CConstaterende datWestland
Koppel je AI →
Document · PDF

Nieuweweg nabij 56 te Poeldijk RO

Gemeenteraad 24 april 2024, gemeente WestlandBij agendapunt: Voorstel tot terinzagelegging van de ontwerpverklaring van geen bedenkingen Nieuweweg nabij 56 te Poeldijk11.269 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

NIEUWEWEG NABIJ 56 TE POELDIJK omgevingsvergunning NL.IMRO.1783.OWZKREKENf2g01-on01 concept

T oelichting

3

4

Inhoudsopgave

T oelichting Hoofdstuk 1

3 Inleiding

6

1.1

Aanleiding

6

1.2

Ligging plangebied

7

1.3

Geldend bestemmingsplan

7

1.4

Leeswijzer

8

Hoofdstuk 2

Gebiedsvisie

9

2.1

Beleidskader

9

2.2

Ruimtelijk-functionele structuur

15

Hoofdstuk 3

Onderzoek

21

3.1

Bedrijven en milieuzonering

21

3.2

Geluid

22

3.3

Luchtkwaliteit

26

3.4

Externe veiligheid

28

3.5

Water

29

3.6

Bodem

31

3.7

Ecologie

31

3.8

Stikstof

39

3.9

Cultuurhistorische aspecten

40

Hoofdstuk 4

Uitvoerbaarheid

42

4.1

Economische uitvoerbaarheid

42

4.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

42

5

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Aanvrager wil 47 sociale appartementen realiseren in Poeldijk. Het betreft een kavel waar in het huidige bestemmingsplan geen woningen zijn toegelaten. In onderstaande uitsnede van de plankaart is de locatie aangeduid met een rode marker.

Het plan betreft het realiseren van 47 appartementen. Het gaat daarbij om een gedeelte met vijf en een gedeelte met zes bouwlagen. Deze zijn aan elkaar verbonden, zodat een aaneengesloten geheel ontstaat. In figuur 2 is het plan weergegeven.

6

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied is gelegen in de nabijheid van de woningen Nieuweweg 10, Paul Captijnlaan 10, 12 en 14 te Poeldijk in de hoek van de Nieuweweg en de Paul Captijnlaan kadastraal bekend sectie K, nummers 4157 en 8644.

1.3

Geldend bestemmingsplan

De aanvraag is gelegen binnen het plangebied van de bestemmingsplannen 'De Kreken fase 2', 'Paraplubestemmingsplan horeca/hotel'en het 'Paraplubestemmingsplan Wonen'. De gronden hebben de bestemming 'Gemengd', 'Woongebied-1' en 'Groen'. Tevens is de dubbelbestemming 'Waarde-Archeologie-2 van toepassing.

7

Uitsnede bestemmingsplankaart

1.4

Leeswijzer

Het omgevingsvergunning "Nieuweweg nabij 56 te Poeldijk" bestaat uit een toelichting, planregels en een planverbeelding. De toelichting is als volgt opgebouwd. In Hoofdstuk 2 komt de gebiedsvisie aan de orde. Hierin wordt de ruimtelijke en functionele hoofdstructuur van het plangebied beschreven met aandacht voor cultuurhistorisch waardevolle elementen, overige ruimtelijke kwaliteiten, aanwezige knelpunten en te verwachte ontwikkelingen. Dit tezamen leidt tot een beschrijving van de gemeentelijke visie op het gewenste behoud en beheer van de ruimtelijke kwaliteit in het plangebied. In Hoofdstuk 3 wordt onderzoek op het gebied van milieu, ecologie, archeologie en cultuurhistorie en water behandeld. Tot slot wordt in Hoofdstuk 4 Uitvoerbaarheid ingegaan op de economische en de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het de ruimtelijke onderbouwing.

8

Hoofdstuk 2 2.1

Gebiedsvisie

Beleidskader

De beleidscontext voor de visie op het plangebied wordt gevormd door gemeentelijke, regionale, provinciale en landelijke beleidsrapportages. In dit hoofdstuk is het relevante beleid samengevat. Het hier samengevatte beleidskader is niet uitputtend. In de toelichting wordt op een aantal plaatsen verwezen naar specifiek beleid of beleidsnotities die niet in deze paragraaf worden behandeld. Tot slot wordt in dit hoofdstuk een beschrijving gegeven van de visie op het plangebied. Deze visie is gericht op het behoud en beheer van de ruimtelijke kwaliteit. 2.1.1

Gemeentelijk beleid

Omgevingsvisie 2.0: Visie op Westland Op 8 december 2020 heeft de gemeenteraad de Omgevingsvisie 2.0: Visie op Westland vastgesteld. De Omgevingsvisie gaat onder andere in op de samenhang tussen ruimte, water, milieu, natuur, landschap, verkeer en vervoer, infrastructuur en cultureel erfgoed. De Omgevingsvisie is breder dan alleen de fysieke leefomgeving; ook onderwerpen als gezondheid, veiligheid en duurzaamheid moeten onderdeel uitmaken van de visie. De Omgevingsvisie geeft weer waar we met Westland naartoe willen en bindt de gemeente aan haar eigen voornemens en ambities. De Omgevingsvisie werkt door in het (later nog op te stellen) omgevingsprogramma, waarin beleidsvoornemens en maatregelen staan die dienen om de doelen in de leefomgeving te bereiken. De Omgevingsvisie geeft ook richting aan het ontwikkelen van het omgevingsplan. Hierin worden de algemene regels en vergunningsplichten vastgelegd die bindend zijn voor burgers en bedrijven (bestemmingsplannen en verordeningen worden hiermee vervangen). De belangrijkste opgave is het verhogen van de leefkwaliteit in Westland, waarbij het sociaal-maatschappelijke en economische belang van het tuinbouwcluster niet uit het oog wordt verloren. De oorspronkelijke structuren in het landschap moeten behouden blijven, net als de gemeenschapszin in de dorpen. Westland wil een groenere, gezonde en aantrekkelijke gemeente zijn.

Met een people - planet - profit benadering, vindt vergroening plaats langs de belangrijke groene verbindingen en in de wijken, terwijl initiatiefnemers en ontwikkelaars worden gevraagd groeninclusief te ontwerpen en in te richten. Een klimaatbestendig beleid wordt doorgevoerd in ruimtelijke inrichting, nieuwbouw en verkeersmaatregelen. Bodemwarmte moet worden benut en er wordt aangesloten op warmtenetten in de regio. Betere bereikbaarheid en een toonaangevende rol op het gebied van kennis, innovatie en duurzaamheid in de Greenport blijven een belangrijke rol spelen. De autonome groei van inwoners wordt geaccommodeerd door het invullen van de zachte plannen voor woningbouw in combinatie met inbreiding door bv. hoger te bouwen. De kwaliteit van de omgeving wordt verbeterd met een groen/blauwe inrichting (groene daken, beleefbaar groen en waterberging) om hittestress en wateroverlast tegen te gaan. Voor 2040 wordt één vierkante meter groen per huishouden extra gerealiseerd, voor nieuwbouwprojecten geldt een norm van 50 m2 verblijfsgroen per woning. Bij projectontwikkeling worden zoveel mogelijk de minimale eisen uit het Convenant Klimaatadaptief Bouwen gehanteerd en is het uitgangspunt dat niet langer gebruik wordt gemaakt van fossiele brandstoffen. Het woningaanbod moet aansluiten uit bij de Westlandse behoeften en economisch verbondenen.

