CConstaterende datWestland
Koppel je AI →
Document · PDF

Onderzoek Sociaal Domein Gemeente Westland - Feitenrapportage-

Gemeenteraad 18 juni 2025, gemeente WestlandBij agendapunt: Voorstel tot overneming van de aanbevelingen uit het Rekenkameronderzoek Sociaal Domein12.221 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Hoewel organisaties een scherp beeld hebben van elkaars expertises en verantwoordelijkheden, komt uit het groepsgesprek ook naar voren dat er geen gedeeld, beleidsmatig afwegingskader is waarmee wordt bepaald wie wanneer welke inzet voor wie pleegt. Wellicht is het gezien de grote veelzijdigheid van casussen ook niet mogelijk om een dergelijk generiek afwegingskader te maken. Door ervaring en jarenlange samenwerking hebben individuele professionals van organisaties echter wel zorgvuldige en professionele routines ontwikkeld waardoor, bijvoorbeeld, de organisatie die werkt aan participatie 14

en betaald werk weet even te moeten wachten omdat een andere organisatie nog bezig is met het oplossen van zorgproblematiek. Als een organisatie buiten het netwerk een tijdje de belangrijkste zorgverlener is, weten de organisaties uit het netwerk dat zij wel vinger aan de pols moeten houden omdat een huisarts bijvoorbeeld deze regie niet overneemt. Binnen organisaties zijn afwegingsoverleggen om te kunnen bepalen wat de beste route voor inwoners is. Over het algemeen zijn deelnemers aan het groepsgesprek tevreden over de samenwerking tussen organisaties. Organisaties weten elkaar goed te vinden en kennen elkaars expertises. Inmiddels heeft dat er, volgens de maatschappelijke organisaties, voor gezorgd dat het voor inwoners niet meer uitmaakt bij welke organisatie ze aankloppen. Om de samenwerking op strategisch, tactisch en operationeel niveau vorm te geven, zijn er tussen bestuurders, directeuren en de gemeente regelmatig terugkerende overleggen, zoals het Compasoverleg en het trekkersoverleg. Het valt hierbij op dat de bibliotheek in mindere mate onderdeel van het netwerk is. Dat betekent volgens de aanwezigen echter niet dat samenwerking met deze partij minder goed is. Tijdens het groepsgesprek is met deelnemers ook gesproken over de mate waarin integraal werken tot de noodzaak tot maatwerk leidt.

Dit leidt tot een gesprek over het functioneren van het Team Advies en Maatwerk, waarin casussen worden besproken die niet binnen de reguliere beleidsuitvoering kunnen worden opgelost. De deelnemers dragen verschillende casussen aan waarbij er maatwerk nodig was om de situatie te verbeteren. Soms wordt er daarbij gebruikgemaakt van de financiering door sociale fondsen. Hierdoor lukt het goed om met eenvoudige oplossingen in individuele casussen voor verbetering te zorgen. Als oplossingen ingewikkelder zijn, blijft dat lastig en volgens de maatschappelijke organisaties ligt een potentiële verbetermogelijkheden erin om professionals meer discretionaire ruimte te geven om maatwerk te leveren. Bijvoorbeeld omdat de rechtmatigheid van de oplossing dan toch een doorslaggevende rol heeft. Een aandachtspunt volgens deelnemers aan het groepsgesprek is het structureel oplossen van knelpunten die door het leveren van maatwerk naar voren komen. Als er structurele knelpunten naar voren komen in de overleggen van het Team Advies en Maatwerk, dan wordt dit als signaal doorgezet naar beleids-medewerkers. Er zijn een tijdje onderlinge overleggen geweest tussen procesbegeleiders van het Sociaal Kernteam en de gemeente om deze signalen structureel op te pakken. Dit was een initiatief vanuit het management van het Sociaal Kernteam. Deze overleggen bestaan niet meer.

