Raadsvoorstel
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL
ONDERWERP
Legesverordening Westland 2024. AANLEIDING
De legesverordening regelt de leges (rechten) die worden geheven ter zake van het genot van door of namens het gemeentebestuur verstrekte diensten, genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel. Het college huldigt in beginsel het standpunt dat hiervoor geen algemene middelen worden ingezet. Om de heffing en invordering van leges in 2024 op basis van een nieuwe tariefstelling mogelijk te maken moet de legesverordening en de bijbehorende tarieventabel in 2023 worden vastgesteld en gepubliceerd. DOELSTELLING
Bij de vaststelling van de legestarieven is volledige kostendekkendheid het uitgangspunt. Hierbij maakt het college een uitzondering voor tarieven met een wettelijk maximum. Wel moet er sprake zijn van maatschappelijk aanvaardbare tarieven. Dat wil zeggen dat de tarieven die de gemeente Westland hanteert niet buitensporig hoog mogen zijn in vergelijking met de ons omliggende gemeenten. ARGUMENTATIE
1. Om de geraamde opbrengst uit de (meerjaren)begroting te realiseren dienen de huidige tarieven met de inflatiecorrectie van 4,2% te worden verhoogd. Voorgesteld wordt de tarieven 2024 - behoudens de tarieven met een wettelijk maximumtarief - met het inflatiecorrectiecijfer van 4,2% te verhogen. De tarieven tot € 100,00 worden rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 0,05. Tarieven van € 100,00 tot € 1.000,00 worden rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 1,00. Tarieven van € 1.000 of meer worden rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 5,00. 2. De tarieven ten aanzien van ontheffing en vergunning inzake parkeerbeleid in kernen worden op elkaar afgestemd. Voorgesteld wordt om de leges van ca. € 50,00 voor een ontheffing van art. 87 RVV 1990 (artikel 1.33, 1e lid onder a. van de tarieventabel) gelijk te trekken met de leges van ca. € 25,00 voor een parkeervergunning (artikel 1.33 tweede lid van de tarieventabel). In het kader van het project "Verbeteren parkeersituatie centrum Monster" is er een proef uitgevoerd met vier aanpassingen aan de blauwe parkeerschijfzone. Aan direct omwonenden wordt de mogelijkheid geboden om per woonadres maximaal één ontheffing aan te vragen voor een deel van deze parkeerschijfzone. Omdat het een proef betrof, zijn voor de eerste keer deze ontheffingen gratis verstrekt.
Naar de bewoners toe is voor de toekomstige kosten van de ontheffing het bedrag van ca. € 25,00 gecommuniceerd, overeenkomstig de leges voor de parkeervergunningen in Ter Heijde. 3. De tarieven van de adviescommissie Vereniging Dorp, Stad en Land zijn aangepast. De gemeente Westland is als lid aangesloten bij de Vereniging. De Algemene Ledenvergadering heeft ingestemd met de aanpassing van de tarieven. Voorgesteld wordt deze tarieven over te nemen in de legestarieventabel. De tarieven worden één op één doorberekend aan belastingplichtigen. 4. De tarieven van de reisdocumenten worden verhoogd. Demissionair staatssecretaris Van Huffelen (BZK) heeft de VNG op de hoogte gesteld van het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit paspoortgelden per 1 januari 2024. Voor het Europese deel worden de tarieven geÏindexeerd met 7,7%, voor het Caribisch Nederland met 9,7%. Voorgesteld deze tarieven op te nemen in de legestarieventabel. 5. Met ingang van 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet in werking. De Omgevingswet bundelt en vereenvoudigt de regels voor ruimtelijke projecten. Met behulp van één digitaal loket wordt het makkelijker om ruimtelijke projecten te starten. Bijvoorbeeld woningbouw op oude bedrijventerreinen of de bouw van windmolenparken. De Omgevingswet staat voor een goed evenwicht tussen het benutten en beschermen van de leefomgeving.