Westland wil meer dan 8000 woningen realiseren, waarvan een grote opgave betaalbaar wonen. Er ligt ook een opgave voor de huisvesting van (tijdelijke) arbeidsmigranten. Het duurzaam glastuinbouwgebied behoudt voldoende kritische massa om een innovatieve glastuinbouwgemeente te blijven, maar het toevoegen van beleefbaar groen mag ten koste gaan van glastuinbouw. De glastuinbouw produceert in de toekomst circulair, wordt energieneutraal en klimaatadaptief. Om de modernisering en herstructurering op gang te brengen moet er letterlijk ruimte worden gemaakt, bv. door het uitplaatsen van (bedrijfs)woningen naar de dorpen. Integrale gebiedsplannen moeten betaalbaar en met voldoende draagvlak gerealiseerd kunnen worden. Langs de kust is een strand dat uitblinkt in rust en ruimte met een goede balans tussen natuur en recreatie. Daarnaast wil Westland sluitende recreatieve netwerken creëren voor verschillende gebruiksgroepen d.m.v. robuuste groen-blauwe aders. Er wordt ingezet op een hoogwaardige OV verbinding tussen Den

9

Haag en de Hoekse Lijn richting Delft. Bepaalde bedrijventerreinen kunnen uitbreiden, in de kernen worden (compacte) kernwinkelgebieden aangewezen. Rond 2030 zijn grote ingrepen nodig om de infrastructuur op orde te houden (vrijliggend logistiek netwerk, ongelijkvloerse kruispunten), er komt een verkenning naar de mogelijkheden voor lightrail. Het fietsnetwerk binnen en van/naar Westland wordt verbeterd met o.a. metropolitane fietspaden. Vrachtverkeer krijgt wellicht hubs en goede doorstroming naar de A4/A20 blijft een belangrijk aandachtspunt. Natuurgebieden (Natura 2000 en het Natuur Netwerk Nederland) moeten robuust, veerkrachtig, aaneengesloten en beleefbaar worden gemaakt. Voor 2030 zijn ontbrekende zones en schakels in ecologische verbindingen ingevuld, zodat de biodiversiteit bevorderd wordt. De waterkwaliteit moet worden verbeterd en er komt meer ruimte voor het vasthouden van water. Dit vraagt ook inspanningen van de glastuinbouw om meer circulair te worden, minder grondwater te onttrekken en water te bergen. De toekomstkaart van Westland:

Mobiliteitsvisie Duurzaam Bereikbaar Westland Op 10 december 2019 is de Mobiliteitsvisie Duurzaam Bereikbaar Westland vastgesteld door de gemeenteraad. Het gemeentelijk mobiliteitsbeleid was tot de vaststelling van deze Mobiliteitsvisie gebaseerd op het Westlands Verkeer- en Vervoerplan 2005-2015 (WVVP) en de Structuurvisie Westland 2025. Veel van de in het WVVP opgenomen doelstellingen en uitvoeringsprogramma's zijn gerealiseerd, dan wel waren aan herziening toe. Na vaststelling van de Mobiliteitsvisie is het WVVP komen te vervallen. Er komt steeds meer verkeer in Westland. Om ervoor te zorgen dat we nu en in de toekomst nog vlot tussen dorpen en van dorp naar steden kunnen reizen, maken we plannen en nemen we maatregelen. De volgende mobiliteitsdoelen zijn opgenomen in de Mobiliteitsvisie 2040: Logistieke bereikbaarheid; De auto minder dominant; Volwaardige alternatieven voor de auto; Westland verkeersveilig; Duurzaam Bereikbaar Westland.

10

Beleidsregel Parkeernormering gemeente Westland 2018 In de vergadering van burgemeester en wethouders van 16 januari 2018 is de 'Beleidsregel Parkeernormering gemeente Westland 2018' vastgesteld. Hiermee vervalt de verwijzing naar het WVVP. In het beleid is de parkeernormering van de gemeente Westland geactualiseerd en in overeenstemming gebracht met de meest recente kerncijfers van het CROW (landelijke richtlijnen). Beleidsnotitie conventionele explosieven in het Westland In de beleidsnotitie conventionele explosieven in het Westland wordt beschreven hoe om moet worden gegaan met diepte werkzaamheden op locaties die mogelijk conventionele explosieven bevatten. De basis voor het gemeentelijk beleid voor het opsporen van explosieven is de explosieven risicokaart. Deze kaart geeft een eerste indicatie van het mogelijke gevaar van diepte werkzaamheden op bepaalde locaties in het Westland. In het projectgebied zijn geen mogelijke vindplaatsen van conventionele explosieven aanwezig. Uitvoerings- en handhavingsstrategie 2022-2025 Op 7 februari 2022 hebben burgemeester en wethouders van Westland de Uitvoerings- en handhavingsstrategie 2022-2025 bekend gemaakt. Deze strategie bevat de weergave van hoe de gemeente Westland haar uitvoerings- (vergunningen) en handhavingstaken (toezicht en handhaving) uitvoert en hoe de interpretatieruimte die de wetgeving wordt ingevuld.

Er is alvast aangesloten bij de terminologie en begrippen uit de komende Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. Naast de preventieve toets van het bouwplan aan de bouwregelgeving vooraf wordt ook het toezicht tijdens en na realisatie van de bouw vervangen door toezicht door private kwaliteitsborgers. Hierdoor verschuift het toezicht van de voorkant van het proces naar handhaving achteraf. In navolging van maatschappelijke ontwikkelingen is de bedoeling van de Omgevingswet dat initiatiefnemers meer ruimte krijgen voor initiatieven maar ook zelf meer verantwoordelijkheid hebben voor deze initiatieven. Gemeente Westland zal risicogestuurd aanvragen om een omgevingsvergunning vergunnen. Na vergunningverlening wordt toezicht gehouden op de naleving van de vergunnings- of ontheffingsvoorwaarden, terwijl continue toezicht wordt gehouden op de naleving van wet- en regelgeving als het omgevingsplan. Ook voor bouwtoezicht en handhaving geldt dat er risicogestuurd wordt gewerkt. Strijdig gebruik van bedrijfsterreinen geldt als een bestuurlijk speerpunt, zodat een overtreding met hoge prioriteit zal worden aangepakt. De naleving van wet- en regelgeving is daarbij een gezamenlijke verantwoordelijkheid van gemeente, burgers en bedrijven.

De wet- en regelgeving zijn bedoeld om kwaliteit, veiligheid en leefbaarheid binnen de leefomgeving te beschermen en bevorderen en dat is in ieders belang. Dit draagt bij aan een prettige woon-, werk- en leefomgeving voor de burgers en ondernemers van de Gemeente Westland. De handhaving van de regelgeving vervat in dit plan is een bevoegdheid van burgemeester en wethouders. Het gaat daarmee vooral om de planregels inzake het bouwen en het gebruik van gronden en bouwwerken. Een aantal vormen van gebruik wordt specifiek aangeduid als strijdig met de bestemming, zodat handhavend optreden hiertegen eenduidig mogelijk te maken. Uiteraard betreft het hier een niet-limitatieve opsomming. Handhaving van dit plan is van belang om de ruimtelijke kwaliteit en de leefbaarheid er van in stand te houden. Daarnaast heeft handhaving uiteraard ook een belangrijke functie in het kader van de rechtszekerheid en rechtsgelijkheid. De planregels in dit plan zijn voldoende duidelijk, concreet en toepasbaar om te kunnen handhaven. Handhaving van het plan zal in de praktijk primair plaatsvinden via de bestemmingsplantoets in het kader van de omgevingsvergunning en door feitelijk toezicht op de aanwezigheid van bouwwerken en op gebruiksactiviteiten Woonvisie 2020-2030 De Woonvisie 2020-2030 is een actualisatie van de Woonvisie Westland 2030 die is opgesteld in 2016 en vastgesteld door de raad in 2020.

Met de actualisatie krijgt de gemeente de gelegenheid om integraal de afweging te maken voor welke doelgroep er gebouwd moet worden in Westland op basis van actuele gegevens. De visie vormt de basis voor nieuwe woningmarktafspraken met de regio Haaglanden, afspraken voor de huisvesting van arbeidsmigranten, zorginstellingen en de prestatieafspraken met de woningcorporaties.

11

Conclusies Woonvisie De conclusies die uit de "Woonvisie 2020-2030" getrokken kunnen worden zijn: de behoefte aan sociale huurwoningen blijft onverminderd groot en krijgt een belangrijke plaats in het (ambitieuze) bouwprogramma; blijvende aandacht voor de groep middeninkomens is gerechtvaardigd; het aantal 70-plussers verdubbelt, zodat wonen met zorg verder moet worden ontwikkeld; de huisvestingsopgave voor arbeidsmigranten is substantieel; flexwonen krijgt een plaats in het bouwprogramma. Voor nieuwe bouwplannen geldt in beginsel de volgende verdeling in prijssegmenten: 45% dure/extra dure koop, 20% middeldure koop/huur, 5% goedkope koop, 30% sociale huur. Daarbij geldt een ambitie voor zorg- en ouderenwoningen en de huisvesting van arbeidsmigranten.

