Nota beantwoording zienswijzen
Tekst van het document
NOTA VAN BEANTWOORDING ZIENSWIJZEN BESTEMMINGSPLAN "Centrum Honselersdijk"
1. Inleiding Voor u ligt de Nota afdoening zienswijzen met betr ekking tot het bestemmingsplan “ Centrum Honselersdijk” (hierna: de nota). Het doel van dit bestemmingsplan is het juridisch -planologisch mogelijk maken van een levendig en aantrekkelijk centrum. Het ontwerp van dit bestemmings plan heeft van 10 december 2021 tot en met 20 januari 2022 voor eenieder ter inzage gelegen . Gedurende deze termijn best ond de mogelijkheid om, naar keuze, schriftelijk dan wel mondeling een zienswijze over het ontwerpbestemmingsplan kenbaar te maken . In totaal is er 1 zienswijze ingediend. Een overzicht van de ontvangen zienswijze is opgenomen in de “Zienswijzen tabel”. De zienswijze is schriftelijk (per email ) ingediend. Er is geen mondelinge zienswijze ontvangen. De zienswijzen zijn hieronder in de tabel van deze nota afzonderlijk samengevat, beoordeeld en afgewogen en van een reactie voorzien. Tevens is een voorstel gedaan of de zienswijze aanleiding geeft om het bestemmingsplan op onderdelen te wijzigen. In het kader van de inwerkingtreding van de A l g e me n e v e r o r d e n i n g g e g e v e n s b e s c h e r mi n g ( A V G ) , i s d e t e p u b l i c e r e n z i e n s w i j z e n n o t a g e a n o n i m i s e e r d .
D e i n d i e n e r s v a n z i e n s w i j z e h e b b e n i n d e o n t v a n g s t b e v e s t i g i n g e e n r e g i s t r a t i e n u m me r o n t v a n g e n w a a r o n d e r d e z i e n s w i j z e b i j o n s i s g e r e g i s t r e e r d . H e t n u m me r w a a r o n d e r d e z i e n s w i j z e i s g e r e g i s t r e e r d , k o m t o v e r e e n me t h e t r e g i s t r a t i e n u m me r z i e n s w i j z e i n o n d e r s t a a n d e t a b e l .
Zienswijzen tabel Registratienummer zienswijze
Inhoud van de zienswijze
Reactie
Gevolgen voor het plan
1.1 Reclamant is een familiebedrijf gelegen aan
1. Inleiding en achtergrond zienswijze tegen de
Geen gevolgen voor het
het Voorhofplein in Honselersdijk. Reclamant exploiteert sinds 2016 uiterst succesvol haar
herstructurering van Honselersdijk
bestemmingsplan.
huidige exploitatie. Dat blijkt mede uit het feit dat reclamant in het verleden op de vierde plek
De claim dat er nu 60 pp op het Voorhofplein liggen klopt niet. Bij de laatste herinrichting
is geëindigd in de Cafetaria Top 100, wa armee de eetgelegenheid zich de beste cafetaria van
van het plein (2005/2006) zijn er 21 formele parkeerplaatsen gerealiseerd, waarvan er 9
Zuid Holland mocht noemen. Met recht kan er worden gesteld dat reclamant een echte
grotendeels op het terrein van de apotheek liggen (en gereserveerd zijn voor huisartsen en
aanwinst is voor het centrum van Honselersdijk en valt niet zodoende meer weg te denken uit
bezoekers huisartsenpost en apotheek), en 5 op het terrein van reclamant. Na de sloop van
het centrum.
de kerk zijn er in 2018 17 tijdelijke parkeerplaatsen gerealiseerd. De tijdelijkheid
Omwonende 1
G22-000137
1.2 Reclamant stelt dat er 60 parkeerplaatsen (hierna pp) aanwezig zijn op het Voorhofplein.
van deze parkeerplaatsen is tijdens één van de participatieavond ook duidelijk
Een deel van het terrein is gesitueerd op grond reclamant met de verkeersbestemming en wordt
gecommuniceerd. Het middendeel van het terrein is, hoewel er wel vaak auto’s worden
door reclamant gebruikt ten behoeve van parkeren, laden lossen, terras, overpad naar
geparkeerd, niet ingericht als parkeerplaats en zo ook niet bedoeld. De benaming
achtergelegen tuin en achterdeur. Ook worden de pp gebruikt door klanten voor afhaal en
“parkeerterrein” die reclamant in de zienswijze gebruikt is dan ook niet voor het volledige
bezorgservice/bezorgauto. De parkeergelegenheid en bereikbaarheid voor
terrein van toepassing.
laden en lossen achter het pand zijn van essentieel belang voor de bedrijfsvoering van
De gronden binnen het p langebied zijn niet gedeeltelijk in eigendom van reclamant. Zijn
reclamant.
perceel valt buiten het bestemmingsplangebied Centrum Honselersdijk. Zie onderstaande
1.3 Reclamant geeft aan dat de gemeente voornemens is om meerdere maatschappelijk
uitsnede van de bestemmingsplankaart en GIS.
functies te realiseren op een locatie. De raad beoogt een centrum te laten ontstaan waar onderwijs, verenigingen en sociale partijen centraal staan. Om meerdere maatschappe lijk functies op een locatie te huisvesten, moet een buurthuis gerealiseerd worden. De gemeente wil het parkeerterrein, inclusief het gedeelte dat is gelegen op het grondgebied van reclamant, herontwikkelen naar een plein. 1.4 Reclamant geeft aan dat uit d e planverbeelding blijkt dat de pp op het Voorhofplein zullen komen te vervallen. De grond waar momenteel pp zijn is op basis van het huidige bestemmingsplan (Kern Honselersdijk) bestemd voor maatschappelijk gebruik, waaronder tevens parkeren valt. In het ontwerpbestemmingsplan wordt de functie van het huidige parkeerterrein (waaronder grond in eigendom van reclamant) gewijzigd naar Verkeer- Verblijfsgebied. Uit artikel 5.1 van het bestemmingsplan lijkt te volgend dat hier geen pp zijn toegestaan, het bestemmingsplan is hier
echter niet heel duidelijk over. In overleg met de gemeente is aangegeven dat het gehele plein
Het perceel van reclamant bevindt zich buiten de plangrenzen van het ontwerp
parkeerplaatsvrij te maken met uitzondering van een invalideparkeerplaats bij de apotheek.
bestemmingsplan.
1.5 De gemeente Westland heeft, enkele jaren
Er komen geen parkeerplaatsen te vervallen. Er worden parkeerplaatsen verplaatst naar het
geleden na de overname van het restaurant door reclamant, gesteld met de vorige eigenaar te
parkeerterrein bij de AH, dat wordt vergroot. Het perceel van reclamant valt niet binnen het
hebben afgesproken dat de grond om niet herontwikkeld zou mogen worden. Reclamant is
bestemmingsplangebied dus wijzig t ook niet van bestemming. Op de gronden die binnen het
het hier niet mee eens, omdat dit nooit door de vorige eigenaar kenbaar is gemaakt bij de
bestemmingsplan Centrum Honselersdijk bestemd zijn voor Verkeer- Verblijfsgebied met
overname en deze afspraak niet is overgedragen aan reclamant. Partijen hebben,
aanduiding ‘geen parkeerplaatsen toegestaan’ zijn geen parkeerplaatsen toegestaan. Op de
omwille van het behoud van een goede verstandhouding en een goede samenwerking,
overige gronden met dezelfde bestemming maar zonder aanduiding zijn parkeerplaatsen
dit geschil ter zijde gelegd en besloten om samen op te trekken om een levendig en goed
wel toegestaan. Naast 2 mindervalideparkeerplaatsen, komen er op het
functioneel plein te ontwikkelen.
terrein van de apotheek ook een viertal parkeerplaatsen voor de huisartsen.