De Omgevingswet bundelt 26 wetten, 60 Algemene Maatregelen van Bestuur en 75 ministeriële regelingen naar 1 wet, 4 Algemene Maatregelen van Bestuur en 1 Omgevingsregeling. Er ontstaat veel keuzevrijheid om iets te regelen over de leefomgeving: algemene regels (zorgplichten), meldingsplichten of vergunningplichten. Alleen bij de vergunningplichten is legesheffing mogelijk. Die keuzevrijheid en de financiële consequenties bemoeilijken het opstellen van de legesverordening en een (tijdige) raming van de kostendekkendheid. Aan de hand van het werkmodel legesverordening van de VNG is de Legesverordening 2024 voorbereid en de kostendekkendheid doorgerekend. De gevolgen voor de kosten zijn vooralsnog onduidelijk. Invoering van de Omgevingswet zal naar verwachting pas op de lange termijn (10 jaar) financiële voordelen voor gemeenten kunnen hebben.
RISICO’S EN KANTTEKENINGEN
1. De legestarieven zijn nog niet kostendekkend. Kostendekkendheid Leges Hoofdstuk 1, 2 en 3 In de onderstaande tabel staan de geraamde inkomsten van de leges Hoofdstuk 1, 2 en 3. Voorgesteld wordt de tarieven van de leges te laten stijgen met 4,2%. Uitzondering zijn de tarieven waarvoor een wettelijk maximum geldt.
De huidige tarieventabel ziet er anders uit dan voorheen. De opzet van hoofdstukken is gewijzigd conform het model van de VNG. De tarieven van hoofdstuk 2 zijn flink gewijzigd. Het was/wordt overzicht is echter dermate uitgebreid dat bij hoofdstuk 2 wordt geadviseerd uit te gaan van een gehele nieuwe tarieventabel en nieuwe tarieven. Uiteraard is bij de tariefstelling voor 2024 aansluiting gezocht bij de huidige tarieven inclusief indexering. Overzicht leges Hoofdstuk 1, 2 en 3
Begroting 2024
Hfdst
Leges
Baten
1
Algemene dienstverlening
2.050.100
6.498.400
31,5%
2
Dienstverlening Omgevingswet
4.943.500
5.206.600
94,9%
3
Europese dienstenrichtlijn
29.900
210.000
14,2%
Lasten
Dekking
Totaal inkomsten Leges Hfdst 1, 2 en 3 voor 2024
7.023.500
11.915.000
58,9%
Totaal inkomsten leges Titel 1, 2 en 3 voor 2023
6.081.200
10.496.800
57,9%
Op basis van artikel 13, tweede lid, van de Europese Dienstenrichtlijn geldt voor Hoofdstuk 3 (voorheen Titel 3) dat slechts kruissubsidiëring binnen elke paragraaf (voorheen elk hoofdstuk) mogelijk is. Binnen hoofdstuk 1 en 2 is kruissubsidiëring mogelijk tussen de verschillende paragrafen. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat kruissubsidiëring is toegestaan, ook tussen verschillende hoofdstukken of activiteiten die ogenschijnlijk geen enkele relatie hebben. Voor de toets aan de opbrengstlimiet blijven de totaal geraamde baten en lasten van alle tarieven uit de legesverordening van belang. Leges Hoofdstuk 1 In de onderstaande tabel staan de geraamde inkomsten van de leges Hoofdstuk 1. Leges Hoofdstuk 1 Algemene dienstverlening
Begroting 2024
Nummer
Paragraaf
Baten
1
Burgerlijke stand
185.500
679.500
27,3%
2
Reisdocumenten
1.152.900
1.932.500
59,7%
3
Rijbewijzen
290.800
995.700
29,2%
4
Verstrekkingen uit BRP
18.700
438.200
4,3%
9
Overige publiekszaken
43.800
863.400
5,1%
10
Gemeentearchief
2.700
798.200
0,3%
11
Huisvestingswet
156.300
257.100
60,8%
12
Leegstandwet
2.100
41.200
5,1%
16
Kansspelen
1.600
25.900
6,2%
17
Telecommunicatie
154.200
367.500
38,4%
18
Verkeer en vervoer
39.600
65.100
60,8%
19
Diversen
1.900
34.200
5,6%
Totaal leges Hoofdstuk 1 voor 2024
2.050.100
6.498.400
31,5%
Totaal leges Titel 1 voor 2023
1.065.700
4.836.100
22,0%
Algemeen Toelichting leges Hoofdstuk 1:
Lasten
Dekking
• De wettelijk gemaximeerde tarieven worden gehanteerd, omdat de tarieven nog niet kostendekkend zijn. Deze maximumtarieven worden elk jaar door het Rijk vastgesteld.
