en waarbij sprake is van woonruimtes waarbij afzonderlijke huishoudens afhankelijk zijn van één of meer gedeelde wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte. 1.54
kamerwoning
Een wooneenheid die geen eigen afsluitbare toegang vanaf de openbare weg heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte. 1.55
kampeermiddel
Een recreatiemiddel als bedoeld in artikel 40, leden 2 en 3, van de Woningwet. 1.56
kampeerterrein
Gronden die uitsluitend mogen worden gebruikt voor de plaatsing van kampeermiddelen en recreatieverblijven. 1.57
kantoor
Het bedrijfsmatig verlenen van diensten waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtsreeks te woord wordt gestaan en geholpen.
10
1.58
kap
Een constructie van een of meer uitsluitend hellende dakvlakken met een helling van meer dan 20 en minder dan 65 graden. 1.59
korrel
Een korrel bestaat uit een set van dezelfde woningen. Dit komt tot uitdrukking in de rooilijnen sprongen, de bouwhoogtes, de overgang tussen binnen en buiten en de materialisering van de woning.
korrel van 3
Elke korrel heeft een verschillende kleur 1.60
leisure
een onderneming gericht op de vrijetijdsbesteding, waaronder begrepen detailhandel, horeca, recreatie, sport, care en daarmee naar aard gelijk te stellen activiteiten. 1.61
maatschappelijke en culturele voorzieningen
Educatieve, (para)medische, sociaal-culturele, levensbeschouwelijke, onderwijs- en religieuze voorzieningen, voorzieningen ten behoeve van kinderopvang, bejaardentehuizen en voorzieningen ten behoeve van de openbare dienstverlening, alsmede ondergeschikte detailhandel en horeca in combinatie met en ten dienste van deze voorzieningen. 1.62
mantelzorg
Intensieve zorg, of hulpverlening die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid, of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige, of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur, kan worden aangetoond. 1.63
nutsvoorzieningen
Voorzieningen ten behoeve van telecommunicatie en de gas-, water- en elektriciteitsdistributie, alsmede soortgelijke voorzieningen van openbaar nut, waaronder in ieder geval worden begrepen transformatorhuisjes, pompstations, gemalen, telefooncellen en zendmasten.
11
1.64
ondergeschikte detailhandel
Detailhandel behorende bij de bestemming, waarbij de openings- en sluitingstijden van het detailhandelsgedeelte hetzelfde zijn als de hoofdfunctie (of begint later en/of eindigt eerder dan de hoofdfunctie). Het detailhandelsgedeelte is (ruimtelijk) ondergeschikt aan de hoofdfunctie en het gegenereerde financiële resultaat uit de detailhandel maakt niet meer dan 100Zo van het totale bedrijfsresultaat uit. 1.65
ondergeschikte horeca
Horeca behorende bij de bestemming, waarbij de openings- en sluitingstijden van het horecagedeelte hetzelfde zijn als de hoofdfunctie (of begint later en/of eindigt eerder dan de hoofdfunctie). Het horecabedrijf staat uitsluitend open voor degenen die primair komen voor de hoofdfunctie. 1.66
ondergronds bouwwerk
Een voor mensen toegankelijke ruimte onder maaiveldniveau, met uitzondering van kruipruimten. 1.67
oorspronkelijke achtergevel
De achtergevel van het oorspronkelijk vergunde hoofdgebouw, dus exclusief de aan- en uitbouwen of bijgebouwen. 1.68
openbaar toegankelijk gebied
Een weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar water en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer. 1.69
overig bouwwerk
Een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.70
overkapping
Een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak en met aan ten hoogste één zijde een gesloten wand, welke ruimtelijk ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.71
pand
De kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is. 1.72
a. b.
1.73
peil
voor gebouwen die onmiddellijk aan de weg grenzen: de hoogte van die weg; in andere gevallen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld, waarbij plaatselijke, niet bij verdere verloop van het terrein passende ophogingen of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, anders dan noodzakelijk voor de bouw ervan buiten beschouwing blijven. Het bouwwerk wordt gemeten aan de kant waar het aansluitend afgewerkt maaiveld het hoogst is. rijwoning
Meerdere aaneengesloten woningen in een blok niet zijnde vrijstaande of twee-onder-één-kapwoningen. 1.74
seksinrichting:
Een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of daarmee naar de aard en omvang vergelijkbare activiteiten, in de vorm van seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval begrepen een prostitutiebedrijf, een erotische massagesalon, een seksbioscoop of sekstheater, een sekswinkel, een seksautomatenhal en een seksclub of parenclub al dan niet in combinatie met elkaar.
