nota beantwoording zienswijzen driesprong def anoniem
Tekst van het document
NOTA VAN BEANTWOORDING ZIENSWIJZEN BESTEMMINGSPLAN DE DRIESPRONG Instantie 1. Indiener 1
Reactie a.
Volgens indiener is het plangebied
Beantwoording a.
Indiener is niet duidelijk over welke
uitgebreid ten opzichte van het voorontwerp bestemmingsplan, maar
passages onjuist zijn. De bestaande woningen en ontsluiting zijn in dit
zijn de toelichting, regels en onderzoeken hier niet op aangepast.
bestemmingsplan opgenomen, maar maken zelf geen onderdeel uit van de
Gevolgen voor het plan a.
Geen gevolgen.
b.
Geen gevolgen.
ontwikkeling. De bestemming Wonen is daarom gewoon overgenomen uit het vigerende bestemmingsplan. Aangezien er voor die woningen zelf geen wijzigingen zijn beoogd is het niet nodig om deze in de onderzoeken te betrekken. Uiteraard is wel bepaald welk effect de nieuwe woningen op de bestaande woningen zullen hebben. b.
Volgens indiener is er – anders dan door de gemeente toegezegd – geen
b.
Het is niet de bedoeling van de gemeente geweest om een aanduiding
overgangszone voor het Buurtschap opgenomen. In de regels dient volgens
‘Overgangszonebuurtschap’ op te nemen. De ontwikkeling op deze locatie
indiener aan de zuidelijke rand van de ‘Overige zone-buurtschap’ de
vormt een overgang. De woningen in het buurtschap zijn lager qua goot - en
getekende ‘Overgangszone buurtschap’ uit de structuurvisie
bouwhoogte dan de overige woningen in het gebied. Dit is terug te vinden op
opgenomen te worden bij voorkeur als ‘Water’ of anders als ‘Groen’ zodat
de verbeelding. Er wordt met het ontwerp rekening gehouden met de
hier een watergang gerealiseerd kan worden.
bestaande woningen. Er zal sprake zijn van een organische met oude weggetjes en los verspreide woningen. De huidige bestemming maakt de aanleg van een watergang reeds
mogelijk. c.
Indiener geeft aan dat het perceel
c.
Het is niet de bedoeling geweest om
c.
Aanpassen regels
tussen nr. 2 en nr. 4 de bestemming ‘Wonen’ heeft gekregen. In het huidige
door het perceel te bestemmen als “Woongebied” in dit bestemmingsplan
(bouwen hoofdgebouw in bouwvlak) en
bestemmingsplan is het nog steeds ‘Agrarisch – Glastuinbouw’. Volgens
de mogelijkheid te bieden om ter plaatse een woning te realiseren. Om
verbeelding (bestaande woningen krijgen een
indiener heeft hier in het verleden een tijdelijke woning opgestaan en is deze
dit te voorkomen krijgt dit perceel de bestemming “Wonen” zonder bouwvlak
bouwvlak).
is in de jaren negentig van de vorige eeuw afgebroken. Indiener geeft aan
en worden er bouwvlakken voor de bestaande woningen opgenomen. Op
dat in het verleden de gemeente Wateringen en later de huidige
deze manier kan er niet worden gebouwd op de gronden zonder
gemeente Westland juist een aantal malen hebben voorkomen dat hier een
bouwvlak.
omgevingsvergunning voor de bouw van een woning werd afgegeven. Volgens indiener is nu geen reden om dit nu wel toe te staan. Het zou naar de mening van indiener beter bestemd kunnen worden als ‘Groen’ . d.
Indiener is van mening dat voor een
d.
In overleg met het hoogheemraadschap
goede afwatering van de bestaande woningen grenzend aan de zuidelijke
en de bewoners is tot de volgende oplossing gekomen. De ontwikkelaar
rand van het buurtschap een watergang van 5 meter (volgens norm
stelt een strook van circa 3m beschikbaar om een
van Delfland) dient te worden gerealiseerd die aan aansluit aan twee
afwateringsvoorziening te realiseren , zoals is overeengekomen tussen de
zijden van de boezem; ten oosten op de lichtblauwe boezem en ten westen
bewoners en de ontwikkelaar. Deze voorziening past binnen de huidige
op de huidige watergang naar De Driesprong 20. Indiener is daarbij van
bestemming.
mening dat het onderhoud hiervan niet bij de huidige bewoners moet komen te
d.
Geen gevolgen.
liggen. e.
f.
Volgens indiener zijn er
e.
Het bestemmingsplan is niet het juiste
hoogtemetingen uitgevoerd voor het gehele bestemmingsplangebied en
kader voor het opnemen van hoogtes. Het peil is in het bestemmingsplan
dienen deze gegevens in het bestemmingsplan te worden verwerkt.
gedefinieerd. Dit is voor wat betreft het bestemmingsplan voldoende.
In het Waterhuiskundig plan dd. 21
f.
In overleg met het hoogheemraadschap
e.
Geen gevolgen.
f.
De waterkering zal deels
februari 2022 volgens indiener dat nog veel moet worden onderzocht en
wordt beschouwd welke onderzoeken nodig zijn. Het hoogheemraadschap
komen te vervallen op de verbeelding. Ook de
uitgewerkt. Indiener geeft aan dat doordat het buurtschap De Driesprong
heeft aangegeven dat de waterkering deels komt te vervallen.
toelichting wordt hierop aangepast.
in het ontwerpbestemmingsplan is opgenomen de waterkering tot de Vorkotterstraat ook moet worden opgenomen. g.
Indiener geeft aan dat bij de aanleg
g.
Uit de hoogtemetingen en profielen
van de nieuwe woningen het noodzakelijk is het gescheiden stelsel
bestaand/nieuwbouw blijkt dat de hoogteverschil nihil zijn. In het
in het buurtschap te herzien. Op dit moment ontstaat er volgens indiener
plangebied is al voorzien in een gescheiden stelsel.
g.
Geen gevolgen.
h.
Geen gevolgen.
bij fikse regenbuien al veel overlast. Indiener stelt dat dit door de ophoging van de woongebieden een groter probleem wordt. Indiener adviseert om het gescheiden stelsel in het huidige buurtschap aan te passen. h.
In toelichting paragraaf 3.4 is volgens
h.
Er zijn meerdere peilbuizen gebruikt en
indiener uitgegaan van een peilbuis nabij het bestemmingsplangebied op
worden lopende het onderzoek i n overleg met het hoogheemraadschap
een onjuiste plaats (Vorkotterstra at) als meetpunt voor het
bepaald en beoordeeld. Daadwerkelijke resultaten worden gebruikt bij verdere
bestemmingsplan. Indiener adviseert
uitwerking ontwerp en uiteindelijk voor
om ook andere peilbuizen te gebruiken en ontwerpbestemmingsplan hierop
definitief uitvoeringsgereed maken.
aan te passen. i.
Indiener stelt dat de meeste bestaande woningen in het bestemmingsplan zijn
i.
