Raadsvoorstel
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL
ONDERWERP
Legesverordening Westland 2023
AANLEIDING
De legesverordening regelt de leges (rechten) die worden geheven ter zake van het genot van door of namens het gemeentebestuur verstrekte diensten, genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel. Het college huldigt in beginsel het standpunt dat hiervoor geen algemene middelen worden ingezet. Om de heffing en invordering van leges in 2023 op basis van een nieuwe tariefstelling mogelijk te maken moet de legesverordening en de bijbehorende tarieventabel in 2022 worden vastgesteld en gepubliceerd.
DOELSTELLING
Bij de vaststelling van de legestarieven is volledige kostendekkendheid het uitgangspunt. Hierbij maakt het college een uitzondering voor tarieven met een wettelijk maximum. Wel moet er sprake zijn van maatschappelijk aanvaardbare tarieven. Dat wil zeggen dat de tarieven die de gemeente Westland hanteert niet buitensporig hoog mogen zijn in vergelijking met de ons omliggende gemeenten.
ARGUMENTATIE
De Tarieventabel behorende bij de Legesverordening 1. Om de geraamde opbrengst uit de (meerjaren)begroting te realiseren dienen de huidige tarieven met de inflatiecorrectie van 2,4% te worden verhoogd. Voorgesteld wordt de tarieven 2023 - behoudens de tarieven met een wettelijk maximumtarief - met het inflatiecorrectiecijfer van 2,4% te verhogen. De meeste tarieven worden rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 0,05 of € 1,00. Kostendekkendheid Leges Titel 1, 2 en 3 In de onderstaande tabel staan de geraamde inkomsten van de leges Titel 1, 2 en 3. De leges stijgen met de inflatiecorrectie van 2,4%. Uitzondering zijn de tarieven waarvoor een wettelijk maximum geldt. Overzicht kostendekkendheid op basis van de huidige wetgeving
Overzicht leges Titel 1, 2 en 3 Titel
Leges
1 2 3
Europese dienstenrichtlijn
Begroting 2023 Baten
Lasten
Dekking
Algemene dienstverlening
1.065.700
4.836.100
22,0%
Fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning
4.988.800
5.368.000
92,9%
26.700
292.700
9,1%
6.081.200
8.887.000
68,4%
Totaal inkomsten leges Titel 1, 2 en 3
Op basis van artikel 13, tweede lid, van de Europese Dienstenrichtlijn geldt voor titel 3 dat slechts kruissubsidiëring binnen elk hoofdstuk mogelijk is. Binnen titel 1 en 2 is kruissubsidiëring mogelijk tussen de verschillende hoofdstukken. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat kruissubsidiëring is toegestaan, ook tussen verschillende titels of activiteiten die ogenschijnlijk geen enkele relatie hebben. Voor de toets aan de opbrengstlimiet blijven de totaal geraamde baten en lasten van alle tarieven uit de legesverordening van belang. Leges Titel 1 In de onderstaande tabel staan de geraamde inkomsten van de leges Titel 1.
Leges Titel 1 Algemene dienstverlening Begroting 2023 Nummer
Hoofdstuk
Baten
Lasten
Dekking
1
Burgerlijke stand
178.000
590.300
30,2%
2
Reisdocumenten
236.800
901.600
26,3%
3
Rijbewijzen
335.000
815.700
41,1%
4
Verstrekkingen uit BRP
23.400
463.000
5,0%
9
Overige publiekszaken
36.600
694.100
5,3%
10
Gemeentearchief
2.600
769.300
0,3%
11
Huisvestingswet
60.000
82.500
72,7%
12
Leegstandwet
4.000
41.200
9,7%
16
Kansspelen
1.500
26.000
5,8%
17
Telecommunicatie
148.000
358.300
41,3%
18
Verkeer en vervoer
38.000
64.000
59,3%
19
Diversen
1.800
30.100
6,0%
Totaal inkomsten leges Titel 1 voor 2023
1.065.700
4.836.100
22,0%
Totaal inkomsten leges Titel 1 voor 2022
1.529.000