12
1.75
staat van horeca-activiteiten
De staat van horeca-activiteiten die van deze regels deel uitmaakt. 1.76
standplaats voor detailhandel/ horeca
Een op een openbare en in de open lucht gelegen plaats om goederen, diensten, drank en/of etenswaren te koop aan te bieden, te verkopen, of af te leveren, gebruik makend van mobiele middelen zoals een boot, een kraam, een wagen of een tafel. 1.77
straatmeubilair
Bouwwerken ten behoeve van al dan niet openbare (nuts-) voorzieningen, zoals: verkeersgeleiders, verkeersborden, informatieborden, zitbanken, bloembakken, telefooncellen, abri's, kunstwerken, bushaltes, speeltoestellen, fietsenrekken en draagconstructies voor reclame; kleinschalige bouwwerken ten behoeve van (openbare) nutsvoorzieningen met een inhoud van ten hoogste 50 m3 en een bouwhoogte van ten hoogste 3 meter, waaronder begrepen voorzieningen ten behoeve van telecommunicatie, energievoorzieningen en brandkranen; afvalinzamelsystemen en hiermee gelijk te stellen bouwwerken. 1.78
supermarkt
Een grote zelfbedieningswinkel waar je veel verschillende levensmiddelen en huishoudelijke producten kunt kopen. 1.79
uitbouw
Uitbreiding van een tot het hoofdgebouw behorende ruimte tot buiten het bestaande oorspronkelijke hoofdgebouw (bijvoorbeeld een erker) en welke ruimtelijk ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.80
veranda
Een overkapping aan de voorzijde van een woning met maximaal 2 wanden. 1.81
voldoende parkeergelegenheid
parkeergelegenheid voor personenauto's, bestelauto's, motorfietsen en driewielige motorvoertuigen, waarvan het aantal parkeerplaatsen en de omvang daarvan voldoet aan de beleidsregel 'Parkeernormering gemeente Westland', zoals die geldt ten tijde van de vaststelling van dit bestemmingsplan en - indien deze beleidsregel gedurende de planperiode wordt gewijzigd - aan die wijziging. 1.82
voorerf
De gronden die behoren bij het hoofdgebouw en gelegen zijn voor de, met een gevellijn op de planverbeelding aangegeven, voorgevel van dat hoofdgebouw of voor een denkbeeldige lijn in het verlengde daarvan. 1.83
voorgevel
De naar het openbare gebied gekeerde gevel(s) van de hoofdbebouwing, of waar deze op de planverbeelding is aangegeven met een gevellijn. 1.84
voorgevelrooilijn
De naar de weg gekeerde zijde of aan de voorzijde van een gebouw gelegen gevel of waar deze op de planverbeelding is aangegeven met een gevellijn. 1.85
vuurwerkverkooppunt
Een locatie waar consumentenvuurwerk opslagen en verkocht wordt op de daarvoor aangewezen tijden.
13
1.86
waterberging
Een berging voor het bergen en opslaan van water. 1.87
watergang
Een secundaire watergang als bedoeld in de 'Legger Wateren (15 maart 2011)' van het Hoogheemraadschap van Delfland. 1.88
webwinkel
Een specifieke vorm van detailhandel zonder uitstalling, waarbij de goederen via internet worden aangeboden en zowel per post worden geleverd als ter plaatse afgehaald worden. 1.89
windturbine
Een bouwwerk ter opwekking van energie door benutting van de windkracht als aandrijfbron van bewegende delen met een maximaal energie opwekkend vermogen van 15 MW. 1.90
wonen
Het gehuisvest zijn in een woning. 1.91
woning
Een complex van ruimten, uitsluitend bestemd voor de huisvesting van één huishouden. 1.92
woonboot
Elk vaartuig of drijvend voorwerp, dat uitsluitend of hoofdzakelijk wordt gebruikt als woning of recreatieverblijf. 1.93
woongroep
Een groep van twee of meer meerderjarige personen die de bedoeling hebben om bestendig, voor onbepaalde tijd, een met een gezinsverband vergelijkbaar samenlevingsverband met elkaar aan te aan. Een woongroep is georganiseerd in een formele rechtspersoon (opgericht bij notariële akte en met inschrijving bij de Kamer van Koophandel) en beschikt over een gezamenlijke rekening waarvan de vaste lasten worden betaald. Bij nieuwbouw van een woning voor een woongroep is er sprake van een initiatiefgroep waarvan de leden het recht van eerste bewoning krijgen. Elke vorm van bedrijfsmatige kamerverhuur valt hier niet onder. 1.94
woonwagenstandplaats
Gronden, bestemd voor het plaatsen van een woonwagen, waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingennet van openbare nutsbedrijven, andere instellingen, of van de gemeente kunnen worden aangesloten. 1.95
zijerf
De gronden die behoren bij het hoofdgebouw en gelegen zijn aan de zijkant(en) van dat hoofdgebouw tussen de denkbeeldige lijnen in het verlengde van de voor- en achtergevel van dat hoofdgebouw.
14
Artikel 2
Wijze van meten
Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
afstand
de loodrechte afstand tussen bouwwerken onderling alsmede de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen wordt daar gemeten waar deze afstand het kleinst is. 2.2
de bouwhoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouwd of een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.3
a. b.
2.4
de bouwhoogte van een antenne-installatie
ingeval van een vrijstaande (schotel)antenne-installatie: tussen het peil en het hoogste punt van de (schotel)antenne-installatie; ingeval van een op of aan een bouwwerk gebouwde (schotel)antenne-installatie: tussen de voet van de (schotel)antenne-installatie en het hoogste punt van de (schotel)antenne-installatie. de breedte, lengte en diepte van een bouwwerk
tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidsmuren. 2.5
de dakhelling
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.6
de goothoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.7
de hoogte van een windturbine
vanaf het peil tot aan de (wieken)as van de windturbine. 2.8
de inhoud van een bouwwerk
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.9
de lengte van een aanlegsteiger
de afstand tussen de boveninsteek van het water en het deel van de aanlegsteiger dat daar het verst vanaf gelegen is. 2.10
de oppervlakte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
15
Hoofdstuk 2 Artikel 3
Bestemmingsregels
Bedrijf
3.1
Bestemmingsomschrijving
3.1.1
Algemeen
De voor 'Bedrijf aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b.
bedrijven; ter plaatse van de aanduiding 'verkooppunt motorbrandstoffen zonder lpg': uitsluitend een verkooppunt voor motorbrandstoffen zonder lpg annex een servicestation; c. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals terreinen, laad- en losvoorzieningen, parkeervoorzieningen, reclame-uitingen, groen en water; d. ontsluitingswegen en daarbij behorende voorzieningen, zoals geluidswerende voorzieningen, verkeerskunstwerken en groenvoorzieningen; e. hoofdwatergangen, watergangen, waterpartijen en (ondergrondse) waterhuishoudkundige voorzieningen; f. nutsvoorzieningen.
3.2
Bouwregels
Op deze gronden mogen uitsluitend worden gebouwd of uitgevoerd: a. b. c.
bedrijfsgebouwen; bouwwerken, geen gebouwen zijnde; werken, geen bouwwerk zijnde, zoals verkeerskunstwerken;
indien: d. een reclamezuil- of constructie op gronden die onderdeel uitmaken van het ter plaatse gevestigde bedrijf wordt gebouwd; e. voldaan wordt aan de parkeernorm van 2,8 parkeerplaatsen per 100 m2 bedrijfsvloeroppervlak; Voor het bouwen gelden de volgende regels: Op deze gronden mag gebouwd worden en gelden de volgende regels: 3.2.1 a. b.
c. d. e.