In een reactie op dit onderzoek stelt de gemeente dat deze overleggen vervielen toen er een projectmatige aanpak van kostenbeheersing werd geïntroduceerd en er tussen verschillende overleggen veel overlap ontstond. Een ander aandachtspunt is de bestuurlijke visie op de ondersteuning van statushouders. Er is bij de deelnemers aan het groepsgesprek onduidelijkheid over de mate waarin er voorrang moet worden verleend aan de Participatiewet of de Inburgeringswet. 3.3 •

•

Belangrijkste bevindingen

De gemeente Westland heeft het sociaal beleidskader uit 2016 vertaald naar een uitvoeringsprogramma. Dit uitvoeringsprogramma beschrijft enerzijds het bestaande beleid en hoe dat beleid wordt geïntensiveerd. Hierbij blijft de gemeente dicht bij haar wettelijke taken. Anderzijds beschrijft het programma tijdelijke projecten. Integraal werken krijgt vooral concreet vorm in deze tijdelijke projecten. Uitvoeringsinitiatieven gericht op het versterken van integraal werken in de uitvoering van beleid komen volgens betrokkenen niet altijd even eenvoudig van de grond. Voor de uitvoering van beleid werkt de gemeente samen met maatschappelijke organisaties. Zij hebben naar eigen zeggen goede samenwerkingsrelaties en het lukt ze naar eigen zeggen om in casussen van inwoners samen op te trekken en waar nodig maatwerk toe te passen. Het is volgens maatschappelijke organisaties een uitdaging om de structurele knelpunten die uit individuele casuïstiek blijken, als uitgangspunten voor beleidsvorming te gebruiken.

15

4.

Het perspectief van inwoners

In dit hoofdstuk staat het perspectief van inwoners van de gemeente Westland centraal. In de eerste paragraaf laten we zien hoe de maatschappelijke situatie in de gemeente Westland er op enkele indicatoren uitziet. Daarnaast vergelijken we deze indicatoren met het landelijke beeld en met soortgelijke gemeenten.4 Hierbij merken we op dat de situatie in de gemeente Westland niet volledig te vergelijken is met die van soortgelijke gemeenten. Er zijn immers ook kenmerken die van de gemeente Westland een gemeente met unieke kenmerken maken. In de tweede paragraaf gaan we in op de bevindingen uit de interviews en korte gesprekken met inwoners. We sluiten het hoofdstuk af met de belangrijkste bevindingen. Samenvatting van het hoofdstuk De gemeente Westland kenmerkt zich door een hoge mate van werk, weinig voorzieningengebruik en een lage mate van inzet van re-integratiedienstverlening. Dit past bij de overtuiging dat Westlanders veel zelf of samen kunnen oplossen. Tegelijkertijd spelen er bij inwoners ook zorgen over de beperkte bereikbaarheid van ondersteuning. Inwoners geven tips mee om het bereik en het functioneren van ondersteuning te verbeteren. 4.1

De maatschappelijk situatie in de gemeente Westland

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) onderhoudt een dashboard met daarin kernindicatoren, onder andere over de ontwikkelingen op het terrein van de Participatiewet en op de arbeidsmarkt. Deze indicatoren geven een beeld van de situatie in de gemeente Westland. Hieronder gaan we achtereenvolgens in op de volgende indicatoren: aantal inwoners met een uitkering op basis van de Participatiewet, het aantal inwoners met lopende re-integratievoorzieningen, het aantal inwoners met dagbesteding op basis van de Wmo en het aantal huishoudens met problematische schulden. Om ook een beeld te kunnen schetsen van de relevantie van integraal werken, presenteren we ook informatie over de stapeling van voorzieningen. Aantal inwoners met een uitkering op basis van de Participatiewet In onderstaande figuur (figuur 4.1) beschrijven we het aantal personen met een uitkering op basis van de Participatiewet. Dit werd voorheen een bijstandsuitkering genoemd. In deze figuur valt op dat het aantal uitkeringen in vergelijking met het gemiddelde van Nederlandse gemeenten relatief laag is, achttien per 1.000 inwoners in de gemeente Westland ten opzichte van 34 per 1.000 inwoners in Nederland. In vergelijking met soortgelijke gemeenten (19 per 1.000 inwoners) is het aantal uitkeringen ongeveer gelijk. In gesprekken met beleidsmedewerkers wordt dit op meerdere manieren uitgelegd.