Eventuele schade aan eigendommen van indiener door het aanleggen van
opgenomen. In de nota van beantwoording vooroverleg- en
het plangebied maakt geen onderdeel uit van de ruimtelijke afwegingen in het
inspraakreacties is opgenomen dat onderzoeken (naar fundering, kelders
kader van dit bestemmingsplan. Indien sprake is van schade als gevolg van
en de eventuele gevolgen van heien en de bouw voor de bestaande bouw) pas
grond- of bouwwerkzaamheden, is in beginsel degene die de schade
gedaan worden als de plannen voldoende concreet zijn. Volgens
daadwerkelijk heeft veroorzaakt, daarvoor aansprakelijk. Dat is de
indiener is dat nu het geval. Ook speelt er volgens indiener de mogelijke
uitvoerder van de werkzaamheden of zijn/haar opdrachtgever. Om te kunnen
planschade die kan ontstaan bij de bestaande woningen bij de bouw.
constateren of er schade is als gevolg van grond- of bouwwerkzaamheden is het noodzakelijk om de staat van bestaande bouwwerken vast te leggen , zoals deze is vóór aanvang van de werkzaamheden. Dit onderzoek wordt door de uitvoerder verricht en vastgelegd in een zogenaamde nulmeting. Hierbij wordt rekening gehouden met alle reeds bestaande schade, zettingen, scheurvorming etc. Mocht er na de opname schade ontstaan, dan is de nulmeting een middel om aan te tonen dat er schade is ontstaan. Eventuele schade als gevolg van graaf en heiwerkzaamheden kunnen op basis daarvan worden verhaald bij de uitvoerder. Dit
i.
Geen gevolgen.
onderzoek vindt niet plaats in het kader van de ruimtelijke procedure. Voor de feitelijke realisatie zal het nodige bouwkundig onderzocht worden. Op dit moment zijn de plannen nog steeds niet concreet genoeg. Dergelijke onderzoeken kunnen pas worden gedaan als de plannen voldoende concreet zijn. Voor planschade bestaat een afzonderlijke procedure waardoor planschade geen rol speelt in deze ruimtelijke procedure. Daarnaast is eventuele “planschade” doorgelegd naar de ontwikkelaar. De economische uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan is hierdoor voldoende verzekerd. j.
Indiener geeft aan dat niet alle bestaande ‘burgerwoningen’ en
j.
“Het buurtschap” wordt meegenomen in het bestemmingsplan De Driesprong.
‘agrarische woningen’ (Buurtschap De Driesprong, Mariëndijk 121 en125) zijn
Het buurtschap is meegenomen in het kader van een goede ruimtelijke
opgenomen in het plan en/of beschreven wat hiermee gebeurt . Ook
ordening. Het is geen glastuinbouwgebied meer en zorgt voor
is er volgens indiener geen aandacht besteed aan aangrenzende woningen
de aanheling van De Driesprong met de kern.
en Verkade keukens aan het plan. Het bestemmingsplan legt de afstand tussen bestaande woningen en bedrijven en nieuwbouw vast door het opnemen van groen, water en ontsluitingen als buffer en door het opnemen van afstandsmaten van de hoofdgebouwen tot de perceelsgrenzen.
j.
Geen gevolgen
Daarnaast zal worden gewerkt met een bouwvlak binnen de uitplaatskavels, waardoor de afstand tot de bestaande woningen is geborgd. Aangrenzend aan het bestemmingsplan de Driesprong, ligt het glastuinbouw gebied. In het bestemmingsplan hoofdstuk 3 wordt beschreven hoe in het bestemmingsplan op welke wijze een duurzame en kwalitatief goede relatie tot stand wordt gebracht tussen het stedenbouwkundig plan en het omringende gebied. Verkade keukens maakt geen onderdeel uit van het plangebied. Het perceel is wel meegenomen in het onderzoek naar bedrijven en milieuzonering en vormt geen belemmering voor de planvorming. k.
Het zuidelijke wegdeel van De Driesprong vanaf nr. 23 richting
k.
Het zuidelijke wegdeel van de Driesprong vanaf 23 richting de
Vorkotterstraat gaat volgens indiener gebruikt worden voor de ontsluiting
Vorkotterstraat wordt niet ingericht als fietsstraat. Het plangebied zal met een
van het ‘langzame verkeer’ van de nieuwbouw. Indiener geeft aan dat dit
fietspad op de huidige infrastructuur aansluiten. Fietsers kunnen
stuk een oude tuinderslaan is en nu is ingericht als ‘fietsstraat’ . Volgens
verkeersveilig over de rijbaan van De Driesprong fietsen richting de
indiener is het niet veilig ingericht door het ontbreken van voetpaden en
Vorkotterstraat. Het ontbreken van voetpaden en parkeerplaatsen hoeft
parkeerplaatsen. Volgens indiener komen enkele deuren direct uit op
hier geen belemmering voor te zijn.
deze straat, wordt hier door bezoekers geparkeerd en blijven plassen enkele
k.
Geen gevolgen.
dage liggen. Bij de aanpak van de weg (het asfalt vertoont al krakeel) voor kabels en leidingen etc. moet volgens indiener glasvezel ook worden meegenomen.
l.
Het huidige zuidelijke wegdeel van De Driesprong tussen De Driespong 2 en 18 is geen openbare weg en het is i n verband met het parkeren en de
l.
Als gevolg van de zienswijze wordt deze voetgangersverbinding verwijderd.
l.
Op de verbeelding wordt ter plaatse de bestemming
huisdeuren direct liggend aan dit wegdeel, volgens indiener niet
‘Woongebied’ gewijzigd in de bestemming
gewenst dit in te richten als wandelontsluiting voor de nieuwe
‘Wonen’.
woningen. m. Indiener is van mening dat het voorkomen moet worden dat auto’s van
m. Het wordt niet mogelijk gemaakt voor
het nieuwe buurtschap over het deel van de Driesprong naar de
gemotoriseerd verkeer om vanuit het plangebied naar de Vorkotterstraat te
Vorkotterstraat kunnen rijden. Er dient gezorgd te worden dat dit echt
rijden. De ontsluiting naar de van Buerenlaan valt buiten het plangebied,
onmogelijk wordt gemaakt. Volgens indiener is bij de aanleg van de Van
aanpassingen hieraan dus ook.
Buerenlaan een verkeersbesluit genomen om De Driesprong na De Driesprong nr. 23 te sluiten voor doorgaand autoverkeer. De paal is verwijderd en de laan wordt fe itelijk gebruikt als ‘doorgaand verkeer’. Indiener verzoekt om ontsluiting naar de Van Buerenlaan aan te passen en verbreden
m. Geen gevolgen.
n.
Indiener stelt nogmaals voor om een
n.
Zie beantwoording onder 1d
n.
Geen gevolgen.
a.
Zie beantwoording onder 1d.
a.
Geen gevolgen.
b.
Zie beantwoording onder 1l.
b.
Op de verbeelding wordt ter plaatse de
watergang aan te leggen (of te verleggen) ten noorden van de bestaande het buurtschap (nrs. 2 0, 18, 2, 4 en 9) in de ‘overgangszone buurtschap’. Hierdoor wordt – volgens indiener - het afwateringsprobleem van dit deel van de buurtschap opgelost. Indiener 2
a.
Indieners vrezen dat het risico op
Cees advocaten namens
wateroverlast als gevolg van de realisatie van de woningbouw
omwonenden
toeneemt. Indieners verzoeken om een watergang te graven direct achter hun percelen. Voorts verzoeken ze om deze watergang ook planologisch te borgen met de enkelbestemming ‘Water’. b.
Volgens indieners is in het bestemmingsplan de planologische ruimte geboden om tussen de woningen De Driesprong 18 en 2 een zogenaamde fietsstraat te realiseren.
bestemming ‘Woongebied’ gewijzigd
Indieners vrezen een enorme toename van (fiets)verkeersbewegingen als
in de bestemming ‘Wonen’.
nieuwe bewoners via deze fietsstraat richting de Kerkstraat gaan. Zij vinden dat deze toename een ontoelaatbare inbreuk op het woon- en leefklimaat vormt. Daarnaast ontbreekt – volgens indieners – de benodigde breedte om een fietsstraat te realiseren. Voorts geven indieners aan dat in de beantwoording van de inspraakreacties
is opgenomen dat er over deze ontsluiting overleg plaatsvindt met de eigenaren van de weg. Indieners stellen dat er geen overleg heeft plaatsgevonden. Verder zijn indieners van mening dat in de beantwoording van de inspraakreacties ten onrechte is gesteld dat deze weg een openbaar karakter heeft. De weg heeft volgens indieners géén openbaar karakter. Aan het begin van het betreffende stuk staan zijn al tientallen jaren borden aangebracht met de tekst ‘verboden toegang voor onbevoegden’, ‘EIGEN WEG’ en ‘uitgezonderd bestemmingsverkeer’.
c.
