CConstaterende datWestland
Koppel je AI →
Document · PDF

LOS percelen_Regels

Gemeenteraad 21 juni 2023, gemeente WestlandBij agendapunt: Voorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan Legalisering Oude Strijdigheden (LOS-percelen)29.170 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

- aan, uit en bijgebouw

maximale bouwhoogte

maximale oppervlakte

maximale inhoud

50% van het zij- 300m 3* en achtererf, mits niet groter dan de oppervlakte van het hoofdgebouw

specifieke regeling * de inhoudt telt mee in de maximale inhoud voor een woning

46

aan-, uitbouw 3m, of 0,30 m 3m, of 2/3e van en aangebouwd boven de eerste de bouwhoogte bijgebouw verdieping van het (bovenkant hoofdgebouw vloer) van het met een hoofdgebouw maximum van 5 met een meter maximum van 4 meter vrijstaand bijgebouw

3 meter

5 meter 3 m, of 0,30 ,m max. 2/3e van boven de eerste de breedte van verdieping het (bovenkant hoofdgebouw vloer) van het en 1,50 meter hoofdgebouw diep (zowel met een voor- als maximum van 4 zijgevel)** meter.

erker

bij aaneen gebouwde hoofdgebouwen bedraagt de diepte vanaf de achtergevel maximaal 3 meter

** bij aaneen gebouwde hoofdgebouwen bedraagt de afstand tot de aaneen gebouwde zijnde minimaal 1 meter, tenzij erkers aaneen gebouwd worden

- ondergronds bouwwerk

b.

c. d.

8.2.3

binnen de *** de inhoud telt gevels van het voor 50% mee in de hoofdgebouw, maximale inhoud aan- , uitbouw voor een en hoofdgebouw aangebouwd bijgebouw *** indien niet in de perceelsgrens wordt gebouwd, bedraagt de afstand tot de perceelsgrens ten minste 1m, met uitondering van aan- en uitbouwen, welke grenzen aan de bestemming 'Agrarisch - Glastuinbouw'; een aan-, uitbouw en bijgebouw dient minimaal 2 meter achter de voorgevel van het hoofdgebouw te worden gebouwd, met uitzondering van een erker; indien er sprake is van een voorerf zijn hierop onder de volgende voorwaarden aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen toegestaan: 1. ten hoogste 50% van het voorerf mag worden bebouwd; 2. de bebouwing mag over ten hoogste de helft van de breedte van de voorgevel van het hoofdgebouw worden gesitueerd; 3. de bouwhoogte bedraagt ten hoogste 3 meter. 4. de bebouwing mag er niet toe leiden dat de volgens 8.2.2 onder a. en b ten hoogst toelaatbare bebouwing op het erf wordt overschreden. Specifieke regeling voor b epaalde woningen

Voor bijgebouwen behorende bij de onderstaande specifiek aangemerkte woningen gelden in afwijking van hetgeen genoemd is onder 8.2.2 de volgende afwijkende regeling: 1. 2.

3.

4.

5.

6.

de onderstaande aanvullende regels vervallen, zodra het bestaande hoofdgebouw wordt vervangen door een nieuw hoofdgebouw; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 4' is maximaal 450m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 5' is maximaal 400m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 6' is maximaal 1110m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 7' is maximaal 860m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 8' is maximaal 360m 2 aan bijgebouwen

47

toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 7. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 9' is maximaal 200m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 8. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 10' is maximaal 180m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 9. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 11' is maximaal 220m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 10. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 12' is maximaal 260m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 11.

ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 13' is maximaal 300m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 12. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 14' is maximaal 630m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 13. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 15' is maximaal 130m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 14. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 16' is maximaal 240m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 15. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 17' is maximaal 130m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 16.

ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 18' is maximaal 130m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 17. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 19' is maximaal 270m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 18. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 20' is maximaal 300m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 19. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 21' is maximaal 190m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 20. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 22' is maximaal 430m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 21.

ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 23' is maximaal 550m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 22. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 24' is maximaal 730m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 23. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 25' is maximaal 230m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 24. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 27' is maximaal 630m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 25. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 30' is maximaal 540m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 26. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 41' is maximaal 490m 2 aan

48

bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 27. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 43' is maximaal 640m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 28. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 50' is maximaal 430m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 29. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 51' is maximaal 250m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 30. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 52' is maximaal 180m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 31.

ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 53' is maximaal 680m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 32. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 54' is maximaal 180m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 33. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 55' is maximaal 770m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 34. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 56' is maximaal 660m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 35. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 57' is maximaal 260m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 36.

ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 58' is maximaal 990m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 37. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 59' is maximaal 960m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 38. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 60' is maximaal 340m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 39. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 61' is maximaal 140m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 40. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 62' is maximaal 220m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 41.

ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 63' is maximaal 200m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 42. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 64' is maximaal 600m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 43. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 65' is maximaal 440m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 44. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 66' is maximaal 740m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 45. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 67' is maximaal 250m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 46. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 68' is maximaal 470m 2 aan

49

bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 47. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 69' is maximaal 570m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 48. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 70' is maximaal 270m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 49. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 71' is maximaal 460m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 50. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 72' is maximaal 530m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 51.

ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 73' is maximaal 960m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 52. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 74' is maximaal 190m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 53. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 75' is maximaal 290m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 54. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 76' is maximaal 140m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 55. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 77' is maximaal 680m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 56.

ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 78' is maximaal 410m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 57. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 79' is maximaal 1020m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 58. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 80' is maximaal 550m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 59. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 81' is maximaal 530m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 60. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 82' is maximaal 390m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 61.

ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 83' is maximaal 300m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 62. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 84' is maximaal 170m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 63. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 85' is maximaal 320m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 64. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 86' is maximaal 210m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 65. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 87' is maximaal 180m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 66. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 88' is maximaal 620m 2 aan

50

bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 67. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 89' is maximaal 220m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 68. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 90' is maximaal 200m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 69. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 91' is maximaal 520m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 70. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 92' is maximaal 170m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 71.

ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 93' is maximaal 240m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 72. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 94' is maximaal 180m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 73. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 95' is maximaal 320m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 74. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 96' is maximaal 270m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 75. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 97' is maximaal 400m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 76.

ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 98' is maximaal 140m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 77. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 99' is maximaal 430m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 78. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 100' is maximaal 700m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 79. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 101' is maximaal 1610m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 80. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 102' is maximaal 570m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 81.

ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 103' is maximaal 160m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 82. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 104' is maximaal 160m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 83. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 105' is maximaal 270m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 84. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 106' is maximaal 430m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 85. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 107' is maximaal 560m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 86. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 108' is maximaal 1490m 2 aan

51

bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 87. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 109' is maximaal 430m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 88. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 110' is maximaal 210m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 89. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 111' is maximaal 170m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 90. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 112' is maximaal 580m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 91.

ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 113' is maximaal 220m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 92. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 114' is maximaal 1770m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 93. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 115' is maximaal 600m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 94. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 116' is maximaal 380m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 95. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 117' is maximaal 150m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 96.

ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 118' is maximaal 170m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 97. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 119' is maximaal 1020m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 98. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 121' is maximaal 250m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 99.

ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 122' is maximaal 430m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 100.ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 123' is maximaal 880m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 101.ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 124' is maximaal 280m 2 aan bijgebouwen toegestaan, waarbij het aantal m 3, wat aanwezig was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geldt als maximale inhoud van de bijgebouwen; 8.2.4 a. b. c. d. e. f. g. h.

Bouwwerken, geen geb ouwen zijnde de bouwhoogte van erfafscheidingen tussen de openbare weg en 2 meter achter de voorgevelrooilijn bedraagt 1 meter; de bouwhoogte van erfafscheidingen elders bedraagt 2 meter; de maximale bouwhoogte van overkappingen bedraagt 3 meter; het maximum oppervlak aan overkappingen bedraagt 50m 2; de afstand van een overkapping tot de bestemmingsgrens bedraagt minimaal 1 meter, tenzij in de bestemmingsgrens wordt gebouwd; een (vrijstaande) overkapping dient minimaal 2 meter achter de voorgevel van het hoofdgebouw te worden gebouwd; de afstand van een vrijstaande overkapping tot het hoofdgebouw bedraagt minimaal 3 meter; een vrijstaande overkapping dient in zijn geheel maximaal 15 meter van het hoofdgebouw te

52

worden gebouwd; 8.2.5

Hoofdwatergang

Ter plaatse van de aanduiding 'agrarisch-hoofdwatergang', is het verboden te bouwen, tenzij toestemming is verkregen van de waterbeheerder, waar uit blijkt dat het waterhuishoudingsbelang niet wordt geschaad; 8.3

Afwijken van de bouwregels

Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van : a.

b.

c.