3.2.2 a. b.
Bedrijfsgebouwen gebouwen en overkappingen worden binnen het bouwvlak gebouwd; het totale oppervlak van gebouwen en overkappingen bedraagt ten hoogste het met de aanduiding "maximum bebouwingspercentage (Zo)" aangegeven bebouwingspercentage van het bouwperceel; indien geen bebouwingspercentage is aangegeven, geldt een bebouwingspercentage van 100Zo van het bouwperceel; de bouwhoogte van gebouwen en overkappingen bedraagt ten hoogste de met de aanduiding "maximale bouwhoogte (m)" aangeven bouwhoogte; de bouwhoogte van gebouwen en overkappingen bedraagt ten hoogste de met de aanduiding "maximale bouwhoogte (m)" aangeven bouwhoogte; indien de gebouwen en overkappingen niet in de erfgrens worden gebouwd, dient de afstand tot de erfgrens ten minste 1,5 m te bedragen. Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen het gezamenlijk oppervlak van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen op het erf bedraagt ten hoogste 50 0Zo van het zij- en achtererf tot een maximum van 50 m2; indien het zij- en achtererf een grotere oppervlakte heeft dan 100 m2 mag bij de maximale oppervlakte van 50 m2 een percentage van 10Z van het meerdere worden opgeteld, tot een
16
c. d. e. f. g. h. i. j.
3.2.3 a. b. c. 3.3
maximum van 75 m2; De afstand van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen tot de voorgevel van het hoofdgebouw bedraagt ten minste 2 m; indien niet in de erfscheiding wordt gebouwd bedraagt de afstand tot de erfscheiding ten minste 1 m; de goothoogte van aan- en uitbouwen bedraagt ten hoogste 0,3 m boven de vloer van de eerste verdieping van het hoofdgebouw op de aangrenzende gronden; de bouwhoogte van aan-, uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen bedraagt ten hoogste 4 m de goothoogte van vrijstaande bijgebouwen/aangebouwde bijgebouwen bedraagt ten hoogste 3 m; de bouwhoogte van vrijstaande bijgebouwen bedraagt ten hoogste 5 m; de bouwhoogte van overkappingen bedraagt ten hoogste 3 m; ter plaatse van de aanduiding 'verkooppunt voor motorbrandstoffen zonder lpg' mag de bouwhoogte van de overkapping (luifel) maximaal 5,5 meter bedragen; Bouwwerken, geen gebouwen zijnde de bouwhoogte van erfafscheidingen tussen de openbare weg en 2 meter achter de voorgevelrooilijn bedraagt ten hoogste 1 m; de bouwhoogte van erfafscheidingen elders bedraagt ten hoogste 2 m; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt ten hoogste 3 m. Specifieke gebruiksregels
Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels: a. b. c. d. e. f. g. 1. 2. 3.
geluidshinderlijke inrichtingen zijn niet toegestaan; risicovolle inrichtingen zijn niet toegestaan; onzelfstandige kantoren zijn toegestaan met een bedrijfsvloeroppervlak dat minder bedraagt dan 500Zo van het totale bedrijfsvloeroppervlak en minder is dan 3000 m2; zelfstandige kantoren zijn niet toegestaan; het is verboden de gronden buiten het bouwvlak te gebruiken voor de opslag van goederen. detailhandel is niet toegestaan; in afwijking van het bepaalde in lid f is ter plaatse van de aanduiding 'verkooppunt motorbrandstoffen zonder lpg' detailhandel toegestaan in: motorbrandstoffen; goederen die direct verband houden met een servicestation, zoals auto-accessoires; goederen die (indirect) verband houden met een verkooppunt van motorbrandstoffen, zoals rookartikelen, dranken, bloemen en lectuur en (kleine) levensmiddelen, op voorwaarde, dat de verkoopvloeroppervlakte niet meer dan 100m2 zal bedragen.
17
Artikel 4 4.1
Groen
Bestemmingsomschrijving
De voor Groen aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.
e. 4.2
groen; ter plaatse van de aanduiding "speelvoorziening" (sz) een speelvoorziening voor kinderen van 0 - 6 jaar; ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van groen - servicepunt" (sg-sp) een servicepunt voor een afvalverzamelpunt en een gezamenlijk dienstenpunt; ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van water - ontwateringsmiddel" (swa-owm) een voorziening ter regulatie van het grondwater en hemelwater door middel van infiltratie en/of drainage; voetpaden, water en bijbehorende waterstaatwerken . Bouwregels
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. b. c.
d.
op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd; ter plaatse van de aanduiding "speelvoorziening" bedraagt de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten hoogste 6 m; in afwjking van lid a is ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van groen - servicepunt' (sg-sp) een gebouw toegestaan met een oppervlakte van 9m2 en een bouwhoogte van ten hoogste 3 meter; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 meter.
4.3
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde
4.3.1
Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning
Het is verboden op of in de gronden met bestemming 'Groen' zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d. e.
f. g. h. i. j. 4.3.2
het ontginnen, bodemverlagen, afgraven, ophogen en/of egaliseren; het aanbrengen van oppervlakteverhardingen; het verwijderen of verstoren van de natuurlijke vegetatie en het scheuren of frezen van natuurlijke graslandvegetaties het aanleggen van waterlopen of het vergraven, verruimen of dempen van reeds bestaande waterlopen; het aanbrengen van ondergrondse en bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; het vellen, rooien of beschadigen van houtgewassen; het verrichten van exploratieboringen en andere onderzoekingen naar bodemschatten, alsmede het slaan van waterputten of -bronnen ten behoeve van de drinkwaterwinning; het bebossen of aanbrengen van kruidachtige of houtachtige gewassen op gronden die ten tijde van het in ontwerp ter inzage leggen van het plan niet met een dergelijke vegetatie waren begroeid; het aanleggen of aanbrengen van oeverbeschoeiingen en kaden; het bestrooien of bespuiten van gronden met chemische bestrijdingsmiddelen; Uitzondering op het uitvoeringsverb od
De verbodsbepaling van 4.3.1 geldt niet voor normale onderhoudswerkzaamheden noodzakelijk in verband met het beheer of de voltooiing van werken die bij het van kracht worden van dit plan reeds bestaan of in uitvoering zijn genomen, alsmede werken en/of werkzaamheden die worden of mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende of aangevraagde maar nog te verlenen vergunning; hieronder wordt mede verstaan: a. het normaal onderhoud, beheer en gebruik overeenkomstig de bestemming, alsmede werken en werkzaamheden tot herstel van voor de zeeweringsfunctie ongewenste veranderingen in de
18
b.
c.
