CConstaterende datWestland
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapportage Sociaal Domein 2025

Raadsinformatiebijeenkomsten (openbaar) 9 februari 2026, gemeente Westland6.838 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

1

Rapportage Sociaal Domein Terugblik 2025

January 18, 2026

Rapportage Sociaal Domein Inleiding Het Sociaal Domein is volop in beweging. Dat komt zowel door landelijke als lokale ontwikkelingen. Landelijk wordt de Hervormingsagenda Jeugd stap voor stap concreet uitgevoerd. Gemeenten investeren in voorliggende voorzieningen en laagdrempelige zorg voor kinderen en jongeren. Het aantal cliënten begint licht te dalen. In onze gemeente lopen we hierin voorop. Al eerder zijn wij, samen met het SKT en andere maatschappelijke partners, gestart met normaliseren. Terwijl omliggende gemeenten kampen met tekorten, kunnen wij inmiddels melden dat we binnen de begroting blijven. De kwaliteit van de geboden zorg blijft onverminderd hoog. Jongeren staan er in onze gemeente niet alleen voor. Bij de Wmo zien we een ander beeld. Recent verscheen een houdbaarheidsstudie waarin helder wordt verwoord wat wij lokaal al enkele jaren ervaren: de Wmo staat onder druk. Er zijn landelijk én lokaal wachtlijsten, zowel bij gemeenten als bij zorgaanbieders. Landelijk ingrijpen is noodzakelijk. De inkomensafhankelijke eigen bijdrage ligt al enkele jaren voor in de Tweede Kamer, maar besluitvorming wordt steeds uitgesteld. De aanbevelingen in de houdbaarheidsstudie voegen daar nu enkele maatregelen aan toe. In onze gemeente investeerden we de afgelopen jaren in zorg en ondersteuning voor onze kwetsbare inwoners.

Er zijn meer toegangsmedewerkers gestart om het groeiend aantal aanvragen snel af te kunnen handelen. We gaven een impuls aan preventie en vroegsignalering. Gelukkig zien we daarvan het effect: de wachtlijsten nemen af. Bij schuldhulpverlening daalt de gemiddelde schuld. Minder jongeren hoeven gebruik te maken van intensieve zorg. Het vraagt echter onze blijvende aandacht en nauwe samenwerking met de regio om ook op lange termijn goede ondersteuning te blijven bieden aan inwoners die niet zonder kunnen.

Rapportage Sociaal Domein | 1/18/2026

Bestaanszekerheid wordt een steeds belangrijker thema binnen het Sociaal Domein. Zonder een woning en voldoende inkomen uit werk is er onvoldoende basis om mee te doen in onze samenleving. Ook lokaal werken we hard om onze inwoners, wanneer ze het zelf niet kunnen, te helpen om een voldoende solide sociale basis op te bouwen. We bieden snelle hulp aan inwoners met schulden en dragen bij aan de inburgering van nieuwkomers. Onze minimaregelingen brengen we de komende maanden met elkaar upto-date. Patijnenburg zit midden in een transitie en ontwikkelt zich tot een modern bedrijf dat inwoners met een grote afstand tot de arbeidsmarkt passend kan opleiden en begeleiden.

1

In deze rapportage hebben we zowel landelijke als lokale ontwikkelingen opgenomen. We schetsen zo goed mogelijk de belangrijkste trends en vergelijken, waar mogelijk, het afgelopen jaar met voorgaande jaren. Zo ontstaat een zo compleet mogelijk beeld. De focus ligt daarbij op aantallen, de groei of krimp van het aantal cliënten en de verschillende maatregelen die we treffen. Het financiële overzicht is opgenomen in onze reguliere P&C-cyclus. Voor het gemak wordt in de verschillende hoofdstukken aangegeven waar u die informatie kunt vinden. Onze dashboards zijn in ontwikkeling. De informatie wordt soms beperkt door de mogelijkheden. Vele professionals werken dag in, dag uit voor onze kwetsbare inwoners. Soms onder moeilijke omstandigheden en grote werkdruk. Deze rapportage is hun werk, gevat in woord en beeld. Zij verdienen onze steun, ook wanneer we kritisch zijn op de ontwikkelingen, de wachtlijsten of de genomen besluiten. Dit college is trots op de prestaties die zij in 2025 hebben geleverd.

C.Y. van Staalduinen – Wethouder

INLEIDING ..........................................................................................................................................1 1. GEZONDHEID .............................................................................................................................3 INLEIDING ......................................................................................................................................3 WAT GEBEURDE ER IN WESTLAND? .................................................................................................4 2. JEUGD .......................................................................................................................................5 ALGEMEEN ....................................................................................................................................5 LANDELIJK BEELD ...........................................................................................................................5 WAT GEBEURDE ER IN WESTLAND? .................................................................................................5 WAT VERWACHTEN WE KOMENDE TIJD? ...........................................................................................6 WELKE MOGELIJKHEDEN ZIJN ER OM BIJ TE STUREN?........................................................................6 3.

WET MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING (WMO) ......................................................................8 ALGEMEEN ....................................................................................................................................8 LANDELIJK BEELD ...........................................................................................................................8 WAT GEBEURDE ER IN WESTLAND? .................................................................................................8 BESCHERMD WONEN, BESCHERMD THUIS (BW/BT) ........................................................................9 WAT VERWACHTEN WE KOMENDE TIJD? .........................................................................................10 WELKE MOGELIJKHEDEN ZIJN ER OM BIJ TE STUREN?......................................................................10 4.

BESTAANSZEKERHEID ..............................................................................................................12 ALGEMEEN ..................................................................................................................................12 LANDELIJK BEELD .........................................................................................................................12 BIJSTAND EN DE BEGELEIDING NAAR WERK ................................................................................12 WSW EN BESCHUT WERK ........................................................................................................12 WAT GEBEURDE ER IN WESTLAND? ...............................................................................................13 WAT VERWACHTEN WE KOMENDE TIJD? .........................................................................................13 WELKE MOGELIJKHEDEN ZIJN ER OM BIJ TE STUREN?......................................................................13 5.

SCHULDHULPVERLENING ..........................................................................................................15 ALGEMEEN ..................................................................................................................................15 LANDELIJK BEELD .........................................................................................................................15 WAT GEBEURDE ER IN WESTLAND? ...............................................................................................15 WAT VERWACHTEN WE KOMENDE TIJD? .........................................................................................16 WELKE MOGELIJKHEDEN ZIJN ER OM BIJ TE STUREN?......................................................................16 6.

