Nota beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Kust-geanonimiseerd
Tekst van het document
NOTA VAN BEANTWOORDING ZIENSWIJZEN ONTWERP BESTEMMINGSPLAN “KUST WESTLAND” Indiener 1.
Stichting Duinbehoud Dhr. J. Duindam
Reactie 1.
Dreeslaan 236 2672 EK Naaldwijk
2.
In de regels wordt bij artikel 7 (Natuur ecologische verbindingszone) aangegeven
Beantwoording 1.
De functieaanduidingen zijn wel degelijk opgenomen op de planverbeelding en derhalve terug te vinden op digitale kaart
dat de gronden eveneens bedoeld zijn voor een aantal specifieke functieaanduidingen.
op de site ruimtelijke plannen. In geval van het strandpaviljoen ten zuiden van Vlugtenburg is aan gegeven
In de planverbeelding zijn die functieaanduidingen niet terug te vinden,
dat het de functieaanduiding ‘specifieke vorm van natuur strandpaviljoen’ betreft met als toevoeging dat er slechts één
zodat niet na te gaan is waar deze functieaanduidingen precies bestemd zijn
strandpaviljoen binnen het betreffende vlak is toegestaan. Op deze wijze zijn alle op het strand aanwezige bouwwerken van
en dus ook niet te controleren is of terecht gesteld wordt dat het gebruik in
een functieaanduiding voorzien (m.u.v. de toiletgebouwen). Bij controle van alle bouwwerken is gebleken dat voor de
overeenstemming is met de functieaanduiding. Zie bijvoorbeeld
reddingsbrigade en de surfvereniging De Vier Winden (beiden links van de Karel Doormantrap, Ter Heijde) ten onrechte als
wanneer met de pointer plaatst op het strandpaviljoen ten zuiden van
maatvoering gekoppeld is dat er maar één watersport/strandpaviljoen aanwezig mag zijn, die worden met het vast
Vlugtenburg. Bij de strandopgang Molenslag is een stuk
te stellen plan (digitaal) verwijderd. Deze verkeersbestemming is inderdaad niet correct en ook
2.
van het Natuur Netwerk Nederland (NNN) voor ‘Verkeer’ bestemd, deze bestemming
niet in overeenstemming met de werkelijke situatie. D e raad zal worden voorgesteld de aangegeven gronden de
zou moeten worden omgezet naar een bestemming met meer passende
bestemming ‘Natuur-Natuur’ te geven.
bescherming (de bestemming ‘Natuur Natuur’). 3.
4.
De reservering voor de parkeerplaats bij slag Beukel omvat ook grote delen van het
De functieaanduiding ‘parkeerterrein’ bij slag Beukel is nog overgenomen van het geldende bestemmingsplan Kust
dijklichaam. Hierdoor worden deze stukken niet adequaat beschermd als onderdeel van
(2010). Het is inderdaad te groot en zal worden teruggebracht tot de gronden die daadwerkelijk als
het NNN. Verzocht wordt de functieaanduiding ‘parkeerterrein’ te
parkeerterrein in gebruik zijn.
beperken tot het feitelijke parkeerterrein. De bouwvlakken van horecapaviljoen Zomertijd en de reddingsbrigade bij slag Vlugtenburg zijn niet juist ingetekend.
1
3.
4.
De door reclamant gebruikte ondergrond met luchtfoto laat zien dat de bestemmingsvlakken voor horecapaviljoen Zomertijd en de reddingsbrigade niet kloppen als het gaat om
het bestemmingsplan Kust, 1e partiele herziening en het bestemmingsplan Kust uit 2010 (slecht online raadpleegbaar, want een pdf bestand). Voor dit be stemmingsplan is er opnieuw naar de luchtfoto en de aanwezige bebouwing gekeken en worden de genoemde objecten (opnieuw) goed 5.
Het wandelpad vanaf slag Vlugtenburg naar
5.
ingetekend. Dit is aangepast.
het fietspad is noordwaarts verplaats t, graag intekenen op de juiste plaa ts. 6.
7.
2
Er wordt slechts een deel van de Slaperdijk bij Monster toegevoegd, zodat er nu twee
6.
Ter plaatse van de Slaperdijk te Monster zouden inderdaad twee bestemmingsplannen komen te gelden: het
bestemmingsplannen gelden voor één natuurgebied. Dat is ongewenst vanuit de
bestemmingsplan Kust (bestemming “Natuur -natuur”) en het bestemmingsplan Monster Noord (bestemming “Natuurgebied -
strikte bescherming die dit gebied heeft en verdiend. Mogelijk is er sprake van
duin”). Wat betreft de (on)mogelijkheden die beide bestemmingen bieden en de bescherming geldt dat de
verschillende interpretaties vanuit de verschillende bestemmingsplannen, zodat
regimes hetzelfde zijn, maar omwille van de overzichtelijkheid is de bestemming “Natuurgebied -duin” voor
beter de gehele Slaperdijk aan het plan kan worden toegevoegd.
dit gedeelte (tot aan de bestemming “uit te werken woongebied uit het bestemmingsplan Monster Noord) bij het
Wat betreft de geluidhinder van
7.
huidige bestemmingsplan Kust getrokken. De aanwezige paviljoens op het strand en in het duin
strandpaviljoens wordt wel rekening gehouden met de maximaal toelaatbare
(Zomertijd) hebben allen al een planologische basis op grond van voorgaande bestemmingsplannen en/of doorlopen
geluidsniveaus op de woningen van derden, maar worden de geluidsgevolgen voor het
ruimtelijke procedures. De gevolgen wat betreft de aanwezigheid van de paviljoens t.o.v. het Natura 2000 gebied
Natura 2000 gebied niet uitgewerkt. In het hele kustgebied komen zeker in het
zijn met die procedures reeds afgewogen. De huidige, feitelijke planologisch legale situatie is de referentiesituatie,
voorjaar en zomer verstoringsgevoelige fauna voor (waaronder broedvogels). De
ten opzichte waarvan bekeken moet worden of veranderingen daarin tot een significant negatief gevolg zou kunnen leide n
toegestane geluidsniveaus op de gevel s van woningen leiden tot verstoring van het
(ABRvS 22-1-2020, ECLI:NL:RVS:2020:212). In het beheerplan Solleveld en Kapittelduinen (2018) is het gebruik
(dichterbij gelegen) Natura 2000 gebied. Er wordt ook geen onderscheid gemaakt
van de ‘directe omgeving’ van het Natura 2000 gebied door strandpaviljoens en recreatiemogelijkheden ook beoordeeld
tussen paviljoen The Coast en Zomertijd (die hoog liggen) en andere paviljoens.
als zijnde “vergunningsvrij” in het kader van de Wet natuurbescherming (tabel 8.23, p. 153). Het onderhavige
bestemmingsplan is een grotendeels consoliderend plan, waarbij slechts een kleine uitbreiding van de mogelijkheden wordt toegestaan. Strand/horecapaviljoens mogen straks 75 m2 van hun bestaande oppervlakte in gebruik nemen voor de opslag van materialen e.d. voor (reeds mogelijke) te houden recreatieve activiteiten en het aanwezige watersport/strandrecreatiepaviljoen mag iets uitbreiden en horeca aanbieden aan de deelnemers van d e activiteiten. Voor deze beperkte wijzigingen zijn een eco -effectscan, een ‘voortoets’ en ‘Nee, tenzij toets’ en een stikstofberekening gemaakt. Hieruit blijkt dat er geen significante negatieve gevolgen te verwachten zijn. Een horecabedrijf zal altijd moeten voldoen aan de maximaal toegestane geluidsnormering uit het Activiteitenbesluit op grond van de milieuregelgeving, vandaar dat die normen nog eens opgenomen zijn in de toelichting. Handhaving van deze regelgeving vindt echter buiten het kader van het 8.