2.1.2

Regionaal beleid

Metropoolregio Den Haag-Rotterdam In de metropoolregio Rotterdam Den Haag werken 23 gemeenten samen aan het verbeteren van de bereikbaarheid en het vernieuwen van de economie. Daarmee versterken ze onder meer de (internationale) concurrentiepositie van de regio. Met elkaar vormen deze 23 gemeenten het bestuur van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH). Voor het overleg tussen de 23 gemeenten en het nemen van besluiten kent de MRDH de volgende besturen en commissies: het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur, de bestuurscommissie Vervoersautoriteit (Va), de bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat (EV) en de voorzitter. Met 23 gemeenten, 2,3 miljoen mensen, 1,2 miljoen banen met werk voor 13,5% van de Nederlanders en een bijdrage van 15% aan het BNP is de metropoolregio een regio die er toe doet. Voor een grootstedelijke regio waar het goed wonen, werken en recreëren is, heeft de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) zichzelf twee belangrijke ambities gesteld: het vernieuwen van economie en het verbeteren van de bereikbaarheid. Het Rijk gaf de Metropoolregio Rotterdam Den Haag de status van vervoerregio. En daarmee ook wettelijke taken rond verkeer en vervoer. Aan het begin van elke nieuwe bestuursperiode (elke vier jaar) stelt het bestuur een regionale strategische agenda vast, van waaruit de regionale vraagstukken worden opgepakt.

De huidige strategische agenda loopt tot en met 2022. 2.1.3

Provinciaal beleid

Het omgevingsbeleid Zuid-Holland is op 1 april 2019 in werking getreden. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en een Omgevingsverordening. Omdat onderdelen uit het Programma ruimte naar het visiedeel zijn omgezet, is het resterende deel hiervan nu onderdeel van het Omgevingsbeleid. Met het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Hieraan wordt richting gegeven door het maken van samenhangende beleidskeuzes, die volgen uit provinciale opgaven en belangen. Deze beleidskeuzes werken door naar uitvoeringsprogramma's en naar regels in de provinciale verordening. Het geheel aan bestaande beleidskeuzes, inclusief de doorwerking naar programma's en verordening, vormt het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Introductie op het omgevingsbeleid: de ruimtelijke hoofdstructuur Zuid-Holland wil slim en schoon zijn. Klimaatverandering heeft in het laaggelegen deltagebied grote ruimtelijke, economische en sociale gevolgen. Als open economie is Zuid-Holland gevoelig voor gevolgen van globalisering. De segregatie neemt toe. De energie-intensieve economie heeft, zoals ook benoemd in het klimaatakkoord van Parijs, alleen toekomst als wordt overgegaan tot verduurzaming.

De provincie ziet zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving: naar een klimaatbestendige delta, naar een nieuwe economie (the next level), naar een levendige meerkernige metropool, energievernieuwing, best bereikbare provincie en gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. Belangrijk om de ambities waar te kunnen maken zijn innovatieve oplossingen voor waterberging en het

12

voorkomen van hittestress, de overstap van een fossiele naar een circulaire economie, het uitbreiden van warmtenetten, een forse woningopgave en de verduurzaming van woningen, vitale kernen, het aanpakken van verkeersknelpunten, het versterken van openbaar vervoer en gebruik van de fiets en de kwaliteit van de leefomgeving versterken door natuur, water, recreatie, cultureel erfgoed en economie in samenhang te bezien. De ruimtelijke hoofdstructuur toont de essentie en de samenhang van verschillende ruimtelijke beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie.

figuur 3: de provinciale ruimtelijke hoofdstructuur (uitsnede Westland)

Gemeente Westland laat zich kenmerken door de glastuinbouw (Greenport Westland) omringd door kust, natuur en stedelijk groen met daarbinnen woonkernen en logistieke overslagpunten. Naaldwijk is als regiokern aangewezen. Wateringen behoort tot de stedelijke agglomeratie. Nabij de vestiging van Flora Holland is een kenniscentrum aangegeven. Wat betreft mobiliteit is een (boven) regionale HOV-net busroute voorzien van Den Haag, via Naaldwijk naar Maassluis, alwaar op het HOV-net kan worden aangesloten richting Rotterdam. De greenport wordt benoemd als volwassen cluster dat tot de wereldtop behoort. Deze positie moet behouden blijven en waar mogelijk versterkt worden. Er wordt gestreefd naar synergie van mainport Rotterdam en de greenports. De groene ruimte heeft intrinsieke waarde en het kustlandschap vormt mede de grondslag voor de identiteit van de bebouwde en groene ruimte. De provincie zet in op de groenblauwe structuur om groene kwaliteiten binnen en buiten stedelijk gebied te versterken en de samenhang tussen parken, recreatiegebieden, natuurgebieden en agrarisch landschap te vergroten. 2.1.4

Rijksbeleid

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte & AMvB ruimtelijke ordening Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar & veilig. Daar streeft het Rijk naar met een aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen scherp prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Een actualisatie van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid is daarvoor nodig. De verschillende beleidsnota's op het gebied van ruimte en mobiliteit zijn gedateerd door nieuwe politieke accenten en veranderende omstandigheden zoals de economische crisis, klimaatverandering en toenemende regionale verschillen onder andere omdat groei, stagnatie en krimp gelijktijdig plaatsvinden. De structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geeft een nieuw, integraal kader voor het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en is de 'kapstok' voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. Doelen In de structuurvisie Infrastructuur en Ruimte formuleert het Rijk drie hoofddoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar & veilig te houden voor de middellange termijn (2028): het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de

13

ruimtelijk-economische structuur van Nederland; het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Het Westland is op de kaart van de nationale ruimtelijke hoofdstructuur aangewezen als Greenport.

Figuur - Uitsnede kaart nationale ruimtelijke hoofdstructuur Nationale b elangen De structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is vertaald in de AMvB ruimtelijke ordening. De AMvB omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de Ecologische Hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met de AMvB Ruimte maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Uit de regels en kaarten behorende bij de AMvB kan worden afgeleid welke aspecten relevant zijn voor het ruimtelijke besluit. Voor het projectgebied zijn geen nationale belangen in het geding. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Met de komst van de Omgevingswet die vanaf 2022 in werking zal treden, is het van belang dat de ruimtelijke opgave in lijn is met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). De eerste NOVI is vastgesteld in 2021. De NOVI bestaat uit één Rijksvisie op de leefomgeving. Het uitgangspunt van dit beleidsdocument is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in een samenhangend geheel. De NOVI schetst een duurzaam toekomstperspectief voor de leefomgeving in Nederland in 2050.

Om dit te realiseren is collectieve verantwoordelijkheid van alle overheden van belang. Het Rijk benoemt in de NOVI 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid en vermeldt hierbij de opgaven en de rol van het Rijk bij het realiseren van deze opgaven. Deze opgaven worden samengebracht in vier prioriteiten. Deze prioriteiten vormen complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Deze prioriteiten zijn: Naar een duurzame en concurrerende economie; Naar een klimaatbestendige en klimaatneutrale samenleving; Naar een toekomstbestendige en bereikbare woon- en werkomgeving; Naar een waardevolle leefomgeving. Deze vier opgaven kunnen alleen in samenhang verder worden gebracht wanneer aandacht is voor thema's die hier dwars doorheen lopen, zoals omgevingskwaliteit, gezondheid, cultuurhistorie,

14

klimaatadaptatie, water, bodem, (nationale) veiligheid en milieukwaliteit. Een gezonde leefomgeving die zo min mogelijk negatieve invloed heeft op de gezondheid is volgens het Rijk van belang. De omgeving dient uitnodigend te zijn voor gezond gedrag en dient een plek te zijn waar inwoners zich prettig voelen. De omvang van de vraag is afhankelijk van de het tempo van economische groei, maar ook van de specifieke bedrijfstaksamenstelling per regio, omdat de ramingen voor verschillende bedrijfstakken uiteenlopen. Het Rijk stelt dat een zorgvuldige raming van ruimtebehoefte- en aanbod van groot belang is. Om voldoende ruimte voor economische activiteit te faciliteren en deze optimaal te benutten, stellen overheden regionale programma's en transitieagenda's op. Locaties van nieuwe kantoren, bedrijventerreinen en (groot)winkelbedrijven moeten passen bij het verkeers- en vervoersnetwerk. Deze locaties moeten goed afgestemd zijn op de vraag van bedrijven én de economische vitaliteit en de kwaliteit en aantrekkelijkheid van stad en land versterken. 2.1.5

Conclusie

Het oprichten van 47 sociale appartementen aan de Nieuweweg nabij 56 te Poeldijk is in overeenstemming met de beleidskaders van de verschillende overheden.