INBURGERING ..........................................................................................................................18 ALGEMEEN ..................................................................................................................................18 LANDELIJK BEELD .........................................................................................................................18 WAT GEBEURDE ER IN WESTLAND? ...............................................................................................18 WAT VERWACHTEN WE KOMENDE TIJD? .........................................................................................19 WELKE MOGELIJKHEDEN ZIJN ER OM BIJ TE STUREN?......................................................................19 BRONNEN ........................................................................................................................................21

Rapportage Sociaal Domein | 1/18/2026

Inhoud

2

1. Gezondheid Inleiding

Rapportage Sociaal Domein | 1/18/2026

Een gezonde en veerkrachtige samenleving is de basis voor welzijn en participatie. Gezondheid gaat daarbij verder dan de afwezigheid van ziekte. Het omvat fysieke, mentale en sociale aspecten die samen bepalen hoe mensen hun leven betekenisvol kunnen vormgeven. In het Strategische Beleidskader Sociaal Domein staat positieve gezondheid centraal. Niet de aandoening is het uitgangspunt, maar de mens en diens veerkracht. Dit vraagt om een integrale benadering waarin preventie, vroegsignalering en het versterken van de sociale basis leidend zijn. De afbeelding van de piramide van zorg die we veelvuldig hebben gebruikt in het Strategisch Beleidskader is in dat opzicht illustratief. Zonder een sterke sociale basis is al het overige in het sociale domein een breekbaar bouwwerk.

3

De gezondheidsverschillen in Nederland nemen toe: mensen met een laag inkomen leven gemiddeld zes jaar korter en ervaren vijftien jaar langer een minder goede gezondheid2. Deze kloof willen we dichten door in te zetten op gelijke kansen, wat soms ongelijke investeringen betekent. We richten ons op een gezonde leefomgeving, het bevorderen van sport en bewegen, het tegengaan van eenzaamheid en het versterken van gezondheidsvaardigheden. Daarbij erkennen we dat bestaanszekerheid een cruciale randvoorwaarde is voor gezondheid (fundament van de piramide). Onze aanpak sluit aan bij de landelijke akkoorden: ▪ ▪ ▪

Integraal Zorgakkoord (IZA): zet in op samenwerking tussen zorg en sociaal domein, met meer nadruk op preventie en passende zorg. Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA): versterkt de verbinding tussen welzijn en zorg, zodat inwoners tijdig ondersteuning krijgen. Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA): streeft naar een gezonde generatie in 2040, met een sterke sociale basis en aandacht voor kwetsbare groepen.

Deze akkoorden vragen om een fundamentele transformatie. We bewegen van curatieve zorg naar preventie, van individuele oplossingen naar collectieve kracht. Samen met inwoners, maatschappelijke

partners en zorgprofessionals bouwen we aan een netwerk waarin samenkracht centraal staat. Inwoners helpen elkaar, ondersteund door toegankelijke voorzieningen en professionele hulp waar nodig. Zo creëren we een samenleving waarin iedereen kan meedoen, gezond kan leven en zich gesteund voelt. Daarbij past een beweging waarin we een zorg-, ondersteunings- op opvoedvraag niet onnodig medicaliseren. Deze ‘normalisering,’ waar het SKT afgelopen jaren succesvol mee is gestart (zie hoofdstuk 2) en wat nu in de andere onderdelen in het Sociaal Domein nu wordt overgenomen, is een belangrijk element in ons beleidskader.

Wat gebeurde er in Westland? Aansluitend bij het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA), is het doel “Een gezonde generatie in 2040 met weerbare, gezonde mensen die kunnen opgroeien, leven, werken en wonen in een samenleving waarin sprake is van een sterke sociale basis. De fysieke gezondheid wordt vanaf het prille begin bevorderd en behouden en er gaat speciale aandacht uit naar mensen in kwetsbare situaties. Een sterke sociale basis helpt inwoners hun problemen zelf of met hun sociale netwerk op te lossen. Dit versterkt de cohesie, de onderlinge zorg en zelfstandigheid, waardoor minder professionele hulp nodig is. De sociale basis betekent: vrij toegankelijke formele en informele activiteiten en voorzieningen gericht op het elkaar ontmoeten en ondersteunen, ontplooien en ontspannen die zorgen dat mensen kunnen samenleven en meedoen. Het versterken van de sociale basis gaat over het omzien naar elkaar in de wijk en buurten en dorpen. Maar ook over het autonoom kunnen leiden van het leven met eigen regie en een netwerk vanuit die basis.

De sociale basis is er voor iedereen en inzetten op preventie is steeds belangrijker omdat dat de enige manier is om ervoor te zorgen dat de zorg beschikbaar, bereikbaar en betaalbaar blijft voor de mensen die het echt nodig hebben. Dit sluit ook aan bij de beweging die landelijk wordt gemaakt met de diverse gezondheids-, zorg- en preventieakkoorden.

Rapportage Sociaal Domein | 1/18/2026

In Westland hebben we een sterke sociale basis mede dankzij diverse actieve samenwerkingspartners en verenigingen. Toch zien we ook in Westland dat de gezondheidsverschillen tussen mensen groot zijn. We willen dat iedereen dezelfde kansen krijgt op een gezond leven en dat inwoners zich goed en sterk voelen in Westland. Vanuit de gemeente zetten we hiervoor onder andere in op sport en bewegen en houden we bij de inrichting van de leefomgeving rekening met de invloed hiervan op gezondheid. Gezondheid heeft daarnaast raakvlakken met een groot aantal andere domeinen. Zo is bestaansonzekerheid de grootste oorzaak voor gezondheidsproblemen.

4

2. Jeugd Algemeen Jeugdhulp is er voor kinderen, jongeren tot 18 jaar (verlengde jeugdhulp tot 23 jaar) en hun gezin die ondersteuning nodig hebben bij psychische klachten, gedragsproblemen of uitdagingen in de opvoeding. De Jeugdwet is erop gericht om het vermogen van jongeren, hun ouders en hun directe omgeving te versterken om zelf oplossingen te vinden voor problemen. Daarbij ligt de nadruk op het verbeteren van opvoedvaardigheden en het creëren van een positief opvoedklimaat in gezinnen, op scholen en in buurten. Ook speelt preventie en het vroegtijdig signaleren van problemen een belangrijke rol, zodat snel ingegrepen kan worden. Gemeenten dragen zorg voor een passend en toegankelijk aanbod van jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering. Deze verantwoordelijkheid is vastgelegd in de jeugdwet. Dit betekent dat gemeenten verplicht zijn om hulp te bieden aan kinderen, jongeren en de gezinnen die daar behoefte aan hebben binnen de gemeente Westland.