In een rapport is opgenomen dat de
8.
bestemmingsplan plaats. Het rapport waarnaar reclamant verwijst gaat in feite (in
paviljoens tot 22.30 uur geopend mogen zijn en dat hiermee ‘voorkomen wordt dat
ieder geval wat betreft deze passage) alleen over het watersport/recreatiepaviljoen Westbeach. Voor dit paviljoen
de aanwezige diersoorten worden verstoord tijdens de nachtrust.’ Praktisch gezien
is een zogenaamde ‘voortoets’ en een ‘Nee, tenzij toets’ uitgevoerd in relatie tot de ligging in het NNN. Dit omdat voor
mogen de strandpaviljoens een groot aantal keer per jaar een feest organisere n
dit recreatiepaviljoen een (beperkte) uitbreiding in oppervlakte wordt mogelijk gemaakt (en voor de overige
dat tot ruim na 22.30 uur duurt. Daarmee is de toetsing op geluid onvolledig.
paviljoens niet). Alleen voor Westbeach komt een sluitingstijd te gelden tot 22.30 uur en dat heeft o.a. te maken met het feit dat de horeca alleen aangeboden mag worden aan deelnemers van activiteiten. Met deze ‘ondergeschikte horeca’ is het niet de bedoeling dat er ook feesten en partijen (van derden) mogelijk zijn, zodat deze sluitingstijd planologisch wordt opgelegd. Dit heeft een positief gevolg wat betreft de natuurwaarden die als zodanig zijn benoemd in het aangehaalde rapport.
3
9.
Primaire duinen kunnen op het strand
9.
Dit bestemmingsplan geeft een planologische regeling over
ontstaan op vloedmerken zoals aangespoeld zeewier. Het is een eerste
het gebruik van gronden in de duin - en kuststreek. Het beheer hiervan of de vraag waar al dan niet dynamisch
stap naar witte duinen en een goed kenmerk van een dynamische kust.
kustbeheer moet plaatsvinden hoort daar niet bij. Dit is eerder aan het Hoogheemraadschap van Delfland en daar
Gevraagd wordt in het bestemmingsplan expliciet aan te geven dat de ontwikkeling
zijn ook de nodige beleidsstukken over dit onderwerp terug te vinden.
van primaire duinen een waardevolle ontwikkeling is die gestimuleerd moet worden door de vloedmerken niet standaard gemechaniseerd op te ruimen. 10. Op het strand wordt door veel partijen met auto’s gereden. Dit kan ten koste gaan van
10. Het rijden op het strand is (ook) een onderwerp dat buiten het kader van dit bestemmingsplan valt. Vergunningen om te
duinontwikkeling. Verzocht wordt om nadere regels wat betreft het rijden op het
rijden op het strand worden verleend in het kader van de Algemeen Plaatselijke Verordening (APV) en ook van andere
strand en een einde te maken aan de belemmering van een effectieve
instanties of overheden kan een vergunning noodzakelijk zijn. Hiermee wordt zeer terughoudend omgegaan, verlening
duinaangroei. 11. Er zijn in Westland formele ruiterpaden, waarom worden die niet als zodanig bestemd?
vindt alleen plaats bij gebleken noodzakelijkheid. 11. Alleen ten westen van de strandopgang Vlugtenburg is een aparte bestemmingsregeling opgenomen voor een ruiterpad. Dit is gebeurd in het bestemmingsplan Kust, 1 e herziening (2014) waarin de natuurcompensatie ‘Spanjaardsduin’ een regeling heeft gekregen. Voor de strandopgangen Vlugtenburg, Beukel en Schelpenpad zal behalve de aanduiding ‘wandelpad’ ook de aanduiding ‘ruiterpad’ worden opgenomen. In het kader van het Nationaal Park Hollandse duinen wordt met de natuurverenigingen en de provincie samengewerkt aan een nieuwe visie op de ruiterpaden in de duinen van Westland.
4
12. Aan de opslag bij Ter Heijde wordt de functieaanduiding ‘opslag’ gegeven, maar
12. Op de planverbeelding is inderdaad de functieaanduidi ng ‘opslag’ opgenomen. In de regels van artikel 8 is opgenomen
die is bij de regels in artikel 8 niet aanwezig. Deze functieaanduiding moet
dat ter plaatse een opslagterrein is toegestaan. Deze bestemming is rechtstreeks overgenomen van het geldende
nader worden uitge werkt.
bestemmingsplan Kust, 1e herziening. Ter plaatse is een opslagterrein in gebruik ten behoeve van (in de
zomermaanden) op het strand te plaatsen objecten (prullenbakken, herkenningspalen e.d.), strandbeheer (waaronder de afvalverwerking). Een algemene functie als 13. Een deel van het wandelpad ‘De Lijnbaan’
‘opslagplaats’ is afdoende voor dit terrein. 13. Dit wandelpad zal van de planverbeelding worden gehaald.
aan de zeezijde van parkeerplaats Molenslag is teruggegeven aan de natuur als compensatie voor de aanleg van een andere ontwikkeling. De planverbeelding moet hiermee in overeenstemming worden gebracht. 14. Recreatiepaviljoen Westbeach mag worden uitgebreid. De extra verkeersbewegingen
14. Onderzoeken wat betreft de emissie van stikstof moeten uitgaan van aannames. Voor Westbeach is gewerkt met de
die hier het gevolg van zijn worden weggestreept door het vervallen van
aanname van een aantal bezoekers als gevolg van het aa ntal parkeerplaatsen dat gekoppeld aan de oppervlakte van het
verkeersbewegingen die in de huidige situatie worden veroorzaakt door de
paviljoen een bepaalde bezetting zal hebben. Voor de overige paviljoens is uitgegaan van een aantal evenementen
bevoorrading voor evenementen bi j andere strandpaviljoens. Hiermee wordt de
dat per seizoen gehouden zou kunnen worden en waarvoor het niet langer noodzakelijk zal zijn om materialen heen en
uitbreiding van Westbeach gekoppeld aan toekomstig gedrag zonder dat dit gedrag
weer te vervoeren. Of van een bepaalde planologische mogelijkheid gebruik zal worden gemaakt is van tevoren nooit
ook wordt opgelegd of anderszins geborgd. Dit is in strijd met het voorzorgsbeginsel.
vast te stellen, het stelsel gaat uit van toelatingsplanologie. Gelet op het feit dat van de 8 aanwezige pavi ljoens er reeds
Het bestemmingsplan leidt tot een grotere stikstofdepositie op Solleveld en
5 op eigen titel (ondergeschikt) recreatieve activiteiten aanbieden en daartoe materialen aanwezig hebben, geeft wel
Kapittelduinen, waarvoor een vergunning noodzakelijk is.
aan dat voor zover een strand/horecapaviljoen hiermee aan de slag wil, een ontwikkeling als voorzien redelijkerwijs aannemelijk moet worden geacht. Het aantal vervoersbewegingen bij de andere paviljoens zal dus wel degelijk minder worden, zodanig dat er voor Westbeach een (geringe) uitbreiding mogelijk is.
