LOS percelen_Regels
Tekst van het document
LOS PERCELEN bestemmingsplan NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-VA01 vastgesteld
Regels
3
4
Inhoudsopgave
Regels
3
Hoofdstuk 1
Inleidende regels
6
Artikel 1 Begrippen
6
Artikel 2 Wijze van meten
16
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
18
Artikel 3 Agrarisch - Glastuinbouw
18
Artikel 4 Bedrijf
42
Artikel 5 Groen
43
Artikel 6 Verkeer
44
Artikel 7 Water
45
Artikel 8 Wonen
46
Artikel 9 Leiding - Gas
55
Artikel 10
Leiding - Hoogspanningsverbinding
57
Artikel 11
Waarde - Archeologie
59
Artikel 12
Waterstaat- Beschermingszone
61
Artikel 13
Waterstaat - Waterstaatswerk
62
Hoofdstuk 3
Algemene regels
63
Artikel 14
Anti-dubbeltelregel
63
Artikel 15
Algemene bouwregels
64
Artikel 16
Algemene gebruiksregels
67
Artikel 17
Algemene aanduidingsregels
68
Artikel 18
Algemene afwijkingsregels
70
Artikel 19
Algemene wijzigingsregels
71
Artikel 20
Overige regels
72
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels
73
Artikel 21
Overgangsrecht
73
Artikel 22
Slotregel
74
5
Hoofdstuk 1
Artikel 1 1.1
Inleidende regels
Begrippen
plan
Het bestemmingsplan LOS percelen met identificatienummer NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp- VA01 van de gemeente Westland. 1.2
bestemmingsplan
De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3
aan het agrarisch bedrijf verwant product
Een product dat ten dienste staat van (de oppervlakkige be- en verwerking van) een product uit de agrarische sector, zoals opslag- en verpakkingsmaterialen, potgrond en groeibevorderende additieven (hieronder wordt niet begrepen machines, bouwmaterialen, kantoorartikelen en andere (industriële) artikelen), alsmede een reeds be- en/of verwerkt (verwant) product uit de agrarische sector, zoals melk, boter, kaas, (tomaten)soep, (verpakte) vis, brood, vruchtensap, groentensap en daarmee gelijk te stellen producten die gekoeld dienen te worden. 1.4
aan-huis-gebonden-onderneming
Een onderneming welke gevestigd is of kan zijn in een woning en die toebehoort aan een natuurlijk persoon, welke in de betreffende woning woont en die geen personeel in dienst heeft, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de onderneming de ruimtelijke uitstraling van de woonfunctie niet aantast. 1.5
aanbouw
Een aparte ruimte die via het hoofdgebouw toegankelijk is en ruimtelijk ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.6
aanduiding
Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.7
aanduidingsgrens
De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.8
achtererf
De gronden die behoren bij het hoofdgebouw en gelegen zijn achter de achtergevel van het hoofdgebouw of achter een denkbeeldige lijn in het verlengde daarvan. 1.9
achtergevel
Een aan het hoofdgebouw aangebouwd gebouw dat in bouwkundig opzicht te onderscheiden is van het hoofdgebouw. 1.10
agrarisch aanverwant bedrijf
Een niet-industriële onderneming die uitsluitend of overwegend gericht is op het leveren van diensten (waaronder het sorteren, bewerken en verpakken) en/of het leveren/verhandelen van producten van/aan agrarische bedrijven zo nodig met behulp van werktuigen en apparatuur of op het verrichten van werkzaamheden tot onderhoud of reparatie van werktuigen of apparatuur (bedrijven zoals agrarische hulp-, loon-, neven en toeleveringsbedrijven).
6
1.11
agrarisch handels- en exportbedrijf
Een bedrijf dat uitsluitend of overwegend gericht is op het vervoer, de opslag, de oppervlakkige be- en verwerking of de afzet van producten afkomstig uit de agrarische sector, dan wel aan het agrarisch bedrijf verwante producten, zoals opslagbedrijven, koelhuizen en dergelijke en daartoe beschikt over faciliteiten ten behoeve van het vervoer, de opslag, de oppervlakkige be- en verwerking of de afzet. Hieronder worden niet begrepen transportbedrijven, die al dan niet uitsluitend gericht zijn op het vervoer van deze producten. 1.12
agrarische sector
Een economische sector die grondstoffen en voedsel levert, met onderdelen als akkerbouw, bosbouw, tuinbouw, veeteelt en visserij. 1.13
antenne-installatie
Een installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in één of meer techniekkasten opgenomen apparatuur, met daarbij behorende bevestigingsconstructie. 1.14
archeologische waarde
Een aan een gebied toegekende waarde in verband met de kennis en studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen uit de oude tijden. 1.15
bebouwing
Één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.16
bedrijf
Een onderneming gericht op het vervaardigen, bewerken, installeren of inzamelen en verhandelen van goederen. 1.17
bedrijfsgebouw
Een gebouw ten dienste van de bedrijfsvoering zoals ingevolge de bestemming toegestaan, hieronder niet begrepen een dienstwoning. 1.18
bedrijfsgebouw bij een glastuinbouwbedrijf
Een bedrijfsgebouw ten dienste van een glastuinbouwbedrijf, hoofdzakelijk ten behoeve van bedrijfsruimten, verwerkingsruimten, onderzoeksruimten, laboratoria, presentatieruimten en (niet zelfstandige) kantoorruimten. 1.19
bedrijfsvloeroppervlak
De totale vloeroppervlakte van alle bouwlagen van een bedrijf met inbegrip van alle daartoe behorende ruimten, waaronder ontvangsthal, dienstruimten en magazijnen. Niet inbegrepen zijn inpandige dienstwoningen en gebouwde parkeervoorzieningen voor personenauto`s. Wat betreft inpandige parkeerruimte valt een overdekte stallingsruimte voor een busje of een vrachtwagen wel hieronder. 1.20
bestaande bouwwerken
Bouwwerken die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan tot stand zijn gekomen of vergund zijn om tot stand te zullen komen met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
7
1.21
bestaande dienstwoning
Een dienstwoning die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan tot stand is gekomen of vergund is om tot stand te zullen komen met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, alsmede een dienstswoning die wordt herbouwd gedurende de rechtskracht van het plan ter vervanging van een dienstwoning die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan tot stand is gekomen of vergund is om tot stand te zullen komen met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.22
bestaande hoofdgebouw
Een woning die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan tot stand is gekomen of vergund is om tot stand te zullen komen met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.23
bestelauto
motorvoertuig, bestemd voor het vervoer van goederen, waarvan de toegestane maximum massa niet meer bedraagt dan 3500 kg 1.24
bestemmingsgrens
De grens van een bestemmingsvlak. 1.25
bestemmingsvlak
Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.26
bevoegd gezag
Bevoegd gezag zoals bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.27
bijbehorend bouwwerk
Uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak. 1.28
bijgebouw
Een (vrijstaand of aan een hoofdgebouw aangebouwd) gebouw dat in functioneel en ruimtelijk opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw en geen rechtstreekse toegang tot het hoofdgebouw heeft. 1.29
bouwen
Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. 1.30
bouwgrens
De grens van een bouwvlak. 1.31
bouwperceel
Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.32
bouwperceelgrens
De grens van een bouwperceel. 1.33
bouwvlak
Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.