1.6 Gemeente en reclamant hebben, naast participatieoverleg met inwoners, een separaat
De gemeente heeft met de vorige eigenaar van
overleg gevoerd. In vele gesprekken zijn standpunten uitgewisseld ten aanzien van de
de cafetaria een overeenkomst gesloten waarbij de gemeente de grond van de cafetaria
herontwikkeling van het plein. Het doel was om de belangen van reclamant en die van de
tot 2030 mocht inrichten en gebruiken ten behoeve van de centrumontwikkeling. Kennelijk
apotheek, die samen door hun ligging aan het plein de enige partijen zijn die rechtstreeks de
heeft de vorige eigenaar het niet kenbaar gemaakt tijdens de overname door reclamant.
effecten ervaren van de bestemmingsplanwijziging, bij een
Zowel gemeente als reclamant hebben aangegeven om samen op te trekken en een
herontwikkeling van het plein niet te schaden. Reclamant heeft zich bereid getoond om mee te
levendig plein te creëren. Met dit gezamenlijk belang voor ogen is door gemeente
denken, te investeren en stappen te zetten om enerzijds te komen tot de gewenste
aangegeven deze overeenkomst te parkeren.
herontwikkeling en anderzijds zijn belangen te waarborgen.
Tijdens het participatieoverleg is de uitbreidingswens van reclamant nooit naar
1.7 Reclamant heeft hoge kosten gemaakt en, in
voren gebracht. Echter toen de gemeente separaat in overleg ging met reclamant kwam
overleg met de gemeente, een architectenbureau ingehuurd om verschillende
deze wens wel naar voren.
ontwerpen op te stellen waarbij de eisen van de gemeente voor het gehele plein werden
De gesprekken die tussen gemeente en reclamant hebben plaatsgevonden zijn in goed
betrokken. Het plan is om het restaurant uit te breiden met een serre, zodat de afname aan
overleg verlopen. Beide partijen zien het belang van elkaar in en proberen daar in mee
afhaalklanten konden worden gecompenseerd en de bedrijfseconomische schade beperkt wordt.
te denken. Reclamant heeft voor eigen rekening en risico een drietal ontwerpen laten
Tevens heeft reclamant verzocht om parkeren aan de achterzijde mogelijk te maken, zodat
maken van de uitbreiding van het pand en de inrichting van het Voorhofplein. Vanuit de
leveranciers via de achterkant de locatie kunnen bereiken ten behoeve van levering van de
gemeente werd deze stap zeker gewaardeerd. Bekeken wordt in hoeverre de wens van
handelswaren. Ook wil reclamant dat, zoals reeds decennialang de situatie is, de
reclamant te realiseren valt.
bereikbaarheid van zijn privéterrein achter zijn pand behouden blijft. Hij wil met zijn auto
Vooruitlopend op de ter inzage legging van ontwerpbestemmingsplan is op 2 november
kunnen blijven parkeren op de grond nabij zijn woning, hetgeen ook tot zijn eigendom behoort.
2021 een bijeenkomst georganiseerd met alle participanten, waarvoor alle omwonende zijn
1.8 Echter, de gemeente bleek niet bereid te
uitgenodigd, waaronder reclamant. Tijdens deze bijeenkomst is het ontwerpplan toegelicht
zijn reclamant hierin tegemoet te komen. De gesprekken werden tijdens de overlegfase
en aangegeven dat de procedure voortge zet zou worden. Op de plankaart behorende bij het
eenzijdig verbroken. Zonder verder overleg en zonder persoonlijke aankondiging stelde de raad
ontwerpbestemmingsplan is duidelijk te zien dat het perceel van reclamant niet is
het ontwerpbestemmingsplan ‘Centrum Honselersdijk’ vast, waarin de grond van
meegenomen in het ontwerpbestemmingsplan.
reclamant alsnog wordt betrokken bij de bestemmingsplanwijziging. 2.1 Reclamant heeft ernstige bezwaren tegen de
2. Bedrijfseconomisch belang niet meegewogen
Geen gevolgen voor het
voorgenomen gebiedsontwikkeling om de volgende redenen. Reclamant is van mening dat
en onevenredig geschaad
bestemmingsplan.
zijn belangen niet zijn meegewogen in de besluitvorming van de raad die heeft geleid tot
De belangen van reclamant zijn zeker meegenomen in de planvorming. Gemeente
het vaststellen van het onderhavige bestemmingsplan. De bedrijfsvoering van
heeft geïnitieerd om een laad- en loszone te realiseren aan de Dijkstraat, naast het pand
reclamant ondervindt onaanvaardbare gevolgen
van reclamant.
door de beoogde gebiedsontwikkeling. 2.2 Zoals reeds aangegeven, is voor reclamant
De gemeente hecht er een groot belang aan om het Voorhofplein in te richten voor levendige
de afhaal- en bezorgservice een belangrijk onderdeel van de bedrijfsvoering. Veel klant en
doeleinden. Hierbij wordt gedacht om zo min mogelijk parkeerplaatsen te realis eren op het
die een bestelling komen ophalen maken daarbij gebruik van de voorhanden zijnde
Voorhofplein en om zo min mogelijk verkeersbewegingen te hebben van
parkeerplaatsen op het Voorhofplein. Reclamant vreest dat, bij schrapping van deze pp, zijn
gemotoriseerd verkeer.
locatie minder aantrekkelijk zal worden voor klanten die eten komen afhalen.
Doordat er parkeerplaatsen bij het AH -terrein worden toegevoegd en er een openbare
2.3 Daarnaast zal reclamant minder zichtbaar
doorsteek wordt gecreëerd is de gemeente van mening dat er een acceptabele loopafstand (60
worden voor bezoekers (ook van buitenaf) van Honselersdijk die thans nog op de parkeerplek
tot 70 meter) ontstaan voor de klanten van reclamant.
voor zijn deur parkeren. Dit kan tot gevolg hebben dat niet alleen zijn locatie minder
De nieuwe parkeervoorzieningen op het AH -
aantrekkelijk wordt en de waarde van zijn bedrijf en pand dalen, maar ook dat er minder klanten
parkeerterrein zijn zoals eerder aangegeven toereikend voor bezoekers van het bedrijf van
zullen zijn die spontaan bij reclamant zullen komen eten omdat zij toevallig langslopen.
reclamant. Overigens blijven de parkeerplaatsen aan de voorzijde van het
Bovendien kan deze afstand ertoe leiden dat potentiële klanten er toch voor kiezen om in de
bedrijf ter hoogte van de Dijkstraat gewoon gehandhaafd. Deze kunnen door bezoekers
supermarkt een afhaalmaaltijd/snack te kopen in plaats van een maaltijd af te halen bij
gebruikt worden. Dit veranderd niks aan de zichtbaarheid van zijn bedrijf. Het parkeren ter
reclamant. Dit kan wederom leiden tot een afname van klanten en dus bedrijfseconomische
hoogte van het AH-terrein met de doorsteek richting het Voorhofplein kan ook juist een
schade.
aantrekkende functie hebben voor reclamant en kan juist klanten aantrekken die gebruik maken
2.4 Reclamant benadrukt dat de afhaalfunctie door Covid nog belangrijker is geworden voor
van het nieuw in te richten Voorhofplein.
restauranthouders. Door de lockdown’s is dit de voornaamste bron van inkomsten geworden en
In aanvulling op bovenstaande maakt het perceel van reclamant geen onderdeel uit van
het is aannemelijk dat dit in de toekomst nog een belangrijke rol zal spelen voor reclamant.
het plangebied. Reclamant kan zijn eigen terrein blijven gebruiken voor laden en lossen en het bereiken van zijn eigen perceel.
2.5 De parkeerruimte is ook van belang voor het parkeren van de bezorgauto’s van reclamant en personeel. Voor het bezorgen van bestellingen
De gevolgen voor de bedrijfsvoering zijn naar onze mening dan ook niet zo groot als wordt
gebruikt reclamant een bezorgauto. Deze auto moet dichtbij het restaurant kunnen parkeren,
voorgedaan. Gelet op de huidige situ atie omtrent corona en
zodat er met regelmaat en snelheid bestellingen naar klangen kunnen worden gebracht. Het
het feit dat dit bestemmingsplan niks veranderd aan de eigendomspositie van reclamant zijn
schrappen van de voorhanden zijnde parkeerplaatsen bemoeilijkt dit zeer, omdat
buitenterras omdat zijn perceel buiten het plangebied ligt, heeft dit plan geen gevolgen
nabije parkeerruimte ernstig in omvang afneemt en het zomaar kan zijn dat de bezorger moeite
voor de bedrijfsvoering van reclamant.