15. De berekening bij Molenslag is gebaseerd op verkeersbewegingen tot op de algemene parkeerplaats. De bevoorrading bij Molenslag vindt echter plaats via het 5
15. Uit figuur 2.5 van de stikstoftoets kan worden opgemaakt dat het effect van de stikstofdepositie is bepaald uitgaande van routes tot aan het strand. In het rapport is wel sprake van parkeerplaatsen, maar die worden gebruikt om gekoppeld aan
fietspad. Deze route is drie keer zolang als
de oppervlakte van een paviljoen tot het aantal
de route tot de parkeerplaats en zit daarmee niet goed in het model verwerkt.
vervoersbewegingen te komen. Het rappo rt doet dan een uitspraak over de hoeveelheid te verwachten verkeersbewegingen als gevolg van de in dit bestemmingsplan mogelijk gemaakte planologische veranderingen. De bevoorrading op zich maakt onderdeel uit van de referentiesituatie.
16. Relevant voor de stikstoftoets op het Natura 2000 gebied is het aantal
16. De stikstoftoets ziet slechts op het watersport/strandrecreatiepaviljoen en op de 8
verkeersbewegingen. In de stikstofberekening zijn andere getallen
strand/horecapaviljoens (voor het jaarrond strand/horecapaviljoen The Coast verandert niets), het
terug te vinden dan die tijdens een meting in 2016 zijn gedaan bij Slag Vlugtenburg,
jaarrond horeca paviljoen Zomertijd (gevestigd bij Vlugtenburg) is hier niet bij inbegrepen omdat daarvoor
alwaar het nog steeds druk, zo niet drukker is.
planologisch niets veranderd. De cijfers van Vlugtenburg (ook nog inclusief een reddingsbrigade) hebben dus niets uit te staan met de uitgangspunten die voor de stikstoftoets zijn opgesteld om de gevolgen van de planologisc he veranderingen die dit bestemmingsplan mogelijk maken inzichtelijk te maken. De uitkomst dat voor het totale bestemmingsplan geen negatieve significante gevolgen wat betreft stikstof te verwachten zijn, is ook akkoord bevonden door de Omgevingsdienst Haa glanden.
2.
Natuurlijk Delfland Dhr. HG.Th. van ’t Hart
1.
De gehele Slaperdijk zou onderdeel van het
2.
bestemmingsplan Kust moeten uitmaken. Er wordt geen rekening gehouden met de
Kwartelstraat 26 2623 PG Delft
Het bestemmingsplan wordt hierop aangepast (zie ook onder
2.
reclamant 1, punt 6). Zie onder reclamant 1, punt 7.
geluidsproductie vanwege de aanwezige strandpaviljoens. 3.
6
1.
In het plan wordt vermeld dat het Hoogheemraadschap en Rijkswaterstaat de
3.
Dit bestemmingsplan maakt geen jaarrond exploitatie van strand/horecapaviljoens mogelijk. Het aanwezige paviljoen
mogelijkheid verkennen voor jaarrondexploitatie van de strandtenten. De
The Coast is op grond van een eerder gevoerde rui mtelijke procedure jaarrond toegestaan en behoudt die bestemming.
gemeente staat daar positief tegenover. Dit zal gepaard gaan met een hogere
Ook het reeds als permanente horeca bestemde paviljoen in de duinen bij Vlugtenburg -Zomertijd- is weer als zodanig
stikstofdepositie, zodat een passende beoordeling noodzakelijk is.
bestemd. Wat betreft de stikstofdepositie is er gekeken naar de ontwikkelingen die dit bestemmingsplan wel mogelijk
maakt (opslag van materialen e.d. t.b.v. ondergeschikte recreatieve activiteiten bij acht strand/horecapaviljoens en ondergeschikte horeca en een geringe uitbreiding bij één watersport/strandrecreatiepaviljoen) waaruit gebleken is dat er geen significant negatieve gevolgen te verwachten zijn. 4.
In het bestemmingsplan wordt vergroting van bestaande paviljoens mogelijk
4.
Zoals hierboven uiteengezet, ziet het bestemmingsplan op een geringe vergroting van één recreatiepaviljoen en mogen
gemaakt. Dit zal leiden tot een forse toename van het gebruik van horeca - en
acht strand/horecapaviljoens ruimte van hun bestaande bebouwingsmogelijkheden in gebruik nemen t.b.v. recreatieve
recreatiefaciliteiten. Er moet een passende beoordeling gemaakt worden en een
activiteiten. Omdat het de strand/horecapaviljoenhouders al vrij stond om (bv. in samenwerking met een
vergunning worden aangevraagd op grond van de Wet natuurbescherming.
evenementenbureau) watersport- of strandactiviteiten aan bezoekers aan te bieden (het bestemmingspl an maakt immers ‘recreëren’ mogelijk op strand en in de zee), geeft de mogelijkheid dat materialen bij de paviljoens kunnen worden opgeslagen juist minder vervoersbewegingen. Immers, materialen hoeven niet meer (door evenementenbureau ’s of anderen) aan- en af te worden gevoerd. Het aantal bezoekers zal niet meer of minder worden. De aldus ontstane ruimte wat betreft stikstofdepositie kan ingevuld worden met een geringe uitbreiding van het recreatiepaviljoen. De hiertoe opgestelde natuurtoetsen en stikstofberekeningen zijn goedgekeurd door de Omgevingsdienst Haaglanden. Bij een bestemmingsplan hoeft uitsluitend een voortoets te worden opgesteld als hieruit blijkt dat mogelijke negatieve effecten op Natura 2000-gebieden zijn uit te sluiten (ABRvS 11-4-2018, ECLI:NL:RVS:2018:1179).
5.
7
Zowel de soorteneffectscan als de gebiedseffectscan houden geen rekening
5.
De aanwezige paviljoens op het strand en in het duin (Zomertijd) hebben allen al een planologische basis op grond
met cumulatieve effecten van alle aspecten die aan de orde zijn. Zo ontbreekt het aan
van voorgaande bestemmingsplannen en/of doorlopen ruimtelijke procedures. De gevolgen wat betreft de
de omvang van de geluidseffecten, ontbreekt het aan een beoordeling wat
aanwezigheid van de paviljoens t.o.v. het Natura 2000 gebied zijn met die procedures reeds afgewogen. Ook recreatieve
betreft het stiltegebied, is er geen beoordeling wat betreft de jaarrond
activiteiten op het strand en in de zee waren op grond van de bestemming ‘Natuur – ecologische verbindingszone’ (artikel 7
exploitatie en is niet duidelijk over welke
bestemmingsplan Kust) mogelijk, d e gronden zijn bestemd
recreatieve activiteiten gaat. Er zijn geen
voor het recreëren op het strand en in de zee. De huidige,
compensatiemaatregelen genomen.
feitelijke planologisch legale situatie is de referentiesituatie, ten opzichte waarvan bekeken moet worden of veranderingen daarin tot een significant negatief gevolg zou kun nen leiden (ABRvS 22-1-2020, ECLI:NL:RVS:2020:212). In het beheerplan Solleveld en Kapittelduinen (2018) is het gebruik van de ‘directe omgeving’ van het Natura 2000 gebied door strandpaviljoens en recreatiemogelijkheden ook beoordeeld als zijnde “vergunningsvrij” in het kader van de Wet natuurbescherming (tabel 8.23, p. 153). Het onderhavige bestemmingsplan is een grotendeels consoliderend plan, waarbij slechts een kleine uitbreiding van de mogelijkheden wordt toegestaan. Strand/horecapaviljoens mogen stra ks 75 m2 van hun bestaande oppervlakte in gebruik nemen voor de opslag van materialen e.d. voor (reeds mogelijke) te houden recreatieve activiteiten en het aanwezige watersport/strandrecreatiepaviljoen mag iets uitbreiden en horeca aanbieden aan de deelnemers van de activiteiten. Voor deze beperkte wijzigingen zijn een eco -effectscan, een ‘voortoets’ en ‘Nee, tenzij toets’ en een stikstofberekening gemaakt. Hieruit blijkt dat er geen significante negatieve gevolgen te verwachten zijn. Wat betreft de jaarron d exploitatie geeft dit bestemmingsplan geen extra
6.