8.4

8.2.1.j voor de afstand van het hoofdgebouw plus aan- en uitbouw tot maximaal 10meter van een wkk-installatie of (natte) koeltoren, mits uit onderzoek voldoende is gebleken dat door te nemen maatregelen deze afstand tot aan het hoofdgebouw, aan- of uitbouw niet tot milieu hygiënische bezwaren leidt; 8.2.1.hj voor de afstand van het hoofdgebouw tot minimaal 3 meter van de bestemming ' Agrarisch - Glastuinbouw' bezien vanaf de zijkant van het hoofdgebouw, mits op die gronden een bedrijfswoning is gesitueerd of anderszins verzekerd is dat in de toekomst geen kas of ander bedrijfsonderdeel binnen een afstand van 10 meter van het te herbouwen hoofdgebouw, aan- of uitbouw wordt gebouwd, dit ter beoordeling van de glastuinbouwdeskundige; 8.2.2.b voor de afstand van een aan- of uitbouw tot minimaal 1 meter van de bestemming 'Agrarisch - Glastuinbouw' bezien vanaf de zijkant van het hoofdgebouw, mits op die gronden een bedrijfswoning is gesitueerd of anderszins verzekerd is dat in de toekomst geen kas of ander bedrijfsonderdeel binnen een afstand van 10 meter van het te herbouwen hoofdgebouw, aan- of uitbouw wordt gebouwd, dit ter beoordeling van de glastuinbouwdeskundige. Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen omtrent de plaatsing en de goot- en boeibordhoogte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen, indien over een lengte van meer dan 2,5 m in de zij erfafscheiding wordt gebouwd, teneinde te waarborgen dat de te bouwen gebouwen geen onnodige nadelige veranderingen teweegbrengen in de bezonningssituatie op de aangrenzende erven of tuinen en in de lichttoetreding van het naastgelegen hoofdgebouw, met dien verstande dat: a. b. c.

8.5

daardoor de gebruikswaarde van het te bebouwen erf niet onevenredig worden geschaad; de goot- of boeibordhoogte van (delen van) gebouwen niet wordt teruggebracht tot minder dan 2,5 m; geen inbreuk wordt gemaakt op het bepaalde in 8.2.2 en 8.2.3 ten aanzien van het maximaal te bebouwen gedeelte van de gronden. Specifieke gebruiksregels

Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels: 8.5.1

Aan-huis-geb onden ondernemingen

Onder strijdig gebruik wordt niet verstaan het gebruik van gedeelten van woningen ten behoeve van aan-huis-gebonden ondernemingen, mits; a. b. c. d. e. f.

g. h.

de woonfunctie als primaire functie gehandhaafd blijft; het netto vloeroppervlak in gebruik voor de aan-huis-gebonden onderneming niet groter is dan 25% van het vloeroppervlak van het hoofdgebouw met een maximum van 50 m²; het gebruik niet leidt tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluiting en parkeersituatie ter plaatse; er geen gebruik wordt gemaakt van gevelreclame; de onderneming uitsluitend door een van de bewoners (zonder ander personeel) wordt uitgeoefend; voor de activiteiten van de onderneming geen omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 eerste lid, onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist en de inrichting valt onder het begrip type A van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer; er geen horeca- en/of detailhandelsactiviteiten plaatsvinden; de activiteiten worden uitgevoerd in het hoofdgebouw plus aan-, uitbouw en aangebouwd bijgebouw.

53

8.5.2

strijdig geb ruik

Tot een strijdig gebruik van de gronden en bouwwerken wordt in ieder geval gerekend het gebruik voor: a. b. c. d. e.

kamerbewoning; zelfstandige woonruimte van een bijgebouw; zelfstandige kantoorruimte; horeca; detailhandel.

8.6

Wijzigingsbevoegdheid

8.6.1

Verwijderen specifieke b ouwaanduiding

Het bevoegd gezag kan de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding [1-111]' verwijderen mits het aantal m 2 aan bijgebouwen en aanbouwen terug is gebracht naar maximaal 100m 2 of op het moment dat het bestaande hoofdgebouw vervangen wordt.

54

Artikel 9 9.1

Leiding - Gas

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Leiding - Gas' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere aldaar geldende bestemming(en), mede bestemd voor de aanleg en instandhouding van een ondergrondse hoge druk aardgastransportleiding met een daarbij behorende belemmeringenstrook. In geval van strijdigheid, gaan de regels van dit artikel vóór de regels die ingevolge andere artikelen op de betreffende gronden van toepassing zijn. 9.2

Bouwregels

Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. b.

