CConstaterende datWestland
Koppel je AI →
Document · PDF

ontwerpbegroting MRDH

Gemeenteraad 30 juni 2022, gemeente WestlandBij agendapunt: Voorstel tot instemming met de zienswijze op de ontwerpbegroting 2023 van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag35.314 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Beleidsvoornemens

Uitvoeren OV concessies regio Rotterdam.

Monitoring prestaties

Via aandeelhoudersvergaderingen.

Programma en activiteit

Programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer.

46

4.3 Weerstandsvermogen en risico’s Het begrip ‘weerstandsvermogen’ Het financieel weerstandsvermogen van de MRDH is het vermogen om niet-structurele financiële risico’s op te vangen zonder dat de uitvoering van de taken in het gedrang komt. Het weerstandsvermogen is de relatie tussen de weerstandscapaciteit en de bekende risico’s waarvoor geen afdoende stuur- en beheersmaatregelen kunnen worden getroffen of waarvoor geen voorzieningen bestaan. Beleidsnota Het algemeen bestuur heeft op 12 juli 2019 de beleidsnota Risicomanagement en Weerstandsvermogen vastgesteld. Relevante onderdelen uit deze beleidsnota zijn verwerkt in deze paragraaf weerstandsvermogen. Voor de structurele inventarisatie en beheersing van (mogelijke) risico’s bij infrastructurele projecten waarbij de MRDH als opdrachtgever of risicodragend subsidieverlener fungeert, is een eerste stap gezet met de aanschaf en inrichting van RISKID. Het project Instroom Nieuwe Trams Haagse Regio wordt gebruikt als pilot voor deze werkwijze.

Risico’s algemeen De mogelijke maatregelen om de risico’s te beheersen en/of financieel te dekken zijn: risico’s onder controle houden door stuur- en beheersmaatregelen (bijvoorbeeld door het afsluiten van verzekeringen of het aanscherpen van de regelgeving); risico’s kunnen financieel worden afgedekt door het instellen van voorzieningen voor risico’s die kunnen worden gekwantificeerd en het instellen van een weerstandsvermogen voor risico’s die niet financieel kunnen worden gekwantificeerd. Normale bedrijfsrisico’s doen zich regelmatig voor en deze zijn daarom vrij goed meetbaar. Hierdoor kunnen ze worden gedekt door ofwel beheersmaatregelen ofwel het afsluiten van verzekeringen. Risico’s programma Economisch Vestigingsklimaat De risico’s die samenhangen met de taken voor het versterken van het economisch vestigingsklimaat kunnen alleen met eigen weerstandscapaciteit van de MRDH worden afgedekt. In een uitgevoerde financiële risicoanalyse (2015) is het risico bepaald dat een gemeente niet kan voldoen aan haar verplichte bijdrage aan het programma Economisch Vestigingsklimaat. Bij het eventueel wegvallen van een deel van de inwonerbijdragen is een weerstandscapaciteit van C 100.000 nodig om het dekkingstekort op de (vaste) apparaatskosten op te vangen.

In bovengenoemd audittraject is bepaald dat dit risico eenmaal per vier jaar (collegeperiode) voor kan komen en dat voor het opvangen daarvan 1/23 deel van C 2,29 miljoen (apparaatslasten EV begroting 2016) nodig is. Dit kwam neer op een bedrag van circa C 100.000, dat iedere vier jaar benodigd zou zijn. Voor ditzelfde bedrag is daarom in 2015 de Reserve weerstandsvermogen economisch vestigingsklimaat gevormd. Dit risico is met de vaststelling van zogenaamde uittreedregels komen te vervallen. Op 12 juli 2019 stelde het algemeen bestuur de ‘Algemene regels voor uittreding uit de Gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag 2014’ vast. Daarin staat opgenomen dat bij uittreding een uittreedsom wordt bepaald: het bedrag dat de uittredende deelnemer dient te betalen aan de Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag (GR MRDH)

47

en dat bestaat uit de schade die de GR MRDH lijdt als gevolg van de uittreding. Het aanhouden van een aparte reserve is daardoor niet meer nodig. Risico’s programma’s Exploitatie- en Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer De risico’s die samenhangen met de activiteiten voor verkeer en vervoer worden allereerst opgevangen met een risicobuffer die binnen de projecten, waarbij financiële risico’s worden geïdentificeerd, wordt aangehouden. Wanneer deze risicobuffer niet afdoende is, worden de BDUmiddelen aangesproken. Dit heeft tot gevolg dat andere bestedingen ten laste van de BDUmiddelen lager worden en/of vertragen. De taken voor verkeer en vervoer worden in hoge mate ^990Zo) gefinancierd met rijksmiddelen. Omdat deze middelen, voor zover ze nog niet besteed zijn worden beschouwd als vreemd vermogen, kan er geen risicoreserve worden opgebouwd van deze middelen. Afname reizigers openbaar vervoer Het openbaar vervoer is door de COVID-19-pandemie hard geraakt. Er is sprake van een forse daling van de reizigersinkomsten. Dit is financieel problematisch voor de vervoersbedrijven, omdat zij binnen de metropoolregio opbrengstverantwoordelijk zijn. Vanaf het jaar 2020 zijn daarover afspraken gemaakt tussen het Rijk, de decentrale overheden en de vervoerders. Deze afspraken hebben geleid tot een Beschikbaarheidsvergoeding.

Daarmee wordt tot september 2022 een groot deel van de kosten van de vervoerders vergoed. Onderdeel van die afspraken is dat de MRDH de volledige begrote exploitatievergoedingen blijft uitkeren aan de vervoersbedrijven. Daarnaast is het in 2021 opgestelde Transitieprogramma OV en corona onderdeel van de afspraken. Het transitieprogramma wordt tot en met 2022 periodiek herijkt, om zo elke keer bij te kunnen sturen als de situatie daar om vraagt. Deze begroting gaat uit van een gelijkblijvende structurele inzet van middelen voor de exploitatie van het openbaar vervoer ten opzichte van de begroting 2022. Financiering OV-bedrijven Zoals in hoofdstuk 4.1 (Financiering) reeds gemeld, financiert de MRDH de investeringen in railvoertuigen en -infrastructuur van de regionale OV-bedrijven. Dat brengt risico’s met zich mee, die in een in 2016 uitgevoerd extern onderzoek nader zijn geduid. Daaruit is geconcludeerd dat een reserve moet worden gevormd om de risico’s die van directe invloed zijn op de economische waarde van het te financieren materieel, naar behoren af te dekken.

Daarbij is meegewogen dat de MRDH voor de periode 2016-2026 een railconcessie heeft gegund aan voornoemde OV-bedrijven, dat de MRDH een eerste zekerheidsrecht verwerft over de te financieren activa en dat het kredietrisico wordt beperkt, doordat de afschrijvingen over door de MRDH goedgekeurde railinvesteringen en de rente over de daarvoor verstrekte leningen in de maandelijks door de MRDH te betalen concessievergoeding zijn opgenomen. Op grond van een referentievergelijking is vastgesteld dat een waardedaling van 3507o als uitgangspunt voor de risicoberekening verdedigbaar is. De risico-inschatting voor de beide OV-bedrijven is daarnaast als "laag” geclassificeerd en daaruit volgt een risicoweging van 80Zo als uitgangspunt voor de risicoberekening. Ook financiert de MRDH op grond van de verordening Bussenleningen investeringen in bussen. De belangrijkste overweging voor het instellen van deze verordening is het faciliteren van adequate en goedkopere financieringsmogelijkheden voor concessiehoudende vervoerbedrijven voor de gewenste transitie naar zero emissie busvervoer.