Er is geen overleg gevoerd met de
6.
mogelijkheden. Compensatiemaatregelen zijn niet nodig. Zoals hierboven uitgelegd, is dit bestemmingsplan een
natuurorganisaties, het plan zou moeten worden ingetrokken, zodat samen met
grotendeels consoliderend bestemmingsplan waarin slechts zeer ondergeschikt ontwikkeling mogelij k wordt gemaakt,
ondernemers en de natuurorganisaties een nieuw plan kan worden opgesteld.
terwijl vaststaat dat er geen significant negatieve gevolgen voor de natuur zijn. De belangen wat betreft toerisme, recreatie, economie en natuurwaarden zijn goed afgewogen en reclamant heeft in het kader van dit ontwerp bestemmingsplan nu zijn zienswijze in kunnen dienen. Er is geenszins aanleiding om het bestemmingsplan in te trekken, op het moment dat een toekomstig (omgevings)plan zou worden gemaakt dat wel ontwikkelingen van enige omvang
8
mogelijk zouden maken, zullen zeker ook de 7.
In diverse beleidsnota’s en stukken van de
7.
natuurorganisaties in een voortraject betrokken worden. Alle relevante beleidsnota’s wat betreft de kust en de
gemeente wordt een ambitie uitgesproken voor een evenwicht tussen (herstel van) de
kustontwikkeling zijn benoemd in de toelichting van het bestemmingsplan. De beperkte ontwikkelingen die dit plan
biodiversiteit en (toename van) menselijk gebruik. Deze komen niet terug in het
mogelijk maakt zijn in overeenstemmin g met die beleidsnota’s en in balans met de natuurwaarden. De
bestemmingsplan, voorbeelden zijn: reserveer een deel van het strand voor
voorgestelde mogelijke natuurmaatregelen vallen buiten gemeentelijk beleid en hebben geen relevantie voor het
broedvogels en strandnatuur, natuurrecreatieve en -educatieve
onderhavige vooral consoliderende bestemmingsplan.
voorzieningen samen met de strandondernemers, het toevoegen van duinvallei Watergat aan het NNN, verbinden van de duin(natuur) aan de duinbinnenrand. 3.
Algemene vereniging voor
1.
De gehele Slaperdijk zou onderdeel van het bestemmingsplan Kust moeten uitmaken .
1.
Het bestemmingsplan wordt hierop aangepast (zie ook onder reclamant 1, punt 6).
2.
Bij de stikstoftoets is buiten beschouwing
2.
De stikstoftoets is gemaakt om na te gaan wat de gevolgen
Natuurbescherming Dhr. J. Verhoeff Jos@AVN.nl (Badhuisstraat 175 2584 HH Den Haag) gelaten dat de paviljoens dagelijks bevoorraad worden. Een uitbreiding heeft
zijn van de nieuwe (beperkte) ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt. De bevoorrading van de
mogelijk precedentwerking, deze zien wij als onwenselijk.
paviljoens vond al plaats behoort daarmee tot de referentiesituatie. De beperkte uitbreiding van het watersport/strandrecreatiebedrijf leidt niet tot een hogere uitstoot van stikstof, omdat bij de andere paviljoens een vermindering plaatsvindt. Voor precedentwerking hoeft niet te worden gevreesd, het betreft hier een planologische ontwikkeling die mede het gevolg is van reeds lang gaande handhavingszaken.
9
3.
Om de schade door stikstofemissie te
3.
beperken is emissie loze bevoorrading van strandpaviljoens een goede optie.
Dit bestemmingsplan is niet het instrument om een dergelijke ontwikkeling te kunnen faciliteren of af te kunnen dwingen. Echter worden in het kader van beheer bij de bevoorrading van de paviljoens op Molenslag ook emissie loze opties bekeken.
4.
Jaarrond exploitatie is voor de natuur geen
4.
Dit bestemmingsplan geeft geen extra mogelijkheden tot
goede zaak. Met de hoge kosten zal het verdienmodel van een jaarrond paviljoen
jaarrond exploitatie van strand/horecapaviljoens. Alleen het bestaande jaarrond paviljoen The Coast is als zodanig
voornamelijk op feesten en partijen moeten steunen, dat betekent dat schattingen over
bestemd. In beleidsstukken is inderdaad opgenomen dat de gemeente wil onderzoeken in hoeverre meer jaarrond
overlast en lawaai fors overschreden zullen worden. Een vuurwerkverbod is belangrijk
paviljoens mogelijk zouden zijn. Hierbij wordt echter tevens aangegeven dat de balans tussen economie en ecologie
(een algeheel oplaatverbod voor ballonnen is al eerder afgekondigd). Solleveld is
voorop staat. Of en hoe een en ander verenigbaar zouden zijn, is onderdeel van latere besluitvorming. Wat betreft het
aangewezen als stiltegebied en AVN kan niet akkoord gaan met uitbreiding van
vuurwerkverbod geldt dat voor de toegestane strandbebouwing een voorwaarde is dat geen vuurwerk wordt
jaarrond exploitatie.
afgestoken en lichthinder zoveel mogelijk tegengegaan wordt. Een ballonverbod geldt inderdaad op grond van de APV (art. 4:20).
5.
De mogelijkheid voor alle strandpaviljoens
5.
De mogelijkheid om te recreëren op het strand is reeds
om recreatie aan te bieden kan ervoor zorgen dat de schade aan de natuur
aanwezig op basis van het huidige bestemmingsplan, daar verandert dit bestemmingsplan niets aan. De nieuwe,
toeneemt. In het bestemmingsplan zouden gemotoriseerde of ander aangedreven
(beperkte) ontwikkelingen zijn onderzocht op hun effecten wat betreft de natuur en gebleken i s dat er geen significant
activiteiten verboden moeten worden, vooral vanwege de (broed)vogels die er
negatieve effecten te verwachten zijn. Gemotoriseerde activiteiten zijn niet mogelijk op het strand, een vergunning
leven. Stranden zijn extra kwetsbaar door de combinatie van grote recreatiedruk en
met een motorvoertuig op het strand te mogen rijden wordt op grond van de APV slechts in daartoe noodzakelijke
een enorme mate van toegankelijkheid.
situaties aan aanvragers verleend. Het Natura 2000 gebied is niet toegankelijk voor publiek en de stranden slechts voor badgasten, wandelaars of recreanten, waarbij de seizoensgebonden strandbebouwing slechts in het toeristische seizoen mogelijk is.
10
6.
Door de Westlandse Zoom zal de
6.
