CConstaterende datWestland
Koppel je AI →
Document · PDF

raadsinformatiebrief getekend (21-0037766)

Commissie MO 1 maart 2021, gemeente WestlandBij agendapunt: Schrijven college d.d. 14-01-21 inzake motie ondersteuning jonge mantelzorgers1.705 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

GEMEENTE WESTLAND

Aan de raad van de gemeente Westland

Postadres: Postbus 1 50 2670 AD Naaldwijk Bezoekadres: Laan van de Glazen Stad 1 2672 TA Naaldwijk T 14 0174 F (0174) 673 600 E info@gemeentewestland nl I www.gemeentewestland.nl

UW BRIEF

UW KENMERK

Motie Jonge Mantelzorgers

G20-002902

ZAAK-/ PROJECTNR

DOCUMENTNR

BIJLAGE(N)

21-0037766

1

DATUM VERZONDEN

CONTACTPERSOON

AFDELING/TEAM

DOORKIESNUMMER

Mw

Beleid

(0174) 67 2036

L. Cino

1 4 JAN 7071

ONDERWERP

Raadsinformatiebrief betreffende motie Jonge mantelzorgers (G20-002902)

Geachte raad, Met deze brief informeren wij u over de afhandeling van motie G20-002902 Jonge Westlandse mantelzorgers. Op 10 november 2020 hebt u ons per motie G20-0002902 verzocht om jonge Westlandse mantelzorgers tot de leeftijd van 24 niet meer bij de Wmo indicatie voor huishoudelijke hulp mee te tellen en de kosten die hiermee gepaard gaan voor rekening te laten komen van het budget van de Wmo. De motie hebben wij u ontraden wegens drie argumenten die wij u graag nogmaals in overweging willen geven. De zorgvuldige huidige werkwijze Wij hebben de indruk dat de huidige werkwijze bij indiceren voor u als raad niet volledig of goed genoeg bekend is. Graag lichten wij de werkwijze toe. Zoals u kunt lezen in de bijlage 3 (pag. 3 en 4) over gebruikelijke zorg, worden thuiswonende kinderen onder de 18 jaar sowieso niet meegewogen bij een indicatie. De thuiswonende kinderen tussen de 18 en 23 jaar worden alleen meegewogen bij een indicatie voor het resultaat ondersteuning en regie in het huishouden als dit kan. In de praktijk moet de Wmo consulent soms jonge mantelzorgers beschermen om niet te veel taken op zich te nemen. Met de huidige richtlijnen kan de Wmo consulent daar invulling aan geven. Gezien de zorgvuldige huidige werkwijze van onze toegang is een aanpassing in de werkinstructies overbodig. Mogelijk was u zich dit niet geheel bewust bij uw instemming met de motie.

Een inhoudelijke bespreking van de motie heeft ook niet plaatsgevonden tijdens de raadsvergadering. Kostenverhogend De motie zal kostenverhogend zijn. Bij een hogere (duurdere) indicatie van ondersteuning en regie in het huishouden zijn de kosten tot het kind 24 jaar wordt (of de zorgvraag wijzigt) een kleine 6 1.000 hoger per jaar per gezin. Daarmee helpt de motie niet om de kosten in het sociaal domein te stabiliseren.

PAGINA 2

Deze motie heeft een ongewenst effect Het uitvoeren van de motie zal leiden tot het niet kunnen toepassen van maatwerk in de Wmo ondersteuning. Ook thuiswonende kinderen die heel goed in staat zijn om iets bij te dragen in het huishouden, worden niet meer meegewogen bij een indicatie. De vraag moet gesteld worden of het de bedoeling is om de inzet van jonge mantelzorgers bij hulp in het huishouden (gebruikelijke zorg) nu in feite onmogelijk te maken en zou moeten worden vervangen door professionele thuiszorg. Graag gaat het college met u in gesprek om de consequenties van de uitvoering van de motie nader te overwegen. Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Westland, de secretaris, de burgemeester,

A.C. Spindler

B.R. Arends

PAGINA 3

GEMEENTE

Wmo beleidsregels 2021 en Bijlage 3. Wmo beleidsregels 2021 3.1.3 Gebruikelijke hulp en bovengebruikelijke zorg Gebruikelijke hulp is hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot, partner, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten (zie bijlage 3). Bovengebruikelijke zorg is zorg die geleverd wordt door een familielid of een bekende uit het sociale netwerk als die persoon meer zorg levert dan onder de gebruikelijke zorg wordt verstaan. Voor het vaststellen van de hoeveelheid ondersteuning die ouders/gezinsleden redelijkerwijs zonder betaling bieden, is de Richtlijn gebruikelijke hulp en zorg (bijlage 3). Deze richtlijn is gebaseerd op de uitgangspunten van het CIZ (Centraal Indicatieorgaan Zorg). Voor de bovengebruikelijke zorg kan een maatwerkvoorziening verstrekt worden.