2.2

Ruimtelijk-functionele structuur

2.2.1

Bouwmassa

Het gebouw vormt een haak op de hoek van Nieuweweg en Paul Captijnlaan. De zuidwestelijke vleugel langs de Nieuweweg sluit aan op rijwoningen in Fase 2.7. De noordoostelijke vleugel langs de Paul Captijn- laan vormt de beëindiging van het Singelpark in de wijk. Naast de noordoostelijke vleugel zijn op geruime afstand (ca. 45 meter) drie bestaande woningen (Paul Captijnlaan 10-14) gelegen.

Situering bouwmassa In de hoek van de haak, waar geen gevel aan de geluidsluwe binnenzijde mogelijk is, is de centrale entree en stijgpunt gesitueerd. Aan de geluid belaste buitenzijde heeft het gebouw een galerijontsluiting

15

en aan de geluidsluwe binnenzijde zijn privébalkons op doorlopende uitkragende delen, gelegen. Zowel de galerijen als de balkons vormen, in combinatie met de hekwerken, vluchtrappen en overstekken een (semi) transparant scherm dat het gebouw segmenteert en interessant maakt.

Indeling standaardverdieping

Galerijen en balkons vormen een scherm voor de gevel

In massaopbouw reageert het bouwvolume op de omgeving. De zuidwestelijke vleugel langs de Nieuweweg sluit aan op de lagere rijwoningen in Fase 2.7. Hier is de hoogte van het gebouw 5 bouwlagen (ca. 15 meter). De afstand tussen het uiteinde van de vleugel en de zijgevel van de eerste woning in Fase 2.7 is ca. 10 meter. De hoek Nieuweweg - Paul Captijnlaan heeft één bouwlaag meer (6 bouwlagen met een hoogte van ca. 18 meter) waarmee een accent richting de richting de rotonde wordt gevormd. Dit wordt versterkt door een verticaal torenachtig element waarin in zich de lift bevindt. Deze steekt nog iets boven de gebouwdelen van 6 bouwlagen uit, tot een maximale hoogte van 20 meter. De noordoostelijke vleugel neemt richting de bestaande woningen Paul Captijnlaan 10-14 weer af in hoogte tot 5 bouwlagen. De getrapte opbouw eindigend in een accent op de kop van Singelpark vormt een reactie op de stedenbouwkundige situatie en geeft het bouwvolume een dynamisch beeld.

Getrapte opb ouw b ouwmassa

16

Hoogteaccent richting de hoek Nieuweweg - Paul Captijnlaan 2.2.2

Gebouwindeling

Voor de stedenbouwkundige proefverkaveling is een rudimentaire gebouwindeling gemaakt met 49 woon- eenheden in de vorm van 2-kamer appartementen met een beukmaat van 5,40 meter. De footprint van dit gebouw had een oppervlakte van ca. 950 m2. Bij de nadere uitwerking zijn de gebouwplattegronden opgesteld door een architect en afgestemd met de ontwikkelaar die het complex gaat realiseren en de woningbouwvereniging die het gaat exploiteren. Dit heeft geleid tot een wooncomplex met 47 wooneenheden in de vorm van 3-kamer appartementen met een beukmaat van 6,90 meter. De footprint van het gebouw heeft een oppervlakte van ca. 1.100 m2. Ook zijn de eisen van het bouwbesluit en de maatvoering van algemene ruimtes zoals inpandig containerruimte voor afvalinzameling en technische ruimte voor installaties in het gebouwontwerp verwerkt. De combinatie van grotere wooneenheden en een realistische inpassing van algemene ruimtes heeft geleid tot een iets grotere footprint van het gebouw en een indeling met minder woningen in de plint dan in de stedenbouwkundige proefverkaveling. De ruimte die resteert voor woningen op de begane grond is ingezet op de meest strategische plek in het gebouw, namelijk aansluitend op de lange lijn van het Singelpark. Hier zijn appartementen op de begane grond die met een privéterras aan het groen zijn gelegen.

plattegrond 3-kamer appartement

Indeling begane grond

17

2.2.3

Inrichting openbaar gebied

In de eerdere stedenbouwkundige studie werd uitgegaan van een langgerekt volume met aan de zuidzijde een ruime groenbuffer naar de rijwoningen in Fase 2.7 en aan de noordzijde een parkeerterrein met keermogelijkheid voor bijvoorbeeld afvalinzamelvoertuigen e.d. Door het haakvormige gebouw wordt er aangesloten bij de rijwoningen in Fase 2.7 en komt het groen meer als een omsloten hof aan de binnenzijde van de haak te liggen. Ook schuift de noordgevel van het gebouw op richting de Paul Captijnlaan, waardoor hier geen ruimte meer is voor het maken van een parkeerterrein met keermogelijkheid. In plaats hiervan is er een parkeerstraat ontworpen aan de geluid belaste buitenzij- den van de haak. Om een rondrijmogelijkheid te creëren is deze parkeerstraat aangesloten op de achter- straat in Fase 2.7. Er kan bij deze aansluiting nog gekozen worden of de rondrijmogelijkheid voor alle ver- keer of alleen voor vrachtauto's doormiddel van het plaatsen van een bussluis. Langs de straat is ruimte voor 47 parkeerplekken (1 pp/appartement) en 4 parkeerplekken voor deelauto's bij de centrale entree. Er hoeven dan geen parkeerplaatsen voor de appartementen te komen in de groene buffer tussen appartementengebouw en bestaande woningen Paul Captijnlaan 10-14. Van de bestaande woningen woningen Paul Captijnlaan 10-14 hebben twee van de drie woningen opstelplekken op eigen terrein.

In het openbaar gebied zijn dan nog 3 parkeerplaatsen nodig, 2 voor de woning zonder parkeren en 1 voor bezoek. De huidige situatie aan de voorzijde van de woningen blijft gehandhaafdhaafd, inclusief een deel van de bestaande parkeerplaatsen. Hier kunnen 5 bestaande parkeerplaatsen gehandhaafd blijven.

Verkeerscirculatie 2.2.4

Parkeren

Groenbalans

Vanwege het plan (Fase 2.9) wordt er 1.053 m2 verharding en gebouw gemaakt in het groen van woongebied Fase 2.7 en in de hoofdgroenzone bestemmingsplan. Er wordt echter ook 1.237 m2 groen toegevoegd langs de buitenrand en in het groene hof. De hoeveelheid groen neemt dus toe door de ontwikkeling van Fase 2.9. Het voorlopig inrichtingsplan is nog in bewerking wat mogelijk zal leiden tot iets andere hoeveelheden groen. De verwachting is echter dat de nadere uitwerking niet zal leiden tot grote veranderingen. In het bestemmingsplan is een groennorm opgenomen per woning. De hoeveelheid groen volstaat voor het woningbouwprogramma van de oorspronkelijke opgave van OBWZ. Door het aanvullende programma van sociale huurwoningen neemt het aantal wooneenheden (fors) toe. Indien er voor het aanvullende sociale programma een zelfde groennorm zou worden gerekend, dan volstaat de hoeveelheid groen niet.