Dit bestemmingsplan maakt geen nieuwe activiteiten op of
recreatieve druk met name bij de Zandmotor toenemen, parkeren nabij het
nabij de Zandmotor mogelijk. Het watersport/ strandrecreatiebedrijf Westbeach is op ca. 300 meter van het
Schelpenpad moet onmogelijk gemaakt worden. Er is een scherpere zonering
begin van de Zandmotor gelegen en op meer dan 1 km. afstand van de strandopgang Schelpenpad. De afstand tot de
noodzakelijk, waarbij geen ruimte is voor extreme sporten. In de Kustvisie ‘Natuurlijk
eerste embryonale duinen is tenminste 100 meter en de strandactiviteiten vinden daar niet in de buurt plaats, maar
ontwikkelen’ (2018) ligt de nadruk voor het Westlandse deel op natuurontwikkeling en
dichterbij het paviljoen. De gevolgen van eventuele (toekomstige) woningbouw op de drukte op het strand valt
extensieve strandrecreatie. Om de vogels op de Zandmotor tussen het Schelpenpad
buiten de reikwijdte van dit bestemmingsplan. Wat betreft de Zandmotor geldt dat deze al 2011 is aangelegd als
en de watertoren niet te verstoren, wordt voorgesteld dit deel te sluiten voor alle
innovatieve vorm van kustonderhoud. De bedoeling is altijd geweest dat het gebied een plek zou bieden aan zowel flora
recreatie (ook de jaarrond aanwezige kitesurfers op de binnenplassen).
en fauna als natuurliefhebbers en actieve sporters. Uit een onderzoek naar de economische en sociale meerwaarde van de Zandmotor (Rijkswaterstaat 2021) blijkt dat de aanleg van de Zandmotor niet heeft geleid tot een aantoonbare toename van het aantal bezoekers aan dit deel van de kust. Er is wel een duidelijke verschuiving zichtbaar doordat er nu meer (kite)surfers zijn. De biodiversiteitswaarde is -met of ondanks de recreanten- fors hoger geworden volgens het ond erzoek. De binnenplas ligt overigens bijna volledig op Haags grondgebied. De door reclamant aangehaalde Kustvisie uit 2018 is niet door de gemeenteraad vastgesteld en heeft daarmee geen status. Op termijn zal Westland werken aan een nieuwe kustvisie. Zoals gesteld zijn gemotoriseerde sporten hoe dan ook niet toegestaan. Wat betreft de zonering en het gebruik van het strand voor recreatieve activiteiten en of de zee en de binnenwateren bij de Zandmotor gelden de “Nadere regels Noordzeestrand gemeente Westlan d” uit 2015. Op grond van deze regels gelden voor het gebruik van voertuigen, vaartuigen, rijpaarden en honden regels die verschillen in de periode van 15 mei tot 15 september en daarbuiten.
11
4.
Kustzeilvereniging
1.
De vereniging heeft een clubgebouw op
1.
Voor het frame (de fundering) is in het bestemmingsplan de
Monster p/a Druivenstraat 9
een stalen (jaarrond) frame die voorheen jaarlijks op- en afgebouwd werd. Dit was
functieaanduiding ‘jaarrond toegestaan’ opgenomen. Voor het clubgebouw is dit niet het geval, er is ook niet eerder een
2564 VE Den Haag
kostbaar en de kwaliteit van het gebouw leed eronder. Vanaf 2016 heeft de
omgevingsvergunning bij de gemeente aangevraagd of verleend voor het jaarrond aanwezig hebben van het
vereniging toestemming van het Hoogheemraadschap om het c lubgebouw
clubgebouw. Het Hoogheemraadschap van D elfland heeft een ander toetsingskader dan de gemeente, waarbij vooral het
jaarrond te laten staan. Op grond van het ontwerp bestemmingsplan is het jaarrond
kustbeheer en de kustveiligheid relevant is. Wat betreft het gemeentelijk toetsingskader geldt een breder spectrum van
aanwezig zijn van het clubhuis niet toegestaan, verzocht wordt de bestemming
ruimtelijke ordening, waaronder ook de natuurwetgeving. Het clubgebouw wordt volgens de aanvraag aan en vergunning
hiertoe aan te passen.
van het Hoogheemraadschap in de wintermaanden o.a. gebruikt voor bestuursvergaderingen, instructieavonden en sportieve activiteiten en trainingen. Tijdens de hoorzitting is aangegeven dat dit niet het geval is, maar een dergelijk gebruik is -bij een toestemming voor jaarrond - niet uit te sluiten en in ieder geval zeer lastig handhaafbaar . Dat betekent dat in vergelijking met de toegestane planologische situatie dan ook buiten het toeristische seizoen mogelijk verkeersgeneratie en gebruik van het strand plaatsvindt. Om dan zeker te zijn dat dit geen negatieve gevolgen wat betreft de aanwezige natuurwaarden heeft (stikstofdepositie, eventuele verstoring Natura 2000 gebied of van het Natuur Netwerk Nederland) zou daartoe onderzoek verricht moeten zijn. Dit onderzoek kan in het kader van dit bestemmingsplan niet meer plaats vinden en is ook aan de vereniging zelf op het moment dat de gemeente de wenselijkheid van een jaarrond gebruik van het clubgebouw zou hebb en bevestigd. Dat zou eventueel het geval kunnen zijn in het kader van een (tijdelijk) te verlenen omgevingsvergunning.
5.
Surfvereniging De Vier Winden p/a De Driesprong 6 2295 LL Kwintsheul
12
1.
Het clubgebouw van de surfvereniging staat sinds 2014 ook in de winterperiode op
1.
Voor het mogen laten staan van het frame (de fundering) is in het bestemmingsplan een functieaanduiding opgenomen.
het strand, zodat leden zich in het clubhuis om kunnen kleden in plaats van op het
Voor de opstallen is echter geen jaarrond mogelijkheid om ze te laten staan en te gebruiken. Met een tijdelijke
strand of op het parkeerterrein. In het bestemmingsplan is in de regels
omgevingsvergunning, verleend in 2015 , is het wel toegestaan om voor een periode van 10 jaar de opstallen te
opgenomen dat bebouwing alleen is
laten staan (en te gebruiken). Met dit bestemmingsplan
toegestaan in het toeristische seizoen. Dat het clubgebouw ook in de wintermaanden
bestaat nu niet de mogelijkheid om een jaarrond aanwezigheid van de bebouwing toe te staan. Er is geen
op het strand staat leidt tot minder verkeersbewegingen (stikstofuitstoot)
onderzoek verricht t.a.v. de aanwezige natuurwaarden, voor een (niet-tijdelijk) jaarrond paviljoen zouden mogelijk andere
omdat leden dan gebruik kunnen maken van hun surfspullen die in het clubgebouw
stedenbouwkundige eisen gelden en gelet op eventuele plannen voor een jaarrond reddingsbrigade in de nabijheid
zijn gestald en die dus niet met de auto hoeven te vervoeren vanaf huis.
moet een voorbehoud gemaakt worden (jaarrond bebouwing op het strand moet vanwege regelgeving van het Hoogheemraadschap van Delfland tenminste 150 meter van elkaar af staan). O.a. stikstof is een b elangrijk aspect van onderzoek. Reclamant stelt dat gebruik in de wintermaanden leidt tot minder uitstoot, omdat materialen niet vervoerd hoeven te worden, maar als de niet aanwezigheid van materialen ertoe zou leiden dat er niet of minder gesurft wordt, is er per saldo toch een toename van de uitstoot. Dit zal te zijner tijd onderzocht moeten worden als de vereniging besluit tot een aanvraag voor jaarrond gebruik van de opstallen over te gaan.
2.
Op grond van de ‘Voortoets Natuurbeschermingswet 1998’ van maart
2.
Deze conclusie van de Omgevingsdienst is (mede) reden geweest voor de tijdelijke omgevingsvergunning die de
2015 heeft de Omgevingsdienst geconcludeerd dat de winteractiviteit niet
gemeente in 2015 heeft verleend. Sindsdien is de regelgeving op het gebied van de natuurbescherming echter
zal leiden tot aantasting van de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000 gebied.
veranderd (inwerkingtreding Wet natuurbescherming was per 2017) en is er wat betreft stikstof met de uit spraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 (ertoe strekkende dat het Programma Aanpak Stikstof niet gebruikt mag worden om toestemming te geven voor activiteiten die extra stikstof veroorzaken) een nieuwe realiteit ontstaan. Destijds was stikstof nog geen onderdeel van de overwegingen, maar is het nu een zeer belangrijk onderwerp. De verrichte voortoets zou hoe dan ook niet bruikbaar meer zijn, omdat natuurgegevens in de regel tot drie jaar geldig zijn. Tevens is het st rand in het kader van provinciale regelgeving sindsdien aanwezen als Natuur Netwerk Nederland, ook daarvoor zal waarschijnlijk
13
aangetoond moeten worden dat er geen verstoring op zal 3.