9.3

op deze gronden mogen ten behoeve van de in lid 9.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 3 m; ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag - met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels - uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels voor het bouwen overeenkomstig de andere daar voorkomende bestemming(en) (lid 9.2 onder b) indien de veiligheid van de betrokken leiding niet wordt geschaad en vooraf schriftelijk is ingewonnen bij de betrokken leidingexploitant. Een omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien geen kwetsbare objecten worden toegelaten. 9.4

Specifieke gebruiksregels

9.4.1

Strijdig geb ruik

Tot een strijdig gebruik van de gronden en bouwwerken, tenzij in 9.1 anders bepaald is, wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a.

het opslaan van goederen, met uitzondering het opslaan van goederen ten behoeve van inspectie en onderhoud van de leiding.

9.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 9.5.1

Uitvoeringsverb od zonder omgevingsvergunning

Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Leiding - Gas zonder of in afwijking van een schriftelijke omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d.

e. f. g. h.

het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het aanbrengen van hoog opgaande en/of diepgewortelde beplantingen en bomen; het rooien van diepwortelende beplantingen en bomen; het aanleggen van andere kabels en leidingen dan in de bestemmingsomschrijving is aangegeven, en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; het indrijven van voorwerpen in de bodem, zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; het permanent opslaan van goederen. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren.

55

9.5.2

Uitzondering op het uitvoeringsverbod

Het verbod van lid 9.5.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. b. c. 9.5.3

noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarvoor afwijking is verleend, zoals in lid 9.3 bedoeld; normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan. Voorwaarden voor een omgevingsvergunning

De werken en werkzaamheden, zoals in lid 9.5.1 bedoeld, zijn slechts toelaatbaar, indien het leidingbelang daardoor niet onevenredig wordt geschaad. Alvorens te beslissen winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij de betrokken leidingexploitant.

56

Artikel 10 Leiding - Hoogspanningsverbinding 10.1

Bestemmingsomschrijving

De voor "Leiding - Hoogspanningsverbinding" (L-HV) aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, bestemd voor een hoogspanningsverbinding en bij de hoogspanningsverbinding behorende beschermingszone. In geval van strijdigheid, gaan de regels van dit artikel vóór de regels die ingevolge andere artikelen op de betreffende gronden van toepassing zijn.

10.2

Bouwregels

Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: a.

bouwwerken, geen gebouw zijnde;

met dien verstande dat: b.

indien strijd ontstaat tussen het belang van de bescherming van de leidingen als bedoeld in dit artikel en het bepaalde in de overige artikelen prevaleert de bestemming "Leiding Hoogspanningsverbinding";

en gelden tevens de volgende bouwregels ten aanzien van:

10.2.1 a. b.

Bouwwerken, geen geb ouw zijnde de bouwhoogte bedraagt maximaal 3 meter; in afwijking van het bepaalde onder a. bedraagt de bouwhoogte van hoogspanningsmasten 60 meter.

10.3

Afwijken van de bouwregels

10.3.1

Afwijken voor de onderliggende b estemming

Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 10.2 en toestaan dat in en ten behoeve van de onderliggende bestemming(en) bouwwerken, met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw-)regels, binnen de beschermingszone worden gebouwd, mits: a. b.

geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de verbinding; vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de betreffende beheerder.

10.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 10.4.1

Verb od

Het is verboden op of in de gronden met de bestemming "Leiding - Hoogspanningsverbinding" zonder of in afwijking van een schriftelijke omgevingsvergunning, verleend door burgemeester en wethouders, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d. e.

het aanleggen van wegen, paden, banen en andere oppervlakteverhardingen; het veranderen van het huidige maaiveldniveau door ontginnen, bodemverlagen, egaliseren, afgraven of ophogen; het aanbrengen van hoog opgaande beplantingen en/of bomen; het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of ander wijze indrijven van voorwerpen; het aanleggen van andere kabels en leidingen anders dan in de bestemmingsomschrijving

57

f. g.

10.4.2

aangegeven, en daarmee verband houdende constructies; het aanleggen van watergangen of het vergraven, verruimen of dempen van reeds bestaande watergangen; het plaatsen van objecten, zoals lichtmasten, wegwijzers en ander hoog straatmeubilair.

Uitzonderingen verbod

Het verbod als bedoeld in lid 10.4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. b. c.

10.4.3

betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan; mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.