8
1.34
bouwwerk
Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.35
bouwwijze
De wijze waarop het op een bouwperceel gelegen hoofdgebouw al dan niet is verbonden met het hoofdgebouw op een aansluitend bouwperceel; dit kan zijn: vrijstaand, twee-aaneen, gestapeld of aaneengebouwd. 1.36
boveninsteek
De snijlijn van het maaiveld en het beloop van een watergang. 1.37
consumentenvuurwerk
Vuurwerk dat is bestemd voor particulier gebruik. 1.38
cultuurhistorische waarde
Het cultuurpatroon van een gebied, dat kenmerkend is voor het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis van de gronden gemaakt heeft, zoals onder meer tot uitdrukking komend in de kavelindeling, de waterhuishouding, het bodemreliëf, de graften, de wallen en de beplanting en bebouwing, archeologische waarden zijn hierdoor mede begrepen. 1.39
dagrecreatie
Het recreëren op een recreatieterrein al dan niet met behulp van kampeermiddelen, zonder dat overnachting in die kampeermiddelen of anderszins op het recreatieterrein is toegestaan. 1.40
dakkapel
Een constructie, welke ondergeschikt is aan het dakvlak, ter vergroting van een gebouw, die vrij ligt in het hellend dakvlak. 1.41
dakopbouw
Een toevoeging aan het dakvlak van een bouwmassa die niet vrij in het dakvlak ligt, maar ten minste de nok- of gootlijn of zijkant van het dakvlak raakt van het betreffende gebouw/de betreffende woning. Het plaatsen van een dakopbouw gaat ten koste van de karakteristiek van het profiel van het gebouw/de woning. 1.42
detailhandel
Het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die de goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 1.43
dienstwoning
Een woning bij een bedrijf, die bestemd is voor bewoning door (het huishouden van) de ondernemer of bij dat bedrijf werkzaam personeel. 1.44
driewielig motorvoertuig
driewielig motorrijtuig als bedoeld in artikel 1.1 van de Regeling voertuigen
9
1.45
duurzaam gemeenschappelijke huishouding
Een vaste groep van personen tussen wie een band bestaat die het enkel gezamenlijk bewonen van bepaalde woonruimte te boven gaat en die de bedoeling heeft om bestendig voor onbepaalde tijd een huishouden te vormen. Er dient ook sprake te zijn van een samenlevingswens tussen de personen die niet overwegend wordt bepaald door de beslissing om de betrokken woonruimte te delen. Er is sprake van een economisch-consumptieve eenheid en bloedverwantschap, huwelijksbinding of een daaraan in intensiteit en continuïteit gelijk te stellen mate van binding tussen de bewoners. 1.46
erf
Al dan niet bebouwde gronden die bij de hoofdmassa horen, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en voor zover een bestemmingsplan of beheersverordening van toepassing is, deze inrichting niet verbieden. 1.47
erfscheiding
De scheiding tussen twee onroerende zaken die niet aan dezelfde eigenaar behoren, niet door dezelfde gebruikers worden benut, dan wel louter kadastraal gescheiden zijn. 1.48
erker
Een ondergeschikte uitbouw op de begane grond van het hoofdgebouw, gelegen aan een verblijfsruimte (woonkamer of keuken) en strekt ter vergroting van het woongenot. Een erker is gelegen aan en zorgt voor een verbijzondering van de voor en/of zijgevel, zonder de architectuur van het hoofdgebouw wezenlijk aan te tasten. 1.49
gebouw
Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.50
geluidshinderlijke inrichtingen
Bedrijven in de zin van artikel 41 van de Wet geluidhinder en artikel 2.4 van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer. 1.51
gemeentelijke koopoptie
Een privaatrechtelijke overeenkomst tussen de eigenaar van een perceel en de gemeente Westland, waarin de gemeente een optie tot koop verkrijgt voor verwerving van een perceel(sgedeelte) of percelen en deze optie alleen kan uitoefenen op verzoek van een (kandidaat-)koper die het perceel aan zal wenden ter uitvoering van de bestemming. De gemeente levert het registergoed direct door aan deze (kandidaat-)koper, door middel van een ABC-akte. Deze overeenkomst ontslaat de eigenaar niet van de mogelijkheid het perceel te verkopen aan een derde, indien deze koper het perceel aanwendt ter uitvoering van de bestemming. 1.52
glastuinbouwbedrijf
Een bedrijf gericht op het onder geconditioneerde omstandigheden voortbrengen van producten en het leveren van diensten, door middel van het duurzaam en intensief kweken van assimilerende organismen onder invloed van licht, hoofdzakelijk met behulp van kassen, waarbij er sprake moet zijn van tenminste één volwaardige arbeidskracht die gedurende het hele jaar, een volledige dagtaak, hoofdberoep, hoofdinkomen en hoofdbestaan uit het bedrijf haalt (arbeidsbehoefte), gekenmerkt door juridische en/of emotionele binding van de ondernemer(s) of de arbeidskracht(en) met het bedrijf (duurzaam bedrijfsperspectief) en een perspectief om langere tijd te kunnen blijven bestaan (bedrijfscontinuïteit). 1.53
glastuinbouwdeskundige
Het adviserend overleg bestaande uit vertegenwoordigers van de gemeente Westland, het Hoogheemraadschap van Delfland en Glastuinbouw Westland.
10
1.54
groenvoorzieningen
Groenscherm(en) van opgaande beplanting, berm-beplantingen en andere beplantingen voor openbaar of particulier gebruik welke beplanting in planologisch opzicht een ruimtelijk structurerend effect hebben. 1.55
hobbymatig houden van paarden
Het houden van paarden voor privédoeleinden (niet gericht op het genereren van omzet) ten behoeve van het huishouden van de ter plaatse aanwezige woning. 1.56
hoofdgebouw
Een gebouw dat op een bouwperceel door zijn aard, constructie of afmetingen als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken exclusief de aan- en uitbouwen of bijgebouwen. 1.57
hoofdwatergang
Primair water als bedoeld in de ‘Leggerkaart Wateren’ van het Hoogheemraadschap van Delfland. 1.58
huishouden
Een alleenstaande of twee of meer personen die een duurzaam gemeenschappelijke huishouding (willen) voeren. 1.59
kamerbewoning
Het bewonen van onzelfstandige woonruimte, zoals in de vorm van één of meerdere kamers en/of het bewonen van zelfstandige woonruimte door meer dan één gemeenschappelijk huishouden. 1.60
kantoor
Het bedrijfsmatig verlenen van diensten waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtsreeks te woord wordt gestaan en geholpen. 1.61
kap
Een constructie van uitsluitend een of meer hellende dakvlakken met een helling van meer dan 20 en minder dan 65 graden. 1.62
kas
Een bouwwerk met een bouwhoogte van 1,00 meter of meer behorende bij een glastuinbouwbedrijf, (nagenoeg) geheel van glas of ander licht doorlatend materiaal (minimaal 20% licht doorlatend), hoofdzakelijk ten behoeve van kweekruimten. 1.63
kleinschalig glastuinbouwbedrijf
een glastuinbouwbedrijf wat voor het tijdstip van inwerkingtreding van het plan tot stand is gekomen of vergund is om tot stand te zullen komen met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, waarbij het oppervlakte van het glastuinbouwbedrijf een oppervlakte heeft van minder dan 5000m 2. 1.64
koeltoren
Een gesloten ruimte of bouwwerk bestaande uit een waterbak met daarboven een lamellenblok, gemonteerd in een omkasting en voorzien van een ventilator bedoeld om water terug te koelen met de buitenlucht. 1.65
kweekruimte
Een (open) ruimte waarin het kweken van assimilerende organismen onder invloed van licht plaats vindt. 1.66
kweken
Het proces van telen, opkweken, afkweken, veredelen, selecteren en/of verzorgen.