• Hoofdstuk 4 en 9: de kosten voor de registratie niet-ingezetenen (RNI) worden niet toegerekend, omdat hier geen legesinkomsten tegenover staan. Toelichting op de toegerekende baten en lasten en beleidskeuzes per hoofdstuk • Paragraaf 1 Het is een wettelijke verplichting van de gemeente om gratis huwelijken en geregistreerd partnerschappen aan te bieden. De kosten die verbonden zijn aan deze gratis huwelijken en geregistreerd partnerschappen zijn niet toerekenbaar. Dit is op alle kostencomponenten alsmede de inkomsten (niet zijnde leges) toegepast. De prognose voor 2024 is dat 92 van de 518 huwelijken en partnerregistraties gratis is (17,76%). Hierdoor is 17,76% van de kosten niet toerekenbaar. . • Paragraaf 2 en 3 De wettelijke gemaximeerde tarieven worden gehanteerd omdat de reisdocumenten en de rijbewijzen nog niet kostendekkend zijn. Op 1 augustus 2023 publiceerde de VNG het Ontwerpbesluit wijziging Besluit paspoortgelden voor 2024. Uit dit ontwerpbesluit volgt een indexering van de tarieven met 7,7%. De maximumtarieven zijn naar benden afgrond op een veelvoud van € 0,05. Het maximumtarief voor de rijbewijzen is per 1 juli 2023 verhoogd met € 3,50. Het maximumtarief is per 1 juli 2023 € 48,15 (was € 44,65). Dit bedrag bestaat uit een rijkskostencomponent (RKC) van € 13,20 en een gemeentelijk kostendeel van maximaal € 34,95.
De extra rijkskosten voor een spoedaanvraag blijven € 34,10. Bij een spoedaanvraag draagt de gemeente dus € 47,30 (€ 13,20 RKC + € 34,10 toeslag) af aan de RDW. • Paragraaf 4 en 9 De wettelijke gemaximeerde tarieven worden gehanteerd omdat de tarieven nog niet kostendekkend zijn. De kosten voor de registratie niet-ingezetenen (RNI) worden niet toegerekend omdat hier ook geen legesinkomsten tegenover staan. Op basis van de tijdsbesteding worden de overheadkosten toegerekend. • Paragraaf 5 t/m 8, 13, 14 en 15 Voor deze hoofdstukken geldt dat deze niet of nauwelijks voorkomen in de gemeente Westland. Ze worden genoemd om de opbouw van de modelverordening van de VNG te kunnen blijven volgen en om te voorkomen dat bepaalde diensten om niet moeten worden verstrekt. Voor deze hoofdstukken is geen raming van de kosten en of opbrengsten opgenomen in de begroting omdat hiervoor geldt dat er nauwelijks (vergunning)aanvragen zijn. • Paragraaf 11 Een percentage van 12,8% van de uren van Dienstverlening en Beleid zijn toerekenbaar. De geraamde inkomsten zijn gebaseerd op een inschatting van het aantal verwachte urgentieverklaringen en het aantal woningzoekenden in de gemeente Westland. • Paragraaf 12 Een percentage van 2,05% van de uren van Dienstverlening en Beleid zijn toerekenbaar.