Voorwaarden

De werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 10.4.1 zijn slechts toelaatbaar mits: a. b.

er vindt geen onevenredige aantasting plaats van het doelmatig functioneren c.q. gebruik van de verbinding; vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de betreffende leidingbeheerder.

58

Artikel 11 Waarde - Archeologie 11.1

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden.

11.2

Bouwregels

Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. b.

c.

op deze gronden mogen ten behoeve van de in lid 11.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 3 m; ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag - met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels- uitsluitend worden gebouwd, indien: 1. de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het bouwen een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; 2. de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voor het bouwen voorschriften en beperkingen te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door een archeologische deskundige; het bepaalde in dit lid onder b1 en b2 is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op één of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken: 1. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; 2.

een bouwwerk met een oppervlakte van ten hoogste: ter plaatse van de aanduiding swr-1 1000 m 2

3.

ter plaatse van de aanduiding swr-2

500 m 2

ter plaatse van de aanduiding swr-3

250 m 2

ter plaatse van de aanduiding swr-4

100 m 2

ter plaatse van de aanduiding swr-5

50 m 2

een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan ter plaatse van de aanduiding swr-1

100 cm

ter plaatse van de aanduiding swr-2

50 cm

ter plaatse van de aanduiding swr-3

50 cm

ter plaatse van de aanduiding swr-4

50 cm

ter plaatse van de aanduiding swr-5

30 cm

en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst. 11.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 11.3.1 a.

b.

Aanlegverb od zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Waarde - Archeologie zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, aan te leggen of de volgende werkzaamheden uit te voeren: het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte of hoogte dan

59

ter plaatse van de aanduiding swr-1

0 cm

ter plaatse van de aanduiding swr-2

50 cm

ter plaatse van de aanduiding swr-3

50 cm

ter plaatse van de aanduiding swr-4

50 cm

ter plaatse van de aanduiding swr-5

30 cm

, waartoe worden gerekend saneren, afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen van gronden, en aanleggen van drainage, alsmede het vergraven, wegruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage c. d. e. f. g.

11.3.2 a. b. c.

d. e. 11.3.3 a.

b.

c.

het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op een of ander wijze indrijven van voorwerpen; het verlagen of verhogen van het waterpeil; het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; het aanleggen en verwijderen van verhardingen ten behoeve van wegen, paden, parkeergelegenheden en andere oppervlakteverhardingen; Uitzondering op het aanlegverb od Het verbod van lid 11.3.1 is niet van toepassing, indien de werken en werkzaamheden: noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarbij lid 11.2 in acht is genomen; een oppervlakte beslaan van ten hoogste ter plaatse van de aanduiding swr-1

0 m2

ter plaatse van de aanduiding swr-2

500 m 2

ter plaatse van de aanduiding swr-3

250 m 2

ter plaatse van de aanduiding swr-4

100 m 2

ter plaatse van de aanduiding swr-5

50 m 2

reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan; ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. Voorwaarden voor een omgevingsvergunning De werken en werkzaamheden, zoals in lid 11.3.1 bedoeld, zijn slechts toelaatbaar, indien de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden aan de hand van nader archeologisch onderzoek kan aantonen dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn. Voorts zijn de werken en werkzaamheden toelaatbaar, indien: de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de activiteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden voorschriften en beperkingen te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door een archeologische deskundige.

60

Artikel 12 Waterstaat- Beschermingszone

12.1 a. b.

12.2

Bestemmingsomschrijving De voor 'Waterstaat- Beschermingszone' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de waterkering. de bestemming 'Waterstaat- Beschermingszone' is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende enkelbestemmingen. Voor zover deze dubbelbestemming samenvalt met andere dubbelbestemmingen is de voorrangsregeling in artikel Voorrangsregeling van toepassing. Bouwregels

Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. b.

12.3

op de gronden mogen ten behoeve van de in lid 12.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 3 m; ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag - met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels - uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van lid 12.2 onder b, indien de bij de betrokken bestemming behorende bouwregels in acht worden genomen en het waterkeringsbelang door de bouwactiviteiten niet onevenredig wordt geschaad. Alvorens te beslissen, wint het bevoegd gezag advies in bij de beheerder van de waterkering.

61

Artikel 13 Waterstaat - Waterstaatswerk 13.1 a. b.