11
1.67
laad- en losruimte
Dat gedeelte van het bedrijf waar het laden en lossen van producten plaats vindt (bijvoorbeeld in de vorm van een dockshelter), hieronder niet begrepen een laad- en loskuil. 1.68
motorfiets
motorvoertuig op twee wielen, al dan niet met zijspan- of aanhangwagen; 1.69
nutsvoorzieningen
Voorzieningen ten behoeve van telecommunicatie en de gas-, water- en elektriciteitsdistributie alsmede soortgelijke voorzieningen van openbaar nut, waaronder in ieder geval worden begrepen transformatorhuisjes, pompstations, gemalen, telefooncellen en zendmasten. 1.70
ondergeschikte detailhandel
Detailhandel behorende bij de bestemming, waarbij de openings- en sluitingstijden van het detailhandelsgedeelte hetzelfde zijn als de hoofdfunctie (of begint later en/of eindigt eerder dan de hoofdfunctie). Het detailhandelsgedeelte is (ruimtelijk) ondergeschikt aan de hoofdfunctie en het gegenereerde financiële resultaat uit de detailhandel maakt niet meer dan 10% van het totale bedrijfsresultaat uit. 1.71
ondergeschikte detailhandel bij een glastuinbouwbedrijf
Ondergeschikte detailhandel van uitsluitend die producten die door, en in beginsel ten behoeve van, het ter plaatse aanwezige eigen glastuinbouwbedrijf worden gekweekt. Hieronder wordt niet begrepen detailhandel in producten die zijn ingekocht of worden aangeleverd van een ander (eigen) glastuinbouwbedrijf met het doel om die uitsluitend of in niet ondergeschikte mate aan particulieren te verkopen, al dan niet na een (korte) periode van kweek. 1.72
ondergeschikte horeca
Horeca behorende bij de bestemming, waarbij de openings- en sluitingstijden van het horecagedeelte hetzelfde zijn als de hoofdfunctie (of begint later en/of eindigt eerder dan de hoofdfunctie). Het horecabedrijf staat uitsluitend open voor degenen die primair komen voor de hoofdfunctie. 1.73
ondergronds bouwwerk
Een voor mensen toegankelijke ruimte onder maaiveldniveau, met uitzondering van kruipruimten. 1.74
oorspronkelijke achtergevel
De achtergevel van het oorspronkelijk vergunde hoofdgebouw. 1.75
openbaar toegankelijk gebied
Weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar water en andere openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer. 1.76
overig bouwwerk
Een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.77
overkapping
Een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak en met aan ten hoogste één zijde een gesloten wand, welke ruimtelijk ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.
12
1.78
pand
De kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is. 1.79 a. b.
1.80
peil voor gebouwen die onmiddellijk aan de weg grenzen: de hoogte van die weg; in andere gevallen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld, waarbij plaatselijke, niet bij verdere verloop van het terrein passende ophogingen of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, anders dan noodzakelijk voor de bouw ervan buiten beschouwing blijven. Het bouwwerk wordt gemeten aan de kant waar het aansluitend afgewerkt maaiveld het hoogst is. personenauto
personenauto als bedoeld in artikel 1.1 van de Regeling voertuigen 1.81
primaire bedrijfsgebouw
Een bedrijfsgebouw die wat betreft functie, omvang en uitstraling als belangrijkste bedrijfsgebouw wordt aangemerkt. 1.82
recreatie
Aan de Westlandse glastuinbouw en/of het buitengebied gerelateerde activiteiten gericht op ontspanning en vrijetijdsbesteding. 1.83
risicovolle inrichtingen
Inrichtingen als bedoeld in artikel 2 lid 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen. 1.84
seksinrichting:
Een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of daarmee naar de aard en omvang vergelijkbare activiteiten, in de vorm van seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval begrepen een prostitutiebedrijf, een erotische massagesalon, een seksbioscoop of sekstheater, een sekswinkel, een seksautomatenhal en een seksclub of parenclub al dan niet in combinatie met elkaar. 1.85
showroom
Een vaste (afgebakende) en voor klanten toegankelijke ruimte in een bedrijfsgebouw waar producten ten toon worden gesteld, waaronder geen detailhandel wordt verstaan en geen verkoopfunctie (kassa) ter plaatse aanwezig is om ter plaatse goederen of diensten te betalen, met als doel dat klanten deze producten beter kunnen bekijken. 1.86
staat van bedrijfsactiviteiten
De staat van bedrijfsactiviteiten die van deze regels deel uitmaakt. 1.87
straatmeubilair
Bouwwerken ten behoeve van al dan niet openbare (nuts) voorzieningen, zoals verkeersgeleiders, verkeersborden, informatieborden, zitbanken, bloembakken, telefooncellen, abri's, kunstwerken, bushaltes, speeltoestellen, fietsenrekken en draagconstructies voor reclame; kleinschalige bouwwerken ten behoeve van (openbare) nutsvoorzieningen met een inhoud van ten hoogste 50 m3 en een bouwhoogte van ten hoogste 3 meter, waaronder begrepen voorzieningen ten behoeve van telecommunicatie, energievoorzieningen en brandkranen; afvalinzamelsystemen en hiermee gelijk te stellen bouwwerken. 1.88
uitbouw
Uitbreiding van een ruimte in het hoofdgebouw tot buiten het bestaande oorspronkelijke hoofdgebouw (bijvoorbeeld erker) en welke ruimtelijk ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.
13
1.89
voldoende parkeergelegenheid
parkeergelegenheid voor personenauto's, bestelauto's, motorfietsen en driewielige motorvoertuigen, waarvan het aantal parkeerplaatsen en de omvang daarvan voldoet aan de beleidsregel 'Parkeernormering gemeente Westland', zoals die geldt ten tijde van de vaststelling van dit bestemmingsplan en – indien deze beleidsregel gedurende de planperiode wordt gewijzigd – aan die wijziging. 1.90
voorerf
De gronden die behoren bij het hoofdgebouw en gelegen zijn voor de, met een gevellijn op de planverbeelding aangegeven, voorgevel van dat hoofdgebouw of voor een denkbeeldige lijn in het verlengde daarvan. 1.91
voorgevel
De naar de weg gekeerde zijde of aan de voorzijde van een gebouw gelegen gevel of waar deze op de planverbeelding is aangegeven met een gevellijn. 1.92
voorgevelrooilijn
De lijn welke kan worden getrokken in het verlengde van de naar het openbare gebied gekeerde gevel(s) van de hoofdbebouwing of daar waar deze op de planverbeelding is aangegeven met een gevellijn. 1.93
voormalige dienstwoning
Een dienstwoning, die bestemd is voor de huisvesting van een huishouden -niet uitsluitend zijnde de ondernemer of door bij dat bedrijf werkzaam personeel- en waarbij deze woning voor de toepassing van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de daarop rustende bepalingen wordt beschouwd als onderdeel van dat bedrijf. 1.94
vuurwerkverkooppunt
Een locatie waar consumentenvuurwerk opslagen en verkocht wordt op de daarvoor aangewezen tijden. 1.95
waterbassin
Een waterreservoir voor de opvang en berging van water, gevormd door een aarden wal. 1.96
waterberging
Een berging voor het bergen en opslaan van water. 1.97
watergang
Een secundaire watergang als bedoeld in de ‘Leggerkaart Wateren’ van het Hoogheemraadschap van Delfland. 1.98
watersilo
Een bouwwerk voor de opvang en bewaring van water. 1.99
watertank
Een gesloten ruimte of bouwwerk voor de berging van water ten behoeve van de energievoorziening van het glastuinbouwbedrijf. 1.100
windturbine
Een bouwwerk ter opwekking van energie door benutting van de windkracht als aandrijfbron van bewegende delen met een maximaal energie opwekkend vermogen van 15 MW.