kan hebben met het vinden van een parkeerplek in de buurt. Parkeren bij de supermarkt of een
Reclamant heeft op eigen risico een aantal voorstellen gemaakt voor inrichting van het
andere plek die verder weg is gelegen, belemmerd de snelheid waarmee reclamant
Voorhofplein. De gemeente heeft de voorstellen van de reclamant afgewogen en geadviseerd
bestellingen kan bezorgen. He tis dan ook aannemelijk dat dit tot gevolg zal hebben dat
wat wel en niet haalbaar wordt geacht op het eigen perceel. De plannen van reclamant
wachttijden kunnen oplopen en klanten als gevolg daarvan niet langer meer bij rec lamant
hebben nog niet geresulteerd in een aanvraag omgevingsvergunning.
zullen bestellen. Vanuit bedrijfseconomisch oogpunt is dit uitermate onwenselijk. Niet alleen
Hiernaast wordt reclamant door de
verslechtert daarmee de concurrentiepositie van client, maar zal dit ook rechtstreeks een effect
herontwikkeling van het centrumplan niet onevenredig geschaad. Dit mede gelet op het
hebben voor de kwaliteit die reclamant kan leveren.
feit dat het perceel van reclamant, zoals reeds eerder aangegeven, niet binnen het plangebied
2.6 Naast de bereikbaarheid zal het
valt. Er treedt ons inziens geen onevenredi ge bedrijfseconomische schade op door het
ontwerpbestemmingsplan voor reclamant zeer ingrijpende gevolgen hebben doordat
verplaatsen van de parkeervoorzieningen en herinrichten van het Voorhofplein.
leveranciers het restaurant niet meer via het parkeerterrein kunnen bevoorraden. Het
Zoals hierboven is vermeld wordt de reclamant
restaurant is dusdanig ingericht dat bevoorrading via de achterzijde van het
met dit bestemmingsplan niet onevenredig bedrijfseconomisch benadeeld.
restaurant, vanuit de keukenlogistiek bezien, de enige optie is. De keuken en opslag bevinden
Door parkeerplaatsen toe te voegen aan de kern en het realiseren van nieuwe verbindingen
zicht aan de achterzijde van het restaurant. Bevoorrading via de voorkant is ongeschikt
wordt de bereikbaarheid verbeterd. Voor het centrum van Honselersdijk zijn
omdat de rolcontainers van de leverancier niet over de gietvloer en door de smalle doorgang in
randvoorwaarden en kaders opgesteld teneinde ontwikkelingen hieraan te kunnen toetsen. De
het bedrijf kunnen worden verplaatst.
gemeente heeft het recht om initiatieven te beoordelen en af te wegen in het kader van een
2.7. Voorts is bevoorrading via de vooringang problematisch in drukkere (zomer) perioden,
goede ruimtelijke ordening en of daaraan wordt voldaan. De door de reclamant aangehaalde
wanneer er zowel een grotere toestroom aan gasten en er daarom ook weer grotere beho efte
voorbeelden in ’s-Gravenzande vallen niet binnen deze specifieke kern en onder deze
aan bevoorrading ontstaat. Dit kan drukte en krapte in het restaurant veroorzaken. Ook
situatie of hetzelfde onderhavige bestemmingsplan.
ontstaat er onrust als leveranciers, herhaaldelijk, dwars door het restaurant moeten
Zoals eerder aangegeven zijn de belangen van
lopen met voorraad. Dit gaat ten koste van de sfeer/ambiance die gasten ervaren wanneer zij
reclamant weldegelijk afgewogen in het plan. Er wordt geen inbreuk gedaan op het
bij reclamant komen eten. In de winter is er eveneens nadeel als gasten kou van buitenaf
eigendomsrecht van reclamant, omdat zijn perceel buiten het plangebied ligt.
ervaren als gevolg van openstaande deuren tijdens het laden en lossen van de voorraad. Het
Het initiatief van reclamant staat los van de herontwikkeling binnen het
is dus voor een restaurant zéér onwenselijk om de bevoorrading te moeten laten plaatsvinden
bestemmingsplangebied Centrum Honselersdijk. We zijn van mening dat
via dezelfde ruimte als waar gasten op dat moment lunchen of dineren. Dit verstoort de rust
reclamant met dit bestemmingsplan niet onevenredig wordt benadeeld. Het staat
en zal negatieve gevolgen hebben voor de mogelijkheid tot een goede dienstverlening door
reclamant te allen tijde vrij om na vasts telling van het bestemmingsplan een verzoek tot
reclamant. Ook kan een toename aan drukte in h et
planschade in te dienen.
restaurant bemoeilijken dat 1,5 meter afstand tussen mensen kan worden gehouden. Wanneer
De gemeente heeft meegedacht in de situatie zoals genoemd onder punt 2.9 door aan
bijvoorbeeld gasten aan het bestellen of afrekenen zijn, kan het voorkomen dat de
reclamant voor te stellen om een laad - en loszone te faciliteren in de Dijkstraat, voor het
leverancier geen ruimte heeft om bij de achterkant te komen. Immers moet deze dwar s
pand van de reclamant. Overigens is de gemeente niet verplicht om overpad te verlenen
door het restaurant om daar te komen.
via het Voorhofplein aan reclamant. Van oudsher was de bereikbaarheid van de
2.8. Verandering van de inrichting van het pand is geen optie, omdat het veranderen van de
achterzijde van het pand van reclamant alleen bereikbaar via het eigen perceel. Echter
algehele logistiek zeer hoge kosten met zich mee zal brengen. Zeker nu reclamant zwaar in
doordat de kerk is gesloopt, is er zonder overleg voor een andere route gekozen om het
haar bedrijfsvoering is getroffen door de Corona-maatregelen.
pand te bevoorraden.
2.9. Wanneer het plein wordt herontwikkeld, zal
Het doel is om een levendig centrum te creëren
dat tot gevolg hebben dat leveranciers niet meer met gebruikmaking van het parkeerterrein het
in Honselersdijk. Het Huis van de Buurt is daar een onderdeel van. Het andere onderdeel is de
restaurant via de achterkant zal kunnen bevoorraden. Reclamant zal dan gedwongen zijn
herinrichting van het Voorhofplein. Vanuit de omgeving is er de nodige input opgehaald
om het terras, inclusief aanwezige schermen, plantenbakken, parasols en decoratie, driemaal
tijdens 3 participatieavonden. Met deze input is er een schetsontwerp gemaakt van het Huis
per week af te breken als de leverancier komt. Het terras bevindt zich namelijk over de volle
van de Buurt. Deze zelfde input zal worden gebruikt voor de herinrichting van het
breedte van het grondgebied. Daarbij komt dat de werkzaamheden per leverantie meerdere
Voorhofplein. Tevens zal er in aanvulling op het reeds doorlopen participatietraject een
uren in beslag nemen. Het afbreken van het terras is dan ook voor reclamant daarom geen
vervolg participatietraject worden opgestart voor de herinrichting van het Voorhofplein. In
reëel alternatief, omdat dit tot gevolg heeft dat de capaciteit van het restaurant daarmee in
dit traject zal in nauwe samenspraak met bewoners en ondernemers een ontwerp worden
grote mate beperkt wordt. Immers zullen door deze maatregel minder tafels en zitplaatsen
opgesteld. Hiermee zullen de belangen van de bewoners, ondernemers en verenigingen
beschikbaar zijn. Dat zou er vervolgens toe leiden dat reclamant bedrijfseconomische
worden afgewogen.
schade zal leiden. 2.10. Reclamant wil tevens benadrukken dat zitplaatsen buiten, juist door de coronacrisis, van essentieel belang zijn geworden voor restauranthouders. Niet alléén omdat de afzet daarmee wordt vergroot, maar ook om kwetsbaren en/of ongevaccineerden een veilig alternatief te kunnen bieden voor binnen zitten. Gelet op de lange sluiting van de horeca als gevolg van covid, zou een beperkte capaciteit dan ook nog de nekslag voor de bedrijfsvoering van reclamant kunnen betekenen. 2.11. Kortom, de vooringang is niet geschikt voor het bevoorraden van het restaurant en de enige mogelijkheid om het restaurant te kunnen bevoorraden via de achterzijde, zoals dat reeds bij de vorige eigenaar gebeurde en al decennialang op die wijze geschied.