Landelijk beeld Sinds de decentralisaties is het aantal jongeren dat jeugdhulp kreeg met 29% gestegen (t.o.v. 2023)3. De stijging betreft voornamelijk jeugdhulp zonder verblijf, ook wel ambulante jeugdhulp genoemd. Jeugdhulp met verblijf, jeugdbescherming en jeugdreclassering laten qua cliënten geen grote verandering zien ten opzichte van 20154 of vertonen zelfs een licht dalende trend. Hoeveel jongeren een beroep doen op jeugdhulp, verschilt sterk per wijk of per gemeente. Deze verschillen worden deels verklaard door buurtkenmerken zoals aandeel eenoudergezinnen, laag inkomen en migratieachtergrond5. De kosten voor jeugdzorg zijn sinds 2015 fors gestegen. De VNG meldde in 2023 een tekort van € 628 mln op jeugdzorg. In 2024 was dit opgelopen naar € 828 mln6. Op 20 juni 2023 werd daarom de Hervormingsagenda Jeugd definitief vastgesteld. Doel van de Hervormingsagenda is de structurele knelpunten – zoals de sterke stijging van het aantal aanvragen voor jeugdzorg sinds de decentralisaties in 2015 en de sterk gestegen kosten – aan te pakken, het stelsel kwalitatief te versterken en financieel toekomstbestendig te maken. In de meicirculaire 2025 is opgenomen dat het Rijk voor de jaren 2025–2027 bij elkaar opgeteld ongeveer €3 miljard extra beschikbaar stelt aan gemeenten, deels ter compensatie van jeugdzorgbestedingen en het dempen van kortingen op het gemeentefonds7.

Rapportage Sociaal Domein | 1/18/2026

In 2024 is een lichte stagnatie van het aantal jongeren met jeugdhulp te zien. Het is nog te vroeg om te concluderen dat de Hervormingsagenda Jeugd succes heeft.

5

▪ ▪ ▪

Landelijk krijgen 469.000 jongeren jeugdhulp in natura. Dit is een lichte daling ten opzichte van 2023 (476.000)8; Landelijk krijgen 41.000 jongeren in 2024 jeugdhulp met verblijf (9%)9, In 2024 daalde het aantal jeugdhulp-trajecten met 17.000, van 702.000 in 2023 naar 685.000 in 202410.

Wat gebeurde er in Westland? Met het Strategisch Kader Sociaal Domein zetten we sterker in op normalisering: inwoners krijgen waar mogelijk laagdrempelige, kortdurende en informele ondersteuning. De resultaten daarvan zijn goed. Deze trend heeft zich in 2025 doorgezet. Overigens zijn nog niet alle bedragen voor 2025 gedeclareerd. De gegevens kunnen dus nog wijzigen. Het SKT bevordert normaliseren door inwoners te versterken via concrete, praktijkgerichte activiteiten door samen met cliënten, scholen, kinderopvang en netwerkpartners samenwerkingsvormen te ontwikkelen die

dagelijkse zelfredzaamheid ondersteunen. Hierdoor ontstaan regelmatig maatwerkoplossingen, waarbij de hulpvraag centraal staat en informele steun net zo belangrijk is als professionele interventie11. Dit leidt er ook toe dat minder intensieve zorg ingezet hoeft te worden. De kostenwijziging wordt veroorzaakt omdat minder jeugdigen en gezinnen gebruik maken (minder lang) gebruik maken van zorg. Voor de tweedelijns jeugdhulp geldt dat de gemiddelde kosten per traject dalen (zie figuur 2).

Wat verwachten we komende tijd? ▪

▪

De goede resultaten bij de uitvoering van de jeugdzorg geeft ruimte om binnen het Sociaal Domein het normaliseren breed in te voeren. Deze zijn beschreven in het Uitvoeringsplan voor het Strategisch Beleidskader Sociaal Domein. Door het uitvoeringsplan uit te voeren houden we de komende jaren grip op de kosten; Op de pagina’s 67 tot 76 in onze begroting 2026 zijn de voornemens voor jeugdhulp opgenomen. De financiële uitwerking is opgenomen op de pagina’s 97 tot 99.

▪

▪

▪

▪

▪ ▪

De reikwijdte van de specialistische hulp kan verder worden aangescherpt. Daarbij kan de focus gelegd worden op de meest kwetsbare jeugdigen en gezinnen. Dit vereist een nieuwe regionale inkoop waarna ook aanpassing van de verordening noodzakelijk is. Als gevolg van de vaststelling van de nieuwe regionale inkoop wordt de verordening jeugd vervolgens aan de raad ter besluitvorming voorgelegd; Er kan voor gekozen worden om bepaalde hulpvormen niet meer aan te bieden, zoals vak/speltherapie omdat die ook door de ZVW wordt aangeboden en vergoed, bij een aanvullende verzekering; In het Strategisch Beleidskader Sociaal Domein namen we op dat we een integrale Toegang met een Brede Blik willen organiseren met onze partners. We benutten eerder de beschikbare voorliggende voorziening en behouden intensieve zorg voor die inwoners die niet zonder kunnen. Dit vereist een zorgvuldige uitwerking maar kan op termijn gevolgen hebben voor het aantal cliënten en de zorg en steun die hen geboden wordt; Er kunnen extra drempels worden ingebouwd. Inwoners kunnen worden gestimuleerd om eerst een training of cursus te volgen in het voorliggend veld. Dit vereist eveneens een aanpassing van de verordening; Via de reguliere P&C cyclus kan ervoor worden gekozen om het normaliseren te versterken door gericht te investeren; Via de reguliere P&C cyclus kan gestuurd worden op de opdracht voor het SKT.

Rapportage Sociaal Domein | 1/18/2026

Welke mogelijkheden zijn er om bij te sturen?

6

F IGUUR 1: AANTAL UNIEKE CLIËNTEN

Rapportage Sociaal Domein | 1/18/2026

T ABEL 1: AANTAL CLIËNTEN PER ZORGSOORT

7

F IGUUR 2: GEMIDDELDE DECLARATIE PER CLIËNT

3. Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) Algemeen De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) verplicht gemeenten om inwoners te ondersteunen bij zelfstandig wonen en actieve deelname aan de samenleving. De Wmo biedt diverse vormen van hulp, zoals begeleiding, dagbesteding, huishoudelijke hulp en woningaanpassingen. Inwoners die moeite hebben om deel te nemen aan het dagelijks leven kunnen een melding doen bij de gemeente. Een consulent onderzoekt deze melding en zoekt samen met de inwoner naar een passende oplossing. Dit kan leiden tot een aanvraag voor een Wmo-voorziening, maar dat is niet altijd nodig. Soms volstaat informele zorg, bijvoorbeeld door een vrijwilliger of iemand uit het eigen netwerk. Als er geen andere mogelijkheid is, wordt een formele Wmo-aanvraag ingediend. Na een zorgvuldige afweging neemt de gemeente een besluit over de inzet van Wmo-ondersteuning. Wanneer direct duidelijk is welke hulp nodig is, kan in onze gemeente gebruik worden gemaakt van een versnelde aanvraagprocedure.