14
1.101
wkk-installatie
Een installatie voor warmtekrachtkoppeling die het mogelijk maakt de bij de opgewekte elektriciteit vrijkomende warmte te benutten. 1.102
wonen
Het houden van verblijf, het hebben - huren hieronder mede begrepen - van kamers of het gehuisvest zijn in een huis, evenwel met uitzondering van bewoning met een overwegend verzorgend karakter. 1.103
woning
Een complex van ruimten (zoals het hoofdgebouw, aan-, uitbouw, aangebouwd bijgebouw en vrijstaand bijgebouw) dat blijkens de indeling en inrichting bestemd is voor de huisvesting van een huishouden. 1.104
zijerf
De gronden die behoren bij het hoofdgebouw en gelegen zijn aan de zijkant(en) van dat hoofdgebouw tussen de denkbeeldige lijnen in het verlengde van de voor- en achtergevel.
15
Artikel 2
Wijze van meten
Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
afstand
De loodrechte afstand tussen bouwwerken onderling alsmede de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen wordt daar gemeten waar deze afstand het kleinst is. 2.2
de bouwhoogte van een bouwwerk
Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouwd of een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.3 a. b.
2.4
de bouwhoogte van een antenne-installatie ingeval van een vrijstaande (schotel)antenne-installatie: tussen het peil en het hoogste punt van de (schotel)antenne-installatie; ingeval van een op of aan een bouwwerk gebouwde (schotel)antenne-installatie: tussen de voet van de (schotel)antenne-installatie en het hoogste punt van de (schotel)antenne-installatie. de breedte, lengte en diepte van een bouwwerk
Tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidsmuren. 2.5
de dakvoet
Het laagste punt van een schuin dak. 2.6
de dakhelling
Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.7
de daknok
Het hoogste punt van een schuin dak. 2.8
de goothoogte van een bouwwerk
Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.9
de hoogte van een windturbine
Vanaf het peil tot aan de as van de windturbine. 2.10
de inhoud van een bouwwerk
Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.11
het hart van de weg
Het midden van de rijbaan of, bij gescheiden rijbanen, het midden van de middenberm. 2.12
de lengte van een aanlegsteiger
De afstand tussen de boveninsteek van het water en het deel van de aanlegsteiger dat daar het verst vanaf gelegen is.
16
2.13
de oppervlakte van een bouwwerk
Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
17
Hoofdstuk 2 Artikel 3
Bestemmingsregels
Agrarisch - Glastuinbouw
3.1
Bestemmingsomschrijving
3.1.1
Algemeen
De voor 'Agrarisch - Glastuinbouw' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.
e. f. g. h. i.
3.1.2
glastuinbouwbedrijven; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch-kleinschalig glastuinbouwbedrijf', is tevens een kleinschalig glastuinbouwbedrijf toegestaan; ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorische waarde' een monument; bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals terreinen, laad- en losvoorzieningen, parkeervoorzieningen, reclame-uitingen, groen, water, voorzieningen voor het opwekken, leveren en opslaan van energie, CO2 en/of warmte en voor het bergen, leveren en zuiveren van (giet-)water; ontsluitingswegen en daarbij behorende voorzieningen, zoals geluidswerende voorzieningen, verkeerskunstwerken en groenvoorzieningen; hoofdwatergangen, watergangen, waterpartijen en (ondergrondse) waterhuishoudkundige voorzieningen; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch-hoofdwatergang', tevens een hoofdwatergang; groenvoorzieningen; nutsvoorzieningen.
Dienstwoningen
De voor 'Agrarisch - Glastuinbouw' aangewezen gronden zijn, naast het bepaalde in 3.1.1 bestemd voor: a. b. c. d.
3.1.3 1.
2.
3.
4.
tevens
het wonen in een dienstwoning, behorende bij een volwaardig en doelmatig glastuinbouwbedrijf of het wonen in een dienstwoning, behorende bij een kleinschalig glastuinbouwbedrijf; bij een dienstwoning behorende voorzieningen, zoals erven, groen en water. voor het gebruik, zoals genoemd in artikel 3.1.2 onder a. en b. geldt een maximum oppervlakte voor privegebruik van 1.000m 2; het gestelde onder c is niet van toepassing voor bestaande dienstwoningen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch- bedrijfswoning met grote siertuin'.
Persoonsgeb onden overgangsrecht In afwijking van het bepaalde in artikel 3.1.2 mag, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch -pobw1', de woning gebruikt worden als burgerwoning inclusief behorende bouwwerken en voorzieningen, zoals erven, groen en water. Deze regel is uitsluitend van toepassing op de rechthebbende/gebruiker ten tijde van het raadsbesluit van en niet door diens rechtsopvolgers. In afwijking van het bepaalde in artikel 3.1.2 mag, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch -pobw2', de woning gebruikt worden als burgerwoning inclusief behorende bouwwerken en voorzieningen, zoals erven, groen en water. Deze regel is uitsluitend van toepassing op de rechthebbende/gebruiker ten tijde van het raadsbesluit van en niet door diens rechtsopvolgers. In afwijking van het bepaalde in artikel 3.1.2 mag, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch -pobw3', de woning gebruikt worden als burgerwoning inclusief behorende bouwwerken en voorzieningen, zoals erven, groen en water. Deze regel is uitsluitend van toepassing op de rechthebbende/gebruiker ten tijde van het raadsbesluit van en niet door diens rechtsopvolgers. In afwijking van het bepaalde in artikel 3.1.2 mag, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm
18
van agrarisch -pobw4', de woning gebruikt worden als burgerwoning inclusief behorende bouwwerken en voorzieningen, zoals erven, groen en water. Deze regel is uitsluitend van toepassing op de rechthebbende/gebruiker ten tijde van het raadsbesluit van en niet door diens rechtsopvolgers. 5. In afwijking van het bepaalde in artikel 3.1.2 mag, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch -pobw5', de woning gebruikt worden als burgerwoning inclusief behorende bouwwerken en voorzieningen, zoals erven, groen en water. Deze regel is uitsluitend van toepassing op de rechthebbende/gebruiker ten tijde van het raadsbesluit van en niet door diens rechtsopvolgers. 6. In afwijking van het bepaalde in artikel 3.1.2 mag, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch -pobw6', de woning gebruikt worden als burgerwoning inclusief behorende bouwwerken en voorzieningen, zoals erven, groen en water. Deze regel is uitsluitend van toepassing op de rechthebbende/gebruiker ten tijde van het raadsbesluit van en niet door diens rechtsopvolgers. 7. In afwijking van het bepaalde in artikel 3.1.2 mag, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch -pobw7', de woning gebruikt worden als burgerwoning inclusief behorende bouwwerken en voorzieningen, zoals erven, groen en water.
Deze regel is uitsluitend van toepassing op de rechthebbende/gebruiker ten tijde van het raadsbesluit van en niet door diens rechtsopvolgers. 8. In afwijking van het bepaalde in artikel 3.1.2 mag, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch -pobw8', de woning gebruikt worden als burgerwoning inclusief behorende bouwwerken en voorzieningen, zoals erven, groen en water. Deze regel is uitsluitend van toepassing op de rechthebbende/gebruiker ten tijde van het raadsbesluit van en niet door diens rechtsopvolgers. 9. In afwijking van het bepaalde in artikel 3.1.2 mag, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch -pobw9', de woning gebruikt worden als burgerwoning inclusief behorende bouwwerken en voorzieningen, zoals erven, groen en water. Deze regel is uitsluitend van toepassing op de rechthebbende/gebruiker ten tijde van het raadsbesluit van en niet door diens rechtsopvolgers. 10. In afwijking van het bepaalde in artikel 3.1.2 mag, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch -pobw10', de woning gebruikt worden als burgerwoning inclusief behorende bouwwerken en voorzieningen, zoals erven, groen en water. Deze regel is uitsluitend van toepassing op de rechthebbende/gebruiker ten tijde van het raadsbesluit van en niet door diens rechtsopvolgers. 11.