48

De ondergrens voor de opbouw van de risicoreserve financieringen wordt net als in de begroting 2022 berekend op basis van de maandelijks te betalen concessievergoedingen. De maandelijkse concessievergoedingen voor rail en bus bedragen gemiddeld C 31 miljoen. Uitgaande van een worst case scenario (faillissement) wordt de kans dat maximaal één maand aan concessievergoeding als verloren moet worden beschouwd, als hoog (9007o) ingeschat. De ondergrens van de op te bouwen risicoreserve wordt daarmee bepaald op C 28 miljoen. De verschillen tussen de in rekening te brengen marktconformiteitsopslag en de jaarlijks benodigde toevoeging aan de risicoreserve worden vanaf 2021 aangewend als aanvullende dekking voor de lasten van het programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer (hoofdstuk 2.1.2). De daarvoor benodigde BDU-bijdrage wordt daardoor lager. In de volgende tabel is de op te bouwen risicoreserve financieringen in cijfers uitgewerkt: Risicoreservering financiering regionale

Voorlopige

Raming

Begroting

Begroting

Begroting

OV-bedrijven per jaar (euro's)

jaarrekening 2021

2022

2023

2024

2025

Begroting 2026

Financiering aan HTM, RET en EBS (inclusief garanties)

1.158.925.102

1.149.722.194

1.226.387.131

1.311.824.207

1.341.430.788

1.387.004.930

boekwaarde MVA HTM, RET en EBS

1.420.422.451

1.347.007.597

1.384.861.186

1.512.424.478

1.482.960.734

1.462.307.764

Economische waarde MVA (6507o boekwaarde)

923.274.593

875.554.938

900.159.771

983.075.911

963.924.477

950.500.047

Dekkingstekort economische waarde versus financiering

235.650.509

274.167.255

326.227.360

328.748.296

377.506.311

436.504.883

Weging risico

807o

807o

807o

807o

807o

807o

Netto/gewogen risico

18.852.041

21.933.380

26.098.189

26.299.864

30.200.505

34.920.391

Netto/gewogen risico (ondergrens C 28 miljoen)

27.000.000

28.000.000

28.000.000

28.000.000

30.200.505

34.920.391

Risicoreserve financieringen aanvang jaar cumulatief

25.873.277

27.000.000

28.000.000

28.000.000

28.000.000

30.200.505

In rekening gebrachte marktconformiteits-opslag per jaar

7.334.239

7.685.992

7.801.395

8.208.065

8.526.284

8.779.356

Toevoeging opslag aan risicoreserve*

1.126.723

1.000.000

0

0

2.200.505

4.719.886

Dekkingstekort risicoreserve ultimo jaar Beschikbaar voor exploitatie

0

0

0

0

0

0

6.207.516

6.685.992

7.801.395

8.208.065

6.325.779

4.059.470

Hieruit blijkt dat de benodigde weerstandscapaciteit voor de financieringsactiviteiten in 2022 zal worden bereikt. Er is dan geen dekkingstekort meer op de te bereiken reserve. De meerjarenbegroting geeft aan dat er na 2024 wel weer toevoegingen aan de reserve nodig zullen zijn om de benodigde weerstandscapaciteit te bereiken. Samenvatting weerstandsvermogen-ratio begroting 2023:

Weerstandsvermogen ratio =

Beschikbare weerstandscapaciteit __________________________________ Benodigde weerstandscapaciteit

Beschikbare weerstandcapaciteit Financiering OV bedrijven: Benodigde weerstandscapaciteit Financiering OV bedrijven: Weerstandsvermogen ratio:

C 28.000.000 C 28.000.000 1 (voldoende)

Vennootschapsbelasting Zoals in hoofdstuk 3.3 is weergegeven heeft de Rijksbelastingdienst in november 2019 per brief laten weten van mening te zijn dat de hiervoor genoemde wettelijk verplichte marktconformiteitsopslag die de MRDH in rekening brengt aan de vervoerders in de Vpb-heffing wordt betrokken. Gemiddeld bedraagt de risico-opslag ongeveer C 7 miljoen per jaar. De MRDH dient er rekening mee te houden dat van dit bedrag jaarlijks 2507o vennootschapsbelasting moet worden betaald. Dat wil zeggen ongeveer C 1,75 miljoen per jaar aan belastingafdracht. De MRDH

49

heeft het standpunt ingenomen dat er geen sprake is van enige belastingplicht voor de MRDH en zal via de geëigende weg bezwaar aantekenen tegen de aanslagen vennootschapsbelasting. Tot het moment van een definitieve uitspraak (eventueel na een procedure bij de belastingrechter) leidt een eventuele belastingaanslag nog niet tot lasten voor de MRDH. Zie voor een actuele status op dit dossier hoofdstuk 3.3. Als de MRDH uiteindelijk niet in het gelijk wordt gesteld, betekent dit dat het opbouwen van de benodigde risicoreserve financieringen ongeveer een jaar langer duurt en dat na deze periode structureel C 1,75 miljoen minder beschikbaar is voor de verkeer- en vervoeropgave in onze regio. Zoals ook verwoord in de beleidsnota Risicomanagement en Weerstandsvermogen zal dan worden gekeken of binnen de wettelijke begrotingskaders de resterende BDU-middelen aangesproken kunnen worden. Indien dat onvoldoende mogelijk is, kan het bestuur besluiten om andere bestedingen ten laste van de BDU-middelen te verlagen en/of te vertragen. De in enig jaar nog niet bestede rijksbijdrage BDU betreft vreemd vermogen en van deze middelen kan geen reservevorming plaatsvinden. Er kan daarom geen weerstandsvermogen van deze middelen worden opgebouwd, omdat er geen sprake is van eigen vermogen. Kengetallen Voorlopige Jaarrekening

Raming

Begroting

Begroting

Begroting

Kengetal

2021

2022

2023

2024

2025

Begroting 2026

Netto schuldquote

165,6/

155,2/

190,7/

207,5/

209,0/

226,0/

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

-5,1/

-4,9/

-5,5/

-5,5/

-5,8/

-6,9/

Solvabiliteitsratio

2,2/

2,5/

2,4/

2,2/

2,3/

2,5/

Grondexploitatie

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Structurele exploitatieruimte

0,5/

0,2/

-0,1/

-0,10/

0,7/

1,7/

Belastingcapaciteit

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Opmerkingen De kengetallen grondexploitatie en belastingcapaciteit zijn voor de MRDH niet van toepassing. De netto schuldquote moet inzicht geven in de ontwikkeling van het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de quote inclusief en exclusief doorgeleende gelden. Dit maakt inzichtelijk wat het aandeel is van de verstrekte leningen in de exploitatie. Daarnaast welke invloed de verstrekte leningen hebben op de schuldenlast. De solvabiliteitsratio drukt het eigen vermogen uit als een percentage van het totale vermogen. Het geeft daarmee inzicht in de mate waarin de MRDH in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. De VNG hanteert als richtlijn een minimum omvang van 20/ als norm. Bij de beoordeling van de in bovengenoemde tabel opgenomen kengetallen voor netto schuldquote en solvabiliteitsratio dient het volgende in aanmerking te worden genomen. Ruim 99/ van de exploitatie van de MRDH vindt plaats binnen het fonds BDU verkeer en vervoer. Het per balansdatum aanwezige fondssaldo is daarnaast conform de bepalingen in het BBV als een vlottende schuld te beschouwen.

Als gevolg daarvan zijn voornoemde kengetallen niet voor elk in de tabel opgenomen (begrotings-)jaar zonder meer te beschouwen als een realistische weergave van de financiële positie van de MRDH. Het kengetal structurele exploitatieruimte geeft inzicht in welke mate de structurele lasten gedekt zijn door structurele baten. Dit is van belang om te beoordelen welke structurele ruimte de MRDH

50

heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Een positief percentage betekent dat incidentele lasten deels uit structurele middelen worden gedekt. Een negatief percentage betekent dat structurele lasten deels uit incidentele baten worden gedekt. De in de tabel weergegeven positieve percentages betekenen dat de structurele lasten van de MRDH tenminste volledig worden gedekt door structurele baten. In de begroting 2023 en 2024 zorgen de incidentele bijdragen uit de Egalisatiereserve economisch vestigingsklimaat voor een tijdelijke negatieve structurele exploitatieruimte.

4.4 Onderhoud kapitaalgoederen Investeringen Eventuele toekomstige investeringen worden gepland en begroot vanuit een investeringsplan. Investeringsplannen maken integraal deel uit van de bestuurlijk vast te stellen begroting(swijzigingen). Afschrijvingen Voor zover niet bij wettelijke bepaling geregeld, gelden de volgende uitgangspunten voor het afschrijvingsbeleid voor de materiële vaste activa, zoals vastgelegd in de Financiële verordening 2015 van de MRDH. Afschrijvingsbeleid materiële vaste activa met economisch nut Activa met economisch nut en een verkrijgingsprijs van minder dan C 10.000 worden niet geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen. Gronden en terreinen worden altijd geactiveerd. Op gronden en terreinen wordt niet afgeschreven. De volgende materiële vaste activa met economisch nut worden lineair afgeschreven in: a. maximaal 10 jaar: verbouwing, inrichting, renovatie, restauratie van kantoren en bedrijfsgebouwen; b. maximaal 10 jaar: technische installaties in bedrijfsgebouwen; c. 5 jaar: telefooninstallaties; d. 3 jaar: automatiseringsapparatuur; e. 10 jaar: kantoormeubilair; f. maximaal 10 jaar: straatmeubilair. De eerste afschrijving voor de activa met economisch nut start op 1 juli in het jaar van aanschaffing.

Bedrijfsgebouw Westersingel Eind oktober 2017 is de nieuwe huisvesting van de ambtelijke organisatie van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag aan de Westersingel 12 te Rotterdam in gebruik genomen. Dit pand is gehuurd voor een periode van 10 jaar. Ten behoeve van de verbouwing en herinrichting van dit pand is in 2017 een bedrag geïnvesteerd van C 1,2 miljoen. In 2019 is er geïnvesteerd in het parkeerterrein op de Westersingel. Deze investeringen wordt in 10 jaar afgeschreven. De MRDH is zelf verantwoordelijk voor het onderhoud hiervan en heeft daartoe contracten afgesloten met gespecialiseerde marktpartijen.