4.136.400
30,4%
Algemeen Toelichting leges Titel 1: • De wettelijk gemaximeerde tarieven worden gehanteerd, omdat de tarieven nog niet kostendekkend zijn. Deze maximumtarieven worden elk jaar door het Rijk vastgesteld. • Hoofdstuk 4 en 9: de kosten voor de registratie niet-ingezetenen (RNI) worden niet toegerekend, omdat hier geen legesinkomsten tegenover staan. • In de begroting 2023 is de verwachte personele inzet geactualiseerd en dit heeft geleid tot een hogere toerekening aan bovengenoemde activiteiten. De uitkomst van de berekening van de kostendekkendheid is daarmee afgenomen. De werkelijke baten over 2021 waren hoger dan begroot. Ook voor 2022 wordt een voordeel ten opzichte
van de begroting verwacht. Als dit voordeel structureel van aard is, zal bij een volgende actualisatie van de begroting worden voorgesteld de begrote baten structureel te verhogen. Dit zou dan ook weer leiden tot een aangepaste berekening van de kostendekkendheid. Toelichting op de toegerekende baten en lasten en beleidskeuzes per hoofdstuk • Hoofdstuk 1 Doordat er elk jaar gratis huwelijken en partnerregistraties zijn is een gedeelte van de kosten niet toerekenbaar. Dit is op alle kostencomponenten alsmede de inkomsten (niet zijnde leges) toegepast. De prognose voor 2022 is dat 96 van de 503 huwelijken en partnerregistraties gratis is (19,09%). Hierdoor is 19,09% van de kosten niet toerekenbaar. Dit is gelijk aan 2022. • Hoofdstuk 2 en 3 De wettelijke gemaximeerde tarieven worden gehanteerd omdat de reisdocumenten en de rijbewijzen nog niet kostendekkend zijn. Op 21 juli 2022 publiceerde de VNG dat de maximumtarieven voor reisdocumenten 2023 op basis van het consultatievoorstel tot wijziging van het Besluit paspoortgelden. Het ministerie van BZK heeft bericht dat per abuis een indexeringspercentage van 2,6% in plaats van 2,7% is gehanteerd. Dit is aangepast in het ontwerpbesluit. Hierdoor vallen diverse bedragen marginaal hoger uit dan de consultatieversie aangaf. De maximumtarieven zijn naar benden afgrond op een veelvoud van € 0,05.
Het maximumtarief voor de rijbewijzen bestaat sinds 1 januari 2021 uit een rijkskostencomponent (RKC) van € 9,70 en een gemeentelijk kostendeel van maximaal € 31,30. De extra rijkskosten voor een spoedaanvraag blijven € 34,10. Bij een spoedaanvraag draagt de gemeente dus € 43,80 (€ 9,70 RKC + € 34,10 toeslag) af aan de RDW. • Hoofdstuk 4 en 9 De wettelijke gemaximeerde tarieven worden gehanteerd omdat de tarieven nog niet kostendekkend zijn. De kosten voor de registratie niet-ingezetenen (RNI) worden niet toegerekend omdat hier ook geen legesinkomsten tegenover staan. Op basis van de tijdsbesteding worden de overheadkosten toegerekend. • Hoofdstuk 5 t/m 8, 13, 14 en 15 Voor deze hoofdstukken geldt dat deze niet of nauwelijks voorkomen in de gemeente Westland. Ze worden genoemd om de opbouw van de modelverordening van de VNG te kunnen blijven volgen en om te voorkomen dat bepaalde diensten om niet moeten worden verstrekt. Voor deze hoofdstukken is geen raming van de kosten en of opbrengsten opgenomen in de begroting omdat hiervoor geldt dat er nauwelijks (vergunning)aanvragen zijn. • Hoofdstuk 10 Hoofdstuk 10 Gemeentearchief Onderdeel 1.10.4. ’Voor ieder daaraan besteed kwartier’ wordt: voor ieder daaraan te besteden kwartier. Nieuw onderdeel 1.10.4 met begrotingsconstructie. • Hoofdstuk 11 Een percentage van 5,73% van de uren van Dienstverlening en Beleid zijn toerekenbaar.