Bijlage 3: Richtlijnen gebruikelijke hulp en zorg 1. Inleiding Uitgangspunt is dat een leefeenheid zelf verantwoordelijk is voor het eigen huishouden en de wijze waarop het huishouden wordt gevoerd. Kan één van de huisgenoten (een deel van) de huishoudelijke taken niet meer uitvoeren dan dienen de overige huisgenoten in beginsel door herverdeling van taken deze over te nemen. Gebruikelijke zorg is de normale, dagelijkse zorg die huisgenoten geacht worden elkaar onderling te bieden omdat ze als leefeenheid een gezamenlijk huishouden voeren. Gebruikelijke zorg is dus alleen aan de orde als er een leefeenheid is die een gezamenlijk huishouden voert. Uitwonende kinderen vallen hier dus buiten. Betreft het een eenpersoons huishouden, dan is deze géén leefeenheid zoals hiervoor bedoeld en is er dus géén sprake van gebruikelijke zorg. Gebruikelijke zorg is per definitie zorg waarop geen aanspraak bestaat vanuit de jeugdhulp en Wmo. Bij het inventariseren van de eigen mogelijkheden binnen de leefeenheid, zoals het verlenen van gebruikelijke zorg, wordt geen onderscheid gemaakt op basis van sekse, religie, cultuur, de wijze van inkomensverwerving of persoonlijke opvattingen over het verrichten van huishoudelijke taken. Gebruikelijke zorg onderscheidt zich van mantelzorg.

Mantelzorg is zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, door personen uit diens directe omgeving waarbij de zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie. Bij mantelzorg wordt de normale (gebruikelijke) zorg in zwaarte, duur en/of intensiteit aanmerkelijk overschreden. Mantelzorg vindt plaats op basis van vrijwilligheid en is niet afdwingbaar. 2. Gebruikelijke zorg en de leeftijd van huisgenoten De mate waarin gebruikelijke zorg aan de orde is, wordt voor een belangrijk deel bepaald aan de hand van de leeftijd van de huisgenoten.

PAGINA 4

2.1 Gebruikelijke zorg van inwonende kinderen voor de ouder Bij gezinnen is het uitgangspunt dat van kinderen vanaf 18 jaar verwacht mag worden dat zij een deel van de huishoudelijk taken overnemen. Het gaat daarbij om taken in de omvang vergelijkbaar met die bij het voeren van een eenpersoonshuishouden. Hiertoe behoren: het schoonhouden van de sanitaire ruimte, keuken, één kamer, het doen van de was en boodschappen, het verzorgen van de maaltijden, afwassen en opruimen. Na 23 jaar mag verwacht dat een persoon een volledig huishouden kan houden. Van kinderen onder de 18 kan geen volwaardige bijdrage aan het huishouden worden verwacht. Afhankelijk van de leeftijd en ontwikkeling van het kind wordt bekeken of er eventueel een bijdrage kan worden geleverd, of dat er juist extra ondersteuning nodig is. De bijdrage die normaal gesproken mag worden verwacht is: » bij kinderen van 13 jaar tot 18 jaar: naar eigen mogelijkheden werkzaamheden zoals opruimen, tafel dekken/afruimen, afwassen/afdrogen/vaatwasser, boodschappen doen, »

*

kleding in de wasmand doen, rommel opruimen, stofzuigen, bed verschonen; bij kinderen van 8 jaar tot en met 12 jaar: naar eigen mogelijkheden inzet bij licht huishoudelijk werk zoals opruimen, tafel dekken/afruimen, afwassen/afdrogen/vaatwasser, boodschappen doen, kleding in wasmand doen; bij kinderen van 0 tot en met 8 jaar wordt geen bijdrage verwacht;