Ten eerste kan dit komen doordat er veel werk is in de gemeente Westland; mensen die kunnen werken, zijn aan het werk. Het relatief hoge aantal banen in de gemeente Westland onderbouwt dit argument. In de gemeente Westland zijn er 795 banen per 1.000 inwoners ten opzichte van 734 in soortgelijke gemeenten. Tegelijkertijd wijzen andere geïnterviewden ook op het mogelijke niet-gebruik en de mogelijkheid dat veel mensen die wél recht hebben op een bijstandsuitkering, daar geen aanspraak op maken. Uit een recente publicatie van de huidige Nederlandse Arbeidsinspectie blijkt bijvoorbeeld dat dit geldt voor een derde van de mensen met recht op een uitkering op basis van de Participatiewet (Inspectie SZW, 2021). Omdat de gemeente Westland zich (volgens geïnterviewde beleidsmedewerkers) ook kenmerkt als een gemeente waarin inwoners niet altijd in eerste instantie naar de gemeente kijken voor hulp, maar bij voorkeur een beroep doen op hun omgeving, past de verwachting dat dit in de gemeente ook een rol speelt.

4

Hierbij worden “soortgelijke gemeenten” gedefinieerd als gemeenten die net als de gemeente Westland gekwalificeerd

kunnen worden als centrale woongemeenten met een landelijk karakter: gemeenten met een evenwichtige bevolkingsopbouw en een landelijke omgeving. 16

Figuur 4.1

Het aantal inwoners met een uitkering op basis van de Participatiewet per 1.000 inwoners in 2024

Bron: CBS via waarstaatjegemeente.nl Lopende re-integratievoorzieningen en inwoners met Wmo-dagbesteding In onderstaande figuur (figuur 4.2) wordt het aantal lopende re-integratievoorzieningen gepresenteerd. Het aantal lopende reintegratievoorzieningen in het kader van de Participatiewet per 1.000 inwoners tussen de 15-74 jaar in 2024 in de gemeente Westland is vier. Daarmee is het aantal lager dan het Nederlands gemiddelde (13) en in soortgelijke gemeenten (10). Met name het verschil met soortgelijke gemeenten is hierbij opvallend, vooral omdat het aantal uitkeringen op basis van de Participatiewet in vergelijking met soortgelijke gemeenten ongeveer gelijk is. Figuur 4.3 schetst het aantal inwoners met Wmodagbesteding per 1.000 inwoners. In de gemeente Westland gaat het om één inwoner per 1.000 inwoners. In Nederland is dit aantal vier inwoners per 1.000 inwoners en in soortgelijke gemeenten drie inwoners per 1.000 inwoners. Het is op basis van dit onderzoek niet duidelijk waardoor het komt dat het aantal re-integratievoorzieningen en het aantal gevulde dagbestedingsplekken relatief laag zijn. Maar ook hier speelt de door geïnterviewden genoemde terughoudendheid van inwoners om bij de gemeente aan te kloppen voor ondersteuning mogelijk een rol.

Een andere, mogelijke reden kan zijn dat de gemeente relatief terughoudend is met het proactief aanbieden van re-integratiedienstverlening. Het is op basis van dit onderzoek echter niet te zeggen of dat daadwerkelijk het geval is. Figuur 4.2

Het aantal lopende re-integratievoorzieningen op basis van de Participatiewet per 1.000 inwoners tussen de 15-74 jaar in 2024

Bron: CBS via waarstaatjegemeente.nl

17

Figuur 4.3

Het aantal inwoners met dagbesteding op basis van de Wmo per 1.000 inwoners in 2020