In afwijking van het bepaalde in artikel 3.1.2 mag, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch -pobw11', de woning gebruikt worden als burgerwoning inclusief behorende bouwwerken en voorzieningen, zoals erven, groen en water. Deze regel is uitsluitend van toepassing op de rechthebbende/gebruiker ten tijde van het raadsbesluit van en niet door diens rechtsopvolgers. 12. In afwijking van het bepaalde in artikel 3.1.2 mag, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch -pobw12', de woning gebruikt worden als burgerwoning inclusief behorende bouwwerken en voorzieningen, zoals erven, groen en water. Deze regel is uitsluitend van toepassing op de rechthebbende/gebruiker ten tijde van het raadsbesluit van en niet door diens rechtsopvolgers. 13. In afwijking van het bepaalde in artikel 3.1.2 mag, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch -pobw13', de woning gebruikt worden als burgerwoning inclusief behorende bouwwerken en voorzieningen, zoals erven, groen en water. Deze regel is uitsluitend van toepassing op de rechthebbende/gebruiker ten tijde van het raadsbesluit van en niet door diens rechtsopvolgers. 14.
In afwijking van het bepaalde in artikel 3.1.2 mag, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch -pobw14', de woning gebruikt worden als burgerwoning inclusief behorende bouwwerken en voorzieningen, zoals erven, groen en water. Deze regel is uitsluitend van toepassing op de rechthebbende/gebruiker ten tijde van het raadsbesluit van en niet door diens rechtsopvolgers. 15. In afwijking van het bepaalde in artikel 3.1.2 mag, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch -pobw15', de woning gebruikt worden als burgerwoning inclusief behorende bouwwerken en voorzieningen, zoals erven, groen en water. Deze regel is uitsluitend van toepassing op de rechthebbende/gebruiker ten tijde van het raadsbesluit van en niet door diens rechtsopvolgers. 16. In afwijking van het bepaalde in artikel 3.1.2 mag, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm
19
van agrarisch -pobw16', de woning gebruikt worden als burgerwoning inclusief behorende bouwwerken en voorzieningen, zoals erven, groen en water. Deze regel is uitsluitend van toepassing op de rechthebbende/gebruiker ten tijde van het raadsbesluit van en niet door diens rechtsopvolgers. 17. In afwijking van het bepaalde in artikel 3.1.2 mag, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch -pobw17', de woning gebruikt worden als burgerwoning inclusief behorende bouwwerken en voorzieningen, zoals erven, groen en water. Deze regel is uitsluitend van toepassing op de rechthebbende/gebruiker ten tijde van het raadsbesluit van en niet door diens rechtsopvolgers. 18. In afwijking van het bepaalde in artikel 3.1.2 mag, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch -pobw18', de woning gebruikt worden als burgerwoning inclusief behorende bouwwerken en voorzieningen, zoals erven, groen en water. Deze regel is uitsluitend van toepassing op de rechthebbende/gebruiker ten tijde van het raadsbesluit van en niet door diens rechtsopvolgers. 19. In afwijking van het bepaalde in artikel 3.1.2 mag, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch -pobw19', de woning gebruikt worden als burgerwoning inclusief behorende bouwwerken en voorzieningen, zoals erven, groen en water.
Deze regel is uitsluitend van toepassing op de rechthebbende/gebruiker ten tijde van het raadsbesluit van en niet door diens rechtsopvolgers. 20. In afwijking van het bepaalde in artikel 3.1.2 mag, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch -pobw20', de woning gebruikt worden als burgerwoning inclusief behorende bouwwerken en voorzieningen, zoals erven, groen en water. Deze regel is uitsluitend van toepassing op de rechthebbende/gebruiker ten tijde van het raadsbesluit van en niet door diens rechtsopvolgers. 21. In afwijking van het bepaalde in artikel 3.1.2 mag, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch -pobw21', de woning gebruikt worden als burgerwoning inclusief behorende bouwwerken en voorzieningen, zoals erven, groen en water. Deze regel is uitsluitend van toepassing op de rechthebbende/gebruiker ten tijde van het raadsbesluit van en niet door diens rechtsopvolgers. 22. In afwijking van het bepaalde in artikel 3.1.2 mag, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch -pobw22', de woning gebruikt worden als burgerwoning inclusief behorende bouwwerken en voorzieningen, zoals erven, groen en water. Deze regel is uitsluitend van toepassing op de rechthebbende/gebruiker ten tijde van het raadsbesluit van en niet door diens rechtsopvolgers. 23.
In afwijking van het bepaalde in artikel 3.1.2 mag, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch -pobw23', de woning gebruikt worden als burgerwoning inclusief behorende bouwwerken en voorzieningen, zoals erven, groen en water. Deze regel is uitsluitend van toepassing op de rechthebbende/gebruiker ten tijde van het raadsbesluit van en niet door diens rechtsopvolgers. 24. In afwijking van het bepaalde in artikel 3.1.2 mag, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch -pobw24', de woning gebruikt worden als burgerwoning inclusief behorende bouwwerken en voorzieningen, zoals erven, groen en water. Deze regel is uitsluitend van toepassing op de rechthebbende/gebruiker ten tijde van het raadsbesluit van en niet door diens rechtsopvolgers. 25. In afwijking van het bepaalde in artikel 3.1.2 mag, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch -pobw25', de woning gebruikt worden als burgerwoning inclusief behorende bouwwerken en voorzieningen, zoals erven, groen en water. Deze regel is uitsluitend van toepassing op de rechthebbende/gebruiker ten tijde van het raadsbesluit van en niet door diens rechtsopvolgers. 26.
In afwijking van het bepaalde in artikel 3.1.2 mag, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch -pobw26', de woning gebruikt worden als burgerwoning inclusief behorende bouwwerken en voorzieningen, zoals erven, groen en water. Deze regel is uitsluitend van toepassing op de rechthebbende/gebruiker ten tijde van het raadsbesluit van en niet door diens rechtsopvolgers. 27. In afwijking van het bepaalde in artikel 3.1.2 mag, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch -pobw27', de woning gebruikt worden als burgerwoning inclusief behorende bouwwerken en voorzieningen, zoals erven, groen en water. Deze regel is uitsluitend van toepassing op de rechthebbende/gebruiker ten tijde van het raadsbesluit van en niet door diens rechtsopvolgers. 28. In afwijking van het bepaalde in artikel 3.1.2 mag, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm
20
van agrarisch -pobw28', de woning gebruikt worden als burgerwoning inclusief behorende bouwwerken en voorzieningen, zoals erven, groen en water. Deze regel is uitsluitend van toepassing op de rechthebbende/gebruiker ten tijde van het raadsbesluit van en niet door diens rechtsopvolgers. 29. In afwijking van het bepaalde in artikel 3.1.2 mag, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch -pobw29', de woning gebruikt worden als burgerwoning inclusief behorende bouwwerken en voorzieningen, zoals erven, groen en water. Deze regel is uitsluitend van toepassing op de rechthebbende/gebruiker ten tijde van het raadsbesluit van en niet door diens rechtsopvolgers. 30. In afwijking van het bepaalde in artikel 3.1.2 mag, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch -pobw30', de woning gebruikt worden als burgerwoning inclusief behorende bouwwerken en voorzieningen, zoals erven, groen en water. Deze regel is uitsluitend van toepassing op de rechthebbende/gebruiker ten tijde van het raadsbesluit van en niet door diens rechtsopvolgers. 31. In afwijking van het bepaalde in artikel 3.1.2 mag, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch -pobw31', de woning gebruikt worden als burgerwoning inclusief behorende bouwwerken en voorzieningen, zoals erven, groen en water.