2.12. Hoewel reclamant zich bereid heeft gesteld met alternatieve plannen ten aanzien van zijn inrichting en bedrijfsgebouw mee te werken aan de realisatie van de herontwikkeling, waarbij er ter compensatie een uitbouw gerealiseerd kon worden, heeft de gemeente geen blijk gegeven reclamant hierin tegemoet te willen komen. 2.13. Gelet op de voornoemde bezwaren stelt reclamant dat er sprake is van on evenredige nadelen voor hem, omdat het belang van de gemeente om één buurthuis te realiseren niet in verhouding staat tot de bedrijfseconomische schade die reclamant als gevolg daarvan zal lijden. Uit het bestemmingsplan en de onderhandelingen met vertegenwoordigers van de gemeente blijkt niet dat zijn belangen (serieus) zijn meegewogen in de belangenafweging. 2.14. Ook blijkt niet uit de onderhandelingen en het bestemmingsplan dat de gemeente zich heeft ingespannen om eventuele nadelige gevolgen te beperken. Reclamant betreurt dit ten zeerste. Dit vooral omdat hij zich welwillend en meedenkend heeft opgesteld jegens de gemeente. Reclamant heeft kosten gemaakt en een architectenbureau ingeschakeld die redelijke alternatieven hebben uitgewerkt, waarbij de wensen van de gemeente volledig waren meegenomen. Reclamant heeft aangeboden om een noodzakelijke aanbouw (serre) te realiseren om het verlies aan afhaalklanten door verslechterde bereikbaarheid te compenseren.
Dit kan in zijn geheel gerealiseerd worden op de eigen grond van reclamant en vormt geen beperking voor het
zicht op het plein. 2.15. De gemeente heeft dit voorstel ten onrechte geheel ter zijde geschoven. De gemeente stelt niet bereid te zijn om reclamant tegemoet te komen in de poging om bedrijfseconomische schade te compenseren. De gemeente betoogt enkel (ten onrechte) dat het zicht op het plein zou worden belemmerd. Dit argument wordt door Gemeente selectief gebruikt nu in andere kernen juist wel horeca met een serre/aanbouw aan de gevel is gesitueerd. Zo is in de Westlandse kern 's Gravenzande aan het markplein bij diverse horecabedrijven, zoals De Witte en restaurant De Buren, wel sprake van een uitbouw/serre. 2.16. De Afdeling heeft in 2012 geoordeeld dat de raad bij de keuze van de bestem ming een afweging dient te maken van alle belangen die betrokken zijn bij de vaststelling van het plan. De voor- en nadelen van alternatieven dienen in die afweging te worden meegenomen. De raad dient bij de vaststelling van een bestemmingsplan rekening te houden met een particulier initiatief betreffende ruimtelijke ontwikkelingen, voor zover dat initiatief voldoende concreet is, tijdig kenbaar is gemaakt en ten tijde van de vaststelling van het plan op basis van de op dat moment bekende gegevens de ruimtelijke aanvaardbaarheid daarvan kan worden beoordeeld? 2.17. In het onderhavige geval wordt reclamant in ernstige mate benadeeld door het voorgenomen bestemmingsplan.
Niet alléén wordt er een inbreuk gedaan op het eigendomsrecht van reclamant, het plan zal
tevens zorgen voor bedrijfseconomische schade. Ook blijkt niet dat het particuliere initiatief van reclamant door de raad is meegewogen. Gelet op deze omstandigheden is reclamant van mening dat de raad onvoldoende zijn belang heeft meegewogen in de besluitvorming (strijd met art. 3:4 lid 1 Awb). Daarnaast is reclamant van mening dat hij onevenredig wordt benadeeld door het bestemmingsplan (strijd met 3:4 lid 2 Awb). Het voorgaande leidt dan ook tot de conclusie dat er aan het onderhavige besluit géén zorgvuldige belangenafweging vooraf is gegaan. Reclamant betreurt dit uitermate, omdat dit naar zijn mening voorkomen had kunnen worden wanneer de gemeente de geopperde alternatieven serieus in overweging had genomen. Reclamant benadrukt dat het van urgent belang is dat er een mogelijkheid wordt gevonden waar beide partijen zich in kunnen vinden. 3.1. Reclamant is voorts van mening dat het
3. Privaatrechtelijke belemmering
bestemmingsplan niet uitvoerbaar is wegens evidente privaatrechtelijke belemmering. Immers
Van een gestelde privaatrechtelijke
ziet de bestemmingsplanwijziging mede op grond dat in eigendom is van reclamant.
belemmering – en daarmee eventuele noodzakelijke onteigening en/of problematiek in
3.2. Van een privaatrechtelijke belemmering is
de uitvoering van het plan – is geen sprake. De plangrens van het centrumplan loopt gelijk met
sprake als de uitvoering van een voorgenomen project in strijd komt met het burgerlijk r echt.
de perceelgrens van de het perceel kadastr aal bekend, gemeente Naaldwijk, sectie B, nummer
Volgens de Afdeling staat een privaatrechtelijke belemmering aan de vaststelling en de
4333, waarvan de gemeente Westland eigenaar is. Er wordt derhalve niets gewijzigd aan de
uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan in de weg indien deze een evident karakter heeft. Als
bestemming van gronden in eigendom van reclamant, meer specifiek het perceel
dit het geval is, dan moet bij het bestemmingsplan hiermee rekening worden
kadastraal bekend gemeente Naaldwijk, sec tie B, nummer 1549.
gehouden.
Geen gevolgen voor het bestemmingsplan.
3.3. Evidentie wordt in de jurisprudentie aangenomen indien het de situatie betreft waarin het bouwplan is voorzien op de grond die in eigendom of mede-eigendom (mandeligheid) aan een ander toebehoort en die ander daarin niet berust en niet hoeft te berusten. Wanneer de eigenaar géén toestemming geeft voor het gebruik van zijn grond en aangeeft daar bezwaar tegen te hebben, dan doet zich een privaatrechtelijke belemmering met een evident karakter voor. Het evidente karakter kan tevens blijken uit gegevens van het kadaster en het feit dat de eigenaar geen toestemming geeft voor het gebruik van het eigendom. 3.4. In het onderhavige geval is ziet het bestemmingsplan mede op de grond die in eigendom is van reclamant. Uit de gesprekken tussen de gemeente en reclamant volgt dat de Gemeente ervan op de hoogte was dat de grond het eigendom van reclamant is. De eigenaar van reclamant heeft daarbij herhaaldelijk aangegeven niet akkoord te zijn met de plannen van de Gemeente. Evidentie is daarmee gegeven. De gemeente heeft geen voornemen uitgesproken reclamant te zullen onteigenen. Omdat de gemeente géén eigenaar is van de grond van reclamant en deze géén toestemming geeft voor het plan op zijn grond, is het bestemmingsplan niet uitvoerbaar vanwege evidente privaatrechtelijke belemmeringen. 3.5.
Gelet op het voorgaande is reclamant van mening dat een evidente privaatrechtelijke belemmering in de weg staat aan de uitvoering van het bestemmingsplan. 3.6. Het recht van de ruimtelijke ordening kent
één fundamentele beperking: de eigenaar (of grondgebruiker) kan niet verplicht worden de aangegeven bestemming ook daadwerkelijk te verwezenlijken. Er kan dus géén gebod worden opgenomen tot gebruik overeenkomstig de toegelaten bestemming. Dit staat ook vermeld in het overgangsrecht van het bestemmingsplan. Zie artikel 14.2, eerste lid, van het bestemmingsplan: 14.2 Overgangsrecht gebruik 1. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; 2. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 14.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; 3.7. Pas indien de grondgebruiker iets nieuws wil bouwen of bestaand gebruik wil veranderen, krijgt hij met de beperkingen van het bestemmingsplan te maken, de zgn. toelatingsplanologie. Indien het noodzakelijk is dat een bestemming wél wordt gerealiseerd, staat de overheid slechts één middel open, wanneer de eigenaar niet kan of wil meewerken: de grond kopen of onteigenen. 3.8. Reclamant is dus niet gehouden om op zijn grond uitvoering te geven aan de bestemmingsplanwijziging en een voornemen tot onteigening is ook niet geuit door de gemeente. Het is ook niet aannemelijk dat een verzoek tot
onteigening zal slagen (zie voor onderbouwing par. 3.13. t/m 3.16.). 3.9. De Afdeling heeft in 2011 geoo rdeeld dat als op voorhand duidelijk is dat privaatrechtelijke belemmeringen zullen optreden, omdat de eigenaar van aangewezen grond niet bereid is aan de bestemming uitvoering te geven en daardoor de uitvoerbaarheid binnen de planperiode niet voldoende verzekerd is, een bestemmingsplan deswege kan worden getroffen door een vernietiging. 3.10. Reclamant is niet verplicht en niet voornemens om mee te werken aan de bestemmingsplanwijziging, omdat dit zéér nadelig is voor reclamant en hij de daaruit voortvloeiende bedrijfseconomische schade niet kan dragen. Het is dan ook aannemelijk dat de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan binnen de planperiode niet voldoende verzekerd is. 3.11. In beginsel bestaat er vrijheid om gronden te gebruiken voor doeleinden die de eigenaar wenselijk acht, inclusief de vrijheid om gronden te bebouwen. In 2010 heeft de Afdeling overwogen dat de uitoefening van uit het publiekrecht voortvloeiende bevoegdheden, de uitoefening van een uit de wet voortspruitend privaatrechtelijk recht niet volledig onmogelijk mag maken. Indien het bevoegd gezag een dergelijk recht in het geheel niet wenst te respecteren, zal zij bijvoorbeeld moeten overgaan tot afkoop of onteigenen.