Bron: CBS via waarstaatjegemeente.nl Stapeling van voorzieningen Om een indruk te geven van de mate waarin integraal werken voor inwoners van de gemeente Westland van belang is, presenteren we hieronder de mate waarin inwoners van de gemeente voorzieningen op basis van de Participatiewet, de Jeugdwet en de Wmo stapelen. Hieruit komt naar voren dat in totaal 69 van de 1.000 inwoners twee of meer voorzieningen stapelen. In soortgelijke gemeenten is dit 77 inwoners en in heel Nederland 97 inwoners. Deze bevindingen lijken op het gebruik van re-integratievoorzieningen. Ook hier geldt immers dat het gebruik van voorzieningen in de gemeente Westland relatief laag is. Hierbij merken we op dat het gebruik van andersoortige voorzieningen, zoals voorzieningen in het kader van armoedebeleid of toeslagen die door andere overheidsorganisaties (zoals UWV of de Belastingdienst) niet in het overzicht zijn opgenomen. Figuur 4.4

Het aantal inwoners met 1 of meerdere voorzieningen in het kader van de Participatiewet, Jeugdwet of Wmo per 1.000 inwoners in 2023

Bron: CBS via waarstaatjegemeente.nl 4.2

De ervaringen van inwoners

In juni 2024 hebben twee onderzoekers gesprekken gevoerd met inwoners van de gemeente Westland over hun bekendheid met en ervaringen met gemeentelijke ondersteuning. De focus lag op regelingen die economische zelfredzaamheid bevorderen, zoals de Westlandpas, inkomensondersteuning, schuldhulpverlening, re-integratievoorzieningen en maatschappelijk werk. Het doel was niet alleen om inzicht te krijgen in de ervaringen van gebruikers, maar ook om te begrijpen waarom mensen die mogelijk recht hebben op ondersteuning hier geen gebruik van maken. Niet-gebruikers zijn vaak lastig te bereiken omdat zij niet zichtbaar zijn voor instanties. Daarom is er bewust voor gekozen om gesprekken te voeren op locaties waar inwoners samenkomen, zoals bibliotheken, een buurthuis en een kringloopwinkel, verspreid over verschillende dorpskernen van de gemeente. Ook zijn de onderzoekers ‘aangeschoven’ bij een evenement van het initiatief buurtrestaurant BijMekaar en hebben zij daar met aanwezigen gepraat over economische zelfredzaamheid en gemeentelijke ondersteuning. Om zoveel mogelijk 18

inzicht te krijgen in deze thematiek is bovendien ook met vrijwilligers gesproken die werkzaam zijn bij verschillende initiatieven in de bibliotheken van Westland, waaronder het Buurtinformatiepunt en de Formulierenbrigade. Ervaringen met gemeentelijke ondersteuning De korte gesprekken die gevoerd zijn met diverse inwoners en vrijwilligers bij bijvoorbeeld bibliotheken illustreren de ervaringen van inwoners met contact en ondersteuning vanuit de gemeente. De meeste gesprekken zijn gevoerd in bibliotheken waar inwoners bijvoorbeeld het Buurtinformatiepunt of de Formulierenbrigade bezochten, en tijdens het diner bij het buurtrestaurant BijMekaar. In de gesprekken met inwoners en vrijwilligers kwam een overwegend positief beeld naar voren van laagdrempelige voorzieningen zoals het Buurtinformatiepunt en de Formulierenbrigade. Deze plekken worden goed gevonden en gewaardeerd vanwege de praktische ondersteuning die zij bieden, zoals hulp bij het aanvragen van compensatie voor energiekosten. Daarnaast is op vaste momenten in bepaalde bibliotheken ook een belastingspecialist aanwezig die inwoners op afspraak kan helpen met belasting-gerelateerde vragen. Een vrijwilliger benadrukt dat de grote drukte bij deze punten, vooral na de gemeentelijke belastingaanslag, aantoont dat de behoefte groot is.