4.3.3
buitenduinen; het onderhoud en herstel dan wel aanpassen van bestaande oeverbeschoeiingen, alsmede werken en werkzaamheden tot herstel van de verweringsfunctie ongewenste veranderingen in de buitenduinen; werken en/of werkzaamheden, die strekken tot behoud of tot herstel van de landschappelijke, natuurlijke of cultuurhistorische waarden.
Voorwaarden voor een omgevingsvergunning
De werken en/of werkzaamheden als bedoeld in lid 4.3.1 zijn slechts toelaatbaar, indien en voor zover zij voor wat betreft hun plaats, hun omvang en hun wijze van uitvoering de landschappelijke, natuurlijke en/of cultuurhistorische waarden van deze gronden niet in onevenredige mate aantasten. Alvorens te beslissen omtrent een vergunning winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij de gemeentelijke ecoloog omtrent de gevolgen van voorgenomen werken en/of werkzaamheden voor het behoud en/of herstel van het gebied en de eventueel te stellen voorwaarden.
19
Artikel 5 5.1
Maatschappelijk
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.
b. c.
5.2
bibliotheken, sociale en culturele instellingen, gezondheidszorg, jeugd- en kinderopvang, onderwijs, openbare dienstverlening en verenigingsleven, religieuze en levensbeschouwelijke activiteiten en bijeenkomsten; ter plaatse van de aanduiding 'sportschool' uitsluitend een sportschool annex fitnesscentrum; bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals groen, wegen, voet- en fietspaden, parkeervoorzieningen en water. Bouwregels
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: 5.2.1 a. b. c. d. e.
f.
5.2.2 a. b.
c. d. e. f. g. h. i. 5.2.3 a. b. c. 5.3
Hoofdgebouwen hoofdgebouwen worden binnen het bouwvlak gebouwd; de bouwhoogte van hoofdgebouwen bedraagt ten hoogste de met de aanduiding "maximale bouwhoogte (m)" aangegeven bouwhoogte; de goothoogte van hoofdgebouwen bedraagt ten hoogste de met de aanduiding "maximale goothoogte (m)" aangegeven goothoogte; indien voor het betreffende hoofdgebouw uitsluitend een goothoogte is opgenomen, is daarboven een kap toegestaan van ten hoogste 4 m; de totale oppervlakte van hoofdgebouwen en overkappingen bedraagt ten hoogste het met de aanduiding "maximumbebouwingspercentage (Zo)" aangegeven bebouwingspercentage van het bouwperceel; indien geen bebouwingspercentage is aangegeven, geldt een bebouwingspercentage van 100 Zo van het bouwperceel; indien de hoofdgebouwen niet in de erfgrens worden gebouwd, dient de afstand tot de erfgrens ten minste 1,5 m te bedragen.
Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen het gezamenlijk oppervlak van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen op het erf bedraagt ten hoogste 500Zo van het zij- en achtererf van de woning tot een maximum van 50m2; indien het zij- en achtererf een grotere oppervlakte heeft dan 100 m2 mag bij de maximale oppervlakte van 50m2 een percentage van 10Z van het meerdere worden opgeteld, tot een maximum van 75m2; de afstand van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen tot de voorgevel van het hoofdgebouw bedraagt ten minste 2m; indien niet in de erfscheiding wordt gebouwd bedraagt de afstand tot de erfscheiding ten minste 1 m; de goothoogte van aan- en uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen bedraagt ten hoogste 0,3m boven de vloer van de eerste verdieping van het hoofdgebouw op de aangrenzende gronden; de bouwhoogte van aan-, uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen bedraagt ten hoogste 4m de goothoogte van vrijstaande bijgebouwen bedraagt ten hoogste 3m; de bouwhoogte van vrijstaande bijgebouwen bedraagt ten hoogste 5m; de bouwhoogte van overkappingen bedraagt ten hoogste 3m; Bouwwerken, geen gebouwen zijnde van erfafscheidingen tussen de openbare weg en 2 meter achter de voorgevelrooilijn: 1 m; van erfafscheidingen elders: 2m; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3m. Specifieke gebruiksregels
Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels: a. zelfstandige kantoren zijn niet toegestaan; b. het is verboden de gronden buiten het bouwvlak te gebruiken voor de opslag van goederen;
20
c. d. e. f.
detailhandel is niet toegestaan; ter plaatse van de aanduiding 'sportschool' is ondergeschikte detailhandel toegestaan met een totale bedrijfsvloeroppervlakte van 15 m2; horeca is niet toegestaan; ter plaatse van de aanduiding 'sportschool' is ondergeschikte horeca toegestaan met een totale bedrijfsvloeroppervlakte van 25 m2.
21
Artikel 6 6.1
Tuin
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. 6.2
tuinen bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen; aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen zijn niet toegestaan; bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Bouwregels
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels 6.2.1 a. b.
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde de bouwhoogte van erfafscheidingen bedraagt ten hoogste 1 meter; De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 1 meter;
22
Artikel 7 7.1
Verkeer
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b.