Indieners geven aan dat het agrarische perceel tussen de Driesprong 2 en 4
c.
Zie voor de beantwoording 1.c.
c.
Aanpassen regels (bouwen hoofdgebouw in
maakt nu deel uit van het plangebied en wordt omgezet naar de
bouwvlak) en verbeelding (bestaande
enkelbestemming ‘Wonen’. Indieners verzetten zich hiertegen, omdat
woningen krijgen een bouwvlak).
volgens hen een woning met de toegekende bouwmogelijkheden niet past in het buurtschap en in de onderzoeken. Indiener 3 Evides
a.
Indiener verzoekt om een
a.
Door de wijziging van de plangrens
dubbelbestemming voor een transportleiding in het plangebied
door het vervallen van de waterkering valt de waterleiding
opnemen vanwege de vitale functie hiervan.
buiten het plangebied. Hierdoor wordt de waterleiding niet opgenomen in het bestemmingsplan.
a.
Geen gevolgen.
Indiener 4
a.
Hoogheemraadschap van Delfland
In de huidige situatie is een regionale
a.
Hoogheemraadschap is voornemens
waterkering aanwezig. Indiener verzoekt om de leggerzonering van
deze waterkering deels te laten vervallen. In overleg met het
deze waterkering op de verbeelding toe te voegen
hoogheemraadschap is daarom besloten dit deel de waterkering van de
a.
De verbeelding en de toelichting worden hierop aangepast.
kaart te schrappen. b.
Dubbelbestemming Waterstaatwaterkering is op een nieuwe
b.
Het overleg met het hoogheemraadschap is afgerond.
c.
De waterkering komt deels te vervallen
b.
Geen gevolgen.
c.
Geen gevolgen.
d.
Het bestemmingsplangebied
voorziene locatie geplaatst in de Mariëndijk en Karper. Indiener is in overleg om te bezien of deze verplaatsing (leggerwijziging) planologisch en technisch mogelijk is. Er wordt benadrukt dat beide aspecten voor vaststelling uitgewerkt en afgerond moeten zijn. c.
Indiener geeft aan dat d e breedte van de leggerzonering gelijk moet zijn aan de bestaande leggerzonering.
d.
Aan de westzijde is een gedeelte van de Mariëndijk en het glastuinbouwperceel meegenomen. Indiener verzoekt om te overwegen om het plangebied tot aan de noordzijde van de Mariëndijk uit te breiden, zodat de gehele verplaatsing van de waterkering deel van de verbeelding uitmaakt. Regels
waardoor deze zienswijze voor kennisgeving wordt aangenomen.
d.
Aangezien de waterkering deels komt te vervallen, is deze zienswijze niet meer van toepassing.
wordt verkleind door het vervallen van de waterkering.
e.
Artikel 15 bevat een specifieke
e.
aanduiding voor waterberging. Indiener verzoekt om de strekking van
In de toelichting zal deze regel worden
e.
toegelicht.
De toelichting wordt hierop aangepast.
deze regel in paragraaf 3.5 of 3.7 van de toelichting nader te onderbouwen. f.
Indiener verzoekt om voor de
f.
ontwikkeling een voorwaardelijke verplichting voor de vereiste
Deze zienswijze wordt overgenomen en
f.
leidt tot aanpassing van de regels.
aangepast. Er wordt een voorwaardelijke
waterberging op te nemen
g.
Toelichting Indiener geeft aan dat m otorisch
De regels worden
verplichting opgenomen in artikel 7.2.9. g.
varen is op basis van de Vaarverordening Delfland niet
Deze zienswijze wordt voor
g.
Geen gevolgen.
h.
De toelichting en het waterhuishoudkundig
kennisgeving aangenomen.
mogelijk. h.
Indiener verzoekt om in paragraaf 3.5 en 3.7 de klimaatadaptieve ambities
h.
m.b.t. water nader te onderbouwen, met name in vergelijking met het
Deze ambities worden opgenomen in de toelichting en het waterhuishoudkundig plan
plan zijn hierop aangepast.
Convenant Klimaatadaptief Bouwen. i.
Indiener verzoekt om in paragraaf 6.5 de informatie uit de watertoets en het
i.
Dit wordt op elkaar afgestemd.
i.
waterhuishoudingsplan op elkaar af te stemmen en te actualiseren. j.
In paragraaf 6.5 wordt het thema Onderhoud en bagger gemist. Vóór vaststelling moet de wijze van onderhoud en de onderhoudsplichtigen duidelijk beschreven worden.
De toelichting en het waterhuishoudkundig plan zijn hierop aangepast
j.
Deze zienswijze wordt overgenomen.
j.
De toelichting wordt aangepast conform zienswijze.
k.
Opmerkingen waterhuishoudingsplan. 1.
Paragraaf 2.2 en 2.3: indiener verzoekt de beleidsdocumenten de meest recente versie te vermelden.
2.
Paragraaf 3.2: indiener verzoekt toe te voegen dat de belangrijkste restricties uit de bouwafstand en -hoogte van werken in de waterkering bestaan.
3.
Paragraaf 4.1: indiener verzoekt op de onderwerpen kwantitatief te maken i.r.t. het Convenant Klimaatadaptief Bouwen.
4.
Paragraaf 4.2, laatste alinea: vervallen bestaande inlaat la ngs de Karper. Indiener vindt het nog niet voldoende inzichtelijk, dat deze inlaat daadwerkelijk kan vervallen. Deze inlaat heeft volgens indiener nog een functie om enkele watergangen in dit deel van de boezem te voeden. Indiener verzoekt dit
5.
nader te onderbouwen. Paragraaf 4.2: een gedeelte van het polderwater verdwijnt uit het peilgebied NAP-0,25 m. Indiener verzoekt aan te geven hoe deze hoeveelheid zich tot de totale hoeveelheid waterberging in het peilgebied verhoudt. Tevens verzoekt indiener te motiveren waarom
k.
Deze zienswijze wordt overgenomen en leidt tot aanpassing van de toelichting
k.
De toelichting wordt aangepast conform deze zienswijze.
dit geen negatieve effecten 6.
heeft. Paragraaf 4.2.1: indiener verzoekt te onderbouwen van het percentage circa 40%
7.
verharding. Paragraaf 4.2.3: er worden duikers met een diameter van 600 mm berekend. Indiener verzoekt om duikers met een diameter van minimaal 800 mm toe te passen i.v.m. toekomstige klimaatverandering.
8.
Paragraaf 4.3: verplaatsten waterkering. kruinhoogte en aanwezige waterleidingen het leggerprofiel. Hoogheemraadschap heeft aangegeven welke aspecten nog moeten worden uitgezocht, om de waterkering daadwerkelijk te kunnen verplaatsen. Indiener verzoekt om afspraken te maken over aanwezige kabels en leidingen in de leggerzonering en een toekomstige kavel- en leidingenstrook.
9.
Paragraaf 4.3.1: de tweede zin onder tweede bullet is volgens indiener onjuist. De bouwafstand bij een verheelde waterkering is kruinbreedte + 1,0 m.