18

Kaart groenbalans exclusief Fase 2.9 2.2.5

Kaart groenbalans inclusief Fase 2.9

Ligging gebouw ten opzichte van omliggende woningen

Door de haakvorm zijn de woningen in het appartementencomplex niet op Fase 2.7 gericht maar liggen in de zuidwestelijke vleugel parallel aan de rijwoningen. Hierdoor is er geen noodzaak voor het maken van een brede buffer in verband met inkijk. Wel is er omwille van de overgang in bouwmassa zoveel mogelijk ruimte gemaakt tussen de rijwoningen van 2 lagen met kap (nokhoogte ca. 11 meter) en de zuidwestvleugel (5 bouwlagen, bouwhoogte ca. 15 meter). Deze afstand is ca. 10 meter.

19

Ligging gebouw ten opzichte van fase 2.7 Naar de bestaande woningen aan de Paul Captjnlaan 10-14 komt een groene buffer en is er een afstand van circa 45 meter tussen de gevel van het appartementencomplex en de bestaande woning. 2.2.6

Verkeer

Alle verkeer wordt via interne route kreken afgewikkeld, er zijn geen nieuwe aansluiten op hoofdwegen.

20

Hoofdstuk 3

Onderzoek

3.1

Bedrijven en milieuzonering

3.1.1

Wettelijk kader

Voor het behoud en de verbetering van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving is een juiste afstemming tussen de aanwezige functies en wonen noodzakelijk. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van een milieuzonering die uitgaat van richtinggevende afstanden tussen hinderlijke functies (in de vorm van gevaar, geluid, geur, stof) en gevoelige functies. In de brochure ‘Bedrijven en Milieuzonering’ van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) (versie 2009) zijn deze richtafstanden opgenomen. Van deze richtafstanden kan gemotiveerd worden afgeweken. 3.1.2

Onderzoek

Ter onderbouwing van het huidige bestemmingsplan (De Kreken fase 2, vastgesteld op 27 juni 2018) is een onderzoek naar Bedrijven en milieuzonering uitgevoerd 1. Het onderzoek heeft kenmerk M.2015.0209.06.N002 en is van 13 juni 2018. Uit dat onderzoek blijkt dat voor het kavel waar nu appartementen worden gepland, sprake is van een ligging binnen de richtafstand van de omliggende bedrijven als wordt uitgegaan van rustige woonwijk. Voor het gebiedstype gemengd gebied ligt het kavel buiten de richtafstand. Uit de eerder opgestelde analyse blijkt dat het relevante milieuthema geluid is. Voor gevaar, stof en geur is hier geen invloed te verwachten. Voor geluid is daarom een aanvullende analyse uitgevoerd voor het huidige bestemmingsplan. Dit is beschreven in rapport M.2015.0209.05.R002 van 5 juli 2018. Daarbij is onderzocht waar voor geluid vanwege de bedrijven sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en geen beperkingen gelden voor de bedrijven. Destijds is gemotiveerd dat daar sprake van is als aan de eisen in onderstaande tabel wordt voldaan.

eisen voor geluid vanwege b edrijvigheid (dB(A)) De gebieden waar deze waarden zijn overschreden, zijn weergegeven in de figuren 11, 12 en 13 van het betreffende rapport. Maatgevend zijn de afstanden voor hoogbouw. De figuur voor hoogbouw is hieronder overgenomen uit dat rapport.

21

Hieruit blijkt dat de lijnen ruim buiten het kavel waar nu appartementen worden geprojecteerd, liggen. Daarmee is het geluid vanwege bedrijven aanvaardbaar bij deze appartementen en is er geen sprake van een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat. 3.1.3

Conclusie

Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de ontwikkeling.

3.2

Geluid

3.2.1

Wettelijk kader

Wet geluidhinder Met de Wet geluidhinder wordt, vanuit een goed milieubeheer, een aantal specifieke geluidsgevoelige bestemmingen beschermd zoals woningen, onderwijsgebouwen, ziekenhuizen en verpleeghuizen. De geluidszonering die door deze wet wordt voorgeschreven, ligt rondom bedrijventerreinen, langs wegen voor wegverkeer, langs spoor-, tram- en metrowegen en rondom of langs andere geluidsoverlast veroorzakende objecten. Aan de geluidsbelasting op de (gevels van de) geluidsgevoelige objecten worden grenzen gesteld terwille van het woon- en leefklimaat. 3.2.2

Onderzoek

Eerder is voor deze locatie een onderzoek naar verkeersgeluid uitgevoerd. Dit onderzoek is beschreven in rapport M.2025.0209.05.R001 van 13 juni 2018. Dit onderzoek is als basis gebruikt voor het onderzoek naar de geluidsbelasting vanwege wegverkeer bij de nieuwe appartementen. Uitgangspunten Het model dat bij het genoemde rapport hoort, is gebruikt als basis voor het onderzoek. Hierop zijn de volgende aanpassingen gedaan: De ligging van het geluidsscherm langs de Nieuweweg is gecorrigeerd. Deze lag in het model te ver richting de weg. Deze is aangepast zodat deze binnen het bestemmingsvlak voor het scherm ligt. De verkeersgegevens zijn opgehoogd met 1% per jaar tot het jaar 2034. Het onderzoek bij het

22

bestemmingsplan ging uit van 2030 als realisatiejaar. We gaan hiervan uit aangezien geen nieuwere verkeersgegevens uit het verkeersmodel zijn aangeleverd. De gebouwen zijn ingevoerd. Het betreft vijf en zes bouwlagen, waarbij het uitgangspunt3 meter per bouwlaag is. Daarbij zijn rekenpunten op 1,5 meter boven de verdiepingsvloeren ingevoerd. De Verburghlaan en de Arckelweg zijn beschouwd in het bestemmingsplanrapport. Gezien de ligging op circa 500 meter, ligt de huidige ontwikkeling niet binnen de zone van de Arckelweg en leidt de Verburghlaan niet tot een relevante geluidsbelasting. Daarom zijn deze wegen niet nader beschouwd. In bijlage 1 zijn de ligging van de wal in het model, de wegverkeersgegevens en de invoergegevens van het gebouw en de rekenpunten weergegeven. Voor de overige uitgangspunten en modelinformatie verwijzen we naar de eerder opgestelde rapportage. Voor het volledige toetsingskader verwijzen we naar de eerder opgestelde rapportage. Samengevat betreft het een toets of kan worden voldaan aan de voorkeurswaarden van 48 dB per weg. Onder voorwaarden kan het bevoegd gezag hogere waarden vaststellen. In dit geval betreft de maximaal vast te stellen geluidsbelasting vanwege verkeer 63 dB. Als de geluidbelasting hoger is dan de voorkeurswaarde en lager dan de maximale ontheffingswaarde, dan moet een hogere waarde worden aangevraagd.

Als voorwaarde voor het afgeven van hogere waarden geldt dat moet zijn voldaan aan het gemeentelijk beleid van de gemeente Westland. In dit geval betekent dat, dat maatregelen moeten zijn onderzocht om de geluidsbelasting te reduceren tot de voorkeurswaarde. Als dat niet mogelijk is, kan een hogere waarde worden afgegeven. Daarbij moet in het ontwerp rekening zijn gehouden met een geluidluwe zijde. Nieuweweg In figuur 4 is de geluidsbelasting vanwege de Nieuweweg bij de woningen weergegeven. figuur 4: resultaten Nieuweweg (inclusief aftrek artikel 110g Wgh) Hieruit blijkt dat de geluidsbelasting ten hoogste 55 dB bedraagt. Daarmee wordt niet voldaan aan de voorkeurswaarde, maar wel aan de grenswaarde uit de Wgh.

Paul Captijnlaan In figuur 5 is de geluidsbelasting vanwege de Paul Captijnlaan bij de woningen weergegeven. Hieruit

23

blijkt dat de geluidsbelasting ten hoogste 58 dB bedraagt. Daarmee wordt niet voldaan aan de voorkeurswaarde, maar wel aan de grenswaarde uit de Wgh.