7.2
wegen met ten hoogste 2 x 1 doorgaande rijstrook, alsmede opstelstroken, busstroken, voet- en fietspaden; bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals bushaltes, geluidswerende voorzieningen, groenvoorzieningen, parkeervoorzieningen, reclame-uitingen en water. Bouwregels
Op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met dien verstande dat de bouwhoogte, anders dan voor verkeersregeling, verkeersleiding, wegaanduiding of verkeersverlichting, ten hoogste 3 m bedraagt.
23
Artikel 8 8.1
Verkeer - Verblijfsgebied
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b.
c.
8.2
verblijfsgebied met een functie voor verblijf, verplaatsing en gebruik ten dienste van de aangrenzende bestemmingen; ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van water - ontwateringsmiddel" (swa-owm) een voorziening ter regulatie van het grondwater en hemelwater door middel van infiltratie en/of drainage; bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals voet- en fietspaden, groenvoorzieningen, parkeervoorzieningen, reclame-uitingen en water. Bouwregels
Op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met dien verstande dat de bouwhoogte, anders dan voor verkeersregeling, verkeersleiding, wegaanduiding of verkeerslichting, ten hoogste 3 meter bedraagt.
24
Artikel 9 9.1
Water
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. 9.2
waterlopen ten behoeve van de waterhuishouding, waterberging, sierwater en het verkeer te water; bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals groen, bruggen, duikers, damwanden, kademuren, aanlegsteigers en waterstaatkundige voorzieningen; ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - 1' zijn geen bruggen, duikers of andere civiele kunstwerken toegestaan; aanlegsteigers/vlonders zijn niet toegestaan. Bouwregels
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. b. c.
9.3
op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd; de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 meter; ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - 1' zijn geen bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan. Afwijken van de bouwregels
Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken voor het bouwen van een aanlegsteiger/vlonder, mits: a. de afwijking niet op stedenbouwkundige bezwaren stuit; b. aanlegsteiger/vlonder onderdeel is van een stedenbouwkundig ensemble en stedenbouwkundig hiermee van belang is; c. aanlegsteiger/vlonder architectonisch is mee ontworpen met het hoofdgebouw; d. aanlegsteiger/vlonder voldoet aan de voorwaarden opgenomen in het stedenbouwkundig plan en beeldkwaliteitsplan 'De Nieuwe Duinvallei'; e. geen gevolgen heeft voor de doorstroming;
25
Artikel 10 Wonen 10.1
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b.
het wonen; bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals erven en water.
10.2
Bouwregels
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: 10.2.1 Hoofdgebouwen a. hoofdgebouwen worden uitsluitend gebouwd binnen het bouwvlak; b. de bouwhoogte van hoofdgebouwen bedraagt ten hoogste de met de aanduiding "maximale bouwhoogte (m)" aangegeven bouwhoogte; c. de goothoogte van hoofdgebouwen bedraagt ten hoogste de met de aanduiding "maximale goothoogte (m)" aangegeven goothoogte; d. de goothoogte mag alleen worden overschreden door een kap; e. indien sprake is van meerdere voorgevelrooilijnen, zijn deze met de aanduiding "gevellijn" langs meerdere gevels van het hoofdgebouw aangegeven; voor zover langs één gevel een aanduiding "gevellijn" is opgenomen, duidt deze de voorgevel aan; 10.2.2 a.
b.
c. d.
e. f.
g. h. i. j. k. l.
Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen
het gezamenlijk oppervlak van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen op het erf (zij-, achter- en voorerf) bedraagt ten hoogste 50Zo van het zij- en achtererf van de woning tot een maximum van 50m2; indien het zij- en achtererf een grotere oppervlakte heeft dan 100 m2 mag bij de maximale oppervlakte van 50m2 een percentage van 10Zo van het meerdere worden opgeteld, tot een maximum van 75m2; indien niet in de perceelsgrens wordt gebouwd, bedraagt de afstand tot de perceelsgrens ten mins te 1 meter; de diepte van een aan- en uitbouw, gemeten vanuit de oorspronkelijke achtergevel waaraan gebouwd wordt, bedraagt: 1. bij aaneengebouwde en half vrijstaande woningen: 3 meter; 2. bij vrijstaande woningen: 5 meter. de breedte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen (gezien vanaf de voorzijde) op een zijerf dat grenst aan openbaar toegankelijk gebied mag ten hoogste 3,5 meter bedragen; indien er sprake is van een voorerf zijn hierop onder de volgende voorwaarden aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen toegestaan: 1. ten hoogste 500Zo van het voorerf mag worden bebouwd; 2. de bebouwing mag over ten hoogste de helft van de breedte van de voorgevel van het hoofdgebouw worden gesitueerd; 3. de bouwhoogte bedraagt ten hoogste 3 meter. 4. de bebouwing mag er niet toe leiden dat de volgens 10.2.2 onder a.
en b ten hoogst toelaatbare bebouwing op het erf wordt overschreden; de goothoogte van aan- en uitbouwen bedraagt ten hoogste 0,3 meter boven de vloer van de eerste verdieping van het hoofdgebouw op de aangrenzende gronden; de bouwhoogte van aan-, uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen bedraagt ten hoogste 4 meter de goothoogte van vrijstaande bijgebouwen/aangebouwde bijgebouwen bedraagt ten hoogste 3 m eter; de bouwhoogte van vrijstaande bijgebouwen bedraagt ten hoogste 5 meter; ter plaatse van de functieaanduiding 'garage' is in afwijking van artikel i en j de maximale goot- en bouwhoogte van een vrijstaand bijgebouw respectievelijk 2,4 meter en 4,1 meter; de bouwhoogte van overkappingen bedraagt ten hoogste 3 meter;
26
10.2.3 a. b. c. 10.2.4 1.
2.
3.