De Afdeling maakt met de uitspraak duidelijk dat publiekrechtelijke beperkingen er nimmer toe
mogen leiden dat de uitoefening van een krachtens civiel recht bij wet toegekend recht, volledig onmogelijk wordt. 3.12. Hoewel een deel van de grond eigendom van reclamant is, heeft de gemeente besloten de bestemming ervan te veranderen en de aanwezige parkeerplaatsen om te vormen naar een plein. Daarmee maakt de Gemeente een ernstige inbreuk op het eigendomsrecht van reclamant (o.a. op art. 5:21 en 5:48 BW). Immers staat het reclamant in grote mate niet meer vrij om over zijn eigendom te beschikken en deze in te richten op de manier dat hij wenselijk acht en nodig heeft, hetgeen het gebruiksgenot van het perceel aanzienlijk verminderd. Daarnaast worden de gebruiksmogelijkheden van de grond die niet is betrokken in het bestemmingsplan, waaronder het gebruik als terras, in ernstige mate beperkt omdat dit zal moeten worden afgebroken om ruimte te maken voor leveranciers. Reclamant wordt dus ook hier feitelijk beperkt in zijn gebruiksmogelijkheden. Deze ernstige belemmeringen van zijn eigendomsrecht maken dat het bestemmingsplan niet uitvoerbaar is. 3.13. Het is onwaarschijnlijk dat verzoek tot onteigening zal slagen, omdat geen traject tot minnelijke verwerving heeft plaatsgevonden. Gezien er géén pogingen zijn gedaan om langs minnelijke weg de grond van Treffers te verkrijgen, zal er niet aan het noodzaakvereiste zijn voldaan voor het honoreren van een verzoek tot onteigening.
3.14. Daarnaast heeft reclamant aangegeven in
overleg met de gemeente uitvoering te willen geven aan het bestemmingsplan. Aan het noodzaakvereiste wordt evenmin voldaan, wanneer de eigenaar van de grond bereid en in staat is om de in het bestemmingsplan neergelegde bestemming zelf te realiseren (zelfrealisatie) en wel op een wijze die spoort met de wijze van de uitvoering die de gemeente voorstaat. 3.15. Tot slot wordt ook niet voldaan aan het urgentie-vereiste. Juist omdat onteigening van overheidswege een zeer ingrijpend middel is, kan daarvan alleen maar sprake zijn wanneer er een dringende behoefte is om het bestemmingsplan te verwezenlijken. Een dringende behoefte tot verwezenlijking blijkt niet uit het bestemmingsplan, enkel de wens tot verbetering. 3.16. Nu de privaatrechtelijke belemmering niet weggenomen kan worden door onteigening, staat dit in de weg aan de vaststelling van het bestemmingsplan. 3.17. Voor de gevallen van beperking van het eigendomsrecht via het publiekrecht heeft artikel 14 lid 3 van de Grondwet betekenis. Ingevolge deze bepaling bestaat er 'in de gevallen bij of krachtens de wet b epaald' een recht op schadevergoeding indien onder andere de 'uitoefening van het eigendomsrecht wordt beperkt'. Aan dit artikel heeft de wetgever door middel van art. 6.1, lid 1 jo lid 2 sub a Wro uitvoering gegeven.
Het is duidelijk dat de uitoefening van het eigendomsrecht ingrijpend via het bestemmingsplan wordt beperkt, wat inkomensderving en vermindering van de
waarde van de grond tot gevolg heeft. Mocht ongewijzigde uitvoering plaatsvinden, dan zal reclamant niet aarzelen hierop aanspraak te maken. 4.1. Uit het Ruimtelijk ontwikkelingskader
4.Strijd met goede ruimtelijke ordening
Honselersdijk (hierna: ROK) volgt dat laden en lossen voor bedrijven op sommige locaties
Zoals al eerder aangegeven wijzigt er met dit
ongewenste situaties oplevert. Met name is dit het geval in de Dijkstraat en op de Molenlaan.
bestemmingsplan niets aan het terrein van reclamant. Leveranciers kunnen dan ook nog
In de Dijkstraat wordt regelmatig dubbel geparkeerd met belemmering van de
steeds laden en lossen via het eigen terrein van reclamant. Het eventueel dubbel parkeren
doorstroming als gevolg. Op de Molenlaan wordt een voetpad en een fietspad geblokkeerd,
van bezoekers op de Dijkstraat ligt niet direct voor de hand, maar is, mocht het zich toch
waar het langzaam verkeer hinder van ondervindt. Uit het ROK volgt dat ten behoeve
voordien, een gedragskwestie. Het middenstuk van het terrein is niet bedoeld en ook niet
van het laden en lossen langs de Dijkstraat laad- en loszones gewenst zijn. In de
ingericht als laad- en losplek. Tijdens overleggen met reclamant is de mogelijkheid
Structuurvisie Westland 2025 wordt als uitgangspunt gehanteerd het zorgen voor een
voor het realiseren van een laad- en loszone in de Dijkstraat aan de orde gekomen, schuin
verkeersveilige infrastructuur (voor voetganger, fietser en auto).
voor het pand van reclamant. Dit is voor de gemeente nog steeds een acceptabele
4.2. Laad- en loszones zijn er feitelijk op dit
maatregel, maar zal wel ten koste gaan van de uitrit, en daarmee de bereikbaarheid van het
moment al. Dit gebeurt voornamelijk met gebruikmaking van het parkeerterrein. Het is te verwachten dat wanneer de parkeerplaatsen op het Voorhofplein verplaatst worden naar een locatie op een grotere afstand, het dubbel parkeren op de Dijkstraat alléén maar verder erger zal worden verergerd. Immers, zullen meer bezoekers/leveranciers geneigd zijn om (even snel) op de Dijkstraat te parkeren om zo dichter bij de bestemming te zijn, in plaats van een aanzienlijk stuk verderop te parkeren. Deze ontwikkeling is — in het kader van een goede doorstroming van het verkeer en de
Geen gevolgen voor het bestemmingsplan.
eigen terrein van reclamant.
verkeersveiligheid onwenselijk en in strijd met een goede ruimtelijke ordening. 5.1 . In de Structuurvisie Westland 2025 is het
5. Parkeerdruk
streven naar een aantrekkelijke leefomgeving opgenomen. In bestaande gebieden en nieuw te
Inmiddels is de Structuurvisie Westland 2025
ontwikkelen gebieden moeten knelpunten worden opgelost. Daarbij wordt als uitgangspunt
vervangen door de Omgevingsvisie 2.0 Westland. Als het gaat om een aantrekkelijke
gehanteerd het creëren van voldoende parkeergelegenheid.
leefomgeving wordt door deelnemers aan het participatietraject behorende bij deze visie voor
5.2. Uit het ROK blijkt dat de parkeersituatie in
Honselersdijk aangegeven dat er behoefte is aan meer groen in het dorp. Met name in de
het centrum van Honselersdijk ontoereikend is en dat de stroom auto's die gebruik willen
straten en het centrum. Wat betreft bereikbaarheid staat er in de omgevingsvisie
maken van de parkeerplaats bij de supermarkt leidt tot stagnatie en verkeersonveilige
onder andere “De auto is in alle centra van de dorpen te gast en heeft een minder dominante
situaties. Parkeertellingen die eind 2012 zijn gehouden in het gebied op en rond de Dijkstraat
positie in de openbare ruimte”. Deze beide punten uit de omgevingsvisie komen s amen in
lieten zien dat er een tekort was aan parkeerplaatsen. De grootste problemen deden
het voorliggend plan om het centrale plein in Honselersdijk te vergroenen en de
zich voor op de koopavond, wanneer het tekort opliep tot 141 parkeerplaatsen. Da arna volgde
ontmoetingsfunctie van dit plein te versterken.