51

Kapitaallast

2022

Bedrijfsgebouw

C

127.101

2023 C

127.101

2024 C

127.101

2025 C

127.101

2026 C

127.101

Overige materiële vaste activa Kantoorinventaris en ICT hardware zijn bij de start van de MRDH in 2015 om niet overgenomen van het Stadsgewest Haaglanden. Als gevolg van de verhuizing naar het nieuwe pand in 2017 (zie hiervoor) moest in 2017 een nieuw datanetwerk worden aangelegd en nieuw meubilair worden aangeschaft tot een totaal bedrag van C 457.000. In 2018 zijn nieuwe investeringen in ICT gedaan. Het gaat om de noodzakelijke vervanging van de werkplek hardware in combinatie met een nieuwe provider, de doorontwikkeling van het financiële systeem (projectadministratie en verdere digitalisering werkprocessen) en de digitalisering van de voorbereidings- en autorisatieprocessen van bestuurlijke voorstellen. De komende jaren vinden geen nieuwe investeringen plaats in ICT. In 2019 heeft vervanging van de hardware plaatsgevonden op basis van huur contracten waardoor geen afschrijvingslast ontstaat. Noodzakelijke eenmalige software updates in 2019 (o.a. document management systeem en vergadersysteem) zijn ten laste gebracht van de hiervoor ingestelde Reserve Interne kwaliteitsverhoging. Investeringen in kantoormeubilair worden in 10 jaar afgeschreven, ICT hardware in 3 jaar, software en ICT-investeringen in verbeterprocessen in 7 jaar.

De MRDH is zelf verantwoordelijk voor het noodzakelijke onderhoud van deze activa en heeft dit uitbesteed aan meerdere gespecialiseerde marktpartijen. In 2019 is er geïnvesteerd in meubilair en het terras. Voor 2022 worden er investeringen verwacht in het kader van telefonie en vervanging van meubilair. Investering

Investeringsbedrag

Meubilair

C

244.000

C

244.000

2022

ICT

C

45.000

C

45.000

Meubilair

C

12.200

C

ICT

C

7.500

C

50.159

Kapitaallast

2024 C

-

24.400

C

C

15.000

C

50.159

2022

Kapitaallast Overige materiële vaste activa

2023

-

24.400

C

C

15.000

C

50.159

2023

2022

2025 C

-

24.400

C

24.400

C

7.500

C

-

C

50.159

C

50.159

2024

2023

2026 C

2025

2024

2026

2025

2026

Haltevoorzieningen Conform de overeenkomst heeft de MRDH vanaf medio 2014 het economisch eigendom van alle bestaande en nieuwe haltevoorzieningen (de zgn. abri’s) in de gemeenten Den Haag, Delft, Westland en Midden-Delfland. Alle investeringen hieraan en het beheer en onderhoud hiervan zijn voor rekening van de MRDH. De investeringen worden in 5 jaar afgeschreven. De jaarlijkse kosten worden geheel gedekt door reclameopbrengsten, waartoe de MRDH zelfstandig een contract heeft aanbesteed. Beheer en onderhoud zijn uitbesteed aan HTM. De boekwaarde van de haltevoorzieningen per 31 december 2021 bedraagt C 0. Gronden De MRDH heeft diverse percelen grond in eigendom dan wel een recht van opstal daarop gevestigd ten behoeve van de aanleg van tramlijnen. Volgens een actuele kadasteropgave gaat het daarbij om de volgende percelen:

52

Perceel 1 Rijswijk A 3914

Adres Burgemeester Elsenlaan

Eigenaar Gemeente Rijswijk

Gerechtigde MRDH (opstal)

Omschrijving wegen

2 Rijswijk D 8010

Burgemeester Elsenlaan/Van Vredenburchweg 77B

Gemeente Rijswijk

MRDH (opstal)

bedrijvigheid (nutsvoorziening)

3 Rijswijk D 8011

Burgemeester Elsenlaan

Gemeente Rijswijk

MRDH (opstal)

wegen

4 Rijswijk D 8015

Sir Winston Churchilllaan

Gemeente Rijswijk

MRDH (opstal)

wegen

5 Rijswijk D 8038

Sir Winston Churchilllaan

MRDH

geen

wegen

6 Rijswijk G 2984 7 Rijswijk G 2985

Limpqergstraat/Limpergstraat 11 Burgemeester Elsenlaan

Gemeente Rijswijk Gemeente Rijswijk

MRDH (opstal) MRDH (opstal)

bedrijvigheid (nutsvoorziening) wegen

8 Rijswijk G 2989

Veraartlaan/Visseringlaan

Gemeente Rijswijk

MRDH (opstal)

wegen

9 Rijswijk G 2994

Visseringlaan/Volmerlaan

Gemeente Rijswijk

MRDH (opstal)

wegen

10 Rijswijk G 2999

Volmerlaan

Gemeente Rijswijk

MRDH (opstal)

wegen

11 Rijswijk G 3001

Sir Winston Churchilllaan

Gemeente Rijswijk

MRDH (opstal)

wegen

12 Rijswijk G 3002

Lange Kleiweg/Lange Kleiweg 2A

Gemeente Rijswijk

MRDH (opstal)

13 Rijswijk G 3009

Generaal Eisenhowerplein

Gemeente Rijswijk/Railinf MRDH (opstal)

wegen

14 Rijswijk G 3050 15 Rijswijk G 3054

Sir Winston Churchilllaan Sir Winston Churchilllaan

MRDH MRDH

geen geen

wegen wegen

bedrijvigheid (nutsvoorziening)

16 Rijswijk I 2128

Prinses Beatrixlaan

Gemeente Rijswijk

MRDH (opstal)

wegen

17 Rijswijk I 2131

Weidedreef

Gemeente Rijswijk

MRDH (opstal)

wegen

18 Rijswijk I 2134

Florence Nightingalestraat

Gemeente Rijswijk

MRDH (opstal)

wegen

19 Rijswijk I 2137

Eikelenburglaan/Eikelenburglaan 4

Gemeente Rijswijk

MRDH (opstal)

bedrijvigheid (nutsvoorziening)

20 Rijswijk I 2139

Eikelenburglaan

Gemeente Rijswijk

MRDH (opstal)

wegen

21 Veur B 9432

Burgemeester Banninglaan

St. Medisch Centrum Haa gMlaRnDdHen(erfpacht)

openbaar vervoer

Er zijn geen financiële verplichtingen ten aanzien van deze gronden.

4.5 Bedrijfsvoering MRDH-organisatie De ambtelijke organisatie van de MRDH staat onder leiding van de secretaris-algemeen directeur. Alle lijntaken zijn ondergebracht in de afdelingen Verkeer, Openbaar Vervoer en Economisch Vestigingsklimaat. Alle stafzaken zijn centraal georganiseerd binnen de bureaus Financiën & Control (BFC), Interne Dienstverlening (BID) en Strategie & Bestuur (BSB). De MRDH-organisatie ziet er als volgt uit:

Bureau Interne Dienstverlening

Afdeling Economisch

Bureau

Vestigingsklimaat

Financiën S Control secretaris I algemeen directeur

Afdeling

Bureau

Openbaar Vervoer

Strategie S Bestuur

Afdeling Verkeer

Secretaris-algemeen directeur De secretaris-algemeen directeur is eindverantwoordelijk voor de organisatie, geeft leiding aan vijf managers en vervult daarbij zelf het management van bureau Interne Dienstverlening. De

53

verdeling van de salarislasten van de secretaris-algemeen directeur is gelijk aan de verdeling van de salarislasten van alle staffuncties. Dit betekent dat de salarislasten voor 207o ten laste komt van de inwonerbijdrage EV en 807o ten laste van de BDU verkeer en vervoer. Zie voor een verdere toelichting op deze verdeelsleutels hoofdstuk 3.2 Overhead. Afdelingen Verkeer en Openbaar Vervoer In de afdelingen Verkeer en Openbaar Vervoer staat de uitvoering van de programma’s Exploitatie verkeer en openbaar vervoer en Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer centraal. De verantwoordelijkheid en dagelijkse leiding over de afdelingen Verkeer en Openbaar Vervoer ligt bij twee managers. De twee afdelingen tellen 49 fte. De ambtelijke inzet wordt betaald uit de BDU verkeer en vervoer. Het aantal fte in de begroting 2023 is gelijk gebleven ten opzichte van de begroting 2022. Economisch Vestigingsklimaat (EV) De dagelijkse leiding en de verantwoordelijkheid voor de realisatie van het programma Economisch Vestigingsklimaat ligt bij de manager EV. Dit organisatieonderdeel telt 10 fte en is ongewijzigd ten opzichte van de begroting 2022. De ambtelijke inzet wordt betaald uit de inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat. Bureaus Financiën & Control (BFC), Strategie & Bestuur (BSB) en Interne Dienstverlening (BID).