10. Paragraaf 4.4: in deze paragraaf wordt een huidige
drooglegging van 1,13 m berekend. Daarnaast wordt geadviseerd het bouwpeil 20 cm boven het maaiveld aan te leggen. Indiener verzoekt om een concrete uitspraak over het hanteren bouwpeil. 11. Paragraaf 4.6: indiener verzoekt te controleren van de toename van de DWA bij de beheerder door hoogheemraadschap 12. Paragraaf 4.7: indiener verzoekt de effecten van de peilverlaging te beschrijven. 13. Paragraaf 4.10: indiener verzoekt aan te geven of deze natuurvriendelijke oevers conform de algemene regels aangelegd worden en als zodanig de legger worden vastgelegd. 14. Paragraaf 4.11: de mogelijkheid om het water te onderhouden en de wijze waarop dat wordt gedaan moeten in het waterhuishoudingsplan al worden aangetoond. Indiener verzoekt concreet de onderhoudsplichtigen te beschrijven en goede afspraken te maken en op te nemen. 15. Bijlage 7: in de watersleut el is een getal onder “onverhard landelijk” ingevuld. Aangezien het hier om een bestaande
glastuinbouwbestemming gaat, verzoekt indiener dit getal “onverhard glastuinbouw” in te vullen. 16. Bijlage 9: graag de rapportage voor de ontwatering van de zuidelijk gelegen bestaande woningen te actualiseren. Indiener geeft aan dat dit geen formeel waterstaatswerk zal worden. Indiener verzoek om de belangrijkste conclusies opnemen in toelichting. Indiener 5 OC Driesprong VOF
a.
Indiener geeft aan dat in het bestemmingsplan nu een maximale
a.
Het bestemmingsplan voor de Driesprong is een globaal
a.
De maximale bouwhoogte voor de
bouwhoogte van 14 meter is opgenomen bij gestapelde bouw,
bestemmingsplan waarin een bepaalde mate van flexibiliteit is opgenomen en
appartementengebouwen wordt aangepast naar 16
terwijl het vastgestelde SPVE en het stedenbouwkundige plan uitgaan van
waarvan de essentiële onderdelen in het kader van de structuurvisie
meter. In het buurtschap worden de
vier lagen plus kap. Het verzoek van indiener is om het volgende aan te
gedetailleerd zijn bestemd.
desbetreffende woningen mogelijk
passen: De goot en bouwhoogte van de
Binnen de bestemming ‘Woongebied’ zijn spelregels opgenomen ten aanzien
gemaakt.
-
‘specifieke bouwaanduiding gestapeld’ bedraagt ten hoogste
van zonering, positie en afstanden tot aan perceelsgrenzen, omdat er nog
13 en 17 meter. In het buurtschap is de maximale
geen vastgesteld stedenbouwkundig plan beschikbaar is en er wel de
goot- en bouwhoogte 4 en 9 meter. In het stedenbouwkundige
flexibiliteit nodig is om de ontwikkeling en realisatie van De Driesprong
plan zijn twee rijwoningen opgenomen van twee lagen en
mogelijk te maken. Zijn Deze aspecten en overige bouw- en
een kap, wat voor het gewenste beeld essentieel is. Verzoek om
gebruiksregels vastgelegd. In het geval in de uitwerking de regels m.b.t. afstand van hoofdgebouwen niet
-
een specifieke afwijking mogelijk
passend zijn, kan hiervoor middels een
te maken. In het bestemmingsplan zijn nu
binnenplanse afwijkingsbevoegd van worden afgeweken. Wel dienen hier
afstanden van hoofdgebouwen tot de voorste, de zijdelingse en
alvorens geen stedenbouwkundige bezwaren of van dien aard te zijn.
achterste perceelsgrens opgenomen die niet
In het stedenbouwkundige plan is
overeenkomen met het stedenbouwkundige plan.
uitgegaan van 4 bouwlagen en een kapverdieping conform het Stedenbouwkundig Programma van Eisen. Deze ruimte is benodigd om het gewenste aantal sociale en middeldure huurwoningen te realiseren. De benodigde bouwhoogte hiervoor is circa 15,8m.
Indiener 6 Provincie Zuid
a.
Holland
Het plan houdt volgens de provincie nog onvoldoende rekening met de
a.
laatste herziening van het provinciaal beleid en regels (actualisatie geldend
Deze zienswijze is overgenomen. Verwezen wordt naar paragraaf 4.4.2
a.
De toelichting wordt aangepast.
b.
De toelichting wordt aangepast.
Ruimtelijke kwaliteit.
vanaf 15 maart 2022). In de plantoelichting wordt uitgegaan van het oude artikel over Ruimtelijke kwaliteit (artikel 6.9 Omgevingsverordening Zuid -Holland). Graag ziet de indiener dat in de plantoelichting ingegaan wordt op de vraag hoe het plan zich verhoudt tot de laatste versie van artikel 6.9. b.
Indiener geeft aan dat in het plan een toelichting over de ‘Risico’s van Klimaatverandering’ (artikel 6.35a van de Omgevingsverordening Zuid Holland) ontbreekt.
b.
Deze zienswijze is overgenomen. Verwezen wordt naar paragraaf 4.4.2 Risico’s van klimaatverandering.
Indiener 7
a.
Indiener is het niet eens met het geplande bouwvlak buurtschap, aan
a.
De bouw- en goothoogte zijn met de aanduiding ‘overige zone – buurtschap’
de kant van de Mariëndijk (coördinaten 52 °00’54”n 4°14’56.6”E
opgenomen op de verbeelding. In de regels is hiervoor een bouwhoogte van
53.014990, 4.249337). Hierin is geen limiet bouwhoogte aangegeven,
9 meter en een goothoogte van 4 meter opgenomen.
a.
Geen gevolgen
b.
Het bezonningsonderzoek
terwijl in het vorige bestemmingsplan uitsluitend laagbouw gedefinieerd was. b.
De mogelijke hoogte van de (te realiseren) nieuwbouw nabij De
b.
Driesprong 26 , die op basis van het voorontwerp van het
Een bezonningsonderzoek heeft plaatsgevonden. Dit is met indiener besproken.
wordt als bijlage toegevoegd aan het
bestemmingsplan mogelijk is, kan volgens indiener betekenen dat er te
bestemmingsplan en toegelicht in de
weinig bezonning is bij de woning van indiener waardoor de woning
toelichting.
daalt in waarde. c.
d.
De beperkte afstand van de (te realiseren) gebouwen tot het perceel
c.
Voor planschade bestaat een afzonderlijke procedure waardoor
van indiener, kan volgens indiener betekenen dat er te weinig
planschade geen rol speelt in deze ruimtelijke procedure. Daarnaast is
bezonning is bij de woning van indiener waardoor de woning daalt in
eventuele “planschade” doorgelegd naar de ontwikkelaar. De economische
waarde.
uitvoerbaarheid is hierdoor voldoende verzekerd.
Indiener geeft aan dat er
d.
Dit betreft geen afweging die in het
onzekerheid bestaat over de beschoeiingen tijdens het verbreden
kader van dit bestemmingsplan een rol speelt. Eventuele benodigde
van de sloten. Indiener wil weten of
aanpassingen zullen voor rekening van
c.
Geen gevolgen.
d.
Geen gevolgen.
dit wordt meegenomen in de
de ontwikkelaar zijn.
ontwikkelkosten door de ontwikkelaar of zijn de kosten voor rekening van indiener. e.
Ten slotte geeft indiener aan dat deze vragen niet tijdens de
e.
inloopavond zijn beantwoord en dat er – anders dan was toegezegd -
Inmiddels hebben gesprekken plaatsgevonden met indiener waarin
e.
Geen gevolgen.
Geen gevolgen.
deze vragen zijn beantwoord.
geen contact met indiener is opgenomen. Daardoor is indiener van mening dat de termijn van aanvulling van de zienswijzen niet in correct is. 8. Indiener 8 VOF GrootHoltkamp
a.