13.2

Bestemmingsomschrijving De voor 'Waterstaat - Waterstaatswerk' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de waterkering. de bestemming 'Waterstaat - Waterstaatswerk' is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende enkelbestemmingen. Voor zover deze dubbelbestemming samenvalt met andere dubbelbestemmingen is de voorrangsregeling in artikel Voorrangsregeling van toepassing. Bouwregels

Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. b.

13.3

op de gronden mogen ten behoeve van de in lid 13.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 3 m; ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag - met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels - uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering.

Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van lid 13.2 onder b, indien de bij de betrokken bestemming behorende bouwregels in acht worden genomen en het waterkeringsbelang door de bouwactiviteiten niet onevenredig wordt geschaad. Alvorens te beslissen, wint het bevoegd gezag advies in bij de beheerder van de waterkering.

62

Hoofdstuk 3

Algemene regels

Artikel 14 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

63

Artikel 15 Algemene bouwregels 15.1

Algemene regels voor afstanden

15.1.1

Afstandsmaten tot kruisingen en aansluitingen

Bij de kruising dan wel aansluiting van/op wegen dienen de uitzichthoeken ten behoeve van het wegverkeer te worden vrijgehouden van bebouwing, dit ter beoordeling van de verkeerskundige. 15.2

Afwijken van de algemene regels voor afstanden

15.2.1

Afwijken van afstandsmaten tot kruisingen en aansluitingen

Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 15.1.1 ten behoeve van situaties waarin een afwijkende situering uit stedenbouwkundig oogpunt de voorkeur verdient en de verkeersveiligheid voldoende is gewaarborgd, dit ter beoordeling van de verkeerskundige. 15.3

Algemene regels voor ondergronds bouwen

15.3.1

Ondergrondse werken

Voor het uitvoeren van ondergrondse werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden gelden geen beperkingen. 15.3.2

Ondergrondse b ouwwerken

Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden de volgende regels: a. b.

c. d.

15.4

de bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken bedraagt maximaal 3,30 meter onder peil; ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan onder het hoofdgebouw, aan-, uitbouw en/of aangebouwd bijgebouw bij een woning, een bedrijfsgebouw en/of een kas, met uitzondering van rioolwaterbuffers; ondergrondse bouwwerken worden, voor zover binnen de bestaande bebouwing gelegen, bij het berekenen van het bebouwingspercentage en/of bebouwingsoppervlak niet meegerekend; ondergrondse bouwwerken worden, voor zover buiten de bestaande bebouwing gelegen, bij het berekenen van het bebouwingspercentage en/of bebouwingsoppervlak uitsluitend meegerekend bij een bouwdiepte van minimaal 1,50 meter.

Afwijken van de algemene regels voor ondergronds bouwen

Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 15.3.2 onder a voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken met een ondergrondse bouwdiepte van maximaal 6,6 meter onder peil onder de voorwaarde dat: a. b.

15.5

de waterhuishouding niet wordt verstoord; geen afbreuk wordt gedaan aan archeologische waarden.

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmetingen van de bebouwing: a. b. c. d. e. f. g.

ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken; ter waarborging van de ontwikkeling van de glastuinbouw; ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving; ter waarborging van de verkeersveiligheid; ter waarborging van de sociale veiligheid; ter waarborging van de brandveiligheid en rampenbestrijding; ter waarborging van de waterhuishouding.

64

15.6

Overschrijding van hoogte-aanduidingen op de planverbeelding

15.6.1

ondergeschikte b ouwdelen

De in hoofdstuk 2 bedoelde hoogten mogen worden overschreden door antenne installaties, mits deze overschrijding niet meer bedraagt dan 5,00 m en door schoorstenen, trappenhuizen, alarminstallaties en andere ondergeschikte bouwdelen, indien en voorzover de overschrijding niet meer dan 1,00 m. bedraagt, tenzij in hoofdstuk 2 anders is bepaald. 15.6.2

liftkokers

De in hoofdstuk 2 bedoelde hoogten mogen worden overschreden door liftkokers, indien en voor zover de overschrijding niet meer dan 1,5 m bedraagt. 15.7

Overschrijding bouwgrenzen

De op de planverbeelding aangegeven bouwgrenzen mogen uitsluitend worden overschreden door: a. b.

c. d. e.

f. 15.8 a.

b.

c.