De uitvoering van stafzaken is op centraal niveau georganiseerd in drie bureaus: BFC, BSB en BID. BFC bevat de bedrijfsvoeringsfuncties financiën & control en juridische zaken. BSB bevat de bedrijfsvoeringsfuncties strategie/public affairs, bestuurszaken en communicatie. BID bevat de bedrijfsvoeringsfuncties HRM, informatiebeheer en facilitaire zaken/huisvesting. De ambtelijke capaciteit voor deze bureaus is tezamen 29,6 fte. Het aantal fte stafzaken in de begroting 2023 is gelijk gebleven ten opzichte van de begroting 2022. De salarissen van de medewerkers komen voor 207o ten laste van de inwonerbijdrage EV en voor 807o ten laste van de BDU verkeer en vervoer. Zie voor een verdere toelichting op deze verdeelsleutels hoofdstuk 3.2 Overhead. Van de inwonerbijdrage voor EV van C 2,82 (prijspeil 2023) wordt conform de afspraken (Kadernota MRDH begroting 202) maximaal C 1,15 (prijspeil 2023) ingezet voor apparaatslasten. Voor de salarislasten volgt de MRDH de bedrijfseigen cao, die weer de rechtspositie van de gemeente Rotterdam en de cao gemeenten volgt. In november 2021 hebben werkgevers en vakbonden een principeakkoord bereikt over de nieuwe cao’s voor de gemeentelijke sector. Het akkoord geldt voor 24 maanden. De salarissen stijgen per 1 december 2021 met 1,507o en per 1 april 2022 met 2,47. Voor het jaar 2023 wordt rekening gehouden met een loonstijging van 1,97.

Dit percentage sluit aan met de macro economische verkenning 2022 (MEV 2022) van september 2021 van het Centraal Planbureau. De begrote personele formatie en de daaraan verbonden salariskosten (inclusief sociale lasten) zijn als volgt te specificeren:

54

fte's 2022

fte's 2023

Begroting 2023 (euro’s)

Secretaris-algemeen directeur

1,0

1,0

205.552

Bureau Financiën & Control

9,1

9,1

989.730

Bureau Strategie & Bestuur

15,0

15,0

1.532.257

Bureau Interne Dienstverlening

5,5

5,5

407.140

Afdeling Verkeer

25,0

25,0

2.559.219

Afdeling Openbaar Vervoer

24,0

24,0

2.429.656

Economisch Vestigingsklimaat

10,0

10,0

1.219.364

Totalen

89,6

89,6

9.342.919

Onderdeel

* De MRDH begroot op formatie en werkgeverslasten

In combinatie met de materiële apparaatslasten en de uitgangspunten voor de bepaling en de verdeling van de overhead (zie hoofdstuk 3.2) levert dit de volgende kostenverdeling op van de personele en materiële apparaatslasten: Kostenverdeling BDU verkeer en vervoer Programma exploitatie Onderdeel

fte's

Kosten

verkeer en openbaar vervoer

Inwonerbijdrage EV

Programma infra­

Programma

structuur

Overhead

economisch

verkeer en

BDU

vestigings­

openbaar

klimaat

Overhead inwoner­

Verdeelsleutels

bijdrage EV

vervoer

Personele apparaatslasten Secretaris-algemeen directeur

1,0

205.552

164.442

41.110 80/20

BFC, BSB en BID

29.8

2 929 128

2 343 302

585.826 80/20

Vervoersauto riteit

49.0

4.988.874

Economisch Vestigingsklimaat

10,0

1.219.364

Totaal personele apparaatslasten

89,6

9 342 919

Materiële apparaatslasten

3119 000

Totalen

12.461.919

3.156 011

1.392 148

440.715

100 1.005.380

623.800 80/20

2 495 200 3.156.011

1.392.148

5.443.659

213.984 100

1.005.380

1.464.720

De materiële apparaatslasten betreffen de materiële budgetten voor HRM (o.a. HRM ondersteuning en advies, opleidingen), financiën (o.a. accountantskosten), facilitair (o.a. huur en servicekosten en afschrijvingskosten huisvesting), ICT/DIV (o.a. licenties document management systeem), communicatie (o.a. kosten website), bestuurszaken (o.a. vergaderkosten, bekendmakingen besluiten) en juridische zaken (o.a. juridisch advies, bezwaar en beroepskosten).

55

Hoofdstuk 5 Financiële begroting 5.1 Overzicht baten en lasten In het hierna opgenomen overzicht zijn de baten en lasten per programma verantwoord. Programmabegroting 2023

Voorlopige

Raming

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

(euro's)

jaarrekening 2021

2022

2023

2024

2025

2026

Lasten per programma 1. Exploitatie verkeer en openbaar vervoer

538.127.670

460.832.597

422.738.887

419.590.361

433.358.804

436.772.056

2. Infrastructuur verkeer en openbaar Vervoer

67.155.516

181.874.628

140.976.359

140.753.425

135.807.522

105.606.217

3. Economisch Vestigingsklimaat

4.044.044

5.677.382

5.892.010

5.892.010

5.434.988

5.392.010

Overhead

6.273.618

6.695.364

6.908.379

6.908.379

6.908.379

6.908.379

0

0

0

0

0

0

615.600.848

655.079.971

576.515.635

573.144.174

581.509.692

554.678.662

Onvoorzien Totaal

Baten per prog~amma 1. Exploitatie verkeer en openbaar vervoer

539.254.393

461.832.597

422.738.887

419.590.361

435.559.309

441.491.942

2. Infrastructuur verkeer en openbaar Vervoer

67.155.516

181.874.628

140.976.359

140.753.425

135.807.522

105.606.217

3. Economisch Vestigingsklimaat

5.218.901

5.266.965

5.392.010

5.392.010

5.392.010

5.392.010

Dekking overhead uit BDU en Inwonerbijdrage EV

6.273.618

6.695.364

6.908.379

6.908.379

6.908.379

6.908.379

Totaal

617.902.428

655.669.554

576.015.635

572.644.174

583.667.219

559.398.548

2.301.580

589.583

-500.000

-500.000

2.157.527

4.719.886

Saldo van baten en lasten Onttrekking aan reserves

285.000

410.417

500.000

500.000

42.978

0

Toevoeging aan reserves*

-2.586.580

-1.000.000

0

0

-2.200.505

-4.719.886

0

0

0

0

0

0

Resultaat

* Inclusief voorstel resultaatbestemming

Voor een toelichting op de fluctuaties in de baten en lasten per jaar wordt verwezen naar hoofdstuk 2, waar de genoemde programma’s inhoudelijk worden beschreven. De baten en lasten van de treasuryfunctie worden inhoudelijk toegelicht in hoofdstuk 4.1 (Financiering). Lasten en dekking van de Overhead worden inhoudelijk toegelicht in hoofdstuk 3.2. De gespecificeerde onttrekking en toevoeging aan reserves is opgenomen in hoofdstuk 6 Staat van reserves en fondsen 2021-2026. Per taakveld is de begroting als volgt te rubriceren: Begroting 2023 per taakveld

Voorlopige

Raming

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

(euro's)