De Driesprong 11
Indiener geeft aan dat tijdens de inloopavond op 11 april 2022 contact
a.
Gesprekken hebben inmiddels plaatsgevonden.
a.
b.
Het betreffende onderzoek is als
b. G e e n g e v o l g e n .
is geweest tussen contactpersonen van de gemeente en indiener, waarbij is toegezegd contact op te nemen, maar dat is niet gebeurd. b.
Indiener heeft schriftelijk antwoord gekregen op vragen vanuit de inspraak van 19 juni 2021. Daarbij
bijlage 3 bij de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan opgenomen.
wordt verwezen naar een onderzoek van Econsultancy. Dit onderzoek is niet bijgesloten. In het antwoord staat dat het onderzoek aangeeft dat de plannen de bedrijfsactiviteiten aan De Driesprong 11 niet hinderen, terwijl indiener van mening is dat er door het plan diverse problemen gaan ontstaan. c.
Geen gevolgen.
c.
Indiener verzoekt om een goede
c.
Om een veilig en prettig verblijfsklimaat
overgangszone tussen de nieuwe woonwijk en het bestaande perceel
te realiseren tussen de Driesprong en het aanverwante agrarische bedrijf is
te maken. Het bedrijf is niet meegenomen in het
een zonering in het bestemmingsplan aangebracht die een overgang creëert
bestemmingsplan.
tussen het dorp en het omringende glastuinbouw. Deze overgangszone vormt middels: groen, water en ontsluiting een geleidelijke overgang tussen dorp en glastuinbouw. Hoe milieukundig het bedrijf en het dorp naast elkaar kunnen bestaan is onderzocht in paragraaf 5.2 van de toelichting (Bedrijven en Milieuzonering). In het daarbij behorende onderzoek is nader onderzocht welke invloeden het bedrijf van Driesprong 11 heeft op het woon en verblijfsklimaat en welke maatregelen er eventueel getroffen dienen te worden opdat Driesprong 11 niet in de bedrijfsvoering wordt beperkt als gevolg van de ontwikkeling van de Driesprong. De ontwikkelaar is in gesprek met Driesprong 11 om compensatieafspraken te maken. Het recht van overpad wordt pas beëindigd zodra er overeenstemming is. d.
d.
In het bestemmingsplan is de eigen weg vanuit het bedrijf richting Van Buerenlaan behouden. Dit zorgt ervoor dat verkeer via deze zijde het bedrijf kunnen aanrijden/afrijden. Zolang van deze weg geen
d.
Er komt geen verbinding tussen het plangebied en de eigen weg die vanuit het bedrijf naar de Van Buerenlaan gaat.
Geen gevolgen.
particulieren uit de woonwijk gebruik kunnen maken, is dit een veilige oplossing. e.
De Driesprong 11 is een eigen weg
e.
e.
Geen gevolgen.
f.
Geen gevolgen.
g.
Geen gevolgen
h.
Geen gevolgen.
De eigenweg behoort niet het
en vijf jaar geleden in opdracht van de bewoners opnieuw geasfalteerd.
bestemmingsplangebied. Buiten het plangebied blijft de situatie
Wanneer er gedeeltes van de weg worden verkocht rijst bij indiener de
ongewijzigd. De eigenaren/gebruikers zijn verantwoordelijk voor het
vraag wie verantwoordelijk is voor het onderhoud/kosten voor deze
onderhoud.
weg. f.
g.
Indiener gaat er vanuit dat de weg naar de Van Buerenlaan breed
f.
Er worden geen aanpassingen gedaan aan de rijbaanbreedte van de eigen
genoeg blijft voor het vrachtverkeer, hetgeen toevoer van bouwverkeer
weg naar de van Buerenlaan. Dit valt namelijk buiten het plangebied. Ook
wordt en dat de bewoners van het toekomstige woongebied er geen
komt er geen verbinding tussen het plangebied en deze weg. Zie antwoord
gebruik van zullen maken.
op vraag 8d.
De eigen weg/rechte weg vanuit De Driesprong 11 richting de dorpskern kent een recht van overpad voor
g. D e o n t w i k k e l a a r h e e f t h i e r o v e r afspraken gemaakt met indiener.
indiener en de buren. Deze weg verdwijnt in de uitwerking van het bestemmingsplan. Hiervoor verwacht indiener compensatie. h.
Wanneer de weg een doodlopende
h. D e o n t w i k k e l a a r h e e f t a f s p r a k e n
weg wordt en de indiener aan het einde van de weg woont verwacht de
gemaakt met de indiener over de herinrichting van het terrein van
indiener een bord vooraan de weg/aan de Van Buerenlaan met een
indiener waaronder de plaatsing van dit bord. Dit terrein valt buiten het
i.
aanwijzing dat de weg dood loopt en
plangebied van dit bestemmingsplan.
keren niet mogelijk is.
Hiermee wordt aan de bezwaren van indiener tegemoet gekomen.
Het erf wordt zoals in het verleden
i.
i.
Geen gevolgen.
j.
Geen gevolgen.
Deze zienswijze ziet op
afgesproken, gezamenlijk gebruik t. Ook is in het verleden
uitvoeringsaspecten die geen onderdeel vormen van de
overeengekomen met het naastgelegen erf afgesproken om
bestemmingsplanprocedure. De ontwikkelaar heeft hierover afspraken
een rij stelcomplaten op zijn land te plaatsen. Als deze drie erven los
gemaakt met indiener.
van elkaar worden gezien, is het onmogelijk om het huidige vrachtverkeer te verwerken. Wanneer de percelen worden aangekocht t.b.v. woningbouw, zal een passende oplossing moeten worden gezocht voor de ruimte die het vrachtverkeer nodig heeft om fatsoenlijk te draaien. Bovendien moet het recht van overpad moet komen te vervallen. Tevens staat een gasmeter van een naastgelegen perceel op grondgebied van indiener. Deze zal inclusief aanvoer verwijderd moeten worden j.
Omdat de wand van de schuur van VOF GrootHoltkamp ook de wand
j.
Deze zienswijze ziet op uitvoeringsaspecten die geen onderdeel
van de schuur van het naastgelegen perceel is, zal er op gepaste wijze
vormen van de bestemmingsplanprocedure. De
gesloopt moeten worden en een nieuwe gevel moeten worden
ontwikkelaar heeft hierover afspraken gemaakt met indiener.
geplaatst. Indiener vraagt voor wie de kosten zijn voor het zetten van de
wand en het onderhoud hiervan? k.
Indiener geeft aan dat voor
k.
k.
Geen gevolgen.
l.
Geen gevolgen.
Deze zienswijze ziet op
onderhoud aan het bedrijfspand een vrije strook naast de wand/het
uitvoeringsaspecten die geen onderdeel vormen van de
perceel noodzakelijk is. Een aankoop van een strook is hierbij
bestemmingsplanprocedure. De ontwikkelaar heeft afspraken gemaakt
mogelijk. De indiener verwacht een twee meter zone tussen de gevel en
met de indiener over de herinrichting van het terrein van indiener. Dit terrein
de toekomstige afscheiding.
valt buiten het plangebied van dit bestemmingsplan. Hiermee wordt aan de bezwaren van indiener tegemoet gekomen.
l.
Indiener verwacht een juiste scheiding tussen zijn bedrijf en woongebied (bijvoorbeeld een hek
l.