Weg op ABC Westland De geluidsbelasting bedraagt ten hoogste 51dB. Aangezien het geen gezoneerde weg betreft, is hierbij geen aftrek toegepast. Wanneer vergelijkbaar met gezoneerde wegen wel aftrek zou zijn toegepast, komt dit overeen met een geluidsbelasting van 46dB. Dit kan als aanvaardbaar worden beschouwd, aangezien dit voldoet aan de voorkeurswaarde. Geluidsbelasting alle wegen tezamen De geluidsbelasting van alle wegen tezamen is in figuur 6 weergegeven. Daarbij is de aftrek artikel 110g Wgh ook toegepast. Dit is gedaan om te kunnen toetsen of de woningen beschikken over een geluidluwe zijde. Uit de resultaten blijkt dat alle woningen beschikken over een gevel waar wordt voldaan aan de voorkeurswaarde uit de Wgh vanwege alle wegen tezamen. Daarmee beschikken alle woningen over een geluidluwe zijde.

24

3.2.3

Conclusie

Aangezien voor de Nieuweweg en Paul Captijnlaan niet wordt voldaan aan de voorkeurswaarde, is het nodig om maatregelen af te wegen. Verdere verschuiving is niet mogelijk. Er is te weinig ruimte voor een verschuiving die leidt tot relevant afnemen van de geluidsbelasting. Het plan heeft deze specifieke vorm om bij iedere woning een geluidluwe zijde mogelijk te maken, waarmee het kavel vrijwel volledig benut wordt. Eerder is al een maatregelenanalyse uitgevoerd, beschreven in het eerdergenoemde rapport. Maatregelen aan de Nieuweweg zijn al getroffen in het kader van het eerdere bestemmingsplan. Verdere maatregelen zijn niet mogelijk. Er is al een scherm op basis van dit plan verplicht, een langer en/of hoger scherm is stedenbouwkundig niet inpasbaar. Vanwege hoogbouw leidt dit voor de woningen in dit plan ook alleen voor de onderste bouwlagen tot een eventuele afname van de geluidsbelasting. Voor de Paul Captijnlaan is eerder geanalyseerd dat geen maatregelen meer mogelijk zijn. De mogelijke maatregel daar betrof het verlagen van de snelheid, maar dit leidt tot verkeerskundige bezwaren. Aangezien maatregelen aan bron en in de overdracht niet mogelijk zijn, is het nodig om gevelmaatregelen te treffen. Hierbij moet de gevelwering gebaseerd zijn op de gecumuleerde geluidsbelasting vanwege wegverkeer. Industriegeluid leidt in dit geval niet tot een relevante bijdrage.

Deze gecumuleerde geluidsbelasting is hieronder voor alle gevels weergegeven. In de bijlage is deze groter opgenomen.

25

Hogere waarden Aangezien maatregelen niet mogelijk zijn, moeten hogere waarden worden aangevraagd. Het gaat daarbij om de volgende aantallen hogere waarden.

3.3

Luchtkwaliteit

3.3.1

Wettelijk kader

Wet luchtkwaliteit Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 (Luchtkwaliteitseisen van de Wet milieubeheer). De Wlk bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxide, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen met name de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in onderstaande tabel weergegeven. De grenswaarden gelden voor de buitenlucht, met uitzondering van een werkplek in de zin van de Arbeidsomstandighedenwet. Stof

Toetsing van

Grenswaarde

Geldig

stikstofdioxide (NO2)

jaargemiddelde concentratie

60 ìg/m³

2010 t/m 2014

jaargemiddelde concentratie

40 ìg/m³

vanaf 2015

jaargemiddelde concentratie

48 ìg/m³

fijn stof (PM10)1)

26

jaargemiddelde concentratie

40 ìg/m³

24-uurgemiddelde concentratie

max. 35 keer p.j. meer dan 75 ìg/m³

24-uurgemiddelde concentratie

max. 35 keer p.j. meer dan 50 ìg/m³

vanaf 11 juni 2011 vanaf 11 juni 2011

1) Bij de beoordeling hiervan blijven de aanwezige concentraties van zeezout buiten beschouwing

(volgens de bij de Wlk behorende Regeling beoordeling Luchtkwaliteit 2007). Op grond van artikel 5.16 van de Wlk kunnen bestuursorganen bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit (zoals de vaststelling van een bestemmingsplan) uitoefenen indien: de bevoegdheden/ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden (lid 1 onder a); de concentratie in de buitenlucht van de desbetreffende stof als gevolg van de uitoefening van die bevoegdheden per saldo verbetert of ten minste gelijk blijft (lid 1 onder b1); bij een beperkte toename van de concentratie van de desbetreffende stof, door een met de uitoefening van de betreffende bevoegdheid samenhangende maatregel of een door die uitoefening optredend effect, de luchtkwaliteit per saldo verbetert (lid 1 onder b2); de bevoegdheden/ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht (lid 1 onder c); het voorgenomen besluit is genoemd of past binnen het omschreven Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of een vergelijkbaar programma dat gericht is op het bereiken van de grenswaarden (lid 1 onder d). Besluit niet in betekenende mate (nibm) In dit Besluit is exact bepaald in welke gevallen een project vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst.

Hierbij worden 2 situaties onderscheiden: een project heeft een effect van minder dan 1% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10; een project valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg. In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een bestemmingsplan uit oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens tevens rekening gehouden met de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied. 3.3.2

Onderzoek

Het bouwen van 47 appartementen draagt niet in betekende mate bij aan de gevolgen voor de luchtkwaliteit. Voor de zekerheid is de NIBM-tool ingevuld. De NIBM-tool is in 2008 ontwikkeld door het ministerie van Infrastructuur en Milieu in samenwerking met Kenniscentrum InfoMil. De NIBM-tool wordt jaarlijks door InfoMil geactualiseerd. Voor het gebruik van de NIBM-tool zijn maar enkele gegevens nodig. Alleen het extra aantal voertuigbewegingen en het aandeel vrachtverkeer worden ingevoerd. Voor de overige gegevens gaat de NIBM-tool uit van 'worst case'-omstandigheden. Met deze beperkte invoergegevens stelt u snel vast of uw plan NIBM is.

Bij de invoer zijn we uitgegaan van 170 motorvoertuigen en het aandeel vrachtverkeer (10%). Bij deze invoer is de uitkomstniet-in-betekende-mate.

27

3.4

Externe veiligheid

3.4.1

Wettelijk kader

Externe veiligheid is een begrip in het milieurecht en gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving bij gebruik, opslag en vervoer over de weg, water en spoor en door buisleidingen van gevaarlijke stoffen. Als gevaarlijke stoffen kunnen worden genoemd vuurwerk, lpg en munitie. Het beleid en de wetgeving zijn erop gericht om maatregelen te treffen om de risico's van deze risicovolle activiteiten te reguleren. Voor dit bestemmingsplan is toetsing aan het Besluit externe veiligheid inrichtingen, het Besluit externe veiligheid buisleidingen en de daarop gestoelde regelingen vereist. Op grond van de regels voor externe veiligheid moeten afstanden in acht worden genomen tussen risicovolle activiteiten en (beperkt) kwetsbare objecten. In de betreffende regelgeving wordt uitgegaan van een risicobenadering - en niet het volledig uitsluiten van het risico - waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico is een rekenkundig begrip. Het risico kan op een afbeelding zichtbaar worden gemaakt door een (iso)risicocontour die de punten met een gelijk risico met elkaar verbindt. Het groepsrisico is een maat om de kans weer te geven dat een incident met dodelijke slachtoffers plaatsvindt.