jaarrekening 2021

2022

2023

2024

2025

2026

Lasten per taakveld 2.1 Verkeer en vervoer

38.474.084

115.078.517

94.140.487

103.809.331

98.260.322

67.638.898

2.5 Openbaar vervoer

555.230.163

516.851.019

458.985.674

445.714.880

459.849.184

463.425.844

0.5 Treasury

11.578.939

10.777.690

10.589.085

10.819.575

11.056.819

11.313.531

3.1 Economische ontwikkeling

4.044.044

5.677.382

5.892.010

5.892.010

5.434.988

5.392.010

0.4 Overhead

6.273.618

6.695.364

6.908.379

6.908.379

6.908.379

6.908.379

615.600.847

655.079.971

576.515.635

573.144.174

581.509.692

554.678.662

Totaal

Baten per taakveld 2.1 Verkeer en vei^oer

38.474.084

115.078.517

94.140.487

103.809.331

98.260.322

67.638.898

2.5 Openbaar ve^oer

548.795.456

510.165.027

451.184.279

437.506.815

453.523.405

459.366.374

0.5 Treasury

19.140.369

18.463.682

18.390.480

19.027.640

19.583.103

20.092.888

3.1 Economische ontwikkeling

5.218.901

5.266.965

5.392.010

5.392.010

5.392.010

5.392.010

Dekking overhead uit BDU en Inwonerbijdrage EV

6.273.618

6.695.364

6.908.379

6.908.379

6.908.379

6.908.379

Totaal

617.902.427

655.669.554

576.015.635

572.644.174

583.667.219

559.398.548

2.301.580

589.583

-500.000

-500.000

2.157.527

4.719.886

Saldo van baten en lasten Onttrekking aan rese^es

285.000

410.417

500.000

500.000

42.978

0

Toevoeging aan rese^es*

-2.586.580

-1.000.000

0

0

-2.200.505

-4.719.886

0

0

0

0

0

0

| Resultaat

* Inclusief voorstel resultaatbestemming

56

5.2 Overzicht incidentele baten en lasten Inzicht in de incidentele baten en lasten is nodig om in beeld te brengen of de begroting materieel in evenwicht is, dat wil zeggen dat de structurele lasten worden gedekt door structurele baten. De incidentele baten en lasten tellen niet mee voor het materieel in evenwicht zijn van de begroting. Onder incidentele baten en lasten worden onder andere de volgende posten verstaan: ^ Stortingen in en onttrekkingen aan reserves; ^ Bijzondere ontvangen en verstrekte subsidies en (specifieke) uitkeringen. Verdere kaders zijn opgenomen in de Notitie structurele en incidentele baten en lasten van 30 augustus 2018 van de commissie BBV en de Handreiking 2021 - verduidelijking structurele en incidentele baten en lasten van de toezichthoudende provincies, waaronder de provincie ZuidHolland. De grootste geldstroom, de Brede Doeluitkering verkeer en vervoer (BDU) betreft in principe een structurele geldstroom en daarmee een structurele baat. De projectkosten die met deze baten worden gedekt zijn daarmee ook structurele lasten. Wel kunnen er incidenteel middelen aan de BDU worden toegevoegd voor specifieke projecten. De hiermee samenhangende lasten en baten dienen dan wel als incidenteel aangemerkt te worden. Dat geldt ook voor de projecten, die uit Europese subsidiefondsen worden bekostigd.

Ook de Inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat en de daaraan gerelateerde uitgaven worden als structureel aangemerkt. In de hiernavolgende tabel zijn voor de programma’s en het onderdeel Overhead de incidentele lasten en baten weergegeven: Incidentele baten en lasten

Voorlopige

Raming

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

(euro's)

jaarrekening 2021*

2022

2023

2024

2025

2026

Incidentele lasten per programma 1. Exploitatie verkeer en openbaar Vervoer

129.470.723

1.000.000

0

0

2.200.505

4.719.886

2. Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer

16.462.558

12.981.538

8.744.628

7.000.000

10.000.000

10.000.000

285.000

410.417

500.000

500.000

42.978

0

0

0

0

0

0

0

146.218.281

14.391.955

9.244.628

7.500.000

12.243.483

14.719.886

3. Economisch Vestigingsklimaat Overhead Totaal Baten per programma 1. Exploitatie verkeer en openbaar Vervoer

128.344.000

0

0

0

0

0

2. Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer

16.462.558

12.981.538

8.744.628

7.000.000

10.000.000

10.000.000

3. Economisch Vestigingsklimaat

285.000

410.417

500.000

500.000

42.978

0

Oerhead

81.316

0

0

0

0

0

145.172.874

13.391.955

9.244.628

7.500.000

10.042.978

10.000.000

1.045.407

1.000.000

0

0

2.200.505

4.719.886

Totaal Saldo van incidentele baten en lasten

* ExcIusief voorstel resultaatbestemming

Toelichting incidentele baten en lasten Exploitatie verkeer en openbaar vervoer Incidentele lasten betreffen de toevoegingen aan de risicoreserve financieringen en voor het jaar 2021 aanvullend C 128.344.000 vanwege de Regeling specifieke uitkering beschikbaarheidsvergoeding regionale OV-concessies 2021 (tevens incidentele baat 2021). Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer Voor een aantal projecten ontvangt de MRDH incidentele bijdragen van Rijk, provincie en gemeenten en overige partijen. Deze zijn als volgt te specificeren:

57

Projecten gefinancierd met incidentele bijdragen

Voorlopige

Raming

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

(euro's)

jaarrekening 2021

2022

2023

2024

2025

2026

Incidentele baten Maatregelen Grote Kruising/Algera (onderdeel KTA Move 2020-2022)

4.132.231

Veilig Slim en Duurzaam Afspraken werkgeversaanpak ihkv Samen Bouwen aan Bereikbaarheid

3.179.000 1.000.000

pilot Maas Fietssnelroutes

413.000 768.000

Digitalisering overheden Spuk verkeersveiligheidsmaatregelen

562.000 5.412.728

KTA Move 2021 Zuid-Holland bereikbaar expl 2022

1.265.848 2.450.000

Fietsstimulering 2021 Onderwijsaanpak 2021 Opgave Fiets

61.989 82.685 75.000

Inzet tour de Force Oeververbinding Regio Rotterdam

250.000 3.078.000

Studie Voorne-Putten Studie en innovatie CID Binckhorst

75.000

Zoetermeer ontwikkeling Entreegebied No regret Den Haag

102.000 378.000 2.255.372 2.900.000

Zero Emissie Stadslogistiek Fietenetwerkplannen Zuidwest

1.744.628 7.000.000

7.000.000

10.000.000

10.000.000

8.744.628

7.000.000

10.000.000

10.000.000

41.322 41.322 Totaal

15.541.959

12.981.538

Economisch Vestigingsklimaat Met ingang van het begrotingsjaar 2022 dienen op basis van de Handreiking 2021 van de toezichthoudende provincies de mutaties in alle reserves als incidentele baten en lasten te worden verantwoord. Dat betreft hier de onttrekkingen aan de Egalisatiereserve economisch vestigingsklimaat ter dekking van de subsidie aan YES!Delft (lasten en baten). De commissie BBV adviseert in haar Notitie structurele en incidentele baten en lasten van 30 augustus 2018 het structureel begrotingssaldo te presenteren conform een voorgeschreven format. Hiermee wordt inzicht gegeven of de begroting en meerjarenbegroting structureel in evenwicht zijn: Presentatie van het structureel begrotingssaldo

Voorlopige

Raming

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

(euro's)

jaarrekening 2021

2022

2023

2024

2025

2026

Saldo baten en lasten

2.301.580

589.583

-500.000

-500.000

2.157.527

4.719.886

Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves

-2.301.580

-589.583

500.000

500.000

-2.157.527

-4.719.886

0

0

0

0

0

0

Waarvan incidentele baten en lasten (saldo)

Begrotingssaldo na bestemming

1.045.407

1.000.000

0

0

2.200.505

4.719.886

Structureel begrotingssaldo

1.045.407

1.000.000

0

0

2.200.505

4.719.886

Uit het overzicht blijkt geen negatief saldo, en dat betekent dat de begroting structureel in evenwicht is.

5.3 Uiteenzetting van de financiële positie en de toelichting Inleiding De begroting 2023 is opgesteld overeenkomstig het Besluit begroting en verantwoording (BBV) provincies en gemeenten. Materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen. De afschrijvingen zijn lineair en overeenkomstig de in de Financiële verordening opgenomen percentages berekend. De geraamde baten en lasten zijn toegerekend aan het verslagjaar waarop zij betrekking hebben, ongeacht of zij tot ontvangsten en uitgaven in het jaar hebben geleid. Rijksbijdragen zijn geraamd volgens het principe van Single Information Single Audit op basis van het baten- en lastenstelsel.

58

Financiële gevolgen bestaand en nieuw beleid Financiering OV-bedrijven Eind 2016 heeft de MRDH besloten om de financiering van activa en nieuwe investeringen betreffende railvoertuigen en -infrastructuur van HTM en de RET over te nemen van respectievelijk gemeenten Den Haag en Rotterdam, voor zover de daarmee samenhangende kapitaallasten door haar via de railconcessie worden vergoed. Daartoe zijn vanaf 2016 de bestaande leningen en borgstellingen overgenomen van de gemeenten Den Haag en Rotterdam. Hierdoor blijven, na de opbouw van de hiervoor benodigde risicoreserve, structureel extra middelen beschikbaar voor de verkeer- en vervoeropgave in onze regio. Daarnaast heeft de Metropoolregio Rotterdam Den Haag op 21 december 2017 de Verordening bussenleningen ingesteld. De belangrijkste overweging voor het instellen van deze verordening is het faciliteren van adequate en goedkopere financieringsmogelijkheden voor vervoerbedrijven ten behoeve van de gewenste transitie naar zero emissie busvervoer. De hieruit voortvloeiende financiële gevolgen worden nader toegelicht in hoofdstuk 4.1 (Financiering) en de daaraan verbonden risico’s in hoofdstuk 4.3 (Weerstandsvermogen en risico’s). Overbesteding De kaders voor een tijdelijk tekort op de BDU-middelen voor verkeer en vervoer zijn conform de wettelijke vereisten.