De overige kosten van woonruimteverdeling (onder andere Ruimte en Bedrijfsvoering) worden niet gemaakt voor de diensten als genoemd in Hoofdstuk 12. • Paragraaf 16 en 19 Uit ervaringscijfers blijkt dat gemiddeld 6,25 uur wordt besteed aan het ontheffen en verlenen van APVvergunningen. Per hoofdstuk is het aantal aanvragen begroot. Het aantal te besteden uur per hoofdstuk is vervolgens naar rato verdeeld over de Clusters Dienstverlening (66%), Beleid (0%) en Ruimte (34%) (oud 34%). Het uurtarief Dienstverlening bedraagt € 71,90; het uurtarief Ruimte bedraagt € 67,73 en het overheadstarief is
€ 57,34. Deze drie componenten bij elkaar opgeteld vormen de toerekenbare kosten per hoofdstuk. Het overgebleven gedeelte van de uren is niet toerekenbaar en wordt besteed aan meldingen, overlegstructuur en accountmanagement. Hoewel de kosten van beleid niet toerekenbaar zijn, vallen onder cluster Beleid ook uitvoeringstaken die wél toerekenbaar zijn. • Hoofdstuk 17 De raming is gebaseerd op 1.600 direct toerekenbare productieve uren van Ruimte-binnen en 350 toerekenbare uren Ruimte-buiten. Hiervoor geldt een opslag tarief overhead van € 57,34 respectievelijk € 50,03. • Paragraaf 18 De raming is gebaseerd op 100 direct toerekenbare productieve uren van Ruimte-binnen en 200 toerekenbare uren Ruimte-buiten voor leges parkeren. Hiervoor geldt een opslag tarief overhead van € 57,34 respectievelijk € 50,03. Titel 2 In de onderstaande tabel staan de geraamde inkomsten van de leges Titel 2. Toelichting leges Titel 2: Leges Hoofdstuk 2 Dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet Begroting 2024 Nummer
Paragraaf
1
Algemene bepalingen
2
Voorfase
3
Baten
Lasten
Dekking
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
29.000
462.100
6,3%
Activiteiten met betrekking tot bouwwerken
4.451.000
2.530.300
175,9%
4
Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed
243.000
451.500
53,8%
5
Milieubelastende activiteiten
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
6
Lozingsactiviteiten
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
7
Aanlegactiviteiten
40.000
216.500
18,5%
8
Overige activiteiten
14.000
134.200
10,4%
9
Maatwerkverschillen
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
10
Gelijkwaardigheid
20.000
52.800
37,9%
11
Overige tarieven
198.000
925.400
21,4%.
12
Modaliteiten
26.000
221.800
11,7%
13
Vermindering
-66.500
92.400
n.v.t.
14
Teruggaaf
-11.000
119.500
n.v.t.
Totaal leges Hoofdstuk 2 voor 2024
4.943.500
5.206.600*
94,9%
Totaal leges Titel 2 voor 2023
4.988.800
5.368.000
92,9%
*afrondingsverschil Toelichting leges Titel 2: • De mate van kruissubsidiëring blijkt uit de hiervoor vermelde kostenopstelling. Omdat alle kosten rechtstreeks zijn terug te leiden naar Ow-gerelateerde werkzaamheden en hieraan veelal medewerkers van dezelfde cluster of teams werkzaam zijn, ligt kruissubsidiëring voor de hand. Daarnaast worden meeropbrengsten uit Hoofdstuk 2 verrekend (kruissubsidie) met de tekorten van Hoofdstuk 2 en Hoofdstuk 3. Hiermee wordt voorkomen dat in perioden dat er relatief veel Ow-gerelateerde aan-
vragen zijn, de tarieven moeten worden verlaagd, terwijl elders nog tekorten ontstaan die als gevolg van wettelijke maximumtarieven niet kostendekkend kunnen worden gemaakt; • De gemeente Westland streeft naar kostendekkende tarieven voor de Ow-gerelateerde leges. Tevens wordt gestreefd de overige leges meer kostendekkend te maken. De tarieven dienen maatschappelijk aanvaardbaar te zijn, wat wil zeggen dat de tarieven die de gemeente Westland hanteert niet buitensporig hoog mogen zijn in vergelijking met de omliggende gemeenten; • De begrote uren worden naar rato verdeeld over het aantal verwachte activiteiten per paragraaf. • Het Ow-proces is ingericht volgens het lean-principe. Het proces is volledig gedigitaliseerd en ingericht op processturing. De kosten zijn inzichtelijk en de legestarieven zijn hierop afgestemd; • Paragraaf 3: In zijn algemeenheid kan gesteld worden dat gemiddelde bouwwerken leiden tot kruissubsidiëring van grote naar kleine bouwwerken. Deze kruissubsidiëring is echter zeer divers. Het is niet mogelijk om cijfermatig de gevolgen te laten zien. Voor alle bouwwerken geldt immers dat dezelfde bouwsom niet automatisch leidt tot dezelfde kosten. Dat is mede afhankelijk van het soort gebouw, de ligging en of er sprake is van een (gemeentelijk) monument. Voor de raming wordt uitgegaan van een gemiddeld bedrag per bouwsomcategorie.