de zaterdagmiddag met een tekort van 51 parkeerplaatsen. Op de middagen en de
In het Ruimtelijk Ontwikkeling Kader (ROK) voor Honselersdijk staat inderdaad een
avonden van de doordeweekse dagen bleek het tekort respectievelijk 20 en 15 parkeerplaatsen.
paragraaf over parkeertellingen. Dez e paragraaf verwijst naar parkeertellingen uit
Ook in de Omgevingsvisie 2.0 Westland wordt het parkeerprobleem in de buurt erkend. Het is
2010 (niet 2012) waaruit een tekort aan parkeerplaatsen zou blijken. Het vreemde is
aannemelijk dat het parkeerprobleem met de beoogde ontwikkeling alléén maar erger zal
echter dat een tekort van 141 parkeerplaatsen helemaal niet uit parkeertellingen op straat kan
worden.
blijken (tenzij er op de koopa vond zo’n 141 auto’s foutief geparkeerd stonden in het
5.3. De Afdeling heeft in 2013 geoordeeld dat de raad, bij het bepalen van de parkeerbehoefte
gebied, maar dat lijkt niet realistisch). Hoogstwaarschijnlijk betreft het geen concrete
van een bouwplan, moet beoordelen of zich reeds een parkeertekort voordoet en hoe de
telling op straat, maar een theoretische exercitie waarbij voor het gehele gebied
door het plan mogelijk gemaakte nieuwe
berekent (opgeteld) is hoeveel parkeerplaatsen
Geen gevolgen voor het bestemmingsplan.
ontwikkeling zich daartoe verhoudt.
benodigd zouden zijn volgens de parkeernormen, en vervolgens dat aantal
5.4. Uit het ontwerpbestemmingsplan blijkt niet hoe deze bestaande parkeertekorten worden
afgezet is tegen het aantal beschikbare parkeerplaatsen. Inmiddels weten we echter
opgelost. De reeds bestaande parkeerproblematiek lijkt er in ieder geval niet
dat het niet reëel is om een dergelijke exercitie te maken. Parkeernormen hebben als doel om
in te zijn verdisconteerd. In de parkeerberekening wordt enkel het saldo
in de meeste situaties (niet alle vormen van bijvoorbeeld detailhandel zorgen voor precies
berekend van de toegenomen parkeervraag in verhouding tot het aantal toegenomen
evenveel parkeerbehoefte in de openbare ruimte) voor voldoende parkeerplaatsen te
parkeerplaatsen. Geen aandacht wordt besteed aan een huidig tekort en hoe dat met de
zorgen. Bij individuele ontwikkelingen is dat belangrijk om zo parkeeroverlast in de
beoogde gebiedsontwikkeling wordt opgelost. Het is onbegrijpelijk dat er geen
omgeving te voorkomen. Het is echter niet realistisch om met dezelfde getallen een heel
parkeeronderzoek is uitgevoe rd waaruit blijkt of er sprake is van voldoende
bestaand gebied na te rekenen, omdat dan enkel maximaal mogelijke parkeerbehoeften
parkeergelegenheden.
worden opgeteld, terwijl in de praktijk de parkeerbehoefte van veel aanwez ige functies
5.5. Gezien de aanzienlijke parkeervraag, ligt het voor de hand om (een deel van) het huidige
ook lager is. Concrete parkeertellingen op straat geven dan ook een reëler beeld van de
parkeerterrein, gelegen op het Voorhofplein, te handhaven en daarnaast nieuwe te realiseren bij
bestaande parkeersituatie
de supermarkt. Alléén dan zal er tegemoet kunnen worden gekomen aan de parkeervraag.
Sinds 2010 zijn er drie parkeeronderzoeken uitgevoerd (november 2011, januari 2017 en
Het schrappen van parkeerplaatsen is dan ook niet in lijn met het uitgangspunt van de
september 2019) in het centrum van Honselersdijk. Kijkend naar de resultaten van
Structuurvisie.
deze tellingen dan is het de verwachting dat er in de nieuwe situatie in de blauwe zone van de Dijkstraat en op het uitgebreide parkeerterrein van de AH voldoende parkeerplaatsen beschikbaar zijn voor bezoekers van h et centrum van Honselersdijk, en eromheen voldoende parkeerplaatsen beschikbaar zijn voor bewoners en werknemers. Zoals eerder toegelicht worden bestaande parkeerplaatsen iets verplaatst. Daarbij komen er voldoende parkeerplaatsen terug om aan de
extra parkeerbehoefte van het Huis van de buurt te voldoen. Zoals eerder toegelicht, blijkt er uit de meest recente tellinge n geen sprake van een tekort aan parkeerplaatsen. 6.1. In het bestemmingsplan krijgt het
6. Strijd met rechtszekerheid
Voorhofplein een nieuwe bestemming, te weten Verkeer — Verblijfsgebied. In het
Een gedeelte van het Voorhofplein wijzigt van
bestemmingsplan wordt de functie als volgt omschreven:
bestemming. De bestemming van het perceel van reclamant wijzigt niet.
"Artikel 5 Verkeer- Verblijfsgebied 5.1 Bestemmingsomschrijving
In bijgevoegde artikel 5.1 lid b staat aangegeven dat ‘uitsluitend ter plaatse
De voor 'Verkeer-Verbliifsqebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
van aanduiding ‘specifieke vorm van verkeerniet parkeren’ geen parkeerplaatsen zijn
a. verblijfsgebied met een functie voor verblijf, verplaatsing en gebruik ten dienste van de
toegestaan.
aangrenzende bestemmingen; b. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding
Op de planverbeelding zijn ter plaatse van de genoemde aanduiding dan ook geen
'specifieke vorm van verkeer - niet parkeren' geen parkeerplaatsen toegestaan;
parkeerplaatsen toegestaan. Op de overige plekken binnen de bestemming
c. uitsluitend ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding 1 een muziekkoepel:
Verkeer-Verblijfsgebied, waar deze aanduiding niet ligt, zijn parkeerplaatsen dus wel
d. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals voet- en fietspaden,
toegestaan conform artikel 5.1 lid d.
groenvoorzieningen, parkeervoorzieningen, muziekkoepel, reclame-uitingen en water. "
Dit betreft een specifiek bestemmingsplan geen globaal of flexibel bestemmingsplan. De
6.2.
rechtszekerheid is weldegelijk geborgd binnen de specifieke bestemmingsplanregels en de
Allereerst dient te worden vastgesteld dat
Geen gevolgen voor het bestemmingsplan.
het erop lijkt dat in sub b geen parkeerplaatsen zijn toegestaan en in sub d wél . Het is dan ook
daarbij behorende planverbeelding.
niet duidelijk of parkeren wél of niet is toegestaan. Voorts stelt reclamant dat deze
In de bestemming Verkeer-Verblijfsgebied staat onder sub d aangegeven dat bij deze
bestemming té globaal is en daarmee weinig recht doet aan het rechtszekerheidsbeginsel.
bestemming behorende voorzieningen, zoals voet- fietspaden, groenvoorzieningen,
Een globale bestemming biedt de bestemmingsplanwetgever weliswaar meer
parkeervoorzieningen, muziekkoepel, reclame uitingen en water is toegestaan. Dit betreft een
flexibiliteit, maar kan er ook toe leiden dat
duidelijke, specifieke, juridisch kloppende regel
burgers eerder geconfronteerd worden met ongewenste ontwikkelingen. Dat kan ten nadele
behorende bij de bestemming Verkeer Verblijfsgebied. Er is geen
werken van de burgers.
rechtszekerheidsbeginsel in het geding.