In 2024 maakten bijna 1,3 miljoen mensen gebruik van Wmo-ondersteuning. Dat komt neer op ongeveer 7,2 % van de Nederlandse bevolking. Dat is een stijging ten opzichte van 2019 van 6,7 %12. Binnen de groep van 75-plussers, die in 2024 ongeveer 10 % van de totale bevolking uitmaakt (tegenover 8 % in 2019), maakte ongeveer één op de drie personen structureel gebruik van een Wmomaatwerkvoorziening13. CBS-data laten zien dat tussen 2017 en 2024 zowel het aantal cliënten als de uitgaven aan maatwerkvoorzieningen (zoals hulp bij het huishouden, dagbesteding en hulpmiddelen) sterk zijn gestegen 14. Volgens het CPB zullen de landelijk Wmo-uitgaven tot 2033 jaarlijks met gemiddeld 2,1 % groeien, onder ongewijzigd beleid, vooral door demografie, indexatie en CAO wijzigingen (loonstijgingen)15. Dit laatste is weer een gevolg van de krapte op de arbeidsmarkt. De VNG signaleert een duidelijke samenhang tussen de vergrijzing en de vraag naar Wmo-ondersteuning, met name bij hulp bij het huishouden16. De druk op de Wmo zal de komende jaren naar verwachting verder toenemen, gedreven door vergrijzing en stijgende zorgkosten als gevolg van de krapte op de arbeidsmarkt. Alleen een combinatie van preventie en generalistische ondersteuning kan deze trend effectief breken. Dat is de reden dat gemeenten en het Rijk in 2025 het Aanvullend Zorg en Welzijnsakkoord (AZWA) hebben gesloten.

Recent heeft het Rijk een Houdbaarheidsonderzoek Wmo laten uitvoeren. Het onderzoek laat zien dat de Wmo onder druk staat en dat scherpe beleidskeuzes nodig zijn om het stelsel toekomstbestendig te houden.

Wat gebeurde er in Westland? ▪

▪ ▪

De toenemende vergrijzing leidt ertoe dat steeds meer inwoners ondersteuning nodig hebben. Naar verwachting zal het aantal mensen van 75 jaar en ouder in de komende twintig jaar verdubbelen, terwijl het aantal tachtigplussers zelfs verdrievoudigt17 De vergrijzing leidt in Westland jaarlijks tot meer cliënten. In figuur 3 is die toename in beeld gebracht. Op basis van deze groei verwachten we in 2026 5.540 cliënten; De toename van het aantal meldingen en aanvragen leidt tot meer geleverde ondersteuning ten opzichte van voorgaande jaren, zowel begeleiding (zie figuur 4) als huishoudelijke ondersteuning (zie figuur 5);

Rapportage Sociaal Domein | 1/18/2026

Landelijk beeld

8

▪ ▪

▪

▪

▪

Ongeveer 65% van de cliënten is 60 jaar of ouder; Het Rijk erkent dat de houdbaarheid van de Wmo onder druk staat. Veel gemeenten hebben te maken met wachtlijsten. In onze Wmo regio (H5: Delft, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Westland) hebben alle gemeenten er mee te maken; De wachtlijst bij het doen van een aanvraag in onze gemeente neemt af (zie figuur 6). We investeerden in extra toegangsmedewerkers en hebben de hulp ingeroepen van een externe partner om eenvoudige aanvragen vlug af te handelen. Enkelvoudige aanvragen handelen we eenvoudig af. De wachtlijstproblematiek is echter complex. Het eenvoudig uitbreiden van het aantal toegangsmedewerkers is door de krapte op de arbeidsmarkt niet aan de orde. Door de hoge werkdruk is het ziekteverzuim bovendien hoog. Elke structurele oplossing kost tijd; De wachtlijst bij aanbieders is fors. Van de zestien aanbieders die huishoudelijke ondersteuning leveren in onze gemeente, zijn er vijf aanbieders met een aanmeldstop. Bij slechts drie aanbieders kan binnen twee weken ondersteuning worden geboden. Zorgaanbieders doen er alles aan om voldoende personeel in te zetten.

Het betreft een landelijk probleem; Op Pagina 73 tot 75 van onze begroting 2026 zijn onze voornemens voor de Wmo opgenomen, inclusief wettelijke taak, maatregelen om wachttijden te verkorten, voorbereiding op inkomensafhankelijke eigen bijdrage en decentralisatie Beschermd Wonen.

Beschermd Wonen, Beschermd Thuis (BW/BT)

Rapportage Sociaal Domein | 1/18/2026

Beschermd Wonen en Beschermd Thuis bieden ondersteuning aan volwassenen die door psychische, psychiatrische of psychosociale problemen niet zelfstandig kunnen wonen. Deze doelgroep heeft intensieve begeleiding nodig om het dagelijks leven te kunnen organiseren. Momenteel wordt deze voorziening in onze regio (Delft, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp en Westland) uitgevoerd door centrumgemeente Delft. Het Rijk wilde deze taak verder decentraliseren, zodat elke gemeente verantwoordelijk zou worden voor het Beschermd Wonen van haar eigen inwoners, ook wanneer zij verhuizen naar een andere gemeente voor een beschermde woonplek. De invoering, oorspronkelijk gepland per 1 januari 2025, werd uitgesteld naar 1 januari 2026 en is vervolgens voor een nog onbekende periode wederom uitgesteld.

9

2022

2023

2024

totaal

Totaal Anders

9

10

10

29

Totaal Delft

35

60

44

139

Totaal Midden-Delfland

4

3

2

9

Totaal Onbekend

11

8

5

24

Totaal Pijnacker-Nootdorp

14

9

14

37

Totaal Westland

17

27

31

75

Totaal

90

117

106

313

T ABEL 2 - A ANTAL CLIËNTEN IN DE REGIO DIE GEBRUIK MAKEN VAN BW/BT IN 2025

Wat verwachten we komende tijd? De landelijke trend is dat het aantal aanvragen fors zal blijven toenemen. De houdbaarheid van de Wmo staat onder druk. Door de krapte op de arbeidsmarkt moeten inwoners langer wachten totdat ondersteuning wordt ingezet. Weliswaar daalt onze wachttijd en is het ons uitgangspunt dat inwoners nooit langer dan de wettelijk toegestane termijn moeten wachten totdat ondersteuning wordt ingezet, daar staat tegenover dat er bij onze zorgaanbieders ook sprake is van een wachtlijst.

▪ ▪

▪

▪ ▪

▪

▪ ▪

▪

▪

Het Rijk was voornemens een inkomensafhankelijke eigen bijdrage in te voeren, maar door de val van het kabinet is de besluitvorming hierover uitgesteld. Het Houdbaarheidsonderzoek Wmo18 adviseert gemeenten meer sturingsmogelijkheden te geven om ‘schaarste transparant te verdelen’19. Binnen de huidige Wmo-regels mogen we geen onderscheid maken tussen aanvragen, maar het onderzoek pleit voor prioritering: kwetsbare inwoners gaan voor op inwoners die niet direct ondersteuning nodig hebben. Vooruitlopend op landelijke besluitvorming kan worden onderzocht hoe onze lokale regelgeving in lijn met deze aanbevelingen kan worden aangescherpt. Er kan gekozen worden om toegangsdrempels in te bouwen, zodat inwoners eerst actief worden verwezen naar het voorliggende aanbod. Dit sluit aan bij de uitgangspunten van het Strategisch Beleidskader Sociaal Domein. Om kosten te beheersen kan herindicatie van cliënten worden ingezet, waarbij actief wordt getoetst op de noodzaak van ondersteuning of mogelijkheden tot afschalen. Het inplannen van extra monitoringsgesprekken kan helpen om te beoordelen of ondersteuning voldoende is, kan worden afgeschaald of afgerond. Dit vraagt echter extra personele inzet en heeft een negatief effect op de wachttijd. Momenteel hebben Wmo-cliënten keuzevrijheid om een aanbieder te kiezen uit gecontracteerde partijen.