10.3
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde de bouwhoogte van erfafscheidingen tussen de openbare weg en 1 meter achter de voorgevelrooilijn bedraagt ten hoogste 1 meter; de bouwhoogte van erfafscheidingen elders bedraagt ten hoogste 2 meter; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt ten hoogste 3 meter. Algemeen Het is verboden een bestaande woning te veranderen in en/of te vergroten tot twee of meer woningen. Het is eveneens verboden meerdere woningen samen te voegen tot een kleiner aantal woningen; Het is verboden bestaande gebouwen en gronden met een bestemming waar volgens de bestemmingsomschrijving het wonen naast andere bestemmingen is toegestaan, te veranderen in en/of te vergroten tot twee of meer woningen. Woonmogelijkheden binnen bestemmingen op grond waarvan wonen is toegestaan - maar nog niet wordt toegepast - zijn bestemd voor één huishouden; Bij herbouw van één of meerdere woning(en) binnen de bestemming 'Wonen' of binnen een bestemming waar volgens de bestemmingsomschrijving het wonen naast andere bestemmingen is toegestaan, is in de nieuwe situatie een gelijk aantal woningen toegestaan. Nadere eisen
Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen omtrent de plaatsing en de goot- en boeibordhoogte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen, indien over een lengte van meer dan 2,5 meter in de zij erfafscheiding wordt gebouwd, teneinde te waarborgen dat de te bouwen gebouwen geen onnodige nadelige veranderingen teweegbrengen in de bezonningssituatie op de aangrenzende erven of tuinen en in de lichttoetreding van het naastgelegen hoofdgebouw, met dien verstande dat: a. b. c.
10.4
daardoor de gebruikswaarde van het te bebouwen erf niet onevenredig worden geschaad; de goot- of boeibordhoogte van (delen van) gebouwen niet wordt teruggebracht tot minder dan 2,5 m eter; geen inbreuk wordt gemaakt op het bepaalde in 10.2.2 onder a of b ten aanzien van het maximaal te bebouwen gedeelte van de gronden. Specifieke gebruiksregels
Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels: 10.4.1
Aan-huis-gebonden ondernemingen
Onder strijdig gebruik wordt niet verstaan het gebruik van gedeelten van woningen ten behoeve van aan-huis-gebonden ondernemingen, mits; a. de woonfunctie als primaire functie gehandhaafd blijft; b. het netto vloeroppervlak in gebruik voor de aan-huis-gebonden onderneming niet groter is dan 250Zo van het vloeroppervlak van het hoofdgebouw met een maximum van 50m2; c. het gebruik niet leidt tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluiting en parkeersituatie ter plaatse; d. er geen gebruik wordt gemaakt van gevelreclame; e. de onderneming uitsluitend door een van de bewoners (zonder ander personeel) wordt uitgeoefend; f. voor de activiteiten van de onderneming geen omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 eerste lid, onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist en de inrichting valt onder het begrip type A van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer; g. er geen horeca- en/of detailhandelsactiviteiten plaatsvinden; h. de activiteiten worden uitgevoerd in het hoofdgebouw plus aan-, uitbouw en aangebouwd bijgebouw. 10.4.2 1. 2.
Strijdig geb ruik Tot een strijdig gebruik van bouwwerken wordt, tenzij in 10.1 en/of 10.4.1 anders bepaald, in elk geval gerekend het gebruik van bijgebouwen voor het wonen. Tot een strijdig gebruik van de gronden en bouwwerken wordt in ieder geval gerekend het gebruik voor kamerbewoning en een woongroep. Tevens wordt tot een strijdig gebruik van de gronden en
27
bouwwerken gerekend het recreatief verhuren van de woning aan derden voor korte perioden, tenzij voldaan wordt aan de beleidsregels particuliere recreatieve verhuur woningen Westland.
28
Artikel 11 Woongebied 11.1
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Woongebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.
e. f.
het wonen; hoofdgebouwen en andere bouwwerken die nodig zijn voor het wonen; bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals erven, tuinen, water, groen- en speelvoorzieningen, nutsvoorzieningen en gebouwde parkeervoorzieningen; verblijfsgebied met een functie voor verblijf, verplaatsing en gebruik ten dienste van de bestemming, waaronder verkeersstructuren zoals woonstraten, ontsluitingswegen, voet- en fietspaden, bruggen en straatmeubilair; duinlandschap; Ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - voorgevel' dienen de gronden niet te worden beschouwd als erf in de zin van artikel 1 van bijlage II behorende bij het Besluit omgevingsrecht, zoals dat artikel luidt op het moment van de datum van inwerkingtreding van dit plan;
11.2
Bouwregels
11.2.1
Algemeen
Op deze gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: a. b. c.
d.
binnen de bestemmingen Woongebied zijn maximaal 130 rijwoningen toegestaan; aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen; andere overige bouwwerken dan overkappingen; m its , ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - open verbinding' moet een doorgang ten behoeve van voetgangers door de bestemming 'Woongebied' tot stand gebracht worden;
en geldende de volgende regels: 11.2.2
Hoofdgebouw
Voor het bouwen van hoofdgebouwen als grondgebonden woningen gelden de volgende regels: a. hoofdgebouwen worden uitsluitend gebouwd binnen het bouwvlak; b. hoofdgebouwen hebben minimaal 2 en maximaal 4 bouwlagen; c. de bouwhoogte bedraagt ten hoogste de op de planverbeelding met de maatvoering "maximale bouwhoogte (m)" aangegeven bouwhoogte; d. ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - 2' mag 50Zo van de hoofdgebouwen in deze zone, in afwijking van artikel 11.2.2 onder c, een maximale bouwhoogte hebben van 12,5 meter. De overige hoofdgebouwen binnen deze aanduiding hebben een maximale bouwhoogte van 10,5 m eter; e. ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - 2' dient de 4e bouwlaag minimaal 2 meter terugliggend ten opzichte van de voorgevel te worden uitgevoerd; f. de hoofdgebouwen worden gebouwd in een korrel van minimaal 2 tot maximaal 4 hoofdgebouwen; g. In afwijking van het bepaalde in lid a t/m e mag het oorspronkelijke hoofdgebouw ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - voorgevel niet uitgebreid worden; 11.2.3 a. b. c.