Deze regel is uitsluitend van toepassing op de rechthebbende/gebruiker ten tijde van het raadsbesluit van en niet door diens rechtsopvolgers. 32. In afwijking van het bepaalde in artikel 3.1.2 mag, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch -pobw32', de woning gebruikt worden als burgerwoning inclusief behorende bouwwerken en voorzieningen, zoals erven, groen en water. Deze regel is uitsluitend van toepassing op de rechthebbende/gebruiker ten tijde van het raadsbesluit van en niet door diens rechtsopvolgers. 33. In afwijking van het bepaalde in artikel 3.1.2 mag, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch -pobw33', de woning gebruikt worden als burgerwoning inclusief behorende bouwwerken en voorzieningen, zoals erven, groen en water. Deze regel is uitsluitend van toepassing op de rechthebbende/gebruiker ten tijde van het raadsbesluit van en niet door diens rechtsopvolgers. 34. In afwijking van het bepaalde in artikel 3.1.2 mag, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch -pobw34', de woning gebruikt worden als burgerwoning inclusief behorende bouwwerken en voorzieningen, zoals erven, groen en water. Deze regel is uitsluitend van toepassing op de rechthebbende/gebruiker ten tijde van het raadsbesluit van en niet door diens rechtsopvolgers. 35.
In afwijking van het bepaalde in artikel 3.1.2 mag, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch -pobw35', de woning gebruikt worden als burgerwoning inclusief behorende bouwwerken en voorzieningen, zoals erven, groen en water. Deze regel is uitsluitend van toepassing op de rechthebbende/gebruiker ten tijde van het raadsbesluit van en niet door diens rechtsopvolgers. 36. In afwijking van het bepaalde in artikel 3.1.2 mag, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch -pobw36', de woning gebruikt worden als burgerwoning inclusief behorende bouwwerken en voorzieningen, zoals erven, groen en water. Deze regel is uitsluitend van toepassing op de rechthebbende/gebruiker ten tijde van het raadsbesluit van en niet door diens rechtsopvolgers. 37. In afwijking van het bepaalde in artikel 3.1.2 mag, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch -pobw37', de woning gebruikt worden als burgerwoning inclusief behorende bouwwerken en voorzieningen, zoals erven, groen en water. Deze regel is uitsluitend van toepassing op de rechthebbende/gebruiker ten tijde van het raadsbesluit van en niet door diens rechtsopvolgers. 38.
In afwijking van het bepaalde in artikel 3.1.2 mag, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch -pobw38', de woning gebruikt worden als burgerwoning inclusief behorende bouwwerken en voorzieningen, zoals erven, groen en water. Deze regel is uitsluitend van toepassing op de rechthebbende/gebruiker ten tijde van het raadsbesluit van en niet door diens rechtsopvolgers. 39. In afwijking van het bepaalde in artikel 3.1.2 mag, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch -pobw39', de woning gebruikt worden als burgerwoning inclusief behorende bouwwerken en voorzieningen, zoals erven, groen en water. Deze regel is uitsluitend van toepassing op de rechthebbende/gebruiker ten tijde van het raadsbesluit van en niet door diens rechtsopvolgers. 40. In afwijking van het bepaalde in artikel 3.1.2 mag, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm
21
van agrarisch -pobw40', de woning gebruikt worden als burgerwoning inclusief behorende bouwwerken en voorzieningen, zoals erven, groen en water. Deze regel is uitsluitend van toepassing op de rechthebbende/gebruiker ten tijde van het raadsbesluit van en niet door diens rechtsopvolgers. 41. In afwijking van het bepaalde in artikel 3.1.2 mag, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch -pobw41', de woning gebruikt worden als burgerwoning inclusief behorende bouwwerken en voorzieningen, zoals erven, groen en water. Deze regel is uitsluitend van toepassing op de rechthebbende/gebruiker ten tijde van het raadsbesluit van en niet door diens rechtsopvolgers. 42. In afwijking van het bepaalde in artikel 3.1.2 mag, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch -pobw43', de woning gebruikt worden als burgerwoning inclusief behorende bouwwerken en voorzieningen, zoals erven, groen en water. Deze regel is uitsluitend van toepassing op de rechthebbende/gebruiker ten tijde van het raadsbesluit van en niet door diens rechtsopvolgers. 43. In afwijking van het bepaalde in artikel 3.1.2 mag, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch -pobw44', de woning gebruikt worden als burgerwoning inclusief behorende bouwwerken en voorzieningen, zoals erven, groen en water.
Deze regel is uitsluitend van toepassing op de rechthebbende/gebruiker ten tijde van het raadsbesluit van en niet door diens rechtsopvolgers. 44. In afwijking van het bepaalde in artikel 3.1.2 mag, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch -pobw45', de woning gebruikt worden als burgerwoning inclusief behorende bouwwerken en voorzieningen, zoals erven, groen en water. Deze regel is uitsluitend van toepassing op de rechthebbende/gebruiker ten tijde van het raadsbesluit van en niet door diens rechtsopvolgers. 45. In afwijking van het bepaalde in artikel 3.1.2 mag, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch -pobw46', de woning gebruikt worden als burgerwoning inclusief behorende bouwwerken en voorzieningen, zoals erven, groen en water. Deze regel is uitsluitend van toepassing op de rechthebbende/gebruiker ten tijde van het raadsbesluit van en niet door diens rechtsopvolgers. 46. In afwijking van het bepaalde in artikel 3.1.2 mag, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch -pobw47', de woning gebruikt worden als burgerwoning inclusief behorende bouwwerken en voorzieningen, zoals erven, groen en water. Deze regel is uitsluitend van toepassing op de rechthebbende/gebruiker ten tijde van het raadsbesluit van en niet door diens rechtsopvolgers. 47.
In afwijking van het bepaalde in artikel 3.1.2 mag, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch -pobw48', de woning gebruikt worden als burgerwoning inclusief behorende bouwwerken en voorzieningen, zoals erven, groen en water. Deze regel is uitsluitend van toepassing op de rechthebbende/gebruiker ten tijde van het raadsbesluit van en niet door diens rechtsopvolgers. 48. In afwijking van het bepaalde in artikel 3.1.2 mag, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch -pobw52', de woning gebruikt worden als burgerwoning inclusief behorende bouwwerken en voorzieningen, zoals erven, groen en water. Deze regel is uitsluitend van toepassing op de rechthebbende/gebruiker ten tijde van het raadsbesluit van en niet door diens rechtsopvolgers. 49. In afwijking van het bepaalde in artikel 3.1.2 mag, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch -pobw53', de woning gebruikt worden als burgerwoning inclusief behorende bouwwerken en voorzieningen, zoals erven, groen en water. Deze regel is uitsluitend van toepassing op de rechthebbende/gebruiker ten tijde van het raadsbesluit van en niet door diens rechtsopvolgers. 50.