In een toekomstige inkoopronde (voorzien in 2027) kan overwogen worden deze keuzevrijheid te beperken, zodat aanbieders per kern, wijk of complex de ondersteuningstaak toegewezen krijgen. Dit vermindert reistijd, verhoogt efficiëntie en verkort wachttijden. De inkoopvisie wordt eind 2026 ter besluitvorming aan de raad voorgelegd. In dezelfde inkoopronde kan de nadruk liggen op sturing via contractvormen en tariefafspraken om kosten te dempen. Ook hierover wordt de inkoopvisie eind 2026 aan de raad voorgelegd. De extra incidentele middelen voor uitvoering van het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) kunnen worden ingezet voor maatregelen die de gezondheid van inwoners verbeteren, waardoor de noodzaak voor zorg en ondersteuning afneemt. Dit is ook het voornemen. De regionale samenwerking met de H5-gemeenten kan worden versterkt. Investeringen van één gemeente in het wegwerken van wachtlijsten leiden nu tot verschuiving van capaciteit bij zorgaanbieders, waardoor wachttijden elders oplopen. De huidige samenwerking richt zich formeel alleen op inkoop, toezicht en handhaving. Een nauwere samenwerking biedt waarschijnlijk meer succes op lange termijn met een gezamenlijke aanpak van wachtlijsten; De Wmo minimaregeling is bedoeld om inwoners met een laag inkomen vrij te stellen van een eigen bijdrage voor de Wmo.

Ons huidige beleid stelt dat inwoners met een inkomen tot 130% van het wettelijk minimumloon zijn vrijgesteld. Ruim 50% van onze inwoners die gebruik maken van een Wmo voorziening valt onder de bovenstaande vrijstellingen. Vergeleken met omliggende gemeenten is dit een zeer ruimhartige regeling. Deze kan via de verordening worden aangepast.

Rapportage Sociaal Domein | 1/18/2026

Welke mogelijkheden zijn er om bij te sturen?

10

F IGUUR 3 AANTAL W MO CLIËNTEN TOTAAL F IGUUR 4 AANTAL W MO CLIËNTEN B EGELEIDING

Rapportage Sociaal Domein | 1/18/2026

F IGUUR 5 AANTAL W MO CLIËNTEN H UISHOUDELIJKE ONDERSTEUNING

11

F IGUUR 6 WACHTLIJST W MO

4. Bestaanszekerheid Algemeen De Participatiewet heeft als doel om meer mensen aan het werk te krijgen, inclusief mensen met een arbeidsbeperking. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het ondersteunen en begeleiden van deze doelgroep naar betaald werk. In onze gemeente voert Patijnenburg deze opdracht uit. Gemeenten moeten ook zorgen voor loonkostensubsidies, beschut werk en re-integratieactiviteiten. Verder zijn zij verantwoordelijk voor het vaststellen van het recht op bijstand en de hoogte ervan, evenals het verstrekken van bijzondere bijstand waar nodig. Naast bijstand kan dat ook bestaan uit een regeling uit het Minimabeleid.

Landelijk beeld Bijstand en de begeleiding naar werk Eind december 2024 ontvingen landelijk bijna 406.000 mensen tot 65 jaar een bijstandsuitkering. Dat was een toename van 1% ten opzichte van een jaar eerder 20. Vooral onder jongeren tot 27 jaar is de stijging sterk (+6,8 %). Zij maken ongeveer 10% uit van de landelijke bijstandspopulatie21. De reden is dat er nog geregeld een mismatch bestaat tussen opleiding en aanbod op de arbeidsmarkt. De meeste Nederlanders met een bijstandsuitkering, maken daar meerjarig gebruik van (71%)22. Deze groep heeft daarmee een lange afstand tot de arbeidsmarkt. Gemeenten boden in 2025 gezamenlijk 255.000 re-integratie of participatievoorzieningen aan. 41.000 daarvan werd aangeboden met een loonkostensubsidie23. De verwachting is dat de aantallen de komende jaren stijgen, mede door demografische ontwikkelingen en een groeiende groep kwetsbaren24. De VNG adviseert daarom om aanvullende instrumenten en maatwerk aan te bieden25.

WSW en Beschut werk

Onderzoek van het CPB en SCP benadrukt dat werk voor mensen met een arbeidsbeperking aanzienlijke maatschappelijke baten oplevert, zoals minder beroep op zorg en een hogere zelfredzaamheid27. Tegelijkertijd is er een structurele financieringsdisbalans: gemeenten dragen de kosten, terwijl besparing die dit oplevert niet ten gunste komt van de gemeentelijke begroting. Dit beperkt gemeenten om te investeren in begeleiding naar werk van inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt. Het Rijk erkent deze knelpunten en stelt extra middelen beschikbaar voor de transitie van de klassieke werkbedrijven naar moderne Sociale Ontwikkelingsbedrijven28. CBS-cijfers tonen dat er landelijk circa 255.000 participatievoorzieningen lopen, waaronder ruim 41.000 loonkostensubsidies29. Ondanks deze instrumenten blijft de uitstroom naar regulier werk achter. Dat komt door de krapte op de arbeidsmarkt en de complexiteit van de doelgroep. Gemeenten investeren daarom in detacheringsfaciliteiten, werkgeversadvies en maatwerktrajecten voor mensen zonder indicatie beschut werk30.

Rapportage Sociaal Domein | 1/18/2026

Sinds de invoering van de Participatiewet in 2015 is de klassieke Wet sociale werkvoorziening (Wsw) afgebouwd en zijn gemeenten verantwoordelijk voor het bevorderen van een inclusieve arbeidsmarkt. Voor Sociale Werkbedrijven die de WSW uitvoeren, betekent dit een andere opdracht die met minder middelen van het Rijk moet worden uitgevoerd26.