De geraamde inkomsten zijn gebaseerd op een inschatting van het aantal verwachte urgentieverklaringen en het aantal woningzoekenden in de gemeente Westland. • Hoofdstuk 12 Een percentage van 2,86% van de uren van Dienstverlening en Beleid zijn toerekenbaar. De overige kosten van woonruimteverdeling (onder andere Ruimte en Bedrijfsvoering) worden niet gemaakt voor de diensten als genoemd in Hoofdstuk 12. • Hoofdstuk 16 en 19 Uit ervaringscijfers blijkt dat gemiddeld 6,14 uur wordt besteed aan het ontheffen en verlenen van APV-vergunningen. Per hoofdstuk is het aantal aanvragen begroot. Het aantal te besteden uur per hoofdstuk is vervolgens naar
rato verdeeld over de Clusters Dienstverlening (66%) (oud 59%), Beleid (0%) (oud 7%) en Ruimte (34%) (oud 34%). Het uurtarief Dienstverlening bedraagt € 71,90 (oud € 52,99); het uurtarief Ruimte bedraagt € 67,73 (oud € 65,29) en het overheadstarief is € 57,34 (oud € 51,88). Deze drie componenten bij elkaar opgeteld vormen de toerekenbare kosten per hoofdstuk. Het overgebleven gedeelte van de uren is niet toerekenbaar en wordt besteed aan meldingen, overlegstructuur en accountmanagement. Hoewel de kosten van beleid niet toerekenbaar zijn, vallen onder cluster Beleid ook uitvoeringstaken die wél toerekenbaar zijn. • Hoofdstuk 17 De raming is gebaseerd op 1.600 direct toerekenbare productieve uren van Ruimte-binnen en 350 toerekenbare uren Ruimte-buiten. Hiervoor geldt een opslag tarief overhead van € 57,34 respectievelijk € 50,03. • Hoofdstuk 18 De raming is gebaseerd op 100 direct toerekenbare productieve uren van Ruimte-binnen en 200 toerekenbare uren Ruimte-buiten voor leges parkeren. Hiervoor geldt een opslag tarief overhead van € 57,34 respectievelijk € 50,03.
Titel 2 In de onderstaande tabel staan de geraamde inkomsten van de leges Titel 2. Toelichting leges Titel 2: Leges Titel 2: Dienstverlening vallend onder leefomgeving/omgevingsvergunning Begroting 2023 Nr.
HooHoofdstuk
Baten
Lasten
Dekking
1
Begripsomschrijvingen
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
2
Vooroverleg/beoordelen conceptaanvraag
11.000
181.900
6,1%
3
Omgevingsvergunning
4.933.100
4.745.900
103,9%
4
Vermindering
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
5
Teruggaaf
-15.000
212.200
n.v.t.
6
Intrekking omgevingsvergunning
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
7
Wijziging omgevingsvergunning o.g.v. wijziging project
5.000
60.600
8,3%
8
Bestemmingswijzigingen zonder activiteiten
54.700
167.500
32,7%
9
Vervallen
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
10
Diversen
0
0
n.v.t.
Totaal leges Titel 2 voor 2023
4.988.800
5.368.000
92,9%
Totaal leges Titel 2 voor 2022
4.988.800
4.476.700
111,4%
Toelichting leges Titel 2: • De mate van kruissubsidiëring blijkt uit de hiervoor vermelde kostenopstelling. Omdat alle kosten rechtstreeks zijn terug te leiden naar Wabo-gerelateerde werkzaamheden en hieraan veelal medewerkers van dezelfde cluster of teams werkzaam zijn, ligt kruissubsidiëring voor de hand.
• De gemeente Westland streeft naar kostendekkende tarieven voor de Wabo-
gerelateerde leges. Tevens wordt gestreefd de overige leges meer kostendekkend te maken. De tarieven dienen maatschappelijk aanvaardbaar te zijn, wat wil zeggen dat de tarieven die de gemeente Westland hanteert niet buitensporig hoog mogen zijn in vergelijking met de omliggende gemeenten; • De begrote uren worden naar rato verdeeld over het aantal verwachte activiteiten per hoofdstuk; • Het Wabo-proces is ingericht volgens het lean-principe. Het proces is volledig gedigitaliseerd en ingericht op processturing. De kosten zijn inzichtelijk en de legestarieven zijn hierop afgestemd; • Hoofdstuk 2: Vooroverleg/beoordeling conceptaanvraag: Om het gebruik van het vooroverleg te stimuleren wordt voorgesteld de tarieven van Hoofdstuk 2 uit te breiden. Hierdoor wordt het overleg voor een bredere doelgroep beschikbaar en zijn de lagere tarieven meer maatschappelijk aanvaardbaar. • Hoofdstuk 3: In zijn algemeenheid kan gesteld worden dat gemiddelde bouwwerken leiden tot kruissubsidiëring van grote naar kleine bouwwerken. Deze kruissubsidiëring is echter zeer divers. Het is niet mogelijk om cijfermatig de gevolgen te laten zien. Voor alle bouwwerken geldt immers dat dezelfde bouwsom niet automatisch leidt tot dezelfde kosten. Dat is mede afhankelijk van het soort gebouw, de ligging en of er sprake is van een (gemeentelijk) monument.