Titel 3 In de onderstaande tabel staan de geraamde inkomsten van de leges Hoofdstuk 3. Leges Hoofdstuk 3 Europese dienstenrichtlijn
Begroting 2024
Nummer
Paragraaf
Baten
1
Horeca
12.500
58.400
21,4%
2
Seksbedrijven
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
3
Winkeltijdenwet
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
4
Organiseren evenementen of markten
13.500.
116.000
11,7%
5
Marktstandplaatsen en standplaatsen
1.800
32.100
5,7%
6
Splitsingsvergunning woonruimte
2.100
3.500
60,4%
7
In deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Totaal leges Hoofdstuk 3 voor 2024
29.900
210.000
14,2%
Totaal leges Titel 3 voor 2023
26.700
292.700
9,1%
Lasten
Dekking
Toelichting leges Titel 3: • De producten of diensten uit Hoofdstuk 3 mogen onderling niet worden verrekend (kruissubsidiëring), tenzij sprake is van een onderling verband. Hiervan is in de huidige legestabel echter geen sprake. Per product of dienst mag geen winst worden gemaakt; • Paragraaf 4: voor een evenement waar minder dan 100 bezoekers aanwezig zijn kan een melding volstaan als het aan de vereisten voldoet van artikel 2.25 van de APV Westland. Een evenement wordt als ’groot’ beschouwd indien er meer dan 600 bezoekers zijn, het twee of meer aaneengesloten dagen duurt of ernstige gevolgen kan hebben voor de openbare orde. Een ’gemiddeld’ evenement heeft tussen de 100 en 600 bezoekers en duurt maximaal één dag. • Op grond van de artikelen 21 en 22 van de Huisvestingswet 2014 kan de gemeente in de gemeentelijke huisvestingsverordening voor de in de onderdelen 3.4.1 tot en met 3.4.5 genoemde activiteiten een vergunningplicht opnemen. Met de Wet toeristische verhuur van woonruimte (Stb. 2020, 460) is in 2023 daaraan de mogelijkheid van een ontheffing toegevoegd. Omdat we positief staan tegenover uitbreiding van de verblijfsaccommodatie, komt dit onderdeel te vervallen. Leges voor een dergelijke
vergunning kan een extra drempel zijn. De gemeente kan ervoor kiezen het vergunningvereiste te vervangen door een ontheffing of kan ervoor kiezen in een bepaald gebied een vergunning en in een ander gebied een ontheffing verplicht te stellen. In het eerste lid van de artikelen 21 en 22 van de Huisvestingswet 2014 zijn de vergunningen genoemd en in het tweede lid de ontheffingen. 2. Financiële gevolgen van het op elkaar afstemmen van de tarieven voor de ontheffing en vergunning inzake parkeerbeleid in kernen zijn beperkt. Jaarlijks worden nu gemiddeld nog geen 60 ontheffingen verleend waarvoor leges worden gevraagd. De inkomsten voor deze ontheffingen zullen met niet meer dan € 1.500,00 per jaar worden verminderd.
FINANCIËN
Conform (meerjaren)begroting. EXTERN OVERLEG
Niet van toepassing. VERVOLGTRAJECT
Publicatie.
Burgemeester en wethouders van Westland, de secretaris,
de burgemeester,
M.L.M. Weerts
B.R. Arends