12

Wat gebeurde er in Westland? Onze informatie voor 2025 is nog niet compleet. Het dashboard voor werk en inkomen is nog in aanbouw. Dat betekent dat we in deze rapportage de resultaten kunnen delen die nu bekend zijn. We maken daarbij gebruik van de kwartaalrapportages van Patijnenburg (tot augustus). Deze geven nog geen totaalbeeld van de resultaten. We verwachten het jaarverslag Patijnenburg 2025 in het eerste kwartaal van dit jaar. Op basis van de resultaten die we nu hebben kunnen we het volgende zeggen: ▪

▪ ▪

▪ ▪ ▪

Het aantal uitkeringsgerechtigden stijgt licht, in lijn met de bevolkingsgroei van de gemeente. Meer jongeren maken onderdeel uit van het bestand. We passen onze ondersteuning daarop aan. Via de arbeidsmarktregio zijn omscholingsvouchers beschikbaar gesteld; We verwachten dat het aantal inwoners dat wordt begeleid naar werk ongeveer gelijk blijft aan 2024 (zie tabel 3); Patijnenburg bevindt zich midden in de transitie van productiebedrijf naar werkontwikkelbedrijf, zoals vastgelegd in het plan Patijnenburg on the Move. Doel van deze koerswijziging is inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt duurzaam naar regulier werk te begeleiden en werk te ontwikkelen dat aansluit bij hun mogelijkheden. Centraal in deze transformatie staat de Ontwikkelacademie, waar kandidaten via een uniforme intake en assessment een maatwerktraject volgen binnen leerlijnen zoals Horeca, Groen, Logistiek, Techniek en Facilitair; Het aantal gebruikers van minimaregelingen blijft vooralsnog ongeveer gelijk; Op pagina 66, 67, 78 en 79 van onze begroting 2026 staan de voornemens voor werk en inkomen voor komend jaar. De financiële toelichting staat op pagina’s 98 en 99; De raad nam bij de begrotingsraad een amendement aan zodat gezinnen met een bijstandsinkomen tot 130% gebruik kunnen maken van het Kindpakket. Deze maatregel wordt momenteel uitgewerkt in onze beleidsregels.

Wat verwachten we komende tijd? ▪

Rapportage Sociaal Domein | 1/18/2026

▪

13

Het minimabeleid gaat geëvalueerd worden. De resultaten daarvan worden op korte termijn aan de raad voorgelegd; Het Rijk heeft extra middelen beschikbaar gesteld voor Sociaal Werkbedrijven om de transitie te maken naar Sociaal Ontwikkelbedrijven. Samen met adviseurs van de VNG werkt Patijnenburg aan een toekomstbestendige dienstverlening.

Welke mogelijkheden zijn er om bij te sturen? ▪

▪

▪

▪

Het is mogelijk om de inkomensgrens van minimaregelingen aan te passen. De evaluatie van het minimabeleid gaat inzicht geven in de effectiviteit van de regelingen en de mogelijke gevolgen van een wijziging van de inkomensgrenzen. De Rekenkamer heeft in 2025 onderzoek gedaan naar onze minimaregelingen en daarbij ook gekeken naar het vergroten van het bereik. De aanbevelingen uit dit rapport kunnen worden meegenomen bij het opstellen van nieuw minimabeleid. De re-integratieverordening wordt uiterlijk eind 2027 ter besluitvorming aan de raad voorgelegd, als gevolg van de besluitvorming over het Strategisch Beleidskader Sociaal Domein. Dat is het moment om opnieuw keuzes te maken over onze re-integratie-instrumenten. Via de gebruikelijke P&C-cyclus kan sturing worden gegeven aan de opdracht aan Patijnenburg als uitvoerder van onze re-integratieopdracht.

Indicator

2024 (jaar)

2025 jan–aug

Aanmeldingen

430

260

Gestarte trajecten (instroom)

321

157

Uitstroom naar werk (plaatsingen)

156

≥71

Volledig uit de uitkering door werk

79

≥151

Duurzame uitstroom (> 6 maanden)

119

n.n.b.

F IGUUR 7: KOSTENVERDELING W ERK EN I NKOMEN

F IGUUR 8: AANTAL CLIËNTEN DAT GEBRUIK MAAKT VAN ( BIJZONDERE ) BIJSTAND EN LOONKOSTENSUBSIDIE

1 Rapportage januari – april van Patijnenburg is op dit punt niet volledig. In het jaarverslag 2025 verwachten we de volledige resultaten.

Rapportage Sociaal Domein | 1/18/2026

T ABEL 3: UITSTROOM NAAR WERK

14

5. Schuldhulpverlening Algemeen Gemeenten hebben op grond van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) de verantwoordelijkheid om inwoners met problematische schulden te ondersteunen. Deze wettelijke taak omvat het bieden van integrale schuldhulpverlening, waarbij niet alleen financiële problemen worden aangepakt, maar ook onderliggende oorzaken. Dit kan complexe problematiek zijn. Ondersteuning bij schulden is daarom een belangrijk onderdeel van de ondersteuning in het Sociaal Domein. Het doel van de schuldhulpverlening is het duurzaam oplossen van schulden (curatief) en het voorkomen van nieuwe schulden (preventie). Gemeenten moeten hierbij maatwerk leveren, afgestemd op de situatie van de inwoner. Dit kan variëren van budgetcoaching en betalingsregelingen tot saneringskredieten en schuldregelingen. De uitvoering van schuldhulpverlening vraagt om nauwe samenwerking met ketenpartners, zoals bewindvoerders, kredietbanken, woningcorporaties en zorginstellingen. Deze integrale aanpak is essentieel om inwoners effectief te helpen en om herhaling te voorkomen. Naast curatieve hulp is preventie een belangrijk onderdeel van de wettelijke taak. Gemeenten moeten actief inzetten op vroegsignalering van schulden, bijvoorbeeld door samenwerking met zorgverzekeraars, energiebedrijven en woningcorporaties.

Het doel is om problematische schulden in een vroeg stadium te signaleren en escalatie te voorkomen. In onze gemeente organiseren we preventieve activiteiten zoals samenwerking met diverse partijen (de bibliotheek, Vitis Welzijn, de Rabobank, etc.) bij Hulp bij Geldzorgen waarvoor de gemeente de kwartiermaker faciliteert.

Rapportage Sociaal Domein | 1/18/2026

Landelijk beeld

15

In 2015 stonden 200.000 huishouders geregistreerd met ernstige schulden31. Eind 2023 worstelden naar schatting ruim 730.000 Nederlandse huishoudens met problematische schulden. Dat is bijna 9 % van alle gezinnen. Het is een duidelijke stijging ten opzichte van voorgaande jaren 32. In 2024 werd er een lichte toename van 5 % in aanmeldingen geconstateerd. De duur van trajecten nam af, deels doordat meer cliënten via vroegsignalering of buurtteamroutes binnenkwamen, wat de doorlooptijd verkortte33. De VNG stelt dat er vanwege de toename van kwetsbare huishoudens, maatschappelijke kostenstijgingen en complexere problematiek dringend behoefte is aan versterking van preventie en laagdrempelig maatwerk door gemeenten34. Ondanks een gestage toename in huishoudens met schulden, past de ondersteuning bij schulden zich ook aan. De focus ligt steeds vaker op preventie en vroeg signalering. Toch blijft goede integrale ondersteuning van groot belang om te voorkomen dat meer gezinnen financiële problemen krijgen. Laaggeletterdheid blijkt een belangrijke risicofactor in de ontwikkeling en instandhouding van schuldenproblemen. Uit onderzoek blijkt dat mensen met financiële problemen duidelijk vaker moeite hebben met lezen, schrijven of rekenen35. Ongeveer 20% van de Nederlandse huishoudens met problematische schulden heeft een laag taal- of rekenniveau (ruim 140.000 huishoudens)36.