4.
Het Hoogheemraadschap van Delfland
3.
treden. Het Hoogheemraadschap van Delfland heeft een ander
heeft in 2014 en 2019 toestemming gegeven om het clubgebouw jaarrond te
toetsingskader dan de gemeente, waarbij vooral het kustbeheer en de kustveiligheid relevant is. Wat betreft het
laten staan.
gemeentelijk toetsingskader geldt een breder spectrum van ruimtelijke ordening, waaronder ook de natuurwetgeving.
De gemeente heeft in 2015 een tijdelijke vergunning verleend voor het jaarrond
4.
Deze vergunning is inderdaad verleend voor de periode van 10 jaar, maar kan nu niet leiden tot een jaarrond
laten staan van het clubgebouw. Dit is ook passend binnen de beleidsvisie ‘Beleef
toestemming op basis van het bestemmingsplan. Zoals aangegeven gaan beide beleidsnota’s uit van de borging van
Westland’ (2012) en de nota ‘Uitvoeringsagenda toerisme en recreatie’
natuurwaarden en kustveiligheid. Dat kan op basis van de tijdelijke vergunning en de destijds aangeleverde stukken
(2021).
niet voldoende beoordeeld worden. Nog voor het verstrijken van de tijdelijke vergunning zal de vereniging in overleg moeten treden met de gemeente om te bezien wat de (on)mogelijkheden zijn.
5.
6.
14
Westbeach Vyborg Legal
1.
De wens bestaat het jaarrond gebruik van
5.
Er kan geen beroep worden gedaan op overgangsrecht.
de vereniging voort te zetten. Het is onduidelijk of een beroep kan worden
Hiertoe is namelijk bepaald dat het niet van toepassing is op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen
gedaan op het in het bestemmingsplan opgenomen overgangsrecht (‘het gebruik
geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan (artikel 26.2, lid 3 van het
van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het
bestemmingsplan). Aangezien een jaarrond exploitatie ook al in strijd was met het vorige bestemmingsplan, is er dus geen
bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet’).
sprake van overgangsrecht.
In het ontwerp bestemmingsplan wordt ervan uitgegaan dat recreatieve activiteiten
1.
Inderdaad mag o.g.v. het huidige bes temmingsplan een strand/horecapaviljoen geen watersport - of strandactiviteiten
mr. B.M. Kocken Sterreschans 573
al waren toegestaan (voor evenementenbureaus). Alle onderzoeken
aanbieden, het is inderdaad een horecabedrijf. Vandaar dat met dit bestemmingsplan die mogelijkheid wel geboden wordt
2342 BR Oegstgeest namens:
zijn hierop gebaseerd. Recreëren mag uiteraard, maar wat niet mag, is het
en de paviljoens 75 m2 van hun bestaande oppervlakte mogen inrichten als kleedruimte of ten behoeve van de
dhr. P.C. Verhoeven
bedrijfsmatig aanbieden van strand - en watersportactiviteiten. Dit mag niet vanuit
opslag van materialen e.d. Wat wel mag o.g.v. het huidige bestemmingsplan is het ‘recreëren’ in de zee of op het strand
een strandpaviljoen. Een strandpaviljoen is
(artikel 7.1.2 onder a bestemmingsplan Kust). Nergens is
immers een horecabedrijf. Als een bepaald
uitgesloten dat dit recreëren geen bedrijfsmatige invulling
gebruik o.g.v. het bestemmingsplan niet zoveel woorden is toegestaan, dan is het
zou mogen krijgen. Een georganiseerde bootcamp die mensen tegen betaling naar een bos of het strand brengt om
strijdig gebruik. Het bedrijfsmatig aanbieden van activiteiten kan niet onder
daar oefeningen te doen is geen strijdig gebruik. Iemand die tegen betaling yoga lessen aanbiedt op het strand of een
het recreëren op het strand en in de zee worden geschaard. Het is dus bovendien
hondenuitlaatservice heeft waarbij van het strand gebruik gemaakt wordt; dat is geen strijdig gebruik. Hetzelfde geldt
onjuist dat strandpaviljoens in samenwerking met evenementenbureaus
voor een watersport - of strandactiviteit. Als een strand/horecapaviljoen dan de horeca verzorgt, terwijl een
strand- of watersportactiviteiten mogen aanbieden. Voor evenementen zouden
‘derde partij’ de activitei ten heeft verzorgd, is er geen sprake van strijdigheid. Het ‘recreëren’ heeft plaatsgevonden in de
bovendien een evenementenvergunning o.g.v. de APV noodzakelijk zijn. Hierbij
zee en/of op het strand, terwijl de horeca plaatsvindt bij het daartoe bestemde paviljoen. Hoe de precieze samenwerking
moet worden opgemerkt dat het aanbieden van strand- en watersportactiviteiten in de
tussen de ‘derde partij’ (eventueel e en evenementenbureau) en het strand/horecapaviljoen eruit ziet, is niet relevant.
regel geen evenementen in de zin van de APV zijn, dat is alleen zo in het geval van
Deelnemers kunnen ‘spontaan’ bij een strand/horecapaviljoen worden afgezet, of daarover kan vooraf contact
een sportwedstrijd.
plaatsgevonden hebben resulterende in een reservering. Er is in ieder geval geen sprake van een strijdig gebruik op grond van het bestemmingsplan, want de activiteiten vonden niet plaats vanuit het paviljoen. Activiteiten werden er niet aangeboden, er waren geen materialen opgeslagen, er was geen kleedruimte. Het is de gemeente -mede n.a.v. het handhavingsverzoek dat Westbeach heeft ingediendduidelijk geworden dat bepaalde paviljoens zich wel bezighielden met het aanbieden van activiteiten en daartoe ook materialen aanwezig hadden. Gelet op het recreatieve belang en de behoefte daartoe (blijkende uit de staande praktijk), plus de spreiding over het strand en de beperkte ruimte die de strand/horecapaviljoens geboden wordt (ca. 15% van de totale toegestane oppervlakte), is de mogelijkheid tot ondergeschikte recreatieve acti viteiten bij de strand/horecapaviljoens gewenst en met dit bestemmingsplan mogelijk gemaakt. Artikel 2:24 van de APV verstaat onder een evenement “elk voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak”, waarbij sportwedstrijden juist uitgezonderd
15
zijn (artikel 2:24 lid 1, sub g APV). Geen vergunning voor een verrichting van vermaak is benodigd als het om niet meer dan 100 personen gaat (artikel 2:25 APV).
2.
Alle conclusies die getrokken zijn op basis van het uitgangspunt dat rondom of vanuit
2.