In afwijking van het bepaalde in artikel 3.1.2 mag, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch -pobw54', de woning gebruikt worden als burgerwoning inclusief behorende bouwwerken en voorzieningen, zoals erven, groen en water. Deze regel is uitsluitend van toepassing op de rechthebbende/gebruiker ten tijde van het raadsbesluit van en niet door diens rechtsopvolgers. 51. In afwijking van het bepaalde in artikel 3.1.2 mag, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch -pobw55', de woning gebruikt worden als burgerwoning inclusief behorende bouwwerken en voorzieningen, zoals erven, groen en water. Deze regel is uitsluitend van toepassing op de rechthebbende/gebruiker ten tijde van het raadsbesluit van en niet door diens rechtsopvolgers. 52. In afwijking van het bepaalde in artikel 3.1.2 mag, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm
22
van agrarisch -pobw56', de woning gebruikt worden als burgerwoning inclusief behorende bouwwerken en voorzieningen, zoals erven, groen en water. Deze regel is uitsluitend van toepassing op de rechthebbende/gebruiker ten tijde van het raadsbesluit van en niet door diens rechtsopvolgers. 53. In afwijking van het bepaalde in artikel 3.1.2 mag, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch -pobw57', de woning gebruikt worden als burgerwoning inclusief behorende bouwwerken en voorzieningen, zoals erven, groen en water. Deze regel is uitsluitend van toepassing op de rechthebbende/gebruiker ten tijde van het raadsbesluit van en niet door diens rechtsopvolgers. 3.2
Bouwregels
3.2.1
Algemeen
Op deze gronden mogen uitsluitend worden gebouwd of uitgevoerd: a. b. c.
d. e.
kassen; bedrijfsgebouwen; bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals reclamezuilen/constructies, (natte) koeltorens, CO2-tanks, watersilo's, watertanks, wkk-installaties, installaties voor het opwekken, leveren en opslaan van energie en/of warmte en voorzieningen voor het bergen, leveren en zuiveren van (giet-)water; werken, geen bouwwerk zijnde, zoals waterbassins en verkeerskunstwerken; bestaande dienstwoningen met de daarbij behorende bouwwerken.
en hiervoor gelden in ieder geval de volgende regels: f.
ter plaatse van de aanduiding 'agrarisch-hoofdwatergang', is het verboden te bouwen, tenzij toestemming is verkregen van de waterbeheerder, waar uit blijkt dat het waterhuishoudingsbelang niet wordt geschaad; g. de maatvoering en inrichting van bouwwerken en werken, het gebruik dat bij die maatvoering en inrichting hoort en de locatie van deze bouwwerken en werken doelmatig (passend en/of logisch) is voor de bedrijfsvoering en is afgestemd op de aard en omvang van het bedrijf, waarbij de bedrijfstechnische opzet (omvang en aard), maar ook de aanwezigheid van ruimtelijke claims (zoals de waterhuishoudkundige situatie), alsmede de milieuhygiënische gevolgen van belang zijn; h. de oppervlakte aan kassen, behorende bij het ter plaatse gevestigde glastuinbouwbedrijf, ten minste 15.000 m 2 bedraagt; i. bedrijfsgebouwen fysiek verbonden met kassen worden gebouwd; j. een reclamezuil- of constructie op gronden die onderdeel uitmaken van het ter plaatse gevestigde glastuinbouwbedrijf wordt gebouwd; k. voldaan wordt aan de parkeernorm van 4 parkeerplaatsen per hectare kas bij een glastuinbouwbedrijf; l. een (vracht-)wagen op eigen terrein bij een glastuinbouwbedrijf kan keren indien dat bedrijf ontsluit op een weg, zoals opgenomen in Wegencategorisering en vaarwegen; m. de breedte van een in/uitrit naar een bedrijfsgebouw bedraagt maximaal 10 meter. 3.2.2
kassen
Voor het bouwen van kassen gelden de volgende regels: a.
voor het bouwen van kassen gelden de volgende maten ten aanzien van de positionering: 1. de afstand tot wegen, zoals opgenomen in Bijlage 1, bedraagt tot: het hart van een weg uit categorie 1 ten minste 17,50 m.; het hart van een weg uit categorie 2 ten minste 12,50 m.; het hart van een weg uit categorie 3 ten minste 9 m.; de boveninsteek van een vaarweg ten minste 4 m.; 2. de afstand tot wegen of watergangen, niet opgenomen in Bijlage 1, bedraagt tot: het hart van een weg ten minste 6,50 m.; de boveninsteek van een hoofdwatergang in boezemgebied ten minste 1 m.; de boveninsteek van een hoofdwatergang in poldergebied ten minste 4 m.; de boveninsteek van een watergang tot 2 m. breed ten minste 1,50 m.; de boveninsteek van een watergang tussen 2 m. en 5 m. breed in boezemgebied ten
23
b. c. d.
3.2.3
minste 1,50 m.; de boveninsteek van een watergang tussen 2 m. en 5 m. breed in poldergebied ten minste 1 m.; de boveninsteek van een watergang meer dan 5 m. breed ten minste 1 m.; 3. de afstand tot de -niet aan wegen, zoals opgenomen in Bijlage 1, gelegen- erfscheiding bedraagt ten minste 1 m.; 4. de afstand tot het hoofdgebouw van een woning die onderdeel uitmaakt van een rustige woonwijk bedraagt ten minste 25 m.; 5. de afstand tot het hoofdgebouw van overige woningen bedraagt ten minste 10 m.; de goothoogte bedraagt ten hoogste 8 m.; de bouwhoogte bedraagt ten hoogste 10 m.; de gevel mag met niet lichtdoorlatend materiaal worden gebouwd, indien: 1. de oppervlakte niet lichtdoorlatend materiaal van gevels ten hoogste 30% van de totale oppervlakte van de gevels bedraagt; 2. het niet lichtdoorlatend materiaal geen schaduwhinder oplevert voor het naastgelegen glastuinbouwbedrijf. Bedrijfsgeb ouwen
Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende regels: a.
b. c. d. e. f.
3.2.4
voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende maten ten aanzien van de positionering: 1. de afstand tot wegen, zoals opgenomen in Bijlage 1 bedraagt tot: het hart van een weg uit categorie 1 ten minste 22,50 m.; het hart van een weg uit categorie 2 ten minste 17,50 m.; het hart van een weg uit categorie 3 ten minste 12,50 m.; de boveninsteek van een vaarweg ten minste 4 m.; 2. de afstand tot wegen of watergangen, niet opgenomen in Bijlage 1, bedraagt tot: het hart van een weg ten minste 7,50 m.; de boveninsteek van een hoofdwatergang in boezemgebied ten minste 1 m.; de boveninsteek van een hoofdwatergang in poldergebied ten minste 4 m.; de boveninsteek van een watergang tot 2 m. breed ten minste 1,50 m.; de boveninsteek van een watergang tussen 2 m. en 5 m. breed in boezemgebied ten minste 1,50 m.; de boveninsteek van een watergang tussen 2 m. en 5 m. breed in poldergebied ten minste 1 m.; de boveninsteek van een watergang meer dan 5 m. breed ten minste 1 m.; 3. de afstand tot de -niet aan wegen, zoals opgenomen in Bijlage 1, gelegen- erfscheiding bedraagt ten minste 1,5x de goothoogte; 4. de afstand van een bedrijfsgebouw waarin geluidsbronnen aanwezig zijn tot het hoofdgebouw van een woning die onderdeel uitmaakt van een rustige woonwijk bedraagt ten minste 30 m.; 5.
de afstand van een bedrijfsgebouw zonder geluidsbronnen tot het hoofdgebouw van een woning die onderdeel uitmaakt van een rustige woonwijk bedraagt ten minste 25 m.; 6. de afstand van een bedrijfsgebouw zonder geluidsbronnen tot het hoofdgebouw van overige woningen bedraagt ten minste 10 m.; de oppervlakte van het bedrijfsgebouw bedraagt ten hoogste 12,5% van de oppervlakte van de ter plaatse aanwezige en bij hetzelfde bedrijf behorende kassen; (niet zelfstandige) kantoorruimten maken onderdeel uit van het bedrijfsgebouw; de oppervlakte van (niet zelfstandige) kantoorruimten bedraagt ten hoogste 1% van de oppervlakte van de ter plaatse aanwezige kassen; de oppervlakte van (niet zelfstandige) kantoorruimten bedraagt ten hoogste 1.000 m 2; de bouwhoogte bedraagt ten hoogste 12 m.