Wat gebeurde er in Westland? ▪

In Q3 2025 liepen er 322 lopende trajecten. Ook de aanvragen stijgen voor het derde jaar achter elkaar (zie tabellen 5, 6 en 7);

▪

De gemiddelde schuld per huishouden is gedaald (zie tabel 5). We investeerden in preventie en vroegsignalering, daarvan zien we nu, met deze daling, de resultaten.

Wat verwachten we komende tijd? ▪

▪

Het is ons voornemen om in het Sociaal Domein een intake “met een brede blik” te introduceren om langdurige trajecten te vermijden. Dit wordt momenteel uitgewerkt. De gevolgen voor schuldhulpverelning zijn nog onbekend. Dit is een zorgvuldig proces dat stapsgewijs wordt uitgerold, samen met onze partners; We voeren het Strategisch beleidskader Sociaal Domein uit. We namen daarin op dat we voorliggende voorzieningen (in dit geval informele hulp bij geldproblemen) versterken.

Welke mogelijkheden zijn er om bij te sturen?

▪ ▪

De beleidsregels kunnen zo worden vastgelegd (collegebevoegdheid) zodat professionals beter weten binnen welke richtlijnen zij kunnen handelen om inwoners tijdig te bereiken. Daarmee versterken we de vroegsignalering en toeleiding. Een extra investering in de gebruikelijke P&C cyclus is dan een vereiste. Het aanbieden van groepsgerichte interventies zou kunnen bijdragen aan efficiëntere en doelgerichte ondersteuning. Daarvoor is het noodzakelijk om onze regelgeving aan te passen; Het actief inzetten van informele ondersteuning (Humanitas, Schuldhulpmaatje, Sociaal Raadslieden), welzijnswerk en het vrijwilligersnetwerk voor preventie zou kunnen helpen om sociale samenhang te versterken en problemen in een vroeg stadium te voorkomen.

Rapportage Sociaal Domein | 1/18/2026

▪

16

Geslacht cliënten SHV

Q1 2025

Q2 2025

Q3 2025

Man

223

216

222

Vrouw

131

133

139

Schuldhulpverlening

Q3 2023

Q3 2024

Q3 2025

Aantal lopende trajecten

303

296

322

Aanvragen schuldhulpverlening

50

59

72

€ 37.047,--

€ 36.652,--

€ 33.514,--

12

13

13

Budgetbeheer

Q3 2023

Q3 2024

Q3 2025

Aantal cliënten

150

114

140

Instroom

12

10

22

Uitstroom

10

9

25

Bewindvoering

Q3 2023

Q3 2024

Q3 2025

Aantal cliënten

62

76

68

Instroom

2

7

5

Uitstroom

0

4

11

T ABEL 4: GESLACHT CLIËNT

Gemiddelde schuld per huishoudens2 Gemiddeld aantal schuldeisers T ABEL 5: TRAJECTEN SCHULDHULPVERLENING

Rapportage Sociaal Domein | 1/18/2026

T ABEL 6: BUDGETBEHEER

17

T ABEL 7: BEWINDVOERING

2 De schulden van de (ex)ondernemers zijn hierin niet meegenomen omdat dit momenteel is uitbesteed aan Zuidweg&Partners.

6. Inburgering Algemeen Gemeenten zijn op grond van de Wet Inburgering vanaf 1 januari 2022 wettelijk verantwoordelijk voor de volledige regie over het inburgeringstraject. Dit omvat onder meer een brede intake om capaciteiten en leerbaarheid in kaart te brengen, het opstellen en monitoren van een Persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP), de inkoop en kwaliteitsbewaking van het inburgeringsaanbod (zoals taal-, arbeidsmarkten participatiemodules), en het toezicht op naleving van verplichtingen, inclusief eventuele sancties. Daarnaast moeten gemeenten maatschappelijke begeleiding bieden aan statushouders en bijstandsgerechtigden ontzorgen gedurende hun traject. In het verlengde hiervan is het aan gemeenten om integraal samen te werken met andere domeinen, zoals de Participatiewet. Het is onze doelstelling dat inburgeraars binnen drie jaar de Nederlandse taal beheersen op het vereiste niveau van hun leerroute en dat zij zich welkom voelen en verbonden met hun omgeving. Inburgeraars participeren naar vermogen via (vrijwilligers)werk, participatieplekken of opleiding. Hierover maakten we afspraken met Patijnenburg.

Landelijk beeld In 2024 waren ruim 36.200 personen in Nederland inburgeringsplichtig onder de Wet inburgering37. Meer dan 90 % van de inburgeraars volgde of scholing voorafgaand aan de inburgering. Slechts een minderheid (ongeveer 25 % van de mannelijke en 10 % van de vrouwelijke statushouders) vindt binnen een jaar werk 38. Gemeenten signaleren een serieuze mismatch tussen de financiering door het Rijk en de instroom. Er is een structureel tekort van ruim € 100 miljoen in 2025 en 2026 dat de uitvoering onder druk zet. Dit geldt vooral voor de grote steden 39. Het landelijke beeld is dat het aantal inburgeraars stabiliseert sinds 2023. Zonder extra middelen van het Rijk en structurele regie komt de effectiviteit van het stelsel verder onder druk te staan.

▪ ▪

▪ ▪ ▪

▪

▪

De instroom is grillig maar volgt het landelijke beeld (zie figuur 9). In Westland zijn momenteel 487 nieuwkomers inburgeringsplichting. Het gaat om 380 statushouders (asielzoekers die een verblijfsvergunning asiel hebben gekregen. Zij hebben recht op opvang, maatschappelijke begeleiding en huisvesting) en 107 gezinsmigranten; Er zijn ongeveer evenveel vrouwen als mannen inburgeringsplichtig (zie figuur 10); 263 inburgeringsplichtigen volgden de B1 leerroute. De B1 leerroute is de reguliere inburgeringsroute gericht op het snel behalen van taalniveau B1 met als doel zelfstandige participatie op de arbeidsmarkt; 157 inburgeringsplichtigen volgen de Z leerroute. De Z leerroute is een op maat gemaakte zelfredzaamheidsroute voor inburgeraars met een lage leerbaarheid, afgerond met een eindgesprek en certificaat in plaats van examens, met als doel het versterken van zelfstandig functioneren in de Nederlandse samenleving; 51 inburgeringsplichtigen volgen de O leerroute. De Onderwijsroute is bedoeld voor jonge inburgeringsplichtigen (tot 28 jaar) die voldoende leerbaar zijn om een opleiding te volgen met als doel instroom in regulier mbo-, hbo- of universitair onderwijs en het behalen van een startkwalificatie; 16 inburgeringsplichtigen moeten nog starten met een leerroute.

Rapportage Sociaal Domein | 1/18/2026

Wat gebeurde er in Westland?