15.9

tot gebouwen behorende stoepen, stoeptreden en funderingen; bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, standleidingen voor hemelwater, gevelversieringen, wanden van gevelversieringen, wanden van ventilatiekanalen en schoorstenen, indien en voorzover de overschrijding niet meer dan 0,5 m bedraagt. gevel- en kroonlijsten en overstekende daken, indien en voorzover de overschrijding niet meer dan 0,5 m bedraagt; rookkanalen, indien de overschrijding niet meer dan 0,5 m bedraagt putten, leidingen, goten en inrichtingen voor de watervoorziening of de afvoer of verzameling van water rioolstoffen; hijsinrichtingen, indien en voorzover de overschrijding niet meer dan 0,5 m bedraagt. bestaande dakopbouwen, bestaande luifels en bestaande uitbouwen aan de voorzijde. Parkeernormering Bij nieuwe ontwikkelingen (oprichting van een bouwwerk, verandering van functie of uitbreiding van bestaand gebruik) is het gebruik van gronden en bouwwerken op grond van de regels in hoofdstuk 2 slechts toegestaan als op eigen terrein wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid, zoals bedoeld in hoofdstuk 1 van deze regels. Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde in lid a indien: a. het voldoen aan die bepaling door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of b. er een bijzonder gemeentelijk belang mee is gemoeid; of c.

op andere wijze dan op eigen terrein in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien, mits voldaan wordt aan de voorwaarden zoals gesteld in de beleidsregel 'Parkeernormering gemeente Westland' en – indien deze beleidsregel gedurende de planperiode worden gewijzigd – aan die wijziging; of d. door de aanvrager van een omgevingsvergunning wordt aangetoond dat de van toepassing zijnde parkeernorm(en) of aanwezigheidspercentages niet overeenkomen met de feitelijke situatie en kan worden volstaan met het realiseren van minder parkeergelegenheid. Het bevoegd gezag kan aan de omgevingsvergunning zoals genoemd bij lid b voorschriften verbinden ten aanzien van: e. de aard, plaats en inrichting van de parkeergelegenheid; f. de aanwezigheid en aanduiding van parkeergelegenheid ten behoeve van invaliden. Dakkapellen

Voor het bouwen van dakkapellen gelden de volgende regels: a.

b.

Maatvoering achterzijde: 1. de dakkapel ligt aan alle zijden tenminste 0,5 m vrij in het dakvlak; 2. de dakkapel is gemeten van de voet van de dakkapel niet hoger dan 1,75 m; 3. de dakkapel mag niet meer dan 1 meter uit de onderkant van het dakvlak staan. Maatvoering voorzijde: 1. de dakkapel is niet breder dan 50% van de breedte van het dakvlak;

65

2. 3. 4.

de dakkapel ligt aan alle zijden tenminste 0,5 m vrij in het dakvlak; de dakkapel is gemeten van de voet van de dakkapel niet hoger dan 1,5 m; de dakkapel mag niet meer dan 1 meter uit de onderkant van het dakvlak staan.

66

Artikel 16 Algemene gebruiksregels 16.1

Strijdig gebruik

Onder strijdig gebruik als bedoeld in artikel 7.2 van de Wet ruimtelijke ordening in samenhang met artikel 2.1 lid 1 onder c. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt in ieder geval verstaan: a. b.

c.

d. 16.2

het gebruik van niet-bebouwde grond als permanente staan- of ligplaats van demonteerbare of verplaatsbare inrichtingen voor de verkoop van etenswaren en/of dranken; het gebruik van niet-bebouwde grond en/of water als staan- of ligplaats voor kampeermiddelen buiten de daarvoor aangewezen gronden; het gebruik van niet-bebouwde grond als staan- of ligplaats voor (menselijk of dierlijk) verblijf geschikte, al dan niet aan hun bestemming onttrokken, vaar- of voertuigen, arken of andere objecten, voor zover die niet als bouwwerk zijn aan te merken; het gebruik van niet-bebouwde grond als opslag, stort- of bergplaats van al dan niet afgedankte stoffen, voorwerpen en producten, tenzij dit gebruik noodzakelijk is voor of verband houdt met de verwerkelijking van de bestemming of met het op de bestemming gerichte beheer van de gronden; het gebruik van bouwwerken of het laten gebruiken van bouwwerken als seksinrichting. Geen strijdig gebruik

Onder strijdig gebruik wordt niet verstaan: a. b.

het gebruik van niet-bebouwde grond voor evenementen waarvoor een vergunning is verleend op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening Westland; het gebruik van niet-bebouwde grond voor standplaatsen waarvoor een vergunning is verleend op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening Westland.'