De ontwikkelaar heeft hierover afspraken gemaakt met indiener.
tussen agrarisch en woongebied ). Het water en de drie waterkanten zijn in eigendom van indiener. Recreatie is naar de mening van indiener in dit water onmogelijk i.v.m. diverse toe en afvoeren richting waterbassin. m. Geen gevolgen. m. Volgens indiener mag de groenstrook niet te hoog worden om
m. De ontwikkelaar heeft afspraken gemaakt met de indiener over de
lichtuitval in de kas te voorkomen. Tevens verwacht de indiener een
herinrichting van het terrein van indiener. Er wordt een afscheiding
geluidwerende wand tussen het bedrijf en het woongebied.
gemaakt tussen het woongebied en het bedrijf. Dit terrein valt buiten het plangebied van dit bestemmingsplan. Hiermee wordt aan de bezwaren van indiener tegemoet gekomen. n.
Geen gevolgen.
n.
Om overlast welke het bedrijf kan
n. V o o r z o v e r g r o n d e n v a n d e D r i e s p r o n g
ervaren vanuit de woonwijk tot het minimum te beperken, verwacht
grenzen aan gronden in gebruik ten behoeve van de Glastuinbouw zijn deze
indiener dat er binnen de plannen rekening wordt gehouden met de
gronden van de bestemming ‘Woongebied gescheiden door water
schaduwwerking van de nieuwbouw op de kassen. In de antwoorden op
en /of wegen.
de inspraak staat dat er een bezonningsonderzoek verricht zal worden, hiervan heeft de indiener tot op heden nog niets vernomen. o.
p.
Indiener verwacht voor, tijdens en na de bouw geen overlast te hebben vanuit de NUTS voorzieningen zoals
hele bouwtraject voor zorgdragen dat de betreffende voorzieningen
bij het verleggen van gas, licht, water, riolering, internet en
beschikbaar zijn. Hierover heeft de ontwikkelaar afspraken gemaakt met de
alarmsystemen.
indiener.
Voorts verwacht indiener dat er een onderzoek plaats zal vinden n aar de
o.
Geen gevolgen.
p.
Geen gevolgen.
q.
Geen gevolgen.
o. D e o n t w i k k e l a a r z a l e r g e d u r e n d e h e t
p.
De ontwikkelaar heeft hierover afspraken gemaakt met indiener.
q.
Er is een ruime buffer aanwezig tussen
staat van de opstanden zoals het huis, de schuur en de kas. Zodat achteraf eventuele schade kan worden gezien en verholpen. q.
Het bestemmingsplan geeft aan dat de nieuw te bouwen huizen op 90+ NAP komen te staan en de wegen op
de kassen, schuur en het plangebied. Deze buffer is ruim voldoende om
70+ NAP. Het gevolg hiervan is wateroverlast in de kruipruimte van
eventueel water op te vangen. Daarnaast wordt opgemerkt dat het
de woning, op het erf en in het bedrijf zowel in de kas als in de
waterpeil niet wordt gewijzigd.
schuur. Hiervoor is het noodzakelijk dat in de overgangszone op de
gehele lengte van het perceel een buffer komt om dit water correct op te vangen en weg te laten vloeien. De initiatiefnemer moet zorgen dat de negatieve gevolgen van het ruimtelijk plan worden gecompenseerd. De indiener verwacht daarom een watertoetsprocedure waar het perceel van de indiener wordt meegenomen en dat er maatregelen getroffen worden. r.
Indiener geeft aan dat wanneer een
r.
r.
Geen gevolgen.
s.
Geen gevolgen.
Er wordt geen nieuwe sloot gegraven.
sloot gegraven wordt, deze drie meter uit de schuur moet blijven
De ontwikkelaar heeft afspraken gemaakt met de indiener over de
i.v.m. eventuele verzakking van de schuur. Ter opsluiting van de grond
herinrichting van het terrein van indiener. Dit terrein valt buiten het
naast de schuur verwacht de indiener een degelijke
plangebied van dit bestemmingsplan. Hiermee wordt aan de bezwaren van
beschoeiing/damwand. Voorts stelt indiener dat voordat het
indiener tegemoet gekomen.
hoogteverschil/wateroverlast ontstaat, de sloot gegraven dient te zijn. s.
Voorts is indiener van mening dat het bedrijf en de woning door de bouw van het woongebied minder waard worden, omdat licht en geluidsoverlast niet kunnen worden uitgesloten en doordat volgens indiener de uitbreidingsmogelijkheden van het bedrijf worden gehinderd.
s.
Zie voor de beantwoording van deze zienswijze de beantwoording van zienswijze 7.c.
9.
Indiener 9 Glastuinbouw Nederland
a.
Indiener geeft aan dat het bestemmingsplan mogelijk maakt op een afstand van minder dan 30 meter.
a.
Overeenkomstig de systematiek van het
a.
Aanpassen
bestemmingsplan Glastuinbouw, vastgesteld bij raadsbesluit van 19
verbeelding door het opnemen gevellijn en
december 2012, is de rand van het gebied De Driesprong zo ingericht dat voor deze
de bouwregels binnen de
rand kan worden uitgegaan van “gemengd gebied”. Als aan te houden afstand kan
bestemming ‘Woongebied’(7.2.1).
hierdoor van 10 meter worden uitgegaan. De uitplaatskavels vormen een scheiding tussen de rustige woonwijk en de bestemming glastuinbouw. Daarnaast zal gewerkt met een bouwvlak binnen de uitplaatskavels. De VNG-handreiking houdt ten aanzien van glastuinbouwbedrijven minimaal aan te houden afstanden aan van 30 meter voor geluid en 10 meter voor geur, stof en gevaar. Deze afstanden gelden voor een rustige woonwijk of een vergelijkbaar omgevingstype. In het onderzoek van Econsultancy wordt gewezen op de sterke functiemenging van het gebied waarvan De Driesprong een onderdeel vormt. Nu in de omgeving van het plangebied sprake is van functies als glastuinbouw en diverse vormen kleine bedrijvigheid, zoals een keukencentrum en verhuisbedrijf, kan conform de brochure van de VNG worden uitgegaan van een "gemengd gebied". De richtafstanden kunnen dientengevolge met één afstandstap worden verlaagd. Voor WWK centrales houdt het bestemmingsplan Glastuinbouw, vastgesteld bij raadsbesluit van 19 december 2012 65 meter aan ten opzichte van omliggende woningen. In dit
kader is van belang dat in het gebied reeds sprake is van verspreide woningbouw. Het bestemmingsplan Glastuinbouwgebied Westland gaat weliswaar uit van 65 meter ten opzichte van omliggende woningen, de VNG Uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' (2009) gaat voor een WKK uit van een richtafstand van 50 meter. Als er sprake is van gemengd gebied, zoals hier het geval is, kan de richtafstand met 1 afst andsstap verkleind worden. Dat betekent dat voor de beoogde woningen in het plangebied uit moet worden gegaan van een richtafstand van 30 meter. Die afstand wordt voor de beoogde woningen in het plangebied gehaald. De bestemming “Woongebied” is zodanig op de verbeelding gesitueerd dat door de ligging en de afstandsmaten in de regels - er overal 30 meter afstand is tussen de gevel van een woning en de grens van een perceel van een glastuinbouwbedrijf . Om dit ook te borgen bij de nieuwbouwwoningen langs de Mariendijk, wordt op de verbeelding een gevellijn opgenomen, waardoor ook hier een afstand van 30 meter is gegarandeerd. Een uitzondering op de 30 meter wordt gevormd door de uitplaatskavel. Voor de uitplaatskavels is aangesloten bij de systematiek van het bestemmingsplan Glastuinbouw, vastgesteld bij raadsbesluit van 19 december 2012.
b.
Indiener maakt zich zorgen over de
b.
De VNG-handreiking houdt ten aanzien van
omstandigheid dat gestapelde woningen kunnen worden gebouwd
glastuinbouwbedrijven minimaal aan te houden afstanden aan van 30 meter voor
naast bestaande kassen. Indiener is van mening dat de gehanteerde
geluid en 10 meter voor geur, stof en gevaar. Deze afstanden gelden voor een
afstand is getoetst aan de bestaande bedrijven, maar niet op de
rustige woonwijk of een vergelijkbaar omgevingstype. In het onderzoek van
gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen.