Concreet betekent dit dat overbestedingstekorten zijn gelimiteerd op een maximale periode van drie achtereenvolgende kalenderjaren. De voorliggende begroting 2023 laat geen overbestedingstekorten zien. Deze voldoet daarmee aan het hiervoor genoemde kader. Een verdere toelichting op de overbesteding is opgenomen in de hoofdstukken 4.1 (Financiering) en 4.3 (Weerstandsvermogen en risico’s). Geprognosticeerde balanscijfers ACTIVA Vaste activa (art. 33) Materiële vaste activa (art. 35) Investeringen met economisch nut

Voorlopige jaarrekening 2021

31-12-2022

31-12-2023

31-12-2024

31-12-2025

31-12-2026

1.006.635 1.006.635

1.098.676 1.098.676

882.016 882.016

665.357 665.357

456.198 456.198

254.538 254.538

Financiële vaste activa (art. 36) Kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen Leningen aan deelnemingen en overige langlopende leningen

1.054.926.103 1.001 1.054.925.102

1.049.723.195 1.001 1.049.722.194

1.130.388.132 1.001 1.130.387.131

1.219.825.208 1.001 1.219.824.207

1.253.431.789 1.001 1.253.430.788

1.303.005.931 1.001 1.303.004.930

Totaal vaste activa

1.055.932.738

1.050.821.871

1.131.270.148

1.220.490.565

1.253.887.987

1.303.260.469

294.250.513 47.685.926 245.504.891 1.059.697

223.227.178 47.500.000 173.727.178 2.000.000

216.868.965 47.500.000 167.368.965 2.000.000

210.998.144 47.500.000 161.498.144 2.000.000

208.940.242 47.500.000 159.440.242 2.000.000

231.656.795 47.500.000 182.156.795 2.000.000

49.945 49.945

50.000 50.000

50.000 50.000

50.000 50.000

50.000 50.000

50.000 50.000

Overlopende activa (art. 40a) De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen

116.443.244 92.406.273

72.803.570 58.203.570

37.789.846 23.189.846

28.444.922 13.844.922

19.100.000 4.500.000

19.100.000 4.500.000

24.036.971

14.600.000

14.600.000

14.600.000

14.600.000

14.600.000

Totaal vlottende activa

410.743.702

296.080.748

254.708.811

239.493.066

228.090.242

250.806.795

1.466.676.440

1.346.902.619

1.385.978.959

1.459.983.631

1.481.978.229

1.554.067.265

Vlottende activa (art. 37) Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar (art. 39) Vorderingen op openbare lichamen Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Overige vorderingen

Liquide middelen (art. 40) Banksaldi

Totaal activa

59

Voorlopige jaarrekening 2021

PASSIVA Vaste passiva (art. 41) Eigen vermogen (art. 42/43) Algemene reserve Bestemmingsreserves Gerealiseerde resultaat

31-12-2022

31-12-2023

31-12-2024

31-12-2025

31-12-2026

32.507.907 100.000 30.948.050 1.459.857

33.097.490 0 33.097.490 0

32.597.490 0 32.597.490 0

32.097.490 0 32.097.490 0

34.255.017 0 34.255.017 0

38.974.903 0 38.974.903 0

Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer (art. 46) Onderhandse leningen van binnenlandse banken en overige financiële instellingen

1.054.909.811 1.054.909.811

1.049.722.194 1.049.722.194

1.130.387.131 1.130.387.131

1.219.824.207 1.219.824.207

1.253.430.788 1.253.430.788

1.303.004.930 1.303.004.930

Totaal vaste passiva

1.087.417.718

1.082.819.684

1.162.984.621

1.251.921.697

1.287.685.805

1.341.979.832

Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar (art. 48) Overige schulden

24.155.058 24.155.058

24.000.000 24.000.000

24.000.000 24.000.000

24.000.000 24.000.000

24.000.000 24.000.000

24.000.000 24.000.000

Overlopende passiva (art. 49) Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren Overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate van het volgende begrotingsjaar komen

355.103.664

240.082.935

198.994.339

184.061.933

170.292.424

188.087.433

136.770.967

93.685.481

58.955.097

49.893.513

38.181.906

33.260.362

215.175.167 3.157.530

143.397.454 3.000.000

137.039.241 3.000.000

131.168.420 3.000.000

129.110.518 3.000.000

151.827.071 3.000.000

Totaal vlottende passiva

379.258.722

264.082.935

222.994.339

208.061.933

194.292.424

212.087.433

1.466.676.440

1.346.902.619

1.385.978.959

1.459.983.631

1.481.978.229

1.554.067.265

Begroting

Begroting

Begroting

2024

2025

2026

-500.000

2.157.527

4.719.886

216.659

209.159

209.159

0

0

0

2.366.686

4.929.045

Vlottende passiva (art. 47)

Totaal passiva

EMU-saldo

EMU saldo (euro's) Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves Afschrijvingen ten laste van de exploitatie Investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans worden geactiveerd Berekend EMU-saldo

Voorlopige

Raming

jaarrekening 2021

2022

2.301.580

589.583

439.348

196.959

0

-289.000

2.740.928

497.542 I

Begroting 2023 -500.000^ 216.6591 0 -283.3411

1 -283.341

Het negatieve begrote EMU-saldo voor 2022 betekent dat het totaal aan uitgaven, inclusief uitgaven aan investeringen, hoger is dan het totaal aan inkomsten. Vooralsnog is er geen sanctie op overschrijding van het EMU-saldo bij begroting. Arbeidskostengerelateerde verplichtingen Het BBV schrijft voor dat inzage wordt gegeven in jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, waarvoor geen voorziening is getroffen. De verschuldigde bedragen wegens vakantietoeslag, eindejaars- en levensloopuitkeringen worden sinds de verplichte invoering van het Individueel Keuzebudget vanaf 2017 geheel toegerekend aan het begrotingsjaar, waarin zij zijn verschuldigd. In de begroting 2023 zijn geen bedragen opgenomen en/of gereserveerd voor niet opgenomen vakantie- en verlofrechten. Ten tijde van het opmaken van deze begroting 2023 waren er geen afspraken en/of regelingen bekend, die leiden tot ontslag- en/of afvloeiingsuitkeringen in 2023. De MRDH is aangesloten bij het bedrijfstakpensioenfonds Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP). Er zijn geen aanvullende pensioenverplichtingen anders dan door hogere premies. Investeringen Voor een overzicht van de waardering en het onderhoud van de aanwezige en nieuw te investeren materiële vaste activa wordt verwezen naar hoofdstuk 4.4 (Onderhoud kapitaalgoederen).

60

Financiering Voor een uitvoerige toelichting op dit item wordt verwezen naar hoofdstuk 4.1 (Financiering). Reserves Het verloop van de reserves in de periode 2021 t/m 2026 is opgenomen in hoofdstuk 6 Staat van reserves en fondsen.

61

Hoofdstuk 6 Staat van reserves en fondsen 2021-2026 Voorlopige jaarrekening 2021 *

Omschrijving

Raming toevoeging 2022

Raming onttrekking 2022

Raming saldo 31-12-2022

Raming toevoeging 2023

Raming onttrekking 2023

Raming saldo 31-12-2023

Reserves Reserve weerstandsvermogen EV Egalisatiereserve EV Reserve interne kwaliteitsverhoging Risicoreserve financieringen

100.000 3.948.050

0 1.559.857

100.000 410.417

0 5.097.490

0 0

0 500.000

0 4.597.490

27.000.000

1.000.000

0

28.000.000

0

0

Subtotaal reserves

31.048.050

2.559.857

510.417

33.097.490

0

500.000

Fondsen BDU Mobiliteitsfonds Subtotaal fondsen

215.175.167

552.806.415

624.584.128

143.397.454

538.478.413

544.836.627

215.175.167

552.806.415

624.584.128

143.397.454

538.478.413

544.836.627

28.000.000 0 32.597.490 0 0 137.039.241 0 137.039.241

TOTAAL-GENERAAL

246.223.217

555.366.272

625.094.545

176.494.944

538.478.413

545.336.627

169.636.731

* Inclusief voorstel resultaatbestemming Omschrijving

Raming toevoeging 2024

Raming onttrekking 2024

Raming saldo 31-12-2024

Raming toevoeging 2025

Raming onttrekking 2025

Raming saldo 31-12-2025

Raming toevoeging 2026

Raming onttrekking 2026

Raming saldo 31-12-2026

Reserves

Reserve weerstandsvermogen EV Egalisatiereserve EV Reserve interne kwaliteitsverhoging Risicoreserve financieringen