2.2 Gebruikelijke zorg van ouders voor kinderen Ouders hebben een zorgplicht voor hun kinderen. Deze strekt zich uit over opvang, verzorging, begeleiding en opvoeding, inclusief zorg bij ziekte. Uitgangspunt is dat bij uitval van een van de ouders de andere ouder deze zorg overneemt. Zo nodig kan daarbij gebruik worden gemaakt van de mogelijkheden van zorgverlof, kinderopvang, buitenschoolse opvang en dergelijke. Een individuele voorziening voor structurele opvang van kinderen is niet mogelijk binnen de jeugdhulp en Wmo. Slechts bij calamiteiten en als alle voorliggende voorzieningen en mogelijkheden onvoldoende oplossing bieden, kan een tijdelijke voorziening voor de verzorging van de kinderen worden toegekend. 3. Mantelzorg Als er voor een persoon mantelzorg beschikbaar is, kan dat deel van de zorgaanspraak buiten de beschikking blijven. Welke zorg de mantelzorger op zich neemt en in welke omvang is, in overleg met de aanvrager, uitsluitend aan de mantelzorger zelf om te beslissen. Tot hulp kan ook worden besloten om er voor te zorgen dat de mantelzorger regelmatig wordt ontlast, bij ziekte van de mantelzorger of als de mantelzorger bijvoorbeeld op vakantie is (respijtzorg).

3.1 Dreigende overbelasting Als de huisgenoot die huishoudelijke taken moet overnemen hierdoor overbelast dreigt te raken, kan besloten worden ook voor (onderdelen van) gebruikelijke zorg een indicatie af te geven, in de vorm van hulp bij het huishouden. De consulent gebruikt hiervoor vragen uit de mantelzorgmatrix om de afweging zo zorgvuldig mogelijk te doen (zie bijlagen 3 en 6). Bij het onderzoek naar het risico van dreigende overbelasting van de huisgenoot kunnen de volgende onderwerpen aan de orde komen: - de hoeveelheid tijd die het kost en de frequentie; - de informatie die de huisgenoot zelf levert; - de lichamelijke en geestelijke gezondheid van de huisgenoot;

PAGINA 5

SEME EN TE

- aanwezigheid van eventuele symptomen van overbelasting; - hoeveel tijd de huisgenoot heeft (baan, eigen gezin, mantelzorgtaken); - heeft de huisgenoot een uitlaatklep (hobby, vrienden, respijtzorg); - prognose van zorgbehoevendheid; - aanwezigheid van knelpunten; - persoon van de zorgbehoevende (hoe veeleisend, hoeveel druk legt deze persoon op de huisgenoot). Het oordeel van hulpverleners, zoals de huisarts, kan bij het onderzoek worden betrokken. Zorg (zie gebruikelijke zorg) Partners onderling, ouders en volwassen inwonende kinderen en/of andere volwassen huisgenoten onderling. Kortdurende situaties Alle begeleiding van de cliënt door de partner, ouder, volwassen kind en/of elke andere volwassen huisgenoot is gebruikelijke hulp als er sprake is van een kortdurende zorgsituatie, met uitzicht op een dusdanig herstel van het gezondheidsprobleem en de daarmee samenhangende zelfredzaamheid van de cliënt, dat een maatwerkvoorziening daarna niet langer is aangewezen. Daarbij gaat het over het algemeen over een periode van maximaal drie maanden. Langdurige situaties Als het gaat om een chronische situatie is de begeleiding van een volwassen cliënt gebruikelijke hulp wanneer die begeleiding naar algemeen aanvaarde maatstaven door partner, ouder, inwonend kind en/of andere huisgenoot in de persoonlijke levenssfeer onderling aan elkaar moet worden geboden.

Het gaat hierbij in ieder geval om de volgende vormen van begeleiding aan een cliënt: Het geven van begeleiding aan een cliënt op het terrein van de maatschappelijke participatie. Het begeleiden van de cliënt bij het normaal maatschappelijk verkeer binnen de persoonlijke levenssfeer, zoals het bezoeken van familie/vrienden, huisarts, enzovoort. Het bieden van ondersteuning bij of het overnemen van taken die bij een gezamenlijk huishouden horen, zoals het doen van de administratie, regie voeren over het huishouden of het uitvoeren van huishoudelijke (schoonmaak)taken zoals schoonmaak. Dit kan worden overgenomen door een niet-beperkte huisgenoot wanneer die taak altijd door de nu beperkte cliënt werd uitgevoerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westland&id=9625eeb2-37ca-4492-b1c2-5e984cee6e78