Aan- en uitbouwen en overkappingen ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - voorgevel' zijn geen aan- en uitbouwen en overkappingen toegestaan; het gezamenlijk oppervlak van aan- en uitbouwen en overkappingen bedraagt ten hoogste 50Zo van het zij- en achtererf van de woning tot een maximum van 50m2; indien het zij- en achtererf een grotere oppervlakte heeft dan 100m2 mag bij de maximale oppervlakte van 50m2 een percentage van 10oZo van het meerdere worden opgeteld, tot een
29
maximum van 75m2; aan- en uitbouwen en overkappingen worden ten minste 1 meter achter de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw gebouwd; indien niet in de perceelsgrens wordt gebouwd, bedraagt de afstand tot de perceelsgrens ten mins te 1 meter; de diepte van een aan- en uitbouw, gemeten vanuit de oorspronkelijke achtergevel waaraan gebouwd wordt, bedraagt 3 meter de goothoogte van aan- en uitbouwen bedraagt ten hoogste 0,30 meter boven de vloer van de eerste verdieping van het hoofdgebouw op de aangrenzende gronden; de bouwhoogte van aan-, uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen bedraagt ten hoogste 4 m eter; de bouwhoogte van overkappingen bedraagt ten hoogste 3 meter.
d. e. f. g. h. i.
11.2.4 Overige b ouwwerken Voor het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - voorgevel' zijn geen bouwwerken, geen gebouw zijnde toegestaan; b. de maximale bouwhoogte van erfafscheidingen bedraagt 1 meter; c. in afwijking van lid b. bedraagt de bouwhoogte van erfscheidingen direct aan de gevel van het hoofdgebouw 1,3 meter met een diepte van 2,4 meter; d. de maximale bouwhoogte van overige bouwwerken geen gebouw zijnde bedraagt 3 meter; e. schotelantennes op of aan een bouwwerk zijn niet toegestaan. 11.3
Afwijken van de bouwregels
11.3.1
Afwijken voor balkon
Burgemeester en wethouders kunnen ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - voorgevel' met een omgevingsvergunning afwijken voor het bouwen van een balkon, mits: a. de afwijking niet op stedenbouwkundige bezwaren stuit; b. balkon onderdeel is van een stedenbouwkundig ensemble en stedenbouwkundig hiermee van belang is; c. balkon architectonisch is mee ontworpen met het hoofdgebouw; d. balkon voldoet aan de voorwaarden opgenomen in het stedenbouwkundigplan en beeldkwaliteitsplan 'De Nieuwe Duinvallei'; e. een balkon mag buiten het bouwvlak worden gebouwd; f. het balkon een maximale diepte van 1,5 meter heeft. 11.3.2
Afwijken voor een trap van tuin naar balkon of dakterras
Burgemeester en wethouders kunnen ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - voorgevel' met een omgevingsvergunning afwijken voor het bouwen van een trap van tuin naar balkon of dakterras, mits: a. b. c. d. e. f. g.
de afwijking niet op stedenbouwkundige bezwaren stuit; trap onderdeel is van een stedenbouwkundig ensemble en stedenbouwkundig hiermee van belang is; trap architectonisch is mee ontworpen met het hoofdgebouw; voldoet aan de voorwaarden opgenomen in het stedenbouwkundigplan en beeldkwaliteitsplan 'De Nieuwe Duinvallei ; een trap mag buiten het bouwvlak worden gebouwd; per korrel van hoofdgebouwen wordt toegepast. de bouwhoogte van de trap mag niet hoger zijn de hoogte van het hekwerk op het balkon of dakterras op de eerste verdieping
11.3.3
afwijken voor bergkasten
Burgemeester en wethouders kunnen ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - voorgevel' met een omgevingsvergunning afwijken voor het bouwen van een bergkast, mits: a. b.
de afwijking niet op stedenbouwkundige bezwaren stuit; de bergkast onderdeel is van een stedenbouwkundig ensemble en stedenbouwkundig hiermee van belang is;
30
c. d. e. f. g. h.
de bergkast architectonisch is mee ontworpen met het hoofdgebouw; de bergkast voldoet aan de voorwaarden opgenomen in het stedenbouwkundigplan en beeldkwaliteitsplan 'De Nieuwe Duinvallei '; per korrel van hoofdgebouwen wordt toegepast; de bergkast een maximale oppervlakte heeft van 2,4m2; de bergkast een maximale hoogte heeft van 1 meter; de bergkast heeft een maximale breedte van 1 meter.
11.3.4
Afwijken voor een dakopbouw
Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken voor het bouwen van een dakopbouw, mits: a. de afwijking niet op stedenbouwkundige bezwaren stuit; b. de dakopbouw onderdeel is van een stedenbouwkundig ensemble en stedenbouwkundig hiermee van belang is; c. de dakopbouw architectonisch is mee ontworpen met het hoofdgebouw; d. de dakopbouw voldoet aan de voorwaarden opgenomen in het stedenbouwkundigplan en beeldkwaliteitsplan 'De Nieuwe Duinvallei'; e. per korrel van hoofdgebouwen wordt toegepast; f. de dakopbouw passend is binnen de maximale toegestane bouwhoogte; g. de dakopbouw een setback heeft van minimaal 2,4 meter. 11.3.5
afwijken voor erfafscheidingen
Burgemeester en wethouders kunnen ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - voorgevel' met een omgevingsvergunning afwijken voor het bouwen van een erfafscheiding, mits: a. b. c. d. e. f.
de afwijking niet op stedenbouwkundige bezwaren stuit; de erafscheiding onderdeel is van een stedenbouwkundig ensemble en stedenbouwkundig hiermee van belang is; de erfafscheiding architectonisch is mee ontworpen met het hoofdgebouw; voldoet aan de voorwaarden opgenomen in het stedenbouwkundigplan en beeldkwaliteitsplan 'De Nieuwe Duinvallei'; de erafscheiding direct aan het hoofdgebouw met een lengte van 2,4 meter een maximale hoogte heeft van 1,3 meter; overige erfafscheidingen hebben een maximale hoogte van 1 meter.