Zie onder punt 1. Activiteiten waren wel degelijk mogelijk, zodat er in die zin geen planologische verandering optreedt.
de strandpaviljoens strand- en watersportactiviteiten zijn toegestaan, zijn
Wat verandert, is dat het paviljoens nu is toegestaan om materialen op te slaan, zodat er minder vervoersbewegin gen
onjuist, zodat er opnieuw moet worden getoetst. Er is wel degelijk sprake van een
nodig zijn om de materialen aan - en afgevoerd te krijgen. De ‘stikstofruimte’ die hiermee vrijkomt, wordt gebruikt om
wezenlijke verandering wat betreft de aspecten ‘balans tussen natuur en
Westbeach de mogelijkheid te geven om uit te breiden. Het is in die zin merkwaardig dat reclamant hiertegen in verzet
recreatie’, geluid, de luchtkwaliteit e n de stikstofuitstoot.
komt, dit druist immers in tegen zijn eigen belang (uitbreiding en toestaan van ondergeschikte horeca activiteiten aan de deelnemers). Indien de stelling van reclamant dat (bedrijfsmatige) recreatieve activiteiten niet mogelijk waren en dit een planologisch ‘novum’ betref t, op zou gaan, zou er geen stikstofruimte zijn en geen kans voor uitbreiding van Westbeach. Het blijft dan een recreatiepaviljoen van maximaal 150 m2 (totale bebouwing, inclusief eventuele containers en terras), zonder dat horeca is toegestaan.
3.
Het is niet te begrijpen dat voor Westbeach
3.
Volgens de huidige vergunning van Westbeach is dus een
wordt uitgegaan van een toename van verkeersbewegingen. De bezoekers zijn
maximale bebouwing van 150 m2 toegestaan. Met dit bestemmingsplan zou dat worden uitgebreid naar 350 m2,
immers al bij Westbeach.
waarvan 100 m2 terras. Een groter paviljoen kan (ook) meer mensen ontvangen. Het aantal vervoersbewegingen wordt gekoppeld aan het aantal benodigde parkeerplaatsen (per 100 m2 bvo). Meer vierkante meters is meer (mogelijke) bezoekers, is meer vervoersbewegingen, is meer stikstofuitstoot.
4.
16
De onderbouwing Dienstenrichtlijn is niet
4.
Deze stelling valt niet te begrijpen. Zie ook onder 3. Het gaat
juist, want uitbreiding van horeca bij Westbeach is alleen een uitbreiding voor
niet om welke doelgroep bij een bepaalde functie mogeli jk is, het gaat om het aantal personen. Een groter paviljoen kan
de eigen doelgroep (deelnemers aan de activiteiten), dus is er geen sprake van een
leiden tot meer bezoekers en dus meer verkeersbewegingen.
toename van bezoekers en geen toename
Er is dus wel degelijk sprake van een dwingende reden van
van stikstofdepositie en/of aantasting van natuurwaarden. De dwingende reden van
algemeen belang in het kader van de Dienstenrichtlijn.
algemeen belang zijn derhalve niet zo dwingend als wordt aangenomen. 5.
De opmerkingen over het Didam-arrest zijn
5.
Het Didam-arrest betekent dat overheden niet zonder meer
niet goed te begrijpen. Er wordt vanuit gegaan dat overheden ook bij de uitgifte
vrij zijn om grond te verkopen aan een partij naar keuze en ondertussen blijkt de uit spraak ook van toepassing op andere
van erfpacht- en opstalrechten in de toekomst een selectieprocedure moeten
vormen van grondslagen voor exploitatie, zoals huur . De Hoge Raad komt tot dit oordeel op grond van het
volgen. Deze verplichting zou dan ook gelden voor de pachtovereenkomsten me t
gelijkheidsbeginsel waarbij inspiratie gevonden is bij de rechtspraak inzake schaarse publieke rechten. Wanneer een
andere paviljoens (waarbij het voor de hand ligt de langstzittende opnieuw de
planologische verandering plaats zou vinden van een recreatiepaviljoen naar een (groter) strand/horecapaviljoen
mogelijkheid tot pacht te geven).
wordt een nieuw schaars recht gecreëerd, waarvoor waarschijnlijk een selectieprocedure doorlopen zou moeten worden. De bestaande strand/horecapa viljoens hebben al een dergelijke bestemming, terwijl in de bestaande huurovereenkomsten opgenomen is dat na de afgesproken periode de pachtovereenkomst jaarlijks stilzwijgend verlengd wordt.
6.
7.
17
In de toelichting van het bestemmingsplan
6.
De toelichting is hierop aangepast, de termen
worden verschillende termen gebruikt voor de strand/horecapaviljoens en het
‘strand/horecapaviljoen’ en ‘recreatiepaviljoen’ zijn zo consequent mogelijk aangehouden. In de planregels is een
recreatiepaviljoen. Dit draagt niet bij aan de rechtszekerheid. Er is ook een verschil
regeling opgenomen voor ‘strandpaviljoens’ (zijnde de strand/horecapaviljoens) met de afkorting ‘spj’ en voor een
tussen de planverbeelding en de regels.
‘strandrecreatie/watersportbedrijf’ (zijnde het recreatiepaviljoen) met de afkorting ‘wsp’.
Op de verbeelding is een vlak ten noordoosten van Westbeach ingetekend.
7.
Hier wordt waarschijnlijk bedoeld de nog aanwezige b e s t e m m i n g s v l a k k e n v oo r W e s t b e a c h e n T h e C o a s t d i e a l s
Het is niet duidelijk wat dit vlak inhoudt. Bij The Coast is eveneens s prake van een
gevolg van de eerder doorlopen ruimtelijke procedures voor deze ontwikkelingen op ruimtelijke plannen zijn geplaatst. Na
dergelijk vlak.
de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan kunnen die bestemmingsvlakken verwijderd worden.
8.
De door dit bestemmingsplan mogelijk
8.
In 2012 heeft reclamant een omgevingsvergunning
gemaakte ontwikkeling voor Westbeach is onvoldoende. Westbeach wil een
aangevraagd voor een kitesurfschool van in totaal 150 m2. Hiervoor is door de gemeenteraad een verklaring van geen
volwaardig strand- en watersportbedrijf blijven, met voldoende ruimte voor gebouw
bedenkingen verleend, waarna ook de omgevingsvergunning is verleend. In de vergunning is uitdrukkelijk opgenome n dat
en terras en zonder beknellende regels wat betreft horeca. De groepen die ontvangen
er geen horeca was toegestaan. Sindsdien zijn zowel de activiteiten (het is allang niet alleen maar een kitesurfschool
worden zijn te groot voor de toegestane hoeveelheid bebouwing.
meer, er worden diverse andere activiteiten aangeboden) als de bebouwing (illegaal) uitgebreid. Reclamant heeft zich diverse malen tot de gemeente gewend om te komen tot een mogelijkheid tot ondergeschikte horeca (voor de deelnemers), grotere bebouwing en/of een volledige horecavergunning. Reclamant heeft in 2019 nog een omgevingsvergunning aangevraagd voor het uitbreiden en vergroten van een recreatiepaviljoen naar een strand/horecapaviljoen. Deze vergunning is geweigerd , waarna bezwaar en beroep bij de Rechtbank zijn ingesteld. Het beroep is ongegrond verklaard, waarbij de Rechtbank overwoog dat het argument van ‘rust en ruimte’ overeenkomstig het staande beleid is en een maximum van negen strand/horecapaviljoens gerechtvaardigd is. De verandering van een kitesurfschool naar een volwaardig strand/horecapaviljoen en de toename van het bebouwde oppervlakte zal ook naar het oordeel van d e Rechtbank leiden tot een toename van bezoekers en een intensivering van het gebruik (Rechtbank 1 maart 2022, zaaknummers SGR 20/3537, SGR 21/173 en SGR 21/174). Ook het eerder betwiste feit dat de kitesurfschool 150 m2 m oet zijn, is in rechte vast komen te staan (de uitspraak is onherroepelijk). In het kader van dit bestemmingsplan Kust is onderzocht welke uitbreiding voor Westbeach mogelijk zou zijn.