Econsultancy wordt gewezen op de sterke functiemenging van het gebied waarvan De
b.
Geen gevolgen.
c.
Geen gevolgen.
Driesprong een onderdeel vormt. Nu in de omgeving van het plangebied sprake is van functies als glastuinbouw en diverse vormen kleine bedrijvigheid, zoals een keukencentrum en verhuisbedrijf, kan conform de brochure van de VNG worden uitgegaan van een "gemengd gebied". De richtafstanden kunnen dientengevolge met één afstandstap worden verlaagd. Deze richtafstanden gelden in het algemeen. Er is dus niet slechts gekeken naar de bestaande bedrijven. Zoals onder a. is aangegeven, is de 30 meter afstand overal in het plan geborgd. c.
Indiener kan niet volgen waarom er is
c.
In de omgeving van het plangebied sprake
uitgegaan van een gemengd gebied. Volgens indiener wordt in het nadere
is van functies als glastuinbouw en diverse vormen kleine bedrijvigheid, zoals een
onderzoek naar ‘specifieke bedrijfsactiviteiten’ slechts ingegaan
keukencentrum en verhuisbedrijf, kan conform de brochure van de VNG worden
op geluid en niet op andere aspecten die zorgen voor een aanvaardbaar
uitgegaan van een "gemengd gebied". De VNG-handreiking houdt ten aanzien van
woon- en leefklimaat.
glastuinbouwbedrijven minimaal aan te houden afstanden aan van 30 meter voor geluid en 10 meter voor geur, stof en gevaar. Doordat er sprake is van een
gemengd gebied, kunnen de richtafstanden met 1 stap worden verlaagd. Dat betekent dat de afstand voor geluid 10 meter bedraagt en de afstand voor geur, stof en geluid 0 meter bedraagt. d.
Volgens indiener moet er altijd worden d.
Zoals is aangegeven in de beantwoording
uitgegaan van een richtafstand van 50 meter. In het bestemmingsplan
bij 9.c. bedraagt de richtafstand vanaf de gevel van een woning tot de grens van een
Glastuinbouw wordt een afstand van 65 meter gehanteerd. Indiener is van
glastuinbouwbedrijf 10 meter. Voor WWK centrales houdt het bestemmingsplan
mening dat ook in dit bestemmingsplan een afstand van 65
Glastuinbouw, vastgesteld bij raadsbesluit van 19 december 2012 65 meter aan ten
meter moet worden gehanteerd
opzichte van omliggende woningen. In dit kader is van belang dat in het gebied reeds
d.
Geen gevolgen.
e.
Geen gevolgen.
sprake is van verspreide woningbouw. Het bestemmingsplan Glastuinbouwgebied Westland gaat weliswaar uit van 65 meter ten opzichte van omliggende woningen, de VNG-Uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' (2009) gaat voor een WKK uit van een richtafstand van 50 meter. Als er sprake is van gemengd gebied, zoals hier het geval is, kan de richtafstand met 1 afstandsstap verkleind worden. Dat betekent dat voor de beoogde woningen in het plangebied uit moet worden gegaan van een richtafstand van 30 meter. Die afstand wordt voor de beoogde woningen in het plangebied gehaald. De Driesprong voegt woningen toe maar beïnvloedt de mogelijkheden voor de oprichting van wkk-centrales niet. e.
Indiener is van mening dat de VNG richtafstanden niet alleen voor de
e.
De richtafstanden zijn vastgesteld om ervoor te zorgen dat bedrijven niet in hun
f.
toekomstige bewoners gelden maar
bedrijfsvoering worden beperkt en dat er
ook voor de bescherming van de bedrijfsvoering van de bedrijven.
sprake is van een aanvaardbar woon- en leefklimaat voor de woningen.
Indiener vindt de redenering dat “het
f.
De bestaande burgerwoningen in het gebied
i n h e t a l g e me e n v a n u i t b e d r i j f s e c o n o mi s c h e o v e r w e g i n g e n
vormen al een beperking voor de glastuinbouwbedrijven. De woningen die
niet realistisch lijkt dat wkk -centrales zullen worden opgericht en dat de
binnen de 30m worden geplaatst zijn uitplaatskavels
f.
Geen gevolgen.
g.
Geen gevolgen.
reeds aanwezige bestaande woningen in de praktijk beperkend werken ” onvoldoende onderbouwd. Indiener is namelijk van mening dat het plan beoogt de verspreid liggende woonhuizen te verplaatsen naar het plangebied. Bovendien is de afstand tussen de woningen en het glastuinbouwgebied volgens indiener kleiner dan 30 meter. g.
Indiener geeft aan dat er in de regels
g.
De bestemmingen “Groen”, “Water” en
geen nadere eisen worden gesteld die ervoor zorgen dat de afstand van 30
“Verkeer” en de aanduidingen voor de uitplaatskavels, zijn als buffer opgenomen
meter wordt gehanteerd. Indiener vindt de regels in de afwijkingsbevoegdheid
tussen de bedrijven de woningbouw. Hierdoor wordt de afstand van 30 meter
onvoldoende. Hierin is opgenomen dat er geen onevenredige hinder of
geborgd. Zoals aangegeven in de beantwoording in 9.a. zijn gevellijne n op de
overlast wordt veroorzaakt aan aangrenzende percelen.
verbeelding opgenomen om deze afstand te borgen. De afwijkingsbevoegdheid waaraan indiener refereert ziet niet op een inperking van de afstand van 30 meter. Deze afwijkingsbevoegdheid heeft te maken met de afmeting van de achtertuin.
h.
Indiener geeft aan dat in de
h.
Deze zone is inderdaad niet opgenomen op
h.
De toelichting
toelichting in paragraaf 5.2.3 is aangegeven dat “Op de verbeelding is
de verbeelding. Door de toevoeging van de gevellijn als genoemd in de beantwoording
paragraaf 5.2.3 wordt aangepast door de
voor beide percelen een zone v an 30 me t e r o p g e n o me n ( g e me t e n v a n u i t d e
bij 9.a is de afstand wel gegarandeerd . De toelichting zal worden aangepast .
verwijzing naar de gevellijn op de
plangrens), waar onderzoek nodig is om te onderzoeken of binnen 30 meter
verbeelding.
afstand van de bedrijven een a a n v a a r d b a a r w o o n - e n l e e f k l i ma a t kan worden gegarandeerd”. Dit is volgens indiener niet terug te vinden op de verbeelding.
i.
Indiener geeft aan dat bij de
i.
uitplaatsingskavels geen 30 meter afstand is gehanteerd.
Dat klopt. Deze uitplaatskavels hebben
i.
Geen gevolgen.
a.
Geen gevolgen
b.
Het
overeenkomstig de systematiek van het bestemmingsplan Glastuinbouw, vastgesteld bij raadsbesluit van 19 december 2012, een richtafstand van 10 meter. Daarnaast wordt gewerkt met een bouwvlak binnen de uitplaatskavels waardoor niet op kleinere afstand dan 10 meter kan worden gebouwd.
10. Indiener 10
a.
Het bestemmingsplan maakt het volgens indiener mogelijk dat er
Frestia
woningen op kortere afstand dan 30 meter van zijn glastuinbouwbedrijf
Mariëndijk 102
worden gebouwd. Indiener is van mening dat hij hierdoor wordt beperkt
a.
Zie voor de beantwoording van deze zienswijze de beantwoording van zienswijze 9.a.
in zijn huidige bedrijfsvoering en toekomstige ontwikkeling. b.