6.3. In de literatuur wordt aangenomen dat Flexibiliteitsconstructies minder rechtszekerheid bieden, omdat de uitvoering van het plan aan (veranderende) beleidsinzichten kan worden aangepast. Het spanningsveld tussen de rechtszekerheid en de behoefte aan flexibiliteit speelt vooral op het niveau van het bestemmingsplan, omdat het bestemmingsplan enerzijds een verordenende en daarmee burgers bindende werking heeft, maar de burgers ook zekerheid biedt, en anderzijds een instrument van planning beoogt te zijn. Voor de eerste functie weegt het belang van de rechtszekerheid zwaar, voor de tweede is bruikbaarheid van het plan bij veranderende wensen of omstandigheden van betekenis. 6.4. In het onderhavige bestemmingsplan wordt onder andere gesproken van groenvoorzieningen, parkeervoorzieningen, géén parkeervoorzieningen en 'bij deze bestemming horende voorzieningen'. Deze functies zijn zéér uiteenlopend en nietszeggend. Het plan geeft weinig zekerheid voor de burger. Men ontkomt dan ook niet aan de conclusie dat het bestemmingsplan in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel. 7.1. Het GeluidBuro heeft in 2019 onderzoek gedaan naar het wegverkeerlawaai ten gevolge
7 Geluidhinder
de te realiseren school aan de Fazantlaan. Het GeluidBuro hanteert bij de berekende
De te verwachte verkeersgeneratie door de toe te voegen voorzieningen is op basis van
geluidsbelastingen een aftrek van 5 dB op grond
landelijke kencijfers berekent op 71
Geen gevolgen voor het bestemmingsplan.
van art. 3.4 RMW 2012 (Reken - en meetvoorschrift geluid 2012) jo. Art. 11 Og van
motorvoertuigen per etmaal. Dit is beperkt. De omliggende infrastructuur kan dit prima
de Wet geluidhinder (hierna: Wgh). De geluidsbelastingen exclusief aftrek zijn
faciliteren.
opgenomen in bijlage D van het onderzoek. De Wgh gaat uit van een stelsel van
In het akoestisch onderzoek van Het GeluidBuro BV van 29 januari 2019 staat in
voorkeursgrenswaarden en maximale grenswaarden. De voorkeursgrenswaarde is de
paragraaf 3.2.2 aangegeven dat de genoemde 30 km wegen zijn onderzocht in relatie tot de
geluidsbelasting die ten hoogste toelaatbaar is op een bepaalde plaats vanwege een bepaalde
gewenste herontwikkeling binnen het bestemmingsplangebied.
bron. De hoogste waarde van de geluidbelasting ten 7.2. Het is in de lijn der verwachting dat de voorgenomen gebiedsontwikkeling, waarin
gevolge van de Fazantlaan bedraagt 56 dB inclusief aftrek ex artikel 3.4 RMW 2012
meerdere maatschappelijke functies in één buurthuis worden gevestigd, meer
(artikel 110g Wgh) en is berekend op de rand van de bebouwingsgrens ZO van het maximale
verkeersstromen zal genereren in de buurt rondom het buurthuis. Immers zal als gevolg van
bebouwingsvlak. De afzonderlijke geluidbelasting als gevolg van de Fazantlaan
het buurtcentrum niet alleen verkeer van ouders aantrekken, die hun kinderen naar school
overschrijdt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB voor geluidgezoneerde wegen op enkele
brengen. Het zal tevens bezoekers van de bibliotheek met zich meebrengen en bezoekers
zijden van het maximale bebouwingsvlak. Hoewel formeel niet van toepassing, blijft de
van andere sociale voorzieningen. Deze gegenereerde verkeersstroom zal leiden tot een
berekende geluidbelasting vanwege de 30 km/uur wegen ruim beneden de op gro nd van
grotere verkeersdruk en een grotere geluidsbelasting. Met name de Fazantlaan, de
de Wet geluidhinder maximaal toegestane waarde van 63 dB. Hiermee kan gesteld worden
Dijkstraat, de Molenlaan en de Nachtegaalstraat zullen te maken krijgen met een toename aan
dat er sprake is van een acceptabel geluidniveau vanwege de 30 km/uur wegen.
verkeer, gezien het feit dat deze rondom de gebiedsontwikkeling gelegen zijn. Zowel de
De hoogste waarde van de geluidbelasting ten
Dijkstraat als de Fazantlaan zijn 30 km/uur wegen.
gevolge van de Dijkstraat bedraagt maxim aal 46 dB. Deze berekende geluidbelastingen vormt geen belemmering voor de planrealisatie.
7.3. Hoewel op 30 km/uur-wegen de Wet Geluidhinder niet van toepassing is, dient er — in het kader van een goede ruimtelijke ordening
In het vastgestelde beleid van de gemeente Westland ‘Toetsingskader voor hogere
- te worden onderzocht of de akoestische verandering geen onaanvaardbaar woon - en
geluidgrenswaarde besluiten’ is beargumenteerd en gemotiveerd waarom
leefklimaat teweegbrengt.
gebruik gemaakt kan worden van de maximale aftrek van 5 dB op grond van artikel 110 Wgh
7.4. Uit het onderzoek van Het GeluidBuro volgt dat geluidshinder kan ontstaan langs d e
op 30km/uur-wegen. Het plan voldoet aan een goede ruimtelijke ordening.
woningen aan de Fazantlaan, doordat de voorkeurswaarde van 48 dB wordt overschreden
Zoals reclamant zelf al aangeeft in zijn
met een geluidswaarde van 56 dB. Uit bijlage Dl volgt dat de hoogst geconstateerde waarde
zienswijze, kan ter motivering van een goed woon- en leefklimaat in een bestemmingsplan
(exclusief aftrek) 61,32 bedraagt (Fazantlaan ligt in het zuidoosten), hetgeen betekent dat er
aansluiting worden gezocht bij de normen van de Wet geluidhinder. Tevens is in ons
een maximale aftrek van 5 dB is gehanteerd. 7.5. De Dijkstraat ligt noordelijk van de rand van
vastgestelde beleid ‘Toetsingskader voor hogere geluidgrenswaarde besluiten’ van
de bebouwingsgrens. Te zien is dat in het noordwesten de geluidsbelasting grotendeels
toepassing. Ons inziens is daarmee afdoende onderbouwd en gemotiveerd waarom gebruik
boven de voorkeurswaarde uitkomt. Aan de Dijkstraat wordt een geluidswaarde van 46 dB
gemaakt kan worden van de aftrek van de voorkeursgrenswaarde en een aanvaardbaar
geconstateerd. Dit is eveneens met aftrek van 5 dB. Zonder aftrek zou de gemeten waarde op de
woon- en leefklimaat.
Dijkstraat uitkomen op een waarde van 51 dB (zie bijlage Dl, toetspunt 8b). Een waarde van 51 dB overschrijdt de voorkeurswaarde van 48 dB o.g.v. de Wgh. 7.6. De Afdeling heeft in 2013 geoordeeld dat, bij analoge toepassing van art. 110g Wgh op 30 km/uur-wegen, niet is uitgesloten dat deze aftrek in de praktijk niet volledig kan worden toegepast bij snelheden van 30 km/uur of minder, omdat de geluidemissie bij deze snelheden meer wordt veroorzaakt door het motorgeluid en minder door het bandengeluid. Echter, de raad dient — bij een maximale aftrek van 5 dB — toereikend te motiveren waarom deze wordt toegepast. De maximale aftrek van 5 dB is niet nader gemotiveerd in het bestemmingsplan. Derhalve kan niet worden vastgesteld dat het beoogde plan voldoet aan een goede ruimtelijke ordening.
7.7. De Afdeling heeft in 2009 geoordeeld dat wanneer er in absolute termen sprake is van een grote overschrijding van de voorkeursgrenswaarde (in dat geval 55 dB ten opzichte van de voorkeurswaarde van 48 dB), het bestuursorgaan expliciet moet motiveren waarom in het concrete geval toch sprake zal zijn van een goed, of in ieder geval een aanvaardbaar, woon- en leefklimaat. 7.8. Uit het bestemmingsplan blijkt niet waarom er, ondanks overschrijding van de voorkeurswaarden bij de Fazantlaan en de Dijkstraat, toch van een aanvaardbaar woon - en leefklimaat zou moeten worden gesproken. De raad lijkt te volstaan met de conclusie van Het GeluidBuro die zich bij de toetsing van een aanvaardbaar woon en leefklimaat enkel baseert op de maximale grenswaarde van de Wgh. Ondanks dat ter motivering van een goed woon en leefklimaat in een bestemmingsplan aansluiting kan worden gezocht bij de normen in de Wet geluidhinder, is er in het onderhavige geval onvoldoende gemotiveerd waarom er — ondanks overschrijding van de voorkeurswaarde — sprake is van een aanvaardbaar woon - en leefklimaat. 8.1. Artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening bepaalt dat de toelichting
8. Behoefte aan stedelijke ontwikkeling niet gemotiveerd met art. 3.1.6 lid 2 Wro
bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een
In de toelichting behorende bij het
beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling. Het is erop gericht om zorgvuldig
bestemmingsplan Centrum Honselersdijk wordt gemotiveerd waarom de gewenste ontwikkeling
ruimtegebruik te stimuleren en om in de plantoelichting verantwoording af te leggen over
binnen het Centrum van Honselersdijk mogelijk gemaakt wordt. De toelichting dient als
een duurzame benutting van ruimte.
onderbouwing voor deze ruimtelijke
Geen gevolgen voor het bestemmingsplan.