Uit een berekening die gemaakt is voor Westbeach als ‘volledig’ strand/horecapaviljoen is gebleken dat er dan een toename van de stikstofuitstoot plaatsvindt. Om te kunnen blijven spreken van een goed evenwicht tussen ‘rust en ruimte’, de natuurwaarden en de mogelijkheid om goed te kunnen
18
ondernemen is de mogelijk gemaakte uitbreiding voor Westbeach het maximaal mogelijke. De bedrijfsvoering zal hier zich naar moeten richten.
9.
Ook de gebruiksregels zijn te beperkt. Westbeach zou om 22.30 uur de deuren
9.
In de toelichting op het bestemmingsplan is opgenomen dat Westbeach bij gelijkschakeling met de
moeten sluiten. Deze nieuwe beperking wordt niet onderbouwd. Waarom zou de
strand/horecapaviljoens ook tot in de nacht feesten en partijen (voor derden) zou kunnen organiseren. Feesten en
sluitingstijd anders moeten zijn dan bij de overige exploitanten, waarom zijn feesten
partijen (tot in de nacht) komen in strijd met de gewenste ‘rust’ (de duinen achter Westbeach zijn zelfs officieel
en partijen in zijn geheel verboden? Een aansluitend feest voor een groep die
aangewezen als stiltegebied). In de ‘Toetsing gebiedsbescherming’ (Aqua Terra Nova, bijlage 3 bij het
eerder activiteiten hebben gedaan, dat is dan toch gewoon mogelijk? Daarnaast
bestemmingsplan) is ook opgenomen dat het feit dat recreatiepaviljoens tot 22.30 uur geopend mogen zij n
wordt met een eindtijd de mogelijkheid ontnomen om een paar keer per jaar wat
voorkomt dat aanwezige diersoorten worden verstoord tijdens de nachtrust. Ook verstoring door licht zal als gevolg hiervan
langer door te gaan, (eventueel) na een melding daartoe bij de gemeente.
minder zijn. Een bedrijf dat zich met name toelegt op het aanbieden van strandrecreatie en watersportactiviteiten, houdt zich in eerste instantie daarmee bezig, horeca is ondergeschikt. Een lunch- of bbq-buffet wordt nog beschouwd als ‘ondergeschikt’, maar een feestavond niet , niet naar de aard, de duur en de uitstraling van de activiteit. Met deze bepaling wordt ook uitdrukkelijk bed oeld te voorkomen dat het recreatiebedrijf kan uitgroeien tot een zelfstandig horecabedrijf (en dus niet te kunnen exploiteren als een strand/horecapaviljoen). Het overgrote gedeelte van de strand- en watersportactiviteiten vinden overdag of in de vroege avond plaats, terwijl een eindtijd van 22.30 uur ruim voldoende is om nog een avondactiviteit aan te kunnen bieden, eventueel in combinatie met nog een hapje/drankje na afloop. De handhaafbaarheid van de regeling voor de ondergeschikte horeca is hiermee ook beter verzekerd. Een ruimere openingstijd is niet in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening gelet op de voorziene functie en de omgeving waarin die functie wordt ui tgeoefend. Met het
19
plan wordt duidelijkheid verschaft over de toegelaten activiteiten (en bebouwing) op het perceel, waarbij rekening is gehouden met alle betrokken belangen. De openingstijd heeft in dit geval ruimtelijke relevantie zodat een regeling in het bestemmingsplan wenselijk en noodzakelijk is om de ondergeschiktheid van de horeca verzekerd te zien. In de huidige situatie is helemaal geen horeca toegestaan (en dus ook geen feesten en partijen), zodat niet gesproken kan worden van een onevenredige belemmering in de bedrijfsvoering. De toelichting is hier nog op aangevuld. 10. Waarom zou Westbeach niet op bescheiden schaal badgasten van eten en drinken
10. Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling dat Westbeach ook badgasten van eten en drinken voorziet. Het is en blijft een
mogen voorzien? Je kunt badgasten niet dwingen waar naartoe te lopen en het valt
recreatiepaviljoen en geen horecagelegenheid. Extra gasten leiden tot extra verkeersaantrekkende werking en dat leidt tot
ook niet te controle ren of iemand op het terras zojuist een surfles heeft gehad of
ongewenste gevolgen voor de rust en ruimte en de omliggende natuur. Voor de badgasten zijn al twee
niet.
strand/horecapaviljoens (waarvan één jaarrond) op het strand bij Molenslag. In de planregels is opgenomen dat bij de ingang van het recreatiepaviljoen een duidelijk leesbaar bord geplaatst moet worden waarop is aangegeven dat alleen deelnemers aan activiteiten gebruik kunnen maken van de (horeca)faciliteiten.
11. Alleen Westbeach krijgt de verplichting om alle gasten te registreren in een register.
11. Zie ook onder 9 en 10. Om de ondergeschiktheid van de horeca aan de recreatieve activiteit te kunnen controleren, is
Vooral bij grote groepen is het niet realistisch om alle individuele deelnemers
het noodzakelijk dat er een overzicht is van de deelnemers aan activiteiten van die dag. Op het moment dat een boeking
te registreren, dat is een gigantische administratieve last.
definitief gemaakt wordt, kan aan de (hoofd)aanvrager om een overzicht van de deelnemers gevra agd worden. Die kan worden uitgedraaid of ergens elektronisch raadpleegbaar worden gemaakt. Dat is een beperkte administratieve last en geeft een bepaalde garantie wat betreft de handhaafbaarheid van de ondergeschiktheid van de horeca.
20
12. Een bestemming als strandpaviljoen ligt het
12. Hierboven is reeds uitvoerig uiteengezet waarom Westbeach
meest voor de hand en zou een definitief einde maken aan de afwijkende
geen strand/horecapaviljoen kan worden. Alle ondernemers op het strand zullen regelmatig gecontroleerd worden op
behandeling van Westbeach t.o.v. de overige exploitanten op het strand. Er hoeft
naleving van de regels, waaronder Westbeach.
dan ook geen toezicht meer te worden gehouden op speciaal voor Westbeach geschreven regels. 13. Uit artikel 7.3.1 van de planregels blijkt niet of ondergeschikte recreatie bij strand(horeca)paviljoens is voorbehouden aan de strandpaviljoenhouders zelf, of dat
uitvoert is ruimtelijk niet relevant. Het maakt ruimtelijk geen verschil of een externe een surfplank verhuurt of dat iemand
deze ondergeschikte recreatie gerealiseerd kan worden door externe partijen. De
van het personeel van de exploitant van het strand/horecapaviljoen dat doet. Er is derhalve geen sprake
planregel is rechtsonzeker.
van rechtsonzekerheid.
14. Indien ondergeschikte recreatie door
14. Het gaat erom dat de recreatieve activiteiten in ruimtelijk e,
externe partijen mogelijk wordt, kan dit vanuit het perspectief van de externe partij
planologische zin ondergeschikt zijn. Dat wordt veilig gesteld door de oppervlakte beperking van 75 m2 voor de opslag van
niet als ondergeschikt worden beschouwd. Dit heeft tevens omgevingsrechtelijke
materialen, het hebben van kleedruimte e.d. Of het een externe exploitant is of iemand van het personeel maakt niet
gevolgen, want een externe exploitant zal gebruik maken van een eigen voertuig.
uit wat betreft de verkeersgeneratie, want beiden zullen naar het strand/horecapaviljoen moeten komen.
Hiervoor is geen onderzoek verricht, daarnaast zijn er ook gevolgen voor de nagestreefde ‘rust en ruimte.’
21
13. Of er een samenwerking wordt aangegaan met een derde of dat een exploitant de recreatieve activiteiten volledig zelf