Het Buurtinformatiepunt en de Formulierenbrigade fungeren als een eerste loket waar inwoners terecht kunnen met een hulpvraag. Twee mensen die vrijwilligerswerk doen bij deze voorzieningen benadrukken het belang van korte lijntjes met de maatschappelijke organisaties in de gemeente voor eventuele toegang tot gespecialiseerde hulp. Hier is ook aandacht voor in de training van vrijwilligers. Zij zijn getraind in het herkennen van eventuele onderliggende problemen achter een hulpvraag. Hun ervaring is dat zij door de korte lijntjes met bijvoorbeeld het Sociaal Kernteam Westland of Vitis de mogelijkheid hebben een zorgregisseur in te schakelen. Een vrijwilliger benoemt wel dat het ontbreekt aan een casemanager die het overzicht behoudt, de voortgang bewaakt en verantwoordelijk is voor het proces rondom complexe hulpvragen van inwoners. Niet alle ervaringen met gemeentelijke ondersteuning zijn positief. Een gesprek met een gepensioneerde inwoner laat zien dat de gemeentelijke dienstverlening niet voor iedereen als toegankelijk en behulpzaam wordt ervaren. Het aantal uren huishoudelijke hulp via de Wmo wordt door deze persoon als beperkt ervaren.5 De inwoner vertelt hoe de gemeente mensen aanmoedigt om hulp vooral te zoeken bij familie en buren, maar dit is in de praktijk vaak niet haalbaar.

Daarnaast geven oudere gebruikers van de Westlandpas aan dat het aanbod voornamelijk gericht is op sport en kinderen, en daarmee niet goed aansluit bij de behoeften van oudere inwoners. Dit komt ook naar voren in de interviews met beleidsmedewerkers. In een reactie op het onderzoek geeft de gemeente aan dat het aanbod van de Westland inmiddels jaarlijks wordt onderzocht en er wordt bekeken Bereik en niet-gebruik van gemeentelijke ondersteuning Uit de gesprekken werd duidelijk dat inwoners die steunpunten zoals bibliotheken en buurthuizen bezoeken vaak bekend zijn met de ondersteuning die de gemeente kan bieden aan inwoners. Bij het Buurtinformatiepunt en de Formulierenbrigade komen mensen met uiteenlopende achtergronden, maar het valt vrijwilligers op dat ouderen oververtegenwoordigd zijn. Daarnaast valt op dat mensen moeilijkheden ervaren met regeldingen op het moment dat er grote veranderingen hebben plaatsgevonden in hun leven, zoals het wegvallen van een partner. Ook is er vaak sprake van een opeenstapeling van problemen (multiproblematiek) en stress. Daarnaast speelt laaggeletterdheid ook een rol, wat maakt dat mensen overheidsbrieven bijvoorbeeld niet goed begrijpen. Tot slot benoemt een vrijwilliger dat leerbaarheid een grote rol speelt; mensen die beperkt leerbaar zijn, komen vaak terug voor hulp.

Uit de gesprekken met vrijwilligers en met inwoners die zelf geen financiële ondersteuning nodig hebben, komt naar voren dat er vermoedelijk ook inwoners zijn die moeilijker bereikt worden dan anderen. Dit sluit aan bij de geïnterviewde beleidsmedewerkers die wijzen op niet-gebruik van mensen die wel recht hebben op bijvoorbeeld een bijstandsuitkering, maar daar geen aanspraak op maken. Uit gesprekken met vrijwilligers van de maatschappelijke organisaties komt naar voren dat zij ook graag met deze mensen in contact komen, maar ze zeggen erbij: “We weten nou eenmaal niet wat er bij mensen achter de voordeur speelt”. Niet-gebruikers zijn dus niet in beeld zijn bij instanties en professionals en daarom hebben we op verschillende locaties mensen benaderd voor korte gesprekken. We hebben echter geen niet-gebruikers weten te spreken in de bibliotheken, het buurthuis, de kringloopwinkel en tijdens het diner bij het buurtrestaurant. De meeste inwoners met wie we gesproken hebben, zeiden namelijk geen behoefte te hebben aan of recht te hebben op financiële ondersteuning vanuit de gemeente. Daarnaast spraken we enkele inwoners die wel gebruikmaken van gemeentelijke ondersteuning (Westlandpas, compensatie energiekosten, Wmo).