8.2. In het ontwerpbestemmingsplan wordt de behoefte aan deze stedelijke ontwikkeling niet
ontwikkeling, en is dan ook niet in strijd met een goede ruimtelijke ordening.
nader uitgewerkt, omdat het slechts zou gaan om een bundeling van reeds bestaande functies
In het ontwerpbestemmingsplan wordt onder
(bibliotheek, basisschool, KDV en welzijnsorganisatie). Echter, uit het
hoofdstuk 2 De gebiedsvisie dieper ingegaan over de verwachte ontwikkelingen t en opzichte
bestemmingsplan volgt dat het buurthuis een ontmoetingscentrum moet worden.
van het centrumplan. In het bestemmingsplan wordt geschetst op welke wijze
Het moet een centrum worden waar ontmoeting
maatschappelijke functies bij elkaar komen en hoe sociale interactie zal ontstaan. De
tussen onderwijs, verenigingen en sociale partijen centraal staat. Dit maakt dat h et meer is
bestemming maatschappelijk zat al reeds op deze locatie in het vigerende bestemmingsplan.
dan slechts een bundeling van bestaande maatschappelijke functies. Het wordt een
De functies van school, bibliotheek, welzijnsorganisatie en kinderdagverblijf passen
ontmoetingsplek en vergaderlocatie voor mensen. Daarnaast komt er een (groen) plein
hier dan ook in.
waarop voor markten en andere recreatieve doeleinden. Waar nu parkeerplaatsen zijn wordt
Ter plaatse van het Voorhofplein waar momenteel tijdelijke parkeerplaatsen liggen ,
de functie gewijzigd naar verblijfsgebied. De uitstraling van het gebied zal drastisch
geldt nu de bestemming: maatschappelijk in het vigerende bestemmingsplan. Deze zal wijzigen
veranderen.
naar verblijfsgebied, de fysieke uitstraling wordt daarmee verbeterd.
8.3. De Afdeling heeft geoordeeld dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van artikel 3.1.6, tweede lid, Bro behelst dat in onderlinge samenhang moet worden beoordeeld in hoeverre het plan, in vergelijking met het voorgaande bestemmingsplan, voorziet in een functiewijziging en welk planologische beslag op de ruimte het nieuwe plan mogelijk maakt in vergelijking met het voorgaande bestemmingsplan. Ook komt betekenis toe aan de ruimtelijke uitstraling van de in het nieuwe plan voorziene functie en die van hetgeen onder het vorige plan mogelijk was. 8.4. Het ontwerpbestemmingsplan maakt dat - in tegenstelling tot wat de raad stelt - wel degelijk
gesproken moet worden van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Op grond van art. 3.6.1, tweede lid, van het Bro had dan ook in het ontwerpbestemmingsplan de behoefte aan deze ontwikkeling moeten worden onderbouwd. Nu dit niet is gebeurd dient te worden v astgesteld dat het plan niet voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. 9.1. In de Ruimtelijke verkenning Centrum
9. Strijd met welstandscriteria en
Geen gevolgen voor het
Honselersdijk staat dat alle initiatieven in het centrum dienen te passen binnen de
Omgevingsvisie
bestemmingsplan.
Welstandsnota. Aanvullende richtlijnen voor ontwikkeling zijn dat voorkomen moet worden
Er wordt ten onrechte gesteld dat het plan niet voldoet aan de Welstandsnota voor het gebied.
dat nieuwe gebouwen een te grootse uitstraling hebben die niet past bij het kleinschalige
Er worden vanuit zowel het beeldkwaliteitsplan als welstandsnota 2016 eisen geformuleerd
karakter van de Honselersdijk. Het moet harmoniëren met de bestaande bebouwing e n
voor bouwplannen in Honselersdijk. Het voorlopig ontwerp is in het voortraject in nauw
moet qua maat en schaal passen.
overleg met de welstandscommissie besproken. Het gebouw past in lijn met de eisen die hieruit
9.2. Uit de Welstandsnota Westland 2016 volgt ten aanzien van de Honselersdijk dat bij de
gesteld worden conform ligging, massa en toepassing van kleur- en materiaalgebruik en
beoordeling van bouwplannen onder andere moet worden getoetst of de bouwmassa
vorm.
harmonieert met het dorpse karakter van het gebied. Honselersdijk wordt aangemerkt als
In de welstandsnota 2016 worden geen concrete eisen gesteld aan noch het
een bijzonder welstandsgebied waarbij inzet van het beleid is het behouden en versterken van
parkeerterrein van de nabij gelegen supermarkt alsmede aan het plein. In de ROK als mede de
het dorpse karakter met kleinschaligheid, individualiteit en afwisseling.
gebiedsvisie van het ontwerpbestemmingsplan worden uitgangspunten meegegeven waaraan
9.3. In het ontwerpbestemmingplan heeft de
deze ontwikkeling dient te voldoen. Het plan voldoet hieraan.
gemeente beoogd een grootschalig parkeerterrein aan te leggen bij de nabijgelegen supermarkt. Tevens is het de bedoeling dat in één groot gebouw meerdere maatschappelijke functies gehuisvest worden (school, bibliotheek
etc.). Ook wordt het aanwezige parkeerterrein verandert naar een groot plein. Het is zéér aannemelijk dat het dorpse karakter en de kleinschaligheid verloren zullen gaan als gevolg van deze bestemmingsplanwijziging. Dit is dan ook niet in lijn met het beleid dat voortvloeit uit de Welstandsnota. Daarmee dient te worden vastgesteld dat het plan in strijd is met de welstandscriteria. 10.1. Uit de Structuurvisie Westland 2025 volgt dat er bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening
10. Aanvullend archeologisch onderzoek nodig
Het nadere booronderzoek is als
moet worden gehouden met de ter plaatse heersende cultuurhistorische waarden,
Ten tijde van het ontwerpbestemmingsplan werd uitvoering gegeven aan het advie s om
bijlage toegevoegd in het bestemmingsplan.
karakteristieken en kenmerken. Daaronder vallen archeologische, historische geograf ie en
nadere booronderzoeken te verrichten. Uit de nadere onderzoeken blijkt dat er geen
Tevens is de tekst in de toelichting hierop
gebouwd erfgoed. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient daarom allereerst te worden onderzocht
archeologische vondsten zijn te verwachten binnen het plangebied en dat archeologie geen
aangepast.
welke cultuurhistorische waarden er in het gebied aanwezig zijn. Vervolgens worden deze
belemmering voor de uitvoering van dit bestemmingsplan is. Het nader booronderzoek
waarden zoveel mogelijk geïntegreerd in de nieuwe ontwikkeling.
maakt onderdeel uit van het vastgestelde bestemmingsplan.
10.2. Uit een booronderzoek in 2014 is gebleken dat géén goed beeld kon worden verkregen van de bodemopbouw van het huidige plangebied en de omvang van eventuele vindplaatsen. Bij graafwerkzaamheden bestaat de kans dat eventuele archeologische resten verlore n gaan. Geadviseerd werd een aanvullend booronderzoek uit te voeren in het plangebied. 10.3. Uit het aanvullende archeologisch bureauonderzoek onderzoek is gebleken dat er een middelhoge verwachting geldt voor archeologisch resten uit het Neolithicum, de Romeinse tijd en Middeleeuwen en een hoge
verwachting voor resten uit de Nieuwe tijd. In het onderzoek wordt wederom geadviseerd nadere booronderzoeken te verrichten. Uit het ontwerpbestemmingsplan blijkt niet dat deze nadere booronderzoeken ook daadwerkel ijk hebben plaatsgevonden. Het besluit is niet zorgvuldig tot stand gekomen en derhalve genomen in strijd met art. 3:2 van de Awb.