Het drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als direct gevolg van een ongeval in een inrichting, als bedoeld in de Wet milieubeheer, of bij het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico moet onderzocht - en verantwoord - worden omdat ook buiten de genoemde risicocontour van het plaatsgebonden risico nog letale effecten kunnen optreden in het invloedgebied van de risicovolle activiteit en groepen personen slachtoffer kunnen worden van een calamiteit. 3.4.2

Onderzoek

Voor het huidige bestemmingsplan is een onderzoek uitgevoerd naar externe veiligheid. Dit onderzoek is beschreven in rapport M.2015.0209.05.R003 van 20 juni 2018. Uit het onderzoek blijkt dat alleen het vervoer van gevaarlijke geklasseerde stoffen over de N211 relevant is en beschouwd moet worden. De 10 -6 PR-contour ligt op de weg zelf, zodat aan het plaatsgebonden risico wordt voldaan. Wel was het nodig om het groepsrisico met een berekening vast te stellen en dat deze werd verantwoord door de gemeente Westland. In het onderzoek dat destijds is uitgevoerd, is voor het kavel een populatie opgenomen (overdag 100

28

personen, waarvan 20% buiten en 's nachts 200 personen). Het betrof namelijk een hotel/restaurant. Het betreft nu een invulling met 55 appartementen. Op basis van 2,4 personen per woning, met 50% aanwezigheid in de dagperiode en 100% aanwezigheid in de nachtperiode, leidt dit tot 66 personen in de dagperiode en 132 in de nachtperiode. In de tabel hieronder is de eerder gehanteerde populatie vergeleken met de nieuwe populatie. Daaruit blijkt dat de populatie zowel in de dagperiode als in de nachtperiode lager is dan waar eerder vanuit is gegaan.

Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van de N211. Eerder is vastgesteld dat het groepsrisico kleiner is dan de oriëntatiewaarde. Met deze ontwikkeling zal dat nog steeds het geval zijn. Ook zal het groepsrisico bij een afname in aanwezigen niet toenemen. Om de effecten van incidenten met deze risicobron te beperken worden de volgende maatregelen geadviseerd: Vluchtweg van risicobron af (verhogen zelfredzaamheid) Bij een incident met het transport van gevaarlijke stoffen over de N211 is het van belang dat mensen veilig kunnen vluchten. Hiervoor is een vluchtweg vanuit het object richting de omgeving, in een afgekeerde zijde van deze risicobronnen van belang. Dit geldt voor objecten bestemd voor het verblijf van personen. Bij de (ver)bouw van objecten, bestemd voor het verblijf van personen wordt onafhankelijk van de locatie van het incident een vluchtwegen vanuit het object geadviseerd, via de gevel(s) aan de afgekeerde zijde(n) van de risicobron. Risicocommunicatie (verhogen zelfredzaamheid) Om ervoor te zorgen dat mensen goed voorbereid zijn en weten hoe zij moeten reageren bij een ongeval met de eerder genoemde risicobronnen is het van belang dat zij hier vooraf over worden geïnformeerd. Mogelijk kan de gemeente Westland voor dit plangebied gebruik maken van de hulpmiddelen die zijn ontwikkeld of beschikbaar zijn.

Geadviseerd wordt om bewoners, personeelsleden en vaste bezoekers te informeren over de verschillende risico's en gevaren van de eerder genoemde risicobronnen. Daarbij dient men tevens geïnformeerd te worden over de wijze van alarmeren en de wenselijke manier van reageren tijdens incidenten (risicocommunicatie). Dergelijke informatie dient op gezette tijden herhaald te worden, zodat het onderwerp onder de aandacht blijft. In de regio Haaglanden is de website www.haaglandenveilig.nl beschikbaar. Via deze website worden burgers geïnformeerd over de aanwezige risico's in de regio en is informatie te vinden over wat zij zelf kunnen doen om deze risico's te beperken.

3.5

Water

3.5.1

Onderzoek

In aanvulling op de waterparagraaf uit het bestemmingsplan 'De Kreken fase 2' heeft Witteveen & Bos een notitie watercompensatie de Kreken fase 2 deelplan 2.9 (141409/24-002.154) gemaakt. De benodigde waterberging voor De Kreken als geheel is in de periode 2015-2017 bepaald. Destijds waren de plannen minder gedetailleerd uitgewerkt en uit de basis informatie die destijds is gebruikt, is niet een exacte hoeveelheid verharding voor de deelgebied te achterhalen. Daarom is als conservatieve aanname gehanteerd dat in de oorspronkelijke plannen dit deelgebied geheel onverhard was.

29

3.5.1.1 Verhardingsanalyse Op basis van het schetsontwerp van het architectenbureau Wubben.Chan van het deelgebied is de verharding berekend, zie afbeelding. De grote van het woonblok is bepaald door de lengte maal de breedte van beide woonzijden te nemen. Van dit vierkant is de oppervlakte van de binnentuinen (zonder de terrassen aan de zuidoostzijde) afgetrokken, dit is het raster van 5X5 aan de binnenzijde van de bebouwing in afbeelding 2.1. Deze binnentuinen vallen niet in het plangebied. De totale bebouwing heeft een oppervlak van 886.6 m 2. Voor het oppervlak van de wegen en parkeerplaatsen is aangenomen dat een parkeerplaats 5,00 m x 2.5 m is, en dat de weg 4.55 meter breed is. Er zijn 47 parkeerplaatsen gepland dit geeft een verhard oppervlak van 587,5 m 2. De lengte van de wegen is bepaald aan de hand van de lengte van de woonblokken. Hierbij is aangenomen dat de weg aan de west-, noord- en oostzijde helemaal om het woonblok loopt. Aan de buitenzijde van de weg in het westen en noorden ligt nog een strook groen van ca. 4 meter. Het totaal oppervlak van de weg komt uit op 626,3 m 2. Het totaal verhard oppervlak is 2.100,4 m 2, en onverhard is 470,8 m 2.

Landgebruik

Oppervlak m2

totaal oppervlak

2.571,2

oppervlak parkeerplaatsen

587,5

oppervlak wegen

626,3

totaal oppervlak bebouwing

886,6

totaal verharding

2100,4

totaal onverhard

470,8

3.5.1.2 Watercompensatie De waarden in bovenstaande tabel zijn gebruikt als input voor de watersleutel van Hoogheemraadschap Delfland. Het huidige landgebruik is grasland, en dus geheel onverhard. Het plangebied ligt in peilgebied GPG2007DPP I. Volgens de watersleutel moet er totaal 310 m 2 oppervlakte water gerealiseerd worden om de verharding te compenseren, hiervan mag 174,9 m 2 geborgen worden in vasthoud maatregelen. Vanuit de waterparagraaf opgesteld voor De Kreken deelplan 2 van is er een polderwateroverschot van

30

1.089 m 2, de waterbalans is opgenomen in bijlage III. Dit overschot mag gebruikt worden voor deelgebied 2.9. Met een bergingsopgave van 310 m 2 valt dit binnen de wateropgave van deelplan 2 en hoeven er geen extra maatregelen genomen te worden of extra oppervlakte water gegraven te worden. 3.5.2

Conclusie

Het aspect water vormt gelet op de uitgangspunten gesteld in de waterparagraaf behorende bij het bestemmingsplan 'De Kreken fase 2' en de aanvullende notitie geen belemmering om van de bestemming af te wijken.

3.6

Bodem

3.6.1

Wettelijk kader

Een verontreinigde bodem kan zorgen voor gezondheidsproblemen en tast de kwaliteit van het natuurlijk leefmilieu aan. Daarom is het belangrijk om bij ruimtelijke plannen de bodemkwaliteit mee te nemen in de overwegingen. De Wet bodembescherming (Wbb), het Besluit bodemkwaliteit en de Woningwet stellen grenzen aan de aanvaardbaarheid van verontreinigingen. Indien bij planvorming blijkt dat (ernstige) verontreinigingen in het plangebied aanwezig zijn, wordt op basis van de aard en omvang van de verontreiniging én de aard van de ruimtelijke plannen beoordeeld welke gevolgen dit heeft. Wet bodembescherming De Wet bodembescherming (Wbb) regelt zaken rond bodembescherming en bodemsanering. Vertrekpunt van de Wbb is dat in het merendeel van de gevallen van bodemverontreiniging, de daadwerkelijke bodemsanering wordt meegenomen in de ontwikkeling dan wel herontwikkeling van plangebied of projectlocatie. De wettelijke doelstelling is functiegericht saneren. De wet houdt rekening met het gebruik van de bodem en de (im)mobiliteit van de verontreiniging. De volgende uitgangspunten overheersen: a. b. c.

het geschikt maken van de bodem voor het voorgenomen gebruik; het beperken van blootstelling aan en de verspreiding van de verontreiniging; het wegnemen van actuele risico's.