Wel hebben we met vrijwilligers en andere inwoners gesproken over redenen waarom mensen geen gebruik zouden maken van gemeentelijke ondersteuning ook al hebben zij daar wel recht op. Daaruit kwamen In een reactie op het onderzoek geeft de gemeente aan dat de beschikbare tijd niet (veel) afwijkt van het landelijk gemiddelde. Dat is in dit onderzoek niet nagegaan. 5

19

verschillende mogelijkheden naar voren. Ten eerste wordt gezegd dat het gaat om onwetendheid: inwoners zijn niet goed op de hoogte dat zij ergens aanspraak op kunnen maken. Dit kan mogelijk ook gepaard gaan met stress. Zo zegt een inwoner: “Ik kan me goed voorstellen dat wanneer de stress opstapelt bij mensen, mensen het dan niet meer kunnen overzien en misschien maar geen hulp aanvragen”. Een andere reden die tijdens diverse gesprekken naar voren kwam, was de rol van de kerk in de gemeente Westland. Het buurtrestaurant-initiatief dat bezocht is, is bijvoorbeeld ook een initiatief dat vanuit de kerk is ontstaan, en de kerk faciliteert deze evenementen bijvoorbeeld door de kerk als locatie beschikbaar te stellen voor de etentjes. Enkele inwoners zeggen dat veel mensen in het Westland regelmatig naar de kerk gaan, en zij kunnen zich dan ook goed voorstellen dat mensen elkaar ook via de kerk helpen. Tegelijkertijd wordt het dorpse karakter van het Westland veelvuldig genoemd. Inwoners zeggen dat er een zekere schaamte en taboe rust op het hebben van financiële zorgen. Het dorpse karakter maakt dat mensen niet zomaar hun financiële zorgen delen, “want voor je het weet, weet heel het dorp het”. Aan de ene kant zijn er dus signalen dat inwoners steun vinden binnen de kerkelijke gemeenschap in de gemeente, en voorzieningen die de gemeente biedt mogelijk niet gebruiken.

Tegelijkertijd wordt het dorpse karakter en het taboe op financiële problemen ook genoemd als barrière voor het vragen van hulp bij anderen. 4.3 •

•

•

•

Belangrijkste bevindingen

Het aantal inwoners met een uitkering op basis van de Participatiewet is in de gemeente Westland ongeveer gelijk aan het aantal uitkeringen in soortgelijke gemeenten. Het aantal lopende re-integratievoorzieningen is echter lager. Ook het aantal inwoners dat voorzieningen in het kader van de Participatiewet, de Jeugdwet en de Wmo stapelt, is ten opzichte van soortgelijke gemeenten laag. Plekken waar inwoners laagdrempelig terecht kunnen met een hulpvraag, zoals een Buurtinformatiepunt of de Formulierenbrigade worden goed bezocht door inwoners van de gemeente. Vaak gaat het om ouderen, laaggeletterden, mensen die een grote verandering hebben doorgemaakt in het leven (bv. wegvallen van een partner) en situaties met multiproblematiek en stress. Inwoners die wel recht hebben op gemeentelijke ondersteuning maar daar geen gebruik van maken, ‘niet-gebruikers’, zijn lastig te vinden en te bereiken. Redenen voor niet-gebruik kunnen zijn: onwetendheid, opeenstapeling van stressfactoren, en mogelijk ook ondersteuning vanuit de kerkelijke gemeenschap. Integrale samenwerking binnen het sociaal domein is belangrijk om te voorkomen dat inwoners met een hulpvraag ontmoedigd raken door bureaucratische processen. Het schakelen tussen meerdere instanties kan namelijk een belemmering vormen en ertoe leiden dat mensen geen hulp aanvragen.

20

Bijlagen Bijlage 1: Analysekader Actualiteit

•

De mate waarin doelen in het beleid sinds 2016 naar aanleiding van actuele veranderingen zijn bijgesteld.

•

De mate waarin betrokkenen oog hebben voor veranderingen in de context van het beleid en deze tijdig naar nieuw, aanvullend beleid vertalen.*

Integraliteit

•

De mate waarin er in beleid aandacht is voor samenhang tussen beleidsterreinen.