Indiener verwacht schaduwwerking op zijn kassen van de gestapelde woningen.
b.
Een bezonningsonderzoek is verricht waaruit blijkt dat nauwelijks sprake is van schaduwwerking.
bezonningsonderzoek wordt als bijlage bij het bestemmingsplan
opgenomen en in pararaaf 3.3 van de toelichting wordt hiernaar verwezen c.
Indiener verwacht dat er bij een afstand van 30 meter geen sprake is
c.
Indiener geeft niet aan waardoor hij een beperking van zijn bedrijfsvoering vreest.
van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en wil daarom dat de
Op grond van het bedrijven en milieuzoneringsonderzoek wordt
gemeente een afstand van 50 meter hanteert vanaf de te bouwen woningen
geconcludeerd dat een afstand van 30 meter aanvaardbaar is. Het is in lijn met
tot aan zijn perceelgrens
vaste jurisprudentie dat de raad ervan uit mag gaan dat met het hanteren van de
c.
Geen gevolgen.
d.
Geen gevolgen.
richtafstand uit de VNG-brochure hinder ter hoogte van de woningen wordt voorkomen . De specifieke bedrijfsvoering van de eigenaar geeft geen aanleiding tot nader onderzoek. Indiener voert ter plaatse een paprikateeltbedrijf. De hoofdontsluiting is gelegen aan de Vogelaer. Eén keer per jaar worden de paprika’s van de Mariendijk afgevoerd. De laad- en losplaats ter plaatse is beperkt in tijd en ligt op dit moment schuin tegenover bestaande woningen. De bedrijfsvoering is dan ook niet zodanig afwijkend dat nader onderzoek moet plaatsvinden.
d.
Volgens indiener moet er altijd worden d. uitgegaan van een richtafstand van 50
Zie voor de beantwoording van deze zienswijze de beantwoording van zienswijze
meter. In het bestemmingsplan Glastuinbouw wordt een afstand van
9.d.
65 meter gehanteerd. Indiener is van mening dat ook in dit
bestemmingsplan een afstand van 65 meter moet worden gehanteerd. e.
Indiener is van mening dat de VNG richtafstanden niet alleen voor de
e.
toekomstige bewoners gelden maar ook voor de bescherming van de
Zie voor de beantwoording van deze zienswijze de beantwoording van zienswijze
e.
Geen gevolgen.
a.
Geen gevolgen.
b.
Geen gevolgen.
c.
Geen gevolgen.
d.
Geen gevolgen.
9.e.
bedrijfsvoering van de bedrijven. 11. Indiener 11 Heulse aanpak
a.
Indiener is van mening dat de woningbouwdifferentiatie in het
a.
Er is een nieuwe woonvisie na vaststelli ng van de structuurvisie voor Driesprong.
bestemmingsplan niet overeenkomt met die genoemd op bladzijde 35 van
opgesteld die beter past bij deze tijd. Het woonprogramma is dus onderhevig aan
de structuurvisie en niet aansluit op de woningbehoefte in Kwintsheul.
verandering en wordt samengesteld door gemeente en ontwikkelaar. Hierbij wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de opgave die we in Westland kennen zoals levensloopbestendig wonen, dorps, betaalbaar, gedifferentieerd woningaanbod en focus op doorstroming vanuit Kwintsheul en Westland.
b.
c.
De fasering van de woningbouw is niet b.
Een fasering is geen aspect die in het kader
opgenomen in het bestemmingsplan. Indiener verzoekt om de anterieure
van een goede ruimtelijke ordening wordt afgewogen. Dit hoort dan ook niet thuis in
overeenkomst.
een bestemmingsplan.
Indiener geeft aan dat de bestaande woningen geen hinder van de
c.
nieuwbouw mogen ondervinden. Volgens indiener moet er zo nodig nader onderzoek in overleg met de huidige eigenaren plaatsvinden. d.
Indiener stelt voor om de kavelmaat ten opzichte van de maat in de
Zie voor de beantwoording van deze zienswijze de beantwoording van zienswijze 1.i.
d.
Verkleining van de kavels biedt onvoldoende ruimte om extra kavels te realiseren.
toelichting (800 à 1000 meter te verkleinen, zodat er meer uitplaatsers kunnen worden geholpen. e.
Indiener verzoekt om de strook grond
e.
De ontwikkelaar heeft overeenstemming
met de bestemming “Woongebied” te verkopen aan de naastgelegen
e.
Geen gevolgen.
f.
Geen gevolgen.
g.
Artikel is verwijderd.
h.
De tekst van de bestemming
bereikt met de omwonenden over verkoop van deze grond.
eigenaren, aangezien de strook te smal is voor een weg.
f.
Volgens indiener is de hoogte van de bruggen 5 cm lager dan in de
f.
Motorisch varen is op basis van de Vaarverordening Delfland niet toegestaan.
structuurvisie. Dit belemmert de doorvaart volgens indiener g.
Het bevreemdt indiener dat er in
g.
artikel 9.3 wordt gesproken over het afwijken van de afstanden in artikel
Dit klopt. In het ontwerpbestemmingsplan werd in artikel 9.3 per abuis verwezen naar 9.2.1. Dit had artikel 9.2.2 moeten zijn. Omdat de bestemming ‘Agrarisch –
9.2.1, omdat er volgens indiener geen afstanden in dat artikel worden
Glastuinbouw’ is verwijderd, is ook dit artikel verwijderd. Deze zienswijze wordt
genoemd.
overgenomen. De regels worden hierop aangepast.
h.
Indiener geeft aan de bepalingen over beroep aan huis verschillen binnen de bestemming “Wonen” en
h.
Dit klopt. De zienswijze wordt overgenomen. Er zal in artikel 9 bij
“Woongebied”. Dit kan volgens hem
beroep aan huis worden aangesloten bij
‘Woongebied’ is
niet de bedoeling zijn.
de bepalingen van de bestemming “Woongebied”, aangezien die aansluiten
toepast in het artikel ‘Wonen’.
bij het meest recente gemeentelijke beleid. i.
j.
Het bevreemdt indiener dat er geen
i.
Het gaat hier om gemeentelijk beleid. De
beroep aan huis in een vrijstaand bijgebouw mag worden uitgevoerd. Dit
gemeente wil voorkomen dat er zelfstandige bedrijven met een eigen
kan volgens hem niet de bedoeling zijn.
opgang ontstaan. De onderneming moet altijd ondergeschikt zijn aan het wonen.
Indiener vindt de tekst van artikel
j.
10.2.3 verwarrend. Hierin wordt gesproken van (half-) vrijstaande en
De tekst wordt opnieuw geformuleerd
i.
Geen gevolgen.
j.
Door het verwijderen
zodat deze duidelijker leesbaar is.
van bestemmingen is artikel 10.2.3
twee aaneen gebouwde woningen.
gewijzigd in 7.2.3. Er zal worden gesproken van twee aaneen gebouwde woningen en van vrijstaande woningen.
k.
Indiener geeft aan dat in de tekst van artikel 18.1 reg el 3 staat dat die lijkt
k.
te behoren bij regel 2.
Dit klopt. Lid 3 van artikel 18 hoort bij lid 2 en lid 4 wordt lid 3. Deze zienswijze
k.
wordt overgenomen.
Door het verwijderen van bestemmingen is artikel 18 gewijzigd in artikel 17. Lid 3 van artikel 16 hoort bij lid 2 en lid 4 wordt lid 3.
l.
In paragraaf 4.2.5 van de toelichting worden woningen met steiger aan het water genoemd, maar binnen artikel 5
l.
De desbetreffende vlonders zijn voorzien binnen de woonbestemming.
l.
Geen gevolgen.
“Water” zijn aanlegsteigers/vlonders uitgesloten.