67

Artikel 17 Algemene aanduidingsregels 17.1

Geluidszone-Industrie

17.1.1

bouwregels

Ter plaatse van de gebiedsaanduiding "Geluidzone - Industrie" mogen geen nieuwe geluidsgevoelige objecten, als bedoeld in de Wet geluidshinder, worden gebouwd.

17.1.2

afwijken van de b ouwregels

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in de 17.1.1, mits middels akoestisch onderzoek is aangetoond dat de bouw van een geluidsgevoelig object mogelijk is, dan wel een besluit hogere grenswaarden van toepassing is op het betreffende gebied. 17.2

Vrijwaringszone-Molen

17.2.1

bouwregels

Op de gronden met de gebiedsaanduiding "Vrijwaringszone - Molenbiotoop" mogen: a.

b.

17.2.2

binnen de straal van 100 meter, gerekend vanuit het middelpunt van molen, mag geen nieuwe bebouwing worden opgericht en/of beplanting aanwezig zijn, hoger dan de onderste punt van de verticaal staande wiek; binnen de straal van 100 tot 400 meter, gerekend vanuit het middelpunt van de molen, gelden, wat betreft nieuwe bebouwing en beplanting, de volgende regels: 1. de hoogte, als de molen is gelegen buiten de bebouwingscontouren, bedraagt maximaal 1/100ste van de afstand tussen een bouwwerk en/of beplanting en het middelpunt van de molen, gerekend met de hoogtemaat van de onderste punt van de verticaal staande wiek (1 op 100-regel); 2. de hoogte, als de molen is gelegen buiten de bebouwingscontour en de beschermingszone ook binnen de bebouwingscontour is gelegen, bedraagt, vanaf de bebouwingscontour, maximaal 1/30ste van de afstand tussen een bouwwerk en/of beplanting en de grens op de bebouwingscontour en wordt vanaf dit punt een schuine lijn getrokken met een stijging van steeds 1 meter hoogte per 30 meter afstand (1 op 30-regel); 3. de hoogte, als de molen is gelegen binnen de bebouwingscontour, bedraagt maximaal 1/30ste van de afstand tussen een bouwwerk en/of beplanting en het middelpunt van de molen, gerekend met de hoogtemaat van het onderste punt van de verticaal staande wiek (1 op 30-regel); 4.

de hoogte, als de molen is gelegen binnen de bebouwingscontour en de beschermingszone ook buiten de bebouwingscontour is gelegen, bedraagt, vanaf de bebouwingscontour, maximaal 1/100ste van de afstand tussen een bouwwerk en/of beplanting en de grens op de bebouwingscontour en wordt vanaf dit punt gerekend met de hoogtemaat van het onderste punt van de verticaal staande wiek (1 op 100-regel). afwijken van de b ouwregels

Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 16.2.1 voor: a.

b.

het oprichten van nieuwe bebouwing en/of beplanting, mits er sprake is van een situatie waarin vrije windvang en het zicht op de molen al beperkt zijn door bebouwing, zolang de vrije windvang en het zicht op de molen niet verder worden beperkt en zeker is gesteld dat de belemmering van de windvang en het zicht op de molen door maatregelen elders in de molenbeschermingszone worden gecompenseerd. een grotere hoogte van een bouwwerk en/of beplanting als bedoeld in 16.2.1, in die situaties waarin geen belangrijke zichtlijnen aanwezig zijn en/of vrije windvang reeds beperkt is, mits het zicht en/of vrije windvang niet verder wordt beperkt.Hierbij dient advies ingewonnen te worden bij het bureau Cultuur van de provincie Zuid-Holland.

68

17.3

Wetgevingzone - moderniseringsgebied

Indien direct aansluitend op de gronden, welke voorzien zijn van de gebiedsaanduiding 'Wetgevingszone-moderniseringsgebied', herstructurering, schaalvergroting of optimalisatie plaatsvindt van een glastuinbouwbedrijf, dienen de gronden welke voorzien zijn van de gebiedsaanduiding 'Wetgevingszone-moderniseringsgebied' bij deze planvorming betrokken te worden en mogen deze niet braak blijven liggen.

69

Artikel 18 Algemene afwijkingsregels 18.1

Algemene afwijkingsmogelijkheden

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd - tenzij op grond van hoofdstuk 2 reeds afwijking kan worden verleend - afwijking van de regels in het plan te verlenen voor: a.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westland&id=551104c7-fe02-487e-bbf4-c6b0656831e8