Overige b edrijfsbouwwerken
Voor het bouwen van overige bedrijfsgebouwen gelden de volgende regels: a.
voor het bouwen van overige bedrijfsbouwwerken, geen erfafscheiding en/of reclamebord of -zuil, zijde gelden de volgende maten ten aanzien van de positionering: 1. een CO2-tank, (natte) koeltoren, watersilo, watertank en/of wkk-installatie of daarmee vergelijkbaar bouwwerk langs een weg uit categorie 1 of 2, zoals opgenomen in Bijlage 1,
24
moet altijd achter de voorgevelrooilijn van het primaire bedrijfsgebouw gebouwd worden, zodanig dat het bouwwerk een (ondergeschikt) onderdeel uit maakt van en een eenheid vormt met het bedrijfsgebouw; 2. een CO2-tank, (natte) koeltoren, watersilo, watertank en/of wkk-installatie of daarmee vergelijkbaar bouwwerk langs een weg uit categorie 3, zoals opgenomen in Bijlage 1, mag maximaal ¼e van de diameter of breedte van het bouwwerk voor de voorgevelrooilijn van het primaire bedrijfsgebouw gebouwd worden, zodanig dat het bouwwerk onderdeel uit maakt van en een eenheid vormt met het bedrijfsgebouw; 3. de afstand van het aansluitpunt van een laad- en losruimte tot wegen, zoals opgenomen in Bijlage 1, bedraagt tot: het hart van een weg uit categorie 1 ten minste 35 m.; het hart van een weg uit categorie 2 ten minste 30 m.; het hart van een weg uit categorie 3 ten minste 25 m.; de boveninsteek van een vaarweg ten minste 4 m.; 4. de afstand van het aansluitpunt van een laad- en losruimte tot wegen, niet opgenomen in Bijlage 1, bedraagt tot het hart van een weg ten minste 15 m.; 5.
de afstand van een waterbassin en watersilo tot wegen, zoals opgenomen in Bijlage 1, bedraagt tot: het hart van een weg uit categorie 1 ten minste 17,50 m.; het hart van een weg uit categorie 2 ten minste 12,50 m.; het hart van een weg uit categorie 3 ten minste 9 m.; de boveninsteek van een vaarweg ten minste 4 m.; 6. de afstand van een waterbassin en watersilo tot wegen, niet opgenomen in Bijlage 1, bedraagt tot het hart van een weg ten minste 6,50 m.; 7. de afstand van overige bedrijfsbouwwerken, geen erfafscheiding en/of reclamebord of -zuil zijnde, niet eerder genoemd, tot wegen, zoals opgenomen in Bijlage 1, bedraagt tot: het hart van een weg uit categorie 1 ten minste 22,50 m.; het hart van een weg uit categorie 2 ten minste 17,50 m.; het hart van een weg uit categorie 3 ten minste 12,50 m.; de boveninsteek van een vaarweg ten minste 4 m.; 8. de afstand van overige bedrijfsbouwwerken, geen erfafscheiding en/of reclamebord of -zuil zijnde, niet eerder genoemd, tot wegen of watergangen, niet opgenomen in Bijlage 1, bedraagt tot: het hart van een weg ten minste 12,50 m.; de boveninsteek van een hoofdwatergang in boezemgebied ten minste 1 m.; de boveninsteek van een hoofdwatergang in poldergebied ten minste 4 m.; de boveninsteek van een watergang tot 2 m. breed ten minste 1,50 m.; de boveninsteek van een watergang tussen 2 m. en 5 m.
breed in boezemgebied ten minste 1,50 m.; de boveninsteek van een watergang tussen 2 m. en 5 m. breed in poldergebied ten minste 1 m.; de boveninsteek van een watergang meer dan 5 m. breed ten minste 1 m.; 9. de afstand van een windturbine tot de -niet aan wegen, zoals opgenomen in Bijlage 1, gelegen- erfscheiding bedraagt ten minste 0,5x de bouwhoogte; 10. de afstand van een windturbine tot aan de bestemming Leiding - Gas bedraagt ten minste 17,5 meter; 11. de afstand van overige bedrijfsbouwwerken, met uitzondering van erfafscheidingen, tot de -niet aan wegen, zoals opgenomen in Bijlage 1, gelegen- erfscheiding bedraagt ten minste 1,5x de bouwhoogte; 12. de afstand van een (natte) koeltoren en een wkk-installatie tot het hoofdgebouw plus aan- en uitbouw van een woning, niet zijnde de dienstwoning van het glastuinbouwbedrijf, waar de (natte) koeltoren en/of wkk-installatie toe behoort , bedraagt ten minste 65 m.; 13. de afstand van overige bedrijfsbouwwerken, niet zijnde een (natte) koeltoren of wkk-installatie, waarin geluidsbronnen aanwezig zijn tot het hoofdgebouw van een woning die onderdeel uitmaakt van een rustige woonwijk bedraagt ten minste 30 m.; 14.
de afstand van overige bedrijfsbouwwerken, niet zijnde een (natte) koeltoren of wkk-installatie, zonder geluidsbronnen tot het hoofdgebouw van een woning die onderdeel uitmaakt van een rustige woonwijk bedraagt ten minste 25 m.; 15. de afstand van overige bedrijfsbouwwerken, niet zijnde een (natte) koeltoren of wkk-installatie, zonder geluidsbronnen tot het hoofdgebouw van overige woningen bedraagt ten minste 10 m.;
25
b. c. d. e. f. g. h.
de bouwhoogte van een CO2-tank, (natte) koeltoren en watertank bedraagt ten hoogste 15 m.; de bouwhoogte van een watersilo bedraagt ten hoogste 4 m.; de hoogte van een windturbine bedraagt ten hoogste 15 m.; de bouwhoogte van een schoorsteen behorende bij een wkk-installatie bedraagt ten hoogste 20 m.; de bouwhoogte van een erfafscheiding voor de voorgevelrooilijn bedraagt ten hoogste 1 m.; de bouwhoogte van een erfafscheiding achter de voorgevelrooilijn bedraagt ten hoogste 2 m.; de bouwhoogte van overige bedrijfsbouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet eerder genoemd, bedraagt ten hoogste 8 m.
3.2.5
Dienstwoningen
a
algemeen
Voor dienstwoningen behorende bij een glastuinbouwbedrijf geldend de volgende algemene bepalingen: a. b.
c.
d.
e.
bij een glastuinbouwbedrijf of een kleinschalig glastuinbouwbedrijf zijn geen nieuwe dienstwoningen toegestaan; een bestaande dienstwoning, behorende bij een glastuinbouwbedrijf of een kleinschalig glastuinbouwbedrijf, met de daarbij behorende bouwwerken mag uitsluitend worden verbouwd of herbouwd op de huidige locatie, indien: 1. er sprake is van een bestaande dienstwoning; 2. deze zal gaan dienen voor de huisvesting van de ondernemer of diens ter plaatse werkend personeel; 3. de te herbouwen dienstwoning zodanig gesitueerd is dat hierdoor de glastuinbouw nu en in de toekomst niet wordt belemmerd en wordt opgericht op de gronden die ook behoren bij het glastuinbouwbedrijf; 4. de woning niet al eerder is gesloopt, verplaatst en herbouwd als woning, met de bestemming Wonen of als dienstwoning behorende bij een ander glastuinbouwbedrijf; 5. advies wordt ingewonnen bij de glastuinbouwdeskundige. een dienstwoning, zijnde de enige dienstwoning behorende bij het glastuinbouwbedrijf, met daarbij behorende bouwwerken mag worden herbouwd op een andere locatie, indien: 1. het glastuinbouwbedrijf ter plaatse beschikt over minimaal 20.000 m² aan grond ; 2. het glastuinbouwbedrijf ter plaatse beschikt over minimaal 15.000 m² aan kassen die als kweekruimte in gebruik zijn; 3.