0 0

0 500.000

0 4.097.490

0 0

0 42.978

0 4.054.512

0 0

0 0

0 4.054.512

0

0

28.000.000 0

2.200.505

0

30.200.505 0

4.719.886

0

34.920.391 0

Subtotaal reserves

0

500.000

32.097.490

2.200.505

42.978

34.255.017

4.719.886

0

38.974.903

Fondsen

BDU Mobiliteitsfonds

534.961.185

540.832.006

Subtotaal fondsen

534.961.185

540.832.006

TOTAAL-GENERAAL

534.961.185

541.332.006

62

0 0 131.168.420 0

549.311.305

551.369.207

131.168.420

549.311.305

551.369.207

163.265.910

551.511.810

551.412.185

0 0 129.110.518 0

0 0 151.827.071 0

549.311.305

526.594.752

129.110.518

549.311.305

526.594.752

151.827.071

163.365.535

554.031.191

526.594.752

190.801.974

Toelichting staat van reserves en fondsen Reserve weerstandsvermogen EV Zie de toelichting in hoofdstuk 4.3. Egalisatiereserve EV Deze reserve bevat voornamelijk de nog niet financieel afgewikkelde bijdragen aan gemeenten op grond van de Bijdrageregeling versterking economisch vestigingsklimaat MRDH. Zie voor een toelichting op de onttrekkingen hoofdstuk 2.3.2 (Wat gaat het kosten programma Economisch Vestigingsklimaat). Risicoreserve financieringen Voor meer informatie over de wijze waarop deze reserve wordt opgebouwd, alsmede het geraamde verloop daarvan wordt verwezen naar de paragraaf Weerstandsvermogen en risico’s (hoofdstuk 4.3). Fonds BDU Jaarlijks ontvangt de MRDH een rijksbijdrage in het kader van de wet Brede Doeluitkering verkeer en vervoer (BDU). Deze toevoegingen aan het fonds zijn opgenomen in hoofdstuk 3.1. De onttrekkingen betreffen de BDU-bijdragen aan de exploitatie in de programma’s Exploitatie- en Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer zoals opgenomen in 2.1.2 (Wat gaat het kosten programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer) en 2.2.2 (Wat gaat het kosten programma Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer). Daarnaast vindt er jaarlijks een onttrekking plaats ter dekking van de overhead gerelateerd aan verkeer en vervoer (hoofdstuk 3.2).

63

Hoofdstuk 7 Inwonerbijdragen per gemeente Alle deelnemende gemeenten aan de gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag betalen in 2023 een bijdrage in het kader van het versterken van het economisch vestigingsklimaat. In onderstaande tabel zijn de bijdragen per gemeente opgenomen:

Gemeente

Aantal inwoners 1 januari 2022 (*)

Bijdrage per inwoner

Totaal inwonerbijdrage 2023

Albrandswaard

25.929

2,82

73.120

Barendrecht

48.723

2,82

137.399

Brielle **

17.714

2,82

49.953 189.465

Capelle aan den IJssel

67.186

2,82

Delft

104.533

2,82

294.783

Den Haag

553.039

2,82

1.559.570

Hellevoetsluis **

40.570

2,82

114.407

Krimpen aan den IJssel

29.416

2,82

82.953

Lansingerland

64.118

2,82

180.813

Leidschendam-Voorburg

76.648

2,82

216.147

Maassluis

34.148

2,82

96.297

Midden-Delfland

19.480

2,82

54.934

Nissewaard

86.340

2,82

243.479

Pijnacker-Nootdorp

56.551

2,82

159.474 132.836

Ridderkerk

47.105

2,82

Rijswijk

56.954

2,82

160.610

Rotterdam

655.473

2,82

1.848.434

Schiedam

79.777

2,82

224.971

Vlaardingen

74.159

2,82

209.128 76.436

Wassenaar

27.105

2,82

Westland

112.487

2,82

317.213

Westvoorne **

14.958

2,82

42.182

Zoetermeer

125.754

2,82

354.626

Totaal

2.418.167

6.819.230

(*) bron: CBS StatLine info van 14-3-2022. (**) naar verwachting gaan de gemeenten Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne met ingang van 1 januari 2023 fuseren. Per die datum ontstaat dan de nieuwe gemeente Voorne aan Zee.

De inwonerbijdrage stijgt ten opzichte van de Begroting 2022 met C 0,05 (Kadernota MRDH begroting 2023) naar C 2,82 per inwoner. De inwonerbijdrage EV bedraagt in 2023 C 6,8 miljoen en wordt voor C 5,35 miljoen verantwoord als baten ter dekking van de lasten binnen het programma Economisch Vestigingsklimaat (Wat mag het kosten? hoofdstuk 2.3.2). Daarnaast wordt ter dekking van de kosten van overhead gerelateerd aan het versterken van het economisch vestigingsklimaat (hoofdstuk 3.2) C 1,45 miljoen ingezet.

64

Hoofdstuk 8 Besluit De begroting 2023 van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag vast te stellen, de in de programma’s opgenomen budgetten vast te stellen op subtotalen en kennis te nemen van de meerjarenbegroting 2024-2026;

Aldus besloten in de openbare vergadering van het algemeen bestuur van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag van 8 juli 2022

de secretaris,

de voorzitter,

Christel Mourik

Jan van Zanen

65

Bijlage 1 Indicatoren In het Besluit begroting en verantwoording provincie en gemeenten (BBV) is bij ministeriële regeling een set van verplichte beleidsindicatoren vastgesteld. De insteek van deze set is dat de hiervoor benodigde informatie met een zo gering mogelijke inspanning beschikbaar is (via de website Waarstaatjegemeente.nl). Met ingang van 29 december 2018 is in de ministeriële regeling een aantal indicatoren komen te vervallen, waaronder de indicatoren voor het taakveld Verkeer en Vervoer. Voor het taakveld Economie maken de volgende indicatoren onderdeel uit van de regeling: ‘Functiemenging’ en ‘Vestigingen (van bedrijven)’. Voor deze begroting wordt ervan uitgegaan dat de deelnemende gemeenten zelf verantwoording afleggen over de indicatoren voor het taakveld Economie, omdat dit geen wettelijke taak betreft van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag. In deze begroting worden wel de verplichte indicatoren met betrekking tot bestuur/bedrijfsvoering opgenomen. Zie hiervoor onderstaande tabel. # 1 2 3 4 5

Taakveld 0. Bestuur en ondersteuning 0. Bestuur en ondersteuning 0. Bestuur en ondersteuning 0. Bestuur en ondersteuning 0. Bestuur en ondersteuning

Indicator Formatie

Apparaatskosten

Periode 2022 per 1000 inwoners 1 januari 2022 per 1000 inwoners 2023

Externe inhuur

2021

Overhead

2021

Bezetting

Waarde B2023 0,037 fte per 1000 inwoners 0,035 fte per 1000 inwoners C 5,15 per inwoner 6,3407o van de totale loonsom 1,207o van de totale lastenbegroting

Waarde B2022 0,037 fte per 1000 inwoners 0,036 fte per 1000 inwoners C 5,02 per inwoner 7,4807o van de totale loonsom 1,1407o van de totale lastenbegroting

Ad 1) In de begroting 2023 bedraagt de formatie 89,6 fte. Het aantal inwoners van de metropoolregio Rotterdam Den Haag bedraagt per 31 december 2021 2.418.167 (zie hoofdstuk 7). Ad 2) De bezetting per 1 januari 2022 bedraagt 84,2 fte. Het betreft in alle gevallen de medewerkers met een aanstelling bij de Metropoolregio Rotterdam Den Haag en betreft niet de externe inhuur. Deze inhuur wordt verantwoord binnen de indicator Externe inhuur. Het aantal inwoners van de metropoolregio Rotterdam Den Haag bedraagt per 31 december 2021 2.418.167 (zie hoofdstuk 7). Ad 3) De totale begrote apparaatskosten bedragen in 2023 C 12.461.919 (zie hoofdstuk 4.5). Het aantal inwoners van de metropoolregio Rotterdam Den Haag bedraagt per 31 december 2021 2.418.167 (zie hoofdstuk 7). Ad 4) de totale loonsom bedroeg in 2021 C 8.636.596. De externe inhuur bedroeg in 2021 C 547.130. Voor 157o betreft deze inhuur medewerkers van de aangesloten gemeenten. Ad 5) In de Begroting 2023 bedraagt de overhead C 6.908.379 (zie 3.2 Overhead). De totale lasten bedragen C 576.515.635 (zie hoofdstuk 1). De indicator is voornamelijk afhankelijk van de totale lasten van de begroting. Die kan vanwege de realisatie van grote infrastructurele projecten schommelen. De kosten van overhead volgen de verwachte materiële en personele prijsontwikkeling.