•

De mate waarin er tussen professionals van verschillende gemeentelijke afdelingen wordt samengewerkt.

•

De mate waarin er in de samenwerking met maatschappelijke organisaties aandacht is voor samenhang tussen beleidsterreinen.

•

De mate waarin er in de benadering en ondersteuning van inwoners aandacht is voor samenhang tussen leefdomeinen.

Perspectief van de inwoner

•

In de ontwikkeling van het beleid is het perspectief van de inwoner meegenomen.

De rol van de raad

•

In de uitvoering van het beleid staat het perspectief van de inwoner centraal.**

•

De mate waarin de raad haar volksvertegenwoordigende rol heeft kunnen invullen en daadwerkelijk heeft ingevuld.

•

De mate waarin de raad haar kaderstellende rol heeft kunnen invullen en daadwerkelijk heeft ingevuld.

•

De mate waarin de raad haar controlerende rol heeft kunnen invullen en daadwerkelijk heeft ingevuld.

Informatie voorziening aan de raad

•

De mate waarin de informatie aan de raad tijdig is.

•

De mate waarin de informatie aan de raad juist is.

•

De mate waarin de informatie aan de raad toegankelijk is.

• De mate waarin de informatie aan de raad volledig is. * Bijvoorbeeld ten aanzien van veranderingen in wet- en regelgeving, ontwikkelingen in kennis over wat werkt, het maatschappelijk of politiek debat en voortschrijdend inzicht ten aanzien van decentralisatiedoelstellingen. ** Doordat er in de uitvoering aandacht is voor zelf regie voeren, een stevig fundament aan voorzieningen, investeren in het signaleren van problemen, duidelijkheid over wie welke zorg verleent, niet over maar met de klant praten, en het vinden van een duurzame oplossing in een sluitend netwerk. Bijlage 2: Bestudeerde beleidsdocumentatie en andere bronnen gemeente Westland 2016 – Uitgangspuntennotitie SBK kernachtig sociaal 2016 – Sociaal Beleidskader Kernachtig Sociaal 2016 – Uitvoeringsprogramma van het SBK 2018 – Van activering naar werk, Patijnenburg & Vitis Welzijn 2019 – Rapportage sociaal domein Westland, AEF 2019 – Doorlichting gemeente Westland, Cebeon 2019 – Programmaplan/Plan van aanpak Transformatie Sociaal Domein 2021 – Rekenkameronderzoek naar het subsidiebeleid in de gemeente Westland, 10 Organisatieadvies 2021 – Voortgangsrapportage Sociaal Beleidskader – Evaluatie van Uitvoeringsprogramma 2016-2020 2022 – Sociaal jaarverslag Patijnenburg 2021 2022 – Coalitieakkoord Westland 2022 – Uitvoeringsplan Jeugdhulp Haaglanden 2023-2024 2022 – Programmabegroting 2023-2026 2023 – Sociaal Kernteam

Westland – Jaarverslag 2022 2023 – Jaarverslag 2022 Adviesraad Sociaal Domein Westland 2023 – Programmabegroting 2024-2027 2023 – Gebruik Westlandpas Kindpakket, data t/m december 2023 2023 – Bijdrage 1e termijn wethouder Van Staalduinen, vergadering van de Gemeenteraad 08-11-2023 21

Bijlage 3: Geïnterviewde beleidsmedewerkers Beleidsmedewerker minimabeleid Strategisch adviseur sociaal domein Senior beleidsadviseur sociaal domein Bestuursadviseur Strategisch regisseur sociaal domein Bijlage 4: Literatuurverwijzingen WRR (2017) Weten is nog geen doen. Een realistisch perspectief op redzaamheid. SCP (2020) Sociaal Domein op Koers? Verwachtingen en resultaten van vijf jaar decentraal beleid. SCP (2019) Eindevaluatie van de Participatiewet.

22

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westland&id=67718f59-4e73-41d7-bf70-7df3ccec5e4c