18

Wat verwachten we komende tijd? ▪ ▪

▪

Op pagina 80 en 81 van de begroting 2026 staan onze plannen beschreven. De financiële uitwerking daarvan vind je op pagina 100 en 101; Binnen het Sociaal Domein willen we een intake met een brede blik invoeren, zodat langdurige trajecten zoveel mogelijk worden voorkomen. Dit plan wordt momenteel verder uitgewerkt. De impact op Inburgering is nog niet duidelijk. Het betreft een zorgvuldig proces dat stap voor stap en in samenwerking met onze partners wordt gerealiseerd; We geven uitvoering aan het Strategisch beleidskader Sociaal Domein. Daarin is opgenomen dat we de voorliggende voorzieningen – zoals taalhuizen en het vrijwilligersnetwerk – versterken.

Welke mogelijkheden zijn er om bij te sturen?

Rapportage Sociaal Domein | 1/18/2026

▪

19

Binnen twee jaar worden de verordening, oftewel de lokale uitvoeringsregels voor de Wet inburgering, stapsgewijs ingetrokken en geactualiseerd op basis van het Strategisch Beleidskader Sociaal Domein 2025. De nieuwe versies worden vervolgens ter vaststelling aangeboden.

F IGUUR 9: INBURGERING INSTROOM

F IGUUR 10: LEEFTIJDSGROEPEN CLIËNTEN

Rapportage Sociaal Domein | 1/18/2026

F IGUUR 11: VERDELING GESLACHT

20

Bronnen

Rapportage Sociaal Domein | 1/18/2026

2 Pharos (2019), PDF: Gezondheidsverschillen duurzaam aanpakken, figuur 1, te vinden op

21

Gezondheidsverschillen-duurzaam-aanpakken_Pharos_mei-2019.pdf 3 Jaarrapport landelijke jeugdmonitor 2024, zie https://www.cbs.nl/nl-nl/publicatie/2024/45/jaarrapport2024-landelijke-jeugdmonitor; 4 Jaarrapport 2024 Landelijke Jeugdmonitor van het CBS, p.25-26; 5 Sociaal Cultureel Planbureau (SCP), “Jeugdhulp in de wijk”, https://www.scp.nl/site/binaries/sitecontent/collections/documents/2020/03/05/jeugdhulp-in-de-wijk/Jeugdhulp+in+de+wijk_DEF.pdf; 6 Website van de VNG. “Gemeenten kampen met oplopende tekorten in jeugdzorg.” Zie https://vng.nl/nieuws/gemeenten-kampen-met-oplopende-tekorten-in-jeugdzorg; 7 Meicirculaire gemeentefonds 2025, p. 7; 8 Zie website van het CBS: https://www.cbs.nl/nl-nl/longread/rapportages/2025/jeugdhulp-2024/1jongeren-met-jeugdhulp; 9 Idem; 10 Idem; 11 Zie het Jaarverslag SKT 2024, te vinden op https://jaarverslag.sktwestland.nl/ 12 Zie CBS Landelijke monitor Wmo (2025), hoofdstuk ‘Cliënten naar type maatwerkvoorziening’, pag. 2–3 (percentage gebruik landelijke cijfers 2024 versus 2019); 13 VNG, Nieuwsbericht “Meer ouderen en jongvolwassenen gebruiken Wmo-ondersteuning”, 13 mei 2025 (gegevens over 75-plussers en gebruik binnen deze leeftijdsgroep). 14 CBS, Landelijke monitor Wmo (2025), Tabel 1.1 (aantal cliënten 2017–2024) en Tabel 2.3 (gemiddelde kosten per cliënt); zie achtergrondsectie en tabellen.

15 CPB, Central Economic Plan 2024, hoofdstuk “Prognose overheidsuitgaven” (raming collectieve Wmo-uitgaven) pag. 12. 16 VNG, Nieuws “Meer ouderen en jongvolwassenen gebruiken Wmo-ondersteuning” (13 mei 2025), sectie “Gemeenten en het gebruik van Wmo-maatwerkvoorzieningen” (koppeling grijze druk aan gebruik). 17 Companen, in opdracht van gemeente Westland, 2020 18 Zie https://open.overheid.nl/documenten/d1ea0704-a7a6-4c67-892a-4ddc3f9545e5/file 19 Idem, p.28. 20 CBS, Factsheet Participatiewet 2025-II, Figuur 1 (bijstand per december 2024). 21 Idem, Tabel 1: Bijstandsontvangers <27 jaar per einde 2024. 22 Monitoringsbrief Participatiewet 2025, paragraaf “Duur bijstand”, dec 2025, p. 3. 23 CBS StatLine, Tabel “Re-integratie-/participatievoorzieningen”; cijfers juni 2025 24 Monitoringsbrief Participatiewet 2025, dec 2025, inleiding en cijferbijlage. 25 VNG, Handreiking Participatiewet in Balans (17 november 2025), inleiding en overzicht wijzigingssporen.

26 Berenschot, Onderzoek naar toekomst sociaal ontwikkelbedrijven, in opdracht van SZW, VNG en Cedris (2023); 27 CPB/SCP, De brede baten van werk (2020); 28 Ministerie van SZW, Beleidsbrief transitie sociaal ontwikkelbedrijven (2023); 29 CBS StatLine, Participatievoorzieningen en loonkostensubsidies, juni 2025 30 CPB, Effectiviteit re-integratie-instrumenten (2022) 31 CBS, Schuldenproblematiek in beeld 2024, overzicht geregistreerde huishoudens 2015–2024. 32 Schuldenplatform.nl, “Schuldenproblematiek stijgt: meer dan 730.000 Nederlandse huishoudens…”, december 2025 (cijfers 2024). 33 NVVK, Monitor schuldhulpverlening in onzekere tijden (april 2025), 5 % toename aanmeldingen, +10 % gestart trajecten, met inzicht in duur door trajectlokalisatie. 34 VNG, Handreiking Schuldhulpverlening (november 2025), hoofdstuk “Landelijke ontwikkelingen” en secties over Routekaart Financiële Zorgen, DDAS en preventie.

35 Stichting Lezen & Schrijven e.a. (oktober 2018), Over de relatie tussen lees- en rekenvaardigheden en

Rapportage Sociaal Domein | 1/18/2026

financiële problemen, onderzoeksrapport met portretten van 11 mensen in schuldsituatie. 36 CBS, Monitor Laaggeletterdheid, proefjaar 2022. 37 CBS, Statistiek Wet Inburgering 2024, cohortgegevens pag. 1–2: 2022: 25,9 k, 2023: 35,6 k, 2024: 36,2 k; aandeel asielmigranten ~65%, gezinsmigranten 35%. 38 CBS, Statistiek Wet Inburgering 2024, samenvatting: >90% volgt voorinburgering, werk na 1 jaar: 25% mannen, 10% vrouwen statushouders 39 ANP (3 april 2025): G4 brandbrief – structureel tekort > €100 miljoen bij inburgering, ruim 36.000 begeleidingen per jaar.

22

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westland&id=b1be1495-58f8-4e74-9189-7697d35bd775