Voor de raming wordt uitgegaan van een gemiddeld bedrag per bouwsomcategorie. • Onderdeel 2.3.1.4. Achteraf ingediende aanvraag: De extra leges voor een achteraf ingediende aanvraag om een omgevingsvergunning mogen niet zo hoog zijn dat het strafkarakter gaat overheersen. Daarom adviseert de VNG een maximum in de tariefbepaling op te nemen. Een verhoging van 10% met een absoluut maximum van bijvoorbeeld € 10.000 (was. € 1.000) valt naar de mening van de VNG binnen de redelijke grenzen. • Tevens wordt voorgesteld onderdeel 2.3.3.2.1 toe te voegen. Ook hier is het doel te komen tot een meer maatschappelijk aanvaardbaar tarief voor aanvragen met een relatief lage bouwsom. • Hoofdstuk 4 en 5 Vermindering en Teruggaaf. Ook de aanpassing van deze tarieven kan worden beschouwd als een stimuleringsmaatregel voor het vooroverleg als genoemd in Hoofdstuk 2. Titel 3 In de onderstaande tabel staan de geraamde inkomsten van de leges Titel 3. Leges Titel 3: Europese dienstenrichtlijn
Begroting 2023
Nummer
Hoofdstuk
Baten
Lasten
Dekking
1
Horeca
12.000
55.600
21,6%
2
Organiseren evenementen of markten
13.000
224.400
5,8%
3
Seksbedrijven
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
4
Splitsingsvergunning woonruimte
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
5
Marktstandplaatsen en standplaatsen
1.700
12.700
13,4%
6
Winkeltijdenwet
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
7
In deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
26.700
292.700
9,1%
Totaal leges Titel 3 voor 2023
Totaal leges Titel 3 voor 2022
26.700
270.600
Toelichting leges Titel 3: • De producten of diensten uit Titel 3 mogen onderling niet worden verrekend (kruissubsidiëring), tenzij sprake is van een onderling verband. Hiervan is in de huidige legestabel echter geen sprake. Per product of dienst mag geen winst worden gemaakt; • Hoofdstuk 2: voor een evenement waar minder dan 100 bezoekers aanwezig zijn kan een melding volstaan als het aan de vereisten voldoet van artikel 2.25 van de APV Westland. Een evenement wordt als ’groot’ beschouwd indien er meer dan 600 bezoekers zijn, het twee of meer aaneengesloten dagen duurt of ernstige gevolgen kan hebben voor de openbare orde. Een ’gemiddeld’ evenement heeft tussen de 100 en 600 bezoekers en duurt maximaal één dag. • Op grond van de artikelen 21 en 22 van de Huisvestingswet 2014 kan de gemeente in de gemeentelijke huisvestingsverordening voor de in de onderdelen 3.4.1 tot en met 3.4.5 genoemde activiteiten een vergunningplicht opnemen. Met de Wet toeristische verhuur van woonruimte (Stb. 2020, 460) is daaraan de mogelijkheid van een ontheffing toegevoegd. De gemeente kan ervoor kiezen het vergunningvereiste te vervangen door een ontheffing of kan ervoor kiezen in een bepaald gebied een vergunning en in een ander gebied een ontheffing verplicht te stellen.
In het eerste lid van de artikelen 21 en 22 van de Huisvestingswet 2014 zijn de vergunningen genoemd en in het tweede lid de ontheffingen. Aan de wettekst van artikel 21 is in 2017 toegevoegd het onttrokken houden, samengevoegd houden, omgezet houden en in de gebouwde staat houden (Stb. 2017, 25; Veegwet wonen). Dat is aan de tariefbepalingen toegevoegd. In de (Model-) Huisvestingsverordening zijn de ontheffingsbepalingen als facultatieve bepalingen opgenomen. Ook de vergunning of ontheffing om woonruimte voor toeristische verhuur in gebruik te geven (onderdeel 3.4.6) zijn in die verordening facultatieve bepalingen. Voorgesteld wordt ook de bepaling inzake de Wet toeristische verhuur op te nemen in de tarieventabel. RISICO’S EN KANTTEKENINGEN
Geen.
FINANCIËN
Conform (meerjaren-) begroting
COMMUNICATIEPARAGRAAF
Bekendmaking in elektronisch gemeenteblad en via internet.
EXTERN OVERLEG
Niet van toepassing.
9,9%
VERVOLGTRAJECT
Publicatie.
Burgemeester en wethouders van Westland, de secretaris,
de burgemeester,
A.C. Spindler
B.R. Arends