11.3.6
Afwijken voor een keerwand
Burgemeester en wethouders kunnen ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - voorgevel' met een omgevingsvergunning afwijken voor het bouwen van een keerwand in de erfscheiding met het openbare duinlandschap (bestemming 'Groen'), mits: a. b. c. d. e. f.
de afwijking niet op stedenbouwkundige bezwaren stuit; de keerwand onderdeel is van een stedenbouwkundig ensemble en stedenbouwkundig hiermee van belang is; de keerwand architectonisch is mee ontworpen met het hoofdgebouw; voldoet aan de voorwaarden opgenomen in het stedenbouwkundigplan en beeldkwaliteitsplan 'De Nieuwe Duinvallei'; per korrel van hoofdgebouwen wordt toegepast; de keerwand een maximale hoogte heeft van 1 meter
11.3.7
afwijken van de korrel
Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken voor een korrel van één hoofdgebouw, mits: a. b. c. 11.3.8
de afwijking niet op stedenbouwkundige bezwaren stuit; voldaan wordt aan de voorwaarden opgenomen in het stedenbouwkundigplan en beeldkwaliteitsplan 'De Nieuwe Duinvallei'; het hoofdgebouw is gelegen op de kop (hoek) van een reeks hoofdgebouwen. Afwijken voor een pergola
Burgemeester en wethouders kunnen ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - voorgevel' met een omgevingsvergunning afwijken voor het bouwen van een pergola, mits:
31
a. b. c. d. e. f.
de afwijking niet op stedenbouwkundige bezwaren stuit; de pergola onderdeel is van een stedenbouwkundig ensemble en stedenbouwkundig hiermee van belang is; de pergola architectonisch is mee ontworpen met het hoofdgebouw; de pergola voldoet aan de voorwaarden opgenomen in het stedenbouwkundigplan en beeldkwaliteitsplan 'De Nieuwe Duinvallei'; per korrel van hoofdgebouwen wordt toegepast; de pergola een maximale diepte van 2,4 meter heeft.
11.3.9 Afwijken uitbouwen Burgemeester en wethouders kunnen ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - voorgevel' met een omgevingsvergunning afwijken voor het bouwen van een uitbouw, mits: a. de afwijking niet op stedenbouwkundige bezwaren stuit; b. de uitbouw onderdeel is van een stedenbouwkundig ensemble en stedenbouwkundig hiermee van belang is; c. de uitbouw architectonisch is mee ontworpen met het hoofdgebouw; d. de uitbouw voldoet aan de voorwaarden opgenomen in het stedenbouwkundigplan en beeldkwaliteitsplan 'De Nieuwe Duinvallei'; e. per korrel van hoofdgebouwen wordt toegepast; f. de goothoogte bedraagt ten hoogste 0,30 meter boven de vloer van de eerste verdieping van het hoofdgebouw op de aangrenzende gronden; g. de bouwhoogte bedraagt ten hoogste 4 meter; h. de diepte van een uitbouw bedraagt maximaal 2,4 meter; i. de uitbouw in de aanvraag omgevingsvergunning voor de realisering van het hoofdgebouw wordt meegenomen. 11.4
Specifieke gebruiksregels
Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels: 11.4.1
Aan-huis-gebonden ondernemingen
Onder strijdig gebruik wordt niet verstaan het gebruik van gedeelten van woningen ten behoeve van aan-huis-gebonden ondernemingen, mits; a. b. c. d. e. f.
g. h.
de woonfunctie als primaire functie gehandhaafd blijft; het netto vloeroppervlak in gebruik voor de aan-huis-gebonden onderneming niet groter is dan 250Zo van het vloeroppervlak van het hoofdgebouw met een maximum van 50m2; het gebruik niet leidt tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluiting en parkeersituatie ter plaatse; er geen gebruik wordt gemaakt van gevelreclame; de onderneming uitsluitend door de bewoners (zonder ander personeel) wordt uitgeoefend; voor de activiteiten van de onderneming geen omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 eerste lid, onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist en de inrichting valt onder het begrip type A van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer; er geen horeca- en/of detailhandelsactiviteiten plaatsvinden; de activiteiten worden uitgevoerd in het hoofdgebouw plus aan-, uitbouw en aangebouwd bijgebouw.
11.4.2 3. 4.
Strijdig geb ruik Tot een strijdig gebruik van bouwwerken wordt, tenzij in Woongebied en/of artikel 11.4.1 anders is bepaald, in elk geval gerekend het gebruik van bijgebouwen voor het wonen. Tot een strijdig gebruik van de gronden en bouwwerken wordt in ieder geval gerekend het gebruik voor kamerwoning en een woongroep. Tevens wordt tot een strijdig gebruik van de gronden en bouwwerken gerekend het recreatief verhuren van de woning aan derden voor korte perioden, tenzij voldaan wordt aan de beleidsregels particuliere recreatieve verhuur woningen Westland.
32
11.4.3
Voorwaardelijke verplichting stikstof
Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik zonder of in strijd met een onherroepelijke vergunning ingevolge artikel 2.7 tweede lid van de Wet natuurbescherming verleend door de Omgevingsdienst Haaglanden op 14 oktober 2020 onder nummer ODH-2020-00141501. 11.4.4
Voorwaardelijke verplichting water
Ter compensatie voor het dempen van watergangen en het voldoen aan de klimaatdoelstellingen 2050 is het gebruiken en het (doen) laten gebruiken van de gronden conform de bestemming 'Woongebied' alleen toegestaan indien aanvullend op de bestaande hoeveelheid oppervlaktewater minimaal 492 m2 compensatie in de vorm van oppervlaktewater is gerealiseerd.
33
Artikel 12 Leiding - Water 12.1
a. b.
12.2
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Leiding - Water' aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere aldaar geldende bestemming(en) - mede bestemd voor een ondergrondse waterleiding. de bestemming Leiding - Water is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende enkelbestemmingen. Voor zover deze dubbelbestemming samenvalt met andere dubbelbestemmingen is de voorrangsregeling in artikel 19.3 van toepassing. Bouwregels
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a.
b.
12.3
op deze gronden mogen ten behoeve van de in lid 12.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 3 m eter; ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag - met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels - uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. Afwijken van de bouwregels