Saneringsverplichtingen zijn gekoppeld aan ontoelaatbare risico's die samenhangen met het huidige en toekomstige gebruik van de bodem. Het is niet nodig de hele locatie aan te pakken. Er kan ook sprake zijn van deelsaneringen of een gefaseerde aanpak. 3.6.2

Onderzoek

Voor het plangebied zijn de volgende rapporten ‘Verkennend bodemonderzoek Nieuweweg te Poeldijk’ en 'Eindsituatie bodemonderzoek en verkennend asbest-ingrondonderzoek ter hoogte van Paul Captijnlaan 1—14 / Nieuweweg te Poeldijk’ ontvangen. Door de bodemonderzoeken is voldoende inzicht verkregen in de bodemkwaliteit. Er is geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. In de grond wordt de achtergrondwaarde (AW 2000) overschreden. Hierdoor gelden er bij afvoer van de grond beperkingen ten aanzien van het hergebruik. De locatie is geschikt voor de beoogede bestemming, woningbouw.

3.7

Ecologie

3.7.1

Wettelijk kader

Natuurnetwerk Nederland Op basis van het nieuwe rijksbeleid zoals opgenomen in het Natuurnetwerk Nederland (NNN), heeft de provincie Zuid-Holland in december 2013 de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) herijkt. De EHS is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden. Het netwerk wordt gevormd door kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en ecologische verbindingszones.

31

Bij de herijkte EHS is de prioriteit komen te liggen bij het bereiken van de doelen van de Natura-2000-gebieden en de Europese Kaderrichtlijn Water. Voor wat betreft het beleidsveld Natuur richt de provincie zich niet alleen op de kwantitatieve prestaties (output: hoeveel hectare verworven en ingericht, hoeveel beheerplannen Natura 2000 vastgesteld) maar vooral ook op de effecten (outcome: de natuurkwaliteit, hoe ontwikkelt de Zuid-Hollandse biodiversiteit zich). Het voorgaande is breder dan de reikwijdte van het NNN omdat er door de provincie van uitgegaan wordt dat de bijdrage aan de biodiversiteit ook buiten de begrenzing van het NNN plaatsvindt, bijvoorbeeld het leveren van een bijdrage aan de biodiversiteit door recreatiegebieden en het agrarisch gebied. Wet natuurbescherming Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking. De Wnb is het nieuwe wettelijke stelsel voor natuurbescherming en vervangt drie tot dan bestaande wetten, namelijk de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. Het beschermingsregime gaat uit van het "nee, tenzij-principe". Dit betekent dat de genoemde verbodsbepalingen in de Wnb voor bescherming van gebieden, soorten en houtopstanden altijd gelden. Het afwijken hiervan is alleen onder voorwaarden toegestaan.

Gedeputeerde Staten (GS) van de provincie Zuid-Holland is het bevoegd gezag voor het verlenen van toestemming door middel van een vergunning, ontheffing of vrijstelling. In de Wnb zijn bepalingen opgenomen voor de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten. Het gaat onder meer om soorten die in Nederland, maar ook in Europa in hun voortbestaan bedreigd worden. De Wnb kent drie beschermingsregimes: Vogels: het gaat hier om alle inheemse vogels in hun natuurlijk verspreidingsgebied. Ze zijn beschermd via de vogelrichtlijn; Dieren en planten: het gaat hier om alle inheemse dieren en planten. Ze zijn beschermd via de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn; Nationale soorten: het gaat hier om de soorten, die niet onder de reikwijdte van de Vogel- of Habitatrichtlijn vallen. Deze soorten zijn wel nationaal beschermd. Per beschermingsregime is bepaald welke verboden er gelden en onder welke voorwaarden ontheffing, vergunning of vrijstelling kan worden verleend door het bevoegd gezag. De bepalingen zijn samengevat in onderstaande tabel. De bepalingen voorzien in een bescherming van verblijfplaatsen, evenals de bescherming tegen verstorende invloeden. Gedeputeerde Staten van provincie Zuid-Holland kan een ontheffing verlenen van de verboden als genoemd in de artikelen 3.1, 3.5 en 3.10. van de Wnb.

32

Vrijstellingen In de Wnb is een aantal algemene soorten amfibieën en zoogdieren beschermd onder de categorie "Nationale soorten", zoals gewone pad, bruine kikker en konijn. Provincie Zuid-Holland heeft bevoegdheid om bij verordening deze soorten "vrij te stellen" van de ontheffing/vergunningsplicht (Provincie Zuid-Holland, 2016). Dit betekent dat geen ontheffing nodig is voor werken gericht op ruimtelijke inrichting en ontwikkeling en beheer en onderhoud. Vrijgestelde soorten zijn niet meegenomen in deze toetsing. Zorgplicht De zorgplicht (artikel 1.11. Wnb) houdt in dat handelingen, die nadelige gevolgen kunnen hebben voor in het wild levende dieren en planten: 1. 2. 3.

Achterwege gelaten worden, of Noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of Deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt

Het betreft alle in het wild levende dieren en planten. De zorgplicht dient onder meer als vangnet voor de bescherming van soorten waarvoor op grond van de Wnb geen specifiek verbod geldt. De zorgplicht is daarnaast van toepassing op beschermde gebieden. 3.7.2

Onderzoek

Door Aqua-Terra Nova is een Eco-effectscan gemaakt voor het plangebied (19 februari 2024: 23288/AQT301FF/DV). Het plangebied is gelegen aan de Paul Captijnlaan/Nieuweweg te Poeldijk, in de gemeente Westland in de provincie Zuid Holland. Het plangebied betreft een grasveld in een industrierijke omgeving. Zie onderstaande figuur voor de ligging en de begrenzing van het plangebied.

33

Het plangebied bevindt zich langs de Nieuweweg en de Paul Captijnlaan. Ten noordoosten bevindt zich het bedrijventerrein ABC Westland. Ten zuiden ligt braakliggend terrein. De kas die ten zuiden te zien is van het plangebied was tijdens het veldbezoek al niet meer aanwezig. Het aangrenzende tuindershuis bestaat wel nog. 3.7.2.1 Natura 2000-geb ieden Het Natura 2000-gebied ‘Solleveld & Kapittelduinen’ bevindt zich op circa 1,8 km afstand ten zuidoosten/noorden van het plangebied. Het Natura 2000-gebied ‘Westduinpark & Wapendal’ is gelegen op circa 4,1 km afstand van het plangebied Andere Natura 2000-gebieden liggen op grotere afstand.

34

Het Natura 2000-gebied ‘Solleveld & Kapittelduinen’ bestaat uit oude duinen, duinbossen, struwelen, ruigten en plassen. Het natuurgebied is van grote waarde vanwege de kalkarme duinen en heideterreinen die in het gebied voorkomen. Aan de binnenduinrand bevindt zich een aantal oude landgoedbossen die rijk zijn aan stinzenflora. Het Natura 2000-gebied ‘Westduinpark’ is een breed, gevarieerd en kalkrijk duingebied met kenmerkende habitats van de Hollandse duin-en kuststreek. Er is een breed scala aan vegetatietypen van jonge en oude, droge duinen, met ruigten, graslanden en struwelen en binnenduinbos aanwezig, met karakteristieke flora. ‘Wapendal’ bestaat uit oud duin met struikheivegetatie.De meeste negatieve effecten door de geplande ontwikkeling worden door de afstand en de tussenliggende infrastructuur uitgesloten. Stikstofdepositie op de nabijgelegen Natura 2000-gebieden kan echter niet op voorhand worden uitgesloten (zie paragraaf 3.8). 3.7.2.2 Ecologische verbindingszones Het plangebied is niet gelegen binnen de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het plangebied bevindt zich op circa 1 km van een ecologische verbindingszone dat deel uitmaakt van het NNN. Het betreft hier het water langs het Wenpad ten noordoosten van het plangebied. Het NNN kent geen externe werking. Negatieve effecten kunnen worden uitgesloten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westland&id=1b24b765-1684-4714-aa9d-8b8484197f52