66

Bijlage 2 Detail projecten en programma’s meerjarenbeeld BDU (bedragen x C 1.000.000)

Projectnaam

MRDH bijdrage

Fase

2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028

Systeemsprong Sneltramtraject

14 Realisatie

3

Hoekse Lijn Rotterdam

410 Realisatie

4

A16 Lijn 19

65 Realisatie 54 Realisatie

9 5

KTA 2020-2023 AVLM

30 Realisatie 15 Realisatie

MFR - Westland Rotterdam R-Net: Upgrade 6 buslijnen

9

9

9

4 4

4 4 4

7 3

10 2

21 Realisatie 6 Realisatie

8 3

6 2

6 1 28

Instroom Nieuwe Trams Haagse Regio

130 Realisatie

33

17

Aanpassing Schiedam ivm 4-sporigheid Hart van Zuid

7 Realisatie 12 Realisatie

3

3

Beatrixlaan fase 1 kruising Erasmusweg-Lozerlaan

9 Uitwerking 'erking 22

1 4 6

Busstation Nissewaard Metrostation Nissewaard

8 Uitwerking 8 Uitwerking

2 4

Doorstroming OV R-net Ridderkerk-Rotterdam (HOV Ridderkerk)

8 Uitwerking 7 Uitwerking

3 2

Ketenmobiliteit (Transitieprogramma) Programma kleine projecten Move- CID Binckhorst no regret - Rijksbijdrage

23

4

2

1

1

1

1

1

1

1

10

20

30 10

30 10

30

30

30

30

10

10 2

12 30

5

14 5

3 6

4 6

6

5

20

10 10

10 10

10 22

17 23

23

Move - Oeververbinding Move - Algera

er Uitwerking

Move - gebiedsuitwerking Westland:

Uitwerking

3

5

MFR Westland - Honselersdijk - Den Haag MFR Westland - Monster - Den Haag

14 Uitwerking 19 Uitwerking

3 4

4 5

4 5

3 5

MFR Westland - Midden Delfland - Delft Greenport 3.0

12 Uitwerking 5 Uitwerking

3 1

3 1

3 1

3 2

Move - gebiedsuitwerking Voorne Putten Move - gebiedsuitwerking (nog in te vullen)

7 Uitwerking 23 Uitwerking

Nieuw Reijerwaard

5 Uitwerking

2

2

1

100 Uitwerking Uitwerking

1

1

1

MFR Rotterdam- Zoetermeer MFR Delft - Rotterdam Alexander

Uitwerking Uitwerking

MFR Den Haag - Pijnacker

Uitwerking

2035 2036 2037 2038 2039 2040

14

9 Uitwerking

Uitwerking Uitwerking

2034

1

540 Uitwerking Uitwerking

Move - CID Binckhorst no regret - Eigen bijdrage Move - Binckhorst

Movv Metronet Movv RandstadRail (Leyenburgcorridor)

2029 2030 2031 2032 2033

67

10

20

30

30

30

12

12

12

30

21

3

30

30

30

30

30

30

30

na 2040

MRDH Projectnaam

bijdrage

Fase

MFR Den Haag - Pijnacker Movv Leizo

Plan Plan

P+R Kralingse Zoom en Meijersplein HOV Ridderkerk fase 2

Verkenning Verkenning

MFR route Dordrecht -Rotterdam

Verkenning

Beatrixlaan fase 2 Aanpassing Schiedam ivm 4-sporigheid

Verkenning erke

Move - Binckhorst - aanvullend Move - Oeververbinding - aanvullend

Verkenning Verkenning

Movv Knooppunten Laan van NOI en Schiedam Oude lijn

Verkenning

Movv ZoRo

Pre-verkenning

Metropolitane fietsroutes - fase 3 Metropolitane fietsroutes - complexe schakels

Pre-verkenning Pre-verkenning

Mobiliteitstransitie (oa. P+R) Movv innovatie spoorbeveiliging samenloopdeel

Pre-verkenning Pre-verkenning

HOV-verkenning Den Haag-Naaldwijk-Maassluis-Delft-Rotterdam Plan toekomstvast tramnet Rotterdam

Pre-verkenning

Move - gebiedsuitwerking boven de 80

Pre-verkenning

Dak metrostation Nissewaard Movv Koningscorridor west (excl Binckhorst)

Pre-verkenning

Movv Koningscorridor oost (CS - Madurodam) Movv Koningscorridor Oost (Telderstracé)

Pre-verkenning

National Toekomstbeeld Fiets Knooppunt Beurs

Pre-verkenning 're-verken

2e tranche knooppunten MoVe en MOVV Stationslocaties/revitalisering (metro)stations

Pre-verkenning Pre-verkenning

Projecten nav nieuwe strategische agenda Nieuwe nationale en regionale programma’s

68

Pre-verkenning

2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028

2029 2030 2031 2032 2033

2034

2035 2036 2037 2038 2039 2040

na 2040

METROPOOLREGIO

ROTTERDAM DEN HAAG

Bijlage 3 Investeringsprogramma Vervoersautoriteit 2023

69

Inhoudsopgave 1. Inleiding, achtergronden en kaders............................................................................................ 70 1.1

Inleiding....................................................................................................................71

1.2

Werkgebied van de Vervoersautoriteit.....................................................................72

1.3

Van beleid naar uitvoering....................................................................................... 73

1.4

Uitgangspunten en randvoorwaarden......................................................................73

2.

Financiële samenvatting............................................................................................................ 75

3.

Integrale programma’s................................................................................................................76

4.

Programma’s en projecten Openbaar Vervoer........................................................................... 84

5.

6.

4.1

Programma’s Openbaar Vervoer.............................................................................85

4.2

Verkenningen en studies Openbaar Vervoer.......................................................... 92

4.3

Planstudies Openbaar Vervoer................................................................................98

4.4

Uitwerkingen Openbaar Vervoer..............................................................................99

4.5

Realisatie Openbaar Vervoer................................................................................. 107

Programma’s en projecten Verkeer...........................................................................................111 5.1

Programma’s Verkeer............................................................................................ 113

5.2

Verkenningen en planstudies Verkeer...................................................................117

5.3

Uitwerkingen Verkeer............................................................................................. 119

5.4

Realisatie Verkeer................................................................................................. 120

In 2021 en 2022 in gebruik genomen projecten.......................................................................123

Bijlagen: Bijlage A Bijlage B1 Bijlage B2 Bijlage B3: Bijlage C Bijlage D Bijlage E Bijlage F Bijlage G Bijlage H Bijlage I Bijlage J

Grote projecten Kleine projecten: openstaande verplichtingen per subsidieontvanger Kleine projecten: aanmeldingen 2022 In 2021 afgesloten projecten Korte Termijn Aanpak MoVe 2020-2023 Automated Vehicles Last Mile (AVLM) R-net Prioritaire Metropolitane Fietsroutes Doorstromingsmaatregelen Instroom Nieuwe Tram Haagse Regio InnOVatie Afkortingenlijst

70

1.

Inleiding, achtergronden en kaders

1.1

Inleiding

De Vervoersautoriteit Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) voert de verkeer- en vervoerstaken binnen de Metropoolregio uit, waaronder het ontwikkelen van beleid en het realiseren en subsidiëren van investeringsmaatregelen binnen de programma’s Exploitatie verkeer en openbaar vervoer en Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer. Het Investeringsprogramma Vervoersautoriteit (IPVa) is de concrete uitwerking van de Uitvoeringsagenda Bereikbaarheid, gericht op het programma Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer. De begroting is op basis van de voortgang van werkzaamheden, de bijlagen van het IPVa blijven gestoeld op beschikkingen, betalingen en het te verwachten kasritme. Hiermee beogen we duidelijkheid te verschaffen aan subsidie-aanvragers of er al een voorschot is aangevraagd en wat de omvang is van de resterende financiële verplichting. Het IPVa beschrijft waar we de beschikbare investeringsruimte aan besteden: in de vorm van te verlenen subsidies, bijdragen en te verstrekken opdrachten. Hiervoor zijn met name de 23 gemeenten en de provincie Zuid-Holland geconsulteerd. Tegelijkertijd is in het Bestuurlijk Overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (BO-MIRT) door het Rijk en de regiopartners afgesproken om in te zetten op het Gebiedsprogramma Rotterdam - Den Haag voor zowel de korte termijn als voor de middellange termijn.

Hoofdstuk 3 geeft daar een korte beschrijving van. Het programma voor de Korte Termijn Aanpak tot en met 2023 valt onder de hoede van de Programmaraad MoVe (Mobiliteit en Verstedelijking). Het Rijk stelt budget beschikbaar wanneer het een prioriteit is uit het regeerakkoord, of als het gaat om potentiële opgaven uit de Integrale Mobiliteitsanalyse (IMA), onder voorwaarde dat de regio bereid is tot cofinanciering. Om programma’s en projecten in aanmerking te laten komen voor Rijksbijdragen, zal de regio dus ook zelf budgetten beschikbaar moeten stellen. Hoofdstuk 4 is gericht op openbaar vervoer (OV). Naast specifieke programma’s is een fasering van onderwerpen opgenomen, van verkenning tot en met de realisatiefase. Daar waar verkenningen soms zijn ondergebracht in verschillende programma’s, en de besluitvorming over het vaststellen van een fase nog niet afgerond is, is gekozen voor een zo logisch mogelijke rubricering ten bate van de leesbaarheid. Hoofdstuk 5 omvat programma’s en projecten op het gebied van auto, fiets, AVLM, verkeersveiligheid en ITS. Hoofstuk 6 geeft het beeld van grote of bijzondere projecten die in 2021 en 2022 zijn opgeleverd en in gebruik genomen. De kleine projecten zijn opgenomen in de bijlagen, zodat het IPVa compact en leesbaar blijft.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westland&id=c2377b81-a24d-4bd8-b85e-44ab6a4010e1